Uncategorized

Een berg te slechten

Ik droomde van bergen, zilver, metaal? Ze hadden in ieder geval de vorm van de berg kleding waar een Venus van Milo voor staat, die gisteren voorbij was gekomen vanuit het Mocomuseum. Het brengt me terug in de tijd dat ik de ongekroonde koningin van de tweedehands kleding was.

43357481_1981023625320574_7183067359897526363_n

Gisteren zag ik bij vijf uur live een info met Jennifer Hofman over haar programma ‘Genaaid’, dat gaat over misstanden in de kledingindustrie. De bedoeling erachter is om jonge mensen zich bewust te laten worden, dat kleding meer is dan een wegwerpartikel. Een groep jonge modeontwerpers werd meegenomen naar Myanmar om daar in de katoenplukkerij, de leerlooierij en de ververij aan het werk te gaan. ‘Mensonterend’, vertelde een van hen en de stank was niet te harden in de leerlooierij, waar ook nog hele gezinnen boven woonden. In die vreselijke combinatie van Chemische middelen en dode huid. Natuurlijk is het plaatje niet compleet zonder die doordringende alles verstikkende geur, maar bij de beelden van de huiden, de insecten, het schaarse licht en de van  zweet glanzende lijven, die duidelijk aangaven hoe zwaar het was, was het niet moeilijk voor te stellen.

scannen0678

Eigenlijk waren wij al heel lang bezig met duurzaamheid door het vrijwilligerswerk in de kringloopwinkel. Het was hard werken, maar peanuts vergeleken bij dat echte werk van de productie van kleding. Wel was het een stoffige bedoening en met de kennis van nu en mijn aangedane longen zou ik iedere kringloper willen wijzen op de noodzaak van goede ventilatie. Als de kleding binnen kwam in de grijze vuilniszakken, schudde ik die leeg boven een tafel en zocht uit op winkel, derde wereld en vodden. Soms stond het grijs van het stof. In die mist werkte ik. De uitdaging was iedere dag een lege tafel te halen. Rekken vol, containers leeg, alles uitgesorteerd. Het was voldoende om de grote hoeveelheid energie kwijt te kunnen. Bovendien zette het de fantasie op scherp.

scannen0676

Een koffer met hakkeschoenen, damesschoenmaat 45, Chinese jasjes gevoerd met zijde uit een ver verleden brachten verhalen van travestie of die van een verfijnde bohemien,  een oude koloniaal. Het Nederlands Indië van lang geleden en ik kon de gamelan horen. Wonderlijke hoeden kwamen langs en hele partijen ongedragen kleding, die te goed waren om zo maar weg te doen. Het hele leven verpakt in een plastic zak. Aan elk kledingstuk kleeft een verhaal en ik verzon ze allemaal. Wat daar binnen kwam, had ik op moeten schrijven, realiseer ik me. Het is vervaagd, maar in de kringloopwinkels van tegenwoordig herken ik dezelfde sfeer. Nog steeds ontdek ik geen ventilatiesystemen. Arbeidsomstandigheden, die allang aangepast hadden moeten worden. Men heeft geen idee wat het kan veroorzaken.

Het grote gemak waarmee tegenwoordig gekocht wordt, enkel kopen om de behoefte te bevredigen, is opmerkelijk. De vrouw die aan het woord is, vertelt hoe in de kast de kledingstukken met de prijskaart er nog aan hangen. Wordt bewust van wat je hebt, is de boodschap. Ontlast je kast. Het is meer dan voldoende, er hoeft echt niets meer bij. Bekijk wat je er mee kan, combineer, selecteer en geef weg wat niet meer nodig is, organiseer een ruilbeurs met vriendinnen. Tweedehandskleding is niet weg te sluizen, zoveel komt er binnen.

Mijn verstofte longen weten er het fijne van. Het is de hoogste tijd voor het kritische consumeren. Niet de hoeveelheid telt, maar duurzaamheid en dat, wat al bestaat. Alle beetjes helpen. Er valt nog een berg te slechten.

Uncategorized

Blinkender dan het licht

Pluis heeft haar nachtelijke pet op. Ze wil spelen. Ik vermoed dat het aandachttrekkerij is om het bakje met eten gevuld te krijgen beneden. Ze kijkt me waaks en ondeugend aan. Vanmorgen was er een filmpje op de telefoon van een van de dochters. een aandoenlijke film van vader, moeder en kind, die om een feestelijk mooi rond wit taartje zaten. De telefoon op opname. Dochter sneed de taart aan. De spanning was voelbaar, verwachtingsvol keken drie paar ogen naar het doorsnijden van de romige substantie. Het eerste stuk werd omhoog gehengeld en bij het zien van de binnenkant wisten ze wat er te verwachten viel over een aantal maanden. Ik verklap het nog niet. Wat kan men een gegeven toch spannend verkopen met een beetje fantasie.

Dat er een wereld aan dergelijke trucjes waren in deze tijd was totaal aan me voorbij gegaan. Piñata’s, ballonnen, alles was mogelijk om het geluk kenbaar te maken. Als je er niet mee bezig bent, dan is het een ver-van-je-bed show, of je moet er per ongeluk tegen aan lopen.

Ik ging terug naar mijn eigen verwachtingsvolle staat. Het buikkie, bij de eerste niet eens een echo, ook al lag ze in stuit, bij de twee en drie echo’s zonder te weten waar het op uit zou draaien en daarna, toen er wel een mogelijkheid was om het voortijds te weten, wilde ik de spanning ouderwets bewaren tot aan het einde. Het feit dat ik een tweeling droeg werd pas in de 26ste week bekend. In de overtuiging een meidengezin te krijgen had ik nog maar weer eens twee meisjes en geen jongensnamen. Haha, die waren snel verzonnen toen het cadeau wat anders uitpakte.

We hadden het over babyvoeding en de fruithap. Ik wist zeker dat we daarmee begonnen zodra de eerste tandjes zich aandienden. Vierde maand of zo. Dochters vonden dat wel erg vroeg. Tegelijkertijd overviel me mijn eigen stelligheid. Ik wist dat het zo was, maar zij mochten er aan twijfelen. Toch verkondigde ik niets geks. Zo vluchtig denderen de verscheidene gewoonten door de jaren heen voorbij. Voor mensen  van nu moet het ondenkbaar zijn,  dat wij de baby op alle manieren in de wieg legden. Er zijn nu strikte voorschriften, die ik in mijn tijd al zag veranderen van elke houding, naar zijligging en buikligging. Zo kabbelt het voort en iedere keer verzinnen ze er weer wat bij. Borstvoeding was er altijd, hoe deed men dat in de hongerwinter, als de voeding voor de moeder niet toereikend meer was, tot welke oplossingen ging men over. Boeiende materie.

M. Vasalis

Het is al lang geleden en toch staat het als hoogtepunt in het geheugen gegrift. Hoe ik me voelde, angstig voor het ongewisse en verwachtingsvol tegelijkertijd. Elke bevalling was totaal anders. Het oude Antonius, de hoge witte gangen, het bedompte kamertje en mijn zwarte tuinaarde voeten, waar ik de hele dag in aan het wroeten was geweest, in de stijgbeugels. Het norse hoofd van de gynaecoloog er bovenuit, het grote wonder en het eindeloze nabibberen, een hele nacht lang. Het oude Isselwaerde met persoonlijke aandacht en respect voor de manier waarop het in zijn werk ging. Wel infuus, geen infuus, gewoon, bikkelen en weer naar huis. Bij de tweeling De bundel van Vasalis onder de arm en een fles wijn voor de gynaecoloog, die alleraardigste man met zijn humor en attente zorg.

Kind in het licht

Licht in de witte gordijnen
licht-wieren langs de muur
licht-stranden aan het plafond.
En nog blinkender dan het licht
het klein benieuwd gezicht
de ogen poeltjes blauw vuur…
Witte vingertjes verschijnen,
haken gretig uit de zon
onzichtbare zó dunne haren
van het paard van Phaëton.

Vasalis

De laatste bevalling zoals een hekkensluiter hoort te gaan. geroutineerd en zorgeloos in een modern en nieuw Antonius en in mijn hoofd het verschil tussen toen en nu. Zelfs in een mensenleven aan bevallingen is de verandering al mijl op zeven.

We gaan de taart vieren en het cadeau dat nu nog goed verpakt zit. Ondanks het weten al spannend genoeg. Blinkender dan het licht…

Uncategorized

Aan de slag

Het was een dag van veel informatie op verscheidene gronden. Een mail, een gezamenlijke activiteit en een telefoontje. Stemmen van het verleden, berichten die raakten. Omdat ik lang niet meer aan de desbetreffende personen had gedacht en omdat hun leven kennelijk zo totaal anders verliep of verlopen was dan het mijne.

Bijzondere verstilling in de mail. Een reis door de tijd. Een van de vrienden van vroeger had, na een redelijk gelukkig leven een hersentumor gekregen en was al een paar jaar geleden overleden. Hij was niet veel ouder dan ik.  Hoe vang je het doodsvonnis op en hoe pas je het in als je nog ten volle kan functioneren. Met in het vooruitzicht een onomkeerbaar functieverlies en een definitieve lijdensweg als te bewandelen levenspad. Er stond niet bij hoe deze vriend zijn lot heeft aanvaard. Kies je in dergelijke omstandigheden voor euthanasie of niet. Wordt er een pact gesloten met het thuisfront, zijn vrouw en een zoon, die geestelijk in zijn eigen wereld leefde. Vooral dat zal een zware afweging zijn geweest. In de periode dat ik op Neurochirurgie werkte had ik als stokpaardje die ondoorgrondelijke hersenen van ons en de medische wetenschap die stappen en stapjes in de ontwikkelingen maakte. Als er een wetenschapper in mij school, dan was het op het gebied van het neurowetenschappelijk onderzoek geweest. Daar lag een deel van mijn fascinatie.

Het is anders gelopen en het heeft zo moeten zijn dat ik binnen het Jenaplan onderwijs zo duidelijk mijn weg en stuwende kracht heb mogen vinden. Zo gaat het nu eenmaal. We wandelen verder, verliezen en ontmoeten en soms komt een vroeger leven weer op je pad, een stuk gedeeld leven, hoe bijzonder is dat. Vanuit mijn herinnering diep ik het vertrouwde gezicht van de vriend van weleer, die weer vervaagt in een vlaag van weemoed.

Het telefoontje verhaalt een en ander over een andere goede oude vriend, wiens stem door de telefoon nog zo krachtig en vitaal klinkt en in niets laat weten dat het lijf staat te wankelen op de benen en steun nodig heeft om te staan. De grappen en complimenten stapelen zich op in hoog tempo terwijl de ware aard van het beestje diep verborgen blijft onder de zo optimistische woordenstroom. Het belletje is alarmerend en vertelt een ander verhaal. Het is tijd om met de dikke truien van zoonlief langs te gaan, een goede reden om binnengelaten te worden en de situatie in ogenschouw te kunnen nemen om het op de juiste waarde te schatten. Ik ben blij met de modieuze lange truien, hippe oude vogel wordt het daardoor in plaats van de aanduiding ‘vogelverschrikker’ die ook in het gesprek langs kwam en diepe sporen trekt.

0152.jpg Jut en      061Juul

Er was daar ook nog de lieve oude Jut, waarvoor ik een afspraak had gemaakt om samen met de kinderen, zwager, broer haar rimpelige voorkomen een make-over te geven en de oneffenheden glad te strijken. waar het bij deze Juul oppopt in hoge mate, verdwijnen ze daar, door het eindeloze schuren en schaven onder de hitte van een goede föhn, als sneeuw voor de zon. Nou…Er moet wel behoorlijk geschaafd worden en we zijn met vier man/vrouw dagdelen in tel. De armen worden geteisterd alsof een vroeg invallende ouderdom is ingetreden.

037

Er zijn spieren bij waar dochterlief nog nooit het bestaan van heeft geweten. Een work-out pur sang. Ze zien er uit als aliens, met koptelefoon en snoetje. Met dezelfde gegevens haal ik de stickers van de keet, maar moet de rest alweer overgeven aan de jonkies. Ach ja. Broer werkt mee, zwager zorgt voor de overdekte schuur en het broodnodige luxe gereedschap, een steigertje en ik zorg voor het kind en samen met de gastvrouw voor een ouderwetse lunch, met ouderwetse groentensoep met ballen en verse broodjes en beleg.

031

De dag rommelt ten einde. Vandaag is er plaats voor contemplatie en een voorbereiding op de vertelling die vriendin en ik op de avond van vrouw Sprokkelhorst zullen gaan doen. Er moeten schimmen getekend worden en het verhaal herschreven. Morgen worden alle stappen aan elkaar gebreid. Het gaat goed komen, maar vooralsnog…Aan de slag.

Uncategorized

Ochtendhectiek

De voorgeschotelde kost heeft me de laatste twee dagen voortreffelijk gesmaakt. Ik werkte dan ook in het leukste restaurant van Nederland. Kindvriendelijk, spannende gerechten, gastvrij. Er konden wel honderdelf gasten tegelijk komen. Gasten, nou…gastjes. OP het podium twee mensen en toch waren er twee koks, een ober, een jongetje, een koning met een vergiet als kroon en een stamper als scepter, een kroonpoetser, een scepterdrager, het volk en de reus. Ze serveerden smakelijke sprookjes met een gruwelijke ondertoon.

Ik heb twee dagen als publieksbegeleider genoten van mijn nieuwe baan. Wat een super gelegenheid om te observeren hoe betrokkenheid werkt, hoe kinderen wisselend in hun enthousiasme reageren en  meegemaakt hoe genieten verpakt kan zijn, maar allemaal met glanzende ogen, rode konen, de open monden bij een spannende scène.

Het was vroeg dag, beide keren. Nog voor achten spoedde ik het huis uit en liet me tomtommiaans door de drukke ochtendspits leiden. Dat was lang geleden. Het was twee dorpen verder, dus goed te doen, maar toch. Het kleine stuk snelweg was al voldoende om te weten, hoe  spitsroeden rijden was. Op de eerste dag  hoorde de gymzaal niet bij de school. De planning was dan ook niet helemaal goed verlopen. Een clubje ouderen kreeg gymles. De acteurs hadden een hoek gekozen van de grote zaal om op te bouwen en de bijna even oude gymjuf als haar doelgroep had zich teruggetrokken op de andere helft van de zaal. Flexibiliteit is een zegen.

theater smakelijke sprookjes

Wij zaten op een bankje te wachten tot ze klaar zouden zijn. Ook hier was er sprake van glimmende ogen en rode konen, doorgaans werden de vertragingen en de slow motion in liefde aanvaard. Er was een man bij die, in zijn ongedurigheid, trachtte de doofheid te doorbreken van de vrouw die de bal moest vangen. Hard, harder, schreeuwend. De hoge muren schroefden  het geluid op tot  een grote kluwen aan decibellen. Een beetje hardhorende kon er geen chocola van maken.

Anderen werden joliger onder de blikken van dit onverwachtse publiek en maakten speelse en ook trotse opmerkingen over de vorderingen, kwinkslagen over hun elastieken jeugdigheid in de oude botten. Eigenlijk werd er ter plekke nog een theaterstuk opgevoerd. Een stuk uit het geheime dagboek van Hendrik Groen. Het wachten op het einde van de les en te weten dat er buiten honderdelf kinderen aan het wachten waren, vormden een spagaat in de totaalbeleving. De kleren moesten nog aan en dat ging met een zelfde gemoedelijkheid maar zeker niet sneller. Daarna konden de groepen, vier in totaal, naar binnen. Jassen uit, schoenen en vol verwachting en rumoer gaan zitten.

Het was een meespeeltheater. De kinderen speelden het volk en de reus en deden dat met de grootste overtuiging. Ze keken  en lachten, ze schaterden en schrokken, ze voerden de bewegingen van het volk(wie weet er …)feilloos uit. Ze genoten stuk voor stuk van de kleine ondeugende kwinkslagen:’Wat zeg je, heeft ie in zijn neus gezeten…?’ Lachsalvo’s te over. Ze mochten ‘Hoezee’ roepen en  brood snijden. Er viel genoeg te doen en er was een vers van de reus, dat ze ter plekke aangeleerd kregen.

Een theaterstuk dat na de vierde keer nog niet verveelt, bevat de juiste ingrediënten . Snelheid, spanning, humor, afleiding en duidelijke kaders. Ik vond het fijn te horen dat ouders als plezierig werden ervaren, omdat dan de bovenlaag van het stuk, de vileine grappen, aankwamen, waardoor je ze nog extra kon aanzetten en opvoeren. Heerlijk om te doen. Terug naar huis reed ik in het zonnigste herfstlicht, dat je maar bedenken kon en kleurden de bomen goud. Mijn hart zong mee. De juiste persoon op de juiste plek. Ik was een bevoorrecht mens. Nu nog even wennen aan de ochtendhectiek.

Uncategorized

Ik voel het

Het verhaal van de kleine Alice, die tuimelend een vreemde wereld binnenviel en daar een aantal wonderlijke ontmoetingen had, bevreemdend, soms beangstigend, soms verrijkend, stemt ondanks alles wat er aan verwarring en opschudding ontstaat, tot nadenken. Of juist wel dankzij dat. De dialogen met de Marche Hare(de Maartse Haas), The White Rabbit(het witte konijn) The dormouse(de zevenslaper) en The Mad Hatter( de hoedenmaker), de hertogin en de rups, the Cheshire Cat en de Hartenkoningin trekken je de wereld in van zekere onzekerheid. ‘Niets is wat het lijkt’ ten voeten uit. Soms ervaar je dat helder en dan weer mistig en vervormend, net als in het echte leven alle zekerheden onder uit kunnen glijden, waardoor je het gevoel hebt, op de schopstoel terecht te zijn gekomen.

Alice par John Tenniel 25.png

Alles wat van waarde leek, staat te trillen op haar grondvesten. Met de hartenkoningin worden je kaarten geschud. Ben je je eigen witte rozen aan het rood verven dan weet je dat het tijd is voor een goed gesprek. Elk leven heeft recht op haar eigen bestaan, daar komt geen likje verf aan te pas. Schoonheid zit van binnen en voedt zich niet met een ander voorkomen.

Ooit, lang geleden, in mijn eigen wankele periode, waar door de overgang, hormonen, de buitenwereld, mijn gedachten zich op het Alice-pad begaven en met haar de diepte in doken, waren de boeken van Lewis Caroll, van Arnold Lobel met kikker en pad, van uil en sprinkhaan, maar ook de boeken van Toon Tellegen, Pooh Bear en zelfs de humoristische verhalen van Annie M.G. als in het schaap Veronica de juiste graadmeters. Door hun verhalen te lezen, ogenschijnlijk lichtvoetig, vertederend ook, maar met onmiskenbare vingerwijzingen naar het eigen bestaan, ontwarde de knoop zich draad voor draad.

Alexander hakt de gordiaanse knoop door, Jean Simon Berthélemy (1743–1811)

Een gordiaanse knoop van gedachten, gevoelens, vooruit, hormonen misschien. De mythe van deze knoop houdt een belofte in. ‘Wie haar ontwart, zal heerser over heel Azië worden’. Met mijn geestelijke knoop vertaalde ik het naar ‘wie haar ontwart, zal zichzelf weer vinden’. Als je de hoedenmaker en de maartse Haas toe kan laten in het leven, de Iejoor in jezelf, de relativiteitstheorieën van Poeh, de vragen van de Kleine Prins, dan ben je al een eind op weg. Kinderliteratuur die in schijnbare luchtigheid zichzelf meer overstijgt dan menig ander boek.

De projecten uit die dagen, die we schreven om met de kinderen de diepte in te gaan, waren met regelmaat een vertaalslag naar het gewone leven. De symboliek nodigde meer dan eens uit tot een goed filosofisch gesprek over de betrekkelijkheid van tijd en daarmee over de waarde, die je eraan moest hechten. Het kwam door mijn eigen ervaringen op dat gebied, mijn voorliefde voor deze diepgravende verhalen die zo tot, letterlijk, de verbeelding spraken. Toen de kleine eendagsvlieg zich in een theater openbaarde, was het mijn eendagsvlieg geworden, maar ook de wereld als eendagsvlieg. De mensheid niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat, het belang van het individu volkomen ondergeschikt aan het mondiale en vice versa,  van het grootste belang in haar omgeving. Een deel van het geheel én omkeerbaar.  Pars pro toto en toto pro partum.

Eendagsvlieg-jeugdtheater-1.jpg

Dat schoot vanmorgen door mijn hoofd toen ik de verkorte versie van een optelsom hoorde. Daar waar hulpvaardigheid verantwoordelijkheid impliceert. We zijn allemaal onze eigen kleine Alices met mogelijkheden, maar niet meer dan dat. The White Rabbit is verantwoordelijk voor zijn eigen indeling van de tijd, zijn haast heeft niets te maken met het tijdspad van de kleine Alice. Ze kan hem wel helpen, maar alleen als hij haar toelaat. Anders wordt het vechten tegen de bierkaai en daarmee een schrapen en schranzen aan de eigen energie, die eindig is. Of het nu door de Overgang, hormonen of de buitenwereld komt. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ oreerde men vroeger, dat tweeërlei op te vatten was. Het bruist en het borrelt. Een nieuw verhaal in alle opzichten…Ik voel het.

 

 

Uncategorized

Onslaap

Geen volle maan, geen heftige dag. Ik probeer de onslaap te vermijden, maar ze jaagt de adrenaline door het bloed. Onrustig draai ik van de ene op de andere zij. Dan maar wakker zijn en schrijven, om daarna misschien in een diepe slaap te vallen. Waarschijnlijk is het grijze verleden debet aan de warrige slaapbehoefte. Jarenlange trouwe nachtdienst, zeven nachten op en zeven nachten af, waren goed voor hazenslaapjes op de dag. Elf uur erin en om vijf uur er weer uit of vroeger nog als dag met meer dan genoeg wapengekletter de buren naar hun kamer liet gaan of het huis doordrenkt was van de peen en uien op het gezamenlijke fornuis.

Later waren de kinderen helemaal een proeve van waakzaamheid en tot ver in hun ontdekkingstocht hanenwaakte ik de nachten door. Schapen tellen bij het slaan van een verdwaalde klok bij de buren. In het stille huis eiste ze haar recht op van bestaan. Ik telde de slagen en soms de vleermuizen, de verdwaalde brommers en de aangeschoten stemmen van de fietsers, de lichte plekken in het zwarte struweel, het bonkende bassen van een auto.

IMG_9585

In deze nadagen van vrijwillige gevulde tijd zou ik droomloos moeten wegzakken. Nauwelijks verantwoordelijkheid meer voor het kind, dat nooit uit gaat en niet dronken wordt, maar noeste arbeid verricht achter zijn PC. Er spoken nog wat losse dagflarden door het hoofd.

De Magische Middeleeuwen met name die we op een geheel eigen wijze, soms ronduit eigenwijs, trachten te doorgronden. Wat een moeizame materie en een spitsroeden lopen om niet het gevoel te hebben te verzanden in het inkleuren. Ik verzin een kosmos, die de middeleeuwers zelf nooit zo hebben aanschouwd, maar bedenken konden in het pact met de duivel van Faust.  Het is een kleurrijk geheel en geeft me de vrijheid van de omlijnde vormen af te wijken. Met vrije hand en verve staan de eerste streken op het doek om na een uur vast te lopen in een moddderpoel van blauw en cerise. ‘Geduld, veel meer geduld en kalmer’ kermt het doek, maar ik wil los en op volle stoom. Met moeite wrijf ik een hoek weer schoon met doek en verzorg de penselen. Straks, later, volgende week meer. Nu eerst even rusten, het doek en ik.

IMG_9583

Een ander ontdekt het blauwste blauw, het Yves Klein Blue, ultramarijn in de meest zuivere vorm, door een aantal lagen aan te brengen en te combineren met de juiste kleuren, oker en cadmium rood. Haar paradijsvogel is er bijna klaar voor om uit te vliegen. Het draait om symbolen, ornamenten, religie en de fabel, maar zo anders dan bijvoorbeeld de zwierige symboliek van Chagall. Daar zweefden mijn figuren als vanzelf boven het landschap uit.

Toch steken we er veel van op, weten waar de grens ligt voor ieder van ons, waar creativiteit een eigen draai kan geven, wat voor beeldvormers we zijn. Het legt precies de vinger op de knoop van waarde. We nemen het mee en ik peins erover terwijl de schapen daardoor moeilijker te tellen zijn. ‘Wie het negatieve weert, leert nooit zichzelf kennen’ besluit ik in een wijsgerig ogenblik. En: ‘Wie niet stopt met denken zal nooit de slaap vatten’. Waarvan akte.

Als ik mijn ogen dicht doe, grimast er een glimlach om mijn mond.

 

Uncategorized

Het leven lacht

Om vijf uur hoor ik gestommel op de trap. Zoonlief moet er vandoor. De nacht hult zich nog in het zwartste zwart. Ik was, na the Half Blood Prince van gisteren weer Potteriaans aan het dromen. Ik kon verdwijnen in een hoop zand op de grond en kwam daarbij in een andere wereld. Daar dwaal ik rond langs onmetelijke wanden en strooi ik op Cruesli lijkende bessen en granen in een bruine drab. Er worden fluisterende bezweringen bij gelispeld. De vrouw kijkt toe, terwijl ik peins over haar aanwezigheid, die ik niet opgemerkt had. De schildercursus vanavond gaat over de aarde en de kosmos ten tijde van de magische middeleeuwen, maar daar vertoefde ik helaas niet in de droom. Wel werd ik wakker met een foto op mijn netvlies, die er voor kan dienen.

003Andere achtergrond, banket of kabinet en klaar.

Ik sta op het pad langs mijn tuin en heb een frivool hoedje op van een stuk groen tuin-net, die je normaliter over de bessen trekt. Ik kijk er als een diva bij. De titel van de foto is ‘Tuindrama’. De vlag dekt de lading. Hoe zal ik het eens middeleeuws vormen. Misschien met de aardse aquarelletjes uit de losse pols van gisteren. Of voor een kabinet met peer. Die opdrachten schetste ik als opwarmer gisteravond in opdracht van een online schildercursus van Anita Lehman op de site van Carla Sonheim met de intrigerende titel Translating Landscape. Ze geeft alvast een voorproefje van de zes opdrachten. De cursus start vandaag.

022.JPGDe een na laatste opdracht.

Het liefst zijn ze getekend met de minst prominente hand. Links in mijn geval. Bibberlijnen in snelle composities met zwart viltstift of grafiet. Prachtige kleuren geeft het grafiet met water, bleekblauw, nachtzwart en grijstinten.

013.JPG

Een andere opdracht is (bibber)peren. Die zijn ook gaaf. Ik doe maar wat. Het is half donker, maar dan teken je nog meer vanuit de losse pols. De volgende visie wordt onderschreven:  ‘Anita believes that the landscape is a gentle way of exploring the elements that are integral to making meaningful work: line, value, color, shape, edges, composition. She also believes that drawing connects us to our experience with an intimacy not otherwise possible. The joyful and fun exercises in this six-lesson class will include experimental mark making, design studies, grid paintings — all working up to larger paintings.’ Betekenisvol werk in lijn, waarde, kleur, vorm, randen en compositie. Dat lijkt me een nobel streven. Ik ben te hard van stapel gelopen en vandaag neem ik de tijd om bij de eerste opdracht te beginnen. Heerlijk.

Het vangt mijn dolende geest. Ik heb een verbinding nodig, een zielsverwantschap. Daar gaat de inspiratie door stromen.  Inspiratie haal ik overal vandaan. Vorige week kreeg ik een meevaller te horen die van belang is voor het vormen en fantaseren.

Ik was deelgenoot van de klankbordgroep en begin dit jaar begrijpelijkerwijs met pensioen gestuurd. Het was een waardevolle tijd. Theaterstukken bekijken en beoordelen op geschiktheid voor scholen. Vorige week kreeg ik het verzoek nog een jaar mee te oordelen. Heerlijk. Het zijn dagen vol inspiratie en het zet het beeldend vermogen in de maximale stand. Wat een fijne tijding.

Daarmee en met al die andere, in de schoot geworpen bronnen, reis ik verder op onvoorziene paden. Het leven lacht.

 

 

 

Uncategorized

Een oogje dicht

Mijn linkerhand is van binnen aan het werken. Er gebeuren onderhuids malle dingen. Het wrikt, het stroeft, het trekt en het weigert om pijnloos te zijn. Op de meest linker knokkel groeit een tweede exemplaar. Als ik mijn ogen sluit en op mijn gevoel afga, dan zie ik het beeld van de Hulk voor me. Een fascinerende actie wanneer de beste man opzwol en uit zijn kleren scheurde. Iedere keer weer een nieuw pak. Zo’n gevoel dus. Een Hulkbult.

IMG_8424

Nu is Artrose en slijtage verweven met de familiegeschiedenis en het zijn mijn voorvaderen die op dit ogenblik een hartig woordje meespreken. Hoe kom ik aan die mazzel. Mijn lieve Oma van moeders kant kwam altijd aangelopen door de Laryxstraat. Omdat ons huis precies op de kopse kant van die straat lag, zagen we haar al van verre aankomen. Een klein figuurtje dat waggelde en dichterbij een kromgebogen vrouwtje met een stok, die met haar zakdoek voortdurend de grote zweetdruppels, die van inspanning en pijn van haar hoofd af parelden, droog depte om dan weer verbeten verder te gaan. Haar grijze haren piekten en plakten in natte slierten op haar voorhoofd. Haar vollemaans gezicht keek met priemende ogen voor zich uit. Ze zou zich niet laten kennen, dat stond zeker en vast.

Mijn moeder had twee rare bobbels. Een op de knokkel van de voet, een Hallux Falgus, leerde ik later, ook wel knok of Bunion genoemd. In haar uitgetrokken schoenen bleef altijd een bolling op die plek in het zachte leer zitten. De andere zat bij haar pols en was achtergebleven na een breuk. Van verdere slijtage heb ik bij haar nooit iets gemerkt. Ze was een statige lange vrouw net als mijn opa. Mijn vader kromp toen hij ouder werd. Het hele beenderwerk gooide het bijltje er bij  neer. Zijn hoofd trok zich steeds verder terug tussen de schouderbladen zo leek het. De nek werd een kippennekkie en de neus leek oneindig veel groter net als de Oren. Een versie van de grote vriendelijke reus in het klein.

de grote vriendelijke reus

De versleten nekwervels, heupen, knieën vieren hoogtij onder de broers boven mij. Het voorland en ik wist het. Het vege lijf houdt in haar jeugdigheid op en triggert elke beweging tot staketsels. Ouderdom ligt op de loer en ongemerkt kruipt en vreet ze zich in. Er is een schrale troost. Vroeger wist men allang dat krakende wagens het langst piepen. Confucius heeft een wijze raad voor de jeugd, die ouderdom nog niet in het vizier heeft.  ‘Men moet zich in de jeugd een stok snijden, zodat men er in de ouderdom op leunen kan’  is de quote van deze oude wijsgeer. Tegen dat ineen storten van het bottenstelsel helpt geen lieve vader of moedertje. Het overkomt je.

 

 

Met de kinderen op school hadden we het fantastische lied van veterdrop gevonden en uitgespeeld. Als botloze velletjes zakten we als een plumpudding in elkaar. Hilarische voorstelling van het skelet. Ook dansten we op de Vijftiger jaren muziek van de Delta Rhythm Boys: Dem Bones. Nooit waren we ons zo bewust van dat bottenstelsel als toen en net zo bewust ben ik me er ineens nu van.

 

 

De jaren van aftellen zijn begonnen. Ieder jaar legt een botje het loodje. Lood om oud ijzer, nee, zilver om het lood. Een Brace. Zo een met al die ringen, waar de halve mensheid van mijn leeftijd mee loopt. Het heet een Zilverorthese. Wat een prachtige naam voor een hulpmiddel bij uitstek tegen een kwaal waar geen botje tegen bestand lijkt. Ik schuifel mee in de lange rij der voorvaders en moeders en voel me ouder, maar, om met Annie te spreken:

‘Wel wat artrose in mijn heup en mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog.

maar ik ben nog fantastisch goed…zo op ’t oog.’

En af en toe knijp ik gewoon een oogje dicht.

 

Uncategorized

Met verve

De boekenstapel naast mijn bed is hoog. Het versterkt het gevoel in gebreke te blijven. Er is oneindig veel leestijd bij gekomen, dus waarom benut ik het niet. Bovendien zat ik allang weer in het verhaal van het dikste exemplaar. Het laatste deel van het vierluik van Carlos Luiz Zafón: Het labyrint der geesten. De eerste boeken, door hun omvang ook prominent aanwezig in de boekenkast, heb ik ademloos uit gelezen. Zafón is wat breedsprakig en met regelmaat moet ik weer even terug om de draad op te pakken, maar zijn verhaal is wel eigen geworden in de loop der jaren.

013

Op een zeker moment kreeg ik een app van een goede vriend met de vraag of ik mee wilde doen met een leesclub. Dat leek me een uitstekende oplossing om de vluchtigheid van het leven te lijf te gaan. Niets werkt zo verkwikkend als een verdieping in het verhaal in het licht van een andere beleving. Als de lobby van een van ons doorgaat zullen we met drie mannen en drie vrouwen zijn. Ook dat is fijn. Waar zit het verschil. Aard en karakter, het innerlijke zijn, diversiteit in opvoeding, ervaring, of al in de kiem, de benadering van de Adam of Eva in ons, de aanwezigheid van beide, gevoeligheidsgraad. Dat spookt door mijn hoofd en maakt het zo boeiend. Bovendien houden we allemaal van lezen en vinden we ook  dat we er eigenlijk te weinig aan toe komen. Met wat speurwerk kwam ik erachter dat er zelfs een tijdschrift bestaat speciaal voor de lezer in een leesclub. Het gratis proefnummer was gauw aangevraagd. Ik ben benieuwd.

0151.jpg

Het boek ‘Zomerlicht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stefánsson (1963) is besteld. Ik ken het niet en had het waarschijnlijk nooit onder ogen gekregen, als iemand het niet had ingediend. Dat is precies waarom die verschillende lezers bij elkaar zo verrijkend kunnen zijn. Onbekend hoeft niet onbemind te zijn. Je doorloopt eenvoudigweg een ander traject. Over een ding waren we het unaniem eens. Het wordt geen middelbare school ondervraging. Iemand maakt een boekkeuze en een ander bereidt de avond voor. Dat betekent dat je in gaat op de literaire aspecten, maar ook de vraagstukken die het verhaal oproept. Niet langs de kaders van een lijstje, maar puur op intuïtie en het belang dat er uitgefilterd wordt. Zo ontstaat een boeiende uitwisseling. Daar gaan we van uit. Het scheelt dat we elkaar eigenlijk allemaal kennen en toch ook weer niet. Dit deel van het leven hebben we nooit samen besproken en dat maakt het nog boeiender. Naast een verrijking van de literatuur is het dus ook een verdieping van de vriendschap.

We hebben er zin in. Na dat boek zal de leesmodus weer op winterstand staan. Dat betekent vele avonden afreizen in de verhalen en nu ook naar de diepste krochten, een labyrint noemt de aankondiger het, van de ziel met de bewoners mee, die in een klein IJslands dorp wonen. Het sluit aan bij het labyrint van de geesten. Het moet zo zijn. Innerlijke rekstokken en dubbele salto’s voor de hersencellen.  Aan de slag…Met verve.

Uncategorized

Een klassieker

Het is als een goed boek, waar je de eerste bladzijden door moet, maar als het verhaal je dan eenmaal bij de kladden grijpt, wordt het moeilijk om je er uit los te scheuren.

Gisteren stortte ik me weer op de klassieke Zeventiende-eeuwse benadering van de schilderkunst. Penselen in orde, verf in de kist, brood in de tas en gaan. Het is weer zo’n heerlijke herfstdag, kleinzoon is jarig en viert het morgen, maar ik ga stiekem toch alvast vanmiddag er even langs. Het etsweekend bij Han van Hagen stel ik er een jaar voor uit. Sommige mijlpalen moeten gedeeld. Eerst maar eens even in de folianten en de asperges duiken. Het staat in pentekening op paneel en ik moet van de meester goed onderzoeken welke ondergrond gebruikt is. Ik haal het hele arsenaal aan omber en oker en gebrande sienna erbij, want hoe ik ook tuur, ik blijf daar op hangen. Maar dat blijkt al drie lagen verder te zijn. Als ik gewezen wordt op de subtiele onderlaag, die heel voorzichtig  in speldenknoppen doorschemert, blijkt het een tint te zijn die ik nog niet ken. een transparante oxyde rood-lak

005.jpg

Daar zet ik over de inkt  de eerste laag mee op. Een prachtige roodbruine ondertoon. Dan volgt een omber voor de schaduwpartijen, waar je ook met argusogen naar kan blijven turen. Het is sneller gezegd dan gedaan. Hetzelfde geldt voor het titaanwit. Goed blijven kijken, niet teveel, niet te weinig en ‘dassen’. Het wit in de bladeren van de folianten wordt met lange streken in sporen getrokken. Net echt. Met een onderdeel ben ik nog te dekkend geweest, maar dat komt volgende keer goed. Wat fijn om zo ingewijd te worden in technieken die me vreemd zijn.  Voor het eerst sinds ik dit avontuur ben binnengestapt, voel ik dat het me kennis oplevert die betekenisvol zal zijn, voor nu, voor straks, voor later.

009-e1541229788862.jpgUnder construction: Detail

Het zijn allemaal oefeningen en leeropdrachten, straks gaat het hele echte eigen werk beginnen, maar ik besef des te meer dat deze eerste vingeroefeningen een noodzakelijkheid zijn om te kunnen doorgronden en te weten waartoe het leiden zal. Een van de mensen is praktisch net zo ver als ik en het samen oplopen schept een band. Bovendien deel je vierenhalf uur met elkaar. Naast het ingespannen werken is er tijd voor verhalen, kwinkslagen en leed. Alles komt langs. Door bij anderen te kijken is er meer inspiratie en kennis te verzamelen. Het plezier zit vooral in de vele ontdekkingen.

Als ik naar de auto ga, bedenk ik me dat ik vroeger nooit zou hebben kunnen verzinnen ooit in een van de oude Werkspoorpanden te vertoeven. Dit industriegebied was destijds  een no go area, want je had er eenvoudigweg niets te zoeken. We kwamen niet verder dan het Julianapark. Daarachter lag een onbekende wereld van montagehallen, insteekhavens, staalconstructies en ontwerpgebouwen. Er staat me nog helder voor de geest welke ramp zich in 1967 voltrok toen er een munitieschip bij het overladen ontplofte en er een visser en een werknemer van een ernaast gelegen fabriek om het leven kwamen. De impact werd vooral versterkt doordat alles tot in de verste verten, dus ook bij ons in de wijk, stond te trillen op zijn grondvesten.

002   003De Vlampijpstraat

Het spoor en de Demka was het rijk van de noeste arbeiders, met eerlijk zweet doordrenkt en dus gewijde grond. Het kan niet anders dan dat de aardstralen ons gunstig gezind zijn en er een klassieker gedijen kan.

 

Uncategorized

Filteren en vasthouden

Iedere ochtend gaat er een biologische klok om vijf uur af. Het ritueel is hetzelfde. Koffie en kwark ophalen beneden en terug in bed. Daar schrijven en dan in de benen. Een mooi ritueel, een verstilling en daarmee een oplader voor de hectiek van de dag.

Gisteren was het een van de zeldzame late dagen, zeven uur werd ik wakker. Er voor had ik een gezellige avond met de nieuwe leesclub gehad. Het bleken alleen maar fijne, al een tijdje niet ontmoette, vrienden en vriendinnen en er was gespreksstof te over. Veel later dan anders lag ik nog na te sudderen in bed en duurde het eer ik de slaap kon vatten. De koffie en kwark redde ik in ijltempo. Ik moest die dag naar Nunspeet. Er was daar een conferentie van de jenaplanvereniging. Het betekende een uurtje stief kwartieren, de file stond de andere kant uit en voor me gloorde een beloftevolle dag.  Tijd om te schrijven was er niet, maar om te mijmeren was er een uur lang. Tijd te over.

Het was lang geleden dat ik in en zee van mensen stond en vooral aan het geluid moest ik wennen. Zoals altijd vervormde de akoestiek en stonden oren op steeltjes om een en ander goed te kunnen blijven horen. Hier en daar een bekende en een ontvangst met ‘Jij ook hier. Wat een cadeautje…’De dag kon niet meer stuk.

051Ons eigen regenwormproject.

Jenaplan zou Jenaplan niet zijn als zij het congres niet begon met een boeiende film over de stamgroep. In een bovenbouw werd stamgroepwerk getoond over de regenworm. De manier waarop de kinderen warm werden gemaakt voor het onderzoek, de bevindingen, de reflecties erop, de voortgang en hun betrokkenheid kwam goed uit de verf. Onderwijs in essentie. een leerproces, waar iedereen met gretig enthousiasme indook, de rollen zich als vanzelf verdeelden en kwaliteiten werden benut en op juiste waarde geschat. De nietige regenworm werd de koning van het essay. Zijn paleis het glazen huis, een plexiglazen tijdschriftenbak, waar iedereen de koninklijke gangen kon nagaan. Hoe zit het met excreten, ogen en oren, zijn bek, de groei. De stamgroepleidster gaf de ruimtes aan om te reflecteren met elkaar en de volgende stappen in beeld te zetten. Overleg en raad, vraagbaak en internet brachten antwoorden en iedereen was trots. Vooral dat laatste. De regenworm op geheel eigen kracht in kaart gebracht en op zijn eigen troon gezet. Hoe klein groot kan zijn.

Daarmee ligt de ochtend voor ons open met workshops en lezingen.  Er volgt een lezing door Iliass El Hadioui. De sociologische benadering van het stijgen op de verschillende culturele ladders, school, straat en thuis. Ervaringsdeskundige bij uitstek, omdat hij opgroeide in het multiculturele Rotterdam met in alle toonaarden de verschillen en de problemen die dat op kon leveren. Het was interessante stof om in te duiken en  ’s middags besloot ik de verdieping erop te volgen. Af en toe dook ik in de pauzes even naar een stilteplek, om de oren rust te gunnen. ’s Middags liepen de Complimentenmeisjes rond, ze schreven ter plekke complimenten uit, door op een afstandje te observeren en naar aanleiding daarvan rijk te strooien met strelende bewoordingen op een briefkaart.

Ieder mens groeit van complimenten. Aan onze tafel ontvingen we alle drie zo’n kaart. We voelden ons vereerd. Het streelde niet alleen het ego, maar ook bracht het een nieuwe energie. Verder kijken dan je neus lang is en de mens bij voorbaat zien als kwaliteit helpt. Kinderen zijn onze nieuwe kwaliteiten. Als ze ruimte krijgen zichzelf te mogen tonen dan komen er verrassende ontwikkelingen van. Dat bleek uit de openingsfilm, waar ieder kind gehoord werd. Meiregen is goed voor de groei, zei men vroeger. Complimentenregen is goed voor de innerlijke groei. Dat bleek maar weer eens toen ik blij en voldaan terug reed naar huis met een mijmerkoffer vol, zodat ik zelfs bij de langste novemberfile van het jaar het fijne gevoel eruit kon blijven filteren en vasthouden.

Uncategorized

Op naar de volgende mijlpaal

Het is stilletjes op de schilderavond. Een van ons is verhinderd. De Middeleeuwen trekt een grote wissel op mijn creativiteit. Het is te gekaderd. Te veel hokjes, als je het volgens de regelen der kunst wil doen. Aanvankelijk wilde ik dat, om lerend bezig te zijn. De ervaring bevreemd me niet, maar de conclusie is er na drie lessen. Het past totaal niet bij mij. De ontdekking op zich is goed. Het heeft niets met de cursus zelf te maken, maar alles met die keuze van mij en mij alleen. Aan alle kanten is de begrenzing voelbaar en dat remt. Voor een non-conformist als ik van nature ben, is dat moeilijk. Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang weer een schilderij van twee avonden prachtig blauwzwart over geschilderd. Al het werk in luttele slagen te niet gedaan. Je kan altijd opnieuw beginnen.

0093.jpg

Ik krijg voldoende vrijheid om het anders te doen, maar dat voelt wonderlijk. Ineens impressionistisch aan de slag te gaan, midden tussen het verfijnde werk van de anderen, voelt ook niet juist. Dus hinkepink ik op twee verschillende benen verder en voelt het niet zo senang en inspirerend als anders. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’, waarschuwde mijn moeder vroeger al. ‘Ja, maar Mam, de bakens verzetten kan een verheldering zijn’.

Thuis overpeins ik de avond en kijk naar een vrouw, die de wereld over heeft gefietst en ergens in the middle of nowhere haar vriend en vier andere fietsers gedood heeft zien worden door IS. Ze doet een nauwkeurig oogverslag. Onvoorstelbaar dat dergelijk leed op zich nog naverteld kan worden. Vervolgens komt er een promotie voor het boek dat ze samen met vriendlief schreef over de pleegzorg van pubers in Amsterdam er achter aan. Het nuchtere vertellen staat haaks op de radeloosheid die ze gevoeld moet hebben, daar en toen. Is dat een kwestie van er zijn op een verkeerd uur. De toevalligheid van het geheel. Ze zag geen haat of agressie in de ogen van haar belager van heel nabij. Wel een soort roes. Alleen de waarneming al. De  Zwitserse vrouw in haar gezelschap die het er ook levend van af bracht, verkeerde in shock en weet tot op de dag van vandaag niet wat er heeft plaats gevonden. Het heel verhaal staat in schril contrast tot mijn persoonlijke capriolen van de avond. Evenals de rest van de thematiek die over de tafel gaat.

013

Ik verwacht een mail, die niet komt. Soms zit het mee en soms zit het tegen, vertelt de nuchtere vrouw in mij. Morgen is er weer een dag. Zo is dat. Vandaag gaan er spannende dingen gebeuren met het nieuw atelier en resumerend bedenk ik me, dat ik het wel heel erg mis, dat stekkie om tot rust te komen op de tuin, met roodborst, winterkoning en herfsttooi. Het voelt goed om er mee bezig te zijn. Binnenkort gaat het toch echt gestalte krijgen. Ik heb groen licht om er mee door te gaan. Het huisje wordt monumentengroen met krijtwit, dus dat past in de lijn. Evenals de oude Bernagie zal het mijn kacheltje herbergen en gonst er straks de zelfde energie door Jut als in het oude huis. Voordat het staat moet er nog veel gebeuren. Bomen om zagen, grond egaliseren en dan de wagen zelf nog. Broerlief, diens schoonzoon en zwager, nog een broer en de kinderen zijn mijn spierballen. Waar zou ik zijn zonder.

Afwisselend is het wel, vervelen doe ik me geen seconde. Op naar de volgende mijlpaal.

 

 

Uncategorized

Verdriet is niet meetbaar

Klaas Vaak heeft besloten niet bij mij langs te gaan. Of heeft Pluis per ongeluk mijn zand gevangen, want ze ligt prinsesselijk opgerold de slaap der duizend dromen te slapen. Ik weet wel hoe het komt. In mijn hoofd kolkt het water van Venetië, striemt de sneeuwkou van Spanje, woedt wind met orkaankracht,  sneuvelen boomreuzen als luciferhoutjes  en tussen alles door zwerft Harry Potter, met een handvol woeste Faunen, Dumbledore en Voldemort, naast een roze verknipt  en machtsbelust vrouwtje, die met zes scheppen roze suiker in haar roze thee alles verpakt in een misselijk makend zoete verschijning. Maar ondertussen. Het toverstokje in mijn handen ontbreekt.

001

Anders had ik met een Paralitus of Exaltus de ellende doen verschimmen. Ik ben geen tovenaar of heks. Ik had wat kunnen betekenen voor de vader, die bij een massagraf zijn vader, vrouw en zijn vijf kinderen moest identificeren aan de kleding of voor de 200 mensen in het Indonesische vliegtuig dat op de bodem van de oceaan ligt.. Nu kan ik er alleen maar over piekeren. De storm is bij lange na niet gaan liggen, ogen willen niet dichtvallen bij orkaankrachten aan geweld. Ik sluit ze en zie de paradijsvogel van Dumbledore. Ze krijt als een pauw en gooit haar kop in haar nek terwijl Dumbledore verdwijnt in een zuil van vuur. Het wereldleed is voor geen mens te dragen.

  Arthur Rackham in The Fairy Tales of the Brothers Grimm

Het kleine leed ontmoette ik bij de fysiotherapie, De vrouw die me deed denken aan de heks van Hans en Grietje, omdat ze je vlak voor haar wil zien en gisteren vroeg of ik mager of dik was. ‘Super slank’ zei de slanke oude vrouw naast me. De blinde vrouw trok me naar zich toe, om me beter te bekijken. Ze vroeg nog net niet om mijn vinger. Moet ik stokjes meenemen? Een oude stoïcijnse man praat nooit, maar gaat verbeten voort. Hij voert al zijn oefeningen uit. Soms met gesloten ogen als de pijn aan zijn schouders rammelt bij het trekken van de gewichten. De jaren zijn in bruine kringen op zijn huid uiteengevallen.

De lange man is jonger dan het lijkt, nu zijn haar in nek en neus en oor uit elke porie springt. Hij hoest een scheurende hoest en vertelt tussen zijn oefeningen door dat hij weer een prednisonkuur is gestart van 50 mg. Hij hijgt. Toen hij van de onderhoudsdosering was afgegaan was hij 18 kilo aan overtollig gewicht verloren. Zijn neus steekt grotesk uit het magere gelaat. Hij heeft vast een Cocker Spaniel thuis, want door de jaren heen is hij er op gaan lijken. Hij hijgt droef voor zich uit op de kale stoelen tussen de inspanning door. Er is de vrouw die moeilijk loopt. Geen idee waar de pijn zit. Een horzelvoet, een zwakke rug. De lijdzaamheid is in haar gezicht gebeiteld met diepe groeven. Ze zucht bij elke stap, sluit theatraal de ogen. Ze lijdt als een Griekse tragedie.

011.jpg

De man met zijn schouders opgetrokken tot aan zijn oren is een schim van wat hij ooit was. Hij kan geen woord uitbrengen zonder dat de lucht rasperig langs zijn stembanden glijdt. Zijn leven zonder lucht is zwaar, hij rust meer dan dat hij oefent. Ik bewaar mijn evenwicht maar net op de Bosu, een evenwichtsoefening als ik de bal vang en ben verreweg de gezondste van het stel. De oude vrouw haakt af en vlucht weg als assepoes na het bal. Ze wuift elke bezorgdheid weg en wil alleen nog maar in de stilte van haar auto zitten. De vrouw met de slechte heupen, de instortende knieën en het scheve lijf waggelt naar een toestel. Ze heeft me bij elke sessie verteld, dat haar man is overleden. Haar leven is opgedeeld in voor en na. Klein en groot leed met ontwrichting, dood, pijn, onvoorstelbaar verdriet, de basis, die wordt weggeslagen.

Harry Potter vliegt op de Terzielers het onheil tegemoet om het te bestrijden. Soms zou ik me hem toe wensen, al was het alleen maar om te verzachten en te doorgronden, om geloof te sterken en het vertrouwen. Eindelijk overmand door slaap vallen de ogen dicht. Ik droom maar vergeet alles als ik ze weer open sla. Er staat maar een ding op mijn netvlies geschreven.  In het grote schuilt het kleine en in het kleine het grote leed. Er is geen overtreffende trap. Verdriet is niet meetbaar.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Ik heb gisteren de hele dag gewerkt aan het stuk dat ik moest schrijven en wierp het met een druk op de knop in een luttele seconde weer weg. Zes uur aan noeste arbeid is verdwenen. Niet meer terug te vinden. Niet in de prullenbak, niet in de geschiedenis, gewoon foetsie.

Dat betekent ‘flink zijn, even flink zijn’ zoals Robert Long dat zo mooi en relativerend zong, maar het liefst reed ik naar zee om tegen de wind in met de meeuwen mee te krijsen. Gedane zaken nemen geen keer. Tja!

119.jpgBeeldengroep Mathieu Klomp. Als mijn buurvrouwen

De droom ging over de buurvrouwen, lunchen  met Malibu, nog nooit gedronken en in de droom ook niet, want vlak voordat ik wilde gaan zitten, zag ik voor het ouderlijk huis in de Amandelstraat, twee mannen op de fiets op het pad. Racefietsen, want ze hadden potsierlijke leren helmen op. Ze kwamen een deur brengen. Maar de deur was behangen en dat behang was geverfd, dus te zwaar. Het liet los. De punt rechts onder was ook afgebladderd. Toen ik hen binnen liet en de deur van de kamer opende, stonden daar de overleden buurvrouw en een vrouwtje van hierachter te schumen in de kasten. Wat had dat nou weer te betekenen.

Eigenlijk wilde ik door dromen, maar werd toch wakker met het debacle van gisteren onmiddellijk weer voor ogen. Ik inspecteerde direct de hele laptop nog een keer. Maar geen resultaat. Er is een deadline en haast is geboden. Diep ademhalen en opnieuw beginnen.

0281-e1540795130438.jpgtegenslag verwerken

Omgaan met teleurstellingen en je niet uit het veld laten slaan door dergelijke tegenslagen heb ik zo langzamerhand wel geleerd. Treuren heeft geen zin, dat is verspilde energie. Ik weet wel waar het aan gelegen heeft. Ik heb op replacement gedrukt bij een zelfde naamduiding. Foutje. Net zoals de deur uit de droom ook niet de juiste was. De buurvrouwen staan vast voor het stemmetje in mijn achterhoofd die nog even aarzelde vlak voordat ik mijn relaas wegdrukte. Ik weet zeker, dat dergelijke gebeurtenissen door blijven werken, als je je ogen sluit.

Pluis komt me troosten en vleit zich tegen mijn benen aan. Goed zo. Met beide benen sta ik weer op de grond, diep ademhalen en aan de slag. Het hele verhaal zit nog steeds wel in mijn hoofd, dus het uitwerken is makkelijker. Ik weet bijna woordelijk, wat er gezegd wordt en de tekst staat met drie kopieën op de dictafoon. Een geluk bij een ongeluk.

Mijn moeder zou zeggen:’Kind tel je zegeningen’.

Het is niet het einde van de wereld, er is geen man overboord, het is slechts een kleine korrel zand in de woestijn, maar in mijn beleving is het een gevoel van spijt, een rafelrandje aan de gladde plank en inderdaad haalt het het niet bij het wereldleed.  Ik heb genoeg gemiept en ga aan de slag. Later, straks, morgen weer een poëtische kijk op het leven, vooralsnog is het een hap van de aangebrande pap, niet meer en niet minder.

 

 

Uncategorized

Een eigen plek in het heden

De brieven van mijn moeder vormen de stemmen van het verleden. Er doen zich allerlei voorvallen voor, die me met een zwaai terug in de tijd laten reizen. Laatst zaten we met een kleine groep mensen bij elkaar en wenste iemand zich een tijdmachine. Wie ogen en oren open heeft, weet dat tijd rekbaar is omdat de geest mee kan fluctueren. Een herinnering is gestolde tijd. Een tijdreis is al snel gemaakt.

Hier en nu predikt men dat je niet te veel in het verleden moet wroeten, wil je iets verwerken. Dat begrijp ik niet. Je kan een wezenlijk deel van jezelf niet zomaar uitgummen. We zijn gevormd door het totaalpakket en iedere vezel verbindt. We zijn een netwerk aan onzichtbare draden. Daarvan wil je sommige hoofdstukken vergeten en dat lukt pas als ze verwerkt zijn. Vergeten doe je ze niet, maar het belang gaat er vanaf en dan verdwijnen ze naar de achtergrond.

002

Met het uitwerken van de brieven wordt de periode van de jaren zeventig  uitgelicht. Mijn onbeholpen ontdekkingstocht in Leiden, een belangrijke vorming voor waar ik nu sta. In haar brieven lees ik haar verbazing over de nieuwe ontwikkelingen, haar eigen kleine wereld van kinderen, kerk en samenleving. Nieuwe medische ontwikkelingen, geloofsovertuigingen, wetenschappelijke bevindingen, maar ook het recept van hutspot en hachee, prietpraat over de buren, vrouwengilde-uitjes, vergeelde overleveringen uit lang vervlogen tijden over haar moeder en haar oma.  Het zijn de gesprekken na haar dood. De antwoorden op alle ongestelde vragen.

De herkenbaarheid is groot. Het ligt nog maar net achter ons. Vijftig jaar is niets op een mensenleven. Ik kwam op internet mijn levensgezel tegen uit die tijd, een hartenklop van vroeger, toen in Leiden en nu, oh ironie, vijftig jaar terug in de tijd, want hij vertoeft in Hongarije.

014

Ooit was ik in Kecskemét. Buiten dat kleine stadje was de tijd blijven staan. De vooruitgang was stilgevallen op de zandweggetjes naar de residentie van een paar Hollandse vrienden van onze gastvrouw. In het vrije veld stonden wat eenzame huizen en zelfs een verlaten school in het midden van niets dan everzwijnen en grassen. Verlaten en leger dan ooit. Herfstkou trilde de winter los.

013

In de grote ‘rug’kachel poften de enorme dennenappels uit het ernaast gelegen bos met droge knallen een warme sfeer. De pot met ingelegd zuur hadden we gekocht op de grote overdekte markt met de vriendelijke vrouw en haar voorraad  ongekende hoeveelheden kleurrijke ingemaakte groenten. Daarvoor hadden we de ogen uitgekeken in een enorme houtzagerij, handwerk en zaagmachines gebroederlijk naast elkaar, boomstammen lang. Hongarije ademde de geur van de nostalgie.

016

Daar vertoeft dus een deel van mijn verleden. De vonk die oprakelde door de stem van mijn moeder en die de associaties van heden met toen verbindt. Iemand had het over Vinkeveen en onmiddellijk was ik in mijn hoofd met onze Metrovrienden in de jaren zeventig achter Bon op het eiland met de grote legertent en de dansfeesten op de rockers van toen. De Doors, Pink Floyd, Jethro Tull. Nergens scheurde een dwarsfluit zo best als daar op dat eiland waar de klanken verstierven in het bleke maanlicht.

Locomotiv Breath-Jethro Tull

The train it won’t stop going
No way to slow down.
He hears the silence howling
Catches angels as they fall.

De tijdtrein is niet te stoppen, maar doet alle stations uit het verleden aan. Een verholen geschiedenis is los getrild en komt tot leven. Er zullen vele herinneringen volgen door de brieven. Dat vangnet van geweven draden in verbondenheid met een eigen plek in het heden.

 

Uncategorized

De zuivere waarheid.

Een afspraak met zuslief vulde de agenda. We zouden Japans gaan eten in een restaurant even buiten het stadje. Ik had mijn andere beide zussen net voor haar voorstel vertelt, dat ik niet gek was op Sushi. Ze proestten het uit, toen zuslief vertelde van haar voornemen mij dat etentje voor mijn verjaardag te schenken.

001

We hadden een en ander vastgelegd en gisterenavond was het zover. Ik was daar ooit wel boven geweest, maar nooit in het Japanse restaurant. Iedereen die daar kwam eten werd om een grote bakplaat gezet. Zo zit je als wildvreemde gebroederlijk en gezusterlijk bij elkaar. Wil je een praatje met iedereen dan kan dat, maar wil je liever de aandacht bij het kleine gezelschap houden, dan kan dat ook.

We werden bediend door een goedlachse man, die in kwinkslagen de avond opvrolijkte. De kok oogde jong. Hij bereidde vis en vlees, groente en noedels ter plekke op de gloeiende plaat. Met verbazing heb ik zijn husselen de hele avond gadegeslagen. Het leek alsof hij zich allen verdiepte in het gerecht dat hij aan het bereiden was, maar ik ving zijn steelse blikken op, waarmee hij de omgeving scande. Aan onze plaat zaten wij en nog een gezin met twee jongens en vooral die hadden zijn aandacht. Ze waren deze bijzondere keuken kennelijk gewend, want vooral de oudste van de twee genoot van al de bijzondere smaken.

005

Doorgaans proef ik nauwelijks iets, dus voordat mijn zwager uit kon leggen wat de gember was tussen alle kleine stukken tonijn, zalm en zeebaars, een prachtig palet aan rozerood, had ik al een stuk met de kleine stokjes in mijn mond gestopt. ‘Heb je dat zo opgegeten, maar dat is heet’ zei mijn zwager. Ik proefde voor het eerst sinds lang weer een lichte zoetzure bloemige smaak, bijna geparfumeerd rolde dat engeltje over mijn tong. Wat een heerlijk moment. Niemand die gewoon nog smaak heeft, kan zich voorstellen hoe die beleving is. De zevende hemel.

Met wasabi, gember, knoflook droog en bruin gebakken in redelijke hoeveelheden waren de andere gerechten ook een geschenk. De gerechten hadden welluidende namen en voor mij was het alsof ik met Jan Engelman naar het Oosten was vertrokken. In mijn hoofd zat het gedicht ‘En Rade’.

‘Groen is de gong, groen is de watergong, waterwee, watergong, groen is de gong van de zee. Sulina Braila, sulina brest, sulina singapore over de vest’

Het was de Sushimi, de Tempura, de frisse citroensorbet in champagne er tussendoor, die mijn papillen aan het beroeren waren, de lang ingedutte smaak en ze lieten, door de puurheid, de bellen rinkelen.

Er is voor alles een eerste keer,maar deze was wel heel bijzonder. Door de combinatie en de prachtige kleine porties was het geen ogenblik teveel en leek het in niets op de wok to go, waar de aversie tegen de hoeveelheid de smaak had overwoekerd. Wat er nu gebeurde was het pure genieten van het vlinderlichte en geen moment kwam het in de buurt van overdaad.

016

De persoonlijke aandacht van het personeel, de vriendelijke eigenaar, die boven het feest compleet maakte met wat vuurwerk aan de tafel bij de mooie gerangschikte lychee met het ijs en het aangename gezelschap van zus en zwager hadden de beleving vervolmaakt. Pure gember, Myoga, die zo heerlijk was ingelegd in azijn, zout en suiker, was de ontdekking van het jaar en alleen daarom al werd het diner een feest. ‘Jullie hebben het leven veranderd’, jubelde ik na de bellen Chardonnay mijn zus toe, die in de lach schoot. Weliswaar klonk het een tikje hoogdravend, maar in de kern van de zaak was het de zuivere waarheid.

 

Uncategorized

Oneindig veel inspiratie rijker

Hoe fijn is het als je elkaar al een periode niet gezien hebt om dan een lange autorit te moeten maken voordat je op de plaats van bestemming bent. Geen afleidingsmanoeuvres maar kwaliteitstijd voor elkaar. Hetzelfde effect bereik je met een gemeenschappelijke wandeling door bos en beemd, maar in een zoevende auto is het ook zoet toeven.

We wisselden lief en leed uit en een nostalgisch verlangen ontwaakte door het verslag van vriendin over haar beeldende lessen op de basisscholen. De interactie met de kinderen, de vorm, het weerbarstige materiaal en de manier waarop er oplossingsgericht gezocht werd, naar hanteerbare vormen kenmerkte de werkwijze, die identiek aan de mijne was. Inspiratie uit tentoonstellingen, maar ook uit het leven van alledag. Elke ontmoeting of gebeurtenis werden in haar hoofd, net als in het mijne, omgezet in mogelijkheden voor lessen en experimenten. Lang geleden hadden we een aantal jaren samengewerkt in een vloeiende beweging. Nooit was de inspiratie en associatie zo’n bron van scheppend vermogen geweest als met haar. De combinatie was goud. Nog hebben we hetzelfde gevoel als we elkaar ontmoeten en als vanouds pakken we diezelfde draad weer op. ‘Twee zielen, één gedachte’ zeiden ze vroeger. Dat is het, niet meer en niet minder.

025

Denken in kinderen is een beleving op zich. Niet alleen begin je bij de basis maar borduur je stapsgewijs voort op heikele punten, problemen die opdoemen en die je tegenkomt, omdat je zelf het materiaal onder handen hebt genomen en daarmee de beheersing ervan onder de knie hebt gekregen. Bij de lunch kwamen de foto’s van de creatieve bergen die ze verzette en die vooral ontstonden door een gekregen zak met lapjes. Wilgentakken en lapjes zijn goud als je vlak ervoor naar een tentoonstelling van Manish Nai bent geweest en de prachtige verwerking van hout en lappen hebt mogen aanschouwen. Met die ideeën in je achterhoofd gaat er een scala aan mogelijkheden open.

We bespraken het weven en in een oogwenk veranderde het hele interieur van het kleine restaurant in een walhalla van weefobjecten. De kooi van de schelle parkiet, de houten lamellen aan de wand, de spijlen van de trap, een stoel en kon ik haar het verhaal van de Fiets vertellen waar de kinderen op school met liefde en veel geduld aan gewerkt hadden. Het was een groot kunstwerk geworden. De dag ervoor had zij net aan haar buurman om oude fietswielen gevraagd. Precies dát overkomt ons altijd. Gelijkluidende gedachten!

087.jpg

Gouda is gevels kijken en genieten en het museum in het oude Catharina Gasthuis spande de kroon. We lieten de biscuits van Kolenbrander voor wat het was en doken de collectie in van Reurt Jan Veendorp, de Haagse school en school van de Barbizon. De gebroeders Maris, Isaac Israëls, Breitner, Toorop, Suze Robertson, Verster, Toorop, Mankes, Gauguin, en Redon hingen gebroederlijk naast elkaar. Mooi uitgelicht en indrukwekkend met genoeg ruimte om iedere penseelstreek van zeer dichtbij te kunnen bewonderen.

075Isaac Israëls: Guusje van Dongen

De dames boven door Hedy d’ Ancona gekozen, vielen een beetje in het niet. Het toetje was het portret van Guusje van Dongen van Isaac Israëls. Alleen daarom al was het een bezoek aan het museum waard. De schatkamer was luilekkerland en leverde vooral een stijve nek op, maar beter zo, dan in depot, bedacht ik me. Een film over de bevlogenheid voor het licht van Marc Mulders was echt het allerlaatste waar nog ruimte voor was. Meer kon er niet in.

Voldaan slenterden we terug. Een kleine boetiek had jurken voor de etalage hangen, die ons op de heenweg al geroepen hadden. Met een lege portemonnee en een goed gevoel babbelden we ons door de terugweg heen, jurk, sjaal, mof en oneindig veel inspiratie rijker.

Uncategorized

In de glazen fonkelde de wijn

In onze oude jassen huisde nog kwieke geesten. Het jolige stel van weleer, die ooit de Utrechtse regio belaagden met een aanhef van Piu non si Trovano of eindeloze lachsalvo’s  waren wijzer en fysiek bedaarder, maar nog even jolig en uitgelaten. Een dagje uit, we zouden naar het vierde rad aan de wagen gaan in Alkmaar.

De kleine blauwe prins stond klaar toen de eerste zich meldde met een taxi. Het stukje van  de deur naar de koets werd per rollator afgelegd. Het toilet, vier trappen hoog, in overmoed weggewuifd. Rollator in de schuur, haar gebruiker voorin, prinsheerlijk, dat dan weer wel. Dat kon de kleine Blauwe als geen ander. De tweede stond al voor de deur en moest dubbelgevouwen achterin kruipen. Ook dat ging niet helemaal soepel, maar eenmaal binnen had ze het hele rijk, de achterbank, voor zich alleen. Een frisse rollator voor straks was al besteld. Dat zou goed komen.

019

Ooit dartelden we als jonge deernen door de compartimenten van de trein eind jaren zestig. Het gebrek aan gespreksstof was ook nu in alle talen afwezig. We hadden een jaar te overbruggen en er was meer dan genoeg om uit te wisselen. Een van hen kende ik al van de eerste klas van de lagere school. Zo lang waren we al met elkaar opgetrokken. De periode op MULO en HBS was er even tussenuit geknipt, maar de andere jaren hadden we gedeeld tot aan 1973 toe. Daarna verlieten twee van ons Nederland. Eerst om in Duitsland te werken en daarna om naar Israel te gaan.

Keuzes bepaalden de weg en ineens was er weer behoefte om elkaar te zien, de club van vier. Om beurten bij elkaar om lief en leed uit te wisselen, maar vooral om in elkaars gezichten, achter de verrimpelde oogopslag de stoere jonge meiden te herkennen. Ze waren nog nooit weg geweest. Rebels en eigengereid hadden we de strijd aangebonden met de gevestigde orde op die oude kleuterkweek. De enige Non in zwart en lang habijt met haar sleetse gewoonten en instelling over wat nette meisjes moesten doen en vooral laten, werd proefondervindelijk op de hak genomen. Kleine witte briefjes met krachtige karaktertekeningen, een streep met neus, was al voldoende om de hele groep in een heimelijke appelflauwte te krijgen. Nee, het was niet kies, maar begrijpelijk, als iemand daar zo stellig beweerde dat tweelingen tegelijk geboren werden en wij geen meisjes waren, maar- ze stampvoette erbij-nadrukkelijk en ontzet  ‘Meiden…meiden’ .

Aan de andere kant colporteerde ik braaf voor haar Jonge Kerk en mijn moeder hielp een handje. Een kwestie van niet klagen, maar dragen. Dat leek me voor de zuster de beste modus. Ze zal het niet met me eens geweest zijn. Gelukkig kon ze na een paar jaar op retraite. We hadden ook mannen op school. Dat was al een welkome afwisseling tussen al dat vrouwvolk. De Saint gaf Nederlands en Spaan muziek. Bij de laatste kwamen onze Italiaanse recitals vandaan, die in de hal van het gebouw nog voller en krachtiger klonken dan in de treincoupé.

Het kinderboek dat drie van ons geschreven hadden voor de hoofdakte had de vierde, die ergens anders de hoofdakte had gedaan, na vijftig jaar, geschreven. Het was de aanleiding voor ons bezoek. Ster was er gekomen, na jaren en jaren verlangen om ooit nog eens de verhalen de vrije loop te laten. We bewonderden het boek en de prachtige illustraties in kleurpotlood en wisten zeker dat de Saint haar, net als aan ons, minstens een 9 zou hebben gegeven. Piu non si Trovano, in de muziek een versterking, hier een vervolmaking van het viertal. We hadden we de tijd ingehaald. Daar moest op geklonken worden.

010.jpg

In de glazen fonkelde de wijn.

 

Uncategorized

Nostalgisch gemijmer

Een kikker kwaakt zijn ongenoegen bij elkaar, enkele vogeltjes beginnen verwoed te zingen en stoppen niet eerder tot de telefoon uit de diepten is opgeduikeld. Ik zit niet in de vrije natuur met de wind om mijn oren, maar ben in het ziekenhuis.

De wachtkamer van de hartpoli is vol. Bijna iedereen sleept een partner mee. Veel mensen zetten hun telefoon niet eens meer op stil. De man naast het koffiezetapparaat is druk aan het bellen. Zodra hij de telefoon op wil bergen, komt de kikker luid kwakend  om de hoek kijken en begint hij weer. Het geroezemoes fluctueert, van zacht naar hard. De meneer tegenover me laat zijn stok vallen. Hij buigt voorover en kan er net met drie vingertoppen bij om het naar zich toe te hengelen. Aan de andere kant van de dubbele banken vrolijkt een man zijn vrouw op door zijn bril ondersteboven op te zetten. Ze maant hem tot normaal gedrag. Zijn dikke buik in kuikengeel schudt van het lachen, maar zij vertrekt geen spier.

IMG_1144

Er is veel te zien en beleven. De artsen en de verpleegkundigen roepen beurtelings mensen op. Drie keer grijpt de röntgenlaborante mis, de opgeroepen personen zijn er niet. Bij de derde oproep kijkt ze al of er een wens is, die nooit in vervulling zal gaan. Ze heeft duidelijk haar dag niet. De verpleegkundige van de echo is, als ik mee wordt getroond naar het kleine kamertje, een en al bereidwilligheid. Uitgebreid vertelt ze over de ligging van het hart, zoals het zich ondersteboven laat zien, kamers, boezems, kleppen. Het gestage ritme van woesh, woesh, woesh, ondersteunt de kleppen met een gelijkmatig getrommel. Het  blijft altijd fascinerend om dat eigen hart daar te zien pompen. Dan doet ze iets nieuws. Ze drukt de Doppler ook onder het strottenhoofd tegen de keel aan. Het is een wat benauwd gevoel. Met een half uur heeft ze alles in de computer geklopt en klaagt over de onwilligheid van het oude toetsenbord.

Ze deelt me, in het kleine gesprekje dat we daarna hebben en passant mede, dat ze voornamelijk een ochtendmens is en een avondmens zou willen worden. Ik had vertelt dat ik van avondmens vroeger, in de jaren die volgden, getransformeerd was tot ochtendmens. We besluiten om de ECG er direct achter aan te doen. Daarna zal ik drie uur later terugkomen voor de cardioloog zelf. Ik nam plaats in het midden. Dat was strategisch, omdat ik anders misschien de oproep missen zou. Dwars door alle geluiden heen is het soms lastig te verstaan.

Een oudere vrouw met een modieuze shabby spijkerbroek en dito jas, kwam rommelen in de houten bakken met tijdschriften. Ze keek, keurde af, keek weer en vertrok met een blad. Kennelijk had ze beweging nodig want even later drentelde ze naar de koffieautomaat toe en nam er een thee uit, waarna het onhandige dompelen met het theezakje plaatsvond, zo herkenbaar met maar twee handen en geen tafel. Een reden om gewoon af en toe kant en klare koffie te nemen.

Een mevrouw in een rolstoel werd voortgeduwd door een broeder en in de gang gestald, tegen de muur aan, zodat de doorgang niet al te veel belemmerd zou worden. Ze moest wijken voor een oudere vrouw, want diens rolstoel kon niet om de hare heen, zodat de man die haar begeleidde, de stoel naar voren duwde en laveerde naar de plek van de oudere vrouw. Verdwaasd keek ze even op wie die stoelendans had verzonnen om daarna, toen het niet lukte achter zich te kijken, berustend de schouders weer neer te laten. De man van de kikker was weg, maar nu ringelde een klassieke deun. Aan de kant van de cardiologen zat een stel, dat onophoudelijk staarden naar hun kleine oplichtende schermpjes. Er laaide een hard geluid op, haastig drukte de vrouw het weg. De man hief zijn hoofd op en keek met het hoofd in de nek en dichtgeknepen ogen door de onderkant van de bril naar het soelaas.

43626612_10213534063006076_7713208866397224960_oLynn Chadwick, wachten

Het duurde te lang voor de oproep kwam en de echoverpleegkundige kwam zich verontschuldigen. Ze had mij niet aangemeld bij de ECG ploeg. Dat had lang kunnen duren. ‘Eerder aan de bel trekken hoor’, maande ze, maar ik had me  nog geen ogenblik verveeld. In minder dan tien minuten stond ik even later weer buiten. De vrouw die me hielp was als het apparaat dat ze bediende. Accuraat, snel en kortaf. Je gaat op elkaar lijken als je lang met elkaar omgaat, bedacht ik me. In een record tempo gaf ik de poes bij dochterlief eten en drinken, dook ik nog even doelloos de kringloop in, tankte de kleine blauwe af voor de volgende dag en reed terug voor een relatief korte wachttijd. De cardiologe was een vrouw en toeschietelijker dan de man bij de vorige keer. Een coassistent mocht de bloeddruk meten en we bogen ons even over het mysterie van de verdwenen amlodipine. Binnen de tien minuten stond ik weer buiten. Dagje wachtkamer, een filmisch geheel. Bij het daaropvolgende bloedprikken vroeg de baliemedewerkster wat er zo lekker rook. Patchouly. Feest der herkenning. Ons kent ons. Beiden schoten we in een nostalgisch gemijmer.

 

Uncategorized

De Tijd is in balans

Een interview afnemen is een ding. Als je dat dan ook nog bij een lieve vriendin mag doen, heeft het dubbele waarde. Er gebeurde tijdens het interview iets met mij. In al die jaren dat we samen hebben gewerkt en hoge toppen en diepe dalen hebben meegemaakt, waren er momenten dat we minstens zo verweven waren als gisteravond, maar veel minder bewust.

Als vragensteller heb je maar een grote taak. Luisteren. Niet half, niet met een hoofd vol andere bezigheden, niet denkend aan morgen of half, terwijl je de capriolen van de poes volgt, maar waarachtig luisteren. Met open geest en open hart. Daardoor werden de ideeën , de ontwikkelingen en gedachten op de juiste leest geschoeid, los van de omstandigheden. Er waren geen heftige emoties in het spel, geen afleidingsmanoeuvres. Er was alleen het verhaal. Ik kon er slechts één gedachte uit filteren. Er was iets wat we meer dan ooit gemeen hadden. Dat was de bezieling, de intensiteit waarmee ze haar beroep uitoefende met haar hele ziel en zaligheid. De liefde voor het leven. Dezelfde twijfels, dezelfde overtuiging, dezelfde humor en het zelfinzicht. Weten waar je kwaliteiten liggen en die ten volle erkennen, kennis hebben van je eigen valkuilen en snappen, wat daar nog aan te doen valt.

009

Niet alleen kon ik aan het eind van de avond haar silhouet uittekenen, maar ook het mijne. Er viel een en ander op zijn plek. Het was al een tijd geleden dat we zo vertrouwelijk, warme kop thee in de heerlijke huiselijke sfeer, bij elkaar hadden gezeten en het luisteren was door de drukte en de perikelen ook een stuk minder geweest. Eens te meer werd duidelijk, dat vertrouwen in elkaar en onbevangen luisteren belangrijke basisvoorwaarden zijn.  Ik scherp er vaak te snel een mening in, dat maakt het dan toch lastiger, want daarmee draai je kranen dicht, die anders hadden blijven stromen. Dat wéét ik en wil ik niet, maar zeggen en doen is twee. De puntjes werden weer even op de i gezet. Wat is het van waarde om een belangrijke psychologische wending in je schoot geworpen te krijgen.

006

Straks ga ik een en ander uitwerken.Heb er zin in. De laatste tijd, nu er geen druk meer is van bovenaf en ik alle dagen in een rustig tempo kan beginnen is er veel meer ruimte voor deze ontmoetingen. Dat kan ook spontaan ontstaan. Een kop thee drinken bij iemand heeft voor mij een hele andere betekenis gekregen. Het heeft alles met mijn eigen persoonlijke rust te maken, rust in de zin van balans en het feit dat tijd geen rol meer speelt. Er is alle tijd van de wereld ook al vult het zich snel. Gisteren reed ik op mijn Purple Haze, de paarse fiets, rond in het stadje aan de andere kant van de IJssel, toen ik op het smalle fietspad een vertrouwd gezicht tegen kwam. Een theeafspraak om wat te filosoferen over het leven was gauw gemaakt, . Dat is precies het verschil. Om te luisteren naar elkaar…In vertrouwen en met een open geest.

Ik fietste door naar huis in mijn eigen tempo. De plas lag er vredig bij. Ze straalde de rust uit die ik diep van  binnen voelde. De Tijd is in balans.