Uncategorized

Onpeilbaarheid van het bestaan

Het is zo’n doodgewone vrijdag. Overal gonst het, doordat het de laatste vakantiedagen zijn. Het waait hard en de balkondeur staat op de haak om niet steeds dichtgeslagen te worden. De palm binnen haalt met volle teugen buiten in en wappert mee, schudt haar lange groene manen in de wind. Pluis pikt de onrust op en drentelt heen en weer. Ook wringt ze haar lijf tussen het doek en mij en promoot zichzelf als lijdend voorwerp, Ik duw haar weg. Vandaag niet. Vandaag heb ik iets bijzonders te doen.

0112.jpg

De tas met acryl sleep ik van zolder. Het lijkt en eeuwigheid geleden dat ik aan de Haarlemse Academie doeken zou gaan schilderen met enorme afmetingen en derhalve met sneldrogend acryl. Ze moesten ook weer mee naar huis na twee uur zwoegen. De tas stond er sindsdien onaangeroerd. Ik verlang naar de hoge muren van het statige oude herenhuis waar het atelier was gevestigd. Zo heerlijk om zo ruim te kunnen werken. Ik had de voorraad op orde, de kwasten in het gelid, toen het hart brak. Nou ja, bij wijze van spreke dan.

Nu sta ik thuis aan de keukentafel en jaag Pluis de gordijnen in. Alles gaat voorspoedig. Het is wennen aan het onbuigzame acryl en het duurt even eer ik de slag te pakken heb. Niet de doordrenkte kwasten maar de droge tippen, het minutieuze werk, de juiste kleur. Water bij de hand, de keukenrol en doekjes. De hele week ben ik met tekeningen in de weer geweest, heb het pastelkrijt naar eigen zinnen laten gaan en langzaam maar gestaag in de juiste richting geduwd. Nu met de verf is het een ander verhaal. Het is zoeken en zwoegen, het droge wrijven op het doek, dat zalige geluid en tijd versmelt met de oneindigheid. Ineens is het er, verschijnt met de streken het gezicht, de ogen…Die prachtige ogen treffen, de warme glimlach.

Er wordt op het raam geklopt. Het is de buurman met een ernstig gezicht. Ik doe de deur open en hij vraagt of ik het al gehoord heb. Nee. Zonder inleiding maait hij de wereld onder de voeten weg door te vertellen dat de benedenbuurvrouw overleden is, lucht in de longen of zoiets, dacht hij. Koortsachtig trekt het nieuws me een totaal andere wereld binnen. Ze was jong, 50 of zo. Vorige week maakten we nog een praatje bij de deur, zoals het buurvrouwen betaamd. Koetjes en kalfjes over de denkbeeldige heg. Ze verzekerde me dat alles fantastisch ging. Ze kon nog van alles en fietste met verve overal naar toe en nu dit.

Ongeloof op de galerij, bij de grote groep mensen aan de achterkant van het huis, vrienden en bekenden die zich verzameld hebben door de noodkreten van zoon en dochter op Facebook. Een zwijgende menigte die bedrukt en gefronst het hartverscheurende verdriet van de dochter aanhoort bij diens aankomst in het ouderlijk huis. De wanhoop snijdt letterlijk door merg en been.

IMG_9388.JPG

De grote zwarte bus van de begrafenisondernemer rijdt over het grasveld heen naar de ingang. Tussen de uitbundig bloeiende geraniums door, wordt zijn komst nog onwerkelijker, het zwart intenser. De buurman wil wachten als een laatste eerbetoon, een ‘Vaar Wel’.

Ik keerde terug op mijn schreden en zocht de weg naar de diepte van het doek. Terwijl gedachten naar de onpeilbaarheid van het bestaan schoten, legde ik het leven vast.

 

4 thoughts on “Onpeilbaarheid van het bestaan

Comments are closed.