Uncategorized

Verwondering te over

En alsof ze het afgesproken hadden, die weergoden. ‘We beginnen met iets moois en we sluiten af met iets prachtigs’. Daar schoof gisterenavond een wereld aan wolk en kleur voorbij, adembenemend en divers. Wolken om op te wiegen en te dromen. Op zo’n golf aan wolk varen we best.

ONGK4169

Gisteren de penselen ter hand genomen. Zoonlief had een bestelling geplaatst en diverse foto’s opgestuurd. Ik koos voor de uitdaging. Een moeilijke hoek, zoeken naar de juiste afmeting en de goede verhoudingen. Te groot beginnen, altijd, overmoedig en doekvullend. Met duwen en trekken dwong ik het lijdend voorwerp in de juiste proporties. Nu kon het grote schaven beginnen.

RSBJ9253

Ondanks de kou, dik vest over rulle trui en het onafscheidelijke mouwloze vest wachtte de tuin, waar ik begroet werd door een weelderige bloeiende mierikswortel, die een zoet welkom geurde. De kleine meerkoet in de sloot zwom naarstig naar de kant en duwde haar kop in het riet. ‘Ik ben er even niet’ seinde ze woordeloos.

IMG_3552   IMG_3553

De bijen trokken zich niets aan van mijn wandeling. Er was een nieuw volk en de imker had hun huisje met de korven andersom gezet, zodat  de zon de hele dag op de kleine schuur scheen. Sinds er weken lang minder verkeer was was de lucht oneindig veel blauwer en de bloei van alles uitbundiger.

IMG_3555

Moeder eend, een vreemde eend in de bijt, had haar pulletjes om zich heen verzameld, maar raakte niet in paniek. Doodgemoedereerd zwom ze verder en liet me het nakijken. Lyrisch kan ik er van raken, van dat kleine grut.

IMG_3561

Ergens in de krant stond gisteren, in een artikel over de georganiseerde vliegreizen die op handen waren, dat we naar het buitenland wilden om ons weer eens te kunnen verwonderen. Die algemene stelligheid verbaasde mij. Iedereen die om zich heen kijkt, valt verwondering ten deel als ze verder zien dan het kijken naar die schoonheid. Lucht, licht, water, lente en ontluikende natuur. Is er meer te wensen?

IMG_3558

Vriendin kwam op gepaste afstand in de tuin toen ze me had horen praten met de Oude. Ze heeft de tuin schuin achter. Zo blij om elkaar te zien, we hadden elkaar al die tijd niet gesproken. Wat volgde was een uitwisseling van wederwaardigheden en het droeve verhaal over het overlijden van haar vader in een verpleegtehuis en het feit dat zij en haar moeder er niet bij mochten. Haar gezicht werd zwaar van verdriet om dat gegeven en ze sprak haar woede uit over die harteloze maatregel, het eenzame wegglijden uit ieders leven. Van andere vriendin had ik een tegenovergesteld verhaal gehoord over ouders, die alleen maar onrustiger werden door bezoek en zich veilig voelden bij de verzorgers.  Ik hoefde maar in de ogen van dit kind van haar vader te kijken of ik wist dat het verkeerd was. Dat het zou blijven nawoeden tot in lengte der dagen. Ze was gaan fietsen, uitgebreide tochten over klompenpaden en dwars door polderlandschap heen om het gevoel om te zetten in een positieve twist. Daar vonden we elkaar. We zaten op dezelfde golf en genoten van het kleine tot in de zuivere kern.

De Oude kwam even aan en hield bij hoog en laag vol dat hij de anemonen had gevrijwaard in zijn drang om al het onkruid met wortel en al te wieden tijdens mijn afwezigheid. Hij wees naar een plek onder de pruimenboom. Hoe ik hem ook vertelde, dat daar geen anemonen stonden, hield hij vast aan zijn gedachte. Net als het schoonmaken van de lupine in een ander bed. Daar staat een monnikskap, maar de lupine is al een tijdje verdwenen. Tijd voor inspectie, toen hij de kuierlatten naar zijn eigen tuin had genomen. De bestempelde pol anemonen was een geraniumsoort, en de lupine was er niet. Hij kwam als de ongelovige Thomas met eigen ogen mijn gelijk aanschouwen. Eerst zien en dan geloven.

IMG_3554

Ik liep terug naar de kleine blauwe Prins en mijmerde over ‘De tuin van de betoverde anemoon en het mysterie van de verdwenen lupine’. Zie je, alles ligt voor de hand. Verhalen, schildertaferelen en natuur. Verwondering te over.

IMG_3557Schildertaferelen…

Uncategorized

Daar gaan we voor

Er  kwamen net drie halsbandparkieten overvliegen als donkere silhouetten tegen het witte ochtendlicht. Ik herkende ze aan de kreet, die een van hen liet horen. Mijn licht, heerlijk dat ik het weer mag begroeten. Tussen de kruinen van de bomen door rijst de zon oranjerood, maar boven de bomen vervaagt ze tot bijna zalmroze. Elke ochtend tot nu toe is in alle vroegte het kleurenpalet te zien.

IMG_9891

Gisteren kwam het kleurenpalet van Monet langs op FB. Ooit, het lijkt al weer jaren geleden en eigenlijk pas gisteren, hebben we daarmee gewerkt. Ik weet dat het een beperkt palet is, slechts enkele kleuren en juist de vaste kleuren uit mijn eigen palet zitten er niet in. Het gaf een wonderschone andere invulling van mijn werk. Natuurlijk schilderden we de waterlelies en ik ben op zoek gegaan in de buurt om een schilderachtig bruggetje met vijver en lelies te vinden. Bij kasteel De Haar was het raak. Compleet met treurwilg ontvouwde zich een Monet-landschap voor mijn ogen. Dankbaar en met de nieuwe tinten compleet anders om te schilderen, maar zo’n ontdekking. Alleen…Ik ben de kleuren van dat palet weer kwijt. Veel blauwen herinner ik me.

027

Even later kom ik het monochrome palet van Jennifer Balkan tegen. Een kunstenaar die ik bewonder omdat ze zo verschrikkelijk veel streken en likjes, vegen en stippen gebruikt om aan haar portretten de juiste uitdrukking te geven. Het monochrome palet dat ze gebruikt voor een zelfportret bestaat in dit geval, voor zover ik kan zien, uit titaanwit, gebrande omber en ultramarijn. Daarmee maakt ze grijstinten in alle toonaarden. Iets om eens uit te proberen. Een beperkt palet opent een scala aan mogelijkheden waar je het niet verwacht.

IMG_9927 Monochroom palet van Jennifer Balkan

De bomen lezen een helder geel en mijn gedachten blijven even hangen op de foto van de aangedane surfplanken die gisteren uit de Scheveningse zee zijn gehaald. De burgemeester van den Haag haalde een passage uit ‘Op hoop van zegen’ aan. ‘De zee geeft en de zee neemt’, zei hij droef en dat laatste was oprecht. Maar het cliché klonk vervreemdend, nu het die zes sterke jonge surfers betrof.. Een ‘Cappuccino-zee’ was een begrip waar ik nog nooit van gehoord had. Een verschijnsel dat men kent als Cappucino Coast. Schuim op de zee kende ik wel, maar zo veel en zo dik. ‘Vermoedelijk gestikt in het schuim’ kopt Trouw. Het lijkt haast surrealistisch. De foto’s zijn ernaar, de beelden op het journaal ook. De helikopter vlak boven het gebied blaast dikke schuimvlokken uiteen. Een woedende zee, bedenk ik me, het schuim staat haar op de lippen.

IMG_9925

De zon breekt door in gouden gloed, een grotere tegenstelling dan tot bovenstaande  is er niet. Ze brengt harmonie in het vroege ochtendleven. Kauw vliegt uit vlak boven mijn hoofd, op zoek naar een ontbijthapje. De eerste auto’s rijden weer. In mijn hoofd speelt zich het verhaal af voor de kleinkinderen. De Yaya-kronieken nemen een geheel eigen wending, nu blijkt dat de hoogste berg van Corfu, de Pantocrator, zendmasten herbergt en een oud klooster. Wat een tegenstelling. De zendmasten komen goed uit, die worden automatisch het lijdend voorwerp, waardoor het dorp er vlakbij verlaten is. Nee, niet om de straling, maar om het verruïneren van de ongerepte natuur. De kleine ministralen gaan voor de tovenaar een plan bedenken om de natuur en de bevolking terug te laten komen. Waar zou je die masten beter neer kunnen zetten, of is er een andere manier om een goede ontvangst te krijgen. Yaya is er ondertussen maar druk mee en het levert slapeloze nachten en glorieuze zonsopgangen op.

IMG_9926

Afleiding en in dit geval gelukkig. Want buiten het gepieker over te vroege levens is het denken in oplossingen heilzaam om de gedachten te verzetten. Blijft de laatste vraag hangen. Waar kan ik die hoge mediatorens kwijt, zodat alle bewoners van Corfu wel ontvangst behouden. Zonne-energie met stralingskracht fluistert het licht. Ondertussen kolken de ideeën en buitelen over elkaar, tijd voor de koffie. Kauw komt net weer ingevlogen met een lekker hapje. Daar gaan we voor.

Uncategorized

Geen vuiltje aan de lucht

Bij het opschonen van mijn documentenbestand kom ik zo’n onnavolgbare rubriek tegen, waarvan ik zelf niet meer weet of die woorden ooit  uit eigen brein zijn ontsproten. Ik denk het haast, want de schobbejak lijkt verdacht veel op Pluis de poes, met haar grijze vacht en molllige welvaartsbuik.

IMG_9912

Zeg schobbejak/trek jij eens gauw/dat zachte grijze bontje uit/dat is toch veel te chique voor jou/

Wat ben jij een malle zeg/heb je ooit een poes gezien/die haar velletje naast haar legt/hou jij gauw je tater/deze jas heb ik gekregen van mijn moe/en ze past me als een huis/ik voel me er erg in thuis/Bovendien heb ik nog ergens genen/van een graaf van Christobal die is verdwenen/hij was zwart met grijze strepen/en had geen kroontje op zijn kop/want dat kon hij echt niet velen/maar voornaam, dat was hij wel/dus hou jij je mond maar snel.

Het is al goed hoor schobbejak/Ik moest het toch heel even kwijt/Tot ziens/tot in de pruimentijd

IMG_9919

Bij het tweede gedicht over een kikker die uit de schoen kroop, weet ik het ineens zeker. Dat gebeurde namelijk echt in de oude Bernagie, het tuinhuisje vóór mijn huidige gelijknamige rollende atelier. Het was een zwarte oude gymp en ze had er heerlijk liggen soezen, een nacht of een winter lang, dat weet ik niet. Het inspireerde kennelijk tot de volgende pennenvrucht:

Een potsierlijke kikker kroop uit mijn schoen/Dat had ik kikkers nog nooit zien doen/Misschien was het wel een prins/Net als waar het sprookje over schreef/Met de gouden bal en een kus en van die dingen/Als het heel erg waar zou zijn, zou ik erover zingen,/maar zeker weten doe ik het niet/En kussen brrr dat gladde vel/Nee dank je wel. Weet je wat/ik trek hem rap een hermelijnen mantel aan/en zet een kroontje op zijn kop/let maar eens op hoe snel mijn kikker dan een prins wordt/binnen enkele tellen…/Wat? Geloof je het niet?/zal ik je nog een verhaal vertellen.

Wat een wonderlijk mechaniek is dat geheugen toch. Ik ben een krabbelaar, dus in elke denkbare agenda, opschrijfboekjes, schriften, bulkboeken, enveloppen of wat dies meer zij, staan gedachten of gedichten. Flarden, doorgekraste, of hele gave notities. Sinds ik het internet belaag, staan in documenten op de gekste plekken geschreven stukjes. Wat ter tafel komt, of voor de vuist weggeschreven. In een opwelling, vaak in de nachtelijke uren en alles onaf, of niet doorgezet.

IMG_9920

Misschien hadden deze drie, want er is er nog een over een  spin, wel een bundel kindergedichten moeten worden. Met een Annie M.G. in je hoofd weet je het maar nooit. De verhalen zijn grappig, droevig of maf, soms af en soms niet. De documenten in google drive staan ook vol met projectverhalen met een kop en een staart, met halve ideeën en met een enkel woord, je kan het zo gek niet bedenken. Het is nu eenmaal hoe die radertjes werken bovenin.

Half afgemaakte verhalen zijn er ook, die blijven steken op het punt dat het moeilijk wordt om voortgang in dezelfde spanning te vinden. Ik ben een halve schrijver. Idee, plot, het is er allemaal, maar dan. Alleen de discipline van het ochtendstuk. Dat is er altijd. En het oma-journaal heeft ook een begin en een eind gekregen met het hele verhaal ertussen. Reuze spannend trouwens, dat vond ik zelf ook. Het kan verkeren, als er nog veel van deze vrije tijd blijft. De Yaya-kronieken zijn al onderweg en met de lieve aandachtige toehoorders staat er een stok achter de deur. Die heb ik nodig. Geef me genoeg tijd om te souperen en een wat rekbare deadline. Dan is er geen vuiltje aan de lucht.

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Tel Uw zegeningen

Natuurlijk bleef het filmpje met wensen en verlangens van de kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen in relatie tot mij nog lang doorsudderen. Het strookte met de oproep om uit te spreken wat er op je hart ligt, zolang het kan. Dat is eigenlijk  ieder moment, tegenover iemand die jong is of oud is, in leven is. Want zolang we nog in elkaars vertegenwoordigheid verkeren is de mogelijkheid er. Anders is het misschien wel te laat. Gevoelens vertolken, een van de moeilijkste dingen in het leven. Taal is er gelukkig een belangrijk middel bij. Taal begrijp ik, gevoelens ook, samen vullen ze mijn blogs iedere dag, waarin ik vertel wat er leeft, wat ik denk en voel, waar ik sta in dit leven.

012  Moeders dagboek: Fragment

Een grote drijfveer is de mand met dagboeken van mijn moeder geweest. Ik kende het beeld, dat stond immers op mijn  netvlies gebrand. Mijn vader had zich teruggetrokken. er hing nog een laatste sliert rook boven zijn stoel, de shaggies in de asbak. Mijn moeder knipte de lichten uit, en alleen de schemerlamp boven de Heilige Stoel bleef aan, daar schreef ze dan in alle rust en stilte haar dagen uit en er tussendoor of ongeschreven erboven haar gedachten. Een goed verstaander heeft een half woord nodig. Soms schreef ze, als er niets meer op de televisie was, aan de keukentafel als mijn vader zijn zoveelste voetbalwedstrijd liet rollen op het scherm of in haar stoel, dat kon ik dan afzien aan haar grote hanenpoten, die dan grillig en onregelmatig over de regels heen bibberden. Nadat alle rust was weergekeerd, knipte ze alle lichten uit en staarde naar de donkere lucht, de maan, de sterren buiten, mijmerend over wat er nog te wensen of te verlangen viel. Er was nageslacht genoeg om je druk over te maken. Kleine zorgen  en grotere, maar ook wel eens gewoon de harmonie van het niets. Bezinning, Stilte.

Daarmee wordt het geschenk van de kinderen gisteren de mooiste van de afgelopen jaren en reken maar dat er al heel wat fantastische voorbij zijn gekomen, met die inventieve schatjes. Gevoelens uitspreken en hoop afspreken,. Kunnen we nog één keer, mogen we samen, zullen we dan…Onvervulde wensen en verlangens, zoveel meer en zoveel belangrijker dan de zoveelste Bucketlist met ‘Ver-van-je-Bed’-doelen als Bungee-jumpen van de hoogste brug of abseilen van de steilste bergtop. Dit was zo tastbaar en zo dichtbij. Hier werden harten tegen elkaar aan gewreven en tegelijkertijd zou het onmetelijk ver weg blijven, als het onuitgesproken bleef. Woorden die de kern van het leven raken.

IMG-9866

Niet alleen vond ik het prachtig, het vervulde me ook met een onnoemelijke trots en liefde. Nabijheid is het grote goed, herinnering komt later. Dankzij de dagboeken ken ik mijn moeder, dankzij mijn blogs zal ik er zijn, maar zaak is om van het straks een nu te maken en dat is het streven voor dit jaar. Virussen brengen soms de onnavolgbare problemen aan het licht en bieden tegelijk de oplossingen. Zodra er weer ruimte is en vrijheid gaan we er dankbaar gebruik van maken bij leven en welzijn en zolang als mogelijk. Het onderste uit de kan.

IMG-9854

Naast het filmpje stonden ze ook allemaal beneden te zwaaien bij verrassing, een zacht glanzend gouden hart, een kleurveeg over Moppereend van de op een na jongste telg en een ‘fuck-corona’-Fuchsia. ‘Excusez le mot’. Haha, wat had ik die graag met Annie M.G. Schmidt willen delen. ‘Wilt U een stekkie, een stekkie een stekkie, een van de Fuckeronia. Want ze hangt op mijn balkon en ze blikkert in de zon’. Dankzij de liefjes onontbeerlijke humor, een nieuwe plant en een nieuw woord voor in het archief. Tel Uw zegeningen.

90A3C377-CDF2-4F29-91C8-4B7D1C0BA15D

Uncategorized

Dat vat loopt over

Vandaag begon de dag met een nieuw woord. Hoorlucinaties. Het werd genoemd in een blog van Rianne. Zo’n heerlijk spel met woorden, zeker als de vlag de lading dekt. Een geluid zet zich bij het horen vast in je hoofd en daarna hoor je het te pas en te onpas. In haar geval was het een wekkerdeuntje. Ik weet niet wat erger is, een hallucinatie of een hoorlucinatie. Alles wat zich onverklaarbaar openbaart kan storend zijn. Het enige wat helpt is stoïcijns negeren, ook al ‘dwingt’ het zich dwars door je leven heen.

Tinnitus is eigenlijk ook een soort Hoorlucinatie, al denk ik dat het gewoon bestaand aanwezig is.Toevallig had ik het er gisteren nog met zus over op de fiets. Als je dat geluid niet negeert, heb je geen leven. Dan zwelt het aan tot een oorverdovend kabaal en oversuist alles wat van belang is. Er is nog een overheersend geluid, dat ik pas ontdekte toen ik geluidsopnames van het gekwinkeleer van de vogels wilde maken. Bij het afspelen thuis hoorde ik niet de zoetgevooisde vinken en mezen, merels en spreeuwen, maar slechts de hijgende ademruis. Adem in, adem uit. Haha. Het is al weer drie jaar geleden, maar vanaf dat moment maak ik geen geluidsopnamen meer.

Moederdag vandaag en ik kreeg vannacht van een overleden kennis een enorme bos roze gladiolen in wit papier, waarbij de bovenkant half gesloten was, zodat je zag wat er in de verpakking zat. Kennelijk keek ik niet blij genoeg, maar ik was ontroerd en zocht naar de juiste woorden. Hij bulkte, dat ik wel wat tevredener mocht kijken. Het was een duur cadeau. Zo verschillend kan men met iets bezig zijn. Ik met het gevoel dat het teweeg bracht en hij met de letterlijke kostbaarheid van het cadeau. Daar draaide het voor mij niet om. Al waren het madelieven. Geen idee, waar de droom vandaan kwam.

IMG_9832

Ik bleef daarom nog maar even doorsudderen tot het weer wegebde en toen kwam zoonlief dwars door mijn gemijmer heen met de verrassing, een filmpje van de kinderen met felicitaties voor moederdag en daarachteraan een persoonlijk woord van ieder met wensen en verlangens voor nog een heel leven. Oudste kleinzoon wilde met me naar een 3Dfilm, zijn broer wilde met me naar het zwembad, de jongste brabbelde een onverstaanbare wens met een onweerstaanbare kuif, omdat hij onverhoop een pot vaseline had gevonden en de inhoud in zijn haar had gesmeerd, kleinzoon drie wilde dolgraag met mij en het hele gezin weer eens naar de dierentuin, de kinderen hadden zo hun eigen persoonlijke ontroerende wensen. Traan biggelde en lach brak door, beurtelings, gelukkig stond er ook een glas water bij het moederdagontbijt door zoonlief gemaakt.

IMG_9829

Ik had in alle vroegte, voor de droom, wel de zonsopgang meegekregen als eerste cadeau. Dat was alleen voor de matineuzen onder ons, want daarna trok het snel dicht. Vandaag tuindag. Daar is nog altijd reuring van het kleine leven, dat maar doorgaat.

IMG_3522

De pulletjes in de sloot, de af-en aanvliegende koolmezen met een bek vol beloftes voor de kleintjes. Er was zelfs een wezel gesignaleerd en misschien zie ik de ringslang wel. Bovendien is de nieuwe opdracht voor #binnenkijken om een blad te fotograferen. Maakt niet uit, wat voor blad. Een die je beroert, raakt, betekenisvol is of als toevalligheid opvalt. Ik hou van het groot hoefblad als het vers en jong is, met haar grote paraplubladeren of die van de enorme hosta, die dapper uitdijdt en de ranke sierlijke messcherpe Iris en gele lisbladeren. Er is heel wat. Het licht is wat saai, maar ik sprankel er wel wat liefde doorheen. Dat vat loopt over ❤

 

Uncategorized

Het verlangen is groter

De grenzen worden opgerekt, de verantwoordelijkheden vergroot, maar soms ook nog  ingedamd. Mijn volgende stap na het bezoek aan vriendin in de tuin, een hele hoekbank voor mij alleen, resulteerde in een bezoek van kleinzoon en dochter. De promotie zat hem in de locatie. Geen verscholen hoekje in de alom aanwezige schaduw ingericht op de galerij maar achter de tafel op de stoel op het balkon in de frisse buitenlucht. Thee en verse cake met appel.

IMG-9800

Het werd een aangenaam verpozen met kleine kouterietjes over het wel en wee, maar ook over het grenzen verleggen en de aanwezige angst en hun grote bezorgdheid om mij. Ik ben er wel aan toe om hier en daar weer de teugels in handen te nemen. Het is lastig loslaten voor dochter en zoonlief, die later aanschuift, maar erover praten helpt.

Het was een wonderbaarlijke dag gister, want na het bezoek van dochter stond ik ineens met zoon zijn vissies(sardienen uit de diepvries)schoon te maken. Ik ontschubde en hij deed de rest. Ik keek niet naar de dode visseogen. Moest denken aan mijn vader die de gevangen aal van broer stond klaar te maken in de keuken en vakkundig de aal binnenste buitenkeerde. Althans dat, wat je niet eten kon. Ik heb dode-dieren ervaring met mijn jaar arbeidzame leven bij een poelier, waar de dode konijnen en kippen aan het plafond bungelden. Ik was vijftien en nog maar net gewend aan mijn opa zijn ene onbeholpen kippenslachterij bij ons in de achtertuin, waarbij ik een macabere dans van de kip zonder kop zag, als vier of vijfjarige. Maar eerlijk…Ik kan er niet meer zo goed tegen. Niemand hoeft dood voor mijn culinair genot. Het moederhart houdt stand en helpt. Er schuilt schoonheid in het riekende werkje. De schubben glanzen doorzichtig, zilveren schildjes. Ze verstoppen de gootsteen, het koude water golft er langs als ik ze behoedzaam los wrijf. Dag lieve vissies.

Als het werk geklaard is, schrijf ik over een ander zilver licht, een maanlicht dat de Yaya-kronieken vangt in dat lichtende beeld. Yaya en haar kleine ministralen gaan op pad in het zilveren maanbed, om de grote tovenaar Pantakrios te helpen bij het oplossen van het mysterie van het verlaten dorp. Ze strijken neer in een klein dorpje vlakbij de stad Corfu op het gelijknamige eiland en in het grote paleis het Achyllion, dat ooit het onderkomen was van Willem de tweede en keizerin Elizabeth, Sissi voor de filmliefhebber. Het is de nieuwe oma in corona-tijd en daardoor voel ik me dichterbij dan ooit. De ministralen zijn alle kleinkinderen en ze hebben allen een belangrijke rol. De twee oudsten spreken in dat ze het prachtig vinden en of er dingen echt zijn. Tuurlijk, een beetje van mezelf en een beetje van de realiteit, zo overleef je deze crisis wel.

IMG_9823

Vandaag de volgende mijlpaal. Er wordt opgebeld. Vriendinlief, die ooit Corona had en al twee maanden wegkwijnt in haar gevangenschap staat beneden bij het balkon en wil vanuit haar scootmobiel even zwaaien met mondmasker voor. Ze heeft zich een uitje gepermitteerd naar haar beide bejaarde ouders, risicofactor 1 en derhalve achter glas en rijdt nu met haar stoffen printje voor de snoet weer terug. Haar ouders wonen hier in de wijk, dus een logische rondgang is het gevolg. Het is zo vertrouwd en fijn om  haar te zien. Hoe zwaar het was, hoe benauwd het is, hoe naar de mondkap en hoe melaats het hoesten werkt. We kletsen door de telefoon, anders kost het teveel inspanning en met een dwaaloog zie ik dat er kersen groeien aan de prunus in de tuin beneden mij. Nieuw leven seint de natuur in, te allen tijde. We zwaaien, dag dag, tot gauw, tot knuffels.

Dan voor vandaag een ontmoeting met de zussen, maar dan  met een picknick aan de Lek. Handschoenen aan, snoetje bij de hand en gaan. Morgen is het moederdag, hoe vreemd zal dat weer zijn zonder omarmen, verwarmen aan alle liefde die er gegeven wordt. Het zal afdoende zijn. Het verlangen is groter.

 

 

 

 

Uncategorized

Nog maar een keer

Gisteren ging ik een volgende grens over. De ingebouwde veiligheid zat hem dit keer in de open buitenlucht. Zolang je maar ruimte inbouwt en frisse lucht inademt kan het niet misgaan en o ja, gellen of handen wassen. Het bezoek was vertrouwd en onwerkelijk tegelijk, door het niet kunnen knuffen en even tegen elkaar aanleunen, dat voor een alleengaande toch weer een hele andere impact heeft dan voor iemand die een partner thuis heeft zitten. Het ontberen van wezenlijk contact is het grootste gemis. Al maanden geen handen meer geschudt, geen arm meer vastgepakt, geen omhelzing gedaan, geen knuffeltje uitgedeeld en dat zijn nog maar de minst intieme vormen van contact. Realiseert iedereen zich dit die wel een huishouden deelt? Dat vraag ik me af.

IMG_9794

Vannacht ging ik ‘op een lange fietstocht’. Hoofddoel een dorp en ik was op de nieuwe Stella, mijn trouwe gezellin. Ik stopte na een lange tocht bij een parkeerplaats om de route verder uit te stippelen maar wist niet hoe het dorp heette, waar ik was aangeland. Het bleek het dorp N624 te zijn. De omstanders verzekerden me dat het een klein dorp was, maar dat ik vast niet meer ver was van de eindbestemming. Ik kon alleen niet meer op de naam komen van de eindbestemming, die was nogal ongewis. Hoe verdwaal je in onwetendheid. Er was ook nog een boze mevrouw omdat ik haar de inrit versperde naar de parkeerplaats toe. Achteraf bleek die zich niet op die plek te bevinden. De boosheid was ongegrond.

IMG-9795

Ik werd warrig wakker, met mijn N624 helder in het hoofd. Toen ik de krant uit de brievenbus had opgehaald, las ik vooral over boos en teleurgesteld, over wonderlijke prioriteiten en over vermeende initiatieven. Rutte had zijn steen geworpen in de vijver van voortgang en nu rimpelde het water in emoties uiteen. Mijn positie was die van redelijke buitenstaander, ik wist alleen dat ik mijn eigen grenzen naar behoren en met gezond verstand wat oprekte. Vriendin in volle levendigheid tegenover me, met verhalen en weerleggingen, ideeën en verhalen, het leven van ooit en toen een beetje dichterbij in deze veranderde maatschappij. We aten stroopwafel, dronken jasmijnwater en het leven lachte onder de gele parasol met een entourage van het sierlijke Vlasbekje wiegend op haar dunnen stelen.

IMG_9798

Ik fietste terug en viel in ledigheid tot ik besloot een cake te bakken voor kleinzoon en dochterlief, die de volgende dag op de agenda stonden. Geen galerijbezoek maar een balkonbezoek. Zij als eersten naar binnen en achter de tafel op het balkon en ik zou gastvrouw spelen. In dat geval met thee en water en met verse appelcake, die super gelukt was, door de liefde, waarmee mijn oude jaren zeventig keukenmachine haar ingrediënten mixte. Ze was van lang voor welke crisis dan ook.

 

Supertramp noemde haar vierde album ‘Crisis, what crisis?’. Als je het woord niet noemt dan is het er niet. Iets om over na te denken. Het is de vlag die de lading dekt. Maar het virus brengt zoveel teweeg dat we van ontwrichting mogen spreken en dat ligt ten grondslag aan welke crisis dan ook. De hoes triggerde destijds. Negeren was niet mogelijk.

Iemand schreef dat hij nu drie keer een gebeurtenis had meegemaakt. waardoor hij geschiedenis schreef. Hij somde op: De val van de muur, 11 september en Corona. Maar wij schrijven elke dag geschiedenis. Wereldnieuws of dagelijkse gebeurtenissen behoren allen toe aan factor Tijd. Zij schreidt voort en schrijft voor ons alle individuele en mondiale werkelijkheden. Geen rader is onbelangrijk. We vormen allemaal het grote wentelende wiel. Eenmaal in gang gezet beweegt het zich voort en levert nieuwe energie. Perpetuum Mobile. We hebben de rokende fabrieken tijdelijk stopgezet, de wereld is schoner dan ooit, de insecten zoemen ons verheugd om de oren. Genieten onder een gele parasol, achter een glaasje jasmijnwater naast het tere vlasbekje. Ingedamde crisismomenten. Ik draai Supertramp nog maar een keer.

 

 

Uncategorized

Om geleefd te worden

De zon lonkte. Het beloofde warmer te zijn dan de afgelopen dagen. Na de tuin van eergisteren had het gesorteerd in een uithijgen als een ‘hert der jagt ontkomen’. Dat duurde de hele namiddag en avond, terwijl ik niets anders gedaan had dan zitten, daar op die tuin.. Kan emotie je zo overmannen dat het de ovegebleven energie opslurpt?

Het licht door de bomen, de belofte, zorgde ervoor dat ik bedacht te gaan experimenteren. Ik wilde kijken hoe ver ik zou komen met de fiets richting tuin. Dat betekende een safari dwars door mijn oude stad heen, vanuit mijn huis in een voorstad. Gewapend met dik zwart vest en dikke sjaal, door ervaring bij eerdere tochten wijs geworden, ging ik op pad. Canon in de aanslag, Iphone in de zak. Ik realiseerde me ook dat ik nooit meer zulke grote tochten had kunnen ondernemen zonder deze vernieuwende techniek van het ondersteunende trappen. De longen hadden nog wel genoeg lucht om zonder inspanning kilometers te vreten, maar met inspanning hadden ze het nooit gered.

IMG-9727  IMG-9741

De weg was vrij voor de ontdekking. Een omlegging omdat het snelste fietspad afgesloten was, geen enkel probleem, dan rijd ik toch gewoon bijna half zo ver terug om het goede doorgaanbare pad te bereiken en daarna, als ik het fluitenkruid, de omgebouwde industriele panden en de studenten-compartimenten achter me heb gelaten, begint de zoete tocht. Over de singels langs de oude binnenstad, de lange Maliebaan af,  dwars door Witte Vrouwen heen. Daar de wetenschap dat de tuin met drie streepjes op de teller net niet haalbaar zou zijn, dus terug langs het Griftpark, de singels weer op om bij de Herenstraat de brug over te steken en langs de stegen en de grachten en grachtjes mijn eigen kunstzinnige weg te vinden.

IMG-9744   IMG-9758

Het beeld van de man met het hondje in het Zocherpark, de grote gouden aubergine die een golvende weergave van mezelf laat zien, een man op een bankje in kleermakerszit met een boek in de hand en af en toe turend naar het gebladerte boven hem.

IMG-9766   IMG-9767

De reusachtige beuk daar, die de verhalen van eeuwen liet kronkelen over zijn grillige bast en deed uitmonden in de jubelende groene kruin naar het zonlicht en de vrijheid toe. De mannen voor het Pieter Baan die op de rollators, soms de huid wit en doorschijnend en dan weer tanend, in elkaar gedoken en brallend tegen de voorgevel staan aangeleund om toch stiekem te genieten van de verwarmende zonnestralen, een verdwaalde koestering.

IMG-9772  IMG-9774

Dan het gedicht op de muur van de Snellekensschool, zo vertrouwd, de woorden. De singel voor het Louis Hartlooper, mijn vertrouwde plek, waar het Ledig Erf haar naam nog nooit zoveel eer had aangedaan en die alleen wat voorbijgangers druppelsgewijs zag langs trekken. De films verstomd als in een ver verleden.

IMG-9776

Daar op de brug hou ik stil en leg de beelden vast voor later, als het weer gonst van drukte en we dubbel, met pijn en met weemoed aan de tijd van stilte zullen terugdenken. Dan de oude vertrouwde kade, de Jutphase weg en dan een stukje Utrecht waar je normaal niet komt, omdat het een doodlopende weg aangeeft, maar waar nog heerlijke oude huizen staan, een voorgeborchte voor het industrieterrein en de meubelboulevard erachter.

IMG-9783

Het Merwedekanaal heeft nog meer verborgen plekken, maaar de fiets komt overal en daar sta ik ineens bij sluisjes, nog nooit gezien, waar een overmoedige motorbootmeneer ronkend rondjes draait als hij moet wachten tot de brugwachter het sluisje handmatig opendraait, die hem waarschuwt dat het sein nog steeds op rood staat. Lieflijke seringenbomen omlijsten het uitzicht op de ophaalbrug bij de Herenstraat.

Ik sluit af met een eerste bezoek aan een supermarkt en hoor zoonlief waarschuwen in mijn hoofd. Doe handschoenen aan en hou zorgvuldig meer dan anderhalve meter afstand. Het recht in eigen hand. Het voelt als triomf. Wat een heerlijke dag zomaar uit het niets. 25 kilometer op de teller en zo’n voldaan gevoel.  De euforie. Het leven is weer op haar plek gevallen, daar waar het moet zijn, om geleefd te worden.

Uncategorized

In al die kwetsbaarheid

Er is een lied waarmee ik mezelf nog steeds niet identificeer. Ze werd gezongen door iemand van wie ik gedacht had dat we ‘samen’ oud hadden zullen worden. De nieuwe oudere misschien? Zo voelde het wel. Met zeventig of daaromtrent ben je nog niet oud, maar dat beeld veranderde in de afgelopen weken snel. Het lied waar ik op doel is ‘De Oudjes praten niet’ dat vertolkt werd door Liesbeth List oftewel de originele versie door Jacques Brel gezongen: Les Vieux

Ook mijlen ver van mijn bed was het lied toen het gezongen werd door Jasperina de Jong. Dat was de eerste keer dat ik ondersteboven was van een Nederlandse tekst. Een openbaring, dit spelen met de woorden en de betekenis. Deze oorspronkelijke vertaling van Les Vieux is van Ernst van Altena.

‘De oudjes praten niet
Of hoogstens af en toe
Met stille ogentaal
Zelfs rijk zijn ze toch arm
En zonder toekomstbeeld:
Een hart voor allemaal
Hun huis geurt: witte was
Lavendel, koperpoets
En ’t werkwoord van weleer’

Deze zoete sterren koester ik omdat ze aan de hemel van mijn jeugd stonden en we alle teksten en liedjes, die door hen werden vertolkt, woordenlijk mee konden zingen bij een kampvuur, op de tandemtocht richting Friesland, tijdens treinreizen naar de opleiding. Ze behoorden tot mijn emotionele bagage, ik ben er mee opgegroeid. We zongen ‘De oudjes’ met Jasperina mee, toen de vertolking van het verhaal van Louis Couperus in een bewerking op televisie te zien was en een glorieuze rol werd neergezet door Caro van Eyck en Paul van Steenbergen onder regie van Walter van der Kamp. Dat waren Oudjes van formaat.

Dat zijn ze ook altijd gebleven en ik, ik behoor er nog lang niet toe. Maar in de beleving van iedereen om me heen zo langzamerhand toch wel. De kinderen en de zussen zien een bepaald verval van wat eens een jeugdige energieke uitstraling was. Er hangen  rafels aan, er sluipen hiaten in, er zijn steken die vallen. Het stramien wordt wat sleetser, het gehijg bij het klimmen van een trap of een heuvel wat meer hoorbaar. Het oudje in mij heeft het er niet over, maar het hijgt des te meer. Stomme oude longen.

Dit alles schiet me te binnen bij het lezen van een quote van Simone de Beauvoir over oud zijn. Ze vraagt zich daar af: ‘Hoe moet een samenleving zijn wil een mens als hij oud is mens blijven?’ Het antwoord dat volgt is even ingenieus als simpel: ‘Hij zou altijd als mens behandeld moeten worden(…). In de ideale samenleving, die ik schetste zou, zo droom je, de ouderdom eigenlijk niet bestaan. Zoals nu het geval is met enkele bevoorrechten zou de mens geleidelijk verzwakt door ouderdom maar niet duidelijk afgetakels op zekere dag ziek worden en daar aan bezwijken: hij zou sterven zonder te zijn ontluisterd.’ (Simone de Beauvoir: De ouderdom 1970. Fragment uit ‘De kunst van het ouder worden’ van Joep Dohne  en jan Baars, 2010).

001Oude dertiger-jaren stof.

Het raakt me en brengt de kwetsbaarheid naar boven die voor mij schrijnend ten grondslag aan deze hele crisis heeft gelegen. Ineens begint ouderdom weer bij 65 en ben je een vitale oudere tot het virus of de kwetsende eenzaamheid het tegendeel bewijst. Je hebt al meerdere ouderdomskwalen, die tot dan toe hoogstens slijtageplekken werden genoemd. Die brengen een verhoogd risico met zich mee. Daardoor wordt je een kasplantje, want dan moet je beschermd worden tegen je eigen valkuilen. Nog steeds staan De Oudjes van Couperus mijlen ver van me af, al heb ik vaker op een bankje met een oude vriend gezeten om herinneringen op te halen aan wat toen verleden was.

027 afgedankt, oude bloemen.

Mens zijn is een recht dat we allemaal zouden moeten mogen koesteren en dat ons gegund zou moeten worden door ieder ander die we zijn voorgegaan. Mens zijn is gezien worden als volwaardig en bewust in het leven staand. Ook al doen we eigenwijs en nemen we teveel hooi op onze vork, omdat die vork tot voor kort nog alles kon optasten dat voorbij kwam. Onze rekbare jonge geest is zich aan het aanpassen aan een wat sleetse jurk, maar derhalve niet meer dan dat. Want rekbaar en elastisch blijft het tot in de kleinste vezels, ook al heeft het soms de schijn tegen in al die kwetsbaarheid.

 

 

Uncategorized

Vrijheid dus

Bevrijdingsdag 5 mei 2020. Een prachtig begin met gouden zonlicht gefilterd door de bomen en een vroeg welkom. Het staaft mij in een voornemen. Vanaf vandaag is mijn tuin weer de vrijheid voor mij. Ik weet nu hoe ik het aan kan pakken. Vroeg in de ochtend gaan en op redelijke tijd, daar waar de vijf in de klok slipt, de wijnflessen open poppen, de mensen elkaar na noeste arbeid op zullen zoeken, weer huiswaarts keren. Even nog, tot het voor mij, risico op twee fronten, weer veilig zal zijn. Het gemis van groen in de vingers is te groot. Daar kunnen de fietstochten in de omgeving en het wroeten in de balkonpotten, niet aan tippen. Bovendien is buurman nu zo gewend om de tuin te doen, dat er ongemerkt, verstrengelingen van belangen plaats vinden. Hij gaat onvervaard aan de slag, wat heerlijk is, maar de fase van het vragen is voorbij. Dat betekent, wat wind uit de zeilen nemen en zelf de touwtjes weer in handen krijgen.

Vrijheid dus.

IMG-9706

Het huis is schoon voor zover het in mijn mogelijkheden lag, de taken gedaan. Er ligt nog een opdracht te wachten en een halve zonder deadline. Ik wil weten of mijn irissen het redden, er nog wat akeleien naar boven zijn gekomen. Bovendien moeten de dahlia’s uit het schuurtje de grond in en wil ik nog wat papaver, vingerhoedskruid en verse akelei zaaien, het gras maaien, de houtstapel ordenen en zien waar de composthoop terecht is gekomen in de wiedwoede van de Oude.

IMG-9381

Ik neem snuitje mee en snuf, zoals de thermoskan inmiddels heet. Snuf en snuitje en de zwarte handschoenen. Het is bijna de titel van een boek. Gisteren heb ik bevrijdingsdag zitten kijken met twee brandende waxinelichten voor de beelden op de Dam, heb de ongezouten kritieken op Twitter gelezen van mensen, die niet hebben leren luisteren of alleen blijven hangen op een eigen beeld bij een woord, zoals in de toespraak van Arnon Grunberg, die op een meesterlijke wijze de bitterheid van de overheersing van een volk neerzette. Dat nooit weer, schemert door de woorden heen, waar mensen alleen op het woord Marokkanen blijven hangen, zonder de essentie van het verhaal te doorgronden. Het leven weer in eigen handen nemen, werd daar gevoed. De vrijheid om de tuin contactarm maar bereikbaar te laten zijn voor mij en te genieten van de schoonheid van het kleine paradijs dat de Bernagie heet. Verlicht oord.

IMG-9704

Vijf mei is vrijheid, is verlangen, is liefde voor al wat leeft. De batterij van de grasmaaier is opgeladen, de thermoskan gevuld, het stuk geschreven, we kunnen gaan. Gisteren bij vier mei was de opdracht in ‘anders kijken’ Herdenken, maar ik geloof dat ‘Gedenken’ het juiste streven is  Herdenken is naar voren halen Gedenken is een plaats schenken in het nu. De mensen, die in je geest nog altijd bij je zijn, toe te laten en een plaats te geven onder de horizon van het huidige bestaan. De wijze woorden van mijn moeder, de bedachtzaamheid van vriendin, de kleine filosofieën van de grote kleine man, de vader van de kinderen, de gedichten van Vasalis, de spreuken van Tagore, naast het gedenken van hen die elders wonen en voor nu even onbereikbaar zijn. De gulle lach van de kleinkinderen, de liefde van de kinderen en schoonkinderen, de indringende mails van de wijze uit het verre Hongarije en zijn onvoorwaardelijke liefde voor een oude vriendschap, de gevoelde liefde van de vrienden en vriendinnen in de onbereikbare nabijheid, thee voor een raam. Gedenken is geen afscheid, maar een inclusie.

IMG-9705

Vandaag is het ‘de dag van de bevrijding van de zogenaamde onmogelijkheden’, het pad effenen en doen wat er nog altijd wel kan. Zoals men het van de week nog zo mooi zei: Het is niet ‘Het nieuwe Normaal’, maar het ‘Abnormaal dat ééns weer ten goede zal keren’. Ons streven vliegt hoger dan de mogelijkheden van het ogenblik. Vrijheid dus.

 

Uncategorized

Een ‘Zon’dag ten voeten uit

De dagen rijgen zich aaneen. Even was ik kwijt dat het gisteren zondag was. Hoe anders is de invulling heden ten dage vergeleken met de Heilige zondagen van vroeger, in het ouderlijk huis. Er heerste altijd een wat nerveuze sfeer. Zondag betekende dat iedereen thuis was, dertien mensen in een kleine eensgezinswoning. Er moest aangekleed worden, alles in nette kleren gehesen, de prikjurk, het stijve mantelpakje, de schurende nylonkousen. Honderd drogredenen om het niet te vieren. Er waren misdienaren bij, koorzangers en alles moest ergens op tijd de Heer loven of de kapelaan dienen. De kamer moest gestofzuigd, de glazen tafel afgenomen. De ontbijtboel moest op tijd weer weg. Om elf uur kwam tante Lena uit de Hoogmis en was alles spic en span, maar hoeveel voeten het in de aarde had gehad, verzweeg men heimelijk.

Dat waren de jaren vijftig en zestig. Langzaam veranderde de kerkgang. Opstandigheid, ondeugendheid(de leeggehaalde offerblokjes) en desinteresse in waar dwang achter zat. Flaneren op de Amsterdamse Straatweg was spannender. Daar brachten eenzame blikken de zonnige warmte met zich mee vanuit de Middellandse zee, klonken denkbeeldige mandolines en verdwenen gebruinde koppen achter een filmisch rookgordijn.

Er was een periode van weekendbezoek eerst zonder kinderen in lange brieven en af en toe een bezoek en later met de kinderen de gebruikelijke zondagsgang. Pa in de stoel, ma in voor een uitje en altijd de strijd. Vooral toen mijn vader zelf niet meer uit de voeten kon. Op bezoek gaan bij je ouders was elke zondag een begrip en de verjaardagen dienden voor een tegenbezoek.

Toen mijn moeder onverwachts er tussen uit gepiept was, vielen er gaten in het stramien. Het werd een plicht om de oude man, die Alzheimerend door het laatste deel van zijn leven trok en narrig zijn decorumverlies steeds weer oppoetste, te bezoeken. De rode draad was duidelijk uit het geheel verdwenen. Trouw bleven we komen tot de laatste strohalm was geknakt.

IMG_2596

Nu de kinderen groot zijn is de zondag verdwenen. dat wil zeggen, bezoekzondag. Net als wasmaandag, strijkdinsdag, gehaktballenwoensdag, visvrijdag. Zekerheden die lang het beeld hebben bepaald, maar nu minstens twee keer zo lang volkomen zijn achterhaald. We gaan op bezoek als de behoefte daar is, of we ontmoeten elkaar gezamenlijk, iets waar ik een grote waarde aan hecht. Het leven vieren met elkaar.

IMG_3459

Gisteren was het Coronazondag, de zoveelste. Mijn stemming was er een die paste bij het uitje wat ik op het oog had. Het verdronken bos. De vlag dekte de lading slechts gedeeltelijk. De afgeknapte bomen dreven in het water, de stompen van stammetjes staken er nog net boven uit. Maar dan. Het houten bruggetje over, de lieflijke stilte, een oude keuterboer voor me uit, met de handen in zondagse rust op zijn rug gevouwen, twee futen, man en vrouw, die inspecteerden waar het nest gebouwd kon worden, een pad midden tussen de weilanden en twee sloten, begroeid met koolzaad, fluitekruid, paardeblommen, boterbloemen, madelieven . Een waterval aan lente.

Dan het paard dat aankwam sjokken, haar lange sokken in goedmoedige tred en de berijdster, die zichtbaar, net als ik, genoot van wat daar aan ons gegeven werd. Het lieflijke plaatje verdween tussen de bomen aan het eind van het weggetje.

IMG_3492

De ongedurige bui was verdwenen, even als het schrijnend gemis. Wat er voor terugkwam was die innerlijke ruimte, de weidse natuur, het leven, dat letterlijk opbloeide in het bescheiden land, de roerloze reiger, de gakkende eenden, de kwetterende vogels in het bos ernaast omdat ze zich ongestoord wisten.

Het was een ‘Zon’dag ten voeten uit. De dankbaarheid was groter dan me ooit, vroeger op gewijde grond, overkomen was.

Uncategorized

En dus aan beide

Een vraag voor de zondagmorgen van de denksmederij op FB dat gemijmer oplevert, terwijl de lucht ontkleurt van diep oranje naar vijftig tinten grijs. De vraag is eigenlijk al op vrijdag gesteld, maar ik krijg ze nu pas onder ogen en ze luidt: ‘Is er een verschil tussen eerlijk zijn en oprecht zijn’.

Daar ben je niet zomaar mee klaar. Ik heb er de lengte van het ontkleuren wel voor nodig. Eerlijk zijn is onverbloemd de waarheid zeggen, fluistert het verleden in mijn oor. Voor oprechtheid is een intrinsieke motivatie nodig. Eerlijk vind je en oprecht voel je. Dat is denk ik het verschil. De twee zullen elkaar vaker vinden en eerder hand in hand lopen dan afwijken van elkaar.

IMG_9677

Er is een adder onder het gras. Mensen die de waarheid te pas en te onpas stellen, let wel, hun waarheid.  Achter zo’n stelling komt dan het zinnetje: Tenminste dat vind ik hoor. Daarmee wordt veel leed geschreven. Er was ooit een kennis die er meester in was om onvolkomenheden aan de kaak te stellen. Niet rechtstreeks maar via een ongevraagde mening. ‘Ik vind een cyclaamkleur zo lelijk’, werd er dan gezegd in het algemeen, terwijl die kleur de lippen van iemand sierde.  Of: ‘Toneelspelen is een vak hè’, na het zien van een opvoering. Deze is ook spijtig. Er wordt een cd opgezet met  lievelingsmuziek en dan zegt iemand ‘Blue grass klinkt als kattengejank, tenminste vind ik hoor’.

Hele en halve waarheden, eerlijk in de zin van ongezouten maar ook ongevraagd je mening verkondigen, waarmee het leed voor eeuwig wordt bijgeschreven, omdat het als etiket blijft kleven. Vroeger, toen ik héél stevig was, ik en ‘men’ vonden het dik, zocht ik naar slachtoffers om me heen, die nog veel erger daar mee kampten, om er naar te kunnen wijzen en het te noemen. Dat bleef zo tot ik begreep, waar die obsessie vandaan kwam. Er was een pittige weg voor nodig met een genadeloze zelfreflectie. Daarbij kwam het pas op oprechtheid aan. ‘Vind je dat nou werkelijk of zeg je het omdat het je zelf zoveel pijn oplevert’ was de vraag die ik me leerde stellen en later zelfs kwam het tot het ontleden van de pijn en het zoeken naar de kiem die het veroorzaakte, het opgraven van de onzekerheid die er aan ten grondslag lag en de faalangstigheid avant la lettre.

 

Het vreemde is dat die ooit ingegeven eerlijke mening van de ander altijd latent aanwezig bleef. Spreken is zilver en zwijgen is goud, wist men vroeger al. Is dat oprecht zijn ten voeten uit. Na de zoveelste ‘eerlijke mening’ kon ik alleen nog maar denken aan ‘Vader’Wim Sonneveld die met een vileine precisie, de poten onder de stoel van een eventuele, bij voorbaat afgekeurde, toekomstige schoonzoon, zaagde. Dat gevoel.

Wonderlijk hoe dingen in een ander licht komen te staan als het van verschillende kanten wordt bekeken. Dat is misschien wel het hoogste goed in een conversatie of uitwisseling. Sinds ik ouder wordt denk ik veel en zeg ik minder. Misschien ongemerkt toch die eeuwenoude leus van vroeger opgepoetst en vleugels gegeven. Omdat zwijgen ruimte biedt aan de ander, letterlijk en figuurlijk, én dus aan beide

Uncategorized

De wereld in een ander licht

Het doek was af en verstuurd. de keuken schoon, de kinderboeken waren bijna uit en of dat te samen ruimte bracht, weet ik niet, maar er gleed een grondige schoonmaakwoede uit mijn vingers, die resulteerde in een overdadig ontstoffen van de huiskamer. Ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik in elk hoekje en gaatje ben geweest, zelfs de bank met al haar krochten ben ik te lijf gegaan met de stofzuiger. Dat de te hoop gelopen familie zilvervis, zes stuks in totaal, waarbij ik niet de verbinding van blij gezin moest maken, er het loodje bij legde, was evident. Als je stoelen, banken, boeken wegtrekt kom je er altijd wel een paar tegen. Een van de redenen om niet het boek van Rob Dunn aan te schaffen, Het heet nooit alleen thuis en het belooft een inkijkje in het verrassende en veelzijdige dierenleven achter de voordeur. Ik stel me liever op als de spreekwoordelijke struisvogel en steek mijn kop diep in het zand.

IMG_9656

Ooit toen ik bij een van mijn eerste vrienden op bezoek was, viel er uit de spleten van het plafond een hard bruin ding, dat daarna schielijk wegrende. Ik wist niet wat het was destijds, maar achteraf kon ik niet anders dan vast stellen, dat de beste jongen een kakkerlakkenplaag kende in zijn studentenkamer. Het diertje veroorzaakte voor mij in een seconde een overhaast vertrek. Tja, het duurt even voor het een gewenning wordt. Jaren later was ik alleen op pad met een aantal vriendinnen in Bulgarije. We hadden een hotel in  Koprivshtitsa. Het was er ruim, balkon met uitzicht op de rivier in een ochtendzonnetje, een lot uit de loterij. Goedkoop en alleen in de zaal waar we dineerden geurde het zodanig, dat we het meuren noemden. De eerste de beste ochtend zat ze op de drempel van de douche. Een grote dikke Zaza en omdat ze toen al zo heette, Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt indachtig, kon ik haar niet vermorzelen onder mijn schoenzolen. Ze heeft er de hele week gezeten en echt, ze friemelde er lustig op los met al haar pootjes.

nooit alleen thuis

Diertjes en piertjes, ik hou ervan. Maar de wetenschap dat er wantsen zitten in mijn bed, of friemelende larven bekoren me niet. Een van de voordelen van het beroep van leerkracht is dat je een stoïcijnse verhouding krijgt met het kleine grut. We pakken ze op, we draaien ze rond, we stoppen ze in een onderzoekertje met loep en bekijken zo de schoonheid van al wat leeft en laten ze weer vrij. Bovendien hebben we  het innerlijke  leven van de insecten leren kennen door Toon Tellegen. Wie kan ooit een mier de dood in jagen, als er verhalen zijn van een diepzinnige filosoferend exemplaar daarvan.

toon tellegen

Het aandoenlijke verhaal van de eendagsvlieg is zo ontroerend mooi. Ze is op zoek naar wat het meest prachtige is in haar leven. Je hebt niet veel keus bij een kort bestaan en als zij vlak voor haar dood de zonsondergang meemaakt is ze zo vol van de schoonheid ervan, dat ze met een gerust hart kan sterven. Kijk, dat zet de wereld in een ander perspectief.

Het is een goede remedie tegen een leven vol virussen. Iedere dag een verhaal van Toon. Lees ze hardop of, als dat tot de mogelijkheden behoort, laat ze voorlezen, want dan klinkt de essentie beter door en ik verzeker je, dat de wereld ineens in een ander licht staat.

Uncategorized

Alle ministralen gaan mee

Ik kon er op wachten, vannacht. ik wist dat ze zich aan zouden dienen in hun eigen tijd. Dus om half twee, veel te vroeg, klopten de eersten aan mijn deur. ‘Neem ons mee in je verbeelding’, fluisterden ze opgewonden. ‘Schrijf ons uit, teken ons op en leg de verbanden’. Er was het bed, de oma en de kinderen. Dat moest gaar koken in hun eigen sop. Eerst de vermoeidheid overwinnen met een hazenslaap.

IMG_9648 Het bed met de spijlen

Buiten mijn verhalenwereld is de strijd los gebarsten over wat wijsheid is. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Wel testen, niet testen. Wel nuchterheid betrachten of blind gaan. Het lijkt op het laatste als ik mijn solitaire fietstocht maak in de omgeving en voor het eerst een klein winkelcentrum betreed. Voor het eerst mijn voet op de bodem van die vervreemdende maatschappij, Ontdek ik een onvoorstelbare hoeveelheid aan fietsen en mensen. Ik wilde sfeer proeven en zie bediening bij de karretjes, lusteloze ogen boven de kapjes uit, rijen wachtenden met anderhalve, maar krap bemeten, ruimte er tussen bij de kassa en vrienden die elkaar op de schouders slaan bij de snackbar, immuunwaners.

Daar droom ik van, maar dan ineens schiet ik weer wakker. Wat vindt men zoal op Corfu. Ik ontdek een hoge berg, een verlaten dorp, veel olijfbomen, oleander, klaprozen en meer bloeiende onschuld. Schildpadden, roodpootvalken en buizerds, een pelikaan en een witte reiger en de Ionische zee. Daar doe ik het maar mee, voor even en val weer in slaap. Het husselt en het roert, het sist en het bruist, totdat er uit de kolkende massa informatie ineens weer een idee geboren wordt.

068-001  Yaya

De Griekse grootmoeder heet Yaya, de inspirerende hoogste berg is de Pantokrator. Er woont een tovenaar, leert de droom mij en o ja, er is ook nog een verlaten dorp ergens halverwege. Manenstralen verlichten de zilveren spijlen van Yaya’s bed, waar Pantakrios de tovenaar haar om hulp bedelt. Ze besluit om te gaan en haar Ministralen mee te nemen. De nacht geeft ze Griekse namen.

Zo roert de geest en neemt de verbeelding mee in een onrustige slaap, waar nog meer vormgeving volgt en de kwaliteiten van de zes. Moe gedacht volgt ten slotte eindelijk een diepe slaap, die pas weer opbreekt als de dag een flink gat heeft geslagen in de ochtend.

De krant ligt in de brievenbus, maar het vochtige weer maakt van de trap weer de bekende vesting. Kalmer aan is een begrip wat lastig is. We willen zo graag mee in de vaart der volkeren. De wind buiten neemt onrust mee, of is het het nieuwe verhaal. Beide is mogelijk. Ik zet ze om in nieuwe energie.

IMG_9647

Gisteren kwam het boek ‘De erfgenamen’ van Ildefonso Falcones binnen en het imponeert door de omvang. Hemeltje en dat terwijl Mercier en zijn betamelijke ‘Gewicht van de Woorden’ ook naast het bed ligt te wachten. Dat worden pittige leesuren.

Tussen al die letters door zou ik gisteren gaan ‘kuisen’. Een vriendin vroeg verschrikt of ik het kind in mij was kwijtgeraakt. ‘Nee, lieverd, dat kind zorgt voor al deze wonderlijke mijmeringen en het weer geeft er handen en voeten aan’. De keuken blinkt. Het zorgde voor zeeën van ruimte in mijn gemoed om al die wonderlijke verhalen toe te laten. Vandaag is de kamer aan de beurt. First things first en alles met mate. We gaan het zien en beleven.

Vandaag het allerlaatste Oma-journaal. Daarna volgen de Yaya-kronieken. Een afgelaste vakantie met het hele gezin naar Corfu en het spannende verhaal van Virus als voedingsbodem voor de verbeelding en Solo, die er slapeloze nachten en een nieuw verhaal omheen spint. We gaan op vakantie en alle ministralen gaan mee!

 

Uncategorized

Wie doet er mee…

Het verhaal van het Oma-journaal is bijna fini. Eind goed al goed, natuurlijk. Wat betreft de vrienden dan. Wat het virus heeft aangericht heeft nog een pittig staartje. Maar voor Addertje onder het gras is het met de bekende sisser afgelopen. Sterker nog, hij is geheel opgenomen in de vriendenkring. Spannend was het wel. Bepperd de Bofferd, die uiteindelijk wijzer dan Uil bleek te zijn, heeft hem in al haar wijsheid vergeven en liefdevol opgenomen in haar grote hart. Ze herkende het jeugdtrauma en alle ellende die het veroorzaakt heeft. In de eerste plaats zeker ook voor de drager ervan, Addertje in hoogst eigen persoon. Bepperd de Bofferd en Mol hebben hem omarmd en samen hebben ze het feest voorbereid voor de terugkomst van de berouwvolle virus en Uil en Ko NIjn.Straks zal het allemaal weer pais en vrêe zijn.

91453527_223869885488636_1065250285403823120_n

Nieuwe verhalen liggen alweer op de planken van mijn hoofdelijke voorleeskast opgeslagen. Poes en Poes bijvoorbeeld, de avonturen van Poes met de Jeweetwelkater van Jan Kruys, ere wie ere toekomt, als pluchen knuffel. Poes is een beetje alleen en krijgt gezelschap van de rooie rakker met wie hij allerlei avonturen gaat beleven. Schelmenstreken natuurlijk, en de apenliefde voor de zwart/witte buuf, die venijnig van zich afslaat. regelmatig vliegen de plukken kattenhaar in het rond op de scherpst van de snede. Dan is er ook nog het verhaal van het Florentijnse reuzenei. Geen kattenpies, maar een nachtelijk avontuur van Tijn en Opa Sterretje. Lieve kleinkinderen, maak je borst maar nat.

IMG_9624

Het Oma journaal zal dan indammen tot een wekelijkse versie. Dat lijkt me beter met al die verplichtingen die weer oppoppen als krokussen in de voorjaarszon. School, voetbal, huiswerk. Aan ons de taak om de kunst en cultuurhonger te laven. Met verhalen, tekeningen, creatieve filmpjes zoals die van Ineke Jonker. Ze zijn makkelijk te doen en zo heerlijk om er mee bezig te zijn.

Misschien verzin ik wel Griekenland thuis. Een blauwtje in de blije Meie, nu onze gemeenschappelijke vakantie in het Griekse water is gevallen en Corfu stil en verlaten blijft. Dat ‘grote’ vervangende thuishuis van ons heeft in dat geval wel minstens 12 kamers op verschillende locaties. Zo vanuit mijn bed de reis uitstippelen. Hé, dat is een goed begin. De sprei is ook blauw, het levert het eerste gezinslied op voor deze nieuwe huis-tuin-en keukenvakantie. ‘Blauw, blauw hemelsblauw, blauw dat is die sprei van mij, de vakantie is nog niet voorbij. Nee, nee, nee, ze begint nu pas voor mij.’

IMG_9599

Ziezo, vakantie dus. Wat ik ga doen. Ik begin met kuisen. Heerlijk woord. Gisteren veegde ik met mijn wijde mouw van mijn witte trui, op zich geen handige keuze, de stof van mijn tv-tafeltje, omdat het grijs leek in het zonlicht terwijl het eigenlijk ravenzwart zou moeten zijn. Te lang was ik bezig geweest met de opdrachten. Die hele grote, het doek, is af. We hebben het gisteren scheepsklaar verpakt met een heleboel bubbeltjes plastic. Ik zelf had ook wel wat bubbeltjes kunnen gebruiken van de spanning, maar ach. Daar omheen ging het karton van de thuisbezorgde nieuwe roomwitte verwachtingsvolle doeken. Die konden we goed hergebruiken.

En misschien ga ik dit meisjespaleis deze week wel omtoveren tot een mevrouwenkamer. Dat laatste weet ik nog niet zeker. Je moet in het leven altijd een slag om de arm houden. Geen boudoir, want de prulletjes gaan in de ban, maar stoer. Stofferijen en prullaria zijn er voor in een nuffige glazen kast en nergens anders. Hier staan ze gruwelijk te verstoffen. Tijd voor nieuw elan. Mevrouwelijk dus en niet de bakvisversie, alhoewel.

blauw, blauw...

Ergens zakt de moed alweer in de vakantieslippers, maar kuisen gaat in ieder geval gebeuren. Een Griekse lapperij voor mij met blauwe vergeet-me-nieten in mijn antieke blauwe theepot, onder het zingen van ‘Stroei voei’ van Annie.M.Gee. Lekker meebrullen op die nostalgische klanken, ter nagedachtenis aan die vervallen Griekse familievakantie overzee. Wie doet ermee…

Uncategorized

In het diepst van mijn gedachten

Door een foto van een groep mensen die, voordat de pandemie losbarstte, met elkaar in een kring staan, de armen om elkaar heen, in gemeenschappelijke broeder-en zusterschap, schiet er een beeld naar boven, dat al jaren geleden gevormd werd.

In de jaren tachtig, toen de kinderen nog klein waren, was mijn grootste vertier, naast het vrijwilligerswerk in de kringloop, het uitje naar de volksdansavonden in het weekend in Utrecht. In mijn beleving iedere zaterdag, maar het zal oorspronkelijk een keer per maand geweest zijn. Dansen deed ik al twee keer per week fanatiek bij een club en door het volgen van allerlei cursussen Bulgaars, Grieks, Roemeens, Israelisch, Macedonisch, en wat toen nog Joegoslavisch heette, op een pittig niveau.

scannen0084

Maar die gemeenschappelijke avond was de kers op de taart. De hele avond stond je op de dansvloer. Armen om elkaars schouders bij het Grieks en Macedonisch, hand in hand bij de pravo’s en horo’s, kolo’s, hora’s en syrtos, te zweten als een ottertje. De druppels vlogen in het rond op de maat van de opzwepende muziek. De voeten dansten met een flinke snelheid, zonder te struikelen, vederlicht en bekoorlijk op de zachte leren danschoenen. Na zo’n vier uur onafgebroken op de dansvloer waren er verhitte hoofden, natte haren, doorweekte t-shirts maar bovenal ongelooflijke blijde blikken. Verbroedering en verzustering ten top. Dat had dus in deze tijd eenvoudigweg niet meer gekund, realiseerde ik me ineens. Natuurlijk wist ik dat, maar abstracter.

Ineens stond het helder voor de geest,  zag ik de lol, die we er altijd hadden, die gemeenschappelijkheid die er gevonden werd, de onnavolgbare overgave. Het maakte niet uit wiens hand je pakte of naast wie je stond, hoe iemand eruit zag of welke nationaliteit men had. Elke grens viel weg in de wens om de dans te beleven. In die zin was de folklore op zich ‘ouderwets’, maar tegelijkertijd vernieuwend in acceptatie en omarmen zonder aanzien des persoons

Ineens stak het virus , dat de angst had gebracht en waardoor iedereen de mond vol had van een nieuwe anderhalve meter maatschappij, me recht in het hart. Even stond het gevoel te beven op haar aloude ongestoorde grondvesten. ‘Geef me mijn eigen wereld weer terug’, schreeuwde elke vezel.

Bijzonder dat een zo’n foto iets dergelijks, de bewustwording ten voeten uit, te weeg kan brengen. Dat dat deel van het geheel nu wordt geserveerd als losse delen. Saamhorigheid in overdrachtelijke zin, maar niet meer in de lijfelijke uitvoering. Zelfs bij het aanraken van mijn zoons hand bij het inpakken van het doek, moet ik mijn handen wassen. Die handen die zoveel mensen hebben vastgehouden, gewiegd, getroost, omdat dat nu eenmaal een van de wezenlijke functies van de hand in zijn bijzonderheid is.

‘Geef me je hand’ zingt Willeke Alberti in mijn hoofd. O nee dat kan niet meer. ‘Geef elkaar een hand’ roept Testo. Ook maar even laten, voor wat het is. Liedjes die aangeven hoe het was. Maar ook, Songs, die een oplossing zouden willen brengen,  die zouden willen veranderen wat niet mogelijk is, omdat de wereld draait zoals die draait. Herman van Veen wil kunnen toveren, Peter Koelewijn zingt: O, als ik God was en De Dijk mijmert, ‘Kon je met een liedje maar het wereldleed oplossen’.

Ik blijf achter met dat beeld van die vertrouwde avonden van ooit en die heerlijke bijeenkomsten van daareven, kinderen om de tafel, met elkaar aan het strand, knuffelen, troosten, verwarmen en ik denk aan straks. Want dat het weer kan, zometeen, dat weet ik zeker en daar hoef ik geen God voor te zijn. Of misschien een beetje…In het diepst van mijn gedachten.

Uncategorized

Voor al wat zal zijn

Ze zijn er weer. Vanuit de somberte, na de stralende dag van gister, vliegen ze, met opspattende regen, toch weer boven de bomenrij. De gierzwaluwen. Hoe is het mogelijk dat ze er altijd zijn omstreeks dezefde tijd. Een ingebouwde wekker. De eersten als verkenners en straks de rest. ‘Kom maar, gier er maar lustig op los, de kust is veilig’.

gierzwaluwGierzwaluwen 2019

Vriendin hoort bij de gierzwaluwen. Toen we de laatste keer voor haar raam stonden, het bed stond er nog niet, maar de drie mussen keken gezusterlijk door het glas over de veranda naar buiten, zagen we ze scheren en hoorden we ze gieren. Haar blijde blik, het klonk haar als muziek in de oren, staat op mijn netvlies gebrand.  Ze zijn er elk jaar weer en al tien jaar lang, vliegt ze met hen mee, om me te begroeten. Wat zijn herinneringen toch prachtig om op te teren. Ze halen wat ooit werkelijkheid was, zo intens naar voren en dichtbij.

Er is nog een ander moment. Een kleine Marokkaans afhaalwinkeltje in de Jan van Scorelstraat. Haar pruik was door de lange wandeling in het Wilhelminapark een beetje naar voren gezakt. we zaten aan een piepklein tafeltje waar net het dienblad met de Marokkaanse waterkoker met de glaasjes op kon staan en nipten verse muntthee, rustten uit van het wandelen en praatten en genoten innig van deze rust. Buiten was het verkeer stil gevallen en de zon filterde het licht door de beuk aan de zijkant, waar het raam op uitkeek en weerspiegelde gouden spikkels in het water. Vertrouwd en dichtbij voelde het voor allebei. Later zag ik dat het theehuis, annex afhaalwinkeltje weer weg was. Vergankelijkheid. Vriendin was er ook niet meer. Anderhalve maand later hielp niets meer tegen de teloorgang door die vermoeiende strijd. En stilletjes was ze er tussen uitgegleden.

muntthee met alwine 2

Maar gierzwaluw, Wilhelminapark en Park Bloeyendaal, voetbal, Michal Jackson en tags, en de door haar uitgezochte Acer voor op het schoolplein stonden garant voor terugkerende boodschappen uit het onbereikbare. De Acer heeft het niet gered, net als  haar en onze school niet. Soms zijn hoofdstukken al afgesloten voor je het goed en wel beseft, maar dit liet zich schrijven en lezen als een open boek.

Een wandeling naar de tuin was er destijds ook bij, de koolmezen-nestkast van touw is er nog steeds, maar de hut van destijds, heeft plaatsgemaakt voor dat atelier op wielen. Zestig is te jong, bedenk ik me. ‘Veel te jong’, gieren de zwaluwen ‘Daarom nemen we haar mee’. Ze zwiert en zwaait haar eigen vlucht. In mijn hoofd, in het hoofd van haar  zoon en manlief, in ieder stukje gedeeld leven op een eigen manier. Soms staan die levens compleet los van elkaar. Weet de een van de ander nauwelijks wat het betekende. Andersom kan ook. Soms is de verwevenheid er woordeloos, omdat het leven door meerderen tegelijkertijd gedeeld is geweest en die gedeeldheid daarna weer werd losgelaten. De waarde ervan blijft en, hoe dan ook, behouden.

De gierzwaluwen brengen een beetje de vrijheid terug van voor de onaanraakbare periode, al zijn ze net zo ongrijpbaar als wij nu zijn. Zij redden het hun hele leven al met alleen maar de vlieguren en het dartelen in de lucht zonder vaste bodem onder de voeten. Elke weg vindt een uitweg, dat blijkt maar weer. Zelfs Oranje-boven wordt met gemak Oranje-binnen. Het is de soepelheid van geest die nodig is en het grote genieten, van dat wat onaantastbaar bovenaan staat. De liefde. Voor elkaar, voor de schoonheid, voor de natuur, voor al wat was en voor al wat zal zijn.

Uncategorized

Een meerwaarde

Gisteren was de dag van de puntjes op de i, het hoofd weer leeg en ruimte maken voor nieuwe ondernemingen. Bijna dan. Zoonlief vond twee dingen aan de opdracht ‘doek’ nog niet helemaal, dus moeten er straks drie puntjes gezet worden en ligt er nog een te recenseren boek te gaan. Dat is alleen maar iets om me op te verheugen. De rest is klaar. of afgehandeld. Pfff.

288_6131

Het leven kon weer door, dus ging ik met de fiets een rondje kleinkinderen doen. Overal een raambezoek en bij dochtertuin, zelfs een ‘tafel ertussen’-tuin bezoek met de fiets. Heerlijk wapperend op weg van onze kleine stad richting Utrecht. Zo’n twintig kilometer om en nabij. Een goed gegeven voor de zondag.

288_6133

Wat een heerlijk weerzien, het had al weer te lang geduurd. Films en foto’s is toch wezenlijk anders. Het was zeker veertig jaar geleden dat ik voor het laatst daar in die Utrechtse contreien had gefietst. Dat was toch wel een feestje waard.

288_6144

Onderweg kwam ik kaarsen op laag water tegen om het te vierenen een hele kudde schapen op een bescheiden grasland midden in een stadse wijk. Fiets rolde er lustig op los, langs het bord met de agressieve kraaien, een laan lang. Ze hielde zich gelukkig gedeisd. Opvallend waren de vele meeuwen in het kanaal, maar dankzij voorgenoemde daar weer geen foto van.

IMG_9520   IMG_9522

Zo kabbelde de dag voorbij. Vandaag vieren we de verjaardag van de koning met de meest afgrijselijke vervangende naam voor een gebeurtenis. Wie is op dat ‘woningsdag’ gekomen. Cést le ton qui fait la musique.

KGWX2951 Foto door Caglayan.

Nu dus nog een paar kleine puntjes te zetten en dan op naar nieuwe mogelijkheden. Er komen foto’s langs van vriendin die eindelijk haar kleinkind weer zag, na maanden van quarantaine. Zo herkenbaar dat kleine leed. De krant en ‘zorg’vriendinnen schieten in de bres voor het vooropstellen van het gemis aan sociale contacten, die met de depressies die het oplevert, weleens schrijnender kunnen uitpakken dan gedacht, in plaats van de hoofdrol te schenken aan het begrip ‘Veiligheid’. En eindelijk komt er een gedegen onderzoek naar de bescherming van zorgverlenenrs en de oorzaak van de verhoogde vatbaarheid in de verpleeghuizen en instellingen.

Soms is nationale zekerheid niet de garantie voor Leven. Kwantitatief misschien wel, maar kwalitatief niet. Voor ons betrekkelijk gezonde ouderen, die nog kunnne wandelen en fietsen, is het allemaal te doen, maar als je in de war bent, gescheiden van elkaar door ziekte of verstoken van het miniemste contact, dan weet ik niet wat ik zou wensen.

Of misschien weet ik het wel. Waardigheid aan een bestaan of aan het afsluiten van een waardig bestaan. Ik ben alleen maar blij dat ik nog niet voor een dergelijke keuze sta en met mij mogen al die mensen die thuis zitten, in hun eigen bedoeninkje met hun eigen betrekkelijke en toch zo’n grote vrijheid om zich heen, niet klagen.

IMG_9529

Daar moet ik aan denken, terwijl er in deze straten geen oranje wappert en dan zou ik wel weer even door het Utrechtse willen, om de straten oranje te zien kleuren, terwijl ik er eigenlijk niet echt veel mee heb, maar wel met het gevoel van saamhorigheid. Vlaggen is het nieuwe handenschudden, de oranje draad van het sociale delen. Natuur had haar eigen invulling van de dag en kleurde vanmorgen de hemel oranje voor al die oranje kampioenen in creativiteit, in oplossingen bedenken, in scheppend verluchten en die kunst maken waar je bij staat. Een meerwaarde.

Uncategorized

Dan is elk ander belang ondergeschikt

Letter & Geest, de bijlage van Trouw werd me gisteren drijfnat bezorgd door de dochters, die een raambezoek kwamen brengen. Er was een waterflesje op leeg gelopen. Het kleine raampje open voor het geluid en een aantal zaken om te bespreken. Gewoon even sparren over de dingen die op je pad komen, schoolse zaken, huiselijke zaken en een verrassing voor mij.

IMG-9483

Zoon kwam net uit Amsterdam met de boodschappen en achtte het een goed moment. Tissue’s bij de hand, want de kleinkinderen hadden een fantastisch Kinderjournaal in elkaar gezet. Een bevrijdingsgedicht en een vrolijk gedicht van Toon Hermans, door de oudste heel serieus voorgedragen. een goocheltruc door zijn broer. Met een bord met water en een brandend waxine lichtje onder een glas het glas vol laten lopen, een opsomming van wat er allemaal al groeide en bloeide in de volkstuin en op de vensterbank van de derde., een fabuleuze goal van die van bijna twee onder het hilarische stadion-gejuich, dat papa eronder had geplakt en een heerlijke maaltijd, vers bereidt door kleindochter op haar speelgoedfornuisje. Veel pannen en lepels, geroer en gestapel. De jongste kraaide zijn liefde minutenlang. Wat een heerlijke verrassing en wat kan je er door van je sokken raken. Met dank voor Oma en haar spannende oma-journaal. Heerlijke kinderen en kleinkinderen heb ik toch, die daar zoveel aandacht aan besteden.

IMG_9505

Zoonlief had uit Amsterdam een smakelijke Perzische aubergine-dip meegenomen op basis van humus of zoals het in De Gouden Tent heet, waar het vandaan kwam: ‘Homus’. Het was heerlijk. Een mengeling van smaak en nostalgie door mijn vroegere kennis van de Perzische keuken, een aantal jaren geleden, en de kookkunsten van de vader van de jongste. Aubergine, kikkererwten en linzen zijn onmisbaar in een Vegan keuken.

IMG_9498ondersteboven schoonheid

Het thema voor de foto-opdrachten tegen de verveling ten tijde van het binnenzitten was ‘Ondersteboven’. Dat kwam goed uit. Ik was al ondersteboven door alle liefde en aandacht en nog meer van al het werk dat lag te wachten. Het absurdistische boek dat ik bijna uit had en dat nog meer onvoorstelbaar werd, maar daardoor extra spannend, het doek, dat op zijn kop stond om te drogen. Nog steeds vertelde de foto een ander licht in de ogen, een mysterieuzere blik dan de omfloerste lijnen van mijn verwoede pogingen. Vertrouwen is in zulke momenten iets wat je het hardste nodig hebt. Niets is zo veel waard als het geloof dat het uiteindelijk ten goede keert. Maar ooooh, wat is dat moeilijk. De zussen vragen om een ontmoeting, maar mijn hoofd is zo ver weg. Ze moet eerst weer landen. Vanmorgen stond ik om half acht met de penselen in mijn hand, bruine vlekken op kin en in de nek, haha. Zoon vroeg of het Henna was. Pure olieverf dus.

IMG_9506

Zo jaag ik de tijd op, en mijn eigen gemoed. Wil weer los van de opdrachten, die de tijd voortstuwen terwijl er zoveel van is. Een interessant artikel in het meegebrachte blad van dochter vraagt ‘Wie liegt de waarheid’.  Wanneer is het feit, wanneer fictie. Ger Groot, de schrijver van het essay toont aan dat de verbeelding in de knel komt. Ze zijn al sinds jaar en dag met elkaar verweven. Bertus Aafjes wordt aangehaald en zijn uitspraak: ‘Dichters liegen de waarheid’. Verderop in het blad wordt Jeroen Brouwers beticht van een onwaarheid in Bezonken rood. Maar hij schreef een roman en geen wetenschappelijk historisch werk. Het is boeiende materie en ik ga er eens lekker over peinzen. Natuurlijk lopen bij het schrijven feiten en fictie door elkaar heen. Je gebruikt als schrijver hele, halve en verzonnen waarheden, omdat gedachten zich nu eenmaal vormen in de tijd die ze gegeven is. Scherpe kantjes gaan ervan af, feiten worden aangedikt, emoties afgezwakt of vergroot. Het is zo’n vanzelfsprekendheid voor mij, dat ik het geneuzel vindt van de desbetreffende K, die Brouwers beticht.

paprikahart Feit of fictie…

Verhalen en boeken moeten raken, romans in hun verbeelding, historie op feiten en zelfs verwevenheid daarvan is in een roman verantwoord. En als ze me ondersteboven halen, me raken, recht in de ziel, dan is elk ander belang ondergeschikt.

Uncategorized

Zo groots is een onverwachts ontmoeten

Een taboe doorbreken is zo eenvoudig nog niet. Er zijn eerst en vooraf een heleboel mensen, die tegen het onderwerp zullen aanschoppen. Misschien wel omdat ze er bang voor zijn, of omdat ze een gruwelijke ervaring hebben meegemaakt. Soms hopen ze  op een gezonde eeuwigheid. Daardoor is het zaak om de vijand te derven, teniet te doen door hem zo zwart als de duivel te maken. Zeker bij de katholieken werkte dat vroeger goed. Als je iets deed wat verkeerd was, kwam je in het vagevuur en bij erger in de hel. Dus werd de dood, waar leven bij natuur angst voor heeft omdat je het op z’n minst voor je uit wil schuiven, zwarter en intenser dan het grauwste grauw.

Taboes uit kinderliteratuur halen, zorgt ervoor dat het leven verpakt wordt in een utopische blijdschap. Iets wat niets met de werkelijkheid te maken heeft eigenlijk en al even absurd is als een sparren met de taboes. Roald Dahl was een meester in het onderuit halen van wat gevestigde goodwill was. Volwassenen die je altijd netjes hoorde te behandelen en die nooit iets goed konden doen, meisjes die te bedeesd werden afgeschilderd, jongetjes die vooral stoerder dan stoer waren, pijn en verdriet dat omfloerst en met zachte handschoentjes werd beschreven. Roald pakte deze normen en waarden uit en gaf er een meer dan realistische twist aan. Als een juffrouw een kreng was, dan werd ze twee keer zo heftig, buiten proporties, denk aan juffrouw Bullstronk. Een meisje, klein en frêle beschikte over intrigerende eigenschappen, een echtpaar krabde elkaar de ogen welhaast uit en verzon talrijke gruwelijke listen. Heksen, en reuzen heersten, kinderen waren om op te eten en zelfs de zwaaartekracht moest eraan geloven. Het is wat ieder mens in zijn hoofd zou willen doen als een verhitte boosheid op komt zetten. Heel even maar, een fractie van een seconde schiet het door je kop. Dahl vergrootte die seconde uit en schreef er zijn boeken op.

IMG-9481

Wat een geluk dat ik dankzij het thema voor mijn nieuwe recensies in aanraking kwam met boeken over huizen, waar van alles in kon gebeuren. Zo vond ik zo’n nieuwe taboe-doorbrekende held. Hij heet Tom Llewellyn en schreef ‘Het huis met de schuine vloeren, pratende ratten en raadsels op de muren’. Heel even schoot er door mijn hoofd bij het lezen ervan of het niet te heftig zou zijn voor tere kinderzieltjes, maar toen bedacht ik me, dat humor iets is, wat vooral op eigen niveau wordt geconsumeerd. Door beestjes bij de naam te noemen, het taboe recht in de ogen te kijken, wordt het absurd en daardoor extreem humoristisch. Het bleek dat de schrijver in een oud Victoriaans huis woonde. Kennelijk een fantastische entourage voor zijn verhaal. Ik hoop nog veel van hem te lezen.

IMG_0418  IMG_0414

Gisteren had zuslief het idee opgevat om schoonzus te verrassen met een serenade voor haar jubileum-verjaardag. Natuurlijk koos ik voor de fiets. Met het grootste gemak was de Vianense brug niet langer een onneembare vesting, maar al zingend, ‘Hé kleine meid op je kinderfiets, overbrugde ik dat, wat lang een brug te ver leek. Op naar het mooie Hagestein, waar broer en schoonzuslief aan de plas woonden. Pittig windje, gelukkig mijn ‘blauwen’ uit de kast getrokken, die er warm genoeg voor waren en binnen een half uur waren de kilometers geslecht. Zussen kwamen iets later, waardoor ik nog een appelvink spotte en door zuslief gewezen werd op een biddende valk boven het hoofd.  De verrassing was groot, daar in de zon en uit de wind. Prosecco, romige Petit Fours en worst en kaas vierden het feest mee en de serenade vlocht zich door de vreugde van het moment.

Zo groots is een onverwachts ontmoeten.

.