Uncategorized

Eind goed, al goed

Ik had hem gevonden zoals altijd. Omdat het kwam aanwaaien ergens vandaan. Er zou een kinderopera komen over Het boompje. Het boek was een begrip, net als het gouden trompetje van Annie M.G. Schmidt en het kleine kaarsje. Alle drie voelden ze zich niet tevreden met hoe ze waren. Het kaarsje was scheef, het trompetje zong vals, het boompje had stekelige naalden en alle drie hadden ze onvervulde verlangens, die omgezet werden in werkelijkheid of die ten einde toch in vervulling gingen. Daarbij werd het beeld over de eigen lelijkheid bijgesteld. Moralistisch, maar aandoenlijk en derhalve doeltreffend.

Het boompje in de kinderopera had een lieflijke stem, die klonk alsof er duizend gouden klokjes tinkelden.

007.jpg

Kleinzoon had schaap meegenomen en dino, vooral de laatste. Om te grommen als het te spannend werd. De oren van schaap en zijn pootjes werden op het moment ervoor altijd heftig heen en weer gewreven als de spanning hoog opliep, maar dino gromde zijn angsten weg. ‘Niet slaan hoor’, hoorde hij de oma van twee kinderen verwijtend zeggen. Ze was zo maar uit het niets hoog boven hem wat aan het praten gegaan en hij schrok zichtbaar. Het was dino, die van de weeromstuit naar haar toe zwaaide, daar deed je niets tegen. Die schrok natuurlijk ook. Hij zei het niet, maar dacht het wel. De wenkbrauwen van de vrouw trokken zwaar naar elkaar toe boven de goudomrande bril en haar ogen priemden zich in dat kleine jongetje. Grote mensen weten zelf niet half hoe eng ze zijn.

014

Ik suste, legde beschermend een hand om zijn opgetrokken schouders en we liepen de schaars verlichte zaal in. Daar stond het boompje te  lachen en te kletsen met drie grote loofbomen die er eigenlijk nog niet als boom uitzagen. We kozen een plek, het licht ging uit, en de klanken van de trompet zetten in…..en toen? Toen was dino weg. De paniek sloeg voelbaar toe. Hij keek om zich heen, ik voelde met mijn handen over de onbestendige vloer, maar nergens een spoor van dino, zelfs niet het puntje van zijn staart.

Naarstig ging ik de gangen na. Ik had hem naar de andere kant overgeheveld, omdat die boze mevrouw ineens lang en rijzig uit het donker voor zijn kleine toet opdook. Zijn jas was uitgegaan. Had hij toen dino nog in de handen. Achter de banken lag hij ook niet. Dan maar op schoot, met schaap en de oortjes en wiebelende poten. Om de prachtige voorstelling, het schattige boompje met een jas van goud, van glas, van blaadjes te kunnen zien. De poten van schaap trapten heftig voor zich uit, de oren wapperden heen en weer, maar het jongetje bleef stil als een muisje. Een keer vroeg hij nog eens angstig, ‘Waar is dino’, maar hij hield het vol. Ik vond hem een held. Eigenlijk precies als de kleine boom, die aan het eind zijn eigen mooie harde groene stekels zag als een sieraad, toen de winter inviel en de andere bomen kaal en saai, hard en houtig werden.

005

De muziek was prachtig, de kostuums onvoorstelbaar mooi en zo klein als het verhaal was, zo groot was de impact op de kinderen. Het bleek de première te zijn, net als voor kleinzoon. Zijn eerste voorstelling zonder dino die, toen de lichten weer aanginge,n eigenlijk aan zijn voeten lag en wild te voorschijn sprong. ‘Wraaaaa’. Alle spanning van hem af. De vrouw voor ons keek even om, de wenkbrauwen boven de bril waren rechte strepen. Ze lachte met vriendelijke ogen. Eind goed, al goed.

One thought on “Eind goed, al goed

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s