Uncategorized

Haar dagelijkse ochtenddutje

De zon opent glorieus haar gordijnen voor deze nieuwe dag. Opnieuw vroeg uit de veren omdat vandaag het tweede doek voor zoonlief, die van B.I.G. de rapper, ingelijst wordt. Dat betekent de kleine filosoof, kleindochter en dochterlief om tien uur voor de deur. Het etentje gisteren was in goede aarde gevallen. Zoonlief zat te smullen en de Benjamin maakte alles schoon op wat nog restte. Fles Sauvignon en een zak met kraak voor mij. Lief. Ajax won met 2-1 van Lille. Zijn avond kon niet meer stuk en de mijne natuurlijk ook niet.

Daar zijn de twee wiedkrukjes

Het dagje rust heeft goed gedaan. De knie heeft inderdaad mijn geplof op het wied-krukje moeten bezuren. Dat zijn dus de kleine dingen, waar vanaf nu zorgvuldiger op gelet zal worden. Zo leren we vanzelf bij. Iedere handeling op de automatische piloot bijgeschreven als leerpunt.

https://www.npostart.nl/de-geknipte-gast/24-02-2021/BV_101404725

Vanmorgen vroeg heb ik voor de ochtend-hazenslaap ‘De geknipte gast’ teruggekeken. Özcan Akyol in gesprek met Frénk van der Linden. Een indringend verhaal dat begon met het voorlezen van een passage uit zijn boek: ‘En altijd maar Verlangen’ met als ondertitel ‘De liefdesoorlog van mijn ouders’.

De vragen die Özcan stelde waren recht op de man af en beiden, zowel bij de vraag als het antwoord, keken lang en indringend elkaar aan bij elke zinsnede. Ook stilte kan veelzeggend zijn. Het was een verhaal van verliezers. Geen van de hoofdpersonen uit dit gezin waren als overwinnaars uit de strijd gekomen. De moeder koos op een gegeven moment eieren voor haar geld en verliet haar kinderen en de man, van wie ze zei: ‘dat hij nog liever onder zijn vrachtwagen lag dan onder haar’. Deze relatie werd gekenmerkt door leed, er was een minnaar in het spel, de vader kon niet op tegen de geestelijke mishandeling van de moeder, een scheefgegroeid gezin. De kinderen waren door de verdwijning van hun moeder kwaad op haar en wilden geen contact. Tien jaar lang had haar zoon haar in de ban gedaan, maar achteraf spijt gehad als haren op het hoofd. Moeder, vader en kinderen hadden een flinke knauw gekregen door alle gebeurtenissen en zo erg dat alles wat met ‘voelen’ of ‘huilen’ te maken had, naar een verre uithoek was gegleden.

Zijn gevoel raakte zodanig geblokkeerd dat zijn twee eerdere relaties mislukten en wat nog belangrijker was, het bleek onmogelijk om zichzelf te omarmen. Heftig om te horen. Het contact met de moeder herstelde zich wel en resulteerde elke maandag per week in een etentje bij de Chinees. Op de terugweg van een van die avonden zei zijn moeder tegen hem: ‘Ik denk dat jij er altijd al was, allang voordat jij in mijn schoot viel en ik noemde dat verlangen’. Frénk vond dat pure Poëzie.het betekende dat ze altijd van hem gehouden had. Totale onvoorwaardelijke liefde. Özcan vroeg zich af of hij daar dan niet nog somberder van werd, maar Frénk was er veel positiever over. Een indringend interview. Twee mannen op anderhalve meter tegenover elkaar in die prachtige ouderwetse barbier-stoelen van wit en rood skai, het glimmende chroom, alles in tweevoud gespiegeld. Indrukwekkende manier van filmen met de zwart/wit beelden in detail er tussendoor.

Het is zo spijtig, dat er door een onervarenheid, een onbewust besef van wat het kind wordt aangedaan, dergelijke stappen worden gezet. Het broddellapje met een hoge prijs, de kans verkeken om het ooit weer over te doen. De boosheid om het weggaan van de moeder gevoed door het grote verdriet van de vader met ten leste de wetenschap dat de keuze weg te gaan eigenlijk het allerbeste was en dat het verdriet omgezet in woede niet nodig was geweest. Door de jaren heen verzachtte alles wat een vlucht genomen had en was er een verzoening die resulteerde in een hersteld contact met allen.

Daar zou een mens toch best wel eens een toverstokje voor willen gebruiken. Om de pijnpunten uit het verleden weg te nemen en de harmonie voor allen, ook al ben je niet meer samen, recht te breien. Er zat een ‘eind goed al goed’ aan het verhaal, maar dat bleef hangen in een opmerking, die en passant gemaakt werd door Frénk. In de droom die volgde kwamen de schrijnende items in vlagen terug.

Een van de vele ochtenddutjes

Pluis kwam me wekken, nestelde zich op de sprei ter hoogte van de knieën en vleide haar kopje tegen het bergje. Warm en uitgebreid begon ze aan haar dagelijkse ochtenddutje.

Uncategorized

Afwachten maar

Een opsekopse donderdag door het telefoontje van zoonlief. ‘Ik kom er over een half uurtje aan’. Dat betekende in stroomversnelling de ochtendrituelen, kamer inspecteren, zwabberen, ruimen. Ziezo, puf puf, klaar voor de ontvangst. Weer een telefoontje. ‘ Zullen we gaan wandelen’. De zon scheen uitbundig, alles tjilpte lente en de coronaveiligheid was gewaarborgd in de frisse buitenlucht met deze fysio-zoon. De kleine zat in een oogverblindend neon-oranje in zijn wagen en hield de bal vast alsof hij ’s werelds grootste diamant in de vingers had. Heerlijk zonnig speeltuinweer en bij de vakantievrije scholen schommelde de wind zachtjes heen en weer en hing de basketbalkorf er doelloos bij. De bal mocht los en de kleine voetballer erachter aan. Zijn taalrepertoire bestond uit bal, goal en papapapa, soms zei hij iets wat verdacht veel op mijn naam leek. Het dorre gras op de tegels in plukken, een slappe variant van het tumbleweed in een verlaten Texasdorp, was het ook waard om nauwkeurig bekeken te worden. In de mond steken ging toch een brug te ver. Zand erover. Om twaalf uur waren we uitgespeeld en slenterden weer op huis aan. Luchtkushanden en een luchtomhelzing, tot gauw, tot later, een gestolen zoen op de krulletjes. Dag lieverds.

Gisteren waren de drie van dochterlief al op de tuin geweest. Ook buiten, ook op afstand, schoonzoon achter in de tuin, want hij was heen en weer geweest voor zaken naar Frankrijk. De knikkers van de Plus lagen in hun papier op tafel, een stapeltje gespaard, dankzij een oudleerlinge die bij de Plus een en ander regelde. Als je knikkers hebt schreeuwen ze om een knikkerbaan. Het was echter gras, gras en nog eens gras, wat de klok sloeg. Dat schoot niet op. Zelfs het straatje had een wintervacht gespaard. Dochterlief begon enthousiast te trekken aan wat pollen. De kleine ondernemer schoot direct bij. Vond het leuk werk en wilde een lange baan, vooral toen er een tegelsteker en een schepeltje(niet over de tegels, jongens) aan te pas kwam.

Dribbel functioneerde als stoorzender en als kleine dwingeland. Zijn ‘ Nee’ werd kracht bijgezet met een stokstijf nagelen op de plaats, armen voor de buik over elkaar gevouwen en hoofd tussen de schouders, de mondhoeken omlaag en een diepe frons boven de ogen. Nee dus. Met een stoffer, die tussen de weerbarstige armen werd geduwd was hij even afgeleid, maar daarna moesten er toch weer wat grenzen worden onderzocht. Tot hoe ver kan je gaan als kleine dribbel. Zodra hij een muziek op de telefoon van zijn moeder mocht luisteren en het leven een dansante wending nam, was het leed voor een poosje geleden. Tevreden wiegend maakte hij pas op de plaats.

Onder alle grassen kwamen de oude klinkertjes terug en in volle glorie. Waar een knikkerbaan al niet goed voor is. Het knikkeren was leuk. De oudste was er klaar mee na een potje, maar toen dochterlief mee ging doen, de Knikkerkampioen, werd zijn broer steeds enthousiaster en zelfs bij het verlies van een potje blonk er slechts bewondering voor de kunsten van zijn moeder in de ogen.

Het laatste stuk van het straatje hadden we laten zitten, maar na het uitzwaaien raapte ik de moed bij elkaar en ging zelf aan de slag. Helaas koos ik onnadenkend het wiedkrukje uit, dicht bij de grond en handig, maar niet voor het doorbuigen van de knieën. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Zo snel gaat dat dus.

Het is vandaag de dag van de zonen. Straks komt de andere helft van de tweeling eten, vroeg want voordat de wedstrijd van Ajax zou aanvangen. Een lievelingsgerecht. Simpele groene groenten, rijst en een kippendij. Niet teveel saus, maar de pure smaken. Hij weet wel wat lekker is. Vandaag is verder dus een verdiende rustdag. Tijd om ‘Het geheim van de Meester’ en ‘Ruben Terlou zijn zoektocht naar de Chinezen in Nederland’ te bekijken. Wie wat bewaart die heeft wat. De lucht trekt al iets dicht, maar nog steeds is het lekker warm. Het huis ademt gretig de schone lucht in die door de open balkondeuren stroomt. Buiten ontmoette ik ramen-zemende buurvrouwen onafhankelijk van elkaar. De schoonmaak begint te kriebelen.

De knusse wintersfeer mag oplossen in de lentewarmte en de eerste bloeiende narcissen in de potten op het balkon. Alsof het zo moest zijn, verloor de Amaryllis een voor een haar laatste bloemen. Al is er nog een zijscheut, goed voor het laatste staartje winter dat nog ongetwijfeld zal komen. Afwachten maar.

Uncategorized

Nieuwe dadendrang

Het kon er niet meer bij gisteren, de twee demissionaire vertegenwoordigers. De tuin is het dankbare toevluchtsoord, mijn eigen stek in deze dagen, een echte ‘plek onder de zon’. De aangekondigde mondjesmaat maatregelen met grenzen die volstrekt willekeurig lijken te zijn getrokken, vormen een grillig bergje naast me. Ik blijf in mijn eigen lockdown en hoef voorlopig niets. Daar was deze periode goed voor. Loslaten, ontbinden, minimalisme en verder niets, wat mij betreft. ‘De Wilde Stilte’, het tweede boek van Raynor Winn is uitgelezen. Als je wat van het leven wilt begrijpen zijn deze twee juweeltjes echte aanraders. Leven met de natuur, ontdekken dat tijd niet bestaat, maar dat het verandering heet. Tijd is een begrip door onszelf bepaald, ‘een constuctie door mensen bedacht om veranderingen aan te geven’ en de natuur, vooral de IJslandse ruige natuur, overgeleverd aan haar kracht en de beweging diep in de aarde, de lucht, het water, bracht juist dat in beeld en het komt binnen via dit prachtige verhaal.

Er is een passage die moed geeft. Iets wat we allemaal weten, maar zeggen en doen is twee. Dat je ouderdom kan hendelen, als je de angst voor eventuele gebreken neerslaat. Stramme gewrichten roepen voorzichtigheid op. Vergeet de angst om iets te overkomen. Beweging kan zoveel meer brengen. De concentratie op een hoger doel kan die vrees doen vergeten, waardoor er veel meer mogelijk blijkt. De ziekte van haar echtgenoot sluimert voort, maar door de barre tocht in het onherbergzame IJslandse gebied wordt het lijf voortdurend uitgedaagd en zet de aandoening op een verkeerd spoor. Niet alleen de elementen en hun grillig verloop zijn er debet aan, maar ook de wilskracht en het temmen van de weerstand, die de natuur, haar stromingen, het grommen der aarde, hen oplevert. Voortdurend ziet ze in zijn ‘oude’ gestalte de jonge verschijnen. Mooier valt die eenwording van tijd niet te verwoorden. Een worden met alle veranderingen die een mens kan ondergaan door het leven heen. Het raakt me diep.

Een van de lieve vriendinnen schrijft dat mijn tempo van boeken lezen hoog is, maar ik weet dat het komt door het verhaal, dat me volledig heeft ingepakt en dat veel verder gaat dan een ruige tocht, het overleven, of het doorzettensvermogen en hun alles sturende innige liefde. Het is met name de ontdekking deel van het geheel te zijn, die hen op een hoger niveau brengt. Het leven omarmen. Iets om naar te verlangen als het niet binnen je bereik ligt.

Het maakt dat de vraag, of je dat aan zou kunnen, blijft zweven. Het zorgt ervoor dat ik de tijd met de Wijze in de binnenlanden van Spanje en de tocht door Skandinavië nog eens over had willen doen. Toen 18 lentes jong en nu zoveel wijzer, minder verwend, meer kunnen afzien, imperfectie weten weg te breien tot aanvaardbare lapjes. In ieder geval had het anders uitgepakt, als ik niet de vermoeidheid, de hitte, de droogte, het stoffige of juist de regen en de kilte allesbepalend had laten zijn. Zo leren we nog eens wat bij. Trotseren en daarmee rijker voortgaan.

‘Natuur beleven’

Doorzetten is iets wat steeds meer in mijn bagage is gaan zitten en valt met alle ouderdomskwalen vandien goed te gebruiken. Op kleine schaal, op microniveau zeg maar, beleef ik dat wat beschreven wordt. Elke overwinning wordt aan de balk van (minieme)zegetochten bijgespijkerd en is goed voor de bijbehorende trots, stimulans tot nieuwe dadendrang.

Uncategorized

Over relativeren gesproken

Saharastof dat de zon sprookjesachtig versluiert. Iets voor een duizend-en-een-nachtsprookje. Na mijn aardse wilgetakkenknipperij en met twee vuilniszakken vol afval in de hand nam deze Assepoes dat bijzondere verschijnsel waar, omfloerst door een palet aan grijstinten, een sliert ervoor en later eromheen. Adembenemend prachtig.

Net geprobeerd contact te maken met de digitale asssistente van een bepaald Zweeds warenhuis. Geen zinnig woord uit te krijgen als je het monotone riedeltje van vragen met multiple choise niet op dergelijke manier kan beantwoorden. Straks maar eens bellen. Bij de bestelservice staat dat het drie dagen geleden is bezorgd, maar dan kennelijk niet op dit adres. Waar is mijn plantentafeltje? In het kader van ‘groen moet je doen’ had ik alle grote planten naar beneden gehaald. Terug naar mijn nostalgische kamers vol planten van vroeger. Een etagère leek me handig. Even het gesprek afwachten. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Geduld, geduld, geduld. Nog een geluk dat het geen Zweedse balletjes gehakt waren. Het was vorige maand al besteld.

De handen zijn wat stijf van het knipwerk. ‘Het knipvrouwtje’ zei achterbuurvrouw. Het was wel meditatief. Het laatste staartje moet vandaag. Dan is het daarna tijd voor de schutting. Morgen haalt buurman de palen op, waartussen gevlochten kan worden. geen wilgestaken want die lopen steeds uit en als je even niet oplet heb je er weer een wilg bij.

laatste staartje

Er stond een mooie quote in de Tijdsgeest van Maame Joses, over het belang van aanraken. Ze struikelt over de polarisatie. Iets dat je bijna belemmert om een normaal gesprek te kunnen voeren en wijt dat aan het gemis aan aanraken. ‘Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt-dat lukt je niet’. Mooie gedachte. Daaráan vooraf haalt ze aan: Ik zei wel eens tegen mijn dochter als ik kwaad of chagrijnig ben, kom dichterbij. want als je dichterbij bent is het moeilijker kwaad op je te zijn‘.

In aanraken verbinden. Een mooie gedachte. Het is wat ik het meeste mis. Daarnaast is er een interview met een meneer, die helemaal opleeft in deze tijd, juist omdat hij niemand hoeft aan te raken of tegen te komen. Hij is autistisch en voelt zich eindelijk thuis in de wereld. Grotere tegenstelling bestaat natuurlijk niet, maar het is wel goed om erover na te denken. Wat voor de een de heilstaat is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Met dat idee voor ogen is het allemaal weer betrekkelijk. Want wat weegt onze tweejarige isolatie op tegen een levenslange kwelling van deze man. Dan gun je hem bijna die twee jaar van thuiskomen.

Alles is maar betrekkelijk’. Bij het speuren naar de betekenis hiervan, stuitte ik op iemand die de juistheid van deze spreuk in twijfel trok, omdat het ook de spreuk zelf zou gelden. Het draait echter om de betekenis, die men aan het woord ‘betrekkellijk’ geeft. Ik weet zeker dat mijn moeder het gebruikte in de context, dat alles ook weer voorbij zou gaan. Zo snijdt het hout. Alles is vergankelijk, zelfs iets dat we qua duur en lengte niet kunnen overzien. En dat is op zichzelf een geruststellende gedachte. Net als het idee dat er op dit moment een aantal mensen rond lopen met het prettige gevoel eindelijk zichzelf te kunnen zijn. Over relativeren gesproken.

Uncategorized

Tijd te over

De kleine filosoof bleek ineens een stoere sterke man van zes, zoals hij stond te goochelen met de takkenschaar, die half zo groot was als hijzelf. Dochterlief hield de wankele trap en de knipbewegingen van de schaar nauwlettend in de gaten. Waar gisteren voor mijn voeten slechts lege stilte te vinden was, stroomde het nu over van de nieuwe aanvoer aan wilgenhout. In gestaag tempo knipte ik door. Alle zijtakken eraf, mooie grote staken om mee te vlechten bleven over. Dochter zette haar beste beentje voor onder het motto: ‘Als je ergens aan begint, gaan we door tot het gaatje’. Waar kende ik dat ook alweer van. Schoonzoon kwam om een uur of drie met kleindochter en zaagde de laatste grote takken af. Nu stonden er weer zes kale knotten op het erf, zeven eigenlijk, maar de middelste had ik aan het begin van de winter al te grazen genomen.

Lafenissen tussendoor met water en crackers en aan het eind met een fijne Chardonnay in de laatste zonnestralen. De kleinste beentjes dribbelden hun gangetje, trokken aan de bel, wandelden over de takken, en ineens was het plons. Waar plons is is water en in dit geval was ons schatje in de kleine vijver gestapt. In recordtempo werden de natte bullen uitgetrokken, oma had een lekkere warme grote sjaal en van een oude trui fabriceerden we een broek. Het kwam vermoedelijk door het winterwier, dat er bedriegelijk groenig had uitgezien voor twee-jarige ogen. Wat een avontuur. Daar moesten we allemaal van bijkomen, gelukkig was er én de auto én de fiets. Voordat ik van de tuin weg was, had ze veilig en wel thuis al heerlijk gebadderd en lekker gegeten en vanmorgen meldde dochter dat ze zalig had geslapen. Geen centje pijn, maar o, was dat schrikken.

Het bracht me bij die keer dat mijn hart me in de schoenen zonk en je even niet meer weet, hoe je het hebt. Er was een verjaardag van broer. Hij en zijn vrouw woonden achter de melkboer op de grens van het polderland, lieflijk huisje in het groen. De tweelingbroers waren kleine stappertjes van rond de vier jaar. Ondernemende onderzoekers, die altijd achter de dingen wilden kijken. Zo ook, had ik kunnen weten, bij de sloot. Maar ach, hoe vaak had ik zelf niet aan de slootkant gelegen op zoek naar salamanders en torretjes, Dwars door al het borrelgelach en feestgedruis heen hoorden we ook plons, of kwam er iemand naar binnen gerend. Dat is me ontschoten in het tumult en de ophef van het ogenblik. De grootste van de twee was ondersteboven op zijn kop in de sloot beland. Natte bullen, verwonderde ogen en lichte hectiek. Vroeger dan voorgenomen, gingen we richting huis, met het drijfsijsje achterin, zijn geschrokken broer ernaast en smeuiïge verhalen voor andere verjaardagsfeesten tot in lengten der dagen.

Het was fijn, dat er geen sloottrauma uit voort kwam. Nu maar afwachten of vijverangst is geboren. Een van de eerste klussen wordt in ieder geval, het groene alg eruit scheppen. Als het alerte moederhart, zoals het mijne, is ingesluimerd, dan zie je het gevaar minder scherp. Het was trouwens echt in een ‘split second’. Hoe ging dat dan vroeger met elf, vroeg ik me af. Dan waren er de oudste broers of enkele buurmeisjes, die werden ingeschakeld. Eigenlijk een enorme verantwoordelijkheid, want zij waren meestal pas een jaar of twaalf. Er waren twee Aggie’s, die ons zelfs mee namen naar het Julianapark, een respectabel eind van het ouderlijk huis en de drukke Amsterdamse straatweg over.

Enfin, de wilgen zijn kaal, maar goed ook, want vriendinlief, die niet gisteren maar vandaag besloot te helpen, in het kader ‘drie is teveel’, liep te snotteren en bleef thuis. Grote opluchting dat het zwaarste deel van de klus geklaard was. Niet getreurd. De achterbuuf heeft de ingestorte oude schutting geruimd en nu kunnen we de nieuwe op gaan bouwen. De takken blijven geduldig wachten. Van de week komen er nog een paar mooie dagen. Tijd te over.

Uncategorized

Uitsluitend vrouwenhanden

Voor het atelier woei een zwoel windje. Voorjaar in de lucht. De takkenbos, die gisteren was achtergelaten, lag er nog onaangeroerd bij. Terwijl de zon warmte koesterde met zijn stralende opening van de dag wist ik wat me te doen stond. De hele week zou het dit weer blijven en het was een uitstekende gelegenheid om alle wilgen verder te knotten, maar dan moest eerst dit restant iep en wilg geruimd zijn. Daarna boom voor boom, knotten, knippen, ruimen. In die volgorde. Zodat de moed niet in de schoenen zou zinken bij het zien van een haast onbergzame stapel.

Zo’n werkje hoort tot de mijmerrijke bezigheden, net als breien, wieden, fietsen, wandelen. Handelingen die gebeuren terwijl, ondertussen, de geest de vrije loop neemt. Honderdduizendeneen dingen die te binnen schieten, om te bestuderen, uit elkaar te rafelen en weer in een nieuwe jas te steken.

Met de achterburen had ik afgesproken aan het eind van de middag het tuinseizoen in te luiden. Zij zorgden voor een flesje en ik voor de lekkere hapjes erbij. Zuurdesem met heerlijke pesto, dadels met roomkaas. Terwijl de handen onverdroten door knipten, wilgentak na wilgentak, dobberde ik weg naar andere oorden en genoot ondertussen van het buitenleven na de maandenlange binnenzit. De tuinders van de hoek kwamen aangefietst, altijd belangstellend, lieve woorden en dadendrang. Omzichtig werd hun tuin uitgepakt, de Perzik, die zich de hele winter had mogen koesteren in een biezen mat, plastic en touwen kon haar takken weer laven aan de toch al warme zonnestralen. Het zagen van de berk van achterbuurman gaf de maat aan van het lentelied, dat de druk vliegende koolmezen en vinken hadden ingezet.

Twee doorgesneden appels met wat zaad had ik meegebracht voor deze blakende tuinbewoners. Ze bungelden aan een ijzerdraad in de appelboom. Terug naar de moederschoot. Steeds dunner werd de houtstapel voor me en bij de iepentakken besloot ik de takkenschaar te gebruiken en ze in stukken te knippen, handzaam genoeg om te verbranden op een stille ochtend als de wind goed stond. Het koste wat moeite, maar uiteindelijk lukte het wel en na een middag hard doorpezen was de klus geklaard. Met de geleende bezem van buuf veegde ik het straatje schoon. Ziezo. Opgeruimd staat netjes. Vandaag valt er weer met een schone lei te beginnen.

Vriendin appte een aflevering van het Uur van de Wolf uit 2018 door. Bethe Moriset, de meest impressionistische van het opkomende impressionisme van die tijd en tegelijkertijd een goede afspiegeling van de impasse waarin vrouwen leefden in die tijd. Een eigen atelier was ondenkbaar voor een vrouw alleen. Er werd erg aan haar getrokken om toch vooral in het huwelijk te treden. Ook haar twijfels kwamen aan bod en ze schreef in haar dagboek hoe de moed haar soms in de schoenen zakte. Maar ze werkte gestaag door met de haar zo kenmerkende losse toets. Haar leven werd in de docu gelinkt aan een vrouwelijke rapper, Cayenne, die zichzelf vergeleek met Berthe en haar prees voor haar dadendrang, moed en onafhankelijkheid ondanks alle kritiek. De wereld van de rap is er vooral een van mannen. De documentaire begon met een ‘gevonden’ portret van een vrouw met achterop een datum en de naam van Berthe Moriset. De kleinzoon van de dochter van Berthe ontmantelde het doek, de haardracht zou nooit de stijl van Berthe zijn geweest.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/28-06-2018/VPWON_1249727

Mooi om de tijdgeesten naast elkaar te zetten en te beschouwen. Een fijn begin van de ochtend en een mooi vooruitzicht nu een aantal helpende handen zich hebben aangeboden. En hoe kan het ook anders na dit glorieuze begin, het zijn die van de kleine filosoof en verder uitsluitend vrouwenhanden.

Uncategorized

Geduld is wijsheid

De sneeuwwitte vlakte had plaats gemaakt voor een grote modderdrek, daar waar het pad naast de sloot opsplitste in het pad over het bruggetje en het recht-toe-recht-aan stuk. Omzichtig zochten de voeten de graspollen ten einde niet helemaal weg te zakken in de soepbrei. Bij het turen in de verte viel de zachtheid van de lente op, al was de wind nog wat guur.

Even uitrusten

De koolmezen dartelden een ‘diefje met verlos’, ik telde er zo al zeven, met schrille tjilpjes en veel vleugelgewapper als uitgelaten pubers bij elkaar. De achterbuuf was er en zat op een bankje de wilgentakken te ontdoen van de staketsels. Ze schoof een eindje op en op gerede afstand dook ik naast haar. Winterlange perikelen schoven voorbij, van crisiskommer tot ouderdomskwalen en over het besef van tijd, die sneller voorbij tikte naarmate de jaren gingen lengen.

De schoorsteen van de oude braakte gelige rook en kennelijk verspreidde het ook kwalijke dampen. Geen goede plek om lang te zitten. Wat voor brouwsels werden daar verstookt. De buuf liep mee om de wilgen te inspecteren, die het doelwit zouden worden van mijn snoeiescapades. Door de rook waren de ‘three willows’ tussen de twee tuinen geen optie, maar om de drie achter in de tuin waaide een verfrissende wind van de schoorsteen af. Met de belofte de stokzaag te mogen lenen, ging ik met de grote takkenschaar aan de slag. Mooie gelegenheid om de spierballen weer eens te laten rollen. Onder de begeleiding van koolmezengetjilp, het suizen van de wind en af en toe een blaffende hond en de verwaaide stemmen uit het Noorderpark, kwam het er nu eindelijk van. De wilgentakken ploften een voor een op het pad, soms rakelings langs mijn hoofd, maar werden vaker ondersteund door de andere uitsteeksels. Ook de kronkelwilg werd het haasje. Helemaal bovenop bleek nu niet haalbaar, maar de achterkant was in een oogwenk geknot. Morgen kwam er weer een dag. Eerst de voorraad maar vast een beetje verwerken. Kaal plukken van de takken die straks zouden dienen voor de nieuw te vlechten schutting tussen mij en achterburen. Kalmpjes aan, dan brak het lijntje niet.

Tussendoor koffie uit de kleine witte thermoskan en zuurdesembrood met hele oude kaas en rucola om de inwendige mens te versterken en het onwennige lijf weer even rust te gunnen. Knie protesteerde zwakjes, ik moest vooral goed opletten waar ik de voeten neerzette en dan was het heel wel te doen. Het beetje geknies was voor lief te nemen.

Buurman kwam ook nog even kijken en nam de schade aan de buitenkant van het atelier onder de loep. De verf was op enkele plekken aan het afbladderen gegaan. Wel vreemd, op een klein gebied. Het leek of er iets tegenaan gezeten had. Ineens zag ik het licht. Dat waren aan de voor en achterkant precies de plekken, waar de borden van het bedrijf op hadden gezeten. Een bord erover, dat zou een goed idee zijn, dacht buurman. Dan ben je gelijk van een veel lelijker reparatie af. Gaaf idee eigenlijk, een bord met de naam van het atelier, De Bernagie. Maar hoe. Niet in het ouderwetse bonte, maar dan eerder een grafisch ontwerp, een moderne typografie.

Bij het nazoeken nu, op naam en mogelijkheden kom ik achter tal van nieuwe weetjes, ideeën en de waarde van de plant, die voor een deel mijn naam draagt. Inspirerend om mee bezig te zijn.

Toen de achterburen vertrokken waren, knipte ik nog even door, maar alras vonden de voeten het welletjes nu de kou van de bodem optrok in de zwarte kloffies. Tijd om te stoppen, maar niet voordat ik de eerste dapperlingen met hun frisse kopjes boven de zwarte aarde had vastgelegd. Nog een laatste kop koffie, onderweg wat boodschappen en tijd te over voor gemijmer thuis. Over de Bernagie, het ontwerp en de beloftevolle sluimerende tuin, die zich al wat uitrekte. Het was pas februari, wie weet wat voor een winter er nog over heen ging. Minder dan op de ontwakende tuin, lag de focus op de klussen. Geduld is wijsheid.

Uncategorized

Voor wat komen gaat

Onderbroken nacht. Dit keer hield niet een boek me in de ban, maar was het zoonlief, die een keer in het uur zichzelf binnestebuiten keerde, de hele nacht lang. Vermoedelijk iets verkeerds gegeten. Dat gaf een aantal flashbacks naar de tijd dat de kinderen nog kleiner waren en het hele gezin aan een simpel buikgriepje leed, bleek en hangerig op de bank, gehaakte sprei over ons heen en rode bellefleuren. Niet van de opwinding maar puur van het koortsig verwerken van deze virale aanval. Hoe deden we dat ook alweer als jonge hoeders. Koele hand op het voorhoofd, wat wrijven over de rug en weer toestoppen. In mijn gebaar herkende ik mijn vader, die bij ziekte altijd zorgzamer en zachter was dan gewoonlijk.

Nu hangt zoonlief gelig bleek in de deurpost. De laatste twee uur was het rustig. Wat of ie kon eten. Hou het maar bij slappe thee en een beschuitje. Hap voor hap en slok voor slok. Kalmpjes aan, alles moet weer wennen en op de juiste plek vallen. Daarna heb ik nog wat rijstewater voor hem in de maak en later misschien wat jam op de beschuit. Het is dat, wat ik van thuis geleerd heb, de vijftiger-jaren-aanpak zonder de lieve broodjes. Hoewel ik al vaak iets heb gemankeerd, weet ik bijna niet meer hoe misselijkheid voelt, laat staan wat het is om tot het gaatje te moeten gaan. Zoon brengt het me kreunend en steunend bij. Slaap is altijd goed, wist mijn moeder.

Als alles binnen blijft, is er de versterkende Perzische uiensoep van gisteren. Toen de benjamin klein was, was het mijn lievelingsgerecht, niet in de laatste plaats door de kerrie, de kaneel en de munt waar het mee gemaakt werd. Het idee was er al om uiensoep te maken en ineens schoot me een negentiger jaren soepboek te binnen, waar dit recept in stond. Het zoeken naar een nabij verleden, alras gevonden. Op de meest beduimelde bladzijde bleek ze haar grote geheim nog steeds te koesteren.

Terwijl ik in de pan roerde,

Terwijl ik in de pan roerde, vloog Jasperina de Jong voorbij met het lied dat de oude en ik zo vaak zongen onderweg naar Frankrijk of in de tuin tijdens het kokkerellen. Het roeren in, en het dubbelzinnig gebruik van, de woorden die zoveel speelser werden ingezet dan normaal, lieten daarmee de taal ruimer in haar jas passen. Het spelen met de tekst was geboren. Soep dus, als heilzaame hartversterker en oppepper bij uitstek, bij toeval gemaakt en nu als heilzame afdronk.

Buiten wisselde de natuur trouwens ook van jas. De nacht was nog ijzig koud, maar de zon had haar zinnen gezet op een verwarmen van het leed en straalde Lente uit in al haar vezels. De kauwen in de boom voor het huis hadden het ook in de gaten. Ze kakelden opgewonden met elkaar en hipten om beurten omhoog van hun tak van de opwinding en het verlangen warm de veren te schudden. Net als het huis, die openslaande deuren wilde, de planten op het balkon, die teemden om herschikken en oppotten. Februari, maart moet nog komen en toch…Je zou door de temperatuur, die van het weekend in de buurt van de vijftien graden komt, niet denken dat de staart, waarmee maart zich roert, nog een keer winter slaat.

Dit weekend wordt er definitief gesnoeid, beloof ik mijn tuin en verzin een plek voor de veelheid aan kale wilgentakken. De schutting tussen mij en achterbuuf moet worden vernieuwd. Met vlieg-en vlechtwerk komen we een eind. Zou de vijg al op haar nieuwe kale plek kunnen komen te staan. De kauwen vinden van wel, ze dansen hun meidans en strijken de veren glad voor wat komen gaat.

Uncategorized

Voor nog maar even later

De hometrainer was er klaar voor, maar tien graden kriebelde aan het buitengevoel. De eerste tien minuten zonder weer en tegenwind binnen gefietst, maar daarna de stoute schoenen aangetrokken en met moed, beleid en trouw een eindje Nedereindse Plas. Vena, vidi, fietsie.

Wind door de haren, een moeilijk hekje doorgeworsteld, langs grote groepen nijlganzen met in het midden een witte schoonheid, twee fazanten en een reiger. Heuveltje op en heuveltje af en eindelijk, na lang speuren in de grijze lucht, een biddende valk. De Iphone redde het niet echt, legde wel het moment vast en mijn kleinbeeld wist ik op de eettafel Helaas, pindakaas.

Gisteren was vriendinlief jarig. Al een paar weken moest ik me inhouden bij het schrijven van de blog om niets te verklappen van haar jubileumverrassing. Ik had een leporello gemaakt van mol, die onder de grond, veilig en warm, het feestje in zijn uppie vierde, met vlaggetjes. Aan het eind van de gang de schatkist met de grootste schat ben jij en op de achterkant van het boekje een acrostichon over de hele lengte. We moesten het afleveren bij een adres dat hier in de buurt was. Ik glibberde door ijs en weder hene, en wilde aan de vrouw die de deur opendeed, vragen of het het juiste adres was, maar ze legde snel haar vinger op de lippen en gebaarde, dat het feestvarken binnen zat. Hilarisch. Voorzichtig schuifelde ik weer terug naar de kleine blauwe Prins. Over toevalligheden gesproken. Er schoot van alles door me heen wat fout had kunnen gaan, want het duurde nogal eer ze de deur opendeed. Het bleek dat ze op krukken liep. Gelukkig had ik niet door het raam gekeken of er iemand thuis was en ze had vriendin afgewimpeld, die wel even de deur open wilde doen van wege de krukken. De voorzienigheid hielp gelukkig mee. Eind goed, al goed. Gisteren stond er bij haar thuis een tafel vol attenties, ik zag nog een draaiorgel voorbij komen, en er was een zoom meeting, maar die ging een beetje de mist in, of mijn mist, dat kan ook. Jarig was ze, dat stond buiten kijf.

Feest vieren, wie had ooit gedacht dat heden vroeger zou zijn in een jaar tijd. Alles wat doodgewoon leek, de slingers, de visite, de pakjes, wangkussen, drie of vier, een warme omhelzing, even elkaar vasthouden, een taart met kaarsen zijn binnen één jaar tijd verbleekte gedachten geworden. Verlangen blijft hangen op de regels van de wet, maar haar vezels groeien onverminderd door en breien er een stukje weemoed aan. Komt het ooit en is het snel gedaan met isolement en saai, want weinig meer afleiding dan boek, televisie, zoom of terugblik op wat er aan vondsten der vermaak worden gedaan. Een flard dans, een vleug toneelspel, de belofte aan beter als Cornald Maas Gijs Scholten-van Aschat bevraagd op diens toekomstplannen in het programma Theater Maas. Er is veel in de maak, maar komt het op de planken of blijft het bij het streamen van de te maken voorstellingen. Wat van ver komt, is lekker, zei men vroeger. Een belofte aan een musical over Johan Cruijff, alleen de verbeelding hierbij is al vermakelijk. Een stuk over het boek van Jeroen Brouwer, dat ik, toepasselijk genoeg, vergeten ben te lezen en dat zich nu achter het luikje inspiratie bevindt. ‘Cliënt E. Busken’. Het boek is besteld met een verdwaalde VVV-bon

Doorgaan met het uitpellen van de schatkist die buitenwereld heet en de innerlijke wereld verrijken met die virtuele. Het is net als de sneeuw en het laatste ijs in de sloot van ’s ochtends, die als herinnering nog even bleven nasudderen onder de oplopende temperatuur. Straks, dit weekend al, wordt het weer lente. We kloppen het stof af van de eenzaamheid en delen de zonnewarmte met de ontluikende knoppen in het groen. Lezen is voor ’s nachts en leven is voor nog maar even later.

Uncategorized

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Afscheid van de winter met mijn wintertuin, vereeuwigd in het programma Procreate op de Ipad, dat wonderschone cadeau van de Benjamin. Nooit geweten dat je met weglaten zoveel kan bewerkstelligen.

Het bezoek aan de orthopeed leverde nieuwe energie. Daar moest ik wel even over peinzen. Maar de wetenschap dat een knie nooit van het ene op het andere moment versleten raakt en dat ik alles weer zou kunnen doen, wat er was vóór de overbelasting, bleek, hoewel geheel logisch toch een eye-opener. Het had alles te maken met neerwaartse en opwaartse spiralen.

Het boek ‘De Wilde Stilte van ‘Raynor Winn en het vervolg op haar eerste boek ‘Het Zoutpad’, bleek een andere stimulans. Het tweede deel verhaalt hoe de hoofdpersoon uit een diepe impasse klauterde, door te zoeken naar mogelijkheden. Voor die openbaring was ze eerst angstig geweest en had zich overgeleverd aan de omstandigheden, iets waar ze niet gelukkiger van werd. Tot het moment waarop ze, ten overstaan van wildvreemden, ineens de ontsnapping noemde uit het diepe dal. Ze ging schrijven. Het woord zou niet alleen troost bieden, maar tevens het geheugen van haar zieke echtgenoot worden. Beide boeken getuigen van zo’n grote liefde en wilskracht, dat het versterkend werkte bij het lezen ervan. Niet zelden zet een boek mij aan tot een herziene kijk op een situatie en vaak vermoed ik dat er onzichtbare draden worden gesponnen tussen het eigen gemoed en de keuze voor een boek.

https://www.npostart.nl/typisch-utrechtse-heuvelrug/16-02-2021/VPWON_1323672

Na zo’n hele lange dag, die eindigde met een zelfgemaakte Pizza rucola, mozzarella en basilicum, had ik geen zin meer in de verontrustende berichten over een klok die teruggedraaid diende te worden, ja of nee, en neuzelde liever verder met de perikelen van de bewoners van de Utrechtse heuvelrug. Ik genoot van vier gezellige biggetjes, die scharrelden over een stuk om te wroeten grond (goed idee eigenlijk) waar een moestuin gemaakt zou worden. We liepen binnen bij de uitvinder in zijn wereld van radartjes en stoom en bij de, wat stuurse, boerin, die het leven van dieren, zoon en zieke oude man, toch helemaal alleen klaarde, terwijl ondertussen het meest fantastische koeienras in de stal stond. Het was een toonbeeld van het kleine leven. Even laven aan de vredige taferelen en de natuur. Het verlangen naar de lente en het buitenleven steeg met de minuut.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/16-02-2021/AT_2156610

Daarna kwam ‘Het geheim van de Meester’, waarbij Isaac Israëls zijn ‘Vrouw en profil voor de zonnebloemen van van Gogh’ tot onderwerp was gekozen. De reconstructie werd extra bemoeilijkt, doordat Lisa niet rechtstreeks naar model kon schilderen, wat een losse toets eerder waarborgen zou, maar een reconstructie moest maken van het al bestaande schilderij van Israëls. Boeiend om te zien hoe ze het juiste materiaal en de hulpmiddelen bij elkaar sprokkelden, waarvoor zelfs een honderd jaar oude schilderskist geopend werd. Er was kleurverschil, maar de vormgeving was identiek en knap gedaan. Deze series maken het verlangen vrij om het penseel op te nemen en aan de slag te gaan. Wat een grote desillusie moest zijn geweest voor Israëls was de abjecte houding van zijn moeder, die in zijn vernieuwende schreden op het gebied van het imperialisme, een uiting zag van zijn ‘Idioot’ gedrag, met de zware lading van het woord in die tijd. Hulde aan de medewerkers die alles uit de kast trokken om de geheimen te achterhalen en, niet onbelangrijk in deze tijd, het hield je van de straat. Ook dat zouden meer mensen moeten weten.

Het weer is ineens in een lenteteug beland. Het is de hoogste tijd om te snoeien. Ik heb nog niet naar de verwachting gekeken op de lange termijn, maar de wilgen kunnen altijd. Zodra ik me ertoe geroepen voel, zal ik er gehoor aan geven. Maar wacht, een beter idee in het kader van de handelingen opbouwen. De Geraniums in de bloembakken aan de galerij moeten ook. Het kleine werk zogezegd. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’.

Uncategorized

Jouw wereld, mijn wereld, onze wereld

Vroege vogel reed haar o zo vertrouwde ritje naar het ziekenhuis, waar ooit, lang geleden-‘wat zeg je? vorig jaar nog?- de afdeling Oncologie kon rekenen op haar brede lach en een warm bakkie troost. Veel te vroeg, vijf voor acht, terwijl er half negen op de agenda stond. Een geluk bij een ongeluk, er ging een bespreking niet door en ik kon om vijf over acht al bij de orthopeed terecht. Mazzelen. De foto wees uit dat er inderdaad slijtage is, maar dat voor de overbelasting, de misstap bij het dansje, de knie ook al op dat niveau was, dus dat je nog een tijd door kan, als het slijtageproces al in gang is. We gaan proberen weer op dat niveau te komen, middels fysiotherapie en rust. Het duurt langer, maar het is de moeite van het proberen waard. Als de knie ondanks alles niet verbetert, dan kan ik corticosteroide in de knie gespoten krijgen. Het allerlaatste redmiddel zou een kunstknie zijn. Dat laatste stellen ze liever zo lang mogelijk uit.

Wat een duidelijk verhaal met het computerscherm naar mij gedraaid. Het werkte verhelderend en maakte de keuze makkelijk, omdat ik te allen tijde kan bellen, als ik toch die spuit nodig blijkt te hebben. Al met al vroeg uit de veren en de hele dag nog voor me. Toch ook weer eens fijn. de sneeuw was weg, het beloofde tien graden te worden, de zon deed al verwoede pogingen om door het gewolkte lichtgrijs heen te dringen. Er was geen vuiltje aan de lucht.

Het was een vreemde gewaarwording om als client daar te lopen door de gangen die me zo vertrouwd waren. Ik ben niet naar mijn oude afdeling toegegaan, dat was nog net even iets teveel van het goede. Heimwee of verlangen naar alles wat me daar zo dierbaar was, speelde parten. Nu zit ik op mijn stekkie op de bank, met Pluis op haar troon onder de palm en moest inwendg lachen om mijn handige Fysiobroek, een broek met ontstellend wijde pijpen, waar de orthopeed heel erg mee in zijn schik was, omdat dat minstens een kwartier gehannes met aan en uitkleden scheelde. Pijpen omhoog, kijken en hup, pijpen weer naar beneden. Klaar voor de volgende.

Belletje van vriendinlief ‘…Of ik nog wel het ijs op mocht’. Haha. Nostalgische uitwisseling over Vroeger ‘toen had je nog winters meneertje, vroeger toen had je nog winters mevrouw’, maar ook over destijds de afwezigheid van elektriciteit, het schoonmaken van groenten voor een groot gezin, de ouderdom, het slijten, het eventuele gebruik van hulpmiddelen, het al dan niet griezelen van de kleine wriemelaars in de natuur, het geheugen dat soms naadloos werkt en bij anderen weer helemaal niet, maar bovenal de deugdzaamheid temidden van de corona-ellende die ijs heette en zoveel vervoering en vreugde bracht voor een aantal mensen. Even luchten, letterlijk en figuurlijk.

Een klein kattebelletje over een programma, dat ik zonder verwachting inging, maar waar ik door werd weggeblazen, niet in de laatste plaats door de voordracht aan het begin van de hoofdpersoon van het programma, Romana Vrede, die deze bonte verzameling mensen samen had gebracht in een verrijkende en verdiepende voorstelling. Ondersteboven en gegrepen was ik door de monoloog uit haar nieuwe voorstelling ‘Tijd zal ons leren’. ‘Daarin spelen verhalen van verzetsstrijders uit de tijd van de slavernij de hoofdrol. Van Predikant Bernardus Smijtegelt tot en met One Tété Lokay, het tot slaafgemaakte meisje dat probeert te vluchten van de plantage. Romana Vrede brengt ze allemaal op toneel, ondersteund door performance artist OTION met muziek, dans en spoken word’, aldus de inleiding. Niet alleen fantastisch voorgedragen, maar regelrecht de snaren van het hart geraakt. One Tété Lokay gaat niet meer uit mijn systeem.

Ook de voordracht van Vanja Rukavina over het feit, dat iedereen eigenlijk een wereldburger is, zou iedereen moeten horen. Hier wordt geschiedenis geschreven. Nadia Moussaid rijgt alle ‘ familie’ van Romana aan elkaar. Een prachtig snoer van onverwachte parels. Zolang je ze herkent, is er niets mis met jouw wereld, mijn wereld, onze wereld.

Uncategorized

Tijd voor warme voeten

Het bleef weekendstil op straat en ik vroeg me af of ik een en ander had gemist. Waar waren de kinderstemmen, het gebabbel van ouders er tussendoor, waar was het knarsen van voetstappen en stapjes in de sneeuw, de rijdende wielen van de kinderwagens. Doodse stilte. Slechts auto’s ruisten langs over nat asfalt. Dat was duidelijk te horen.

Kinderen gevraagd in de app of de scholen gesloten waren. De lieve kunstenmaker had voor een dichte deur gestaan en was, niet voor één gat te vangen, naar een vriendje toegelopen. Dappere ondernemer van tien. De kleine filosoof was naar school gestiefeld, glibberend en wel. ‘Spek-en spekglad hier’. Waarschuwde dochterlief. ‘Hier nog niet’, wist ik met het halen van de krant beneden uit de brievenbus. Ja de galerij was glad omdat het dooide, maar niet omdat er ijzel lag. Zoonlief was veilig aangekomen in de praktijk in Brabant. Had ik nu alle schaapjes op het droge?

Op twitter klaagden mensen vooral dat er vroeger toch ook niet zo gezeurd werd met waarschuwingen tot aan code rood en leerkrachten die hun werkplek niet konden bereiken. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Vroeger hadden we gewoon de hulpmiddelen niet om iedereen goed te kunnen bereiken. Ieder ongeluk dat voorkomen kan worden, is er een, moet je maar denken.

Het werd iets later dan tien uur ’s ochtends, gisteren, maar de tuin haalde ik. Het optimisme schoot even in mijn tenen, toen ik de ijzig besneeuwde vlakte zag, maar daar mijn lieve zussen over een vooruitziende blik beschikten, hadden ze me ooit een handige driepoot gegeven, die opgevouwen als wandelstok kon functioneren en die ik achteloos naast de achterbank had gelegd. Nu werd het bruikbaar als ‘Oldebarnevelts stut in bange dagen’. Daar moest ik aan denken al leunend op dat zwarte stevige derde been.

Myn wensch behoede u onverrot
O STOCK en stut, die, geen’ verrader,
Maer ’s vrydoms stut en Hollants Vader
Gestut hebt op dat wreet schavot;

Die Vondel wist het wel te vertellen. En dankzij de stut kon ik gewoon blijven lopen en hoefde niet te knielen zoals Joan van Oldenbarnevelt op het schavot moest doen. Hier winterde het gestaag door, de laatste dag, zo was ons beloofd. Dus las ik de sporen in de sneeuw, kwam dode merel tegen, met de afdruk van zijn belager ernaast. Geen haas, die hier het meest haar stempel had gezet. De tuin lag er dik en wollig bij, met alleen de hazensporen van meer of was hij enig in zijn soort, maar een bezig baasje, getuige de vele pootafdrukken die het wit doorkruisten.

In het atelier was sneeuw gewaaid bij de ingang. De oude had tegenover mijn raam vlak voor zijn glazen huis een waar pindaparadijs geregen voor de kleintjes, de merel en de mezen, hier en daar een vink. Het lag er verlaten bij en bood nu dan ook een prachtige observatieplek, maar evenzo de eigen tuin, waar wat druppels vocht te laven viel in de sneeuw en winterkoning en roodborst het kreupelhout zochten.

Te koud om te schilderen, maar wel uitzicht op het Noorderpark en de schaatstaferelen aan de voet van de Molen van Westbroek, Molen De Kraai. Een ouderwetse arreslee werd over het ijs getrokken door een donkerbruin paard, dat werd aangespoord door de man op de bok. Mensen liepen of schaatsten zo een vredig tafereel bij elkaar. Wintergeluk of winterliefde op deze Valentijn. Voor mij geen sloot of gladdigheid. Ik hield me bij Driepoot, die dapper ondefinieerbare sporen voor derden zette naast mijn voetstappen.

De sneeuw trok haar eigen schilderijen, op de rotanstoelen, in de grote pot met de vijg, in een wirwar van takken van de Moerbei. Kleuren werden intenser, het diepste zwart, het innigste bruin, het mosterdgeelste geel en dan het licht boven aan die stralend blauwe hemel.

De oude arriveerde. Afgelopen met die heerlijke stilte, de schone lucht. De koffie was op. De kaardenbollen zonder Putters bij de ingang wiegden me uit. De hoogste tijd voor warme voeten.

Uncategorized

Buiten is zo gek nog niet

Het boek is uit, de laatste bladzijde omgeslagen. Het is valentijn. Hoe kan je anders de liefde vieren dan met een boek dat daar alles over vertelt tussen de regels door. Die de woorden voert zonder ze te noemen. Een boek dat je een paar dagen en nachten opgetild heeft, in vervoering gebracht, dat het verlangen kan wekken naar het South West Coast Wall van Engeland. Dat zo geschreven is, dat je het zout op de huid meent te proeven, de zee op de kliffen hoort slaan, de sternen en zilvermeeuwen als echo’s tegen een zeewind hoort. Een boek dat elke vezel natuurbeleving los kan maken. Weemoed overstemt, als na de laatst beschreven bladzij het hagelwitte niets volgt. In een opwelling had ik na het lezen van de inhoud van het verhaal direct het vervolg ook aangeschaft. Risico, want meer dan eens vielen opvolgers van een debuut tegen. Nu is er nog geen hagelwit eind, maar een tweede fase. Wijsheid uw naam is vrouw.

Vandaag ga ik het wagen. Fototoestel mee en de laatste dag van witte schoonheid vastleggen, liefde voor de natuur op Valentijnse wijze verheffen. Koffie mee en voor tienen op de tuin is het streven. Ik neem de prikstok met het stoeltje er aan mee als extra ondersteuning op het glibberpad. Dan kan ik als het te zwaar wordt zelfs nog even zitten. Vanmorgen koerde houtduif in de boom voor me haar belofte uit naar een tweede verder op. Ze kleurden langzaam mee met de lucht van warme geel en roodtinten naar hun behouden grijs.

Meeuwen boven de sloot bij het tuinencomplex

Hier scheerden ook witte zilvermeeuwen boven de bomen, verblindend wit, witter nog dan de restanten sneeuw beneden. Natuur riep het verlangen nog verder wakker. Straks de tuin.

De dromenvanger hangt op haar plek en ik ben benieuwd naar de dromenloze nacht van de kleine filosoof. Zou hij het gered hebben. Mijn nachten zijn wonderlijk opgedeeld, deels door het boek, deels door de knie, in waakslaap, wonderlijke dromen en stille leesuren. De nacht snoept de tijd weg, kostbare tijd omdat de ochtend met lummelen begint. Als je deel wilt zijn van de natuur is de vroege ochtend het juiste tijdstip of de schemeravond. Maar koffie, hometrainer als oefening voor de knie en schrijven zijn de spelbrekers voor een vroege start. Bovendien een tikkeltje slaaptekort. Dan maar een terugblik op ‘Matthijs gaat Door’. Een geweldige hommage aan de Earring met behulp van Chabot en Radar Love in een swingende uitvoering. Dan een van de aardigste trainers van Nederland aan het woord: Foppe de Haan, die nog vol schiet als hij de grondlegger noemt voor zijn manier van vaderlijk trainerschap(mijn woorden) en zijn grote held de eerste trainer, ene Gerrit uit Grouw, aanhaalt. De eerste die kinderen die kwamen trainen, niet alléén als potentiële voetballers zag, maar ook als het kind achter de voetballer. Precies dat gevoel heb ik bij Foppe. In de voetballoopbaan van beide zoons zijn er enkelen geweest, maar er waren er ook bij die meedogenloos de eigenwaarde van het lijdend voorwerp door het afvoerputje spoelden. Het heeft me altijd verbaasd.

De laatste vraag van Matthijs aan Foppe was wat het mooiste van het leven was en zijn antwoord was: ‘Alles. Het leven is mooi’. Het geheim. Nieuwsgierig blijven naar wat er komt. ‘Vandaag is gisteren’ maar dan in het Fries. Het klinkt als poezie van de eerste orde. ‘Hjoed is Juster’. Wat een mooie man, die Foppe en wat was het weer een heerlijke uitzending.

De mooie ochtendgloed is zoetjes vergleden in een grijskalme winterdag, zoonlief en vriendinnetje komen thuis na een wandeling. Zij wel, toch eens een voorbeeld aan nemen. Ooit, vroeger, waren alle ochtenden de mijne, als ik na de nachtdienst in de vroege ochtend de frisse lucht opsnoof buiten de poorten van het ziekenhuis en uit de trein stapte in Voorschoten, waar de velden in een heiige belofte van een nieuwe dag de merel liet kwinkeleren. Buiten is zo gek nog niet.

Uncategorized

Om een ijzige tred te houden

Eenmaal aan de wandel over het zoutpad met Raynor Winn en haar man werd het moeilijk om af en toe een zijweg te nemen, omdat je nog wat moest slapen, of er een puzzeltje viel te doen, er zuurkool gemaakt moest worden voor zoonlief of er misschien toch nog iets spannenders was op de televisie. Vooral bij de act ‘Slaap’, was het verleidelijk door te blijven wandelen. Natuur werkte zowel mee als tegen, maar terwijl haar doodzieke echtgenoot steeds monterder werd, zwoegde zij zich door alle ontbereingen heen. De hitte, de rotsen, de distels en bramen, de onvriendelijke mensen, omdat ze al tijden niet meer in staat waren geweest te douchen, anders dan in zee en beek. En toch trok de vrijheid aan elke vezel van het lijf bij mij. Dat ongebonden zijn, dat principe van ‘Gods water over Gods akker laten vloeien en maar zien wat de toekomst brengen zou’. Inderdaad je hele bestaan van dorp naar dorp, van eten naar eten, van water naar water. De beschijvingen zijn prachtig en voor mijn ogen werd het net zo zeegroen en hemelsblauw, plukken witte zilvermeeuwen, sternen op een kluit, grijze bolletjes zeehond op de kliffen.

Ook hier was het adembenemend en wit, en ik dacht hen alvast vooruit in de winter, hoe overleefde je dat in een tent. ‘Verlang je niet naar de schaaats’, vroeg mijn dochter, toen ik even aanwipte om de dromenvanger voor de kleine filosoof te brengen. ‘Nog voor geen seconde’ was mijn antwoord, omdat onder het ijstrauma de jeugd lag van de barre winters uit de jaren vijftig. Met de blote knietjes boven de kriebelende gebreide kniekousen, de prikwollen borstrok, de gebreide onderbroek. Al prikkend op weg om te schaatsen op de afgravingen bij het nieuw te bouwen Overvecht. Bij hoge uitzondering de plusfour van broer aan, volgestopt met oude kranten, stijf als een opgestufte pop met stro in haar bast. Voorover buigen om de kleine Friese doorlopers onder te binden leverde al ijskoude vingers op, waar de natte handschoenen in de sneeuw geen warmte zouden brengen. Doorlopers waren de afglijders bij uitstek. Ik had menig onschudige maar vervloekte scheve schaats gereden, als dat had gemogen van de kerk. Nee, mijn lust tot schaatsen verging in de zilte tranen, die de kwellende winters brachten met de verkleumde vingers stijf onder de oksels geklemd bij de potkachel, jammerend van de pijn.

Dochterlief had thee en een zielig klein hoopje dochter op schoot onder een dekentje, met wangen als bellefleuren en wateroogjes. We hadden een boeiend gespre, naar aanleiding van een podcast over moederschap, die ze had beluisterd. Er werden richtlijnen gegeven bij emoties die plotseling op kwamen wellen, zoals boosheid of angst, felle reacties op iets wat door een ander werd gezegd. Het advies was: ‘Ga op de eerste plaats bij jezelf te rade waarom je zo reageert’. De meest natuurlijke ‘tottientel-methode’ die ik ken. In de wetenschap dat de ander zoiets zegt en dat het dus niet bij jou ligt, maar juist bij wat de ander voelt en denkt. Op zo’n moment kan je het van je af laten glijden als los zand na een mooie zomerse stranddag.Het draaide allemaal om dat ingenieuze spel van boodschapper en ontvanger, waarbij de toon ook een woordje meesprak. Wat maakte, dat het raakte op alle fronten, diepgraven maar, zo heerlijk om te doen. Er bestond niets moeilijkers dan heldere comunicatie.

Daar viel nog heel wat op door te borduren, straks op mijn fietsie, terwijl de wereld onder mijn denkbeeldige wielen wegvloeit en het voor mijn ogen helderwit opbolt in het park beneden voor mijn raam.

De thee was op, de boodschap vervuld en in de spiegelingen van het raam zweefden de lieverds in een wereld van wit. Je hoefde er je schaatsen niet voor onder te binden om een ijzige tred te houden. .

Uncategorized

Tel de zegeningen

Gisteren stond de hele dag in het teken van een verrassing, die ik natuurlijk niet ga verklappen, anders is het geen verrassing meer. Het is wel gelukt en bijna af. Dat stemt tevree. Met de tijd zal ik een en ander onthullen. Daarna strekte de dag zich in luiïgheid na de inspanning van de dag ervoor. Jules de Corte in de herhaling opgeduikeld vanuit mijn laptop. Sommige weetjes over iemand wil je eigenlijk gewoon niet horen. Wat je niet weet, is niet gebeurd. Die gedachte begon ooit bij Adamo, toen ik vernam dat hij moest trouwen, In mijn onderdanige twaalfjarige kinderogen was het gelijk aan doodzonde, zorgvuldig ingeprent door iedereen die van God en Gebod wist. Ik kon zeven deugden oplepelen zonder met mijn ogen te knipperen. Dat werd gelukkig later bijgesteld.

En nu was die aardige jongen met zijn trits kleine broertjes en zusjes mijn opgeworpen voetstuk onwaardig en kukelde hij er, ondanks mijn bloedend hart, vanaf. Er zijn sindsdien wat voetstukken geslecht. Maar nu, Jules de Corte, die zo misleidend welbespraakt was en ondertussen teksten oplepelde in mineur, waar mijn vader schande van sprak toen er beladen werd gezongen over de kerkelijke beschaving en het heilige huwelijk, omdat de harde realiteit steevast in de laatste strofen werd uitgepeld. Ik zou wel eens willen weten….Dat mocht. Bovendien wil je als kind altijd van alles de hoed en de rand weten, alleen van Adamo had dat niet gehoeven.

https://www.npostart.nl/andere-tijden/10-02-2021/VPWON_1323819

Gisteren hoorde ik voor het eerst in het programma ‘Andere tijden’ dat het huwelijk van Jules en zijn vrouw Mien Verhoeven, uiteindelijk in een vechtscheiding belandde. De vierde zoon van de zes kinderen, Ernst de Corte, had zich daar heel boos over gemaakt en wilde een tijd lang niets van zijn vader weten. De zoon bezocht in de docu zijn ouderlijk huis, waar nog veel sporen waren van vroeger en spijt klonk door in de blikken en de woorden, in de soms aangedane stem. Dat ontroerde. Omdat het kind op zo’n jonge leeftijd was opgezadeld met een schuldgevoel door de daad van zijn ouders. De vader, die de deur had dichtgetrokken en uit zijn leven was gestapt en de moeder die lijdzaam leed. Zoon Ernst zette zich af door alles, behalve de muziek van zijn vader, te omarmen. Er schetterde ‘Deep Purple’ uit de boxen van zijn pick-upje, als overduidelijk protest. Hoe meer rock, hoe beter. Als halve hippie schaamde hij zich zelfs voor de muziek die zijn vader maakte.

Zonen worden ouder, wijzer soms. Hij maakte zelf muziek, speelde gitaar, wees in eerste instantie zijn vader af om te gaan samenspelen op diens verzoek, maar kwam door een toevalligheid jaren later daar wel toe. Vanaf die tijd deelden ze toch elkaars leven weer. Zo’n schrijnend verloop van een levenslijn, die indien andere keuzes waren gemaakt, ook anders had kunnen verlopen. Na de dood van de Blinde Jules is Ernst ‘Jules’ gaan zingen. Omdat dat de manier was, om het dichtst bij zij vader te zijn. Als ik mijn ogen dichtdoe tijdens een optreden van de zoon hoor ik de vader en inderdaad is hij ontroerend dichtbij, bijna tastbaar, zolang je de ogen dicht houdt. Een belangrijk wezenlijk stuk vader in de zoon. Hij had hem niet meer betekenis kunnen schenken. Zo komt het toch weer goed.

Spijt kan je hebben over het verloop der dingen en aan de andere kant zorgen de keuzes ervoor, dat je soms een weg inslaat, waardoor het leven meer betekenis krijgt dan ooit. Daar moest ik aan denken, toen ik de zoon zijn ontroering weg zag slikken. Tel de zegeningen.

Uncategorized

De avond trok gevloerd voorbij

Een zinsnede in Het Zoutpad van Raynor Winn was voldoende om gisteren de tocht der tochten te maken. Dat wil zeggen, van hier naar de huisartsenpraktijk te lopen. De zin ‘Gewoon de ene voet voor de andere zetten’ was voldoende om op pad te gaan. Ik had uitgerekend dat ik er minstens een uur voor nodig had in dit tempo, voorzichtig en zoekend naar de juiste tred.

Zogezegd, zo gedaan. Het bleek letterlijk en figuurlijk voortschrijdend inzicht. Bewegen is gewoon de ene voet voor de andere zetten en het tempo bepaalt of het haalbaar is of niet. Dus liep ik voetje voor voetje drieeneenhalve kilometer heen en weer evenzoveel over een andere weg terug. Afwisseling van spijs doet eten.

Ik had niets te klagen. Ik had geen CBD, dat staat voor corticobasale degeneratie, zoals een van de hoofdpersonen uit het boek, in dit waargebeurde verhaal, die het hele zoutpad heeft gelopen met alle ontberingen vandien en in zijn stijfheid, de ziekte die in het begin vooral tegensputterde en opvlamde. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet, zei mijn oma vroeger en die liep krom als een hoepeltje. Het is een wonderlijke gewaarwording als de veerkracht uit een knie verdwenen is. Als ik het vertraagd zou weergeven, dan was het of het neerzetten diep natrilde, bot op bot..

Mijn bril besloeg steeds, dus die had ik afgezet en daardoor mistte ik ten enenmale de haak van de kapstok-jas op de grond- en het achtereind van de onderzoekstafel-tas op de grond-. Gestuntel van de eerste orde, deels door de vermoeidheid, maar de vrouw vertrok geen spier. Ze jenste een pneumococcenprik in de haastig ontblote bovenarm. Zo, de komende vijf jaar gevrijwaard van een longontsteking op basis van die coccen. Dat gaf een goed gevoel. En daar ging ik weer, dik aangekleed, voetje voor voetje.

Door de concentratie nam ik de foto’s enkel in mijn hoofd. Het was druk op mijn wandelpaden. Veel echtparen in stevige tred, in het identieke ANWB-uniform, de stevige schoenen met profiel: ‘De paden op de lanen in , vooruit met flinke pas’ of dames van om en nabij dezelfde leeftijd met rugzakjes en druk aan de babbel: ‘Jo met de banjo en Mien met de mandolien’. Iedereen ontvluchtte het huis en de beweegloosheid van het niets dat er zwaar op drukte, nu alle klussen waren geklaard en de leegte dreigde binnen te sluipen. De kinderen kwamen uit school. Een paar moeders stonden aan de voet van een heuvel de tijd te overbruggen, die de kinderen met hun sleeën nodig hadden om de energie weg te glijden na uren lange ‘leerzit’. Gillend de heuvel af. Het hijgen van een oma verscheurde de stilte in een van de straatjes, omdat ze een kind achter zich aan trok, dat op een bijna onzichtbaar plat zwart schild zat. Ze liet het zien, toen ik vroeg waarop ze aan het glijden was. Oma sterkte haar spierballen en hortend en stotend ging de tocht voort.

Er was veel te zien, maar tegelijkertijd was het niets. Prietpraat, kleine huiselijkheden, een half gesmolten scheefgezakte sneeuwpop in de zon. En voort, stapperdestap.

Toen eindelijk de flat in zicht kwam, monterde het humeur weer op en werd de pas kwieker. Thuis wachtte Pluis met haar verlangen, omdat de pimpelmezen buiten de appel met de zaadjes hadden gevonden. Ze mekkerde van wellust. Twee vliegen in een klap, vijf jaar gezondheid en gespierde opleving had de wandeling gebracht. Alweer een kleine overwinning en zo steeds verder tot het lijf zichzelf en goed in elkaar geknutseld zou zitten. De avond trok gevloerd voorbij.

Uncategorized

Terug naar het boek

Genoeg getreuzeld en gemiesmuizerd. In de benen en aan de slag. Al trappend haalde ik de uitzending van Matthijs van afgelopen zaterdag in, die vooral over Brel en Aznavour ging. Het geschetter van de bigband klonk harder dan anders, een half uur vloog voorbij. Minstens een tocht van hier tot aan Houten, over het kanaal heen. We vorderden gestaag.

De zon scheen, de sneeuw lichtte verleidelijk op en de kilo’s trokken aan de heupen. Daar kon een wandeltochtje door de rulle sneeuw richting supermarkt heel goed tegen op. Sneeuw maakt alles lichter en tovert kunst waar je bij staat. Mooi spel van licht en donker, strakke of grillige lijnen, intense kleuren tegen het witste wit, dat, net als het ongbegrijpelijke zakje blauw, Reckit, van vroeger, blauwe tinten schemerde, kleurrijk wit, Monet-waardig. Lijnen worden abstracter, spiegelingen diep en ongrijpbaar.

De oude man

Een lange simpele weg en een ommetje naar het park, waar ik de treurwilg weet en een vijvertje. De eenden en meeuwen accepteren zwijgend en roerloos de kou, reiger staat als een oude man kouwelijk te zijn langs de kant van een slootje, het verenpak hoog opgetrokken. Hij vliegt niet eens weg als ik in de buurt kom.

Stap voor stap gaat de weg voort. Vriendin aan de overkant zwaait uitbundig en stapt kwiek door. De wens is de moeder van de gedachte. Onbewust zijn van het lopen op zich. Zorgeloos stappen, zwieren, zwaaien. Nog even geduld.

In de brievenbus zit mijn pakketje boeken klem. Ik pel het ter plekke uit en ontfutsel ze aan het karton. ‘Het Zoutpad’ van Raynor Winn en het vervolg erop ‘De Wilde Stilte’. Ik kan niet nalaten om in mijn bankhangplek direct te beginnen met lezen, terwijl het stapeltje nog niet uitgelezen boeken me zwijgend en verwijtend toe-ogen. Jaja, jullie komen echt allemaal aan de beurt, maar kijk dan, zo’n prachtige omslag, het opzienbarende verhaal, alles te verliezen en toch een zoete overwinning behalen met het beschrijven van die ervaringen in een boek, waardoor de toekomst weer zonnig en rozig kleurt. Dat willen we toch in deze dagen van doem en isolement.

Raynor Winn kan er wat van. Ze schrijft kleine pareltjes tussen de zinnen, schroomt niet om op te schrijven wat er binnenkomt, waardoor de emotie erachter zichtbaar wordt. Het Zoutpad loopt langs de zuidkust van Engeland dwars door een ‘oeroud en verweerd landschap’ vertelt de achterflap. Al in de eerste hoofdstukkken wordt duidelijk dat het een tocht is om een intens verdriet te overwinnen en meer dan dat. Ze neemt ons mee op een boeiende queeste, die eigenlijk in alles het leven en de liefde is in duizend kilometers en meer dan dat.

Als een functie belemmerd is, dan verlang je juist op volle sterkte naar het bereik ervan. Dit boek gaat over lopen, trotseren, doorbikkelen. Zo vult de stilte zich met het verzetten van de zinnen, zonder daadwerkelijk een uitputtingsslag te leveren en wel het verlangen te voelen.

Zoonlief komt de was doen, want zijn wasmachine heeft kuren. Hoe lang geleden was het dat ze met volle tassen kwamen en met schoon weer vertrokken. De tijd vliegt zelfs als alles is stilgevallen. Het wachten tot het klaar is duurt te lang als blijkt dat hij de machine anders had ingesteld dan verwacht. Nu de armen vrij zijn, mag Kluivert met hem mee. Zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic. Dag lief kind, dag doek. Ruimte voor nieuw, maar eerst terug naar het boek.

Uncategorized

Het is de hoogste tijd

Gelanterfanter moet je bezuren. Nou ja. Sinds het indelen van de tijd een kwestie is van het verschuiven van etmalen valt het allemaal nogal mee. Vannacht trokken de uren zich niets aan van slaaptekorten en dergelijke. Ze vonden rond drieën dat je best kon aanvangen met wakker worden. Dat deadlines als ondertoon hun woordje meespraken leek buiten kijf.

Ik pakte de vijf boeken op en ging aan het werk. Waar moet je beginnen als burgerschap het thema is. Eigenlijk zoals ik altijd doe met schrijven. Bij het begin. Gewoon het toetsenbord op schoot en typen maar. Onder mijn handen komen als vanzelf de woorden en glijden naadloos over in de beleving van wat ik gelezen en gezien heb. Als die wat roestige machine op stoom is gekomen, knarsen de raderen gestaag door en zijn niet meer te stoppen. Nog steeds kunnen ze er geen genoeg van krijgen, want nu ook nog, dendert het op tempo voort.

Dan maar het hele pakket afmaken, schrijvers, illustratoren en uitgevers vermelden, foto’s erin plakken en nog even checken op fouten. Wat een heerlijk gevoel, altijd weer, als die deadline gehaald is.

Gisteren trok ik tegen negenen de stoute schoenen aan en belde de huisartsenpost. De assistente zag dat de brief met de uitslag van de foto van de knie al binnen was en begon met een patellohuppeldepup aan een diagnose, tot ze zich ineens realiseerde, dat dat misschien het werk was van de huisarts en schreef me in voor een telefonisch consult van die ochtend. Om elf uur kwam dat telefoontje. Een van de weinige anonieme bellers, die ik bij hoge uitzondering wel te woord wilde staan. Het bleek een doorverwijzing te zijn voor de orthopeed om dat er toch schade aan de knieschijf was geconstateerd. Volgende week dinsdag in het coronavrije ziekenhuis in Leidsche Rijn om half negen ’s morgens.

Even slikken bij het horen van het tijdstip, maar toch beamen, want anders wist je nooit wanneer er dan weer plek was. Nog een week strompeldestrompel. Ik ga het nog missen. Gisteren en vandaag ben ik niet buiten geweest, maar er zoeft voldoende verkeer langs, dus het zal toch wel te doen zijn.

De hometrainer ging goed gisteren, de motivatie was er vooral omdat er weer een halve kilo aan was gevlogen. Het is een complot tussen het gewicht en de beweging, wat ik je brom. Ik kijk nu over een bollend vlak heen, dat er jaren lang niet geweest is. Het heet buik en is me een doorn in het oog. Maar daardoor kon ik wel twintig minuten trappen volhouden. Van hier naar Galecop, schat ik in. Met mijn ogen gericht op de nog altijd glooiende vlakten van het parkje tegenover de slaapkamer. Mensen liepen voorzichtig en dik aangekleed. Het was verbazingwekkend hoeveel mensen buiten liepen, blijkbaar was men allemaal op zoek naar beweging.

een verheven beeld van de stad

Het verhaal voor de kleinkinderen vordert gestaag. Dat is leuk want vorig jaar zat ik muurvast. Ik laat de avonturen nu hoofdzakelijk ’s nachts plaatsvinden, dan is opa Sterretje erbij en ben je niet meer aan de realiteit gebonden, dus de vrije teugel in de fantasie. Sproet, de leguaan wil nu eerst naar het land waar zijn vader en moeder hadden gewoond bij een oude vrouw die kon toveren, in Florence. Dat betekent voor vandaag studie naar wat daar zoal te vinden is. Het werkt altijd stimulerend en inspirerend, zo’n research. Dat bleek ook wel met het verhaal van de tovenaar op de Pantokrator in Corfu vorig jaar. Nog altijd ben ik er voor mijn gevoel geweest, terwijl Corona daar toch echt een stokje voor had gestoken. Maar door de beschrijving van het verhaal, dat zich afspeelde op dat eiland, is het ook in mijn systeem gaan zitten. Hoe een verhaal een vlucht kan nemen met ons. Florence dus, altijd al eens naar toegewild en straks gaat het gebeuren. Maar eerst even wat slaap inhalen. Het is de hoogste tijd.

iemand slaapt de slaap der vergetelheid

Uncategorized

Voorlopig huismussen we voort

Een fietser trekt diepe voren in de ongerepte sneeuw. Steeds verder weg zie ik de oplichtende rode lamp gloeien en ten slotte verdwijnen. De wind is gaan liggen en raast niet langer om het huis. Op het balkon ligt de sneeeuw nog kakelvers en onaangeroerd, trekt ronde vormen en laat de potten versmelten met elkaar tot een wal van wit. Poes Pluis wil heel graag naar buiten en toch ook weer niet. Met voorzichtge stappen beseft ze ineens dat haar pootjes koud en nat zullen zijn, dat er geen plek is om sneeuwvrij te zitten en wachten op langsvliegende hongerige vogels. Ze blaast snel de aftocht door een kier van de balkondeuren, die ik voor haar openhield.

Buiten is het nog donker. Een eerste schooldag? Nee, dat bleek voor de meesten een lege dop. Het personeel kon de school niet bereiken, dus blijven ze nog een dag dicht. Niet snel is een teleurstelling groter. Eindelijk je klassgenoten te mogen zien en dan toch op het laatste nippertje de deksel op de neus te krijgen. Ik heb er maar snel een nieuw hoofdstuk van het oma-verhaal ingegooid als doekje voor het bloeden. Zuur is het wel.

Ipad pro/procrate

Gisteren heb ik eindelijk weer eens de pen ter hand genomen en ook een tekening gemaakt op de Ipad. Niet alleen uitproberen, maar ook tot in detail uitwerken. Wat een mogelijkheden ziitten er in het technisch vernuft.

Voorstudie: pen en aquarel/ handje deugt niet.

De foto’s die nagetekend zijn waren oude schoolfoto’s, die boven water kwamen bij het maken van ruimte voor de hometrainer. Deze staat nu bij het voeteneind van het bed en als ik erop zit, kijk ik over de witte wereld in het park, waar ouders sleetjes trekkend overheen rennen met meestal twee kleine kinderen erop, die het uitkraaien van plezier, of hondenbezitters, die hun viervoeters laten dollen met de dikke sneeuwdeken. Ik kom nog niet ver op de hometrainer. Ben nog niet in de verste verte bij Amelisweerd, hooguit een blok om de flat of tot aan het ziekenhuis haha. Rustigjes opbouwen.

Gisteren de uitzendng van de Chinezen in Amerika met Ruben Terlou. Wat een diversiteit aan levensinvulling in een notendop. Ik was onder de indruk van de enige man uit het programma, die zijn leven in een sociale context plaatste. Het was een rapper van maatschappijkritische teksten, die erin geloofde dat je er alles aan kon doen om de wereld te verbeteren door dat zelf uit te dragen. Bewonderendswaardig, deze Jason Chu. Een kind van de tweede generatie Nieuwe Chinezen. Hij gaf vrij en eerlijk antwoord op de vragen van Ruben. Die ontmoette hij, toen hij als tattoo twee spreuken achterop zijn kuiten liet zetten. Op de linker ‘Fear is easy’ en op de rechter ‘Hope is real’. Ruben vertelde wat hij daar mee bedoelde: ‘Angst zorgt ervoor dat je elkaar niet goed begrijpt, wil hij daarmee zeggen, terwijl je juist oog moet hebben voor elkaars menselijkheid. De moed hebben om samen te streven naar verbetering, zoiets. Best mooi, vond ik dat‘. Ik was diep onder de indruk van de filosofie van een kleine grote man.

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/07-02-2021/VPWON_1296262

Het was weer een programma vol tegenstellingen, maar boeiend van het begin tot het eind en het riep veel vragen op over de verschillende beweegredenen om naar de VS te emigreren. Soms uit een fel anti-communistische inslag, of juist voor het kapitaal, maar ook om de eenouder-regel te ontvluchten. In de kunstenaarskolonie liep ook een Tibetanse dissident rond, die zijn ouders uit angst al een half jaar niet gesproken had. Er werden grote beelden gemaakt die voornamelijk de vrijheid verheerlijkten en het wapenbezit, omdat men in China afhankelijk bent van de grillen van de overheid en je in de VS jezelf mocht en kon verdedigen. Ware vrijheid in hun ogen.

Het moest allemaal bezinken. Vandaag moet er hard gewerkt worden. Het boek van Morton Rhue, De Golf moet uit, er dient geschreven en ik wil een eerste begin maken met een nieuw paneel. En, niet onbelangrijk, de dokter even bellen over de uitslag van de knie. We gaan het zien en beleven. Voorlopig huimussen we voort.

Uncategorized

Achter de kachel of buiten, geniet

Wakker worden met het suizen geeft binnen een behaaglijkheid, die grenst aan bevroren slaapkamerramen en brandende kachels die rood opgloeien. Het was de wind die de starre kale takken deed kraken. Over de rijbaan kwamen vanaf dat tijdstip van wakker worden bij tijd en wijle sneeuwschuivers en zoutstrooiers in een vriendelijk ogende optocht met hun gele en rood/oranje uitbundige verlichting voorbij. ‘Buiten huilt de wind om het huis, maar de kachel staat te snorren op vier’, dat gevoel.

Hoera, de fiets is gearriveerd. Gisteren belde zoonlief dat hij met één minuut voor de deur stond en of de Benjamin naar beneden kon komen om te helpen tillen. Nu prijkt het bescheiden gevaarte in de slaapkamer. Ik moet nog een en ander aanpassen zodat ik al fietsend naar buiten kan kijken. Fietsend door de sneeuw, zonder de kou, als dat geen luxe is.

Het leek niet het enige dat hij kwam brengen. Ik werd verzocht boven te blijven en nog niet te douchen. Dat duurde en duurde. Ik draaide mijn eerste rondjes op de trappers, las wat, schreef wat, tot ik mocht douchen. IJskoud water. De jongste stelde de ketel bij. Wat hadden ze uitgespookt. Honderdeneenmogelijkheden waaiden het hoofd binnen. Het was feest in de keuken, bleek. Een prachtige grote bos bloemen, trok het eerst mijn oog, tot ik eindelijk het fornuis zag. Het was de Smeg uit het oude Amsterdamse huis van zoonlief, die als bijna nieuw stond te blinken.

een gedicht op zich ❤

Er bovenop een mooie kaart met een meer dan ontroerend gedicht van Rene Oskam als bedankje. Zoonlief moest er weer snel vandoor. Bij het lezen in alle stilte schoot ik vol. Jaja, emotie kan vloeien. Het oude fornuis stond al in de schuur. Opgeruimd staat netjes.

Er lag nog een verrassing in de bus. Op de valreep aangevraagd. Het laatste boek voor een recensie. Een prachtige en ontroerende uitvoering van het gedicht: ‘Mensen met koffers’ van Sjoerd Kuyper met indringende tekeningen van Annemarie van Haeringen bij elke strofe. Ontheemde mensen, vluchtelingen zonder thuis keken droef of hoopvol van de bladzijden af. Schrijnend leed verpakt in ontroerend mooi.

Bij het verschonen van het bed vond ik de dromenvanger. De filosoof had, helemaal uit zichzelf, gevraagd of ik er een voor hem had, omdat hij zo eng droomde ’s nachts. Zo knap, dat hij het zelf durfde zeggen. Toegeven dat je angstig bent is voor veel mensen een brug te ver. Nu kan ik hem verrassen.

Bij de winkel kwam ik twee oude bekenden tegen. Het duurde even voor we de vertrouwde blikken zagen in dat bal masqué, dat een supermarkt tegenwoordig is. Luchtkussen uitwisselen en even jeremiëren hoe saai het allemaal was zonder band en optredens en hoezeer we de gezelligheid misten. De kroegentochten, terrasjes, maar vooral het knuffelen. De man zei: ‘Ik ben geen knuffelaar, maar zelfs ik mis het nu’. Heerlijk om ze even te zien, genoeg om je aan te laven. ‘Volgende keer op het terras‘, spraken we onszelf moed in.

Pluis wilde vanmorgen per se de sneeuw in. Met haar pootjes nuffig hoog optrekkend, stapte ze in het witte goedje en stempelde haar kussens in het ongerepte wit. Het was nog vroeg. Een dikke witte deken. Lang verwacht en toch gekomen.

Gisteren bij het bekijken van oude foto’s van school kwam ik ook de foto tegen van het project ‘De diepvriesdames’. Hilarische sneeuwkoninginnen in een herfstbos tijdens een kamp, waarbij alles wat wit was, uit de kast werd getrokken om de diepvriessfeer na te bootsen. Een van die juwelen uit de oude doos. Nu dompelden ze de wereld in een ijzige poedersuiker. Zoet genot bij vrieskou. Misschen moet ik nog even snel een muts breien, die ik diep over de oren kan trekken. De snoetjes komen goed van pas. Minder rode neuzen en wel warme wangen.

Na de sneeuwpret, volop de lente. Het maakt het genot van beiden groter. We hoeven niets te organiseren. Het wordt op een presenteerblaadje aangeboden door moeder natuur. Achter de kachel of buiten, geniet.