Uncategorized

Als een steen in het water

De dwergkonijnen achter de parkeerplaats van het ziekenhuis waren in geen velden of wegen te zien. Een schare zilver-en zwartkopmeeuwen hadden zich het terrein toegeeigend.  Het verloop was rustig, één kaart slechts voor iemand, of ik die even voor wilde lezen. Natuurlijk. Een hele bijbelse tekst met een aangrijpende zin als begin. Dus wat onvast kwamen de woorden eruit. Het was misschien de combinatie van ernstig ziek zijn en bidden voor, dat dat veroorzaakte. Hij was er erg blij mee. De gekozen kaart kwam bij de wand vol, achter hem. Waarom hangen die kaarten in het ziekenhuis toch altijd achter iemand, vroeg ik me af..

In de wachtkamer bij de dagbehandeling was de kleine bliksemafleider er weer en zijn moeder. Terwijl haar vader en moeder naar hun plek liepen, knoopte ze een praatje met me aan over hoe groot de impact was, die zijn ziek zijn had op de kring om hem heen. Ze ging al een jaar lang trouw de avond ervoor mee, en bracht ze na de behandeling  terug naar huis . De afstand was te ver om het dezelfde dag zonder file-leed te kunnen afleggen. Haar zoontje wilde de laatste keren mee. In een paar zinnen tekende ze het beeld van de thuissituatie. Een en een is twee.

De vrouw en de dochter roerden de behandeling aan. De therapie, die ze al maanden onderging,  had goed aangeslagen en ze voelde zich er goed onder. Zo lang het goed bleef gaan ging de behandeling door. Ze vond zelf dat het een grote wissel trok op haar omgeving en verlangde naar rustig vaarwater.

Er lag een kleine Teddy naast haar kussen. Samen met vriendin aan haar bed gleden we van ANWB-geënte stereosetjes naar bergschoenen en echte kloffen. De eerste soort had ze onder haar bed staan en zwoer er bij. Dertig jaar drogisterijen betekende veel loopwerk, ze wilde niets liever dan die schoenen voor het voetenwerk. We lachten erom. Daarna kwamen de bejaarden van nu aan bod, met tehuizen die Tiroleravonden en Bingo organiseerden. Wanneer zou de tijd aanbreken dat ze eindelijk een goede rock-coverband aan zouden kondigen. De ochtend gleed voorbij.

Ze liep op de dagbehandeling steunend op de infuuspaal. Moest af en toe op adem komen. Later zag ik haar in de gang dwalen. Hier was iemand de tijd aan het doden. Ik sprak haar aan en vertelde van het dagverblijf hier. Ze was al anderhalve week op de afdeling, maar had het nog niet ontdekt, somde een lijst aan ongemakken op, vier jaar na de eerste ontdekking was het nu. Hier hoef je niet te vragen wat er dan ontdekt was. Ze ademde zwaar. Eerst moest de voeding weer op gang komen. Aan de paal hing een sondevoedingszakje, geen infuus. De vervolgstappen moesten goed zijn, dan de operatie, dan pas verder denken. Het verhaal ondersteunde het fragiele lijf. ‘Voorlopig ben ik hier nog wel’, lachte ze. ‘Ik ga voor je duimen’ beloofde ik. ‘Graag’. Ze ging op zoek naar het dagverblijf. ‘In dat kamertje komen de tijd en de kwaal alleen maar op je af’.

IMG_7964

Bij het wegbrengen van drie buisjes bloed naar het klinisch laboratorium was er een ingenieuze doorkijk naar de entree.

Bij terugkomst zat het echtpaar aan de tafel. Hij had liefdevol de hete thee met koud water aangelengd. Ze beaamde zijn zorgzaamheid. Ze bleef hier onder behandeling tot ze dood zou zijn, was haar directe antwoord op de vraag. Ze kwam hier al zolang dat ze iedereen bij de voornaam kende. Die noemde ze ook expliciet als een van de verpleegkundigen haar aansprak. Bij alle antwoorden die de man gaf, verbeterde ze hem. De man schoof ongemakkelijk heen en weer en zweeg verder. De volgende keer schiet ik hem aan bij de koffiemachine, bedacht ik me. Uit zijn houding viel te lezen dat er een wereld van emoties schuil ging.

Het was de dag van de cirkels, die uitwaaierden, zodra iemand een diagnose had gekregen. Onrust, hoop, en angst, gelatenheid, berusting en optimisme als wapen tegen dat zwaard van Damocles. Het rimpelde uit als een steen in het water.

 

 

 

Uncategorized

Koninginnen van het eigen bestaan

Nog is het donker en vrij stil voor een woensdagochtend. Normaal komt het verkeer om vijf uur al op gang. Het lijkt wel zondag. Gisteren was ik om tien uur al in het ziekenhuis voor een vergadering met de waakmaatjes. Nieuwe mensen worden voorgesteld. Er worden ervaringen gedeeld en vragen beantwoord. Passie en drijfveer komen aan bod. De meesten van ons komen uit de zorg. Iemand heeft langdurig mantelzorg moeten verlenen en nu dat wegvalt is dit een mooi alternatief. Vooral bij angstige mensen kan een waakmaatje een grote steun zijn. Je niet alleen weten in het uur van de dood en als je daar behoefte aan hebt, een hand om vast te houden, afleiding krijgen, iemand die aan de bel trekt bij pijn. Voorzover dat kan in een klinische sfeer, geborgen zijn. Er wordt over je gewaakt. Mooi omdat met elkaar te delen.

100_5990

Het weer is opgeklaard na een regenbui en na afloop rij ik naar de tuin. Eens kijken wat de twee stormen van de afgelopen weken hebben aangericht. Bij het huis op de kopse kant van ons deel ligt de hele voorpui eruit. De zijkanten zijn verzakt en alles hangt er hulpeloos bij. Wind blaast over een grasmaaier. In deze veengronden is het fundament het allerbelangrijkste. Dat hebben we met het vorige huis gemerkt. Bij de oude staat de hut ook op instorten. Hij heeft alle spullen onder een zeil gelegd. Bij beter weer wordt het afgebroken. Daarna komt er een grote kas te staan, compleet met kachel. Een mooie alternatieve werkplek. Drie tuinen verder, op de hoek, staat eenzelfde. Het ziet er strak en solide uit.

100_5989

Voor het eerst sinds lang pak ik de penselen weer op en een oud doek. Oker eroverheen en opnieuw beginnen met een portret. Op mijn eigen eigenzinnige wijze, kloddertje hier en kloddertje daar, duw en trek ik er vorm in, rondingen, licht en donker. Ben benieuwd waar het toe zal leiden, maar het is heerlijk om weer een beetje mezelf te mogen zijn. Terwijl de verf droogt, bezie ik de tuin. Weinig winterschade en de guirlande d’amour en de vlier zijn volop aan het uitlopen. Er moet gekortwiekt worden. Als de snoeischaar niet afdoende blijkt, wil ik de zaag halen die nog bij de oude in de kleine kas ligt.

100_5997

Als ik de hoek omkom, schrik ik me een hoedje, want daar staat onverwacht vriend van de oude in de deuropening. Die schrikt al even erg. We kunnen er smakelijk om lachen. Hij stond in het zonnetje om een beetje op te warmen. Ik had het nog niet koud gehad in mijn doorzonatelier met dubbele beglazing en isolatie. Wat een luxe. Hij komt kijken naar de guirlande en leent me de grote snoeitang van de oude. Die knipt in een beweging dikke takken weg. Guirlande klinkt als een engel, maar grijpt om zich heen als een gemene kobold. Elke tak is bezaaid met doornen, die zich geniepig in elk stuk bloot vel zetten en zich vast haken om nooit meer los te laten.

100_5996

Het kan niet op de composthoop vanwege de stekels. Halverwege het klein knippen moet ik stoppen. Het is genoeg geweest, zegt het vege lijf. Met de riek duw ik het op een hoop. Straks is er weer een dag. De ezel gaat terug op haar plek, nog even genieten van het uitzicht en dan naar huis. Roodborst is alweer vertrokken, zodat koolmees het rijk alleen heeft en daar dankbaar over zingt. Dat hebben we gemeen. Koninginnen van het eigen bestaan.

 

 

 

Uncategorized

Die lente

Een prachtige lucht buiten als ik mijn ogen open. Zo fijn om daarmee wakker te worden. Een van de redenen om nooit de gordijnen te sluiten. Het zou niet eens kunnen, want dat zijn ‘gezichtsbedrogjes’ van een halve meter. Het licht kleurt de wereld zachter.

IMG_7957

Gisteren dacht ik een afspraak te hebben met de longarts. Gelukkig zat de uitnodiging met magneten op de koelkast geplakt en zag ik nog net vanuit mijn ooghoeken, dat het pas tien dagen later was. Dat leverde een vrije dag op. Dus richting kringloop Eemnes, op jacht naar een schildertafeltje voor in de kamer naast de ezel, om met lege handen door te rijden naar Naarden, waar een hele grote kringloop is. Altijd fijn om in die contreien te zijn. De binnendoor wegen, hei, bos en pittoreske dorpen. Ook in deze kringloop lou loene .

IMG_2868

Naarden is als oude vestingsstad nog helemaal intact. Door al de stoffige ruimtes, had ik zin in een banjertocht langs de vestingswallen gekregen. Het was niet koud, de zon scheen veelvuldig tussen de buien door en het pad lag er uitnodigend bij. Halverwege kwam ik erachter dat ik de Iphone in de auto had laten liggen. Het fototoestel had ik nog net uit de kofferbak gegrist. Kraai keek hoog en droog toe wie het gebied betrad. Een enkele vooorbijganger zei vriendelijk gedag. In de grote grachten om de vesting heen zwommen kuifeenden en futen, ze gakten luid als ik langs kwam, verontwaardigd haast, hoe durfde ik ze te storen. In de hoek  bij een van de vele bruggetjes stond de kleine groene tent van het loze vissertje. Hij haalde uit en haalde in zonder vangst.

IMG_2891  IMG_2960

De vesting loopt in een stervorm en kent zes bastions. Vanuit de rand heb je een mooi zicht op de wallen en de karakteristieke toren van de Vituskerk. Lente sproot overal de grond uit in de vorm van de kleine krokussen, dikke wilgenknoppen en de zon strooide handen vol met gouden spikkels in het rimpelende water. Speenkruid hier en daar en gele mosterd tussen de gouden rietpluimen.

Onder de Utrechtse poort door zaten zwijgend twee leeuwen en hielden de wacht. Daarna ging het vestingsswal op en af omdat ik niet wist hoe het verder liep en het was vermoeiender dan ik dacht.  Daarop besloot ik maar door het dorp verder te llopen. Iedereen die gek is op gevels in alle soorten en maten kan hier naar hartewenszijn vreugde halen. Ook hier bloeide de lente welig, zelfs een schoenlapper en de hemelsleutel, in de kleine stadstuinen in potten voor de huizen.

Een donkere lucht zat me op de hielen en ik bedacht dat het even doorstappen zou worden om voor de bui bij de kleine blauwe Prins te zijn. Dat lukte net op het nippertje. De tocht had een dikke anderhalf uur geduurd. de muizenissen waren weg en al het stof verdreven. Het was druk op de weg, maar de file begon pas bij Utrecht, zoals te doen gebruikelijk daar waar een aantal snelwegen in elkaar grepen. Boodschappen voor de beloofde maaltijd aan de jongens en nog een verbaasde ontmoeting met een kind en de moeder van mijn oude school. Altijd fijn hoe het is gelopen met het kroost, dat ooit liefdevol opgenomen en begeleid als jonge eendjes, nu uitgegroeid zijn tot jonge zwanen met een eigen koers.

IMG_2954

Een geslaagde ontdekkingstocht en voldoening om al het schoons, laat ze nu maar los barsten, die lente.

Uncategorized

Het schrijnt

Nog nooit heb ik een bioscoopzaal zo stil horen zijn als gisterenmiddag. Er klonk geen gekraak, geen malende kaken, geen geslurp of theeglazen die omvielen. Iedereen zat ademloos middenin het strijdgewoel van Aleppo bij de film ‘For Sama’. Ik denk aan de holocaust en de woorden ‘Wir haben es nicht gewusst’. Toen werd een heel volk verjaagd en ontelbaren vermoord en hier, onder de ogen van de Westerse wereld, daalde het Armageddon in volle hevigheid neer. Er is over gelezen, er zijn beelden van op televisie, maar hier in die indringende, oorverdovende stilte, horen we de bommen en granaten inslaan, zien we welke directe gevolgen dat heeft op onschuldige burgerslachtoffers, sterven kinderen onder de handen van artsen en zien we hartverscheurende taferelen van kinderen die zien hoe hun broertje, een neef sterft. Het immense verdriet daarbij. Een moeder die, hartverscheurend, haar dode kind opneemt en met zich meedraagt naar huis.

hallo wereld 2

In het boek ‘Hallo Wereld’van de zevenjarige Bana Alabed staat voorin een uitspraak van Anne Frank: ‘Hoop doet leven, maakt ons weer moedig en maakt ons weer sterk’. Hoop spreekt uit de ontluikende liefde, uit de kleine tuin met oleander, kamperfoelie en roos, uit de bezegeling van de liefde met de komst van de kleine Sama. Daar begint ook de angst. Hoop en angst wisselen elkaar af. Wurgend soms, als dood verandert in een rood fluïdum over alles heen, leeggesijpeld, weggestroomd.

De man naast me wil aan het eind een gesprek beginnen, maar met een dichtgeschroefde keel wil ik alleen zijn, uitwaaien in de wind, bij de zojuist opgedane ervaring blijven, gedachten vorm geven, woorden vinden. Wat maakt dat men tot een dergelijke verwoesting overgaat. Wat drijft mensen ertoe om stand te houden in die belegerde stad. Je niet gewonnen geven krijgt zoveel meer betekenis na het zien van deze film. Wat een keuze is, blijkt ook de kracht om door te gaan met handelen in die in het geheim opgezette ziekenhuizen, die uiteindelijk geen van allen veilig blijken te zijn, maar zelfs doelwit worden. Er is een man die na het zoveelste kind dat in zijn armen sterft vertwijfeld uitroept, ‘Zij hebben dit niet verdiend’. Kinderen die in bomkraters duiken, die een oude bus opschilderen met geel en oranje en schoolbusje spelen in het uitgebrande karkas, omdat een kind te allen tijde het gezicht is van de hoop.

Schrijnend is het beeld van een wereldstad die totaal verwoest is en verlaten, als het laatste pièce de resistance is gebroken en de overgebleven groep van het burgerverzet  gedwongen wordt om te vertrekken.

Hallo wereld

Bana draagt haar boek op aan alle kinderen die lijden in een oorlog. ‘Jullie zijn niet alleen’, zegt ze, want het ‘in de steek gelaten voelen’ drukte een stempel op haar beleving en was een van de redenen voor het boek. Dat gevoel hield ook ik over aan deze ontmoeting. Ze zijn in de steek gelaten. Het schrijnt.

 

Uncategorized

Een diepe buiging

IMG_7948

Terwijl de storm voor het tweede weekend om het huis waait, snort Pluis de muizenissen uit mijn hoofd, terwijl ze zich koestert in het zonnetje van mijn leeslamp. Poezen hebben over het algemeen maar weinig nodig om hun fantasie aan te zetten. Ze is een troost van de eerste soort. Bij thuiskomst na vier dagen Veluwe, kwam ze op me afgerend en bivakkeerde dicht tegen me aan op de bank, bedelend om geaaid te worden. Fijn als je je gemist weet. Trouw en lief poezenbeest.

IMG_7947

In de wandelloze uren heb ik een flink begin gemaakt met het boek De bijenhouder van Aleppo. Een verhaal dat niet makkelijk weg te leggen is. Het beschrijft delen van de vlucht, van een nieuw verblijf en van het leven in een verwoest Aleppo. De film ‘For Sama’, waar ik straks naar toe ga,  heeft hetzelfde thema. Twee jonge mensen beginnen hun leven samen in datzelfde Aleppo. Krijgen een dochtertje en ondergaan de ellende van die vreselijke oorlog. De moeder filmt en schrijft een lange brief aan haar dochter en vraagt om vergiffenis.

Opmaak 1

Van een vriend-blogger is er een review over de Loopgravenoorlog in de film 1917. Ineens herinner ik me het boek Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans. Hij heeft twee schriften met het levensverhaal van zijn grootvader uitgewerkt. In het tweede deel vertelt deze hoe hij zelf de oorlog  aan den lijve heeft ondervonden. Ze waren niet meer dan voer voor geweren, de jonge soldaten, die met bosjes tegelijk in de stinkende, natte, eigenhandig gedelfde loopgraven zaten. Genadeloze ontberingen.

hangend op een hekje

Even daarna stuurt FB me een herinnering van zes jaar geleden. Zuslief en ik hangend op een hekje voor het Duin, met het zicht op de (onzichtbare)zee. Het zet de ochtend meteen in een schrijnend contrast. De tijdreis door het boek  en haar verwikkelingen en de onbezorgde blik op de einder aan zee. Schoonheid en verval lopen hand in hand. Als er dit leed bij komt kijken is het haast niet mogelijk om de schoonheid in het verval te ontdekken. Wel waar gebouwen door de tand des tijds zijn aangetast, corosie heeft plaats gevonden, verwering en afbrokkeling debet worden aan een nieuw soort schoonheid. Verroeste spoorwegen, die een industriele toets aanbrengen in een desolaat landschap. Als daar de geschiedenis bij komt kijken en de verhalen los zouden komen dan wordt het al moeilijker om er de schoonheid van in te zien. Een dekmantel voor het leed in gebieden van oorlog.

IMG_2853

Ontheemd zijn, zoals de hoofdpersonen uit het boek van de bijenhouder, het liefste verloren hebben en ook het licht in de ogen is aan de ene kant, naast de ellende,  een grote ramp en aan de andere kant een zegen, omdat het beeld achter de lege ogen voorgoed het laatste plaatje vasthoudt. Al doet het ruiken van de geuren, het stof op je lippen en in je neus, het onherkenbare van een opgebroken weg en de geluiden anders vermoeden, de afdruk in de herinnering blijft gelijk aan hoe het was. Een stad vol kleur en leven.

de bijenhouder van aleppo

Naast de verschrikkingen geeft het, ondanks alles, zicht op onze rijke culturele wereld. Hoe verschillend het leven kan zijn en hoe bepaalde gewoonten niet zaligmakend zijn, als daar een andere adat tegenover staat. In de kleinste dingen kan een alternatief schuilen. Het bleek uit het boek van Vuong over de Vietnamese cultuur, en nu weer in dit boek, waarbij in de opvangcentra voor vluchtelingen verschillende culturen naast elkaar worden gezet. Dat zorgt voor leeshonger. Meer willen weten, willen denken in verscheidenheid en niet in waarden, want die zijn op cultuur geschoeid en onvast in de totaliteit. Met uitzondering van een aantal algemene waarden, zoals liefde en respect voor iedereen die overleven moet, een diepe buiging.

 

Uncategorized

Hulde aan de kringloop

Soms kom je ineens een juweel tegen. Ik had Gesso nodig en toog naar Utrecht om een en ander aan te schaffen. Eindelijk de bon van Sinterklaas ingewisseld. Nou vooruit, nog even de kringloop meepakken, die een straat verder was.

IMG_7943

Meubels, lijsten, kleding, boeken. Dat was ongeveer de volgorde. Altijd blijf ik hangen op de boeken. Je weet maar nooit. Wat oude Palet-tijdschriften, goed voor nieuwe inspiratie en een allerschattigst boek, waar mijn oog opviel door een afwijkend lettertype op de kaft. Zo rolde ik de wereld van Liz Climo binnen. Subtiele humor onder stilistisch eenvoudige maar sprekende tekeningen. Het bleek dat ze tien jaar bij Simsons had gewerkt. Van jongs af aan krabbelde ze al haar tekeningen. In een woord vooraf door een vriend geschreven stond te lezen dat iedereen in de wereld een ‘Funny friend’ nodig heeft. Het spreekwoord luidt: To have a funny friend is to be rich in life’ Liz was zo’n vriend en hij wenste, dat iedereen in de wereld met haar humor mocht kennis maken. We zijn gezegend, want Liz bundelde haar tekeningen. Nu is er het boek, waardoor we kunnen meegenieten. Het heet The little world of liz climo. In de titel schrijft ze ook haar naam met kleine letters. Hier is sprake van een grote bescheidenheid.

IMG_7945 Shaun Tan

Deze ontdekking staat gelijk aan die van ‘Every person in New York’ van Jason Polan en ‘Arrival’van Shaun Tan. Door toeval op mijn pad gekomen en aangezien toeval niet bestaat, heeft het zo moeten zijn. Hoe valt anders te verklaren dat uit een aantal planken vol ik net dat ene boek eruit vis.

IMG_7944

Weg viel de drukte om me heen toen ik het boek opensloeg en haar introductie las.  Daarin bedankt ze iedereen uitvoerig voor de aanschaf van het boek, misschien omdat de tekeningen werden gewaardeerd, de grapjes of iets anders, bijvoorbeeld dat je op dat moment net een deurstopper van die dikte nodig had. Dat laatste idee vindt ze dan wel  ‘a bit shocking’, omdat ze het niet in haar hoofd zou halen daar iets heiligs als een boek voor te gebruiken. Het kenmerkt de subtiliteit en de ruimte die ze ons ontvangers geeft om met haar ideeën op welke manier dan ook aan de haal te gaan. Ze refereert aan haar zoektocht naar een eigen handtekening en probeert die van haar grote voorbeelden, maar komt uiteindelijk terug bij haar eigen tekeningen. Ten slotte durft ze, op aandringen van haar echtgenoot, het aan om ze publiekelijk te maken. Met succes. Dat blijkt wel .

Als ik nu de groep onder handbereik had gehad, zou ik met de kinderen op zoek gaan naar huis-, tuin- en keuken voorbeelden als onderwerp voor dergelijke ‘small talk’. Twee-regelige zinnen van alledag. Wat een leuk project zou dat worden. Jonge kinderen zijn van goud door hun onbevangenheid om de wereld tegemoet te treden en meesterlijk in de vertaling van iets naar de kern.

Hoogste tijd voor de aanschaf van dat kleine notitieboekje. Niet groter dan de Iphone en altijd op zak. Waar dan ook. Bij de kleinkinderen, op straat, in een restaurant, in een winkel, bij de snackbar. Humor en leed, heel het leven, ligt op straat. De kunst is het om ze te vangen in woorden. Wat een heerlijk vooruitzicht.

Daar is zo’n juweel voor nodig. Om inspiratie op te doen, een trouvaille die uitnodigt tot meer nieuwe vondsten.  De bron bij uitstek. Ogen en oren open en pen bij de hand. Hulde aan de kringloop.

 

Uncategorized

Dubbel en dwars genieten dus

Gisterenochtend al vroeg op pad. Na een heerlijke nacht, die frisse boslucht doet me goed, en een fijn ontbijt, gingen we op onderzoek uit. Zuslief had een aflevering van de van Rossums over Gorssel en Museum More gekeken. Dankzij die beelden gingen we op zoek naar Jan Mankes. Wat schertste onze verbazing dat de kunstenaar de laatste jaren van zijn veel te korte leven in Eerbeek had gewoond en er zelfs begraven was. Dat betekende maar een ding. Voordat we het dorp verlieten wilden we een en ander nog onder ogen zien.

De regen kwam met bakken naar beneden. Ik reed de kleine blauwe voor nadat we uitgecheckt hadden en zo kwamen we er betrekkelijk droog vanaf. Bepakt en bezakt zochten we de begraafplaats op. We hadden het graf al op de foto’s gezien en zuslief had met haar scherpe oog ontdekt, waar de liggende grafstenen waren. Het pad af en daar stonden we oog in oog met de steen, die de tand des tijds niet geheel ongeschonden was doorgekomen, maar zoveel geschiedenis schreef. Het was precies 100 jaar geleden dat de kunstenaar overleed. Toeval bestaat niet. Alle snippers weefden een nieuwe ontdekkingstocht.

HFUZ2360

Zijn vrouw, Anne Zernike was later bijgezet. De steen werd speciaal uit België gehaald door een goede vriend. We groetten hem eerbiedig, deze meester van de schoonheid en eenvoud en vervolgden ons pad naar het woonhuis, dat eigenlijk vlak achter ons logeeradres bleek te zijn. Dr. Gunningstraat 13. Een vrijstaand huis, waar overduidelijk de verbouwing in volle gang was, met uitzicht op het landgoed en het Huis te Eerbeek, waar ook ons hotel stond. Later besefte ik dat door zijn bedlegerigheid het uitzicht de laatste jaren het belangrijkste zal zijn geweest voor zijn onderwerpen.

NDXD3773   IMG_7928 (1)

Bij de laatste tentoonstelling in het museum van Singer Laren hing een schilderij van Jan Mankes, dat het uitzicht op het landgoed verbeeldde. Sfeervol, in een dik pak witte sneeuw. Ik realiseerde het me nu pas. We hadden verzuimd naar de overkant te kijken.

IMG-6746 Jan Mankes: Uitzicht atelier te Eerbeek.

Heerlijk om op de valreep deze zo belangwekkende betekenis van Eerbeek mee te krijgen met een nieuwe kijk op de doeken van Jan Mankes, nu we alles in ogenschouw hebben genomen.

Het sijpelde gestaag door en de routeplanner stond op snelwegen vermijden. Hemelsbreed was het een uurtje, nu anderhalf uur en dan waren we al weer thuis. De weg voerde dwars door de bossen als een lang lint en we kwamen lieflijke kleine dorpen en boerenwegen tegen. Daarna was het een lange rit over de Apeldoornse weg. Het gaf allemaal niet, nog wat dorpen op de Utrechtse heuvelrug en voor we er erg in hadden waren we al thuis.

Geen probleem. Er zat weer genoeg aan herinneringen om over te mijmeren in de knapzak en van een ding waren we overtuigd. Het was absoluut de moeite waard geweest en voor herhaling vatbaar. De grote verscheidenheid aan natuur, de hoge waterstand, de ontdekking van het belang van Eerbeek, het boffen met de weersomstandigheden en het gelukkige gesternte, dat ons steeds de juiste keuzes had laten maken. Volgende keer met alle zussen, omdat de mogelijkheden in dit deel van Nederland ongekend zijn.  Nu eerst sudderen op de opgedane indrukken. Dubbel en dwars genieten dus.

 

Uncategorized

Niets kon ons nog deren

Als een blok geslapen vannacht. Even dacht ik dat het een doorhalen zou worden, zoals bij de eerste nacht ook het geval was geweest. Bijgeluiden worden sonoor door het systeem gevangen en zorgen ervoor dat een diepe slaap niet wil lukken. Windvlagen, geluiden uit de keuken hier beneden, tot laat de klank van metaal op metaal en het gerammel van borden en bestek tijdens het vullen van een vaatwasser. Maar oor en ik waren deze nacht kennelijk voldoende gerustgesteld en Klaas Vaak kon langs komen met een flinke zak zand.

Vanmorgen een windstilte en zon! Wat een gouden geluk. Weer een prima verzorgd ontbijt en in rust richting Beekhuizen, dat in het Nationale park de Veluwe lag. Niet de heuvels van de Utrechtse heuvelrug, maar serieuze bergen. Zuslief dirigeerde ons langs de beek beneden om, omdat ik nog de hele dag mee moest, maar gelukkig gingen we op een gegeven moment toch omhoog. Zus was al boven en ik strompelde in eigen tempo voort toen ik ineens oog in oog stond met een vos, niet op afstand maar zo dichtbij. Van de weeromstuit riep ik het naar boven alvorens te klikken. Vos schrok minstens net zo hard van deze onvoorziene ontmoeting en maakte rechtsomkeer voor ik weer tot leven kwam. Dit was de allereerste keer in mijn leven, dat ik een gezonde glanzende roodbruine vos in de vrije natuur had gezien. Maar wat nog opmerkelijker was, ik had geen foto gemaakt. Ik, die bij elk wissewasje achter het oog van de camera hang, was sprakeloos en stond aan de grond genageld. Voor eens en voor altijd weet ik wat dat spreekwoord betekent.

Gemiste kans, maar de natuur was prachtig. De berg overwonnen begon de afdaling, heerlijke zoete gang naar beneden, zonder raspende ademhaling en een fijn kronkelpad terug zonder al te veel hoogteverschillen. Voordat we er erg in hadden was de parkeerplek al in zicht.

Door naar de Posbank, ook boven aan een flinke heuvel. Waar het oog kijken kon zagen we heidevelden omzoomd met bossen, een prachtig uitzicht over het landschap daar en eindeloze paden blinkend in de zon. Eerst koffie en rooibos en dan op pad. De hei op, heuveltjes op en af, dat was goed te doen, af en toe straffe wind, maar geen probleem. Zuslief wilde all the way en verwachtte dat het pad afboog naar de weg toe, zodat we die terug konden nemen. Het duurde en duurde echter voor dat het geval was. Natuurschoon genoeg om ons aan te vergapen, veel bloeiende brem en zelfs rode bessen aan de glanzende hulst. Opmerkelijk weinig vogels zagen we. De weg terug langs de aanrijroute was de ultieme test. Het uithoudingsvermogen was met sprongen omhoog gegaan door al die wandelingen, maar deze was van de pittige soort. Van meet af aan klimmen aan een stuk en een snijdende wind in de toet. Adembenemend, zullen we maar zeggen. Op het laatst dacht ik in stappen en keek niet op of om. Dat hielp.

Door naar de Steeg, dat bleek aan de andere kant van de Posbank te liggen richting Ellecom. we wilden nog een staartje IJssel meemaken. We kwamen uit bij Doesburg waar een nieuw gedeelte van de stad was gebouwd langs het water. Op de hoek zat een hotel/annex restaurant, goed voor een hele late brunch of een vroeg diner, al naar gelang de lust tot eten. Daarna was het genieten van het wassende water, dat door het zonlicht zilverschitteringen weerkaatste, de onderwater gelopen lager gelegen oevers, de aandoenlijke verzonken bomen met hun kruinen er nog net boven uit. Een aalscholver dook onder en kwam nooit meer boven.  Aan de overkant vlogen groepen nijlganzen op als er iets met geluid langs kwam en de meeuwen speelden diefje met verlos. Aan de kade stond de beeldengroep Passi D’Oro van Roberto Barni. Drie rode mannetjes van verschillende lengte met een magerte die kon wedijveren met Modigliani. Ze wuifden ons na met hun verstarde blikken. Wat een fantastische keuze hadden we gemaakt door het museum gisteren te doen en nu met het mooie weer de natuur in te gaan.

Thuis trok de hemel haar wolken naar beneden en liet een flinke hoeveelheid regen en hagel los. Wij zaten hoog en droog met een goed humeur. De buit was binnen. Niets kon ons nog nog deren.

Uncategorized

De Veluwe

De hele nacht hoorde ik takken op de kleine blauwe prins vallen en aanzwellende windvlagen beuken tegen de ramen. De droom ging over een agressieve oude man en een meneer met een stukje katoen als deel van de schedel, netjes met een festonsteek rondom vastgezet. Er was gelukkig ook een vriend, die wijselijk zich slapend hield toen ik hem om hulp smeekte bij een aanval van agressieve zilverbaard. Die veranderde plotsklaps in een kat en met een Bulstronkslinger(ken uw klassiekers)werd ik wakker. Pfff, wat een nacht. Het bed was heerlijk en schoon, ik had twee kussens, dus daar lag het niet aan. Het lawaai van de wind had zich verdubbeld omdat het raam wagenwijd was open gewaaid.

De morgenstond heeft goud in de mond, zeker met een zonnig ontbijt, vers brood, jus, en heerlijke koffie. Om kwart over negen gingen we op pad. Het plan lag er om naar museum More te gaan. Als je dan eerst een kringloop in Twello tegen komt, dan zwaai je af van het oorspronkelijke plan, want het was toch nog voor tienen. Ik vond er een broodnodige oude handdoek voor een euro en zuslief een stuk of wat boeken, die niet meer in de bibliotheek te krijgen waren. De handdoek diende voor de eerste hennaharen-wassing. Ik kon het de maagdelijk witte handdoeken van het hotel niet aan doen om kastanjebruin te kleuren.

IMG_7805

Bij More zandstraalde de wind om het prachtige gebouw heen, maar binnen was het heerlijk rustig en warm. De kleine parels van Mankes waren eigenlijk al voldoende. Er liep een oma met haar kleinkind van ongeveer drie jaar rond. Het kind vroeg en oma vertelde. In de eerste zaal was het allemaal pais en vree, de bloeiende boom van Toorop vond ze prachtig, maar de andere objecten en schilderijen boezemden haar angst in. Het tafereel met de jongen met de blinddoek tussen twee kinderen in, in en in zwart gespoten bijvoorbeeld en de portretten van Levi van Veluw of het meisje dat sliep maar dood leek, levend maar niet echt bleek.

Oma ging wijselijk niet het hele museum met  haar door. Dat kon later altijd nog. Een ode aan het werk van Jan Beutener, een tentoonstelling met maar liefst 70 werken, kon me niet ten volle bekoren. Het werk was interessant hier en daar, maar het maakte minder los dan ik hoopte. Er bleef genoeg over om van te genieten.

IMG_7848

Zutphen met eerst nog een kringloop en later, waar we zo benieuwd naar waren, de IJssel en haar wassende water. Ze was inmiddels uitgelopen over de uiterwaarden en mat hemelsbreed water tot aan de andere oever. Wat een prachtig gezicht was dat. De kleine blauwe parkeerde ik op de kade en leunend tegen de wind in ontdekten we dat alles tot en met de paden en de banken,de vuilnisbakken bijna, beneden ons onder waren gelopen. Het water schuumde brede donkerbruine koppen. De loodzware lucht erboven kleurde prachtig mee, terwijl de wolken met snelheid verder suisden.

IMG_7873

Zutphen is een stad, waar ik zo zou kunnen wonen. Mooie oude stegen, gedichten op de muren, prachtige gevels en onze favoriete koffietentje, de bediening in alle rangen en standen, vol met persoonlijke aandacht en kleur op de wangen van de inspanning. O ja en de oudste boekenwinkel van Zutphen natuurlijk, van Someren & ten Bosch, waar na even zoeken het gezochte boek van de bijenhouder te voorschijn werd getrokken.

IMG_7884

De terugweg liepen we bijna vast bij  Bronckhorst. De wereld leek opgehouden te bestaan en er lag een gezapige rust van eeuwigdurendheid als een sluier over het pittoreske dorpje heen. Oude boerderijen en huizen, klinkertjes en het veer naar Brummen. Geen heen en weer te bekennen in deze barre weersomstandigheden. De smalle dijk liet ternauwernood passeren van auto’s toe en weer die onmetelijke IJssel.

Boodschappen bij de plaatselijke kruidenier en met de buit naar huis. Heerlijk kauwen op de ervaring van vandaag. Morgen de Veluwe.

Uncategorized

Het kleine genieten

Vanuit de zijkant van het huis, we zitten op de kopse kant, waaiert de storm langszij met soms een fluiten, vaker laat ze de voederhouders tegen het metalen hek kletsen en dan klinkt er een natuurlijke gamelan.

Mijn voorraad medicijnen is niet meer op peil en ik moet eerst langs de apotheek om nieuwe te halen. Die is gelukkig al vanaf acht uur open. Om tien uur precies stopt de kleine blauwe bij zuslief voor de deur. Een paar dagen luxe en ertussen uit. We hadden e Veluwe als wens gehad en toen er een aanbieding voorbij kwam aarzelde zus geen moment. Natuurlijk gingen we.

We zijn wel eens meer in de buurt geweest, maar nu is de tijd aan ons zelf en staan we in vakantiemodus. Kleine dorpjes genoeg voor de koffie en een lunch, waar we Otterlo voor kiezen, een lief klein restaurant annex hotel en dan voor een boekwinkel door naar Brummen. Storm trekt nog wat aan de bomenrijen en laat er een paar flinke hagelbuien op los ,maar langs de binnenwegen lijkt  het nog altijd minder erg dan op de snelweg. Bovendien zien we twee herten over de weg schieten om het hazenpad te kiezen in het weiland aan de andere kant. ‘We zitten richting waar we wezen willen’, constateren we tevreden. Herten en wilde zwijnen.

de bijenhouder van aleppo

In Brummen vinden we een tabakswinkel waar verrassend genoeg een grote boekhandel achter de gevel blijkt te zitten. Het boek van ‘De bijenhouder uit Aleppo’ van Christy Lefteri is uitverkocht, maar ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier ligt er wel en een mooi aquarel schilderdagboek. ‘Of het een cadeautje was,’ is de vraag. Nee hoor,  in de vakantiemodus en nog een VVV.Bon met een flink tegoed. Je mag jezelf af en toe ook eens kietelen. Het was een waar paradijs met mooie uitgestalde waar en een vriendelijke vraagbaak van een verkoopster. Brummen was verder uitgestorven, alleen bij de Jumbo schoten mensen door de schappen om zich weer snel met de buit naar huis te haasten.

pascal

De weg terug naar Eerbeek hobbelt over een bospad met veel kuilen en grint naar het hotel, dat naast het koetshuis en het landgoed van Eerbeek ligt. De ontvangst is hartelijk. Iets te vroeg maar geen probleem. Heerlijk dan is er nog tijd voor een wandeling door het Gelders Landschap en tussen de oogst aan stormschade door. En passant nemen we het dorp Eerbeek ook alvast mee. Weer zo’n heerlijke boekenwinkel waar de bijenhouder morgen binnen zal komen, belooft de verkoopster, al even vriendelijk als de eerste. Er leidt een langgerekte een-baans spoorrails naar Diemen, aandoenlijk ouderwets met haar Andreaskruisen als stille wachters en het slingerende lint dat het dorp in tweeen klieft.

In het hotel kunnen we chillen tot etenstijd, boeken lezen, wifi uitvogelen en een programma uitstippelen voor de komende twee dagen. Museum More ligt praktisch om de hoek en de Hanzestad Zutphen met het museum Henriette Polak. Met de ongedurige februarimaand goed om achter de hand te houden, als wandelen langs de IJssel letterlijk in het water dreigt te vallen.

Vandaag dineren we op chique en morgen is er vast wel ergens een Downies te vinden, een favoriete pleisterplaats. Wij komen onze dagen wel door. In vrijheid en blijheid met de kunst van het kleine genieten.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Daar zit het verschil

De angst wordt met de aanzwellende wind opgestuwd, veel afmeldingen her en der. Nog scheren de randen van Ciara slechts over het balkon, er trilt niets.

Verplichte rustdag is geen straf, eerder een zegen. ‘Wat zie je er goed uit’, schreef iemand op FB. ‘Ik heb leren rusten’, antwoordde ik. Inderdaad. Dat is het. Door de luxe van thuis mogen blijven heb ik leren lanterfanten. Al die werkzame jaren waren gevuld met bezigheden, vaak over alle grenzen heen. Ook ervoor en erna. Dagen telden het dubbele. Nachtelijke uren telden mee. Elke ochtend begon om vijf uur, later vier. Er werd aan mij getrokken en ik liet het in de volle lengte toe. Er waren tijden in de tuin, geen mens te bekennen en toch raasde de onrust in mijn hoofd en kon ik de hartslag niet verstillen. Ik sprong telkens op om te snoeien, te wieden, te stapelen. Zolang het lijf maar bezig was en anders was er nog altijd dat denkgemaal daarboven, dat altijd iets had om over te piekeren.

IMG_2357

Nu weet ik hoe het moet. Zitten en ondergaan. Iets over je heen laten komen, niet direct meer een mening klaar hebben of een drang om te handelen. Ten volle van een boek genieten, lezen en overlezen en nog eens. Op woorden drijven en het laten gaan.

Tijdens de avonden van de leesclub hebben we mooie en intense gesprekken over hoe een  andere invulling te geven aan het bestaan en wanneer dan. Regelmatig krijg ik de vraag, hoe of het voelt om met pensioen te zijn. ‘Misbaar zijn is de grootste zegen’ is mijn antwoord steevast.

Zolang we denken onmisbaar te zijn drukt de verantwoordelijkheid zwaar op het gemoed. Ik kan het weten, want ik ben een ervaringsdeskundige. School was mijn leven, dacht ik. De kinderen helpen en begeleiden was een taak die ik op me had genomen en waarvan ik dacht dat ik daarin niet gemist kon worden. Sterker nog, ik was er van overtuigd. In het jaar dat ik overspannen raakte, blies ik naar alles en iedereen die hadden geprobeerd mijn taak over te nemen. Het jaar ging gewoon verder, de dagen bleven in elkaar grijpen. De tijd rolde door en ik moest mee. Malle ondoordringbare dagen zonder begin en zonder eind. Daarvoor stond ik voortdurend aan, vertelde dochter me. Je had alles en iedereen in de gaten. We konden geen stap zetten. Het was de vakantie in Noord Frankrijk en ik weet dat ik een week lang geen nacht geslapen heb.

018

Bij mijn terugkeer op school werkte ik me drie slagen in de rondte om alles weer op de rit te krijgen. Draaide het rad op volle toeren eindeloos in het rond. Als het danseresje in de speeldoos, die ik bleef aanzwengelen. Een jaar overspannen zijn had me niets geleerd. Ik was nog steeds onmisbaar. Kijk maar. Ze hadden er een puinhoop van gemaakt. ‘Ze’ kregen geen gezicht en geen naam. Het bleef een algemeenheid.

De tijden zijn veranderd. Het echte loslaten begon. Nog had ik de neiging om me in van alles te storten, tot het lijf zei, dat het welletjes was. Een paar flinke stappen terug brachten de bezinning. Tijd om te leven en zin te geven. Tijd om de draad te laten rusten, als dat nodig was.

De dingen die ik graag doe zijn een passie, zoals schrijven, schilderen en lezen. Maar de passie neemt niet de overhand en kan uit mijn handen vallen voor de liefde van het kleine geluk. De zielsverwantschap met de kinderen, de kleinkinderen, de zussen, mijn vriendinnen. Dat alles in de rust van de bank, door een goed boek, op de tuin, in het lieve atelier.

IMG_7770

Misbaar zijn is weten dat er te allen tijde van je gehouden wordt. Dat de gedachte genoeg is. Dan pas voelt ‘er niet zijn’ niet als een gemis, maar als een meerwaarde en daar zit het verschil.

Uncategorized

Gevoeld en gekoesterd

In een boeiend interview met Stef Bos in de nieuwe ‘Zin’, zegt hij over doodgaan: ‘Dat begin en eind maakt het leven mooi. Wij zijn teveel met onszelf behept, daardoor wordt dat  einde  dramatisch. Zo leg ik het uit aan mijn kinderen: ‘Papa is er op een dag niet meer. Maar papa blijft altijd kijken door jullie ogen’. In eerste instantie dacht ik, wat zegt hij dat mooi. Maar kennelijk is de betekenis ervan blijven doorsudderen , want vanmorgen  rolde ineens dit zinnetje door mijn hoofd: ‘Kinderen hebben recht op hun eigen herinnering’. Elke menselijke behoefte wordt op die manier namelijk beladen. Kan je nog wel onbekommerd vrijen, boeren, liederlijk uit je dak gaan, als papa altijd meekijkt?

048

Ons werd van kleins af aan verteld dat ‘God’ overal is. Dat kon handig zijn als je je onveilig voelde, maar ook heel vervelend, als je in de kelder je zakken stond vol te proppen met snoepjes. Het leverde een groot schuldgevoel op bij alles wat je gedaan had. Dus kwam het op het lijstje van de biecht, want als je dan te biechten ging een keer per week, dan vertelde je de priester dat je er spijt van had, je kreeg een Onze Vader en een Weesgegroetje om te bidden en werd het je weer vergeven. Schuld wordt teniet gedaan met spijt en boete. Dat gold voor een katholieke God, maar wat te doen met zo’n allesziende vader.

491Waarzeggersbol

Het is relevant dat Stef zoiets zegt, in de wetenschap dat hij 15 jaar ouder is dan zijn vrouw en betrekkelijk jonge kinderen heeft. Maar feitelijk zegt het niets. Het toeval stuurt planningen of verwachtingen nogal eens in de war.

007kring

De kern van het opvoeden is dat je kinderen kan laten, dat er geen interventies zijn, geen opgelegde gedachten. Dat was zo belangrijk bij de reflectiekring. Geen predikaten op werkstukken. of het geven van een oordeel, maar vooral luisteren hoe het tot stand was gekomen en het proces was vergaan. Het maakte niet uit wat van het eindresultaat werd gevonden, maar wat deed het scheppen met de maker zelf. Luisteren als hoogste goed is moeilijk. Je moet jezelf immers buiten schot houden en we geven maar al te graag een mening.

Vroeger zei men ‘laat maar’ als de kachel roodgloeiend stond. ‘Ze lopen er maar één keer tegenaan’. Uit liefde voor het kind en door de vreselijke gevolgen van zo’n nare brandwond, waarschuw je toch. Een ander spreekwoord was ‘Voorkomen is beter dan genezen’. Dat vond ik dan nog wel te doen. Geen kleine tafel in het midden met punten waar ze op konden vallen. De onderste boekenplanken werden omgebouwd tot kisten met speelgoed. Nooit meer last gehad van een kostbare platenverzameling die door de kamer werd verspreid of een levendig scheurspel met mijn kleinoden uit de boekenkast.

001een oceaan van tule met zelfgemaakte vissen

Aan de andere kant leverden op school de voorzorgsmaatregelen van de Brandweer en de GGD een regelrechte belemmering op voor de beleving. We mochten geen gordijnen meer rondom de kring, of anders geimpregneerde, maar die waren niet te betalen. Er mochten geen brandbare attributen zoals droge takken voor een vogelnest naar het robbeneiland versleept worden. Alle lappen moesten in de ban. Zo draai je verwondering heel snel de nek om, als fantasierijke aankleding verboden wordt.

Stef wil ze een houvast geven en dat is prachtig. Maar dat ene zinnetje zorgde wel voor gemijmer. Helemaal onderschrijven kan ik het niet, omdat ik ieder mens zijn eigen herinneringen gun, een persoonlijke beleving en ervaring. Helemaal alleen door de persoon zelf, kind of volwassene, gevoeld en gekoesterd.

Uncategorized

Midden in de winter

Vannacht schoot ik wakker. Ik zag mezelf de dropjes in de bekerhouder van de auto leggen en ineens wist ik, dat dat nooit kon, omdat mijn mascotte daar normaal gesproken daar in lag. Een kleine magneet van Don Bosco, die mijn vader al op al zijn dashbord had zitten. Het rijdt al jaren met me mee. ‘Waar is de magneet?’ is nu de vraag. Ik vroeg zoonlief nog voor de zekerheid of hij het bij de laatste schoonmaakbeurt had opgezogen, maar dat was niet het geval. Het Bosco-mysterie is een feit. Tijd voor een grondig onderzoek.

008 Het oude hobbelpaard

Ik ontdekte het, omdat ik onderweg was geweest naar zoonlief. De zon scheen uitbundig en hij had me uitgenodigd voor een heerlijke wandeling met hem en de kleine.  Dat betekende de lange Cartesiusweg aflopen, richting Julianapark. Daar waar jeugd opveert en nostalgie zich verankert. De voetstappen van mijn moeder en ons gezin liggen er, die van mijn kinderen en hun kinderen. Het is een baken in Utrecht als het om onze geschiedenis gaat.

IMG_2792   IMG_2796

Zon zorgt voor warmte en schoonheid. Het mos is groener dan groen, speenkruid, sneeuwklokjes en kornoelje in volle bloei, kippen en hanen in grote getale bij het grote veld, snellen zich op een draf naar elke wandelwagen die aan komt rijden. In mijn hoofd zingt het versje van Annie.M.G. Schmidt: ‘De kippetjes van de koning zijn zo akelig koket, altijd ringetjes aan de tenen en een strik op hun korset’ , maar er lopen ook veel Zwartbessies tussen, als haar befaamde kip met de zwarte spikkels. Straks als kleinzoon groter is zal ik hem er alles over vertellen. Nu slaapt hij nog de slaap der onwetenden.

IMG_2813

Haha, zoon probeert mijn beeltenis te vangen zonder camera. Dat valt niet mee, maar als ik de wagen duw en hem mijn exemplaar geef, schiet hij snel een aantal kiekjes. Heerlijk om te wandelen en te filosoferen over het leven, toekomstwensen, verlangens maar ook gewoon ontvangen wat op het pad komt. De herten, die ik maar niet vast kan leggen, de pauw en zijn harem van vijf vrouwen scharrelen hun kostje bij elkaar tot aan het hek van het park. Ze blijven ervoor drentelen. Een meisje dat langs komt fietsen, stopt, schiet snel een foto en gaat dan weer.

IMG_2823

Het houten paard, een zwak aftreksel van het echte hobbelpaard van vroeger, is nu een dankbare afleiding voor het oudere jongetje dat met zijn opa op stap is. Bij de speeltuin heerst een hoog Oma-gehalte met kinderwagens. Zoonlief en ik wisselen het duwen af. We rusten uit bij de grote vijver, waar twee ganzen een harde waarschuwingskreet geven, waarop kleinzoon prompt wakker schrikt. Met de kap naar beneden kijkt hij verwonderd naar alles wat er ruist boven zijn hoofd. De duiven strijken neer aan onze voeten. Pikken hier en daar wat tussen de kiezels. We hebben geen brood en ik zou het ze ook nooit geven. Het park heeft voedsel in overvloed. Zelfs de muggen dansen al.

IMG_2832

De bomen botten uit en op de weg terug vang ik een klimhortensia dik in knop. Utrecht  laat de spits los over de Josephlaan, die daarbij een kakofonie van geluid oplevert met rollende traktorbanden, bussen en vrachtwagens. De wijk voor het julianapark toont het kleine wonen, omdat er renovatie plaats vindt. We verbazen ons over de relatief grote tuin vergeleken bij de kleine woonkamer en over de heerlijke straatnamen. Leo de dertiendestraat bijvoorbeeld. Het doet me denken aan een vriendin van heel lang geleden, die samen met haar moeder daar in zo’n piepklein huisje woonde. Haar moeder vond het huishouden maar onzin en de ramen waren ondoorzichttig door het vuil van jaren, maar voor ons maakte ze Haagse Bluf, die mierzoet en zo koninklijk lekker was, dat ik maar wat graag met vriendin meeging naar huis.

We hebben tegenlicht en de ons tegemoet komende wandelaars zien er daardoor potsierlijk uit, als staketsels die alle kanten op bewegen zonder hoofd. Tegen de tijd dat we bij huis aankomen is de kleine weer in slaap gedoezeld. Domweg gelukkig. Heerlijk, zo’n gestolen lentedag midden in de winter.

Uncategorized

Lotsverbondenheid

De duiven spelen het echospel. De een vliegt naar een tak, de ander haast zich erachter aan , dan kiest de ander een tak en vliegt de een erachter aan. Zo bevliegen ze de hele boom. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Steeds als ze heel even elkaars schaduw zijn, vliegt er weer een.

In het ziekenhuis viel het mee met de drukte op de dagbehandeling, al waren alle stoelen bezet. De kamers bleven lang leeg. Voor sommige was het de laatste keer. Het verloop was spannend, maar de opluchting was groot. Het was of wachten op de operatie of wachten op de uitslag van een scan, die na een paar weken gemaakt zou worden. Er kwamen veel nieuwe mensen voor een behandeling. Dan is het vooral een kwestie van vertrouwen opbouwen. Daarbij laten steeds kleine delen persoonlijkheid los, tot de contouren compleet zijn in een wederzijds vertrouwen.

’s Avonds de leesclub met het bespreken van het boek van Ocean Vuong met de intrigerende titel: ‘Op aarde schitteren we even’. De beoordelingen liepen uiteen van een mager zesje tot een dubbele negen. Onder de huid kruipen van iemand wiens cultuur je niet kent, die komt uit een wereld die niet onder je ervaringshoek valt, gaat niet vanzelf. Voor veel geschreven zinnen bleek verdieping nodig, omdat hij beeldend spreekt en in symbolen. De taal vloeit als honing.

IMG_6901

Pas als hij bekent, dat hij homofiele gevoelens heeft voor de Amerikaanse jongen wordt het verhaal zichtbaar. Maar de brieven aan zijn moeder, de flarden Vietnam die voorbij schieten, de herinneringen aan zijn gewelddadige vader naar de echtgenoot toe,  het optreden van zijn moeder naar hem toe, zorgt voor de lading in het bestaan. Een  moeder die, volgens de overlevering  van de grootmoeder, schizofreen zou zijn, ‘net als zijzelf ook niet goed was in haar hersenen’.  Ze zijn onvoorspelbaar, want de wreedheid komt uit het niets, zonder specifiek aanleidng. Dat maakt de dreiging groter.

Vanaf zijn geboorte wordt hij Hondje genoemd, omdat grootmoeder het gebruik aanhangt een kind naar iets onbelangrijks te benoemen, zodat kwade geesten het met rust zouden laten.

Het leven in Amerika is een grote struggle for life. De moeder met haar kapotte nagels en pijnlijke rug door het ongezonde werk in de nagelsalon, die nog steeds op een matje op de grond slaapt, is een van die tegenstrijdigheden. Het Hartfort in Connecticut ademt troosteloosheid. De varkenskarkassen die aan de vleeshaken hangen lijken sprekend op de ribben van verkoolde mensen, vertelt moeder Rose. Zo wisselen schoonheid en pijn elkaar af en vergezelt hem op de zoektocht naar zijn eigen identiteit.

Het boek beschrijft hoe hij voortdurend tegen racisme oploopt. Hij leert pas lezen op zijn elfde en bouwt zijn Engels uit. De lange brief aan zijn moeder zal zij nooit lezen, want ze is analfabeet. Een aandoenlijke scene is het overlijden van oma Lan, waarbij de moeder van Vuong, haar zus en hijzelf waken en de twee dochters liefdevol, teder zelfs, na het overlijden de moeder de laatste eer bewijzen. Zijn grootmoeder was de spreekbuis van het verleden, zijn moeder de belichaming ervan.

IMG_6902

Als hij op het laatst ook de schoonheid ervaart, waar hij eerst dacht uit een kogel geboren te zijn, ontroert hij. Net als de beschrijving van de waarneming, de natuur om hem heen. Het feit dat je beelden op kan wekken door er in te geloven. Maar altijd is het verweven met de ruwe werkelijkheid. De verslaving om hem heen, de vrienden die sterven aan een overdosis, de dood van zijn eerste liefde door het gebruik van verslavende medicatie, het begin van het einde.

vuong

Zijn gedichtenbundel: ‘Night sky with exit wounds’ verheldert. Er komt een gedicht in voor, dat alles zegt over hoe hij zijn verleden, heden en toekomst met zich meedraagt: ‘An American soldier fucked a Vietnamese farmgirl. Thus my mother exists. Thus I exist. Thus no bombs = no family = no me./Yikes.’ Ik ben dankzij de oorlog.

Dankzij de taal heeft hij zijn onzichtbare status overwonnen en de woorden gevonden die zijn werelden verbindt. De losse gedachten die tussen de verhalen door zweven, lijken associaties, haastig opgeschreven om uit te werken. Prikken soms pijnlijk helder in de omstandigheden en fileren met regelmaat zijn diepere gevoelens. De liefde voor de moeder blijft in een nuchtere constatering dat zij op elkaar aangewezen zijn, waardoor hij op een nacht tegen haar zere rug aankruipt en de lotsverbondenheid koestert.

 

 

Uncategorized

Je bent goed zoals je bent

In een stralend zonnetje reed ik gisteren naar De Hilt, een theater gevestigd in het nieuwe cultuurgebouw van Eemnes, waar ook de bibliotheek en de sportzaal een ruime plek hadden gekregen.  Twee voorstellingen van een kinderopera voor de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs. Wat een uitdaging om daar de aandacht bij vast te houden. Het stuk heette ‘Het boompje’ en werd uitgevoerd door ‘Alle hoeken van de kamermuziek’.

IMG-7751

Er was nog een ander obstakel, dat merkten we pas tijdens het eerste stuk. De leuningen van de stoelen konden ingeklapt worden met veel geluid. Dat had de eerste rij al snel ontdekt en omdat de juffen allemaal aan de buitenkanten zaten, was de uitdaging compleet. De zaal was duidelijk niet op de experimenteerlust van de kinderen gebouwd. Ze gingen er mee aan de haal en het was bij het eerste optreden van Het Boompje onrustig.

In de pauze dachten we naarstig na over hoe we dat probleem zouden kunnen tackelen. Om te beginnen alle leuningen inklappen was één manier. Twee rijen volwassenen in het midden de andere. Dan werden de oncontroleerbare rijen overzichtelijker. Goed plan. Het vergde wat meer voorbereidingstijd eer iedereen op de juiste plek zat, maar bij de tweede voorstelling was er veel meer rust en ruimte om geboeid te kijken naar de verrichtingen van de spelers. De muziek was sfeervol en de kostuums van het allerkleinste dennenboompje in het bos ingenieus gemaakt.

IMG-7749

Het verhaal is de bewerking van het boek  ‘Het Boompje’ van Loek Koopmans en gebaseerd op een oud gedicht van Friedrich Rückert: Vom Baümlein, das andere Blätter hat gewollt (1813).  De kleine dennenboom is ontevreden over haar stekelige naalden en vraagt zich af wat er zou gebeuren als ze van goud zou zijn. De tweede keer als ze van glas zou zijn en de derde keer als ze zacht en wuivend blad had. Er komt een dief langs om haar goud te stelen, de wind blaast haar glas kapot en een geit eet haar malse blad op. Bedroefd accepteert ze dat ze nog steeds prikkende naalden heeft.  Maar als het winter wordt en alle bomen hun bladeren verliezen staat dat klein dennenboompje fier groen te wezen in al haar pracht. Ze is tevreden met zichzelf, zoals ze is, want iedereen heeft mooie kwaliteiten. Een heerlijk verhaal.

De instrumenten zijn niet alledaags. Een trombone, een tuba, een harp, een hoorn, maken het extra spannend of grappig en vormen de rode draad. Een gewaagd maar ook een zeer geslaagd stuk om de kinderen kennis te laten maken met deze speelse vorm van muziek.

Als je naar het theater gaat dan ga je op chique. Daar hadden ze gehoor aan gegeven.  ik zag jongens met vlinderdassen en stropdassen en meisjes in prinsessenjurken. De haren stijf in de gel of opgestoken.Alle dames en heren moesten nog even naar het toilet, want onder de voorstelling kon dat niet. Twee van de muzikanten hielden een inleidend praatje buiten de zaal om te vertellen dat er alleen maar gezongen zou worden en niet gesproken. Een goede voorbereiding is het halve werk.

IMG-7750

Fijn om weer helemaal aan het werk te zijn. Uiteindelijk zijn de voorstellingen de kers op de taart, al was het alleen maar om al die verwachtingsvolle toetjes aan het begin en de rode wangen van de spanning achteraf. De weg terug naar huis was lang genoeg om alle indrukken te overpeinzen en op te slaan. De boodschap was er een om te koesteren. Je bent goed zoals je bent.

Uncategorized

Proost

Mijn moeder is jarig. Nee, zingen van lang zal ze leven zal niet gebeuren. Onze moeder is namelijk al 30 jaar niet meer onder ons. Vandaag was ze 101 jaar geworden. Het is altijd een mooie datum om extra aan haar te denken, al komt ze veel vaker te voorschijn. Door een opmerking, een blik van iemand, een eigenschap van mij of de zussen, een foto, een gedichtje, een boek, de herinnereing als de familie samenkomt.

011

Met mijn moeder verdween de samenhang een beetje. De saamhorigheid werd alleen maar groter, maar het bij elkaar komen op een verjaardag daar was de rol van mijn moeder belangrijk in. Ze was gek op verjaardagen. Ze sleepte aan haar fiets al een week van tevoren veel te zware booschappen naar het huis in de Amandelstraat, zorgde uiterst nauwgezet dat de bestelling van de sneeuwballen bij Boonzaaijer was gedaan. Er kwamen feestelijkheden als advocaat en slagroom in huis. Verjaardagen moesten gevierd worden met alle toeters en bellen die daar bij hoorden.

verjaardagverjaardag met toeters en bellen

Ineens moet ik aan een aandoenlijk project denken. Op het Robbeneiland, een ruimte tussen de groepen van de onderbouw in, hadden we een gedekte feesttafel met ballonnen en slingers, vlaggetjes en confettie gemaakt. Klein varkentje  zat midden op de tafel en zong luid: Lang zal ik leven, lang zal ik leven. Ze zong het steeds hartverscheurender. De kinderen waren aan het werk, maar ik had de deur naar het robbeneiland opengezet. Verbaasd gingen ze kijken wat daar toch voor herrie vandaan kwam. Nadat iedereen er bijgehaald was kon varkentje haar verhaal doen. Ze had geen vriendjes en er was niemand die het feest met haar wilde vieren. Dus zong ze verder: Lang zal ik , snik, leheven, snik, in duhhhhuh, snik, gloriboehoehoehoe”. We waren zwaar onder de indruk allemaal. Arm varkentje. Zonder dat ik erop aan moest sturen, boden de kinderen spontaan aan om te helpen en vroegen naar varkentjes grootste wens. Die wilde het liefst in een luchtballon naar de jungle om vriendjes te zoeken. Zo begon een groot avontuur. Een heerlijk project. Eerst vierden we varkentjes verjaardag mee met versierde cake en aanmaak limonade. Daarna moest er een luchtballon komen en het robbeneiland werd omgebouwd in een jungle om het avontuur compleet te maken. Bij elkaar waren we er allemaal zes weken zoet mee. Dat was al een feest op zich.

051verrast worden

Eigenlijk vierde ik nooit mijn verjaardag tot de kinderen zo groot werden dat ze mijn stokje over namen en mijn feest met elkaar op touw zetten. Niet zelden met een enrom cadeau owaarmee ik compleet van mijn sokken wordt gblazen. Geen feestje compleet zonder huilbui, hoor ik  ze denken. Ik hou het niet droog, sentimentele oude dwaas als ik ben. Elke begeleidende brief, of met Sinterklaas een gedicht staat garant voor een dichtgeknepen keel en gepiep, waarna zoon-of dochterlief het over moet nemen. Zo kreeg ik al eens een opoefiets, gloedje nieuw, een familievakantie voor een week in la douce France in een echt kasteel  met de belofte van de herhaling elke twee jaar. Een lichttentoonstelling van Van Gogh in Parijs, met zuslief en twee zonen, door de kinderen bijeen gespaard.

coen en jose 2018

Als ik aan die liefdevolle en prachtige gestes terugdenk, dan denk ik dat we moe wel eens te weinig in het zonnetje hebben gezet. Aan de andere kant weet ik zeker dat haar grootste wens was, dat we allemaal bij elkaar zouden zijn om haar verjaardag te vieren met de kleine cadeautjes als de zoveelste cyclaam, bonbons, kippetjes voor haar verzameling en alle liefde. Dat cadeau geven we haar eigenlijk tot op de dag van vandaag. In gedachte vieren we alle elf haar verjaardag met toeters en bellen, waar we ook zijn. Lang zal ze voortleven in kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Proost.

Uncategorized

Voer voor dromen en filosofie

De stoofpot van de befaamde ‘Amandel’keuken lag te wachten op schoonzoonlief, in twee bakjes samen met krielaardappelen en verse sperziebonen. Een keer in de zoveel tijd was erdie onbedaarlijke trek. De belofte was gedaan voor zijn verjaardag begin januari, maar daar stak een virus een stokje voor. Zaterdag waren de riblappen van ‘beter leven’ in de aanbieding en was de som al gauw gemaakt. Belofte maakt schuld en één en één is twee. Bovendien hield ik van de geur, die door het huis trok. Pure nostalgie. Laurier, mosterd, broodkruim, kruidnagel  tekenden de jaren zestig.  Ze kwamen met vier man, vrouw en kind sterk, om het lang verbeide cadeau binnen te hengelen. Doorgaans eet schoonzoon vegetarisch/vegan mee met dochterlief. Een keer in de zoveel tijd, net als ik, was dit een van de onstilbare verlangens. Nostalgie naar moeders pappot.

De rest van de dag doezelde ik voort. De nacht was om te waken. Dat droevige verhaal van alleen zijn en thuis op de grond terecht komen, na een hersenbloeding. Pas een paar dagen later gevonden worden door een buurman. Geen kinderen of echtgenoot,  een zus en zwager op leeftijd. Zelfs in een serviceflat kan het mis gaan.

IMG_7747Dat malle gezichtje

Morfine dempte de pijn, die van tijd tot tijd aanzwol. Het lieve personeel, het blad met koffie en heet water voor thee en bouillon, het schemerlampje en dat malle gezichtje op het andere bed, van mijn positie uit gezien, dat de hele nacht bleef mee waken, vormden mijn decor voor de nacht. En de onregelmatige ademhaling. Het boek in de aanslag, een artikel over Vasalis, toepasselijk, op de Iphone. Mijn lievelings-woordenvangster en voorgoed aan het ziekenhuis verbonden, toen ik met haar hele oeuvre, drie dunne bundeltjes, de afdeling verloskunde binnenstapte met een tweeling in hun weeënde huls.

vasalis

Vasalis schreef in het gedicht ‘Zien’ uit de bundel ‘Vergezichten en Gezichten’:

Ik zie een boom. Een stam met takken, takjes, naalden.

Wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef.

Maar ’t is een lariks, hij beweegt zijn lange armen

met draperieën en hij danst en rouwt.

Wat ben ik oud.

Ik moet denken aan de oude, zieke, rode beuk van 170 jaar in het Wilhelminapark, waar hedendaagse nimfen, half zo oud als het leven dat vertrekt, dansen om haar stam om te eren wat ze ons geschonken heeft. Straks wordt ze gekapt. Zo stel ik me de Lariks van Vasalis voor, terwijl ze in het laatste stuk van het gedicht eindigt met:

Ik zie de zee, het water danst tot aan de horizon.

Daar blijft het bij: het doet me denken aan de zee.

Wat ben ik jong.

Je kan iets ‘oud’ waarnemen of ‘jong’. Het ligt er maar aan hoe je er naar kijkt.

Pijn vertaalde zich in grimassen en onrustig bewegen van de arm en het been van de niet getroffen kant. Ik voel me, alsof ik kijk naar die oude monumentale boom. Ieder mens is monumentaal op de dagen van het afscheid. Tegelijkertijd voel ik, als Vasalis die kijkt naar de zee, de jeugdigheid van een nieuw begin. Ooit dichtte ik over afscheid nemen en doodgaan  ‘Met slechts de stofmantel als wachter, ook al blijft die eenzaam achter’.

Zo voelt het. Dit is een leven geweest in volle heftigheid, waar nu alleen de contouren zichtbaar van zijn, op de linkerzij oogt het oud als de jaren zelf, op de rechterzij steekt jeugd boven het lijden uit. ‘Het leven snurkt en ratelt, zucht soms wat, terwijl de klok haar uren tikt en verder gaat, maar de tijd hier stille staat’.

Na een lange nacht en een lichtheid die niet komen wil, vult de wandelgang zich met dag en dienst. Mijmeren over ‘jong zien en oud zien’. Voer voor dromen en filosofie.

 

Uncategorized

Meer dan waard

Gisteren was ik al vroeg op pad voor de zaterdag. Twee lieve vriendinnen speelden in de bibliotheek voor de kinderen het verhaal van Moppereend uit, het prentenboek dat centraal stond bij de nationale voorleesdagen.  Heel veel jonge ouders met hun kinderen hadden zich al beneden verzameld bij de afdeling kinderboeken. Ik mocht er tussen door glippen om de dames een ‘break a leg’ te wensen. Half om half namen ze het verhaal nog even door, het ingenieuze kleine decor stond klaar voor ontvangst. Muziek werd getest en de laatste hand aan de make-up gelegd. Ze waren er klaar voor. Daar stroomde de ruimte vol met het kleine grut,

IMG-7684

Bibliotheken gaan steeds meer mee met de tijd. Vroeger waren het bolwerken van stilte en werd elk geluid ontvangen door verstoorde of verbolgen blikken. Niet in de kleine bibliotheek in het woonhuis in de Elsstraat, waar we als kind wekelijks vertoefden, maar wel in de grote statige bieb in het centrum van Utrecht, in de Voetiusstraat, een indrukwekkend gebouw, waar boven de deur nog steeds te lezen staat: ‘Openbare leeszaal’. Bibliotheken werden voor mij een bezienswaardigheid. Graag ging ik er bij een stedenbezoek binnen om de gewijde sfeer te proeven. In de tijd dat ik een avondstudie MO-A Nederlands deed, studeerde ik in de universiteitsbibliotheek, waar de stilte bijna sacraal te noemen was, omdat niemand wilde storen en ieder met toewijding met de neus in de boeken zat.

Maar het liefst waren de bibliotheken waar ik met de vinger over de ruggen mocht wandelen. De openbare bieb verhuisde naar de Oude Gracht en werd veel toegankelijker. Even binnen wippen behoorde tot de mogelijkheden. Ooit werd ik lid, maar dat was mijl op zeven. Ik vergat vaak de boeken voor de juiste datum terug te brengen. Een eigen bibliotheek aanleggen was een betere optie. Als ik wil kan ik een kamer vullen.

IMG_7421

Tijden lang was de boekenkast naar boven verbannen, maar ik miste teveel de sfeer, die ze opriep. Het is dubbel. Merendeel van mijn bezoek vindt het stofnesten, waar het voor mij alleen maar bezieling betekent. Uitleggen waarom je van een boek houden kan, is nauwelijks te doen. Voor mij draait het met name om de taal van een boek, mooie rijke zinnen met verbeeldingskracht. Geen platgeslagen nuchterheid, maar sfeergevoelige warme woorden. In gedachte moet ik meegevoerd worden naar nieuwe werelden, waar ik geen weet van heb, maar die eigen worden door wat het oproept en los maakt.

Ik hoorde de kleintjes tijdens de voorstelling onbedaarlijk schateren en genoot. Er is niet veel nodig voor werelds vermaak. Een doek, een vijver die verandert in een regenboog, twee oranje kussens als voeten en een eend die eend wordt door een pet met een hele lange snavelklep. Als eend moppert, dan kwakkert hij. ‘Kwakkerdekwakkerdekwak’.  Succes verzekerd.

IMG_6901

Kinderboeken als voorlopers op het grote lezen, omdat het zo heerlijk is om te doen. Het is de zoveelste grauwe dag op rij met regen en motter. Tijd om op reis te gaan, dit keer naar Amerika. Om mee te leven met Ocean Vuong en de poezie te vangen van zijn verhaal als zoon van een Vietnamese moeder in Amerika en de kracht van het woord. Tussen twee werelden schrijft hij zijn eigen taal. Een, die de moeite van het lezen meer dan waard is.

Uncategorized

In voor-en tegenspoed…

Ik kwam haar tegen op het parkeerterrein bij het winkelcentrum. De achterkant van de medaille. Een zus van. ‘ Ben je het echt’, vroeg ze. ‘ Ik geloof het wel.’  Heel even was de ontmoeting uit de context geplaatst, maar toen ze zei dat haar zus was overleden, met de toevoeging ‘kort daarna’ op tweede kerstdag, viel alles op zijn plek. Woensdagochtenden lang hebben we elkaar begroet, maakte ze grappen, babbelde ze honderduit en als zussen gevulde koeken gingen halen voor haar, het enige wat ze nog at, ademde ze ongerustheid tussen de kwinkslagen door. Doorschijnend zat ze met opgetrokken knieen, de nagels en de lippen vurig rood, op de stoel en telde af.

003

Ze was een markante vrouw. Lang en benig, kleurrijke sjaal bij bijpassende kleding op haar kale hoofd, waar al weer haar doorheen schemerde. Dat had ze me laten zien. Trots had ze de sjaal afgetrokken en streek over het zachte dons. ‘Kleinzoon vind het nog een beetje eng’, vertrouwde ze me toe. Met een handig routinegebaar trok ze de sjaal weer over het hoofd. Ze had na al die maanden geen spiegel meer nodig. De felle ogen achter de grote bril, de blossen en vuurrode lippen extra aangezet om een zweem van ziek zijn te maskeren. Ruwe bolster, blanke pit.

021

Zus schetste  haar laatste weken en het feit dat ze zich groot hield tot de pijn de overhand kreeg en ze op een punt aanbeland  was, waar ziek zijn en pijn zwaarder wogen dan het afscheid nemen. We stonden op het troostelloze parkeerterrein en de kou die ons deed rillen, kwam niet alleen van buiten. Als ik haar niet tegen was gekomen, was alles ongewis gebleven. In een oogwenk werd ik een stukje zus, een stukje familie en het lijdzame leven ingetrokken.

Zus brilde verdriet in meer rimpels en wallen dan anders achter het glas. Gearmd liepen we tot waar haar auto was. Een ontmoeting zo maar op straat, een oplopen voor een korte tijd, om elkaar weer los te laten.

Ik liep verder met het kunsttijdschrift onder mijn arm. Twee werelden even bij elkaar gebracht en nu weer ieder een eigen weg. Het werkte wat vervreemdend. Thuis besloot ik na het droedelen in het klein, wat groter te werken als voorstudie op een doek. Notorious Big als model. In potlood was het effect anders dan met de pen. Toen ik de volle wangen vorm gaf, trok het benige koppie er weer dwars doorheen. Ik zou haar moeten tekenen, zoals ze in mijn geheugen is gegrift. Voortdurend bleef de boodschap van vandaag door alles heen sluimeren. Ik keek naar the Voice, maar hoorde Robert Long met zijn ‘Liedje voor als ik er niet meer ben’.

Ze heeft een stempel gedrukt en betekenis gegeven aan het bestaan. Om haar heen zullen mensen zijn die terugdenken aan haar ‘stoere’ karakter met het zo gevoelige hart, die ontroerd kon raken door het minste of geringste. Vrouw, moeder, oma maar bovenal ook zus.  Drie zussen die haar kenden van de hoed en de rand, die ze van tijd tot tijd wegstuurde, omdat ze het gekwebbel zat was, maar waar ze zo van hield. Zussen, die haar steunden door dik en door dun. Zussen, die de make-up bijwerkten als het felste rood door de begrafenisondernemer was weggeveegd en die haar en eigen nagels rood lakten. Solidair lijdende zussen. De vier zussen bij elkaar vormden het paralelle leven en dat schiep een band, die groter bleek dan de aangegeven grenzen. In voor-en tegenspoed…

 

Uncategorized

Nu de biceps nog

Malle Pluis wil nog niet naar binnen. Ze is onder een terrasstoel gekropen en loert naar de somberte van de winterplanten op het balkon. Sinds ik het hekje weer tussen ons en dat van de buurman heb vastgeklemd op de rand, laat de witte kat zich niet meer zien. Het is maar goed ook. Pluis krabt haar het vel van de oren en vice versa. ‘Het is mijn balkon’,  hoor je haar denken, terwijl ze alle grijze haren imponerend op zet.. En zo is dat.

pluis in sneeuw Pluis toen er nog sneeuw lag

Gisteren voor het eerst weer naar de fysio geweest. Daar ben ik nog altijd, ook al is de conditie nul, de meest fitte die er tussen loopt. Er is een vrouw die de hele tijd praat, mompelt, roept. Ze heeft het tegen iedereen en niemand in het bijzonder. Ze maakt zich druk over de conditie van de man die van de loopband stapt en bleek wordt, naar zijn hoofd grijpt, gaat zitten. Ze kijkt me in paniek aan, schudt haar hoofd, mompelt ‘Als dat maar goed gaat’. Er staat een fysio en een stagiair bij. Ik vermoed dat het wel goed zal komen. Ze houdt hem angstvallig in de gaten. Er is een vrouw die moeizaam schuifelt van steunpunt naar steunpunt. Het handvat van de hometrainer, de greep van de crosstrainer, de stoel van de legpress, tot ze neerploft op de stoel van de bicepstrainer.

De man van de loopband is ondertussen weer opgeknapt en gaat naast haar zitten. Samen doen ze ups en downs. Ze bespreken ze niet. Een vrouw krijgt bij de ladder een looptraining, een voetbaltraining waardig. Er worden steeds leuke varianten verzonnen, die eerst voorzichtig maar allengs gewaagder worden uitgevoerd. De fysio legt mij vast aan het gewicht om de benen te trainen. De lieve praatgraag schoof door naar de legpress, babbelend over vakanties en wintersport. Ze zoeven in gedachte slalommend met z’n drieën al pratend van de piste af.

pluis sneeuwPLuis in oongerepte sneeuw

Wintersport is iets waar ik absoluut niet over mee kan praten. Ik hou van sneeuw, als ik ervan mag genieten. Maagdelijk wit, ongerept, bomen met hun witte pruikenpracht. Dus langlaufen had misschien nog gekund. Maar een piste, de berg afzoeven, en de after-ski dat alles is niet aan mij besteed. Een berghutje, de stilte en de schoonheid graag.

Ik hou mijn mond terwijl het gesprek verder gaat. Praatgraag is in haar element. Hoewel ze met een stok loopt, komen er glimmers in haar ogen bij de gedachte alleen al. Volgende week gaat ze al. Ze nemen de ultieme theorie door, benoemen haken en ogen en de ontlading bij het afdalen.

Wilskracht doet wonderen, bedenk ik me, als ze even later achter mij langs schuifelt met de stok, terwijl ze zwaar leunt op haar mans arm.

Ziezo, we zijn er weer. Dit jaar is er nog maar vergoeding voor één keer per week fysio. Dan zal ik naar de ‘sportschool’ moeten. Geen opgave. Het blijft daar ook  leuk, omdat er veel te zien is en te overpeinzen valt. Rustig aan beginnen en kalmjes uitbouwen. Vanmiddag eerst maar eens kijken hoeveel spinazie ik erbij moet nuttigen om het ijzergehalte omhoog te vijzelen. De Popeye in mij is wakker.  Nu de biceps nog.