Uncategorized

Wat kunst al niet vermag

Een jongetje dat helemaal opgaat in het stuk. Hij klapt, hij stuitert bijna van de bank. Hij is te bewegelijk, stoort anderen met zijn gefladder, maar ik smelt als ik de gelukzalige glimlach op zijn gezicht zie.

De juf ergert zich zichtbaar. Kijkt verstoord om, steeds naar hem, terwijl er om hem heen ook wel wat gebeurt. Haar focus ligt niet bij de dans, niet bij de andere kinderen, niet op haar collega’s of mij, maar slechts op hem. Ik zie het verbeten trekje om haar mond. Het vreet zich dieper en dieper. Op het podium is er een scene gaande waarbij totale anarchie heerst. Iedereen laat zijn eigen binnenbeest los en niemand luistert meer naar de vormgever van het experiment. Ze dirigeert iedereen in een hoek, ze bijt van zich af, nijdasserig versterkt het zich, ze begint te schreeuwen en daarna brult ze in een oerkreet al haar ongeloof en onmacht uit totdat ze in een catarre verstard.

002-5.jpg

De juf spiegelt zich onbewust en het jongetje dat in het lawaai steeds wiebeliger en beweeglijker wordt, maar die lieve grijns oprekt van oor tot oor, moet het ontgelden als hij per ongeluk in zijn enthousiasme een buurman van de bank stoot. Als door een adder gebeten springt de juf op en sleept hem aan zijn arm de gymzaal uit. Hij protesteert nog zwakjes, maar dat levert alleen een verbetener aanpak op. Na de voorstelling zit ik naast hem en vraag hem hoe hij het vond. Hij heeft genoten. Ik vertelde hem dat ik dat kon zien én dat ik er dubbel blij van werd. Echt waar? Het jongetje keek me vol ongeloof aan.

Tijdens de fantastische voorstelling zat er ook een andere jongen naast me. Hij bleef om zich heen kijken, aandacht trekken met getrommel op een van de twee paarden waar de bank tussen geklemd was en volgde gespannen de onrust op het toneel. Het werd hem duidelijk te veel. Hij vond het zo spannend, dat hij toch bleef kijken tussen alle afleiding door. Hij trommelde zijn onrust weg, ritmisch, op de maat van de muziek en als hij uit de pas was, trommelde ik voor. Zo hadden we ons eigen spel zonder woorden. Hij, de kleine trommelaar en ik. Dan keek hij me vol ongeloof aan, terwijl ik snel mijn ogen weg draaide. Aandacht zou de woordeloze communicatie veranderen en teniet doen. We genoten beiden.

004Natte kleding drogen voor de tweede voorstelling

Er waren twee keer honderd kinderen tijdens een dansvoorstelling van Binnenbeest van De Dansers en de jonge dansers, vijf in getal, konden 50 minuten lang de aandacht nagelen. De eerste, de kinderen van een wat onrustige speciale groep, drukten bij het lawaai de handen tegen de oren, doken ineen bij het schelle geluid, maar tot het uiterste getriggerd volgden ze ook ademloos de grappige, koddige, uitdagende, beweeglijke dansers op het podium.  De grote groep daarna was muisstil op de lachsalvo’s na.

Het was weer een topdag. Op het moment suprême zat de buurman van de trommelaar na afloop te huilen op de bank in de kleedkamer, waar ze hun schoenen uit moesten doen. Iemand van de andere school had zijn laarzen laten staan en de zijne aangetrokken. Hij dacht dat er enkel nog meisjeslaarzen stonden en weigerde die aan te trekken. Hij haalde alle argumenten aan die hij maar kon verzinnen o zijn verzet te rehabiliteren. Zijn moeder, meisjeslaarzen…zijn moeder weer. Aan het hoopje verdriet en wanhoop kwam geen eind, ook niet nadat ik de ander school gebeld had, dus nam zijn begeleidster, de stagiaire, het kind op de rug, galoppeerden we als echte paarden, die hadden we net gezien, naar de auto en reed ik spoorslags naar de andere school. Laarzen omgeruild. ‘Zie je het waren precies dezelfde, geen meisjeslaarzen.’ De opluchting was groot. Ik was niet zijn vriend, maar wel een goed alternatief.

Ook aan fijne voorstellingen komt een eind. Opruimen, kletsen met de dansers en de regisseuse en op huis aan met een warm gevoel. Wat kunst al niet vermag.

One thought on “Wat kunst al niet vermag

Comments are closed.