Uncategorized

Een zonnige afsluiting

We doken weer gretig in de zonnebloemen. Dit keer maakten we een impasto met krijt en ei om later aan de olieverf toe te voegen. Het hele ei mocht erin. Goed opkloppen. Mengen als volleerde alchemisten zonder de bijbehorende bezwerende spreuken te prevelen. Het leverde een wittig goedje op en maakte in eerste instantie het cadmiumgeel pastelachtig. De voorbewerkte vellen papier waren uitstekend om op los te gaan. Bloemen. Een beetje uit de comfortzone blijft het. Eerst maar met het beperkt palet van omber, cadmium geel en kobald blauw. Het leverde een mooie kleur groen op en met de omber en het geel konden we de verdorde kleur van de groene blaadjes aardig bewerkstelligen. We werkten met spatel en penseel.

IMG_1615

Ergens schoof het beeld van van Gogh weer tussen, met zijn ezel aan de rand van dat grote veld vol bloemen. De intensiteit van kijken van deze man, die alle kleuren die zich opdrongen, vastlegde en elk detail een podium gaf. Wat heeft de man zintuigelijk gewerkt en met heel zijn ziel en zaligheid.  De explosie aan kleur die de reeks zonnebloemen kende zijn er nu stille getuigen van. Paars, violet, zuiver zonlicht, in zijn ‘uitgebloeide zonnebloemen.’ Ze liggen er verwelkt maar nog steeds stralend bij. Het leuke van met zoveel mensen aan het zelfde onderwerp werken is de eigen handtekening van iedereen persoonlijk.

Losse toetsen, intens gemillimeter, een partij bloemen helemaal doorwerken of vluchtig op het doek zetten, lijnen en streken. Het krijt maakt de verf stroef en werkt minder prettig. Ik hou van de vloeibare substantie, maar het beperkte kleurenpalet ligt me weer wel. Zo haalt ieder zijn eigen voordeel eruit. De resultaten, een atelier vol met zonnebloemen, mogen er zijn. Ze hangen en staan overal. Heerlijk om de aanwas te zien groeien. Volgende les kunnen we los op doek. In het stadje op de terugweg was de kermis in volle gang. Een explosie van licht in de donkere nacht. Het geluid drong de auto binnen. De gillende aankondiging van de pret met al haar lawaaiierigheid was niet te missen. Het was maar een klein stukje om. Scooters sjeesden af en aan.

Thuis inktoberde ik mijn archeology bij elkaar. Het werd een bot van een dino. Even iets heel anders aan mijn hoofd alvorens te kunnen slapen. Wat een overgang. van de drukte naar de diepe rust.

In de ochtend was ik bij de dokter langs geweest, Een foto moest uitwijzen of beide handen onderhevig waren aan artrose. Met het hoestje en de benauwdheid werd een uitgebreid bloedbeeld geprikt. Dan weet je maar weer waar je aan toe bent. Ze was toch bang, dat misschien mijn bloeddrukverlagende medicijnen de oorzaak waren van de krampen in mijn handen. Alles kon in een tijdsbestek van vier uur afgehandeld worden. Heerlijk dat er zo snel plek was. De voorspellingen waren minder.

Langzaam sluipt het verval binnen. Afbrokkelend oud worden is een Annie M.G. Schmidtgedicht.

‘Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed… zo op het oog’.

Als dochterlief en ik naast schoonmoeder zitten en ze gemoedelijk op een zout dropje sabbelt verdwijnen de overpeinzingen over die klachten als sneeuw voor de zon. Je kan ook oud worden zonder. Alhoewel, gaande weg merk ik bij haar, dat een karaktertrek is dat je niet moet zeuren. We hebben het even over de Spartaanse opvoeding die dat opleverde. Ziek zijn bestond alleen bij de gratie gods. Zolang je nog op je achterste benen liep, kon er meegeholpen worden in de huishouding. In afgezwakte vorm had ik dat mijn eigen kinderen ook meegegeven. Zoete broodjes werden er niet gebakken.

Ze voelde zich wat beter. Dochterlief met de kleine en ik liepen naderhand het dorp nog in om de tijd te overbruggen en even te sparren, Daarna volgde ieder een eigen weg. Zij naar school om zoonlief op te halen en ik naar het ziekenhuis voor de foto. Een zinvolle dag met een zonnige afsluiting.

Uncategorized

Allemachtig prachtig

Het leersumse veld is een uitgestrekt gebied dat tussen de bossen van Doorn en Leersum begint. Er zijn drie grote vennen en zandverstuivingen, je vindt er gemengd bos en larix, spar den, en heide, er zijn voor de begrazing Piemontese koeien en schapen die vrij rond lopen. Ergens, maar gisteren in geen velden of wegen te bekennen, zijn er dassen, reeën en watervogels en de zeldzame heikikker leeft er. Belangrijker nog, het is de stilste plek van Nederland.

Het allermooist om te ervaren is de zachte verende bodem van haarmos tussen de statige lariksen, dat zich als een golvende zee uitstrekt aan de voet van de dunne kale stammen. Een smaragdgroen tapijt, verleidelijk en uitnodigend. Daarop te liggen met de ogen gesloten en te luisteren naar stilte, weldadige stilte. Het zou een zen-moment van optima forma zijn. De aanblik alleen al brengt een ongekende rust in het geheel.

We lopen door en volgen de kleine schapenpaadjes, afgewisseld met de grote vlakte, ontwijken de koeienvlaaien van de Piemontesers en de schapenkeutels en schromen niet om over hekken met prikkeldraad te klimmen. Heuveltje op en heuveltje af. De paddestoelen nemen af en toe een grote vlucht en we komen grote uitwaaierende heksenkringen tegen. Het brengt me op het lied van Ellie en Rikkert, zo vaak gezongen tijdens een van onze geliefde heksenprojecten. ‘Kom kom kom kom in onze heksenkring…’

Het was toch de tijd van kabouters, elfen en heksen met al die uitgestrooide zwammen en boleten. Prachtige rode paddestoelen met hun witte stippen. Kabouter Spillebeen was in de verste verte niet te bekennen, maar hij had er eentje omgewipt.

031

Het was heerlijk wandelen. Moe maar voldaan streken we neer in een kleine brasserie. Alleen de prachtige oude houten vloer al en de groene hoge luiken in de serre brachten de sfeer van weleer. Naast de bitterballen waren er bieteballen. De laatste waren inderdaad van biet gemaakt. Alles valt te frituren.

Na afloop nog even langs het bejaardentehuis. Schoonmoeder lag te slapen. Eindelijk wel op haar andere zij. Toen ik haar aansprak en vroeg hoe het ging, kon ze me vertellen, dat ze zich ietsje beter voelde. En warempel. Ik maakte wat kippenbouillon. Ze kwam zuchtend op de rand van het bed zitten en nam er zowaar een paar nipjes van. Liggend rolden de kwinkslagen weer over de lakens. Ze hield me stevig vast en hunkerde naar verhalen van buiten af, die niet over kwalen gingen, maar het vrije leven binnenbracht. Ik vertelde over mijn boservaringen van zo-even en liet een paar foto’s zien. Toen ik vroeg of ze nog wat wilde drinken, moest ik er maar mee ophouden dat te vragen. Ze werd er zo moe van. Ik mocht wel vertellen wat ze nu eigenlijk had en waarom  ze hier zo lag. Bij de wensvraag kwam zoute drop omhoog en zure bommen. Eerst de drop maar, alles wat eetbaar en vooral lekker is.

Toen ik weer naar huis wilde gaan, kwam de avonddienst binnen. Ik nam afscheid en nam me voor om een nagelknipper mee te nemen. Het was de hoogste tijd voor een oliebadje en een handmassage.

Thuis zocht ik een benadering van de groene kleur van het mos in ‘Het geheime leven van kleuren’van Kassia St Clair. Smaragd kwam nog het dichtst in de buurt al was Scheeles groen ook kandidaat. Nooit geweten dat in de groene verf arsenicum zat en dat Napoleon zoveel arsenicum in zijn lijf had, dat hij goed geconserveerd boven de grond kwam bij de opgraving in 1840. Hij had een groen behangetje. Zo komen we aan de term gifgroen, natuurlijk. Wat zit de wereld toch ingenieus in elkaar. En prachtig met al dat natuurschoon, allemachtig prachtig..

 

Uncategorized

Integendeel

Terwijl mijn hoofd bij huis,  tuin en keukengedachten zat, lichtten er boven de snelweg twee rode kruisen op en scheurden erachter elkaar twee ambulances voorbij met alarmerende sirenes en lichten. Even later reden we vlak langs een auto die zich in zijn voorganger had geboord en waren ernaast  mensen op de grond aan het reanimeren. Wat een bizarre gewaarwording als je in de vaart der volkeren verder moet en iemand vecht op hetzelfde moment voor het leven. Van de weeromstuit nam ik de verkeerde afslag en moest half Utrecht Noord door crossen om bij dochterlief te komen. Naast de afgesloten binnenstad voor het verkeer was er een markt op de Amsterdamse Straatweg. Ik dankte Onze Lieve Heer op mijn blote knieën, dat ik alle sluipwegen van Utrecht kende.

Een half uur later dan gepland stoof ik binnen. Verrassing. Zoon en Schoonlief waren er ook. We zouden met z’n allen de sportieve heer des huizes, die meeliep met de Singelloop, binnen halen. Het weer werkte niet mee. Miezerde het eerst nog, later ging ze los en had alle herfstbriezen van een wolk gehaald om goed huis te kunnen houden. Op het station moesten we overstappen op een andere bus. Tegen de trap aan stond een jongen, die telkens zijn hoofd afwendde. Zijn gezicht was nat van de tranen, die hem over de wangen bleven stromen. Dochter ging vragen of ze hem kon helpen. Dat was niet het geval, maar toch bedankt. Ik stond naast hem, maar had dat nooit aan hem kunnen vragen zonder mee te huilen. Wat zitten we toch wonderlijk en emorioneel in elkaar.

IMG_5633

De tweede bus mocht ook niet door de binnenstad, vier haltes op de route waren geschrapt. Ik wist dat het vanuit de Jan van Scorelstraat maar een klein stukje lopen was naar het park. We liepen regelrecht naar de finish.. Onderweg kwamen we hardlopers in de meest bonte outfits tegen. Het Wilhelminapark was afgeladen vol met mensen en de stroom hield voorlopig nog niet op. Met kinderwagen en kind op step was het oppassen geblazen om elkaar niet kwijt te raken.

Met een belletje was onze sportieveling al snel getraceerd. Hij liep ons zelfs al tegemoet. Heerlijke reactie van de kleine, die zijn vader ontwaarde. Een dikke knuffel en terwijl schoonzoon trots zijn medaille liet zien, kreeg de kleine van een andere loper uit het niets ineens diens medaille omgehangen. Verguld keek hij naar het ronde schijfje en trots naar zijn vader. De man dook weer net zo snel weg als hij gekomen was. Wat een lieve geste. De stoet bleef maar aanwassen. Eerst de warme kleren aan en dan een fijn café zoeken.

Dat laatste viel niet mee. In de wijde omtrek hadden mensen hetzelfde in hun hoofd en was er nergens een stoel nog onbenut. Er zat niets anders op dan met de plu uit door te lopen tot het eerste het beste dat we tegen zouden komen. Dat bleek, met een goede ingeving van dochterlief, de stadsschouwburg te zijn. Zeeën van ruimte zelfs en aangenaam weinig mensen in de lounge. Het was tijd voor de borrel. Een enthousiaste kreet van herkenning, een van mijn oudleerlingen beheerde de kassa en kwam me begroeten. Ze herkende de kinderen ook en het weerzien was hartelijk. Wijn en bier, sap en bitterballen en kaaskroketjes en olijven versterkten de inwendige mens. Er werd berekend wat de snelheid was geweest van de loop en eigenlijk was het een megaprestatie in de drukte en met het koude weer.

IMG_5663.jpg

We konden tenslotte met één bus naar huis en hoefden niet meer over te stappen. Het bleek dat het slot om de fiets van schoonlief heen was gedaan, zonder vast te zitten. Heerlijke hilariteit, waar nog lang om gegniffeld werd. Dikke zoenen. Zoon en schoonlief hadden hun laatste weken samen. Tegen het einde zou het mooie ronde buikje ingewisseld worden en daarna zou alles anders zijn. Spannend vooruitzicht. Thuis wachtte dag vijf en zes van Inktober volgens de natural science version. Airborne en Geology. Met bij en fossiel sloot ik af. Ondanks alle regen was de dag niet in het water gevallen. Integendeel.

 

Uncategorized

Het gouden tintje dat het verdiende

Het was even aanpoten om op tijd, om half negen , beneden aan de weg te kunnen staan. Vriendinlief kwam me halen en we hadden een betrekkelijk lang stuk te gaan. Auto rijden met z’n tweeën is altijd een aangename bezigheid. We houden ervan om betekenis te geven aan het gesprek en kunnen al gauw de diepte in. Het kleine knusse compartiment, de zachte zangerige stem van de Belgische mevrouw die ons vertelde wat de mogelijkheden waren en het opkomende zonlicht, dat de troosteloze aanblik van de vorige dagen als sneeuw voor de zon liet verdwijnen zorgde voor een harmonieus geheel.

20191005_134309.jpg

Eer we er erg in hadden, waren er met de omwegen erbij anderhalf uur verstreken en rolden we net op tijd, afwachtend van wat er komen ging, het heerlijke atelier binnen. Omhelzingen voor Marian, die alles klaar had voor de etsworkshop, zus van vriendin en een man die in het dorp zelf woonde. Voor ieder was er een ruime plek gereserveerd en alles lag keurig in het gelid te wachten. Voor mij de droge naalden, de vijl en de schuurspons, voor de anderen de etsnaald, de vijl , het polijststaal. De prachtige etsen van haarzelf aan de wand  en de staande objecten, vitrinekasten met insecten, een opgezette kauw, kleine en grotere bronnen nodigden uit en werkten inspirerend.

20191005_134158.jpg

De droge naald had alles met de longen te maken en het is ook een techniek die me beter ligt dan etsen. Ik heb een krachtige krashand, Precies waar de lijnets om vraagt. De zonnebloemen aquarel, die ik een aantal dagen geleden gemaakt had van de bloemen thuis, stond model. Het onderzoek naar de zonnebloemen van afgelopen dinsdag stond nog helder op het netvlies.  Het was een inkoppertje, al begon ik veel te voorzichtig. Toen Marian zei, dat ik los kon gaan, was dat niet tegen dovemansoren. De anderen waren in het ambachtelijke proces van het etsen aanbeland. Niets is fijner dan het krassen van de pennen, de rustige begeleiding en de verwachtingsvolle spanning, die het altijd weer oplevert.

We werden op onze wenken bediend en voorzien van  koffie en thee, maar de lunch met de versgemaakte erwtensoep was het hoogtepunt. Iets om een jaar lang naar uit te kijken.

Marian gebruikt voor het etsen een ijzerchloride en werkt niet met zuren, wat een stuk aangenamer voor de gezondheid is. Het woord van de dag was plakhangen. Als de etsen moesten bijten, werden ze aan een stevig plakband in de ijzerchloride gehangen. De gevleugelde uitdrukking werd: Even … minuten plakhangen. Hilarisch.

Zus van vriendinlief had al een tijd niet meer geëtst. Ze had goed in haar hoofd hoe het resultaat moest worden en voorstudies gemaakt. Marian hielp haar met raadgevingen voor de achtergrond na een proefdruk. Bij het opvolgen ervan en de volgende drukproef sprak het oplichtende gezicht boekdelen. Die spanning van hoe de ets onder de pers uit zou rollen en de ontlading erna, na het hoog houden van het resultaat zijn een fotosessie waardig. Dat ene moment is goud waard.

20191005_151353

De zeldzame kever vergde meer tijd dan gedacht. Er moest nog langer aan gewerkt worden. Wat heerlijk als je dan in de buurt van Marian woont en zo langs kan gaan om er nog wat aan te sleutelen. De resultaten hingen zoals altijd weer te drogen aan de waslijn. Hoe voller het worden zou, hoe groter de tevredenheid. Een exemplaar was voor Marian. De rest mocht mee naar huis. Keurig verzameld in een mapje, om thuis uit te pakken en verder te drogen.

IMG_5629

Een hele dag zo heerlijk in alle rust scheppend bezig zijn is een verademing. Moe maar voldaan gingen we naar huis. Alsof het afgesproken werk was, kwam de zon ons achterop, haalde ons soms in en gaf de dag het gouden tintje dat het verdiende.

 

Uncategorized

Duimen maar

De regen hield op met zachtjes miezeren en kletterde met ziel en zaligheid naar beneden. Ik bleef veilig onder de grote parasols van een terras op de Mariaplaats staan. Tot ik door had, dat het ook kletterde vanwege de grote bomen die boven de parasol hun kruinen leeg aan het schudden waren.

gouden kalf.jpg

Nichtlief zat al te zwaaien. Door de mistige bril kon ik nog net dat onderscheid maken. Warme groet. Als vanouds vielen de jaren weg en waren we weer op het punt, waarop we gebleven waren. Rondom ons was men druk bezig met de opbouw voor een lezing van de avond, rond het festijn van het gouden kalf. Geluidsinstallaties werden opgebouwd, stukken in scene gezet om te kijken of er niets ontbrak aan benodigdheden. Ons eigen scenario, twee levens die paralel liepen en uitgewisseld werden vloeide voort in vanzelfsprekendheid. Gedeelde levens. Nicht en ik waren tweelingen. Zelfde dag, bijna hetzelfde uur geboren. We deelden de liefde voor de taal en het schrijven. Er viel heel wat bij te kletsen. Tijd vervaagde. Door de verhalen heen werden de contouren van de twee meisjes van vroeger zichtbaar.

Het was een aangenaam verpozen. We liepen samen terug naar het station. Zij moest de trein hebben, ik stapte in de bus. Tot ziens, tot later. Een uurtje op de bank en daarna naar het kleine knusse theater waar vriendin aan kwam hollen. We hadden nog even eer de voorstelling van start zou gaan. Een nieuwe sprong van heden naar verleden en weer terug. Ik had verwacht bekenden te zien, maar er waren er opmerkelijk weinig. Het decor was meesterlijk omgebouwd  tot een oude rommelzolder en alle hoeken en gaten waren benut, Van achteren en uit de coulissen , door het middenpad, overal kwamen de acteurs vandaan.

Ze zongen cabareteske teksten, evergreens. maar ook meer recentelijke liedjes. Achter elkaar kwamen Wim sonnenveld, Jasperina de Jong, Yvo de wijs, Neerlands Hoop, Brigitte Kaandorp en de vliegende Panters tot leven . Een lach en een traan en vooral veel humor met harmonieuze zangpartijen  was de opbrengst. De thema’s werden aangedragen uit de verhuisdozen, die wisselend werden opgepakt, neergezet, samengesteld, en weggedragen tot algeheel vermaak.

Wij zaten comfortabel op oude banken, er zat ook publiek op het podium drie rijen hoog en we hoefden niets te missen door drie grote schermen. Het zat ingenieus in elkaar. ‘Een bord met spaghetti’ van Rijk de Gooijer was de afsluiting, waarbij het publiek eindelijk los mocht. De tekst was moeiteloos op te lepelen.

Thuis moest een en ander bezinken. Er was een boodschap over de bloedwaarden van schoonmoeder. Nu was eindelijk bekend waarom ze zo moe en lamlendig was. Een hele geruststelling dat men er wat aan ging doen. Ze had een flinke weg te gaan en het lichaam was broos. Er zullen heel wat aderlatingen nodig zijn voor ze de oude weer is. De mens is kwetsbaar. Haar laatste achterkleinkind op schoot bracht weer een glimlach. Dat is in ieder geval een goed teken. Duimen maar.

 

Uncategorized

Je komt er herboren uit

Wat een luxe. Bus brengt me op drie minuten loopafstand van mijn huis regelrecht naar de Paardenkathedraal eveneens op drie minuten lopen van de halte. Geen parkeerplek zoeken, maar praktisch gratis en voor niets, vergeleken bij de parkeerkosten, als een diva voor de deur te worden afgezet. Dat was een goed begin.

Er werd een inleiding gehouden door Josephine van Rheenen, die veel vertelde maar het geheim van de dynamiek  bewaarde, totdat we het zelf konden aanschouwen en beleven. De omgeving bracht al de sfeer. Het prachtige gebouw midden in Wittevrouwen ademde met haar hoge ramen de dramatiek van het verleden en vormde een theatrale ruimte voor de vormgeving, met, toepasselijk, aan elkaar gestikte paardedekens als dekor. Het publiek zat op de hoge tribune en het ruime podium was aan de dansers zelf. Eerlijk verdeeld, want met ingehouden adem namen we niet veel ruimte in en konden we een uur lang genieten van dans en beweging, muziek vanuit het hart en tomeloze inzet. Hussel alles door elkaar, zodat muzikanten dansers worden en dansers muzikanten en je hebt met die veelzijdigheid een voorstelling, die het dak eraf spetttert. Shake, Shake, Shake. Schudt op je grondvesten, laat de wereld trillen, beroer de snaren, breng harten in beroering. De Dansers komen er aan.

Wat volgde was een onderdompeling in lijf, verbinding, zweet, zuchten , snuiven, wenden en keren, oneindig ranke ingetogen passen en gevlieg en gedraaf. Rauwe klanken, met de hele ziel en zaligheid uitgestoten, ademloze ingehouden solo’s met een intense weemoed en verlangen. Ik filter eindigheid en een nieuw begin. Opzwepend en dan weer ontroerend, uitbundig en intens bedroefd. Op de toppen van de emotie dansen en musicieren ze zich leeg en bereiken daarmee voor mij het ultieme mens-zijn.

Na afloop voelde ik op de eerste plaats een diep respect voor de groep en haar choreografen die samen het concept uitgewerkt hadden tot een beleving, die intens en diep raakte, niet alleen de snaren van de rockgitaren, de snare drums, maar vooral die van de ziel.

We dronken nog wat en wisselden uit, maar zuiver op de graad moest het eerst bezinken, alvorens een mening te vormen. Daar had ik een lange vorstelijke weg naar huis voor in een afgeladen bus. De omlijsting voor het gemijmer, de nacht met de wisselende belichting, de hoge gebouwen, de lantaarns, de reflectie in plassen en singels en de fluitende buschauffeur, die af en toe schel het geroezemoes doorsneed, vormden het juiste bed om mijn belevingen uit te spinnen.

001.jpg

Op de bank had ik mijn eigen kleine afterparty. Hoorde ik de scheurende sax weer en de opzwepende gitaarsolo’s. Rock en Roll tot in alle poriën en kwam de verbazing boven over het feit dat ze allemaal, stuk voor stuk, meervoudige talenten bezaten, tot aan slagritmes op het lijf toe. Ze waren muziek, dans, vorm en beweging in een.

De enorme kracht die er in de frêle lijven huisde en de buigzaamheid als was het riet, het buigt en breekt niet, vroeg  om bewondering en bracht verwondering, Een aanrader voor ieder die over de eigen grenzen heen, zich wil laten onderdompelen in de wereld van De Dansers. Je komt er herboren uit.

* Concept: Guy Corneille en Josephine van Rheenen, choreografie: Josephine van Rheenen, dans en livemuziek: Ruben van Asselt, Guy Corneille, Yoko Ono Haveman, Marie Khatib-Shahidi, Wannes De Porre en Hans Vermunt, foto: Moon Saris, www.dedansers.nl

 

Uncategorized

Bij voorbaat

Met een stapeltje kaarten kwam ik het kamertje binnen. Het bed was leeg. Een ochtendjas sliertte half van het bed over de grond.  Het bed was voor de deur van het toilet geschoven. Die stond op een kier en een hand had hem vast en duwde, maar er was geen beweging in het bed te krijgen. Ze stond achter de deur en wilde de kamer weer in. Dat ging niet. Hoe was ze in vredesnaam erin gewandeld. Ik schoof het bed opzij. Ze had het idee dat ze wat vergeetachtig was. Wat voor dag was het vandaag ook al weer. O ja. ‘Twee oktober. Voetje voor voetje werd het bed bereikt en kon ze zich laten zakken.  ‘Hèhè’.

‘Er is post voor U’. ‘O, dat kan heel goed’ antwoordde ze. ‘Ik was pas jarig, ziet U.’ ‘Welke dag bent u dan jarig?’  ’20 maart.  Welke dag was het ook al weer vandaag?’ ‘Twee oktober.’ ‘Nou zeg, dan vergissen ze zich toch echt. ‘Zoudt U iets voor me willen doen.’ Ze boog zich een beetje  naar me toe en haar stem daalde fluisterend naar algehele geheimhouding. ‘Zoudt U een kopje koffie voor me willen halen, daar heb ik zo’n trek in.’

Even later bij een tweede bezoek: ‘Weet U waar ik van droom. Van een lekkere dikke , grote gevulde koek, zo’n mooie glimmende met een amandeltje er bovenop.’ De vrouwen achter de koffiekar hadden alleen een ontbijtkoek voor haar. ‘Wat denkt U. Zal ik opstappen of nog even blijven zitten? Ik ben hier al een half jaar, moet U weten. Dat is lang hoor, een half jaar.’

Ik moest denken aan de serie Loenatik van de VPRO met Bep Brul. Een innemende vrouw met een paar bijzondere eigenschappen die vertederend waren én met een romantische inborst. Zo bijzonder was deze dame ook. Groezelig, de haren in slierten om het koppie, rouwranden onder de nagels, maar op een top een dame met een vlucht aan gedachten in het hoofd.

Haar handen waren blauw van de bloeduitstortingen. ‘Ik hoef me maar te stoten en ik ben blauw.’ Ik zong wat regels van Annie M.G. Schmidt: ‘Blauw, blauw hemelsblauw, juffrouw is die kat van jou.’ In haar gezicht begon de zon te schjnen met een brede glimlach van oor tot oor. ‘Die ken ik helemaal niet.’ Een dameshand is gauw gevuld. Ik beloofde later terug te komen voor een handmassage.

regenboog.jpg

Ontvangst en koffie, thee of bouillon voor iedereen. Een halve regenboog deed haar werk en fleurde de boel een beetje op. De mutsjes waren al even kleurrijk. De vrouw met de vier zussen trok hem af en liet haar vlasharen zien. ‘Ik vind dit spookachtiger dan mijn kale hoofd,’ zei ze ‘Maar het voelt lekker zacht’. Met een handomdraai ging het mutsje weer op. Een routinegebaar. Mensen van diverse pluimage met een gemeenschappelijke deler. Soms teer en doorschijnend, soms veel en luid. Er waren er die op een praatje zaten te wachten en anderen die hun pijn deelden met de ipad of de telefoon of een goede vriendin.

Later op de ochtend wisselde ik mijn belofte in en kwam met handschoenen en olie bij Mevrouw. Ze lag op bed ‘een beetje te soezen’, zoals ze zei. Terwijl ik voorzichtig de kwetsbare handen wreef, zei ze weer met haar samenzweerdersstem. ‘Ik hou er eigenlijk helemaal niet van. Ik ging ook nooit naar een schoonheidsspecialiste. Dat gewriemel aan je lijf.’ ‘Zal ik er een verkorte versie van maken?’ ‘Als U dat doen wil, dan bent U een engel.’

Van sommige mensen hou ik bij voorbaat.

 

.

Uncategorized

Ik kan niet wachten

Het is geen straf om met al die regen buiten in het atelier van Knockart bezig te gaan met zonnebloemen. Ze waren er te kust en te keur. De avond begon met de omschrijving van wat je voelde, als je een zonnebloem in de handen had. Met de ogen gesloten namen we een groot en gedroogd exemplaar onder de loep. Het is al bijzonder op zich, hoe verschillend er geïnterpreteerd kan worden. Daarna was een kleinere verse zonnebloem aan de beurt. Elke vezel werd onder de loep genomen. Tasten, ruiken, zelfs proeven.

IMG_1458

De uitleg erbij was een openbaring. Het hart van de zonnebloem bestaat fragmentarisch uit allemaal kleine bloemen, die microscopisch klein zijn. Samen vormen ze het grote bruine hart. De bloemblaadjes kennen meerdere lagen, en de groene rozetten aan de onderkant zien er al even bloemig uit. De opbouw van de zaden laat een wiskundig patroon zien. Kaasje voor sommige van ons, die vaak tot in detail uitgespit willen hebben, hoe logisch hun objecten in elkaar steken. We startten met houtskool en een tijdllang hoorde je niet veel anders dan het krassen op papier. Rustgevende bezigheid.

IMG_1476  IMG_1487

De verdorde zonnebloemen vond ik het mooist. Die ingedroogde gekrulde harde bladeren om de kern, licht en donkerbruin van kleur, de grillige vormen, de schoonheid van verval. We schetsten en vergeleken. Bekeken de minuscuul kleine bloemen onder de binoculair en een loep. Een van de bloemen werd doorgesneden en het hart was zacht en vezelig. Een kussentje op zich.

IMG_1493

Na het gedetailleerde vorsen gingen we over op het schetsen van de vaas met de bloemen aan de ezels. Vanuit verschillende posities kwamen vazen tevoorschijn. Ingezoemd op de bloemen zelf, of het hele plaatje, met vaas en al en schaduw. Ook hier weer een groot verschil in benadering en verwerking. Bij het vergelijken bleek hoe voorzichtig ik was geweest. Had het al kunnen uitzetten naar een tekening op zich, maar het was eigenlijk bij schetsen gebleven. Het was lastig om tussen alle zwarte lijnen nog de bloem zelf te zien. Dat vroeg om stevige arceringen. Daar had ik wel meer los kunnen gaan.

IMG_1513

Het was een heerlijke avond. Buiten kletterde de regen op het dakraam, maar binnen was het een en al warme gezelligheid met kreten van verbazing en bewondering, het krassen van houtskool op papier en overal die zonnebloemen. ’s Middags was ik als voorstudie bezig geweest met het maken van een aquarel. Met kleur heb je wel sneller resultaat, maar zonder kleur moet je de diepte in, draait het om vorm en licht en donker. Ik nam me voor om binnenkort ook de kardoen onder de loep te nemen. Een bloem die minstens zo ingenieus in elkaar steekt als de zonnebloem. De botanische voorkennis van de juf was een welkome aanvulling op het geheel.

005

Ik heb niet van zonnebloemen gedroomd, maar ze bleven nog lang op mijn netvlies hangen en vanaf gisteren is de kijk erop voorgoed veranderd. Dat is de kunst van het leren. Het openstaan voor elke nieuwe aanvulling die zich aandient. Met een botanische blik kijk je anders. Volgende week gaan we schilderen. Impressionistisch als van Gogh of intens expressionistisch als Kiefer, mathematisch als Mondriaan of zo realistisch als mogelijk. Het kan allemaal. We dragen allen ons eigen handschrift mee. Ik kan niet wachten.

Uncategorized

Een herfstgedicht

De droom bestond uit een reusachtige poppenkast, die verkeerd om stond. Voor de kinderen was nog net plaats, maar dan moesten de hoofden ver in de nek gelegd worden. Dus werd het bakbeest in allerijl omgedraaid, terwijl ik aan het bedenken was hoe ik bij het poppenkast-raam kon komen om met het spel te beginnen. Midden in die puzzel werd ik wakker. Gistermorgen toen de regen naar beneden  plenste, vroeg zuslief zich af of we in de middag konden gaan wandelen.

100_5439.jpg

Toen ik de fysiopraktijk uitwandelde was er een stralend zonnetje. Bij de deur van zus weer een paar druppels. We kozen voor de bossen, gewapend met poncho’s en regenjas. Twee zussen en ik, want de derde zus zat in het verre Zweden voor een week. Het Miepje van de Tomtom leidde ons naar de Kaapse bossen, maar raakte aan het eind de kluts kwijt. Bij de remise, een allerschattigst rijtje huizen midden in het bos, werd de auto gestald. Het bos lag er zongespikkeld en verlaten bij en droeg de sporen van een beginnende herfst. Dat beloofde veel goeds.

 

Zuslief had gelezen dat juist in de buurt van berken de vliegenzwammen talrijk zijn. Overal waren zwammen en boleten maar nergens zo mooi rood als  in de buurt van die sfeervolle witte stammen. Dit was het bos van het kabouterleven. Het was niet moeilijk voor te stellen dat Rien Poortvliet in een dergelijk omgeving zijn verhalen bij elkaar had gesprokkeld. Op het pad lagen af en toe grote plassen, die tot ver in de diepte de woudreuzen spiegelden.

100_5513      100_5553.jpg

De fototoestellen hielden we paraat. Vereeuwigden kale verticalen in het sparrenbos, maar ook een treurende  horizontale met de armen wijd gespreid. Het werd afgewisseld met loofbos en grote partijen rhododendrons rondom een aangelegde tuin met haar gecultiveerde hagen. Dapper hadden ze gekozen voor een tweede bloei, en enkele bloemen waren al uitgekomen temidden van de talrijke knoppen.

100_5533

We vervolgden ons pad en midden in het bos stond een poort met een klein schuurtje ervoor. Daar vloog een leger heksen op hun bezems voor de schutting heen en weer en bewaakten dhet territorium.  Een kobold gooide zijn bezem over het hout heen en lachtte in zijn vuistje. Hoog boven in de toren, achter het raam, stond de opperheks. ‘Knibbel knabbel knuisje, wie loopt daar bij mijn huisje’.

100_5551.JPG

De zon scheen nu zelfs uitbundig en kleurde hier en daar de takken doorschijnend rood, bruin en oranje. Moeder aarde maakte zich op voor haar  kroon op het lommer, de ultieme herfsttooi. Daarna zou alles herinnering zijn. De natuur als perpetuum mobile.

100_5509.JPG

Tussendoor kwamen we bij een weidse plek die haar grassen goudgeel liet oplichten. We spotten tussen het lommer door, de  boomklever, een Vlaamse gaai, een roofvogel, een verdwaalde merel en een haastige eekhoorn, die met zijn vossenstaartje de stam afroetsjt en zich niet meer laat zien. Bos is één grote winterschuur met een overdaad aan eikels, paddenstoelen en kastanjes. Ruwe bolsters om hun bruine pit.’ Zouden de eekhoorns handschoenen aan hebben’, vroeg zuslief zich af bij het zien van de stekelige verpakking van de vrucht.

100_5465

Maandag bleek een uitstekende wandeldag te zijn. De mensheid was verstrooid als hier en daar een wandelaar met hond of fototoestel om herfst te vereeuwigen en verder niet. Via het fietspad liepen we terug naar de auto.

100_5575.jpg

Zuslief wilde langs het stoffenwinkeltje in een van de omringende dorpen. Daar was het een walhalla aan monochromen van kleur, een bonte verzameling lappen en lapjes, garen, band, wol en knopen. Elke centimeter werd benut. Met de buit reden we terug. In de herberg aan het dorpsplein brachten we brachten we een toost uit op de schoonheid van de wisselende seizoenen en op de vrijheid van ‘de oude dag’.

Tijd om de puzzel af te maken. Een trap brengt de oplossing en dan start het poppenspel met heksen en kobolden. Aangevreten boleten. Kabouters, die het bos kleuren met het penseel in de ene hand en hun verfemmer met warme aardetinten in de andere en elfen die stukken zonlicht plukken en aaneen rijgen tot een snoer van licht. Een herfstgedicht.

 

Uncategorized

De regen liet elke gêne varen

Ineens kreeg ik een lumineus idee. Kiezels vervoeren is niet mijn sterkste punt en vier trappen af sjouwen is ook geen licht werk. De oplossing was mijn zonnige ‘leren is leukkoffer’ op wielen. Daar paste alles in, penselen, verf, mooi kleed en een plastic geval voor op de schildertafel, maar ook de kiezels in een grote tas. Wie niet sterk is, moet slim zijn.

Op de tuin was men al volop bezig. En waar ik die nacht van gedroomd had, een tent op tegels, was bewaarheid geworden. Ze hadden de tent tegen de open deuren van de schuur aangezet. Nu hadden we heerlijk de ruimte voor de opbouw van de tafels. Met een aankleding van taarten en bloemen zijn ze een gedicht op zichzelf.

Ieder had wel wat meegenomen, de een strooide met bloemen uit de tuin, de ander had gebakken, er was Jip en jannekechampagne met knalkurk. Courgette, kweepeer, appel en gember uit eigen tuin waren in de taarten  verwerkt. Er was ijzerhard en munt en warm water uit de kookketel. Het zag er feestelijk uit.

IMG_1372

Mijn plannetje van de kiezels was wat in het water gevallen, want er was maar een kind op het hele feest., maar wel een dankbare. Ze kon er geen genoeg van krijgen en maakte de mooiste exemplaren. Aandachtig, op het puntje van de bank, streek ze de verf uit over de gladde kiezeltjes en versierde ze met stippen en strepen. De allereerste werd een lieveheersbeest en daarna verzon ze allerlei grobbebonken, griebelaars en kiezelkapers. Ik moest denken aan het project van de pozzebokken. Die hadden ook uitstekend van pas gekomen als kiezelig ‘wildebeest’.

009

Van AVVN, de landelijke organisatie voor natuurlijk tuinieren, kwam iemand ons een vierde stip uitreiken en een compliment geven. Na de speech werd  er nog iemand in het zonnetje gezet, met bloemen en een courgette. Deze tuinder heeft geen eigen tuin meer, maar het complex is zijn tuin geworden. Hij zorgt voor de oevers en de bosschages. Hij is tevens lid van de werkgroep Natuurlijk Tuinieren en samen zorgen ze ervoor, dat er speciale plekken voor onze tuindieren worden gecreëerd, zoals een takkenril voor de ringslang en de egel, een vogelbosje, een bijen en vlindertuin. Daarnaast geven ze ook workshops en organiseren ze kleine cursussen. Dat maakt het complex zo paradijselijk.

012-3.jpg

Er werden verhalen uitgewisseld en de sfeer was er vooral een van saamhorigheid. De nieuwe imker werd geintroduceerd, terwijl de oude lachend toekeek.  Mijn geïmproviseerde toespraak voor de groep Natuurlijk tuinieren werd bijna in een plotselinge emotie gesmoord. ‘Sentimentele oude dwaas’, dacht ik, als kind van mijn regelmatige huilende oude vader. De ontroering kwam bij de aanblik van de kleine hechte vriendenkringa, die steeds nog steeds aangroeit met fijne nieuwe mensen. We tuinen allemaal verschillend: Moestuinen, siertuinen, kindertuinen, bloementuinen in alle soorten en maten. De gemeenschap zelf is al net zo divers, maar met een groot hart voor de natuur en de dieren en dat schept een band.

img_1436.jpg  013.JPG

Vele handen maken licht werk en alles was zo opgeruimd toen het tijd was. Tegen vieren hield het op met zachtjes regenen en ging het los met de wind. De tent moest buiten blijven, maar diende daartoe wel vastgesjord te worden. Met flinke touwen en een verankering aan de zware tafels moest het lukken. Achter de tent had iemand alle bloemen in de plant voor de schuur gestoken als een knipoog naar de diversiteit van het feest.

IMG_1449.JPG

Warm van binnen om de fijne middag en met een jonge buizerd op mijn netvlies reed ik naar huis. De regen liet elke gêne varen.

 

Uncategorized

Denk erom

Druilerige zaterdag en een waslijst aan bezigheden. Omdat ze zo uiteenlopend van karakter waren, toch maar even op een rijtje gezet. Dat maakte het afvinken makkelijker en werkte efficiënter.

regen op het veld

Halverwege de dag belde zoonlief op, dat hij zijn scheenbeschermers thuis had laten liggen. Wat doet een voetbalminnend moederhart in zo’n geval. Dwars door de waslijst heen, reisde ik af naar het dorp in het midden van niemandsland en stond drie kwartier later toch een deel van de wedstrijd te kijken in de stromende regen. Gelukkig was er naast de paraplu ook een afdakje en een brede muur. Af en toe piepte zon tussen de wolken door en koesterde ik het koude gezicht in de nog warme zonnestralen. Vlak na de tweede helft moest de scheidsrechter het veld verlaten met een zweepslag en werd de wedstrijd even stil gelegd. Voor mij het teken om verder te gaan met de boodschappen.

Een lief cadeautje bij de wereldwinkel voor de Natuur-en-milieugroep, biologische appel en sinaasappelsap, een bezoekje aan schoonmoeder. Die lag in bed met haar kleren aan. Ze was zo moe. Ze vond dat ze lichamelijke reserves genoeg had om op te teren en wilde niet eten. Toen er in een flits een verzorgster naast haar bed stond, kennelijk in grote haast, werd soep beloofd en een toetje. Of ik haar intussen  naar de stoel wilde brengen. Ze praatte hard en in de derde persoon.

Bij het overeind helpen viel op dat schouders en armen pijnlijk waren bij het aanraken. Restantje van de val, maar ik kon niet zien of het blauw was. Met steun strompelde ze naar de tafel en stoel naast het bed. Zoef, daar werd het blad voor haar neus gezet, zonder de soep, die ze wel wilde, want dat was er alleen maar ’s middags en zoef, we waren weer samen. Een hap prei, de zurige saus, het niet weg te kauwen stukje vlees. Alles kwam gewoon weer retour op het bord, terwijl het gebit danste en rammelde. Ze schoot in een onbedaarlijke hoestbui. Ik besloot niet verder op te dringen. Als je je lamlendig voelt, dan is eten een brug te ver. Ik heb haar wat water gegeven en weer ondergestopt. Wilde nog wat vragen stellen en relaas van mijn bevindingen doen, maar de blauwe flits was in geen velden of wegen te bekennen. Het huis was verlaten op  dwalende dames in de gangen, met rolstoel of rollator, na.

stoneart.jpg

Thuis kwamen de voorbeeldkiezels tot leven als een lieveheersbeest, egel, of slak. en mocht ik afreizen naar het New York van de jaren zeventig in het boek van Siri Hustvedt waar de tijdsgeest door elkaar werd gehusseld. Dat gebeurde ook in het gesprek vanmiddag, waarbij we van het heden naar het verleden waren gevlogen en weer terug. Hoe hard ze had moeten werken toen ze nog een klein meisje was, het helpen bij de koeien waarbij ze, als jong kind, geen kracht had in de vingers om ze helemaal uit te melken, maar het toch moest en het ook deed. Iedere dag weer. Je wist niet beter. En repeterend: ‘We worden geboren om te sterven en dan zit er ook nog iets tussenin’. Over hemel of iets wat wachtte aan de andere kant: ‘Eerst zien en dan geloven’.

Een vos verliest wel zijn haren, maar nooit zijn streken. Ondanks de ellende toch wat kwinkslagen tussendoor en heimelijk gniffelend, toen de blauwe flits weg was, met een prikkend vingertje:’En luisteren hoor, denk erom’.

 

 

Uncategorized

En speelde haar eigen lied

Ach, wat een klein heerlijk oud stukje Utrecht zijn de drie straten achter de Oosterkade toch. Het kleine Maria Pallaes hof aan de Wulpstraat ligt er in alle rust en stilte midden in een bloemenparadijs van rozen, anemonen en grote struiken hortensia’s. De kleine blauwe prins stond bij Tolsteeg en het was een stief kwartiertje lopen naar het Louis Hartlooper maar op deze manier geen straf. In een opwelling had ik snel nog de paraplu uit de auto gegrist en dat was een helder inzicht. Vanuit  het niets, eerst nog een zonnetje, huilde de hemel loodrecht naar beneden op het laatste stukje van mijn route.

003

In het bioscoopcafé was het druk maar er viel altijd nog wel een plaats te bemachtigen. Ik zat tussen twee stelletjes, die elkaar klaarblijkelijk aan het verkennen waren. Innig verstrengeld en fluisterend, giebelend en zoenend. Ach ja. Door het gouden kalf heen keek ik naar buiten en ving een glimp op van vriendin. We hadden nog een half uur en de thee smaakte best. Koekje en chocolaatje erbij. De verwachtingen waren hoog gespannen. We hadden gereserveerd op rij vijf. Dat bleken meer mensen te hebben gedaan want in no time zat de rij vol en was de zaal nog half leeg. Naast me had een stel pinda’s meegenomen in een papieren kraakzak. Iemand in het midden van de rij zocht zijn toevlucht naar voren, waar hij het rijk alleen had. Eigenlijk hadden we hetzelfde moeten doen.

Wat volgde, in Birth of the Cool’  was een indrukwekkend verslag van het leven van de man die alles maar dan ook alles kon spelen omdat hij met ziel en zaligheid elke noot zuiver naast de andere plaatste. Zijn rauwe raspende stemgeluid, door de acteur Carl Lumbley voor deze documentaire geimiteerd, vertelde een deel van het verhaal. Nadat een goedaardig gezwel aan zijn strottehoofd was verwijderd,  was die stem de bonus, die Miles er aan had overgehouden.

We werden getrakteerd op een muzikale conversatie van het Miles Davis Quintet. Vraag en antwoord in een virtuoos samenzijn. Op zijn ongedwongen tijd in Parijs met de prachtige Juliette Greco en de allesomvattende vrijheid, die hij daar genoot als muzikant en als mens. Terug in New York City besprong hem het racisme en viel het rauw op zijn dak. Nooit had hij het schrijnender gevoeld, als na het warme bad overzee.

Zijn leven verliep grillig met diepe dalen  in de relationele sfeer en met zijn verslaving aan coke en alcohol. Het drukte een stempel op zijn sociale en muzikale leven en later ook op zijn optredens. Er waren periodes bij dat hij niet in beeld was. We kregen een overweldigende hoeveelheid aan informatie en dat beet zich vast in een overdracht, die net zo snel wende en keerde als zijn noten klonken. Ontzag voor de mens Miles met zijn gouden trompet, in alle opzichten waar het de muziek betrof en verbazing over de man Miles, zijn omgang met vrouwen en zijn zelfdestructie. Toch krabbelde hij iedere keer weer op om iets verheffends neer te zetten. Van tree naar tree, als in de liefde. Hij keek niet om maar op.

Naast mij kraakten tot twee keer toe andere noten tenenkrommend en toen een vriendelijk verzoek om compassie met het muziekgehoor van anderen niet werkte, werd een tweede keer afgestraft.

006

Er was ruimte en plaats genoeg in het hoge lichte café met zicht op de buitenplaats. Buurkat bracht afleiding. Ze mocht eigenlijk niet binnen maar bedelde dapper om kopjes en meer. We doken het leven van de jazzgeweldenaar nog eens in, schuurden die aan onze ervaringen en schaafden zijn vele misstappen bij. Iemand die zo vernieuwend kan blijven gedurende zijn eigen tijdpad is een hele grote. De regen kletterde koud op het glazen plafond, maar binnen was de warme vriendschap voelbaar..

007

Na het tweede rondje namen we afscheid met de belofte aan herhaling. Buiten klaarde de lucht en speelde haar eigen lied.

 

 

Uncategorized

Kom maar op

Het miezerde toen ik bij het kleine museum op het fort aankwam. Er huppelden al kinderen rond op het kleine plein. Hun haren dansten en de metalen hoepels, die ze giechelend in bedwang probeerden te houden, ratelden op de keien bij het voortbewegen van de stok. Aan de zijkant onder het afdak schuimde het water licht op in de zinken teil onder de zeepklopper. Het wasbord stond er al in. Ik dacht aan vroeger als we de klopper lieten dansen in het warme water en het schuim grote ronde bellen blies met een doorzichtig regenboogpalet. De vrouwen om de teil heen waren jonger.

hoepelen 1

Boven stonden de kinderen en mochten om beurten hun tien gram koffiebonen malen. Ze hadden ze eerst voorzichtig afgewogen op de oude  weegschaal met als tegenhang het allerkleinste gewichtje. Nu draaiden ze aan de slinger van de wandkoffiemolen aan de muur en probeerden niet naar de twee mombakkesen te kijken van de stramme poppen, die uitdrukkingsloos in de stoelen hingen.

leitje-e1569558043797.jpg

De jonge opa van een van de kinderen begeleidde het groepje. Hij ging speels in op hun opmerkingen. Verderop werd er op de leitjes geschreven met hele of halve griffels. Het kraste en piepte en vergde de nodige inspanning om de sierlijke letters op het leitje te krijgen. Opa stond achter de lessenaar en hield indianenverhalen hoog door te vertellen van de lat of het rietje, waarmee de meester op de vingers sloeg als het een knoeiboel werd.

Bij het naar beneden stommelen verzuchtte een meisje: ‘Bestond zo’n oude school maar echt, dan wilde ik daar naar toe’.

wasbord

Ook deze groep kinderen boende de poep, hilariteit om de aangelengde speculaas, uit de luiers en ik deed voor, puntje bij puntje en nog een keer dubbel, hoe ze uitgewrongen werden. Wat was het leuk om alles te begeleiden. Na gedane arbeid was het zoet rusten en het wachten was op de volgende groep, maar die had zich afgemeld. Er waren geen auto’s genoeg. Wat een pech voor die kinderen en wat een pech voor mij.

Alle attributen werden opgeborgen.  De waslijn, het springtouw, de hoepels, de geteerde katrol en de steltlopers werden beneden gestald. De koffiebonen, het koffieblik, de puntzakken, de leitjes en de griffels gingen terug de doos in. De klok tikte door, maar de tijd stond weer stil tussen de zwijgende getuigen van weleer. Buiten was het opgehouden met zachtjes regenen.

Thuis wachten de kiezels om schoon te boenen en te drogen. Straks moet er acrylverf komen en kwasten om voorbeelden te schilderen voor het  het oogstfeest op de tuin van aanstaande zondag. Naar aanleiding van hun grillige vormen kies ik voor de vrije hand: ‘Kijk naar de kiezel en zie het beest’. Een drakenkop of een slang, een lieveheersbeestje, een vlieg. Er trekt een wereld aan beesten voorbij in de handvol kiezels uit de grote zak. Ik moet er nog veel meer naar boven sjouwen en wassen. Stukje bij beetje, dan breekt het lijntje niet.

Een app van wolkenwietje. Morgen film? Ja graag. ‘Birth of the cool’ een documentaire over Miles Davids. Met de regen en de kou breekt een heerlijke tijd aan van het elkaar vinden in die andere werelden. Film en boeken. Nog even een week of wat nazomeren en dan herfst en winter en zeeën van tijd om er in onder te dompelen. Kom maar op.

 

 

Uncategorized

In de luchtballon

Men had gewaarschuwd voor ernstige verkeersproblemen door wegwerkzaamheden voor de komende zes weken, maar gelukkig ging dat vrijdag pas in. Ik kon in een keer doorrijden en genieten van een dappere poging van de zon om door het grijze wolkendek heen te piepen.

004

Bij de automaat die de uniformen langs een dunne lijn naar beneden liet zakken, stond een lange rij tot in de gang. Een automaat was buiten werking. Geduldig bleef iedereen staan wachten op zijn of haar beurt. Op de afdeling was er al volop bedrijvigheid en de eerste mensen druppelden binnen voor de dagbehandeling. Het was kwart over acht.

Met de post kwam een rouwkaart binnen. Op de buitenkant stond een grote foto. Ter plekke, realiseerde ik me, dat er steeds en veelvuldig kaarten binnen zouden komen. In de zusterspost was er een speciale hoek gemaakt voor overlijdensadvertenties. Hier viel het leven, de kwetsbaarheid, het lijden en de dood samen.

Ze zat op de stoel een tikje scheef weggezakt en wachtte op het te verschonen bed. Tanig gebruinde huid. Ze staarde verlangend naar buiten. Zon en zomer waren verder weg dan ooit. In de kamer naast haar zat mevrouw adelijk bleek en had een enorme bloeduitstorting op haar hand. Ze vroeg of ik de vlek even weg wilde poetsen. Nee, niet met een droog gaasje natuurlijk, een beetje water erop en dan wrijven. Mevrouw was duidelijk gewend orders te geven. Ze wilde niet verder eten en goot alsnog het laatste slokje van de thee over de bloes heen. Ze dacht dat ze maar weer eens op zou stappen. ‘Wat vind jij’, vroeg ze me, ‘Of zou ik nog even blijven zitten’. ‘Ik zou nog even blijven zitten ‘, zei ik. Vraag en antwoord herhaalde zich nog drie keer. Het verse, warme kopje thee was een welkome bliksemafleider toen de focus weer naar het bekertje ging.

In de behandelkamer zat een bleke man te trillen. Zijn vrouw kwam voor de behandeling, maar hij voelde zich allesbehalve goed. Hij had nu hard suiker nodig en de lichte paniek was voelbaar. Eerst thee met dubbel suiker, toen limonadesiroop. Langzaam trok hij bij en verdween de bezorgde blik in de ogen van zijn vrouw.

Ze liep in de gang te zeulen met een grote weekendtas. Ze mocht naar huis, had ze even daarvoor vertelt. Ze liep alleen. ‘Zal ik de tas even dragen’, vroeg ik. ‘Maar hij is te zwaar’ protesteerde ze. ‘Ik zet je met tas en al in de lift, dat scheelt weer een stuk’. Ze laat het zich aanleunen. Alleen zijn vormt stoer, maar steun is soms zo fijn. Het was het tegenovergestelde bij de man en vrouw die samen binnenkwamen. De man bleef nauwlettend om de vrouw heen draaien en reageerde op elke beweging. Op een vraag naar koffie of thee antwoordde hij ontkennend voor haar. Toen hij weg was, wilde ze tomatenbouillon op halve sterkte. Zo reeg de ochtend zich aaneen. Een snoer van grote en kleine verhalen, elk met een lading. Toppen van de ijsberg.

001

Schoonmoeder zat te dommelen op de stoel. Haar haar was verward, ze had de bril niet op en schudde het hoofd over moe worden van het niets doen. Maar toen zoonlief en ik grapjes maakten en schalks ingingen op haar opmerkingen, bleek het vliegen van gisteren in een luchtballon te moeten en kregen de verhalen  een luchtiger wending. ‘Of ze de honderd haalde’ was de vraag. Nog maar drie jaren. Wat is drie jaar op een heel mensenleven. Met de bril op zwaaide ze ons uit. Buiten ontwaarde ik een prachtige geschubde inktzwam

In de auto draait zoon ‘Man in nood’ van Willem. Vier of vijf nummers komen voorbij met indringende teksten. Een leven in een notendop. De top van de ijsberg en al het leed dat eronder ligt. Verwerken van een crises doet ieder op zijn eigen manier, Respect voor de man met zijn mooie tracks, respect voor de vrouw met de zware tas, respect voor schoonmoeder in de luchtballon.

Uncategorized

Wie weet

Het is 4.18 en ik lig al te woelen en te draaien vanaf drie uur De beste remedie tegen slapeloosheid is schrijven. Zodra ik daar mee bezig ben, stopt het denkwerk in mijn hoofd. Mijn schoonmoeder is een beetje aan het kwakkelen. Vorige week is ze gevallen en later pas gevonden. Daardoor heeft ze een lichte longontsteking opgelopen. Ze is tot nu toe altijd vief en goed gehumeurd geweest. Had er nog wel zin in, ook al was ze al een jaar of dertien weduwe. Ze deed graag mee aan de activiteiten in huis, thee en koffie drinken met vriendinnen, glaasjes citroenjenever of witte wijn nippen met de kinderen tijdens feesten en partijen.

015-2.jpg

Maar nu is ze ziek. Dat betekent afhankelijkheid, slap als een vaatdoek in bed, afwachten wie er langs komt. Dan komen de sombere gedachten aanvliegen. Wat doet ze hier nog. Oudere mensen moeten plaats maken voor de jonkies, eigenlijk zou je weg moeten kunnen vliegen, hup de lucht in. Ze mompelde het allemaal, toen mijn dochters bij haar op bezoek waren.  Ik zag het al voor me. Moe die met haar korte ronde lijf in een zucht de wolken invloog, eerst nog een laatste rondje , een pirouette in de lucht en dan dwars door het wolkendek  naar de hemel. Daar wil ze vast naar toe, schat ik in.

Met bijna een eeuw heb je aardig uit het leven gehaald, wat er in zit. Ze heeft  De crisisjaren in de jaren dertig overleefd, een oorlog overwonnen, de rebellie van de jaren zeventig, de economische groei van de jaren tachtig, het millennium gehaald en in haar weduwebestaan de krenten uit de pap gehaald en de room op de taart gekregen.

Nu gaat het allemaal niet meer vanzelf. De afleiding valt weg  en dan begint het grote piekeren. Veel mensen die ze kende zijn haar voorgegaan, kinderen hebben haar ingehaald. De wereld wordt leger en de dagen duren voort.

Door mijn hoofd spookt al een paar dagen het lied van De oudjes. Les vieux van Jaques Brel door Ernst van Altena zo treffend vertaald. ‘Hun huis geurt: witte was/Lavendel, koperpoets/En ’t werkwoord van weleer’  geeft prachtig weer, dat  een been staat in vroeger en een been in het heden. Tijd gaat als los zand door de vingers, trager, langzamer het tempo. De klok die dagen langer tikt dan wenselijk. De wankelheid van het bestaan ligt besloten in ‘Vallensbang zijn en toch vallen‘. Het is haar overkomen en nu draagt het zijn wrange vruchten, want de schil van het goede leven is dun. De scheidslijn is kwetsbaar. Daarom wil ze de lucht invliegen, lichter worden, doorzichtig en wegzweven. Zonder pijn, zonder weet hebben van leed en verdriet, zonder de ondraaglijkheid. Straks als ze de longontsteking te boven komt, de zon weer schijnt,, de lucht geklaard is, kan het zomaar anders zijn. Voorlopig trekt de herfst haar de winterdagen in en ziet de vermoeide blik de uitbundige kleuren niet meer door dichte gordijnen en het bevend gemoed.

De kinderen en kleinkinderen zijn paraat en iedere dag is er wat afleiding, al was het maar om stoom af te blazen. Te laten weten dat er van haar gehouden wordt en daarmee de druk van de ketel te halen, het lijden lichter te maken. De klok tikt door, maar die van haar stond even stil. Als het aan de kleinkinderen ligt dan mag ze even vliegen en dan weer terugkomen. Ze hopen op een pirouette door de kamer. Wie weet…

 

 

Uncategorized

Leerzame levenslessen

Het thema van de kinderboekenweek is ‘Reis mee’. De leukste reis, die ik dit jaar gemaakt heb, was ‘De grote reis’ van Judith Nab. Er stond een bus naast het theater en wij, volwassenen, mochten er voor deze keer ook in.

007   014

Normaal gesproken was er slechts ruimte voor één groep en de juf. In een tijdsbestek van 35 minuten trok de wereld aan ons voorbij. De bus trilde,  gromde, remde, stond stil, trok op en wij reisden mee. Voor onze ogen ontvouwde de aarde zich in bergen en rivieren, in zeeën en woestijnen. Niets was te dol. Toen we de eindbestemming hadden bereikt had ik een transformatie ondergaan. Niet de wereld in de bus was naar mijn beleving irreëel, maar het koude winderige centrum, waar we ons bevonden.

016  009

Judith was als kind een half jaar lang met haar ouders en broers op een grote reis geweest en liet zich daardoor inspireren. samen met haar vader Dick Nab maakte ze de tekeningen en animaties.

Reizen in boeken is me niet vreemd. Zodra het boek je bij de lurven grijpt of bij de kladden ben ik verkocht. De omgeving vervaagt ten dienste van de beelden die de woorden oproepen. De hoofdpersonen komen tot leven, het landschap ontrolt zich, helder en duidelijk en ik wandel mee met Gulliver, met Alice, met Remi, met de kleine Prins. Geen land is me vreemd. Een heel leven lang verzamelen we beelden, waaruit we te allen tijde mogen putten. Een rijke schakering, een bron die nooit opdroogt.  Zelfs in dromen zijn die beelden helder en tot in de details uitgewerkt. Voorwerpen die ik nog nooit in mijn vingers heb gehad, maar die wel gestalte krijgen.  Een kreeftmagneet bijvoorbeeld, met trillende scharen en gekrulde staart, ragfijn uitgevoerd in koraal en zilver. Ze kwam gisteren in mijn slaap voorbij en ik herinner me vooral mijn opgetogen verbazing over de schoonheid ervan.

192Jan Sluyters

Er zijn lange reizen bij en ultra korte, maar ook tijdreizen dwars door alle lagen heen, realistische of fantastische reizen. ‘Reis mee’ is reizen in je luie stoel voor de boekenkast, maar ook reizen in het museum, in het theater, bij een concert. Een doek wat je meevoert naar het oude Griekenland, een theaterstuk dat de middeleeuwen leven in blaast, een beeldhouwwerk dat je meevoert naar China. In muziek komen al die beelden samen. Ze varen op de klanken, vullen je hoofd en je zintuigen tot in elke vezel. Wij zijn gemaakt om te reizen.

We fietsen mee met het kinderboekenweekgeschenk ‘Haaientanden’ van Anna Woltz. Om het te kunnen beschrijven is ze zelf rond het Ijsselmeer gaan fietsen. In totaal heeft ze negen uur gefietst. Daardoor wist ze precies wat haar hoofdpersoon heeft gevoeld en gezien en werd het boek een beleving en geen maaksel.

Het kinderboek dat me zeer recentelijk raakte, is het boek van Ferm van Thirza van Schie. Het verhaalt over het jongetje Ferm, die in uitersten leeft. Hij kan heel boos worden en heel verdrietig, zijn ideeën zijn heel groot. Hij doet nooit iets half. Een temperamentje heeft Ferm en dat wordt niet altijd gewaardeerd. Hoe gaan we daar mee om. Zijn ze dan lastig, of ligt de oorzaak dieper. Ons opgeplakte predikaat ‘lastig, druk, lui, dom’ vormt het kind, want het zal er op reageren, ontkennen, nog bozer worden en nog verdrietiger. Het is goed om je dat bewust te zijn en de golven van emoties op de juiste waarde te schatten. Als je op de toppen leeft, zijn de dalen net zo diep.

Buiten alle fantastische reizen om dus ook een reis door de persoonlijkheid. Door die van Ferm en door die van mij. Wat is mijn reactie op boos en ondeugend, vanuit welk licht beschouw ik het. Stof tot nadenken en leerzame levenslessen.

 

Uncategorized

En zo is dat

Gisteren zwaaide ik betraand de kinderen uit. Niet door emotie overmand, maar het was het resultaat van het wegtrekken van het onkruid. Kennelijk had er iets tussen gezeten dat direct alle slijmvliezen en traanklieren in opperste paraatheid had gebracht.

019.JPG

Wat een koddig gezicht, de drie schatjes met helm op. Sportief om te komen fietsen. Het bleek altijd nog een kilometer of zeven. Ik was blij dat ik in een opwelling gauw alle resten van een losbandig leven uit de koelkast had geplukt. Er was kaas, toost, biologische perensap en houmous. De tweede kleinzoon ging onmiddellijk tussen de bramenstruiken kijken en stopte zijn zwarte schatten in het inmiddels lege kaasbakje.  Het was een schrale oogst.

Het tweede lot van de voetbal-loterij was voor mij. Oma bleek goed voor vier loten onder begeleiding van glunderende snoetjes. Daarmee werd het sein gegeven om op zoek te gaan naar meerdere slachtoffers. Sans gêne struinden ze de tuinen af. Met een resultaat van negen loten. Kusjes, knuffies en daar gingen ze weer. Zwaaien door de tranende ogen heen.

In een blog van een lieve zielsverwant lees ik over de angst voor de gaten in het geheugen. Als ik iets vergeet, komt het door gebrek aan focus. Twee of meer dingen tegelijk willen doen. Ik merk  het bijvoorbeeld met koffie en thee schenken in het ziekenhuis. ‘Suiker en melk’ is altijd de vraag. Als ik op dat moment meer let op de manier waarop men reageert, hoor ik het antwoord nauwelijks. Ik dwing mezelf om eerst te luisteren en dan pas te kijken.

De oude heeft een geheugen als een olifant. Hij vergeet niets, helaas. Elke misstap, een van hem gekregen horloge doorgegeven aan mijn dochter, de kastanje gekregen bij een verjaardag en niet gebruikt, bestek dat hij me ooit schonk en nu mist, achtervolgt me al mijn hele leven.  Hij schroomt niet het voor de voeten te gooien. Het heeft dus nadelen en voordelen.

In de blog wordt een gedicht aangehaald van Geert de Kockere:

Er zitten gaatjes
in mijn verstand.
Van het vele piekeren
over onbegrijpelijke dingen,
mezelf nog het meest.

Maar ach, al bij al
is het best wel handig,
zo’n kop vol gaten.
Er kan dan af en toe
een frisse wind doorheen …

Het slaat de juiste toon aan. Luchtig en met humor. Piekeren en tobben verdringen andere zaken. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, glimlacht het verleden. Alles waar je je druk om maakt is verloren energie. En nog een: ‘Angst is een slechte raadgever’. Ze wisten het ons zo mooi te vertellen. Er zit een kern van waarheid in. De oplossing voor vriendin blijkt een geheugentraining te zijn. Waarbij inderdaad focus en bewust handelen drijfveren blijken, naast gemoedsrust en beweging. Aan de andere kant is het schrijven van een blog ook een mooie training. Ik hou veel meer vast van vroeger, van nu, dan ooit. Doordat ik erover schrijf en er een woordbeeld opplak. Met studeren deed ik precies hetzelfde. Hele schriften schreef ik vol met leerstof. Zodra het op papier stond, zat het in mijn hoofd.

IMG_0213.JPG ‘Beren op de weg’

Af en toe gooi ik bewust een deur dicht, dan rommelt er teveel door elkaar. De emotie probeer ik los te weken, waardoor piekeren denken wordt en in het beste geval filosoferen. Door de angst worden ‘beren op de weg’ steeds groter en dreigender. Mijn motto: ‘First things first’ heeft me geholpen bij de les te blijven. Eerst het een en dan het ander. ‘Je kan geen ijzer met handen breken’ fluisteren ze over mijn schouder heen. En zo is dat.

Uncategorized

In de ware zin van het woord

Zon en zoeven over verlaten boerenwegen. Meer is er niet nodig om tot rust te komen. Rechts ligt het Noorderpark met haar paden en bebossing en links de weilanden met achteraan grote kassen in een begrenzing van de bospartijen bij de Maarseveense plassen. Recht voor mij molen de Kraai en de toren van Westbroek. Dat kleine dorp verzonken in het veen, met haar plassen en grasland. Tegenover de molenpolder zijn de woonparken, waar ik op kraambezoek zal gaan. Nog net heb ik de laatste plek op de parkeerplaats veroverd. Ik moet bij het derde perceel zijn. Vlaggetjes van vreugde wijzen de weg.

Het wordt een weerzien met het verleden en het heden. We halen herinneringen op. De goede oude tijd, afghaanjassen, patchouli en musk, toen we elkaar nog dagelijks tegenkwamen. Wij als jonge moeders in vergelijk met de moeders van nu. Alles kon en alles mocht. Nu zijn er regels en ligt het zoveel meer aan banden. Maar wij, als wijze oude vrouwen weten onze plek. Een eigen visie op kinderen is zo waardevol en vooral de ruimte daarvoor.

Het kleine schattige bolletje wordt dicht tegen het lijf van moeder gehouden. Als het mutsje af gaat is er een koppie vol zwart haar. Vertederende garnalenvingertjes maken een vuist, bungelende kleine voetjes, babygeur. Ruimte te over voor een grootschalig kraambezoek in de grote tuin. De driezitsbank is wijselijk naar buiten gehesen. Heerlijke appeltaart en rozenwater. De versbakken ouders, oma’s en opa’s glunderen. De zon zet alles in een feestelijk licht. Als ik halverwege afscheid kom nemen, zit moeder met kind in de luwte van het kleine kamertje en gulzig drinken ze de voelbare liefde in.

guusje.jpg

Terug naar de auto gakt een eend een uitbundig vaarwel en waggelt aan wal. De prachtige cyclus van het leven houdt me nog even bezig. Wat fijn om nicht gelukkig te zien, wat heerlijk om straks weer nieuwe ontmoetingen te hebben met een afspraak die staat.

Op het voetbalveld, net op tijd voor de tweede helft, zie ik zoonlief zich in het zweet rennen. Ooit heb ik geprobeerd zo’n voetbalveld al rennend over te steken, toen ik nog op en top en jeugdig was. Zelfs toen haalde ik het niet. Respect voor de mannen en het harde werken. De beloning een gelijkspel.

Jacobine sneed in haar programma op televisie  een interessant probleem aan. Wat zijn de gevaren van een moderne spiritualiteit. Ik denk terug aan de keer dat ik een weekend meeliep met een seminar van Landmark, waarbij ik verbaasd was om te zien wat de bijeenkomst met mensen deed. Men beriep zich op het aangaan van de commitment en keuzes, maar nergens kon ik de vrijheid in diezelfde keuzes ontdekken. Er werden opdrachten gegeven, die ver buiten mijn grenzen lagen en ik wist toen al, dat dit niet het pad was dat ik moest bewandelen.

Aan tafel bij Jacobine zat de filosoof Stine Jensen, de advocaat Samuel Vermeulen en spiritueel leraar Hans Knibbe. Samuel was zelf een kind van Bagwan-ouders. Er vond in de ashrams emotionele verwaarlozing plaats van de kinderen, doordat ouders zo op zichzelf en hun geestelijk leider gericht waren. Hij is later teruggegaan naar de Ashram en vond er tot zijn verbazing voldoening. Het is de gemeenschapszin waar we naar op zoek zijn in deze tijd. De vraag is of we er een leider bij nodig hebben.

IMG_1126

Een volkstuinencomplex schept een band. Het doet letterlijk aarden. Een goede werkkring heeft dat, een sportvereniging, muziek, kunst, gelijkgestemden in de natuur, een familieband. De gemeenschappelijke deler in voelen, ervaren, ondervinden is rijker aanwezig dan soms lijkt. Samen met anderen blijf ik streven naar  een eigen visie op het leven en het geven van ruimte in de ware zin van het woord.

 

 

Uncategorized

Alleen in het donker kan je het licht zien

Wat is er leuker dan bij thuiskomst een bloemetje op tafel en in de koelkast twee doosjes kaas en een fles wijn te vinden van zoonlief met, bijna het aandoenlijkst, twee lieve kattebelletjes erbij. Dan smelt het moederhart.

 

Het was een lange dag geweest met de hele dag schilderen en daarna een bezoekje aan dochterlief, die onbestorven weduwe had gespeeld deze week, omdat manlief op visvakantie was met zijn vader en broers. Jongste spruit was uitgerekend deze week een beetje koortsig en kleinzoon was bij een vriendje spelen. Die gingen we ophalen. Het aloude liedje van spelen bij elkaar om aan het eind, als moeder op komt dagen, gestoord te worden in een spel. Te moe om met de teleurstelling om te gaan, duurde het even voor hij zich weer in kon stellen op de volgende, niet minder leuke, stappen.

054

Vanmorgen een appje dat hij het zo leuk had gevonden met mij in de Bobo te werken. Onze kleine professor had de juiste drive te pakken en vond het geweldig. Ik kwam ondertussen een beetje bij van de hele dag zitten turen op het kleine stappenwerk om de huid bij te werken tot ze acceptabel werd en steeds minder doods eruit zag. De groeven werden aan gezet met een puntje alizarin crimson lake, tipje ultramarijn en een snufje rauwe omber. Het is chemie al wat de klok slaat. Langzaamaan werd het beter, al moet er nog veel gebeuren aan mond, haar en wenkbrauwen. Over twee weken zetten we de laatste puntjes op de i. En dan mag ik kiezen. Een landschap of een dier

Een belletje van broer. Hij en schoonzoon stonden voor het hek bij de tuin, want ze wilden de kachel aansluiten in de Bernagie. Normaal is er altijd wel iemand, maar het hek was dicht. Wat zou het fijn zijn als de kachel weer kon branden in mijn paradijselijke onderkomen. Wat een fijne mensen zijn er toch.

059.jpg

In de Zin van deze maand stond een artikel over met pensioen gaan en een over ‘Later als ik groot ben’. Een van de mensen, die reageerde, was een man van 84 die zijn leven opnieuw zou willen leven. Alle gelukkige momenten nog eens mee maken en alle fouten vermijden. Hij zei het mooi:‘Vanuit de schaduw van de hoop naar de sterren van de hemel, naar een mooie toekomst’. Hij haalde een filosoof aan, die gezegd zou hebben: Alleen in het donker kan een mens het licht van de hemel zien’.

Ik gooi het in mijn denktank en ga er eens goed op kauwen. Want er zijn meerdere betekenissen uit te halen. Het is maar net vanuit welk ‘licht’ de mens het leven beziet. Tegelijkertijd vraag ik me af of voor mij hetzelfde zou gelden. Sla je andere wegen in, als je vooraf weet wat de opbrengst is? Misschien maak je dan juist hele andere keuzes en zou je een andere weg ingeslagen zijn. Kom je dan nog uit bij waar je nu bent.

Overdoen is het ontwijken van de beslissingen die genomen zijn. Maar elke ‘mislukking’ heeft bijgedragen tot een volgende stap, die misschien wel de eer en de glorie van deze 84 jarige man heeft gebracht. Zonder fouten geen leerpunten, zonder leerpunten geen nieuwe inzichten, zonder nieuwe inzichten geen vooruitgang.

Ik hou het maar bij dit onvolmaakte, maar liefdevolle leven. Het is niet groots in dromen maar verfijnd en haalbaar en van iedere dag. De hobby’s, de Bernagie en haar omhullende paradijs, de fijne vriendenkring, de lieve familie en vooral mijn zussen en bovenal de kinderen en kleinkinderen en de wetenschap dat ik het leven heb doorgegeven aan al die mensen en kinderen die een tijdje met mij meegewandeld zijn.

Het leven is de droom zelf en zoals hij zegt; Alleen in het donker kan je het licht zien.

 

 

 

Uncategorized

Mea Culpa

Gisteren ben ik finaal de fysiotherapie vergeten. Gewoon kalmpjes aan gedaan en naar de tuin gegaan. Daar was het eerst nog een beetje fris, maar toen de zon doorkwam was het heerlijk toeven. Het hek van de lathyrus boog onder de bloemenpracht. De appels erachter waren rijp en van de buuf, dus ze moest ze maar eens komen plukken. Met het gemaaide gras zag de tuin er weer uit als een plaatje, al zag ik hier en daar de brandnetels weer omhoog schieten. Geen probleem, daar was later tijd voor.

014

Voor het schilderen had ik  niet het juiste medium op de tuin. Die er stond probeerde ik tegen beter weten in. De scherpe geur dreef me de Bernagie uit. Even luchten. Bovendien wilde ik naar de ooievaar kijken die groot en statig boven het veld zweefde. Ze cirkelde naar beneden. Even verderop stond er nog een tweede. Het was feest op het weiland, want de grote trekkers hadden net gemaaid en de kikkers ijlden zich naar een veilige plek. Een buizerd schoot ook naar beneden. Kraai zat achter hem aan. Samen waren ze flink aan het bakkeleien.

ooivaar

Toen ik terugliep en genoot van de bloemenpracht van de buren stond de buurman van de overkant bij zijn compostbak en groette vriendelijk. We hadden elkaar al een tijd niet gezien. Een heerlijk gesprek over de weidevogels, de natuur in het algemeen, grassoorten, veengronden, het leven en het ouder worden, de kunst en alles wat daar tussen lag, volgde.  We namen afscheid met een belofte om samen een keer in het veld te tekenen. Hoewel hij meer grafisch was bezig geweest en nog veel tekende, wilde hij weer gaan schilderen. Dat schepte een band. Hij had het idee om, net als ik, een bouwkeet of iets dergelijks op de tuin te zetten, als het fundament er klaar voor was.

Even later kwam de buuf aan fietsen. We plukten de appelen. Het was net op tijd. Een was er al helemaal aangevreten door de woelmuizen, die keurig net hun gangetjes tot aan het hek hadden gegraven. De buuf zou appeltaart bakken met haar oogst van acht stuks.

Ik wandelde naar de achterbuurman, die aan het begin van de zomer vlak voor zijn huis in elkaar was geslagen. Hij was zich zichtbaar aan het verbijten over het onrecht, dat er voor gezorgd had dat de vakantie met zijn dochter niet door kon gaan en hem zwabberbenen had gegeven. Als hij het over zijn belagers had, stuwde de gedachte de tranen op, die hem hoog zaten. Het verhaal was deerniswekkend. Eerst moest hij die woede kwijt, want anders kon hij niet door. De tuin was een grote wildernis, omdat hij er de hele zomer niet had kunnen werken. Er was voor aankomende zondag acht man geregeld om hem te helpen zijn huis op te bouwen, zodat hij vandaar uit stap voor stap verder zou kunnen.

006.JPG

Toen ik de Bernagie sloot, stond de overbuurman net op het punt om weg te fietsen. Ik kon hem de Kardoen wijzen, die in het gesprek ter sprake was gekomen en aan de overkant hoog boven de andere planten uit torende.

Thuis stuurde ik de fysio een beschaamd Mea Culpa.