Uncategorized

Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest

In de Klein Geluk Post van gisteren kwam een grote verrassing. Een prachtige harmonicatekening over een onderwerp waar ik lang geleden met vriendinlief een ochtend over heb lopen mijmeren. Bij het zien van die concrete voorstelling van wat we ooit bedacht hadden, begon het onmiddellijk te bruisen daarboven in het brein. Ik kon niet meer stoppen met denken en het verhaal stapte uit zijn kleine nevel en kwam met duidelijke contouren op me af. Ik wist wat me te doen stond. Snel pen en papier en schrijven, voordat de ideeën in een vacuüm terecht zouden komen. Zo werkt het proces. Nu moet het nog body en gestalte krijgen en hebben we een format gevonden waar tot in lengte der dagen op door te borduren valt.

ik en jimi schrijvend

Hoe gelukkig viel ik veel te laat als een blok in slaap. In de nacht klopten de dromen met avonturen aan, maar ik sliep te diep om ze een podium te geven en bij het wakker schrikken door de Antibiotica-song (ik moet er de wekker voor zetten) ploften ze een voor een weer weg. Zelfs daar is een verhaal over te maken.

48425625_10214033120002189_5784870959693430784_n_003

Gisteren zat er een andere verhalenschrijver in de dop op mijn schoot. De derde van mijn kleinkinderschare was op bezoek en wilde ook schrijven. Met mijn beste tekenpennen omzichtig in de knuisjes verzonnen de verhalen zich eerst nog uit mijn pen, maar alras werd het overgenomen door mijn evenknie in fantasie. Hij krieuwelde en tekende, zoals alleen kinderen dat kunnen, frank en vrij, maar ineens merkte ik dat hij fluisterend het hele verhaal aan het papier toevertrouwde. Bijna hoorbaar vormde het verhaal zich in zijn hoofd en gaf zijn pen er de invulling aan. Wat een bijzonder moment. Het verhaal begon met een mandarijn die de wereld inrolde, omdat dat het enige was, wat voorhanden was. De mandarijn ontmoette vanalles, maar zeker ook de eland en de brontosaurus, met scherpe tanden, de pen schreef en tekende naar hartenlust en hij hoefde haar alleen maar te volgen en vertelde maar door. Klein moment van gelukzaligheid.

Klein gelukpost

Zo werkt dat. Een klein ding is er maar nodig om een keten aan ideeën los te maken te ontrafelen, zoals het geval was met de harmonicavoorstelling, dat in een juweel van een zelf gevouwen envelop zat uit een oud boek, compleet met woordwens en kleurige voorstellingen op de millimeter.

Het voordeel van ‘ziek zijn’ zijn de zeeën van tijd om alles te overpeinzen, ze in je hoofd  vorm te geven en nu ik al weer beter uit de voeten kan, ze te laten stromen onder mijn vingers door. Op laptop en op papier. Beide werkt verheffend. Nog heb ik te weinig gelezen in mijn huiswerk, de stapel boeken naast me, gister werd er een exemplaar aan toegevoegd, dus voordat ik er niet meer overheen kan kijken, moet ik eigenlijk beginnen. Als laatste op de plank, zoonlief weet dat ledigheid des duivels oorkussen is, het boek met de intrigerende titel: De hemel verslinden van Paolo Giordano. In een recensie afgeschilderd als broodschrijver, zo een met dollartekens in zijn ogen, door anderen wordt het verhaal gezien als een meesterwerk.

Dat willen we graag zelf beoordelen. Paolo moet nog even wachten en alle andere ook, want als fantasie om de voorrang strijdt, dan wordt die inspanning te allen tijde bekroond. Zorgvuldig, om opgelaten ballonnen niet in het luchtledige te laten verdwijnen. Het is zaak om er handen en voeten aan te geven. Als het lijf niet werkt, scherpt zich de geest.

 

Uncategorized

Kunst valt niet te duiden

Wij vrouwen hebben het maar makkelijk, of nee, we hebben een voorsprong, die langzaam aan kleiner wordt. Derde dag van gekwakkel, kringen onder de ogen, scheurende hoest, bleke Betje. Douchen was eergisteren mijl op zeven en zette me voor een uur of vier uitgeput op de bank. Vandaag was ik om twaalf uur nog niet klaar om zo’n klus te klaren.

Dochterlief belde ’s ochtends op. Ze zouden ’s avonds naar de schoonfamilie in Montmorency gaan, dus een paar verloren kusjes rondstrooien met de jongens had verreweg de voorkeur. Gauw met mijn gehavende aangezicht naar beneden gestrompeld en bij het zien van die toet in de spiegel toch maar even een crème, fond de teint, lippenstift, mascara en kohlpotlood. De jongens zouden  hun oma anders niet eens herkennen. Borstel door de haren en klaar. Plaid over de blote winterbenen en voeten en het feest kon beginnen. De diva kon ontvangen.

kerst 2018

Ze kwamen met bekertjes ijs met dikke lagen chocola want, als in een grijs verleden, had ik mijn onbeschrijfelijke trek eerder met hen kunnen delen via de telefoon. Welke hormonen deden nu weer hun calorierijke werk. Er was ook al een verlangen naar Oliebollen, het lijf schreeuwde om het normaliter afwezige zoet. Speelde de Onbevlekte Ontvangenis door mijn hoofd. Na het verstandige broodje kwam al ras het lekkers. Veel te machtig en de smaakpapillen proefden bij lang na niet de beleving van mijn voorstellingsvermogen. Toch gelukkig geprobeerd. Weer een verlangen en een verleiding door een reclame af te vinken. Zonder geluid en beeld is de schijn snel gewekt. Een oma, blakend van gezondheid met haar drie oogappels. Een bliksembezoek lang hield ik het vol. De knuffies waren zalvend.

met de jongens en ijs

’s Avonds rolde er met stijgende verbazing een andere schijnwereld de kamer binnen. Die van kunstenaar Walden Keane en zijn vrouw Margaret. Hij hield de schijn hoog. Zij was het, die in het echt de doeken van de kinderen met de grote ogen schilderde. Ze werkte soms 16 uur per dag en hij streek de centen en het luxe leven op. Dat is andere koek dan een snufje make-up. Met stijgende verbazing bekeek ik de film ‘Big Eyes’ van Tim Burton. Niet alleen om het matige acteerspel en omdat ik de hoofdpersoon deze week al in een matige verfilming had gezien, maar vooral om het stijgende ongeloof dat me ten deel viel. Waarom greep de vrouw zelf niet in, vooral toen ze de eerlijkheid in haar relatie met haar dochter moest verloochenen.

Een waandenker kan alleen maar groeien als hij het podium krijgt, waar hij om vraagt. Margaret oogde in de film als haar breekbare wonderlijke kinderen. Pas bij een levensbedreigende situatie neemt ze uiteindelijk de kuierlatten. Zelfs dan nog verschuilt ze zich als Kunstenaar en reikt de lange arm van haar hebzuchtige ex over het continent. Geloof sterkt haar uiteindelijk in het vertellen van de waarheid. Ze moeten beiden een schilderij maken in de rechtszaal. Een dergelijk script van een film zou welhaast knullig overkomen. Realiteit valt soms niet te filmen.Mijn ongeloof en het schrijnend gevoel van het feit dat vrouwen in de Kunst alleen maar konden bloeien als ze zelf sterk genoeg waren, denk aan Bourgeois en Kahlo, zorgde ervoor, dat ik naar de waarheid op zoek ging.

Leven in een leugen, leven in een waan. Op het laatst is de gedachte een gevierd kunstenaar te zijn sterker dan de realiteit. De schijnwereld groter dan je persoonlijkheid. Twee verschrompelde karakters. De een in dienst van de Hebzucht en de ander in dienst van de Angst, waarbij uiteindelijk het Recht zegevierde.

De schilderijen die ze maakte onder haar eigen naam en waar haar bewondering voor Modigliani doorsijpelt, spreken me meer aan dan haar beroemde doeken. De wonderlijke ogen zijn het innerlijk protest tegen haar zwelgende man. Op dat moment had ze geen ander verweer. Gevangen in haar eigen wereld. Kunst valt niet te duiden, maar zegt vaak alles.

Uncategorized

Klein Geluk ben je

Met al dat bank zitten en binnenste buiten hoesten is er eindelijk tijd voor de ‘Klein Geluk Post’. Wat een gaaf idee van vriendinlief. Schrijf elkaar in een groep, van vijf in dit geval, over Klein Geluk. Dat van jezelf, in de omgeving, van anderen of gewoon… datgene wat invalt. De eerste brief had ik heerlijk vroeg binnen, maar toen had ik nog geen tijd om er bij stil te staan. Nu ben ik er klaar voor. Kerstsfeer in huis, serene kalmte en de overtollige rommel weggebracht door de twee zonen.

Eigenlijk is het feit dat kerstmis het feest van het licht is, ooit zo overdrachtelijk bedoeld, wel degelijk het feest van de kerstlampjes geworden. Zodra die hun plek hebben gekregen in de kerstboom, in de palm en in de bal is het feest compleet door de zachte uitstraling die het de kamer geeft. ik heb de neiging om overal een snoer van lampjes neer te leggen. Klein Geluk dus, een roodborst vleugelt naar boven als ik de envelop open, daar is een lofzang op de mooie kleine Parmanticus en doet me plaats nemen op het paarse krukje bij het gapende gat van wat eens het atelier was.

004

Daar hipt ze troostend over het zeil en het gras van wat ooit was en pikt in de grond om vermeende zaden. Roodborst hoort net als alle vogels bij mijn Klein Geluk. Bijna verschrijf ik me en wil stil in plaats van klein schrijven. Maar ook dat klopt. Stilte hoort er bij. Juist omdat het de gelegenheid geeft om naar binnen te keren. Natuurlijk is het lawaai in de eerste schil rond mijn hoofd al oorverdovend door de suizende gehoorgangen, maar vaak lukt het om ze in die buitenste schil te laten en ‘de beste remedie ever’ ze te negeren.

Schoonheid van klein en groot hoort erbij en kinderen, als afspiegeling van het onbegrepen kind dat ik ooit zelf was. Toen ik voor de kleuterkweek stage liep op de reguliere Fröbelscholen had ik mezelf voorgenomen nooit, maar dan ook nooit, te worden wat ik daar aan voorbeelden voorgeschoteld kreeg. Volwassenen, die ruim over het denken van de kinderen heen walsten en daarmee heel weinig hoorden van wat er werkelijk speelde. Klein Geluk was de juf, die het helemaal anders deed. een uitzondering in haar klasse, destijds. Ze leerde me buigen naar het kind toe.

IMG_8937

Klein Geluk waren de paardenblommen van het meisje in haar eigen wereld, kleine knuisten omvatten de tere stelen als een kleinood en met haar ‘Elza’mantel om werd ze Prinses Paardenbloem om vervolgens languit te gaan liggen en in een schone slaap te vallen. Klein Geluk ook in een boeiende zin, die binnenkomt en raakt. Hoe is het mogelijk dat een combinatie van enkele woorden een mens van zijn sokken blaast of dieper laat schouwen.

winter 2018 3

Klein geluk zijn de poezenpoten in de verse eerste sneeuw, poezenpoten sowieso, omdat je ze zacht en aaibaar weet, het grijze vel. Het zijn de enveloppen op tafel, klaar voor het versturen en de voorstelling van de verwachtingsvolle ogen, als de inhoud naar buiten glijdt. Het is de slaap achter mijn ogen die zorgt voor nog een uurtje soezen, een verlichtte vuilnisman achter op de rijdende vuilniswagen, het filigrein van de boomtakken voor het raam in het schemerduister, een goede film, het juiste boek.

003-1.jpg

Klein Geluk zijn de woorden die ik iedere dag weer vind, om het gevoel te vangen. Klein Geluk is de lezer die het ontvangen wil. Klein Geluk is wie je bent en wat je voelt en wat je denkt en wat je doet, waardoor je al die anderen ontmoet. Klein Geluk ben je.

Uncategorized

Aandacht, kunst en liefde

Ondanks de tegenslagen van de afgelopen dagen sluimeren er van die mooie kleine bacteriedodertjes, anders dan de antibiotica, tussendoor. Kleinzoon komt een kusje brengen en tovert uit de gitten glittertas uit de verkleedkist van zijn moeder, een borsteltje dat ik allang niet meer had gezien. Zo’n plastic inklapborsteltje dat je uit moet drukken om te kunnen gebruiken. Ingevouwen is het een rond doosje zo groot als een handspiegel. Terwijl hij borstelt zie ik zijn moeder terug met haar kleine handjes en eenzelfde parmantig gebaar. Ze kijkt me vergenoegd aan en de jaren vallen ineen als in een waas, de jaren tachtig en nu. Maar ook zie ik mijn eigen moeder die met haar borstel haar ‘Wasch en watergolf’ recht strijkt en opduwt in de beslagen spiegel van de bescheiden badcel in de Amandelstraat. Herinneringen vlechten is een geliefde bezigheid geworden.

015.JPG

Ik maak een serveerschoteltje van een mandarijnenschil en hij peuzelt vergenoegd achter elkaar twee exemplaren op. Waarnaar hij in het holletje duikt, waarover ik hem zojuist verteld had. Geef ze de tijd om over de dingen na te denken. Ze komen vanzelf wel. Daar in dat knusse stukje geborgenheid hoort hij deel één van de Pozzebokken, schijnbaar afgeleid, maar één en al oor. Hij moet vreselijk lachen als de moeder uit het verhaal de naam verhaspelt in ‘Bozzepok’ of iets dergelijks.

Pozzebokken

Dan is er zwager, die opbelt over Jut en wat een handig idee is, waar het de aanwezige elektra betreft. Slopen is de beste optie, want luchtvriendelijke ledlampen lijken een perfecte oplossing voor een vervuilend aggregaat met dieselolie en veel lawaai. De arme levende have op de tuin zou zich spontaan een bult schrikken bij het horen van al dat decibellengeweld en het ruiken van die walmende vervuiling. Er zijn betere wegen die naar Gods akker leiden. Verder gaan mijn kabouters gestaag door met de wederopbouw van het karkas. Wat een heerlijk weten!

Vriendinnen appen en mailen met tips en hulp en warme digitale vitaminen en aandacht, een warm bad, dat in dank aanvaard en ontvangen wordt. waar zou je zijn zonder al die lieve aandacht.

033Detail van ‘Ragazzo van Caravaggio

Ik lees van vriendlief een ode aan Caravaggio met de folder van het centraal Museum erbij en bedenk, dat het zo iets bijzonders is. Ik was al van mijn sokken in Antwerpen in het Museum van Hedendaagse Kunst. Daar hing zijn ‘Ragazzo morso da un ramarroIndrukwekkend en intrigerend. Die helderheid, die uitdrukking, het eindeloze verhaal dat zich vertelde op het doek. Elk doek is een buitenkans.

Zoonlief komt een mooi scheef kerstboompje brengen. Lief en aandoenlijk is ze, zoals ik zelf ook altijd zoek. De kansarme. Haha. Met een beetje aarde staat ze zo weer recht op haar kluit. Maar gisteren nog niet. Vandaag zijn er twee paar van die spierballenbielzen, om de boom neer te zetten en omzichtig de lampen er in te hangen. Daarna kan ik haar elke dag mooier kleuren met mijn oude kerstversiering. Het gaat goed komen.’

 

Een eerste aanzet met ‘Zomervlucht en dan komt de nacht’ wordt gemaakt, maar de letters dansen hun eigen verhaal. Te vroeg, straks beter. Vriendin voegt een mooi verhaal over het Japonisme bij op social media. Het volgende project in ons geschilderd leven. Daarbij wordt Madame Butterfly genoemd en er is een afbeelding van Breitners meisje in witte kimono. Een van mijn absolute lievelingen. In mijn hoofd openen zich de perspectieven. Geen geisha’s van de plaatjes, maar de mensen van vlees en bloed met de bloesemtochten van Monet, van Gogh, Whistler met zijn porseleinen prinses, de golven van Hokusai.

Met een hoofd vol val ik in een helende slaap. Opstand van bacteriën geveld door een beetje antibiotica en prednison en véél aandacht, kunst en liefde.

 

 

 

Uncategorized

Nu, vandaag of morgen

Energie die als een vloeibare massa traag wegstroomt door het afvoerputje. Er waren al de hele herfst voortekenen. Elke natte mistige dag gorgelde een deel weg. Twee stappen vooruit en een stap achteruit, dat effect. Er waren wat deadlines en belangrijke afspraken en toch ook bezinning op mijn bank, vaste plek vanuit mijn kamer, waar ik de lucht kon zien veranderen van grauw grijs naar hemelsblauw en vice versa. Donkere dagen voor kerst is iets om letterlijk te nemen, leert natuur ons.

Het lichaam had al haar misstappen een voor een opgespaard en maakte er een optelsom van. Vermoeidheid, check, lome ledematen, check, hoestbuien, check, scheurende longblazen, check, verhoging check, geen enkele ondernemingsdrang meer check, ontstoken oog, check, volle neus, check, snotterende aanwezigheid check.

009

Tule netje eromheen, kerstlint om het vast te knopen, strik erin en klaar was ik. Exacerbatie en longontsteking hing er als een kaartje aan te bungelen. De stapel boeken naast mijn bed lachte. Eindelijk was de grote verlossing nabij van een maandenlang stilzwijgen en bladzijden op elkaar persen. Zafon, Claudia, Bouazza en Komrij en hun Wagner, Kalmann Stefánsson, Roos Schlikker en Griet. De kleine Beatrice op mijn doek moet wachten in een groot vacuüm van wit. Straks, later, is er weer alle tijd van de wereld.

De prednison en de antibiotica grijnzen. Ze liggen op hun rug te spartelen in mijn ellende. Kleine onderdeurtjes. Maar zonder red je het niet en dat weten ze maar al te goed. ‘Heb je maagbeschermers.’ vroeg de norse apothekersassistente. ‘Jawel hoor, 20 mg is dat afdoende’. Een droge knik. Oké.

Koortsachtig, wat toch knap is voor iemand die nooit koorts heeft, trek ik de geplande gangen na. Kerstboom kopen, optuigen, met de jongetjes op stap naar theater, voetbalmuseum en nog een voorstelling, kersthachee voorbereiden. Ze moeten op een lager pitje. Het leven stap voor stap.

006

Het uitzicht wordt de natte donkere straat, de flat beneden, de lucht en de gedachte. Dat noem ik binnenvetter spelen ten top. Zuslief wilde langs vandaag, maar de vermoeide draak in mij wimpelt het af, net als de musical en het etentje op eerste kerstdag. Met het hoofd eerst maar goed onder de dekens, het ruisen van het verkeer als achtergrondmuziek, de gedachtestroom als ondertoon. Dit jaar dan misschien alleen een kerstboom in mijn hoofd. Meer dan ooit is de behoefte aan en het verlangen naar warm en lichtjes en familie, aan geurende dennenappels in het open vuur, aan wandelingen door een winterbos, vogels spotten op hun eigen kerstreces.

008

‘Om mani pad me hummmmm’, zoemden de kinderen en ik, als we daar sterk behoefte aan hadden in tijden van onrust en vermoeienis en er bezinning nodig was. We trokken de zon in ons omlaag tot op de kleermakerzit-knieën met duim en wijsvinger en ontvingen haar warmte in de open handpalm. Dat moment kwam op vrijdagmiddag, tussen spel en weeksluiting in, als de gemoederen oververhit waren van een hele week aan indrukken. Het hielp altijd. Zelfs de grootste belhamels met hun motorische onrust, sloten de ogen en trokken aan hun eigen zonnetjes. Warmte is op te roepen.  De mantra uit het verre Oosten had vooralsnog alleen ten doel om naar binnen te keren. Binnenvettertjes voor het ogenblik.

Berusting. Laat het maar stromen, de lettervreter heeft een kerstmaal, dat nauwelijks geëvenaard kan worden. Het komt allemaal vanzelf weer goed. Nu, vandaag of morgen..

 

 

Uncategorized

Opnieuw geboren

het hoofd is vol

geen plek voor gedachten

nu start het grote wachten

op  frisse wind en lafenis

de dag sluimert door

en scheurt dan soms in twee

of drie of vier

uiteen

wijsheid waaiert naar beneden

als een verdwaalde veer

tot in mijn grote teen

 

ik duik onder de dekens

en voel me

schuim

op de golven

grint op het land

het knarst

het schuurt

het trekt haar voren

zakt weg in vergetelheid

morgen weer

en dan

opnieuw geboren

Uncategorized

De kleine geschiedenis

Het hoofd zit dicht. Er kan niets meer bij. Het is volledig afgesloten. Elke holte levert dof snuiven op. Het voelt niet fijn, maar zolang ik me koest hou en op bed blijf zitten is er niets aan de hand.

Bij inspanning, de futiele aanpak, bijvoorbeeld was in de machine stoppen, is er een confrontatie met het onvermogen. Het voorover buigen, was pakken, was in de trommel doen, wasverzachter en wasmiddel erbij, deur dicht, knop aan sorteert in als de gesmeerde bliksem, heftig hijgend als een ‘Hert der Jagt ontkomen’, naar bed terug.  Zo voelt het ook. Aangeschoten wild. In de kracht van je kunnen geraakt, een voltreffer. Gisteren was het al duidelijk, de hele week eigenlijk en ik had eerder bij de huisartsenpraktijk op de stoep moeten staan. Ik kan jullie niet vertellen hoe zeer je daar soms genoeg van hebt. Het rituele geweeklaag en het doekje voor het bloeden als oplossing. Antibiotica en prednison.

001

Soms maakt het kiezen tussen twee kwaden gewoon te kwaad, maar ook dat helpt je niet. Integendeel. Gelukkig bestaan de bezigheden deze week vooral uit papieren en digitale post, brieven voor het klein geluk, reviews van de theatervoorstellingen, filosofische verhandelingen richting de Wijze en voor vriendin.  Ik liep gisteren met mijn eucalyptisch engeltjes in mijn tas naar het restaurant een flinke straatlengte verder. Het mistige natte weer hing laag als een deken over alle druppende restanten van wat vanmorgen nog een witte wereld was. De wereld huilde. Al dat vocht in de lucht slaat elke vorm van lucht terneer. Het was een wonderlijke tocht met die zaagmachine binnenin mij. Hartelijke ontvangst met het verleden en heden. Vertrouwde koppies, fijne gesprekken die soms verbazingwekkend eerlijk werden. Dat gebeurt dus als je weet dat het leven niet zekerder is dan het moment van zijn.

Schoonmama nam haar muizenhapjes van de min of meer gestuurde keuze. Een frietje, een onooglijk stukje vis op haar vork en daar bleef het wel bij. De wijn smaakte haar beter en de garnaaltjes vooraf hadden de oude maag allang voldoende vreugde gebracht. 96 Jaar en te mogen aanzitten met de familie is een mijlpaal. Een paar keer per jaar is er zo’n reünie. Voorts gaat ieder zijns weeg.

De laatste tijd heb ik met de komst van Jut veel meer contact met zwager en eigen broers. Vergenoegd kreeg ik de prachtige beelden van mijn gestaag vorderend ateliertje voor ogen. Geïsoleerd, ramen erin….Broers en schoonzoon van een van hen en de facilitaire zwager zijn net kaboutertjes. Iedere keer wordt het mooier en volmaakter. Ze gaan gestaag en onbezoldigd verder. Wat een liefde spreekt daaruit. Het ontroert. Misschien ook wel omdat dit zo maar in mijn schoot geworpen is. Ik vertrouw op de glimmende kooltjes van enthousiasme, die bezweren dat het weer het mooiste huis op de tuin zal zijn, net als het oude.

Jut wordt een paleisje. Waar make-overs al niet goed voor zijn. Straks moeten ze nog schuren en verven, het dubbel glas in de kozijnen gehangen. De kleine zwarte houtkachel krijgt een mooie nieuwe plek. Wat een luxe en rijkdom. Jut van Juul, een adelijk onderkomen voor het nieuwe werk, retraite, zuurstof voor allen en rust.

002

Ik verzamel moed. Ga straks naar beneden voor de eerste koffie en weer omhoog. Dat gaat niet vanzelf. Het verlangen naar snerpende vrieskou stijgt met de seconde. Droog, koud weer, adem die dan afgesneden wordt door de wind, maar zonder het gepiep en gekraak, frisse buitenlucht, zuurstof voor twee. Tuin, mijn roodborst, de koolmezen die hun verhalen kwetteren, de boomklevers, de winterkoning, die zo parmantig hipt, ze vormen mijn eigen sprookje. Met Dantes Beatrice en andere beelden om tot eeuwig leven te wekken. Wie weet. Tezamen schrijven we de kleine geschiedenis.

Uncategorized

Pas op de plaats

Soms kan de wijsheid me komen aanwaaien. In een opwelling had ik gisteren, na een hele lome ochtend en de optrekkende kou, ondanks de verwarming hier in huis, water opgezet. De handige thermosfles van de garage, dikke letters erop, wist ik boven op de koelkast te staan. Gauw anderhalf groot glas koffie gemaakt en de fles gevuld, dubbele dop erop gedraaid en klaar was ik voor twee uur blauwbekken langs de lijn bij mijn eigen godenzonen.

Arme mannen in de kou, die hard aan het werk waren, maar de strijd niet konden slechten. Ze verloren door twee onhandige acties, waardoor de achterstand groot en onoverwinnelijk werd. Het handjevol dat aan de lijn stond, had zich teruggetrokken tegen de muur. Alle andere trouwe supporters zaten boven op de tribune, maar ik wil aan de lijn staan, focus op het spel en dan het spel alleen. Nu met die heerlijke warme koffie, prullenbak als bijzettafeltje, had ik mijn eigen knusse warme omgeving gecreëerd. Alsof er geen tochtgat was, de kauwen  niet luid krassend op roestvlucht zijn en de oostenwind mijn ponchodeken af en toe over mijn hoofd liet vliegen. Het was een van mijn meest heldere ingevingen, want afgezien van wat koude uitlopers, was ik nog nooit zo warm gebleven.

winter 2018

De koude was voldoende om vannacht de wereld in een wit wintertafereel te veranderen. Poes Pluis had al diverse malen geprobeerd of ik wakker wilde worden uit mijn zalige droomvlucht. Naadloos had ik haar smeekbedes ingepast in het verhaal. Nu mocht ze dan eindelijk haar eerste stappen zetten op het maagdelijk witte balkonnetje. Het blijft een feest om te zien hoe ze behoedzaam de poten in het koude witte zet, optrekt, uitschudt, omkijkt naar mij, terugzet. De aarzelingen trekken door haar hele lijf en zorgen voor een verhoogde behoedzaamheid. Geen thermosfles voor Pluis, maar haar dikke grijze wintervacht om de kou te trotseren.Het zet het hele tafereel schilderachtig luister bij. Pluis, grijze lieve Pluis in witte sneeuw. Grijs en wit, schoonheid op de vierkante meter.

winter 2018 3

Aandoenlijker nog welhaast, zijn de donkere poezenpootjes in de witte massa. Ze trippelen links en rechts, dralen om een mand heen, krabben aan wat bedekte plantenbakken, talmen om de boom en zorgen voor een nostalgisch romantisch beeld voor ogen. Ach ja. Poezenelletje met haar poezenvelletje. Van oudsher zijn ze zacht aan ons voorgeschoteld in lied en gedicht, in verhalen, met als klap op de vuurpijl een heel eigengereid karakter, Minoeswaardig als het boek of de film, of eigenzinnig en stoer als in de musical Cats. Als ik voor de tweede keer koffie haal, wil ze wel weer naar binnen. Gelukkig maar, het is te koud om de balkondeur open te laten en er is geen kattenluikje.

winter 2018 2

Het is altijd weer bijzonder te merken hoe de wereld naar binnen trekt als het gesneeuwd heeft. Niet dat iedereen binnen blijft, maar dat het een sfeer oproept van verstilling. De capriolen van Pluis krijgen meerwaarde, door de omzichtigheid, waarmee ze nattigheid en kou wil ontwijken. De geluiden van buitenaf verdoffen. Alleen een kleine auto met ambulancedokter snerpt haar sirene en snijdt de stilte uiteen. Het trage en voorzichtige rijden van de andere auto’s trekt haar natte sporen en het klinkt als ruisen, zacht ruisen. Winterdag in Nederland, huis tuin en keukengeluk. Binnen gaat de verwarming een tandje hoger of komen de dikke wintertruien uit de kast. De zwarte silhouetten van de bomen roepen poëzie op. Pluis is met haar natte pootjes onder de lappensprei gekropen en droomt haar wereld heel. Met haar warme poezenlijf tegen mijn benen , de witte winterwereld buiten, voedt het behaaglijkheid. Pas op de plaats.

 

Uncategorized

Geen mooiere afsluiting denkbaar

Houten koffer staat klaar, penselen in de aanslag, op naar mijn tijdmachine, die me in een oogwenk transporteert naar de 17e eeuw met moderne kwinkslagen er tussendoor om het evenwicht te bewaren. De opdrachten zijn korte magische aanwijzingen, die ik nu als iets minder leek met korte aanduidingen begrijp. Rauwe omber met likje Pruisisch en meer titaan. Oud Hollands Geel. Gebrande omber met tikkeltje Zinc. Platte kwast, varkensharen kwast, ragfijne kwast. Het geluid van schaven, schrapen, of doodse stilte, een dolende opmerking, de aanwijzingen van de magister.

foedralen-en-asperges.jpg

Langzaam worden de asperges meer asperge, nog niet de ‘finishing touch’, eerder wat kubistische vormen, maar au naturel beter dan op de foto, een deken van kleuren en langzaam valt het kwartje, of liever de florijn, op z’n plek. Zwart met ultramarijn, het ongeloof wordt weggelachen. Ja. Foedralen moeten doortrokken zijn van ouderdom. Betengeld leer beteugelen met fijnzinnige streken, ik leer het stapsgewijs.

Daarna spoorslag met mijn kleine blauwe naar IJsselstein, dat zich opmaakt voor de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. IJsselstein verandert voor het tiende jaar in een levend spektakelstuk met meer dan 100 acteurs, kunstenaars, muzikanten, dansers, kinderen van een basisschool, een grote optocht door de binnenstad en dat alles onder de noemer Laterna Magica. IJsselstein als één grote toverlantaarn, die oude tijden doet herleven met mevrouw Sprokkelhorst en haar gezelschapsdame en een van haar nazaten in levende lijve.

035.jpgtwee van de stokpoppen

In de kelder van Het Poppenhuis, the place to be, als je van poppenhuizen houdt, wordt koortsachtig de entourage klaar gemaakt voor onze vertelling. Wij kleden ons om, persen ons in de iet of wat krappe jurken, testen de mogelijkheid om adem te halen, zetten de kamishibai neer, de witte oplichtende roosjes erom heen, de stokpoppen in de aanslag. Kleine details als het kleine kabinet uitgelicht, de porseleinen hond, de boeken.

Haar op zolder moet op de tast. Gelukkig had ik thuis al wat uitgewerkt. Veel touperen en ouderwets uitwaaierende haren vangen in een knotje bovenop, devoot kruisje om de nek, water bij de hand. Roze kanten t-shirt nergens te vinden voor Wilhelmina. Dan maar het zwarte, met een roze drab, balletschoentjes met band om de enkel en witte sokken met randje kant.

sprokkelhorst.jpgVoorbereidingen

Alles in gerede haast, maar ook berustend. Als we eenmaal zitten is al het leed geleden en de rust neergedaald. Op de achtergrond klinkt het slaaplied van Brahms. Goed voor een avondvullende lullaby. Er kunnen ongeveer, met wat trapzitters erbij, 14 mensen in. Zo knus en intiem is de sfeer daardoor, zo aandachtig kan men luisteren met alleen de focus op dat lieflijke en kleine tafereel onder de tingeltangelklanken en de stokpoppen en onszelf als levend bewijs.

De avond leert dat bewondering en ademloos luisteren zich op verschillende manieren voltrekt. Voorover leunend of schijnbaar achteloos. De ganzenhoedster achter ons aan de overkant van de kleine gracht trekt aandacht met haar levende have luid gakkende ganzen en met haar trommelaar aan het eind van de koddige stoet, maar iedereen blijft bij het verhaal en het mooiste cadeau is de zucht van geluk om dat kleine intieme moment in een roerige wereld. Het sterkt ons en doet de volgende vertelling nog meer met passie leven, en nog meer, en nog meer. Het was bijna jammer om die mooie beslotenheid af te moeten breken.

sprokkelhorstklein tafereel

Een oudere vrouw talmde met weggaan, ze vertelde, dat deze plek voor haar bijzonder was, omdat hier haar geboortewieg had gestaan. Op de plek waar wij zaten, schommelde ze als kind de wereld in en erachter lagen de aardappelen en uien opgeslagen. Haar hand zocht die van ons en bedankte voor de kans op deze reis door de tijd. Wat een bijzondere verdieping van een prachtige dag. Warm doken we aan het eind van de avond de koude 21ste eeuw weer in. Geen mooiere afsluiting denkbaar.

 

Uncategorized

Klein Geluk

Er kwam een mail van de Wijze over iets wat, ooit in het grijze verleden, een zaadje heeft geplant  en dat er voor zorgde in het leven om te blijven zoeken naar balans, wat als een rode draad door alle gebeurtenissen heen verweven werd. Het is dat deel wat er voor zorgt dat het glas half vol blijft, dat tegenover tegenslagen evenveel positieve ontwikkelingen staan, dat het geloof in de zeven vette en de zeven magere jaren, zij het zonder het vooropgestelde tijdpad, altijd is en zal zijn..Een kosmisch evenwicht.

In het eind van de jaren zestig kregen de mystieke waarden bijzondere betekenis. Niet alleen verdiepten we ons in het Boeddhisme en het Hindoeïsme, maar zochten we naar andere wegen dan het katholieke geloof om zin en betekenis te kunnen geven aan het leven in het algemeen en ons leven in het bijzonder. Waar mijn moeder haar waarden uit de ontwikkelingen in de vernieuwingen van het oude geloof vond, lazen en discussieerden we over bewust leven, kosmisch en mystiek evenwicht en een eeuwige balans in Yin en Yang. Ook bij ons stond na de jaren des onderscheids vrijheid hoog in het vaandel en bleef de zoektocht naar balans, het Yin en Yang, een belangrijke leidraad voor het leven.

Yin en yang

Bewust of onbewust is ieder mens ermee bezig. Als iets uit balans is, voelt het vaak niet senang. Er mist iets. De wijze noemt deze twee tegenpolen, tegen-délen en geen tegenstellingen, want dat zou spanning veronderstellen en dat is precies datgene, wat een evenwicht in de weg zou blijven staan. Het is een mooie gedachte om bij stil te blijven staan. Het symbool van de twee in elkaar schuivende delen, die samen een kosmische zon en maan vormen, mannelijke en vrouwelijke energie, waren in die tijd niet weg te denken, evenals de toen nog bescheiden kleine porseleinen boeddha’s. Het was de tijd van vóór de enorme plastic en gipsen reuzen op het tuincentrum en in de bouwmarkten. Proberen de macrobiotiek te evenaren tot in het hoogste goed was teveel van het goede. Men zaagde daarbij rechtstreeks onder de poten van het kleine genot, zoals het glaasje wijn bij een mooie maaltijd. Dan alleen het vlees schrappen en onze eigen filosofie erbij verzinnen toegepast aan het leven hier, op twee kleine studentenkamers aan de Hoge Rijndijk. Het leven was turbulent, maar daarbij ook heel wezenlijk en bewust. Er werd overal over nagedacht en vooral over gepraat.

Na die periode volgden de Wijze en ik ieder een eigen pad, waarbij het noodlot wonderlijke gelijkluidende wendingen toebracht. We verloren elkaar uit het oog en met vallen en opstaan leerde ik de balans in mijn leven weer te benaderen. Grote waarde heeft het om er nu over te mogen filosoferen. De aanzet in het prilste begin heeft er voor gezorgd dat het een lievelingsbezigheid werd van het werken met kinderen. Doordat ze zich zo kunnen verwonderen, is het denken tot op grote hoogte zuiver en eerlijk. Iedere stap, die er gezet werd op het pad van hun bewustwording, leverde doorgaans pareltjes op.

031

Gistermorgen liep ik langs de met rijp bedekte bladeren op de grond, iedere nerf ragfijn uitgelijnd en ik dacht aan mijn groep en hoe de kinderen zich zouden hebben verwonderd. Ik zette de foto die ik er van maakte op FB en bijna onmiddellijk was er een antwoord van vriendin-duo, dat de kinderen uit haar groep er ook zo mee bezig waren geweest. Op zo’n moment schuiven Yin en Yang als de krachtige cirkel in elkaar en wordt, zoals een andere vriendin opmerkte, Klein Geluk geboren.

Uncategorized

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten

Een beklemmende droom houdt me erna uit de slaap, geen zin in het vervolg. De nacht pinkelt met haar lantaarns speldenprikken licht in de duisternis. De harde doffe knal die volgt, laat visioenen oplaaien van in brand gestoken auto’s, die de laatste tijd weer schering en inslag zijn. Geen goede basis voor een aangename slaap. In de verte klinkt een sirene.

Weg met die muizenissen. Het is weer ouderwets piekeren geblazen over honderd-en-een dingen die achter het netvlies oplichten. Snel sla ik daarboven deuren dicht, wat erachter zit, mag niet meer mee doen. Natuurlijk laat het zich niet leiden. Op zulke momenten verlang ik naar de zee. Vanmorgen al geschreven over eb en vloed. Daar begon het mee. Even het hoofd leeg  maken en alle gedachtekronkels aan de wind toefluisteren, zodat ze ze mee kan nemen, licht als veertjes in plaats van de molensteen rond mijn nek. Het is niet zo gek, dat piekeren. Benauwd als ik ben in dit jaargetij, veel te naar mijn zin en vorig jaar in het zelfde schuitje met een infarct als ultieme nachtmerrie. Ze luidde een jaar in vol tegenslag en tot vier keer toe een verdrietig samenzijn. Het lukt wonderwel ook highlights te tellen. Turbulente emoties, dat is de vlag die de lading dekt.

092

‘Geen optelsommen maken, van der Linden’, spreek ik mezelf bars toe. Daarvoor was ik ook altijd benauwd zonder dat dramatische einde, dus er zijn andere mogelijkheden te over. Een man op de fysio vertelde over zijn magische puf. Hij kon ineens weer moeiteloos de trap op. Ik durf er alleen maar van te dromen. Stel je voor. Alsof je vleugels krijgt aangemeten. Ik moet er eens naar vragen. Het zou voelen als een magisch wondermiddel. Ondertussen was ik toch weer in slaap gesukkeld en moest me nu haasten om uit te schrijven wat er in mijn hoofd rondtolt. De tweede droom was er een waar ik met liefde in bleef hangen, maar ik heb haar vergeten op te slaan en dan vliegt ze weg. kwetsbaar als een zeepbel, blijft nog even hangen en spat dan uit elkaar. Dag fantastische verzinsels.

089

Van de week zeiden de schildervriendinnen mij, nooit zo te dromen. Stiekem weet ik dat ze dat wel doen, maar alle dromen ook voortijdig los laten. Eerst in de sudderslaap de droom terugdenken en dan pas wakker worden, dan opschrijven . Op het laatst lukt het om ze langer vast te houden, soms een ochtend lang. Als ik ze opschrijf, vergeet ik nooit meer een detail. Prachtige onderwerpen zitten erbij en doorgaans tot in de details uitgewerkt. Ik stap zonder problemen een Zeventiende Eeuws milieu binnen of de huiskamer van oma vroeger, met de worteldoek en de salamander aan de muur, de tikkende eiken pendule met het deurtje voor en achter, waar klokkabouters woonden. Dat wist ik zeker. Aan de achterkant van de wijzers liepen ze mee, soms kon ik hun rode mutsjes zien, dat dacht ik tenminste. Waar schemerlampenlicht al niet goed voor is. Die was er ook, met licht van onder en van boven, zo’n ronde kap. Mijn opa zijn rulle plusfour staat stoer met de warme  wollen spencer erboven  en de witte hemdsmouwen met glimmende gouden mouwophouders. Oma en opa waren rijker dan mijn vader en moeder, want ik kreeg altijd een stuiver of een dubbeltje mee.

065

De droom van vannacht was zo gedetailleerd dat de angst me letterlijk om het hart was geslagen. Sommige houden de angst vast en spreiden ze uit als een zwarte deken. Daarom wilde ik niet meer verder slapen. Pas om kwart voor vijf viel ik van vermoeidheid om. Nu belooft de dag een prachtige koude wintersfeer, maar pas om kwart over negen en moet ik straks een race tegen de klokkabouters lopen om op tijd op de fysio te zijn. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

 

Uncategorized

Zo is het maar net

Zo’n dag, waarop alles als een puzzel in elkaar schuift, zo’n dag was het gisteren. Het begon met de jacht op een kostuum voor Tante Sarah en Willemien uit begin 1900 of daaromtrent. Het lijdend voorwerp vond ik in mijn favoriete kledingkringloop. Twee jurken, die naadloos pasten in het tijdsbeeld. De slobschoenen, die er niet bij hadden misstaan, bleken met maat 43 een brug te ver. Het kon de pret niet drukken.

001

Dat schattige poppenjurkje was perfect voor vriendinlief en op haar lijf geschreven. Het bovenlijf van tantes jurk was iet of wat te krap, maar daar verzin ik wel een pelerine of wat striklinten op. Geweldig, aangekleed gaat uit en het verhaal staat met de gemaakte stokpoppen, de Kamishibai en de kostuums als een (poppen)huis. Het weer belooft een koude winteravond, niets leukers bij zo’n entourage dan in intiem gezelschap te luisteren naar een mooi verhaal. Er zijn voor die avond heel wat vertellers, acteurs, dansers en muzikanten bij elkaar gesprokkeld.

003

We oefenden een keer of vier, bedachten eerst een schimmenspel erbij, te lastig, dan alleen het kleine Japanse verteltheater en de losse stokpoppen. Het zachte gepingel als dat van een muziekdoosje, maakte de omlijsting compleet.

Met die wetenschap was het hoofd weer licht genoeg voor Dante en zijn Beatrice. Eerst werken aan de kosmos, deel 2. Lastig om steeds maar weer te bepalen, waar ik wát wil doen. Mijn handen voeren het penseel de wereld van duisternis en licht binnen en ik volg, soms schoorvoetend, soms vastberaden. Het wordt een tocht van penseelstreek, kijken, penseelstreek, kijken…Door afstand te nemen zie je het proces haar loop nemen. Het commentaar van de anderen wordt dankbaar verweven met mijn eigen gedachten en brengt letterlijk nieuw licht.  De Beatrice is geënt op de houding van mijn lieve dochter, die op een van de foto’s een devote uitstraling heeft, perfect voor een adorabele vertolking. Hoe werkt het toch in mijn hoofd, dat die associaties maar aan komen rollen als het tij dat van eb naar vloed keert en vice versa. Ik ben te voorzichtig bezig, het eerste schilderij blijft harder trekken aan mijn gedachten.

013Under construction

Aan het eind van de les bij het schoonmaken van de penselen, komt de werkwijze ter sprake. Twee van ons gaan op de bonnefooi te werk en een ander denkt het helemaal uit van te voren, met studies en prints. Die schilderijen zijn nauwgezet en kloppend. Ik rommel wat in de marge, laat me leiden door het gevoel. Weet nooit precies van te voren wat in het hoofd zit, vaag maar vormend. Dat het eruit komt, is zeker. Het levert boeiende materie op, zo divers en zo interpretabel bij de een, zo gekaderd en vastomlijnd bij de ander.  Stof te over om door te spreken. Het maakt de vriendschap zichtbaar en eeuwig en we missen de andere vertrouwde persoonlijke noten, die er dit keer niet bij zijn.

De koude nacht trekt verfrissend de geur van olieverf uit de haren en thuis op de bank  passeert de dag de revue met mijn vondsten en het verdwijnen van de lichte druk door het vele werk, dat nu al geklaard blijkt te zijn en in het hoofd altijd groter wordt, dan het in werkelijkheid is. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Zo is het maar net.

Uncategorized

Onbetaalbaar en diepgaand

De stad lag niet naast de deur vanuit het midden des lands bezien. Als het donker en nat is, glimmend asfalt, linten rode achterlampen, langzaam en nog langzamer                 rijdende voorgangers is het zelfs mijl op zeven. Een hindernis in de uitlopers van de nacht, maar achteraf gezien de moeite waard. Een hele dag theater is elke keer weer een cadeau. Deze dag zat, tot op de minuut, vol met zoet of kritisch vermaak. Het leverde vannacht een mooie droom op. Een uil vloog in mijn armen en gaf me kopjes. Ik was me zeer bewust van zijn zachte verenkleed, zo zacht als de kleine grijze pootjes van poes Pluis in de vroege ochtend, als zij haar dagelijkse portie aanhankelijkheid toont.

Het begon allemaal met een wonderbaarlijke vertelling. Prachtig decor maar de tijd was met haar poppenspeelster stil blijven staan en samen dreven ze op golven van veiligheid de kinderwereld binnen. Een uur kan het dubbele duren. Daarna vielen we in een verfrissend totaal ander poppenspel, met echte kinderhumor. Dikke billen die omgebonden moesten worden als na een voortreffelijke mimische maaltijd de toiletgang gemaakt werd. Hilarische grote jabbertalkende moeder die uitrust op een veel te kleine bank. Het popje dat niet kan slapen en bang is voor vermeende spoken. Het was er allemaal en het speelde zich af in een ingenieus decor. De herhaling, de humor, de ontroering waren volop aanwezig en stroomden over het podium recht in hoofd en hart. Meesterlijk.

031

Op het ritme van gitaar en keyboard werd dankbare muziek gemaakt voor de allerkleinsten, mee mogen doen op het aangegeven ritme met klappen en stampen, zwieren en zwaaien. Heldere stemmen, oude thema’s. Ik verlang ondertussen naar de oude, malle liedjes van mijn Ubbie en Frummie cd-tje, die we met de hele groep tot in de details konden meezingen en uitbeelden. ‘Weet je wat ik in in mijn handen heb, dat is een geheimpje, weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheim’ Nergens te vinden, dit bolwerk in alle eenvoud van boeiende kindertaal met onderwerpen met de egel als stekelig gevalletje en Ubbie die een rondje vliegt om de kerktoren met zijn grote oren. Op dergelijke momenten ga ik ook op zoek naar onderwerpen van bijvoorbeeld het prentenboekenliedjesboek met de ontroerende vertelling door Hakim vertolkt in het lied van Grijsje de grijze muis, die zo graag een ander kleurtje wil en waarbij we allemaal, mezelf niet uitgezonderd, van moesten huilen, omdat ieder van ons het gevoel herkende. ‘Ik ben zo grijs ik ben zo grauw, hoe moet dat nou’….Zeldzaam mooi en ontroerend. Niet eerlijk als die juwelen door je hoofd zweven en anderen daar aan moeten tippen. Mijn lat ligt hoog.

Ik kom er de clown tegen met zijn nostalgische verhaal over zijn levenspad. Te moeilijk voor de leeftijdsgroep die vooraan zit en in haast aangepast en daarmee op het verkeerde been gezet, door het zoeken naar de vertaalslag, die te maken viel. Feilloos weten de kinderen te vertellen dat de held, zijn grote voorbeeld, de clown van vroeger, in zijn hart zit. Toch de spijker op de kop.

022

De rij bij de lunch is zolang, dat de achtersten aan de beurt zijn als de bel van de voorstelling alweer klinkt. Wat korte veelbelovende presentaties en een wonderlijke, razend knap gespeelde, stereotype ADHD-er, die niet mee mag van zijn meester en bij ons(het publiek)moet blijven. Alle elementen zijn er, maar worden ook vaak overschreeuwd. Er wordt geknoeid met eten, wat ik moeilijk vind en de taal valt soms in onuitputtelijke scheldwoorden uiteen. Er tussendoor zijn er absurdistische  typetjes en is wel de ontroerende kant van deze beweeglijke genius te zien.

Een poppenspel met regenlaarsjes voor de allerkleinsten. Sprookjes vormen de sluitpost. Een heerlijk, verliefd Roodkapje, die overal in het decor onderdelen vindt van andere sprookjes en Borsato en andere nummers tussendoor zingt samen met een aandoenlijke wolf met een vet Rotterdams accent. Ze worden verliefd en de wolf belooft haar morgen pas weer op te eten, wat helemaal niet erg is, volgens Roodkapje, want ze springt altijd weer levend uit zijn buikkie te voorschijn.

Zo gaat een dag van in de wolken, een dag van cadeaus en met kinderen als publiek erbij altijd een extra verdieping, want hun reacties zijn onbetaalbaar en diepgaand.

 

Uncategorized

Maar altijd daar

Zestig worden en de beste kanten van het gedeelde leven aan je voorbij zien trekken is niet iedereen gegeven of gewenst. Ik vier verjaardagen niet of nauwelijks. Vooral geïnfecteerd door de rokerige overvolle uitpuilende woonkamers met de geijkte pepsels, sigaren op tafel en de rondgang van de boterhamworst met een kwart augurk erin, de blokjes kaas en de ossenworst en gevulde eieren van vroeger. Ooms en tantes, vrienden van mijn ouders schudden handen, knepen in je wangen, streken over je bol en als het even kon schoven we onder het pluchen kleed van de eettafel of doken de keuken in, toen we oud genoeg waren om de salade te maken of om haastig wat bowl weg te lepelen om ze te ontlopen.

verjaardag

Het heeft het tegenovergestelde bewerkstelligd. Voor mij geen feesten en partijen op een zeldzame Amerikaanse fuif na. Een gezellig samen delen met de kinderen is de uitzondering. Dus wel vieren dat we nog steeds al die tijd samen zijn en als goede herinnering aan hun vader delen we de jaren, die we ooit met hem konden delen naast het dubbele gevoel hem al die andere jaren te hebben moeten missen.  Zo blijft het tweeledig. Zonder verdriet, de vreugde niet. Zonder vreugde, de diepte van het verdriet niet.

De verjaardag van vriendinlief begon met het noemen van alle gedeelde levens met haar. Iedereen hoorde een kwaliteit van zichzelf in de betekenis van de vriendschap en wat nog belangrijker was, was het feit dat de spontane ontmoeting de heelheid van haar leven onderschreef. Iedereen werd genoemd en toen er, in de emotie, iemand overgeslagen werd, was haar reddende engel, haar lieve en aandachtige wederhelft.

Er was een heerlijke maaltijd en de avond zette zich voort met vooral zang, muziek en dans, drie belangrijke pijlers en wat kleine filosofie onderling, wat niet anders kon met haar bedachtzame natuur. Er werd een prachtige tango gedanst door hen samen, de meeslepende muziek, de emotie, de concentratie, de liefde van jaren, die er zo overduidelijk als een verlichtte wolk boven hing. Het was een wonderschoon samen zijn. De deelbaarheid vieren op de toppen van het leven met je deelzamen, iets om vaker bij stil te staan of minstens over na te denken.

352px--Demonstratie_van_de_tango_1930demonstratie tango 1930, polygoon journaal

De tango vergleed in een workshop en bleek met name over volgen en leiden en daarmee vooral over vertrouwen te gaan. Met haar handen in de mijne en de ogen dicht gleed mijn volger mijn wereld binnen en gaf zich over. Tussendoor vertelde ze dat ze zo graag even uit haar hoofd wilde en dit bleek de ideale manier. Concentratie en het richten op iets wat alleen maar voelbaar is. ‘Aanvoelen’  en ‘Overgave’, wat een mooie aanvulling op de emoties die door de avond heen waarden.

Als ik had gekund had ik de late uren gebruikt om me leeg te dansen, elke vezel schreeuwde om beweging, de klarinet en de viool in de Klezmer, de opzwepende salsaklanken, de Afrikaanse ritmes. Steeds één dansje slechts en dan was het klaar. O jeugd, waar ben je gebleven. Oeverloos, grenzeloos, ademrijk dansen. Nu ademloos, eindig en beperkt uit de voeten. Thuis zag ik een liefdeloze en uiteindelijk liefdevolle relatie in gevangenschap van de vader en de zoon op televisie. Levens verschillen hemelsbreed. Sommige met en andere zonder. Ieder heeft zo zijn of haar eigen hemel. De mijne bereik ik vrijwel iedere dag, ergens, soms klein, soms groots en meeslepend, maar altijd daar.

Uncategorized

Afgeroomd

Het was druilerig en de dag wilde maar niet oplichten toen ik ’s middags op de Tomtom naar Austerlitz reed. Ik zocht een supermarkt voor wat verdwaalde boodschappen en kwam bij  een lief klein exemplaar midden in het al even petieterige dorp terecht. Toch bleef het  handjevol huizen monumentaal door de prachtige bossen er omheen. Een klein stuk ervoor lag mijn bestemming van die dag. Het Beauforthuis. Hier kenmerkte zich dezelfde grootsheid in de sobere ambiance.

Het kleine kerkje met het voorhuis en het achterhuis, een verdwaalde schuur erachter. Ooit behoorde alles aan Johan Stoop, die er eerst een landbouwschool van probeerde te maken. Later werd er, met de komst van zijn schoonzoon, , een hervormde kerk aangebouwd voor de kleine gemeenschap. Zonder Napoleon was er geen Austerlitz geweest. Die had de aanzet gegeven om een monument te laten bouwen door zijn gelegerde manschappen en daar was het kleine dorp door ontstaan.

!805: Pyramide van Austerlitz

Herinnering: Uit de onuitputtelijke eend van mijn vader stroomde zijn kinderschaar. Blij en uitgelaten waren we dat we eindelijk uit de auto mochten. Ik was jong en weet niet meer precies de details. Wel de, in mijn ogen, enorme trap en dat lange zwijgende staketsel dat hoog en zwart naar de hemel wees. We wisten, eerst de trap, dan De Treek, de uitspanning met de speeltuin, daarna de bramen in het bos. Grote sappige bramen, direct te verorberen en mee te nemen om jam van te koken. Austerlitz en de Treek waren een begrip in de familie. Jaren later vierden we het zoveel jarig bruiloftsfeest van mijn opa en oma op die historische plek. Ik voelde het rijke voorname leven in elke vezel en wij mochten er een beetje van mee genieten.

004

Met de jongste dochter Anna en haar huwelijk kreeg het de naam De Beaufort en dat bleef zo. Ook toen de dochter verhuisde. Vriendin was jarig en wilde het op deze gewijde culturele plek vieren. Een wandeling met de vrijwillige boswachter Hans was de aftrap voor de liefhebber. We wandelden naar de boshut toe en kregen onderweg een uitgebreide verhandeling van de geschiedenis én, minstens zo boeiend, van de late paddenstoelen die zicht tegen de bomen aan vlijden. Een beginnende schemering kon niet verhinderen ze te bewonderen en in een kort tijdsbestek schotelde onze expert ons de porseleinzwam, die als een chinees theekopje licht en doorschijnend was, de oesterzwammen en de tondelzwam voor. De laatste heette eigenlijk tonderzwam, maar door zijn functie als fikkie stoker, de tondeldoos, had hij  in de volksmond deze geuzennaam gekregen. Halverwege toverde de begeleider een uilenpootje uit de broekzak om ons te laten zien hoe een kleine bosmuis het altijd af zou leggen tussen diens scherpe klauwen. Hij blies op een houten fluitje en door de bomen heen galmde de roep van de bosuil.

018

In de boshut, het kleine kabouterhuis met de rode luikjes, ooit het toneel voor een film. lag al het materiaal om herten van reeën te kunnen onderscheiden en werd er een boeiende uiteenzetting gegeven. Toen we de deur uitliepen was de avond als een blok gevallen en bleek het aardedonker te zijn in die luttele minuten die we binnen hadden doorgebracht.

028

Met brandend vuur en Glühwein werd de wandeling gevierd en de feestavond ingezet. Nergens anders had kerstverlichting zo’n passende entourage als hier in de bomen van het terras boven het vuur en de warme ketel. Mensen in hun dikke winterjassen, mutsen dassen en glimmende wangen van de aangename frisse temperatuur. Het feest kon beginnen, maar wij hadden haar al meer dan afgeroomd. 024

 

Uncategorized

Geen kruid tegen gewassen

Moeders pappot. Ik beken schuld. Donderdagavond had ik gele rijst, sajoer boontjes en kippedijtjes gemaakt voor zoonlief, die niet kwam. Niet een bakje gele rijst, nee drie bakjes gele rijst. Mijn hand had de maatbeker van vroeger genomen en ik had geen protest aangevoerd. Diezelfde hand overspeelde mijn gemoed, toen ze een kistje vol mooie grote mandarijnen pakte van de kleurrijke oranje berg. Hand en hoofd spannen samen. In een nostalgisch verlangen vragen ze om-variatie op een thema- de groentepotten van Egypte., de bergen spinazie van het huis in de Amandelstraat, de pannen met spaghetti van Homburg en de vriendenschaar, de rijstbergen van een huis vol kinderen. Ik ben soms niet alert genoeg en dan laat ik hand haar gang maar gaan.

015

Ik moest de boer op. Het was pompen of verzuipen. Eten weg gooien gaat me aan het hart, dus trok ik met mijn feestelijke rijst naar mijn dochter. Daar was Batman toevallig ook. Met zijn zwarte masker op stond hij stoer voor mij. Goed volk hoor, Woest liet hij me door. Maar rijst en boontjes, grrrrrrrr, dat at hij niet. Gelukkig werd het pak al ras omgeruild voor een brandweerman Sammetje, eerst nog even met het Batman masker vervaarlijk grommend, maar al ras zoetjes zonder, boven de lego. De thee doortrok een gouden pais en vree.

Terug in de auto dacht ik na over die gewoonte om nog steeds een half pak rijst in de rijstkoker te laten ruisen. Een groot nadeel van tegenwoordig is het feit dat er ook niemand meer is, die die overschotten soldaat maakt in de dagen daarna. Hier en daar wipt er dan nog wel een zoon langs, vlak voor de voetbaltraining, maar dat zet geen zoden aan de dijk. De jongste leeft op een eigen dieet om zijn six pack te bevorderen en mijn eetlust is die van muizenhapjes. Het schiet niet op. Eens zal ik het leren.

Het is handig. Bij onverwachte aanschuivers heb je altijd wat. Uit de diepvries vind ik het minder. Toch maar weer eens beter mijn best doen op de juiste hoeveelheden en hand diep in de jaszak stoppen tijdens het shoppen. Er was wel een fantastische aandoenlijke ingesproken boodschap met duizend bedankjes en een kus voor de heerlijke maaltijd. Misschien toch niet eens zo’n gek idee. Af en toe eens even een kind verblijden met een onvervalste maaltijd van moeders, breed uitgemeten.

Hoe verlang ik soms naar de gehaktballen van mijn moeder, of haar geurige kippensoep. Het grote geheim was het piezeltje foelie, dat er inging, maar hoe ik mijn soep ook ‘foeileer’…het komt niet eens in de buurt van de nostalgische smaken in mijn bovenkamer.

Dat is het. Nostalgie kruidt alles lekkerder. Daar hangt, buiten de geuren van de soep, de gemoedelijke zorgzaamheid van mijn moeder als een vleug doorheen. Naast de enorme pan op het fornuis drijft er moederlijke liefde als de grote glazen vetbel bovenop de soep, de lekkerste. Het doortrokken mergpijpje is gekruid met de fijnste warme genegenheid. Er kan geen verse 2018soep tegenop, tegen die soep uit de Amandelstraat van de jaren zestig.

Voor mijn kinderen is het anders. Kaneel, kurkuma, djahé, koenjit, ketoembar, knoflook bevolkten mijn pannen, maar zullen ze later ook zoeken naar de juiste combinatie moederliefde en kruid. Men wist het vroeger al en ook ik weet het zeker. Die oer-Nostalgie…Er is geen kruid tegen gewassen.

Uncategorized

Gekoesterde dromen

Ik ben er achter. Wintertijd zuigt energie door het late begin van de ochtend. De duisternis blijft bij somber weer lang hangen en je moet van goede huize komen of over een adequate wekker beschikken om dan toch energiek uit bed te stappen. Het zal altijd met een ondertoon zijn van een diffuus verlangen naar het heerlijke warme holletje tussen de lakens. Ik ben een ochtendmens. Het druilerige weer brengt een vertraging in het denken. Het zorgt er voor dat de passiviteit langer blijft hangen op een dag, later naar bed, ergo, later op. Een gat in de dag als mijn Iphone elf uur aangeeft. Niet te geloven.

022

De dromen waren zoet. Ik wandelde in een groot met bomen begroeid landschap. Geen bos, daar was het te open voor met hier en daar heiige grassen, struiken en soms een vergezicht, alle bladeren zorgden voor een verende tred onder mijn voeten. Het voelde fijn, ik kon de geuren snuiven. Aangename aardegeuren, zoet van herinnering. De vreedzame stilte bracht rust in het lijf en zorgde voor een zekere balans. Ergens in de verte zongen meisjesstemmen een lang verbeid lied. Karikaro mègenyèk….En hun hakkenschoenen tikten driftig het ritme mee, terwijl de rokken zwierden en draaiden. Ik was in Hongarije bij een goede wijze vriend op bezoek. Hij was het die me, ooit, lang geleden, de wijsheden voor een volwassen leven had bijgebracht. Bij hem legde ik mijn kinderlijke gewoontes af en vormde zich het denken, de liefde voor de natuur, de zoete humor. Ik leerde grenzen aanbrengen in mijn onbesuisde emoties. Beteugelen heette het.

037

Er was destijds een natuurgebied hier vlakbij in Driebergen. Een oud en verlaten Groot-Seminarie, waar we vrienden werden met de winterdag, het houthakken voor een open vuur dat warm hield buiten of  in de enorme open haard. Een reetje, dat door de bossen zwierf. Het was een versie van het kleine geluk dat je ten deel valt, als je er open voor staat. Ongetwijfeld gewijde kaarsen aan de enorme kaarsenstandaard, trapsgewijs en met gemak brandden er twintig vuistdikke. De haastig leeg getrokken cellen van de seminaristen, de oude bibliotheek met de dikke foedralen, open gewaaid in de koude windvlagen. Hier en daar gescheurd of haastig van hun planken getrokken, een paar verdwaalde Jezussandalen. Het kruis in de kapel, dat op een dag door dronken gasten over de schouder de rijksstraatweg af werd gedragen. Een belijdenis tegen de wandaden van een loslippig alcohol gebruik en overmoedige leven. Iets verderop werden ze opgemerkt door agenten, het kruis kwam niet meer terug op haar oude plek en de donkergetinte zwijgende schaduw sprak berouw om die zonde.

De wijze vriend schreef zijn verdriet om zijn trouwe viervoeter, die in zijn warme schoot de laatste adem had uitgeblazen. Als je alleen woont en er is zo’n fijne trouwe zielsverwant die op je wacht, bij je wilt zijn, lief en leed feilloos aanvoelt, dan is het verdriet groot. Het maakt niet uit of het mens of dier is. De ondraaglijkheid zit in het gemis. Het trouwe wachten, de vreugde die opsprong met vier modderpoten, de eenzaamheid van het niet meer hoeven zorgen. Een bak met voer, wat liefdevolle woorden, gesprekken die je voert om te laten weten dat er meer is dan genegenheid alleen, zorg en aandacht. Hond en poes zijn net zo onderhuids geworteld als de liefde. Het verdriet is diep. Dat maakt het verschil. De mate van belangrijkheid en de manier waarop je een gelijkgestemde ziel binnen laat komen. In die kleine Hongaarse roedel van de man woont nog één hond, die de leidersrol automatisch heeft overgenomen. Wat wonderbaarlijk is, is dat soms zijn blaf die is van zijn trouwe vriend.

032Dromen

Ik loop over de verende grond en voel me vertrouwd tot in de kleinste vezel. Een zoete reden om niet te stoppen met dat fijne onbezorgde gevoel. Dat blijkt als het gat in de dag ineens weer meer realiteit wordt boven mijn gekoesterde dromen.

Uncategorized

Een warme vriendschap

Vriendin en ik hadden ons genesteld in de overvloedige kussens van de bank naast het vlammende haardvuur, dat de longen aangenaam bleef verschonen van roet en rook. Een oud leerling kwam eerst een dikke knuffel brengen en toen de bestelling opnemen en ik stelde haar vriendin voor als mijn kompaan in de tien jaar dat we bij de band zongen. Niets was minder waar. Naarstig herstelde ik, op haar ongelovige blik, mijn wonderlijke vergissing, maar wist onmiddellijk waar het vandaan kwam. We hadden het uitgebreid over de band gehad. De bandvriendin en zij stonden qua vriendschap op dezelfde hoogte van de vriendschapsladder. Beiden op de bovenste tree. Met haar kon ik tonelen als de beste, maar ook lief en leed delen, alles vertellen, eigen zijn en dat was met de bandvriendin ook. Meer dan vriendin of zus, waren ze een stukje mij, gedeelde harten, een thuiskomen.

Bij een vorige ontmoeting

Na een lekker glaasje wijn en gespreksstof die de maand moest overbruggen van gemis, wandelden we klein Suriname binnen. Aan de hand van warme geurige Darjeeling thee werden we door de Hindoestaanse keuken gevoerd en bij het zien van de goudgele korma en de Chana Dahl en de prachtige en ongetwijfeld heerlijk geurende Basmati, was er alleen nog het tafeltje voor twee, de aandacht, de vriendschap en wij tweeën. Wat een mooie kleine gelukstreffers in een mensenleven. Een moment van bezinning op de waarde van een hechte verbondenheid.

De leerling voerde me later terug naar het feit, dat kinderen je een schoolleven lang en langer nog, trouw kunnen blijven in hun aanhankelijkheid en het blijft een feit dat een groter compliment nauwelijks denkbaar is. Als ze zelf de status van zelfstandigheid hebben bereikt en ze denken nog met liefde en genegenheid terug aan hun eerste steunpilaren dan is het goed. Die status heb je niet, die verdien je en daar is vooral de geboden veiligheid en geborgenheid onderdeel van geweest.

Met vriendin bespreken we de grote en kleine zorgen, twijfels, de verschillende stappen en de ontwikkelingen waar ze midden in staat, met een grote verbouwing voor de deur en een leven in een schuur, een tiny house-wife. Humor zet de overlevingsdrang op een. Ik moet denken aan een lied van lang geleden: ‘Kom Kees het is maar tijdelijk, het zal wel weer overgaan’ van Leen Jongewaard uit de musical ‘Eerlijk duurt het langst’ met teksten van Annie M.G. Schmidt.

 

Kom Kees, het is maar tijdelijk Het zal wel weer overgaan Kom Kees, bekijk het kalmpjes aan. Rotzooi is onvermijdelijk. Laat ze d’r gang maar gaan. ’t Waait weer voorbij geleidelijk aan. Donkere dagen, pokken en plagen, tegenspoed. Schoppen en slagen moet je verdragen, ’t komt weer goed. Kom Kees, het is maar tijdelijk. Zet al je zorgen opzij Kom Kees, ’t gaat allemaal weer voorbij.

Niets is minder waar. Uiteindelijk is alles betrekkelijk en we komen vanzelf uit bij de vlag, die de lading dekt en die precies aangeeft wat er te doen staat in tijden van chaos. Dan hou je het hoofd koel door te denken: ‘First things first’. Laat het koppie niet gek tikken door alle opdrachten, die door het hoofd zweven als kleine papieren vliegtuigjes.

Er was nog een grappige constatering. Bij de zorg om een van de dochters, moest ze uiteindelijk constateren, dat het niet anders mogelijk was, diens malende denkhoofd, want was het niet een aartje naar het moertje. Mooi gespiegeld. Het leverde een bevrijding op en een klaterende schaterlach. Dat is het voordeel van een heerlijk potje sparren. Als alle den(k(drieten naar eenzelfde punt verwijzen, brengen ze licht in de duisternis.

IMG_1938.jpg

In de druilerige decemberstraten van het oude stadje namen we afscheid van elkaar. Lieve knuffels en nieuwe vooruitzichten. De gouden opbrengst van een warme vriendschap.

 

 

 

Uncategorized

Wat een werelds genoegen

We dalen af naar de Goddelijke komedie en ik merk dat ik de schilderingen van de hel nauwelijks kan aanschouwen. Geen zin meer in al die bitterheid en ellende. We zijn als mensheid zo kwetsbaar en er is al zoveel agressie en verdriet, geweld en negatieve emotie onder ons. Ik wil blijven geloven in de mooie kanten van het leven en me geen voorstellingen hoeven maken hoe gif eruit kan zien, als ze eenmaal rondgestrooid is. Noem het naïef, of struisvogelpolititek, maar het is mijn eigen verkozen overlevingsdrang. Ik blijf geloven in het goede der mensheid. Dantes hel trekt voorbij en blijft hangen op zijn alles omvattende en tragische liefde voor Beatrice.  In diens Vita Nuova erkent hij zijn noodlottige liefde, brengt de hoofse liefde op een hoger niveau en draagt de wereld der poëzie naar het volk. De wending naar treurzang en tragedie zet in als Beatrice overlijdt.

004

De kosmos wordt vertaald in twee gevoelsmomenten en mijn voortvarendheid steeds tijdig afgeremd. ‘Nu niets meer doen, laat het rusten en kijk. Het is de juiste manier. Een hele week naar het werk kijken levert stof op, letterlijk, voor de volgende sessie. Met een vooruitziende blik had ik nog een maagdelijk wit doek meegenomen én bij gebrek aan een levend model een foto van mijn, als bruidje verklede, dochter met een uitstraling die Beatrice niet zou misstaan. Peinzend en devoot, een ingetogen houding, de hand op het hoofd gelegd. Het voordeel van een eigen interpretatie is, dat de opgezette pruik met zwart haar in een handomdraai van een roodbruine golvende middeleeuwse maagdelijkheid wordt. Nu kan ik me nog een hele week bezinnen op Dante en zijn onbereikbare liefde om een passende omgeving te vinden. Wie weet wat er op mijn pad komt. Wat is het scheppend proces toch verheffend.

Ik heb met de dichter te doen, die lijdzaam toe moet zien dat de onbereikbaarheid van zijn getrouwde verlangen, ingewisseld wordt voor een eindige dood. Het brengt zo’n deernis in hem teweeg, terwijl je zou menen dat die afstand op voorhand ten enenmale zijn lot was. In de dood hadden ze zelfs meer verenigbaar kunnen zijn, maar niets is minder waar. Ze drijft onbereikbaar ver af. Het beeld staakt bij haar eeuwige jeugd. De schilder Dante Gabriël Rosetti zet de toon met beelden van zijn geliefde Dante en diens Beatrice. Voor eeuwig en onlosmakelijk veroverden ze de wereld.

009.jpgGevoelsmomenten

We hebben allereerst een boeiend gesprek over Dantes Inferno aan de hand van een van de schilderijen in Bologna, waar zijn hel tot in elk gruwelijk detail te bestuderen valt en waar al twee keer een aanslag op is gepleegd door het sterfelijke lot dat de profeet Mohammed ten deel viel. Het blijft boeiend om de kunstgeschiedenis uit te rafelen en ontdekkingen te doen, die verder helpen bij het proces, dat verdieping heet. Als een vriend langs komt en verhaalt van de Kosmos die hij aanschouwt aan de hand van mijn foto’s, komt er een dimensie bij. De kracht van de kosmos als voorstellingsvermogen voor de beleving van hel, hemel en vagevuur. De bron van het licht, de sterrennevels, het ontstaan van die kosmische krachtenvelden dragen voldoende in zich om de verbeeldingskracht van Dante in te bedden. Het blijkt een Hemelse avond te worden.

003Inspiratie door Dali

We verbazen ons dat zelfs Dali met Dante aan het stoeien is geweest en er gaat een nieuwe wereld voor ons open. Het wordt direct omarmd door een van ons en het beeld van de doorschijnende, bijna esoterische wezens vinden vorm in krachtige tekeningen en uiteindelijk op doek. Deze verbinding van het Middeleeuws vertaald naar een vrijzinniger heden ligt ons beter dan het minutieuze gekaderde vroege werk en we kunnen los. Die bevrijding, los van het realisme, wordt een queeste naar de schoonheid. Wat een werelds genoegen.

Uncategorized

Die zoon van mij

Op de een of andere manier is er iets fout gegaan in het systeem. Waar vroeger de beweeglijkheid zo hoog in het vaandel stond, dansen nu alleen de vingers nog maar over de toetsen. Een dagje in de onderbouw is andere koek dan het verglazen van de dagen met kleine uitstapjes naar her en der.

Het besef is aangewakkerd door een terloopse opmerking van zoonlief, die een fanatiek beoefenaar is geworden van een strak sportschema met een dieet aan van een eiwitrijk, koolhydraatarm menu, groenteshakers en noten. Normaliter plande ik de week vol met museumbezoek, wandelingetjes, vriendinnen en nuttige of onnuttige bezigheden, maar met de winterdag en de drukte van de feestelijke hoogtijdagen in deze tijd van het jaar, leek de agenda geen uren meer te hebben voor dergelijke gezonde variaties op de dagelijkse sleur. Ik was  met de eerste kou, het vallen van de bladeren en de nattigheid een beetje ingesluimerd, alsof ik aan mijn winterslaapje was begonnen. Een Doornroosje in de dop.

Doornroosje / Moeder Aarde door Louis Sussmann-Hellborn (1878)

Ik verzuchtte bij het naar beneden slepen van de nodige sintsurprises tegen zoonlief het tekort aan zuurstof en hij sprak de legendarische woorden:’Misschien beweeg je te weinig’. Meer was niet nodig. De kiem was gelegd en ik ging nadenken over het dagelijkse patroon van de afgelopen dagen. Ik was aan het ‘cocoonen’ geslagen. Het liefst dook ik na elke gelegenheid lekker op de bank om suffig naar wat programma’s te kijken of wat aan het ontwerpen te slaan voor vertellingen en dergelijke prietpraat en om achterover te leunen op het gezapige protest van velen, dat ik veel te veel deed.

Ongemerkt was ik er in gaan geloven. Hoe alert moet je zijn. Zondag mompelde hij me  de legendarische woorden toe en na twee dagen is het besef ten volle ontwaakt. Wat nou, rust nemen. Niets werkt funester. een beetje wordt meer en een verlangen naar niets doen in een  energie die tot het nulpunt daalt. Dat redt men niet met een kringloopje of een boodschap om het even.

078

Als een prinses op de erwt ben ik in de schulp gekropen en heb me er volledig in gewenteld. Alle matrassen dik om de oren, de buitenwereld, de grote boze buitenwereld met kou en nattigheid, gesmoord in een schemerlamp en kaarslicht. Die slimme kleine grote man van mij met zijn gedecideerde kijk op het leven had volkomen gelijk.

Het besluit staat vast en daarmee wordt waarschijnlijk de angst om het aangedane hart verslagen. Ik heb het adres gezocht van een betaalbare sportschool, mijn oude heeft na een verbouwing de prijzen nogal drastisch omhoog gewerkt en het bewegen hoeft niet te resulteren in het vel dat over de oren getrokken wordt. Een kleine beetje reserve mag er zijn. Straks ga ik me melden. de twee uur longfysio die ik nu heb, kunnen niet verhapstukken wat men normaliter bewegen kan en alleen er op uit is altijd een dingetje, want op sommige eenzame wandelpaden voel ik me allesbehalve senang. Laten we starten met een uurtje per dag. Het moet te doen zijn.

181

Alleen het voornemen al verkwikt. 2018 is een jaar van bezinning geworden, een grote pas op de plaats, een keerpunt naar dit bewuster leven. De basis wordt gelegd. Tussendoor vriendinnen, musea, schilderen, schrijven en genieten. De bank mag weer terug op haar plaats, als laatste in de rij. Luisteren naar goede raad en erbij blijven als anderen de wijsheid in pacht hebben. Toppertje hoor, die zoon van mij.