Uncategorized

Niet meer te stuiten

Buiten komt de herfst in buien naar beneden en de lucht vormt een adembenemend schouwspel door de snelheid waarmee ze wisselt van inktzwart via alle tinten grijs naar stralend blauw, waar witte wolken doorheen klieven, suizen soms. Er is zoveel beweging in de atmosfeer. De grilligheid van het moment zorgt ervoor dat er geen peil op te trekken valt, want binnen één tel trekt het weer dicht. De kisten zure appelen van vroeger, ze trekken in grote getale over ons heen.

herfstblaasjes 2

Rondom ons wervelt ze rond terwijl we binnen het thema herfst en het kinderboekenweekthema vrienden bespreken. Een inkoppertje lijkt me. Met vrienden van de herfst sla je twee vliegen in een klap. De leerlingen van de onderbouwgroep bij vriendin op school hadden ook al snel deze verbinding gemaakt. Het zorgde weer voor een bruisend begin van het project. Het winkeltje op de gang, de dieren die profiteren van de herfst en er fan van zijn. De rijke opbrengsten buiten met de herfststormen maken dat je er niet omheen kan. Natuurlijk komen de kinderen met een overvloed aan blad, noot en vrucht binnen en ontstaat spontaan het werken ermee.

herfstblaadjes

Egel, dikke spin, eekhoorn en muis zijn de blikvangers voor wie op pad gaat voor een wandeling door bos en beemd met gespitste oren en vorsende ogen. Het is de tijd bij uitstek voor een heerlijke kampdag en het verhaal laat zich vertellen voor ieder met een greintje fantasie. Terwijl ik het schrijf moet ik denken aan Liesje Herfstbriesje en haar tante Sjaan Orkaan, die ooit het bos bevolkten, maar Liesje had al eens langer geleden haar verhaal aan weer andere kinderen vertelt over de grote broers Noorder-, Ooster-, Zuider- en Westenwind, die er vaak op uit konden trekken terwijl zij en haar zussen  lente- en zomerbriesje maar heel kort van hun wolk af mochten. Verongelijkt mokte ze dat het oneerlijk was en natuurlijk ging ze toch naar beneden om in een spannend avontuur te verzeilen. Succes verzekerd, zoals zo vaak als er een emotie in verwerkt zit, waar je je als kind makkelijk aan kan paren.

Bestand:Goudreinet.jpg

Achter elkaar begint het weer te borrelen en bruisen. Dat is precies het gistingsproces dat nodig is om letterlijk en figuurlijk een vruchtbaar proces op gang te brengen met de kinderen en het project op niveau te tillen. Iedereen die wel eens met een bot mes mocht klieven in een goudrenet en met de blote handen de boter en de bloem tot deeg mocht kneden om daarna het wonder van een dampende appeltaart uit de oven te halen, zal de geur van de herfst nooit meer vergeten. Nostalgie in een nieuw jasje door vorm of toevoeging aan te passen. Maar appel, peer en kaneel blijven er onlosmakelijk mee verbonden.

spinnenweb

De ecoline komt uit de kast, achter in het hoofd, het kaarsvet en de sterke lijm waarmee in een handomdraai de mooiste spinnenwebben getoverd worden, of egel-stekels die uit elkaar waaieren in een bonte kleurenpracht als de ecoline dooreen vloeit. De dikke wol, waarmee buiten of in het speellokaal een mensen-groot spinnenweb kan worden overgegooid, die daarna in een hoek van de groep kan hangen en ruimte biedt voor honderden verschillende spinnekoppies, gevouwen, geplakt, gekleid. Egels van brooddeeg met lucifer-stekels op hun rug of prikhuiden maken met spijkers op een plank. Het zorgt voor een wervelstorm aan ideeën

Kleuren mengen zich, zowel buiten als binnen en met de storm komt de actie aangewaaid. Het bruist en wordt een vriendschap voor het leven. Als het eenmaal los gaat, die herfst, en wij erbij, is het niet meer te stuiten.

Uncategorized

Tussen lucht en leven

Als een zwaard van Damocles hing het boven mijn hoofd, maar nu hangt het nog tijdelijk als een molensteen om mijn nek. Het huis is afgebroken tot de laatste plank, maar ligt in grote wanorde onder twee blauwe zeilen te wachten op het vervoer. Dat is het dingetje. De platen waarmee broer  met veel warmte en aandacht de boel had opgebouwd, waren oneindig zwaar en niet te tillen. Het huisje omver trekken, zodat het dak geslecht kon worden leek de enige oplossing.

084.jpg

Dat een punt de kas zou raken was onvoorzien. Kas kon er niet tegen en één ruit begaf het onder de stevige aandrang van haar buurman, die de punt van het dak er nog wat verder in had gezet. Met een luide krak gaf ze zich over. Het leed was geschiet. Daarna ging het snel en waren mijn dappere breekijzers aan het eind van hun latijn. Met sneltreinvaart kwam alles op de plek van het oude huis terecht en daar ligt de berg ongeorganiseerd te wachten op afvoeren.

De nacht ervoor droomde ik nog van wenselijke pakketten met ductape bij elkaar gehouden, die ik zorgvuldig zou stapelen. In dromen is mobiliteit ook een vanzelfsprekendheid. Ik moet bekennen dat ik net als mijn oude huis langzaam afbrokkel. Na iedere inspanning is een wijle rust van wenselijk tot noodzakelijk geworden. Het halen van een schroefboormachine was een mijl op zeven, de gang weer terug een brug te ver. Mijn stappen zijn van een jong veulentje, maar de bijgeleverde lucht van een oude krakende jaknikker. Er moet meer balans komen in het geheel. Toekijken hoort niet bij een doener. De belemmering valt dan ook zwaar.

009.JPG

Maar na regen komt zonneschijn, wist mijn moeder met een onverwoestbaar optimisme te vertellen. De ruit kan vervangen worden en het afvoeren  zou ook opgedeeld kunnen worden. Daar hebben we deze winter de tijd voor. Al zouden we het in drie fases doen, dan is er nog geen man overboord. Ondertussen schemeren er wel prachtige plaatjes voor ogen. Dochterlief zwanger en wel als een stoere knappe amazone boven op het dak met hamer in de aanslag om de daklijsten mores te leren.

046-e1538363795920.jpg

Kleinzoon draaide samen met paps de schroeven uit de sponningen met een echte schroefboormachine. Het sjouwen en bikkelen van zoon met aangedane schouder ten einde de paden van zijn moeder te effenen. Zus, die als een krachtpatser tilt en ruimt. Het staat voor eeuwig in mijn gedachte gefreesd. Thuis lag een arme andere zich ziek in bed te verbijten. ‘Het is de liefde’…zong Raymond van het Groenewoud al. De liefde om van iets ouds weer iets nieuws te helpen maken, de liefde om een ander te helpen, de liefde voor elkaar. Sentimenteel misschien, maar het klinkt me als muziek in de oren en in mijn hoofd zingt hij door: ‘De liefde voor muziek…’.

118.JPG

Straks als ik weer een grootgrondbezitter op eigen residentie ben, is het leed snel geleden. Zoals met alle tegenslag, die er ooit geweest is. Vernieuwing was uiteindelijk altijd een verbetering. Roos hangt nu kreunend tegen het hemelsblauw in innige omarming met druif. Eerst een stut, latjes zat en dan de kas, als eerste stappen. Dat is wat het nodig heeft. Stapsgewijs de aanpak, kalm aan, dan breekt het lijntje niet en dat zorgt voor het broodnodige evenwicht tussen lucht en leven.

 

Uncategorized

Mea culpa

Ik heb gisteren tal van kleine beestjes de schrik van hun leven bezorgd. Ik pakte de oude kist aan, waar nog wat hout van de vorige bouw opgeslagen lag om te stutten of voor de stook en waar ik de oude blauwe zeilen ingepropt had. Ze hing tegen het huisje aan. Eerst de zeilen eruit gevist. Er was danig aan geknaagd. Vast en zeker is er ergens onder de grond een muizenholletje met het blauwste blauw versnipperd met de witwollige stukjes stof van de sprei op het bed, dat eveneens druk bezocht was door muis.

060.jpg

Daarna was het hout aan de beurt. Zo’n dichte kist is niet handig. Het mag er blijven liggen tot in lengte der dagen want iedere keer kwam er weer nieuw stookhout bij, van de iep, van de wilgen, een stukje berk, van al het snoeiafval dat er aan dode bomen was. De pissebedden en de duizendpoten haasten zich om een goed heenkomen te zoeken, de spinnen vluchtten in wilde paniek, Het hout molmde al jaren. Heerlijke veiligheid. Nu lag de zenuw open, badend in het licht. Pluk redt de dieren schoot er door me heen en een R.I.P voor de miniwereld uit Godfried Bomans ‘Eric of het kleine insectenboekje’.

De pissebedden lieten zich zwaar vallen als kleine ronde balletjes, de spinnen kropen in de uiterste hoeken weg, een paar motten zagen hun slaap der onwetenden bruut verstoord worden en fladderden in paniek om mijn graaiende handen in mijn grote werkmanshandschoenen, die planken oppakten en het leven eruit leeg schudden. Wat eronder gebeurde, een vloedgolf van ellende, wiste ik, in de drang schoon schip te moeten maken voor vandaag.

061.jpg

Dit was nog maar het begin. Het hout stapelde ik op elkaar in mooie pakketjes, ductape erom heen en klaar om af te voeren. Er was me hulp beloofd bij het afvoeren. Iets met de trekker en een aanhanger, want ander vervoer kon niet het pad op. Vrachtwagentjes zouden stranden in de mulle grond, de grasmaaimachine trok het al nauwelijks. De gouden duizendpoot glipte tussen de vingers door en haastte zich om anderen te vertellen van de ramp. Arm klein leven. Hoe vaak doen wij dat niet. Iedere stap van mij op het gangenstelsel van woelmuis levert een beving op, die grenst aan het desastreuze. Steeds weer bleven ze op andere plekken gangen graven met IJzeren-Heinigheid. Wij kunnen er niet aan tippen. Ook deze kleine scharrelaars zullen in één tel hun verstoorde leven weer oppakken en ergens anders een heenkomen zoeken. Er valt voor de mensheid een les uit te trekken. Ze gaan waarschijnlijk naar het vervallen huis. Ze weten nog niet dat vandaag definitief een einde komt aan dat bestaan of die geborgenheid. De oude krakkemikkige tafel ervoor is  een mogelijkheid, maar ook die gaat geslecht worden. De koek is op, de nood hoog.

062

Ze vinden hun weg wel weer. Waarschijnlijk in de composthoop of bij de buren, in de schutting van wilgentakken of de wortels van de bomen. Er is stof te over voor een nieuw insectenboek over Grietje Pissebed en Leonardo de spin, die met zijn acht kleine kriebelpoten zoveel moois in zijn mars heeft, Theodora mot en haar vriendin Noveentje. Het gevaar ligt op de loer als dadelijk die laatste schutplaats weg zal zijn. De vogels zullen de tuin tot in lengte der dagen in vreugde bezingen. Het zal de ultieme voederplaat worden voor mees en mus, voor vink en boomkruiper, merel en lijster. Moet ik bordjes plaatsen met: ‘Hoed U voor de mens’. Het kan niet anders. Maar één ogenblik wil ik stilstaan, me bewust zijn, van die kleine dappere doorzetters, van het aangedane leed in een kleine wereld. Lieve nuttige wriemelaars…Mea culpa.

Uncategorized

Ze was in niets veranderd

Via Facebook kwam er in een privé-bericht het verzoek van een oud-leerling langs om een vragenlijst in te vullen. Het was naar aanleiding van het feit dat bepaald gedrag verklaard kon worden, dat nooit onderkend was geweest. Hoogbegaafd, hoog sensitief en ADHD. Het zoeken er naar ging gepaard met het feit dat hetzelfde gedrag bij zoonlief werd vastgesteld. Dezelfde motorische onrust en beweeglijkheid.

Eens, in de grijze oudheid, zou ze een Spring-in-het-veld genoemd zijn, of een ‘bijzonder’ kind net als in Dik Trom, de Pietje Bell van de familie bij ondernemingslust, lees kattenkwaad, een gevoelig en dromerig meisje bij sentiment en melancholie. Het klonk zachter, acceptabeler. Het werd vergoelijkt, al konden er straffe maatregelen genomen worden om een kind weer in het gareel te krijgen. Opstaan tegen het gezag was de norm niet. Daar moesten we onderuit zien te komen, dacht mijn generatie. De tijd van straffen was voorbij. Grenzeloze vrijheid stond er tegenover en liefde. Apenliefde vond de generatie van mijn oma dat. Aan de ene kant mogen ze alles, maar aan de ander kant laat je ze zwemmen. Kinderen hebben sturing nodig, moeten leren dat er grenzen zijn, terwille van hun eigen gevoel van veiligheid en geborgenheid.

Er was een school op kanaleneiland waar een klein dik dametje de scepter zwaaide. Haar rondborstige warmte spreidde zich letterlijk als een deken uit over de kinderschaar. De troost van juffrouw Weldam was een verademing voor ieder kind. Haar goedmoedigheid en geloof in die kleine mensen en het rotsvaste vertrouwen dat ze hen schonk, wierp haar vruchten af. Geen andere school waar zo weinig met het vingertje werd gezwaaid of tegendraadsheid een feit was. De sfeer was vreedzaam, liefdevol en opbouwend. Ze was het grote voorbeeld van een voedzame en groeizame bodem voor het onbeschreven blad.

002

Ik ging er even voor zitten. Haalde mijn het kleine spring-in-het-veld voor ogen. Het lieve koppie, het weerbarstige rood met de eigenzinnige blik en vulde de vragen een voor een in. Het was een leven geleden maar ik was weer even terug in de apen in die tijd. Ruimte voor hen was er genoeg. De kinderen die het meest beweeglijk waren, zaten in mijn buurt, naast me of iets verder, daar waar een hand nog altijd geruststellend op de schouder gelegde kon worden of voor een aai over de bol. ‘Ik zie je wel, ik hoor je ook, straks mag je. Even wachten.’

Ze konden ‘wieberen’, een rondje lopen door de groep of even hard om de klimkever heen rennen op het schoolplein en daarna gewoon weer aanschuiven. Lekker spelen waar mogelijk, je eigen weg banen, een pad vinden en gaan. Toverkussen uit het rozenblik, een kusje daaruit, in een hand gevangen en op de zere plek gelegd, deed goed werk. Als er behoefte was, mocht je leunen en kind zijn. Het kon allemaal. Naast de spannende avonturen waar de projecten in vervat zaten en je je een koningin kon wanen of een stoere piraat, een bang konijntje of een verdwaalde mol.

Ze had, nadat ik de vragenlijst had ingevuld, een mailtje terug gestuurd. Ze bedankte me, voor het feit dat ze ooit een kind mocht zijn dat zich gesteund wist in veiligheid en geborgenheid, iets waar het haar thuis aan had ontbroken. Traan weg pinken om de problemen waar deze kleine dappere mee heeft moeten worstelen en met haar, haar broers en zussen, maar ook  van trots. Ze had het gehaald en was er sterk uitgekomen. De kroon op het werk, haar eigen verdiensten. Een kleine doorzetter, met het weerbarstige rood en de eigenzinnige blik.  Ze was in niets veranderd.

 

Uncategorized

Wat een late zomer al niet vermag

Het was gisteren een dag om in de benen te gaan. Fysiotherapie maakt dat kennelijk los. Je begint ’s morgens om half elf geestelijk en figuurlijk aan een paar verheffende oefeningen en je gaat er als een kwiekere persoonlijkheid vandaan. De analyse leert dat dat vooral schuilt in de persoonlijke aandacht die gegeven wordt naast de individuele oefeningen.

IMG_7671.JPGDe bijenstal

Gesprekjes tussendoor, die een verrijking zijn. Mijn begeleidster komt meer over mijn reilen en zeilen te weten, ik kan het onzekere gevecht met lucht en leven bij haar kwijt. Het mes snijdt aan twee kanten en in dit geval heeft het een positieve uitwerking. Met hernieuwde energie staat er ineens ‘tuin’ in de bovenkamer geschreven. Ik moet zeggen, dat het aangename zachte weer ook een belangrijke rol speelde en zon zette de wereld in een omarmende modus. ‘Wentel je maar in natuur’, roept ze, als ik langs de lange sloot loop, de bijen bedrijvig af en aan zie vliegen bij de bijenstal en een meerkoet weg zie duiken in het water. In de tuin valt de schaduw van de uit de kluiten gewassen heg van de oude tot ver over de mijne. In het gras hebben de woelmuizen aardig huisgehouden.

013maaien

Het maaien gaat me beter af, Halve tuin en pas op de plaats, nog een stuk en rust, het laatste stuk en nog een schepje erbovenop en klaar tot in de tuin van de oude toe. Tussendoor zijn er de gesprekken. Met de buurman die een prachtige bolle courgette komt brengen nadat we de perikelen van de sloop van het oude huisje hebben besproken en de mijl op zeven, die het zal kosten om alles af te voeren. Met de achterbuuf die komt kijken omdat ze ons hoort praten en weet te vertellen, dat er straks organisatorisch wat veranderingen zullen komen. Juist aan die geconstateerde onbereikbaarheid zal het een en ander uitkomst moeten gaan bieden. We wandelen door de houttuinen van de oude en constateren dat het een walhalla is voor de vogels, maar dat het niet opweegt tegen de belangen. Hoe pas je daar nou weer een mouw aan.

Met iemand die in tranen belt, omdat er een wig in het hart is gestoken voor haar gevoel. Vermeend onrecht valt koud en tactloos op haar bord. Na een praatsessie, verstikte zinnen, wat krom is rechtgetrokken, het uitpellen van het probleem en duidelijkheid verschaffen, weet ze wat te doen zonder zich in de emotie te verliezen. Dat geeft opnieuw energie, zowel bij haar als aan mij.

Met de oude, die ik tuinsgewijs probeer te overtuigen van het heer en meester zijn van zijn’ landgoed’, lees het leven, waar anderen in loondienst  een centje kunnen verdienen aan zijn onvermogen. Twee vliegen in een klap en weer dat mes, dat aan twee kanten snijdt. Het zou voor hem de mogelijkheid zijn om weer buitenmens te worden, iets wat hem ruim zestig jaar aangenaam verpozen heeft gebracht. Zijn gang van de voordeur naar de supermarkt en van huis naar de container is het enige moment dat er in deze fase verse zuurstof wordt geleverd. Over een kleine wereld gesproken…

huisHet oude huis

Als ik de maaier schoon krab en opberg, een laatste slok water neem en alvast de schildersezel en een doek die scheefgezakt in het kreunende hutje aanleunen tegen de berg ‘afvoeren’, bedenk ik dat er geen betere plek is om te toeven dan in die kleine oase van groen, ondanks alle perikelen die boven het hoofd afhangen, nu sloop in de lucht hangt.

Weer dat mes, want nieuwe vooruitzichten. Dromen over het nieuwe atelier maken de stappen naar de auto lichter, maar ook het feit dat de achterbuurman met de grote maaier de wegen begaanbaar heeft gemaakt en de verse graslucht tegen een achtergrond van zonnewarmte de late zomer spreidt over de gebaande wegen.

Lichter rij ik naar huis met als cadeau deze dag. Wat een late zomer al niet vermag.

Uncategorized

Voor het oprapen

Vanmiddag hoorde ik op de radio iemand iets zeggen over geluk, dat in essentie neerkwam op het gegeven, dat geluk er pas zal zijn, als je beseft dat het volkomen los staat van anderen. Ik heb geprobeerd de zinsnede letterlijk te onthouden, maar nu lig ik alweer een paar uur wakker en ben op zoek naar de juiste definitie, die weggesijpeld is door de mazen van het net.

036

Het is wel iets wat me vanaf het moment dat ik het hoorde, bezig houdt. Een eyeopener, omdat het betekent dat het niet ver te zoeken is, zoals het gezegde luidt en ook niet in iets of iemand is te vinden. Los van welke vorm dan ook zit waarachtig geluk in jezelf. Zodra je dat beseft en er naar kan leven heb je het Geluk gevonden. Geen sinecure voor een klein mensje in deze consumptiemaatschappij.

foto: Wikipedia

‘Het gras is altijd groener bij de buren’ wist men vroeger te vertellen, of ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Gisteren had ik een lang gesprek met vriendin. Ze gaat door een moeilijke fase heen. Altijd en overal zijn er op ons pad van die diepe dalen, die ervoor zorgen dat je daarna weer een tree hoger  kan klimmen op het bewustzijnsniveau.  Het moeizame is dat je je daarvan bewust wordt als de mist in je hoofd is opgetrokken. Als je er midden in zit, lijkt het nauwelijks begaanbaar. Niemand kan helpen om die mist en de bijbehorende vraagtekens op te heffen. Het zijn geen windmolens, want ze bestaan. Het moeizame is het lichamelijke effect dat het met zich meebrengt. Het heeft zijn weerslag op het lijf. De geestelijke vermoeidheid trekt zwaar als stroop tot in het puntje van je tenen en kleurt de wereld met een grauwsluier waar geen weg meer in te vinden valt.

Het is me ook een keer of drie overkomen. Alleen kom je er niet uit. Er is een klankbord nodig, maar slechts om je eigen beeld weer helder te krijgen. Een voldaan en tevreden gevoel hangt niet op materiële zaken en is geen waarborg door de lieve mensen om je heen. Het helpt wel mee. Daarom moet je ze mogen gebruiken om mee te sparren. Maar vaker is letterlijke afstand, een onafhankelijke partij, een betere gesprekspartner, met frisse en nieuwe ideeën en een kijk op het leven die niet verweven is met je eigen gedachtegoed.

018

Vriendin gaf door dat ze pas over drie weken terecht kon bij een psycholoog. Eerst was ik er verontwaardigd over. Daarna bedacht ik me hoe goed het is om een tijd te zwemmen in je eigen tranendal. Daardoor ga je alvast zelf aan het werk om op eigen kracht de eerste kleine stappen te zetten op  het pad naar het vinden van dat geluk. In de sessies met een goede psycholoog zal die ook steeds weer het licht laten schijnen op het eigen handelen. Waarom, en toen, en dan zijn daarin de sleutelwoorden, waarbij de eerste de allerbelangrijkste is om de poort te openen. Bewust worden van de oorsprong van je keuzes. Wie en wat wil je ermee bereiken en verrijken. Zolang het de ander is en je niet bij jezelf uitkomt is er nog een weg te gaan.

Het is sneller gezegd dan gedaan. Wat hou je in stand door hardnekkig voor een ander te blijven zorgen als je de meest trouwe ziel verwaarloost. Er is een spiegel nodig om dat te ontdekken. Laten we beginnen met van onszelf te houden tot in elke vezel, tot daar, waar geluk voor het oprapen ligt.

Uncategorized

Het kind in mij is wakker

Wie niet sterk is moet slim zijn luidt het spreekwoord. In een overhaaste actie bestelde ik het verkeerde boek, waar vriendin en ik de vertelling voor de avond van Mevrouw Sprokkelhorst zouden halen. Toegegeven de plaatjes van beide boeken die ik had bekeken, leken op elkaar. En toch, dan nog. Gisterenmiddag ontdekte ik dat. Ik had nog precies drie uur om het boek op de kop te tikken, anders hadden we ’s avonds niets om over te sparren. Nergens op internet kon ik het hele verhaal immers eruit filteren en daar draaide het om.

Naar de beide boekhandels, maar ook daar was geen exemplaar aanwezig. Beide verkoopsters van de twee verschillende winkels doken direct achter hun computers, ik dacht om te kijken of het boek in huis was, maar dat was om het eventueel te bestellen. Sorry lieve dames, daar draaide het niet om.

Een van de vrouwen had een lumineus idee. Ga naar de bibliotheek misschien hebben ze het daar. Een gouden tip zo bleek. Met wat vlieg-en speurwerk in het doolhof van leeftijden, lees-en prentenboeken vond ik dankzij een behulpzame vrijwilligster het zo vurig verlangde verhaal. Maar het boek moest daar blijven, want aan een actie van eenmalig uitlenen deed men niet. Begrijpelijk. Nood breekt wetten. Ook al zo’n heerlijke oplossing uit het verleden. Normaliter zou ik voor het boek gegaan zijn, maar nu maakte ik foto’s en had het een en ander voorlopig digitaal. Zo had ik voor de avond materiaal in huis en kon ik alsnog dit boek bestellen.

de vos en de kleine prinsDe Vos en de kleine prins(twee jaar geleden)

Met vriendin bekeek ik het verhaal, dat heerlijk spannend was en waar we, net als vorig jaar, met schimmenspel wel weer een prachtige vertelling van zouden weten te maken. Binnen een half uur was het beklonken. Dit is het.

Ik verklap niet, vóór de Sprokkelhorstwijzer uitkomt, wat en waar het is. Dat is een verrassing. Vorig jaar hadden we kikker en de vreemdeling gedaan. Nu weer een totaal ander genre. De plek is de unieke gelegenheid en dat is het leuke van de vertellingen, die ik, en de laatste jaren we, gegeven hebben. De entourage past er altijd perfect bij. Zo komen boeken tot leven en meer dan dat, zo wordt het een belevenis op zich.

Het boek komt uit een van die uitzonderlijke parels van het gemeentemuseum den haag. Daar hebben ze de hele kinderboekenserie gemaakt naar aanleiding van de   tentoonstellingen die ze geven. Daarbij worden de originele werken als illustratie nauw weergegeven. Met het kinderboek in de hand sta je voor het echte werk en in het boeiende bijbehorende verhaal komen ze tot leven. Wat een prachtige uitvinding om kinderen de wereld van de kunst in te trekken en zo het museumbezoek naar een hoger niveau te tillen door er een essentie aan toe te voegen.

BreitnerDe waspit.

Het museum is vaker een verlaagde drempel voor een andere manier van kunst kijken. Ooit was ik er op een mooie herfstzondag om samen met een tiental schrijvers op zoek te gaan naar de verhalen achter de schilderijen en dook ik de wereld van Breitner binnen met zijn waspit. Het verhaal dat we opgeschreven hadden, werd tot de essentie ingekort en zo ontstond een rondeel over de waspit zelf.

Dichter op de huid, letterlijk en figuurlijk. Nu nog de vorm en we hebben het rond. een fluitje van een cent als je één met de kinderen bent. Het kind in mij is wakker.

Uncategorized

Waar het schip strandt

Gisteren heb ik me voor het eerst sinds de gekneusde rib en teen weer kunnen voegen bij de fysiotherapie. Dit keer niet bij het ziekenhuis, maar hier in de wijk, waar een van de therapeuten gespecialiseerd is in mijn longkwaal. Dat was even slikken. Niet zozeer om de mensen die er kwamen. Ieder had een ander soort makke. Een knie, die niet ging, mobiliteit die in gedrang was gekomen, conditie, stroeve schouders of heupen. Het ging me meer om het circuit, waar ik in terecht kwam. De gemiddelde medemens was zo’n tien jaar ouder.

armando 2 Handen van Armando

Vroeger wist ik bijna zeker dat boven ‘certain ages’ leeftijd geen parten meer speelde. Als rimpels zich gegroefd hadden, de oogleden wat gingen zakken, het spierstelsel wat aanpassingen moest verrichten om de snelheid van de jeugd bij te houden kwam het voor mijn gevoel niet meer op een jaar of tien, twintig aan. Of je nu stram was van lijf en leden omdat je een paar jaar verder was, viel weg tegen levenservaring en een ander bewustzijnsniveau, was mijn overtuiging.

Over dat laatste zou ik nog wel eens willen sparren met de groep die ik op de fysio tegenkwam. Het hele beeld kwam over als een muur van ouderdom. Niet zij benaderden mij, maar ik naderde hen op rasse schreden. De mevrouw die bijna blind in wankel evenwicht haar handelingen deed en daarbij steeds, door de drukte, iemand belaagde met uitgestrekte handen aan een touw, of met zwaaiende gewichten, een mijnheer met een strakke bierbuik, dat wist ik niet, dat dat ook strak kon zijn, die zijn hele gewicht vrolijk en hijgend in de strijd wierp en achter elkaar een indrukwekkende hoeveelheid conditie verhogende handelingen uitvoerde, de mevrouw die hoofdschuddend haar weg zocht tussen ballen en beenversterkers, het schuifelde zich in het zweet.

dokter levertraan

Onwennig had ik me aangemeld. Gelukkig mocht ik eerst zeven minuten roeien en daarmee observeren welk vlees er in de kuip was. De therapeute had een duidelijk beeld wat ze wilde doen om arm en beenspieren op te krikken en met deze eerste oefeningen verhief ik moeizaam het gewicht, ondanks dat ze me nogal laag had ingeschaald. Niet zo verwonderlijk, want na elke oefening parelde er wat zweet op het voorhoofd en was het schurende hijgen niet meer te onderdrukken. We gingen intensief aan het werk en soms gaf ik mezelf een toegift van tien extra, omdat ze dan bezig was met de aandacht te verdelen over anderen.

Het maakt dus wel degelijk uit of je tien jaar ouder ben, ook op latere leeftijd en zeker als de kwalen de overhand nemen. Er zijn mensen die nooit wat mankeren, of die het meesterlijk kunnen verbergen. Ik vraag me af hoe men dat dan doet. Hoe ik het ook wend of keer, hoorbaar ben ik, vanaf de aangedane longen, altijd.

Ineens moet ik denken aan een oude kennis van lang geleden, die met gierende ademhaling zijn woorden uitstootte en hoeveel moeite het me kostte om door het geluid de schoonheid van zijn woorden te vinden. Geen handige herinnering als je in het zelfde vaarwater bent gekomen, want vooral het beeld van de weerzin stond helder voor de geest.

068-001Stara Baba

‘Het kan verkeren, zei Bredero’ orakelde mijn moeder als we ons in een positie bevonden die narrig was. Jammer dan. Zo is dat. Soms moet je de zaken nemen, zoals ze komen. Verzet heeft weinig zin. De volgende keer ga ik me richten op de gezichten achter de kwaal. Dat zou wel eens een openbaring kunnen worden. Want ooit, nog niet zo lang geleden, zaten ze in mijn schuitje. Ik wacht nog even met de inhaalslag, maar zie er wel de betrekkelijkheid van in. Het is wat het is, maar het doet niet af aan karakter. Twee keer per week deze pas op de plaats en daarna de overpeinzing. We zien wel waar het schip strandt.

 

Uncategorized

Een droom komt uit

Warmte mis je vooral, als ze er niet meer is. De hele zomer lang, maanden achter elkaar, was het tropisch warm te noemen. Heerlijke lafenis aan zon op je toet, het lome lanterfanten. Vanzelf komt het gevoel dat niets moet en alles mag. Met regelmaat was het te warm om wat te ondernemen. De onrust is binnen komen sluipen met de eerste herfststormen die sinds een paar dagen een feit zijn. Onstuimig weer brengt dat met zich mee.

Wind is heerlijk, het waait je om de oren, het veegt de kop schoon. Alle knorrige spinsels die zich daar ergens ophouden, tot in de verste krochten, veegt ze met fikse zwiepers eruit. Geen weer om lang buiten te zijn. Dus kwam gisteren schoonzoon met kindlief binnengewaaid. We zouden naar een voorstelling gaan in Pantalone. Het griezelgehalte hadden we weggenomen door erover te vertellen. Het ging over een blij spook. De verwachting maakt het minder eng, maar toch nog heel spannend. Het uitte zich in een mengelmoes van diep wegkruipen op de schoot van papa tot stoere geluiden en een keer ondernam hij zelfs een actie door naar de stoel te lopen op de voorste rij. Dat was wel heel gedurfd en met drie tellen zat hij weer op zijn veilige plaats.

projecthoek

De kinderen om ons heen waren luidruchtig. De stem van de poppenspeelster was schel en bevatte aardig wat decibellen. Ik dacht aan mijn eigen eerste toneelvoorstelling. Ouder dan de kleine, een jaar of acht. We gingen met school naar een voorstelling van het Scapinoballet. Niet alleen was dat een primeur, maar ook de gang naar de Stadsschouwburg in het centrum. Ik keek mijn ogen uit. Het pluche van de stoelen, de dikke tapijten, de lampen, het duister, het enorme podium het was allemaal heel anders dan onze eigen jaarlijkse balletvoorstelling op de Biltstraat.  Het verhaal was een droom die uitkwam. Het gezelschap blonk uit door haar prachtige kostuums, grime en decors. Ademloos hing ik tegen het hele schouwspel aan. Ik was voorgoed verkocht.

Kinderen van nu hebben alles onder handbereik. Misschien wel te veel. Het hele bijzondere ontstaat als iets sporadisch gebeurt. De wetenschap dat je het misschien maar een keer in je leven zal meemaken, roept een bijzondere spanning op. De eerste film in het filmhuis, waar mijn vader films draaide voor de jeugd uit onze wijk. Het grote filmapparaat in het gangpad, de draaiende spoelen, het sonore gebrom, de boefjes die tot leven kwamen. Bewegende beelden, we hadden het niet eerder gezien. Het was een wonder.

Later was er de televisie bij de buren iets verderop. Toen ik mijn eerste mini-tv kon kopen, op kamers in Leiden, waren we de koning te rijk. Het werkte niet helemaal zoals het moest. Het sneeuwgehalte was hoog en er was veel gedraai aan de antenne nodig voor de ontvangst wat beter werd, maar we hadden bereik. Hetzelfde gold voor de bandrecorder. De enorme banden vol muziek konden naar believen worden afgedraaid, als het moest, uren achter elkaar. Omdat je nog wist hoe het leven zonder was, was de waardering oneindig groot.

Dat is nu anders. Het is luilekkerland met alles voor de hand. Bereikbaarheid, muziek, lekker eten, elke vorm van speelgoed. Alleen het theater blijft spannend. Daar moet je voor uit de comfortzone. Heel veel kinderen en emotie bij elkaar en het donker, dat nog net zo donker is, de verwachtingen die gespannen zijn, het decor, het licht, de magie van het spel, de poppen die tot leven komen. Er is eigenlijk nog niets veranderd. De verwachtingsvolle blik, de rode koontjes, de kleine hand in een veilige grote…Een droom komt uit.

Uncategorized

We gaan het zien en beleven

Scheveningen. Droomde ik nog van een glimp zee, onstuimige golven, woelige baren, het mulle zand. Al bij aankomst viel het hele beeld in het water. Letterlijk, zoet weerbarstig regenwater uit morsige vegen in een zwaar en rustiek donkergrijs gevat. We snelden van auto naar kerk en van kerk naar kerk, haastten de verleidelijke winkels voorbij, allerlei koorleden naast het Scheveningse koor in klederdracht spoedden zich door de straten. Er werd gelachen, gegild, gepraat, gefluisterd en zwijgend gehaast. Koffie bij de oude Kerk en dan snel het overkoepelende hemelsblauwe in. Kerken breien recht aan koren met hun galmende klankkasten. Omfloerste ogen bij de herkenning: ‘Ik kan het niet alleen’. In de wagen sliep de kleine zijn onwetende schuldeloze slaap…’Somebody to love’ zong zijn moeder. Niets was minder waar. Zijn lippen krulden wat. De toehoorders stonden nagenoeg stil. Ik kan het niet, moet bewegen, alsof de noten in mijn voeten kruipen. Dansende kistjes of het gepast is of niet, ze kunnen niet anders.

0141.jpg

Het eerste koor dat me na aan het hart lag, was WANQ. We Are Not Queen en we zongen Queen. Alle nummers. Hoe fijn was het om koorlid te zijn. Ik ben een meezinger, geen meeloper, maar ook geen solist. De stembanden zetten zich open bij veiligheid, dat alleen maar versterkt wordt door andere stemmen er om heen. Daardoor klinkt het mooi, ook in mijn hoofd en durf ik vol uit te halen. Het zingen bij the Otherside vergde veel meer. Op een podium torende je boven de mensen uit, maar bij bekend repertoire werd de vrijheid voelbaar. We rockten de sterren van de hemel, door het enthousiasme en de lol. Dat was vooral de kracht.

143

Tijden veranderen, zinnen verleggen zich. De stilte is ingetreden, maar het wordt weer tijd voor een vocale periode, bedacht ik gisteren toen ik het stel daar zo veel vreugde zag putten uit hun samenzang. Niet alleen de zang maar ook het podium opende mogelijkheden. Hoe vaak heb ik niet opgetreden, met band, straattheater, toneel. Ik stap de planken op en er schuift een ander in mij. De een weet soms niet eens wat de ander heeft gedaan of gezegd. Er is een fluïdum rond podiumgang en publiek, een heerlijke bubbel, waarin alles mogelijk is. Geen berg te hoog, geen zee te diep, sterren binnen handbereik. Het klopt allemaal. Alles valt op de juiste plek. ‘Go with the flow’ is letterlijk haalbaar.

Improvisatie gaat op rolletjes. Een vaste tekst tijdens toneel is een groot obstakel. Een woord verkeerd en de zin rolt er nooit meer uit. Ooit speelde ik een Franse non, ik had elke zin van de Franse retirade erin gestampt, maar tijdens de optredens, schoof er een woord onder vandaan. Daar stond ik even, te lang voor mijn gevoel, met de mond vol tanden. Ik speel toneel zoals ik schilder, vanuit de losse pols.

draak

Ooit, tijdens het kamptoneel, werkte ik met een ouder die in onvervalst plat Amsterdams de meest lange recitals kon geven. Een waterval, een woordenstroom die niet te stuiten was. Maar als aangever had ze het juiste zinnetje van haar tegenspeler nodig en als die niet kwam, bleef het stil. Het vergde dus nogal wat van twee kanten. Ze zette meesterlijk het onvergetelijke bedroefde Nijlpaard neer met Amsterdams accent en de niet te evenaren slaperige draak. Ze kwam, zag en overwon. Het podium behoorde haar toe.

Het heeft voeding nodig, een mens heeft voeding nodig, een beetje voetlicht, een schijnwerper hier en daar. Het optreden is een denkbeeldig klopje op de schouder, het oogsten van de roem op kleine schaal, dat waar een mens door groeien kan. Kortom, tijd voor een nieuwe stap. We gaan het zien en beleven.

 

Uncategorized

Ruimen

Weer twee tassen  naar de kringloop gebracht. Langzaam komt er ruimte in de gang, waar ik alle overtollige tassen vanuit de huiskamer naar toe had gesleept. De mensen daar waren bijzonder in hun nopjes met de driedelige serie ‘De volledige handwerken’, waarbij ik tot mijn grote schande moet bekennen, dat ik die nog nooit, alle jaren niet, ingekeken heb. Plankvulling.

Ooit heb ik gordijntjes gehaakt en waarschijnlijk ook best volgens een patroon. Groene gordijnen met koperen ringen om door de roeden te steken voor het raam. Planken erboven. Het was de tijd van de groene vingers en de planten voor het raam. Hier en daar een oranje accent en veel bruin. Grote monstera’s, Asperagus met natte voeten, net als de papyrus, de Cissus groeide tegen de klippen op. Chinese lantaarntjes staken een licht op, Hedera’s en Fatshedera’s bevolkten tot in de kleinste uithoeken de kamer. Jute en kurk overheersten en  het pluche van de rode tafelkleden liet grootmoeders theekopjes wankelen. Worteldoeken hingen over elk plantentafeltje en gehaakte kleden met kralen over de lampen dimden het licht en brachten de sfeer. De kamer was vol met veel.

scannen0015

De boekenplanken puilden uit. In de loop der jaren waren er overgangen naar een moderner interieur. Er kwam een behoefte aan het licht. Wit en strak, met een minimalisme aan plant en meubels. De piano nam veel ruimte in, het enige bruine hout wat er nog stond. Meubels kregen een kleuraccent, het werd feng shui avant la lettre. Zelfs aan de muur hing een grijswitte zeefdruk aan de deur gekocht van een arme student van de kunstacademie. Dat zei hij toen en keek er zo spits en lijdzaam bij, dat ik de beurs trok en 50 gulden neer telde. Het hart was snel geroerd. Er kwam meer aan de deur in die dagen. Jehovagetuigen op zondagmorgen, waarmee ik dan in discussie ging en waarbij ik mijn best moest doen om geen bakzeil te halen. ‘Vechten tegen de bierkaai’, zou Oma gemompeld hebben en dat was het.

Tegen de tijd dat het wit weer vergeeld was, luidde het een nieuwe periode in. Qua kasten werd het zelfs een blauwe periode, maar toen woonde ik al in een ander huis. Het werd er Picasso blauw en een huishouden van Jan Steen met muis in huis en vooral op zolder. De enige poes uit die tijd, Coco, uit België gesmokkeld, vond een thuis bij een ander, waar ze ook te eten kreeg. Tenminste, dat hoopte ik toen ze wegbleef, want de gedachte aan een plat poezenvelletje op de weg zou voor mij en de kinderen ondraaglijk geweest zijn.  Het huis zuchtte op haar vesten.

005.JPGruimen…

Het wonen op een flat was de verademing. Eindelijk een overvloed aan licht en ruimte en lucht om in al  haar schoonheid te aanschouwen. Nooit wil ik meer anders dan  vlak onder dat adembenemende schouwspel te wonen. Het versterkte het gevoel van onbegrensdheid. Ook daar wisselden de kleuren van mintgroen en wit tot dieprood, maar de planten zijn er pas weer sinds kort. Een Cissus en een chlorophilum hangen voor het raam. De palm spreidt haar bladeren in een hoek. Vorig jaar breidde ik een das van okergeel en van de wol die over was kreeg de Cissus een zelf gehaakte hanger. Alles gebeurde op de bonnefooi, zonder in de dikke handwerkboeken te kijken, dus weg ermee. Er is over nagedacht. Het is overtollige ballast en een overbodige erfenis voor het nageslacht. Dát is het beste criterium om te ruimen.

Uncategorized

Geen woorden meer

Het is zo’n overpeins-de-dingen-nacht. Ze komen aanvliegen in zwarte wolken en laten geluiden los, die een plek moeten krijgen, of roepen vragen op die antwoorden behoeven. Het was een drukke dag. Heel veel indrukken werden bijgeschreven, de bloemenpracht op Kasteel Groeneveld, vriendin, de grijze golf der bezoekers, het laveren tussen de mensen door, het uitrusten, het heerlijke eten bij lieve vrienden in een fraaie traditie van ontmoeten, de onrustige geluiden van de nacht.

Ik peins over een vrouw, die gisteren struikelde en viel en daarna kermde zoals een kind jammeren kan, schier ontroostbaar en als vanzelf blijven de gedachten steken bij dat andere leed, waar ik ’s morgens al de eerste berichten over las en waar Nederland van na gonst. Meer dan ooit had ik gewild, dat tijd terug gedraaid kon worden. De aannemelijke veiligheid dreunt na op haar vesten, iedereen die een kind achter moet laten in de handen van een ander, weet zich nu in alle staten. Wat gewoon lijkt, blijkt de kwetsbaarheid ten top.

Tegenstellingen op een dag die bijna te groot zijn. Schoonheid versus rouw, warmte van elkaar versus dit afgescheurde leven, de wereld draait door, ook bij klein en groter leed , maar de wijze waarop dit voorval zonder beelden helder voor de geest schuift, maakt dat het in volle hevigheid binnenkomt. De wind giert in hoge tonen om het huis als droef protest. Elk woord schiet te kort.

099.jpg

Het lukte om het steeds weer even weg te duwen,  te genieten van het etentje, de herinneringen, de aandacht, de lieve genegenheid. ’s Morgens was de bloemenpracht de afleiding. De statige oude kamers met bedwelmende geuren doortrokken, de kleuren in harmonie of fel contrast, levende schilderijen kwistig rondgestrooid en een vijver van tere oranje lampionnetjes, waarboven een waterval van fresia’s en nervige oranje blaadjes. In alle kamers is er een explosie van kleur en geur, soms uitbundig of zelfs bombastisch, soms een harmonisch ton sur ton of gelijkgestemde tinten. Ik wieg er mijn gedachten op als troost, weef een bed van schoonheid om het oneindige droeve als de omvang ten volle wordt binnen gedragen door de herhalingen op het nieuws ’s avonds. Bij de wandeling naar de kleine blauwe stond midden in het park de dode boom en wierp grillig de schaduwzijde op.

In de nacht is er de onstuimigheid van het weer, de opkomende stormachtige antwoorden van de natuur, een knal in een container, een ondefinieerbaar geluid. Het zorgt ervoor dat het piekeren blijft. De ouders, de machinist, de familie en vriendenkring, het vechten voor het leven door het meisje en de bestuurster, alle inzittenden in het compartiment dat in botsing kwam, de omstanders bij de spoorlijn. Dat ene moment, dat je hart bevriest en je voeten aan de grond genageld blijven staan. De hartverscheurende onmacht. Al die mensen gevangen in dat éne ogenblik, een tel van een seconde, dat het leven zal veranderen. Indringend en overheersend is de breekbaarheid.

Als het mij niet los laat, die het in woorden heeft gehoord, hoe moet dat dan voor al die anderen zijn. Ik probeer het donker glad te strijken, kussens te schudden, maar slaap is niet mogelijk zolang het beeld op het netvlies blijft dwalen. Met het benoemen daalt de werkelijkheid neer. Geen woorden meer.

Uncategorized

En oogsten

Gisteren kon ik eindelijk weer naar de fysiotherapie. Na de gekneusde rib en daarna de gekneusde teen was er werk aan de winkel. Dat een en ander minder soepeltjes ging had ik al in de gaten. Het niet bewegen brengt grotere schade aan dan een mens kan bevroeden. Vorige week, bij het bezoek aan de tuin en de grasmaaier, was het een gotspe om het postzegeltje paradijs gemaaid te krijgen. Dat lag echt niet aan het feit dat de woelmuizen er een geheel eigen spannende invulling aan hadden gegeven,maar het was mijn eigen conditie, die sinds het hele ziekteverloop tot nul was gedaald. Vallen en opstaan, dat hoort er kennelijk bij.

013.JPG

Ik nam plaats in de wachtkamer. Er zaten twee mensen. Pas toen ik goed keek, doemde bij een van de vrouwen door de rimpels en het grijze haar heen, een gezicht op van lang geleden. We raakten aan de praat en omstandig en luid vertelde ze van de pacemaker die ze gekregen had. Tegelijkertijd schoof ze haar blouse naar beneden, zodat ik de witte pleister kon aanschouwen. Het uitspinnen van het hele verhaal ging in geuren en kleuren. Haar hele doopceel kwam langs. Zo gaat dat bij sommige mensen. Je geeft ze een vinger en ze nemen de hele hand. Ik had stof genoeg om een boek te schrijven. Binnen vijf minuten kende ik alle perikelen van het gezin en haar levensloop.  De fysiotherapeute kwam me verlossen.

Later las ik in de Zin het allerlaatste doorkijkje van zijn interviews met de interviewer himself, Rick de Leeuw. In mijn optiek is hij van grote klasse. Als ik iemand in de voetsporen van zijn geïnterviewden mee heb zien lopen, dan is hij het wel en daardoor ontstonden de meest prachtige, waarachtige verhalen. De ruimte die hij gaf om te mogen vertellen wat de beweegreden was om in het leven te staan, leverden legendarische intervallen en verhalen op. De sfeertekening was altijd zodanig dat je het gevoel had er bij te zijn, het mee te mogen beleven. De keuze van mensen lag qua beleving helemaal in mijn lijn, misschien was dat de reden, dat die maandelijkse lafenis werd wat het was. Herkenning, opdoen van andermans gedachtegoed, filosofische momenten, overpeinzingen die de moeite waard waren om eens mee aan de haal te gaan. Daarbij is Rick de Leeuw zelf een aardig en beminnelijk mens. Een loftrompet is hier op zijn plaats.

001

In dit laatste der Mohikanen staan de pareltjes op een rij. Een paar bladzijden vol levenslessen, voor elk wat wils. Dat is de kracht van een goede gespreksleider, die zo’n vertrouwelijke sfeer weet te kweken, dat je vergeet dat er een wereld aan mensen over je schouder aan het meelezen zijn.

Dat was het opmerkelijke gisteren in de haast lege wachtkamer. De luide toon waarop het gesprek plaats vond, gaf de andere wachtenden nauwelijks de ruimte om bij zichzelf te blijven. Het had het zelfde effect van een gesprek in een treincoupé of bus. Je wordt gedwongen mee te luisteren, de woorden vliegen naar je toe. Luid en overduidelijk en er zijn geen ontsnappingsmogelijkheden. In de supermarkt loop ik snel naar een ander schap of zoek mijn eigen stilte wel. Ik sprak weliswaar met gedempte stem terug, maar maande niet tot stilte. Misschien wel om het verhaal zo puur mogelijk aan te horen. Nelleke Noordervliet zei het bewonderenswaardig in haar verhaal met Rick: ‘De medemens biedt ons de mogelijkheid om met een ander paar ogen te kijken naar de wereld om ons heen. En als die medemens een open blik en een mooie geschiedenis heeft, is hij of zij een schatkamer vol nieuwe inzichten.’

Als je bij ieder verhaal dat je ter ore komt daar gehoor aan kan geven, krijgt het leven een andere dimensie. Ieder vogeltje zingt zo hij gebekt is en overal valt een hernieuwde kijk op hele of halve waarheden uit te filteren, dwars door alle uiterlijke vertoon heen. Met open blik en open oor de dag in en oogsten.

 

Uncategorized

Stof tot nadenken

Het was niet de zonnige zomerse dag die ons beloofd was. De oorzaak was de wind, die aan de warmte likte en trok en ervoor zorgde dat het vestjesweer bleef. Met zuslief reed ik richting Den Bosch naar de tentoonstelling van Kamagurka en Manish Nai in het NoordBrabants Museum.

Buiten de prachtige vestingswallen hadden we een plek veroverd voor de Kleine Blauwe en liepen genietend van zon, weidse uitzicht en wind richting centrum. Op de markt die tegen de St Jans kathedraal lag aangeschurkt, waren werklui de grote witte koepeltenten aan het slechten. Hun stemmen klommen hoog de oude platanen in en het dreunen tegen de ijzeren steunpalen bracht een sonore trilling te weeg als er telkens weer een onderdeel uit elkaar werd geslagen. Ze hadden het bovenlijf ontbloot en werkten zich zichtbaar in het zweet. De weg naar het museum knipoogde vriendelijk in de ochtendzon.

Een gedicht op de muur opende de weg naar beleving en de betrekkelijkheid der dingen

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

(Uit ‘Schoolslag’ van Herman de Coninck, 1994)

Het zorgde voor een extra dimensie bij het bezoek en een verscherpte waarneming, We moesten de grote tassen in de kluis stoppen en hannesten wat met kaarten, passen en fototoestellen. Het was tijd voor koffie en een Bossche bol. Die kregen we, op de vraag om twee vorkjes erbij, doorgesneden geserveerd. Ergens achter in het hoofd zoemde het en werd bij het zien van het doorgesneden slagroombommetje de kwinkslag naar een equivalent van de Maagdenburger Halve Bollen gemaakt. Ooit gaf de heer Zijlstra daar in 1965 een demonstratie van en sedertdien is het concept niet meer uit het hoofd geweest.

0271.jpg

We dwalen door de zalen en luisteren hoe een museumdocent de liefde voor de kunst uit een groep weerbarstige tieners trachtte te peuteren. Op haar herhalende vragen gaf voornamelijk de docent van de groep antwoord, terwijl de goegemeente zich van het ene op het andere been verplaatste en onze handelingen nauwkeurig volgden. Het leek me dat ze bij Kamagurka wel succes zou hebben. Kunst die aanspreekt in kleur, vileine grappen en maatschappijkritisch schoppen tegen heilige huisjes.

087Kamagurka: De cholesterolifant

Het werk van Kamagurka, kende ik voornamelijk door zijn absurdistische films met Herr Seele uit de jaren 80. Zijn spraakmakende strips kwamen in diverse bladen voorbij. Ook hier voert het absurdisme en het choqueren de boventoon en het is bijna nog boeiender om de reacties van de bezoekers te bekijken. Daar viel heel wat aan af te lezen. Van afgrijzen tot adoratie en alle gradaties die daartussen lagen. Zijn variaties op het spiegelei , verspreid over de verschillende zalen, zijn een vondst. De cholesterolifant een voltreffer bij de lijdende grijze massa.

078.JPGManish Nai

Manish Nai voert ons de kleurrijke wereld van India binnen. Het kleine jongetje van lang geleden, dat opgroeide tussen het verstel-en inpakwerk van zijn moeder en met een vader die handelaar was in textiel, kreeg de ideeën als een natuurlijke habitat mee. Het huis lag vol met opgeslagen samples van textiel en verpakkingsmateriaal, een voedingsbodem pur sang. Manish Nai wist dat om te buigen door het oude nieuw leven in te blazen met het abstraheren van het materiaal. Aanvankelijk nog met kleine en grote installaties met hout en draperieën, krantenpapier, en karton in elkaar geperst tot pulpsculpturen, later nog meer met de nadruk op het materiaal zelf door de kleuren te minimaliseren.

111Manish Nai

Het indigo bijna zwart, het staaldraad in grote lappen met grijze hallucinerende vormen, een niet aflatend boeiend schouwspel dat de aandacht triggert en vasthoudt. Wat een openbaring als niet alleen vorm, maar vooral materie de toon aangeeft.

Het toetje in het designmuseum den Bosch ‘Food is fictie’ en de bewustwording daarvan is te veel. Er kon alleen nog een verlate lunch bij. De wind blies ons dwars door de oude vestingsmuren terug naar de kleine blauwe met, letterlijk, veel stof tot nadenken.

Uncategorized

Glansrijk gewonnen

Ik had gisteren iets eigenaardigs. Ik reed op een weg waar je 80 mocht rijden, maar bij de dorpen die er tussen lagen vijftig. Ik hield me braaf aan de snelheid, er was geen haast. Er zat een zwarte Kia achter me. Ze reed dicht op mijn bumper. Ik moet me altijd inhouden om niet mee te gaan in het kinderlijke hinderlijke, dacht aan de woorden van mijn wijze oude vriendin van lang geleden en ergerde me niet. Maar ze viel me wel op. Ergens in de buurt van een dorp had ze er kennelijk genoeg van dat ze in dit overvolle Nederland niet in staat was om eens lekker door te gassen en bij een ononderbroken dubbele streep stoof ze met vliegende vaart langs me heen, wees op haar voorhoofd en belandde enkele meters later achter de volgende voorganger. Ik voelde een lichte triomf. Dat moet ik bekennen.

Arme zij met de dansende paardenstaart van verontwaardiging. Ze had vast haar dag niet. Misschien waren de kinderen wel alleen thuis of had ze het gas laten branden. Misschien moest ze er een van het dagverblijf halen en was ze al uren te laat. Je kan het zo gek niet bedenken of het zou haar ongedisciplineerde ergernis kunnen vergoelijken. Het was voor mij lang geleden dat mensen op een dergelijke manier reageerden. Het was ook lang geleden dat ik op een dergelijke tweebaans weg had gezeten, een lang lint van kilometers, waaraan aan de snelheid van de voorganger niet te ontsnappen valt. Ik moest denken aan een voorval met de zussen in de Ardennen en schoot in de lach.

019

Daar reden we op een landweg achter een tractor, die geenszins van plan was om zijn slakkengang aan de kant te zetten en het lint auto’s dat zich achter hem gevormd had voorbij te laten gaan. We hadden geen haast, maar we besloten toch om een willekeurige zijweg in te slaan. Altijd leuk, zulke onverwachte wendingen. We reden door kleine dorpen en trachten op de bonnevooi de weg weer terug te vinden ten einde de tractor ver achter ons te laten. Kraaien boven het veld, smalle weggetjes, een heerlijk zonnetje en doortuffen. Wat wilde een mens nog meer. We hervonden de landweg, lachten in ons vuistje omdat dit snode plan ten uitvoer hadden gebracht en…zagen tot onze stomme verbazing vlak voordat we de weg op wilden draaien dezelfde tractor langs komen tuffen. We hadden een les gekregen in de zinloosheid van de haast.

fien affiche 3

Op het laatste stukje naar huis passeerde ik de vluchtende Kia. Wat zou ze gedacht hebben. De paardenstaart danste niet meer. Voortdurend had ze snel opgetrokken,  gepasseerd met grote snelheid en werd ze weer teruggeworpen in de tand des tijds. Einde van de middag, druk op de weg, veel vrachtwagens, geen tijdstip om te haasten.

‘Erger je niet, verwonder je slechts.’zong het in mijn hoofd. Het was een mooi tijdverdrijf om te bedenken waar haar haast vandaan kwam, terwijl mijn gang in alle rust in de vaart der volkeren mee deinde. Het verhaal in het hoofd werd almaar groter en vormde al bijna een hoofdstuk van het ongeschreven boek met de werktitel: ‘De jakkerende paardenstaart’.

Het voelde goed. De Happinezzen die ik op de hobbymarkt had beloofd af te geven,  hingen in Schoonhoven aan de deur, de volgende tas met Boekie-Boekies gingen naar de plaatselijke kringloop, de zon scheen. Thuis wachtte de bank, de koffie en Pluis. Ik had het spel Mens-Erger-Je-Niet glansrijk gewonnen.

Uncategorized

Vannacht droomde ik de wereld groter

Ik heb dit weekend iets gedaan, waar ik eigenlijk nooit tijd voor inruim. Ik ben naar een hobbymarkt geweest. De kleine wereld noem ik het. Daar vind je, op schaal, de tekenen van overtuiging en zielsverwantschap, die maken dat mensen achter en mensen voor de kraam een kunnen worden met een onderwerp. Op het fanatieke af wordt een hobby beoefent en doorgegeven.

001.jpg

De kracht zit in het product. Een goed product behoeft geen opsmuk. Het verkoopt zichzelf. Met verbazing neem ik in ogenschouw waar de rest van de mensheid mee bezig is geweest in de tijden, dat ik fulltime aan het werk was. Er is een leven naast de arbeid en hier liggen daar de overtuigende producten van. Ik ben aan het ruimen in huis, dus extra kritisch op ruimtevullers en plaatsinnemers en, daar zit de kneep, heb eigenlijk niets meer nodig. Mijn kledingkast bevolkt aan jaren voor kleding, mijn boekenkasten zijn, zelfs na de laatste ruimactie, nog steeds volledig gevuld, mijn beelden en beeldjes waar hartverwarmende herinneringen aankleven zijn voor de helft al opgeborgen in plastic bakken. Het levert wel nieuwe ideeën op, een lumineuze ingeving en bezieling.

003

De dag daarna bezochten we op de valreep nog een miniem stukje van de Utrechtse Uitmarkt en kwamen bij ArtUtrecht terecht op de Neude. Dat was laven op hoog niveau, met name ook qua kwantiteit aan moderne kunst. Tussendoor waren er aandoenlijke acties. Een mijnheer liep rond met een hele kruidentuin om zijn middel. En vlakbij stond een container met een en crowdfunding voor de kromme uitgedijde groenten en fruitexemplaren, die in de handel doorgedraaid worden, omdat ze niet aan het gemiddelde equivalent beantwoorden, recht en strak van lijf en leden. De praatjes met de mensen die zich daar mee bezig hielden, bleken onderhoudend en zinvol, maar ook interessant en voedend.

015

Midden in het stadse tumult een gesprek aanknopen over de wonderlijke zaken van het leven geeft een extra dimensie aan het verhaal. Daar staan mensen met passie en uit volle overtuiging te vertellen waar ze de mensheid voor willen behoeden, namelijk het doordraaien van kostbare voeding, de kleurrijkheid van het individu, die niet past in de afgemeten groentekisten, de paradijsvogels onder het groeizame met hun eigenzinnige karakter.

012

Ze maken er een dominospel van, waarbij je niet dezelfde plaatjes bij elkaar moet zoeken maar twee wortels met afwijkende vormen, of twee aubergines die in de verste verte niet hetzelfde zijn, komkommers die in niets op elkaar lijken. Alleen al de gedachte voedt en maakt warm. Een bewuste strijd tegen de overvloed en de verspilling, een pleidooi voor de uitzonderlijke rijkdom van moeder aarde. Eigenlijk gaat het ook over de mensheid zelf en haar uitzonderlijke persoonlijkheden en mijn gedachten nemen een vlucht in die richting.

Over vergankelijkheid en leven gesproken, er was nog een container met Burning Art, het was te druk om lang naar het dansende vlammetje te kijken in de schemerige half dichtgeschoven container, maar wat had ik graag een half uurtje daar gezeten omdat het geniale idee alleen al verwondering wekte en de vonk een eigen leven leed, als  in het sprookje van Strohalm, kooltje vuur en boontje van de gebroeders Grimm.

Het waren twee totaal verschillende invullingen van tijdsbesteding. Passie proefde ik bij beide, geloof in een eigen product, vindingrijkheid en bovenal weer een wereld aan nieuwe associaties en een bron van inspiratie. Vannacht droomde ik de wereld groter.

 

Uncategorized

Thuis, op school en in de groep

Het was een spontane actie geweest, na een bezoek aan verhuisde oud-leerlingen, die drie turven hoog waren, dus niet ouder dan dat, en hun ouders. Het leverde buiten een succesvolle ontdekkingstocht op het verre Schokland en het mooie Urk ook een belofte op voor een reünie. Wat een verbondenheid groeit er tussen kinderen, ouders en ons, groepsleiders, als harten worden opengezet. Ze werd over de zomervakantie heen getild en gisteren was het zover. Ik was wat later.

037

De kleine blauwe prins was net ingeparkeerd of de kinderen stonden juichend rond de auto, dikke knuffels en klaar. Ziezo. Het weerzien poetste met het grootste gemak een heel jaar weg. Het viel stuk in de blikken, de handelingen, de geanimeerde gesprekken en alle contouren van de warme saamhorigheid in de laatste dagen van ons vroegere samenzijn werden weer helder als glas. We waren een pact geweest, verbondenheid door de opstomende veranderingen en de wens het eigenlijk niet te willen. Soms neemt het leven haar beloop en is acceptatie met pijn een feit. Gemis was voelbaar. Allemaal even stevig knuffelen en genieten van wat ooit was, in de wetenschap van een band die altijd zou blijven.

Met de geroosterde marshmallows op open vuur en de recital van de lieve kleine filosoof op de gitaar was het Jenaplangehalte hoog. Er was een moment van bezinning. Die kwam met de benjamin van het stel, die te midden van het feestgedruis, waar alle toeters en bellen los gingen, het vuur, de rook, de twee bbq’s waar hard aan geroosterd werd, met een gekoesterde wens, een stuk taart op het kleine bord, plompverloren in het gras ging zitten. In opperste concentratie trok hij de wereld in van zijn eigen luilekkerland en proefde met zichtbare gelukzaligheid het zoete hemelse op het puntje van zijn tong. Voorzichtig lepelde hij, zonder op of om te kijken, de hele lekkernij lang, zijn verovering naar binnen. Een bijzondere ontmoeting met een staaltje van bezinning en bewust handelen.

Het werd een avond van ‘dat, wat was’ in hun prille jeugd, vliegertjes als aandenken en het hele arsenaal aan liedjes dat ooit hoorde bij het grote verjaardagsfeest op school, voor ieder kind weer, met muis en het onovertroffen lied van het feest, dat ooit in de apen werd gezongen en later in de eekhoorns in drie sterktes, een voor mol op fluistertoon, een deftige variant en een voor opa’s en oma’s die verder weg waren dan het licht en navenant dus op sterkte, zo hard dat de sterren naar beneden vielen. Met volle overtuiging gooiden ze hun hele ziel en zaligheid erin. Daarna buitelden de liedjes over elkaar. En die van dat meisje dat huilde, van de koe, van maantje, die tuurde en…Herinneringen werden werkelijkheid. Het grote Nu, ‘perpetuum mobile’, om straks weer te koesteren. Een warm bad voor iedereen.

Nostalgie op hoog niveau, zeker, maar ook een blik op wat straks weer komen gaat. Hun gevecht tegen de teloorgang van wat ooit zo’n belangrijk deel in het leven was geweest en waar iedereen op een eigen manier een vervolg aan had gegeven was de grote kracht van die avond. Een onverwoestbaar optimisme en het gevoel familie te zijn door de gesmede banden. Zo kan het dus ook. Onderwijs maak je sámen met hecht ‘driemanschap’. Het kind, de ouders en de groepsleerkracht. Drie belangrijke pijlers voor ruimte in de ontwikkeling en de basis die een kind nodig heeft om zichzelf te mogen zijn. Thuis, op school en in de groep.

 

Uncategorized

Haar beste volgers

Een herinnering komt boven sluipen. De beelden ontvouwen zich als een droom: ‘Ik loop in de gangen van het Bejaardentehuis Titus Brandsma in Utrecht-Overvecht. Ik ben op weg naar de kamers van mijn ouders. Eerst de pas erin. De deur is niet op slot, maar de vogels zijn gevlogen. Het is rond koffietijd dus een optelsom is snel gemaakt. Ze zijn naar de Saloon, waar de koffie geserveerd wordt.

Als ik de klapdeurtjes open, zie ik ze al zitten, maar…Er is een zangochtend. Mijn vader zit in zijn gebruikelijke houding. Iets in elkaar gedoken, scheef gezakt naar zijn onwillige zelf en mijn moeder staat en zingt uit volle borst mee. ‘Een karretje op de zandweg reed’. In volle galop glijden we mijn jeugd binnen en de liedjes van de vaat, vierstemmig met de zussen, trekken voorbij. In het groene dal bloeien de bloempjes nog steeds uitbundig. De waterval komt bij mijn vader vandaan. De tranen biggelen over zijn doorgroefde wangen. Hij zwabbert met de grote zakdoek langs zijn ogen. Zijn neus wordt roder en groter en het is een aandoenlijk gezicht. Ergens diep van binnen begint het te borrelen. Met de eerste zangnoten van mijn kant sproei ik lustig met mijn vader mee.’

031tijdens de Voice…Krabbelen in het dagboek.

Gisteren keek ik naar The Voice Senior. Het is zo’n duizend dingen doekje. Je kan er mee praten en breien. Ik teken in mijn dagboek en luister naar de zoetgevooisde stemmen. Bij het minste of geringste, een trilling in de stem, een valse noot, een uithaal alsof het leven er van afhangt, kijk ik en voel mee. Een deel van mij blijft steken op de emotie terwijl de rest kritisch wikt en weegt. Zodra er een snaar geraakt wordt, de dichte ogen, een vertwijfelde oogopslag, een bevende hand, wellen ze weer diep van binnen en weet ik dat ik net zo’n sentimentele oude dwaas ben als mijn vader.

Het is de keuze van het lied. Neil Diamond van voor zijn geloofscrisis, Amy Winehouse, die om vergeving smeekt, Oude soulmates met passie bezongen, Good old Stevie die om de hoek komt kijken, ze roepen als vanzelf een traan op. Ik hinkepink door mijn aquarelletjes heen, die er meer diepte door krijgen. Al dat zout nagelt ze aan het papier.

032…tranen

‘Dochterlief is vier, we lopen door het winkelcentrum. Overal schettert Sinterklaas uit de luidsprekers. Ik loop spitsroeden want als ik mee zou zingen, sla ik dicht. Dapper sta ik mijn vrouwtje al keuvelend tegen mijn dochter, die de kleurrijke wereld, de glimmers van de opgehangen cadeautjes, de poppenacrobaten aan het touw en de loslopende zwarte Pieten, gretig indrinkt. Buiten is het guur en binnen is het warm. Dé entourage voor een warme chocomel, straks als we thuiskomen. Daar komt een gitzwarte Piet aangehuppeld. Het is 1985. Mijn dochter in haar fluwelen rode jasje met de opspringende krulletjes ziet eruit als een plaatje, vindt mijn trotse moederhart. Piet vindt het ook. Hij roemt haar mooie kinderkoppie en vraag flemend of ze pepernoten wil. Bij het zien van die verwachtingsvolle blik in de kleine kooltjes, de wit gehandschoende hand met pepernoten bij het geopende kinderhandje breek ik en biggelen de tranen over mijn wangen.’

De pepernoten liggen alweer in de winkel. Veel te vroeg, want er moet nog een schitterende herfst volgen. De commercie likt haar lippen. Mijn kinderen zijn gelukkig groot. De eer van een kinderlijke ontmoeting, met die eerste sentimenten met de kleurrijke Pieten, bewaar ik voor de moeders en blijf op veilige afstand zwaaien en springen, voor zover dat tot de Oma-mogelijkheden behoort.

Het leven is één sentimentele reis en ik behoor tot haar beste volgers

Uncategorized

Hemelsblauw

Blauw, Blauw, hemelsblauw. De kat was van de schooljuffrouw. De juffrouw zegt”M’n kat is weer terecht” Poes, poes, poes, poes, poes-poes ‘. Ik dans op de woorden naar de auto, glij neuriënd naar binnen, doorsta alle dichtslibbende snelwegen met glans. Gelukzaligheid is mij ten deel gevallen, nu ik de tentoonstelling ‘Rhapsody in Blue’ heb gezien in museum Voorlinden.

Alsof het zo moest zijn, was de zon voornemens juist vandaag met kracht het prachtige landgoed in Wassenaar luister bij te zetten. Vriendin had haar telefoon bijna leeg getomtomd en zou een kwartiertje later zijn, Het restaurant was open, er was ruim plek op het terras, het kleurde er grijs van de vriendinnengroepen en mijn bleke vel koesterde zich in de opstomende warmte en in een ruime overpeinzing.

In de verte stonden de tenten met gebak. De studente die de kassa bediende van de museumwinkel grapte: First you bake it, then you make it’, toen vriendin vertelde van haar voornemen een van haar toekomstige cursussen te willen gieten in een ‘Wayn Thiebaud sessie’. Haastig werd dat idee weerlegd en schreef ze dat bakproces over. Ze zou het op een akkoordje gooien met de plaatselijke bakker. Iedereen gelukkig. Dan zou de slogan worden: ‘If you have beat it, you can eat it.’ Honderd taartjes om vast te leggen met penseel en olieverf, om daarna voorgoed te verdwijnen in hun vergankelijkheid naast dat eeuwige leven.

Blauw,  blauw, hemelsblauw was de lucht boven mijn hoofd en het wit/glazen strakke museumgebouw stak als een staaltje vakmanschap er tegen af. De buitenkant ademde met de tuin van Piet Oudolf evenzeer schoonheid als binnen. De E-ticket werd pas gescand nadat de tassen in het kluisje waren opgeborgen. Geen rijen, geen wachtenden, State of being zonder straf weer een keer. De prachtige grijzen, de spiegelwand, de mus en het meisje, Sluyters, de prinsesopdeerwtmatras, waar de erwt was uitgepeuterd. (Dit laatste geheel en al ten prooi gevallen aan mijn eigen brede fantasie, die paste bij de beelden in het hoofd), de man, het drietal, de levensechte naakte vrouw, de bewerking van de beroemde golf van Hokusai, het aapje, de uiteengevallen roos, de cola-vaas van Wei Wei. Nooit slaat de verveling toe en altijd vallen er nieuwe facetten te ontdekken.

Wayne Thiebaud wekt de eetlust, met zijn taarten en taartjes, maar blaast me van mijn sokken, door het voyeurisme in de ingefluisterde  levens van de jaren zestig met zijn mannen en vrouwen die ons bestuderen, terwijl wij nauwkeurig elk detail proberen te vatten. Zijn kleurgebruik, de herkenbare kledingstijl, stijfjes en vormelijk, met gekwelde of ongemakkelijke uitdrukkingen, een leven te gaan in een land van wetten en wetjes.

Met uitzonderlijk gebak en ijs in die versuikerde en onbegrensde en toch zo begrensde wereld. Het perspectief van zijn landschappen met de wegen die elkaar doorkruisen werken vervreemdend. Als ik later de foto’s terugkijk, ontdek ik dat ik ze vanuit een verkeerd perspectief heb waargenomen. Ze vragen om een vogelperspectief en hadden misschien wel liggend tentoongesteld moeten worden. Met al die lekkernijen is een ingelaste lunchpauze het enige alternatief.

Daarna breekt de hemel open in Rhapsody in blue. De rust die het uitstraalt. Alle tinten blauw. Ultramarijn, Kobald, Indigo, Pruisisch en Egyptisch blauw, Yves Klein blauw, Cereleum glijden naar binnen en nemen de waarneming over. Mondriaan aandoenlijk, Avery, van Dongen, Klein, Kapoor, Bourgeois, Kelly,  Fernhout en zo veel prachtige werken meer. Dat prachtige koele blauw dat krachtig neder daalt, dat warme blauw dat harten omarmt.

‘Blauw, blauw , hemelsblauw dokter is die kat van jou, nee mijnheer die kat is niet van mij…Poes, poes, poes, poes, poes’. dansen mijn voeten…Zoemt het in mijn hoofd.

Een spiegelende ervaring in Song Dong’s Through the Wall, onuitputtelijk door de zeggingskracht. Het spiegelend effect vertedert keer op keer. Als ik vriendin vang aan het trapje van het zwembadblauwe bassin, water zonder water onder water, is de koek bijna op. Er kan niets meer bij, Ron Mueck’s aandoenlijke echtpaar nog net en een opera in Serra’s sculptuur Open Ended bij verrassing gezongen door vriendin midden in de ziel van het monumentale klankbord. We zijn letterlijk door muren gegaan vandaag, maar voornamelijk hemelse muren, met deuren naar heden, verleden en toekomst.

Boven ons kleurt de lucht strakblauw als we naar de auto wandelen en ieder ons weegs gaat in het gewoel met dat allesoverheersende rijke gevoel van rust en een aangenaam verpozen. Hemelsblauw.

Uncategorized

Averechts

Er is een tijd geweest, dat ik  me graag versierde met wat zilveren opsmuk. Kettinkjes, oorbellen, armbanden, enkelbanden, doorgaans met Indiazilver of suède veters, kralen of anderszins. Geen dure dingen, ik gaf niets om edelstenen en mineralen in welke vorm dan ook. Een diamant maakt me niet koud of warm en goud vond ik helemaal niet mooi. Geen idee, waar ik die eigen smaak vandaan had, maar zo is het mijn hele leven gebleven.

038

Alleen wilde ik op een gegeven moment na een half leven geen oorbellen, armbanden en kettingen meer. Alleen de ringen konden me nog bekoren en dan het liefst één aan iedere ringvinger en verder niet. Het werden molenstenen om mijn nek en bleken gewichten aan mijn oren. Weg ermee. Ik weet ook nog precies wanneer. Het was in de dagen van de struggle for life, moeizame tijden, met weinig ruimte voor eigenwaarde. Geen opsmuk meer. Het leven was al ingewikkeld genoeg. Als men mij niet wilde zien, zoals ik puur was, dan maar niet. Een dergelijk soort gedachte stak erachter.

036

Gisteren haalde ik de kistjes van de kast. Daar pronkten de kromme ringetjes en de verwrongen oorbellen, bescheiden, maar aanwezig. Hippy wise. Achter elk stak een herinnering. Omdat ik ze had gevonden op rommelmarkten en in tweedehandswinkels en ik het bijbehorende scenario kon uittekenen. Slordig was ik er mee. Niet zelden was er maar één van de oorspronkelijke twee exemplaren, of de kettingen waren stuk, omdat het slotje van de schakels kapot was gegaan. Er zaten bedels bij die ik als kind bij elkaar had vergaard op verjaardagen. Telkens weer, ze moesten na ieder feest aan de schakels, tot die gevuld waren. Een beer, een eikeltje, een molen. Je kon het zo gek niet bedenken. De tand des tijds zat geketend aan onze kinderpolsen.

035

Later met de India teenslippers, de patchouli en de pofbroeken met Indiajurken kwamen de rinkelende enkel-en-armbanden. Kleine oorringetjes, ingenieuze ringen die in elkaar geschoven moesten worden. Ze lagen daar incompleet en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze door te schuiven. Later, straks, over een poosje, maar nu nog niet uitzoeken en passend maken. Pas als ik er weer aan toe was.

Ik probeer het weleens. Een ketting of oorbellen, maar ik hou het nog geen halve ochtend vol. Toen ik ze wel droeg, maakte ik me nooit op. Geen polonaise. Pure eenvoud. Later door het optreden bij het volksdansen raakte ik er aan gewend om lippenstift, oogpotlood en mascara te gebruiken. In een van de kistjes lag nog een krultangetje voor de wimpers. Hier sprak een ver verleden.

037Eyecatchers

In Zeeland waren we in een klein dorp bij een coachende verkoopster, die kettingen aanraadde als enige opsmuk, of juist kleurrijke nagels, of een opvallende ring bij de sierlijke snit van een jurk. Een echte eyecatcher. Heb voor de spiegel gestaan met de hele garderobe en dergelijke combinaties. Ik snapte wat ze bedoelde, maar wilde wat ik altijd deed. Sjaal om de nek en klaar met de opsmuk. Twee vaste lievelingsringen en gedaan met de versieringen. Dat ben ik, niet anders, het zou een rol zijn als bij een optreden van de band, waarbij vriendin en ik ons in leren rok, kek t-shirt, toeters en bellen  hesen. Drama op hoog niveau en met veel plezier, maar voor op de bühne.

100_0073

Mijn kloffies, mijn 60 deniers, mijn eigenste rok of jurk, een wijde broek, een grote trui,  met sjaal. Ieder vogeltje zingt zoals ze gebekt is. Deze zingt graag, maar op een eigen toon, wars van voorschriften van anderen. Sterker nog, daar word ik tegendraads van en dan is het effect averechts.