Uncategorized

Kunstig geklooi

Vrije dagen in februari, tijd voor een aangenaam verpozen. Dat kan als de beste met een paar lieve vriendinnen. We hebben zo’n twintig jaar minimaal met elkaar opgelopen en kennen elkaar van de hoed tot de rand. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Aan de ronde tafel van een van hen is het goed toeven. Ik werd opgehaald. Wat een luxe. Eer ik het in de gaten had, kwam vriendin al voor rijden. Instappen en onmiddellijk is er de sfeer van goed en vertrouwd. Die zou blijven. Sterker nog, het onderschreef eigenlijk alleen maar het gemis van niet meer bij elkaar te zijn. Dat eigen sfeertje, het vertrouwde en alles wat hierboven staat.

007-2.jpg

De tafel stond klaar. Aquarelblokken, dito verf, stiften, fineliners, penselen, kleurpotloden in alle soorten en maten. Ik had ook mijn eigen tekentas meegenomen met de grafietstiften en nog meer van alles. Het heette kunsttheekrans, of theekunstkrans maar in ieder geval was het de opzet om lekker te ‘Klooien’. O, wat hou ik van dat woord van onze gastvrouw, die de mooiste kunstwerken maakt en dan altijd maar ‘een beetje aanklooit’ of ‘lekker aan de tafel aan het klooien’ is. Ik kan haar in gedachten uittekenen terwijl ze aan die grote tafel zit en haar aquarellen verzint en frutselt, uitdenkt en steeds weer tot verrassend nieuwe ontwerpen komt, alles met haar hele eigen stempel aan kleurgebruik en vorm.

De versierde kerk, de peperbus in Bergen op Zoom.

Vriendinlief heeft een taart gemaakt, met een beetje van het pakje en een beetje van haarzelf. Ze weet wat ze gaat tekenen. D’n gróóte Boer. Ik had er nog nooit van gehoord, maar in haar geliefde Berg op Zoom dat tijdens de carnaval Krabbegat heet, barst volgende week het feest los en dan zijn de Prins, de Nar, de Steketee, de heks en deze figuur allemaal van de partij. Uitstekende onderwerpen om mee los te gaan onder het motto: ‘Agge mar leut et’. De herkomst van de naam ‘Krabbegat’ blijkt achteraf verrassend goed aan te sluiten bij onze middag. Het stamt uit de tijd dat Bergenaren de Meekrap kweekten, de grondstof voor de rode kleurstoffen: alizarine, de bekende rode kraplak en purpurine.

007

 

We drinken heerlijke citroenthee en kletsen wat af, Blanco begin ik vierkantjes te maken, zoals de gastvrouw altijd doet. Vaag heb ik een Newyorkse skyline in mijn hoofd en een verloop van zwart wit naar kleur maar, zoals het goed geklooi betaamd, verandert het onderweg meerdere keren van bestemming. Het lijkt nu meer op de eindeloze hoogbouw in de tekeningen van Pushwagner, die ik ooit met de kinderen op deze wijze heb uitgewerkt.

De gesprekken schieten net zo heen en weer als onze penselen en fineliners. Dochterlief komt er ook nog even bij zitten en klooit gezellig mee. Het is heerlijk ongedwongen en prettig en eigenlijk valt dan de betekenis van het samen zijn, het voor jaren optrekken met elkaar, het inspireren en het uitwisselen weer op zijn plek. Hadden is geweest, maar sommige waardevolle elementen blijft een mens vasthouden, een leven lang. Ze zijn niet meer weg te denken, maar soms is het nodig om weer even terug in de tijd te gaan door het verlangende hart te laven met een theekransje om de ronde tafel, vertrouwd gebabbel,  lekkere taart en kunstig geklooi.

 

Uncategorized

Een groot verlangen

De lente stoomt op. Er is geen greintje aan ijzigheid te bespeuren. De terrassen zitten vol, in het Grifpark is het een drukte van belang. Yoga in je blote bassie, een prachtig Indiaas lijf met bijpassende haardos, de fleece gaat uit, met blote armen op het skatebord en het gras is bezaaid met krokussen en narcissen en lome grashangers. Daar loop ik tussen met mijn grijze berenjas. De auto heb ik weggezet in het zondagse gratuite circuit, vergis me een blok, maar het is geen straf. Lopen is een feest met al die uitbundigheid.

022

De Stadsschouwburg is de bestemming, de voorstelling Lepeltje Lepeltje van de Dansers het doel. Samen met de klankbordgroep gaan we werk en aangenaam genieten verenigen. Altijd weer een feest op alle fronten. We beginnen buiten op de trap. Ik kan me niets mooiers voorstellen dan ontluikende lente in alle parken en aan de singels in Utrecht, de natuur barst op alle fronten uit haar voegen en danst haar eigen première bij elkaar in een langgerekt kleed van groen, paars en uitbundig geel.

027

Als we zitten in het donker, veel jonge kinderen tussen alle volwassenen, sluit ik het verlangen buiten. Er is nu hier en nu, de stoelen, het publiek, de twee mensen op het podium. De spots gaan aan. De tweespraak tussen de twee, de een houdt van vallen en de ander niet, brengt een bekend verschijnsel te weeg. ‘Mogen we dan niet heel even….’ ‘Nee, ik hou niet van vallen.’ ‘Maar dan ook niet van…’ ‘Nee, die doen we ook niet….’ ‘Maar die andere dan….’ Nee, te gevaarlijk.’ Zo gaat het nog even door, dansvoorstelling voor vier…uhhhhh…blijkbaar twee, tot de derde over de trap aan komt stormen met zijn matras.

028De Dansers

Er liggen matrassen op de grond, argeloos neergekwakt, zo lijkt het, maar vergis je niet. Dan gaan de lichten helemaal uit en de zanger/muzikant die niet van vallen houdt, zit achter zijn kleine piano onder de schemerlamp. Het meisje laat zien waarom ze zo van vallen houdt. Er volgt een wervelende50 minuten van vallen en opstaan, buitelen, wandelende matrassen, zwieren en zwaaien, kleine prinsessen op de erwt, durven en angstig zijn, in het diepe springen, omlaag vallen, omhoog vallen, maar nooit te pletter vallen. En als je echt, echt niet durft, dan hoef je ook niet. Dan mag je schuilen dicht tegen elkaar  als lepeltjes en je geborgen weten. Er zijn prachtige en dromerige liedjes met de onderschrijving van de muzikale intervallen.

In een notendop van een krap uur komen alle valkuilen van het leven voorbij, maar tevens de oplossingen. Over schroom heen stappen, op anderen vertrouwen, op je eigen kracht mogen bouwen, samenwerken en volhouden. Er zijn zeemeeuwen, pindakaas met koek met twee kinderen uit het publiek, er is rook, er zijn palmen, er zijn bergen en dalen en iglo’s.  Er is alles wat er moet zijn om chaos en structuur  te stroomlijnen. Een grote wervelende fysieke en emotionele rollercoaster. Het leven.

Herhaaldelijk biggelen er af en toe tranen van het lachen, ontroerende tranen, een glimlach van vreugde en schoonheid. Wat een heerlijke wirwar van momenten. De kinderen lachen onbedaarlijk, huilen soms, genieten zichtbaar en na de voorstelling mogen ze los op de vele matrassen. Ze schuiven , ze rollen, ze slapen, ze vallen, ze springen, maar bovenal genieten ze met volle teugen.

Ik herken de dansers van het Binnenbeest. Dezelfde chaos, dezelfde strekking. Het is ook een voorstelling van hun choreografe Josephine van Rheenen, die in kinderhoofden kan kijken, begrijpt hoe het daar binnen werkt en weet dat losse eindjes ook eindjes mogen zijn, al zijn ze soms wat rafelig. Met dansers en een liedjeszanger, die er perfect op aansluiten en er de vorm aan weten te geven, het kind in iedereen. Iemand zegt: Wat zou ik dat graag nog eens willen doen. In haar stem klinkt een groot verlangen.

Uncategorized

De literaire tuin

Gisteren kwam er een appje met de vraag of ik weer eens in de tuin wilde komen. Die heb ik inderdaad een beetje verwaarloosd deze winter. Ik had weliswaar last van het vochtige klimaat. Al die nattigheid was niet bevorderlijk. Maar het is ook de pijn om de lege kale plek, realiseerde ik me gisteren, op de verjaardag van broer. Het is de broer die eigenhandig mijn lieve oude atelier in elkaar heeft gesleuteld, waar ik zoveel jaren plezier van heb gehad. Hij helpt me nu ook weer met Jut van Juul, maar het verdriet zit hem in het gemis van dat mooie ateliertje, waarmee ik zo gelukkig was.

023

De tuin zal aan het uitbotten zijn met deze warmte. Het is niet de eerste keer dat het voorjaar te vroeg invalt. Alles wat knop heeft loopt uit en er moet gesnoeid worden. Er moet ergens in mijn hoofd ook een knop om, om die nieuwe start te kunnen maken. Volgende week, beloof ik  mezelf, dan ga ik weer eens kijken. Waar zit de knop ook alweer. De roep om een eigen toko is groot. Als het huis er staat, kan ik opnieuw beginnen de tuin naar mijn hand te zetten. Er zullen eerst wat bomen moeten worden verzaagd, voordat Jut erop gereden kan worden. Hele visioenen van een mooie tuinwagen in de sloot zijn al voorbij gekomen.

126

In Vlieland op de hotelkamer keek ik uit op de Dorpsstraat en had ik een beeld van een eigen schrijfhut. Want uiteindelijk  is meer ruimte niet nodig. Dit nieuwe atelier heeft de potentie voor beide, zowel schilderen als schrijven, wat een prachtige aanvulling zou zijn. Er komt geen bedbank meer in, maar hopelijk een smalle tafel, waar de zielenroerselen met inspiratie door het raam heen op vleugels zullen komen aanvliegen. Daar kan ik van dromen, dwars door de nachtmerries van de realiteit heen. Vandaag gaan we het plafond schuren en schilderen en zal het meer en meer mijn Jut worden. Maar die kale plek, daar op de tuin boezemt op dit moment slechts weemoed in en schrale troost. Niet treuren, want alles is vergankelijk en veranderlijk. We gaan vandaag  meters maken.

Poes Pluis vraagt hier steeds om naar buiten te mogen op het balkon en tot mijn  verbazing stonden de blauwe druiven en de narcissen al in volle bloei, verstopt achter wat winterse begroeiing. Ik heb ze in ere hersteld en ze pontificaal in het zicht gezet. Poes  zit inmiddels in mijn sokkenlade van de kleine commode. Ze heeft alle majo’s eruit gewerkt en net zo lang gedraaid en gekeerd tot ze lekker lag. Hetzelfde doet ze ook vaak met de kledingkast, kleding op de grond, poezenbeest erin. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht.

IMG_7715.JPG

Ik hoor de eerste merels alweer. Het is half zes en ze hebben er zin in. Het is helemaal lente. Laatst vroeg ik de oude of het vervroegen van de seizoenen ook tot gevolg kan hebben dat de ijsheiligen terug zullen schuiven naar bijvoorbeeld april. Dan zou je al eerder kunnen gaan inzaaien in de kas. Hij dacht van niet, maar ik weet het nog zo net niet. Ik kom erop terug. Wie weet wat de natuur ons brengt. In ieder geval voorlopig heerlijke voorjaarswarmte om ons aan te koesteren. Dan komt de rest van zelf. Zelfs een Jut van Juul, op de vertrouwde plek tussen de appelboom van Vasalis met de wind in de wilgen in de literaire tuin.

 

 

Uncategorized

Voor hem en voor mij

Beer lag voorover gebogen in een bak met spullen. Vanuit zijn ongemakkelijke houding keek zijn rechteroog me smekend aan. Ik heb wat met beren. PoohBear behoort tot mijn eigen klassiekers en als ik ooit een echte, onaangeklede PoohBear vind, is ie de mijne. Een van mijn mooiste dagboeken is er een vol met platen en plaatjes van mijn held, de kleine filosoof op zijn berensokken. Zijn prachtige opmerkingen in het boek, hem door de onvolprezen Millne in de mond gegeven, zijn goud waard op hun eigen tijd in hun eigen uur. Zijn eenvoudige berenwijsheid heeft een universeel en herkenbaar karakter, door het onverwoestbare optimisme ingegeven.

018

Het is dat vertrouwen en het geloof in het leven dat hem zo waardevol maakt. Natuurlijk is mijn berenliefde ooit begonnen met de gele beer die ik op mijn zesde kreeg. Hij was het die de nachtmerries uitdunde tot houdbare porties, met beer voelde ik me veilig, veiliger dan met mijn ouders, die hele bossen om zaagden in de kamer naast ons, wat duidelijk te horen was. Koude voetjes op het zeil maakten geen belletjes wakker en zeker ook die twee niet. In de nachtelijke bossen werd gewerkt, van dik hout zaagt men planken en daarom liep er een klein meisje meer dan eens verdwaald rond, tot beer kwam.

Mr. Bean, mijn antiheld, die voor alles staat wat mensheid heet. Zijn grappen en grollen, zijn onhandig onvermogen, zijn volledig onaangepast gedrag wordt op een hoger voetstuk gezet door het onmiskenbare geloof in zichzelf. Hij denkt in kwaliteiten en als ze er volgens de maatschappelijke normen niet zijn, dan roemt hij zijn eigen kwaliteiten, wars van elke mening. Teddy, zijn kleine bruine beer, die vaak toegesproken wordt en waarmee wordt overlegd, maakt deel uit van dat eigen universum. Als het fout gaat spreekt hij hem bestraffend toe, of liefdevol, net hoe het uitkomt. Teddy is zijn geweten en zijn schone lei, want er valt altijd alles te vergeven. Het helpt Mr. Bean zijn eigen misvattingen te begrijpen en dat is heel wat voor een kleine bruine beer. Eigenlijk is Beanybear net zo wijs als Poohbear, al zwijgt hij in alle talen en blijft hij met zijn grote onschuldige ogen verbaasd de wereld in kijken. Vergis je niet, achter de verbazing schuilt een wereld aan wijze gedachten.

Iemand stuurde gisteren op FB twee foto’s rond van een bibliotheek. Op de ene stonden de boeken kaarsrecht in het gelid in rijen lang, op het andere plaatje stonden er de figuren uitgebeeld, een kleine prins, een Poohbear, een eenhoorn, een draak, alle sprookjesfiguren die je je maar kon denken en noem het maar. Er boven stond bij de eerste: ‘How other people see libraries’ en bij de tweede: How I see libraries”. Dat is precies wat er gebeurd. Ik personifieer. Niet een klein beetje, maar voortdurend. In mijn  hoofd worden de platte plaatjes onmiddellijk driedimensionaal en komen tot leven. Fantasie fluistert al mijn hele leven een extra laag aan beleving in.

Daarom is een kringloop ook een open boek vol nieuwe ontmoetingen. Eergisteren was ik bij de kleine vaste winkel hier vlakbij en daar ontdekte ik een zoutvaatje met twee losse schildjes, minuscuul klein met twee houten lepeltjes. Het was van djatihout gemaakt. In een oogwenk ben ik dan terug in de tijd aan de  dis bij een Haagse familie die het vaatje meegenomen hebben uit hun geliefde Indië. De deksels worden omzichtig neergelegd. Met opgeheven pink wordt het kleine houten lepeltje opgenomen met een paar korreltjes zout. Als er een afvalt verdwijnt het onzichtbaar op het damast. Ik bedoel maar. Dat was nog maar een zoutvaatje. Mijn verwachting vroeger als kind, was dat ’s nachts de dingen tot leven kwamen. Die bezieling krijg je, eenmaal opgedaan, er nooit meer uit. Het  is cruciaal gebleken voor de verwondering omtrent het leven zelf. De verbinding tussen de realiteit en mijn eigen werkelijkheid.

008

Ik nam de aandoenlijke kleine Beany op en bracht hem met ontzag naar de kassa, waar hij voor een keer nog de hardheid van het bestaan en het onbegrip moest ervaren toen zijn wang over de toonbank schoof. Hij zit naast me en knikt me goedkeurend toe. Het is ons eigen feestje. Voor hem en voor mij.

Uncategorized

Dwars door de mijmeringen

Ik denk dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet op het handballen. We staan met het hele team op een foto. Zij de schoonheid van een zestiger jarenmeisje. Blond, slank, een been uitdagend vooruit, blik van ‘Wie doet me wat’ en een vage glimlach. Gezegend met een heerlijk onvervalst Utrechts accent, al dachten sommige mensen daar anders over. We werden vriendinnen, stonden samen op die drempel tussen tafellaken en servet en wandelden hand in hand de puberteit in.

Bij haar thuis werd gekaart. Niet alleen in de avond, maar ook op zaterdag en zondagmiddag. In de blauwe wolken rook stak af en toe een verwoede en verbeten blik, werd een kaart gesmeten of bulderde de lach over tafel. Op de pick-up lag Sonneveld en zijn goed gearticuleerde pikante liedjes rolden door de kamer. Buiten naast de kleine keuken koerden de vele duiven in de dakgoot.  Pa was een duivenmelker en hij maakte het lied van Annie M.G. Schmidt  over de duiffies meer dan waar. Hij hield van ze en schudde menig graantje lokkend op het platje van de schuur. De sfeer was recht voor z’n raap en geen zacht geheelmeester. Het gemoed lag eerlijk en open op tafel, een traan, een lach, een uitbarsting op z’n tijd, maar altijd vol zorg. Het was er anders dan bij ons, met al die kinderen in huis. Daar was minder van alles door een overschot aan de delende factor.

Ooit waren we samen het leven aangegaan. We werkten ons schoorvoetend en schuchter en al gauw met overmoed en bravoure door de verwarrende jaren heen. We bespraken met elkaar en het buurmeisje de problemen waar jonge meiden mee worstelden. Die uitgroei en hormonale veranderingen in een tijd dat we van nostalgie naar de toekomst gleden

We droegen sokjes en lakschoenen of oude gympen, Terlenka rokken en bloesjes,  geselden de stoepranden met de bal en speelden de maan is rond. Als verstopplekken golden de poorten en gangetjes achter de huizen en hoog boven de muren uit schalde het ‘Buut  vrij…’, waarna steevast een discussie van welles/nietes ontstond. De kaatseballen sprongen met verve in vliegensvlugge vaart tegen de witgekalkte schuur. De enkele auto kwam pas na vijven de straat in rijden en verder doorkruisten alleen de plaatselijke middenstand, de melkboer, de bakker, de visboer, de voddenman en de orgeldraaier met zijn  pierement ons domein. Vrouwen waren druk aan het poetsen, mannen waren doorgaans buiten beeld.

handbal

Samen rookten we ons door de onzekere, zoekende tijd heen, zwommen zomers in het Noorderbad en schaatsten ’s winters bij Arosa. Handbaltraining twee keer per week aan de Zuilense laan en op zondag de wedstrijd. Op een gegeven moment waren er de jongens. Mijn broer en zij, zij en mijn broer. Ik was weer alleen met al mijn eenzame verliefdheden en hier splitsten onze wegen. Ik werd een zwijmelaar van gedichten bij maanlicht, sehnsucht en een smachtende blik in het onbestendige. Zij ging haar weg. Verliefd, verloofd, vertrouwd. Pubervriendinnetjes waren we, door dik en dun. Wegen  splitsen zich en soms vallen ze weer samen. Opeens was daar gisteren dat appje, dat alle herinneringen naar boven woelde.

Men heeft hard gewerkt om haar hart te reviseren. Er was aardig wat gerecycle aan vaten voor nodig om het stabiel te krijgen. De boodschap voelde als een bericht voor ons beide. Het bleef door mijn hoofd spelen. We zijn eigenlijk allebei te jong om tegen de grenzen van dit leven aan te schurken.Ik sluit mijn ogen en zie haar staan, het been uitdagend vooruit, een vage glimlach en dwars door de mijmeringen heen pak ik haar hand.

Uncategorized

Ten volle

Stevie Wonder is alom aanwezig met zijn sleutel tot het leven. De kwast in de hand draait, wendt en keert op de stuwende klanken en onder onze handen mengen steeds meer kleuren zich in een dansende penseelstreek. We zijn in de wolken. Letterlijk. We zijn vastbesloten om het hemelgewelf als doel te bestuderen en neer te zetten in de luchtige toets van ons lichtend voorbeeld. De manier van haar luchtige, romige wolkenpartijen waren aanleiding om een sprong in het diepe te wagen en te zien en ontdekken welke geheimen er aan ten grondslag liggen. De neiging is ernstig aanwezig om door te blijven poetsen en daarmee alles, wat er aan het onbekommerde losse in aanvang heeft ingezeten, dicht te plamuren en dan weer voor een massief blok te staan. Nooit eerder dan in de schilderkunst en bij het schrijven heb ik zo ondervonden dat ‘minder’ meer oplevert. Dood je stokpaarden niet, maar laat ze luchten.

Muziek onderschrijft het. Naast de dansende kwast houden de benen het ook niet en bij het monsteren van het resultaat swingen we heen en terug. Het is deze ongedwongen en vrije vorm die boeit en in de greep houdt. Ineens ontdekken we mogelijkheden die er daarvoor wel waren, maar veel meer ingetogen onder het oppervlak bleven smeulen. We zijn vaak te braaf, te beleefd, te netjes, te serieus vooral ook. Kunst is vrijheid op alle fronten.

185

De ruimte van het atelier is er ook naar. Het is hoog en groot, met veel bewegingsmogelijkheden, er is genoeg ruimte voor ezels en attributen. Straks trekken we er misschien wel een keer op uit om, met kwast, verf en veldezel, de lucht te aanschouwen en ter plekke bezieling te geven op een paneel. Er is nog wat moed voor nodig om in het vrije veld te gaan staan, maar voor alles wat ik tot nu toe heb ondernomen gold dat en steeds weer bleek bij het overwinnen van de schroom dat het zo de moeite waard was geweest.

De thee met Bastogne staat klaar bij binnenkomst en op de tafels liggen onze grote meesters met hun luchten. Uiteraard Jacob van Ruisdaal maar ook Weissenbruch, Koekkoek, Albert Cuyp, lekker veel verzamelwerk in een luxe uitgave van een gerenommeerde galerie. Inspiratie stroomt uit alle hoeken binnen in een muzikale omlijsting. We zijn er klaar voor.

187.JPG

Voordat we het ons realiseren is het alweer bijna tijd.  De bespreking volgt en dan willen we nog even door. Kijken naar elkaars werk levert veel op. Hoe kopt een ander die persoonlijke benadering in, we letten allemaal op verschillende details en laten ons leiden door een eigen stijl. Die van mij heet dromerig te zijn. Het is niet mogelijk de woordbouwer en de beelddenker los van elkaar te zien. De ene hand voedt de andere. Natuurlijk werkt het zo, maar de entourage, de invloeden van anderen, de verschillende stijlen die ik zo her en der heb gezien en eigen gemaakt, komen hier op een hele andere, verfrissende manier samen. De uitdaging is er, de prikkel, die bijzondere gewaarwording, die er voor zorgt dat verwondering tot scheppen leidt en omgekeerd, dat scheppen verwondering wordt.

188

Moe maar voldaan was ik de kopjes, gaat de koektrommel dicht en sluiten we de verwarming en de deur. Geduldig wachten de wolken, terwijl wij nauwelijks kunnen wachten. Dát is begeestering ten volle.

 

Uncategorized

De juiste plek om stil te staan

Ik heb net de foto’s van de korte Vlielandgang ingeladen en nu zit mijn hoofd vol beelden, soms verstild en soms in beweging. Het houdt de woordenstroom gevangen. Met de nieuwe eye-opener(zie het vorige blog)is er een dimensie aan wereld bijgekomen. Al langer voorvoeld of gedacht, maar nu bewust beeld gekregen. Ik schoot doorgaans veel en op de gok om daarna thuis uit te zoeken, wat ik met mijn derde oog gemaakt had. Een intuïtief fotograaf, dat is een mooie onderbouwing, net als wat mijn andere werk is. Intuïtief. Wat een prachtwoord eigenlijk. Op gevoel komt de impressie binnen of vaker…op de toppen van het gevoel.

100_4091     100_4095

De tocht naar het ven gaf een verstild duinbos prijs, dat in een oogwenk een rechte lijn trok van het heden naar het verleden, waar ik ooit met de Wijze rondliep in eenzelfde gebied, gelen en groenen dooreen. Het roept een gevoel op van geborgenheid en hoop, naast de schoonheid ervan. Die overrompelende schoonheid in het vroege ochtendlicht.

100_4101    100_4117

Bij het ven de kracht van de herhaling, ongevraagd spiegelt de schoonheid zich dubbel en graaft er nog een diepere laag in, die van de beweging. In de weergave zie ik rimpelingen die nauwelijks vast te leggen zijn op doek. Het oog vangt ze allemaal, geen uitgezonderd en ik kan alleen maar ademloos toeslaan. Als dan de verticalen zich gaan roeren en de overhand nemen, is het plaatje compleet. Kathedrale verticalen.

100_4122    100_4124

De zilveren pluimen van het riet plaveien een pad in het stilstaande water. Zijn het de tere vleugels van de waternimfen, die oplichten, de lokkende roep van het ven? Een met water geplaveide weg lijkt het, bedrieglijk echt. Alleen een eenzame woerd snavelt zijn verdriet in het midden van het ven. Is het ven zijn tranendal?

100_4131    100_4135

In de verte zie ik zus, die monter duintoppen beklimt. Met mijn zuurstofarme longen hebben ze de metamorfose gemaakt naar een onneembare bergketen. Daarachter weet ik de zee en de oase van vlak wandelgebied. Nog even doorzetten, maar niet vergeten de beelden op te slaan. Helmgrasgeel met grijsblauw. Er kwinkeleren vogeltjes maar ze houden zich stil zodra ik hen nader. Om me daarna weer uit te lachen, zelfs omkijken helpt niet. Ze houden me nauwlettend in de gaten. De rode stip wordt groter en groter, dan ontdek ik waarom alles gealarmeerd is als ik er aankom, het amechtig hijgen stopt niet meer en gaat, voor kleine kwinkelerende vogels, met geraas gepaard. Overstijgende decibellen boven aan het duin.

100_4171    100_4152

De pier in zee siddert en beeft. Door het alziend oog ontwaar ik vogels, ton sur ton. Als ze keren en wenden spelen ze verstoppertje. Je ziet me niet, je ziet me wel. Het zand in de plas ervoor glimlacht. Overmoedig laat het grut zich vastleggen en kwettert een lieflijk gesprek bij elkaar. Het register in mijn hoofd slaat het op onder het kopje ‘Vogelzang’. Daar voegt het zich, om de impressie, bij de ochtendzang van de merel. Ze zal in het vervolg altijd meewandelen.

100_4217   100_4225

In onze verstilde gang langs de Oostelijke ronding van het eiland staat een eenzame figuur roerloos te staan. We steken de ronding schuin af om bij hem te komen, maar dan zien we dat het een ongeschreven boek is. Verschillende scenario’s doemen op. De man zonder hoofd of de man van hout, of de strandpaal die het koud had. Dichterbij blijkt het een spreekwoord. ‘Gestolen goed gedijt niet. Het beveiligingsplaatje zat nog onder aan de jas. Arme jas, fijn voor de paal, die bloost van warmte. Verderop is de noordpool aangespoeld en in dikke romige lagen uitgelopen als een sneeuwwitte belofte.

100_4245.JPG

Bij de kering valt het water stil. Zeven kilometer lang aan schoonheid gewonnen. De juiste plek om stil te staan.

 

Uncategorized

Mijn eigen eye-opener

Oostvlieland ontwaakt. Ze doet dat met een vrouw aan de overkant van het nauwe straatje, die door het raam joehoet om haar joggende metgezel van bovenaf op de foto te zetten. Die sjokt welwillend terug, neemt een stoere houding aan en verdwijnt op het ritme van  het ruisen van de zee in haar gestroomlijnde zwarte pak. Het raam gaat dicht en ik zie door het half beslagen vensterglas een klein  kinderkoppie opdoemen. Het verhaal verdwijnt letterlijk naar de achtergrond. Er rijdt een sjofel langs met grote snelheid. Heerlijk zo, door die uitgestorven straten van dat kleine autovrije dorp. Zuslief is al ruim een uur onderweg om de duinen en de zon wakker te zien worden. Straks wacht het ontbijt.

Mijn schrijftafel is uitermate geschikt om in retraite te treden. Klein, maar net groot genoeg om een laptop, een lampje en een fles met een boodschap op kwijt te kunnen. De penselen voor de aquarellen aan zee liggen in de aanslag. We gaan straks het eiland doorkruisen.

IMG_0483

We gaan op pad na een heerlijk ouderwets zondags ontbijt van jus d’orange en ei. De croissant heb ik ingeruild voor een meergranen met veel kaas en cranberryjam, goudgele rooibos en heerlijke koffie. Door het steegje, dat hier glop heet, zitten we zo in de hoge duinen. Fantastisch is het zachte mos afgewisseld met de lichtgroene korstmossen tussen de hoge dennen en de aandoenlijke vruchtdragende sparren. Grote scheve kerstbomen in volle pracht met hun eigen kegels als tooi. Hier en daar ligt het hout verspaanderd op de grond. De vele holen duiden op leven, maar konijn, haas en fazant blijven verstoppertje spelen. Het ven middenin is een cadeau van licht wuivende goudgele rietkragen, een verdwaalde eend in de vroege ochtendzon. Hier en daar blaft een hond of draagt een stem. Vlieland op maandag in de zon is vredige stilte.

IMG_0491

Van zus heb ik een fototoestel gekregen, waarbij ik naast het scherm ook door de zoeker kan kijken. Op haar advies schuif ik mijn bril op mijn hoofd en er gaat een wereld voor me open. Dankzij die tip tekenen zich de naalden van de dennenbomen haarfijn af, zie ik de onzichtbare omgeving, die bij het andere toestel altijd blind wordt gefotografeerd en bij thuiskomst pas wordt ontdekt. Wat is de wereld oneindig veel groter in haar onopgemerkte details. Als we door het duin heen gezwoegd zijn en als beloning de grote uitgestrekte vlakte aanschouwen van zand, zee en lucht, zie ik door de zoeker heen ineens ook de meeuwen al op de pieren zee-inwaarts en als we dichterbij zijn gekomen de vele kleine vogeltjes, we vermoeden drietenen, die keuvelen tussen de meeuwen door.

IMG_0505

Ik kan zien dat ze bang zijn voor natte pootjes, want angstvallig scharrelen ze tussen de schots en scheve ondergrond de harde stenen bodem op. Ze pikken en keuvelen met hun zang en geklets en met bril op en zonder deze speciale lens had ik ze nooit anders gezien dan een trilling in het beeld. Een ontdekking en een hele nieuwe wereld. Langs het zand, waarbij een jongetje ons waarschuwt:’ He jongens, het is hier allemaal modder hoor’ voelen we ons vrij, blij en weer kind. Zeven kilometer later staat er een grote weidse vlakte op het netvlies, een boot die voor de zon draait na een laveren uit de haven, zit de zilte lucht in onze neus verankerd en vaart de grote Vlieland veerboot met snelheid voorbij met op het dek en benedengaats zwaaiende mensen. Het wad valt droog op de platen, door de zoeker heen tuur ik het af naar zeehonden en vangt het witte schuim in een prachtig lijnenspel.

De wereld is groter met dit kleine toestel. Vlieland gaat voor altijd de boeken in als mijn eigen eye-opener.

Uncategorized

Een prachtige dag

Dat was even op de tanden bijten en door…gistermorgen. Op zaterdag eerst een voetbalwedstrijd die vooral door een doelpunt met een assist van zoon zoet smaakte en de overwinning bracht. Daarna een fantastisch optreden van dochter met haar koor. Daar stond ze als stewardess gekleed en ineens van een hele ander kant belicht. Zus was eren de hele Franse schoonfamilie.

Voor ik het wist was de avond doorgerold in nacht, maar kwam de slaap pas uren later. Adrenaline gierde door de aderen, maar de volgende ochtend, wat zeg ik, nog maar  enkele uurtjes later, ging de wekker. Ik dorst het niet zonder, terwijl dat normaliter wel mijn stiel is. We hadden een eerste boot te halen, dus onder geen beding kon er sprake zijn van toevalligheden. De weg er naar toe verliep in een zondagse kalmte op de cruise control in alle rust voor de eerste helft van de lange route en de tweede helft in een tandje hogere versnelling. De stop midden op de afsluitdijk werd bepaald door de zon, die vanuit het koude IJsselmeer opdook en de lucht adembenemend in alle roodaccenten die je je maar bedenken kon, kleurde.

Op tijd voor pendelbus en boot met zenuwachtig blaffende honden, waarvan sommigen zich hun naam eer aan hadden kunnen doen, waterhonden, maar nee. De meesten vroegen zich af  in welk hondenleven ze waren beland, omdat de grond onder hun poten was weggeslagen. Het toeven op zo’n boot vraagt om hondenluiers, konden wij als enige constateren en op meer alerte bazen. Er zitten nadelen aan onze vrolijke vrienden.

Vlieland is klein, behapbaar, kneuterig op zondag, lieflijk en fijn wandelland. Het kleinste wad is groots in haar weidse en onbegrensde natuur. Waar water, slik en schor ophoudt, beginnen de prachtige hoge duinen, de dennenbossen, en korstmossen. Boven onze hoofden schettert het rijk van de ganzen en eenden in alle maten en soorten, scholeksters en de kleine drietenen, terwijl de kraaien hun bomen aan de dijk verlaten voor een feestelijke dagsluiting in het oranjerozerode licht.

IMG_0372.JPG

We wandelen door Veerdam en gissen naar de verzamelwoede van de Vlielanders, die hun waar in de voortuin of achtertuin als veroverde trofeeën ophangen, aan het hek, aan de waslijn, tegen de muur. We tellen onder andere plastic huishoudhandschoenen, bouwhelmen en boeien, naast alle verroeste ankers, een kanonskogel, gerafelde touwen die hun oude weerbarstige aardetinten hebben ingeruild voor neon-groen en oranje. De zee neemt, maar geeft oneindig veel meer.

We duiken tussen elke wandeling en lafenis de Dijk op of vissen op de vloedkering naar de paarlemoer oesterschelpen en de kleine kokkels tussen de prachtige bijna lavendelblauwe mosselen, die als een wuivend Frans veld onder onze voeten vandaan knerpen. De wind jakkerde af en aan en blies het leven ruimte in en nieuwe energie. Twee jongens komen met hun sleepnetjes en een plastic geel emmertje de trap opklimmen, als ze ver weg zijn hoor ik het geluid gedragen worden door de wind. Een zeehond op het wad. Ik kijk de richting op van een van de zeeplaten en zie daar een donkere vlek. Maar mijn bril vertaalt de beelden niet en het blijft een vage vlek. Het kan zomaar ook een paar zeemeeuwen zijn.

IMG_0442

We sjouwen de trap op voor een ondergaande zon, maar het duurt lang. De wilde ganzen die langs trekken, mijden het om voor de zon te vliegen. Maar later zullen de kauwtjes zich niets  meer aantrekken van de uitbundige sfeer, ze imiteren de scholeksters en de drietenen in hun vlucht. Later vallen de duiven in een herhaling met natuurlijke souplesse en overschaduwen de vlucht der zwarte kauwen, maar houden de veiligheid van het dorp aan. Een beloftevol begin voor nog een prachtige dag.

 

Uncategorized

Over de grenzen heen

De kauwen zijn al druk aan het nestelen boven mijn hoofd in de dakgoot. Ze eisen de ruimte op van de eksters, die met veel misbaar naar hun gevederde vrienden toe, een plek willen veroveren. De kauwtjes bewaken het fort met verve. Wat een prachtig gezicht als ze met gespreide vleugels, eigenlijk vlak boven me, hun door de zon beschenen onderkant tonen, waarbij het zonlicht  het verendek oplicht en bijna lichtbruin kleurt.

Ik wil eruit, want het zachte lenteweer roept, maar ik weet dat het vandaag een beetje kalmpjes aan moet. Morgen is het om een uur of half zes in de ochtend al dag en zal ik alle reserves moeten aanspreken voor een ongetwijfeld rijke, maar vermoeiende, dag, richting de eilanden

.  013

Gisteren marmerde ik me een weg door de gekozen voorstelling voor het schilderij. Ik had moeite met het trage tempo en het geduld dat het vereiste. Ik wilde door en werd steeds teruggeworpen, omdat ik streepjes in vlekken vertaalde en daarmee iedere keer weer overnieuw moest beginnen. Dat betekende wachten tot de volgende ronde was gemaakt. Het verlangen spatte in prachtig vogelspel daar, buiten, door het raam naar binnen in tere berk en goud en groen.

007-1.jpg

’s Avonds was er een toneelstuk van vriendin. Het Grote gaan, een bewerking van een stuk dat oorspronkelijk van de hand van de Duitse scriptschrijver Magnus Vattrodt komt. Het is een klucht met een bittere ondertoon, over hoe het in het leven kan lopen en waar misverstanden toe kunnen leiden. Het geheel kreeg een diep filosofisch tintje door de zingeving over het stervensproces en de dood. Het werd met verve gespeeld en de ontknoping was een mooi en verstild beeld van de dode zelf als ‘Teacher in Role’, die recapituleerde hoe het laatste staartje van zijn grote reis uiteindelijk was verlopen, terwijl de twee dochters samen achter hem de boel zwijgend aan het redderen waren. Twee volwassen dochters op de puinhopen van hun vader met zijn, meer dan, Bourgondische levensstijl en de daarbij behorende schulden, die verder moesten met hun eigen sores en leven. De cirkel was rond. Het theater waar het zich afspeelde is klein en intiem en de setting was ‘ons kent ons’. Dat maakte het weerzien vreugdevol. Het was genieten op de voorste rij.

De boodschap over hoe het kan lopen met levens die in elkaar grijpen, waarbij fouten mogen en we allemaal mensen blijken te zijn, was duidelijk. Een, al oud, spreekwoord kwam boven drijven. Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Iets wat bij het ouder worden steeds nadrukkelijker onderschreven wordt. ‘Steek de hand maar in eigen boezem’ is die andere, die er een klare oplossing voor heeft. Een oordeel vellen is sneller gedaan dan het invoelen en doorgronden van een mensenleven.

Aan het eind bij het wijntje van Trijntje kwam er een echt verdriet bij kijken omdat een van de hoofdrolspeelsters net afscheid had moeten nemen van haar moeder. Daar bleek hoe dun de scheidslijn was tussen die twee werelden en hoe dood met het leven opliep. Ze had, met het foldertje op de schouw in de kamer van haar moeder nog voor ogen, doorgespeeld. Deels ter nagedachtenis en deels, omdat ze wist dat haar moeder niet anders gewild zou hebben. Ze hief met een lach en een traan het glas op haar engel. Ik ging huiswaarts in de kleine blauwe met meer dan genoeg sterrenstof om over na te denken en met het zicht op een trotse moeder over de grenzen heen.

 

Uncategorized

De zon koesterde dat verlangen

De afstand naar het Centraal museum was groter dan ik had bedacht. Toch wilde ik heel graag de auto gratis wegzetten. Een ochtendje centrum Utrecht was al gauw een lekkere lunch en dat was me toch meer waard. Toen ik te haastig, met nauwelijks genoeg lucht, bij het museum aan kwam om klokslag elf uur, stond vriendin al te wachten voor de rij.

015-2.jpgDe schriftgeleerden

We schuifelden naar binnen, de QR-code paraat en de museumjaarkaart in de aanslag. De rugzak moest af dus de keus wel of niet jas en tas was snel gemaakt, kluisje en alles erin. Met de handen vrij trokken we de late Middelleeuwen in om ons bij de Utrechtse Caravaggisten te voegen. De audio-oortjes hadden we gelaten voor wat ze waren. Deze dicteerders van de gedachte stonden de beleving in de weg. Hoe heerlijk is het niet om op eigen kracht te mogen verdwalen in een schilderij, iets te ontdekken in verwondering en optimaal te kunnen onderdompelen in dat warme bad van eeuwen terug.

046.jpgDe Ribera

Verbaasd keken we naar de markante koppen van Jusepe de Ribera, een zelfportret verzonnen we, het uitlichten van de verschillende personages in de doeken van van Honthorst, het kleurenpalet van Dirck van Baburen, de luitspelers van Hendrick ter Brugghen, De vrolijke drinker van de laatste had het bekende wasbleke t-shirt van mijn vader aan. Elke zomer zat hij met een roodbruine kop en dito halve armen en handen in de zon, terwijl het leek alsof hij nog een t-shirt aan had. Zo’n albasten huid zag je bij de Caravaggisten meer.

Het brilletje werd ook gespot. Ineens waren er tussen de schriftgeleerden en hun perkamenten rollen ook kleine brilletjes te bewonderen of dichtgeknepen ogen van het ingespannen kijken. We waren onder de indruk van de penseelvoering, die in volle glorie de rijke stofuitdrukking toonden, de fluweel zachte, de glanzende zijde, het katoen. Het theatrale in de doeken, de herkenbare koppelaarster die overal bescheiden op de achtergrond bleef staan, het dramatische verhaal van Goliath de reus en de kleine knappe jonge David en het listige bedrog van Ezau ten opzichte van Jacob gaf genoeg stof tot nadenken.

031Gentileschi

Zodra het lukte gingen we op een van de houten bankjes zitten, lieten de meute voorbij trekken en genoten dan vooral van de details in het schilderij waar, onder de directe dramatiek, een heel gewoon leven schuil ging met weerbarstige koppen, noeste arbeiders en soldaten, oude doorleefde mannen. Wie Valentijn zocht op deze hartendag kwam bedrogen uit. Het hoofd van Holofernes in de schoot van de bedriegelijk lieflijke Judith, een tafereel van Orazio_Gentileschi, hield de aandacht gevangen om het kleinste detail.

028.jpgMedusa.

We stonden voor en naast een Caravaggio zonder dat het in eerste instantie opviel. De Medusa was geschilderd op een houten schild en stond in een glazen kastje in het midden van de een na laatste zaal, maar als er mensen voor stonden had je dat nauwelijks door. De belichting scheen er boven op, dat gaf een spiegeling, een verblindende schittering anders dan de pracht te onderschrijven. Toen we haar hadden ontdekt, bleef ze je aankijken, welke kant je ook ophobbelde. De aanblik ervan bracht een lichte teleurstelling te weeg omdat het effect van het kleine schild hetzelfde was als het postzegeltje Mona Liza, dat ik ooit, over de vele hoofden heen, in het Louvre had mogen aanschouwen.

037Manfredi

Wie goed kijkt en uitwisselt ontdekt tussen al het overweldigende grootse imponerende ook juist de kleinste schoonheden en tegelijkertijd, los van elkaar, hadden we ontdekt dat in de achterste zaaal het mooiste doekje van de tentoonstelling hing. Het was van Bartolomeo Manfredi. Een lief vrouwenkopje met een tamboerijn in de handen, zijn Zingara, uit een particuliere collectie. De indrukken waren veelvuldig nedergedaald en sudderden na, deden hun werk, gaven stof tot praten, maar van zoveel schoonheid werden we stil en bijna eerbiedig ondergingen we haar indrukwekkende aanwezigheid in al haar eenvoud. Die kleine zigeunerin beroerde alle zinnen.

Daarna was de koek wat ons betreft op. Het Caravaggistenhoofd was verzadigd, we konden weer voort. De drukte in het restaurant lieten we voor wat het was en we slenterden weer naar buiten, waar in de voetsporen van onze beider families we de lunch gingen nuttigen in dat oude politiebureau van weleer. Het Louis Hartlooper. We waren het hartgrondig met elkaar eens.

056.JPG

Het was te druk, te veel audioluisterende mensen, die  meer dan eens zonder pardon voor het beeld schoof, maar als je tussen de mazen van de museumwetten door sloop was er vooral veel te genieten en uit te wisselen. Rijk en verguld van het aangename toeven in elkaars gezelschap smaakte de lunch meer dan voortreffelijk. Voor de lieverd, die helaas verhinderd was, schreven we een mooi, door vriendin zelf ontworpen kaartje en de happy Valentijn van Volkje prijkt in mijn hart en aan de muur. De zon koesterde op de terugweg het leven toen ik een belletje kreeg van mijn andere lieve vriendin, weet je wie ik tegenkwam Haha, juist. Vriendin die net met mij door Caravaggio’s eeuw heen had gewandeld, op de Oude Gracht. ‘Woonde je maar  hier’, verzuchtte ze. De zon koesterde dat verlangen.

Uncategorized

Toen en nu

Een beetje duf wakker gebeld en een afzegging. Vriendin heeft last van een nare kwaal en kan niet komen. We zouden ons vandaag verdiepen in Caravaggio en de zijnen. Wat spijtig , dat ze niet mee kan. Een dubbel gemis. Ik had haar graag even vastgehouden op zo’n uitgelezen dag als vandaag. Maar gezondheid gaat voor vriendinnenliefde en wat in het vat zit verzuurd niet. Daar houden we het op. Ze stuurt straks wel de lieve mus per post op. Die lag al heel lang bij haar te overwinteren. Zo gaaf om hem weer te zien. Nu gaan we met z’n tweeën.

De zon doet haar Valentijnsbest op de nog kale takken van de plataan voor het huis. De onderkant licht rood op, een mooi kraplakrood. Door de wimpers heen zet het de stam in een oranje/violette gloed. Een mooie hartveroverende omlijsting voor zo’n dag. De kleine koolmezen en de boomklevers zijn het met me eens. Ik bedenk of ik ooit wel eens iets met Valentijn en kaarten gehad of gedaan heb. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Nu krijgen we de lente en een beloftevolle zonnige dag als cadeau door de nacht geschoven. Niet verkeerd.

025.jpg

Gisteren was het een langzaam-aan dagje tot een uur of drie. Heerlijk lanterfanten en de wasmand zelfs met rust gelaten. Een non-actie van formaat. Aan de thee bij dochterlief en kleinzoon, die vol verhalen zat. Ga maar weg want ik ga spelen met oma. Zo is dat. Wij kunnen spelen als de beste. Daar volgt een ingewikkeld avontuur met alles wat voor handen komt. In  ieder geval Langnek en Triceratops, die geen dikbil wil heten, een tochtje met het piratenschip, onderweg pikken we juffrouw Ooievaar op. Schilletje de schildpad en Staartje, een klein lief meisje, hadden zich verstopt in het ruim.

Langnek en Triceratops beschermden ons tegen de gloeiende lava en de kraaien, die staartje in het kraaiennest zag aankomen. Juffrouw Ooievaar vocht dapper mee, maar bungelde bijna met haar rode poten in de hete lava, als Langnek het niet weggeblazen had. Pffff. Gelukkig was er Basghetti, dat er wel in ging na zo’n avontuur. Ik zou willen beweren dat het zelfs lekkerder smaakte dan spaghetti, een echte aanrader. Met Oma-liefde gekookt, rijkelijk overgoten met de saus, die al te wachten stond. Voor het slapen gaan nog een ‘stiekeme’ reeks kleine filmpjes over verklede gekko-kinderen, toen was de koek wel bijna op. Een perfect op(pas)peppertje.

033

Daarna rap door naar de kade, waar ik laverend, in gedachten schoof de kleine blauwe geschaard omhoog boven de andere auto uit, de krappe gracht bestormde. Rust voor even. We doken de wereld in van luchten, wolken voor de een, essentie van lucht voor de anderen. Omdat de drie uur in een nieuw te scheppen wereld omvloog met koude of lauwe vergeten thee, was ik intens moe en voldaan, maar wel blij dat ik op de bank neer kon zijgen.

Nu eerst koffie en dan pas de dag aan zetten. Tot zo lang blijft het nog volop genieten van de Valentijn voor het raam, die nog steeds van kleur verschiet. Van blozende verlegenheid tot uitbundig goudgeel, de lucht doet mee. Valentijnsluchten, er kan geen kaart tegen op.

Licht en donker, schaduw en schittering als prelude op wat komen gaat. Caravaggio en zijn vrienden konden zich geen betere inleiding bedenken, dan dit avontuur van de tegenstellingen, dat de natuur voorschotelt. Toen en nu.

Uncategorized

Penselen maakt volkomen Zen

Bij de school waar ik mijn twee kleinzoons op zou wachten zat poes op een grijze steen en koesterde zich in de warme stralen van de lentezon. Nooit begrepen waarom ouders buiten moeten wachten, terwijl er zoveel meerwaarde in de kring te halen valt. Ik kletste wat tegen poes, die onmiddellijk bij zoveel zoete genegenheid zijn waardering verpakte in het geven van tientallen kopjes tegen mijn berenjas.

Een jongetje rende langs met de prullenbak die hij ergens buiten school geleegd moest hebben en zei:”Er zit een poes achter U’. Ik antwoordde, dat ik het wist en dat deze schoolkat wel vaker kwam begroeten. ‘Hij kan je wel krabben hoor’, waarschuwde hij. Maar ik verzekerde hem dat ie al vriendschap had gesloten. Achterdochtig keek hij richting Poes, haalde zijn schouder op en ging naar binnen. Even later kwam de meute druppelsgewijs naar buiten.

Ik had een verrassing voor de jongens die prompt begonnen te vissen. Na KidZcity en Balorig, waarvan ze eigenlijk wel wisten dat dat niet mijn ding was, want ‘oma’s houden van musea en theater’ vonden ze, gaf ik ze als tip van de sluier mee, dat Oma dit nog nooit gedaan had. Daarna kwamen de meest wilde staaltjes van vermaak voorbij. Bungeejumpen,  karten, vliegen zonder vliegtuigje met van die vleugeltjes. Helaas pindakaas. We stalden de auto voor hun huis en gingen met de benenwagen richting stad. Gezellig keuvelend en af en toe weer een idee. De oudste raadde het ten slotte.

017

Een 3D film. Welke werd weer een raadspelletje, maar even later zaten ze met een kleine bak popcorn en een Ice-tea achter hun Blues Brothers-brilletjes braaf te wachten tot het geweld los zou barsten. Ik verdenk bioscopen er van een pact gesloten te hebben met ontwerpers van gehoorapparaten, want de muziek kwam op volle sterkte door mijn dove omaoren heen. Oma gaat 3D. Geen slechte titel voor een film.

020

Tot mijn opluchting viel de film in de smaak. Legopoppetjes dansten om mijn hoofd, slecht nagesynchronisseerde cliché’s vlogen erachter aan. End well all well en ‘net niet te spannend’ vond de oudste. Onderweg hadden we nog een kleine filosofie over ware vriendschap en de mazzel van het hebben van een broer. Alleen al om die tussenmomenten, liefdevolle aandacht, zijn dit soort uitstapjes goud waard.

IMG_9937

De overgang van Lego naar de wereld van Breitner en zijn Japanse periode vergde wat Zen, maar eenmaal in het atelier daalde de rust weer. Het blijft iedere keer een heerlijke uitdaging. Er was thuis door de anderen al wat voorwerk gedaan, maar ik had eigenlijk mijn zinnen gezet op het portret in de spiegel, dat er aan de wand hing. De foto was gemaakt door Paul van der Lugt , de eega van Mieke en toestemming om er mee aan de slag te gaan was snel verkregen. Breitner en Japan in een sfeer van kimono’s, bamboe en sierlijke bloemrijke dames verdreven de laatste hoekige beelden op mijn netvlies en alles werd weer rond en zacht.

IMG_9971

De eerste opzet staat erop. De wand vult zich met een Japan door de eeuwen heen door een tikje Chinees, een vleug Breitners wasvrouw, Japanse bespiegelingen en tere witte Sneeuwklokjes op een botanisch vel. Penselen maakt volkomen Zen.

 

 

Uncategorized

Nog een weg te gaan

Er werd aangebeld, klokslag 11 uur. Ik opende de deur met de intercom en zwaaide mijn deur open. Mijn blik naar buiten ving de koude en registreerde tegelijkertijd de goot met de bruine bladeren, de vuilniszakken die nog niet door zoonlief naar beneden waren gebracht en de dode geraniums die tot half januari uitbundig in bloei hadden gestaan, maar direct bij de eerste stevige vorst gesneuveld waren. De voetstappen over de galerij klonken hol en monter tegelijk. Ik zwaaide, als laatste op de rij. Geen spoor van vermoeidheid door de trappen en een frisse blos. Klapzoenen en de vraag naar koffie. Lang geleden dat ik bezoek/bezoek gehad had. Ik moffelde de jas op een stoel omdat de kapstokhaken in de gang het hadden begeven. Toch eens wat aan doen.

Het werd thee. Ik zette de grote glazen pot vol en we nestelden ons op de bank na de gebruikelijke uitwisselmomenten. Ze had gevraagd eens langs te mogen komen om het over onderwijs te hebben en dan met name over het les geven aan de onderbouw. Leeftijd vier tot zes.  Moderne groepen in een unit. Als echte Middenbouwer liep ze tegen wat vragen op. Motivatie leek me nummer één, dus vroeg ik of het haar eigen keus was geweest. Nee, antwoordde ze lachend. Bij  het nekvel gegrepen en als poppetje verschoven. Oké. Wat een bof voor de organisatie, dat ze dan zo gemotiveerd is voor haar vak en de nieuwe plek, om het te doorgronden en daar alles voor te doen.

003In de zee van Columbus

Het werd een duik in het warme bad van het, nog maar zo pas geworden, verleden. Bij elke opmerking van mijn kant over beleving, betrokkenheid en in het kind zelf duiken, kwamen wedervragen. Soms moeilijk om uit te leggen, maar het lukte. Aan de hand van de reflectie en de filosofiekring, de serieuze aanpak, het loslaten van methodes en lesjes en het volgen van de ontwikkeling.

003-3.jpgHet betere kapla-werk

Maar hoe zit het dan met techniek. Techniek is er als je het kind volgt. Dan kom je op die momenten, dat je kan uitleggen waarom iets werkt zoals het doet. Ze raken het zelf aan, maar de voorwaarden scheppen wij. De rijke leeromgeving kwam om de hoek kijken en de benadering. Het jongetje dat met regelmaat stoorde in de kring, maar die dolgraag hoge torens en ingenieuze bouwwerken maakte van de Kapla. Ga naast hem zitten, bouw een tijdje met hem mee, laat zien dat je geïnteresseerd bent in hem zelf, in wat hij doet. Toon dezelfde blijdschap bij de overwinning van een moeilijk vraagstuk.

233‘Mysterie van de verdwenen negen’

We kwamen op het verhalend ontwerp en de geschiedkundige waarheden daarvan. De fantasie eromheen mag hoge bergen beklimmen, maar de feiten liet ik kloppen als een zwerend vingertje. Als er een ruilhandel is, speelden we het met ze na. Ze ruilden het speelgoed met elkaar, onderhandelden erover, Columbus ten voeten uit. Ze voelen de impact onmiddellijk. Dat gevoel, dat niet uit te leggen valt. Dat is beleving op een hoogtepunt. Reinhardt die met zijn spuitbus en vliegenmepper elk levend wezen doodsloeg vanuit het nagebouwde kamertje op het robbeneiland en de kinderen roken de stank van de spray en waren diep verontwaardigd, net als de insecten die in de nacht bij hem kwamen en hem mee namen naar het ondergrondse rijk der insecten. Het zijn maar voorbeelden.

Natuurlijk zijn ze ingegeven door de wereld van de boeken, waar ik als kind in verdween. Godfried Bomans, De gouden eeuw, de Diepvriesdames van Annie, Paultje en zijn paarse krijtje. Het is de rijkdom der fantasie, die spreekt en die het spannend maakt, de moeite van het beleven waard. Maar de allerbelangrijkste tip die ik mee kon geven was: ‘Neem ze mee het avontuur in, beleef het samen. Laat het een eigen keuze zijn om super gemotiveerd eraan te beginnen, maar maak het zo lekker dat je er bijna niet om heen kan.

Voor de organisatie nog een weg te gaan.

Uncategorized

Met het leven verweven

Als ik mijn ogen dicht doe, reis ik af, samen met zus, over de Afsluitdijk, kijk met Vasalis mee in haar bus en zie de matrozen in het donker, terwijl het gras er hard en stug of juist sierlijk wuivend en zacht, door heen snijdt. Dat is de invulling, die we er gratis bij verzinnen. Dan staan er gorgels om ons heen, ze hebben zich in de reten en kieren van de bagage gepropt en rijden samen op met de Waddennatuur, die Wolkers zo vaak beschreven heeft. Schokland ligt verder weg, maar de sfeer van het oude dorpje, waar haar voeten ooit door het water heen heeft gewaad, is sterk aanwezig, net als de bewoners in hun schamele kledij, die wachten op de tocht der tochten in een vooruitzicht te aarden op de vaste grond. Geklonken geschiedenis, gedachten in een vrije val.

Ik weet wel waar de beelden vandaan komen. In een hang naar ruimte, kop in de wind, totale vrijheid, meeblazen op de uitwaaierende hersenspinsels, heb ik vanmorgen in overleg met zuslief, Vlieland geboekt, hotel en boot. Slechts twee nachten maar meer dagen, omdat we, vroeg, met de eerste zonnestralen, richting Afsluitdijk rijden om in Harlingen aan en af te meren. Wadden zijn bij uitstek vrij van het benauwde begrensde land en zonder auto met meer, nog beloofde, poëzie. We zijn benieuwd en nu rest niet anders dan een paar dagen erover dromen en matrozen te zien. Nooit meer kan ik de Afsluitdijk over zonder het gedicht te horen verklanken in mijn hoofd. Niet als, maar echt een zeemeermin in bussenlicht, vrij gedicht.

AFSLUITDIJK

De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.

Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken
onschuldig op elkanders schouder slapen.

Dan zie ik plots, als waar ´t een droom, in ´t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

———————————————-
uit: Parken en Woestijnen (Amsterdam 1940)

008.jpg

Literair ontdek ik nog een nieuwtje, terwijl het boek er al jaren staat. Ergens in de boekenkast ontdek ik, vrijwel onaangetast, de brieven van van Gogh, terwijl ik vorige week, zo even op een mensenleven, ‘De kunst van het woord, zijn mooiste brieven’ heb gevonden en gered uit een tweedehands bestaan. Gebonden en in dundruk met aangename afbeeldingen van zijn schilderijen, de kraaien boven het korenveld. Het bracht me, waar ik ooit was, in Auvers-sur-Oise, waar ik met dochter hetzelfde pad bewandeld had, en uitzag over de velden, die in aanblik heden en verleden samensmolt. Geen kraaien maar zijn korenveld zonder onweerslucht. De eeuwigheid spijkerde het beeld voorgoed in het geheugen en nog voel ik intens wat er toen door me heen ging. Daar méér dan later bij de graven van de beide broers. Het vergeten boek in de kast, dit nieuwe zoveel mooiere exemplaar, dat er voor zorgen zal, dat ik samen met van Kooten en zoveel anderen op zoek ga naar de literaire van Gogh, zonder quotes, maar meer in de samenhang der dingen, het moest zo zijn..

007

Straks hangen ze als verse regels in mijn hoofd te drogen om memorabel vorm te geven aan gedachten. Het blauwe hemelse lint voert de gelezen bladzijden aan, het komt straks in de trolley, mijn ‘leren is leuk’ koffer, als we de boot op gaan.

Iemand herinnerde mij op Facebook aan Ohara Koson’s kraaien. Een van hen werd afgebeeld in een stilistische tegenstelling met tere kersenbloesem. Een prachtige schaduw van kracht. Ze vervloeit met de beelden van de dansende kauwen boven de bomen voor de flat. Met hun lokkende roep houden ze hun eigen voorjaarsgebed en ik verbaas me over de veelheid. Er worden daar meer Goddelijke citaten afgestoken dan in het middenschip van de kerk. Ze lokken, ze voeren , ze zijn de vrijheid van het bestaan. Op vleugels, boven een paar bomen, een korenveld, een kerk in Schokland, het IJsselmeer. Ze vliegen mee in de betovering van de busramen van Vasalis, al zijn ze niet beschreven. De kracht van de herinnering met het leven verweven.

 

Uncategorized

Daar ben je nooit te oud voor

Een vriend van mij voelt zich oud. In jaren telt hij jonger. Het is een overpeinzing waard. Er is geen moment het gevoel geweest, dat mijn 66 jaar in de buurt van bejaard leven kwam, op kleinere en grotere ongemakken na. Sommige van de euvels waar ik tegenaan liep, had ik ook eerder kunnen ontmoeten. Ze zijn niet perse leeftijd gebonden, maar wel stress gerelateerd. Geloof me. Als je bij het ouder worden ergens weinig last van zou kunnen hebben, is het het laatste. Alhoewel. Je kan je zo druk maken als je wilt. Dat zijn de keuzes.

102

Er zijn allerlei factoren, die helpen om onder dat bejaardenleven uit te komen. De allerbelangrijkste is het jonge leven. Met liefde ontmoet ik jeugd. Mensen die nog midden in het maatschappelijk leven staan, met vraagstukken die achter ons liggen, maar waar je mening wel van belang kan zijn. Of die in situaties verkeren, waar je eigen ervaring een toevoeging kan zijn. Samen genieten van mooie dingen, een goede film, een wandeling, een mooi theaterstuk kunnen je zo naar de toppen van het geluk brengen. De meeste vrienden en kennissen staan midden in het leven. Ze hebben een stevig netwerk opgebouwd. Ze geloven in de leerbaarheid van het bestaan, al ben je over de grenzen van de jeugd heen. Ze volgen een nieuwe cursus, ze zoeken een fantastische hobby. Ze zijn creatief en beschikken over een soepelheid van geest.

Vroeger was het zo dat de ouderen in mijn omgeving een minzaam lachje te voorschijn toverden en met een opgeheven vinger oreerden wat kerk en vaderland tot het hoogste goed hadden gemaakt. Ze vonden dat dat na te streven viel door ons kinderen, in hun ogen nog maar net aan het slabbetje ontstegen. Het is een schrikbeeld. Er zijn enkele mensen in mijn kringen, die stukje bij beetje afdalen naar dat belerende en belegen bejaardendom, terwijl ze zo jong of nog jonger zijn dan ik. Iemand vertelde me, dat hij zich het ongans was geschrokken, toen een hulpverlener in het rapport had geschreven: ‘Voor mij zie ik een oude man van 66’. Dat heet met de neus op de feiten gedrukt. Onmiddellijk vertolkte zich elke uiting ‘oud’.

armando 2Armando

Het zoeken naar een goede balans is de uitdaging. Ik hoef geen nachten meer door te halen. Die zijn geweest. Er zijn dagen dat ik zin heb in even niets. Dat is de luxe die je je kan permitteren. Er zijn momenten dat je te hard van stapel loopt, dan is er een pas op de plaats. Alles is een eigen keuze. Met schilderen en schrijven kom ik een aardig eindje. De voetbal van de jongens in een winderig Almere van vandaag bracht eerst een bezoek aan een grote kringloop met zich mee. Het nuttige met het aangename verenigen is een goede raad die hout snijdt. Het vrijwilligerswerk houdt de sjeu erin. Wat een fantastisch gegeven om kinderen de meerwaarde van dans, muziek of drama te laten zien en beleven. De kleine juweeltjes die daar te vangen zijn, zijn rijk en ontroerend.

Kinderen en kleinkinderen, het kleine leven en alle mooie maatschappelijke ontwikkelingen scherpen de geest en slijpen de leeftijd. Ouderdom kan nog altijd. Bevlogenheid en passie voeden het leven. Daar ben je nooit te oud voor.

 

Uncategorized

De rest komt later

Ik sudder nog wat na op de geluksgolven die de vorige dag heeft opgeroepen en gevoed. Een dag van het grote niets, na iets wat een invulling van een leven bleek te zijn. Met de snelheid van een slak woed ik door het huis met de stofzuiger achter me aan, kijk uit het raam als zoonlief met de dode vader van zijn vriend en een lange stoet auto’s langs kom. Zie de zwart met gouden vlaggetjes aan de linkervleugel van de auto’s. Ik heb de neiging om een denkbeeldige hoed af te nemen en het hoofd te buigen. Het leven en de dood gaan verder als ik hier in huis niets doe en gelukzalig de vorige avond vermaal tot innerlijke bevlogenheid. Hoe lang geleden is het dat ik die vlaggetjes heb gezien.

044Op de tuin

De wind en het gekras van de kauwen in de bomen en op het hoekje van het dak van de flat roepen kraaien op in mijn droom. Mooie grote zwarte Corvus Coronae, met hun extreem lange zwarte snavels. Hard als staal, stel ik me zo voor en heel anders dan die van de daadwerkelijke kauwtjes. De wind maakt ze onrustig en daarmee ook mijn droom. Er speelt zich van alles af, maar als ik mijn ogen open, spat de voorstelling als een zeepbel uit elkaar.

Kleinzoon wil de autootjes, die zijn diep weggeschoven onder de bank. Daar waar ik niet bij kan en wat nog het meest lijkt op de spinnengrot, waar Bilbo Balings doorheen moet op maandag, als het mijn Hobbitavond is. Grote vlokken stof, zegt dochter die met haar zwangere buikkie de stok erbij haalt. Ik verontschuldig me, licht beschamend, ik trek die bank niet meer zo makkelijk opzij. Dat is een understatement. Hoe ik ook ruk of trek, ik krijg hem niet meer van zijn plek en ben daarna gevloerd.

Afbeeldingsresultaat voor pocket de hobbit

De Hobbitavonden zijn een cadeautje van de televisie. Lang heb ik ze niet willen zien, want ik wilde vast houden aan mijn eigen lieve Bilbo van de eindjaren zestig, toen ik het beeld kneedde en vorm gaf naar aanleiding van het kleine pocketboek  ‘De Hobbit’, intrigerend en in een adem uitgelezen. Het spannendste boek ever tot dan toe. Vond ik. Hoe heb ik niet verlangd de glooiende heuvels van het vriendelijke hobbitdorp met eigen ogen te aanschouwen en nog… Ook het elfendal is zo’n lieflijk oord, waar je voor altijd zou kunnen toeven.

De film die alle gelukzaligheid te weeg bracht van eergisteren, Werk Ohne Autor, kent een wandeling in het park die de eenvoud der dingen aftekent. Vriendin en ik wilden beiden zo zorgeloos, jong en jeugdig, de wereld aan je voeten, de opmaat tot het leven door zo’n park lopen. Zorgeloos is het sleutelwoord wat het verlangen voedt. Elk gras is groener, elk mos is zachter, ieder stukje natuur is mooier als je er jeugdig en zorgeloos, los van verloop, mag toeven. Rivendell is ongeschonden en daarmee volmaakt, een paradijs.

Het stof is de smet op mijn huishoudblazoen, niet dat ik daar erg veel last van heb. We maakten nog grapjes bij het schilderen. Van de een moet ik poetsen en van de ander mag ik veel minder poetsen met de verf, maar wat meer poetsen in het huishouden kon geen kwaad, bedacht ik me gisteren. Nooit een echte poetser geweest en ik vrees dat ik, alleen maar in een kamer of twee, de boel op orde zou kunnen houden. Zo werkt dat, op een dag van ledigheid. Het voelt niet als een duivels oorkussen, zoals mijn oma oreerde. Lekker niets doen, het stof stof laten en mijmeren over een vlaggetje, een Corvus, het Paradijs en een stormachtige wind. De rest komt later.

Uncategorized

Om te delen

Wie in het hoofd van het kleine jongetje weet te glijden om daar de hele film lang te blijven zitten, zal in de ban en betovering raken van een film, die minstens tot de categorie fascinerend behoort. Werk Ohne Autor. Een film die start in Dresden in het begin van de oorlog, met een dromerig nichtje, een gruwelijk harde SS-gynaecoloog, een allesomvattende liefde en heel veel kunst. Als dat alles omlijst wordt door de meest prachtige natuurbeelden en ingenieuze shots mag een film drie uur duren.

006We zitten er klaar voor.

Vriendin en ik hadden afgesproken. We hadden ons deze lange film beloofd en wisten er voldoende bijpraatmomenten naast. Eerst de film met pauze, dan uitgebreid een hapje eten. Het was allemaal in kannen en kruiken. Van meet af aan werden we gevangen door de kleine jongen met zijn observerende blik en zijn vragen. Een kleine Duitse jongen die werkelijk alle fronten van beleving langs zag komen, van dromerig en verstild tot de rauwe werkelijkheid van vernietiging en destructie. Heel subtiel werden beelden terug gehaald die tersluiks genoemd werden, zoals het meisje met de rode vlechten. Daarmee werden de filmische shots een indrukwekkende nauwsluitende aaneenschakeling van beeld. Het was een cadeau van formaat: De heerlijk lang durende film, het eten en het samenzijn.

Van grote waarde is de manier waarop de regisseur de grootste verschrikkingen zonder woord en beeld vertelt. Hij start de episode en eindigt met een suggestie, waardoor de kracht van het verhaal nog krachtiger wordt. Eigenlijk zijn we een boek aan het lezen en behoren de beelden onszelf toe. Daarmee wordt het verhaal eigen. Een drama, dat net zo beeldend wordt als de werkelijkheid. Dat is de kracht van  Florian Henckel von Donnersmarck, de regisseur.

010Blik boven de bar

Natuurlijk licht ik maar een tipje van de sluier op. Wie het drama wil invoelen en meebeleven kan ik aanraden om vooral lekker in de middag te gaan, met voldoende tijd om de film en de fascinerende beelden onder de loep te nemen met elkaar. Daar beleefden we minstens nog eens drie uur ten volste voldoening en vreugde aan. Helemaal omdat we elkaar herkenden in de dezelfde opmerkingsgave en gelijkluidende thema’s, die triggerden. Ons kent ons. Dat wisten we natuurlijk al, maar bevestiging in de witregels is des vriendschaps hoogste goed. De onuitgesproken momenten zijn het meest kostbaar. We namen er een heerlijk glas wijn op in de stimulerende omgeving van het Louis Hartlooper, een begrip in onze filmische wereld.

013Het kleine hartje onder de stoel

Terwijl we stonden te wachten op het toilet met uitzicht op de straat naast het gebouw, schoot een oudere dame ons aan om te vertellen, dat haar moeder daar nog had gewerkt. Het ‘daar’ bleek een werkatelier te zijn met de naam Rembrandt. Het antwoord kwam op de opmerking van vriendin, die haar oog erop had laten vallen en opmerkte, dat het haar nog nooit eerder was opgevallen. Van die kleine geluksmomenten. Een klein praatje in zo’n smalle wat koude gang. Daarna, ook nog wat terloopse opmerkingen van de kant van de dame bij het wachten aan de bar, hoe geweldig ze de film vond. De oude man, die zijn beurt bijna voorbij liet gaan omdat hij aan het zoeken was in zijn portefeuille en de vraag van de studente achter de bar niet hoorde en gelukzalig opkeek toen we hem waarschuwden, het gepermitteerde wijntje mee de bioscoopzaal in, een klein verdwaald hartje onder de bioscoopstoel voor ons.

Wat een heerlijke luxe, wat een verhoging van de feestvreugde in de wetenschap nog eens anderhalf uur te kunnen gaan genieten, maar bovenal: Wat een uitgelezen en warm moment om te delen.

 

Uncategorized

Oprechte vriendschap

In de nieuwe ‘Zin’ werd ik geattendeerd door Dorine Wiersma, op een vers van Annie M.G. Schmidt: De Achteraffers.

Had ik niet beter eerst kunnen denken en dan pas gaan doen, zegt heel het vers. Met een stortvloed aan woorden wordt het uit de doeken gedaan. Minstens twaalf situaties, waarvan ze zich had kunnen bedenken, het beter niet te doen. ‘Als hadden geweest is, is hebben te laat’. Dat wisten ze vroeger te lispelen bij dergelijke verzuchtingen. Reken maar dat er momenten geweest zijn, dat ik liever mijn tong had willen afbijten. Het gaat er ook niet om dat het gebeurd is. Als Achteraffer zou je er beter aan doen te bedenken welke nieuwe wegen in te gaan, nu alles zo gelopen is. Dat geeft wellicht een nieuwe, andere energie, dan stil blijven staan bij iets wat toch niet meer veranderd kan worden. Het gedicht gaat als volgt:

Had ik dat achteraf niet moeten zeggen?
Had ik dat achteraf niet moeten doen?
Zo leven wij – de achteraffers.
Had ik dat moeten verzwijgen – toen?

Had ik de wasman een fooi moeten geven?
Had ik dat achteraf nou maar gedaan!
Had ik met Adriaan moeten gaan leven
of zou dat misschien ook niet goed zijn gegaan?

Had ik die jas liever niet moeten kopen?
Had ik maar niet naar Marie moeten gaan?
Had ik maar beter gewoon kunnen lopen
in plaats van zolang op lijn negen te staan?

Had ik die trap liever niet moeten boenen
en had ik niet uit moeten gaan zonder vest
en had ik me niet moeten laten zoenen
door die vervelende kerel uit West?

Wij achteraffers, wat zijn we toch moeilijk
en – achteraf – voor ons zelf nog het meest.
Had men ons niet beter op kunnen hangen?
Was dat achteraf niet het beste geweest?

Mooi vind ik de quoot die ik bij Lenette van Dongen op internet tegen kwam. ‘Achteraf weet je alles van te voren’. Het hoort een beetje bij de as, die verbrande turf is, bij berouw komt na de zonde. Het gaat nog verder. Het mijmert over spijt hebben en iets over willen doen. Het kleurt een herinnering anders in, vervaagt de directe aanleiding en daarmee de noodzaak. Of heeft de noodzaak de directe aanleiding vervormt.

Achteraffers horen bij het leven. Acceptatie is de beste oplossing voor het geheel. Het is er en wat gaan we er mee doen. Maak de weg vrij voor het inslaan van een ander pad of maak het euvel bespreekbaar. Makkelijker gezegd dan gedaan. Het is niet waar je doorgaans voor kiest.

Laatst kwam ik in een onverkwikkelijke situatie terecht. In de emotie van een ander zonder dat ik daar op voorbereid was. Kennelijk stond mijn antenne verkeerd afgesteld. Ik  had juist een goed gevoel, omdat ik dacht dat ik een goede weg was ingeslagen. Mijn houding en mijn woorden bleken hartzeer op te leveren bij de metgezel van dat moment. Totaal ontredderd onderging ik iets, wat ik niet voorvoeld had, niet begreep. Waar kwam dat ineens vandaan. In de nachten erna trad de achteraffer in mij in werking. Ik liep het hele scenario door, maar vergat soms cruciale aanleidingen omdat ik de teksten niet meer woordelijk wist. Ik had alleen nog maar het bijbehorende gevoel. Open antwoorden zonder de vragen. Daar schiet een mens niet mee op.

065Gedachten

Ik merk nu ik erover schrijf, dat het helpt om de gebeurtenissen een podium te geven. Het gekwetst zijn af te ritsen, het kale gevoel over te houden. Emotie en achteraf lopen meestal hand in hand. Ze zijn dikke vrienden en vormen een blok ten opzichte van de spijtoptanten. Vroeger hadden we duiveltjes. Kleine rode wezentjes die met een drietand en hoorntjes op je schouder zaten en die kleine stekeleteën tussen je gedachten prikten. Duiveltjes die je naar eer en geweten beter kon negeren, maar die altijd sterker bleken. Ooit slingerde ik in blauwe balpointletters de meest grove verwensingen naar mijn vader en moeder toe. Toen ze achteraf mijn dagboek hadden geopend om te weten waarheen ik, als puber, weggelopen kon zijn, was dat mijn meest deemoedige moment van Achteraffertje. Had ik het maar nooit opgeschreven. Gedachten zijn het onderwerp niet. Gedachten zijn misschien te raden, maar ook het best te verstoppen.

035Echte vriendschap

Ik heb heel wat nachten daarna wakker gelegen en nog. Het liefst zou ik het breiwerk uithalen en overnieuw beginnen, maar een vriendschap is geen breiwerk. Een Annie M. G. Schmidt achteraffertje pur sang. Omdat die verbondenheid me dierbaar is, maar ik het op deze manier niet kan. Omdat ik nog niet het nieuwe pad heb ontdekt. Omdat de eerste steken al bij aanvang anders hadden moeten worden opgezet. Daar is ook het verschil met een breiwerk. Een broddellap haal je uit, iets wat onmogelijk is met oprechte vriendschap.

 

Uncategorized

Winnen voor iedereen

Een slapeloze nacht. ‘Als je je ogen dicht doet, rust je ook’, zei mijn moeder dan. Meer ter vergoelijking van het feit dat er, ook voor haar, op zeven nachten altijd wel twee slechte tussen zaten. Komt het door de gedachten die rond blijven spoken, of heb ik vanavond veel indrukken opgedaan en ben ik blijven hangen in het fijne gevoel, dat achteraf als een voile over de heel avond uitwaaierde.

IMG_0167

Japonisme. Ik had uit de grijze oudheid de kimono opgeduikeld, die terecht was gekomen bij dochterlief en daarna weer weggestopt in de kledingkast. Die had ik meegenomen naar cursus en nog twee andere. Maar vooral de enige echte, zij het van polyamide, werkte het best. De anderen dienden als vulling, lappen voor de achter of de ondergrond, net hoe het uitkwam. Bij gebrek aan model, zou onze lieve coach staan, zitten en liggen in Breitneriaanse sferen. Met het meisje met de kimono, hier een paar jaartjes ouder, maar gehuld in de lappen, viel het verschil volledig weg. In twee uurtjes daarvoor had ik nog snel wat schetsen gemaakt van de foto’s van Geesje. Lang leve internet, die heden met verleden en omgekeerd zo makkelijk verbindt als een verrijkende reis met een tijdmachine.

kimono

Houtskool is een heerlijk medium. Binnen de kortste keren staat er iets wat de indruk geeft de moeite waard te zijn. In ieder geval valt er straks op door te borduren als de olieverf eraan te pas komt. Op dit ogenblik worden we overspoeld door kunst in de media. Er zijn allerlei programma’s met informatie over de Nederlandse meesters, dichtbij of ver weg. Iemand merkte gisteren op dat het zo jammer is, dat van alles een wedstrijden gemaakt wordt. Er wordt gemeten wie er het beste is, het meest dichtbij een oude meester komt, uitblinkt in het tot je nemen van de oude technieken. Zelfs de oude meester moet wedijveren met de nieuwe meester, omdat mensen kunnen kiezen welk schilderij de ‘echte’ is.

Het element van rivaliteit in de kunst zou je juist af willen ritsen. Het belemmert in het uitwisselen, in het leren van elkaar, in het sparren en een klankbord zijn, in het naar elkaar kijken, in het leren van elkaars en eigen fouten, in het zoeken naar een eigen weg. Nergens anders vinden we zoveel aanleiding tot informatie en het ontdekken van mogelijkheden, de verrijking en de verdieping door het leren van elkaar.

005

Vanavond ga ik verder aan mijn jongetje. De wijze waarop we het traject insteken is totaal anders dan bij Knock-Art en het Japonisme. Maar het is even waardevol en verhelderend. Hier werk ik met medium, niet met oil out, dat geeft al een ander effect. Wat als mijn coach, Anneke van der Lende, had besloten alles voor zichzelf te houden en haar geheimen niet prijs te geven. Heerlijk vanuit de eerste hand te mogen leren.

Wij boffen maar in Nederland. Nergens anders krijgen we zo de kans om zelf aan de slag te gaan. Met behulp van al die mensen die niet alleen aan zichzelf denken, maar graag wat belangrijke boodschappen door willen geven. Hun eigen benadering, waarmee wij dan weer ons eigen pad mogen bewandelen. Op alle fronten in iedere variatie die er denkbaar en mogelijk is. Kunstrijk, worden we erdoor en we zijn het. Winnen, zonder wedstrijd, voor iedereen.