Uncategorized

Feest moet gevierd worden

Ik zing in een band. We maken muziek….De saxofoonklanken blikken omhoog tegen de hoge muren op, de bas, duikt omlaag, gitaar sluipt er melodieus omheen, terwijl de drumstokken de maat aangeven. De kinderen drommen naar binnen. De houten gymbanken staan uitnodigend klaar. Ze schuiven op de banken heen en weer net zo lang tot het schijnbaar geordend zit. Sommige drummen of tikken met hun vingers of de voet de maat direct al mee. een meisje o de achterste bank blijft staan, haar heupen wiegen heen en weer, terwijl haar hoofd langzame en bedachtzame buigingen naar voren maakt op de maat van de muziek. Ze heeft kleine kroezige ingedraaide vlechten. Ze steken grappig af tegen de banner van de Jazzband, beiden staan in mijn blikveld.

002

Bij deze laatste sessie zijn opmerkelijk veel ouders. Het merendeel laat de mobiel voor wat het is of gebruikt het om foto’s te scheten. Bij de eerste voorstelling zat een dame met onvoorstelbaar lange wimpers en puntige zwarte nagels haar mobiel te bewerken alsof ze een nieuw stuk aan het schrijven was voor de band. Als er ruimte was tussen het tikken door, dan vooral om iets op te merken tegen de buuf, waarbij beiden ginnegappend weg doken. De band speelde onverstoorbaar door. De kinderen knipten enthousiast mee, doken de tunnel onderdoor, wiebelden op een hobbelweg en klommen de hoge berg over.

Ergens was er ook een juf, die te dicht op de beleving zat. Ze bleef corrigeren met ogen die boekdelen spraken. Soms vernauwden ze zich tot spleetjes, wrongen ze zich tot kattenogen, sluw en belerend, dan weer groot en verongelijkt, een wenkbrauw omhoog getrokken, maar altijd vlak boven het kind heen gebogen. Die kon er niet meer omheen. De kinderen achter haar ook niet. De halve band was achter haar schootsveld verdwenen. Ik zat achterin en zong mee en klapte. De melodieën kwamen aanwaaien, de tekst zette zich vast, de ritmische bewegingen gingen los. Twee kinderen improviseren met een roffeltje op het drumstel, alles is te leren en te proberen. Het allerbelangrijkste is dat in de Jazz niets fout kan gaan. Ze groeien onder hun roffels door.

008-e1547284987263.jpg

De directeur van de muziekschool/annex gymzaal ijverde zich om het iedereen naar de zin te maken. Hielp mee zware banken sjouwen, zette verse koffie, deelde folders uit voor zijn eigen kleine bedoening. Het was drie dagen lang achter elkaar een feest. Een school meldde zich af. Niet genoeg rij-ouders, te ver weg, waren de argumenten. Door schade en schande weet ik wat er achter steekt. Leerkrachten, die misschien al tot over hun oren in het werk zitten en dit als extra werk zien. Maar bovenal, een onderschatte inschatting van het rendement. De kinderen die naar buiten liepen na de voorstelling, ‘Dat was écht leuk hè’ vrolijke gezichten, dansende voeten, konden er weer een hele ochtend fanatiek tegenaan nu ze gelaafd waren door de heerlijke klanken van Roos en haar band en het avontuur, waar ze in meegenomen werden.

007

De energie die van het stel afspatte, had effect. In de auto neuriede ik de liedjes na, werd wakker met een baslijn, spetterde onder de douche de drumstokken stuk en raffelde de trap af met een scheurende sax. Een harten strelende gitaarsolo doorbrak de stilte en zoonlief was in een keer wakker. We namen na zeven keer hartelijk afscheid van elkaar, een knuffie voor Roos en de jongens een hand. De directeur had voor  een laatste vrolijke noot gezorgd. Vijf kinderen droegen vijf vlijtige liezen naar voren, een diepe buiging en het einde was een feit. Wat een heerlijk begin van de dag. Muziek is feest. Nu spoorslags naar vriendin, met Apfelstrudel in de aanbieding. Feest moet gevierd worden.

 

 

 

Uncategorized

Liefde

‘Wanneer is liefde op zijn waarst. Als hij begint of als hij eindigt? Wat een mooie gedachte werpt Filosofe Stine Jensen naar me toe, vanuit een Driegesprek met de acteurs en regisseurs Leopold Witte en Geert Lageveen in de nieuwe  Zin van deze maand.  Ze merkte het op vanuit haar essay over haar eigen eerste liefde, die haar iedere dag brieven zond en die zij beantwoordde met post its. Ze noemt de liefde een handeltje in aandacht. In dit specifieke geval miste ze het pas toen de brieven niet meer kwamen. Dan vallen alle puzzelstukken haarfijn in elkaar en komt het besef van hun betekenis ten volle.

Voor mij geldt, dat liefde ‘op z’n waarst’ is als ie van twee kanten komt. Het gevoel voor elkaar dat daadwerkelijk op een zelfde hoogte staat. Ik kan het weten, want ik mis een dergelijke liefde al heel lang in mijn leven waar het de relatie betreft. Aan de andere kant zijn er daardoor zoveel nieuwe vormen van liefde bijgekomen. Het hechte stramien dat geweven is door de jaren heen met de kinderen is zo voedzaam en een ware groeibodem voor oprechte liefde. De zorg voor elkaar, even het kattebelletje, dat er aan je gedacht wordt en vice versa en weten dat je te allen tijde het leven kan delen met elkaar. Ik ben de moeder en zij de kinderen, maar de scheidslijn verdwijnt en dan worden we liefhebbende partners.

011

De kostbare liefde van de vriendschap is voor de vrouw in mij van belang. Het weten op een zelfde level te zitten, met interesses die in elkaar haken en nieuwe inzichten brengen. Genegenheid en aandacht als iets moeizamer gaat in een periode met daarbij de ondersteuning van een goed gesprek, dat diepgang heeft. Een kleine attentie of genegenheid die zomaar, plotseling, naar je wordt opgestuurd, ongevraagd, maar die laat weten dat er aan je gedacht wordt. Hoe ontroerend. Dat laatste gebeurde me van de week. Een mooi en zorgvuldig ingepakt pakketje in de brievenbus, een boek met een bijzonder lieve wens voor mij. Dat diepe gevoel dat het opriep, ook al zien we elkaar nauwelijks. Dat zijn de ware hartsvriendinnen.

043.JPG

Die vriendenliefde is me intens dierbaar geworden.  Zo is er ook zussenliefde. Vanuit het niets een zus die belt, even horen hoe het met ‘mijn zussie’  gaat. Alle vier hebben we die aandacht voor elkaar, de behoefte om er met z’n vieren op uit te trekken, het leven te delen, gedachten uit te wisselen. Er zijn nog veel meer broers, waar we ook genegenheid voor voelen, maar de band met ons vrouwen is heel sterk geworden de laatste jaren.

Aan de andere kant is het waar, wat Stine noemt. Liefde moet wel gevoed worden. De toebedeelde aandacht vraagt om de antwoorden. Niet dat dát de intentie is waarom gevraagd wordt, maar zo wordt liefde nu eenmaal gevoed. Weten dat het van twee kanten komt. Zo ontwikkelt ze zich, tegen de klippen op, tegen de moeilijkheden in. Liefde is voor mijn gevoel op zijn sterkst, als ze groeit. Juist als we in staat zijn door alle moeilijkheden heen, als het tij aan het tanen is, de energie minder, de beren op de weg te zien zijn. Ze is op z’n sterkst als het onvoorwaardelijk is. Niet overgaat of eindigt. Dát is in mijn leven ook de kracht van de vriendenliefde en de zussenliefde. Er kan nog zoveel gebeuren, we kunnen het nog zo oneens zijn met elkaar, maar dat staat de liefde die we voor elkaar voelen niet in de weg. Het vertrouwen en het respect, de warmte en het klankbord.

120

‘Liefde is op zijn waarst als je het mist’, was misschien al voldoende stelling geweest. Want liefde, onvoorwaardelijke liefde, blijft van een ander houden, hoeveel butsen ze ook soms op kan lopen. Er is wel een eindigheid aan. Op het moment dat ze verguisd wordt en slechts van een kant komt. Als de echo niet meer terugkaatst, maar over de heuvels verdwijnt. Dan wordt liefde verlangen en alleen zijn eenzaamheid.

 

 

Uncategorized

En niet minder

Het was een korte maar nuttige nachtrust, met vreemde snoeshanen, rare kwasten en penselen. Te midden van de dartelende tubes van diverse merken, Old Amsterdam en Rembrandt werden we achterna gezeten door wonderlijke, uit het niets opduikende mannen en vrouwen. Ze dreigden ons gevangen te nemen. Op een drukke autoweg verstopte ik me achter een boom in de middenberm en zag een van de auto’s dwars door een boom heen rijden zonder een piezeltje blikgebrek. De angst sloeg me om het hart, maar zoals bij iedere droom, waren er weer ontsnappingsmogelijkheden te over. Even onvoorstelbaar als het bij elkaar gedroomde verhaal zelf.

022

Het was niet verwonderlijk, want vlak voor het slapen gaan, had ik drie uur lang met mijn neus boven de verf gehangen. Het medium wat ik gebruikt had, had een lichte roes in het hoofd veroorzaakt en gedachten zweefden, even later op de bank thuis, in een zoete vaart. Dat werd ook veroorzaakt door het feit dat we de tijd vergeten waren. Het was een privé les geworden en dermate oneindig leerzaam. Mijn Teacher in Roll had geen duidelijk omlijnde plannen. Daarnaast werd het een aftasten naar de ander. Wat voor vlees heb ik in de kuip, maar dan oneindig veel vriendelijker. Er  werden belangrijke tips and tricks gedeeld omtrent aanschaf van de kostbare olieverf. De doeken en panelen werden besproken en het verschil ertussen. Kwastvoering kreeg een voorname rol. Zo heeft iedere leraar zijn eigen stiel. Kijken en afstand nemen was wat ik vooral leerde. Iets waar ik bij Knockart al mee bezig ben, maar wat voor de verhoudingen van het lichaam nog extremer moet.

Ik tuurde tussen mijn oogwimpers door op zoek naar vorm en tussenruimte en moest wennen aan het werken met dat medium. Er werd gelaafd met thee en koekjes, jazzmuziek en daarna met Amélie Poulain filmmuziek. We zweefden ‘La Douce France’ en de middellandse zee in. Warme zon op de koele schouders.

023Benen weer laten verdwijnen

Kleinzoon op het witte paneel zorgde voor een reis naar het zonnige Portugal in de herfst van 2017 en de heerlijke ontspannen sfeer. Met zijn voeten in het water sprak er iets anders uit zijn houding. Om hem heen spatten golven uiteen tot op zijn veilige plek. Broerlief waaghalsde in de golven en sprong en dook. Met twee zwemdiploma’s op zak is daar geen kunst aan, maar als je die nog niet bezit…Zijn twijfel werd meegevoerd op de golven en zond een boodschap uit. De handen open en aarzelend, wachtend op een angstvallig samenknijpen als het te spannend zou worden. De ernstige overweging verspreide zich over het door zon gefilterde water. ‘Spring je… Ja,? Spring je…Nee? Kom nou, ik wacht op jou’ in een variatie op het thema

Hij is schoorvoetend gegaan, weet ik, maar bleef veel dichter bij de vloedlijn. Aan de waaghalzerij van zijn broer waagde hij zich niet zonder vleugeltjes. Verstandig kind. Nu, twee jaar later ploeterde ik op zijn beeltenis. Kwam hij al opdoemen uit de eerste verfopzet. Met medium kan je gummen. Nooit geweten. Je veegt er ook het wit weer in terug. Te allen tijde valt er iets te ontdekken. Steeds weer opnieuw. Er valt overal een ‘spécialité de la Maison’ te vinden en dan daar een optelsom van te maken, desnoods vliegend in droomwervelwind. Ze weten altijd een manier om te beklijven. Te samen vormen losse flarden, wars van een halsstarrige leerstroom, een grillige eigen identiteit. Dat is het kostbare dat gefilterd wordt. In gouden zonlicht ditmaal en niet minder.

 

Uncategorized

In de beweging van de gedachte zelf

In het blad Filosofie uit mei 2016 stond een artikel van de hand van Paul van Tongeren, die het wandelende leven van Nietzsche uit de doeken doet. Hij resumeert dat Nietzsches boeken ‘wandelend’ geschreven zijn. Een stelling die op te maken valt uit de quotes van Nietzsche zelf. Ik maak al ‘eeuwenlang’ voor mijn gevoel, gebruik van dat wandelen om de geest te scherpen, als ik in gesprek wil met iemand.

amelisweerd 26 december 2014

Vraagstukken waarbij ik een overweging moet maken of waarbij ik een nadere beschouwing in samenspraak met een vriendin nodig vindt, worden al wandelend opgelost. Het Hoogtepunt was de wandeling met een vriendin in een hectische periode, die we begonnen en zwijgend hebben gelopen. Samen en toch alleen met de gedachte. De aanwezigheid tekent zich uit. Wordt een belangrijk element. Je mag er zijn zonder woorden, zonder onderbreking, zonder afleidende ideeën. Wandelen zonder woorden versterkt de vriendschap. Het vertrouwen elkaar te weten, niets anders dan dat.

Met diezelfde vriendin heb ik lange wandelingen gemaakt, terwijl de gedachte ruim baan kreeg en we haar lieten uitrollen in woorden. Voor mij betekent het wandelen een manier om de aandacht bij het woord te houden, de formules helder voor de bril te hebben, woorden indringender te laten binnenkomen in de troostende nabijheid van de schoonheid der natuur. Het is wel fijn als er dientengevolge een stukje ongerept of gerept natuurschoon in de buurt is. Het landgoed Amelisweerd en Rhijnauwen zijn zo voor de hand liggende gebieden. Grillig wandelpad langs de Kromme Rijn, weiland, bos en lucht ineen. Manier van uitstek om de gedachten te laten vliegen, in te dammen en te verwerken. Ook alleen  loop ik er graag daar en bij Soesterduinen, landgoed Houdringe, de bossen bij Driebergen.

093.JPG

Een andere manier voor mij om gestalte te geven aan wat diep van binnen leeft is de zee. Mijn verlangen, lopen en praten tegelijk, zijn daarbij een belemmering. Ik kan het niet beide. Dus wandelen we, zus en ik, en denken en mijmeren. Geven woorden mee aan het tij.  Ze worden opgepikt door een meeuw in de lucht, de steltlopers aan de vloedlijn en ondertussen beuken de oplossingen zich vrij. Door de zeelucht, de golfslag, het vloeiende kleurenpalet. De piekeraars worden schoon geblazen, stekebeten meegenomen, en de zinnen in het hoofd worden verdichtsels, alsof het zilte zuivert als het zout van de Dode Zee en puurheid levert.

Het heeft voor mij niet alleen te maken met de beweging van het lichaam, waar Nietschze aan hecht, maar vooral ook met de innerlijke stilte. Letterlijk de ruimte om bij het hoofd te blijven, waarbij je de juiste waarde kan geven aan datgene wat omhoog borrelt. Soms snellen de gedachten vooruit en razen de vingers over het toetsenbord, terwijl ik achteraf pas begrijp wat is geschreven en welke betekenis het heeft voor mij of voor een ander. Dan zijn gedachten me een aantal stappen voor, ontstegen zelfs. Hetzelfde gebeurde bij de kostbare woordeloze wandeling met vriendin. Intens werd alles om ons heen. Mijn opmerkingsgave verdubbelde, ik zag elke beweging en elke verandering die optrad. Daar ontstaat poëzie.

014

Ik verlang naar mijn eigen stilteplek, waar ik al gras maaiend, onkruid wiedend, bomen snoeiend, de woorden kan vangen of laten vallen met eenzelfde snelheid als het in me opkomt. Ze is even niet onder handbereik. De hoogste tijd om met vriendin op pad te gaan, woordeloos of filosoferend, om gedachten te verhelderen als bergkristal en er weer nieuwe aan te kunnen knopen. Niet het wandelen is voor mij hoofdzaak, maar het creëren van mogelijkheden in de beweging van de gedachte zelf

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Met een lantaarntje te zoeken

Er komt een filmpje langs op FaceBook met een boodschap voor jonge vrouwen. Het zijn Amerikaanse oudere vrouwen die waarschuwen om meer in het hier te leven. ‘Being’ in plaats van ‘Doing’. Niets nieuws onder de zon zou je denken. Zijn of doen. In de ontologie binnen de filosofie houdt men zich al langer bezig met dit vraagstuk. Vanuit de oudheid  is het zijn: ‘Ik ben, dus ik besta’, iets om je gedachten op stuk te bijten. Niets heerlijker dan te bedenken wat de betekenis is van de aard der dingen. Waartoe zijn wij op aarde. De invulling ervan is divers.

IMG_8937

In die boodschap van alle grijzende vrouwen die langs komen, sluimert een onderliggende toon. Die van de spijt. Ze willen hun ervaring delen door datgene, wat ze gemist hebben met het leven te leven zoals zich het aandiende, kenbaar te maken. Mee te gaan in de vaart der volkeren en minder alert te zijn op het kleine Leven, geluksmomenten omarmen, het genieten van de subtiele parels die ons omringen.. ‘Kalmer aan’ zeggen ze. In de fase waarin ik nu verkeer, ook een oudere vrouw, ben ik bij machte om mijn  gemis met jullie te delen. Inderdaad had ik als jonge kraakverse  moeder willen genieten van de schoonheid van het moederschap. Op dat moment was ik enkel in staat om het huilen en de poepluiers, de razende hormonen en de enorme verantwoordelijkheid als een domper op de beleving te zien. Is dat alles….zong Doe Maar al in navolging van dat ene prachtige lied van Peggy Lee ‘Is that all there is, my friend’…ook een weerspiegeling van de bovenstaande boodschap.

ik en jimi schrijvend

‘Het leven gaat voorbij’, zong André Hazes. Een grotere waarheid is er niet. Zijn boodschap aan de mensheid en vooral aan zijn kleine jongen is:

‘Er is zo weinig tijd dus leef, want jij bent vrij
Maar doe het wel verstandig. Maak de mensen blij
Dan zul je echt gelukkig zijn’

Ook hier gaat het weer om iets minder wezenlijks. De vrouwen uit dat bewuste filmpje zeggen slechts: Stop met ‘Doen’ van al die dingen die we noodzakelijk achten, maar die enkel en alleen maar een gemeenschap dienen en niet de handeling, nee, gedetailleerder nog, die enkel en alleen maar de handeling dienen en niet de beleving daarvan.

011

Er is een voordeel aan een korte nachtrust. De stille momenten in de aanloop naar de schemer toe, de donkere nacht, waarin de lantaarns pinkelen en af en toe een verdwaalde auto het leven voorbij rijdt, zijn bij uitstek geschikt om stil te staan, pas op de plaats te doen voor overpeinzing. In de hectiek van alle dag wordt vaker gevraagd om bewustwording, mindfulness, yoga, het zijn de kringen rond de steen in de rivier, die ‘Bewust Zijn’ heet in het hier en nu. Herleid de gedachte direct tot de handeling. Ik pak het kindervoetje vast, dat zachte mollige kleine kindervoetje, met de vetkussentjes, de geur van babyhuid, het wonder, de kleine nageltjes, er bestaat op dat moment niets anders dan dat voetje, de baby en ik. Genieten in de hoogste graad.

102

Een vrouw zegt: ‘Wat zou het kostbaar zijn geweest als ik de nachtzoenen had uitgebreid in plaats van de volgende ochtend te zeuren over het opstaan en het ontbijt’. Vooral dat laatste. Je bewust zijn van het feit dat bij alles, waar je over zeurt, ook een keerzijde aan de medaille zit. Wat/als in de perfecte zin van het woord. Wat als ik daar meer aandacht voor had en daar minder voor in plaats van andersom. Stop met je druk maken over allerlei vermeende ‘gewichtige’ zaken, zoek het waarachtige belang. Dat is waarom het me raakte. Stop met doen. Zorg dat je er bent op de cruciale momenten, die groot zijn in hun bescheidenheid en soms met een lantaarntje te zoeken.

 

 

Uncategorized

Het grote genieten

Gedachten dwalen door mijn hoofd. Ze laten zich niet leiden. Hoezeer ik ook mijn best doe er woorden aan te geven, zinnen van te maken, er valt geen goed garen mee te spinnen. Het blijven losse flarden.

Zuslief en ik hebben het over het leven gehad. Dingen die je gedaan hebt, ooit en die je mogelijk anders had willen aanpakken, omdat het dan zoveel kabbelender had gegaan. Door bepaalde wendingen zijn we beide in het diepe gesprongen. Ik heb de wereld af en toe flink op z’n kop gezet. Mijn leven heeft vaker gedreund op de grondvesten. Toch heeft het zo moeten zijn.

UK Release Cover

De eerste liefde vervloog nog voor er ooit een woord gesproken was tussen hem en haar, maar ik wist dat ik hem verloren had. Niet voorgoed, bleek achteraf. De paden schoven uiteen om na al die jaren weer in elkaar te schuiven. Een prachtige gedachte als je, zoals ik zo dikwijls wens, de cirkel rond wil hebben. The Wheel of Time van Todd Rundgren. Karma, een voorbestemd lot. Handig als je erin geloven kan, want alles heeft dan functie gehad, een diepere laag, betekenis.

We kijken en spiegelen en het heeft iets vertrouwds. Op de bank, nee, nog niet de benen opgetrokken, maar wel het bijbehorende knusse gevoel. De film trekt voorbij. We hebben het over onbegrepen kinderangst, een begrip dat minder opzienbarend leek dan ze was. Jeugd, die gevuld was met broers en zussen en buiten spelen. Geen verhaaltjes, knuffies, instopperijtjes, maar hup naar bed, geen hola hé, genegenheid, maar werken voor de kost. Er was geen tijd en zoveel te doen, zoveel kinderen om aandacht aan te geven. ‘We zijn opgegroeid in twee verschillende gezinnen’, zegt zus wijs en dat valt alleen maar volmondig te beamen. Konden ze anders, kon het beter, wel nee. Ze zaten vast in hun eigen patronen van regels en etiquette, van hoe het hoort en de buurt, die daar heel wat scheppen bovenop deed. Hoe vrijgevochten kon je zijn in een wereld waar God en gebod de dienst bepaalden.

beerBeer, 1958

Ik had een mooie pop, een looppop die niet te knuffelen viel. ‘Van een mooi bord kan je niet eten’, zei mijn oma altijd, en dat was waar. De beer was ruw en zacht tegelijk, dat schurende gevoel langs de rode wangetjes, troost om bij iemand te horen. Beer die mijn nachtelijke angsten verdreef, door stilletjes op mijn kussen te liggen terwijl ik me eronder verstopt had, diep weggedoken onder de dekens. Geen bende van de Zwarte Hand, die mij mijn kop eraf zou slaan. Kinderlijke angst alleen verstouwen. In het nachtelijke uur kwamen de nachtmerries, die zich niet voor de gek lieten houden door een zachtruwe beer op een kussen.

De angst voor het donker bleef, het dolen ook. Een tocht naar geborgenheid, onvoorwaardelijke liefde, hinkstapsprongen in een wervelend bestaan en soms  een onbesuisde afslag. Het wiel draait door, soms ben je boven en dan weer diep onder, maar altijd in beweging zolang de klok verder tikt en tijd.

De dromen van nu zijn de dromen van mogelijkheden. Ze voelen fijn en prettig aan. De nachtmerries zijn op de loop gegaan en het leven heeft ten lange leste haar eigen wijsheid doorgegeven. Niets is voorspelbaar. Er zijn wentelingen die versnellen en anderen die trager gaan.

pushwagner 3Pushwagner

Zuslief in het keurslijf van het moeten geef ik mee, dat de kleuring van de wereld anders wordt als dát wegvalt. Sinds ik dat gevoel ken, ben ik een voorstander van een vrij bestaan, zonder al die regels die ervoor zorgen dat we als makke schapen naar de overvolle agenda’s worden geleid. Dat laatste is de wereld van de Noorse kunstenaar Pushwagner ten voeten uit. Iets dat het grote geluk in de weg staat, de rust en de vrede. Waar de mensheid vrij valt, begint het grote genieten.

 

Uncategorized

Er valt wonderlijk garen te spinnen, dit jaar

Het boek ligt in de aanslag om uitgelezen te worden. De dikke bril, ‘Annie M. G. Schmidt’ sterkte, ligt er schuin op en vergroot de letters zo, dat ik vanaf deze positie kan lezen wat er staat. IJsland. Als ik mijn vriendinnen moet geloven, die zo gelukkig zijn geweest om daar al voet aan wal te zetten, mist men wat qua natuurschoon, als je er niet bent geweest. Er zijn meerdere plekken waar ik graag nog naar toe wil. Noorwegen, Finland, Ierland, Schotland, het ruige werk. Wandelen zal beperkt mogelijk zijn, maar natuurschoon met open ogen ontvangen is haalbare kaart, hoe slecht de conditie ook is.

Dan staat er nog Toscane en Rome op de lijst en de Wijze woont in Hongarije in een prachtig ruig gebied. Zijn huis grenst aan steppen en heuvels. Het vraagt om korte, maar intense bezoeken. Ik overwin er mijn angst mee om alleen op pad te gaan. Schrijven is een behoefte, reizen verruimt mijn horizon letterlijk en figuurlijk, en voedt. Ik kan tussen alle vakanties door op pad. Het geeft stof tot nadenken en daarmee vergroot het mijn wereld. In het boek stond het zo prachtig: ‘Hier kun je goed wonen als je van de eenzaamheid houdt. Op een kleinere plek lijkt het leven soms groter.’

013

Het boek heet: Zomerlicht, en dan komt de nacht van Jón Kalman Stefánsson. Ik moest erg wennen. Struikelde over de lastige IJslandse namen, de plompverloren informatie aan het begin van het boek, sommig scènes, die niet bij mijn eigen beleving pasten. Het duurde dan ook even eer ik alle irritaties over boord kon gooien en in staat was te ontvangen. Juweeltjes van zinnen er tussen door. Parels, die de opmerkingsgave van de schrijver omtrent het kleine leven tonen. De stille kracht van een meesterwerk. Heel traag, als het leven in het dorp zelf, ontspinnen zich de contouren van de karakters van haar inwoners. Subtiel worden de eigenschappen erin gevlochten, verfijnd vallen de individuele persoonlijkheden op hun plek. Het raakt in een versnelling en ik wil nu weten wat er nog staat te gebeuren, nu iedereen vertrouwd is geworden in hun eigenheid en met hun eigenaardigheden.

Ik was op het verkeerde been gezet, door een waardeoordeel die haaks op mijn beleving van nu stond. Onbevangenheid is de noodzaak om aan een boek te beginnen. Recensies mijd ik angstvallig om maar niet mee gezogen te worden in het dwaalspoor van een ander. Ieder karakter heeft recht op een eigen beoordeling. De invulling van de dagen in dat kleine IJslandse dorp, met haar lange, oneindige winteravonden, de stroperige gang door de verlatenheid, tekenen vooral het alleenzame bestaan. Samen eenzaam, hoeveel mensen kunnen dat wel niet. Het zijn de zwijgzame uren van de vorige generaties samen in de jaren vijftig, het zijn de gesloten uren van naast elkaar, nu in deze mediahause. Het is dat harde knoestige leven en het laven aan de basale behoeften, die zorgen voor muren van ontoegankelijkheid en het vraagt om de empathie van de lezer om dat stugge kleine leven te kunnen omarmen.

014 Hongarije

Het is gelukt. Ze zitten in mijn hart, die dorpsbewoners, stuk voor stuk. Ze zijn wonderlijker dan ik ze kan verzinnen en tegelijkertijd niet anders dan welke kleine gemeenschap ook. Dorp in de stad, dorp op het platteland, het maakt allemaal niet uit. Dat herkenbare kleinsteedse karakter, dat een samenleving toegeschoven krijgt als men te veel tijd over heeft en op elkaars lip zit. Broeierig ontsnapt men aan de verveling en de manier waarop maakt het boek.

IJsland dus of elk willekeurig dorp waar dan ook, maar dan van binnenuit beleven, één worden met haar bewoners. Is dat haalbare kaart. Klein beginnen, dat is zeker. Er valt wonderlijk garen te spinnen, dit jaar.

 

 

Uncategorized

Zet de sluizen maar open

Gisteren moest ik hals over kop een aantal handelingen verrichten om op tijd te kunnen aanvangen met de schilderlessen. Twee weken lang niets gedaan en al weer aan het popelen om de penselen ter hand te nemen. Van al mijn goede voornemens was niets terecht gekomen. In tegendeel. Ik zou de penselen bijvoorbeeld allemaal even goed schoonmaken en daar lang en uitgebreid de tijd voor nemen. Zoals altijd met tijd tikte ze weg eer ik het in de gaten had. Vakantiesnelheid, voorbij voor je het wist en dat is bijzonder in mijn geval. Ik ben al vrij, heb alle dagen vakantie, waar het het heilige moeten betreft. Qua vrije tijd zou ik alle tijd van de wereld moeten hebben. Niets is minder waar.

In het scala aan opgelegde mogelijkheden zijn er een aantal vaste componenten geslopen. Ik kan er niet meer van buiten, ook al is het betrekkelijk, maar ik verlang ernaar als het er niet is. Dat is een veeg teken aan de wand. Schrijven en schilderen zijn er twee van. Lezen een wat vagere, de laatste tijd. Ik neem er minder tijd voor, ben sneller geneigd het op zij te zetten voor iets anders. Om over het huishouden maar te zwijgen. De tuin staat in winterstand, het tuinhuis is er nog niet, het voelt als een afbraak. Even kan ik er niet zijn. Emotioneel niet.

Enfin, met mijn houten kist op pad om even later beschamend mijn gehavende haren in ogenschouw te nemen onder het kritisch oog van de meester. Er bleken er nog voldoende goed om mee aan de slag te gaan. Wat ik niet voor mogelijk had gehouden bleek bewaarheid te worden. Het geheel kon met ogenschijnlijke minieme veranderingen in licht en donker nog levendiger gemaakt worden. Ineens was er diepte, doorleefden de foudralen, waren de asperges dicht in de buurt van het reële beeld.

005

Kalm en geduldig zitten we aan de tafels en poetsen en kletsen en dassen en kletsen. Er worden prachtige dingen gemaakt, soms klassiek, soms moderner, maar alles met die eeuwenoude technieken van laag over laag over laag. Ik leer verf transparanter te maken met standolie en medium en denk te vaak nog in groot. Kleine hoeveelheden zijn er maar nodig van alles. De omschakeling van groot naar klein denken is in alles voelbaar en heeft wat voeten in de aarde om teneinde wel te lukken. Grote stappen gauw thuis hoort daar niet bij. Hier past naadloos het spreekwoord: ‘Haastige spoed is zelden goed’. Mijn mede kompaan, die op hetzelfde lesniveau zit, verzucht dat hij het zo graag af wil hebben en trotseert zorgvuldigheid, wat een wegvegen en opnieuw beginnen met zich meebrengt. Nee, traag gaan de uren, maar met beoogd effect.

010Under construction

Als de stenen tafel haar kleur krijgt, blijken de vormen in elkaar te passen. Volgende keer drie voorwerpen van thuis mee nemen, het liefst van verschillende stoffelijkheid en vorm. Heerlijk om er mee te mogen stoeien en uiteindelijk de vruchten te plukken. Het eeuwige wonder van iets creëren, dat er daarvoor nog niet was. Uit hoofd, hart en handen een dergelijke geboorte mee te maken is iedere keer weer opnieuw een wonder. Het maagdelijk witte vel, het lege paneel, het woordloze scherm te vullen met nieuwe eigen ideeën. De vervulling van het scheppend vermogen, dat zoveel vreugde schenkt. Het zijn waarden die de ruimte verdienen waar ze om vragen. Er valt niet aan te tornen. Zet de sluizen maar open.

Uncategorized

Eind goed, al goed

Ik had hem gevonden zoals altijd. Omdat het kwam aanwaaien ergens vandaan. Er zou een kinderopera komen over Het boompje. Het boek was een begrip, net als het gouden trompetje van Annie M.G. Schmidt en het kleine kaarsje. Alle drie voelden ze zich niet tevreden met hoe ze waren. Het kaarsje was scheef, het trompetje zong vals, het boompje had stekelige naalden en alle drie hadden ze onvervulde verlangens, die omgezet werden in werkelijkheid of die ten einde toch in vervulling gingen. Daarbij werd het beeld over de eigen lelijkheid bijgesteld. Moralistisch, maar aandoenlijk en derhalve doeltreffend.

Het boompje in de kinderopera had een lieflijke stem, die klonk alsof er duizend gouden klokjes tinkelden.

007.jpg

Kleinzoon had schaap meegenomen en dino, vooral de laatste. Om te grommen als het te spannend werd. De oren van schaap en zijn pootjes werden op het moment ervoor altijd heftig heen en weer gewreven als de spanning hoog opliep, maar dino gromde zijn angsten weg. ‘Niet slaan hoor’, hoorde hij de oma van twee kinderen verwijtend zeggen. Ze was zo maar uit het niets hoog boven hem wat aan het praten gegaan en hij schrok zichtbaar. Het was dino, die van de weeromstuit naar haar toe zwaaide, daar deed je niets tegen. Die schrok natuurlijk ook. Hij zei het niet, maar dacht het wel. De wenkbrauwen van de vrouw trokken zwaar naar elkaar toe boven de goudomrande bril en haar ogen priemden zich in dat kleine jongetje. Grote mensen weten zelf niet half hoe eng ze zijn.

014

Ik suste, legde beschermend een hand om zijn opgetrokken schouders en we liepen de schaars verlichte zaal in. Daar stond het boompje te  lachen en te kletsen met drie grote loofbomen die er eigenlijk nog niet als boom uitzagen. We kozen een plek, het licht ging uit, en de klanken van de trompet zetten in…..en toen? Toen was dino weg. De paniek sloeg voelbaar toe. Hij keek om zich heen, ik voelde met mijn handen over de onbestendige vloer, maar nergens een spoor van dino, zelfs niet het puntje van zijn staart.

Naarstig ging ik de gangen na. Ik had hem naar de andere kant overgeheveld, omdat die boze mevrouw ineens lang en rijzig uit het donker voor zijn kleine toet opdook. Zijn jas was uitgegaan. Had hij toen dino nog in de handen. Achter de banken lag hij ook niet. Dan maar op schoot, met schaap en de oortjes en wiebelende poten. Om de prachtige voorstelling, het schattige boompje met een jas van goud, van glas, van blaadjes te kunnen zien. De poten van schaap trapten heftig voor zich uit, de oren wapperden heen en weer, maar het jongetje bleef stil als een muisje. Een keer vroeg hij nog eens angstig, ‘Waar is dino’, maar hij hield het vol. Ik vond hem een held. Eigenlijk precies als de kleine boom, die aan het eind zijn eigen mooie harde groene stekels zag als een sieraad, toen de winter inviel en de andere bomen kaal en saai, hard en houtig werden.

005

De muziek was prachtig, de kostuums onvoorstelbaar mooi en zo klein als het verhaal was, zo groot was de impact op de kinderen. Het bleek de première te zijn, net als voor kleinzoon. Zijn eerste voorstelling zonder dino die, toen de lichten weer aanginge,n eigenlijk aan zijn voeten lag en wild te voorschijn sprong. ‘Wraaaaa’. Alle spanning van hem af. De vrouw voor ons keek even om, de wenkbrauwen boven de bril waren rechte strepen. Ze lachte met vriendelijke ogen. Eind goed, al goed.

Uncategorized

De invallende schemer in

‘Den Haag, den Haag. De weduwe van Indië ben jij’ zongen we vroeger met Wieteke van Dorst als tante Lien mee en altijd als ik in de buurt van de Laan van Meerdervoort kom, treft me die sfeer van lang geleden. De langste laan van Nederland met de Mesdag Collectie vrijwel aan het begin. Het Vredespaleis ligt erachter. Het was winderig, maar de grandeur die er uit de voorname brede lanen en pleinen opsteeg, was nog altijd voelbaar.

069.jpgUit de school van Barbizon: Gustave Courbet

Nooit eerder was ik in dit huis binnen gegaan. De lambriseringen, de aankleding, het trappenhuis ademde een voorname oude Couperus-sfeer. Van oude mensen en de dingen die voorbij gaan. Het restaurant had meer iets van een voorkamer, om met de pinken omhoog kleine slokjes te nemen van de hete koffie. Er was een bescheiden uitgestald winkelassortiment. De gobelins in een van de zalen met de prachtige grote reigers voor de ramen en de voorname porseleinen vazen versterkten het geheel. Daar, te midden van die entourage, hingen talrijke voorlopers van de impressionisten van de Franse school van Barbizon en de Haagse school: Daubigny, Corot, Courbet, Rousseau en Breitner, Jozef Israëls en Mesdag zelf. Daar tussendoor is de  tentoonstelling ‘ Het zinderen van de zee’ gevlochten. De wonderlijke werken van Mancini, waar Mesdag een bewonderaar van was, riepen gemengde gevoelens op.

Het kraken, de houten gebinten, het handjevol fluisterende mensen en door elk raam het volle uitzicht op het Vredespaleis brengen een zoete rust. Hier stil te mogen zitten en alleen maar te kijken.

149

Een vrouw hangt amechtig hijgend in een hoek van een van de kolossale houten banken, het hoofd wat opzij, de ogen lijdzaam dicht. Ze wuift zichzelf toe met een kleine mollige hand, ik durf geen foto te nemen, maar ze valt als schilderij totaal niet uit de toon. Tegenover haar ligt ‘Een slapend meisje’ van David Artz in de duinen. Haar man vraagt, terwijl hij met een oog naar al het schoons aan de muur kijkt, of het wel gaat. Er is verder geen handeling…niets. Ze zucht nog een paar keer en staat op, om vervolgens een bank erachter weer neer te zijgen. Als hij ten leste naast haar gaat zitten, breekt er een spraakwaterval los. Het meisje slaapt de slaap der eeuwen.

170 Katie O’hagan. Transmission: Detail.

Ik hoor niet wat ze zeggen, want ik laat me mee voeren naar een volgend beeld. Het doek van Katie O’Hagan met haar Transmission, olie op linnen, zo levensecht, dat ik in eerste instantie aan een foto denk. Het is bedrieglijk realistisch weergegeven. Bij nadere inspectie zie ik de ragfijne penseelstreek. Ze is autodidact. Als ik meer over haar werk lees, neemt het ontzag toe. Iemand die, tegen de stroom in, trouw is aan zichzelf. Inspiratie komt uit de beelden in haar hoofd, die opdoemen als ze met de hond in het bos aan het wandelen is.

120.jpgElke Andreas Boon

Zus en ik wandelen naar de auto en zetten in op Kijkduin. Daar waait een straffe wind en is het heerlijk fris. Alles wat ik in de ochtend heb bedacht, wordt bewaarheid. De woeste zee, het oneindige grijs in even zoveel verschillende tinten, het brekende licht aan de horizon en Monster dat uit de mist in een ‘Turner lucht’ opdoemt. We zien de dans van de meeuwen als op het doek van Elke Andreas Boon, die daar uit een samengestelde compositie bestaat. Maar deze meeuwen dansen losjes en azen op een onbestendig iets onder hun hangende poten en hun gretige snavels.

Een lichte lunch versterkt het uitgeraasde en herboren lijf en genoeglijk babbelend rijden we terug, de invallende schemer in.

Uncategorized

Waar de zee mag zinderen

De eerste afspraak in het nieuwe jaar staat. Vandaag gaan zuslief en ik naar de Mesdagcollectie en er was een beetje haast bij geboden, want de tentoonstelling ‘De zindering van de zee’ is nog maar tot zes januari te zien. Afhankelijk van het weer gaan we eerst de zee aanschouwen in natura en daarna naar de tentoonstelling of omgekeerd. Zee vraagt om zon, wind en wisselende lichtinval. Luchtweerspiegelingen in het water. Witte scherp afgetekende meeuwen tegen het blauw. Zee vraagt ook om ruige schuimkoppen, woest opspattend water, straffe tegenwind, opwaaiend zand. Zee vraagt om scherpe horizonnen, wind en waterstilte, lome middagzon, slenterende paartjes langs het strand, kleine zenuwachtige steltlopers in het water, krabbetjes en scheermessen.

andres grote reis bloemen  De bloemen

Intervallen aan zee zijn ontelbaar divers. Die vast te leggen, op te tekenen, te vangen in beeld. Deze maand staat in het teken van de zee. Niet alleen omdat de vader van de vier ooit verstrooid is op een koude januaridag vanaf een dampend schip uit Scheveningen voor de kunst van Egmond. Trots trotseerde ze de golfslag en maakte ons niet alleen misselijk voor het naderende afscheid, maar ook door op en neer te deinen, te klimmen en te dalen bij iedere hoge golf, dat het niet wilde doorklieven. Bij elke opwaartse gang viel het log en zwaar neer. Op en neer, een weefpatroon voor as, die niet licht en luchtig met de wind mee gevoerd zou worden, maar als een blok beton de urn uitkwam. De dansende bloemen brachten de troost.

387.JPG Zomerzee

Januari is als brenger van het licht bij uitstek geschikt om een luchtige en lichte toets te hanteren als tegenhang van het verfijnde doorwrochte zeventiende-eeuwse ruisen op de klassieke academie. Die zee vang ik in februari in een speciale leergang. Eerst duik ik proestend kopje onder in de lichte luchtige zomerzee met spelende kinderen van Anneke van der Lende. Stil, als je even wacht kan je de klaterende stemmen horen, ze lachen en zijn vol bewondering bij het doek, waar hun eigen capriolen te herleiden zijn als lichte speelse frivoliteit. Ze dansen om de stevige kleine ezel heen, zand vermengt zich met de verf als dralende voeten het doen opstuiven.

084 Serene zee

Zee, als we een ode brengen aan eeuwig durende schoonheid in al haar vormen, tragiek, vreugde, sereniteit, onrust, evenwicht en balans, waar het zoute water grenst aan de horizon en het wilde water sust. Metafoor voor alle vormen van leven die er bestaan, maar zeker die van de onmetelijke rijkdom, onbetaalbaar en toch te geef voor iedereen.

De hele Noordzeekust lang, met haar duinenrij, het helmgras als het woeste opwaaiende haar van een oude zeerot. Ze bomen al eeuwen over haar kust, vanaf mijn eerste prille boek over de Duinheks en haar gevecht met het water, vanaf de eerste klanken van Silvain Poons, waarbij de Zuiderzee voorgoed stopte zee te zijn. Vanaf dag een dat ik haar voor het eerst aanschouwde in een dagje naar het strand met Pa en Moe.

Zeven jaren lang woonde ik dichter bij de kust, twee jaar lang in een klein dorp eraan. Veelvuldige wandelingen als de toeristen zich te goed deden aan de vele maaltijden in de diverse restaurants, snel, nu, nu kon het. De stranden trokken leeg, de zee was weer van ons, een strandwandeling lang, een visrokerij ter plekke in het zand met ton en open vuur en witte brood, bier en wijn, feest om er te kunnen zijn.

Vandaag zal het er ‘gloomy’ zijn, omfloerst en alleen als de zon doorbreekt, dat mooie sfeervolle geheimzinnige licht, misschien met de luchten van Turner aan de horizon, de grote donkere paardenlijven in de branding, tegen het vaalwitgrijze als schaduwen opdoemend uit het grauw. Een lofzang en daarna Mesdag, waar de zee mag zinderen

Uncategorized

Voor nu, voor straks, voor later

Het was in alle opzichten de perfecte jaarwisseling gisteren. De kerstlampjes brandden hun uren van gezelligheid, de oliebollenschaal met vier bolletjes onder een dikke laag poedersuiker stond op tafel, romantisch verlicht door het schijnsel van de waxinelichtjes. Ik zat op de bank, zapte wat heen en weer en bleef op de detectives hangen van BBC 1, in de hand een glas met fonkelende goudgele Sauvignon. Kinderen blikten op mijn schermpje en deden malle danscaperiolen. De kleinkinderen kronkelden hun ledematen bij twister. Het vermaak ver van mijn bed was groot en ik kon er, zonder de drukte, van meegenieten. Natuurlijk viel de oudejaarsconference in het niet bij het geknal van buiten, maar de dikke deken aan rook en kruitdampen trok veilig achter glas aan mij voorbij. Ik kon vrijuit ademhalen en dat was de opzet. Een geslaagde jaarwisseling in alle opzichten.

011

De media stroomden vol met beste wensen. Eigenlijk was iedereen al een avond kwijt met beantwoorden, als je het consequent wilde doen. Niet aan beginnen, of toch…Maar uiterst selectief. Iedereen weet dat men elkaar een wens toedenkt. Liefdevol is de mijne voor 2019. Dat lijkt me een basis die afdoende is. Op liefde wordt vrede geschoeid, aandacht voor elkaar, zorg en respect. Wederzijds lief hebben brengt regelrecht het goede met zich mee.

004

Zonen fladderen in en uit. Een gaat er zelfs vroeg naar bed. De bos bloemen met mimosa en riddersporen, prachtig plukboeket, prijkt in de liefdevaas van mijn Washingtonse vrienden en komt in pracht en kracht dubbel uit. Het boek blijft onaangeroerd liggen. Te schemerig, maar zo knus, als je het zachte licht tussen de geloken ogen laat spelen en prachtige prisma’s tovert zonder dampen. Het mooiste vuurwerk haal je uit jezelf.

Na twaalven drie lieve kattebellen, om één uur is mijn kruit in ieder geval verschoten en met donderend geraas val ik in slaap. De overbuuf verschiet zijn geld vlak voor het slaapkamerraam. Ik vergeet de droom op te slaan, want er klinkt om een uur of vier gestommel op de trap. Tweede Zoonlief komt thuis. Daarna blijft het bij doezelen.

Ergens 4800 kilometer verderop woont een wijze man, die alleen samen met zijn trouwe viervoeter de sterrenhemel zal aanschouwen en de dorpse onrust mijdt. Hij zal het leven overpeinzen en in gedachten delen we het zelfgekozen alleen zijn. Noem het geen eenzaamheid, want dan dekt de vlag de lading niet. Alleen zijn is anders dan eenzaam zijn. Zelfs in gezelschap kan je eenzaam zijn, maar niet per definitie als je alleen bent.  Het jaar inventariseren heeft alleen maar zin als je de zegeningen telt. Wat achter ons ligt aan minder fijne omstandigheden is klaar. Als een bekeuring, die je liever direct betaalt dan te laten liggen, om iedere keer niet de pijn in de buik te voelen door dit onzinnige zondegeld.

006

2019. Een eeuw geleden werd mijn moeder op 4 februari geboren. Precies 100 jaar geleden. Ze zou maar voor een deel een onbezorgde levenswandel hebben, want de brokstukken van de eerste en de dreiging van een tweede wereldoorlog deinden voelbaar door de jaren heen. Het moet een hele andere invulling hebben gegeven. Dat had ik nog wel willen vragen. Hoe kan je de vooruitzichten dragen, waarvan je weet, dat ze verschrikkelijker dan het voorstellingsvermogen zullen zijn, geschoeid op het verleden.

Werd de hang naar het normale leven in de geboorte van de kinderen gestopt? Maar liefst drie kleintjes in oorlogstijd zou ze baren. Moeder worden in een wereld die op z’n kop staat. Daar zouden mijn vragen over gaan. Mijn moeder wordt 100 jaar daarboven, wij tikken ruim de zestig aan. ‘Wat de toekomst brenge moge’ zingt de psalm van lang geleden, ‘Is nog ongewis’, vult diezelfde gedachte aan. Dat zal ze ongetwijfeld ook gedacht hebben. We gaan het zien en beleven. Vooralsnog…Een liefdevol 2019, voor nu, voor straks, voor later.

Uncategorized

Proost

Een mooi samenzijn is aan het eind van het jaar een wenselijke afsluiting. Het hele gezin compleet, behalve onze ouders, omdat de oudste broer 50 jaar getrouwd bleek. De dag begon fluisterend met schrijven, een lange mail, een dommeltje en de trage animatiefilm Le Tortue Rouge. De druilerige zondag werd in de auto, op mijn paasbest gekleed, een feit, helemaal toen we twee locaties bleken te hebben verwisseld en het parkeren bij het etablissement niet mogelijk was. Met vogelhuis in de aanslag, het gekozen cadeau voor twee mensen die vooral van hun tuin genieten iedere dag, gingen we naar binnen. De vijf kleintjes, de hoop van de natie, vroeger, toen alle oudere broers allang  het huis aan de Amandelstraat hadden verlaten.

coenWaar het ooit mee begon. Oudste broer

Dit was het feest van de anekdotes, van hele en halve waarheden, van herinneringen die geboekstaafd werden met vermeende feiten. Het feest der herkenning. Ik keek de tafel langs en zag al die geliefde gezichten aan. Met geen mogelijkheid kon ik alleen maar ouderdom zien, in tegendeel. De knol in mijn kous hield me aan de tafel gekluisterd, al moest ik twee keer langs het buffet lopen. In dikke zestig deniers panty’s horen geen gaten te vallen. Mijn verbazing was groter dan het uiteindelijke gat en het idee om zoonlief erop uit te sturen mij een nieuwe te brengen, liet ik met dezelfde snelheid weer varen, als ze was opgekomen. Iedereen was boven de 58, veel al ver in de zeventig, dus de waarneming stond op een lager pitje dan mijn melkwitte been door het gat heen schijnen kon.

villachVassach

In de gesprekken met de broers en zussen plakte ik de verhalen uit de diverse jaargangen aan elkaar. Ter plekke vormde zich een nieuw beeld. We kwamen op de verdwenen brieven van Pa uit Oostenrijk in de oorlogsjaren en de vraag, waarom hij daarheen gegaan was. De passie voor het land was er jaren later nog steeds toen hij met ons en een volkswagenbusje die bergen op zocht, waar hij de eerste jaren van zijn huwelijk had doorgebracht. In het troosteloze Vassachermeer was net een inwoner van het kleine dorp verdronken en de waarschuwingen hingen als een beklemmende voile over de donkere spiegelingen van het rimpelloze water. Het kind, dat ik was, speelde verdronken te zijn en zwaar liet ik me zinken in het ondiepe bij de kant om proestend weer boven te stuiven. In water wordt een lijf licht als een veer, maar ook zwaar als de nacht, als je het laat betijen en geen weerwerk geeft.

De vakantie was verkeerd begonnen. Veel lichtere uren gaven de jaren daarna in het gelukzalige Spanje, want het bracht, zonovergoten, de problemen tot stilstand en dwong mijn vader tot rust onder zijn boom uit de felle zon na de enerverende reis.

Reizen doen we allemaal. Een heel leven lang hebben we allemaal onze eigen trektocht door het leven gemaakt. Met vallen en opstaan, puur geluk, grote en kleine verdrietjes en liefde. Maar altijd, in de schamele gedeelde uren, komen de verhalen los en tekenen de levens zich uit, nu gretig afgenomen door de jongere generatie en de Ierse Reel dansende kleinkinderen. Vrolijke noot zijn de kleine voetjes en worden door de zilverwitte haren van de nog veel oudere schoonzussenfamilie geweven, die het vak verstaan om prachtig oud te worden. Breekbaar, doorschijnend en fijntjes, zoals hun moeder ooit was toen ik haar leerde kennen, 50 jaar terug.

2018Samenzijn in 2018

Oud jaar vandaag en met de hele familie op het netvlies het nieuwe jaar in, ik kan me geen mooier begin wensen. Een liefdevol en een bewust gedeeld samenzijn. In mijn zelfgekozen eentje hef ik straks het glas. Proost.

Uncategorized

Het aardse Paradijs

De Hemel gaat sluiten. Vandaag is de allerlaatste dag dat je er nog kunt toeven. Gisteren was ik er, omdat Sinterklaas een heldere ingeving had gekregen en oma met de kleinzonen op stap stuurde. Die Sint, die verdacht veel op de vader van de jongetjes leek.

Het is niet zomaar de Hemel. Nee, het is die van de voetballende natie, kleine Godenzonen in de dop, die rapper zijn  met de voeten dan met de mond en die in het Walhalla op alle manieren hun kunsten mogen vertonen. Sprintjes trekken, koppen, slalommen dat eigenlijk dribbelen heet, vlakschieten, schotkracht. Alles valt te tonen. Vooral de laatste was een succes, omdat de kracht ter plekke digitaal gemeten werd en je dan kon rivaliseren met willekeurig elk ander schotkrachtjongetje.

001-3.jpgRoozendaal, Industriestraat.

Officieel heet die Hemel: Het Nationaal Voetbalmuseum: De Voetbal Experience. Daarvoor moesten we, mijl op zeven, eerst naar Roozendaal. Niet het gemoedelijke stadje maar een gure buitenwijk met een kunstenaarsdorp erachter. Die invulling gaf ik er zelf aan bij het zien van de onnatuurlijk gekleurde gevels en de prachtige staaltjes van graffiti op de onooglijke betonblokken her en der. Een No-go area. Krassende kraaien op de onwillige hekken van het lege terrein. Een enorm, maar leeg, stadion, met tribunes en toegangspoorten, die allemaal het hardst schenen te roepen om te keren en weg te gaan.

002

We reden tot aan de werende slagbomen en mochten, na het uitnemen van de parkeerkaart, gewoon door. De hemel binnen handbereik. We hadden keurig de jassen op de kapstok gehangen, kregen een korte uitleg en wandelden toen de Mythe in. Glunderende ogen, dribbelende benen, juichende knuisten, het kon niet meer stuk. De grootheden hingen als shirtjes aan de muur gespijkerd en je kon er de vuile was ruiken, de grasmat, de kleedkamer en wat al niet meer. Wapperende handen voor de neus. Aan voetbal kleven vreemde luchtjes.

037

Omahanden kleumden in de koude wind, maar de wangen van telg kleurden diep rood van de inspanning. Er waren jongetjes om vriendschappen mee aan te gaan. Voetbalvrienden hebben aan een half woord genoeg. Je oogst bewondering of niet. Ongelooflijk langbenige magere jongetjes, die al hun kruit verschoten leken te hebben qua vetopslag, dansten met de bal. Ze hielden partijtje in het holst van de voetbalkuil. De gelegenheid voor mij om uitgebreid de geschiedenis waar te nemen. De grootste voetbalschoen ooit, maatje 56 en andere trofeeën van de beroemdheden, luchtdicht afgesloten, waar ik alleen maar blij om kon zijn, want ik kan me de geur van de schoenen van de jongens nog heugen, die als een wolk opsteeg uit de natte restanten na de wedstrijd, de blikken reporterstemmen door de jaren heen, de aanwassende decibellen van het stadionpubliek.

039

Na elke millimeter te hebben getest, bekeken en onderworpen aan de inspectie, namen we afscheid. Nog net op tijd. Eerst de hemel zien en dan sterven, in variatie op een thema. In ons geval dommelde telg al snel weg en droomde, in zijn gordel achterin, de eclatante successen, de bewieroking, het klaterende gejuich van een volle arena.

053

Uit met oma is feest, patatterdetat, maar nu de ultieme test. Zoete aardappelpatat of gewone. Beide besteld, ketchup, mayonaise en appelmoes in de aanslag. De zoete aardappel won, yeahhhhh, met appelmoes verreweg het lekkerst. De ober schoot meermalen in de lach en onze dag kon niet meer stuk. Terug in het aardse Paradijs.

Uncategorized

Zalig zijn de onwetenden

Terugkijken en vooruit blikken. Pluis heeft het er niet op. Ze kijkt me wat verwijtend aan, of misschien kijkt ze alleen en zorgen mijn schuldgevoelens voor de ingevulde lading ervan. Zelfs het feit dat ze met lodderogen er wat narrig uitziet, verandert niets aan de objectieve waarneming. Ik zit niet in haar kleine poezenbrein.

De slaap had zich laten verjagen door een basale behoefte en piekerde er niet over om terug te keren. Om het nuttige met het aangename te verenigen las ik eerst een hoofdstuk uit het boek dat we voor de leesclub zouden doorvorsen. Zomerlicht…en dan komt de nacht van Jón Kalman Stefánsson. De titel was in ieder geval toepasselijk. Het holst van de nacht, de ideale omstandigheid voor wat gemijmer.

Ik wil niet zeggen, dat het boek me meteen aangrijpt, maar sommige zinnen zijn juweeltjes. Zijn taal is de taal van de gedachte. Het feit dat het gaat over de oude tijd van de jaren zeventig, maakt dat het moeilijk binnenkomen is voor iemand, die niet uit diezelfde periode stamt. Ondanks de vreemde, verlate plek, IJsland, herken ik de aanduidingen. Als hij in plaats van het verdwijnen de vernieuwing had aangehaald, was het meer herkenbaar geweest voor een jongere leeftijdsgroep.

013-1.jpg

Identificatie is een van de trekkers, die garant staan voor succes. Ik sla het boek dicht. Het moet even betijen. De nacht is nog lang, de laatste zandkorrels zijn uit de ogen gewreven en ik ga daarom op zoek naar een boek, dat past bij het volgende thema van het blad Mensenkinderen, voor een recensie. Ik vlieg heen en weer over de verschillende boekensites en ineens bedacht ik me, dat ik het ook fijn zou vinden als het schrijversgerelateerd was en een van de nieuwste boeken. Ik dankte mijn gesternte voor deze ingeving. Binnen een minuut had ik het perfecte boek gevonden. Een boek van Joke van Leeuwen, een van de groten der aarde als het om kinderboekenrepertoire gaat. Rijk en speels, maar zonder doekjes voor het bloeden.Dat kon worden afgevinkt om vervolgens terug te gaan naar Zomerlicht.

De dichter Hallgrimur Pétersson wordt er in aangehaald, een bekende IJslandse dichter, geboren in 1614. In een van hoofdstukken stond een passage van een van zijn gedichten:

De bomen willen niet meer botten

hun pracht vervaalt, de weeklacht krast

haar trieste leven, mijn wortels rotten

verdwenen de rust van mijn houvast.

In het lover hoorde ik vogelzang.

De storm ontwaakt, de dag vervaagt,

vogels en dieren worden bang.

Mijn gedachten worden opgejaagd.

De vader die dit gedicht aanhaalt, heeft er een fles whisky naast staan en verdrinkt zijn weemoed in de woorden van deze sombere woordenstroom vlak voor hij zich van het leven zal benemen. Het doet hem recht. Met de schaduwen in zijn hoofd kan hij niet verder leven, omdat ze hem de schoonheid van het bestaan ontnemen.

Dat is de kracht van het verhaal, want dankzij de beschrijving en de begeleidende brief ben je geneigd hem en zijn idee te omarmen. De zoon blijft achter, zo doorschijnend als ooit de moeder, verheerlijkte liefde van de vader. Straks, dat voel ik, maar weet het natuurlijk nog niet, verdwijnt hij of hij klautert uit de misjpoge omhoog om sterker dan de vader te verschijnen. Meer verlichtend dan het licht van zijn bleke vel.

012

Het feit dat het verhaal tot nadenken stemt maakt het boek al waardevol. Dat doet literatuur. Ik bundel de opgeroepen beelden van de nacht en ga nog even dromen voordat de dag aan mijn lakens trekt. Pluis is me al voorgegaan en ligt opgekruld aan mijn zij. Zalig zijn de onwetenden.

 

Uncategorized

Zelfs sfeer uit neonlichten

In de brievenbus liggen de liefste wensen. Voorzichtig haal ik de diverse enveloppen eruit. Sinds Zomerbriefjes en Klein Geluk Post heb ik weer een update qua waarde omtrent de brievenbus gemaakt. Waardevol en liefdevol. Die twee dingen. Er wordt aan je gedacht, er wordt extra moeite genomen een postzegel uit te kiezen(de mooiste)en een wandeling naar de brievenbus te ondernemen en er staan extra mooie wensen en gedachten in prachtig beeld gevat, in een zo mogelijk nog mooiere enveloppe. De dag kan niet meer stuk. Zonnestralen zijn het, regelrecht hartverwarmend.

IMG_9207

Van een lieve trouwe bloglezer kreeg ik een bedankje voor het hele jaar mijmeringen. Daarvoor had ik ook nog per boodschap onder de blog een dergelijke dankbetuiging gekregen. Het maakt me verlegen, maar ook heel blij, omdat ik weet dat er mensen zijn die kracht en positiviteit uit de verhalen kunnen plukken. Ik ben, op mijn beurt, net zo gelukkig met die ontvankelijkheid van hen.

Vanmorgen per ongeluk ‘Dag Schat’ tegen mijn vrouwelijke huisarts gezegd. Het was eigenlijk een groot compliment. Omdat ze een en al luisterend oor was. Het leek op thuiskomen, een stukje woordeloos begrijpen hoe het met je is, dat zijn kwaliteiten die ik zo waardeer en zeker als een arts daar mee behept is. Dat nam niet weg, dat ik toch een afbouwkuur van de Prednison als bonus mee kreeg. ‘Even de winter doortrekken’ heet het. Jammer, het is niet anders.

IMG_9199

Schat dus, dat zeg je niet tegen een dokter. Wel tegen mijn kleinzoon. Hij en ik kregen van Sint een middagje ‘Alone Home, de theatervoorstelling’ te zien. Hilarisch met op het eind een hoog moralistisch gehalte. Dat vond ik spijtig en dat stuk van het verhaal ging over alle hoofden van de jonkies heen, maar er waren geweldige scènes bij. Ik heb zo verschrikkelijk gelachen. Het geluid was niet optimaal, ik vroeg even rond en deed vervolgens de belangrijke ontdekking, dat vooral mijn geluid niet helemaal optimaal was. Haha. Dat weet ik al heel lang, maar het is iets wat ik voortdurend wens te vergeten. Annie M.G. Schmidt had een lange litanie met haar ouderdomsgebreken en ze heeft gelijk gehad. Elk jaar kan er een streepje bij op de lijst van onvolmaakt oud worden. Dat maakte voor kleinzoon niets uit. De Maccie was het ultieme slotakkoord.

IMG_9206

Heerlijk om met mijn kleine wijsneus op pad te zijn. Hij herkende stukken tekst, die mijn pet te boven gingen en omgekeerd. Hij wilde er boven de Fristi wel over door mijmeren. Volgende keer heb ik hem een Frans restaurant beloofd, want mijnheer is gek op kaas, en niet zomaar kaas, maar heerlijk Franse kaas. Boven Brie en Camembert, worden de authentieke ronde schimmelende kazen verkozen. Het bloed kruipt in dit geval wel waar het gaan kan, dus in de Franse venen, dankzij de Franse genen. Het wordt tijd om de jongens te ontMacdonalden. Ze zijn er aan toe.

Naast ons-oma met kleinkind-zat een andere generatie-moeder met puberzoon-die zich afvroeg of haar zoon niet liever met een jong meisje op stap ging dan met zijn oude moeder. Ik beet stevig op het puntje van mijn tong, maar omdat je op elkanders lip zit, kon ik het toch niet laten te zeggen, dat dat probleem in de jaren over zou gaan. Dan nemen ze hun oude moeders juist weer graag mee uit. Toch gaf het net dat tintje meerwaarde aan die formica eetfabriek. We glimlachten naar elkaar en ook puberzoon deed mee. De glimlach der herkenning, de glimlach van empathie, de glimlach van voordeel trekken uit de kleinste dingen, zelfs sfeer uit neonlichten.

 

Uncategorized

De kerst voorbij

Het ging precies zoals ik het me had voorgesteld. Die hete soep waar ik gisteren over schreef, was afgekoeld en in mijn hoofd was weer ruimte voor de realiteit. Daar deden we dan ook wel ons best voor, wandelden het park door, roerden elk onderwerp aan. Stijf omarmd gingen we verder en zeiden tegen elkaar: ‘Dat moeten we vaker doen’. Niets zo belangrijk als prime time met elkaar. Daarna was het huis vol, gezellig en warm.

In de middag ervoor dekten jongste zoonlief en ik de tafel en ontdekten dat alle laatjes  van de oude buffetkast en het aanrecht volgelopen waren met nutte en onnutte dingen. Mijn vroegere behoudende aard wil de dingen bewaren, maar de strakke en directe aanpak van zoon stond daar haaks op. Waar ik me tot voor kort verzette tegen zijn kordate handelen en tijd wilde krijgen om er over na te denken, was het nu een zalig en berustend gevoel.  ‘Had ik het nodig? Niet direct. Gebruikte ik het ooit? Ja vroeger. Ga ik er nog wat mee doen? Waarschijnlijk niet’. Dan hoppetee, weg ermee. Kringlooptas in de aanslag, daar redde ik mijn wil weer mee. Als het aan de telg had gelegen lag het in de vuilnisbak. Verschil moet er zijn. Hoeveel rustiger als je niet meteen in het verweer gaat.

De eerder gekomen hulptroepen roerden nog en passant een onderwerp aan. ‘Wat de waarde van het leven was’. Hun patiënten kwamen uit een streng katholiek dorp en wierpen die vragen op. Zoon was erover aan het nadenken gegaan. Er schoot een vleug vroeger naar binnen met een catechismus. ‘Waartoe zijn wij op aarde’, dreunde het. Een mooi en passend onderwerp voor aan de dis, vond ik. Het zou veel los kunnen maken, had hij bedacht, dus liever een luchtiger onderwerp aansnijden. Hij had gelijk. De aandacht om dergelijke gesprekken te voeren verdronk in het gekrakeel met de kinderen aan tafel. Het voelde goed om te weten, dat die diepere gedachten speelden. Het ware kerstgevoel.

018Pluis onder de boom

Pluis, die de hele kerst nog niet eenmaal naar de boom had getaald, wat ik trots verkondigde, presteerde het om er een kerstbal uit te slaan. ‘Dat doet ie anders nooit’ werd de gevleugelde uitspraak van de avond.

054.jpg Taart

De hachee ging schoon op en de enorme chocoladetaart van mijn schone dochter was een groot succes. De sla lag vergeten in een hoekje. Er was meer dan genoeg. In de keuken was de bedrijvigheid groot. Er werd afgewassen, gedroogd, gelachen, gepraat en nog veel meer gelachen. Vanuit mijn hoekje op de bank, kon ik het hele schouwspel overzien. Het voelde als warmte en een steekje gemis. Rijke kerst, rijke oogst.

De jongste aanwinst in ons gezin was het kerstmannetje in de dop. Met zijn bruine pientere oogjes keek hij de wereld in, net de borst gehad, en nu uiterst tevreden, buikje rond, warmte en een heerlijke plek, lief en genietend naast mijn benen op de bank. Poeh beer op de televisie voor spruit twee en een spelletje aan tafel met paps, oom en tante voor de andere mannen, stuiterend van de opwinding om winst of verlies.

Voor het weggaan mochten natuurlijk de schuimkransjes uit de boom gevist. Dat hoefde niet twee keer gezegd. Binnen tien minuten was de drukte voorbij. Om een uur of zeven was de koek op. Schoenen en jassen aan, mutsen op, kleverige kusjes-kruisjes, dag, dag en weldadige stilte. TV even uit, voetstappen en dribbelbenen op de galerij, de kerst voorbij.

 

Uncategorized

Een goed gesprek

Het is tweede kerstdag. Een horror memorabile kenmerkt de dag van een jaar terug. De pijn priemt dwars door de tijd heen en vanmorgen stond ik omzichtig, uit voorzorg, koffie te maken. Exact een jaar later dan toen het noodlot toesloeg. Alleen de herinnering steekt, achter het borstbeen blijft het stil. Gisteren was ik, al kabbelend, de kerst in gegaan. Weinig anders was mogelijk met longen die aan het wedijveren sloegen met het hart, maar die nooit in een overtreffende trap zouden raken.

035

Antibiotica deed haar werk net als de zeven andere lapmiddelen om hart en vaten af te vlakken en in bedwang te houden. Er zijn wat temmers nodig voor een opstandig gemoed. Er kwamen uien-en aardappelschillers langs en het gemak waarmee ze de feestdagen trotseerden, was een verademing op zich. Dan nog wat afleiding met zus, en haar zelf gemaakte voedsel. Ik genoot van de Pepesan, lied van het verleden en zo lekker, de Atjar zonder wortels, vergeten te kopen, maar die, misschien juist daarom, zo heerlijk smaakte en omdat ze overgoten was met een saus van zorgvuldigheid. Ze kwam op de fiets, een barre tocht ook al woonde ze twee straten verder. Het was donker en koud en de straten huilden. Een echte kerstavond dus, waarbij ik onmiddellijk aan de zwavelstokjes en Alleen op de wereld moest denken. Zelfs zoonlief at een hapje mee.

042

De avond verdronk in een glaasje wijn, dat ik weer dorst te nuttigen nu de antibioticakuur voorbij was en in stilte tot de Indiase deurbellen tegen het vensterglas sloegen en dat betekende dat er weer een heilzoeker kwam. De woorden bleven leunen op de stilte. Het hele gesprek vond plaats in ieders eigen hoofd. Regels wit, ongesproken woorden wilde ik vangen in het net, dat ik gebrekkig spande, maar dat toch niet afdoende was. Ik voerde hele gesprekken, maar er kwam geen woord uit. Hoe zit dat toch daarbinnen.

Ik bedacht dat een deel te wijten was aan de schrijver. Die is zo gewend aan het formuleren van woorden door op toetsen te tikken en zinnen te laten stromen. De herkenning is groot. Ik heb het steeds vaker, dat ik een onderwerp niet meer aan weet te roeren anders dan via het schrift. Bedachtzamer, meer weloverwogen.

Straks zijn ze er allemaal en dan gedenken we dat we  mogen genieten van elkaar. Valt er ook te peilen of het goed gaat in geestelijke zin. Hoe hoog spelen de muizenissen op, zijn het dan alleen de mijne, niet die van de anderen. Zie ik beren op de weg?

‘Wat is dat mevrouw van Gelder, houdt U beren in de kelder. echte bruine beren in het perceel, als het nou konijntjes waren of een aantal ooievaren, maar het zijn echte beren en zo veel’.

Hier krijg ik een lesje van Annie M.G. die me voorhoudt dat een stel gezonde beren echt geen nadeel hoeft te zijn. Lekker kniezen, een potje unheimnisch zijn, in de rats zitten, om daarna weer ‘opgelucht’ adem te kunnen halen, als die dikke bruine beren een voor een als een zeepbel uit elkaar ploffen. Dat is moederliefde pur sang. De angst niet benoemd, maar op fluistervoeten. Mijn moeder zei vroeger, ‘Ik bijt liever het puntje van mijn tong af, dan er over te praten’. Als kind vond ik het een rigoureuze keuze. Het ging dan doorgaans om delicate kwesties, die veel los konden maken. Uit die koker kwam ook het spreekwoord ‘Spreken is zilver en zwijgen is goud’ vandaan.  Moederliefde is weten wanneer je moet zwijgen. Maar soms schiet de twijfel er aan voorbij.

026.jpg

Buiten roekoet de duif haar oude litanie, ik omarm mijn beren en mijn twijfels. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend’. Vanavond eten we hachee, in een vlees en vega variant, gelardeerd met een goed gesprek.

Uncategorized

Op z’n paasbest met kerst

De kerstwensen rollen over elkaar mijn schermpjes binnen. Eigenlijk ben ik nog maar net uit een wonderlijk dromenland ontwaakt. Daar was het geen kerst, in tegenstelling tot de kerstavond van Robert ten Brink, die ik de avond er vlak voor gezien had. In de droom kwam ik de afbraak en de onttakeling van de school tegen en het sneeuwde er niet, geen sfeer van veiligheid en geborgenheid, die Robert met zijn Kerstbus zo treffend neer kan zetten. Ik peins verder en bedenk me dat de droom een mooie symboliek is voor al die mensen, die nu niet ergens aan een tafel zitten voor een klein of groot ontbijt met kaarsen en lekkere dingen, tinkelende en ronddraaiende engeltjes, pommanders en kerststerren in een pot, of rode cyclamen.

IMG_0922.JPG

Het ontbijt voorheen, op school, was er een om te gedenken. De kleine sfeervolle lokalen waar de tafels in een grote familieopstelling staan met mooie kleedjes er op. Iedereen op zijn kerstbest gekleed, met strakke en glimmende haren, krulletjes, staarten, kerstballen in een oor. Het zachte licht van de waxinelichtjes in veilige glazen potten, versierd met glitter en verf, gaven alle hapjes extra glans. Het lied van de kerstboom stond bovenaan. ‘Met ballen en slingers versieren we de boom, het sparretje verandert in een kerstboom…’ Om daarna altijd nog weer terug te vallen op de herdertjes die bij nachte lagen onder de Oh Denneboom.

Maar de koppies, die glimmende snoetjes, de verwachtingsvolle ogen, die beroerden me steeds weer tot tranen toe. Tijdens het ontbijt sloop het licht van buiten omzichtig naderbij en aan het eind, een uurtje later, was het gedaan met de betoverde sfeer. De kinderen waren er ook klaar mee en daarna begon in volle vaart de aftakeling. Altijd een te grote omschakeling, zoals die van Sint naar kerstsfeer ook als een donderslag bij heledere hemel plaats vond.

Het kerstontbijt van thuis is altijd van een heiligheid aan sfeer gebleven. Het opblijven tot elf uur, vader of moeder bleef thuis om de tafel te dekken, de wandeling door het donker, de Amandelstraat uit, de Elsstraat in en dan tot aan de kerk, de mensen die feestelijk, en vooral zwart gekleed, dezelfde gang maakten, dassen om de oren, rode wangen van de kou, en dan de grote ‘verlichte’ koude, maar feestelijke, kerk.

Drie missen in het verschiet, pepermuntjes, die we als koorleden mochten sabbelen, en alles in het latijn. De geur van kamfer vermengd met wierook, het gestommel op de houten kale banken, de zachte knielkussentjes van rood fluweel. Het was al goud wat er blonk daar vooraan. Niet zelden was een van de jongens misdienaar en moest belangrijke, onbegrijpelijke handelingen verrichten in mijn ogen. Knielen, buigen, schalen ophouden, kelken aangeven, met wierook zwaaien tot de kerk doordrenkt was van de zware heerlijke kruidige geur en door de rook. Daar doorheen klonken de liederen en verhieven de stemmen van de priesters, ze waren drie man sterk, zich in dat prachtige zangerige latijn. Dominus vobiscum. Op dat moment was ik er ten volle van overtuigd.

l_angel-chimes-goud-original

De gang terug naar huis was een grote ontlading. Huppelend en druk, omdat we wisten wat ons te wachten stond, spoedden we ons naar huis. daar vulde de eettafel de kamer. Voor alle dertien een bordje, de geur van verse broodjes op de kachel vulde de kamer, krentenstol met spijs,  zoete koek en gekookte eieren, maar bovenal de luxe, die er anders nooit was, aan de heerlijkste vleeswaren, die je maar bedenken kon. Rosbief, casselerrib, rookvlees en lever. Mijn moeder keek vast met dezelfde ontroering terug op onze toetjes met die verwachtingsvolle ogen. De engeltjes van goud draafden in een eindeloze rondgang boven hun kleine rode kaarsjes. Zalig kerstfeest in alle opzichten.

Nu ben ik thuis, het is kerstochtend, straks komen de kinderen meehelpen om de gerechten klaar te maken voor morgen. Morgenmiddag zal de tafel feestelijk gedekt zijn, ergens liggen nog zilveren kerstengeltjes die boven de waxinelichtjes dwalen, een nieuw tafelkleed ligt nog in de auto, of gebruik ik weer dat oude vertrouwde lange laken. De tafel is groot genoeg om ons alle veertien te herbergen, net als vroeger. Verwachtingsvol samenzijn. Op z’n paasbest met kerst.

 

Uncategorized

Een oranje Renault vier

Een hazeslaapje en nu al weer wakker. Ik doe natuurlijk al dagen praktisch niets. Daar zou het wel eens aan kunnen liggen. Was het niet zaak om juist de balans te vinden tussen de aard der dingen. Dus een beetje bezig en een beetje niets. Het kan ook aan de oploskoffie liggen of mijn hoge schermgehalte van tegenwoordig. Twee films op een dag is een ongekende hoeveelheid, een film was normaliter niet een te halen. Doorgaans strand ik ergens net na het midden en zak dan op de bank weg in zalige vergetelheid.

De eerste film had ik zelf opgezocht. Op Netflix. The ghostwriter, omdat ie, hoe kan het anders, over een schrijver ging. Maar het bleek meer politiek geëngageerd te zijn. De tweede was een hoog ‘ Kerstmis, voel je goed gehalte’, met sneeuw, sentimentele club: ‘Rijke superster valt op eenvoudig dorpsmeisje’. Tussendoor humor met tumor, wat een pittig nadenkertje is en een wonderlijke politieserie.

A7519BDF-F0D9-42CF-A0A5-A093A6EE5A1B.jpeg

Gisteren begon de dag met een belletje, Zoonlief deed open en ontving van vriendin wat  foto’s en een jubileum boek van de oude school. Dertig jaar notendoppenwerk. Liefdevol briefje erbij, tranen om wat nooit meer bij het oude was gebleven, maar zo gemist werd. In een app de herinnering aan mijn uitspraak, als ik weer eens niet droog door een tekst heen kon komen. ‘Sentimentele oude dwaas’ mopperde ik dan op mezelf. Ze maakt er Bok van, en dat tekent bij mij een grote glimlach tevoorschijn.  Dat was wat mijn vader een hele tijd over zichzelf riep en het klopte. Bij elk karretje over de zandweg, bij alle groene en stille dalen, weenden zijn ogen nostalgie, zoals later die van mij. En onvermogen om het juiste gevoel te duiden. Altijd werden wijze woorden gesmoord in een tranendal.

Het had alles met leeftijd te maken en hormonen, verhoogde gevoeligheid bij de ouderdom, overgang noem het maar. Er was altijd wel een uitweg te verzinnen om het te gedogen. Nu zijn de anderen aan de beurt en weet ik dat ze het dan pas echt zullen begrijpen.

Het oude jaar draait zich nog een keer op het andere oor. Dit zijn de dagen bij uitstek om nostalgie en tranen met elkaar te verweven, een staatje op te maken van wat is geweest. Een jaar om te vergeten. Nee. Ondanks de tegenslag bracht het als keerzijde ook het opperste genieten. De Wijze zegt: De goeden lijden onder de kwaden. In metafysisch opzicht. Ik ben geen groot abstract denken, ik kan het alleen maar vertalen in beelden. Het goede lijdt, als het kwade gedijt en vice versa, zingt het in mijn hoofd. Dan heeft het elkaar nodig om balans aan te brengen. Heft het uiteindelijk elkaar op, vraag ik me af. Zonder negativiteit zal positiviteit niet zegevieren. Wie diep is gegaan, herkent de treden die uit het dal zullen leiden.

Maar dat betekent niet dat het soms niet een onsje minder mag. Dit jaar beschouw ik als de inleiding naar een vierde periode in mijn leven. Die van de bezinning en de rust en alle stappen die ik tot nu toe gezet heb, zijn onderdelen van het hele proces. Geeneen kan gemist worden. In die wetenschap is het plezierig toeven. Spijt raakt op die manier de weg kwijt en wat zich aandient is zelfrespect.

Het was on dat opzicht ‘ Een erg goed jaar’ om met Sinatra te spreken. Ik was nooit een grote fan, maar dit is een van zijn songs, die hoog op het filosofenranglijstje mag en daar nooit zal misstaan. Bij niemand trouwens, al leek mijn limousine verdacht veel op een oranje Renault vier.