Uncategorized

Nu de Echo nog

Het boek is uit. Het laatste stuk was op het randje. Even dacht ik, dat ze me wilden bekeren Het viel gelukkig mee, het mocht blijven hangen op de kracht, die je uit jezelf kan halen door positief te denken. In oplossingen en niet in ziekte en verderf.

In de brieven van mijn moeder uit 1974 gaf ze aan dat een schoonzus ziek was. Ze had ’s morgens 38,5. Mijn moeder schreef dat ze mijn broer met klem had willen adviseren, de thermometer het raam uit te gooien. Ze had met elf kinderen nooit een thermometer gebruikt. Als de dokter vroeg of een van ons koorts had, zei ze: ‘Het voorhoofd gloeit’. Dat was voldoende. Dan kwam hij kijken. Mijn moeder was van mening dat zachte heelmeesters stinkende wonden maakte en dat je altijd ziek bent als er een thermometer in de buurt is.

Er ligt hier een thermometer, maar die wordt zelden gebruikt. Toen het hart het nodig vond om aan de bel te trekken, aan het begin van dit jaar, heb ik ‘m aangeschaft. Ik had daarvoor zelden koorts. Koorts als in ‘sist het daarboven en in de nek of niet’. De appel valt niet ver van de boom. Morgen mag ik voor controle. Ik moet een lijstje maken met vragen. Als ik daar zit dan vergeet ik de helft. Nu bedenk ik me ook, dat ik had moeten opschrijven waar ik tegen aan gelopen ben in de loop van dit jaar. Zelfs dat schiet weg na verloop van tijd. Angst en onzekerheid zijn lastig over te brengen. Met gevoelens kan een arts niets. Hij stelt wat gerust door sussend te brommen en klaar.

In gradatie is het natuurlijk ook maar een klein steekje wat ik heb laten vallen. In de orde van belangrijkheid en de ellende die een arts onder ogen komt, ben ik een splinter van de balk. Toch zal hetzelfde als boven gelden. Als je je klein denkt, word je kleiner, onbelangrijker, weggewuifd.

002

Uit de brieven bleek dat mijn vader eigenlijk wel vaak een dokter nodig had. Bij het minste of geringste voelde hij zich niet goed. Had last van koude handen en voeten, voelde zich vreemd en liep bij een internist, dr Oei genaamd. Die komt veelvuldig terug in het relaas. In al die jaren schoot hij er niets mee op.

Het leven gaat door. Met en zonder kwalen. De een lijdt heftiger dan de ander. Buiten de oorzaak heeft het ook met grenzen te maken. Hoeveel pijn kan een mens aan. De chronische pijnen zijn het ergst. Je went er nooit aan en iedere dag kan anders zijn, om over de nachten nog maar te zwijgen. Dat is het lastige van het hele traject. Het ene moment kan je de wereld aan, het volgende zou je het liefst uit willen gummen. Longen of welk orgaan ook, houden geen rekening met gevoel, ze laten hun lotsbestemming afhangen van het weer, van de luchtkwaliteit, van de conditie. Sinds ik  weer fysiotherapie heb twee keer per week, gaat het aanmerkelijk beter. Je voelt de kracht terugkomen. Maar de trap is nog steeds een Mount Everest.

Zo hobbelen we door. Met geloof in eigen kracht, net als het meisje en de jongen uit De Geheime tuin. Het Pippi-motief: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan. Wat men ook beweert, daar begint het mee. In variatie op een thema: ‘Ik wil het, dus ik  kan het en ook al lukt het niet vandaag, dan toch zeker morgen’. De overtuiging is al zalvend genoeg voor alle zwerende wonden. Nu de Echo nog.

 

Uncategorized

Even niet thuis

Een gat in de dag geslapen, het is al half tien. Het heeft een reden. Vannacht toen ik wakker werd, dacht ik: ‘Twee bladzijden lezen en dan val ik weer in slaap’. Dus ging ik verder, waar ik de vorige ochtend gebleven was en dook De Geheime Tuin in van Francess H. Burnett. Een boek dat ik niet kende en thuis ook nooit had gezien, al was het een klassieker.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Een paar bladzijden red je niet. Als je eenmaal eraan begint, dan word je het verhaal na het eerste hoofdstuk ingezogen. Een goede klassieker kenmerkt zich door het feit dat het nooit afgestoft hoeft te worden, dat ouderwetse taal geen struikelblok is en niets afdoet aan het verhaal, dat verhaallijnen net zo spannend blijven als op de dag dat het geschreven is en dat het thema, de kracht van de boodschap, niet verbleken zal.

Het draait om dat kleine meisje, waar iedereen een mening over heeft die er niet om liegt. Lelijk, boosaardig, verwend, maar die navenant aan haar lot wordt overgelaten en genegeerd, verstoten en eenzaam opgroeit te midden van de Indiase bedienden. Ze heeft nooit iemand om mee te spelen en zit opgesloten in haar kleine wereld. Dat kleine meisje kan niet anders zijn dan hoe ze is. Niet zij heeft de steken laten vallen, maar iedere volwassene om haar heen. Ze wordt zelfs volslagen vergeten in het ouderlijk huis in India, waar zich een ramp voltrokken had.

Dan denk je dat ze beter af zal zijn als ze naar Engeland verhuist naar het grote huis van haar oom. Maar ach, ook daar heeft men bitter weinig aandacht, met uitzondering van een klein vonkje, dat leven inblaast. Het is een van de werkmeisjes. Er is ook sprake van een klassieke waarschuwing. Ze mag niet naar de tuin, die op slot is gegaan tien jaar geleden. Daar komt Mijn grote voorbeeld Blauwbaard om de hoek kijken. Iedereen die het leest, weet dat die uitdaging te groot is voor kleine meisjes, die op ontdekkingstocht gaan en als er dan ook nog een kleine verleider aan te pas komt is het feest compleet. Nee, ik ga niet precies uit de doeken doen hoe het verhaal verloopt.

Zoals de tuin beschreven wordt, zorgt het voor een gevoel er rond te lopen, geuren op te snuiven die uit het knisperende papier opstijgen. De rozen letterlijk te zien wellen, stinzenplanten omhoog te zien schieten. Ik loop op een wolk van Lelietjes der dalen en wiegende narcissen en het het verlangen naar een eigen geheime tuin wordt groter en groter, een lustoord aan bloemenpracht.

Het roodborstje dat haar aandacht vangt en haar de weg wijst, zit ook  in mijn tuin. Zou het echt zo aandachtig en trouw zijn als de oude tuinman van het huis belooft. De andere karakters zijn uitgesproken en romantisch in het afwijzende, norse dat bij een aantal wordt omgezet in een steeds toeschietelijker worden. Binnen haar ontdekkingstocht door het enorme huis, doet ze nog een ongelooflijke ontdekking. Daarmee raakt het verhaal aan Lampje van Annet Schaap en heeft het dezelfde zeggingskracht. Straks ga ik het uitlezen. Er zijn nog honderd bladzijden te gaan. Spijtig zal het boek dichtgeslagen worden als het uit is. Toen vannacht de ogen dichtvielen, droomde ik een eigen hoofdstuk erbij, waarbij de stoppen doorsloegen van het huis en ze in het donker een nog hachelijkere ontdekkingstocht maakte bij het schijnsel van de kleine blaker in haar hand.

003

De stapel naast het bed is gegroeid, naast De Geheime Tuin ligt er nog heel wat leesvoer. Ik kom de winter wel door, maar eerst reis ik weer af naar het enorme landgoed met haar tuinen en fonteinen, de overwoekerde kronkelpaadjes en de bloemenzee uit de jaren dertig in dat Engeland van weleer om samen op te lopen met die kleine Mary Lennox. Voorlopig ben ik even niet thuis.

 

 

Uncategorized

Er is nog een weg te gaan

Losse eindjes. Draden die zijn blijven liggen op de lange weg naar, tja waarnaar eigenlijk. De voltooiing van het leven klinkt mooier dan de dood. Of is het een begin van de onsterfelijkheid. Het sterfelijke te boven. Geen los eindje meer maar een nieuw begin.

Er zijn veel van die eindjes geweest, die ik heb laten liggen en waarvan ik later dacht,  had ik daar iets van kunnen maken. Iedereen kent het denk ik, of alleen de chaoten onder ons. Oorzaken zijn er voldoende. Schrijven en tekenen waren niet specifiek kwaliteiten in de tijd dat ik ze beoefende, dus koos ik met behulp van mijn ouders voor een brede veelzijdige ontwikkeling op de kleuterkweek. Voldoende om de creativiteit aan te spreken, maar onvoldoende om daadwerkelijk te leren iets te doen met die aanleg.

De opleiding zelf had iedere vorm van vrije beoefening eruit geslagen. Het fröbelen op de kleuterscholen uit die dagen ontsteeg nooit de brave lesjes, we gaven ze statisch door. Het was niet dat wat ik verstond onder creativiteit.  Nooit heb ik in die dagen de verwondering van kinderen gevoeld, ik had de mijne niet eens ontdekt.

193.JPGlosse eindjes

Dus bleef mijn beeldend vermogen liggen in een plas van regels en daarna in het verzet tegen dat harnas. Dagboeken schreef ik vol, vroeger en gedichten. Smachtende gedichten over verlangen en eenzaamheid, over de dood en de liefde. We zongen bij het kampvuur in Oude Haske over het weiland dat geurig op een kleurig gebeuren wachtte, een lied van La List, dat Endymion heette en waarvan ik vergat de betekenis op te zoeken. Nog een los eindje. Had ik het opgezocht dan was ik met mijn neus in de Griekse mythen gevallen of had me kunnen verdiepen in de gedichten van John Keats, en had ontdekt dat ‘A thing of beauty a joy forever’ was. Het had me net op een ander zijspoor kunnen zetten, daar op dat uur van puberale onzekerheid over monsterlijke dikte en andere muizenissen. Het bleef liggen.

John Keats, door William Hilton, National Portrait Gallery, Londen

Ik ging door en vond de liefde, dacht ik en vertrok.Het kleine slaapkamertje met de Beatlegordijnen liet ik voor wat het was, mijn jeugd voorbij. Had ik daar nog meer van moeten breien? Ik was pas 18 jaar en eigenlijk vooral nog altijd op zoek naar het onbekende. De vervulling kwam niet echt, werd sleets en verzandde in studies van stoffige dikke boeken, waar experiment en uitdaging om de hoek lagen. Ik liet het voor wat het was, te lang, tot de bom barstte. Een schoolvoorbeeld van het losse eind, dat daarmee alle gevoelens in de war schopte door de berusting. Had ik dat anders opgepakt, dan was het volstrekt anders verlopen.

Hadden en hebben is twee. As is verbrande turf. De losse einden in het leven werden vooral gevoed door onstilbaar verlangen. Dat zorgde voor wendingen, waarmee de uiteindelijke keuze bepaald werd. Geen weg terug, maar ook geen reden om verdriet te hebben om de ingeslagen wegen. Een aantal einden heb ik van lieverlee weer opgepakt en ben er mee gaan breien en kijk eens aan. Het is nooit te laat. Bij het achterom kijken kan ik met verve zeggen dat ik van mijn eigen losse einden heb geleerd.  Ze zijn er toe gaan doen. Vaak was het de stem van het hart, dat voedde en die bleef liggen omdat ratio zich ermee bemoeide.

147.JPG

Na een lange weg met veel splitsingen en losse einden ken ik de gouden regel voor een leven. Volg je hart. Wees die je bent. Nu rest mij om de laatste losse einden te vinden en te verweven met de mij gegeven tijd in liefde en in de wetenschap dat het tapijt mooier zal kleuren dan ooit. Er is nog een weg te gaan.

Uncategorized

Als een verfrissende vlaag

Sneller dan verwacht was het gisterenavond tijd voor de dansvoorstelling van LeineRoebana getiteld Sweat Demon. Vriendin had het gespot en we besloten, na de vorige treffende voorstelling van Wiek, waar in lengte der dagen over te filosoferen viel, dat dit misschien een goede opvolger was.

In de inleiding, die gegeven werd door de programmeur van het theater en een van de twee choreografen, Harijono Loebana. Er werd veel verteld, maar het bleef een beetje bij kouten. We wilden voornamelijk horen wat de essentie van het stuk was. Richard Foreman werd aangehaald als belangrijke inspiratiebron. Er is een minimalistisch decor, er wordt voornamelijk gewerkt met licht en geluid. Zelfs de livemuziek,waar LeineLoebana doorgaans gebruik van maakt, was achterwege gelaten. De waarschuwing was duidelijk. Laat je niet afleiden door in verhalen te denken.

099

We stapten het diepe in en lieten ons meevoeren, voor zover dat mogelijk was. Daarna schudden we onze veren bij een glas wijn. We kwamen tot de conclusie dat je verteld kan worden niet te zoeken naar een verhaal, maar dat ieder mens er een of meerdere paraat heeft gehad. Zeker ook, omdat op het podium door een danser zijn verhaal werd verteld. Een aandoenlijk en aangrijpend verhaal.

Het genderneutrale karakter van het stuk door het benadrukken van zowel het vrouwelijke als mannelijke in de mens overspoelde in de dans niet het verschil, integendeel. In mijn beleving werd het juist versterkt. Het was net alsof ik een video-installatie was binnen gestapt en daar aan de zijlijn mocht kijken naar wat er gebeurde. De heftigheid, het katatone werd afgewisseld met het vloeiende. De overname van het fysieke door het autonome vormde de basis voor de eerder genoemde fysieke schizofrenie. Dan nog was het aan de perceptie hoe dat werd ingevuld. Wie zelf ooit dergelijke fysieke overnames heeft meegemaakt en dat niet als heftig heeft ervaren, maakt een totaal andere beleving door dan een outsider op dit gebied.

111

Het boeide maar miste ook de kracht van de vereenzelviging. Ik had daar onbewust naar gezocht en daarmee was het hele gesprek erna, met vriendin, de meerwaarde van het stuk. Juist door te filosoferen over wat er gemist werd en wat het had opgeroepen, welke verhalen er los kwamen, kreeg het meer zeggingskracht. Dat had de heftigheid van de dans met de verstilde ogenblikken, de verovering van de ruimte met tikkende tijd, het mantra over doodgewone dingen met en passant een heftige boodschap er tussen, de staccato metronoom, de stemmen en de chaos in lichtspel er tussendoor niet op dergelijke manier bewerkstelligd. De mannen werkten zich letterlijk in het zweet met hun krachtmetingen, hun lieflijkheid en hun sensuele overgave. We zochten, zoals gezegd, niet naar het verhaal, maar het diende zich aan.

Terwijl we zaten te praten sprak iemand ons aan, die aan het tafeltje naast ons gezeten had. Het zicht op haar werd onttrokken door een plantenbak. een bijna filmische scene. Ze verontschuldigde zich en vertelde dat ze merkte steeds meer luistervink te worden naarmate ons gesprek volgde. Daarom vroeg ze of ze er bij mocht komen zitten. We waren verrast, maar vonden het ook fantastisch, dat iemand die vrijheid durfde nemen. Het sloot aan bij het thema, dat wij uit de avond gefilterd hadden. ‘Wees wie je bent’. ‘Durf te zijn’. Het gesprek met haar erbij was te kort want ze zag een van de dansers en riep hem, waarna haar gesprek zich elders voortzette.

Ondanks de verwarring en de vermoeienissen toch een avond die veel had losgewoeld. De ervaring zocht naarstig een eigen plek in de context van de dans. Het zou nog lang doorsudderen. Buiten viel de nacht als een verfrissende vlaag over ons heen.

Uncategorized

Kunst in beweging

Juist omdat natuur in de vroege ochtend haar ingebouwde lichtspel gaf, gefilterd zonlicht door het bladerdak van de boom voor het raam, ontsprong het idee om naar de  de Kunsthal te gaan met de tentoonstelling 100 jaar Kinetische Kunst.  Als je de wereld binnengaat via de enorme podiumzaal, die schuin oploopt, ontmoet je een meervoudig zelf in de draaiende uitwaaierende paarse neon spiegelzuilen, een imposante binnenkomst.

025

Daarmee word ik de wereld ingezogen van de waarneming.  Niets is wat het lijkt, alles lijkt wat het is. Ik word het onbevangen kind vol verwondering. Terwijl de ratio op de achtergrond probeert te doorgronden, dompel ik onder in de draaiende, bewegende, cirkelende, trillende, schuivende verwarmende, vervreemdende bronnen.

038Alexander Calder

Ik ben een klein radartje in die enorme beweging. Zodra ik binnenstap, voel, luister, kijk, één intense waarneming, beleef ik het werk tot in elke vezel. Ik word overrompeld door draden die uit het lood gaan, lichtbronnen die vervreemdend werken, een cirkel die uit vierkanten bestaat. Een enorme Prisma zet de wereld op zijn kop en de spiegelzaal, geeft in een Droste-effect een peilloze diepte aan om in eenzelfde vaart eenieder te verliezen in de eindeloze hoogte. De grond slaat er werkelijk onder mijn voeten vandaan, ik ben een zwevend onderdeel van ruimte. Elk gevoel voor zekerheid verdwijnt met de duistere kamer, gevuld met een netwerk van lichtgevende draden, rechte lijnen, die langzaam  scheef trekken of ben ik het zelf die voorover en achterover helt. In een andere ruimte golft de kamer onder je vandaan, geen wand houdt stil of toch? Ik zoek de rust van een muur in de rug om me mee te laten voeren in haar beweging en toch houvast te hebben.

035Marcel Duchamp

Draaiende cirkels die verschuiven naar het middelpunt om vervolgens weer uit te waaieren en vice versa. Een kolkend, golvend, zuigend aanhalen en afstoten, ze houden de aandacht vast en voeren hun hypnotiserende werking op. Ergens anders dwaal ik de vervreemdende wereld binnen van het licht, waar wanden verbleken en die door het licht een fluoriserende katalysator worden van de vorm. Hemels zweef ik  in groen, blauw en rood neonlicht.

105

Ik ben Alice in wonderland, soms vele malen  versterkt of nietig klein. Aangespoord en afgeremd, uitgedaagd of overvallen, maar altijd nieuwsgierig naar de volgende stap. In mijn hoofd hengelt het lied: Ik moet dwalen, ik moet dwalen…weliswaar niet door herkenbare bergen en dalen maar wel door onpeilbare diepten en onbereikbare hoogten.

081

Een kleine ballerina in roze balletpak neemt plaats op de spiegelvloer en vleit haar wang tegen haar spiegelende koude, terwijl haar handen graaien naar een oma die ver in de diepte valt, maar in werkelijkheid naast haar staat. Omi…Haar broer kijkt met open mond zijn ogen uit in stille verwondering. Net bijgekomen van deze ervaring worden we de volgende ingetrokken. Dat je bij een grote triangel zoveel diepte ervaart, enkel door  weerschijn. De wereld is illusie, is een ontastbare werkelijkheid. Oma kan vliegen, verdwijnen, honderd keer verschijnen, verkleuren, veranderen. De ballerina pakt een hand en schrikt, verkeerde oma, snel kruipt ze achter de rokken van de echte. Ze is vier, schat ik in.

089

Vanuit de zekerheid schept de kunstenaar zijn chaos, laat het beeld op de grondvesten schudden, maar om dat te kunnen heeft hij eerst alles moeten doorgronden, structuur gezocht, juist om het waarneembaar los te maken of nadrukkelijk te bevestigen. Punten, vlakken, geometrische lijnen die lijken te verschuiven maar in werkelijkheid geen stap verder komen. Staven zweven als licht, van metaal, als schoepen, op vleugels. Calder, Tinguely, Vaserely, Duchamp en vele anderen, ze zijn er allemaal. Ooit zijn ze begonnen met het wakker schudden door de wereld op zijn kop te zetten en daarmee de inspirators te worden voor experimenten die verder gaan dan vorm, in licht, geluid, trillingen en ruimte. Het is één grote ontdekkingstocht die blijvend beroert. De ontmoeting met de wondere wereld van Kunst in beweging.

 

 

Uncategorized

Om van te leren

Wat stel je je voor met een sprong in het diepe. Waren we vorige week nog in de ban van de fabeldieren en de vele mogelijkheden daarvan, vandaag storten we ons op de middeleeuwse miniaturen, initialen en ornamenten. Fresco’s en iconen liggen op de loer. Het is voor mij hinken op twee gedachten, mijn eigen scheppingsdrang en het imiteren komen hevig met elkaar in botsing. Het voelt als een ongemakkelijke hinkstapsprong uit wat veilig en vertrouwd is, geen geriefelijke voorspelbaarheid, maar een avontuur. Wat komt een mens tegen, vastgeketend aan de schakels der tijd.

Om me heen verschijnen mooie fabeldieren in heldere kleuren en afgebakende uitgevoerde opdrachten. Ik had iets anders voorbereid, maar laat me verleiden met een sprong in het duister. Mijn eigen duistere Middeleeuwen terwijl ik worstel om naar de verlichting te gaan. De geschiedenis voltrekt zich in een notendop van mijn gevoel. Ik weet dat het platte plaatje straks in elkaar schuift en de mijne wordt, maar tot die tijd is het een halve kopie en mist het de essentie van het afgebeelde verhaal. Ergens moet er iets in komen dat de afbeelding verbindt met wat het oproept.

0341.jpg

Het gevoel dat we vooral lerend zijn en dat het verdieping brengt is onmiskenbaar aanwezig. Verrijkend zijn de stappen die ooit gezet werden in de aanloop naar het scala aan mogelijkheden van deze tijd. Om die eigen te maken zijn er nogal wat voeten in de aarde nodig, of in het bladgoud zo je wilt. We laten ons leiden door wat op het pad komt en gaan het ongewisse aan. Ergens moet het mogelijk zijn om uiteindelijk te doorgronden en het proces eigen te maken.

De vier figuren zijn opgezet, de kleur van het cereleum doet pijn aan mijn ogen. Het klopt niet, daar hoort een ander blauw in. Volgende week moet daar diepte in komen met een ultramarijn. Het Latijn ontbreekt. Ik zoek de betekenis van gouden middeleeuwen op: Aurea Mutasti en bedenk dat dat als, grap en vingerwijzing mooi zal staan in Keltische letters op het gebruikte cadmium geel en oker. Mijn plaatje staat in schril contrast bij de fabeldieren van de anderen.  Er mist iets in de schildertechniek, die ik hanteer. Het penseel was per definitie niet geschikt om te dassen en en diepgang in de kleur aan te brengen. Volgende week gaat de ploetertocht voort, maar het is niet alleen kommer en kwel. Wat zou het leuk zijn, bedenk ik me nu, om door middeleeuwse klanken begeleid te worden. Gregoriaanse zang, monniken die op de achtergrond hun intrigerende meerstemmigheid ten gehore brengen, onderdompeling in sfeer.

028

Als we naar het eindresultaat kijken is er teleurstelling, maar het geeft niet. Dat is een onderdeel van het leerproces. Het zijn ook geen schilderijen, maar broddellapjes. Oefenpraktijken zoals de rode gebreide poppenbroek in twee jaar ervoor gezorgd heeft, dat ik het breien uiteindelijk wel in de basis onder de knie kreeg. Niet meer en niet minder, maar voldoende.

002Broddellapjes…

Bij het naar huis rijden is het verwarde gevoel al weer omgezet in vertrouwen. Straks, als de tijd daar is, komen de fresco’s tot leven. Vandaag staat in het teken van het  penselen sorteren en materialen uitzoeken om beter beslagen ten ijs te komen. Scheve schaatsen zijn om van te leren.

Uncategorized

Opgelucht ademhalen

Ze zat muisstil, wat heel bijzonder is als je een poes bent, in een hoekje op de galerij, achter het hek van de noodtrap. Het verlokkelijke ‘poes,poes,poes’, het rammelen met voer, het verleidelijke schone drinkwater…Niets bracht haar in vervoering.In het begin had ze nog even gereageerd op Pluis, die achter het raam aan het dralen was en mauwde. Ze zette af en toe haar pootje tegen het glas, maar de grijze buiten reageerde slechts met het draaien van haar kopje en een betraand zwijgen.

Zoon maakte foto’s en vroeg beneden of de poes daar bekend was, omdat  ik eigenlijk dacht, dat ze in de omgeving van de dode buuf hoorde. Er zwierven drie cyperse kortharen rond. Ze had ze altijd buiten eten gegeven. Zelden zaten ze binnen. Echte straatkatten waren het. Deze arme grijze was een hoopje ellende en daar op de galerij hoorde ze zeker niet. Het leek erop dat ze een plekje had gezocht om te verkommeren. Er zat niets anders op en we moesten de dierenambulance bellen, zieke poes kon je niet aan haar lot overlaten en haar in huis halen was gaan optie.

Ineens moest ik denken aan Annie en haar Minoes en hoe leuk het geweest moest zijn om zich in de karakters van al die verschillende dak-katten in Amsterdam te verplaatsen. Vanaf het moment dat je bedenkt een roman te schrijven met poezen en katten wordt het hele leven een groot poezenfeest. Overal waar je kijken kan, kom je ze tegen. Je ziet ze wegsluipen, tijgeren, dralen, rennen, loeren, bedelen, rekken en luieren. In het veld, bij de boom, onder de auto, op de motorkap, onder de bosjes, in tuinen en op balkons. Hier lopen ze niet veel op de daken. Maar in het oude dicht op elkaar gebouwde stadsdeel zitten ze in elke uithoek. Hoe kom je aan de Jakkepoes. Tante Moortje, Tinus of mevrouw Pastoor spreken vanzelf. de Jakkepoes was een kleine schobbejak in een jakkie-bah-omgeving.

https://www.boekenbijlage.nl/wp-content/uploads/2013/10/Minoes.jpg

Het woord bleek vroeger in Groningen en Oost-Friesland een naam te zijn voor een kale pronker en in Nederlands-Indië stond het voor een smeerlap, een gemene vent. Dankzij Annie is het een naam geworden met karakter en staat ze in mijn beleving voor een echte doorzetter, een bikkel.

In Frankrijk liep, rond de oude zijdefabriek waar we logeerden, een poes met de naam Poubelle, wat vuilnisbak betekent. Ze was ‘belle, want ze had een lange, ooit sneeuwwitte, vacht, die nu wat geklit en vervilt was. Het was dan ook een echte schuumster. Dat was te wijten aan het feit, dat ze haar eigen kostje bij elkaar scharrelde rond de gewelven van het huis, waar muis op tafel danste als ze niet in de buurt was. Poubelle eigende zich de omgeving van het enorme pand waardig toe. Met nuffige dribbelpasjes kon ze de trap naar het bordes af gaan en met haar staart op als ‘la Reine’ omhoog lopen. De kleine salamanders schoten weg. Ieder dier bedacht zich wel even, eer hij haar territorium betrad. Poubelle was een ongeschreven boek

Na een telefoontje van onze kant kwam er een dierenambulance voorrijden. De man hapte amechtig naar lucht na vier trappen. Zijn buik zat hem in de weg toen hij probeerde poes te pakken. Ze schoot onder zijn grote kolenschop-handen uit en drukte zich angstig tegen het raam, waar Pluis aan de andere kant stond en prompt begon te blazen. De man opende zijn reisbak en met een graai greep hij haar in haar nekvel. Daar zwaaide ze klaaglijk miauwend de lucht in en belandde in het witte koude plastic. Deksel er snel op. Ziezo en dat was dat. De man knikte tevreden.

005.JPGPluis.

Hij had het nog over kosten verhalen en dat hij slechts een vrijwilliger was en daar niet over ging. ‘Don’t shoot the messenger’. De boodschap was duidelijk. Je kan een kleine Jakkepoes toch niet zomaar laten verkommeren, mijnheer de ambulancebroeder. Iedereen die hart voor poes en de liefde voor Minoes in het bijzonder heeft, kan onmogelijk zo’n lieverd aan het lot overlaten. We zullen zien. Kleine Jakkepoes, of Schobbejak was in ieder geval in humane handen. Pluis kon weer opgelucht ademhalen.

 

Uncategorized

Luid zong ik mee

Het was feest. Niet alleen vierde de dag dat uitbundig en had ze een zomerse voile over haar herfstkleed aangetrokken, maar ook ademde de aangename en zachte temperatuur een welkome viering buiten de vier binnenmuren. Een zucht wind liet dwarrelende bladerconfetti neer ter verhoging van de feestvreugde. Het danste in de warme middagzon.

144.jpg

Onder de witte daken van de opgezette tenten gingen ruimschoots gevulde schalen in het rond. Er hadden zich diverse groepjes geformeerd en het verschillende leven werd in uitgebreide verhalen gedeeld. Soms bescheiden en zacht, soms uitbundig in een klaterend visserslatijn, met omstandig handen en voetenwerk, een bulderende lach.

De jarige ontving in liefde zijn dichtgeschroefde pot met geld, water en eend. Het ontlokte een glimlach. ‘Nu zwem je in je geld’ was een understatement, want die vlieger ging niet op voor een kleine zelfstandige ondernemer, er moest nog vier jaar door gebikkeld worden. Een ander gaf een spaarvarkentje om het pensioen verder op te bouwen, weer anderen uitbundig wijn, cognac en geurende Hammam-artikelen. Ik had me op een veilige plek verschanst en had in alle rust het overzicht op de veelal onbekende gasten.

491spiegelen

De familie zat er, die ik ooit, lang  geleden, 38 jaar om precies te zijn, voor het laatst had gezien. Ik probeerde in de vergrijzing de juiste trekken terug te vinden en kon een aantal gezichten plaatsen. Er kwam een stel binnen samen met een oude vrouw. De vrouw van het paar herkende ik. ‘O dat was de zus’, wist ik, maar wie was die oude vrouw. Ze waren goed bevriend, omhelsden elkaar. In een ogenblik van een seconde schoof het ware beeld in elkaar. De oude vrouw was de zus en de jongere de dochter. De laatste was een kopie van haar moeder. 1980 was binnen komen wandelen, omdat de dochter het spiegelbeeld was van de zus destijds. Jaren schoven ineen, het had een bevreemdend effect.

Ik dwaalde af van het gedruis, terug de tijd in. Zo gaat dat dus. Ook ik was ‘de oudere vrouw’ in de ogen van de dochters van nu. Relativeren is een kunst op zich. Ik zat naast mijn schoonmoeder die met haar 96 jaar een derde wijntje weg tikte, terwijl ze het schaaltje met borrelnootjes onder haar bereik trok en daar vergenoegd gebruik van maakte. Haar ronde rozige wangen staken jeugdig af tegen het diep gegroefde gelaat van de zus en maakte eens te meer duidelijk dat Tijd niet per definitie in alle hoeken en gaten kroop. Kopzorgen waren er bij beide. Ieder huis heeft zo zijn kruis, maar niet overal verweeft het zich.

146.jpg

Ik nam afscheid en liep naar de kleine blauwe prins. De sfeer ademde nog steeds uitbundigheid, de stemmen galmden over de hoge haag heen en sneden door de zondagse rust in het kleine dorp. Het oneindige lint langs de uiterwaarden lang was ik aan het na mijmeren over het spel dat Tijd speelde door heden en verleden, in beeld, zo door elkaar te laten lopen. In de achteruitkijkspiegel keken twee doorgroefde ogen me aan. Ik schroefde het volume van de radio wat op, een lied van nu met een boodschap. De Dijk zweepte de woorden het kleine compartiment in: ‘Laten we dansen, dansen dansen op de vulkaan’.  Toeval bestaat niet. Het antwoord was binnen. Luid zong ik mee.

Uncategorized

Zet de sluizen open en ontvang

De tijd van sprookjes is voorbij. Het is iets van vroeger. In welke context, een lied, een opgeheven vingertje van mijn ouders, een zin uit een boek is me niet bijgebleven. Als ik het opzoek op internet kom ik uit bij Heintje Simons en zijn liedje Lalalaai, een Vivaforum, de Ouders van nu, maar niet bij de oorspronkelijke tekst.

De zin viel me in toen ik Hans Hagen langs zag komen op twitter met de melding, dat zijn dichtbundel ‘Onbreekbaar’ al 40 weken niet in de CPBN-top 60 staat en overal gewoon te koop is. Een maakbaar sprookje dus. Als je er niet over schrijft, bestaat het niet.

Hans heeft fantastische gedichten geschreven, elke bundel van zijn hand is op voorhand al een succes. Hoeveel kinderen heb ik niet de kracht van het woord gegeven met gedichten van Hans en Monique Hagen,  van Joke van Leeuwen, van Ted van Lieshout, Toon Tellegen en natuurlijk van Annie M.G. De kunst is in het hoofd van het kind te gaan zitten. Knieën opgetrokken, armen om de benen heen geslagen, muisstil en luisteren. Vooral dat.  Een dag met kinderen is dé voedingsbodem bij uitstek voor gedichten, sprookjes, nieuwe verhalen in je hoofd.

Nu ik niet meer elke dag die kraan open kan zetten, zoek ik de prikkels op met ogen die op steeltjes staan en oren die luisteren. Bij het wandelen in de stad, bij het boodschappen doen, op het voetbalveld. In musea, bij het lezen van een boek, bij het kijken naar televisie. Een grote bubbelende ketel om verhalen en sprookjes uit op te lepelen.

040.jpg

Ooit was ik een verhalenschrijfster in een project in een kleurrijke uitdossing. Met de ronde bril, de rolletjes papier en potloden door mijn gehaakte jasje en een vrolijke  blonde pruik op,  kwam ik op bezoek bij de kinderen. Ik kweelde met mijn lippenstiften hartjesmond de mooiste volzinnen in het rond. Waar ik kwam, zonken de kinderen tot over hun oren in het verhaal en gingen met me mee op stap. Het project was een groot succes, er werden verhalen verzonnen bij de vleet, nieuwe woorden in het leven geroepen, speurtochten  naar mooie zinnen gehouden, gedichten gemaakt.

041

Die schrijfster werd geboren door het gedicht de Sprookjesschrijver van Annie M.G. Schmidt, een klassieker. Ze laat hem uit een vijver vol inkt verhalen verzinnen. Daarbij komen de beelden vanzelf omhoog. Die grote vijver op een geheimzinnige plek, door nevels omringd en de schrijver die er elke ochtend in alle vroegte naar toe sluipt met zijn pennen….In het speellokaal sluipen alle kinderen met me mee. Er is niet veel nodig om een sprookje wakker te roepen.

Of je bundel nu wel of niet in een top zus en me zo staat maakt niets uit voor de magie van het woord, de kracht van een tekst, een sfeertekening in een schilderij om de verwondering op te roepen. Gisteren bij mijn bezoek aan De Line Up in het Centraal Museum, liep ik door de vele tekeningen, schilderijen en video-installaties heen. Er waren er een paar die raakten, een gevoel opriepen, iets met me deden, waarvan ik wist, dat ik ze nooit vergeten zou en later altijd als inspiratie latent in mijn bewustzijn zouden rond zweven.

113.jpgDirkje Kuik: Het Dodenmasker

Vriendin was de week ervoor naar dezelfde tentoonstelling geweest. Haar beleving kwam overeen met die van mij. Twee of drie die indruk hadden gemaakt en waren blijven hangen. Het meest bijzondere vond ik dat we alle twee geraakt werden door een klein portret van Dirkje Kuik dat niet tot De Line Up behoorde, maar bij de vaste collectie. Bijzonder dat we uit het grote aanbod van het hele museum dat kleine prachtige portret met de titel ‘Het Dodenmasker’ eruit hadden gekristalliseerd. Daar draait het om. Trefzekerheid.

In de bundel van Hans Hagen staat een prachtig gedicht over zijn overleden broer. Over ‘beroeren’ gesproken.

‘Inhalen’

morgen haal ik hem in/ morgen sterft hij voor de vierde keer/ben ik dan groter/word ik ouder/wordt mijn grote broer mijn kleine/mijn ogen vind ik in de spiegel/waar zijn de zijne

Ik weet het zeker. De tijd van sprookjes zal nooit voorbij gaan. Zoek het kind in jezelf, zet de sluizen open en ontvang.

 

Uncategorized

Potlood op papier

Er vloeit weer daadkracht door de aderen. Ik merk het ’s morgens bij het opstaan. Niet langer zijn er dagen in een passief consumeren van alles wat voorgeschoteld wordt via de social media. Let wel, een belangrijke afleiding in de momenten van stilte. Nu is ze met stapjes naar de achtergrond geschoven. De dagen hebben weer een ochtend. Met de fysiotherapie zijn er doelen te stellen om vroegtijdiger dagbestendig te zijn. Het schema in mijn hoofd kantelt van passief ondergaan naar actie.

Nog een prachtige dag op rij. ’s Morgens truiendag, ’s middags blote-armen-dag. In mijn hoofd zingt mijn moeder ‘laagjesdag’. Uitpeldag inderdaad. Er gaat zelfs een hemmetje aan. De tocht gaat naar het centrum van de oude stad met haar kroon van uitbundigheid in een lichte regen van verwaaiend blad. De singels zijn oneindig mooi.

092.JPG     101Susanna Inglada: Point The Finger

Het is zo’n dag van een gouden draad, die lijnrecht voert naar de enige bestemming van vandaag. Ik stal de kleine blauwe in de Watervogelbuurt en wandel in een bijna-rechte lijn naar het Centraal Museum. Aan de voet van de Nicolaikerk voltrekt zich een oud middeleeuws leven in een modern jasje. Daar huizen mensen, die zichzelf schurkend tegen elkaar en de  eeuwenoude kerk aan, veilig voelen. Ze praten er, hangen er rond, liggen er. Het roept het beeld op van de dolenden onder het station uit de jaren zeventig. Met die uitzondering dat er een dak boven hun hoofd is aan de overkant bij Altrecht. Ze vormen een schril en onverwacht contrast met het zwoele zomerse briesje, dat zorgeloos over de kruinen glijdt van de eeuwenoude bomen en het blad doet ritselen.

058Rinus van de Velde

Ik volg mijn weg naar De Line Up en moet even naar adem happen als ik de zaal zie vol werken, wandhoog. Mijn hemel, waar moet je kijken en waar te beginnen. Al gauw laat ik de handleiding los. Het is niet te volgen in woorden, je moet het ondergaan. Sommige werken dalen als een mokerslag op je neer, afhankelijk van het gemoed, dat zorgt voor de ontvankelijkheid. Ik laat de namen los, de kunstenaars gaan, en kijk mijn ogen uit. Vanaf 1950 tot heden volg je het proces van het tekenen, soms voorwerk, soms monumentaal werk op zichzelf. Diverse grootheden, maar ook onbekende tekenaars. Sommige oogsten bewondering. Het houtskool op canvas van Rinus van de Velde bijvoorbeeld, of het werk van Susanna Inglada en haar Point the finger, sommige verwondering, wat woedt er in de kunstenaar en, niet minder belangrijk, wat woelt er om bij mij zoals bij de tekeningen van Stijn Peters. Dumas roept zoals altijd oneindig vragen op. In de salonzaal had ik graag de onbereikbare hoog hangende tekeningen van dichterbij bekeken. Varifocus bemoeilijkt. Claire Harvey maakt miniaturen die zo klein zijn, pleistergroot, dat het een wonder is hoe details daar nog uit te kristalliseren vallen. Een wand vol pleisters en miniaturen. Prachtig, in één woord.

060Pleister-miniatuur van Claire Harvey

De videoinstallaties zorgen voor een pas op de plaats. Een ontmoeting met vrienden brengt een mooi perspectief. De dochter lijnt haar leven uit met een enkele opmerking bij een eenvoudige, bijna stopmotion, animatie. ‘Het lijkt op vroeger, toen het leven nog eenvoudig was en overzichtelijk.’ Voor mezelf vul ik in: Het pure…Wat je ziet, is wat je krijgt. Haar vroeger is twintig jaar geleden en daar vallen, op een bankje in het half duister, mijn tijdsbeleving en het hare samen en uiteen.

Er valt veel te zeggen en veel te zien, ik volg de lijn en teken de ‘Almus’ nog maar een keer als mijn deel van de stad, op een bescheiden plekje van de expressieve muur. Met een hoofd vol, net als de grote installatie waarmee je de tentoonstelling binnengaat, een lijnenspel pur sang, hersengolven bij uitstek, duik ik de zon weer in. Veel stof tot nadenken en oneindig verlangen naar een potlood op papier.

 

Uncategorized

Eenvoud

De tuin ligt er muisstil bij op deze late oktoberzomerdag, alsof ze weet, dat er dingen staan te gebeuren, die verandering zullen inluiden. Ik neem de  schade op, het geraamte van het fundament, de balken doorwroet tot op het bot, de verweerde ossebloedrode bodem huilt met diepe vermolmde kuilen. De waterton van robuust oud hout is een behuizing geworden voor de overhaast gevluchte pissebedden bij het neerhalen van het huis. Als ik hem omdraai stuiven ze weg, zo snel als kleine dribbelpoten hun pantsertjes kunnen dragen. Het blauwe krukje verschiet sneller, nu het in weer en wind te wachten staat op het ondersteunen van de normale gang van zaken bij een wiedende taak. Ik inspecteer de grond en zie de hondsdraf drastisch uitvergroot de overhand nemen, ik schep met graaivingers de wijd vertakte wortels weg met blad en al en Margriet, twee kleintjes in de late middagzon, haalt opgelucht adem.

003

Voor mijn voeten springt kikker, kruipt met koddige zijwaartse glijpoten onder het blauwe zeil, waaronder de schamele stoelen opgeslagen zijn. Ik zoek naar een plek waar ik de onrust niet zal voelen van het verdwenen huis en duik op de ronde houten tweezitter onder de fruitbomen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een kleine winterkoning die langdurig heen en weer wipt op de takken van de wilg naast de minivijver in het midden van de tuin en daarna de appelboom in vliegt. Ik vis mijn fototoestel uit de tas, maar ze blijft behendig tussen het gebladerte. Dan komt er een roodborst op de rand van het hek hippen. Ze kijkt om zich heen, koppie scheef en houdt bij tijd en wijle doodstil. Dan schiet ze naar de grond, waar ik haar niet meer kan volgen omdat mijn blik op haar ontrokken wordt door het blauwe gestulpte zeil.

Ik besluit de kruk te pakken en die aan de rand van het kale vlak te zetten, fototoestel in de aanslag en geduldig wachten. Winterkoning is er weer, maar laat zich niet zien. Het hippen beroert wat blaadjes en af en toe zie ik de parmantige staart. Ze houdt zich stil. Roodborst komt kijken. Ze blijft veilig bij het hek, het toestel zoemt in. Met vermoeide ogen van het turen zie ik niet of de focus scherp is. Ik moet snel zijn en druk een paar keer af. Hoog boven me roept een buizerd.

014

Tuin in rust. Ik pak tas en vest en en loop langzaam langs de sloot het pad af de weg terug. De schapen staan verderop aan de overkant van de sloot te grazen. Ik zie de wolletjes in stereo, een boven en een in het water. Als ze me in de gaten krijgen komen ze luid blatend vertellen dat ze blij zijn me te zien. Als er verder niets gebeurt, hervat het grazen. Een zo dicht bij de rand dat ik bang ben hem zo uit het water te moeten vissen. Op een knie tart ze het lot om de lekkerste en meest malse grassprieten te kunnen verorberen. Haastig druk ik af. Steeds meer stereo schapen volgen. Als een wandelaar het pad op komt bij de bunker verlaten ze me luid blatend voor een nieuw verzetje.

022

Het land spreidt nog een keer zomerwarmte, terwijl herfst de bomen bij Copijn laat vlammen en reiger verstoord opvliegt als ik in zijn vizier kom. Buurvrouw groet en de ongekroonde wachter van de tuin zwaait, zijn schroefboormachine in de aanslag, gereed om het hek te repareren. ‘Ik had je niet gehoord’, een brede grijns en woorden, die vervagen als hij zich weer over het hek buigt. Tuinleven…Groots en meeslepend in haar eenvoud.

Uncategorized

Ons gedeelde leven

Al een paar weken stond de afspraak vast. Met vriendin naar Zwolle, want daar was het werk van Alberto Giacometti te bewonderen en Lynn Chadwick, De lopende man kwam ik al eens tegen in the Nationall Mall in  Washington. En van de laatste had ik Dans IV al ontmoet in de Fundatie zelf, maar een heel museum vol met de sculpturen van deze twee grootheden was een ervaring op zich. De tentoonstelling heeft de toepasselijke naam Facing Fear. Hun werken worden vooral toegeschreven aan de ontberingen van de tweede wereldoorlog en als een antwoord op de ontwrichtende dreiging van de koude oorlog. De schimmige gestaltes van Giacometti versus de markante  hoekige mensen van Chadwick, die in het verloop van het proces zich steeds ronder en zachter gingen plooien, drukt vooral de persoonlijkheid van de makers uit.

43666859_10213534062166055_5111351935139577856_n     43753422_10213534062406061_2677218647931355136_n

Bij ieder beeld waren we ontroerd door de details, Chadwick en de bek van de brulkikker of de tanden van de leeuw. De dunne pootjes waarop ze balanceerden in al hun hoekigheid. Bij Giacometti was dat de hond en de kat, zo aandoenlijk. Met een minimum aan brons het optimale bereiken, als je recht voor het dier ging staan, restte een lange dunne streep en verder niets meer. Zelfs de flanken waren teruggebracht tot het geringste aan ingenomen ruimte. Ondanks het schrappen en schaven boetten de figuren van Giacometti niet in op kracht. De beeldenpartijen eisen imposant en dwingend de aandacht op zodra ze gegroepeerd zijn. Beneden in de grote zaal staat zijn ‘Femme de Venice’ , acht beelden die roerloos en indrukwekkend hun aanwezigheid verkondigen. Maar ook in het vrije veld, waar de lopende man ons tegemoet haast, wandgroot , met het beeld zelf ervoor, blaast hij me van de sokken. Het fragiele, kwetsbare naast het onverzettelijke hoekige versterkt elkaar oneindig.

43626274_10213534064166105_2547297111293034496_n   43672925_10213534062766070_8272852450914861056_o

In de filmzaal kon je een indruk opdoen van het leven van beide kunstenaars. Die van Chadwick verhelderde vooral, omdat het proces tot het maken van zijn beelden onmiskenbaar voortkwam uit het lassen van figuren, grote bewegende mobiles. Van lieverlee vulde hij het lijnenspel op, een heel eigen en boeiend proces, waar Giacometti steeds meer los liet. Dat het daarmee niets af deed aan het monumentale van zijn beelden is de ware kracht van de kunstenaar.

43626274_10213534065246132_3839373477526110208_o.jpg   43747909_10213534064806121_5413296730277937152_o

We dwaalden rond en vormden ineens een onderdeel van het Gesammtkunstwerk van Yuri Honing en Mariecke van der Linden, een heftige ervaring die er eigenlijk niet meer bij kon. De hele zaal, vloer en wanden waren een groot schouwspel. De zware zwarte gordijnen die als ingang dienden, hadden een waarschuwing kunnen zijn, de duistere waanzin van een oorlog of iets dergelijks, waar ik eigenlijk nog de schoonheid vast had willen houden en weer hervond beneden bij de Vrouwen van Giacometti en de vreemdeling van Chadwick.

Overal viel omheen te drentelen en dat was een prettige bijkomstigheid, aanraken mocht niet. Liefkozend aaien van dat gladde Chadwick brons of het ruwe van Alberto was ten strengste verboden. Alle sokkels waren wit omlijnd met een ingebouwde alarmdraad. We hadden even daarvoor de bronzen Adam van Rodin voor het stadhuis in Zwolle beroerd, maar die was gladjes gepolijst geweest. Het drukte de pret niet. Met een hoofd vol aan indrukken en een telefoon gevuld met geschoten plaatjes smaakte de kerrysoep meer dan goed.

43663902_10213534085446637_173158031809314816_n

Met voldoening keken we terug op wat we daarnet gezien hadden. Wat was het meest indrukwekkend. De leeuw, de brulkikker, de hond en de kat, de gegroepeerde figuren van Giacometti op de zwarte platen, de markante opwaaiende mantels en jurken, het haar van de verwaaide vrouw van Chadwick. Er viel niet te kiezen, het hoefde ook niet. Het had ons beroerd.

De lange weg terug naar huis, langs het uitbundige herfstpalet, reeg zich aaneen met ons gedeelde leven.

 

 

Uncategorized

Uit de doeken

Vianen was in de ban van de kermis. Het spektakel zorgde ervoor dat een aantal toegangswegen was afgesloten. In de binnenstad werd traditiegetrouw de paardenmarkt voorbereid. Door slinkse wegen wist ik toch nog heel dicht bij de plaats van bestemming te komen. Het was nog maar een kleine stap tot de middeleeuwen en haar symbolieken.

IMG_9550

Opwarmertjes zijn altijd heerlijke vingeroefeningen om los te komen van het heilige moeten. We hadden uitgebreid de boeken bekeken waarin de kunst uit die tijd beschreven stond. Niets is wat het lijkt. De allegorieën en de personificaties namen soms groteske vormen aan. Hoe teken je een dier dat je alleen maar hebt horen beschrijven. Dus vouwden we de kleine blaadjes in drieën en tekenden onafhankelijk van elkaar een deel van het lijf zonder het vorige te weten. Dat leverde een aantal wonderlijke personages op die met hun uiterlijk niet hadden misstaan in de fabels, eeuwen geleden.

Daarna tekenen op een groot vel, ieder op een eigen manier om de materie te doorgronden en ineens wisten we waar al het vreemde volk in de verhalen van Harry Potter vandaan kwam en de stijl van Leonora Carrington van was afgeleid. De kleuren, getallen, bloemen en dieren verscholen zich allen achter de rijke retoriek en vertelden veel meer dan hun aanwezigheid alleen. Het onbeschreven blad vulde zich al ras naar eigen inzichten. Onder mijn handen gleed de Slang, de Phoenix en de Eenhoorn en het bruine spinnetje, dat er in vliegende vaart overheen kroop, werd direct meegenomen. Ineens kropen er meerderen, overal vandaan. Bij buuf kwam een walvis tot leven, waarvan men duidelijk niet door had gehad hoe het beest eruit zag en de fantasie was er in een vlammende stijl op los gelaten, zoals hij in dwingend houtskool ook onder haar handen tot leven werd geroepen. Aan de overkant werd hard gewerkt aan een vrouwenfiguur, maagd of engel en nog meer van die uitgesproken kenmerkende figuren bevolkten steeds uitbundiger het blad.

IMG_9530

Het kleuren bracht rust in het hoofd. De cursus was niet zo overvol als vorig jaar en het was goed toeven in het atelier onder de uit de toon vallende klanken van de lampionnenoptocht door de smalle, middeleeuwse straten van het stadje. Een boertige klucht op zich, die combinatie, het schallende geluid en de wandelende kinderen. Als ze al zongen dan werden ze ruimschoots overstemd door de begeleidende fanfare.  De pastels lieten zich niet afleiden en mengden onder handen tot de intense kleuren van centennia geleden.

img_9554.jpg

In een adem overbrugden we de verschillende vakanties en het dagelijkse reilen en zeilen, wat zo breed uit kon waaieren in diversiteit. Zoals altijd met een hechte club, die elkaar een tijd niet gezien heeft, is er de wetenschap dat het ‘ons kent ons’ is en een veilig en vertrouwd onderkomen voor het creatieve proces, dat met horten en stoten soms, maar ook vloeiend een weg zou vinden. De verfijnde miniaturen en uitbundige kapitalen lagen in het verschiet, maar de handen jeukten al weer om groot aan de slag te mogen, als een Odilla Redon en haar Cycloop, een Pegasus of de Centaur tot leven te roepen in een uitbundig kleurenpalet.

De eerste sessie zit er op. We kunnen niet wachten tot de volgende ontwikkelingen die het mysterie, dat middeleeuwen heet, uit de doeken zal doen.

Uncategorized

Tart de tijd

Er zijn zo van die dagen, die gáán gewoon. Je pakt ’s morgens vroeg de draad op en breit de hele dag in een vloeiende beweging aan elkaar. Het begon met een goed uur fysiotherapie. Het verbaast me altijd weer dat het zoveel energie oplevert. Na een uur in de benen te zijn geweest is er Sturm und drang in het hoofd om lekker aan het werk te gaan en nieuwe stappen te ondernemen. Een coachingsgesprek met een van de verhalenvertelster ging als een wervelwind voorbij. In no time hadden we twee uur stukgeslagen en moest ze er hals over kop vandoor om op tijd te zijn bij school om haar kind op te halen. Ze had wilde plannen, die wat gestroomlijnder het licht moesten zien, maar in potentie veel in zich hadden. Het was leuk om te sparren. Alles even laten betijen en dan nog een keer bij elkaar komen. Uitwerking deels per mail.

092

Een bericht van broer met een oude bouwkeet op foto’s. No Gods, no Masters stond op het wit gekalkt in vlammend rood. Ze had een rond dak en knipoogde met haar wat vergane raamkozijnen over de afstand heen. Ze was te geef. Ze had er haar trouwe dienstjaren op zitten. Net als ik, realiseerde ik me ineens.  Het schept een band. Jut en Juul. Wel een goed stel samen. Maar zo heel anders dan ik me het nieuwe huis had voorgesteld. Ik speurde naar verbouwde bouwketen op internet. Ineens zag ik door het verlangen heen, door het beeld van wonderschone gladjes afgewerkte volkstuinhuizen, de mogelijkheden voor deze oude Jutje. Vandaag  ga ik kijken, maar ze werkt nu al op mijn ziel en zaligheid.

090

Los van haar bouwketerig uiterlijk namen de visioenen een loopje met me, de rest van de middag. Er werden glazen veranda’s aangebouwd, openslaande deuren ingezet, trappetjes geplaatst, een geknikte schoorsteen à la de Pipowagen van lang geleden en rondom roos en druif tegen de wit geverfde muren, misschien zelfs hop of blauwe regen. Mijmer, mijmer, mijmer…

Als sluitstuk van deze maandag was er nog een inspirerende redactievergadering. Met een brainstorm over nieuwe themanummers en inspirerende verhalen van de anderen. ‘Ik had al een kinderboek gevonden dat precies paste bij het thema voor het decembernummer. De tentoonstelling over 100 jaar kinetische kunst in de Kunsthal in Rotterdam sloot er naadloos op aan en juist een dergelijk verglijden van ideeën en mogelijkheden geeft dat heerlijke gevoel, dat alles op zijn plek valt. Het zorgt voor de zin er mee bezig te gaan en de draad letterlijk en figuurlijk op te pakken. Nee ik verklap nog niet welke draad. Straks, over een maand, vallen de woorden op hun plek. Dat dus, die wakker geporde drive komt steeds meer naar boven. De dagen vullen zich met beloften voor mooie ontmoetingen, expansiedrift, creëren.

046

Het borrelt en gist, het bruist en bubbelt. Nieuwe spannende dingen, oude afspraken in nieuwe jassen en vooral het bewandelen van nieuw terrein beloven veel. Jut is daar een belangrijk onderdeel van , want zonder huis is mijn tuin een dakloos verblijf, een zielloos onderkomen. Atelier is nodig om alles te stroomlijnen, handen en voeten te geven aan die nieuwe inspiratiebronnen en tevens de rust om pas op de plaats te kunnen maken en te genieten van wat tuin allemaal te bieden heeft.. Mijn vijver, de kikker, de twee dikke eenden, die er nauwelijks in kunnen keren, maar altijd weer dat vingerhoedje water verkiezen boven de ruime sloot, de roodborst en de koolmezen, de goudvink en de boomklevers en de buizerd, die cirkels trekt van verbondenheid. Weelderig omlijst door wilgen, pruim en kers, moerbei, braam, heggenrank en de haag van de oude. De bloemen die weliger mogen gaan tieren als Jut een feit is. De toekomst is één grote belofte en deze Juul past er naadloos in. Jut en Juul, der dagen nog lang niet zat. Tart de tijd.

 

Uncategorized

Leven in vrijheid

De dagen rijgen zich in vlot tempo aaneen. Mijn agenda is een van de belangrijkste boekwerken geworden. Iedere dag van de week is er wel wat te doen. Nee zeggen is een kunst op zich.

We zitten alweer volop in de herfst. Gisteren  waren de Singels en Wilhelminapark prachtig met die rijk getooide uitbundige bladeren. Daaronder waaierde de mensenmassa uit in net zo’n kleurig en rijk spektakel. De jaarlijkse singelloop was een feit. We hadden de hele middag getuurd naar de zich in het zweet werkende natie, teneinde de helden van de familie te bespeuren en met aanmoedigende kreten en uitbundig klappen geprobeerd iedereen moed toe te wuiven. Er waren er die lichtvoetig over het asfalt liepen en anderen die zwaar als stroop hun voeten optilden. Er waren er die badend in het zweet hun missie volbrachten, terwijl anderen fris als een hoentje, bijna fluitend het parcours rond renden.

SINGELLOOP

Door het ingespannen turen en de focus op de oranje T-shirts misten de zussen op het hoogtepunt van het voorbij snellen, broerlief, die in het blauw naast de oranje Pieter liep. Ik had door het oranje al verschillende keren gedacht de laatste langs te zien komen en vanaf dat moment heetten alle bankmannen in hetzelfde shirt ‘De Pietertjes’. Het bezorgde de kleinzonen veel lol. Het aanmoedigen werd ondersteund door een vrolijk saxofoontrio en iedere keer dat er een bekende langskwam brak er een indianengehuil uit met aanmoedigende kreten en de belofte dat ze er bijna waren.

SINGELLOOP 2

Het was mijn eerste singelloop in al die jaren en dankzij het mooie weer en de entourage was het inderdaad een belevenis, die waardig afgesloten werd met een drankje in het café Het Ledig Erf, een halve singel lang om terug te lopen en derhalve een hele marathon voor mij.

Elke ochtend na het schrijven en de koffie maak ik een staatje op in mijn hoofd van de dingen die te gebeuren staan, fysiotherapie, een coachingsgesprek en een redactievergadering, een te plegen telefoontje vullen de dag. Het is genieten en ik bedenk dat de pensioenleeftijd niet zou moeten worden opgetrokken naar een steeds hogere leeftijdsgrens, maar eerder geslecht zou moeten worden. Hoe sneller oudere mensen hun aandeel op vrijwillige basis aan de maatschappij kunnen leveren, hoe zinvoller het zal zijn voor iedereen en vooral voor hen, die nu nog een paar jaar tegen het pensioen aanhikken en letterlijk hun dagen uitzitten. De waarborg voor nieuwe banen voor een beginner. Door dat moeizame moeten, wordt elke sprankje beleving gesmoord, waardoor mensen op een gegeven moment buiten spel komen te staan.

Hadden en hebben is twee, zei mijn moeder. Ik merk het aan de vrijheid, die me overkomen is nu de keuze bij mij ligt om de dagen in te delen. En dat terwijl ik, tot aan mijn infarct, met volle teugen genoot van de kinderen op school en al vrijer was, omdat ik niet meer aan administratieve rompslomp gebonden was door het ‘vaste’ invalwerk. Ik wilde vooral interactie met de kinderen, het noodzakelijke vastleggen tot een efficiënte bezigheid beperken en uitgebreide aandacht kunnen schenken aan de rijke leeromgeving en de lesvoorbereiding. Vooral dat laatste had het de laatste jaren zwaar te verduren en dan komen de goede ideeën vooral ’s nachts. Niet moeilijk om uit te rekenen wat dat op den duur oplevert.

050

Als je je ziel en zaligheid kan stoppen in het lesgeven, dan levert het energie op in plaats van dat het ten koste ervan zal gaan. Geen overdreven regelgeving, maar de ruimte krijgen om los kunnen gaan op creativiteit en scheppingsdrang. Vrijheid van leven bij uitstek door het gevoel te leven in vrijheid.

Uncategorized

In mijn handen

In het omfloerste zonlicht, reed ik met de kleine Blauwe richting Etten-Leur en genoot van de schoonheid van het vlakke land. Ooit door Jacques Brel meesterlijk bezongen. Weliswaar de laaglanden in Vlaanderen, maar elk vlak land in de vroege ochtend is het waard bezongen te worden. De heiige weilanden met hele en halve koeien, de afwisselende herfstgekleurde bomenrijen en glinsterende rivierlinten, die het landschap doorkruisen. Melancholiek zingt de sonore stem van Brel op de cadans van de wielen, terwijl zich het palet van de oude Hollandse Meesters openbaart, het land, de lucht en vooral het licht, dat bijzondere licht.

In Etten-Leur breng ik mijn jaarlijkse bezoek aan de plaatselijke bloemenman, die je met Brabantse gemoedelijkheid laat weten meer dan welkom te zijn. Voorbij de verkooptruc, en oprecht gemeend., klaar voor goed advies en een praatje. Met een uitbundige bos meld ik me bij vriendin, die meer dan mus al heeft klaar gelegd op mijn plek bij het raam. Alles ligt in de aanslag, linosnede drukplaatjes, de gutsen, baren en papier in alle soorten. Snijplanken die ons zullen behoeden voor het uitschieten. Niets werkt zo rustgevend als het overtollige weg te mogen snijden, terwijl de afbeelding de hoogte in schiet en mus extra vleugels geeft om vrij te vliegen. De vrouwen die meededen met de workshop hadden zich allen voorbereid met een tekening of foto. Ik had de avond ervoor mus nog gestalte gegeven en vloei en carbon waren dankbare overbrengers van de details.

etten leur

In de tussentijd kwamen er enthousiaste berichten door vanuit mijn tuin, waar een ploeg van bij elkaar getrommelde kinderen en vrienden hun gespierde lijven in de strijd hadden geworpen om de rommel onder het blauwe zeil, dat ooit het geliefde huis was, te laten verdwijnen. Door mijn afwezigheid als bij toverslag, voor hen niet zonder slag of stoot. De snelheid waarmee dat kennelijk gepaard ging verbaasde, maar maakte de ochtend nog lichter. Letterlijk en figuurlijk verdwenen de obstakels als sneeuw voor de zon. Dochterlief vertelde dat tijdens de opruimactie op de tuin een roodborst onrustig rondvloog, ze bleef om en in de tuin dralen en scheen te wachten tot de rust weer zou keren. Vertolkte ze mijn onrust?

etten leur 4

Stilte, concentratie en verhalen gingen over de tafel, ik vergat mijn gedenkmus te voorschijn te halen, zo was ik in de ban van het proces. Toen het moment suprême daar was en de de drukplaten met inkt konden worden ingerold, begon het te leven. Eerst een proef met de hand gedrukt, om te kijken, waar nog onvolkomenheden zaten. Snavel te groot, nog te dik, nog te groot, driemaal is scheepsrecht. Hier en daar wat extra weg halen. Afspoelen, weer gutsen, afspoelen, nog een beetje en op de millimeter, daarna was ze klaar. De AlMus was geboren. Op Japans of Chinees papier, op zijdepapier, op karton. In verschillende toonaarden, maar donker zwart, tot grijs met de eerste drukproef op de tas, die over mag om daarna inktzwart te herrijzen.

004 Ieder jaar komt ze…

Ze is voor eeuwig verbeeld en ineens weet ik, dat bij het volgende etsmoment de gierzwaluw zal verschijnen in volle vlucht. Ooit vastgelegd in het wegvliegen onder mijn dakgoot vandaan. De Apus Apus, die zich eerst laat vallen en dan zijn vlucht vleugels geeft, om dartelend hoger of lager te blijven vliegen op zoek naar insecten.  Weersvoorspellers bij uitstek en wie zich de moeite neemt om hun verrichtingen goed te lezen, weet precies wat er komen gaat. Roodborst, mus, gierzwaluw, op één dag als kleine boodschappers in vogelvlucht in mijn hoofd en straks allen op papier in mijn handen

 

Uncategorized

Mijn Mus

Eigenlijk nodigde het weer uit om toch vooral buiten te zijn en niet om je op te sluiten in een atelier met een aantal anderen en heel hard te ploeteren om de vogelkop waar ik al een aantal keren aan bezig ben geweest en een nieuwe opdracht uit te voeren. Toch deed de drang om te leren de andere om het vrije veld in te trekken te niet. Wonderlijk hoe mijn eigen stilte me overvalt als de concentratie op scherp staat.

005detail

Ik probeerde te doorgronden wat  me geleerd is. Het is de kunst om de vorm te zien in al haar facetten, te weten hoe het doorloopt, waar de blik niet bij kan. Na een aantal keren bot-studie en even zo vele keren bot vangen was ik blij met het tweede onderdeel. Een compositie samenstellen van twee of drie verschillende objecten uit andere schilderijen. Dat betekende vorsen, inschatten en overpeinzen. Hoe verhoudt het een zich tot het ander. De juiste inschatting te maken van de grootte, details ontdekken die belangrijk waren voor het geheel. Ik koos twee dikke folianten uit een schilderij van Jan Lievens en de asperges van Adriaan Coorte.

asperges

Ter plekke bezig met  de verhoudingen werkte het belemmerend op het verhaal in mijn hoofd al weet ik niet of straks een vice versa misschien het schilderen zal bemoeilijken. De folianten werden in mijn beleving dikke kookboeken van een bijna alchemistische orde, waarnaast de maagdelijk witte asperges met het zinnelijke, haast doorschijnende wit de nadruk vestigden op de pure beleving van de onschuld. Schetsen, kijken en meten en de aanwijzingen volgen, dat was de weg. Er was nog iemand die met me opliep en net zo onbeschreven aan de opdrachten begon. Dat schiep een band. Er was nog een lange weg te gaan.

In de ochtend was het dikke vest voldoende om de frisse na sluimerende nachtelijke kou te trotseren, maar eenmaal weer buiten na drieën schoof de warmte als een extra warme deken erover heen. In het atelier met weinig zicht was er geen flauwe notie van de buitenwereld. Oververhit door indrukken en warmte plofte ik thuis neer. Toch wilde ik  weer verder met het zoeken naar een foto van een mus, die ik zou kunnen gebruiken voor de linoleumsnede voor de volgende dag. Het viel niet mee om een goede duidelijke afbeelding te vinden, want eenmaal op de bank overviel me een intense vermoeidheid. De weerslag van een dag lang geconcentreerd focussen ging overduidelijk niet in de koude kleren zitten.

In mijn beleving staat de mus samen met de gierzwaluw voor mijn lieve vriendin, die me sinds 2010 alleen nog maar glimlachend aankijkt op de foto. Stralend en olijk. De kleine bronzen mus, die onderdeel was van drie mussen die ik haar ooit gegeven had en die bij haar voor het raam gestaan met uitzicht op de tuin, verzinnebeeldt onze vriendschap, net als de gierzwaluwen die er langs vlogen. Mus staat onder handbereik en is voor eeuwig in het hart gegrift.

Het puttertje

Een van de eerste vogels die ik bewonderde op doek was het Puttertje van Carel Fabritius met als verdieping het spannende en wonderlijke verhaal van Donna Tartt over het schilderij. Daarna de vogels van Michaël Borremans met dezelfde aandacht en intentie geschilderd. Mus wordt vandaag mijn eigen kleine puttertje. Symbool van verbondenheid. Eens kijken of ik die vandaag uit de inkt kan toveren. Mijn Mus.

 

 

Uncategorized

Elke ochtend

De brieven die mijn moeder mij schreef toen ik in Leiden woonde, vorderen gestaag. Ik ben ze aan het uitwerken voor de liefhebbers in de familie. Het is genieten, omdat het een tijdbeeld laat zien van de jaren zeventig in het oude huis aan de Amandelstraat en van de gewoontes, het gedachtegoed van mijn moeder, maatschappelijke nieuwtjes, een komen en gaan van gezinsleden en de maaltijden, die uitvoerig beschreven worden. Het is iedere keer weer alsof ik even teruggeworpen wordt in het verleden. Dan verschijnen voor mijn geestesoog de huiskamer, de bijkeuken en de keuken, de gang met de meter en het trappetje naar het toilet en douche, de smalle trap naar boven, de slaapkamers, de houten trap naar de zolder met met luik, waar ooit mijn nichtje door verdween. De kelder beneden, het plaatsje, de schuur.

Elke hoek, elke kamer heeft wel een verhaal. De huizenhoge zeeën die we bevoeren met onze schepen, de twee stapelbedden op de kamer van ons, meisjes. Het woeste schuim spatte op, soms verdronk iemand van ons bijna, maar werd met veel bombarie nog net op het nippertje gered.We speelden er ook de armoe troef van de film ‘Puntje en Anton’ met de kapot geknipte kousen van mijn moeder en een pannetje sperziebonen. De omgeving leende zich uitstekend voor het drama.

De zolder werd pas veel later ons domein, waar je dikke boeken kon lezen onder de dekens met een zaklamp zonder dat broer ons kon betrappen. Er zijn wat letters verslonden daar, ondanks de wetenschap dat lezen bij een zaklamp slecht was voor je ogen. De grote slaapkamer was eerst voor de jongens voorbestemd maar werd later het domein van mijn vader en mijn moeder. Als opgeschoten pubers hadden we de driedelige spiegel nodig van de kaptafel, omdat je ‘en face’ of ‘en profil’ precies kon meten hoeveel van die vreselijke puisten er nu weer bijgekomen waren en hoe je je haar zorgvuldig over dat berglandschap van het voorhoofd kon kammen. Daar nam de neus groteske vormen aan, een echte van der Linden neus. Tot groot verdriet, want dat was bepaald de kleinste niet.

De kelder stond vol met lekkere dingen. Het was er aangenaam koel. Het kende jaargetijden. In December rond oud en nieuw stonden de teilen met oliebollen daar, in de herfst de kisten met appelen en peren. De aardappels lagen er en waren er de oorzaak van dat er zo’n heerlijke grondige aardegeur hing. Bij verjaardagen wachtte de bowl en de aardappelsalades in grote schalen op de verlossing. In het schimmige licht was het een verhalenplek bij uitstek. Natuurlijk zaten er huiskabouters en kwamen spinnen er overwinteren. Maar ook griezels huisden er. Eucalypta kon niet ver weg zijn want haar schaduw waaierde langs de planken en over de muur iedere keer als je naar beneden liep en het houten trapje vervaarlijk kraakte. Ze gleed weg als een dief in de nacht zodra je ogen aan het duister gewend waren. Er stond ook een pot met snoep, die ik, voor de dag begon, probeerde te plunderen. Wat schrok ik op die keer dat mijn vader, bovenaan de trap, een reus van een vader, nijdaste toen ik wat toffees in mijn zakken propte. Het hart klopte in mijn  keel.

amandelstraat

We speelden veel op straat of achterbuiten onder de perenboom, waar de was uitgebreid hing, groot en klein en lange lappen laken. Diffuse schaduwen op het doek als de zon erop scheen met een boeiend schimmenspel als resultaat. Een foto bestaat er waarbij we met een paar kleintjes aan het scheppen zijn in de zwarte aarde met de witte was erboven. Geen punt. Als je maar zoet was.

Met de brieven komt mijn moeder tot leven. Ze heeft een blocnote op schoot, de ballpoint in de aanslag. ‘Lieve kinderen. Toch nog even een brief voor deze week…’ En altijd kregen we een dikke zoen toe, iedere week weer, waardevolle kleinoden uit een ver verleden. Even kind te mogen zijn, een brief lang, elke ochtend.

 

 

Uncategorized

Vooruit

Niet goed gelezen. Er stond dat ik om één uur gehaald zou worden, maar ik dacht half een. Dus zat ik wat te mijmeren op een grijs amsterdammertje voor de flat. De auto’s zoefden voorbij en ik bekeek ze. Geen idee waar vriendin ook al weer in kwam voorrijden. Meestal scheurde ik zelf met de kleine blauwe, maar nu had ik de luxe van opgehaald te worden.  De zon scheen aangenaam. Langs me heen reden en liepen ouders met kinderen die net van school waren gehaald. Het kwetterde honderduit. Ik ving flarden op van vragen en antwoorden over hoe het was geweest, die ochtend en een deel van het relaas van kinderen, die met veel armslag en mimiek vertelden.

019

Ik verzonk in gedachten over de droom van die ochtend, die zo wonderlijk was, dat ik hem in haast had opgeschreven. Daardoor kon ik het me precies herinneren. Het was een bizar en onverkwikkelijk avontuur geweest. Ik was in Helmond en had de auto langs de stoep gezet. Ik stapte uit om iets af te leveren, dat vrij groot was.  De deur liet ik open en vroeg de aanwezigen om mee te komen naar de auto.  Er waren mensen bij die ik alleen kende van Facebook, maar nog nooit ontmoet had. Toen ik vooruit liep naar de auto, keek ik vol verbazing de stoeprand langs. Mijn kleine blauwe stond er niet meer. Hij was weg. Ik was stupéfait. Ik tuurde de straat af. Nergens te vinden. De anderen reageerden vrij lauw en boden niet aan me te helpen. Bijna schokschouderend liepen ze weer naar binnen. Ik dacht aan mijn tas, de portemonnee, de betaalkaart. Ik moest de rekening stop zetten, maar mijn telefoon was ook weg. We reden met een aantal naar het industriegebied van Helmond. Niemand repte nog over het voorval, maar ik was er ontdaan van. Onderweg bleef ik speuren en vorsen. Op het industrieterrein bij grote loodsen zag ik de meest prachtige dingen en ik realiseerde me dat ik dat niet kon vastleggen. Mijn fototoestel zat in de tas, die weg was. Corrosie op het oude staal, de avondzon op de glanzende ijzeren binten van de hal, het was zo mooi. Toen ik om een Iphone bedelde om toch een foto te maken, was de zon net ondergegaan en bleek het te donker. Ik was te laat. Ik werd gewekt door de telefoon, die zoemde naast mijn bed. Maar toen ik hem oppakte, bleek dat er niet gebeld was. De droom, waarin alle zintuigen meededen en de ontreddering voelbaar bleek, die mijn stil verdriet over de gemiste kans om schoonheid vast te leggen haarfijn ontleedde, net als de desinteresse van de anderen, alsof ik niet bestond, werkte vervreemdend. Terug naar de werkelijkheid.

002

Een kattebelletje van vriendin. Ze stond bij de verkeerde zebra. Haha. Ik stuurde haar met de juiste aanwijzingen door. In de auto kwebbelden we honderduit. Die ochtend had ik een antwoord op haar brief geschreven en snel verstuurd per mail. Daar zouden we het niet over hebben. Dat was leesvoer. Die bijzondere briefwisseling was aan het begin van dit jaar gestart. Precaire vragen en boeiende overeenkomsten, de fascinatie voor dood en leven, schuldgevoelens, opvoeden, geestelijk erfgoed. Taal en het woord verbinden. Het feit dat we qua luchtigheid tegenpolen zijn, maakt het extra interessant. Het onverwoestbare optimisme van mijn moeder, die zich door de tegenslagen vocht, valt onmiskenbaar uit mijn verhalen te filteren, maar van een andere kant bezien openen zich weer nieuwe perspectieven. We wandelden langs de Kromme Rijn en het kalme landschap was de perfecte omlijsting voor die overpeinzingen over alles wat ons na aan het hart lag. Het voedende sparren dat zo helend kon werken.

006

Ongemerkt hadden we een mooi rondje gelopen en waren bij de veldkeuken aanbeland. Daar wachtte worteltaart met twee vorken en koffie als lafenis. De reis door het gedachtegoed had ons beiden antwoorden en nieuwe energie geleverd. Met nieuwe afspraken in de pocket en stof te over voor de komende weken namen we afscheid. We konden beiden weer vooruit.

 

 

Uncategorized

Als ik over de drempel stap

Ooit hadden  we een keer bij elkaar gezeten en was er een klik. Daarna was er steeds een luchtig ontmoeten in de plaatselijke supermarkt. Een intens gesprek, zomaar midden tussen de groente of het brood, altijd volkomen op ons gemak, het gevoel van ons kent ons. Die band zorgde voor het weven van de onderlinge draden en uiteindelijk is het er gisteren van gekomen om elkaar in rust te bezoeken.

044

Het uitzicht op de tuin, de kalme herfstkleuren en het af en aanvliegen van de bedrijvige koolmezen, de toetsen paars, lila en karmozijn van de hemelsleutel, hortensia en geranium nodigden uit tot een aangenaam verpozen. We kletsen honderduit en slechten de jaren van onwetendheid in luttele ogenblikken. Zo gaat dat dus. Een open stellen, leven uitpellen, durf te vragen. Een goed verstaander heeft een half woord nodig, zei men vroeger.

Het ging over zo veel schijven van het bestaan. Werk, de kinderen, gezondheid, spelen met taal. Je liet me luisteren naar de aaneengeregen zinnen en ik voelde een diep respect. Er waren veel raakvlakken en het voelde zo vertrouwd. Beide hadden we een deel van de gezondheid moeten inleveren, of in ieder geval de aandoening moeten inpassen in het leven van alledag. ‘Hoe was dat dan voor jou’, vroegen we elkaar, weer volkomen kind zijn in handen van een ander, toen de dalen diep waren en het lijf het zelf niet kon. Dat een ander de regie moest nemen en jouw lot in vreemde handen werd geduwd. ‘Laat af, dit lijkt een straf. Ik wil niet, of toch wel, maar ik wil zo graag nog zelf beslissen’. Dat dualisme vormde een strijd, die ieder die lijdt of geleden heeft, begrijpen kan.

Wanneer hou je de vinger aan de pols, wanneer geef je je over, machteloos of toch met nog een vinger in de pap. Helpt het dan of ben je aan de goden overgeleverd. Wat brengt het teweeg. Medicijnen die de boel verstieren, maar ook een oplossing bleken en weer andere die de bijwerkingen te niet moesten doen. Steeds weer kiezen tussen twee kwaden. Wat was wijsheid. Raakt men dan die twijfel kwijt. Diezelfde onzekerheid smeed een band. Want we wisten dat het in fasen kwam en dat  het lijf afhankelijk was van hoe alles uitpakte, wat nog te verdragen viel,  wat er nog te wachten stond, voor wanneer, hoe lang. De antwoorden daarop bleven hangen in de herkenning.

097spiegelen

We babbelden over de vele bergen, die je al had verzet met je werk en zochten een weg in de wirwar van mogelijkheden.. Hoe vind men de mensen, die de deur open kunnen zetten om je naar de juiste weg  te leiden en die kunnen leiden naar erkenning. Is het een kwestie van durven, de stoute schoenen aantrekken. Hoe scheid je daarbij het kaf van het koren? Hoe doorbreek je de visuele cirkel voordat men spreken zal van naamsbekendheid. De vijver is groot, er zwemmen zoveel vissen in.

De namen van de twee poezen roepen een lied op uit het verleden. Ik herinner me het ergens vaag, het suddert de hele dag verder. ’s Avonds duik ik ‘m op uit de diepte van mijn geheugen. Jaren vijftig, de radio of de broertjes. Het kan beiden. De tekst dwarrelt in brokken neer. Op YouTube komt uiteindelijk de  verbinding met vroeger tot stand. ‘Gevonden’ stuur ik triomfantelijk door. Ze krijgt de melodie niet meer uit het hoofd.  ‘Voor eeuwig’. app ik door.

005

We trekken de tuin in, bewonderen de kleuren, volledig afgestemd op elkaar. Zevenblad en heermoes is er ook, niet meer mogelijk om dat leed te slechten, ze spreiden hun groen over de bodem. De geranium siert met kop en schouders erboven uit. Soms moet je de kwaal aanvaarden en er letterlijk de vruchten van plukken, leert het ons. Een wijze les van moeder natuur.

We gaan weer uit elkaar, maar niet zonder een beloven van een snel ontmoeten. De tijd is omgevlogen. Dag poezen, dag lief huis en mooie tuin. Dag vrouw. Wat was het fijn om hier te zijn en tijd te delen met jou. De zon breekt door, als ik over de drempel stap.