Uncategorized

Zalig zijn de onwetenden

Terugkijken en vooruit blikken. Pluis heeft het er niet op. Ze kijkt me wat verwijtend aan, of misschien kijkt ze alleen en zorgen mijn schuldgevoelens voor de ingevulde lading ervan. Zelfs het feit dat ze met lodderogen er wat narrig uitziet, verandert niets aan de objectieve waarneming. Ik zit niet in haar kleine poezenbrein.

De slaap had zich laten verjagen door een basale behoefte en piekerde er niet over om terug te keren. Om het nuttige met het aangename te verenigen las ik eerst een hoofdstuk uit het boek dat we voor de leesclub zouden doorvorsen. Zomerlicht…en dan komt de nacht van Jón Kalman Stefánsson. De titel was in ieder geval toepasselijk. Het holst van de nacht, de ideale omstandigheid voor wat gemijmer.

Ik wil niet zeggen, dat het boek me meteen aangrijpt, maar sommige zinnen zijn juweeltjes. Zijn taal is de taal van de gedachte. Het feit dat het gaat over de oude tijd van de jaren zeventig, maakt dat het moeilijk binnenkomen is voor iemand, die niet uit diezelfde periode stamt. Ondanks de vreemde, verlate plek, IJsland, herken ik de aanduidingen. Als hij in plaats van het verdwijnen de vernieuwing had aangehaald, was het meer herkenbaar geweest voor een jongere leeftijdsgroep.

013-1.jpg

Identificatie is een van de trekkers, die garant staan voor succes. Ik sla het boek dicht. Het moet even betijen. De nacht is nog lang, de laatste zandkorrels zijn uit de ogen gewreven en ik ga daarom op zoek naar een boek, dat past bij het volgende thema van het blad Mensenkinderen, voor een recensie. Ik vlieg heen en weer over de verschillende boekensites en ineens bedacht ik me, dat ik het ook fijn zou vinden als het schrijversgerelateerd was en een van de nieuwste boeken. Ik dankte mijn gesternte voor deze ingeving. Binnen een minuut had ik het perfecte boek gevonden. Een boek van Joke van Leeuwen, een van de groten der aarde als het om kinderboekenrepertoire gaat. Rijk en speels, maar zonder doekjes voor het bloeden.Dat kon worden afgevinkt om vervolgens terug te gaan naar Zomerlicht.

De dichter Hallgrimur Pétersson wordt er in aangehaald, een bekende IJslandse dichter, geboren in 1614. In een van hoofdstukken stond een passage van een van zijn gedichten:

De bomen willen niet meer botten

hun pracht vervaalt, de weeklacht krast

haar trieste leven, mijn wortels rotten

verdwenen de rust van mijn houvast.

In het lover hoorde ik vogelzang.

De storm ontwaakt, de dag vervaagt,

vogels en dieren worden bang.

Mijn gedachten worden opgejaagd.

De vader die dit gedicht aanhaalt, heeft er een fles whisky naast staan en verdrinkt zijn weemoed in de woorden van deze sombere woordenstroom vlak voor hij zich van het leven zal benemen. Het doet hem recht. Met de schaduwen in zijn hoofd kan hij niet verder leven, omdat ze hem de schoonheid van het bestaan ontnemen.

Dat is de kracht van het verhaal, want dankzij de beschrijving en de begeleidende brief ben je geneigd hem en zijn idee te omarmen. De zoon blijft achter, zo doorschijnend als ooit de moeder, verheerlijkte liefde van de vader. Straks, dat voel ik, maar weet het natuurlijk nog niet, verdwijnt hij of hij klautert uit de misjpoge omhoog om sterker dan de vader te verschijnen. Meer verlichtend dan het licht van zijn bleke vel.

012

Het feit dat het verhaal tot nadenken stemt maakt het boek al waardevol. Dat doet literatuur. Ik bundel de opgeroepen beelden van de nacht en ga nog even dromen voordat de dag aan mijn lakens trekt. Pluis is me al voorgegaan en ligt opgekruld aan mijn zij. Zalig zijn de onwetenden.

 

One thought on “Zalig zijn de onwetenden

Comments are closed.