Uncategorized

De zoete rust

Om te kunnen ruimen schept men eerst chaos. Onoverzichtelijke bende werd het daar op zolder. Een van de dingen die de jaren hebben geleerd is het doorzetten. Blind vertrouwen en gaan. Doek voor doek, schilderij voor schilderij werden naar de opslag op de voorzolder verbannen. Daarvoor moest er eerst ruimte gemaakt worden door oude kleding na te kijken, in zakken te proppen, van de trap af te laten rollen. De kast werd op een betere plek geschoven. De strijkplank diende als tafeltje voor de rondslingerende bende. Was of kast, was steeds de vraag.

005.jpg

Ik miste mijn vertrouwde reukvermogen die me jaren de goede keuzes heeft laten maken. Hoe ik ook snuffelde ik rook alleen maar een onbestendige parfumachtige lucht.. Na een kleine break beneden, begreep ik dat dat de wasverzachter was die ‘intense’ heet, volgens zoon, de best werkende en door hem aangeschaft, en inderdaad zeer hevig aanwezig qua geur. Ik was dat besef allang weer kwijt.

Daarna dus het werk van de afgelopen jaren. Wanstaltige producties en kleinoden door elkaar, verwondering over vorderingen, de zware Art Brut met gips en allerlei soorten materie. Vaker uit de comfortzone in verschillende stijlen, soms treffend dicht bij mezelf gebleven. Alles staat nu door elkaar te wachten. Ja, waarop eigenlijk. Ik had ze eerst in rekken en rekjes staan, die zelf gefabriceerd waren. Een stuk wasrek, een deel van een  traphekje en meer van dat soort vernuft. Het traphekje schoof uiteen en het onderstuk stak ver vooruit. Daar trof mijn teen het harde metaal. Dat boog niet mee. Teen werd ineen gedrukt door de brute kracht. Gekneusd. Na rib een peulenschilletje, zo leek het. Onverkwikkelijker werd het toen uren verstreken.

Een jaar vol kwetsbaarheden, het malle lijf dat niet meer in een souplesse huist, maar valt en breekt en botst. Misschien was de veiligheid thuis verder te zoeken dan op het werk. In ieder geval kerfde ik weer een streep aan de balk der kwetsuur. ‘Het leven wandelt niet over rozen’, vertelde mijn moeder me ooit. ‘Het heeft vele doornen, die haken en schrammen, die butsen en krammen’. Ik ben nu zover dat ik hetzelfde zal zeggen tegen ieder die het horen wil.

De noeste arbeid vorderde gestaag. Een knusse slaapplek onder het dakraam met zomertijd en lengende nachten geen probleem. Het is half zeven en nog aardedonker, al kan het ook door het gerommel in de verte komen, dat inktzwarte wolken en regenval beloofd. De stofzuiger haalt rag van jaren weg, zuigt alles mee, van voor naar achter glijdt alles door mijn handen en krijgt een plek. Dikke zakken rollen naar beneden.

002

Traag maar gestaag wring ik door de chaos heen en schep orde, een lege kamer, lege tafels, ruimte. Wat een droom al niet vermag. Als werkelijk alles op haar plek ligt, daal ik af over de vers gevulde vuiniszakken en dirigeer ze naar de gang. Alweer een stap dichter bij het afvoeren. Morgen beloof ik mezelf. Dat is vandaag. Teen en spieren laten een pittig protest horen. Oké. Eerst de blauwe zwelling minimaliseren en smoren in wat ijs. Dat koelt lekker af. Op de lauweren der tevredenheid daal ik neer en kom bij. Na gedane arbeid de zoete rust.

One thought on “De zoete rust

Comments are closed.