Uncategorized

Laten we het koesteren

‘Hoe voelt het missen, de zijlijn. Heimwee?’ Dat werd me gisteren gevraagd naar aanleiding van de blog van die dag, waarin ik het begin van de eerste schooldag hier in de buurt beschreef. Geen heimwee, nee. Het voordeel van een ervaringsdeskundige die nergens meer aan gebonden is, is dat je alles los kan zien van de emotie. Het is niet langer je kind, dat gekoesterd moet worden. Onze kleine school was helemaal eigen. Elke verandering, elke vernieuwing, maar ook elke aderlating, trokken ten diepste door.  Soms sleet de tijd diepe voren, soms danste ze luchtig over de aanpassingen heen.

026-001Zwemmen, soms tegen de stroom in

Niet elke vernieuwing was een verbetering en wat betreft het onderwijs zijn er aardig wat steken gevallen, maar evenveel opstekers geweest. Het hield elkaar lange tijd in evenwicht, tot het gerommel met de schoolleiding begon. Elke leerkracht heeft, net als de kinderen, recht op zorg. Daar ligt een behoefte. De problemen van de organisatie zouden niet, als een zwaard van Damocles, boven hoofden moeten hangen of van de leerkracht onmogelijk creatief denken vragen, naast de dagelijkse duizend schreden op een pad. Er waren tijden bij, dat wij het heft in eigen hand moesten nemen, omdat het water tot de lippen stond.

041Veel sporen

Het lastige van zo’n situatie is de spagaat die je moet maken. Je wilt perse de veilige basis bieden, die noodzakelijk is om de kinderen te laten gedijen. Alle vuile was bleef binnen de kaders en diende te worden recht gebreid voor de ouders, die hun kinderen aan ons hadden toevertrouwd. Binnen het werken met mensen zijn er altijd zichtbare en onzichtbare sporen, waarlangs de kar getrokken wordt. Misschien is dat wel het zwaarst van het beroep. Wat een leerkracht nodig heeft, is een school met een duidelijke visie, die dat volledig uit kan dragen. Het feit dat je bij elke handeling er voor de volle honderd procent achter kan staan, zorgt voor een platform, waar creativiteit en ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.

Aan de andere kant waren we in staat om in de groepen die ruimte wel te creëren. Alle kinderen werden gezien en gehoord. Er werden fantastische projecten neergezet, die zorgden voor een intense beleving.. Dat was de kracht van de school. Onderling was er een sterke band, die veelal ondersteunend en soms belemmerend kon werken, omdat het lastig was om objectief te blijven. Je wilde je collega’s kost wat kost geen verdriet doen. Zo bikkelden we door. Het was niet makkelijk, die laatste rommelige jaren, maar inhoudelijk was het ijzersterk.

Ik mis de kinderen en mijn oude collega’s, maar het instituut en de organisatie, de opgelegde regels van bovenaf en het management niet. De Jenaplan-visie, alsook het ervaringsgerichte denken en de filosofie van het kind in het bijzonder en de mens in het algemeen, zitten in mijn hele ziel en zaligheid. Dat neem ik te allen tijde mee om uit te dragen.

008De jas, die past.

Ontwikkeling en groei gaan hand in hand, gepaard met de bijbehorende vernieuwing. Stilstaan is geen optie, als de tijd verder draaft. Daardoor blijft het boeiend. Heel veel oude begrippen steken in een nieuwe jas. Dat is prima, zolang de jas past. Zodra ze gaat schuren of te krap blijkt te zitten en er geen ruimte meer is om te groeien is het tijd voor verandering. Het meest fraaie zou zijn als bijtijds de naden uitgelegd worden, de teugels gevierd, zodat doorgroei mogelijk blijft. Voor elke organisatie, elk instituut, elke schoolleider, elke groepsleerkracht , elke ouder en ieder kind een jas die past met voldoende zakken om wat op te bergen, af te stoffen en te hergebruiken. Zuinig op wat is geweest en zuinig op alles wat komen gaat. Laten we het koesteren.

2 thoughts on “Laten we het koesteren

  1. Na 4 jaar thuis ben ik het ‘missen’ voorbij. In het begin miste ik de leerlingen en het lessen ‘maken’. Nooit de organisatie, niet de collega’s. Anders had ik die burn-out wel overgeslagen, denk ik.

    Like

  2. Dat lijkt me ook. Was dat ook de reden voor vertrek? Ik heb het met een groot feest een jaar voor pensioen afgesloten, daarna zou ik een jaar gaan invallen, wat maar een half jaar is geworden. Maar het had dus kop en staart.

    Like

Comments are closed.