Uncategorized

Het verlangen ten spijt

Heel vroeg uit de veren, omdat er een afspraak stond voor de tweede vaccinatie. De kleine blauwe was er net zo klaar voor als ik. Het idee om straks de kinderen weer te kunnen knuffelen is zo ongeveer het enige dat al maanden boven aan het lijstje staat. Het vege lijf liet zich moedwillig leiden. Net als vorige keer eerst langs de arts, vanwege de bloedverdunners en met het kleine groene papiertje met instructie voor de prikker, twee minuten afdrukken, naar de volgende halte. Daar weer identificatie, geboortedatum, leeftijd. Goedgekeurd, door naar de prikker. De vrouw was ontspannen, ik was de rust zelve, maar de prik stuitte op iets en de vloeistof voelde zwaar. De vrouw verbaasd, ik had toch niet hele dunne armen ‘ook niet dik hoor’ haastte ze zich te zeggen.

Heerlijke Mensen. Ze besloot toch maar zelf even af te drukken, wilde het eerst mij laten doen. In het hokje van het kwartier wachten daalde de rust neer en sloot de echoënde geluiden in de grote hal min of meer buiten. Hokjes waarmee alleen de knieën en voeten uitstaken bleven een koddig gezicht. Er waren nu meer einzelgängers dan de vorige keer. Met een gevoel van vrijheid, nu al, ging ik op huis aan.

Gisteren kwam dochterlief onverwachts langs op de tuin. Toevallig had ik een kleintje rosé meegenomen uit de super. Het was de dag van voorgenomen activiteiten waar geen syllabe van terecht kwam door allerlei onverwachte en heerlijke belletjes en ontmoetingen tussendoor. Voornemens zijn er om naast je neer te leggen. Mijn lijfspreuk ‘Go with the flow’ indachtig.

De achterbuuf was er ook en natuurlijk werd eerst al het wel en het wee besproken om daarna nog wat adviezen door te nemen over de tuin. Ze had weer voldoende nieuwe plantjes erin gezet, met de garantie, door de liefde die ze er aan had toegevoegd bij het zaaien, op een bloemenzee. Buuf heeft echte groene vingers. Ik kan vooral goed maaien en grassen trekken en daarna genieten.

Het was erg knus met dochter zo onverwachts, ze nam gelijk een zware zak met groenafval mee achterop de fiets, dat scheelde enorm. Met enkel een zak vol grassen, licht als een veertje aan de pink, wandelde ik een uurtje later weer naar huis.

Familie Kauw is onrustig. Ze scheren bij iedere voorbijganger over de hoofden heen en laten een fel en nijdasserig gekrakras horen. Straks moeten we nog de paraplu opsteken om ze af te weren. Een kleine koolmees ligt dood op de galerij, het is nog een jonkie. Hij zal tegen het raam gevlogen zijn.

Een paar blogs geleden had ik het nog over Snijders gehad, de schrijver van de zeer korte verhalen. Geïntrigeerd door zijn uiterlijk, de trouwe hondenogen onder de chaotisch borstelige wenkbrauwen, luisterde ik ademloos naar hem. Wat een erudiet verteller en een genadig schrijver was hij, constateerde ik. Het gesprek met de twee interviewers van brommer op zee, verliep wat moeizaam, maar dat lag niet aan hem, was mijn mening.

Deze week kwam het bericht dat hij overleden was en zoals altijd vervulden dergelijke berichten me met weemoed, omdat alle nieuwe verhalen nu in een urn zijn beland of mee het graf worden ingenomen. Stiekem hoop ik dat hij, voor de geest hem naar boven trekt, je bent katholiek opgevoed of niet, snel nog even langs iemand zal vliegen om het schrijfgen vernuftig in een argeloos brein op de harde schijf te plaatsen. Al vrees ik dat de wens de moeder van mijn gedachte is. Per slot van rekening is er ook geen A.M.G Schmidt opgestaan. Het verlangen ten spijt.

Uncategorized

De kracht van het boek

Dat was een dagje grassen trekken. Niet allemaal. De dikke met de paarsige pluimen, die zo goed in het kleurenpalet van de tuin passen, mogen in een groep hier en daar blijven, maar de rest gaat eruit, anders is de tuin in augustus een weiland en dat was de bedoeling niet.

Het was een kabbelende dag, een uitrustdag, ondanks de lichamelijke inspanning. Grassen trekken is geestelijk een vlucht nemen en daarnaast oog houden voor het nieuwe. Het feit bijvoorbeeld dat achteraan de bosandoorn ineens bijna een meter hoog is geworden, waar ze elders in de tuin veel kleiner blijft. Dat de bergamot nagenoeg verdwenen is, dat een van de salies toch de strenge vorst en kou van de afgelopen maand heeft overleefd en bloemen draagt en dat de roos hoog de pruimenboom in schiet. Iets vloog de fluweelboom van de oude in en deed mijn adem stokken. Het was een jonge bonte specht. Standbeeldstilte van mijn kant, het fototoestel lag op het tafeltje aan de overkant, de iphone in de zak, maar ik wist dat elke beweging het prachtige dier zou doen opschrikken. Zodra ik mijn arm zacht naar achter bewoog, vloog hij op.

Steeds vaker zien we andere soorten dan gewoonlijk in de tuin en dat is dubbel genieten. De kauwen boven het bosschage in het Noorderpark waren in rep en roer omdat twee buizerds naarstig op zoek waren naar lekkere hapjes. Ze riepen elkaar en de familie kwam overal vandaan. Wie niet sterk is, kan beter met veel zijn. Dat herhaalde zich een paar keer en steeds was er veel kabaal mee gemoeid. Achterbuuf kwam de grasmaaier uit het schuurtje van de buren halen en haar rug was roodverbrand. Daar kon ze niet bij met de zonnebrand. Buuf achter haar en naast mij wilde wel een handje toesteken. ‘Waar werd oprechter trouw dan tussen de ene en de andere buurvrouw…’bedacht ik mijn variatie op een thema, toen ik ze zag smeren.

Toen mijn rug het welletjes vond, toog ik via het achterste pad naar huis. De dames schaap hadden hun winterjassen verruild voor een luchtig lentetuniekje. In hun ijverigheid om zoveel mogelijk mals gras naar binnen te werken reageerden ze niet op mij. Helemaal niet interessant als er zoveel mals groen op je bord ligt.

In de krant dit weekend in ‘De Omslag’ werd het boek ‘Middernacht bibliotheek’ besproken van Matt Haig. Een bibliotheek ergens tussen leven en dood met op de voorkant een ontwerp van Rafaela Romaya en op het schutblad een echte uitleenkaart met vlekkerige datumstempels. Het ziet er heel aantrekkelijk uit, voor de Nederlandse versie heeft Sander Patelski een sterretje op de i gezet. Het verhaal bracht me terug naar mijn jeugd. Van jongsaf aan, dat we met onze moeder meegingen naar de kleine bieb in de Elsstraat speelden we thuis bibliotheekje na, compleet met ingeplakte driehoeken aan de binnenkant waar de kaart ingeschoven kon worden. Het was, net als schooltje spelen met de poppen, een van de meest geliefde bezigheden. We kwamen dan om de beurt bij elkaar een boek lenen, kaartje uit de kaartenbak halen, zogenaamd de datum erop krabbelen, stempel erop zetten en in de driehoek steken. Wat leuk. Die herinnering was in een van de verste hoeken geschoven, maar staat nu helder op het netvlies.

Een van de boeiendste bibliotheken, waar ik over gelezen heb, was ‘Het Kerkhof der Vergeten Boeken’ in het centrum van het oude Barcelona. Carloz Ruiz Zafón begint zijn vierluik er mee in het boek ‘De Schaduw van de Wind’. Wat zou ik graag willen dat dat kerkhof echt had bestaan en te bezichtigen was. In de boekhandel Waanders in de oude Broerenkerk in Zwolle zou je je er inderdaad een beetje kunnen wanen, al is het daar te licht. Boekhandel Dominicanen in Maastricht roept eerder de juiste sfeer op. Natuurlijk deed de omlijsting van het spannende verhaal ook haar werk. De mysterieuze, in mijn fantasie Esscherachtige, trappen en de donkere gangen werden vanzelf beelden in mijn hoofd en het bracht momenten langs, waarop ik mijn eigen vergeten boeken bij elkaar sprokkelde. De rijkdom van het verhaal dat dat losmaakt, de schoonheid van een woord, de kracht van het boek.

Uncategorized

Dan is aarden een zegen

Dat je lang kan blijven hangen op een woord dat raakt. Als dichter Jit Narain zich soms terneergeslagen voelt, valt alles hem zwaar. Dan ‘schijnt de aarde hem een woestijn te zijn‘ en voelt de dichter zich ‘een denker of een leeggedacht mensenkind nu in niemandsland’. Dit in de wetenschap dat deze Hindoestaans-Surinaamse dichter de aarde liefheeft. Aarde is voor hem hét medium van leven evenzeer als het medium van plezier, schrijft Geertjan de Vugt in zijn recensie over deze dichter. ‘Aarde is geduldig’, geeft de dichter aan en de recensent vindt dat begrijpelijk, want aarde is ‘ook het medium van de dood‘. Lange tijd liep ik op blote voeten, niet om te provoceren, nou misschien een beetje, maar vooral om contact te hebben, waarachtig contact met de grond onder je voeten. In de stad kwamen er dan dunne fluwelen Chinese schoentjes aan te pas uit praktische overwegingen. Het waren de dagen dat hondenbelasting nog ‘nicht im Frage’ was en je wel degelijk rekening moest houden met het drek der mensheid. Een aards kind heb ik me altijd gevonden, veel meer aarde dan welk element ook.

Het blijkt over zijn tweetalige bloemlezing te gaan met de titel’ Een mensenkind in niemandsland’ in het Sarnami en de Nederlandse taal, waarin de verhouding van hem tot de aarde verklaard wordt. Vanuit de recensie klinken prachtige zinnen door van deze Aardse dichter.

In dezelfde krant schrijft Hanna Bervoets over haar dief, een cybercrimineel die manuscripten steelt en het op die van haar van het boekenweekgeschenk gemunt had. En geloof het of niet, ik moest denken aan mijn eigen onhandige schreden op de PC, lang geleden toen er iedere keer zomaar, ins blaue, of beter gezegd ‘Ins graue hinein’ stukjes verloren gingen, omdat ik niet goed wist, waar ik ze naar toe had gegoocheld. Al die functies van dat ding, waar zat het en vooral hoe werkte het. In die dagen leek mijn computer op de wasmachine, waar ik de sokken van de vijf altijd zorgvuldig in stopte als paar om er vervolgens weer enkelvoudig uit te komen. Een sokkenvreter, die wasmachine, dus betichtte ik de computer van hetzelfde euvel. Een stukjesvreter en een fotoslurper. Het duurde even eer ik een en ander doorzag. De dief, waarmee Hanna een hele mailwisseling startte, speelde zijn spel vernuftigd, maar het doel van die gestolen stukken bleven evenzeer in het luchtledige hangen.

Van de week had ik eenzelfde unheimnisch gevoel toen ik een waarschuwing kreeg dat er iemand probeerde in te loggen op mijn account vanuit Shanghai. Op zulke momenten is de bewustwording van de ongrijpbaarheid van dat onmetelijke ondoorgrondelijke cyberheelal groot en voel ik me nietiger dan ooit. Gelukkig is zoonlief altijd bij de hand om in ieder geval in een korte tijd de zaken weer op te schudden en af te wenden.

Vriendinlief plaatst op FB een stukje over een alternatieve theorie bij Autisme. Het heet ‘Intense World Theory’ en gaat uit van bepaalde netwerken die normaliter met elkaar verbonden zijn, maar bij mensen met een stoornis in het Autistisch spectrum autonoom in het geheugen ingesleten raken. Eilandjes in je hoofd, die er voor zorgen dat je alles dubbel zo intensief ervaart. Alles in de overtreffende trap: De waarneming, de aandacht, het geheugen en de emotionaliteit en de bijbehorende veelheid aan impulsen en indrukken. Het idee van de afzonderlijke eilandjes in het brein paste als een handschoen. Het maakt dat je begrijpt waarom er zoveel op iemand af kan komen, maar vooral ook hoeveel energie het zal kosten om het in goede banen te leiden. En goed voorbeeld van de veelheid aan gekmakende impulsen in het dagelijks bestaan ontdekte ik aan de hand van het boek ‘The Curious Incident of the Dog in the Night-time’ van Mark Haddon, dat in 2017 in een fysiek toneel werd neergezet door een theatergezelschap in een productie van Musicalworld in Theater Carré. Alleen de trailer vergroot het inlevingsvermogen al. Stel je voor dat de wereld iedere dag in flitsen aan je voorbij komt scheuren. Dan is aarden een zegen.

Vegetarische rondgang over de eilanden

Vlieland

Op papier Slauerhoff, die elk jaar een aantal maanden verbleef op Vlieland. Zijn gedichten zijn er ook te vinden. In de kom en op het bord: Cranberry/mosselsoep met geroosterd brood met geitenkaas en cranberry

Fruit een ui en de knoflook. Roer er een eetlepel mosterd en een theelepel cranberrysaus doorheen. En een eetlepel bloem om het te binden met een liter groentenbouillon. Breng op smaak met peper, zout, paprikapoeder en verse peterselie. Twee broodjes roosteren, beleggen met geitenkaas en smeer er die heerlijke cranberrysaus over. (Kopen op Vlieland of een Engelse variant is te verkrijgen in de supermarkt bij de jam)

Uncategorized

Keuze genoeg

Dat was een gezellig uitje gisteren. Zomaar, met zuslief een ‘zoveelste’ vakantiedag in onze schoot geworpen. Vol bewondering voor de schoonheidsspecialiste, die daarnaast nog talloze andere behandelingen mag uitvoeren. Geen idee dat er zoveel meer bij kwam kijken. Eigenlijk wel een verheffend idee om juist bij iets, waartoe je geen impuls voelt om het te ondergaan, toch te kijken. Dat vergroot het respect. Met verbazing observeerde ik de verschillende bereidingen. Er wordt heel wat afgebrouwen aan papjes, harsen, en een masker. Ook geplukt, gemasseerd, gekwast en met de vingers getrommeld. Het beeld van een merel die op een droge dag met haar pootjes roffeltjes geeft op de grond, schoot door mijn hoofd. Het blauw van de hars kleurde prachtig tegen de bleke gladde huid. Het leek me pijnlijk, maar zuslief lag in de diepste rust verzonken, totale ontspanning. Ze is het gewend, zover is duidelijk. De schoonheidsspecialiste bleek een aangetrouwde nicht van zus, dus de hele sfeer was al van ‘ons kent ons’. Koffie vooraf, eventueel lunch kon er ook nog bij, maar dat sloegen we af. Voor mijn kleine probleem had ze wel een oplossing in gedachten en ook nog wat tips. Bij elkaar hadden we twee uur stuk geslagen.

We gingen op weg naar een klein dorp in de buurt van Vinkeveen, waar zus het adres van een natuurhuis had opgeduikeld. Halverwege, in Bodegraven, eerst een lunch. Waldkornbolletje, die de vriendelijke serveerster met liefde door de helft wilde snijden. We kregen ieder een volmaakt opgemaakt bord met een half bolletje en zalm met kappertjes en sla. Zo attent van de crew. O, wat waren we achteraf blij dat we op zoek waren gegaan naar het vakantiehuis. De omgeving was erg vlak en daardoor zag je elke autoweg van kilometers afstand al liggen, de weggetjes waren smal maar ook heel druk en vooral met veel grote traktoren en vrachtwagens. Het dorp was ieniemienie klein met een laag lieflijk gehalte. Het was het gewoon niet. Wat een goed gesternte om van te voren te gaan kijken. Voor 1200 euro per week was deze hectiek wel zuur en duur betaald geweest.

Het was geen wonder, dat vakantiegevoel dat we dagelijks kunnen oproepen. Het is genieten zonder dwang en heilig moeten.

Gisteren keek ik een stukje Voice. De kinderen zongen de sterren van de hemel. Toch duurde het me te lang. Maar nog altijd nieuwsgierig wie er toch gewonnen had, keek ik Beau vanmorgen heel vroeg terug. Daar bleek dat het niet alleen bij zingen bleef. Ze waren erg wijs. Over zijn aangehaalde eerste lied ‘Hou van mij’ wist Souffian haarfijn te vertellen, dat je eerst van jezelf moest houden voor je van een ander kon houden. Als je dat weet op je dertiende dwingt het respect af. Wat ook uitzonderlijk was, was het ontbreken van de rivaliteit tussen de vier laatste deelnemers en hun persoonlijkheid die bij allen gekenmerkt werd door een grote mate van eigenheid. Verrassend en een verademing om eens anders naar hun wereld te kijken. Met de toegevoegde woorden van Souffian komt de essentie van de prachtige tekst van het lied boven drijven. De kleine Emma won en eigenlijk hadden ze alle vier gewonnen, was de algehele tendens.

Het is tuin-weer en toch ook weer niet. Ik ben benieuwd waar de buien uithangen. Nog steeds staat het potje mosterd voor de Vlielandse Cranberry-mosterdsoep in de auto. Vandaag ga ik haar maken, als dat vergeetachtige geheugen mee wil blijven werken tenminste. Vegetarisch op de eilanden is moeilijker dan je denken zou. Met het zoeken naar ‘’beroemde Vlielanders’ vind ik Liesbeth List en Slauerhoff onder andere. Keuze genoeg.

Uncategorized

Dansende letters zijn niet te doen

Vandaag ga ik horen hoe ik een bepaalde lelijke verkleuring weg kan werken onder de maquillage. Voor het eerst van mijn leven mee naar een schoonheidsspecialiste maakt me zenuwachtig. Wat zitten wij mensen toch wonderlijk in elkaar. Voor mezelf noteer ik in mijn hoofd, wat ik perse niet wil. Geen gefruts aan wenkbrauwen of het laten opdringen van een andere make-up anders dan mijn eigen huidcrème, de foundation, mijn streepje Kohlpotlood onder de ogen, de mascara en de lippenstift graag. Daar voel ik me senang bij en niet in de laatste plaats omdat ik in 2 minuten klaar ben.

Een toepasselijke uitspraak van Coco Chanel in de krant van gisteren: ‘Beauty begins the moment you decide to be yourself’. Het blijkt te zijn overgenomen uit een artikel in het nieuwe magazine ‘Vol’. Een blad dat ‘een positief beeld moest neerzetten van de volle vrouw’. Ik weet het niet. Heb toch altijd een aversie gehad tegen de beperking van het isolement. Een goed blad komt iedereen tegemoet en variatie op een thema geeft meer ruimte en inspiratie in het hoofd dan een benadering van een kant. Na een nummer weet ik het wel. Kom met vernieuwende informatie. Het blijkt een tweede poging te zijn van de maker en men gooit het nu over de boeg van de ‘Body positivity’. Vergeef me de Engelse termen. Het blad staat er vol mee. Het blijkt dan ook vooral een blad te zijn voor de ‘Curvy Fashionista’s’, de golvende vrouwelijke fans van de mode. Een andere doelgroep. De spreuk van Coco is er een voor op de koelkast of boven je bed en voor iedereen van belang. Vanuit mijn jeugd loopt een lange draad van Ariadne langs het spoor van het ontbreken van zelfacceptatie. Dat stamt nog uit mijn jeugd als dikkertje van het gezin. Achteraf bij het terugkijken van de foto’s en afgezet tegen de huidige tijd, valt het ongelooflijk mee. Ik was weliswaar de dikste van ons gezin, maar absoluut niet heel erg dik. Het gevoel van die frustratie is nooit helemaal weggeëbd. Nog steeds denk ik dik, waar van een redelijke omvang sprake is. Zo vreemd hoe sommige herinneringen als beeld vast blijven zitten in je hoofd. Ingeklemd tussen vroeger en nu.

Zoonlief vroeg gisteren of het fijn was om ouder te zijn. Het leek hem vervelend om steeds weer tegen een grens aan te lopen. Een van de dingen die bijna geslecht zijn en waar ik dus een heel leven over gedaan heb, is deze zelfacceptatie. Door verschillende gebeurtenissen, aangedikt of breder uitgesmeerd of tijdelijk verdwenen door een goed gevoel. Als je besluit jezelf te zijn en niet anders dan heb je geen bevestiging van iemand meer nodig. Je bent oké zoals je bent. Dat is ook het voordeel van ouder worden. Het is ondoenlijk om iedere nieuwe rimpel te tellen. Haha. Dat loopt in de honderden. Niet doen. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Weifelen bij dat ene vlekje en zoeken naar de grote verdwijntruc, juist als je ouder wordt en de huid gepokt en gemazeld, levervlekken en anderszins in stelling brengt. Zo blijven er van die kleine ‘onzekerheden’. Ze zullen er altijd bijhoren, denk ik.

Bij zoonlief was het heel gezellig. ruimschoots de tijd voor samenspraak omdat de benjamin al op bed lag en na het wakker worden een wandelingetje naar de supermarkt op een steenworp afstand om daarna naar volle tevredenheid weer naar huis te keren, dankbaar voor het goede gesprek.

Zwarte schuur is spannend aan het worden. Ik kan het bijna niet dichtslaan, maar vinden de ogen het welletjes, dan moet het wel. Dansende letters zijn niet te doen.

Uncategorized

Niet vergeten te genieten

Eerst waren er de witte wattenwolken bij het openen van de ogen, gevolgd door een enorm kabaal en geschetter van de bovenbewoners en hun vriendenschaar. De kauwen waren in opperste staat van beroering, met jongen in het nest(wanneer worden die eindelijk volwassen) en twee brutale eksters binnen het territorium. De solidariteit was te roemen. Van allle kanten kwamen hun gevederde vrienden en familie aangevlogen om het ouderpaar bij te staan. Geen wekker nodig bij dergeliijke activiteit. Het was koddig om te zien, dat te midden van het tumult een dikke dolly duif alles gadesloeg en als een wijze uil er het hare van dacht. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ zover was duidelijk. De kauwen dachten er heel anders over. Zoonlief die terugkwam van het sporten kreeg een veeg uit de pan, onder luid gekrijs en toen ik terug kwam van het halen van de krant vloog een van hen op een meter boven mijn hoofd. Brutaal volkje, die leenburen van mij.

Gisteren startte dus met een vroege werkdag. Het gras moest gemaaid. Een nadeel was de zon, die uitbundig zomerwarmte afkondigde, waardoor ik naast mijn begenadigde maaier, die mijn kortademigheid kent en telkens afslaat op het juiste moment, ook zelf steeds de schaduw in moest duiken.

Daardoor had ik wel zicht op de bloemenpracht van heel dichtbij. De bijen wentelden zich dik in het stuif en zoemden vrolijk van bloem naar bloem in dit bijenparadijs. Ik besloot ondertussen, de natuur haar gang te laten gaan op het gras na en eens te kijken wat er zou gebeuren als hondsdraf en bosaardbei mochten woekeren. Op die manier bleef het een verrassing wat er uit het groen omhoog zou komen met de vraag ‘of en hoe’.

Met twee zakken onkruid wandelde ik om twee uur terug naar de kleine blauwe, die ik in de schaduw aan de zijkant van de paralelweg had gezet en niet op de door de zon geblakerde parkeerhaven. Een wijs besluit, want nu kon ik in redelijke koelte de weg vervolgen. Op tijd thuis om te bekomen van de inspanning. Pluis moest ik even zoeken alvores ik haar in de ingenieuze reismand kon lokken. Ze weet wat de consequentie van het ding is en piept en mauwt klagelijk de hele weg lang uit een verwijtend protest. Op klokslag vieren waren we er en snel aan de beurt. De dierenarts met een stagiair prezen Pluis uitbundig om haar schoonheid en het oordeel was mild. ‘Kan het zijn dat ze stresst’. Ik kon er geen andere reden voor bedenken dan de Nuf van de buren, die brutaal en ongevraagd haar territorium bij tijd en wijle belaagde. Andere mogelijkheden waren uitgesloten. Bij twijfel bloed prikken, eerst grondig observeren en een stressverlagende sfeer creeëren met een feromonenverdamper zo luidde het unanieme oordeel van de twee. Pluis terug in zijn reismand en wat euro’s lichter vervolgden we onze weg.

Als beroemde Texelaar had ik voor Jan Wolkers gekozen. Niet zijn kunst maar hijzelf werd het lijdend voorwerp. Natuurlijk is nu Vlieland aan de beurt en de mosterd heb ik al aangeschaft. Het wordet een cranberry-mosterd soep Wat ik niet wist, was dat het hele eiland Vlieland vol staat met wilde Cranberry en dat er zelfs een keer per jaar een Cranberryweek wordt georganiseerd. En dat terwijl Zuslief en ik er vorig jaar februari nog een lang weekend hebben rondgestruind. Toch eens een bezoek in de zomer of herfst brengen. Deze prachtige dag ga ik op bezoek bij Zoonlief en de Benjamin. Heerlijk genieten van het weer vozolang het nog even kan. Op de app worden voor vandaag drie lichte buitjes voorspeld. Dat klinkt anders dan dat dreigende onweer van de weerman gisterenavond. Afwachten maar weer en tussendoor niet vergeten te genieten.

Recept voor de Texelse Uiensoep:

500 gram uien, bijvoorbeeld van boer Lap
Een grote pan
1 teentje knoflook
1 eetlepel bloem
2 eetlepels whisky van de Bonte Belevenis
40 gram roomboter
Zout en peper
1 liter bouillon van groeten of rundvlees
Stokbrood van Novalishoeve of Bakker Timmer
Ca. 200 gram Texelse kaas naar keuze van de Waddel of Wezenspyk

Snijd de uien in ringen. Doe boter in een grote pan en bak de uien en knoflook gedurende 30 minuten op een laag vuur. Laat ze zo langzaam zacht worden. Voeg vervolgens naar smaak zout en peper toe. Doe daarna de bloem erbij en bak het nog 5 minuten. Voeg eventueel de whisky toe. Ik had alleen maar droge witte wijn in huis, ook heerlijk). De alcohol verdampt maar van de whisky blijft de heerlijke smaak over. Breng ondertussen de bouillon aan de kook en voeg dat bij de uien. Schep als de uien zijn gebakken de bloem door de uien en bak het nog 5 minuten. Voeg vervolgens de bouillon en whisky toe. Laat de uiensoep op een zacht vuurtje 10 minuten doorwarmen. Verwarm de grill voor op de hoogste stand. Schep de uiensoep in kommen, leg er een sneetje brood op, bestrooi dat met een deel van de Texelse kaas. Zet dan de kommen even onder de grill, totdat de kaas is gesmolten. Voor de kaaskletskoppen verwarmd u de oven voor op 180 °C. Rasp 100 gram kaas en verdeel deze in een dunne laag op een bakplaat. Zet dit 5-10 minuten in de warme oven. Laten de kaasplak afkoelen en breek ‘m daarna in stukken. Eet smakelijk!

Uncategorized

De vleermuizen achterna

Ik heb de ochtend zien ontwaken van tweeduuster tot morgengoud. Kleine vliegensvlugge vleermuisvleugels doorsneden het bleke ochtendlicht, van boom naar spouw, van spouw naar boom. Een zwoele windvlaag streek langs mijn opgeheven gezicht en lichte de slaapwarmte een beentje. Heel in de verte begon de merel met een serenade en spoedig werd het een koor van kauw, merel en duif. De dag bezongen. Kan het begin mooier zijn.

Ineens wist ik wat ik met het bord van de Bernagie aan moest. Het moest natuurlijk een krijtbord worden. Zodat ik, al naar gelang het gemoed, er een dichtregel op kwijt kon of de naam van de Bernagie, of een gedachte. Zo broedde ik voort in de stilte.

Onder het geoefend oog van de fysiotherapeut voor het eerst weer op de loopband gestaan, op de ‘legpress’ geoefend en een balansoefening zittend op de bal met gestrekt been en tegelijkertijd de waterzak boven het hoofd heffend. Bovendien nam hij als eerste het triggerpoint in de lage rug onder handen met een spontane jodel van mijn kant tot gevolg. Vorige week stak hij er wat naalden in. Toch voelde het als heilzaam. Het is een lastige spier, hij rolde weg onder zijn bekwame vingers. Toen ik naar buiten wilde lopen, zat daar dochterlief, die met Bonpa uit Frankrijk kleinzoon naar therapie had gebracht. Luchtkussen, wat Frans koeterwaals gestameld en dochter om vertaling gesmeekt met de ogen. Hij praatte binnensmonds en het kapje en de dove oren vormden een dubbele moeilijkheidsgraad. Kleinzoon kwam gauw even knuffen, als extra uitrustmoment tussen zijn oefeningen door. Wat apart om mensen terug te vinden in een ruimte waar je ze niet verwachten zou.

Half drie was die afspraak, dus vroeg op pad voor de boodschappen. Een biologisch speltbrood van Levain in de bakkerij van de Veldkeuken op landgoed Amelisweerd en een schapenkaas bij een biologische kaasboer in Houten. Twee van de ingrediënten die ik nodig zou hebben voor mijn uitstapje naar ‘Texel’, derhalve de keuze voor streekprodukten. Een van de typische gerechten uit Texel is de ‘Texelse Uiensoep met kaaskletskop’. Oorspronkelijk gemaakt van schapenmelk van de Texelaar, maar nu van Hollands schaap. Wat een heerlijkheid en wat een snel en makkelijk gerecht. Schapekaas op desembrood is onweerstaanbaar lekker. Door de veelheid aan bezigheden kwam ik aan de kunst niet meer toe, maar ik geef me twee dagen voor ieder gerecht. Wat in het vat zit, verzuurt niet en dan komt de kunst gewoon vandaag.

Pluis poetste zich de laatste tijd veelvuldig schoon. Inspectie leerde dat ze een of andere uitslag van rode vlekjes heeft. Dus vanmiddag een rondje dierenarts. Dat betekent sneller naar de tuin om even te maaien, maar dat is alles. Voornemens zijn er om geslecht te worden. Het is de week van de onverwachte gebeurtenissen. Maandag ging op aan iets spannends wat ik nog niet met de buitenwereld delen mag, nee, geen nieuwe kleinkinderen, dinsdag de fysio, vandaag Pluis en morgen naar de Benjamin. Wie weet. Misschien lukt het vrijdag om een aanvang te maken.

Met al dat nachtelijk waken ben ik vast begonnen in ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong. Een lijvig boek. Zijn literair werk ken ik goed. Ik heb genoten van Pier Oceaan. We gaan het zien en beleven. Nu eerst in vliegende vaart aan de gang, de vleermuizen achterna.

Uncategorized

Een ongrijpbare wereld.

Omdat de gierzwaluwen zijn teruggekeerd op hun honk onder de dakgoot en kennelijk niet langer hinder hebben van de familie Kauw, maakt het hart een sprongetje van vreugde. Ze scheren zo dichtbij voorbij, dat ik ze in volle glorie kan bewonderen, al zijn ze me vaak te snel af voor de foto.

Van de week zag ik het programma Mari Staat Op. Ik kende het niet en besloot te kijken. Vroeger zei men: ‘Eerst zien en dan geloven’. In variatie op een thema dacht ik ‘Eerst zien en dan verbazen’. Daarmee was mijn lot bezegeld. Het hele programma, de manier van benaderen van zijn gasten, de obstakels die hij tegenkwam, de mensen die hij ontmoette, was één warm bad van beschouwen en zette aan het denken. Hoe diep wentelt onze kijk op de gehandicapte medemens nog altijd in aannames en vastgeroeste gewoonten en denkwijze. Mari doet precies datgene wat hard nodig is. Hij maakt wakker, roept mensen op zich bewust te zijn van wat er gezegd wordt, hoe woorden binnenkomen bij een ander, hoe discriminerend en hoe hard de opmerkingen kunnen zijn. Als we toewerken naar een inclusieve maatschappij, dan mag niemand het ondergeschoven kind van de rekening worden. Ik lees de synoniemen voor handicap en ontdek dat vooral daarin te zien is welk vooroordeel er bestaat: ‘Afwijking, defect, fout, handicap, imperfectie, kwaal, manco, mankement, ondeugd, ongemak, onvolkomenheid, onvolmaaktheid, tekortkoming, verkeerdheid, zwakheid’. Alleen maar negatieven als vervanging. Het geeft aan hoe belangrijk het programma is. Het wordt tijd dat het idee dat iemand met een handicap een onvolmaakt of imperfect mens zou zijn, de wereld uit wordt gewerkt. Iets wat niet bevorderlijk is, zijn de gescheiden werelden. De speciale scholen en een heel dorp voor mensen met een handicap. Op die manier blijft het een ver-van-je-bed-show. Mari maakt de problemen, die zij ervaren, inzichtelijk door bijvoorbeeld de rollen om te draaien en mensen te benaderen, op een manier zoals zij vaak benaderd worden en creeërt daarmee bewustwording en een opening om anders te gaan handelen en denken. Mari zet de puntjes op de -i-.

Het boek van Mohammed Benzakour is uit. Wat een indringend relaas, maar ook wat eerlijk en dicht op de huid geschreven. De eenzaamheid is schrijnend en brengt me terug naar de periode dat mijn vader in het verpleeghuis zat. Al ziijn bescheiden gekrompen tot een bed, een kast en een nachtkastje. De kamer moest worden gedeeld met een ander. Miijn vader lag niet bij het raam, het enige lichtpunt, maar aan de kant van de deur. In de schaduw van zijn leven sleet hij de laatste ongelukkige dagen en dat zou nog een half jaar duren. Hij vond het verschrikkelijk. De situatie van moeder Yemma is zo mogelijk nog meer vervreemdend dan die van mijn vader. Analfabeet, de Nederlandse taal niet machtig, met stomheid geslagen door een afasie en halfzijdig verlamd zit ze met andere gewoontes en een ander geloof nog meer op een eiland. Ze lust de Hollandse kost niet, verpietert, eet muizehapjes, heeft zoonlief die haar liefdevol verzorgt en probeert te vertroetelen, maar niet begrijpt dat ze ‘Weg, weg’ zwaait met haar goeie arm. Weg uit dit bevreemdende oord, terug naar een veilig huis, waar haar man is.

Vanmorgen wilde iemand uit China inloggen op mijn apple ID. Wachtwoord wijizgen was de goede raad en gedaan met behulp van zoonlief die zo’n beetje tot de inhoud van een computer behoort. Geen geheimen blijven gesluierd, terwijl voor mij het innerlijk van de computer een ongrijpbaar systeem blijft. Ik kan er veel mee, maar vraag me niet waarom iets is zo het is. Het is en dat is meer dan voldoende. Eigenlijk lijkt de situatie op het boek Yemma. Iets waar je geen vat op hebt. Een ongrijpbare wereld.

Uncategorized

Ze bleef nog lang nazinderen

Stralend weer en een feestje in een van de buursteden, waar twee zussen wonen. Langs de A27 lag het restaurant met een simpele ouderwetse Hollandse naam en een groot buitenterras. Dat betekende, op de fiets er naar toe, want we zouden de verjaardag van zuslief vieren met de vier zussen tijdens de lunch. Het diner zou ik bij dochterlief gaan nuttigen. Dubbele pondjes, die er wel vanaf konden worden gefietst in de middag had ik besloten en mijn stadsgenote zuslief had hetzelfde idee in het hoofd.

Heerlijk in de warmte met een flink wapperend windje. Hoed op het hoofd bleek geen optie, bij de minste of geringste windvlaag lag ze al op de grond. In de fietstassen dan maar. Wapperende vesten en haren en zuslief met een fiets die half ondersteunde, maar soms ook niet. Puf puf, hijg hijg. Mijn oude Stella bewoog zich licht zoemend, als een bij op zoek naar honing, langs de met fluitekruid, koolzaad en margriet bezaaide bermen. De lente deed een inhaalslag en alles veerde verrukt op. Na een stief half uur kwamen we op de plaats van bestemming aan, na maar één keer een verkeerde afslag te hebben genomen. Op reis met zus betekende steevast onverwachte verrassingen, door een verondersteld zijpad, dat zou afsnijden, of een vermeend weggetje dat korter was.

De twee zussen zaten al achter hun versnaperingen. Lucht-felicitatie-zoenen en hele blije gezichten. Zo fijn om weer met vier op het terras te kunnen zitten. Ze kreeg van ons een spatscherm voor in de keuken en de manlief van een zus er gratis bij voor de montage. Zus in haar nopjes. Gewoontegetrouw kozen we niet het voor de hand liggende van de kaart, maar een dubbele voorproeverij. Eenhapshapjes waar voor twee van ons nog patat en een Cheesecake achteraan moest. Zalige hapjes waren het. Vernuftigd qua smaak samengesteld met veel umami, dat ik altijd goed proefde. De rest dacht ik erbij, zoals ik dat al decennia lang deed als compensatie van de afgesleten smaakpapillen.

Zuslief had nog een verrassing in petto, ze had wat broers afgebeld om te vertellen, waar we zaten en één van hen was met schoonzus en haar zus aan komen fietsen om een biertje mee te drinken. Een fleurige bos margrieten hadden ze onderweg uit een witte zee aan veel geplukt.. Wat een feest. Alles keurig netjes aan de tafeltjes, maar toch. Met elkaar vieren, het mooiste cadeau na tijden van eenzaamheid en stilte. Op de fiets naar huis hadden we de vaart te pakken.

Ruim op tijd verwisselde ik de fiets voor mijn kleine blauwe Prins en stond bij dochterlief voor een dichte deur, die juist appte dat ze even naar het plein aan het eind van de straat waren. Daar voetbalde de kleine filosoof zich in twee rode konen en klom de kleinste durfal met haar dansende beentjes omhoog voor de glijbaan. Schoonzoon bestelde de heerlijkste vegetarische pizza’s met wonderschoon en ongekend beleg, een kunstwerk op zich, dus na het park was er die heerlijke maaltijd, terwijl er ook nog een vriendin aanschoof. Hier was het ook helemaal jarig en feest. Het boek dat ik had meegenomen over discriminatie van Sinan Çankaya, ‘Mijn ontelbare identiteiten’ had ik uit mijn verzameling geplukt om haar cadeau te doen. Dat doe ik tegenwoordig bij verjaardagen en sla daarbij twee vliegen in een klap. De boekenkast raakt niet overvol en ik zoek het passende boek bij de persoon.

Toen de buren gingen barbequeën, moest ik de wijk nemen. De longen begonnen te protesteren, maar het was welletjes geweest. In de zachte deken op de bank werd dat ruimschoots gecompenseerd. Wat een heerlijke en afwisselende dag. Ze bleef nog lang nazinderen.

Uncategorized

Een paradijs van bloem en gezoem

De morgenstond heeft goud in de mond. Dat mag ook wel want goud is, wat de twee jarigen van vandaag verdienen. Dochterlief en zuslief zijn beiden jarig. Met de een heb ik een lunch en met de ander het diner. Vanavond rol ik rond als een tonnetje mijn bed weer in.

Op een mooie pinksterzondag, jaren geleden, reed ik naar het kleine streekziekenhuis in het hiernaast gelegen stadje. Kindlief wilde niet vanzelf komen, maar moest een handje geholpen worden. Eigenzinnig en niet bang zette ze een weeënstorm in gang en werd het infuus aan de kant geschoven. In mijn hoofd zong Carole King haar ‘You’ve got a Friend’ en binnen een stief half uurtje lag dochter tussen de stichtelijke ziekenhuislakens bij te komen van deze entre

Gistermorgen was de allereerste tred naar de bloemenwinkel, om een mooie bos op de kop te tikken voor vriendinlief. Terwijl ik van het ene op het andere been hipte, hoorde ik de oude man aan die voor mij aan de beurt was en een hele tirade hield over ‘de jeugd van tegenwoordig, die er geen idee van had, wat wij vroeger hadden doorstaan’. De vrouw achter het plexiglazen spatscherm bevestigde zijn gejerimieer, maar was aanzienlijk jonger dan ik. De ‘We’ uit het verhaal van de man bleef op die manier wat doelloos hangen tussen de bloemen.

Vriendin kwam me al tegemoet en we besloten eerst te gaan wandelen en daarna pas te gaan theeën. Al wandelend, ins freie hinein, praat het makkelijker en vrijer dan in de stadstuin bij haar achter, waar de buren, ongetwijfeld zonder het te willen, mee zouden kunnen genieten van onze uitwisseling.

Het werd een boeiende tocht door het park langs de Kromme Rijn, mede door het ons-kent-ons, dat warme gevoel dat nu al jaren gedeeld werd en omdat er herkenning was om een periode uit het leven, die me nog levendig voor ogen stond. Er tussen door waren er van die kleine verrassingen, een boot met een grappige naam, een klein meisje dat spontaan verheugd over de boot begon tegen ons, waarop we allebei de grappige naam van de boot noemden ‘De kus mij’ of iets dergelijks. Verderop zat een groepje scouting aan een lafenis terwijl hun zwemvesten als een klein oranje feest op de kant lagen en de roeiboten in een waaiervorm lagen te wachten tot de kinderen en hun begeleiders weer voort konden. Een van de kinderen was een kind uit de groep van vriendin.

Een klein kwispelend hondje, die hoog op wilde springen terwijl zijn wat zuur kijkende vrouw verwijtend zei: ‘Ik zei ‘laag’ tegen hem’. Jonge witte gansjes in hun donzig bestaan, beschermd door de groten rondom. Een hele dikke hond die verkoeling zocht in het water en roerloos als een reiger over het oppervlak tuurde, terwijl zijn bazin zat uit te puffen op een bankje. Na het bijkletsen was het goed toeven aan de tafel in de tuin en koesterde de lome middagzon het bleke vel. Met een heerlijke lunch van hapklare warme broodjes met verse feta, ui en alfalfa was het dubbel genieten. Het leven kan zo mooi zijn. We wisselden de techniek van het olieverf uit. Hoe pak je het aan, als je voor het eerst in die richting de schreden zette. Spannend. Het bracht een beetje de flow bij mij terug en hier en daar begon het alweer een beetje te kriebelen. Het was een heerlijk samenzijn en we gingen uit elkaar met de belofte binnenkort samen te schilderen.

Op de tuin was het een paradijs aan paars, roze, geel en wit. De buurvrouw was er ook en lag heerlijk te zonnen, maar door het gerinkel van mijn sleutels en het neervallen van de klink werd ze toch uit haar gedoezel gewekt en groette uitbundig. Ze had een pompoen, die achter het bankje mocht woekeren, omdat we daar geen brandnetels meer wilden en ik besloot uit de andere borders ook de brandnetels vast te elimineren. Want die groeiden als paddestoelen. Alles schoot trouwens uit de grond omhoog.

De akeleien stonden in een dikke bos en vol in bloei en aan de achterkant van de tuin zag ik twee dikke knoppen van de papaver. De lupine had zich onder laten sneeuwen door de dagkoekoeksbloem. Een paradijs van bloem en gezoem.

Uncategorized

Aan het werk

In stralend weer door een dorpje lopen met lieflijke oude gevels in de winkelstraat heeft iets rustgevends. Overal mensen in zomerse kledij, terrasjes weer bevolkt, een eigenaar die de tafeltjes aan het neerzetten was, een doek die de tafel glanzend wrijft, alsof er nooit corona heeft rondgewaard.

Bij de opticiën hartelijk ontvangen door vriendinlief. Een uur lang trok ze voor me uit om uitgebreid te testen. Rustgevende woorden tussendoor, de raad regelmatig te knipperen en een uitslag die verheugend was. Niets staar. Zelfs de sterkte van de bril klopte nog aardig op wat kleine wijzigingen na. Wel dacht ze dat de ogen wat droog waren, dus kreeg ik druppels mee. Twee maal daags en na zes weken kijken of het resultaat had opgeleverd. Wat een andere aanpak was dit. Ze vertelde me dat de grote ketens vooral in een tijdsbestek moeten werken en dat dat de stress oplevert.

Opluchting en buiten lachte de dag beloftevol. Even langs de kringloop, waar ik al heel lang niet meer was geweest. Met een aparte haarclip stond ik na een half uur weer buiten. Tijd voor de tuin, waar de dagkoekoeksbloemen en de boterbloemen wedijverden wie zich het snelst kon verspreiden en het gras welig tierde. Dus toch eerst maaien. Kalmpjes aan met veel tussenpozen. Stoel onder handbereik. Het scheelt altijd weer, als het gras kort is, lijkt de tuin meer beheersbaar. Tussen de bloemen zag ik nog een paar verdwenen gewaande planten zoals het gebroken hartje en ik moest tot mijn spijt constateren dat alle salie die ik er vorig jaar had ingezet, verdwenen was. Net als de vijg hadden ze de vorst niet overleefd. Op de actielijst kwam: Vijg en salie kopen. Ik kon geen foto’s maken, omdat de telefoon bijna leeg was en het fototoestel lag nog thuis op de eettafel. Spijtig want het zag er fleurig uit.

De zon zet op dit ogenblik de boom weer aan. Altijd een vreugdevol gezicht. Zoonlief gaat net de deur uit om te sporten. Vandaag staat er een afspraak met vriendinlief op het programma. We hebben elkaar al een eeuwigheid niet gezien. Eerst een stukje wandelen en daarna lekker lunchen en bijpraten. Wat zal er veel te delen zijn.

De jonge kauwen zijn met hun eerste vliegpogingen bezig. Pa en ma houden de boel angstvallig in de gaten. Hun kroost zet zich af tegen de dakgoot en fladderen onwennig een heel klein stukje om daarna weer fluks terug te keren op hun honk. Het gekrakeel erbij is niet van de lucht. Wat leuk om van zo dichtbij mee te maken.

Hè hè, het geld van de geannuleerde vakantie van vorig jaar is binnen. Dat is heel fijn, al had ik liever die ene week met het hele gezin op dat Griekse eiland gezeten. Nu sparen we verder voor een vakantie in eigen land. Een fijn vooruitzicht als het weer mogelijk is. Nog meer opzienbarend nieuws van de week, want er rijden nachttreinen naar Wenen. Het eerste begin om het vliegen wat meer te minimaliseren. Het brengt me terug naar vroeger. Met de Wijze en de NBBS naar Spanje. Heerlijke manier van reizen. Je kan een boek lezen, heen en weer lopen, zuurstof happen uit een bovenlicht, genieten van het wijdse uitzicht, wat eten en praten met medereizigers. Vooral het wandelen is een voordeel en de beenruimte die ruimer bemeten is dan in een vliegtuig. In Wenen ben ik nog nooit geweest. Dat zou dan een volgend lichtpunt kunnen zijn.

Zo het fototoestel is aan het opladen om straks klaar te zijn voor de ontmoeting en de tuin daarna. Toch al die bloemenpracht vastleggen. Dan is er nog een praktische actielijst. Er moet verf komen voor de tuintafel en schuurpapier en Lijm en twee borden voor de Bernagie, die op hun beurt ook geverfd moeten worden en dat kan niet met acryl maar het zal latex moeten zijn. En er moeten twee smalle regentonnen komen. Daar is vandaag alle tijd voor. Aan het werk.

Uncategorized

Onderbouwd is altijd beter

De zin: ‘Pas in de diepte leert men zijn hoogte kennen’ trekt me het verhaal binnen over het verblijf van Godfried Bomans in 1971 op Rottumerplaat. Een week lang op een onbewoond eiland met niets anders dan zee, krijsende meeuwen, klapperend tentzeil en heel veel wind. Een verhaal van Mohammed Benzakour, die er van overtuigd is dat het komt door de duur, een week van zeven dagen, dat Godfried niet bij zichzelf kon komen. Hij was letterlijk ziek van alles, zag de schoonheid niet meer, bleef ‘als een bange hamster’ in zijn tent. Daarna zou Jan wolkers een week op hetzelfde eiland zitten en die had het feest van zijn leven. Helemaal in zijn element struinde hij zeven dagen rond, verzamelde botten, spalkte een poot en genoot.

Mohammed vergelijkt de ene week van Godfried met zijn verblijf in Marokko, dat zich altijd kenmerkt door een week gewenning aan dat wrede zon-zand-en disteloord, eer hij weer los kan als een lammergier. Het oeuvre van Bomans en Wolkers ken ik, maar Mohammed Benzour ken ik slechts van naam. Zijn taal in dit artikel voor het literatuurmuseum is zo mogelijk nog overtuigender dan Godfried die ternauwernood de week overleeft. Op zoek naar zijn boeken kom ik bij een onderbelichte kant van een schrijnend probleem. Zijn moeder, analfabeet en de Nederlandse taal niet machtig, krijgt een herseninfarct. Zonder haar zoon is ze verloren in het woud van de medische wereld.

Ik denk terug aan mijn periode in het ziekenhuis als gastvrouw, waar een mijnheer opgenomen werd, die niet kon praten, of geen Nederlands kende. Er kwam in ieder geval geen woord uit. Wel had hij de liefste glimlach van de wereld en die verwonderde blik in zijn ogen, als je hem wat duidelijk wilde maken. Ik probeerde het met kleine tekeningen op een briefje, maar ook daar kreeg ik alleen die zwijgende glimlach op. Omdat hij wel nog eens rommelen wilde, werd hij in de ochtend met ontbijt en al, in zijn rolstoel en met slab om, voor zijn kamertje gezet, waarin hij bij tijd en wijle van vermoeidheid wegdutte. Het ging me aan mijn hart en ik probeerde zoveel mogelijk even contact te maken. Dat is dan een aai over een hand of arm, een slokje water. Terwijl de witte jassen en schorten in vliegende vaart voorbij liepen, bezag hij de wereld eenzaam en met gelede ogen. Dus geen twijfel mogelijk. Dit boek Yemma wil ik lezen. Een leuke bijkomstigheid is dat het de E.du.Perronprijs heeft gewonnen. Zwarte schuur van Oek de Jong voor de leesclub staat ook al op de nominatie. De boekrecensies zijn verstuurd, dus er is weer lucht en licht.

Gisteren ineens een dag zonder land. Dat kon maar een ding betekenen. Patat. Zelf gebakken, want dat is een traktatie op zich. Door een klein beetje zout uit de Himalaya en de Engelse vegan mayonaise kreeg het een internationaal tintje. Dat is opzich ook een leuk idee. Alle recepten tot nu toe, had ik overal vandaan gegrabbeld. Nu kan ik mijn eigen receptuur bedenken aan de hand van al die vreemde ingrediënten die ik heb leren kennen. Van het een komt het ander. Eerst nog even de eilanden langs. Als het goed is trap ik 1 juni af met Texelse uiensoep met kaaskletskop. Eerst eens kijken waar ik alles zou kunnen bemachtigen. Misschien moet ik wel streekmarkten af. Zo kom je nog eens ergens.

Vandaag is de second opinion voor de ogen. Ben heel benieuwd wat daar nu uitkomt. Hopen op een goed gesternte en een genuanceerder oordeel. Onderbouwd is altijd beter.

Uncategorized

Bij warmte gedijt een mens wel

Wat een wonderlijk begin van de dag. Geen wereldkaart, geen zwevend vingertje, maar een luie nikserige start. De tachtig dagen zitten erop. De laatste dag moest speciaal zijn, dus vroeg ik de kinderen waar ze aan dachten bij mijn kookkunsten van vroeger. Unaniem werd de Soto genoemd. Dat heb ik veel voor ze gemaakt, omdat ik het zelf zo overheerlijk vond. Voluit heet het Soto Ajam, maar dit moest een vegetarische variant worden in navolging van de 79 dagen ervoor. Om de boemboe goed in te laten trekken bij het maken van de bouillon had ik toch een aanvulling nodig. Dus ging ik overstag voor de vegan kipstukjes. Eigenlijk vind ik dat je vlees niet hoeft te vervangen door een imitatie omdat je met granen, noten en bonen een heel eind komt, maar in dit geval was iets anders niet mogelijk als ik de authentieke smaak wilde behouden. Ik was verbaasd over het resultaat. Het werd een heerlijke Soto Ajam plant-based. Ze wordt vanaf nu ingelijfd bij de succesmaaltijden.

Ondanks de tachtig dagen ben ik nog niet overal geweest en wachten Ierland en Zweden op een herhaling, want die heb ik schromelijk tekort gedaan. Van nichtlief uit Ierland kreeg ik het recept van een heerlijke bonenstoof, die absoluut binnenkort op het bord komt. Zweden moet ik nog nader uitpluizen. Verder komen Bonaire en St Maarten nog aan bod. Een eilandentoer zou ook leuk zijn. Authentieke recepten van Ameland, Terschelling, Vlieland, Texel Schiermonnikoog of bijvoorbeeld de streekgerechten wordt opgenomen in het vak met ideeen. Soms was het lastig om vegetarische gerechten te vinden. Als ieder land haar keukens uit zou breiden met minstens tien recepten schieten we al aardig op. Maar eerst volgt een rondje dwars door de koelkast om alle groenten op te maken. Er ligt nog voor een weeshuis aan tomaat, paprika, kool en noem maar op.

Schoondochterlief was jarig, maar vierde het niet. Toch even aangegaan met een muziekkaart waar de kleine pork dankbaar gebruik van maakte door vier melodietjes door elkaar te laten spelen. Heerlijk thee slempen en bijkletsen. Tijd zat, want tuinweer is het niet.

Op FB komt het bericht langs dat Erich Carle is overleden. Wat spijtig. Hij was nog zo vief en kwiek. Fantastische prentenboeken heeft hij de kinderen gegeven. Ze zijn allemaal gek geweest op Rupsje Nooit Genoeg. Ook in de groep was het een evergreen die elk jaar aan bod kwam. Het kleine groene rupsje eet zich een weg door zijn eigen luilekkerland en ontpopt zich als een prachtige vlinder vol kleur en belofte. In het kinderboekenmuseum is een circuit voor de kleintjes gemaakt, waarbij ze elke bladzijde aan den lijve kunnen ondervinden. Het ziet er fantastisch uit. Onverwoestbaar en net zo mooi als het boekje is. Het hele museum kent een grote aantrekkingskracht. Alle kleinkinderen, op de kleintjes na, heb ik meegenomen. Toen we er waren met de kleine filosoof kon die van de brandweerwagen van het ‘Brandweermannetje’ maar geen genoeg krijgen. We hebben hem er echt vandaan moeten lokken met allerlei verleidingen. Kikker en Beer komen ook ruim aan bod. Het wordt tijd dat we er straks weer naar toe mogen. De jongste lichting heeft ten enenmale een museum of theater met oma gemist. 5 Juni is ons beloofd. Wel jammer dat we dat zo laat weten, want anders had het tuinenfestijn ook makkelijk door kunnen gaan.

Net als deze belofte belooft men ook mooier weer voor de komende maand. Maandag wordt het een hartverwarmende 22 graden. Dat betekent voor mij, nog even doorschrijven aan de recensies en daarna alleen nog maar buiten toeven. Bij warmte gedijt een mens wel.

‘In 80 Dagen de wereld rond’ De tachtigste dag en het einde van deze reis. Soto Ajam Plant-based met een zelfportret, nou ja, iets wat er jaren jonger uitziet. Haha. ‘Dat komt door de vitaminen die je in 80 dagen naar binnen hebt gewerkt’, schreef een lieve vriendin.

Ingredienten: Vegetarische kipstuckjes, 1 bak2 tenen knoflook, fijngesneden1 ui, fijngesneden, 1 liter groentenbouillon.

(1 cm gember, fijngesneden1 eetlepel kurkuma,1 stengel citroengras, een klein beetje ingesneden (dan komt de smaak vrij)4 (Indonesische) laurierblaadjes, 3 limoenblaadjes of een scheutje limoensap, zout, peper, ketjap manis) of de snelle versie Boemboe Soto.

Voor de garnering: Ei in plakjes, aardappelen in plakjes, tauge(wellen) Saoto mix, Emping, selderie fijngesneden en sambal( de vegetarische variant)

Uncategorized

Bron van inspiratie

Gewekt worden met zonlicht, geen waterig geval maar een stralend middelpunt dat bomen ‘aan’ zet in een zacht geelgroen en zich de droom in wringt. Oogverblindend wakker worden dus. Gisteren ging alles van een leien dakje. Alle boeken zijn uit, nu de recensies nog.

Onderweg naar het beeld liep ik door een stukje dorp waar ik nog nooit gelopen had en ik heb hier nog wel als wijkverpleegkundige gewerkt, moest zelfs op een adres midden op het Raadhuisplein zijn, waar de vrouw staat te peinzen. Het huis van het adres staat er nog, Onherkenbaar verbouwd en ook de omgeving is totaal verandert. Er naar toe kwam ik over een smal bruggetje en moest door een poort, die me beide nooit eerder opgevallen waren. De dorpse rust, die wel heel herkenbaar was in dit gedeelte van de stad, was nog hetzelfde gebleven, ondanks de wandelaars met hun kinderen, die op de ijsboe op de hoek afkwamen. Al genietend van de lekkernij luisterden ze mee naar de audio.

De koe lag achteloos half op de parkeerplaats en half op de stoep in Galecop. Ze zag er een beetje morsig uit, een uit ruw steen opgetrokken roodbonte met doffe oogopslag. Er staken twee ijzers uit onder haar linkeroor. Dat mzorgde voor een haveloze indruk. Koe verlangde naar de sappige grazige weilanden van weleer, dat was me wel duidelijk. Het laatste beeld was moeilijk met de auto te bereiken. Die vang ik hopelijk vandaag met de fiets.

Hoog boven in de lucht zijn de gierzwaluwen weer aan het scheren. Het is vriendinlief-tijd. We staan, de armen ineen gestrengeld, voor het achterraam van dat grote herenhuis in de stad en kijken de postzegel stadstuin in. Zij houdt haar pruikenhoofd wat scheef om beter te kunnen horen. Dan glundert ze: ‘Zo genieten, moet je dat gieren horen’. Mijn halfdove oren horen niets, maar natuurlijk beaam ik het. Het zou de laatste keer zijn, dat ze er volop van genieten kon en dat wisten we allebei. Samen genieten is dubbel genieten ten voeten uit. Nu vliegt ze met ze mee en komt me iedere meimaand begroeten. Mei hoort voorgoed bij haar, al elf jaar lang.

Ik ben onder de indruk van de uitleg van Ted van Lieshout over wat kunst is. Aan de hand van een meisje dat bij de schrijver binnenloopt met die vraag neemt hij ons mee op een lange reis naar de oorsprong, niet door haar achterover te laten leunen en het haar voor te schotelen, maar door het haar proefondervindelijk te laten ondergaan. Ze moet aan het werk en hoe. Kunst als basis, de voeding van het bestaan. Hij doet het aan de hand van voorbeelden, verpakt in talloze kunstwerken. Het begint met licht en het eindigt met. Nee ik verklap het niet. Ga het maar lezen tot je er vol mee zit. Laat het maar stromen, die bron van inspiratie,

In 80 dagen de wereld rond brengt me helemaal naar Zuid Afrika. Op papier: Gerard Sekoto en in de kom Chakalata een vegetarische schotel met witte bonen in tomatensaus.

Uncategorized

De knop van de verbeelding op tien en gaan

Te vroeg wakker met al die verhalen in het hoofd. Dan maar het nuttige met het aangename verenigen en vooruit lezen. Het boek van gisteren is uit. Zeb. is het volgende. De punt hoort erbij. Een groep van juf Cato door de ogen van iedere leerling afzonderlijk. Dat er een van hen een zebra(Zeb.) is, maakt niet uit. Veel absurdisme borrelt naar boven, maar…is het wel zo vreemd. Dat blijft de onderliggende vraag. Ik vond de illustraties van Joren Joshua naadloos bij het boek passen. Kunst en filosofie in een band, mooier kan haast niet. In de wereld van kinderen kan alles, de auteur Gideon Samson snapt dat. Zelfs de wetmatigheden gaan op de schop. Mooi om uit te gaan van vragen. Ook hier is niets wat het lijkt, maar als je een nieuwe stelling poneert, dan wordt het dat, zolang iedereen zich erachter schaart.

Als toetje na het boek een film van de NPO, omdat ik dacht dat het mijn herinneringen aan de school zou oproepen, maar het was een intrigerende film over een juf uit de onderbouw, die van poezie hield en een begaafd jongetje in haar groep kreeg, die kon dichten Ze wilde hem beschermen tegen de lege, digitale wereld, waar geen plaats meer was voor de Kunst. Die zou er voor zorgen, dat de jongen binnen de kortste keren zijn gave om te dichten zou verliezen. Op het eind schemert de drijfveer voor haar angst door. Ze heeft het zelf ook zo ervaren. In haar gedrevenheid schiet ze door en als zelfs het kind dat in de gaten heeft, is ze hem letterlijk en figuurlijk kwijt.

Het was in alle opzichten een vervreemdende film en misschien wel niet zo’n goed idee op de vroege ochtend. Het bleek een remake te zijn van de Israëlische film Haganenet uit 2014. Het zette wel weer aan het denken. Ooit had ik een meisje dat dol enthousiast elke ochtend bij de inloop ging knutselen en daarbij de hele knutselhoek op z’n kop zette, terwijl haar begeleider, bij alles wat ze aanpakte, waarschuwde. ‘Kijk uit, nee niet die lijm, netjes op de lijntjes, niet op elkaar, ga je handen wassen, denk om je jurk, geen vlekken op je schoenen maken’. Binnen drie maanden na binnenkomst had de knutselhoek bij de inloop de aantrekkingskracht verloren. Nog een paar maanden verder vond het meisje zelf ook veel ‘vies’. Kinderen hebben de ruimte hard nodig. Ieder kind heeft het recht om eigen fouten te maken, zodat ze ervan kunnen leren, een proces kunnen veranderen en verbeteren.,

Gisteren waarschuwde een wetenschapper voor de algoritmes en de onvrijheid daarvan, ook al lijkt het een bevrijding van overtollige informatie. Je eigen vrijwillige keuzes keurig gerangschikt bij elkaar zorgt ervoor dat het een gladde werkelijkheid wordt. Dan kom je geen boek of geen apparaat meer tegen, wat je uit je comfortzone kan halen. Het haalt het experiment eruit. Het is niet veilig, het is verstikkend. Ooit was ik op een school, waarbij ieder legoblokje gesorteerd was in de bakken op de juiste grootte. Geen rommelbak waar je van alles in tegen kon komen. Je kon er heel goed mee bouwen natuurlijk, het was makkelijk, je hoefde niet meer te zoeken. Toch leidde het ook niet meer naar zijwegen die je in kon slaan, als je ineens een andere vorm vond. Zo’n maakbare wereld is voor mij een onvrije wereld.

Ik hou van de grilligheid van de paden, de zijwegen, de intervallen, de onvoorzienigheden. Dat zorgt er juist voor dat er spanning is, dat de verwondering wordt gewekt, de fantasie gekieteld. Zoals de juf in de film het jongetje de kracht had moeten laten zien van de eigenheid binnen zijn eigen wereld. Niet door hem mee te slepen haar wereld in, maar door hem te sterken in zijn eigen ideeën.

Het is tweede pinksterdag en het weer belooft weinig goeds. Nog twee prentenboeken en een Kunstboek van Ted van Lieshout te gaan. Eerst even de benen strekken. Ik vrees dat het een ritje naar Amelisweerd wordt op de Hometrainer. Vooruit met de geit. De knop van de verbeelding op tien en gaan.

‘In 80 dagen de wereld rond’

Op naar Curacao. Op het papier kwam een interpretatie van Streetart en op het bord een hemels gerecht: Quesadilla’s.

Bereidingswijze

8 tortilla wraps
2 paprika’s naar keuze
2 uien
Groot zakje geraspte Oude kaas
500 gram gehakt
Grote zak IJsbergsla
1 zakje burrito/wrap/fajita kruiden
Cayennepeper
Groot bakje crème fraîche
Olijfolie/boterSnij de ui en paprika in kleine blokjes.
Bak het gehakt aan totdat het meeste vet uit het gehakt komt.
Giet het overtollige vet uit de pan.
Strooi de kruiden uit het zakje over het gehakt en meng deze goed door.
Voeg de ui en de paprika toe aan het gehakt, en bak deze 5-10 minuten mee.
Voeg tijdens het bakken wat cayennepeper toe naar eigen smaak.

Pak een koekenpan waar een wrap in zijn geheel in past, en breng deze op middelhoge temperatuur.
Doe wat boter/olie in de pan en leg de wrap er op.
Voeg dan, in redelijk vlot tempo, een kwart van de mix uit de wokpan toe.
Doe daar bovenop een hand ijsbergsla, en daar bovenop een hand geraspte kaas.
Leg ten slotte een tweede wrap hier bovenop, en druk deze voorzichtig aan.
Kijk met een spatel regelmatig hoe ver de wrap gebakken is, als deze bruin is is het tijd om de wrap om te draaien.
Leg een bord bovenop je quesadilla en druk hem aan. Haal de pan van het vuur en draai vervolgens de pan om, zodat de quesadilla op het bord komt te liggen.
Zet de pan terug op het vuur, en schuif de quesadilla in de pan zodat de koude wrap nu onderop ligt.
Kijk met een spatel regelmatig hoe ver de wrap gebakken is, als deze bruin is is het tijd om

Uncategorized

In ieders eigen tijd en eigen uur

Vanmorgen tikte de regen onophoudelijk tegen het zijraam. Was het geluid de oorzaak van mijn behaaglijke gevoel in dat schone bed tussen de berg kussens en onder het dekbed. Ik voelde me echt, die vergelijking maakte ik daadwerkelijk, de prinses op de erwt, maar dan zonder erwt. Er was veel zon beloofd voor vandaag en ik was voornemens naar de tuin te gaan, al moeten daar wel de laarzen voor aan op dat bemodderde onverharde pad. Een kleine bijkomstigheid. De laarzen staan op de tuin in het inpandige schuurtje. Dat gaat ‘m dus niet worden. Maar met kou en regen nog minder.

Eerst maar eens het haar in de henna zetten. Een klusje van lik-mijn-vestje, maar altijd goed voor een net iets te lange aarzeling, waardoor het zilvergrijs alweer tussen de manen doorpiept. Haren nat maken, handschoenen aan, Auburn en zwart door elkaar mengen en aanlengen met appelazijn, alles inmasseren en om het gelaat niet knalworteltjes oranje te laten kleuren, het daar snel weer afpoetsen, de oorschelpen niet vergeten. Plastic zak erom, de handdoek draperen en klaar. Voor twee uur in ‘de week’ en dan uitspoelen.

Eindelijk heb ik de druk van de deadline opzij geschoven en ben begonnen aan het eerste kinderboek. De brieven van Mia door Astrid Sy. Een Syrisch meisje ontmoet zichzelf en het verleden in de brieven van een Joods meisje. Er was maar een hoofdstuk nodig om me het boek in te trekken en nu kan ik het niet meer wegleggen. Wat een prachtige manier om de algemene problemen neer te zetten. Levens die paralel lopen met een herkenbare dreiging en angst, namelijk met ieder een eigen oorlog, worden naast elkaar gelegd. Het bevestigt nogmaals dat de verschillen niet groot zijn, in dit geval, helaas en dat we eraan kunnen werken elkaars problemen te erkennen. We zijn allemaal mensen met gevoel en een beleving en alles wat we ervaren, kan vaker, eigenlijk als een film, in meer of mindere mate over elkaar heen geschoven worden. Als je elkaar maar wilt ontmoeten in respect en met aandacht. Ieder leven heeft het recht om op waarde geschat te worden en daar open voor staan is het hoogste goed.

Het boek, en ik ben pas op de helft, maakt veel los. Het is het ontwaken van het bewustzijn bij zowel dit meisje als bij de oude man. Intrigerend om mee te maken door te ontdekken welke nieuwe mogelijkheden dat oproept. Het durven loslaten van je eigen angsten, je eigen wrok, je eigen oordeel, gevormd door wat je ooit geleerd hebt en hebt meegemaakt, zorgt ervoor dat je in staat kunt zijn een nieuw beeld te vormen aan de hand van de huidige gebeurtenissen. Dat proces getuigt van moed en ontvankelijkheid.

Als de oude man kwaad wordt omdat Laila in zijn spullen heeft zitten snuffelen, begrijpt ze ineens dat hij het recht heeft om boos te zijn, omdat ‘ze zijn herinnenringen is binnengedrongen zonder hem om toestemming te vragen’. Wat een waarheid is dat. Ik was vroeger woedend op mijn vader, toen hij na een onhandige puberactie van mijn kant, mijn dagboeken had opengeknipt en ze had gelezen. De dagboeken van de kinderen heb ik altijd met diep respect behandeld. Je gedachten zijn van jou en niemand anders, tenzij je ze openbaar stelt.

Iets verderop als de oude man en Laila zover zijn dat ze met elkaar in dialoog kunnen en de berusting aan de orde komt zegt hij: ‘We kunnen het verleden niet veranderen, alleen de toekomst’. Dat bood hen perspectief om actief op zoek te gaan naar de sporen van het verleden en dat zorgde voor een hele nieuwe kijk op de zaak. Hoe spannend kan een boek zijn, ook al is het of juist omdat het een kinderboek is. Het is bijna uit. Tussen het schrijven door heb ik verder gelezen. Nu vertoeft het hoofd in andere sferen en ben ik een engeltje op de schouder van de oude man, dat niet kan wachten op de verder ontknoping.

De schrijfster Astrid Sy is historica en schrijfster en presenteert tegenwoordig Andere Tijden, een geschiedkundig programma van de VPRO.. Het is van haar kant een fantastische manier om op deze wijze een brug te slaan tussen het heden en de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog. Niet alleen wordt Laila zich bewust van de overeenkomsten van de gebeurtenissen toen en nu, maar ze ontdekt tevens dat er altijd een weg vooruit is, ook al ben je nog zo jong of oud. Het laat zich niet dwingen, de weg dient zich aan in ieders eigen tijd en eigen uur.

In 80 dagen de wereld rond laat me in Cuba landen. Op papier komt een vrije interpretatie van Pedro Pablo Oliva en in de kom een Congris (een vegetarische zwarte bonenschotel)

– 200 gram rijst
– 2 dl water
– 1 ui
– 1 teentje knoflook
– olie
– 1 groene paprika
– 1 blik tomatenpulp (of blokjes)
– 1 blikje zwarte bonen
Peper en zout


Fruit de gesnipperde ui en de gehakte knoflook ca. 2 minuten in de olie. Voeg de fijngesneden paprika, de tomatenpulp (blokjes) en de zwarte bonen met vocht toe.
– Breng het op smaak met peper en zout en roer de rijst en het water erdoor. Kook de rijst afgedekt in ca. 20 minuten heel zachtjes gaar. Roer het geheel regelmatig goed om.

Uncategorized

Rondje verlangen

‘Muziek is de maat van de tijd’ schrijft Stef Bos, de nieuwe columnist van Zin. Dat leerde hij al op de Toneelschool. Het leven gaat voorbij en door de jaren heen is hij dan ook de schoonheid van de vergankelijkheid gaan waarderen. Vergankelijkheid die gevat wordt in een blijvende herinnering. Er is veel dat voorbij gaat, maar die herinneringen blijven bij je, een leven lang. Hij haalt ook de les van zijn vader aan. ‘We zijn blaadjes aan een boom, op een dag dwarrel je naar de grond en vormt weer voedsel voor de boom’. De boom die blijft. Derhalve leerde hij zijn kinderen als die hem vroegen waar opa was, dat opa in hen was en meekeek naar de wereld door mijn ogen en oma zingt mee door mijn stem. Dat vooral vond ik zo’n prachtige gedachte. Je draagt je dierbare doden met je mee en wordt er door gevoed. Nooit meer bang zijn voor wat voorbij gaat.

Gisteren was het weer onstuimig, wind trok aan de boom van de benedenburen voor het balkon en schudde de takken woest heen en weer. Met winterjas en sjaal ging ik boodschappen doen voor de Misosoep, maar binnen een half uur zat ik te puffen. Verraderlijk koud bleek verraderlijk warm. De wind als een mistral, zoals ik die vaak door de haren heb laten waaien in het Zuid Franse van weleer. Daar nog eens te kunnen toeven, wat zou dat heerlijk zijn. Die tijd ligt voorgoed achter me. Het was een genot om in de verbouwde zijdefabriek te mogen logeren.

Het waren mijn goede dagen met de Oude. Hij werkte in de tuin en hielp vriendin met haar landgoed en ik kookte wat, las veel, hield de boel schoon. werkte in de immens grote tuin of we pasten een paar dagen op het huis. Er was een duiventoren en een heus bordes, waar in de luwte, dankzij de druif, die haar bladeren breed had uitgewaaierd over het raamwerk van takken boven onze hoofden, de lunch in de lome hitte kon worden genuttigd. Het zwembad werd in die jaren aangelegd en zorgde voor de nodige perikelen. Er was altijd wat met dat luxepaard. De pomp werkte niet goed en filterde niet of de wanden hadden het te zwaar door de regenval van de berg af of het moest leeg of juist gevuld. Het onkruid groeide door het grint en was heel lastig om te verwijderen. Nuffig lag ze met al haar kuren in dat prachtige oude landschap, terwijl verderop de heerlijke Sèze stroomde. Ik heb nooit begrepen, waarom die niet toegankelijker werd gemaakt. Die tijd ligt achter ons, maar nog hoor ik de nachtegaal, zie ik de aardbijen in hun holletjes onder het stenen muurtje op het bordes kruipen, koester ik de vele vreemde ontmoetingen met de kunstenaars uit het dorp. Zo veel om op terug te kijken.

Het onbezorgde reizen is wel een verlangen, diepgeworteld, de auto pakken en gaan naar waar je neus je brengt. Op die manier is het vaak gegaan. Geen planning, geen uitkienen, maar de pure verrassing van wat je overkomen zal. Zo zijn de jongens en ik naar Italië gegaan en kwamen we per ongeluk uit bij het schoonste meer in Noord Italië. Als we ons ingelezen hadden, zouden we vanwege de vele zwermen muggen er niet over hebben gepiekerd en toch hadden we het voor geen goud willen missen. En er was een vakantie naar Portugal, waarbij ik voor de auto had gekozen. Iets wat ik achteraf misschien beter niet had kunnen doen. 6300 kilometer stond er op de teller bij thuiskomst, maar in ons hoofd een dierbare herinnering, diep gekoesterd tot in lengte der dagen.

Verderop in het blad gaat men op zoek naar de Corona-bijvangst. Wat een positieve actie. Kijken wat een periode, die aan de ene kant veel ontwrichting heeft gebracht, je persoonlijk opgeleverd heeft. Daar kunnen we de laatste dagen voor de tweede vaccinatie nog heerlijk voor gebruiken. Rondje natuur, rondje filosofie, rondje bezinning, rondje verlangen.

In 80 dagen de wereld rond bracht me op het eiland Okinawa. Op papier: Kikutchi Keigetsu en in de kom: Misosoep met Shitake.

  • Kook de noedels volgens de instructies op de verpakking en spoel ze daarna af met koud water zodat ze niet aan elkaar blijven plakken.Bak de ui, knoflook, gember in 3 minuten kort aan en voeg de bouillon toe. Voeg de misopasta en de rest van de ingrediënten (behalve de noedels) toe en laat dit in 10 minuten warm worden (zorg ervoor dat het niet gaat koken).Verdeel de noedels over twee kommen en voeg de misosoep hieraan toe. Sprenkel de bos ui over de kom als garnering.
  • Uncategorized

    Filosoferen kun je leren

    Op aanraden van bijna iedereen die de film ook gezien had, stapte ik vanmorgen in de wereld van Jan en Gedda. De film heet ‘De Beentjes van St Hildegard. Geen idee, maar het trok me niet eerder. Pas toen ik gisteren wat fragmenten zag van een man met Alzheimer dacht iik het volkomen verkeerd ingeschat te hebben. Nu ik het gezien heb, voelt het een beetje als een soort dubbel bedrog, of een absurde manier om onder een probleem uit te komen. Het is een benauwende wereld waar het echtpaar in leeft. De matriarchale controle is groot en de mannen laten het zich gebeuren, zonder ook maar een enkele tegenspraak. Met stijgende verbazing en ook met een deel ongeloof keek ik naar de beelden en filterde er de belangrijkste boodschappen uit. Ik zal de clou niet verklappen maar er is veel niet zoals je denkt dat het is. Komt het in de realiteit voor? Waarschijnlijk wel. Is er ooit eerder zo’n oplossing voor het probleem gevonden? Dat denk ik niet.

    Ik werd door vriendinlief attent gemaakt op de serie ‘Wat zou jij doen’ op Zapp en wat de filosoof |Sabine Wassenberg ervan vond. Die geeft zelf filosofielessen op de basisscholen. Het werkte zo: Ze hebben een vraagstuk en de kinderen die meedoen laten hun gedachten gaan. Dan kom je tot hele verrassende wendingen. Op de site van Human staat: ‘Volwassenen moeten leren hun mond te houden’. Filosoferen met kinderen was ook bij mij in de groep een van mijn kringen. Het is geweldig om een stelling te poneren, heel vaak kwam die uit de kinderen zelf, danis het zaak als leerkracht achterover te leunen en de kinderen de vrijheid te geven. Kinderen, en vooral op zo’n jonge leeftijd als in mijn onderbouwgroep, denken ongelooflijk zuiver en worden niet gevoed door allerlei meningen, oordelen en schaamte. Ze geven heel puur hun gevoel weer. Als ze zo jong de ruimte daarvoor krijgen, zal hun zelfvertrouwen in het zich durven uiten alleen maar toe nemen.

    Vroeger had men de uitdrukking: ‘Maak van je hart geen moordkuil’. Dat is precies wat filosofie kan geven. Hoe denk je, wat zijn je beweegredenen daartoe, Het draait niet zozeer om de conclusie, maar hoe je daartoe bent gekomen. Kinderen zijn hier ontvankelijk voor. Het waren heerlijke en leerzame kringen, vaak met verrassende conclusies. Niet zelden konden we er ook weer op doorborduren of konden ze, naar aanleiding van de vraag, daarna aan het werk om er handen en voeten aan te geven.

    ‘Niets is wat het lijkt’ was altijd een van mijn motto’s. Dat is geen achterdocht, maar een overtuiging. Een absolute waarheid bestaat niet. Ieder heeft een eigen waarheid, zoals ieder ook een eigen universum ervaart.

    Ik ben het helemaal eens met de stelling ‘Volwassenen moeten eens vaker hun mond houden’. Wat had ik nu graag een groep gehad om een en ander te proberen. Maar er staan nog twee vorige seizoenen van deze Zapp-serie klaar, die ik ga kijken met de vertaalslag van Wassenberg voor de vraagstelling. In deze eerste aflevering luidde de laatste: -Zal ik verkering vragen aan een goede vriend-. Dat is een praktische vraagstelling. De filosofische zou bijvoorbeeld volgens haar kunnen zijn: -Wat is belangrijker in het leven: vriendschap of de kans dat je verkering krijgt? En waarom?- Dat maakt nou precies het verschil tussen redeneren en filosoferen. De vraagstelling is het belangrijkste en de vrijheid om zonder interpretatie van de leerkracht naar de gedachtengang van de kinderen te luisteren. Filosoferen kun je leren.

    In 80 dagen de wereld rond liet me naar Haiti gaan. Met op papier: Haiti Dancers and drummers(detail)

    In de kom: Dirik Ak Pwa. Een hemels bonengerecht.

    Uncategorized

    Waarop het heerlijk rusten is

    De geboorte van de lezer wordt betaald met de dood van de schrijver. Is dat waar? Sterven de zinnen in je hoofd en daarmee een stuk van jezelf als je ze hebt neergeschreven. Of betekent het dat je als schrijver sterft, zodra je de lezer wordt. Wat een ingewikkelde mijmering lieve blogvriend, die deze zin gebruikte in zijn verhaal maar dan in het klankvolle Frans, pure poezie.
    La naissance du lecteur doit se payer de la mort de l’auteur.’ – Roland Barthes

    De vraag kwam naar aanleiding van het verhaal ‘ Brief met Jas’ een verhaal van de eekhoorn Dat verhaal staat in het boekje: ‘Brieven aan bijna niemand anders’ met de prachtige tekeningen van Jessica Ahlberg. Een door de eekhoorn geschreven en aangeklede brief, met jas en muts, bezorgt zichzelf bij de mier.’ De vriend heeft zelf bij het schrijven van de brieven ook angst. Soms laat hij het rusten of slaapt er een nachtje over, dan zijn de zinnen verkreukeld en moeten ze worden gladgestreken. Een mooie gedachte, maar de allermooiste zin in zijn stuk was toch: ‘En ik word bang. Zou hij gelezen worden zoals hij geschreven is.‘ Dat laatste is zo waar. Valt de intentie te lepelen uit de gekozen woorden, de beeldspraak, de samenstelling. Is de lezer in staat tussen de regels door te lezen en valt de gedachtegang van de schrijver te ontwaren. Bang word ik er niet van, maar zo jammer zou ik het vinden als mijn bedoelingen niet over komen.

    Het was in ieder geval een mooi begin van mijn vrije middag, want de ochtend was, voor de derde keer deze week, voor het bescheiden theatergezelschap met muziek en dans. De school was groot voor een basisschool. Er was ook onrust. Dat begon al met een hek dat niet open kon, dus moest de bal buiten het speelplein blijven. De kinderen met hun rug naar de school, tegen de te kleine doorgang van de hoofdingang aan. Daar moesten onder de voorstelling verschillende groepen, die naar de gym waren geweest of die pauze hadden, ook door. Gelukkig was de stem van de Wereldwandelaar versterkt. Met weemoed vertelden ze over hun glorieuze reis door Azië met deze act. Hoe moeilijk het was om nu te kunnen spelen. Ze zou zo graag voor meer kinderen op de scholen spelen. Het is dan ook een perfecte act voor de start van een project en met veel mogelijkheden. Het is geografie, het is muziek, dans, drama, taal, het is cultuur, acrobatiek en het is kunst. Terwijl ik het voor de zevende keer zag en hoorde, droomde ik ondertussen weg langs de enthousiaste kinderkoppies naar mijn eigen groepen van vroeger. Met een begin als dit was ons kostje al gekocht. Een kwartier om ze zes weken lang gemotiveerd en vol verwondering te laten zijn. Heerlijk.

    Het verhaal dat ik maakte voor het vijftigjarig bestaan is goed ontvangen. O, wat was ik verheugd dat te vernemen. Er zijn nog maar een paar aanpassingen te verrichten en naturlijk is het veel te lang. Haha. Soms gebruikt de fantasie in enthousiasme veel meer woorden dan nodig zijn om een verhaal helder neer te zetten. Dat is een kwestie van schaven. Zodra het verhaal er is vervalt de moeilijkheidsgraad van het geheel. Schaven en schuren kan ik als de beste.

    Zoonlief kwam gisteren even helpen met de Maltezer Imqarrun il forn. Voor de topping had ik plakken cheddar op deze pasta-ovenschotel gelegd. Dat is geen aanrader. Ook hier dient geschaafd te worden, de kaas dan. Ik moest erg denken aan Nacho’s met gesmolten kaas. Het is zo machtig dat er niet meer dan een halve kom naar binnen ging.

    Vanavond is er een zoommeeting van de tuin. Daarna zal de rust nederdalen. Dan kan ik de lauweren uit de linnenkast halen, waarop het heerlijk rusten is.

    Uncategorized

    Tijd om te overpeinzen

    Het eerste ei is gelegd. Een verhaal per mail verzonden en nu in spanning wachten op groen licht. De prioriteiten lagen daardoor wat anders dan normaal. Gisteren was het al met al nog een pittige dag. Bij de fysio kwamen we uit op een hele harde spierstreng, vermoedelijk ontstaan door mijn manier van lopen met de knie. Een stagiair, met dezelfde naam als mijn zoon, mocht mij als proefkonijn gebruiken. Altijd goed en zorgvuldig, met diep nadenken er tussendoor en kritische vragen van zijn begeleider. Volgende week weer in de actie en huiswerk mee naar huis. We gaan weer toewerken naar de sportschool. Het stijve beweegaparaat wat op gang zien te krijgen. Een loffelijk streven. Het voelde prettig. Een moderne praktijk, jonge en energieke mensen, die het niet uit de weg gaan om iets te ondernemen.

    De regen komt hier met bakken uit de lucht. Het onweert zelfs. Zo fijn dat we vandaag niet met de wereldwandelaar op stap zijn gegaan. Dan was beslist alles afgelast. De boekenclub kwam gisteren eindelijk weer eens bij elkaar. We hadden elkaar al veel te lang niet gezien, of ik dan, want bij de vorige sessies met zoom thuis gebleven. Zoals altijd ging het de diepte in en kwamen we buiten de boeken om ook op het persoonlijke vlak terecht. Dan hebben we het over wensen en verlangens, problemen in de persoonlijke sfeer en ervaringen van de afgelopen tijd. Het boek ‘Zuurstofschuld’ van Toine Heijmans werkte daar ook aan mee. Veel levensvragen en bij ons vooral: ‘Wat maakt dat een mens zo op zoek gaat naar zijn grenzen, ook al is een eindigheid niet ondenkbaar daar op die hoogte’. De filosofische gedachten, die bij hem opborrelden in de ijle lucht vond ik nog het meest boeiend. Daarin ging hij zo diep als zijn toppen hoog waren.

    Ik tel net als vroeger de slagen die de lichtflits van de donder scheiden. Onweer vormde dreiging, hoe je het ook wende of keerde. Alle lichtknoppen gingen uit, verhalen van onder trappen en in kasten kwamen op verjaardagen veelvuldig voorbij en pas nu bedenk ik me, dat dat misschien ook te maken had met het oorlogsgeweld, dat nog maar een decennia achter ons lag. Ik werd angstig door de krijsende kinderen in de bunkers, waar we moesten schuilen tijdens de week ‘vakantieontspanning’. Geen pretje op het moment suprème. Wel vond ik de verhalen spannend over de hellewagens en hun berijders, die woest ten strijde trokken en over en weer hun bliksemschichten gooiden. Wapperende rode haren en baard bij de Noren en woeste zwarte bij de Grieken en Romeinen. Thor, Zeus en Jupiter trilden de meest verschrikkelijke denkbeelden los. Later was het natuurverschijnsel te mooi om weg te kijken, maar tellen ben ik altijd blijven doen.

    In de gesprekken over het boek was de gedrevenheid leidraad en daarmee tegelijkertijd het verschil tussen een werkend leven en een verstilling, die we ook allemaal tijdens corona voor een deel ervaren hebben. Die drang naar wat er nog gebeuren moet voor je de eindstreep over trekt, is voor sommigen een reden om te dromen in grootse plannen. Door grenzen te verleggen en alles wat er maar nooit van kwam, leidraad te laten zijn. Die drijfveer op volle sterkte verdwijnt, ervaar ik. Het heet geen berusting, maar losmaken van wat men, de anderen, de omgeving, vindt en de drang tot het vervullen van die verwachting die daar doorgaans door versterkt wordt. Het is loslaten op hoog niveau en terug weten te vinden wat de essentie van het leven voor ieder van ons is. Een boeiende queeste, die net zo goed met vallen en opstaan gaat, maar ook met veel meer tijd om te overpeinzen.

    In 80 dagen de wereld rond” stuurt me naar Iran. Op papier: Hessam Abrishami en in de kom Mast-e-Khiar met op het bord een pide.

    • 450 gram yoghurt
    • 2 komkommers
    • 1 eetlepel gedroogde munt
    • Zout & peper naar smaak

    Snijd de komkommer in plakjes en vervolgens in kwartjes. Voeg dit in een kom toe aan de yoghurt. Vervolgens voeg je de munt en zout & peper toe naar smaak. Goed doorroeren en klaar!

    Ter garnering kan je ook een vers blaadje munt neerleggen.