Uncategorized

De dag kon nu al niet meer stuk

Gisteren stapte ik uit bij de Neude. Een bewuste keuze, want de volgende halte op het Janskerkhof was nog net dichterbij geweest, maar ik wilde even slenteren. Hoe lang was dat niet geleden, dat ik de tijd nam om naar de kleine geluksmomenten te kijken die op mijn pad lagen. De bijna verlaten Neude, een vlag onhandig ergens in mijn vizier gepoot, nodigde uit tot een bedachtzame tred. Ik besloot om eerst de Minrebroederstraat in te duiken. Aan het eind zag ik het torentje, dat eens van de sigarenwinkel was, lang geleden.

003

Als heel klein meisje had ik daar op mijn knietjes voor het raam gezeten om naar de studentenoptocht te kijken met imposant verklede figuren.  Dat en de onrustig snuivende paarden even daarvoor, toen we door de menigte liepen op het JansKerkhof, kleurden het beeld in mijn hoofd. Spanning en griezelen omdat je niet wist wat er gebeuren zou. Mijn wereld werd op dat moment bevolkt door reuzen, iedereen was groter dan ik. De geschminkte gezichten werden nog dikker aangezet door het lantaarnschijnsel, de donkere mantels, de roerende trom. Achter het raam waande ik me eindelijk veilig daar voor de onnavolgbare wereld daar beneden, in het zachtgele licht van het kamertje met het uitzicht op de straten. Het geurde naar eieren, gebakken eieren met spek.

Op dat moment, volkomen uit het niets, scheurde mijn pas herwonnen geborgenheid uit elkaar toen er ineens een reusachtige Dood van Pierlala opdoemde vlak langs het venster. Dat, de gruwelijke aanblik van zijn grijzende tanden, geel en akelig tegen het wit, de zwarte kraters van ogen, lieten me onbedaarlijk schrikken. Mijn angst vulde de kamer en ik gilde, gilde. De beelden hebben zich vastgezet in mijn hoofd en werden door de loop der jaren oneindig veel groter. Ergens is daar vooral de kiem gelegd voor alle onderbroken nachten vol angst, die zich verder voedden met de verhalen van de bende van de zwarte hand uit Pietje Bell, realiseer ik me ineens. Beelden die  de grens van het onbewuste zorgeloze bestaan overschreden naar de bewustwording.

004

Het kon ook nooit de toren geweest zijn, maar moest het venster op de hoogste verdieping aan de straat zijn geweest. De domkerk heeft er imposant achter gelegen en het beeld versterkt.Het huis lag er nu zo vroeg op de ochtend vreedzaam bij. Ik slenterde voort, de herinnering achter me latend en zag de enorme trap van een verhuurd complex, waarbij, iedere keer dat je hem zou moeten beklimmen, de moed mij in de schoenen zou zakken.

007

Even verderop schommelde de kleine Flipje van Tiel in de te koop staande oude bibliotheek.  Dat was nog zo’n herinnering. Ze stond niet meer helder voor de geest, maar lag met haar gerafelde randen te wachten tot ik het herkende. De rijen met boeken, de houten vloeren, de imposante trapportalen en mijn moeder die mij, ons, mee had genomen naar binnen toe. Het ademde een andere tijd, alsof je door de deur het verleden was binnengestapt.

018

De wandeling rond de Kloostergang was bijna vanzelfsprekend, ook al brulden de werklui boven hun muziek uit en sneden ze de stilte aan flarden. Binnen was het stil en vanuit elke hoek steeds imposant. De voetstappen klonken holler door de verlaten gangen. De achteruitgang was niet open, dus ik liep langs de bouwsteigers met kerstverlichting er weer uit, terwijl er achter me een vrolijk ‘Goeiemoggûh Dame’ klonk. Ik kon het alleen maar beamen. Dat was het. Een heerlijke morgen, ze kon al niet meer stuk. De zon kwam te voorschijn en zette het Domplein luister bij. De deuren van het UCK stonden uitnodigend open. Eerst een kop koffie aan het venster van het nu nog stille plein.

024.JPG

Een hele goede morgen als je alle tijd van de wereld neemt om op de plaats van bestemming te komen.De dag kon nu al niet meer stuk.

2 thoughts on “De dag kon nu al niet meer stuk

Comments are closed.