Uncategorized

Geniet met volle teugen

Het waren de eerste plaatjes die we draaiden, hoorden ook, op de radio in de periode dat ik met roodvonk, geïsoleerd van de rest, het kleine meisjeskamertje van vier bezet hield gedurende een week of zes. Een van de broers had met een ingenieus dradenstelsel een boxje buitenom naar boven geleid, zodat Adamo, the Beatles, the Stones, Hermans Hermits en de Kinks vrijelijk naar binnen konden stromen om mijn eenzaamheid te verlichten. Daar hoorde ik ‘No milk today’ van Hermans Hermit’s terwijl Jo de melkboer zijn dagelijkse rondjes hield en gewoon door ging met bezorgen en werd het een Sunny Afternoon in de bedompte kleine kamer als het nummer van The Kinks doorkwam.

005The Kinks

Gisteren zag ik, in het uur van de Wolf, een docu over deze laatste groep, één van mijn Áll-time favourites’, Ik werd geraakt door de tijd. Ze kwam, ze zag en raakte me vol in het hart. Ray Davies als jonge man, die de intro deed en het programma aan elkaar praatte, een oud interview waarin hij al lopend door zijn geliefde omgeving, uiteen zet hoe belangrijk het was om te kunnen blijven staan in de schoenen die hem als gegoten zaten, daar in dat Engeland van weleer. Het was vooral ook de nog niet eerder vertoonde opname van 1994, die ontroerde. Ray en Dave samen in de een of andere huiskamerentourage, schemerlamp met franje groot in beeld, zittend op twee krukken, die samen een sessie weggaven van de mooiste Kinks-nummers. De peinzende blik van Dave trof me het meest. Misschien wel om dat zijn oudere ik, in deze tijd, zo fragiel was. In die engelachtige breekbare oude man was het niet moeilijk om de stille en peinzende Dave te herkennen, maar tijd had, in alle ernst, haar beslag gelegd op zijn uiterlijk.

003.jpg1994

Hun verhaal was zo verhelderend voor mijn kennis van hun muziek. Wat een prachtige docu. Er zijn er te weinig van. Daarna kon ik de slaap niet vatten en bleven de beelden door het hoofd heen spoken. Evenals de teksten en de uitleg ervan. Alle nummers die genoemd werden stonden in mijn geheugen gegrift, ik hoefde enkel maar de deur open te zetten. Het heette ook een van de beste vergeten albums en dat was waar. ‘The Kinks Are the Village Green Preservation Society’. Het was een LP, die het verhaal vertelde van de jonge Brit Ray, met zijn typische Engelse humor verpakt in een spreekwoord van mijn moeder: ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Ze lieten hun oren niet hangen naar het Amerikaanse imperium, maar bleven trouw aan zichzelf.

004.jpgJeugd

Het beeld van het zachte innemende gezicht van Dave omkranst door het grijzende wat sliertige haar en de zo herkenbare standvastige trekken van Ray in het tanige gezicht, onveranderd, die aan het eind van het verhaal van de jonge Ray het stokje overnam, liet tijd op haar grondvesten schudden. Met het besef, dat niet alleen zij, maar ik evenzeer dat tijdperk van hun prachtige nummers voorbij was gesneld en ze zelfs geparkeerd had op een bijna onbereikbare plek, opende ik de deur van mijn herinnering wagenwijd. Laat maar binnenstromen, dat jeugdsentiment, en geniet met volle teugen.

Uncategorized

Een gat in de nieuwe dag

Er was iets wonderlijks aan de hand waren we vorige week bij het schilderen achter gekomen. In de tube cadmium geel zat een bleke huidkleurige substantie. Gisteren ging ik ermee terug naar de winkel. Peter, de eigenaar, begon onmiddellijk te knikken. Hij snapte al van ver wat er aan de hand was. Ik had een zogenaamde ‘lege’ tube meegekregen. De dummy’s, waardoor men kon zien, dat de winkelvoorraad op was. Met een prachtige nieuwe reed ik opgewekt naar de kringloop om te kijken of ik er niet een Japans Penseel, of misschien zelfs de hele set, kon opduikelen. ‘Je weet nooit hoe een koe een haas vangt’ zei mijn moeder altijd. Daarachter aan kwam steevast: ‘Niet geschoten is altijd mis’. Ik beaamde haar wijze raad en belandde tussen de ondefinieerbare snuisterijen. Je kan niet weten.

Toen er niets vergelijkbaars op kwam doemen, ging ik toch nog even bij de nieuw binnen gekomen boeken kijken. Ineens hoorde ik ‘Oma’ roepen. Daar toornde kleinzoon hoog op de schouders van zijn breedlachende vader. Mijn dochter liep bij de kleding rond. Wat een mazzel. Heel bijzonder om ze hier, zo ver van huis, aan te treffen. Ze kwamen de kinderwagen ophalen en ik mocht er nu getuige van zijn. Even later zaten we achter een heerlijk appeltaartje met een dot slagroom erbij, te kouten over alles wat onze gemoederen bezig hield. Kleinzoon maakte ondertussen drie puzzeltjes, waarbij ik absoluut niet mocht helpen.

008            007

In de gezellige kindvriendelijke stek waren er buiten de keuvelende parkieten buiten in de volière, ook nog een rattenslang, die zijn honderdslaap lag te soezen samen met een makker. In een ander hok lag een prachtige verstilde Baardagame. Geen fototoestel bij me en geen telefoon, beiden in de haast om voor de sneeuw uit even het tubetje om te ruilen, vergeten. Schoonzoon schoot op mijn verzoek, vooral van de Agame, twee kiekjes. Hij lag er echt in de kijker, terwijl de rattenslangen zich verstopt hadden met hun prachtige glanzende velletjes. Het was een dag van bijzonderheden.

005-2.jpg

De sneeuw bleef uit dus kon ik met een gerust hart naar het centrum van Utrecht om het nieuw veroverde cadmium-geel uit te proberen. Onder heerlijke zoetgevooisde klanken ontstonden de uitwisselingen van de know-how van het vak, boeken met imposante voorgangers als Isaac Israëls en Rob Houdijk, museumbezoek, maar ook kleine filosofieën en overpeinzingen onder het penselen door. Langzaam kreeg mijn jongetje vorm. Dankzij de lichte toets werd het dromerig en stukje bij beetje sterker. Het feit dat we een werk altijd tot aan de randen willen vullen, doet soms afbreuk aan de kracht van het beeld. Ook hier geldt ‘Less is more’ binnen het proces dat zich afspeelt en zoveel zuchten, maar ook voldoening schenkt.

We naderden de essentie, niet alleen in het werk maar ook in de kennismaking en dat is zo waardevol. Breitner kwam langs en de kimono, die ik weer terug zag bij dochterlief aan een haakje. Die zal dienen bij het Japonisme. In een spagaat door alle verschillende technieken heb ik eindelijk  weer de ruimte gevonden om op de vleugels te gaan van het gevoel en dat geeft lucht.

Ik glibber terug naar huis. De sneeuw is, in een natte derrie en met een verraderlijk glad, gekomen en ik rij met een vaartje van 50 over de snelweg, maar met dat gelukzalige gevoel van thuiskomen. Het is meer dan waardevol. Het duurt even eer ik in slaap val. Zo’n avontuur en zo’n beleving moet tot in alle poriën neerdalen, maar dan komt de slaap, gelukzalig en diep, en slaat een gat in de nieuwe dag.

 

Uncategorized

We gaan het beleven

Gisterenavond klonk in mijn hoofd nog altijd het sonore geluid van de digitale gong na toen ik allang en breed op de bank zat. Dat het digitaal gestuurd was werkte aanvankelijk een beetje op de lachspieren, maar het was wel een mooie inleiding om Japan binnen te treden. Aan de hand van de wrijfinktset, die voor ons stond waren we nog maar twee stappen verwijderd van de geheimen van de Japanse Sumi-e.

039

Met precisie werd de zwarte inktsteen in een klein beetje water uitgewreven, drie minuten stond voor dit ritueel. Eigenlijk werkte het felle neon kunstlicht tegen. Het vloeide niet mee met de steen die uit waaierde in diep zwart. Bovendien zat de vermoeidheid in de benen en werd concentratie een heikel punt.

020  028

’s Middags was ik in een totaal andere wereld geweest, van blauwwit keramiek en snuisterijen, poppenhuizen, een kleinste kamertje in rozengeuren, rozengloed, rozenweelde, Engelse hogere sferen en een poes die de kruimels van de flan op snoepte op tafel, pannenkoeken met een ondenkbare combinatie van tonijn en kaas, die toch niet te proeven was, Boerenbontgordijnen en een strooppot, diep roodbruine dennenbossen en twee paarden in de schilderachtige entourage, de vluchtigheid van een wereld door de autospiegel. Het verschil kon niet groter zijn.

050

Zen dus, het lukte niet echt, ondanks de gong, de prachtige rituelen en penselen, de gewassen inkt. Bamboo stond op tafel en we konden aan de slag. Eerst zelf ondervinden. Strepen trekken. Het verschil was opmerkelijk. Als je erbij praatte, trok het vibrato van de stem al in de inkt. Maar ook het papier, Japans papier had zo haar eigenschappen. Gladde kant, ruwe kant, te veel of te weinig inkt, de manier van indopen van het penseel, de wijze waarop je het hanteert, te veel of te weinig water en het Westerse ongeduld. Het lawaai, de stemmen, het gegiechel en gelach. Zen zijn is een modus waar je aan moet werken.

De filmpjes wekten bewondering, verwondering, verbetenheid en onbegrip. Hoe doen ze dat nou, hé, het werkt wel, als je maar blijft proberen. Het hoofd, mijn arme hoofd vol van het Hollands-Victoriaanse toeven van de middag, de schurende ademhaling, de vermoeidheid tot in mijn vingertoppen die langzaam de stelen veegde,de bladeren trok uit het sierlijke handwerktuig, zat vol van alle indrukken. Wolfsharen penselen. De cirkel, de Ensö, waarvan ik wil weten hoe dat uitgesproken wordt in het Japans om dat het Nederlands er direct Knol achter laat vallen en een totaal andere belevingssfeer brengt, kan er niet meer bij. Dat is waar je eigenlijk mee wil beginnen. Open geest, open hart. De Japanse cirkel. De kracht, de verlichting, het heelal, de oneindigheid, de leegte.

022

‘De geest leeg’ is mijn les voor de volgende keer. Wat meditatie vooraf en niet de hectiek van een Victoriaans uitstapje, waar ik ook ontzettend van genoten heb, samen met mijn twee oude vriendinnen van de opleiding uit 1968. Wij, drie bakvissen in een autootje, craquelé, grijs, wit of hennarood, met de zachte meisjesogen van lang geleden en de wijsheid der jaren verenigd in het tanende lijf. Kwaaltje hier, kwaaltje daar, maar altijd in staat om de zon te vinden. Alle drie. Bijzonder.

057

De Japanse Zenmaan stond ’s avonds aan de horizon van een nieuw avontuur, maar  net niet haalbaar op dat moment. Dat drukte zich uit in de onrustige cirkels die neerstreken uit de haren van de penseel. Ovalen, bibberaars, bultige exemplaren. De open en de gesloten vormen ontstaan, maar te grillig, hier en daar al prachtig rond, maar met nog altijd te weinig volledige concentratie. Haar betekenis, de gesloten vorm nadert de perfectie en de open vorm ruimte geeft voor beweging en ontwikkeling, vervaagt. Mijn cirkels rommelen maar wat aan. Te weinig concentratie, te vermoeide armen om het penseel te liften.

069

Ik verlang naar de Zen uit de jaren zeventig, zo ver weg en nu weer zo dichtbij. Straks, thuis, zal de herkansing zijn in alle rust en stilte. Volgende week verder met de Kimono’s van Breitner.  Een enorme sprong door de tijd, een kraanvogelvlucht. Ik heb nog wat voorwerk te doen. We gaan het beleven.

 

 

Uncategorized

Bevrijdende hagel

De lucht trok dicht in een inktzwart sussen. Net op tijd zat ik in de kleine blauwe en toen barstte de hagel los. Kleine keiharde korreltjes tikten in een tegengesteld protest, terwijl in de duisternis, half door de laatste zonnegloed beschenen alweer een regenboog verscheen. De tweede in twee dagen.

Even daarvoor waren we teruggekeerd van Broei aan de Oosterkade en hadden gelopen tot aan het huis van vriendinlief. Broei is dat, wat je verwachten kan van een natuurlijk samenzijn, dat zich afspeelt in de vriendelijke huiskamermodus. Warmte, een proces van creativiteit, de bezegeling van het deelgenoot zijn, de bevestiging van verbondenheid. De emmer leeg en het hart weer vol. Het was de tweede keer dat we er waren. Echte vriendschap voedt zich met warmte en aandacht, een luisterend oor, het broodnodige klankbord, de eerste keer voor het mijne, de tweede keer voor het hare. Kwetsbare mensenharten.

004

Ik luister naar de verhalen en denk tegelijkertijd hoe snel de realiteit kan omslaan. Hoe kleine nietige tentakeltjes slechts nodig zijn om het gewone leven volledig op de kop te zetten. Die ochtend had ik fysiotherapie gehad en dat is de plek bij uitstek om te zien hoe kwetsbaarheid naast de lichamelijke ongemakken veel meer nog inwerkt op de geest en zorgt voor een herstel dat stapje voor stapje wordt geslecht, maar altijd langzamer gaat dan wij wensen. Nietigheid, devotie die ons ondergeschikt maakt aan het tempo ervan en dus traag als stroop haar weg volgt

De oude man zwoegt met het gewicht aan zijn voet heen en weer, de oude botten kraken, de spieren knarsen, een zucht ontsnapt hem en nog een, terwijl het zwaaien vertraagd en zichtbaar zwaarder gaat. De vrouw trapt de trappers naarstig rond, de weerstand is zichtbaar te horen in de versnelde ademhaling. De man er tegenover vliegt op de bal met twee gewichten in zijn handen aan de uitgestrekte armen, als vleugels in het luchtruim,  weg van het aardse onvermogen.

167.jpg

Een ander trekt de gruisbuis voor zich uit en strekt en zwaait hem boven het hoofd, denkt hem hoger dan het is, en neer en weer, op en neer tot tien keer toe. We stonden allen midden in de hectiek van het leven toen plotsklaps een vat sprong, een handvol longblazen leegliepen, het hart er de brui aan gaf, de benen verstramden. Het sociale leven gaat hier al weken, maanden, jaren in een vertraagde versnelling voort. We zijn gedoemd, want beter dan dit wordt het niet meer, weten we. Toch geloven we in dat laatste klankbord met opdrachten die de spieren aanzetten tot het uiterste vermogen. Met de haren worden we erbij gesleept. Je kan te langzaam, maar ook te snel en zaak is om in de juiste dosering de heilzame werking van het bewegen op de rit te krijgen. Dan blijft de weg lang open.

Dat denkhoofd van ons is niet anders. Braaf voert het de oefeningen uit die we aanbieden als remedie. Rust, gedoseerd bewegen, schoonheid, kunst verzacht, voldoende slaap en de kleine geneugten. Niet meer en niet minder. Forceren heeft geen zin. Alle onderwerpen komen langs, ze volgen een eigen route tot ergens in het hoofd weer een kiem wordt gelegd voor een nieuw idee en lucht brengt in de hyperende ademhaling. Passen op de plaats sparren wegen open.

We gaan naar buiten, lichter dan het was. In de felle zon op het nu glinsterende water trekt de lucht weer dicht. Grijs tot inktzwart als we bij haar thuiskomen en ik in de kleine blauwe stap en de lucht zich ontlaadt in een bevrijdende hagel.

Uncategorized

De bal kan nog zo rond zijn

Dat was de eerste keer dat ik zo dicht langs de voormalige hoogovens over het strand liep. Nou ja, zweefde, schoof, tornde, schuurde, hijgde, voortgestuwd of tegengehouden door de pittige wind. We zochten Timboektoe en buiten de aanhoudende geselende wind en regen en het door het wolkendek priemende zonnetje, was het inderdaad een brug te ver.

De bijbehorende Afrikaans, tropisch temperaturen bleven uit, wat ook mijl op zeven is midden op de winterdag. Binnen was het aangenaam warm, maar ik keek tegen het licht in en mijn kinderschaar was net zo schaduwrijk als de grote slagschepen die langs voeren. Ik was in een andere wereld, een totaal andere beleving terecht gekomen. Er stonden tapasjes maar niemand nam een hap. De kinderen zorgden voor de afleiding, een glas chocomel dat omging over de kaart heen en een flinke val van de bank, die vals ophield te bestaan onder het grote kussen.

039

Buiten striemde de wind in het gezicht, het strand was verder dan ooit en de kinderwagen was niet te trekken door het rulle zand. Haha. Maar Andre bleef maar door de wisselende wolkpartijen heen gluren en twee dappere kleinzonen vertelden dat ze ook wat in het zand geschreven hadden. Ik was benieuwd naar hun tekst. Ik heb ‘ik mis je’ geschreven, zei de jongste van de twee, ‘Omdat ik hem mis’. ‘Maar je kent hem toch niet’, zei iemand. ‘Jawel, want er staat een foto thuis met….’en er volgde een uitgebreide beschrijving, die ik niet kan herhalen omdat mijn oren dichtsuisden .

088

Het aandoenlijke koppie, de kleine hand, die in de mijne schoof waren voldoende om de hele dag op haar plek te laten vallen. Die eenvoudige woorden: Ik mis je. Als opa, als persoon, als belangrijk mens voor zijn moeder. In mijn hoofd schreef ik ter plekke mijn eigen tekst, zodat, op goed geluk de woorden meegenomen werden door de wind, want het slagregende.

073

De afstanden waren letterlijk te ver. Volgend jaar dichterbij op een behapbaar Zuid-Hollands strand, met korte afstanden, de warme pleisterplaats om de hoek, geen industriële moderne witte fijnstofpluimen van meters hoog en dik als entourage, geen schuimende golven mijlen ver weg. Witte rook betekent doorgaans dat er een beslissing gevallen is en dat men door kan gaan. Maar hier hield alles aan natuur ons tegen. De beloning kwam toen we terug liepen naar de auto. Even was daar een halve regenboog tegen het intense blauwgrijs.

De weg terug naar huis liet alles zien wat zo’n dag te brengen had. Een buizerd op de lantaarnpaal, zon boven Schiphol, striemende regen en straffe wind vlak bij huis. Thuis in de veilige warmte, de boeken onder handbereik, kaarsen aan, klassiek bij Witteman en een andere klassieker, een voetbalwedstrijd, waarbij de een de ander volledig en historisch wegspeelde, de laatste met een andere focus, volgens schoonzoon, was het goed toeven.

Gedachten liet ik de vrije loop en soms sluisde ik ze weg aan de hand van flarden, die invielen en de weg bepaalden. Zo gaat dat op dit soort memorabele dagen, waarbij niets gaat zoals gedacht en alles altijd eigenzinnig uitpakt, maar ze niet minder waardevol maakt. In de mail een kattebelletje van de wijze, die aan ons dacht. Dit en ander medeleven weet, koester en omarm ik.

De bal kan nog zo rond zijn, hier werd hij vierkant ingekopt.

 

Uncategorized

Tot sterrenstof zullen we wederkeren

‘Uit sterrenstof zijt gij geboren en als sterrenstof zult gij wederkeren’, was de troostrijke gedachte die Leoni Jansen en Govert Schilling in de voorstelling Starry Starry Night ons voorschotelden. Ik had nooit verzonnen naar een dergelijke vermakelijke semiwetenschappelijke verhandeling te gaan, als de kaartjes niet waren komen aanwaaien.

010-2.jpgUnder construction(detail)

Rij drie, stoel drie en een uitmuntend zicht, perfect geluid en een fantastische bassist en gitarist als versterking. Govert hield zijn lectoraat en Leoni walste er haar liedjes doorheen. Bekende sterrenhemelaanbidders als Ground controle for major Tom als je op de zinnen wegdreef ‘And I’m floating in a most peculiar way/And the stars look very different today.’ Woodstock waarbij we al lang wisten dat we sterrenstof waren: ‘We are stardust, we are golden/We are billion year old carbon/And we got to get ourselves back to the garden’. Natuurlijk waren er veel meer. Leoni zong met haar zuivere stem de sterren van de hemel en ze daalden met hun betoverende kracht een voor een neer. Govert verbond ondertussen zijn wetenschappelijke kennis met lyrische overtuiging, de oerknal kwam voorbij, het zwarte gat, de uitbarstingen van de sterren in een regen van lichtdeeltjes en sterrenstof. Een prachtig verhaal over de Dominicaner monnik die de wetenschappelijke oerknal aan zijn theologische kapstok hing.

Zo zweefden we voort. Heerlijke afwisseling van aardse genoegens en hemelse gedachten, evolutieleer en poëzie. De taal der sterren kent vele vormen.

IMG_9847.JPG

Mijn Melkweg, die altijd bij het steelpannetje ophoudt en de Poolster, krijgen tal van dimensies erbij, een heel conglomeraat van zwevende sterren, lichtjaren ver, tijd bestaat niet of nauwelijks in de ruimte en de dikke Winkler Prins, die Govert er aan de duizenden pagina’s bijsleept, verduidelijkt de onnoemelijke, nee, onmetelijke afstanden die daar in het heelal gaande zijn. De nietigheid afgemeten aan  talrijke dundruk, de uitgebreidheid van een encyclopedie, een op schaal gemeten heelal. Mooier en duidelijker kan het niet voorgeschoteld worden. Tijdsbegrip heeft handvatten nodig en Govert reikt ze aan. Ineens schuiven de beelden in elkaar en ze worden begripvol aan de hand van een reeks boeken, van een bal en een speldenknop, dat fiezeltje.

Beeldend gezien geeft Leoni de nodige poëtische aanvullingen erop. Ze schetst het beeld van een meisje dat met haar vader aan het strand zit, waarbij ze kijken naar de ondergaande zon. Vol verbazing ziet ze de zon zakken. Haar vader corrigeert. ‘Nee lieverd,  dat denkt iedereen. De zon zakt niet, wij draaien  uit het schootsveld van de zon weg’, waarmee voorgoed een beeld veranderde in het hoofd van dat kleine meisje en nu, bij deze vertelling, in onze volgende ontmoeting met een ondergaande zon, pardon, wegdraaiende aarde.

011Olieverf op doek

We dompelden onder in de sterrennevels, met de verstarde Orion aan het firmament door zijn strijd met de Schorpioen en zijn ongelukkige  Zus Artemis, die hem per ongeluk doodde, maar hem ook het eeuwig leven schonk als lichtend voorbeeld. Verstarring, versterring, versterven, versterfelijkheid, begrippen worden nieuw leven ingeblazen nu ik in de materie duik, woorden zweven in mijn talig heelal rond, barsten in een oerknal uiteen en bruisen ideeën.

Het zoetgevooisde, lieflijke Woodstock van Crosby, Still, Nash and Young brengt me terug naar lang geleden, mist de uitwerking niet.

Ik droom ‘Mannetjes op de maan met witte pakken aan, die hinkstapsprong en zwevend een vlag planten op het bolletje in een zwart/wit Televeetje met de afmeting van een schoenendoos en wij, ademloos, ervoor met deze songs op volle decibellen in het oor’.

De avond sluit met een meezinger, we mogen los. De stramme knieeën gestrekt, de hoeveelheid kennis gehusseld, daalt de sterrenregen op ons neer als een voile van licht.

Sterrenstof zijn wij en tot sterrenstof zullen we wederkeren.

 

 

Uncategorized

Dan komt de rest vanzelf

Er zijn van die dagen die een film start waar je liever niet in wil zitten. Het is geen slechte film op zich, maar een totaal onverwachte. Vandaag komen de woorden op mijn pad die weer een opening brengen voor het amorfe gevoel dat er opvolgde. Een lieve volger schreef: ‘Elk schijnbaar falen/wijst gaandeweg de richting/naar het punt van ongekend succes.’ Het gaat in dit geval niet over ongekend succes, maar het feit dat er een doel steekt achter schijnbaar falen. Zo voelde het gisteren. Ik ben tekort geschoten. Maar kennelijk, volgens de stelregel,  is er nog niets verloren. Er wacht een uitkomst met een tree hoger te klimmen. Niet op de ladder van succes, maar op de ladder van begrip en liefde.

Het overrompelde zo, dat ik niet meer helder kon denken. Ik ben een boek voor de leesclub aan het lezen, dat ‘Wees onzichtbaar’ heet. Dat wilde ik zijn. De dag uitgummen had ook gekund. Ik heb mezelf afgevraagd, waar ik dan de fout in ben begaan. Ik heb alle handelingen uitgeplozen. Ik heb de woorden, voor zover ze terug te halen waren, gewikt en gewogen. De lading die er aan verbonden werd, kon ik er niet uithalen. Nu ben ik in de war.

Vandaag is de dag om de focus te leggen op het verleden Ik parkeer het vermeende onvermogen en het unheimisch gevoel, in het vertrouwen dat met de tijd de raad zal komen. Ik heb wel het idee dat er bepaalde consequenties uit voort zullen vloeien en dat is dan zo. Echte vriendschap kan een stootje hebben.

1158

Het is 26 januari en een bijzondere dag werd het 18 jaar geleden. De vader van de kinderen overleed. Al langer en rusteloos probeerde hij het leven vorm te geven. Maar het lukte niet. In een ogenblik kan een situatie totaal veranderen, een wereldbeeld 180 graden draaien. Je weet dat wat was, nooit meer zal zijn. Ieder van ons, alle mensen die hem liefhadden en kenden, hebben dat idee een plek moeten geven. Niets is zo eindig als een definitief afscheid. Daar verbleekt elke andere twijfel bij.

In het hoofd kleuren herinneringen zachter. Het worden pastels in een bijzonder licht. Morgen zullen we naar het strand gaan. Al jaren neemt de zee onze boodschappen mee. Het is een terugkerend ritueel dat verzacht en troost schenkt. Woorden die je denkt een podium te geven door ze mee te laten voeren in een oneindige beweging. Dat doet zee. Zoals ze ooit, jaren geleden, de as mee heeft genomen. Zee was huisje op het strand, forten bouwen, wandelen, uitwaaien, zee was meer jij en de kinderen. Onze wandelingen vroeger zijn allang verbleekt bij die latere zee.

buizerd in noorderpark 7

Voor mij is het nog meer de buizerd die heel soms boven het voetbalveld cirkelt, maar elke dag op de lantaarnpaal zit, daar waar de A2 overgaat in de A27. Hij zit er elke dag en kijkt naar beneden, stel ik me zo voor, met trotse blik. Zoals ik hem vond in de havik van een paar jaar geleden, die voor mijn ogen zijn kostje scharrelde. Het verzacht om een personificatie aan gemis te verbinden. Een nieuw leven in vrijheid is zoveel meer dan het gemis hier beneden.

Gisteren verloor ik een stukje vertrouwd gevoel, vandaag hervond ik het vertrouwen. Het klopt. Elke stap terug betekent twee treden omhoog. Dat hou ik voor ogen en dan komt de rest vanzelf.

 

 

Uncategorized

Wat kunst al niet vermag

Een jongetje dat helemaal opgaat in het stuk. Hij klapt, hij stuitert bijna van de bank. Hij is te bewegelijk, stoort anderen met zijn gefladder, maar ik smelt als ik de gelukzalige glimlach op zijn gezicht zie.

De juf ergert zich zichtbaar. Kijkt verstoord om, steeds naar hem, terwijl er om hem heen ook wel wat gebeurt. Haar focus ligt niet bij de dans, niet bij de andere kinderen, niet op haar collega’s of mij, maar slechts op hem. Ik zie het verbeten trekje om haar mond. Het vreet zich dieper en dieper. Op het podium is er een scene gaande waarbij totale anarchie heerst. Iedereen laat zijn eigen binnenbeest los en niemand luistert meer naar de vormgever van het experiment. Ze dirigeert iedereen in een hoek, ze bijt van zich af, nijdasserig versterkt het zich, ze begint te schreeuwen en daarna brult ze in een oerkreet al haar ongeloof en onmacht uit totdat ze in een catarre verstard.

002-5.jpg

De juf spiegelt zich onbewust en het jongetje dat in het lawaai steeds wiebeliger en beweeglijker wordt, maar die lieve grijns oprekt van oor tot oor, moet het ontgelden als hij per ongeluk in zijn enthousiasme een buurman van de bank stoot. Als door een adder gebeten springt de juf op en sleept hem aan zijn arm de gymzaal uit. Hij protesteert nog zwakjes, maar dat levert alleen een verbetener aanpak op. Na de voorstelling zit ik naast hem en vraag hem hoe hij het vond. Hij heeft genoten. Ik vertelde hem dat ik dat kon zien én dat ik er dubbel blij van werd. Echt waar? Het jongetje keek me vol ongeloof aan.

Tijdens de fantastische voorstelling zat er ook een andere jongen naast me. Hij bleef om zich heen kijken, aandacht trekken met getrommel op een van de twee paarden waar de bank tussen geklemd was en volgde gespannen de onrust op het toneel. Het werd hem duidelijk te veel. Hij vond het zo spannend, dat hij toch bleef kijken tussen alle afleiding door. Hij trommelde zijn onrust weg, ritmisch, op de maat van de muziek en als hij uit de pas was, trommelde ik voor. Zo hadden we ons eigen spel zonder woorden. Hij, de kleine trommelaar en ik. Dan keek hij me vol ongeloof aan, terwijl ik snel mijn ogen weg draaide. Aandacht zou de woordeloze communicatie veranderen en teniet doen. We genoten beiden.

004Natte kleding drogen voor de tweede voorstelling

Er waren twee keer honderd kinderen tijdens een dansvoorstelling van Binnenbeest van De Dansers en de jonge dansers, vijf in getal, konden 50 minuten lang de aandacht nagelen. De eerste, de kinderen van een wat onrustige speciale groep, drukten bij het lawaai de handen tegen de oren, doken ineen bij het schelle geluid, maar tot het uiterste getriggerd volgden ze ook ademloos de grappige, koddige, uitdagende, beweeglijke dansers op het podium.  De grote groep daarna was muisstil op de lachsalvo’s na.

Het was weer een topdag. Op het moment suprême zat de buurman van de trommelaar na afloop te huilen op de bank in de kleedkamer, waar ze hun schoenen uit moesten doen. Iemand van de andere school had zijn laarzen laten staan en de zijne aangetrokken. Hij dacht dat er enkel nog meisjeslaarzen stonden en weigerde die aan te trekken. Hij haalde alle argumenten aan die hij maar kon verzinnen o zijn verzet te rehabiliteren. Zijn moeder, meisjeslaarzen…zijn moeder weer. Aan het hoopje verdriet en wanhoop kwam geen eind, ook niet nadat ik de ander school gebeld had, dus nam zijn begeleidster, de stagiaire, het kind op de rug, galoppeerden we als echte paarden, die hadden we net gezien, naar de auto en reed ik spoorslags naar de andere school. Laarzen omgeruild. ‘Zie je het waren precies dezelfde, geen meisjeslaarzen.’ De opluchting was groot. Ik was niet zijn vriend, maar wel een goed alternatief.

Ook aan fijne voorstellingen komt een eind. Opruimen, kletsen met de dansers en de regisseuse en op huis aan met een warm gevoel. Wat kunst al niet vermag.

Uncategorized

Zoete dromen

Dat je denkt zeeën van tijd te hebben en dat die binnen een seconde van bedachtzaamheid zijn opgedroogd tot een half uurtje, dát. Vooral als je net je ogen hebt opengeslagen. Op die momenten zou ik de tijd terug willen draaien. Met de kinderen deed ik dat wel eens letterlijk. Ik riep dan: ‘Stop schatjes. Laat alles vallen. Even overnieuw’. Dan draaiden we met ‘jabbertalk’ aan een denkbeeldig wiel en begonnen overnieuw. Het is zo’n heerlijk spontaan bewustwordingsmoment, waarbij je een mindset kon maken. En het werkte!

023

Maar nooit als het op tijd aan komt. Haha, de minuten slaan me per seconde om de oren. Het was een latertje, de avond ervoor. Ik had les in Utrecht. We waren allang wéér de tijd vergeten. Om rond elven reed ik weg van de pittoreske kade, het glibberde en schoof, maar het zag er prachtig uit. Ik had niet langer privéles, maar er was een cursist bijgekomen en het was weer pittig maar waardevol geweest. Het accent lag op kijken. Dat moet niet moeilijk zijn als je je ogen gebruikt, hoor ik jullie denken. Niets is minder waar. Het is een fenomeen, datje al heel lang kan oefenen, maar waarbij je toch ziende blind als een olifant door de porseleinkast stommelt. Met de ogen op een kier keken we naar mijn jongetje. Hij stond verkeerd in het beeld. Waarheid. ‘Dan gaan we overnieuw’. ‘Nee joh’, zei mijn teacher in roll, maar de wil om nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de beren op mijn tekenpad, bracht een bepaalde standvastigheid boven. Natuurlijk wel. Met titaan is het makkelijk blörren. Binnen een tel was de vorige sessie verdwenen. Kijk, daar werkte het wel. Dus veel is er wel aan tijd terug te draaien. Je begint eenvoudigweg opnieuw. En weer liep ik vast….

‘Alleen een ezel stoot zich twee maal aan dezelfde steen’, mompelde het verleden over mijn schouder. Nou…ik kan het wel drie of vier keer hoor. Ten slotte stond ik echter zelf de aanwijzingen op te sommen. Ik zag het eindelijk. Het effect is of je het licht ziet, maar het kwam pas ná de handeling. Eerst had ik nog tersluiks opgemerkt dat ik nóg niet was opgeschoten. Daar greep mijn stut en toeverlaat in. Ze deed wat meer dan waardevol was. Ze noemde de reeks leerpunten op, waar ik mee had geworsteld en die ik had overwonnen. Ik keek nog eens naar mijn paneeltje en toen pas vielen de schellen van de ogen. Nee, ik ben er nog lang niet, maar er waren hobbels en obstakels en ik ben tot in het diepste diep gegaan om ze te overmeesteren. De basis is waar het om draait. ‘Kill your Darlings’ is een meesterlijke uitdrukking en niets is minder waar, maar alleen als je de vesting weer opbouwt, steen voor steen, en de problemen tackelt. Als het niet lukt, weer en weer en weer. Eindeloos vertrouwen in dat ene licht dat komt, het kwartje dat valt, de kennis die indaalt, op het juiste moment dat het komen moet.

022

Met mijn ‘collega’ ging het precies zo. Ze had een fantastisch opzetje van een portret gemaakt en was er toen met straffe lijnen in aan het werk gegaan. De hardheid van de kleuren werden stukje bij beetje aangepakt en opgelost. Kijken, terug lopen, nog weer kijken, terug lopen, nog weer kijken en proberen. Het effect werkte verruimend. Ineens wisten we allebei tegelijkertijd dat dit onnoembare precies was, wat we we wilden leren in deze cursus. De kracht van het geheim van deze meester. Als het in woorden gevangen moet worden, is het niet mogelijk. Kijk, luister, doe. Dát, bovenop alle andere kennis en telkens weer.

Thuis in bed, al ingedoezeld van vermoeidheid, schoot ik wakker. De Parkmobile. Haastig greep ik mijn mobiel. 82 cent stond er in de geschiedenis. Ik had 82 cent uitgegeven en de rest van de avond heeft de auto onbetaald onopgemerkt staan wachten op mijn terugkeer. Dat scheelde weer een tientje. Met een grote grijns, de glorie van het overwinnelijke, op het netvlies, dook ik terug in mijn zoete dromen.

Uncategorized

Een leven lang

Kinderen, wat een bron van inspiratie zijn ze toch. Vanmorgen bij de voorstelling, zat, terwijl alle informatie verder over zijn hoofd heen uitwaaierde, een jongen op het puntje van zijn stoel. Hij had een guitig koppie met een ontwapenende lach, die niet van zijn gezicht week. Hij keek zijn ogen uit. Naar de beelden, naar de acteur, naar de kast. Iedere keer als er een verborgen of openlijke grap langs kwam schaterde hij het uit en stootte zijn buurman en vrouw aan. Nog net geen dijengeklets. De emotie was van zijn gezicht af te lezen ondanks de gebeitelde glimlach. Een nog nauwelijks beschreven open boek.

002

De kunst van de humor is om het net niet teveel boven de kinderen uit te laten stijgen, maar ook niet te laag in te koppen. Het mag aan grenzen raken. De doelgroep vijf, zes, zeven heeft vileine humor. Na een reeksje wereldmuziek kwam er ineens een modern populair ‘meisjes’muziekje tussendoor, dat onmiddellijk herkend werd en een enorm lachsalvo ontfutselde. Ik moest om uitleg van de grap vragen. De ‘bad jokes’ werden met ongeloof ontvangen of lokten een schuchter glimlachje uit. Dat zal ie toch niet bedoelen. ‘Het is geel en je kan er op staan…een kui….’. Dit soort gruwelijke mokerslagen tussen de goedmoedige speldenprikken gaven de waarde aan het spel, verrijkten de intentie, juist omdat ze de waanzin van dit soort harde grappen niet schuwde. Het is de kennis van de meester die de taal van zijn leerlingen spreekt. De laatste groep was een woelige groep, onrustig vaak, maar ze waren in de handen van de acteur mak als een lam, plooibaar als was. De leerkracht kwam het hem nog in het bijzonder vertellen. Ik had de ervaring niet willen missen.

Adrianus I  (middeleeuws schilderij van onbekende schilder

Ooit had ik een wonderlijke leraar geschiedenis. Hij was tevens het hoofd van de school. Als hij binnen kwam dan draaide hij zich om naar het bord, pakte een wit krijtje en riep: ‘Schrijf op, één…’. Daarna draaide hij zich om met de wisser in zijn hand, gooide het als een ongeleid projectiel tegen het prikbord achter in de klas aan en begon te vertellen. Fantastische verhalen over dappere ridders en wenende jonkvrouwen, woeste kenaus en barmhartige Florence Nightingales die vochten en zalfden, boude uitspraken, rauwe beweringen en lieflijk gefluister. Voor mijn ogen begon het fluweel te ruisen, de voiles te golven, de witte volanten te waaieren. Paarden galoppeerden voorbij, strijd was er, bloedig en rauw, het kermen, de bedelaars met hun nap, hun lompen, de modder, de drek. Ik kon het ruiken. Zoals ik het gebraad rook, het gerstenat zag schuimen, de verwilderde ogen van de angstige paarden. Geen rust meer in mijn hoofd zolang hij aan het woord was. Schrijf op, één, maar ik had geen woorden voor de waterval aan taferelen. Op de golven van mijn eigen fantasie zwom ik in die woelige zee der verbeelding. Thuis bestudeerde ik de getekende platen in het boek. De kragen, de stoffen, de mantels, de wambuizen, de schoenen en de lange gewaden met de verhoogde taille.

013

In mijn kledingkast ligt onderin nog altijd een witte bloes met de wijd uitwaaierende geplooide mouwen, ruimvallend, een schildersbloes, nee, meer dan dat alleen. Een stil verlangen naar de verhalen van toen, een weemoed naar de opgeroepen beelden van weleer. De nostalgie van de leerling voor haar oude meester, die de taal van zijn leerling sprak en daarmee de verwondering wekte. Ze duurde al een leven lang en zal nooit ophouden te bestaan.

Uncategorized

De volgende zet

Leusden lag een kleine file te ver weg. Maar met moed beleid en trouw haalde ik ruim op tijd de Tuin. Wat een lieflijk en intiem theatertje is daar verstopt achter het grote winkelcentrum en de borden met werk in uitvoering, omleidingen en verwarrende aanwijzingen. De klein Prins reed onverstoorbaar en in een rechte lijn naar de plaats van bestemming, zoals het een echte prins betaamd.

Een uur voor aanvang en nieuwe kindersnoetjes was alles al in stelling gebracht en het decor opgebouwd. Het hele theatergezelschap dat ik in mijn hoofd had bestond uit zegge en schrijve een man. Vol verbazing hoorde ik dat hij de speler van de Wagners opera van een paar dagen er voor was geweest. Toeval? Daar geloof ik allang niet meer in. Het leek erop dat als een rode draad door de voorstellingen heen de ontdekking van de acteur als het door mij bewonderde idool van een vorige voorstelling zou worden. Er zijn vervelender rode draden geweest. Er ontspon zich een genoeglijk gesprek over het thema van het verhaal. Afscheid. Fantasie en realiteit vlochten zich door elkaar. De kinderen kwamen binnen. De groepen vijf. zes en zeven met hele kleine krielkippen en lange lijzen. Verwachtingsvol, luid kakelend om de spanning te verbergen, was het wachten op de laatste groep fietsers. De juf met rode vlekken in de nek ‘ Sommige hadden hun sleuteltjes nog binnen liggen toen we op het punt stonden te vertrekken grrrr. ‘ Zo gaat dat.

001

De jassen werden op de tafel gelegd of gesmeten, zorgvuldig opgevouwen of in een das geknoopt, zoals een jongen deed. Tergend langzaam, alsof er geen hele theatervoorstelling aan het wachten was op de laatkomers. Met zachte drang maande ik hem tot haast. Het manusje van alles wilde het woord om te vertellen dat ze naar het toilet moesten als er nog nood was, want tijdens de voorstelling was het niet meer mogelijk. Giebelend doken de meisjes de dameswc binnen. Enkele jongens maakten van het aanbod gebruik.

‘Hans’ stond al in tenue te wachten en hield eerst een praatje vooraf. Wisten ze wat onverschilligheid was. Niemand. Hij haalde termen aan, die hen allen bekend waren. Boeien, What-Ever, kan mij ’t schelen. Iets om over na te denken. Geen moralistische preek daarna. Alleen die zinnetjes. De kiem was gezaaid. Daarna werd gevraagd of ze wel eens afscheid hadden moeten nemen. Daar kwamen de verhalen over een opa, een scheiding, vakantie, een verhuisd vriendje, een vader, het konijn of de cavia. Dezelfde die ik altijd weer hoorde in mijn eigen groep met kinderen die jaren jonger waren. Afscheid zit in alle groeven van elke ziel, daar valt niets aan af te dingen. Scheiden is lijden, zeiden ze vroeger. Het is de waarheid, hoe oud of jong je ook bent.

003

Het stuk was komisch, avontuurlijk, eigentijds en had een bijzondere ondertoon. Ze waren geboeid en doodstil, lachten om de grapjes, werden geraakt. Een jongen had zijn moeder aan de zijkant zitten. Hij wist het en was behoorlijk aandacht aan het trekken. Voeten op de stoel van de voorganger, kletsen met de jongens naast hem en speelde met zijn sleutels zodat ‘Hans’ uit zijn rol moest stappen om hem te waarschuwen. Hij keek steeds tersluiks naar zijn moeder, alsof hij wachtte tot ze wat zou zeggen. Ze negeerde het. Misschien wel de beste oplossing. Meester of juf reageerde niet.

Het sprookje eindigde met een lang en gelukkig leven voor Hans en zijn mooie prinses en voor de kinderen met een prachtig nieuw verhaal om op door te bomen en te ontleden. De boodschap was duidelijk.

Bij de jassen stonden ze weer te babbelen, maar de toon was anders. Iedereen had zijn jas al aan. Bij een van de tafeltjes stond de jongen knoop voor knoop zijn jas van de das te ontwarren, verdween weer in zijn eigen universum. Ik maande hem stilletjes tot de volgende zet.

Uncategorized

Ze telt dubbel

Het was zo’n zonnige winterdag gisteren. Mooi scherp en droog weer. Mijn longen veerden op en hadden er weer zin in. Het zagen was gestopt en met volle teugen haalden ze de zuurstof binnen en ik de schoonheid. Waar ik de vorige dag geen meters kon maken, had ik er nu de pas weer in. Wat heerlijk om net te kunnen doen of er niets aan de hand was. Amelisweerd lag als een cadeau voor me open met een nieuwe strik. Er was een brandnieuw pad gemaakt van de parkeerplaats naar Rhijnauwen langs de zeven bunkers.

54.JPG

Er liep enkel een mijnheer met een hond en verder niemand. Dat vroeg om een nadere verkenning. Heer en hond waren op de hoogte van de laatste boerderij toen twee honden luid blaffend over de omheining sprongen en de lopende hond kwamen begroeten. We bleven alle twee stokstijf staan, heer en ik. Als in een ouderwetse film kwam er een vrouw met een schort over het erf gerend. Ze riep luid en waarschuwend de namen van beide honden. De twee raakten aan de praat en uit de lichaamstaal, een arm die naar de parkeerplaats wees en naar de honden, kon ik opmaken dat hond niet over dit pad heen mocht. De vrouw dirigeerde haar beide blaffers weer terug naar de boerderij. De  man keerde om. Ik groette hem vriendelijk.

53    4

Het was prachtig. IJskristallen waren rijkelijk uitgezaaid over de graspollen en gaven het hele weiland een fonkelend voorkomen. De zon zette extra luister bij.Halverwege was weer zo’n gemoedelijk klaphek, als waar ik in het begin ook door moest. Het geluid van het dichtvallen zorgde voor een Aha-beleving naar de knoestige klaphekken in de weilanden, waar we doorheen zwierven toen de kinderen klein waren. Halverwege kwam ik wandelaars tegen die door de laagstaande zon pas gezichten kregen toen ze dichtbij waren. Lieve vrienden, hoe was het mogelijk. Toeval bestond niet. Dochter, ooit, achttien jaar geleden onder mijn hoede, was erbij. Het leven suist voorbij als je er even bij stil staat, daar op dat nieuwe weggetje in Amelisweerd.

44.jpg    46.JPG

Langs het pad dat naar de schapen leidde, trokken de bomen lange statige schaduwen over het weiland. De schapen verblikten of verbloosden niet. De bruine keek me wat lodderig aan en maalde toen verder met zijn kaken. Lekker zo’n ijsje. Door Rhijnauwen liep ik terug en zag kleine pimpelmezen, mussen, duiven en hier en daar een verdwaalde kauw.

33.jpg

Poes kwam even aanlopen bij het oude gekrulde hek dat de tuin op slot hield. Ze gaf kopjes en mauwde wat. De oude bleekroze hortensia’s met de prachtige rode hulstbessen erachter luisterde haar wereld op. Het was geen onverdeeld genoegen, al vroeg ik me af waar ze thuis zou horen, want buiten en alleen leek me koud en eenzaam. Het oude schuurtje zou niet genoeg beschutting geven. Ze keek me na met een ongeschreven verlangen en draaide zich toen om.

25.jpg    27.jpg

Het was veel te druk bij de veldkeuken om aan te schuiven dus ik liep door en kwam op de brug nog een vriendin tegen met man en kind. Op zondagen is half Utrecht aan de wandel in het oude vertrouwde bos. Als je de weg weet, zijn er altijd paden te vinden waar je je alleen op de wereld waant. Onder de oogverblindende ondergaande zon sloot ik de dag af met een bliksembezoek bij zus en broer. Het was, wat je noemt, een dag van aangenaam verpozen in eenvoud. Ze telt dubbel.

 

Uncategorized

Craquelé

Drie jaar geleden kwam er een documentaire langs van een Nederlandse kunstschilder van Spaanse afkomst. Lita Cabellut had een tentoonstelling in Zwitserland. Immens hoge portretten aan de wanden, een vrouw die precies aangaf waar en hoe haar werk diende te hangen. Een flamboyante dame met een eigenzinnige uitstraling, vol passie en emotie. Het werk was prachtig, met vreemde plooien, belletjes, glans, afgelakt en op geheel eigen expressieve wijze verwoord. Ik haalde vriendin erbij en vroeg haar met me mee te kijken. Wat ik nou toch gevonden had? Zo werkt dat dus. De grootste inspiratie komt op eigen tijd en eigen uur binnen het blikveld. Wat een ervaring.

146.jpg

Na de eerste keer van mijn ontmoeting via de beelden op internet nam ik glorieus afscheid van school. Een feest dat 30 jaar passie voor de kinderen en de groep luister bijzette. Het groepscadeau was een schilderij van mij op groot paneel, geschilderd door alle kinderen van de school met een zelfgemaakte lijst erom heen. Vriendin leidde de activiteit en mijn portret was geïnspireerd op het werk van…Lita Cabellut en werd specifiek benoemd bij het aanbieden ervan. Ik was even trots als ontroerd, geraakt en vreugdevol, dankbaar voor de kinderen die ik jaren had mogen begeleiden, de goede vrienden om me heen, ouders, de liefste collega’s, veel meer nog dan dat, zielszusters en het cadeau in het bijzonder.

026.jpg

Lita Cabellut bleef manifest in de herinnering door het portret. Toen haar tentoonstelling werd aangekondigd in oktober was dat een niet te missen kans. Weliswaar later dan gedacht was gisteren de dag van een tweede kennismaking, maar dan nu in ‘levende’ beelden. Ze maakt gebruik van een techniek met gemengde materialen, die ze tot in de finesses wist uit te werken en nu, jaren later, zag ik de andere werken, met verfrolletjes, de kisten, het beeldhouwen, die het beeld vervolmaakten.

Niets wordt aan het toeval overgelaten, ook al lijkt het zo. Ze weet precies, welk effect een handeling beoogt. Mijn bewondering was groeiende.

046  048  049

Ook toen ik haar grote vazen en beelden zag, de bloempartijen vol kleur. Humor met weemoed, pijn achter de glimlach, alle ogen kijken me aan met een verleden, die door merg en been snijdt. De spiegeling van elk tweede werk, de verfrollen en elk derde werk, driftig in stukken gehakt, flarden, flinters, fluisteringen blijven niet achter, maar zijn gelijk aan de eerste. Ze vormen het onderdeel van het hart onder, de schaduw achter de beeltenis, de ziel van de kunstenaar. Met verbazing constateer ik later dat ik de laatste, het derde doek, vaak niet heb vastgelegd. Alle werken staan er op maar niet de in flarden gescheurde verbeelding. Niet dat ik het in de gaten heb. Dat is het vreemde. Het gaat onbewust, wordt pas opgemerkt bij thuiskomst, als ik de foto’s aan het inladen ben.

024-2.jpg

Het is die wereld, die het meest intrigeert. De prachtige entourage, het museum van Jan van der Togt in Amstelveen past naadloos bij haar grote doeken. Om elke hoek beneemt het uitzicht je even de adem. Het is imposant, groots en meeslepend en daar is niets karikaturaals aan. De verwrongen gezichten, maar vooral die ogen bleven eindeloos om aandacht vragen.

094.JPG

Afscheid van de vriendinnen en met zuslief trek ik naar de dunne ijsschalen aan de Poel, de verstilde gouden rietkragen. Samen met het het weidse uitzicht, laat het de beelden samenvallen met rust en overpeinzing. We horen de specht, hij hamert zijn vreugde over de koude gloed, de reiger trekt zijn schouders wat hoger op en kijkt mismoedig naar zijn bevroren voedingsbron. Een dun laagje ijs ligt in craquelé over de plas. Lita in natura. We hadden het niet mooier kunnen treffen.

 

 

Uncategorized

Niet meer en niet minder

De kleine Blauwe Prins stond stijf van het ijs op me te wachten. Het leek wel of ik de macht over mijn krabbertje had verloren. Met achteloosheid aaide ze poeslief over de pittige ijs-lagen, zonder enig effectief resultaat. Ik had nog een piezeltje antivries. Met geduld in de strijd werd het vanzelf warmer en het ijs gebroken, de kleine prins verlost.

043De kleine Blauwe

Afgelopen dinsdag had ik tijdens de theaterpresentaties een dansvoorstelling gezien van de kleine Prins. Het was voor het voortgezet onderwijs. Alles wat het verhaal aan kracht heeft, de doordenkertjes, de verstilde momenten, de filosofie, werd in vijftig minuten totaal te niet gedaan. De roos werd een zwabbertante, die raaskalde en ongecontroleerde boude uitspraken deed. De koning, de lantaarnopsteker en de administrateur zwakke aftreksels van de uitgesproken types, die ze voorstellen. Vos, arme vos…in het verhaal een topper, de kern tot vriendschap, werd een pathetisch zwijmelend poolvosje. De slang hield een flauw en oneindig kat en muisspel, terwijl in werkelijkheid de kleine Prins de slang in de woestijn wel tegenkomt, maar die zat hem niet achterna en bedreigde hem niet .Ze hebben een prachtige verhandeling over de dood.  Ten einde vraagt slang of hij Prinsje dan mag bijten. Wat een volledig andere invulling is, dan er aan het geheel gegeven wordt door het achterna zitten.

In zo’n presentatie, een hele dag voorstellingen, zitten altijd wel een paar van de mindere Goden. Iedereen leert uiteindelijk door fouten te maken en het is geen ramp. Maar de schoonheid van het prinsje zelf, het groene pak, de blonde krullen en aandoenlijke blauwe ogen, zijn lichtvoetige dans, stonden in schril contrast met deze uitleg van de filosofische diepgang van Antoine de Saint-Exupéry en  haalde de prins meer naar beneden, dan ik voor mogelijk hield.

006Wagner

Een goed voorbeeld van hoe je een oud verhaal in een nieuw jasje kan steken was, even later, een voorstelling met animatie, muziek, stop motion, absurdistische trekjes gelardeerd met good old Wagner. Niets ontziend werd de authentieke opera verweven met een aandoenlijke populaire toon, plastic poppetjes, die reuzen spelen, een neppe Nibelungenring, en Sneeuwwitje als de wonderschone Freya, niets is te dol. De toon is  trefzeker en de muziek wonderschoon. Daardoor werd het een appetijtelijk schouwspel, waar geen eind aan hoefde te komen, terwijl we de kleine Prins zo’n beetje van het toneel af hadden gekeken. Dat is een graadmeter van kwaliteit. Niets is zo trefzeker als het gevoel.

009

Met de kleine Blauwe, die van mij heeft een hoog gehalte aan sociaal vermogen, reed ik over de gepekelde straten richting Utrecht. Mijn eigen ‘theater’ in, de wereld van de Zeventiende Eeuw, met penseel, potlood en gum. Er zit evenveel drama achter als bij de verrichtingen op het podium. Het is nauwelijks te doorgronden en een ware queeste, die in de Nibelunger Ring niet zou misstaan. Na de Asperges van Coorte en de foudralen, mocht ik weer een boek, de suikerpot van mijn oma en een kommetje van de oma van de meester vorm geven. Volgende week komt er nog een limoen bij, die subtiel correspondeert met de Anna-groene gloed over het bowlglas van Oma.

Als te verwachten was, bleek het boek, ondanks mijn zwak protest over al die foudralen, toch uit perspectivisch oogpunt weer veel moeilijker dan verwacht. Alles wat te leren valt vooral met open vizier en verwachtingsvol ontvangen, was mijn insteek. Geduld beoefen je met kleine stappen die een groot effect beogen, omdat ze doorwerken tot in het detail van het grote werk. De basis dus. Niet meer en niet minder.

 

 

 

Uncategorized

Oogverblindende zon

Vanmorgen geluibakt. Ouderwets, zoals het kan op een vrije ochtend. Niet helemaal waar, want het huis schreeuwt al dagen haar onmin van de daken. Ik hou me oostindisch doof, zoals ik van mijn moeder geleerd heb. Als je er niet naar kijkt, zie je het niet. Er is geen speld tussen te krijgen. De luiheid geeft vermoeidheid alle ruimte. De regen die bij tijden tegen de ramen klettert doet de rest. Tijd om je in te graven. Er schijnt een winter aan te komen.

Toch weet ik mezelf bij de haren naar de douche te slepen. De fysio wacht. Om precies één uur zwaai ik de deur van de therapieruimte open. In de startblokken en rustig aan het tempo op te voeren. Er komt niets van in. Voor de verandering is het gewoonlijke schema tijdelijk vervangen voor een looptest. Dat betekent een zwarte koude riem onder je trui op je blote bast op harthoogte. Een horloge-hartslagmeter om. Saturatie bij aanvang 97. Dat is mooi en ruim voldoende.

Afbeeldingsresultaat voor groene gekko

Bij de looptest moet je in de gang 6 minuten lang een baan van ongeveer 50 meter heen en terug lopen. Aan het begin en het einde staan twee pionnen waar je om heen moet zeilen. Ik zet er stevig de pas in, zoals altijd als ik vergeet dat kuieren me zoveel beter uitkomt. Het is wel de bedoeling. Ik moet de looptest van juli bij zien te houden of voorbij streven. Twee keer wordt mijn gang belemmerd. Een keer door een mevrouw die uitgebreid de schilderijen van de gekko’s wil bewonderen. Ze hoort me niet en ziet me niet. Mijn gedachten denken haar een aantal stappen verder en warempel, op het nippertje stapt ze door.

De tweede keer door de oude baas van de therapie. Hij heeft grijs haar en een toupetje daar bovenop, dat een wonderlijke tweedeling van zijn hoofd maakt. Alsof je een drempel over moet voor de bovenliggende delen. Hij is heel lief en zucht voortdurend, slentert wat, zucht nog eens en probeert het dan toch telkens weer. Een enkele keer laat zijn oog een traan los, die zich naarstig een weg zoekt door de vele groeven in zijn gezicht. Dan stopt hij, trekt een grote witte zakdoek uit zijn zak om hem weg te vegen. De bretellen houden zijn wijde broek omhoog die, net als de toupet, hoog in de taille het lijf in tweeën deelt.

Ik loop stug door, verstand op nul, concentratie bij het ademen, maar hoor het zagen diep van binnen. Het lukt wel om de benen aan te sturen het tempo te dragen. Aan kracht is er nog nauwelijks iets ingeboet. Het is de zuurstof, ofwel het gebrek daaraan, dat parten speelt.

002.JPG

Iedere keer roept de stagiaire dat er een minuut voorbij is. Sneller toch, dan verwacht zijn de zes minuten om. Snelheid gedaald en de saturatie is gekelderd naar 90. Veel te laag. Daar komt steeds de vermoeidheid vandaan. Afgelopen dinsdag van het station naar het theater met de vriendinnen, moest ik ze vooruit laten gaan, want ik wilde een tandje lager. Dan kon ik het beter in toom houden. Met moed, beleid en trouw zijn schommelingen misschien wel te voorkomen of in ieder geval te minimaliseren.

Achteraf was ik blij dat ik toch gegaan was. Na rust kon ik weer verder. Een grappig circuit waarbij ik met de zware bal in de lucht mijn naam moest schrijven. Mijn partner in crime heette Jaap, spelde ik uit. Tien jaar ouder en stukken trager spiegelt zich het voorland, Geen zorgen voor de dag van morgen. Een waarheid waar je een eind verder mee komt. Ieder gepieker is goed voor een graadje saturatie minder.

Nog even een robbertje roeien en we waren weer boven Jan. Of Jaap. Net hoe je het hebben wil. Buiten had de regen plaats gemaakt voor een uitnodigende oogverblindende zon.

 

 

Uncategorized

De warme gloed

Binnen in mij voerden de adrenaline, endorfine en dopamine een dans uit en hielden vannacht de slaap buiten de deur. Wat een heerlijke avond was het. Ergens halverwege het jaar hadden we besloten een leesclub op te richten en een boek was snel gekozen door onze tweede man, die niet aanwezig kon zijn die avond. Hij had hem al klaar liggen. Ik heb er eerder over geschreven. Het was het boek ‘Zomerlucht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stéfansson. Aan het begin van de avond gaf iedereen een cijfer en daarna zouden we pas de ervaringen uitwisselen. Het boek werd voorzichtig en wat minnetjes beoordeeld door twee, drie vonden het wel een goed boek. Het schommelde tussen een mager zesje en een zevenenhalf.

013

Fijn om met vertrouwde gezichten de diepte in te gaan en de bevindingen te kunnen delen. Al gauw, en dat is bij dit speciale boek bijna niet anders mogelijk, zaten we op de diepere lagen in de vertelling. De een had zich gefocust op de indeling van de hoofdstukken en het verband daar tussen, een ander had de personen onder de loep genomen, weer een ander de traagheid, waarmee het verhaal zich ontspon en er was iemand die zich verdiept had in de locatie, de bijzondere ongelijke verdeling van licht en donker, dag en nacht. Een dag van maar vijf uur lang in een dorp waar nauwelijks iets te beleven viel. Waar de argwanende soberheid omtrent de indruk van het boek verdween, verscheen de intense ondertoon, de diepere laag.

024

We gingen mee in de schrijver zijn existentiële vragen, zijn eventuele bedoelingen met titels van het boek zelf en de hoofdstukken, de vormgeving, de verteller. Langzaam gloorde het licht aan de horizon en zette het kleine doodgewone dorp in een gouden zonlicht. Korte dagen zijn geen probleem als de kwaliteit van het licht zich verdubbelt. Voor de lezer, wars van alle ontberingen, kwam die verheldering mondjesmaat maar gewis dichterbij.

De schrijver bleef heer en meester en het was aan hem om te bepalen of de uiteindelijk verwonnen gelukzaligheid zou aanhouden. Met een donderslag, een steen ter grootte van een menhir verpulverde het zomerlicht.

Aan het eind van de avond, wat een aangenaam verpozen werd, hoe vermoeiend de laatste dagen ook waren geweest, keken we elkaar aan. Niet alleen waardeerden we het boek op, maar maar ook de ‘leesclub’ zelf. Het feit, dat we naar elkaar konden luisteren, ideeën uitwisselden, na zouden denken over diepere gedachten en gevoelens. We tipten zijdelings het eigen leven aan. Stiltemomenten voor de overpeinzingen van de een, het verdriet van een ander, de waarde van het lezen van een boek met elkaar. We spraken over eindigheid, geloof, liefde, de betrekkelijkheid in de aard der dingen. Loslaten, ouder worden, boeken, kinderen, relaties, de verschillende manieren van zijn in een mens. ‘Wie ben ik’ werd er onmiddellijk uitgefilterd.

093

Ik moest denken aan mijn moeder en haar kerkgemeenschap, haar gespreksgroepen en de vreugde die ze daar aan beleefd had. Dit was vanuit een andere invalshoek maar niet minder effectief om dieper en waarachtig met elkaar in gesprek te gaan. Nu naar aanleiding van veilige fictie om diepgang te vinden en de essentie aan te raken. In alle opzichten was de keuze van het boek en het idee van de leesclub een meerwaarde dat ons ten deel gevallen was. Geen wonder dat hormonen vrijelijk stroomden en de slaap aan de nacht voorbij liet gaan.  De keerzijde was het gevoel van rijkdom, een gouden greep, kostbaar als het licht dat boven het fjord uit kwam rijzen. De warme gloed, die alles betekenis gaf en geven zal.

Uncategorized

Wat een lieverd

Ik heb gisteren een blauwtje gelopen. Ik wist niet dat dat nog kon op mijn leeftijd. In dit geval kwam het door een gebrekkige organisatie, twee verschillende instappoortjes naast elkaar, die er voor zorgde dat het gebeurde.

002

We hadden de hele dag in andere werelden vertoeft. Het was de presentatiedag van STT-Produkties in Zwolle en elk theaterstuk voerde je mee naar een andere beleving. Gezellig keuvelend en vol van alles wat we gezien hadden, liepen vriendin en ik terug naar het station. Altijd genieten, daar in Zwolle, van de nostalgie die ik van Utrecht uit de vroege jaren van het bestaan kende. De wijk die zoveel leek op de oude stationswijk uit de ‘good old days’ in mijn geboorteplaats. Hier in volle glorie, daar kapot gemaakt en vervangen door het grauwe Hoog Catharijne van weleer, Betonstad bij uitstek.

006Wagner

Op een station meer je niet aan, maar meer je in. We haalden onze passen langs de scanners en de poortjes ontsloten zich. Keuvelend en op ons gemak nestelden we ons in de bank bij het raam in de trein. Geen stilte coupé, want er moest heel wat uitgewisseld worden aan ideeën en ervaringen. Het thee-uurtje in het restaurant was daar niet toereikend genoeg voor geweest. We zien elkaar voornamelijk op dit soort hoogtijdagen of op afspraak.

In de verte waren conducteurs druk doende hun controles uit te oefenen. Vol vertrouwen haalde ik de pas uit de portemonnee Op het moment suprême, mijn pas op de scanner, keek hij me aan en liet me weten, dat ik niet had ingecheckt. ‘Pardon, we hebben samen ingecheckt naast elkaar en het hekje ging gewoon open’. ‘Ja, zei de conducteur ‘Maar U hebt ingecheckt bij Blauwnet’. Ik moet hem wat glazig aangekeken hebben. Daar had ik nog nooit van gehoord. Het was me volledig onbekend dat er nog een heel vervoersnetwerk met baas in eigen buik in het Oosten rond waarde. Hij keek me pijnlijk medelijdend aan en vertelde dat ik op het station moest uitchecken en vervolgens de 20 euro bij de klantenservice terug moest vragen. Anders had ik dubbele strop. Ik moet glazig hebben teruggekeken. Ik zat in het hoofd met Wagneriaanse Nibelunger klanken en Filoslovische teksten en daar kwam hij met een verhaal over een volslagen onbekend verschijnsel. Ik voelde me als Alice op bezoek bij de hoedenmaker.

001

We ritsten het euvel voor het vervolg van de reis uit onze gedachten en hadden nog een genoeglijk samenzijn tot aan Amersfoort. Daar ging vriendin verder met de bus, maar ik kon behaaglijk, met mijn hoofd vol afwezigheid, de reis vervolgen samen met een jongen in een eigen geluidsbubbel en een mijnheer die de schaatsmuts diep over de oren had getrokken.

Op het station ging ik naarstig op zoek naar de informatie. Ik werd vriendelijk doorgelaten door een mevrouw onder alweer een blauwe knop, die het toelaatpoortje tweede van rechts voor me opende. Daarna naar de OV-kaarten service. De man stond me vriendelijk te woord en vroeg me of ik geen boete had gekregen van 50 euro. Nou nee. Dan had ik mazzel gehad. Hij raadde me af te bellen naar Blauwnet. Dan was ik vermoedelijk veel meer kwijt dan het tientje dat ze nu van mijn kaart af hadden gehaald. Oké. Als hij dat zei, geloofde ik hem onmiddellijk op zijn vriendelijke blauwe ogen. ‘U bent een engel’, gaf ik hem mee, wat me op een brede grijns kwam te staan. In de bus terug naar huis, bedacht ik me, dat het bijzonder slim was geweest om de zaak te parkeren en me pas weer druk te maken op het juiste moment. Ik appte naar vriendin, dat het door mij getrakteerde taartje geheel op rekening kwam van de dienstdoende conducteur. ‘Wat een lieverd’ appte ze terug. Ik kon het alleen maar beamen.

 

 

Uncategorized

De dag kon nu al niet meer stuk

Gisteren stapte ik uit bij de Neude. Een bewuste keuze, want de volgende halte op het Janskerkhof was nog net dichterbij geweest, maar ik wilde even slenteren. Hoe lang was dat niet geleden, dat ik de tijd nam om naar de kleine geluksmomenten te kijken die op mijn pad lagen. De bijna verlaten Neude, een vlag onhandig ergens in mijn vizier gepoot, nodigde uit tot een bedachtzame tred. Ik besloot om eerst de Minrebroederstraat in te duiken. Aan het eind zag ik het torentje, dat eens van de sigarenwinkel was, lang geleden.

003

Als heel klein meisje had ik daar op mijn knietjes voor het raam gezeten om naar de studentenoptocht te kijken met imposant verklede figuren.  Dat en de onrustig snuivende paarden even daarvoor, toen we door de menigte liepen op het JansKerkhof, kleurden het beeld in mijn hoofd. Spanning en griezelen omdat je niet wist wat er gebeuren zou. Mijn wereld werd op dat moment bevolkt door reuzen, iedereen was groter dan ik. De geschminkte gezichten werden nog dikker aangezet door het lantaarnschijnsel, de donkere mantels, de roerende trom. Achter het raam waande ik me eindelijk veilig daar voor de onnavolgbare wereld daar beneden, in het zachtgele licht van het kamertje met het uitzicht op de straten. Het geurde naar eieren, gebakken eieren met spek.

Op dat moment, volkomen uit het niets, scheurde mijn pas herwonnen geborgenheid uit elkaar toen er ineens een reusachtige Dood van Pierlala opdoemde vlak langs het venster. Dat, de gruwelijke aanblik van zijn grijzende tanden, geel en akelig tegen het wit, de zwarte kraters van ogen, lieten me onbedaarlijk schrikken. Mijn angst vulde de kamer en ik gilde, gilde. De beelden hebben zich vastgezet in mijn hoofd en werden door de loop der jaren oneindig veel groter. Ergens is daar vooral de kiem gelegd voor alle onderbroken nachten vol angst, die zich verder voedden met de verhalen van de bende van de zwarte hand uit Pietje Bell, realiseer ik me ineens. Beelden die  de grens van het onbewuste zorgeloze bestaan overschreden naar de bewustwording.

004

Het kon ook nooit de toren geweest zijn, maar moest het venster op de hoogste verdieping aan de straat zijn geweest. De domkerk heeft er imposant achter gelegen en het beeld versterkt.Het huis lag er nu zo vroeg op de ochtend vreedzaam bij. Ik slenterde voort, de herinnering achter me latend en zag de enorme trap van een verhuurd complex, waarbij, iedere keer dat je hem zou moeten beklimmen, de moed mij in de schoenen zou zakken.

007

Even verderop schommelde de kleine Flipje van Tiel in de te koop staande oude bibliotheek.  Dat was nog zo’n herinnering. Ze stond niet meer helder voor de geest, maar lag met haar gerafelde randen te wachten tot ik het herkende. De rijen met boeken, de houten vloeren, de imposante trapportalen en mijn moeder die mij, ons, mee had genomen naar binnen toe. Het ademde een andere tijd, alsof je door de deur het verleden was binnengestapt.

018

De wandeling rond de Kloostergang was bijna vanzelfsprekend, ook al brulden de werklui boven hun muziek uit en sneden ze de stilte aan flarden. Binnen was het stil en vanuit elke hoek steeds imposant. De voetstappen klonken holler door de verlaten gangen. De achteruitgang was niet open, dus ik liep langs de bouwsteigers met kerstverlichting er weer uit, terwijl er achter me een vrolijk ‘Goeiemoggûh Dame’ klonk. Ik kon het alleen maar beamen. Dat was het. Een heerlijke morgen, ze kon al niet meer stuk. De zon kwam te voorschijn en zette het Domplein luister bij. De deuren van het UCK stonden uitnodigend open. Eerst een kop koffie aan het venster van het nu nog stille plein.

024.JPG

Een hele goede morgen als je alle tijd van de wereld neemt om op de plaats van bestemming te komen.De dag kon nu al niet meer stuk.

Uncategorized

Kom maar op

De agenda geeft drie overvolle dagen aan, met allerlei fijne dingen, cadeautjes eigenlijk. De energie is nog niet helemaal terug. Gisteren had ik de lumineuze ingeving om mijn lidmaatschap bij de sportschool te verzilveren. Dit gebouw heeft oranje muren met zwart en grijs-accenten. Ze temperen mijn enthousiasme en werken belemmerend op de drang om aan te pakken. Het is niet eerlijk om de entourage de schuld te geven. Ik ben gewoon nog niet fit genoeg.

011-1.jpg

Hoe moe kan je zijn, als de roeimachine niet hoger kan dan 1. Dat is echt laag. Normaal gesproken zit ik op tien. Of werken deze roeiers anders. Hoe dan ook. Amelisweerd lijkt verder weg dan ooit. Hetzelfde geldt voor de fiets, die ik in dit geval gewoon links laat liggen. Wandelen is een betere optie. Geen sinecure, maar ik kan het het best volhouden. Om me heen werken kwieke dames en meiden in fitte gestroomlijnde sportkleding zich in het zweet, de snelheid aangepast aan het strakke lycra materiaal. Mijn wollige  joggingbroek met wijd shirt passen dan ook perfect bij mijn schapengang. Tevergeefs probeer ik de scan op mijn telefoon te krijgen. Ik doe iets fout, maar vraag niet om hulp. Niet fit genoeg om de onwetende oudere te spelen. Te labiel. Ik moet eerst mezelf weer in elkaar knutselen.

De boodschappen daarna zijn mijl op zeven. Ongelooflijk. Waar komt toch dat zware gevoel vandaan. Niet van die 30 minuten op de loopband en die tien minuten roeien. Ik sleep me naar huis met kleine hapjes voor straks. Ik weiger in griep te denken. Te lang ben ik al onder de pannen geweest qua fysiek onvermogen. Wie gezond wil, moet omhoog denken. Ik zit in de lift. Toch? Ja joh…

‘Secret Behind the Veil 02′ Foto: Wiki

Ondertussen maak ik leuke afspraken om naar uit te kijken. Een dagje naar Waddenoyen  als het weer wat beter wordt, een dag naar de tentoonstelling van Lita Cabellut met vriendin en zus. Ik wil die techniek, die alom geroemde, nou wel eens van dicht bij zien. De vrije kreukzone, so to speak en zie prachtige en interessante programma’s op televisie. Zondagmiddag is een mengelmoes van cultuur, spanning en mooie doordenkers voor in de kleine uurtjes. Op de bank ben ik een hele piet.

Vandaag en morgen zijn er theatervoorstellingen om te beoordelen vanuit de klankbordgroep. Een hele dag in het theater is ook een in de schoot geworpen verrijkende manier om je dag door te brengen. Aan de  andere kant moet je ook de hele dag alert zijn. Ik stop het kleine aantekenboekje alvast in de tas. een kattebelletje helpt goed, wat steekwoorden en je zit er weer helemaal in. Een beetje zich zelf respecterend theater heeft ook de trailers paraat. In die zin is het een stuk makkelijker, om weer terug te zijn op die ene dag in januari.

Ondertussen zoekt het hoofd naarstig naar een passend boek voor de recensie in het nieuwe nummer van mensenkinderen en ik vind er een. Naadloos past ze binnen het thema. Alleen al die mazzel is in staat om de dag op te liften tot een niveau, die alle fysieke vermoeidheid doet vergeten.

Foto Pandora spiegelposter De poster van de stichtng Pandorra

Als ik naar de ondertiteling kijk van een fragment bij Paul Witteman, het zondagmiddag, muziekprogramma bij uitstek, valt het me op dat aan de andere kant van het scherm, bij de vertalers ook iemand niet alle energie op een rijtje heeft staan. Ik filter drie fouten en ben verbaasd. Dat was ik vandaag ook naar aanleiding van het niet vooruit te branden zijn. Fouten maken mag. Ik denk aan de stelregel die vandaag voorbij kwam op Twitter: ‘Heb ik een probleem als ik niet voldoe aan wat ‘men’ als normaal bestempeld?’ vraagt ‘Filosofisch Denken’ zich af. Ik antwoord, dat er maar een antwoord mogelijk is. Dat stond op een spiegelende poster in 1974 van de stichting Pandora. De tekst luidde: ‘Ooit een normaal mens ontmoet…En …beviel het?’ naar een kronkel van Simon Carmiggelt.

Het slaat de spijker op zijn kop. Het doet niets af aan de vermoeidheid, maar voegt wel iets toe. Relativering. Dat is wat nodig is om een beperking op z’n plek te laten vallen. Ik ben er klaar voor. Kom maar op.

 

Uncategorized

Sepia en nostalgie

Er is een film opgedoken van vier groten der beeldende kunst, Monet, Renoir, Rodin en Degas. Grote rijzige mannen in een decor van licht en schaduw, waar een filter van rook overheen wordt getrokken, waardoor de sfeer nog diffuser wordt. Op Youtube vindt ik elk beeld afzonderlijk, duidelijker en helder.

 

 

 

 

Het mooie ervan is de concentratie waarmee ze aan het werk zijn, de waarneming van de omgeving, met name de inspiratiebronnen als tuin, atelier, de straat. Monet in zijn geliefde Giverny, Degas maakt een wandelingetje door Parijs, Rodin slaat de splinters in zijn baard, als hij werkt aan een van zijn beelden. Zijn kop is net zo gebeeldhouwd als zijn objecten om hem heen. De handen van Renoir intrigeren. De knoestigheid ervan vormen een schril contrast met zijn lichtvoetige balletmeisjes. Alle mannen hebben baarden en zijn boven de zeventig. Lange jassen, grote huizen, furore.

 

 

 

Het belang van het vastleggen in beelden. Dat begreep een jonge acteur in het jaar 1915, toen hij de film maakte, Sacha Guitry. Letterlijk leg je het tijdbeeld vast voor het nageslacht. Hoe kostbaar, dat we nu nog kunnen zien hoe ze destijds te  werk gingen, weliswaar zonder woorden, maar in gebaar. De voorstelling van een wandelende Monet door de tuinen van Givenchy staat vanaf nu als een beeld van Rodin op mijn netvlies gebeiteld.

 

De wandeling van Degas door Parijs heen voegt daar een extra bijzonderheid aan toe. Het Parijse leven uit die jaren, de kleding, het wandelen, een straatleven met andere Parijzenaars.

 

 

Het is al weer een tijd geleden dat ik de wereld van mijn ouders probeerde te duiden uit de boeken met foto’s, die er opdoken toen mijn vader overleed. Er zijn beelden bij van voor mijn geboorte. Sepia gekleurde foto’s die een heel ander leven verried, dan waar ik me een voorstelling van kon maken. Hoe moeilijk is dat te doorgronden. Zo moet het voor mijn kinderen nauwelijks te bevatten zijn hoe mijn jeugd zich heeft voltrokken. Het is een reden om te vertellen hoe dat leven ervaren werd. Fotobeelden alleen zijn niet voldoende. In de tijd dat zij klein waren, had ik helaas geen geld voor een filmcamera. Er zijn mensen waarbij het leven zich als een film ontrolt op een witte muur. Bij mij is het een grote puzzel geworden van een enorme hoeveelheid foto’s. Hoe kostbaar ze zijn besef je pas, als het in lengte der dagen achter je ligt.

029

De twee bakken onder mijn bed heb ik gedigitaliseerd. Nou ja, ik heb ze gefotografeerd en ingevoerd op de pc. Met de bruiloft van een van de tweeling heb ik diens ‘fotoboek’ in een kistje met kostbare fotoafdrukken gevat. Als iemand er niet meer is, zoals de vader van de vier, zijn foto’s zoveel meer waard. Ze zijn de stille getuigen van een verhaal, van een leven.

Ze krijgen meer waarde als je de kleur en de geur rond de beeltenis weet. Ik kan me nog heel goed voor de geest halen hoe het bij oma rook en bij ons thuis, de kamer van de zeven jongens ’s morgens vroeg bijvoorbeeld of de geur van tot pap gekookte koolraap of bloemkool, die door het huis heen trok. De vochtige aardelucht van de kelder. Geur kleurt de waarneming op minstens zo’n bepalende manier. De geur van ons eigen huis, toen de kinderen nog klein waren, de hoge vochtigheidsgraad met de tweedehands, vermeende Perzische tapijten, de biezen matten, het kurk op de muur en het weelderige groen. Ze drukten een stempel op de beelden evenals de hondenmand en Lazy met zijn natte vacht, die typische hondengeur.

Ooit kwam ik binnen in een huis van een kennis, waar een doordringende poezengeur de harmonie doorsneed en uiteen reet. Een muur van geur. Net als die keer dat ik in Bulgarije met drie vriendinnen ging dineren en dat er een grote vochtplek voor een intense negatieve beleving zorgde. Er kon geen hap meer door mijn keel. Geur en kleur ontbreken aan het filmpje. Maar met wat fantasie, mijn opa achter zijn sigaar en hoe dat rook, de geur van olieverf en terpentijn daar doorheen, puzzel ik al heel wat geurfragmenten bij elkaar.

Deze zondag is precies druilerig genoeg om terug te deinen op de beelden van het verleden. Terug  naar mijn tijd en veel langer geleden. Sepia en nostalgie.