Uncategorized

Voor de eeuwigheid

Gisteren dichtte de wereld in de vroege ochtend in tegenstellingen. Een donkergrijze lucht en een sneeuwwit kleed. Vandaag is het okerkleur geblazen, met hier en daar een vleug rosé.

Het echtpaar Kauw zit niet op het nest, maar vliegen nog altijd druk heen en weer. Het schuifelen en ritselen boven mijn hoofd zwelt af en toe aan.

Zoonlief probeerde ze vanuit het dakraam te fotograferen, maar dat vonden ze niet gezellig. We wachten op de vreugdevolle geboorte van de kleine Ka en meer, want gemiddeld leggen ze 4 tot 6 lichtblauwe eieren. Vol verwachting klopt ons hart en dat van Pluis.

Het uitstapje gisteren ging naar Rusland. Buiten de politiek om herbergt het land veel schoons. Een impressie van Malevitch met zijn vrouwenfiguur lag voor de hand. Intrigerend dat suprematisme van hem en de ontwikkeling daarin. Het andere uitstapje was naar de Russische literatuur.

Het werd aangereikt door Marleen Daniëls die de Russische Kulebiaka uit de vergetelheid wilde halen. Ze haalt daar de klassiekers, de grootheden uit de Russisiche literatuur voor aan: Gogol, Tsjechov en Tolstoi. Ooit stonden ze lang geleden op mijn verlanglijst. Naar aanleiding van het volgende verhaal besloot ik om, niet pyramidevormig volgens het recept dat ik het eerst gevonden had, maar de rechthoekige van Gogol en het oude Rusland te maken. Weliswaar vegetarisch, maar toch. Eenzelfde soort genot. Ergens uit de diepten van de vrieslades kwam ik gelukkig nog bladerdeeg tegen, anders had de klus de hele dag geduurd. Nu was deze versie van de koolschotel binnen een uurtje of twee klaar.

Citaat van Marleen: ‘Maak een rechthoekige kulebiaka’ zegt Petukh, het gulzige personage uit het tweede deel van ‘Dode zielen’ van Gogol, ‘en vul één van de hoeken met de wangen en de viziga (gedroogd beendermerg) van de steur, een andere hoek met wilde champignons, ajuin en viseitjes. De gevulde kulebiaka moet op de juiste manier gebakken worden zodat ze niet verkruimelt in de mond maar smelt als sneeuw op de tong.’

Voor de Russische schrijver Nikolaj Gogol was de maag het nobelste orgaan van de mens en het fameuze recept van de kulebiaka overleefde de vlammen toen hij het manuscript van het tweede deel van Dode zielenin 1852 verbrandde. Hij vreesde het succes van het eerste boek nooit te kunnen evenaren. Daarna verhongerde hij zichzelf, hij was 43.

De culiaire hoogstandjes in de Russische literatuur dienden onder andere ‘om de erotische taboes te omzeilen‘, door eten te verheffen tot het opperste genot en lyrisch te schrijven over de heerlijkste gerechten. ‘Tolstoi liet graaf Rostov in Oorlog en vrede pochen over de (Franse) slaaf, die hem versteld had doen staan met de schotel van hazelhoen in madeirasaus.

Tsjechov schreef in het verhaal ‘De Zeemeermin: ‘de Kulebiaka doet je watertanden, een naakte schaamteloze verleiding. Je knipoogt ernaar, snijdt er een stuk uit, je streelt het en eet het, de warme boter druipt als tranen van de rijke sappige vulling van eieren en uien…’

Deze heerlijkheden waren alleen bestemd voor de aristocraten, het gewone volk leefde in armoe. De tegenstellingen waren groot. Toen de laatste tsarenfamilie verdwenen was, verdwenen de authentieke recepten als de Kulebiaka naar de achtergrond. Toen ik gisteren op zoek ging, kwam ik zowel uit bij Marleen, als bij tientallen recepten in een lichte variant van deze Russische groentetaart. Om je vingers bij af te likken. Tijd te over, dus kwamen er bloemtjes en hartjes op de pastei. Een waar kunstwerk al zeg ik het zelf.

Een aanrader dus en echt niet moeilijk. Wie wil er niet wegdromen bij de klassieken onder het nuttigen van een al even klassiek gerecht. Trek de oude Tolstoi uit je boekenkast en laat beiden smaken. De zonen kwamen met liefde een derde deel opsmikkelen en zo verdween mijn kunstwerk van deeg als sneeuw voor de zon. Het recept blijft voor de eeuwigheid.

In 80 dagen de wereld rond. Rusland, Recept van de vegetarische Kulebiaka:

1 middelgrote savooiekool, in reepjes1 ui, gesnipperd, 2 tenen knoflook, fijngehakte boter, 4 eieren, hardgekookt, 6 takjes peterselie, gerist en gehakt, 4 takjes dille, gerist en gehakt, 12 velletjes bladerdeeg,1 eidooier, handvol geraspte kaas.

Ontdooi de plakjes deeg en verhit de oven op 220 graden. Doe de reepjes kool in een vergiet en schenk er kokend water over. Fruit, terwijl de kool uitlekt, ui en knoflook met een klont boter in een ruime koekenpan. Knijp het vocht uit de kool en voeg toe aan de glazige ui. Laat op middelhoog vuur het laatste vocht in een paar minuten verdampen, zonder dat de kool kleurt. Snij de eieren in stukjes, bestrooi met peper en zout en meng door de kool. Voeg ook de peterselie, dille en naar smaak peper en zout toe. Roer er eventueel nog wat geraspte kaas door. Bekleed een plaat met de vellen bladerdeeg, strooi er paneermeel over. Schep de vulling in het midden. Vouw de randen om het mengsel heen, versier het met mooie figuren en bestrijk het met eigeel. Twintig minuten in de oven tot het goudbruin is. Приятного аппетита!(aangename appetijt)

Uncategorized

Alles telt

Ik was net op tijd om de witte winterwereld te vangen vanmorgen vroeg. Nu regent het en de sneeuw is bijna verdwenen. Het is donker, guur en druilerig. Een dag om naar binnen te kruipen, in een luie stoel, een knusse bank of in het warme bed te blijven. Alles mag als winter je in de lente overvalt.

Over de app komt een filmpje langs van onderzoekende Dribbel. Hij heeft ontdekt dat het snoer van de stofzuiger vanzelf terugloopt, als je hem flink uitgetrokken hebt. In een eindeloze herhaling en iedere keer een brede schaterlach. wat heerlijk om nog zoveel te kunnen ontdekken, dat nieuw voor je is.

Thaise rijstnoedels waren nieuw voor mij en al had ik de aanwijzingen op de verpakking precies gevolgd, het werd toch te gaar. Een wonderlijke kleefmassa. Met de heerlijke saus smaakte het wonderwel, maar handig is om ze maar heel even te laten koken. Ik geloof nooit dat ‘compact’ de bedoeling was. Ook ontdekt. Spelende kinderen en spelende vrouwen, er is geen verschil. Bij beiden gaat vaak of af en toe een nieuwe wereld open.

Zoonlief wil de krant voor me halen en ik leun nog even lekker achterover in de kussens. De krant brengt op woensdag de Woordkraker. Dat is mijn lievelingspuzzel en daar ben ik een tijdje zoet mee. Dochter van vriendin stuurde me een boodschap. Of ze op bezoek mocht komen. In de zomer hadden we een boeiend gesprek in de tuin van haar moeder gehad. Eigenlijk een eer dat ze op bezoek wil komen. We spreken af voor warmer weer en dan op de tuin.

Verder heb ik genoten van het album Plant van Nynke Laverman. Wat staan er mooie uitvoeringen op. Het prikkelt de geest. De voeding voor mijn inventiviteit, die aardig op de proef werd gesteld en dat komt goed uit, want er moet weer een nieuwe Tijdwijzer uit. De Jeugdcronyck van de historische kring hier in de stad. Het thema is het vijftigjarig bestaan van de stad, destijds samengevoegd uit twee dorpen. Gelukkig had iemand al een professor met een tijdmachine verzonnen, dus kan ik aansluiten met de voortvarende reis van twee kinderen, die niet meer kunnen wachten en stiekem al eerder zijn gegaan. Terug in de tijd, daar kan je alles aan ophangen. Als het wat mooier weer is, kan ik op zoek gaan naar de verrassingen, die elke stad in het algemeen en deze in het bijzonder te bieden heeft. Ben ook benieuwd of de kinderen zelf actief mee denken over hun ‘stad’. Wat vinden zij monument-waardig of een gedenkwaardige herinnering. Zo zie je maar, het bruist hierboven.

Zo brei ik deze dagen aan elkaar. Gisteren belde vriendinlief met een bezwaard gemoed. We hebben lang gepraat. Twijfels weg nemen, die er niet hoeven te zijn. Het gesprek leidde naar het grote verschil van opvattingen in de jaren zeventig, tachtig en nu. Zo vrij als we waren, zo makkelijk er tegen de heilige huisjes mocht worden geschopt, zo moeizaam gaat het nu. Of worden er tegen onze vrije idealen aan geschopt, zoals wij dat deden bij de benepen regels van onze ouders in de jaren vijftig en is dat het patroon van de levenscyclus. Het heeft alles te maken met de tijdgeest waarin geleefd wordt. Daar moet je bepaalde beslissingen in zien te doorgronden. Het is zo’n groot verschil, wat nu wel en niet kan. Een voorbeeld: Het was heel normaal om op een snikhete zomerdag de brandspuit op school te voorschijn te halen. Dan dansten de kinderen bloot of half gekleed gillend van het lachen onder de straal door. Op een gegeven moment kon dat niet meer. Werd het ongepast gevonden. Ik had zelfs een moeder die vond dat we gordijnen in de gymzaal moesten hangen, omdat daar de kinderen in hun hemdje en broekje aan het gymmen waren. Vragen waarvan ik dacht, hoe het bestond de onschuld van het spel zo kwijt te raken. Dat wil niet zeggen dat we de normen en waarden van deze tijd niet respecteren. Een progressief en weldenkend mens verandert mee, maar als er afgerekend wordt op bepaalde handelingen is het goed om het in de juiste tijd te plaatsen alvorens te ageren.

Zo diep kan een gesprek gaan. Het was fijn om te ontdekken dat er gelijkgestemdheid was. ‘Thats what friends are for’. Een luisterend oor, een uitwisseling en de ontdekking dat alles telt.

In de wereld rond in 80 dagen mocht ik naar Thailand voor de Pad Thai en een Olifant. Simpel en snel.

70 gram dunne rijstnoedels/1 ei/2 el gemalen en geroosterde pinda’s rooster en maal ze voor het koken/1/2 el fijngesneden knoflook/1/2 el fijngesneden ui of sjalot/ een beetje lente ui voor versiering, fijngesneden/ taugé/1/4de limoen deze kan je apart erbij serveren.

1/2 tl chilipoeder/ 1/2 el witte suiker/ 1/2 el bruine suiker/ 1 tl vissaus/ 1 tl tamarinde pasta of een deel azijn met een deel suiker/ 1 tl oestersaus/ 1 halve wortel in brunoise(blokjes gesneden)

Week de noedels in lauw water gedurende 20 minuten, kijk naar de verpakking voor andere instructies. Ze moeten alleszins zacht en flexibel zijn als je eraan begint. Rooster en plet (of snijd) de pinda’s in kleine stukjes. Maak de saus, door alle ingrediënten in een mok te doen en te mengen. Doe wat pinda-olie in de wok en voeg de look en ajuin toe. Laat de look en ajuin even roerbakken maar laat ze niet te bruin worden. Voeg de wortel toe. Voeg de afgegoten noedels toe en blijf roerbakken. Na 30 seconden duw je alles in de  wok opzij en breek je het ei in de wok. Ga er met je spatel door om er een soort van roerei van te maken. Laat bakken tot het ei voor ongeveer 70% klaar is en meng dan alles door elkaar. Giet nu de saus er overheen en laat nog een minuutje roerbakken. Haal nu alles uit de wok en doe er de taugé en lente-ui bij.

Ingelegde radijs of dakkoi

3 bosjes radijsjes of rettich (gebruik een soort radijs naar keuze)2 knoflooktenen/400 ml water/50 ml zoute sojasaus/100 ml mirin, rijstwijn/100 gram suiker

Doe water, suiker en fijngesneden knoflook in een sauspan en verwarm dit tot de suiker is opgelost. Voeg dan de mirin en sojasaus toe en verwarm het kort. Schenk het mengsel, zo heet mogelijk, over de radijsplakjes tot net onder de rand en sluit de weckpot direct. Laat het geheel nu volledig afkoelen.

Uncategorized

De gedachte alleen

In de tijdgeest van vorige week zaterdag, bijna geheel gewijd aan de natuur en het tuinen, kwam ik Nynke Laverman tegen, van wie ik wel eens gehoord had. Ik wist dat ze Fado’s zong in de Friese taal. Het was een lang interview, waarin ze me leidde naar haar nieuwe album Plant en indirect naar het nummer tree tree. Het was voldoende om me direct te raken en me te verdiepen in haar handel en wandel.

Wat een mooi mens, wat een prachtige ideeën, wat een beroerende kunstuiting. Ze heeft onder andere een podcast gemaakt samen met Lex Bohlmeijer met de natuurfilosoof Matthijs Schouten. In een van zijn beschouwingen zegt hij dat we bestaan, omdat de wereld het mogelijk maakt voor ons om te bestaan en dat het niet andersom is. Om meer eenheid te kweken met de natuur geeft hij in de podcast als opdracht om iedere dag vijf minuten lang naar iets te kijken wat niet door de mens gemaakt is.

De podcast is vernoemd naar het nummer Tree Tree van Nynke. In het gesprek schetst Matthijs Schouten in korte tijd hoe we tot het huidige denkbeeld van de Westerse denkwijze over de mens in de natuur zijn gekomen. Aristoteles vond dat alles een ziel had, maar de mens als enige ook verstand bezat. Hij vond ook dat al het lagere ten dienste stond van het hogere. Die ideeën werden omarmd door het Christendom. In de jaren die volgden verdween het idee dat alles bezield was en Descartes deed daar nog een schepje bovenop, door te beweren dat het onderscheid tussen mens en natuur was, dat alléén de mens de geest, de ziel en het verstand bezat. Dat was wat er in het Westen overbleef van de verbondenheid tussen mens en natuur.

https://nynkelaverman.nl/newsitem/podcast-matthijs-schouten

Schouten onderscheidt vier verschillende beschouwingen ten opzichte van de planten en dierenwereld. Nynke leerde van de nomaden in Mongolië een andere manier van natuurbeleving, een zijn met de natuur werd daar een begrip. Alles doet er toe. Wij zijn geneigd om alles buiten ons tot dingen te maken, maar in de ogen van de nomaden daar is alles gelijkwaardig en alles is bezield. Het lied tree tree voelt ook zo. ‘Hè boom, wat vind jij eigenlijk van mij’, vraagt ze. Een groot verschil met onze westerse opvattingen. Toch hebben we de liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten gekregen. Mijn moeder maakte ons opmerkzaam op het kleine. Ze hield er echt van. Daarom was het Julianapark ook zo geliefd. Niet alleen om zijn dieren, die ik altijd een beetje zielig vond in de hokken, maar ook om de prachtige oude bomen. Boeiende materie, zowel de podcast en het artikel over Nynke Laverman. Daarna goed naar dat ontroerende lied luisteren. Toen de zaag in de boom werd gezet, voelde ik het gelijk fysiek. Voor mij waren bossen en bomen altijd onderdeel van de sprookjes, van de verbeelding, stille getuigen van de kruiende tijd.

Net kwam er een mailtje binnen met de mededeling dat Pluis jarig is. Haha. Het lijdend voorwerp vindt alles best. Ze ligt lekker onder de sprei en droomt de droom der onwetenden. Vandaag komt er, als cadeautje, geen afgewogen voer in haar bak. Ze heeft een lichte aanleg tot het katermodel. De lieve oude Nemo was met haar damesfiguur twee keer zo slank.

Ook een bericht dat broerlief met veel, nog ongewisse, pijn in het ziekenhuis ligt. Ook iets om wakker van te liggen, wat prompt gebeurde en gelukkig ben ik net op de helft van de blog weer in slaap gevallen, duidelijk om de vermoeidheid af te schudden. Met de woorden van mijn moeder indachtig: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ zal ik de piekermomenten klein houden, maar toch. Het is een oude taaie, maar vier jaar ouder dan ik. We worden niet bepaald sterker naarmate de jaren lengen. We denken aan hem en misschien verlicht dat al de gedachte alleen.

De reis naar Spanje werd inderdaad een Fiësta in ‘De wereld rond in 80 dagen’, op papier kwam een flamencodanseres van een video-opname van Tablas las Carboneras en op het bord Berenjenas de ‘Cadaques’. Als een engeltje vloog het naar binnen.

Ingrediënten: 1 kilo aubergines/200 ml olijfolie/zout en peper/50 gram geraspte kaas

voor de sofrito: 3 uien/2 blikken gepelde tomaten (uitgelekt en fijngesneden) of 500 gram rijpe tomaten/50 ml droge sherry/150 ml groentebouillon

voor de picada: 2 knoflooktenen/snufje zout/25 gram geroosterde amandelen/wat takjes peterselie

Verwarm de oven op 200ºC.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Snij de aubergines in gelijke plakken en verdeel ze over het bakpapier. Kwast ze aan beide kanten in met olijfolie en bestrooi ze met peper en zout.
Bak de aubergines 30 tot 45 minuten (afhankelijk van de dikte) in de oven tot ze gaar en wat bruin zijn. Draai ze om de 10 minuten om. Maak ondertussen de picada: rooster de amandelen in een droge koekenpan goudbruin. Wrijf in een vijzel de knoflooktenen met een snufje zout tot een fijne pasta. Doe daar de peterselie en amandelen bij en wrijf alles fijn. Zet apart. Verhit wat olijfolie in een pan en bak op een zacht vuur de fijngesneden uien tot ze glazig en een beetje bruin beginnen te worden. Voeg de in kleine stukjes gesneden gepelde tomaten uit blik.
Laat de sofrito 15 minuten zachtjes bakken tot het meeste vocht verdwenen is. Schenk de sherry en de groentebouillon toe en laat nog een minuut of drie zachtjes koken.
Hevel een paar lepels van het kookvocht van de sofrito over naar de picada en roer goed door zodat er een sausje ontstaat.
Voeg deze aan de sofrito toe en laat alles een paar minuutjes doorkoken.

Meng voorzichtig de gebakken plakken aubergines door de sofrito en leg ze in een ovenvaste schaal.
Lepel hierover de rest van de sofrito.
Rasp kaas over het geheel en gratineer in de oven tot de kaas gesmolten is.

Uncategorized

Een kleine Fiësta

Zie je wel. Zo’n dagje met de helft van de kleinkinderen wierp vannacht alweer vruchten af. Wakker geschrokken om half vijf heb ik met een ruk het laatste spannende deel van het verhaal van Opa Sterretje uitgeschreven. Ineens vloeide de verbeelding als een warme deken over me heen, nam het toetsenbord onder beheer en ging de strijd aan met de oude Vecchietta Bruto. Die opa’s op een sterretje weten alles, hè. Dat is een handige bijkomstigheid. Sproet bleek in werkelijkheid de betoverde versie van Matteo te zijn, een kleine jongen zo groot als Tijn, die in het klooster woonde en de oude vrouw was in werkelijkheid niet wie ze was. Straks ga ik het laatste deel voorlezen voor deze tweede blijf-maar-thuis-paasdag. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.

Het eieren zoeken was een succes. Natuurlijk was de kleine filosoof twee keer zo snel dan de twee dribbeltjes en hij had zo zijn kostje gekocht en meer dan dat. Maar ruiterlijk legde hij sommige weer terug op een in het oog lopende plek zodat de anderen met hun twee jaar kraaiden van blijdschap bij het ontdekken van de kleurrijke kleine eitjes. De heuvel lag er verder verlaten bij en op een aantal fanatieke hardlopers na, liepen er alleen maar kippen en hanen vrij rond en zat de pauw met zijn snerpende geluid op het dak van het schuurtje en waaierde af en toe zijn veren imposant uit. Het liefst zouden ze achter elkaar de eitjes aan het verorberen zijn gegaan, maar daar staken de moeders een effectief stokje voor. De pauze, ook om bij te komen van de kou, was bij de kleine koek en zopie-tent met koffie en thee. Een grote beker hemelse warmte deed de rust weer neerdalen. De kinderen speelden in de speeltuin, de oude beer, waar ik als vierjarige nog opgezeten had, stond er moederziel alleen bij. De kinderen waaierden uiteen naar de schommels, naar de glijbaan of met de bal aan de voeten. Zoonlief boog naar de hoofduitgang af met schoondochter en haar bollende buikje en de ene kleine dribbel en wij liepen naar de andere uitgang.

De kleine filosoof mocht met oma mee in de auto en kleindochter, die dat niet begreep brulde aan een stuk door voorop de fiets tot ze thuis was en ons weer zag. Tranen gedroogd, verdriet vergeten. De paasbrunch was heerlijk. Een brunch als het paasontbijt vroeger, verse eitjes, kaas, verse broodjes, croissanten, fries suikerbrood, een paasstol met amandelspijs, roomboter en verse jus d’orange. Kleinzoon kon de druk van het chocolade verrassingsei nauwelijks aan, maar moest wachten to zijn zuslief op bed lag.

Ik spon goed garen bij dit samenzijn. In het hoofd gingen alle luiken van kinderliedjes en versjes wagenwijd open en namen in hun kielzog het juiste verhalenplot mee voor de spannende avonturen van Tijn en de Florentijnse leguaan. Intussen dus geboekstaafd en veilig gesteld. Op naar het volgende avontuur.

We hebben een winters weekje voor de boeg, dan ook de bijbehorende knusheid maar van stal gehaald. De tuin mag even links blijven liggen en de kaarsen komen te voorschijn. Prima weer om wereld rond te reizen op papier en op het bord. Vandaag mag ik naar Spanje. Olé. Kind aan huis daar, want al in 1965 reed mijn vader met ons gezin(heel veel kinderen) naar Tarragona toe. Heen keurig netjes in twee dagen en op de terugweg jakkerde hij aan een stuk door. De Spaanse keuken proefden we mondjesmaat, want we hadden de hele Hollandse keuken in blikconserven onder de banken gestopt tot en met de margarine toe. In de jaren die volgden werden het minder conserven en meer Spaanse keuken. De vakanties naar zo’n ver land waren bijzonder in die tijd. Mijn vader was er reislustig genoeg voor. Geen straf om, nu de wind om het huis giert, het buiten regent, en het frisse groen van treurigheid de kopjes laten hangen, op een warm strand te zitten of te lopen op de ramblas. ‘Camarero una limonata de narancha por favor’. O nee, een terras is er niet. Dan maar een kop warme chocomel van echte melk en cacao. Om te vieren dat we straks de warmte twee keer meer zullen waarderen, als die uit de diepste krochten te voorschijn komt, houden we vandaag een kleine fiësta

In de wereld rond in 80 dagen bracht zoonlief me met zijn lavash naar Libanon. Ik maakte er Fattoush bij, een frisse salade. Samen met de hummus van aubergine een aanrader. Op papier een detail van Le Piano Oriëntal’van de striptekenaar Zeina Abirached.

Fattoush wordt trouwens niet alleen in Libanon gegeten, maar ook landen als Irak, Jordanië en Syrië. Soms vind je sla in deze salade (maar vaak ook niet), maar wel altijd tomaten, komkommer en ui.

En laten we het belangrijkste ingrediënt niet vergeten: geroosterde stukjes (oud) pitabrood of Libanees platbrood.

Naast deze basisingrediënten zijn de extra smaakmakers misschien nog wel net zo belangrijk. Denk aan munt, sumak, zout, citroensap en olijfolie. Muntblaadjes geven deze salade de frisse toets, terwijl sumak (rode besjes van de sumakplant) voor een zurige smaak zorgt, net een beetje zoals citrus.

Variëren kun je volop met fattoush: denk aan extra ingrediënten als radijsjes, peterselie, feta, paprika, olijven, granaatappelpitjes en knoflook. Ook lekker is om wat frisse yoghurt toe te voegen als een dressing.

Uncategorized

De laatste loodjes

Het leek bijna een rustdag vandaag. Zuslief had met vouches van een Indonesisch restaurant Gado-Gado gehaald en een kindermenu en een borrelhap, dus kon ik voor de wereld in 80 dagen’ naar Indonesië in het algemeen voor een erg Hollandse Gado Gado met pastei en lemper zonder ook maar een vinger te hoeven uitsteken. Heerlijk zitten wijnen en treinen en het was erg gezellig. Bijkletsen omdat je elkaar een lifetime niet meer hebt gezien, want ik had de laatste tijd ook niet meer meegewandeld.

Thuis op de bank, ook heerlijk, tekende ik de oude ‘moderne’ wajang golek na, die me iedere dag met een subtiele glimlach en haar lieve gezichtje begroet vanaf de side table in de gang. Fijn om weer even uit de losse pols te mogen. In alles was het genieten.

Na genestel in de kussens was het tijd voor sterren op het doek met een zeer aangrijpend portret van de gast: Frits Spits. Een lieve, sensitieve radioman en een begrip in het land. Hij vertelde over zijn ouders, de oorlog en de liefde die hij van hen kreeg en die zijn moeder had gehad voor haar ouders. Over het doorgeven van diezelfde liefde aan hem, zodat hij het later weer kon doorgeven aan zijn vrouw en kinderen. Het overlijden van zijn vrouw en het blijvend gemis ook al was het drie jaar geleden. Hoe iemand die weg is er toch kan zijn en altijd meeloopt. Opmerkelijk was dat hij onmiddellijk tegen zijn geschilderde evenbeelden begon te praten, alsof ze in gesprek waren. ‘Wat vind jij er nou van’ en ‘Wat zou jij doen’. Het kenmerk van een mens alleen. Ik hoor het mezelf zeggen tegen Pluis, als ze om mijn benen heen draait. Ook bijzonder was zijn keuze van het portret, twee waren er erg gelijkend en realistisch en de derde was Frits, maar ook weer niet. Een andere kijk op hemzelf vond hij en derhalve de moeite waard om te bestuderen, waarmee het tegelijk boeiender werd om er over te peinzen. Het maakte wat los.

Vandaag liggen er zoals de afgelopen jaren en in mijn jeugd weer eieren in het Julianapark. Dochterlief met haar kinderen zit in quarantaine, dus daar komt de paashaas zijn eieren aan de deur hangen, maar twee kleinkinderen komen met hun ouders naar het Julianapark. Daar, bij de hoge heuvel, rollen de eitjes naar beneden om hun eigen verstopplek te zoeken. Niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk én er zijn veel bomen waar ze op de takken of in een holletje gestopt kunnen worden. Om ze af te leiden zal ik naar de andere kant in de verte turen en denken de paashaas te zien. De truc werkt al jaren. Dan glipt een van ons weg en verstopt ze gauw allemaal, terwijl de rest aan het zoeken is naar twee lange oren.

Daarna is er een brunch bij dochterlief voor mij alleen met haar gezin en daarna dan paashazen bij mijn, door het virus gevangen, schatjes. Het zijn de dagen waarop ik die vermaledijde aanstootgever erg zat kan zijn, maar we houden nog even vol. Als ze maar eens snel afkwamen met die prikken. Mijn leeftijdsgroep valt steeds tussen de wal en het schip. Er ligt ook weer wat theaterbegeleiding in het verschiet, maar dat vraagt zeker om weerbaarheid, al is het wel buiten op het schoolplein. Het zou zo goed zijn om de gedachten weer even te kunnen verzetten met nieuwe impulsen. De voeding raakt op.

Voor al eerst ligt er een mooie dag in het verschiet. Met volle teugen genieten dus en dat beeld van warm samenzijn vasthouden voor de laatste loodjes.

Uncategorized

Een broodnodige oppepper

Klein leed uit België liet het VPRO-programma ‘De onfatsoenlijken’ zien. Er zit een discrepantie in die term ‘klein leed’. Want het verdriet erom was huizenhoog. Oude mensen, aan het eind van hun werkzame leven, die moesten sappelen of doorbikkelen ten einde een goed pensioen te kunnen krijgen. Een werkster, de poetsvrouw zoals het heet, die haar leven in een notendop uit de doeken doet en vooral hoe het kwam dat ze haar schoolloopbaan vroegtijdig beëindigd had. Haar ‘meester’ had haar tot mikpunt van spot gemaakt en ging, op alles wat hem triggerde, met kinderachtige maatregelen in, die haar zo vernederden, dat ze dacht dat ze niet geschikt was voor school. Ze dacht dat men haar beschouwde als een domme meid. Moet je je voorstellen dat het gevoel van eigenwaarde zo aangetast wordt, dat je je de rest van je hele leven schaamt voor het feit dat je niet hebt doorgeleerd. Iemand had haar moeten vertellen dat deze ‘meester’ degene was, die domheid betrachtte, door zo’n stempel op haar te drukken. Ze wilde aantonen dat poetsvrouw een zwaar beroep was en dat je eerder met pensioen zou mogen gaan zonder te moeten inboeten op het gerechtigde pensioen, dat ze zou ontvangen als ze op de pensioengerechtigde leeftijd zou zijn. Met een geopereerde hand, waar eigenlijk ook nog een prothese in zou moeten worden gezet, werkt ze door en verbijt de pijn.

De oude man verhaalde van de wantoestanden in zijn rusthuis. Ik was bijna vergeten dat we bejaardentehuizen en verpleegtehuizen vroeger rusthuizen noemden. Nu heten ze vaak woonzorgcentra. De vlag die de lading ook niet dekt. Niet als je de verhalen van de oude man hoorde. Er heerst veel onrust in huis. Te weinig personeel, veel misstappen, noodbellen die expres maar half waren aangesloten, zodat men niet kan bellen ’s nachts. De verzorging die zich op alle fronten te kort voelde schieten. Een nachtdienst met twee verzorgenden die niet het slijm mochten wegzuigen bij zijn vrouw en een verpleegkundige die elders bezig was en te laat kwam. Vrouw gestikt in het slijm. Klein leed, dat nagenoeg te groot is om te dragen. Een spijtig einde.

Een boer, die met hard sappelen moeizaam verdiende en wiet was gaan telen tussen de mais. Achteraf bleek dat hij benaderd was door een bende die noodlijdende boeren opzocht en hen gouden bergen beloofde. Hij vond dat de overheid met name achterwege bleef door de wiet niet legaal te maken en de verkoop door de apotheker te laten verzorgen. Hij zat daar aan de tafel in zijn grote boerderij en liet indringende lange pauzes vallen in het heldere verhaal dat hij afstak. Hij vond zich een optimist, hier in zijn oude boerderij, die hij nu uit nood huurde, maar waar nog nooit de stress had toegeslagen en waar de sfeer veel inventiviteit had opgeleverd.

Als tegenhang voor alle ellende het programma Safe Cave met Claudia de Brey. Alleen al die brede lach was goed voor honderd procent positief gevoel. De gast die ze ontving was de rapper ‘Fresku’. In de werfkelder in Utrecht namen ze binnen een afgesproken tijd een nummer op. Op Zoom werd door het daar aanwezige publiek de tijd bijgehouden. Er brandde een nep open haard, er was sfeervol licht en het was er knus en vredig. Daar kon alleen maar iets goeds uit voort komen. Binnen een tel had Fresku de zin ‘Alleen liefde kan ons redden’ bedacht. Claudia speelde wat met het refrein met haar muzikanten Michelle Samba en Abdelhadi Baaddi, Fresku gaf aan in welke sfeer de beat moest en het werd in korte tijd een dijk van een rap. Wat een heerlijk programma. Dit was mijn eerste ontmoeting, maar zal zeker niet de laatste zijn. Een broodnodige oppepper.

In de wereld rond in 80 dagen kwam ik uit bij Virginia. De oorspronkelijke bevolking waren de Powhatan, dus kwam een van de Chiefs op het papier en op het bord een zomerpasta. Ik had het precies zo gemaakt als het recept luidde, maar dan zit er echt teveel knoflook in naar mijn smaak.

400 g penne, pasta, 1 l verse tomatenblokjes, 3 gesnipperde teentjes knoflook, 1/3 kopje verse gehakte basilicum, 0,25 kopje olijfolie, 1 tl zout, ietsje peper, vers geraspte Parmezaanse kaas …..

Kook de pasta. Roer de stukjes tomaat, fijngehakte knoflook, gehakte verse basilicum, 0.25 kop olijfolie, zout en peper goed door elkaar. Vermeng dit met de pasta en bestrooi met de geraspte kaas.

Uncategorized

Verse herinneringen

In de Tijdsgeest, een bijlage van Trouw, schrijft Liesbeth Mende over het feit dat ze kleiner gaat wonen en moet ruimen. Ze neemt daarbij de kledingkast onder handen en komt vooral herinneringen tegen. Haar moeder in dat grijze mantelpak, dat nu tussen haar kleren hing, een terugblik door een door haar gedragen gestreept vest op de middelbare school, waarin je haar uit kon tekenen, de herinneringen aan uitgaan in de Witte Olifant met een zwijgende neef op de achtergrond die als chauffeur fungeerde. Van die herinneringen die, als je je ogen erbij dicht doet en ondertussen de stof door je vingers laat glijden, ook de geur en de sfeer naar boven kunnen toveren.

In mijn kast liggen de herinneringen aan vroeger vooral op de onderste plank opgestapeld. Een groene batik feestjurk van mijn moeder, waarmee ik haar heb zien dansen op een georganiseerde Pasar Malam in het bejaardentehuis in de jaren tachtig. Mijn eigen wikkelrokken uit de jaren zeventig liggen daar ook. Een ervan had ik aan op de Pasar Malam Besar in den Haag, toen hij vlam vatte tijdens het eten van de Saté Babi met Lontong. En ik maar denken dat de Satébranders zo rookten, maar het was inderdaad de rok. Er ligt ook een gouden jasje, dat ik koester en dat stamt uit de jaren tachtig, gevonden in de kringloop waar ik vrijwilligerswerk deed. Ze kwam goed van pas op mijn harembroeken met de beenwarmers, als we fanatiek meededen aan de volksdansworkshops. De korte zwarte leren rok is uit de periode van onze coverband. Nu ook al weer een paar jaar geleden en goed voor tien jaar Bühne als Backing Vocal. Daaraan kleven nog veel meer herinneringen door al het reizen wat er bij kwam kijken. De oranje broek was mijn vossenoutfit als verhalenvertelster op de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. Toen vertelde ik het verhaal van de Kleine Prins en de Vos, een mooi staaltje van filosofisch denken, in een kleine intieme huiskamersetting samen met vriendinlief. Wat was dat bijzonder en fijn om er in gedachten weer even bij terug te zijn.

Ik vouw alles weer op en leg ze op hetzelfde plekje. Van alle lappen en jurken, door de jaren heen verzameld, meer dan koffers vol, voor verkleedkisten en uit pure nostalgie, rest slechts dit ene plankje. Uitstel van executie.

Hetzelfde moet gisteren of vannacht Mark Rutte gedacht hebben. Omdat ik op reis ging naar Turkije en een flauwvallende imam wilde maken, een gerecht dat aardig bewerkelijk was, bleef ik thuis na de boodschappen en viel, tijdens het bereiden en de wachttijden door, met mijn neus in het debat. Eigenlijk de eerste keer dat ik dat helemaal kon volgen. Ik viel bijna van mijn geloof. Onwaarschijnlijk veel gedraai en gekeer van iemand die het vuur na aan de schenen werd gelegd. Waarom moest ik toch aan Petrus denken iedere keer dat er heftig werd ontkend. Is ‘niet de waarheid zeggen’ dan iets anders dan liegen, ook al doe je het naar eer en geweten en is het geheugen wat zwak. Mijn mond viel open. Wat een draaien om de hete brei.

De aubergine hield zich beter aan het protocol. Alleen vertoonde mijn geheugen ook een hiaat, want ik sneed haar direct al door midden en dat had pas na de oven gemoeten. In een mooie streepjas frituren en daarna de oven in, zo toonde de instructiefilm voor het bereiden van de de Imam Bayildi. Ondanks dat snapte ik wel dat er een imam van lang geleden flauw was gevallen bij het proeven van deze heerlijkheid. Toch nog goed gelukt. Rutte zal hetzelfde gedacht hebben.

Bijna heb ik weer zin om voorjaarsschoonmaak in de klerenkast te houden, maar nog net niet helemaal. Straks dan, later, eens kijken of ik de onderste plank nog versterken kan met verse herinneringen.

Uncategorized

Nog even geduld

Twee jaar geleden schreef ik in mijn blog dit verhaal. Uit niets maak ik eruit op dat het een précorona-tijd was. Sterker nog, vandaag ga ik zelfs vriendin ontmoeten op de tuin. Maar het was op 31 maart 2018 dan ook net zo’n mooi weer als vandaag. Dan werkt de tuin uitnodigend. Op de tuin valt de buitenwereld stil.

De blog van 31 maart 2018:

Zomertijd en de ochtend verkeert nog in vredige rust. Iedereen is bezig om om te schakelen naar een nacht met een verloren uur. Die was al betrekkelijk kort vanwege de onrustige dagen eraan vooraf. Er heerst doodse stilte. Het sonore gebrom van een vliegtuig is weggeëbd. De merel is alleen te horen in wat gekwinkeleer. Een enkel keertje scheurt er een auto over de weg. De Iphone geeft 7.37 aan. Straks moet ik in de benen om de Grote Vriendelijke Podcast bij te wonen in de Brakke Grond. De dag ligt open en vol belofte.

Naast me ligt de dikke pil van Murat Isik. ‘Wees onzichtbaar’. Hij schrijft vlot en het is prima te lezen. Ik kom er niet in op de manier die gebruikelijk is. Het blijft op afstand. De vraag is of het aan mij ligt, door teveel bezig te zijn met van alles en nog wat of dat het aan het verhaal ligt. Teveel vader en zoonperikelen te samen zijn in een dikke pil verenigd, of is het de taal, te weinig poëtisch hier en daar. Doorgaans kan ik minder retoriek waarderen als het verhaal boeit. Ik hou het op mijn eigen onrust en kijk uit naar de avond dat we hem zullen bepreken met onze verse boekenclub, die  voor de tweede keer zal knisperen.

100_4791

Op de dag was ik op de tuin gaan kijken. Het weggetje er naar toe op het terrein zelf lag badend in het zonlicht en meerkoet en eend hadden er zin in. De fruitbomen van de mannen vooraan stonden in bloei en kleurden tegen de strakblauwe lucht witter  dan ooit. Het  hek van de schapen stond er gedeeltelijk maar de lieve vriendinnen waren nergens te bekennen. De slangenhoop was omgelegd en helaas waren er geen eieren van de ringslang. Jammer, maar blijven hopen. In de tuin was de ravage compleet. Naast het fundament van wat ooit het atelier met de stenen dakpannen was, lagen nu ook onthoofde wilgen. De buuf was rigoureus aan het knotten geweest. Dat mocht van mij, want de moestuin kreeg te weinig licht en lucht. De kersenboom had ook een grote tak verloren en mondde uit in een miezertak.

100_4789

De luiken laten vallen en denken aan straks, was het devies. Ik zocht naar de vogels, hoorde ze kwinkeleren, maar zag ze niet. De twee bewaarengelen lagen voorover in de bloemperken en leken zichtbaar opgelucht, toen ze weer in ere werden hersteld. Of was het mijn eigen gemoed, dat oplichtte bij het zien van een klein oud en vertrouwd beeld.

100_4792

Alleen de bergamot was al aardig opgeschoten en ook de brandnetel pakte uit in volle glorie. ‘Aan het werk’ schreeuwde de tuin, maar later maande ik mezelf, eerst Jut de hut en dan de rest. Ik kwam alle vriendinnen tegen, want ieder was er met het prachtige weer opuit getrokken. Het was goed toeven voor even.

100_4790

Daarna afzakken naar de toekomst.  Er was onmetelijk hard gewerkt om het nieuwe huis op wielen een grandeur mee te geven die er niet om loog. Wat wordt ze mooi en voornaam. Geïsoleerd, dubbel glas en heel mooi strak van binnen. Een ruim atelier. Vergane glorie en een vernieuwde toekomst met elkaar in evenwicht op een dag. Het leven lacht. We gaan het zien en beleven.

Het boek van Izik kreeg nog een leuk staartje. We zijn een dag naar de Bijlmer gegaan en hebben daar onder bezielende leiding van Jenny van Dalen genoten van de geschiedenis en de kleurrijke ontmoetingen. Ook daar schreef ik een blog over, maar die komt nog wel een keer, als er in mijn hoofd weer meer gebeurt dan op het ogenblik, de musea weer open gaan, de kringlopen, de hortus en we met elkaar er weer op uit kunnen trekken. Nog even geduld.

De reis om de wereld ging naar Roemenië. Op papier heb ik een impressie gemaakt van een schilderij, maar daar staat een verkeerde naam bij. Gezocht naar de juiste, maar een speld in een hooiberg, helaas. Op het bord ligt vetarische Sarmale.

Gisteren worstelde ik met de koolbladeren. Ik had een recept met witte kool. Die bladen zijn absoluut ongeschikt, ook na lang blancheren, om iets in te rollen. Ik behoed jullie voor die denkfout. En reken maar dat je er dankbaar voor zult zijn.

  • 200 g rijst met korte korrel 
  • 1 geblancheerde savooiekool ca. 1 kg

Voor de vulling:

  • 500 g verse champignons gemengd, afgespoeld en grof gehakt
  • 1 grote ui grof gesneden
  • 10 teentjes knoflook  grof gehakt
  • 1 theelepel zeezout
  • ½ tl gemalen witte peper
  • 2 el gemalen koriander
  • 1 theelepel vegeta 
  • 50 g verse peterselie fijngehakt
  • 75 g vegetarische gehakt
  • 1 grote wortel geraspt

Voor de jus:

  • 3 laurierblaadjes
  • 1 grote tak verse tijm 
  • 2 eetlepels gedroogde bonenkruid 
  • 2 el zoete paprikapoeder
  • 1 el gerookte paprikapoeder
  • 250 ml passata
  • 50 ml zonnebloemolie
  • 1,5 liter groentebouillon

Instructies

  • Spoel de rijst goed af met verschillende keren koud water en laat hem 15 minuten weken terwijl je de rest van de ingrediënten klaarmaakt.
  • Snijd het hart van de zuurkool uit, haal de blaadjes voorzichtig uit elkaar en spoel ze af onder koud stromend water. Schud het overtollige water eraf.
  • Verwijder de centrale ribben van de bladeren en plaats ze (de kern) in de bodem van een grotepan met dikke bodem.
  • Leg de bladeren opzij en bereid de vulling voor.
  • Mix de champignons, ui, knoflook, zout, peper, koriander en Vegeta tot je een zeer grove puree hebt.
  • Doe het in een kom voeg de peterselie, het gehakt van de soja en de geraspte wortel toe.
  • Giet de rijst af en doe deze in de kom. Meng alles goed door elkaar.
  • Neem een ​​van de koolbladeren, voeg, afhankelijk van de grootte, 1-2 eetlepels van de vulling toe en rol op (zie de afbeeldingen en video hierboven). Leg ze in de pan op de stukjes zuurkool.
  • Herhaal dit totdat alle bladeren zijn opgebruikt.
  • Voeg de laurierblaadjes, tijm en bonenkruid (rozemarijn) toe aan de pan en meng de rest van de jusingrediënten door elkaar.
  • Giet de jus over de sarmale en breng aan de kook. Eenmaal gekookt, dek de pan af, zet het vuur op de laagste stand en laat ongeveer drie uur sudderen.
  • Restjes kunnen tot 10 dagen in de koelkast in een luchtdichte verpakking worden bewaard … dan smaken ze nog lekkerder dan op de dag dat ze werden gemaakt!
Uncategorized

Een bittere afdronk

We staan op een keerpunt, vertelt Ramses Nasr in de krant van vandaag. Hij is een krantenlezer en maakt zich kwaad over wat de planeet wordt aangedaan. Ooit was hij alleen op pad in het onherbergzame poolgebied en stapte daarbij pardoes ‘het grotere geheel’ binnen. Een stap die hem deed beseffen dat hij ‘er niet toe deed’, iets waar hij zich ten volle bewust van was. Hij schrijft erover in zijn boek ‘De Fundamenten’. ‘Hij viel plots samen met de vogels boven hem’, realiseerde hij zich op dat moment. Als we blijven voortgaan zoals nu, dan zal het ‘nog maar tien jaar duren voor de klimaatstijging de planeet ontwricht-dat het point of no return nabij is’, vertelt hij. Daarnaast maakte hij zich kwaad over het feit dat er te weinig gebeurt, terwijl er nú gehandeld zou moeten worden. Daarom is hij er over gaan schrijven. Er zou een verschuiving moeten komen in ons denken. Wij zijn allen gelijk. ‘Een mens is niet meer of minder dan de kleinste kokkel in zee’. ‘Wil je een vorm van geluk nastreven ook als je weet dat dit ten koste gaat van andere mensen, andere dieren, de planeet en de toekomstige generaties’ vraagt hij ons en noemt daarom de 21ste eeuw de eeuw van het geweten.

Op de vraag of we het geweten ergens zijn kwijtgeraakt doet hij uit de doeken dat ons handelen aan vernieuwing onderhevig zou moeten zijn, door rekening te houden met de kwetsbaarheid van iemand of iets, bijvoorbeeld bij de pieten-discussie, de kledingindustrie, het consumeren van vlees, omdat het slecht is voor de planeet, het dier en de mens zelf. Uiteindelijk komt het er op neer dat we ons niet boven de ander moeten stellen. Hij zet uiteen welke radartjes ervoor zorgen dat de wereld op drift raakt en wat er voor nodig is om dat te stoppen. Waarbij we ons bij het handelen af zouden moeten vragen:‘Gaat dit ten koste van iemand anders’. Zo filosofeert hij door.

Wat een mooie manier om de bewustwording aan te wakkeren. In mijn omgeving zijn veel mensen er mee bezig, het gebeurt op kleine schaal. Het gaat moeizaam. Het is kennelijk moeilijk om oude schepen te verbranden en met een nieuw schip koers te zetten naar behoud van wat er nog over is. Ergens moet iemand iets beginnen en daarom is elke wending een juiste stap, of elke stap het begin van een nieuwe wending.

In dezelfde bijlage staat nog een aangrijpend verhaal over sterfelijkheid en de tijdelijkheid van het leven hier. Het is een verslag van ‘De Poule des doods’ van Joris van Kesteren. Iemand die ook een stap zette, maar dan een fatale. Niemand kent dit slachtoffer, dat bij Duivendrecht voor de Metro stapte. Hij is later ook niet herkend, zelfs niet met een foto en profil, het enige dat nog mogelijk was, om toch eventueel een identificatie te krijgen. Niets op zak, geen aanwijzingen, kleding niet te traceren, glad geschoren, geen corona kapsel. De grote onbekende. Aanwezig bij de begrafenis, de dichter Vrouwkje Tuinman, de uitvaartleider, de reporter en mevrouw van der Laan. Toepasselijke muziek: The South Wind van Charles Yves, omdat het lente is en het Schotse lied ‘Remember me my dear’ en het gedicht wat begon met ‘Het kan dus nog: jezelf vrijwel onzichtbaar maken’.

De kop van het artikel luidt: Uitgevlakt. Letterlijk heeft hij zichzelf uitgegumd uit het leven. Of heeft het leven dat met hem gedaan? Het antwoord verwaait in de wind, maar met de klap heeft hij de machinist in zijn bestaan gesleurd en heeft daarmee macabere betekenis gegeven aan een leven. ‘Remember me my dear’ ten voeten uit. Een bittere afdronk.

‘In 80 dagen de wereld rond’. Gisteren kwam ik uit bij Senegal. Op het bord: Soupie Senegal en op papier Senegalese Art.

1 liter water, 2 blokjes groentebouillon, 3 kruidnagels, 1 ui, 1 wortel, 3 stengels bleekselderij, 1 citroen, 1 rode ui, 1 zoete witte ui, 2 appels, 3 eetlepels olijfolie, 1 eetlepel bloem, 1 eetlepel kerrie djawa, 3 eetlepels pindakaas, 2 eetlepels pinda’s, versgemalen zwarte peper, zeezout ,2 eetlepels Griekse yoghurt.

Zet de pan met het water op het vuur en verkruimel de groentebouillon blokjes erdoor, en breng het aan de kook op een kleine pit op hoog vuur. Schil een ui, steek 3 kruidnagels aan weerskanten en voeg de ui aan de groentebouillon toe. Was de stengels bleekselderij en snij ze in stukken van ongeveer 2 cm en in de bouillon,
Schil de wortel en snij hem in stukjes van ongeveer 2 centimeter en voeg ze aan de groentenbouillon toeWanneer de groentebouillon aan de kook gekomen is, het vuur reduceren en het deksel erop.
Laat de groentebouillon minimaal een half uur sudderen.Snipper rode en de zoete uien fijn. Snijd de citroen doormidden en pers ze uit. Sprenkel het citroensap over de gesnipperde uien en laat dit 15 minuten marineren. Spoel de uien af, laat het uitlekken en houd 2 eetlepels uien apart.Schil de appels, en daarna in vieren snijden. Verwijder het klokhuis en snijd ieder partje appel in 8 stukjes. Stamp in een vijzel de pinda’s grof. Bak de rest van de gemarineerde uien in olijfolie met de stukjes appel tot de uien zacht zijn. Strooi de bloem en de kerrie djawa erover, bak het gedurende 1 minuut onder voortdurend roeren. Voeg de bouillon, pinda’s en pindakaas toe. Breng op smaak met zwarte peper en zeezout. Meng de Griekse yoghurt met de slagroom en voeg daar de gemarineerde uien aan toe.
Serveer de soep met een eetlepel van de uienyoghurt.



Uncategorized

Spekkie voor haar bekkie

Voetstappen op de galerij. Pluis alert. Zij hoort met haar gespitste oortjes onmiddellijk of er iemand aankomt of niet. Voor het keukenraam verschijnt het lachende hoofd van Spring-in-‘t-veld. Ik ken geen kind dat die naam beter verdient dan hij. Het feestvarkentje volgt direct daarna met dochterlief. Ik zing lan zal hij leven en ze ploffen neer op de bank. Dochterlief heeft taartjes meegenomen, waar ze, en in haar ogen verschijnt een glundering, ervoor ‘gewinkeld’. Ze moest toch de vormpjes halen. Het waren gezellige ouderwetse ijzeren, waar de appel/kruimel uit geschept moest worden, want het vormpje hield het met de golvende rand stevig in haar greep.

De jarige Jop kreeg het boek ‘De Doge van Venetië’, want hij is gek op lezen. Benjamin en vriendin kwamen ook nog even beneden en zo hadden we toch een soort van feest. De kleine dribbel was in de auto in slaap gevallen en bleef met paps in de auto zitten. Wij waren het derde adres en nog drie te gaan. Vanmorgen hadden ze voornamelijk buiten vertoefd bij de andere kinderen. De oudste had na de operatie van zijn knie voor het eerst mogen fietsen. Een nieuwe mijlpaal. Als het zo goed blijft gaan kan hij in september weer een balletje trappen had men beloofd.

Zwaaien en kushandjes en weg waren ze weer. Ik had in de geraniums op de galerij over de lengte van het raam vlaggetjes gehangen, zodat het er van buitenaf al feestelijk uitzag, maar die waren door Sjaan Orkaan op een hoop gewaaid en nu bloeien er kleurrijke lentevlaggetjes in mijn bak.

Vanmorgen zag ik de film ‘The Silent Child’. Een aangrijpende korte film om de gebarentaal voor dove kinderen te promoten. Een inkijk in de stille wereld van de dove Libby, die tot dan toe in het drukke gezin geen teken van interactie had gegeven en door de doventolk opbloeide. Het abrupte besluit van de moeder, gevoed door jaloezie, om de doventolk weg te sturen met als reden, dat ze wilde dat het meisje de spreektaal en daarmee het liplezen onder de knie zou krijgen, was vooral eigenbelang. Weer speelde de wereld zich boven haar hoofd af, nu ze in een klas zat vol horenden en niet op een dovenschool. Er stonden reacties onder van vrouwen die in hun jeugd hetzelfde hadden ervaren, de een voelde zich tot last van iedereen en de ander voelde zich onzichtbaar, beiden waren eenzaam. Aangrijpend was een scène waarbij Libby de vier personen aan de ontbijttafel observeert en alleen de lippen ziet bewegen, de blik in de ogen, de trekken rond de mond.

In mijn groep kwam ooit een doof meisje te zitten. Onderbouw is toegankelijker dan een middenbouw omdat er gespeeld kan worden en kinderen een eigen soort gebarentaal gaan ontwikkelen. Het was aandoenlijk om te zien hoe snel allen het oppakten om te communiceren. Maar zelfs dat was moeilijk, omdat er activiteiten waren, zoals voorlezen of kring, waarbij er veel gepraat werd en alles langs haar heen ging. Ze verhuisde na een jaar naar een school voor doven en slechthorenden en dat was een wijs besluit. In een kleinere groep hadden we veel meer eruit kunnen halen, nu ontbrak, met drieëndertig kinderen, ten enenmale de juiste intensiteit door tijdgebrek, maar zelfs dan is de vraag of het voor haar de juiste keuze zou zijn geweest.

Pluis werd gisteren wild omdat twee dikke doffers over de reling van het balkonhek trippelden. Ze bleven uitgebreid hun veren poetsen en trokken zich niets aan van wat zich daar achter glas afspeelde. Hoe Pluis ook mekkerde, er was geen aandacht voor instinct. Ten einde moe gestreden legde ze haar hoofd maar weer te rusten, al bleef ze loeren, spijt om dat onbereikbare spekkie voor haar bekkie

De reis ging gisteren naar Egypte om koshari te maken en de zandsculpturen te bekijken van de kunstenaarBadr Abdel Moghny Aly.

Uncategorized

Gelukkig maar

Hoe hij het voor elkaar krijgt. Op de een of andere manier weet Matthijs in dat muziekfeest op zaterdagavond ‘Matthijs gaat door’ het zo te keren dat het ten diepste ontroert. Gisteren in ‘Forever Young’ was Rob de Nijs aan de beurt , de zanger, wiens liedjes ik soms wel en vaker niet apprecieerde. Als Matthijs met zijn gast praat, dan sleurt hij je onmiddellijk de diepte in. Het beeld van de breekbare oude man met zijn omfloerste ogen, de bevende handen, het lichte schudden, heeft iets kwetsbaars en teers, maar toch is het verhaal er omheen van een bewonderendswaardige moed en een, weliswaar spijtige, (was vandaag maar gisteren) erkenning van zijn ziekte. Het kwam ook door het lied wat opgehaald werd uit een uitzending van ‘De Wereld Draait Door’ van precies een jaar geleden dat Rob de Nijs zong ‘Niet voor het laatst’.

Een aangrijpende tekst zeker gezien de context en alle aanwezige gasten waren duidelijk onder de indruk. Toen daarna Willeke Alberti hem toezong met het lied ‘Forever Young’ met een foto levensgroot van een jonge Rob en een jonge Willeke erboven, werd er veel bevestigd. De waarde van een trouwe vriendschap, de kwetsbaarheid van het ouder worden, de veerkracht die er optreedt, de grenzen die ze hebben leren kennen, dat lijf dat langzaam maar zeker de overhand neemt wars van alles wat gedacht en gezegd wordt, de drang waaraan werd voldaan om nog een keer…Probeer het dan maar eens droog te houden.

Het is op die zaterdagavond altijd bedenken waar je het meest aan toe bent, want op het andere net was ‘Sterren op het doek’ bezig. gelukkig kunnen we alles terugkijken en zelfs eventueel herhalen als we dat willen. Het gedoe met videorecorders, die leeg blijken te zijn en niet voldaan hebben aan de fout ingevoerde opdrachten is gelukkig voorbij. Mijn vader kon menig ‘sodeju’ de kamer inknallen bij zulke ontdekkingen. Hij zou vandaag de dag van het ene programma in het andere gevallen zijn.

Eus was ook goed op dreef. Ruth Jacott was de gast en ook zij onthulde waarheden over haar ouders en haar ex, die ze normaliter niet aan de grote klok zou hangen. Het komt door de sfeer die Eus neer weet te zetten. Het voelt vertrouwd, wij onder elkaar, ‘ouwe jongens krentenbrood’ zeiden we vroeger, terwijl ondertussen de schilders hun best deden om Ruth’s karakter te vangen. Drie prachtige portretten waren het resultaat. Ze koos de grootste, die met een hele eigen techniek in zwart/wit was uitgevoerd.

Via de app komen de beelden binnen van de eerste voetbalwedstrijd van de kleine filosoof. Na een jaar van niets zou ik er heel wat voor geven als ik bij de zonen langs de lijn kon staan. Zo’n middagje frisse lucht met hartkloppingen, heerlijk. Zijn zusje vierde gisteren voor mij haar 2-jarig jubileum, dat eigenlijk morgen is. Vandaag is het de beurt aan de andere opa en oma om het nog eens dunnetjes over te doen. Er was een prachtige mierzoete taart, maar zo feestelijk dat je er met liefde van at. Dat is voor mij een hele prestatie. Ik ben niet van het zoet, maar van het hartig.

Vandaag is de oudste kleinzoon jarig en die wordt alweer 12. De tijd vliegt. Natuurlijk is er geen feest. Als de visitie niet naar de jarige kan, dan komt de jarige bij de visite langs. Een reis op de fiets door Utrecht en met de auto spoorslags hier naar toe voor een feest vol opdrachten en acties. De hoogste tijd om in de benen te gaan en de boel te versieren met vlaggen en wimpels, nou ja, vlaggetjes. Zij komen met taart. De inventiviteit viert ook feest. Gelukkig maar.

In een reis om de wereld in 80 dagen ging ik gisteren naar China en maakte in een handomdraai deze supersamkeleijk Tjap Tjoy, terwijl Ai Wei Wei op papier terecht kwam met zijn klerenhangertje van draadstaal waaruit hij een portret van Marcel Duchamps gevogeld had.

Ingrediënten: 100 g peulen/100 g taugé/50 g gedroogde champignons (shiitake)/2 tenen knoflook/1 rode /1 sjalot of ui/1/2 winterpeen/3 el oestersaus/1 el sesamolie/2 cm verse gember

Bereiding: Begin met het wellen (of weken) van ongeveer 50 gr gedroogde champignons. Grote champignons (shiitake) week je circa 45-60 minuten en kleine zo’n 30 minuten in heet water. Laat ze even uitlekken en snijd in reepjes.

Snijd ondertussen 1/2 winterpeen in smalle reepjes (julienne). Doe hetzelfde met 1 rode paprika. Maak de taugé schoon, snijd 2 tenen knoflook in dunne plakjes en snijd 2 cm gember fijn. Van 100 gr peulen snijd je de uiteinden af. Snipper tevens alvast 1 sjalot of uitje.

Snijd een half blok tofu in plakjes en bak deze in een laagje olie rondom bruin. Haal uit de wok en laat uitlekken op keukenpapier.

Kook in een andere pan ruim water en kook de winterpeen, peulen en paprika 2 minuten. Voeg de laatste 30 seconden de taugé toe. Giet af onder (ijs)koud water zodat de groenten niet verder garen. Zet even weg.

Doe olie in de wok en fruit de knoflook, gember en het sjalotje even 1 minuutje aan.

Voeg nu de groenten toe samen met de tofu en de champignons. Voeg er 1 el sesamolie aan toe samen met 3-4 el oestersaus en een snuf zout. Roerbak het geheel al omscheppend een minuut of 3.

Proef! En voeg eventueel nog wat extra oestersaus toe of wat extra zout. Serveer direct.

Uncategorized

Stof tot nadenken

Wat heerlijk als de zon schijnt waar je storm en tegenwind verwachtte. Alles krijgt kleur, wat vliegt dat dartelt, het jonge groen licht op, instinct ontwaakt. Ook bij Pluis, die smachtend naar boven kijkt, waar zich het vermeende nest bevindt, van waaruit het zwarte gevederte smalend rakelings haar blik doorkruist. Dichtbij, maar o zo ver weg. Het is Lente.

Er is iemand die de lente zo jubelend bezongen heeft, dat het hele lied lang, de beelden over elkaar heen buitelen, haarscherp opgedist. De kleinkunstenaar Maarten van Roozendaal hield me met zijn markante trekken, zijn haast overdreven articulatie en beklemtoning, in de ban en zijn overlijden bracht een schok teweeg. Ik plaats hem met liefde op het podium achter een van de deuren in mijn hoofd, naast Bram Vermeulen, Jeroen van Merwijk en Robert Long. Omdat ze me raakten met hun teksten en de manier waarop ze de verbeelding konden wakker schudden. Bij elke nieuwe lente komt het lied en zijn vertolker tot leven. ‘Ik ben goddank nog een keer een jonge lente waard’ zong hij vol verve, maar in de zomer van 2013 viel het doek.

In de Volkskrant van vandaag wordt ook over verbeelding gepraat in een interview van Bo van Houwelingen met Joke van Leeuwen over haar nieuwste boek met de fascinerende titel ‘Mijn leven als mens’. Het eerste wat ze tikte bij het schrijven van dit boek was ‘Gisteren ben ik doodgegaan’, en dat is van meet af aan zo gebleven. De hoofdpersoon, de 18-jarige Dinka kijkt vanuit het hiernamaals naar haar jeugd op aarde. Joke van Leeuwen vertelt dat ze wars is van hokjes. En met het gegeven dat Dinka dood is, ‘ziet en weet ze veel meer dan een levend personage, dat nog opgesloten zit in zichzelf’. Zo’n zin alleen al. Die proef je haast. Zijn wij wel in staat om zonder hokjes te denken. Bewust zijn van alles, iedereen echt zien. Vroeger wilde ik het alziend oog hebben. Dat leek me machtig interessant of helderziende. Aan de andere kant was het ook beangstigend, want stel je voor dat je het onheil kon zien voltrekken alvorens het voltrokken was.

Ik vroeg gisteren aan zoonlief hoe hij tegen mij aan zou kijken als hij me tegenkwam op straat. Malle vraag, meende ik in zijn blik te zien. Het was eigenlijk mijn bedoeling om te vertellen niet op uiterlijkheden af te gaan. Dan kon je je namelijk nog wel eens grondig vergissen. Niet dat hij dat doet, integendeel, maar ik moet mezelf bijsturen als bijvoorbeeld angst of vermeende dreiging hun aanwezigheid van mijn ivoren torentjes blazen. Hokjes heb ik inderdaad altijd verafschuwd, maar door wat ze hier in dit interview te berde bracht, sloegen de radartjes in de bovenkamer aan. Het waren niet alleen de geijkte begrenzing die langszij kwam, maar het zat ook in het, op het oog zo onschuldige, woord. Een opmerking die gemaakt wordt, alleen voor een man of een vrouw te kiezen terwijl liefde universeel is, de ideeën waarmee we zijn opgevoed, het komt allemaal aan bod.

De kracht van Joke is dat ze in het hoofd kan kruipen van ieder die haar boek bevolkt. Daarom valt het haar niet zwaar om Dinka neer te zetten met al haar eigenaardigheden, een logisch gevolg als je het verhaal kent. Het mooie in haar boeken is de milde wijze waarop ze haar thema’s vorm geeft, de balans tussen zwaar en licht. Daar heeft ze een term voor gevonden in het boek ‘Zes memo’s voor het volgende millennium’. van de Italiaan Italo Calvino, die het over ‘nadenkende lichtheid’ heeft. De wijze van het beschrijven van ernstige zaken met een lichte ondertoon, zodat de boodschap wel overkomt en voelbaar is, maar ook tot denken aanzet. Een kenmerk van een goed boek is, dat het je beeld verandert. ‘Stelt het je in staat de wereld anders te bekijken of bevestigt het slechts alles wat je weet’. Zoals ook dit interview deed en de mens achter dat interview. Inspiratie, gewaar worden, bewust zijn, met stof tot nadenken.

De reis om de wereld in 80 dagen ging dit keer naar India.

Recept van de vegetarische Biryani:

bloemkool /400 g Basmatirijst/ 3 el Griekse yoghurt/ 2 tl gerookte paprikapoeder /1 tl kurkumapoeder /1 tl komijnzaad • handje rozijnen/ 4 kardemons/ 4 cm gember/ 3 knoflook tenen /1 tl korianderpoeder /3 uien/ 5 tomaten/ 1 el tomatenpuree/ 1 Spaanse peper • Zonnebloemolie • zout /10 sliertjes saffraan/ 4 el melk/ 2 tl garam masala • bosje koriander • bosje munt

Ingrediënten yoghurtdip 150 ml (Griekse) yoghurt • verse munt • verse koriander • halve komkommer • ½ citroen 1 teentje knoflook • komijnpoeder • zwarte peper 2 rode uien Ingrediënten rode ui op zuur 100 ml water 200 ml appelazijn 2 piment korrels 1 laurierblaadje 3 el suiker

Bereiding:

  1. 1 Kook de basmatirijst. Maak de bloemkool schoon en snij de roosjes er vanaf. Marineer de bloemkoolroosjes met de Griekse yoghurt, gerookte paprikapoeder en de kurkumapoeder.
  2. Verhit een ruime pan met wat plantaardige olie en snij ondertussen de uien in ringen. Bak in de pan als eerste kort de komijnzaadjes en de kardemom. Vervolgens fruit je de uien mee. Snij de tomaten in partjes en voeg deze toe. Hak de knoflook en gember fijn en bak deze mee. Voeg de gemarineerde bloemkool en de rozijnen toe, roer het goed door en blus het af met een scheutje water. Laat het met de deksel op de pan 3 minuten opstaan.
  3. 3 Week de saffraan in de melk. Snij de koriander en munt fijn. Verwijder de pan van het vuur en verspreid de helft van de rijst op de bloemkool. Schenk daarop de helft van de melk met saffraan en wat koriander, munt en 1 theelepel garam masala. Deze handeling herhaal je nog een keer. Vervolgens doe je de deksel op de pan, plaats je de pan op een laag vuurtje en laat je dit 4 minuten opstaan.
  4. 4 Dan ga ik verder met het maken van een heerlijke dip van yoghurt (raita), komkommer en munt voor bij de biryani. Schil de komkommer en snij de komkommer doormidden. Verwijder de zaadlijst en rasp de komkommer fijn. Meng in een bakje de yoghurt, komkommer, munt, koriander, het citroensap, 1 uitgeperste teen knoflook, de komijnpoeder en een snufje zwarte peper door elkaar.
Uncategorized

In een adem uitlezen

De krant komt vier trappen lager in de brievenbus. Dus ook na het uit de bus vissen vier trappen omhoog. Dat is de eerste work-out van de dag.

De vorderingen van het in aanbouw zijnde nest gaan gestaag door. Af en aan vliegen de heer en mevrouw Kauw om hun nest in orde te krijgen.

Erg nauwkeurig zijn ze niet. Ze laten nog wel eens een tak over de rand tuimelen. Die dan weer op te halen bedenken ze niet. Misschien hanteren ze de regel: Eenmaal ondeugdelijk dan ook voorgoed. De takken liggen gezellig bij elkaar op mijn stuk van de galerij vlak voor de brandtrap. Een rommeltje aan spijt.

Gezellig is het wel. Er valt veel te zien. Gisteren mocht ik een uurtje oppassen bij de benjamin. Zijn vader moest even weg en voordat hij ten volle besefte wat er ging gebeuren, toen zijn vader hem toelachte en de deur dichttrok, het pruillipje stond al, was er dat eerste dierenboek en in een eindeloze herhaling kwamen schaap, varken, eend, kikker en hond voorbij. Iedere keer als het boek toeging, dirigeerde hij me naar het begin. Daarna waren er de ballen in alle soorten en maten. Net als zijn vader en moeder met de bal aan de voet geboren, deze kleine.

Dan was het tijd voor de loopfiets met tussendoor steeds een hapje brood en een slokje water en daarna moest natuurlijk al het speelgoed uit de kist, iets wat normaal gesproken niet de gewoonte was, want hij keek, bij alles wat hij eruit wipte, me onderzoekend aan of ik al een grens zou trekken. Die gaf hij, moegespeeld uiteindelijk zelf. Uit de kist kwam een telraam in boogvorm, waar hij zeker een kwartier lang zoetjes mee aan het spelen was. Vingertje op de kraal, schuiven langs het metaal, tot het met een plofje aan de andere kant neerkwam en nog weer een vinger op de volgende. Om twaalf uur was het tijd voor een middagslaapje. Schone luier(ik kan het nog) trabbezak aan, en even wiegen, wat net zo belangrijk voor mij was als voor hem.

Tja en wat doe je dan in die loze tijd. Drogende vaat opruimen, al het speelgoed terug in de kist, de tafel schoon geboend. Met een half uurtje was ik klaar.

De hoogste tijd om te bedenken naar welk land ik vandaag zou gaan. Geen ongelukkige keuze, want het werd Engeland. Eindelijk een gelegenheid om een van de kunstenaars die ik bewonder, onder de loep te nemen. Banksy wordt alom bejubeld met zijn polititieke en maatschappelijke straatkunst. Altijd is er wel een boodschap in de afbeeldingen verwerkt, soms op het vileine af. Geen kunstwerk is zonder betekenis. Wat minstens zo opzienbarend is, is zijn anonimiteit.

Mijn eerste ontmoeting met het werk van Banksy was bij de eerste tentoonstelling van een klein nieuw particulier museum in Amsterdam, het Moco museum voor Modern, Contemporary & Street Art in 2016. Heel grafisch werk, voornamelijk zwarte figuren met een bepaald kleuraccent die de tegenstelling of de patstelling verduidelijkt. In het kleine museum, eens de historische villa Alsberg aan het museumplein, was de bovenverdieping nog niet helemaal klaar en derhalve niet toegankelijk. In een van de kleinste kamers was een ‘bioscoop’ ingericht en heb ik op zittend op de vloer naar de documentaire gekeken die op de witte muur, toepasselijker kon haast niet, werd afgespeeld. Het was een lange docu, maar ongelofelijk boeiend om te zien hoe deze kunstenaar zijn boodschap subtiel, maar duidelijk aanwezig en niet over het hoofd te zien, de wereld inslingerde.

Zolang de slaap de kleine gevangen hield, kon ik los met een van zijn prachtige boodschappen die vrede predikte. Met heel veel geduld kleurde de fineliner alles zwart. Heerlijke bezinningsbezigheid. Af en toe werd er wat gehoest of gebrabbeld registreerde de babyfoon.

Eer ik er erg in had, kwam zoonlief door de deur en of de duvel er meespeelde, op dat moment begon het boven ook onrustiger te worden, zo sensitief als ze zijn. Hij had misschien wel wat klanken opgevangen van ons gesprek.

Met veel kusjes en de pruillip weerom, altijd een goed teken als ze verdrietig zijn wanneer je weggaat, nam ik afscheid met de belofte voor een bezoek volgende week. Tijd voor de ‘Gardeners Pie’ de vegetarische variant voor de Shepperds Pie. Wie lui wil wandelen door Engeland raad ik het Zoutpad aan van Raynor Winn. Lekker achterover in je luie stoel en in een adem uitlezen.

Recpt Gardeners Pie:

Ingrediënten:1 el olijfolie/1 blikje bruine linzen (uitlekgewicht ca. 250 gr.)/1 ui/1 winterpeen of twee wortels/1 stengel bleekselderij/2 teentjes knoflook, geperst of fijngehakt/1 el bloem/1 el tomatenpuree/100 ml rode wijn/250 ml groentebouillon/1 tl tijm (gedroogd)/1 laurierblad

Voor de aardappelpuree: 550 gram aardappels/75 ml melk/70 gr. (cheddar)kaas, geraspt/Nootmuskaat Zout en peper

Bereiding: :

  1. Snijd de wortel, bleekselderij en ui in kleine blokjes. Verhit een eetlepel olijfolie in een koekenpan met hoge rand en fruit de groenten ongeveer 10 minuten op laag vuur totdat ze een beetje zacht zijn.
  2. Voeg de tomatenpuree, bloem en knoflook toe en bak een minuutje mee. Roer regelmatig.
  3. Voeg de rode wijn toe en roer goed. Laat dit een minuutje doorkoken en voeg dan de bouillon, tijm en het laurierblad toe. Laat dit onbedekt ongeveer 20 minuten zachtjes doorkoken. Blijf regelmatig roeren Verwijder na 20 minuten het laurierblad.
  4. Zet ondertussen de oven aan op 200 °C en begin alvast aan de aardappelpuree. Schil de aardappelen en snijd ze in vieren. Kook ze in ca. 15 minuten gaar. Stamp ze vervolgens fijn met de melk, ¾ van de kaas en een snufje peper en nootmuskaat.
  5. Roer de uitgelekte linzen door het groentemengsel en warm nog een minuutje mee. Vet de ovenschaal in met boter of olijfolie en lepel hier het linzen-groentemengsel in. Verdeel vervolgens de aardappelpuree over dit mengsel zodat het helemaal bedekt is. Strooi tenslotte de overgebleven kaas over de gardener’s pie.
  6. Zet de gardener’s pie bovenin de oven totdat de bovenkant mooi goudbruin is gekleurd. Afhankelijk van je oven duurt dit 10 – 20 minuten.
Uncategorized

Eenzamer dan alleen

Het begint alweer eerder licht te worden. Wat een plezierige ontdekking. Het geeft energie. Vannacht in de droom stond ik ineens met een hele oude ‘Alleen op de wereld’ in de handen. Het was een kleine zwarte ter grootte van een kerkenboek en een dundruk. Veel krullende letters en mooie houtgravures als afbeeldingen maakten het tot een juweel. Eigenlijk had ik mezelf beloofd geen nieuwe boeken meer in huis te halen, maar wie kon iets dergelijks nu laten liggen. Alleen de kaft lag los, maar dat viel te repareren. Bij het ontwaken stond dit boek me nog altijd helder voor de geest. Hoe sluipen sommige voorstellingen toch het brein in. Of is er stiekem weer ergens een deurtje opengegaan. De gravures lieten echt ‘Remi’ zien, anders dan uit mijn eigen oude exemplaar.

Hier nog de kleine takken

Het echtpaar Kauw is de kleine takjes zat. Het is tijd voor het grove geschut. De takken overdwars in de snavel worden allengs groter en het lawaai boven mijn hoofd zwelt aan. Ze hebben het licht als wekker en steevast bij de eerste ochtendschemer vliegen ze uit.

Bij een van mijn geliefde bloggers, lees ik het indringende gedicht van Vasalis ‘Aan een boom in het Vondelpark’ met daarna een overpeinzing over de stervensbegeleiding die men een oude zieke kastanje had toebedacht. Iets wat een eeuw kan overleven vraagt om een diepe buiging, net als de oeroude schildpadden van de Galapagoseilanden. Zo’n oerstam of zo’n oerschild dragen een stuk wereldgeschiedenis met zich mee. In Utrecht hebben we oeroude bomen staan in het Wilhelminapark. Tot nu toe zijn er een paar omgevallen met de storm of geveld wegens ziekte. Steeds werden de bezoekers van het park en de omwonenden gelegenheid gegeven om afscheid te nemen. Omdat een boom een ziel heeft en met regelmaat getuige wordt gemaakt van een gemoedstoestand door hem te ontarmen, door boodschappen toe te fluisteren, door onder zijn brede gebladerte te filosoferen over de tijd. Bij een van de bomen die omgevallen was, heeft men een stuk stam en wortels laten liggen en op de plek van de verdwenen bomen wordt vaak eenzelfde boom geplant, om het gemis en de lege plek te verzachten.

Vasalis heeft vaker over oerkrachten en tijd geschreven. Een ander gedicht wat net zo raakt aan de toppen van het gevoel is ‘Tijd’.

Tijd: Ik droomde, dat ik langzaam leefde… /langzamer dan de oudste steen./ Het was verschrikkelijk: om mij heen /schoot alles op, schokte of beefde, /wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee/ de bomen zich uit de aarde wrongen /terwijl ze hees en hortend zongen;/ terwijl de jaargetijden vlogen verkleurende als regenbogen…/ Ik zag de tremor van de zee, /zijn zwellen en weer haastig slinken,/ zoals een grote keel kan drinken. /En dag en nacht van korte duur vlammen en doven: flakkrend vuur./ – De wanhoop en welsprekendheid/ in de gebaren van de dingen,/ die anders star zijn; en hun dringen,/ hun ademloze, wrede strijd…/ Hoe kón ik dat niet eerder weten, /niet beter zien in vroeger tijd? /Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

Net als het gedicht ‘Aan de boom in het Vondelpark’ verinnigt ze zich met die oerkracht, maakt ze groeipijnen en teloorgang inzichtelijk en invoelbaar. Ook hier valt er een dubbele laag uit te sprokkelen. Het ontzag voor de kracht der natuur en door de steen, uit de tweede regel, te zien als grafzerk en haar angst voor de naderende dood wellicht. Het terugvallen van haar kwaliteiten tot een nieuwe werkelijkheid. Hoe het mogelijk was, daaraan voorbij te hebben gekeken.

De liefde waarmee de boom omringd werd, is verderop in de blog gekoppeld aan het project ‘De eenzame uitvaart’. Dichters die, als troost, een persoonlijk gedicht schrijven en voordragen op de uitvaart van eenzame gestorvenen. In de Volkskrant is er een rubriek waarbij het leven en sterven van deze alleengaanden uitgeplozen wordt, waarna er een persoonlijk gedicht wordt geschreven, die wordt voorgedragen met een stemmige muziek eronder. Een laatste groet en een erkenning van dit leven.

Als waakmaatje zaten wij, vóór Corona, naast het bed, in de periode voor het overlijden. Het allerlaatste eind van het leven. Geen gesprek meer mogelijk, in diepe slaap gehouden, soms wat onrustig. Dan was er een hand, een koude lap voor het verhitte voorhoofd, wat vocht op de gebarsten lippen, de zekerheid dat men niet alléén de grens over hoefde. Als mensen nog bij kennis waren, nam het de angst weg en zorgde voor berusting. De overledenen van het artikel in de krant halen zelfs dat vaak niet. Ze overlijden stilletjes, op sluipersvoeten, en liggen dagen in hun huis. Eenzamer dan alleen.

De reis om de wereld in 80 dagen ging gisteren naar Australië:

Bereiding:Doe een scheutje olie in een koekepan en bak de tofu reepjes in zo’n 5 minuten lichtgoudbruin.Laat ze uitlekken op een keukenpapiertje.Meng de spinazie, rode kool, mango en kaas. Pel de mandarijn en meng de partjes door de salade.In een droge koekepan rooster je de pijnboompitten. Blijf de pan goed schudden zodat ze niet verbranden. Ze zijn geroosterd als ze bruin beginnen te worden. Strooi de pijnboompitten over de salade.Maak van de balsamicoazijn, olijfolie en sinaasappelsap een dressing en giet deze voorzichtig over de salade.

Uncategorized

Wie weet ooit

Herinneringen lopen langs een rode draad door het leven. Wonderlijk hoe ze bij je blijven. Ze vervagen nauwelijks. Zelfs de bijbehorende teksten dreunen ze op, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. ‘Te Middelharnis is een kind verdronken, sober berichtje in een avondblad, ’t stond bij een hooiberg, die had vlam gevat en bij een zolderschuit, die was gezonken’. In cadans lepelen de woorden zich omhoog. Ik moet 12 of 13 geweest zijn toen ik dit gedicht van Ed Hoornik las. Er zijn momenten, waarop het haarscherp boven komt drijven, omdat het direct binnenkwam.

Sinds gisteren is er dit memento: Het is donker in het kleine kamertje met de twee stapelbedden. Alleen het licht van de lantaarnpaal tovert een schouwspel van licht en donker op de muur. De kleine kantjil, het Javaanse hertje, komt aangewaaid, buigt, stapt statig verder. Een tweede komt erbij ze ontmoeten elkaar en begroeten elkaar, dan veranderen ze in een vogel, die klapwiekend wegvliegt. Schaduwspel.

Indra Kamadjodo: Kantjil

Bij die mijmering brengen de lange slanke vingers van Indra Kamadjodo de kleine kantjil tot leven. Vertelt de spannende avonturen met die valse gemene tijger, maar het kleine hert is hem altijd te slim af. Een van de eerste televisie-ervaringen. Het huis vol kinderen, de kleine buis, de zwartwit beelden en die wonderlijke man met zijn Indische tongval en die brede gebaren, zijn gefluister voert de spanning op, de intonatie ondersteunt het spel. En dan die handen, sierlijke handen met grote ringen. Alles wiebelt en rinkelt als hij sierlijk zijn zijwaartse passen zet. De rode draad is een vaag verlangen naar dat mysterieuze land, waar geesten nog dwalen en rond waren.

Jaren later is er de stille kracht van Couperus in een televisiebewerking. Bloedstollend spannend en niet in de laatste plaats door diezelfde verhalenverteller Kamadjodo, die de intro verzorgt en vertelt, waar die stille kracht voor staat. De Guna Guna, waarover je maar beter zwijgen kunt.

De rode draad loopt verder naar mijn allereerste grote cadeau in mijn dan nog prille bestaan. Een echte mechanische looppop. Een oom die op Indonesië voer, had het voor me meegenomen. Misschien wel omdat ik na zes jongens het eerste meisje was. Wat heeft ze me allemaal ingefluisterd? In ieder geval de liefde voor dat andere vreemde land.

De boeken van Couperus werden verslonden, evenals de dikke Multatuli en mijn eerste grote liefde was de nieuwkomer in het voetbalelftal van de broers, die dat land van omfloerste geheimen met zich meedroeg en van overzee gekomen was.

Later kwam het land terug in mijn jaren met de Wijze, die de erfdraden van een kwart Indisch uit had gesponnen tot het leren van Maleis, het luisteren naar krontjong en gamelan. Met wie ik de grote Pasar Malam Besar in Den Haag bezocht in de jaren zeventig. Java en Indonesië op een presenteerblaadje met zang, dans en vooral de heerlijkste gerechten, specerijen, mystieke geuren, batik, sarongs en kebaya’s. Mijn cobèk schafte ik daar aan.

De Cobèk en de voorbereidingen

Als ik die rode draad terug rol naar gisteren, blijft hij liggen onder mijn wijsvinger, die Java aanwijst op de wereldkaart. Malang om precies te zijn en daarom moest ik terug naar de prilste kennismaking met dit land, dat me na aan het hart ligt. Om al die memorabele ontmoetingen.

Als vegetarisch gerecht kies ik de Javaanse Lotèk met witte rijst en telor. Dan slaat de nostalgie in volle hevigheid toe. De oude Cobèk wordt uit het stof van lang geleden opgedoken en nu kan het feest der herkenning beginnen. Het vijzelen van de kruiden en pinda’s, de geuren die er vrij komen. De hete lombok rawit aan de vingers, nee niet in de ogen wrijven, het sauteren en wokken van de groenten, de krontjong muziek op de achtergrond. De Satesaus bij deze Lotèk is als een engeltje op je tong, zo heerlijk en niet te vergelijken met het gladde kant en klaar.

Het is de hoogste tijd om zelf scheppend bezig te zijn, dus teken en schilder ik de sawa’s na van een video. Dat ogenschijnlijk zo vredige tafereel, maar wat ploeteren en zwoegen in de broeiierige hitte betekent. En toch ligt ook daar het verlangen. Nog altijd. Wie weet, ooit.

Recept Lotek:

Ingrediënten: Eigenlijk alle beschikbare groenten, ik gebruikte ¼ spitskool, 250 gr spinazie, 250 gr taugé en 300 gr sperziebonen, handjevol doppinda’s of ongezouten pinda’s,1 el pindakaas,1 teentje knoflook,2 djeruk purutblaadjes/limoenblad, 2 el gula djawa, 2 tl asem, 1½ tl kencur, 1 lomboh of meer, je kunt het zo pedis maken als je zelf wilt wat zout, drie eetlepels water.

Bereiding: Maak de groenten schoon en blancheer/kook ze licht. Laat goed uitlekken en afkoelen.Wrijf de lomboh, de gepelde doppinda’s, de knoflook, de trassi en de djeruk purutblaadjes in een cobèk fijn tot een pasta. 3. Meng in een kom het gekookte water, de pindakaas, de asem, kencur, het zout en de gula djawa totdat alle kruiden goed opgelost zijn. De gula djawa zorgt ervoor, dat het sausje donker kleurt. Voeg hierna het kruidenpapje toe en roer goed door. 4. Meng de saus door de groenten en hussel dit goed door elkaar. Serveer dit mooi op een schaal. Lotèk kun je koud of lauwwarm eten Lekker met rijst of lontong! Selamat Makan.

Uncategorized

Daar bewust van te zijn

In een essay in Trouw van 20-03-2021 schrijft Arnon Grunberg over schaamte en beschamen. Dat laatste noemt hij een van de gruwelijkste én meest alledaagse wandaden. Het kwam langszij op twitter en houdt mijn gemoederen al een paar dagen stevig aan de kook. Niet uit woede, maar door overpeinzingen. Schaamte is mij eigenlijk met de paplepel ingegoten, als dikkertje, en bleef daarna diep geworteld zitten. Dat was een ingebeelde schaamte, want het hoefde helemaal niet. Dik zijn zat in die dagen in het verdomhoekje met de Twiggy’s om mij heen en het maakte dat ik in dat zelfde hoekje bleef zitten. Mijn schaamte maakte het onderwerp levensgroot. Is iemand iets aanpraten een gevalletje beschamen? Of is het weerbaar maken in gebreke gebleven. Zelfvertrouwen ligt er aan ten grondslag en in dit geval het ontbreken eraan.

Vroeger zei men: ‘Ik heb een brede rug’ en het gebaar dat daar bij hoorde was het wegvegen van een vermeend smetje op de schouder, of ze roemden hun ‘dikke huid’. Toch denk ik dat speldeprikken zelfs dwars door de breedste ruggen en het dikste vel prikken. Is zo’n zaadje eenmaal geplant, dan leidt het een volstrekt eigen leven. Niet zelden groeit en bloeit het tot een diepgewortelde onzekerheid en ondermijnt daarmee het zelfvertrouwen. Zo kan je iemand maken of breken en daarmee is het het meest gruwelijk wat je een ander aan kan doen. Aan de andere kant zijn we ons vaak niet bewust van wat de betekenis van iets is voor een ander. Een mening verkondigen, een oordeel vellen, een aanname uitspreken, iemand niet op het woord geloven of woorden in twijfel trekken zijn allemaal van die gelegenheden, die als voedingsbodem voor dat beschamen kunnen dienen. Van complimenten en genegenheid groeien we meters, van beschamen en vernederen brokkelen we af, ook al is die rug nog zo breed.

In het boek van Amy Tan ‘De vreugde en gelukclub’ geven Chinese moeders hun tradities, maar ook hun verbeelding door aan de dochters. Daar zitten emoties bij, geloof in de grote wereld buiten het leven hier, geesten en goden die hun wil opleggen, fabels en parabels. ‘De kleine An-Mei huilde, omdat haar moeder zou vertrekken de volgende dag. De moeder troostte haar met het volgende verhaal. Ze vroeg of ze de kleine schildpad wel eens had gezien in de vijver. An Mei knikte. De moeder vertelde dat die schildpad er al was toen zij een klein meisje was en dat ze een keer, toen ze erg verdrietig was, tranen met tuiten huilden. De schildpad kwam tevoorschijn, zwom naar haar toe en at vlug de tranen op. Daarna zei hij: Ik heb je tranen opgegeten en daarom ken ik je verdriet. Maar ik moet je waarschuwen. Als je huilt zal je leven altijd treurig zijn.Hij deed zijn bek open en er rolden parelwitte eieren uit. Ze braken open en er vlogen zeven vogels op. Ze begonnen te kwetteren en te zingen en ze zag aan de witte buiken dat het fluiteksters waren, Vogels van Vreugde. Toen ze er een probeerde te vangen, sloegen ze lachend met hun vleugels in haar gezicht en vlogen weg. De schildpad zei toen: ‘Nu zie je waarom het geen zin heeft om te huilen. Je tranen wassen je verdriet niet weg, maar voeden de vreugde van een ander. Daarom moet je leren je eigen tranen in te slikken’.

Elke volgende keer dat de dochter verdriet heeft en wil huilen zal ze zich deze woorden van de moeder herinneren. Huilen heeft een beladen betekenis gekregen. Het boek staat vol met dit soort overleveringen van raad en advies, die op eenzelfde manier zullen wortelen als het bij de moeders heeft gedaan.

Kinderen zijn kwetsbaar. Ze zijn argeloos, onbevangen en vrij en alles wat wij op hun lege bladzijden schrijven, zullen zij als waarheid omarmen en zal van invloed zijn voor nu, straks en later. Daar bewust van te zijn.

In 80 dagen de wereld rond:

Het recept uit Angola

2 koppen volkoren rijst. 2 koppen tomatensap. 2 koppen water
2 uien, in stukjes gesneden. 2 groene paprika’s, in stukjes gesneden
4 el arachide-olie. 1 el currypoeder. 1 tl zout. 1/4 tl peper. 3 gehakte tomaten
1/2 kop pindakaas. 2 rijpe maar stevige “gewone” bananen of 2 rijpe en zwarte plantains

Doe de volkoren rijst, de tomatensap en het water in een kookpan en breng ze op temperatuur.
Verlaag de temperatuur als het mengsel gaat koken en laat de rijst met het deksel op de pan gaar worden (zie de verpakking voor de juiste kooktijd). Verhit een paar eetlepels olie in een koekenpan en sauteer er de stukjes ui en paprika in tot de stukjes ui zacht zijn.
Voeg currypoeder, zout en peper toe aan het ui-paprikamengsel en meng ze ermee.
Voeg na 2 minuten 1/4 kop water, de tomaten en de pindakaas toe. Laat het geheel 5 minuten pruttelen. Pel de bananen en snijd ze in schijfjes van 1 à 1 1/2 cm breed. Verhit een paar eetlepels olie in een andere ruime koekenpan en sauteer er de schijfjes banaan aan beide kanten in tot ze licht goudkleurig zijn. Laat ze niet papperig worden.
Doe de rijst in een serveerschaal, schep er de uiensaus over en leg er de schijfjes banaan op.

Uncategorized

Die zalige stilte van niets

Ik daal de trappen af en wandel terug de tijd in tot aan het grote terras. Nog drie treden en ik stap met mijn slaapwarrige haren en de blote voeten op de warme tegels. Bruin en geel in een rustgevend patroon, een mediterrane koestering. De lome zomerwarmte belooft er aan te komen, maar nu is het nog behaaglijk. Met een café au lait ga ik op het trappetje zitten voor de keuken en luister naar de geluiden die van ver komen over het glooiende landschap. De rivier die naast de diepe tuin ruist, zingt zich grillig en bochtig een weg. Verderop zal ze onder de brug door zwelgen langs het stadje. Ze wordt aangemoedigd door de koekoek, wiens roep echoot over het land. Het huis, met haar nu al warme muren, ontwaakt kalmpjes. Boven gaan twee van de vele ramen open. Op het bordes klinkt servies dat elkaar in zoete omhelzing ontmoet. Het is bladstil in de grote tuin met haar walnotenbomen en de moestuin, het grasveld en de eiken, waar een cirkel van gevlochten hout een meditatiesessie verraadt. Bijen zoemen hier harder, vlinders groeien er groter. De vijg strekt haar brede kruin en de takken hangen zwaar over de rand van het terras. Straks zal ze welkome schaduw geven. Het koeren van de duiven op het dak omlijst het vredig tafereel. Een plek om te mijmeren.

Frankrijk stond er onder mijn wijsvinger op de wereldkaart. Dat was bijna een koekje van eigen deeg, met een Fransman als schoonzoon en dochterlief die jaren met hem onder Parijs had gewoond. Door al die verschillende landen had zich een grote verscheidenheid aan groenten verzameld in de groentenla van de koelkast. Dat was mijn kans. Een Ratatouille dwars door de koelkast, om dan de volgende dag met een schone lei te kunnen beginnen. En de aardappelen in de soep van gisteren werden omgetoverd tot een aardappelgratin. Mijn Franse bubbel van hierboven, heel even terug naar ooit, naar toen, naar de vele vakanties op een zijdefabriek, kwam spontaan. Als ik Frankrijk denk, denk ik de prille ochtenden, alleen, op dat hartverwarmende terras, denk ik daar.

Het is de hoogste tijd om de lege plantenpotjes op te halen bij de tuin want ik wil zaaien. Zaad genoeg van vriendinlief van tweejarigen, waarbij ik het bloemige geduld zal bewaren tot volgend jaar en verder nog van wat ander schattig enkeljarig spul. Eigenlijk zou ik op afspraak naar een tuincentrum willen gaan, maar dat is altijd net even een brug te ver. Bellen, tijd afspreken, het lijkt een wissewasje maar die spontane intervallen om je neus achterna te gaan zonder vooropgesteld plan zijn me zo lief. Mijn hele leven lang is meebewegen op het gemoed een deel van mezelf. Luchtig en losjes, het leven nemen zoals het komt.

Dit afgelopen jaar zijn de muren hoger, de deuren dichter, de mogelijkheden kleiner dan ooit. Als het in mijn hoofd zingt om een teug kunst deed ik een willekeurig museum aan, bij een snuffelmanie de kringloop, voor een vleug exotisch, de hortus. Nu is er een berg aan stille tijd om evenzoveel na te denken, haar af te romen en haar te zien aanwassen. Bergen van stilte, wat helaas in de natuur nauwelijks meer voorkomt. Rissen mensen die er de enige uitweg in zien om te ontsnappen aan het nietsdoen. Geef ze eens ongelijk. Natuurstilte is anders dan huiselijke stilte. Het verlangen ernaar, spontaan en ongedwongen de bossen in, langs het strand, door de wei, een klompenpad aan het oog ontrokken, het opzoeken van die zalige rust als een jas om je heen. Die zalige stilte van niets.

Vrij naar Camille Pisarro

Recept van de aardappelgratin

– aardappelen 4 à 5 stuks (700 gram)– 100 ml kookroom– 2 eetlepels crème fraiche– 1 teen knoflook
– 1 theelepel zout– 1/2 theelepel peper– 1/4 theelepel versgeraspte nootmuskaat– 150 gram geraspte belegen kaas– 10 gram boter

– Verwarm de oven voor op 180 graden.
– Schil de aardappelen en kook deze beetgaar. Giet af en laat afkoelen.
– Meng in een grote mengkom 75 ml kookroom met de crème fraiche. Pers de knoflook uit boven de kom. Voeg zout, peper, nootmuskaat en 50 gram geraspte kaas toe en hussel goed door elkaar.
– Snijd de afgekoelde aardappelen in dunne plakjes.
– Doe de plakjes aardappel in de mengkom en hussel met je handen alles goed door elkaar. Zo worden op alle plakjes aardappel bedekt met een mooi roomlaagje.
– Stort de inhoud in een ovenschaal en leg de schijfjes een beetje dakpansgewijs over elkaar, zodat het er mooi uitziet.
– Giet de resterende 25 ml kookroom over de geordende aardappelen, dek het geheel af met de resterende 100 gram geraspte kaas.
– Maak kleine klontjes van de boter en leg die hier en daar op de kaas.
– Dek de schaal af met aluminiumfolie en zeg een half uur in de oven.
– Verwijder dan de aluminiumfolie. Zet de grillstand aan van je oven en zet de gratin nog even terug om zo een mooi goudgele toplaagje te krijgen. Hou je gratin goed in de gaten, want dit gaat vrij vlug (minutenwerk).  Bon appetit!

Uncategorized

Het begin van een nieuw ontdekken

Het boek ‘De wereld is een kiezelsteen’ van Ingeborg Hendriks is één van mijn ‘bedboeken’. Ze worden van tijd tot tijd opengeslagen om het leven te verrijken, een meditatie op zich. Er staat een verhaal in van Toon Tellegen. Nou is Toon lezen verdiepen bij uitstek.

Het is het verhaal van de schildpad. Krekel vraagt aan hem of hij zeker weet dat hij de schildpad is. Krekel legt hem uit dat hij weet dat hij een kerekel is omdat hij tjsirpt.De kikker weet dat hij een kikker is omdat hij kwaakt. Als ze samen weglopen begint schildpad te twijfelen omdat er niets specifieks bij de schildpad hoort. Ja, dat hij schuifelt. Maar dat doen er zo veel. Hij voelde zich eenzaam en onzeker. Als olifant uit de boom valt vlak bij hem , even kreunend met de ogen dicht blijft liggen en daarna de ogen opent, zegt hij ‘Dag schildpad’.Weet je echt zeker dat ik schildpad ben vraagt de schildpad ongelovig. Ja , wie zou je anders zijn. antwoordde olifant. Schildpad had krekel en kikker wel achterna willen hollen, maar dat doet een schildpad niet. Dus bleef hij stil zitten in het gras en zei ‘Hallo schildpad, hallo’.

Ter overpeinzing geeft de schrijfster de volgende vragen mee. ‘Wat maakt mij tot wie ik ben. Ben ik wat anderen in mij zien. Moet ik bewijzen dat ik besta. De laatste vraag is makkelijk te beantwoorden. Ten eerste moet niets en ten tweede ‘Ík ben, dus ik besta’ in variatie op het thema van Descartes die ooit schreef ‘Ik denk, dus ik ben’ wat ook een mogelijkheid is.

Wat maakt mij tot wie ik ben: Dat is voor mijn gevoel alles om mij heen. De mensen, de dieren, de natuur die ik liefheb, wat mij beweegt, wat mij aanzet tot handelen, denken, wat bepaalde eigenschappen aanwakkert, wat inspiratie geeft, hetgeen wat achter mij ligt in de vele herinneringen, de weg die ik bewandel, het pad dat nog open ligt. Alles wat het leven vult met liefde.

Ben ik wat anderen in mij zien: Iedereen krijgt z’n deel, door wat er tussen ons voelbaar is, wat er aan uitwisseling plaats vindt, welke relatie we met elkaar hebben. Er loopt een rode draad doorheen en dat ben ik, de verbindende factor tussen al die verschillende frames. Zet ze om mij heen en het beeld is compleet. Bij het schilderen van een portret is het zo dat de emotie een belangrijke rol speelt. Welk gevoel roep jij bij mij op of vice versa. Daardoor kan een portret wel eens heel anders uitvallen, dan hoe mensen zichzelf zien.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/POW_04349772

Gisteren bij sterren op het doek schilderden de kunstenaars de tweede kamervoorzitter Khadija Arib. Drie totaal verschillende portretten. Elk portret was het in haar optiek net niet helemaal. Zo vond ze het uiteindelijk door haar gekozen portret, heel realistisch geschilderd, te statig. Het tweede had ook van een ander kunnen zijn en de derde droeg zoveel verdriet mee in haar blik. Zo herkende ze zich niet. Het mooie was, dat ik in alle drie een Khadija zag, facetten van haar die in het gesprek met Eus allemaal langszij schoven, weemoed, verlangen en trots en dat was bij alle drie letterlijk en figuurlijk ‘uit de verf gekomen’.

Welk beeld vormt zich diep van binnen in mij met al mijn geheimen, mijn verborgen emoties, mijn versluierde gevoel en, niet op de laatste plaats, sta ik mezelf toe om me eerlijk en open helemaal bloot te geven, te kennen. Want ook al ben je nog zo naar buiten gericht en schrijf ik mijn ziel en zaligheid uit dan blijft er altijd, waar dan ook, wel iets verborgen. Het blijft zoeken, analyseren, spiegelen en breien. De uitspraak vorige week van Herman van Veen bij ‘Matthijs gaat door’ was doordacht en wijs. Marjan Berk beaamde gisteren ongeveer hetzelfde in ‘Forever Young’. Wat maakt het leven de moeite waard: ‘Morgen’. Het begin van een nieuw ontdekken.

In 80 dagen de wereld rond

Colombia: Vegetarische Ajiaco

2 uien fijngehakt/5 tenen knoflook zeer fijn gehakt/1 eetlepel oregano, gedroogd/1 eetlepel zwarte peper/1 eetlepel gemalen zeezout/4 eetlepel olijfolie1 liter groentenbouillon. 500 gram aardappel verschillende soorten, rood/geel, 2 maiskolven.1 klein bosje peterselie of koriander, 1 klein bosje lente ui, 2 eetlepel knopkruid / guascas fijn gehakt(Heb ik vervangen door koriander)

Garnering: 2 eetlepel kappertjes/fijngehakte peterselie, 100 ml creme fraiche, 1 avocado in dunne schijfjes

Bereiding: Verwarm de olie in een grote soeppan. Fruit de ui tot deze glazig is. Voeg vervolgens de knoflook toe en bak kort mee op laag vuur. Doe het zout, peper en oregano erbij.Voeg de bouillon toe en breng het geheel aan de kook. Laat het brouwsel 35 minuten pruttelen. Ondertussen: Schil / was de aardappels zo nodig. Snijd deze in hapklare stukjes. Doe de aardappelen nu in de bouillon en kook voor 5 minuten. Voeg vervolgens de maiskolven en het knopkruid of de koriander en de lenteui erbij. Laat het geheel nog ongeveer 10 minuten pruttelen tot de aardappelen gaar zijn. Haal het bundeltje lente ui en koriander/peterselie uit de soep. Proef de soep en breng eventueel op smaak met peper en zout. Verdeel de soep over 6 kommen. Zorg dat overal een stuk mais in zit.Garneer met avocado, kappertjes, en een beetje peterselie en de kappertjes. Bon Provecho!

Uncategorized

Proost met troost

De zon trok uitnodigend aan mijn lummelend lijf. Ze had gelijk. Het was een stralende dag en de kleine blauwe wilde me vast wel naar de tuin brengen. Eerst ging ik met de leftovers van mijn uitgebreide kookreis naar dochterlief en beloofde foto’s te nemen van een tuin, een van de opties die de hare zou kunnen worden als eerste op de wachtlijst. In de sloot dobberden de meerkoeten, maar op de kant aan de overkant zag ik iets alarmerends wit, het leek op een paar eierschalen. Bij nader inzien zouden het reuze eieren moeten zijn, gezien de grootte van de schalen. Van echtpaar meerkoet waren ze niet.

Bij nadere inspectie van de foto’s achteraf, bleek het om een grote schelp te gaan, die je vaker tegenkomt op het terrein en een blikje. Nou weet ik van de grachtkoeten dat ze alles gebruiken om hun grote onbeschutte nest in de verdedigingsstand te brengen tot aan plastic en blik toe. Waarom deze slootkoeten niet. Aangezien een van de koeten van de kant af kwam, kon ik alleen maar bedenken dat ze hun nest aan het opbouwen waren en met rommel dus.

Ik stuurde foto’s van de tuin door via de app. Ze lag op de goede kant van het complex met uitzicht over het noorderpark en tot laat in de zomeravond zon. Nu maar duimen. Ik mocht door de tuin van de achterbuuf. De warmte van de zon was voelbaar in mijn stulp en uitnodigend, maar eerst eens kijken hoe alles aan het uitbotten was. Overal piepte lente tevoorschijn. Aan een tak, in een knop, in de lage blauwe scilla’s en de mini-narcissen in heldergeel, het tere groen aan de rozenstruik. De woelmuizen deden dapper mee en groeven hun eindeloze tunnels tot paleizen, die boven de grond uittorenden.

De dorre takken met bloem van de hemelsleutel nam ik mee voor in een geïmproviseerde vaas op de tafel. Een dankbaar tekenobject voor later en door de warmte verleid besloot ik vast een poging te wagen in een haastig pastel.Wat zijn schermbloemigen altijd een dankbaar gegeven. Herkenbaar en stilistisch van vorm. Ik schreef alle bevindingen van de laatste tuinloze weken op in het oude groene logboek, toen er geappt werd door dochterlief dat ze, door nieuwsgierigheid gedreven, toch alvast even aanwipten.

Twee koude kinderneuzen op de fiets door een barre tocht, want noorderwind. Maar uit de wind in het zonnetje was het lekker. We besloten om te lopen en bij het eventuele toekomstige erfgoed vlogen de plannen over en weer, terwijl op hetzelfde moment twee buizerds buitelend de lente tegemoet baltsten en omdat elke roofvogel een groet van haar vader daarboven is, voelde het als een inzegening. Ik wandelde met ze mee terug, ving een kou-traan op de wang van kleindochter en verbaasde me over de kleine warmbloedige filosoof, die half uit zijn jas hangt in de scherpe wind.

In de keuken kreeg ik de oven van het smegfornuis niet aan. Instellen ging soepel, maar verder bleef het ijzingwekkend stil en koud. Met veel geduld en steeds weer opnieuw drukte ik de kleine knoppen in en eindelijk, terwijl ik de pijp al aan Maarten had willen geven, schoot ie aan. Hoe dat gelukt was, was me totaal onduidelijk door de brij van onbewuste handelingen. Niet getreurd, het werkte en voort kon de tocht naar Zweden. Het gerecht kenmerkte zich door simpele eenvoud met gebakken rode ui en gebakken wortel uit de oven. Het smaakte zoals het klonk, omdat ik de daslookpesto was vergeten. Aan kunst was er des te meer Zweden met Anders Zorn, die zuslief en ik vlak voor deze lockdown nog uitgebreid hadden kunnen bewonderen in het Kunstmuseum in Den Haag. Alles wat tot de cultuur van Zweden behoorde, zoals bij ons de tulpen en de klompen, had hij vereeuwigd in een bewonderendswaardige realistisch/impressionistische stijl. Een memorabel moment.

Met een ode van Elisah, de dochter van Liesbeth List, aan de vorig jaar maart overleden diva, kreeg de dag een nostalgische en wat weemoedige afdronk. Proost met troost.

Zweden: Recept gebakken ui en wortelen uit de oven(nu met de daslookpesto)

Ingrediënten: Minimaal één rode ui per persoon. Zout en versgemalen peper. 1 tl gedroogde tijm. 1,5 el olijfolie. Bereiding:1. Verwarm de oven voor op 225 ° C. Snijd de rode uien zodat je twee gelijke helften krijgt. Als je wilt, kun je een klein plakje van het uiteinde afsnijden om het stabieler in de ovenschaal te laten staan. Leg de uien met de open kant naar boven met de schil er nog aan in een ovenschaal. 2. Voeg peper en zout toe en besprenkel het met tijm. Werk het af met wat olie op elke ui. Zet de ovenschaal ongeveer 30-40 minuten in de oven. De uien moeten door en door zacht zijn om ze te kunnen serveren.


Ingrediënten: 800 gr wortels. Zout en versgemalen peper. 1 el hele venkelzaden. 1,5 el olijfolie. Bereiding:1. Gebruik dezelfde temperatuur in de oven als de ui, 225 ° C. Leg de wortels in een ovenschaal. 2. Bestrooi ze met zout en peper en strooi er ook de hele venkelzaadjes over. Besprenkel het met wat olijfolie en schud de ovenschaal zodat alle wortels gelijkmatig bedekt zijn met de kruiden en olie. 3. Zet de ovenschaal ongeveer 20-30 minuten in de oven. De wortels moeten zacht zijn maar bij voorkeur met toch een bite bij het serveren.

Ingrediënten: 70 gr pompoenpitten/120 gr groene erwten/2 handjes verse daslook
3 el / 15 gram voedingsgist/Het sap van 0,5-1 limoen/0,5 dl koolzaadolie/0,5 dl olijfolie
Een flinke snuf van een lekkere zout

Bereiding:
1. Rooster de pompoenpitten in een droge bakpan tot ze goudbruin zijn en heerlijk nootachtig ruiken. Giet de pompoenpitten in een mixer en maal ze niet te fijn.
2. Voeg alle andere ingrediënten toe en mix tot je een pesto krijgt in de gewenste textuur.
Het kan zowel nogal grof zijn of bijna zo fijngemalen als een saus (voeg daarvoor eventueel meer olie toe als je dat wilt)
3. Breng het op smaak met zout en eventueel extra limoensap.

Eigenlijk is de daslookpesto een must.

Uncategorized

Onmiskenbaar

Nieuwe cadeautjes in mijn schoot geworpen gekregen door de ontdekking van VTR-Nu, de Belgische zender met veel aandacht voor, onder andere, cultuur. Het theatergezelschap Martha!Tentatief onder regie van Nuff Said brachten ‘De wereld stond stil’. Het werd gepresenteerd in een heel warm en speels decor door de caberetiers Soe Nsuki en Johan Petit en omlijst door de eenmansband van Tom Pieters. Het hele programma was sinds vorig jaar speciaal in het leven geroepen om artiesten de kans te geven op te treden voor het publiek, nu alles stilgevallen is.

Een van de oudste, meest vroege ‘kunst’ die nog steeds beoefend wordt, is de gesproken overlevering. Erhan Demirci, een stand-up comedian, vertelde een verhaal dat alles te maken had met zijn identiteit en vroeg zich daarbij af of iedereen met een dubbele culturele achtergrond beseffen zou, wat het betekend heeft voor de ouders. In zijn tocht door het leven verheerlijkte hij eerst zijn Turkse afkomst, later juist de Belgische, maar bedacht ook dat hij maar weinig wist van de oorsprong van hun komst naar hier. Wat had zijn vader er toe gebracht om uit het verre dorpje naar België te gaan. Hij ging op onderzoek uit en zijn bevindingen betekenden een ommekeer in zijn denken. Met een goede raad aan iedereen met een dubbele culturele achtergrond maakt hij plaats voor Annelies Verbeke de schrijfster, waarvan volgende week het boek verschijnt met de titel ‘Treinen en kamers’. Korte verhalen waarvoor de inspiratie is gehaald uit historische verhalen van over de hele wereld. Kleine stilistische verhalen met een boodschap of om de verwondering en de filosofie erachter. En de laatste gast was Judith Okon met een betoverend mooie vertolking ‘Twice’ van ‘Little Dragon’.

Te mogen laven aan deze kleinoden doet een mens deugd. Een van de verhalen van Annelies Verbeke bracht me bij Sei Shonagon. Zij was een hofdame in het tiende-eeuwse Japan aan het keizerlijk hof, afgesloten van de wereld. Met de nodige spot karakteriseerde ze de hovelingen die haar omringen; fijngevoelig beschreef ze haar eigen avontuurtjes, haar teleurstellingen en het verstrijken van de seizoenen.Ze noemde het boek ‘Het Hoofdkussenboek’. Het boek is door Jos Vos vertaald.

Mijn eigen dagboeken uit de puberteit zijn geschreven, maar ook voorzien van tekeningetjes over alles wat van belang was voor dat kortgesloten puberbrein, aangevuld met krabbeltjes en krantenknipsels. Inderdaad, vol met bakvissengedoe, de verwondering over volwassenen en wat zij allemaal zouden kunnen bedoelen met hun opmerkingen, het botsen met mijn ouders, de liefde. Eeuwig verliefd op alles wat aardig voor me was. Dat wisselde nogal eens, soms zelfs per dagdeel. Hoe sprokkel je de vrouw van nu bij elkaar. Wat een malle omwegen zijn ervoor nodig. Soms denk ik dat het hele stuk afgesloten moet worden en de dagboeken weg moeten en aan de andere kant koester ik dat stukje jeugd in dat schoolse handschrift, vol naïviteit en toch ook al sterk de behoefte om alles op te schrijven. Dat deed ik met verve. Elke wrok die ik voelde, elke ergernis kwam op papier. Inderdaad werden ze onder het hoofdkussen bewaard onder de hoede van mijn dappere beer, die het met zijn leven bewaakte.

Nog altijd teken ik alles op in woord of beeld. De tekendagboeken zijn mij dierbaar. Eigenlijk vertellen ze soms meer dan woorden en houden herinneringen voor eeuwig vast.

De wijsvinger vloog gisteren van Saoedi-Arabië naar Minneapolis in Amerika. Het land van de wilde rijst, dat eigenlijk graszaad blijkt te zijn. Het land van De Black Matter protesten na de dood van Floyd. Ook daar stond de tijd even stil om daarna een golf van verontwaardiging rond te doen gaan over de hele wereld. Bewustwording van taalgebruik, van gezegdes, van aannames, van oordelen. Het heeft paden gebaand, die nu nog geëffend moeten worden. Stukje bij beetje, maar onmiskenbaar.

Recept van de Wilde rijst met oesterzwammen. (Ik vond bij de super alleen maar witte en wilde rijst gemengd. Die heb ik gebruikt. Wilde rijst is in een ekowinkel te vinden, maar hier was deze winkel opgeheven helaas).

Ingrediënten: wilde rijst/water/kokosolie (indien toegestaan)/ui of prei/oesterzwamme/verse peterselie, fijngesneden/citroengras-, kurkuma- en of gemberpoeder, of vers en dan geraspt/zout en peper (naar smaak)/ongezoete kikkoman sojasaus, met de groene dop is minder zout en zoet

Bereiding: Bereid de wilde rijst zoals beschreven staat op de verpakking. Snij de ui en verwijder de stelen van de zwammen. Grote zwammen kun je door midden snijden. Verhit olie in een pan en voeg de gesneden ui en de oesterzwammen toe en bak alles tot ze zacht en bruin zijn. Meng de wilde rijst en de fijngesneden peterselie bij het mengsel. Breng alles op smaak met de poederkruiden, zout en peper en eventueel sojasaus. Voor een pittige smaak voeg kleine stukjes verse rode peper toe.