Uncategorized

‘Be careful…’

De paniek was licht voelbaar toen ik door de artiesteningang een donker podium opkwam. Of ik wist hoe het licht werkte. Nee, dat kon ik ze niet vertellen, maar wel op zoek gaan naar degene die er meer van afwist. Overal waren vragende gezichten en nergens loste zich dat in in weten. Gelukkig scharrelde eindelijk iemand een leerling van het VWO op, die bekend was met de installatie. Na het soebatten van ruim een half uur was het binnen vijf minuten geregeld en kon de opbouw doorgaan. Om zulke onvoorziene omstandigheden ben ik altijd al een uur van te voren op de plaats van bestemming. De gekste dingen kunnen ineens dwarsliggen. Daarna de lerarenkamer en geurige koffie. Laat de kinderen maar komen.

003

Het is zo heerlijk om die blije gezichten te zien als ze met een polonaise onder het geluid van een moderne blue grass, ‘Leef’ in een ander jasje, de zaal weer uitgaan. De fantastische voorstelling met absurde teksten boeide tot de laatste minuut. Het leven van een Amerikaans gezin, grootvader, moe, bro en sis en een verdwenen vader had hen een uur lang ondergedompeld in een bizarre wereld. Op het eind was de link met de fastfoodketen van de Mac snel gemaakt. De hilariteit steeg ten top toen er een zingende en dansende Italiaan opkwam, waar de Sis verliefd op werd. Een vleugje liefde gedrenkt in muziek en heel veel blauw gras. Zie daar de ingrediënten die nodig zijn voor een uur puur vermaak voor de doelgroep, de kinderen van groep 5.

002

Aan het eind kwamen de muzieksoort en de instrumenten aan bod. Wat zorgt er voor dat het onder de noemer Blue Grass valt. De kinderen konden praktisch alle instrumenten noemen. De viool, de contrabas, de fluit, het wasbord, de gitaar, de lepels. De mandoline en de mondharp waren vrijwel onbekend. Vanaf nu weten ze er alles van en het zal ze ook eeuwig bij blijven.

Ik weet nog goed dat ik voor het eerst met Blue Grass in aanraking kwam. Ik zat op het platje van mijn kamer. De avondzon scheen. Het dak was lauwwarm van de lome zomerdag. Overal stonden ramen en deuren wagenwijd open. Zomerse stadse geluiden klonken. Ik zat tegen mijn deurpost en mijmerde wat. Uit de radio klonk er ineens een lied dat ik niet kende. Doordringend waarschuwde iemand voor een ‘Baby in the house’ . ‘Be careful’. Gauw de knop omzetten en goed naar de tekst luisteren. Het was een nummer van de mij totaal onbekende Loudon Wainwright the Third.Het was zo’n moment waarop het gesternte goed stond voor ontvangst. Alles klopte. De avondzon, de geluiden, de behaaglijke warmte, het lome nietsdoen.

Het bijna jankende geluid van zijn stem en zijn indringende ironische teksten intrigeerde me zo, dat ik op zoek ging naar nog meer muziek. Het was eind jaren zeventig, dus het betekende aardig wat gespit naar de juiste naam van de zanger in de televisiegids en pas jaren later in New York in 2000 kocht ik een aantal cd’s van de zanger. Voor altijd verkocht. Mijn lievelingsnummer is  het nummer hierboven en ‘White winos’ en ‘One man guy’.

Blauw gras van de theatergroep Wie Walvis is een echte aanrader voor klein en groot. Niet alleen hadden de kinderen en ik ervan genoten, maar ook alle begeleiders, die met de groepen waren meegekomen. Aan het einde van de tweede voorstelling moest de zaal weer in orde gemaakt worden voor de pauzes van de leerlingen. De luiken gingen open en het licht kon weer uit. We waren een mooie belevenis rijker en ik duikel straks in de auto die good old Loudon maar weer eens op om onvervalst hard mee te brullen. ‘Be careful…

 

Uncategorized

Het grote werk gaat beginnen

Het is geen straf om ’s morgens vroeg op te staan en naar je werk te gaan. Mal eigenlijk dat er een hevig verlangen is naar de eindigheid van dergelijke dingen, maar dat het ook een gemis blijkt te zijn. Het verschil zit in de mogelijkheid om er een eigen inbreng in te hebben. De keuze om zelf vroeg op te willen staan. Het heilige moeten is er vanaf.

Het wachten op de uniformen die zich keurig laten zakken,  zolang jij maar bekend maakt wie je bent via de persoonlijke personeelspas, is  tegenstrijdig met de grote rij ervoor. Daar wisselt iedereen van been of ze staan zichtbaar ongeduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. De kledingstukken trekken zich er niets van aan. In een retraite tempo laten ze zich voeren over de stalen buizen heen, een voor een, vormeloze broeken en stijve rechte jasjes.

004

Op de afdeling is er even de onwennigheid maar al gauw voelt het toch als een vis in het water. Mensen die dankbaar het aanbod van koffie of thee accepteren, waarbij een fijn contact ontstaat. Op de dagbehandeling gaat dat au naturel. Voor de zekerheid vraag ik nog even na hoe het met de mensen op de kamers zit. Daar kan ik gewoon naar binnen lopen. Ik ontmoet er de broze vrouw, die als een vogel met opengesperd bekje wat frisse lucht vangt door de kier van het open raam. Ze is ronduit verbaasd als ik vraag hoe het met haar gaat. We hebben het over vroeger en haar ouderlijk gezin. Het kost haar geen moeite om naar het verleden te glijden. Er verschijnt een dromerige blik in de kleine priemende ogen en haar stem wordt zacht door de herinnering, wat een prachtige aanvulling is op het witte haar, dat haar gezicht omlijst. Als ik later langs kom ligt ze op bed en houdt de ogen dicht, de mond vertrokken van pijn of onmacht.

De vrouw iets verderop kijkt me vorsend aan als ik me voorstel. Ze geeft direct aan dat ze het niet meer redden zal. De grote littekens die boven de nachtpon uit schrijnen vertellen de rest van het verhaal. Haar haar piept, door de chemo heen, dapper omhoog voor nieuwe aanwas. Ze knikt berustend en we krijgen het over haar jeugd, in wijken van de stad,  die grotendeels mijn jeugd hebben bepaald. Een leven van verzet. Het feit dat ze heen en weer geslingerd werd van tante naar oma en vice versa. De kerstbomenjachten kwamen om de hoek kijken en een ondeugende blik roemde de katapulten en de fietskettingen die meegingen in de stoet. Ze woonde destijds in de betonbuurt. Ik raakte in de war met de namen en vergeet het zwembad te noemen. Dan, uit het niets, een aandoenlijke aantekening over manlief die al zijn tijd in dienst gesteld heeft van haar. ‘Dit doen we samen. Ik laat je niet alleen dood gaan, was zijn statement. In die ene zin ligt alles besloten. Liefde, compassie en aanvaarding. Ze maakt haar eigen keuzes ook. Duidelijk en helder.

De mannen op zaal lichten op als ik ze begroet. Wat een gezelligheid. Dan geeft de rechter man aan hoe angstig hij is bij de benauwde aanvallen van hyperventilatie die hem sinds twee weken plotseling overkomen zijn en hoe angstig hij daarvan wordt. Herkenbare momenten. Zijn zuurstof ligt in een bedrieglijk schattig wit babyflesje in zijn rollator. Hij wimpelt directe hulp af, maar is op zoek naar een buddy en vindt dat hij die in mij al gevonden heeft. Het blijkt dat hij zelf acht jaar lang buddy is geweest van iemand. Daar komt die wens ook vandaan. Het is om zijn vrouw te ontlasten en hem te helpen. Ik ga er niet op in. De andere man kruipt in zijn schulp, terwijl ik aan de groeven in zijn gezicht zie dat er ook een wereld van verdriet achter steekt. Hij krijgt de kans niet. Ik beloof dat ik hem de volgende keer spreek. Garantie is er niet op deze afdeling.

Nog even langs mijn naamgenoot. Ze is in de war en herhaalt alles, maar weet te vertellen wie haar beroemde voetballende neef was die ook ergens in mijn familie rondzwerft. Er lijkt een wereld van verschil te zitten tussen haar uiterlijk en het mijne. Toch zijn we even oud.

002

Voor ik het weet is de ochtend om. Tijd vliegt. In het hoofd spoken de gedachten. Bij de lunch met de andere vrijwilligers komt de herkenning in elkaars verhalen. Verwerking bij uitstek. We maken een groepsapp. Thuis komt het eerste signaal door van waakmaatjes. Het grote werk gaat beginnen.

 

 

Uncategorized

Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen

Langzamerhand voel ik dat er spieren zitten in het lijf vanwege het feit dat de protesten hogelijk op lopen. Kennelijk moet eerst het luie zweet eruit. Ze zijn er niet meer aan gewend. Nee dat is niet waar. Het is tamelijk zwaar werk. De berg met oude compost krijg ik maar moeizaam geslecht, omdat er zoveel takken en onverteerbaar spul tussen zit. Met de spa in de hand kreunt de rug het uit. Gelukkig kwam het bezoek al snel aanfietsen. Aan de overkant van de sloot. Dat betekende, eerst een stukje terug en dan door het hobbelige gras de goede richting op. Op het nieuwe terras was het goed toeven. Ze bewonderden het atelier, dat ineens veel kleiner leek met drie mensen erin en de stoelen die er nog uit moeten. Ook leek de leunstoel groot. Maar het is rotan, dus alles kan ook naar buiten. Comfortabel zitten doe ik bijna nooit. Ik zit op de schilderskruk en voel me daar de koningin te rijk.

Met het bezoek en de Italiaanse antipasti was het gezellig toeven, al was de oostenwind nog wat schraal en werd het minder warm dan de dag ervoor. De kwinkslagen vlogen in een Brabantse gezelligheid over de tafel. Het voelde vertrouwd en een welkome afwisseling van de bezigheden. Toen ik ze uitgezwaaid had, kwam de oude nog een stroopwafel eten. Hij was de dag begonnen met eindelijk het hout op te branden, maar moest het staken vanwege de wind en de buuf achter, die het minder geslaagd vond dat de rook haar kant opdreef. Al met al zijn de dagen meer dan gevuld met vooral tuin en werk.

017

Die ochtend had ik afgesproken met beide dochters en de twee jongste spruiten. Gezellig kouten op de bank en de rust die de jongste aanwinst uitstraalt, evenals haar moeder, is in mijn ogen bewonderenswaardig. Met baby’s had ik niet zoveel. Misschien was ik te zenuwachtig om er ten volle van te genieten. Zodra ze gingen lopen en praten kon ik er mee lezen en schrijven, maar luiers en huilen en regelmaat deden me wanhopen. Als ik nu die rust zie bij beiden, is er niets anders meer dan respect. De kalmte zelf, die dochters van mij.

Het opmerkelijke verhaal over de dochters van vriendin, die zo dapper en energiek waren om hun eigen touwtjes in de handen te nemen bij een uitslag over hun toekomstperspectief, dat anders had uitgepakt dan gedacht. Het stuurde mijn gedachten naar de eigen puberteit. Als brok onzekerheid liet ik veel dingen gebeuren, wist niet hoe ik daar zelf verandering in had kunnen brengen en liet het afhangen van de loop der dingen. Zelfstandigheid en mondigheid zijn kostbare toevoegingen aan het bestaan.

008

’s Avonds zag ik een keerzijde van die medaille. Kinderen die niet langer luisterden naar opvoeders of begeleiders, maar in de ban waren van het gamen en 12 uur per dag of langer achter hun computer zaten. Ze hadden de grip op de wereld verloren. Er kwamen drie ex verslaafden aan het woord en een jongen van tien die er midden inzat. In de verslavingskliniek zag je de drie weer bezigheden doen, die ze totaal gewist hadden. Natuurbeleving, sociale omgang met elkaar, koken. Een van hen vertelde hoeveel problemen het nu opleverde. Ze moesten op zoek naar een nieuwe identiteit en nadenken over hun studie en hun werk. Bij bijna elke baan kwam er digitaal verkeer aan te pas.

Een nieuw beeld vormen van jezelf en weer een leven opbouwen, waar het gamen een gat van jaren heeft geslagen. Het is geen sinecure. De vraag is of het leven hen niet in de tang heeft genomen en dat dat de reden was waarom ze gevlucht zijn in het gamen. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ sluipt door alles heen en investeren is de toekomst, maar dan wel in elkaar en in daadkracht en zelfstandigheid. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.

Uncategorized

Schot in de zaak

Ze waren er weer. De dames schaap. Ze hadden de haren stevig in de krul. Iedere voorbijganger kreeg een warm welkom toegeblaat en het verlangen steeg over de sloot heen. ‘Hebben jullie nog iets extra lekkers voor ons’. Vanuit mijn raam, in mijn ivoren ateliertoren, kon ik ze goed zien.

010

Vanuit het andere raam zag ik de opbouw van Soenda, een outdoor festival. Aanstaande zaterdag zou het los gaan. Er werd hard gewerkt aan de diverse podia en de stemmen droegen ver over het land. Het tijdstip was volmaakt verkeerd. Weidevogels, de weinige die er nog waren, zouden nu in allerijl de drukte ontvluchten. De dansende kieviten van vroeger waren al verdwenen. De ooievaren kwamen van achter de molen vandaan, maar zelfs die moesten last hebben van de decibellen. De buizerd, gewend aan het geraas van de snelweg, had waarschijnlijk zijn verstand nog iets verder op nul gezet. Het kleine grut bij ons in de bomen was beschut, maar zou zich verstoppen als het technogeweld los barstte, evenals alle bewoners van de tuinen. Schoonzus liep er aan de overkant van de sloot te wandelen met haar warrige wollebol en stak een hand op. Leuk. Toeval bestaat niet.

007

De oude liet zijn neus zien. Eindelijk weer eens samen. Hij ging zich concentreren op het hout en knipte de eindeloze takken tot hapbare brokken, maar gooide ze daarna op een grote hoop in het eikenbos. Een onooglijke berg werd het. Het Nutteloze Niets. De woorden bleven maar door mijn hoofd spoken. Verplaatsen van de chaos werkt niet verruimend. Het strookte niet met mijn eigen ideeën. Het oordeel erover slikte ik in. Iedereen heeft het recht op een eigen ruimte en de invulling daarvan. In de filosofie wordt het nutteloze soms gezien als het grote goed. Als iets geen betekenis heeft dan alleen maar zijn, benadert het een vorm van opperste meditatie. In ieder geval werd dat eveneens opgeroepen met het grote mantra van zitten en knippen. Even heb ik met hem mee geknipt en wisselden we gedachten uit.

004

Over bewegen. ‘Beweeg je wel 20 minuten per dag’, had de arts hem gevraagd. Hij haalde dat met gemak, dacht hij. Alleen al het fietsen naar de tuin. Twintig minuten op een etmaal is niet veel. Buiten het wieden van het bed met de vijver, waar brandnetel haar eigengereide zelf gekozen uitlopers had gemaakt en het takken knippen, had ik ook een groot deel van de spullen van het atelier over gehuisd. De ezel en de twee kastjes, de rieten stoel van oma, die nog strak in de lak moet en de verfdozen. Een hele doos Rembrandt olieverf kwam ik tegen. Geen idee, dat ik die had. Verloren zonen. Ook de pigmenten kwamen weer boven water. Alle meubels moesten eerst grondig afgeborsteld voor ze naar binnen mochten, want ze zaten dik onder het stof of waren wit uitgeslagen van de schimmel.  Genoeg te doen om beweging te waarborgen.

008

De buuf was er ook en werkte zich in het zweet, net als mijn overbuurman met de naam van mijn vader. Die sjouwde zijn mooie compostbak in elkaar. Praatjes over de heg. Zakdoeken in de nek om het alles behalve luie zweet af te vangen en verhitte gezichten. Op het allerlaatst zag ik dat de krulwilg de kers het zicht benam en de moerbei daardoor ook in de verdrukking kwam. Met de takkenschaar was het varkentje zo gewassen. Nu moest de berg op de grond weggewerkt. Dat kon. Er was nog altijd ruimte tussen de iep en de vlier. Als het gedroogd was, kon het verbrand worden.

003

Aan het eind had ik de Bernagie al dicht zonder foto’s te hebben gemaakt. Door de dubbele ramen gaf het een grappig effect. Daarna ging ik de dames begroeten, maar die hadden net een vers stuk veld verkregen en voor het eerst werd er niet over en weer geblaat. Het grote hek was dicht en gelukkig wilde net iemand uitrijden, want ik had geen sleutel. Kwart voor zeven en moe maar voldaan. Er zat schot in de zaak.

 

Uncategorized

Niets van dat alles

Het hele stel was aanwezig op twee schone dochters na, die lieve berichten hadden gestuurd. Ze hadden een heerlijke lunch mee en op een paar druppels na hadden we zon te over te midden van de chaotische terrasvoering, opgebroken stenen, rommelige ondergrond maar een feilloze Bernagie. Strak, warm en ontvankelijk. Cadeautjes waren er, een mooie libelle om aan de muur te hangen, wel even in elkaar te puzzelen en een boek, ‘Moord in de moestuin’ en alleen om de titel al geniaal.

017

Zoonlief maaide zijn gedachten en het gras. Het afgemaaide gras kon in het bed onder de aubergines van de buurman. ‘Kunnen we ergens mee helpen’ vroegen grote neef en kleine neef. Een grote schep en een lepel waren voorhanden om de enorme kruiwagen vol te scheppen met aarde van de hoop overtollig, die nog verwerkt moest worden. Ik had buiten de waard en de wortels gerekend. De grote schep werkte niet, de schepel was lastig en de gewone lepel werkte het best. Toen ze moe waren van het scheppen en alles hadden uitgeprobeerd, schep in de kleine knuisten, lepel in de grote, schepel in de kleine knuisten, kruiwagenhandvaten in de grote, reden we naar de plek waar de aarde moest komen. Leegscheppen was ook een klus, halverwege hun bodempje aarde in de enorme kruiwagen was de koek op. Ik leerde ze leegstorten.

089

Wat nu. ‘Bloemen tellen’ wist grote neef. ‘Ja’, juichte de kleine en ze gingen aan de slag. Dagkoekoeksbloemen groeien, op dergelijke momenten, hinderlijk door elkaar voor een gedegen telpartij. De chaos in telrij en het hoofd van de grote was voldoende om om te zien naar een meer gerichte taak. Water geven in de kas. Twee gieters vol. Gieters vullen in de sloot deed dochterlief zelf, voor de zekerheid. Ze kweten zich nauwgezet van deze spetterende taak. Gedaan. Gelukkig kwamen er twee snaterende eenden gemoedelijk even klem zitten in de minivijver en uitgebreide observaties waren het resultaat. Tot alles op was, de eerste helft van de wedstrijd op de kleine schermpjes was bekeken en de stoet zich opmaakte om huiswaarts te keren. Zwaaien en zwaaien. Dag lieverds

099

Daarna begon het grote werk. De stoelen stonden er om uit te rusten. Regel voor regel roomde ik dat, wat ooit een rommelig terras was, af en begon weer te bouwen. Afgraven, tegels bevrijden en vastklinken. Nou ja, dat laatste lukte niet echt maar voorlopig was het goed. Tussendoor oogstte ik bewondering van de andere bewoners van de tuin, die nieuwsgierig kwamen kijken naar de Bernagie, omdat het verhaal van de karavaantocht zich als een lopend vuurtje verspreid had. Gestaag vormden de regels een echt terras, uit nood geboren, want iets anders had ik simpelweg niet voor handen. Aan het eind was de energie wel op, maar dan had je ook wat. Het stuk aarde oogde als het zwarte gat van Anish Kapoor in het gras. Omdat het oog ook wat wilde, kon ik het opvullen met het gemaaide, vooralsnog groene, gras. De plaggen die ik tussen de kleine keitje’s uit had gepeurd, konden er ook op.

IMG_0250

Voorlopig had ik mijn fysiotherapie weer gehad. De zon was inmiddels voorbij de grote haag gezakt. Tijd om op te breken. In de sloot liftte de eerste gele plomp nieuwsgierig hun kopjes hoog tussen het groen. Het weggetje aflopen na een noeste arbeid is de beste meditatie die je hebben kan. Nieuwe energie stroomt binnen. Slootleven, aardhommels in de grond, raaf op zijn post, het statige groot hoefblad, meerkoetjes en hun kroost. Wat doen die zwartkopmeeuwen boven de sloot bij de buren. Zien ze eieren, heeft iemand brood gestrooid, zijn er al eenden in paniek. Het raadsel gaat mee naar huis, want ik zie niets van dat alles.

IMG_0252

 

Uncategorized

Een perfecte dag

Hoofd in de henna en Pluis is net op het bed gesprongen om lekker te gaan soezen onder de sprei. De koffie is vers, evenals de kwark voor de medicijnen. De planten hebben water gekregen, de keuken is aan kant. Onvoorstelbaar dat je dat al dag en jaar doet en iedere keer weer voelt het als behaaglijk. De dag ligt open.

Het is Moederdag. Dat betekende vroeger kleverige kusjes en beschuit met jam, lieve tekeningen en wensen en alle kinderen op het grote bed. Er is geen mooiere dag denkbaar dan een zondag in de maand mei, als alles wat een lust voor het oog is, omhoog schiet en de wereld geel, wit en heldergroen kleurt.

007-1.jpgTe snel, die zwaluwen

Hoog boven het venster giert de zwaluw, het zijn er minder dit jaar, of lijkt het zo. Gisteren probeerde ik er een paar in het vrije veld op de foto vast te leggen , maar het enige wat ik ving waren de schapenwolken. Straks gaat zoonlief mee naar de tuin, omdat hij het ronde bankje voor me wil schuren en lakken. Ik hoef niets mee te nemen en omdat andere zoon gisteren met klem beweerde niets aan Moederdag te doen, vermoed ik dat de kleverige zoenen plaats hebben gemaakt voor het grotere werk. Verwachtingen komen vanzelf binnen rollen.

004

Gisteren hebben de zussen en ik ons verdiept in de E-learning en het maken van een programma daarvoor. Dat was voor mij een redelijk nieuwe benadering van de stof. Aanvankelijk wist ik niet helemaal wat ik er mee moest, tot ik de enorme hoeveelheid mogelijkheden en de doelstelling kon overzien. Ik heb er zin in. Hoe leuk is het om lesstof afwisselend en toegankelijk te maken.

happertjeOma, muis en Happertje.

‘Leren is leuk’ stond er op mijn invalkoffer twee jaar geleden. Daarin zaten alle geheimen van de smid om leren uitdagend en leuk te maken. Hier en daar bleven op de verschillende scholen, waar ik inviel, voorwerpen achter omdat ze bleven hangen aan het kind, dat er zoveel liefde aan gaf. Het groene Happertje bijvoorbeeld, die ervoor zorgde dat een in zich zelf gekeerd meisje haar wereld opende met behulp van deze grappige handpop. Hij week niet meer van haar zijde. Ze bleef hem meesjouwen. Eens kijken of het me lukt om digitale happertjes in het leven te roepen. Dat is een uitdaging op zich en maakt het voor mij ook boeiend en leuk om daar mee te experimenteren. Op mijn bord ligt de communicatie bij het opvoeden van kinderen met specifiek gedrag. Er kan een wereld van verschil liggen in de aanpak door slechts een enkel woord. Het is zo bepalend hoe er vorm geven wordt aan bedoelingen. Dat geldt ook voor de benadering in het algemeen. Prioriteit had het vermijden van verkleinwoorden,  het verdraaien van de stem en het praten in de wij-vorm. Of ik nou juf was of verpleegkundige. Zie de mens.

De kauwtjes in de dakgoot vieren ook Moederdag, zo te horen. Ze hebben het er maar druk mee en vliegen af en aan. Ze zijn kort van stof. Met enkel wat gekras dirigeert moe man en kind en vice versa. Als Pluis er een waarneemt vanuit haar ooghoeken springt ze op en staat verlangend te mekkeren voor het raam. Een vreemd en wonderlijk geluid. Het bekkie trillend van verlangen.

De blauwe lucht is versiert met guirlandes van wit. De zon zet alles in het juiste licht. Een perfecte dag om met elkaar bij het leven stil te staan en haar schoonheid te vieren.

Uncategorized

Die kop, die komt er wel

Ik teken wel maar uit de vrije hand. Die vrije hand is een obstakel bij het kijken. De verbeelding kijkt te veel mee. Dat maakt het lastig om voor een objectieve weergave te zorgen. Bovendien zit de Varifocus in de weg. Of is het het licht in de ogen die het zicht niet helemaal helder en zuiver laat zijn.

Ik tuur naar de foto. De gouden driehoek in afstand. Zonder Geo-driehoek is het lastig meten. Bovendien voelt dat als hogere wiskunde. Maar hoe dan. Ja de afmetingen zitten in het hoofd gebakken . De helft, de helft van de helft, dus een kwart en een achtste. ‘So far, so good’. Maar toch, de punt van het potlood op papier werkt het oog uit, het andere oog, de neus voor een gedeelte. De kin. Zucht. ‘Het is nooit goed of het deugt niet’, sputterde mijn oma bij overmatige kritiek.

Zo voelt het nu. Toch kijken ze me aan en leer ik veel over de anatomie van het oog, de neus, de mond, de kin. Weten en doen is twee. Ook die klopt. Ik worstel en kom vooralsnog niet waar ik wezen wil en zeker niet boven. Thuis verder oefenen en op de gestelde datum moet ie in het geheel op papier staan. Een van mijn idolen. Maarten van Roozendaal met zijn karakteristieke  kop. Ooit fan geworden, omdat hij de lente letterlijk bejubelde en ik het toevallig hoorde. Daarna al zijn optredens op internet gevolgd en voordat ik hem in levende lijve kon gaan aanschouwen, was hij dood. ‘Red mij niet’ orakelde hij in een van zijn nummers. Dat was ook een onmogelijke opgaaf. In al zijn kwetsbaarheid met een vleug cynisme legde hij zijn ziel en zaligheid bloot.

001

Die Maarten dus. Van boetseren komt weinig met potlood. Oefening baart kunst. Het is warempel toch niet de eerste keer. De benadering is weer anders en daardoor wordt de oefening nieuw. Mijn hoop is gevestigd op het feit dat ik misschien nu de essentie van het vinden van de gelijkenis ontdek. Zonder raster papieren, zonder meten, maar met het blote oog en de juiste manier van ‘zien’, wat weer anders is dan kijken.

007.jpg Neusvleugels bijstellen

De neus is zo mogelijk nog lastiger. Ze stijgt nog niet op de vleugelen der kunsten. Kromme neuzen, rechte neuzen, ‘reuze keuze neuzen’ om met Van Veen te spreken, maar een is slechts de goeie. Nu nog een papieren werkelijkheid creëren. Ik merk dat ik teveel denk in ‘De meester weet het en ik doe het bij voorbaat fout’. Gedoemd om te mislukken als eigenwaarde ontbreekt. Ik weet in ieder geval waar het op steekt. In dit atelier met grote kennis is het lastig als je als betrekkelijk Zeventiende Eeuwse Realistbeginner  binnenkomt. Nog iets om aan te werken.

006

Ondertussen rollen de meest smakelijke verhalen over tafel en is er mokkataart omdat de buurman van een van ons mee deed aan ‘Heel Holland bakt’ en een mokkataart moest maken, die hij niet lust. Ik eet het caloriebommetje als broodje kaas, omdat de mijne thuis op het aanrecht ligt. Ondertussen bedenk ik dat er vele wegen zijn die naar Rome lopen.

Het gaat hier niet om de kunst maar om de techniek. Dat was het doel. Het doel heiligt de middelen én het geploeter en gesteun. Struikelen mag, had ik mezelf al voorgenomen. Dat zijn de nieuwe leermomenten. Niet alleen hier, maar in heel het leven.

Ik gaf op school de kinderen als mantra mee: ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, heb je het niet geleerd.’ Alles mag en niets is fout. Het werkte als een trein. Fout bestaat niet en soms kan het beter. Dan groei je boven je eventuele miskende eigenwaarde uit en sta je weer op gelijke menshoogte. Dat is belangrijk, daar leer je van. Waar filosofie je al niet voor behoeden kan. Ik zing met Maarten mee en vorm ondertussen zijn beeltenis. ‘Mooi, om te janken zo mooi…’

Die kop, die komt er wel.

Uncategorized

De vijver vol inkt

Vandaag ben ik in de sprookjestuin van Annie geweest. Alles wat herinnering bracht en nieuwe verhalen was er.

De sprookjesschrijver
Ik ken een man die verhaaltjes verzint
en ’s morgens al heel in de vroegte begint.
Hij schrijft over heksen en elfen en feeën
van kwart over zessen tot ’s middags bij tweeën.
Hij schrijft over prinsen en prinsessen
van kwart over tweeën tot ’s avonds bij zessen.
Dan slaapt hij en ’s morgens begint hij weer vroeg.
Hij heeft aan een inktpotje lang niet genoeg.
Hij heeft in zijn tuin dus een vijver vol inkt,
een vijver door donkere struiken omringd,
En altijd, wanneer hij moet denken, die schrijver,
dan doopt hij zijn kroontjespen weer in de vijver.
Hij heeft nu al tienduizend sprookjes verzonnen
en is nu weer pas aan een ander begonnen.
En als hij daar zit tot het eind van zijn leven,
misschien is die vijver dan leeg geschreven.
(uit: De lapjeskat van: Annie M.G.Schmidt)

Onverwacht stond ik er. Te midden van de drie Arbres d’Ardèche volop in bloei als wolken magenta, de rode kat uit Ieper, de dame met de hoornen, twee gelaste kwetteraars in het gras, de keramieke grijnzende poezen. De vijver met haar belofte voor lelies, dotters, lissen en de zwanenbloem in het ontluikende groen, goud op de bodem en de vier kleine eenden snaterend achter hun moeder aan, terwijl Pa het kroos zeefde met zijn snavel. De raku oven, de houtoven, de steenoven. De klimmende hop, nu nog zonder bellen. Uilskuikens te kust en te keur met hun beduusde ogen en hun te grote snavels en poten, de glanzende Beppers, die elkaar versterkten door de verhalen, die ze vertelden, ook al zeiden ze niets en twee kleine kleivarkentjes.

In de grote bak liggen de wegverharders en wordt er uit de diepte een beschadigde Bepper opgedoken en een everzwijn. Vriendin haalt er het meisje met de grote ogen in groen en paars uit. Gered van de weg. Ze mogen mee. Bepper de bofferd en zwijn dat zwijnt. De verhalen wuiven zacht boven de inktvijver en de natuurlijke beplanting in grote dikke knoppen, een belofte aan uitbundige bloei. Het vriendelijke gezicht van hun schepper zweeft er doorheen, trots op al wat er aan schoonheid leeft op dat kleine stukje grond. Een baken van zachtmoedigheid.

015Bepper de Bofferd

De Bepper achter in de kleine blauwe heeft op de terugweg verhalen voor een leven lang. Zijn dikke buik moet hij vasthouden van het lachen. Het everzwijn met de oranje tong en het kapotte oor kijkt hem nieuwsgierig aan. Annie knikt hen vriendelijk toe. Straks en later. Zo’n prachtige tuin kan ik maken op miniformaat. Ik ga er eens even voor zitten, als de Bernagie op orde is. Het huis daar heet, toevallig of niet, de Bergerie en zo gastvrij als het klinkt, was het ook.

Vriendin leeft op. Het is een uitje, als gebroken botten beletten om auto te rijden. . Geldermalsen, overzichtelijk en vriendelijk in de zon. Ineens weet ik weer dat met vriendin de verhalen vanzelf komen. Dat is nooit veranderd. Een aanzet, een woord of een voorwerp en er rollen nieuwe avonturen en belevenissen over de tafel. Aan een half woord hebben we genoeg, naadloos schuift ons gevoel in elkaar.

004

In haar vernieuwde huis, ‘a room with a view’, het verhaal van de koe. Ze droomde al zolang van ‘in het vrije veld wonen met het zicht op de koeien’, dat ze een replica van een Hongaarse kunstenaar op de kop tikte, een koe in roest op een sokkeltje. Zodat ze, zodra de gordijnen werden opengeschoven, uitzicht had op de koe van haar dromen. Jaren heeft het beeld in de kleine stadstuin gestaan en werd iedere morgen met verlangen begroet.

Een droom die bewaarheid is geworden, want als we naar buiten kijken, staan achter hun evenknie op de sokkel, in het weiland verderop, de koeien naar hartenlust te grazen. Het enige wat nu nog ontbrak, waren de gordijnen om ze te kunnen openschuiven. Die zouden die avond met manlief meekomen.

Het dorp van de verhalen en de kunstenaars, daar in dat lieflijke land van koolzaad, fluitenkruid en boterbloemen in de Betuwe.

‘Alleen in de verhalen en gedichten wil ik wonen’ bedenk ik, in een variatie op een thema. Dát, de schoonheid en de verbeelding hand in hand, de ruimte en de vrijheid, de vijver vol inkt.

 

Uncategorized

De ziel achter de dingen

Ze zijn er. Nog niet in grote getale aan het zwermen, maar plukjes komen voorbij. Het is nog kil of zijn ze op zoek naar een plek om te nestelen. De zomer komt aankruien. Even geduld nog. De gierzwaluw brengt herinnering en vriendin groet op haar smalle vleugels. Sierlijk en vederlicht danst ze tegen het blauw.

Met de post loop ik op mijn kloffen en met het haar op zolder door de gangen. De vrouw is aan het ontbijten. Met muizenhapjes gaan de kleine stukjes brood, vogelmaat, naar binnen. Ze tuurt met half dichtgeknepen ogen naar de enveloppe. ‘Zal ik hem even voorlezen’. ‘Als U dat wil doen, graag’. De privacy van je eigen post. Het voelt bijna als schennis als ik de plakranden vaneen trek. Na het lezen van de lieve boodschap klaart ze zichtbaar op. In kleine brokstukken komt het verhaal naar buiten en door alles heen klinkt de angst voor het toekomstbeeld door. Als je ruim tachtig bent en alleen woont dan is er meer stuk dan alleen maar bot. Het toekomstbeeld ligt vooralsnog in duigen. Zolang ze zich niet redden kan, staat de wereld op z’n kop. Valt het nog te kantelen.

Er is lange-gangen-tijd om er over te peinzen. De vrouw met het witte gezicht kijkt lijdzaam naar buiten als de medicijnen hun werk doen. Haar ogen staan vermoeid. Ze wil wel thee, rooibosthee. Schoorvoetend komen haar kleinkinderen ter sprake. Ze zijn druk. Ze wordt er moe van. Ze glimlacht berustend. Ach ja. Ze maken ruzie om haar. Oma als bezit. In haar zucht klinkt het leed, wereldleed in een notendop.

Ik zoek mijn eigen weg in de wirwar van vertrekken. Ontdek achter allerlei afkortingen welke specialiteit er schuilt qua techniek. Medische instrumenten huizen elders. Verdieping hoger of lager, soms van het kastje naar de muur en terug. Mijn begeleidster is ziek geworden. Alleen vind ik het buskruit uit. Zo werkt het het snelst om de weg te vinden. Zelf uitvogelen. Ik zet schroom opzij en vraag. Vergeleken met vroeger is alles veranderd en toch ook weer niet. Er is veel verbeterd aan outillage, hulpmiddelen. Hoop en het wachten, het overgeleverd zijn aan wat er komen gaat, de verschillen in het tackelen van problemen, zijn gebleven. De kwetsbaarheid vooral.

005

’s Middags zakt alles bij een grote warme kop lafenis op de juiste plek. Met flink rusten ben ik weer opgeladen genoeg voor de avond. We wisselen wensen, verlangens en schoonheid uit. Waar raken we van ondersteboven. Er komen namen langs en ook de bijbehorende beeldvorming. We zijn eraan toe om ieder op eigen niveau de grenzen te verleggen, vleugels uit te slaan, te verruimen. Verzadiging ligt op de loer en de wil om het te kantelen. Ineens breekt er een licht door. ‘We gaan spelen’. Ja, experimenteren met alles wat er voorhanden is. Het kind gaat los. Gouache, kleine paneeltjes, aquarel. We gebruiken de borden als palet en kijken is de basis. Vorsen en voelen. Simpele dingen, schouders te smal, golven niet rond genoeg, werken in de richting van de spier. Mijn braafheid is groter dan die van haar.

011.jpg

Het verhaal over buiten schilderen, als iemand een raampje open draait en in het wilde weg je toeroept dat het niks is. De impact in luttele seconden is vele malen groter dan het afbranden zelf. Vrij zijn op het strand, zand, zon, water en spelende kinderen, wolken. Luchten als die van Turner. We spelen de avond rond en genieten. Aan de tafel, in rust, slempen thee en filosoferen over de werken. Het is een ijkpunt te midden van alle hectiek. Alles mag en niets moet. Het kan niet verkeerd gaan, want het is eigen. Zo vruchtbaar is het. We moeten vaker stil staan. Stil staan bij het moment om de beleving te voelen van de ziel achter de dingen.

Uncategorized

Een droomloos vacuüm

Hoe vang je een eeuw en schrijf je geschiedenis zonder er woorden aan vuil te maken? De foto sprak boekdelen. Vier generaties vrouwen op een foto. Van 1921 tot en met 2019. Dergelijke kiekjes blijven onbetaalbaar. Dochter en ik vielen met ons neus in de boter. Er was een modeshow gaande en Omaoma zoals mijn schoonmoeder door haar achterkleinkinderen wordt genoemd, zat pontificaal midden in de zaal. Ze was zichtbaar aan het genieten. De dames, want heren waren nergens te bekennen, waren van een respectabele leeftijd.

De moeder van de presentator en een andere vrouw showden om beurten de diverse modellen. Die vielen uiteen in soepele broeken met elastaan band, in klokkende banenrokken, in twinsetten met bloempatronen al dan niet met vest eraan vast en alles was verkleind. Vestje, broekje, rokje, setje, modelletje. Tussendoor was een loting, die dozen chocola opleverden voor het winnende lot. ‘Kleine dikmakers om de verkoop te stimuleren’, dacht ik vilein. Toch was het een beleving op zich om erbij te zijn. De tweede vrouw had prachtig wit haar, vastgepind met een speld, maar ging er na elke sessie steeds artistieker uitzien met alle losgeschoten pieken.

00597 jaar overbruggen

Toen de kleine uit haar moderne biezen mandje kwam, viel de zaal als een blok voor het kleine grut en kreeg ze bij iedere sessie een aai over haar beentjes van de modellendames. De foto maakten we boven in de beslotenheid van de eigen kamer en deelden levens. Terug in de grote zaal kon Moe zo aanschuiven voor de maaltijd.

Op naar de tuin, eerst Koningsdal bezocht om Borage te zoeken, maar dat moet ik toch echt zaaien. Ik kwam met salie en majoraan weer naar buiten. De lucht was een beetje dreigend. Het ging nu alleen tussen mij en de Bernagie en met het openen van haar deuren paste ze als een handschoen. Ik kon nog niet inrichten, maar het zitten in de fraai afgewerkte ruimte was voldoende, met het weidse uitzicht door alle drie de ramen. ‘A room with a View’. Weer een mooie aanvulling op de  literaire tuin, waar de ‘Three Willows’ en de Vasalis appelboom bewaarheid waren gebleven.

100_5340.JPG

De overbuurman aan de andere kant van de sloot knikte goedkeurend over de oplossing om de drassigheid van het veen te mijden. Hij vertelde als Westbroeker van het verende veen. Prachtige titel voor een boek. De wijze waarop de keuterboeren in het achterland de bodem verhoogden met takken en dakpannen en zelfs glas en er was een vleug nostalgie in zijn woorden. Het maaien bleef iedere keer steken op de takken, maar stukje bij beetje werd het weer meer eigen tuin. Vriend van verderop kwam langs en was jaloers en ik een beetje overdonderd van blijdschap over de wijze visie van zwager, die ooit en onmiddellijk in het bestaan van de keet had geloofd en het idee had omarmd.

Zoonlief kwam Bamie Trafassie eten en daarna was het tijd voor portretsessie 2. Het model was er niet, maar we werkten de eerste sessie uit naar aanleiding van de toen genomen foto’s en nu ging het op de eerste plaats om de opzet. Hoe leg je het aan om vorm te geven aan je verbeelding. Het fijne van al die individuen is dat je zoveel verschillende wijzen krijgt van opzetten. Grof met forse streken, voorzichtig met uitgebreide schetsen, met poetsen om licht en donker te bewerkstelligen, met pigmenten Sienna, Oker en Omber. Alles kwam voorbij.

074.jpg

Het grote boetseren was begonnen. Het model met zijn karaktervolle hoofd kwam letterlijk op diverse manieren uit de verf en keek ons vanuit alle standen aan. Het was inspannend en ontladend om op die manier alles van je af te zetten en alleen maar op te gaan in het proces. Een echte Sluyters was het niet, maar een portret was het zeker. De eerste laag zat er op. Volgende week weer verder.

Moe, maar voldaan  met een wijntje voor Trijntje mocht alles bezinken. Daarna, met slaap tot in elke vezel, viel ik in een droomloos vacuüm.

 

Uncategorized

Een goed begin is het halve werk

Een malle droom. Een drukke weg, apen waar we langs gingen om ze te voeden en de kinderen die we op moesten halen van een of ander dagverblijf. De voetgangers-oversteeklichten werden geregeld vanuit het dagverblijf. Als ze daar niet opletten kon het lang duren eer je over mocht. De weg was te druk om zo over te steken. De twee dochters moesten heel lang wachten. Ik liep met, wat men een lastig kind noemde, veel verder vooruit en had een goed contact met het jongetje, dat honderdeneen dingen vroeg. Heel geïnteresseerd en helemaal niet van plan om onder mijn vleugels weg te lopen. De weg voerde door het park en leek op de weg die ik wandel vanuit de buitenwijk naar het centrum van Den Bosch waar ik ongeveer twee of drie keer per jaar het museum bezoek. Waar smeed je de basis voor de droom?.

016-1.jpg

Gisteren heb ik wat voorwerk gedaan voor het schilderen à la ‘Sluyters’. Zijn verschillende stijlen vallen op. Zijn kleurgebruik kan ook heel wisselend zijn. Uitbundige portretten, waar nog steeds de beweging in zit. Felle kleuren van een onwaarschijnlijk geel/groenig tegen hele tere portretten, zoals zijn kinderportretten met de attributen als pop of beer. Ik experimenteer en leer al doende. Met aquarel geef ik de wonderlijkste combinaties aan kleuren weer. Het gaat niet om de gelijkenis in dit geval. Met potlood probeer ik die wel te vangen en de zachtheid van het model. Een zacht schilderij, liefst met een vage indruk van de lucht boven de Waal.

019.jpg

Daarnaast punnik ik nog aan het sfeerverslag van de podcast voor jeugdliteratuur en laat de vermoeidheid toe die de afgelopen dagen over me heen is getrokken als een dekentje. Zo kabbelt de dag gemoedelijk voorbij. Een work-out bij de fysio, maar verder nauwelijks inspanning. Een goede basis voor een langgerekte droom.

De officiële inschrijving voor Waakmaatje is ook gedaan. Het was een dag om alle losse einden aan elkaar te knopen. Daar heb je even rust en tijd voor nodig. Gelukkig begon het te regenen toen ik eigenlijk spoorslags naar de tuin wilde. Daardoor moest ik wel een pas op de plaats maken. Ik had me voorgenomen om de hoop aarde alvast naar een plek te kruien, waar ik de tuin hoger wilde hebben. Daar kwam het niet van, maar wel om de gedachten te kruien en die losse eindjes.

049

Als het weer te slecht is om vandaag naar de tuin te gaan, ga ik de zolder op. Die schreeuwt om aangepakt te worden. Als elk te verzinnen excuus is opgedroogd, moet je wel. Het is langzamerhand het domein van Pluis geworden, die de gesmoorde liefkozingen van zoonlief ontwijkt door zich in de kussens van een oude stoel te nestelen. Hoog en droog, zal ze denken. Maar haar wintervacht is aan het ruien en grijze vlokken dwarrelen af en toe naar beneden. Ook de trap slibt langzaam dicht.

‘Red mij’, roept zolder. ‘Straks, later, zo meteen’, denkt het hoofd. Eerst met dochter en kleindochter naar Omaoma van 97. Ik bedenk ineens dat dat een gelegenheid bij uitstek is voor een drie-generatie-foto. Dergelijke oude genen moeten wij nog maar zien te kweken. Dan ben je alweer dertig jaar verder. Hoe zijn de veranderingen voor hen, als onze leeftijdsgenoten ze soms al niet bij kunnen benen.

Boeiende materie. Nu eerst koffie en mijmeren. Voor de ochtend twee van mijn lievelingsbezigheden. Een goed begin is het halve werk.

 

 

 

Uncategorized

En dan kunnen we los

Of het koffiedik voor een gelukkig gesternte heeft gezorgd weet ik niet. Feit was dat de tocht van de Bernagie naar haar plekje gunstig verliep. De ochtend begon vroeg met de twee reuze thermoskannen waarin de koffie geurig gezet werd met de hand. Ouderwets filteren, langzaam maar gestaag. Watertemperatuur met een vleugje Barista-wijsheid niet op de kook maar tot 92 graden. Sinecure voor mijn waterketel, die immers precies de gradatie aangeeft. De kannen met koffie en thee en de koek en zopie in de grote boodschappentas geladen evenals het dienblad en fluks dochter en schoonzoon oppikken in Utrecht. Het miezerde drie druppels, maar vooralsnog zag het er goed uit. Bij aankomst stond de Bernagie al op het pad en de mannen bij de schuur.

006.jpg

Klein minpuntje. De vorige gebruiker van de tractor had het kraantje open laten staan. Maar, voor geen kleintje vervaard, werd de accu van stroom voorzien door een van de auto’s en kon de tocht beginnen. Het was een ware kermisattractie. Mijn lieve hutje getrokken door de tractor, neef ervoor om aanwijzingen te geven, kinderen erachter met de bolderkar vol lekkers. Vanaf de overkant nam ik foto’s en langzaam maar gestaag rolde de hut door het fluitenkruid en met de karavaan erachter werd het een echte pipowagen.

IMG_0147

Zoon en twee neven kwamen ietsje later en precies op tijd om te helpen bij het lastigste en laatste stuk. Om de draai te kunnen maken moesten de grondplaten van achteren komen en waar het groot hoefblad de bodem aan het leeg trekken was, opgehoogd worden met tegels en platen zodat Jut niet voortijdig een duik in de sloot zou nemen.  Er werd rigoureus gesnoeid met een snelheid waarbij mijn inbreng over voorzichtig en met beleid werd overruled door de haast die men had om door te trekken en niet vast te lopen in het veen. De appelboom kon ik wel redden. Bijna hadden ze mijn Vasalisboom gehalveerd. Ach ja. De tuin was voor later zorg. Straks kan ik die weer in eigen tempo opbouwen. Nu eerst maar de basis.

Het weer was ons al die tijd gunstig gezind geweest, maar nu begon het even te storten. De veengrond was zacht en het duurde even voor ze een en ander, steunen en wielen op de tegels hadden staan, waterpas en wel. Neef en broer zouden deze week alles in rust in het werk stellen om het stabiel en veilig te krijgen. Daar had ik alle vertrouwen in. Zeker met de verrichtingen van grote neef, die door zijn heldere en duidelijke aanwijzingen als een echte opzichter de wagen langs de krappe doorgang loodste. De tractor met de achterbuur als voortrekker volgde nauwgezet elke aanwijzing. Stoppen, rijden, klein stukje, uitdraaien, vol gas. Binnen een uur stond ze op haar plek, leek groter dan gedacht en de tuin kleiner met al dat volk eromheen. Tussendoor het kleine grut, hout en vlonder. De koffie en de koeken smaakten opperbest.

001.JPG

‘Gods water over Gods akker laten stromen’ dacht ik en rustig afwachten op wat er komen gaat. Broerlief kroop onder de wagen om hem wat op te krikken met een te kleine krik en neef ging zijn grote halen. Daarmee was het verzakken snel weer opgelost. Straks en later zou het goed komen. Eigenlijk had ik er stiekem nog even voor willen zitten in mijn eentje om het allemaal eigen te voelen, maar door de gebroken nacht en de emotie overviel me een ouderwetse vermoeidheid en wilde ik niets liever dan naar mijn plekje op de bank, om in alle rust de commotie te verwerken. De komende weken staan in het teken van de wederopbouw door het smeden van een eenheid van de tuin, het atelier en mij daar midden in. Nu eerst de hut en de appelboom recht en dan kunnen we los.

047.JPG

 

Uncategorized

We zien wel

Het is pas vier uur en ik ben klaar wakker. In mijn hoofd hebben we de hut al  verschillende keren over het smalle pad langs de sloot naar achteren gereden en allerlei scenario’s die er mogelijk zouden kunnen zijn, zijn voorbij gekomen.

003

Het tolt en woelt daarbinnen. Door alles heen spookt de documentaire ‘Nooit meer thuis’ over Anil Ramdas bij  ‘In het uur van de wolf’ die ik gisteren in de herhaling heb gezien en waar ik hevig van onder de indruk blijf.  Vooral de blik in de ogen van de zuster sprak boekdelen. Die ogen met het onmetelijke zielsverdriet erachter en de onmacht om hoe het allemaal gelopen is. Het boek Badal, dat nu gezien wordt als een autobiografie tot aan het bittere eind, speelt er doorheen. Wat bezielt iemand om zijn levenswerk te maken en uiteindelijk net als de hoofdpersoon in het boek ook voor de dood te kiezen. Een klein duiveltje fluistert als reden de vervolmaking van zijn levenswerk in mijn oor. De meest voor de hand liggende reden voor zijn eigen ondergang is de starre houding, die hij ten leste door de teleurstelling en de verbittering over het politieke bestel ten toon spreidde. Ik zie hem als een erudiet en belezen persoonlijkheid, aangenaam om naar te kijken en te luisteren. De schaduwkant van zijn leven was me onbekend. Misschien is de impact daarom des te groter. Hij kreeg aan het eind scherpe kritiek te verduren vanuit een literaire hoek die hem misschien nog het meeste trof.  Ergens in het verhaal noemt men het tekort aan liefde. Wat me vooral treft is het gevoel van eenzaamheid die uit het verhaal spreekt ondanks de mensen om hem heen. Met recht een wanhoopsdaad.

Badal

Terug naar de dagelijkse beslommeringen. Ondertussen weet ik dat de touwen om de bomen langs het pad weg te trekken nog achter op de tuin liggen in de kweekkas van de oude en dat ik geen tafel heb om alle thermoskannen op te zetten. Dus neem ik straks ook een groot dienblad mee, dan kan de kleine houten ton als bijzettafeltje fungeren. Ik heb in mijn beleving al verschillende keren de koffiekannen gevuld. Hoeveel schepjes koffie doe je op 2 liter kokend water om koffie lekker en sterk te maken. Ik koos gisteren voor een pak Douwe Roodmerk, omdat mijn moeder en vader er bij zweerden en ik door de bomen het bos niet meer zag. Andere en goedkopere koffie deugde vroeger niet. Het schepje Buisman zal ontbreken. Ik maak straks, voor het eerst sinds lang, weer ouderwetse filterkoffie. Gelukkig kon ik nog één filter, de laatste in de winkel, op de kop tikken. Het zal even kosten om alles in kannen en kruiken te krijgen. Slow coffee is eigenlijk heel trendy. Ik bewonder de Barista’s van nu, die bij het koffiezetten de magie hebben teruggehaald en het nieuw leven hebben ingeblazen. Het brengt me even terug naar de nostalgie van de Gruyter-winkels van vroeger, waar de vers gebrande bonen een heerlijke geur verspreidden, als ze ter plekke werden gemalen. Dat was de betovering, dat heerlijke aroma. Nu brouwen ze met evenveel liefde hun brouwsels en dat proef je. Daardoor verandert  de smaak. Mijn liefde en het oude vertrouwde merk, dan gaat het straks goed komen.

Gisteren op de valreep, ik was al lang en breed op weg naar huis, bedacht ik me ineens dat een kleinigheid voor de inspanning van vandaag attent zou zijn. Dus weer spoorslags omgekeerd en nog een keer naar het centrum. Daar slaagde ik erin om een lief en toch een beetje stoer, maar ook lekker cadeautje top de kop te tikken. Dankzij een verkoopster die met me meedacht. Al brainstormend met haar kwam ik op dit idee. Zij zorgde voor het leuke inpakken in cellofaan, met houtwol en strik. Top. Negen leuke cadeautjes. Een exemplaar extra voor je weet maar nooit.

IMG_0120

Het begint al licht te worden. Pluis rekt zich uit en draait zich behaaglijk in een nieuwe krul. Dat moet ik eigenlijk nog even gaan doen. Niet langer denken aan de zeven sloten, maar het verstand op nul en de blik op oneindig om dadelijk met moed, beleid en trouw aan het werk te kunnen. We zien wel.

Uncategorized

Ik droomde verder

Gewapend met de twee banden liep ik het weggetje af langs de andere tuinen. Aan de overkant prijkte het prachtig fluitenkruid als een golvende witte zee. Holland op z’n mooist. Een dag in mei.

IMG_0102

De banden waren er zo onder gezet, maar welke kruiwagen was nu van buuf en welke van mij. Had ik handvatten of juist niet. Was de groene band van mij of de grijze. Een probleem om later op te lossen. Ze zou er twee weken niet zijn. De wilgentenen lagen met blad en al op een troosteloze grote hoop. Zoals altijd bij het grotere werk zette ik de blik op oneindig en begon tak voor tak. Niet denken maar doen. De kort gezaagde stammetjes waren nog niet allemaal opgestapeld. Het gras moest aangeharkt. Ondertussen zat ik met het hoofd al bij de catering voor aanstaande zondag als de hulptroepen zouden komen. Er vielen al twee mensen af. Het was maar goed dat ik er een aantal had gevraagd. Vorige keer waren er broodjes en fris en toen bleek koffie verreweg het grootste verlangen. Dat betekende, thermoskannen op de kop tikken en een ouderwets filter en ’s ochtends thuis eerst maar koffie zetten. Suiker en melk mee en klaar. Lekkere koeken erbij en de jongens zullen vast en zeker tevreden zijn.

016.JPG

Ik hing met mijn armen in de Guirlande d’Amour, veel doornen, weinig liefde, die volop in knop zat, maar met haar heftige stekels fel uithaalde naar mij, haar belager. Ze liet zich nauwelijks terugduwen door de grote werkmanshandschoenen. Tussen de iep en de vlier was er plek om de overtollige takken op te stapelen. Ondertussen schoten de gedachten heen en weer. Die lieten zich ook niet leiden. Tussendoor harkte ik met de grashark de losse takken uit de hele tuin, zodat ik straks kon maaien. Ontdekte daardoor tot mijn verdriet dat ik de accu vergeten was. Die lag thuis op de tafel. Dat betekende het gras met de handmaaier alvast wat voor maaien. Het langste gras, dan kon morgen de motormaaier er makkelijker overheen.

IMG_0114

Ondertussen was reiger dichterbij komen stappen en tuurde door het hek van de overbuurman. Die zag vast wat jong grut. Ze liet zich niet afleiden door mijn geroep en gefluit, pas bij het klappen vloog ze beledigd op. Op het pad lag een half vergaan skeletje. Bloederige botjes en een dikke wesp die er loom uit kroop. Leven en laten leven. Vanuit mijn ooghoek zag ik wat bewegen in de heg. Het was de kleine winterkoning weer. Ze taalde niet naar me, maar hipte tussen de kleinste openingen door haar weggetje. De koolmezen vlogen af en aan. Hier nog wel. De grote buxussen van de oude zijn allen aangevreten. Maar hij denkt er niet aan om ze te bespuiten. Koolmezen hebben hier op de tuinen nog een onbezorgd bestaan.

IMG_0110

Toen de eerste druppels vielen, was de tuin zo goed mogelijk aan kant, klaar voor het monnikenwerk van zondag. Toen ik door de weelderige rijkdom aan uitbottende lente weer terugliep naar de auto, kiekte het fototoestel het kleine geluk. Zomaar, natuur in de lente, op dat kleine stuk land. Zo voelt ‘Domweg gelukkig’ dacht ik. In de Dapperstraat of waar dan ook. Zelfs op dit postzegeltje natuur ‘ter grootte van een krant’ om met J.C. Bloem te spreken. De grote dichter glimlachte over mijn schouder heen en ik droomde verder.

Uncategorized

Om tijd te kruien

De wieltjes zijn klaar. Van de kruiwagen. Eindelijk, nu kunnen we weer door. Zuslief dacht dat ze veel groter waren. Ze zijn handzaam en mee te zeulen alle twee. Buuf achter en ikzelf hebben weer een goede kruiwagen. Ik speur het internet af naar de allerlaatste aankoop dat past bij het nieuwe tuinhuis op wielen. De regentonnen. Het worden er twee, voor en achter. Wat is wijsheid. Kiezen voor rustiek of voor praktisch plastic.Mijn voorkeur ligt bij de eiken tonnen, een met en een zonder pomp. Al was het alleen maar om de kleinkinderen te kunnen laten zwengelen . Er is niets leukers dan dat. Om de beurt zwengelen en dan het koude regenwater over je handen laten lopen. Hoe zou je ze anders de betekenis van het woord leren.

034.JPG

Vroeger nam mijn moeder ons mee naar de Mariaplaats of naar de Pieterskerk, waar op beide plekken de grote stadspomp stond met drinkwater. Dat was een feest op zich. Het pompen en het drinken. Twee vliegen in een klap.. Doorgaans hadden we al een heel stuk gelopen. Moe en dorstig, de meest ideale omstandigheden om te genieten van koel helder water. Een mooie herinnering en aangedikt omdat ik hetzelfde heb gedaan met de kinderen. Dat is zo leuk van de herhaling. Later kon je alles, wat je nog voor de geest kon halen, met het eigen gezin nog eens dunnetjes overdoen. Een blauwdruk van wat in het geheugen gegrift stond.

Op de oude tuin had ik ook een pomp, die het grondwater naar boven pompte. Hoe heerlijk was dat en hoe lang schrijnde de lege plek na, toen de pomp gestolen bleek te zijn. Ik heb nooit begrepen, waarom mensen elkaar dergelijk verdriet aan kunnen doen. Soms kan je zo gehecht raken aan klein geluk, dingen die minder waardevol voor een ander zijn, dan voor jou.

De winkel waar we de wielen weer op konden halen was zo’n typische dorpswinkel waar niet alles, maar wel de meest uiteenlopende zaken te koop was. We keken onze ogen uit. Handige schilderijhaakjes, slimme opbergsystemen, openers voor potten en een stilistisch prachtige hermetische flessenafsluiter. Ook het sporadische linnengoed was van een hoogwaardige kwaliteit tussen allerlei andere bijna kitscherige voorwerpen, zoals de zilverkleurige insecten om het tafelkleed in de buitenlucht te verzwaren. Het was een beetje vakantie, een echte Franse bazar. Achter deze prullaria was de werkplaats en daar repareerde men alles voor de tuin of het land.  Maar er hingen ook heerlijke dikke scheepstruien en handige zeiljassen van ouderwetse kwaliteit, klompen en werkmansschoenen met stalen neuzen.

013

Omdat we tijd over hadden en de regen met bakken naar beneden kwam doken we op aanraden van broer en schoonzus de nieuwe kringloopwinkel in het centrum in. Ze was groot, had veel spullen, de boeken waren goed gesorteerd, tussen de prullaria vielaardig te neuzen, maar de kleding viel tegen. De kritische blik op gepilde truien en mottengaatjes, verbleekte kleuren en sleetse plekken in de stof was bij het sorteren achterwege gebleven. Daar valt of staat de voorraad mee. Zus had de buit binnen, twee leuke pianoboeken. Ondanks het wat sombere weer was de entourage waarin we reden een oase van geel koolzaad en wit fluitenkruid. Het zachte tere lentegroen als omlijsting. We doken een klein weggetje in. Het bracht ons bij een prachtige plek aan de Vecht. Een verwarmd terras aan het water, tijd voor het grote achterover leunen in zo’n mooi stukje paradijs met uitzicht op de molen, de fuut, de zwaan en wat eenden. Vandaag lukt het vast om tijd te kruien.

Uncategorized

Twee vliegen in een klap

Vanuit mijn ooghoeken zie ik wat bewegen in het struweel aan de rand van de parkeerplaats. Het is een appelvinkje. Mijn hart maakt een sprongetje. Wat een mooi begin van een nieuwe start. Als ik de geluksvogel vast wil leggen is hij verdwenen. Het is nog vroeg als ik de hal van het ziekenhuis inloop. Eerst maar even een kopje koffie en dan volgt de rest vanzelf. De restauratie is praktisch leeg. Ik maak een tekening van een wachtende meneer om de tijd te doden.

002

Bij de receptie wordt ik opgehaald door een vriendelijk ogende vrouw, die me deze ochtend wegwijs zal maken. Het ziekenhuis opent haar raderwerk  en is enorm groot en vooralsnog onoverzichtelijk. Dat komt door het netwerk van gangen en kamers op de diverse afdelingen en de lange brede gang beneden met verrassend veel ruimte en met kunst aan de muur. Daar zit de linnenafdeling, waar het uniform gehaald moet worden.

De eerste gang is naar de fotograaf voor het pasje. Medium uniformjas aan. Het zit wat krap wat mij betreft maar het is slechts voor de foto. In een oogwenk heb ik een pasje dat toegang geeft tot de meeste gesloten deuren. Het is de sleutel tot de inwijding in de geheimen van deze wereld op zich. Achter elke handeling zit, net als vroeger, nog steeds een vriendelijk gezicht met een naam erbij. Zelfs bij de linnenkamer, waar in eerste instantie de uitgave en inname door een technisch vernuft wordt geregeld blijkt, als er een fout optreedt, toch ook gewoon een linnenjuffrouw te zitten, die ons in onvervalst dialect te woord staat.  We schieten van de techniek naar de PC afdeling, halen ergens de post op. Lopen met de uniformen over de armen , de tassen en de post aan en in de hand naar de lift, die ons vijf hoog brengt. Ik heb een lekker wijd exemplaar gekozen, ruim vallend en ben met de grote zware kloffen eronder niet de meest elegante. Haar op zolder met de speld. Tassen in de kluis. Mijn begeleidster is een tikkeltje vergeetachtig en voortdurend alles kwijt.

004

Ik geef verdekt aanwijzingen. Niemand struikelt graag. We maken een foto, halen de telefoon voor de gastvrouw op en lopen de afdeling op van de dagbehandeling. Dat is wel even iets. Welke rol spelen we in dit decor. Hoe stap je op mensen af, die hier liggen voor een chemokuur. Bijna iedereen heeft begeleiding bij zich. Laten we beginnen met koffie, thee, ijswater of bouillon aan te bieden om het ijs te breken. We hebben ook nog de broodkaarten uit te delen. De stoelen zijn genummerd en naar het raam gericht. Iedereen heeft uitzicht naar buiten. Een vrouw zwaait ons toe. Ze blijkt de andere vrouw te kennen, doordat ze hier al vier jaar komt. ‘Ze is de droom van elke oncoloog’ zegt ze. Ze knikt triomfantelijk en straalt. Mijn begeleidster omhelst haar. ‘Fijn om je weer te zien’. Ze wil niets drinken en eten, dat geeft maar extra vermoeienis met naar het toilet moeten.  Dat is waar. Dergelijke details zijn ineens weer belangrijk.

Met de post in de hand kom je al gauw aan de praat. Ik zeg ‘groetjes’ bij het weggaan. Dat vindt mijn begeleidster minder gepast. Daar moet ik even over nadenken. ‘Beleefdheidsnormen’ volgens een heersende ethiek van deze of gene zijn nooit helemaal mijn ding geweest. Ik denk terug aan Klasse intern in het Academisch Ziekenhuis van Leiden. Daar heerste een stugge en stijve moraal. Maar als de hoofdzuster buiten beeld was, konden we menselijkheid inzetten. Gewone taal, grappen maken, lekkere snacks voor ze uit de kantine halen. Herkenbaar en laagdrempelig. Dat leverde veel op. Jezelf zijn is in een contact een groot goed. Ik besluit eerst de afdeling te leren kennen om dan pas over te gaan tot een meer genuanceerde aanpak. Elk mens heeft recht op een vertrouwd en herkenbaar beeld. Is dat haalbaar in een ochtend per week. We gaan het zien.

Ik schud vele handen en hoor alle namen, die met hetzelfde gemak weer doorschuiven. Ik vang nu al een paar keer een brede glimlach af, de ogen van een echtpaar stralen als ik ze de bouillon kan brengen voor manlief, die niet ziek is. Toch even wat hartigs. Heet water en koffie zijn hier altijd voorradig. Dan vinden de rituelen van de ochtend omgekeerd plaats, telefoon wegbrengen, omkleden en uitchecken en kunnen we gaan lunchen. We wisselen telefoonnummers uit. Ik bedank haar voor de begeleiding en ze is opgelucht. Ze had het spannend gevonden. Ik verzekerde haar dat ik volgende week graag weer met haar meeloop. Een dankbare arm om me heen en samen lopen we naar de parkeerplaats.

Coccothraustes coccothraustes 1 (Marek Szczepanek) (cropped).jpg

De appelvink is verdwenen. Een belletje. ‘Als je een geel lichtje ziet, moet je daar de pas tegenaan houden’. Dat had inderdaad een puzzel op zich geworden. Bij thuiskomst zie ik dat we die ochtend bijna vijf kilometer ofwel 6911 stappen rond hebben gewandeld.  Geestelijke verrijking en fysiovreugde. Twee vliegen in een klap.

Uncategorized

Met nieuw elan

Ze spreekt me aan bij de kassa voor de kleine boodschappen. Mmmmm, patchouli, altijd thuiskomen. Ze had een penseeltje in haar hoofd. Een klein aquarel penseel, minder uitbundig als de door mij gewoonlijke grote kwast, maar zo herkenbaar. Henna-rode haren. We spreken elkaar even en raken elkaar bij het afscheid aan aan arm en schouder. ‘Fijne avond’. Dat kan niet anders. Na zo’n ontmoeting. Ons kent ons.

009

Het telefoontje van het ziekenhuis. De goedkeuring en de afspraken. Ik mag een uniform afhalen en mijn parkeerpas. Het haar moet op zolder. Kwast is geen optie. Je weet niet wat de uitsteeksels doen. Ik koop een decente haaropsteker. Zuster Berkhout kijkt vanuit 1973 goedkeurend met me mee. Haha. Nooit gedacht, dat het op deze manier nog eens zou moeten. Vijf bijsluiters in de mail. De voorschriften voor eigen veiligheid en die van de patiënten. De arbeidsethiek van het ziekenhuis puntsgewijs op een rijtje. Ik mag later beginnen die eerste dag. Het popelt van binnen, dat gevoel om weer aan de slag te gaan.

100_5325100_5326

Het is druk die avond bij de cursus. Er zijn acht vrouwen en een man. Dat is voor het kleine atelier bijna een overmacht. Man is cursist maar nu het model, mooi en uitgesproken. Vrij gladde huid, zachte zilveren haren, de Indische trekken in de ogen en de jukbeenderen. Fijn, dat we die kans krijgen. Zoveel makkelijker dan het getuur in de spiegel. We tekenen. Het gaat met zuchten gepaard en de vraag om handvatten. Met wat aanwijzingen leer je anders kijken. Het is nog voorzichtig allemaal. Heel anders dan even in het vrije veld een snelle schets of op de bank van een foto af. Ik wil wel de kop maar ook het gevoel erin. Er spreekt zoveel karakter uit ons lijdend voorwerp. De houtskoolvingers houden dankbaar het glas vast van de verse thee. De vermoeidheid slaat toe en de kramp in de handen.

IMG_2126

Dat is niet zo verwonderlijk, want in de ochtend reden zoonlief en ik spoorslags naar de tuin. Daar waren de twee broers al aan het wrikken. De markeerpaal moest eruit, want straks moet de Bernagie er door. Dan neemt broer de kettingzaag ter hand. Helm op en geluiddempende oorbeschermers. Geen sinecure, dat karwei. Als een man van zweet en bloed laat hij de zaag brullen en gaat onverdroten door.

c24175a4-64a0-4ca6-93fb-ba63147ec83d

Twee bomen leggen het loodje, dan nog een halve dode en, en passant, knot hij ook de grote wilg bij de vijver. Wat een genot is dat. Het werkt zo snel. Waar moeten we  met al die takken naar toe. Knippen en vlechten. Zoonlief maakt een mooi en solide hek op de plek waar de vorige wilgentenen al half vergaan en ingestort waren. Paaltjes erin en vlechten maar.

IMG_2127

In een oogwenk brult de zaag de dikke stammen kort. Ik stapel ze op op een achteraf plek. Er begint schot in te komen. Broer meet uit en kijkt waar de stenen moeten om de steunen op te laten rusten van de hut. Verricht belangrijke hand en spandiensten en zorgt ervoor dat de stammetjes niet wegrollen onder de brullende zaag. De omgekeerde kruiwagens komen mooi van pas, als veredeld houtblok. Om half twee is de koek op en zijn we er klaar mee. Toch nog de restanten een beetje ruimen. Dat kan van de week nog verwerkt worden. Het krijgt steeds meer vorm.

Slaap bracht weer nieuwe energie. Het hoofd vlindert een beetje. Alsof ik jarig ben. Wat komt er op dit ongekende pad, dat voor me ligt. Ik kan eigenlijk niet wachten. Het ziekenhuis ook niet. Eerst maar de koffie en daarna onderdompelen in de ongekende mogelijkheden,  ontmoetingen, handelingen, maar vooral met nieuw elan.

Uncategorized

Met nieuwe energie

‘Ben je ook van de partij?’ Ik was nog maar net binnen en hoorde in de kleedkamer al, dat het circuit uitgelegd werd aan de andere fysio-gangers. De man met de enorme buik, de oude heer, de dame met de kruk en de goedlachse vrouw. Er was nog een plek over voor mij. Hoe zouden ze mij omschrijven. De zwarte juffer. Altijd in het zwart, wijd en makkelijk. Hijgen konden we alle vijf als de beste. Dat bleek wel na de eerste ronde. Tegen de muur aan zitten zonder bal voor twee minuten. En dat zonder warming-up. De dijspieren vonden het best, die waren toe aan een robbertje spierkracht.

138

De energie is er wel. Waarom sommige dubbele inspanning toch zoveel vergt terwijl het qua kracht minder kost. De jonge stagiair kon het goed uitleggen. Bij lopen en roeien adem je dieper door en dat zorgt ervoor dat het zuurstof in het bloed beter getransporteerd wordt. Daardoor is de saturatie hoger. Bij het door de knieën buigen en met de bal de grond net niet aan tikken, lever je een inspanning dat een aanslag doet op de ademhaling. Wat een logische verklaring. Ik weet het eigenlijk. Een avond zingen met de band opende letterlijk en figuurlijk alle registers. Aan het eind werd ik dan weer te moe op het laatst en nam de kwaliteit weer af.

“s Avonds zie ik bij Pauw drie rokers. Alle drie zijn ze ernstig ziek en toch kunnen ze niet van de sigaret af komen. Er wordt een pleidooi gehouden om de opname in een kliniek voor verslavingszorg te verkrijgen voor deze diehards. Ze hebben al diverse pogingen ondernomen en toch lukt het ze niet. Een wonderlijke tegenstrijdigheid vormen de tulbandhoofddoek van de vrouw met kanker en de nekstellage, bij de vrouw met de versleten wervels en de nekhernia’s en hun verhalen. Ik denk aan ons zootje ongeregeld in de kleine praktijk. Er zijn erbij die het, ondanks het gebrek aan lucht, niet kunnen laten.

nieuw werk

De meesten denken in beperkingen. Dat is jammer. Ik zeg altijd: Ik heb COPD. maar ik ben geen COPD. Dat schept mogelijkheden. Voor elke achteruitgang is weer een nieuwe oplossing te bedenken. De grootste boosdoener was het vrijwilligerswerk in de kringloopwinkel, waar ik 22 jaar lang de kledingzakken heb uitgezocht. Wolken stof, bedriegelijk onschuldig twinkelend goud oplichtend in de zonnestralen, hingen boven de tafel en er was geen ventilatiesysteem dat het afzoog. Ik had er nooit bij stil gestaan. Ook niet bij de indringende geur die de hardboard bodem met de gaatjes verstrekte van het geïmproviseerde bed of de lucht die door het open raam naar binnen kwam aan de drukke weg. De hoogste fijnstofmeting van de stad.

047

Nooit bij stil gestaan dat bezigheden wel eens echt ongezond zouden zijn. Hoe was dat vroeger bij mijn ooms, die met hun steenhouwerslongen allemaal niet oud geworden zijn. Die kenden de risico’s van het vak eigenlijk wel, maar er moest brood op de plank en zoete broodjes werden niet gebakken. Dus schaafden en schuurden ze hun eigen longen naar het spreekwoordelijke grootje, terwijl de grafzerken onder hun handen vandaan gleden. Als je alles van te voren had geweten…’As is verbrande turf’, hoor ik het verleden mompelen en zo is het maar net. De kaarten zijn geschud en dit is wat het is. Het is de kunst om het leed om te buigen naar vermogen, de keerzijde van de gedachte.

Het circuit gaat door. Ik rol over de grote bal mijn rug recht en kom weer terug in zit. Een oefening met pit. Op de lopende band stap ik stevig door, terwijl de gedachten in een zelfde vaart mee blijven rollen. ‘Zolang er te denken valt, is er hoop’  Met nieuwe energie stap ik van de band.

Uncategorized

Dan mag Langpoot wel uitkijken

063

Er zit een glazenwasser tegen het raam geplakt. Hij houdt zijn zes poten languit gestrekt. Zoals een mens op apegapen kan liggen. Hij brengt me terug in de tijd. Naar de dahliatuin van Oma die in de Meloenstraat, achter het kleine huis, een bloemenzee  had staan. Glazenwassers horen voor mij bij de oorwurmen, de pissebedden en de ronkende libellen. De wereld boven de Dahlia’s was bevolkt met nog veel meer leven en droeg de sfeer van de geheime tuin. Zo stapte je vanzelf over de angst voor het gewriemel heen. Glazenwassers poetsten de ramen schoon en waren derhalve nuttig. De boldahlia’s plukten we niet, daar zaten de oorwurmen in, en als ze eruit kropen, zochten ze  je oren op.

017-4.jpg

Het was feest op de tuin, gisteren. De jaarlijkse stekjesmarkt werd georganiseerd. Weinig stekjes, veel vraag naar werkgroepmensen. Toen ik om een uur arriveerde, was er al volop bedrijvigheid. De witte tent stond uitnodigend klaar. Het diende slechts om eventuele regenbuien op te vangen. Zes schragen met drie oude planken en de tafels stonden. Een tafel was voor de workshop ‘Bloemzaadbommetjes; maken. Schepje compost, schepje gedroogde en verkruimelde klei, snufje bloemenzaad, snufje chilipoeder, twee theelepels water erbij en mengen maar. Er was een jongetje bij die met afgrijzen ontdekte, dat zijn handen vies werden. Hij draaide gehoorzaam het balletje en wist toen niet hoe snel hij de handen schoon moest maken. ‘Veeg ze af aan het gras’, gaf ik hem mee als goede tip, waarop zijn ogen met nog grotere ontzetting naar me keken. Hij hield het bij dat ene bolletje en liet het liggen waar het lag.

016

De chilipoeder, goed voor een aantal grappen en grollen over het kweken van chilihoning en angry birds, bleek er bij te moeten om vogels af te schrikken. De workshop met een kind of zeven was een groot succes, mede door één van de kleine krielkippen, die al kwetterend het halve zaadbakje aan het verwerken was. Opa mocht niet weg van de kleine dwingeland. Hij moest naast haar blijven staan. Ze stopte er ook nog wat vers paardenbloemenpluis in, toen hij even niet keek.  Ik verkneukelde me al om Opa’s verbazing als de bloemen op zouden komen.

046

De vrouwen hadden de heerlijkste baksels bij zich, stonden bij de tafels te kletsen en de mannen dronken hun sterke thee en koffie en bespraken de wereldproblemen met gewichtige gezichten. Rond vieren trok ieder naar de eigen tuin of stapte op. Nog even met vele handen de boel klaren en al snel lag het veldje voor de schuur er weer bij alsof er nooit wat gebeurd was. Niemand kon me vertellen hoe de prachtige plant voor de schuur, die trots en fier haar bloementooi droeg, heette. Ze was helder wit en zacht geurend. De FB vrienden konden het al gauw vertellen. Het bleek de mierikswortel te zijn, via snapshot opgezocht. Een vraagbaak met ongekende mogelijkheden.

Het was in alle eenvoud weer een uiterst geslaagde middag. Met de foto’s, tussen de bedrijven door genomen, kwamen de gemiste momenten voorbij en viel vooral de gemeenschapszin op. Dat kleine stukje land, grenzeloos in de meest letterlijke zin van het woord, de spreekwoordelijke smeltkroes, waar je altijd en onvervaard jezelf mag zijn.

064

De glazenwasser heeft nog geen poot verzet. Ligt ze toch languit te luieren. De hemel kleurt zacht oranje achter het filigrein van de boom. Het is wachten op de gierzwaluwen. Dan mag Langpoot wel uitkijken.

Uncategorized

Een rijkdom van onschatbare waarde

Jut de hut is af. Zowel vanbuiten als vanbinnen is het een juweeltje van een tuinhuis geworden, maar daarmee is ze haar naam ontstegen Ze is veel te chique voor Jut en is haar pensioenleeftijd te boven. Ze kan weer jaren mee. ‘De Bernagie’, het prachtige blauwe komkommerkruid, dat vanaf dag één spontaan in de tuin stond en mijn naam herbergt, past haar beter. Het is een lovende naam voor een atelier, beloftevol en fraai.

007

Straks in een oase van groen en bloemen komt ze nog meer tot haar recht. Ik kom op internet bij ‘Mens en gezondheid.nl ‘ het volgende tegen: ‘In de Romeinse tijd zei men van bernagie dat het de melancholie verdreef zelfs wanneer het op de grond werd gestrooid. ‘lila ego borago gaudi semper ago’, of zoals dat in de zestiende eeuw werd gezegd: ‘ick die men noemt bernagie, gheef ’t hert altijdt coragie’. Johan van Beverwijck haalde dit ook aan in zijn werk en schreef: ‘en verweckt Blijschap des herten’. ‘Bernagye ende Buglosse (ossetong) zijn goet voor de gene, die Flauw werden, verheugen de Swaarmoedige, en verquicken die uyt een langdurige sieckten komen’.

borageBernagie of borage

In het begin heeft de tuin er vol mee gestaan, maar de plant wandelt. Ze is de tuin uitgewandeld en soms komt ze een jaartje terug. Ook haar vriendin Nachtschade is verdwenen. Beide planten hebben prachtige kleine bloemen. Met de door neef afgegraven compostberg is er weer voldoende voeding voor een nieuwe poging. In een tuin waar atelier De Bernagie staat, mag ze niet ontbreken. En omdat ze onafscheidelijk waren, mag Nicandra er ook weer in.

‘Het helpt tegen depressie en geeft de burger moed’ is de boodschap die ik uit de Middelnederlandse aanduiding filter. De tuin kent dezelfde eigenschappen. Als ik daar ben, verdwijnt de hectiek. Tuin is thuis in de juiste zin van het woord.  Beetje schoffelen, beetje wieden en genieten van wat ze voortbrengt aan schoonheid en levende have. Daar worden gedachten naar oplossingen geleid door de rust en de stilte. Buiten schilderen is heerlijk. Misschien dat ik me zo toch kan voorbereiden op de lessen over Floris Verster. Geen stillevens, maar bloemen zoals ze hun weg vinden in de tuin, evenals de vogels, niet de dode, maar de levenden.

065Detail: Floris Verster

Toch zit er een tegenstrijdigheid in. Als ik naar de enorme tulpen-in-vaas-schilderijen van mijn wolkenvrouw kijk, dan spat de vreugde er van af. De dode vogels van Verster raken me diep, maar misschien eerder omdat dood in die schilderijen zo oneindig meer onbereikbaar lijkt te zijn. Grote bewondering heb ik voor Michaël Borremans. Daar zou ik ook graag eens mee willen stoeien. Ook daarin komen twee hulpeloze, erg dode mussen in voor. Zijn afbeeldingen hebben een surreële werkelijkheid, die je aan het denken zet. Evenals Jennifer Balkan, die het serieuze van de Kunst afschuurt door een kwinkslag aan haar onderwerpen toe te voegen, waardoor er een andere dimensie ontstaat, die uitnodigt tot overpeinzen. Zo te schilderen. Ik zou me willen laten leiden door emotie.  Ze mag het penseel overnemen, zoals ze de pen voert.

002.JPGDe Bernagie

Dat twijfel en aarzeling erbij hoort, weet ik. Het is goed. De wegen, die een mens bewandelt, leiden naar een punt en daar, precies op dat punt, wil ik zijn. Daar kan ik naar verlangen. Alles wat tot nu toe op mijn pad is gekomen te leiden naar een eigen handtekening, een eigen stijl. Mijn eigen woorden en gedachten vorm geven op het doek, in een boek. Het blijft een stil verlangen, maar nu ik ze op papier zet, misschien ook een nieuwe werkelijkheid. Derhalve zal ik door blijven gaan met lessen en kaders, ook al zie ik er soms als een berg tegen op. Die is dan om geslecht te worden. Wie weet wat dat zal brengen. Straks heb ik in het atelier zelf weer volledige vrijheid en regie, waardoor elders de kaders dragelijker worden. Een rijkdom van onschatbare waarde.