Uncategorized

Afwachten maar

Een opsekopse donderdag door het telefoontje van zoonlief. ‘Ik kom er over een half uurtje aan’. Dat betekende in stroomversnelling de ochtendrituelen, kamer inspecteren, zwabberen, ruimen. Ziezo, puf puf, klaar voor de ontvangst. Weer een telefoontje. ‘ Zullen we gaan wandelen’. De zon scheen uitbundig, alles tjilpte lente en de coronaveiligheid was gewaarborgd in de frisse buitenlucht met deze fysio-zoon. De kleine zat in een oogverblindend neon-oranje in zijn wagen en hield de bal vast alsof hij ’s werelds grootste diamant in de vingers had. Heerlijk zonnig speeltuinweer en bij de vakantievrije scholen schommelde de wind zachtjes heen en weer en hing de basketbalkorf er doelloos bij. De bal mocht los en de kleine voetballer erachter aan. Zijn taalrepertoire bestond uit bal, goal en papapapa, soms zei hij iets wat verdacht veel op mijn naam leek. Het dorre gras op de tegels in plukken, een slappe variant van het tumbleweed in een verlaten Texasdorp, was het ook waard om nauwkeurig bekeken te worden. In de mond steken ging toch een brug te ver. Zand erover. Om twaalf uur waren we uitgespeeld en slenterden weer op huis aan. Luchtkushanden en een luchtomhelzing, tot gauw, tot later, een gestolen zoen op de krulletjes. Dag lieverds.

Gisteren waren de drie van dochterlief al op de tuin geweest. Ook buiten, ook op afstand, schoonzoon achter in de tuin, want hij was heen en weer geweest voor zaken naar Frankrijk. De knikkers van de Plus lagen in hun papier op tafel, een stapeltje gespaard, dankzij een oudleerlinge die bij de Plus een en ander regelde. Als je knikkers hebt schreeuwen ze om een knikkerbaan. Het was echter gras, gras en nog eens gras, wat de klok sloeg. Dat schoot niet op. Zelfs het straatje had een wintervacht gespaard. Dochterlief begon enthousiast te trekken aan wat pollen. De kleine ondernemer schoot direct bij. Vond het leuk werk en wilde een lange baan, vooral toen er een tegelsteker en een schepeltje(niet over de tegels, jongens) aan te pas kwam.

Klaar voor ontvangst

Dribbel functioneerde als stoorzender en als kleine dwingeland. Zijn ‘ Nee’ werd kracht bijgezet met een stokstijf nagelen op de plaats, armen voor de buik over elkaar gevouwen en hoofd tussen de schouders, de mondhoeken omlaag en een diepe frons boven de ogen. Nee dus. Met een stoffer, die tussen de weerbarstige armen werd geduwd was hij even afgeleid, maar daarna moesten er toch weer wat grenzen worden onderzocht. Tot hoe ver kan je gaan als kleine dribbel. Zodra hij een muziek op de telefoon van zijn moeder mocht luisteren en het leven een dansante wending nam, was het leed voor een poosje geleden. Tevreden wiegend maakte hij pas op de plaats.

Onder alle grassen kwamen de oude klinkertjes terug en in volle glorie. Waar een knikkerbaan al niet goed voor is. Het knikkeren was leuk. De oudste was er klaar mee na een potje, maar toen dochterlief mee ging doen, de Knikkerkampioen, werd zijn broer steeds enthousiaster en zelfs bij het verlies van een potje blonk er slechts bewondering voor de kunsten van zijn moeder in de ogen.

Het laatste stuk van het straatje hadden we laten zitten, maar na het uitzwaaien raapte ik de moed bij elkaar en ging zelf aan de slag. Helaas koos ik onnadenkend het wiedkrukje uit, dicht bij de grond en handig, maar niet voor het doorbuigen van de knieën. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Zo snel gaat dat dus.

Het is vandaag de dag van de zonen. Straks komt de andere helft van de tweeling eten, vroeg want voordat de wedstrijd van Ajax zou aanvangen. Een lievelingsgerecht. Simpele groene groenten, rijst en een kippendij. Niet teveel saus, maar de pure smaken. Hij weet wel wat lekker is. Vandaag is verder dus een verdiende rustdag. Tijd om ‘Het geheim van de Meester’ en ‘Ruben Terlou zijn zoektocht naar de Chinezen in Nederland’ te bekijken. Wie wat bewaart die heeft wat. De lucht trekt al iets dicht, maar nog steeds is het lekker warm. Het huis ademt gretig de schone lucht in die door de open balkondeuren stroomt. Buiten ontmoette ik ramen-zemende buurvrouwen onafhankelijk van elkaar. De schoonmaak begint te kriebelen.

De knusse wintersfeer mag oplossen in de lentewarmte en de eerste bloeiende narcissen in de potten op het balkon. Alsof het zo moest zijn, verloor de Amaryllis een voor een haar laatste bloemen. Al is er nog een zijscheut, goed voor het laatste staartje winter dat nog ongetwijfeld zal komen. Afwachten maar.

3 gedachten over “Afwachten maar

  1. Wat een mooi klinkerpaadje in je tuin! Pure smaken van het eten vinden wij ook zo lekker en natuurlijk kijken wij ook naar ‘het geheim van de meester’. Genoten van je stukje, lieve Berna ❤️

    Like

Reacties zijn gesloten.