Uncategorized

Een goed begin is het halve werk

Een drukte van jewelste beneden mijn slaapkamerraam. Stemmen en stemmetjes, opgetogen gebabbel en dreinend verzet. Als ik het hoofd naar het raam buig zie ik ze beneden lopen. Aan de hand, achter een kinderwagen, vooruit huppelend naar de oversteekplaats. Haren keurig gekamd of de slaap nog in de verwarde haardos. Mijn natuurlijke tijdsaanduiding doet het weer, na een stilte van zes weken. Het is kwart over acht. De buurt trekt naar school.

In de laatste week van de vakantie hebben de leerkrachten alles op alles gezet om de groepen naar het zin te krijgen. Wat wil je laten overheersen. Komt er een nieuwe indeling, wil je een andere kleur, is er nieuw meubilair. Daarnaast zijn er de gebruikelijke activiteiten. Laatjes leeg en in de wacht op de komst van de kinderen. Ze mochten hun eigen frontje maken of we gebruikten hun eigenzinnige foto’s, geschoten door een van hen en altijd raak. Met een van de lievelingen erbij, knuffel, speelgoed, boek of noem maar op.

Aan de seizoensbalk kwamen de verjaardagsbordjes te hangen in de kleuren van het seizoen. Ook met foto’s of tekeningen. De eerste week verzonnen ze zelf mee om de ruimte te plooien naar onze smaak. Zo werd het eigen. Onze groep. In een onzalig jaar moesten er nieuwe namen verzonnen worden. Dat was wel even wennen na 25 jaar De apen werden we De Eekhoorns. In mijn hoofd bleef het apen en daar kon ik niets aan doen. Het was er ingesleten.

Buiten klateren de stemmen tegen de bomen op, de kauwen zitten in de boom en bekijken met argusogen het tafereel. Zoals altijd vormen zich een rij auto’s voor de overstekende kinderen. Er is geen klaar-over voor nodig. De blauwwitte strepen zijn voldoende om ze tot stilstand te brengen.

Een van de officiële taken op de lagere school stak in een koppelriem en als het regende, in een witte jas met zuidwester en zwarte strepen. Dan heette je klaarover of met een serieuze inslag verkeersbrigadier.  We stonden in het midden tussen de verkeerszuiltjes met aan weerskanten het zebrapad, net om de flauwe bocht in de weg aan de van Hoornekade. Rechts vanuit de Amandelstraat gezien lag het slachthuis aan de overkant van de weg en Links de Theresiaschool. Halverwege de lagere schooltijd werden we opgesplitst.

Nicolaaskerk aan de Oude Noord!

De ene helft bleef in de oude meisjesschool grenzend aan de rechterkant van de kerk. Wij kropen onder het goddelijke gezag uit, de moderne tijd in. De nonnen verdwenen. Het nieuwe gebouw was licht, met hoge ramen en een ruime entree. De grote kelder eronder werd de krantenopslagplaats. Voor het oversteken van de drukke weg werden de klaarovers in het leven geroepen. Met fluitje en spiegelei en het kraken van je jas onder de oksels groeide verantwoordelijkheid tot ongekende hoogte. Aan jou de taak het voetvolk te leiden. We stonden er met tweeën, voor iedere kant één.

Een van onze, meest barre, avonturen daar, was de keer dat er een koe was losgebroken en doldwaas de weg naar buiten had gevonden. Ze kwam op ons afrennen, schuim om de mond, de ogen rood doorlopen en opengesperd van angst, kop plat in de nek, heftig loeiend. Het enige wat je dan kon doen was in de verkeerszuilen klimmen en een van de schietgebedjes bidden, die bij het veilige verleden hadden gehoord. In volle galop rende ze rakelings langs ons heen met erachteraan haar belagers. Vanaf dat moment begon het vleesimperium in mijn optiek te wankelen. Een koe had ook gevoel. Zover was zeker.

020

De voetganger en de fietser hebben door de jaren heen terrein gewonnen. Geheel op eigen kracht, dankzij de aangepaste infrastructuur, dwingen ze respect af en daarmee een ingebouwd voorrangsbord. Veilig naar school, weer een heel jaar te gaan en ik kijk toe vanaf de zijlijn. Als het rumoer beneden verstomd is, dwaal ik af naar de boom ervoor en beluister druk mezengekwetter. Ze zijn in groten getale en hebben, bij het krassen van de kauw, kennelijk hun pimpelmezenschool opgestart. Vliegensvlug en vogelvrij.

Een goed begin is het halve werk.