Uncategorized

Nazingen

Gisteren met het neus op de vergankelijkheid gedrukt. Ik reed mijn buren naar de ereplaats, waar de crematie van buuf zou plaats vinden. Het zou een korte bijeenkomst worden. Maar men rekende buiten de gasten, die in grote getale waren gekomen om afscheid te nemen van hun vriendin, kennis, buren en surrogaatmoeder. Het was een populatie met aanmerkelijk veel jongeren in de schare. Bij de buuf beneden stond de deur altijd open en iedereen kon aanschuiven. Er werd niet over gepraat. ‘Wie in dit huis hier binnen gaat is nooit te vroeg, altijd te laat.’ In die trant.

Al die jongens uit de buurt heb ik op zien groeien. Nu zijn ze vanuit een puberale luidruchtigheid allemaal stuk voor stuk het bedaarde leven in getrokken. Enkele vielen buiten de boot. Het verdriet onder haar pappenheimers was groot. Ze vielen elkaar om de hals en sloegen veelvuldig op de brede bezweette ruggen. Grote stoere sterke mannen, met tattoos en markante koppen stonden te snotteren onder de reggae-sound die allengs de ruimte vulde.

015

Voor het afscheid heb ik eigen wegen. Een regenboog bij zonovergoten gestage regen, het goud op het water bij een ondergaande zon. Bij de staccato, een beetje gedragen, reggaeklanken kwamen de foto’s. Het leven verstarde op het scherm in afgemeten beelden onder alle omstandigheden. Aandoenlijk klein meisje vol verwachting naar een toekomst, de grote kijkers, het smalle koppie onder de zware pony uit dat gezichtje, waar ik de buurvrouw in herkende. Aandoenlijke verhalen van de kinderen, de moeder, de broer en zus, de woordvoerders van haar vele halfzonen en dochters uit de buurt, de bende van vijf waar er nu nog maar vier van over bleven, vriendinnen voor het leven…

048

Daar ligt dat leven nu. In scherven en brokstukken uiteengerafeld. Ieder draagt een stukje bij, herinnering, anekdote, beleving blijven voortkabbelen. Losse foto’s, fragmenten kleuren het beeld in. Ik stierf de andere doden nog een keer, de vele malen dat ik in die kleine ruimte had gestaan of gezeten.  Met ook zo’n kist, met ook de bloemen, met ook de foto’s, maar dan op een prikbord of uitvergroot. Met bevroren lach boven de tranen die rijkelijk vloeiden, de gesmoorde stemmen, de zakdoeken, die heimelijke bleven wrijven in ooghoeken. Stil verdriet.

022

Het leven is doortrokken van de dood. Een van mijn vriendinnen vertelde een anekdote. Ze was verdrietig om de dood van een tante. Haar zoon vroeg haar: Mama is het leven mooi? De moeder beaamde het. ‘Nou, dan is de dood ook mooi, want de dood hoort bij het leven. Je hoeft niet meer te huilen, hoor’. Zuivere kinderlogica, wie kan daar nou tegenop.  De ultieme troost in dit soort bange dagen. De manier waarop we verkiezen om grenzen over te steken is vaker onverkwikkelijk. Te jong, te heftig, te onverwacht. Als een bliksemschicht bij helder hemel overvalt het bericht. Dat deed het nu ook. Dat laat het verdriet schrijnen. Daarna voel je de lege plekken niet meteen, maar later. Het wordt tijd om iemand weer tegen te komen, zegt het gevoel. Maar die vervulling komt nooit meer. ‘Niet het snijden doet zo pijn, maar het afgesneden zijn.’schrijft de onvolprezen Vasalis in haar gedicht ‘Sotto Voce’.  Nooit meer de stem, nooit meer de lach, nooit meer iets van de oude jij, die nooit meer ouder wordt maar eeuwig blijft als het verstilde beeld.

Buiten zingt de wind met frisse lucht het requiem en blaast het hoofd met dierbaren weer leeg. Ze geeft haar boodschap mee aan de ‘three little birds’ die nog lang blijven nazingen.

2 thoughts on “Nazingen

Comments are closed.