Uncategorized

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten

Een beklemmende droom houdt me erna uit de slaap, geen zin in het vervolg. De nacht pinkelt met haar lantaarns speldenprikken licht in de duisternis. De harde doffe knal die volgt, laat visioenen oplaaien van in brand gestoken auto’s, die de laatste tijd weer schering en inslag zijn. Geen goede basis voor een aangename slaap. In de verte klinkt een sirene.

Weg met die muizenissen. Het is weer ouderwets piekeren geblazen over honderd-en-een dingen die achter het netvlies oplichten. Snel sla ik daarboven deuren dicht, wat erachter zit, mag niet meer mee doen. Natuurlijk laat het zich niet leiden. Op zulke momenten verlang ik naar de zee. Vanmorgen al geschreven over eb en vloed. Daar begon het mee. Even het hoofd leeg  maken en alle gedachtekronkels aan de wind toefluisteren, zodat ze ze mee kan nemen, licht als veertjes in plaats van de molensteen rond mijn nek. Het is niet zo gek, dat piekeren. Benauwd als ik ben in dit jaargetij, veel te naar mijn zin en vorig jaar in het zelfde schuitje met een infarct als ultieme nachtmerrie. Ze luidde een jaar in vol tegenslag en tot vier keer toe een verdrietig samenzijn. Het lukt wonderwel ook highlights te tellen. Turbulente emoties, dat is de vlag die de lading dekt.

092

‘Geen optelsommen maken, van der Linden’, spreek ik mezelf bars toe. Daarvoor was ik ook altijd benauwd zonder dat dramatische einde, dus er zijn andere mogelijkheden te over. Een man op de fysio vertelde over zijn magische puf. Hij kon ineens weer moeiteloos de trap op. Ik durf er alleen maar van te dromen. Stel je voor. Alsof je vleugels krijgt aangemeten. Ik moet er eens naar vragen. Het zou voelen als een magisch wondermiddel. Ondertussen was ik toch weer in slaap gesukkeld en moest me nu haasten om uit te schrijven wat er in mijn hoofd rondtolt. De tweede droom was er een waar ik met liefde in bleef hangen, maar ik heb haar vergeten op te slaan en dan vliegt ze weg. kwetsbaar als een zeepbel, blijft nog even hangen en spat dan uit elkaar. Dag fantastische verzinsels.

089

Van de week zeiden de schildervriendinnen mij, nooit zo te dromen. Stiekem weet ik dat ze dat wel doen, maar alle dromen ook voortijdig los laten. Eerst in de sudderslaap de droom terugdenken en dan pas wakker worden, dan opschrijven . Op het laatst lukt het om ze langer vast te houden, soms een ochtend lang. Als ik ze opschrijf, vergeet ik nooit meer een detail. Prachtige onderwerpen zitten erbij en doorgaans tot in de details uitgewerkt. Ik stap zonder problemen een Zeventiende Eeuws milieu binnen of de huiskamer van oma vroeger, met de worteldoek en de salamander aan de muur, de tikkende eiken pendule met het deurtje voor en achter, waar klokkabouters woonden. Dat wist ik zeker. Aan de achterkant van de wijzers liepen ze mee, soms kon ik hun rode mutsjes zien, dat dacht ik tenminste. Waar schemerlampenlicht al niet goed voor is. Die was er ook, met licht van onder en van boven, zo’n ronde kap. Mijn opa zijn rulle plusfour staat stoer met de warme  wollen spencer erboven  en de witte hemdsmouwen met glimmende gouden mouwophouders. Oma en opa waren rijker dan mijn vader en moeder, want ik kreeg altijd een stuiver of een dubbeltje mee.

065

De droom van vannacht was zo gedetailleerd dat de angst me letterlijk om het hart was geslagen. Sommige houden de angst vast en spreiden ze uit als een zwarte deken. Daarom wilde ik niet meer verder slapen. Pas om kwart voor vijf viel ik van vermoeidheid om. Nu belooft de dag een prachtige koude wintersfeer, maar pas om kwart over negen en moet ik straks een race tegen de klokkabouters lopen om op tijd op de fysio te zijn. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

 

6 thoughts on “Wie zich brandt, moet op de blaren zitten

  1. Berna, alsof ik zag wat je droomde. Ik voelde de angst die de kop opstak. Aan het eind voel ik weer een beetje jouw enthousiasme, je moed. Lieve groet ❤️

    Liked by 1 person

Comments are closed.