Uncategorized

Wie weet

Alle zegen komt van boven. Er is ruimte voor thuiswerk. Het hoofdje van de engel houdt. Ze neigt met een kleine knik haar goedkeuring over het gewenste resultaat. Nu nog schuren, kleuren en aflakken. Het oude verweerde staat haar goed, alsof wijsheid in haar plooien is gekropen, maar eerst mag ze stralend wit, om daarna de jaren weer toe te laten op haar ultramarijnen sokkel.

IMG_0861

Vannacht belandde ik in een dorp in de voormalige DDR, nadat ik enkele hoofdstukken in het boek van Juli Zeh had gelezen. ‘Ons soort mensen’ geeft het dorpse karakter weer en dat is ook precies wat het verhaal behelst. Een inkijk in de levens en de intriges van een kleine dorpsgemeenschap waar verschillende belangen botsen met elkaar.De sfeer is er een van de ingehouden adem.

IMG_0860   IMG_0859 Lovende woorden

Ze bouwt met haar zinnen de karakters op. Ze staan levensecht voor de geest als je het boek verlaat. De droom was een logisch gevolg. Vannacht wandelde ik door Unterleuten alsof ik de bewoners allemaal persoonlijk kende en wilde waarschuwen voor de starheid waarmee ze hun verlangens naar voren schoven in de orde van het belang. Geen ruimte voor andersdenkenden. De milieuactivist, de paardenfluisteraar, de boze buurman, de grootgrondbezitter, de communist, ze waren allen overtuigd van hun persoonlijk gelijk. Vanmorgen werd ik wakker, terwijl ik al een uitstapje had gemaakt en nog net niet meegezogen werd in het geven van mijn voorkeur.

IMG_4490

De gierzwakluwen gieren er vrolijk op los onder mijn dakgoot, waar de kauwen eindelijk vertrokken zijn en hun luidruchtige gedrag geen wekker meer speelt in de vroege ochtend. Nu is het het gieren van die sierlijke vogels, waarmee ik wakker word en dat is geen straf. Vandaag vliegen ze laag. Het wordt een regenachtige dag, beloven ze. De insecten zitten laag, dus houden ze op ooghoogte boven het slaapkamerraam hun nijvere scheervluchten. Ze zijn me te snel af. Gisteren had ik er hoog in het blauw een voor de lens.

IMG_4526   IMG_4520

Door de hitte gisteren kwam ik slechts aan drie bedden wieden toe. De grond laat makkelijk los, ondanks de regen van vorige week. Voor me uit schieten de winterkoning, de merels en zelfs een puttertje steeds weer de pruimenboom in, die haar takken vol zoet fruit weet. Ze azen op de rijpe exemplaren, maar het is nog te vroeg om te plukken. Ook bij de bramen schiet het op. De houttuynia’s in de pot wurmen een bloem uit hun droge bestaan. Het zijn moerasandoorns, dus smeken ze met elke vezel water, maar het zijn pittige woekeraars. Ik hou ze voorlopig nog op hun plek. De oude maait, de achterbuurman maait en daar tussenin is er lome stilte.

https://plasticsoep.sites.uu.nl/wat-is-de-plastic-soep/

In het gesprek met kleinzoon gisteren kwam hij aan het eind van de ochtend met wat ideeën aan, waarbij de plastic soep toch wel op nummer een stond. Na de droom vannacht speurde ik internet af naar feiten. Op de site van de Universiteit Utrecht is een hele heldere uiteenzetting te vinden over deze plastic soep. Zo leer ik wat een gyre is en hoe het komt dat er op vijf plekken meer plastic drijft dan elders. Ze schrijven over plastic eilanden en de fantasie spitst haar kleine tentakels. Kom maar binnen en gooi het maar in het brein. Dan brouwen we een eigen soep. Of die soep lekker zal smaken? Wie weet.

 

 

Uncategorized

Waarom je van ze houdt

De ochtend lag er roerloos bij toen ik de deur van het portiek dichttrok en richting parkeerplaats liep. Zonovergoten zoals het betaamde op een feestdag als deze. Even daarvoor had ik voor het eerst sinds jaar en dag een lange broek en blouse gestreken. De glijdende bout over de stof, dat een een aangenaam glad oppervlak opleverde, de gevoelens die ondertussen heen en weer flitsten van feest, naar route, naar zomer, naar vroeger, hun vader op vleugels en de twee zonen, de moorkoppen om het te vieren en het ongewone, nee het bijzondere ervan. De bout streek niet alleen mijn kleding maar ook mijn gedachten glad. Mijn eigen meditatiemoment waar ik geen ‘om mani padme hum’ voor nodig had gehad.

 

Padma zo heette ook de kleine jongen van de documentaire van die middag. Hij werd in Ladakh in India geboren en bleek een reïncarnatie te zijn van een legendarische hoge Tibetaanse lama. Zijn oom zorgde voor hem, want Padma moest verenigd worden met zijn volgelingen. Hij wachtte tot hij gehaald werd, maar toen dat niet gebeurde nam zijn leermeester en peetoom hem mee om hem naar het klooster in Tibet te brengen, waarbij de tocht, voornamelijk te voet, dwars door India voerde. De hele film maakte een ongelooflijke indruk. Om het natuurschoon, om het leven met peetoom in diens kleine hut en de onvoorwaardelijke liefde tussen die twee, in de belevenissen van een rinpoche die ook kind is, om de moeder die achterblijft met een treurend hart, om het onvoorstelbare geloof dat hen kracht geeft om de barre tocht te maken. Toen de twee voor het Tibetaanse klooster afscheid moesten nemen van elkaar stroomden zowel bij hen als bij mij de tranen over de wangen.

IMG_3830

Maar ’s morgens was het feest. Zonovergoten zinderde het park met haar libellen als helikopters en de lelies in de gracht. De hoge zaal met deuren die aan alle kanten open konden en daarmee voor een heilzame koelte zorgde ademde feest met haar zilveren vlaggetjes. Een voor een druppelden de gasten binnen. Een bonte mengelmoes van mensen en culturen uit alle lagen van de vrienden van zoonlief en ons gezin. De studie, de voetbal, de buurt. Zo’n zestig mensen, veel jonge gezinnen, 35 jaar tezamen op een zondagmorgen.

IMG_4456

Twee keer werd er luid gezongen voor beide zonen. Er was soep en er waren lekkere broodjes, volop te drinken. De kleintjes werden zoet gehouden met nog een fles, korstbroodjes, crackers, en de bellenblaas waar helaas ook een toetertje aanzat, die de kleinzonen al gauw ontdekt hadden. Ze toeterden de jarige joppen naar hun nieuwe jaar toe. De allerkleinsten visten tussen de broodjes de zeepbellen eruit, die moeder blies of ze probeerden het zelf met een gretigheid waarmee het stokje bijna in de mond verdween. Kleine garnalenvingers van twee-jarigen zijn dwingelanden hoor.

IMG_4480 Schoon op.

Ik kwam dochter en manlief met haar drie jongens al op de parkeerplaats tegen en we kuierden samen op. De middelste kleinzoon vroeg me het hemd van het lijf. ‘Oma?’ ‘Ja lieverd.’ ‘Waarom schrijf je geen boek. Als je nou iedere week een verhaal schrijft, nu de Yaya-kronieken zijn afgelopen…’ ‘Dat red ik niet hoor, een verhaal per week.’ ‘Nou een keer in de maand dan. Ja, dan heb je’-ik hoorde de hersentjes kraken terwijl hij aan het tellen was- ‘tien, uh nee, twaalf boeken.’ ‘Dat is waar.’ ‘Dan verkopen we ze op marktplaats en dan wordt je rijk.’ ‘Wat een prachtig voorstel, maar lieverd, boeken moet je uitgeven.’ ‘O, dan geef je ze uit en verkoop je ze op marktplaats.’ ‘Meestal verkoop je ze dan in een boekwinkel, maar dan moeten ze heel goed zijn.’ ‘Maar oma, dat zijn ze ook.’

Soms hoef je niet te vertellen waarom je van ze houdt.

Uncategorized

Toen het leven nog rijker werd

Klaar was ik om uit de veren te springen, maar toen appte vriendinlief dat ze niet mee kon met de leesclub naar de theetuin in Millingen. Daar hadden we ons allemaal heel erg op verheugd. Samen uit, samen thuis is nog steeds een mooi principe. Op de vraag of andere vriendin en ik dan samen zouden gaan, aarzelde ik. Dat kon gewoon niet voor mijn gevoel. Wonderlijke principes komen dan ineens om de hoek kijken, de vier musketiers en in dit geval vijf. ‘Allen voor één en één voor allen’.  Ik besloot  het boek van Chabot, waar ik al in bezig was, uit te lezen, dan was ik in gedachten toch bij de boekenclub. Dat koste geen moeite, want het leest als een trein. Het lukte bijna.

IMG-0827

’s Nachts had ik een visioen gekregen hoe het hoofdje vast te maken op de onthoofde engel. Het eerste hoofd was veel te groot, dus nu in proportie. Het lukte wonderwel. Niet zo gepolijst en mooi als haar originele koppie, maar de houding was goed. Als de klei droog was en ze hield zich goed dan zou ik daarna alleen nog maar een beetje moeten schuren en schaven en aflakken. Maar de zon zette door en trok en trok aan mijn verlangen.

IMG-0834 Jip-en-Janneke-bramenpoortje

Toch even richting tuin om te maaien. Aan alle kanten waren de buren door het mooie weer weggelokt uit dagelijkse beslommeringen. Ook hier werd geschaafd. De achterbuuf lag op haar knieën te wieden en de buuf links besloot met me mee te maaien, dan hadden we maar een keer lawaai. Na het gras moest de doorkijk weer meer open. Door ons Jip-en Janneke bramenpoortje kon ik de achterkant goed snoeien. Die poort is de aanvulling op de literaire tuin met mijn twee Vasalis-appelbomen aan een stam, The wind in the willows van Pooh, die oase als in de Geheime Tuin van Hodgson Burnett, met de merels en de winterkoning en nu een stukje Annie.M.G. Schmidt toegevoegd met het poortje.

IMG-0840 Komkommerkruid/Borage/Bernagie

Het bloeide en groeide door de regenachtige dagen welig. Het gras van de maaier mocht niet meer onder het groot hoefblad, dan maar onder mijn eigen struweel. Een van de komkommerkruiden bloeide uitbundig en deed de naam van de Bernagie eer aan. Achterbuuf kwam even kletsen en we zaten op het pas gemaaide gras, een groen tapijt van zachtheid. Ik stopte al het gesnoeide hout in oude plastic tasjes, want ik was vergeten vuilniszakken te kopen en we trokken naar haar tuin, toen dat klaar was. We deelden mijn restant wijn uit de grote bloempot en de meegebrachte salade Caprese, buuf en haar man hadden knabbelchips en alcoholvrij bier. Zo werd het na hard werken in de late namiddagzon genoeglijk en knus.

Andre met daan en michiel

Vandaag weer een stralend begin. De jongens zijn jarig. 35 jaar geleden was het in de vroege ochtend om acht uur dat ik aan de deur van het ziekenhuis stond. Ik  had de drie dunne Vasalisbundeltjes onder de arm en een fles wijn voor de arts, maar tijd om te lezen was er amper. Om twaalf uur lagen onze twee zonen onder de lamp in de couveuse. Een maand te vroeg maar blakend van gezondheid. De jongste had een beetje knel gezeten en daardoor was alles in gang gezet. Die kleine couveusekindjes zijn inmiddels stoere sterke mannen. Straks gaan we met elkaar ontbijten in het parkrestaurant op net zo’n zonnige dag als toen, toen het leven nog rijker werd.

 

Uncategorized

Met zon en luchtigheid

Het uitgaansleven draaide weer op volle toeren, te horen aan het gerammel van de fietsen over straat en het geklater van de stemmen tegen de muren. Toch sufte ik weer wat weg en werd wakker met eindelijk weer licht en lucht in de bomen. Het was een heel ander gezicht dan de somberte van de donkere schaduwen voor het raam als het grauw en grijs was of als het siepelde van de regen.

IMG_0818

Gisteren was ik een beetje brak en de enige remedie daartegen is een krachtsoep naar oud en eigen recept. Bouillon trekken met verse rode ui, gefruit in olie, verse kruiden als koriander, peterselie en bieslook, aangevuld met ketoembar, koenjit en djahe,  champignon en wat bleekselderij, mie erbij en klaar. En rust. Gelukkig had de post mijn pakje bezorgd. Ik was van de week toch bezweken met al die mooie titels op het netvlies en nu kon ik met Bart Chabot en ‘mijn vaders hand’ (zonder hoofdletter) op de bank kruipen. Langzaam voelden lijf en leden beter en ook de geest verkwikte wat.

IMG_0822

Bart schrijft zoals hij spreekt en omdat zijn stemgeluid met regelmaat te horen is geweest op de televisie, vertelt hij zijn verhaal zelf. Tenminste, ik hoor hem doorsijpelen met de staccato zinnen in zijn boek. Hij schrijft zoals hij  praat.Met regelmaat val ik dwars door de zinnen heen naar mijn eigen jeugd. Een vader met losse handen, zo heette iemand die er op los sloeg vroeger. Er is herkenning op alle fronten.

Mijn vader was in de wijk degene die bij onmin gehaald werd omdat hij politieagent was. Het kwam met regelmaat voor dat hij een ruzie moest sussen of beslechten door te blijven praten als brugman en zo zijn gezag te laten gelden. Onze buurman kon er wat van. Hij en zijn zonen stonden soms als kemphanen tegenover elkaar, de oude rood aangelopen, met een nek die strak stond van drift, waar de aderen als kabels oplagen en ogen die zijn slachtoffer vastpriemden op zijn plek. ‘Waag het eens’. En altijd waagden ze, de jongens, want twee van het stel hadden een aardje naar hun vaartje.

Er komt ook geknutsel en geklooi met brommers aan te pas met zijn vrienden in de achtertuinen en schuurtjes. Het kon zo gek niet gaan of er stonden bij ons ook fietsen op hun kop en later brommers in de tuin om aan gesleuteld te worden. In het boek komen de merken langs: Kreidler, Zündapp of Berini, Puch, Tomos, Mobylette. Als je een sjorsklant was dan had je een Puch of een Tomos, als je een vetkuif was dan reed je op een buikschuiver en als je een meisje was dan had je een mobylette, maar ik had een kreidler voor dames. Geen stadse fratsen maar een stoere lange afstandrijder.

Bart lag in het bovenste bed van het stapelbed, dat hij deelde met zijn zusje. Wij hadden nog wel een meisjes-en een jongenskamer. Twee stapelbedden bij de meisjes, drie stapelbedden en een opklapbed bij de jongens. Hij had nog een laddertje om boven te komen, maar wij klommen aan de achterkant op de spijlen van het bed.

IMG_0821

Zo hop ik heen en weer met dit verhaal van nu naar vroeger, naar zijn ouderlijk huis in den Haag via het onze in het Ondiep in Utrecht naar het nu en hier, met Pluis aan mijn voeten. Het boek is nog lang niet uit. Er zijn nog aardig wat wandelingen te maken. Nu eerst in de benen, want de dag roept eindelijk weer met zon en luchtigheid.

Uncategorized

Goed lezen is een kunst

Vanmorgen kwam met de krant de column van Asha Ten Broeke mee. Ik lees haar graag. De titel was intrigerend en prikkelend: ‘Ik ben door de gaten van de wereld aan het vallen’. Een bekentenis naar aanleiding van het boek van Katherine May in haar boek ‘Wintering’, waarin ze schrijft: ‘Er zitten gaten in het weefsel van de alledaagse wereld.’

wintering

Prachtige beeldspraak van beiden. Er volgt een verklaring voor May’s definitie van ‘Wintering’, een braakliggende periode dat een mens overkomen kan en de oproep om toch vooral die momenten niet als een taboe te beschouwen. Ze vraagt zich af waarom we de winters vrezen. En daar, precies daar, gebeurt het. Een barstje in de verhandeling. Ik voel me in het geheel niet aangesproken. Ze veralgemeniseert nog door. Ze noemt het ‘de actieve acceptatie van droefenis’. In mijn gedachten gaan deurtjes open en dicht. Het is er een drukte van jewelste. Er klinken flarden door. Wie zegt dat ‘we’ de winter niet aankunnen, wie zegt dat ‘we’ droefenis wegstoppen, wie zegt… Het murmelt lange tijd door.

Er zijn vrienden en vriendinnen onder de mijne en ikzelf, die juist wel aan zichzelf denken en voor zichzelf zorgen. We weten dat de winterperiode een moment is van zelfzorg en onderduiken. We cocoonen de winter door en zijn zielstevreden. Even geen mensen, even geen meningen, even helemaal niets. Het virus zorgde dit jaar voor een soort kunstmatige winter vind Asha, maar ik heb zo intens de lente beleefd, dat ik die gedachte niet met haar kan delen. Het zorgde juist voor een flinke zelfreflectie en ik weet zeker dat dat anderen ook overkomen is doordat de hectiek van het dagelijkse leven  letterlijk stil viel. Angst waarde rond, cijfers en feiten, gissingen en meningen werden uitgewrongen in de kranten, maar de lucht was blauw en schoon, de rust weldadig, de vogels alom aanwezig en de bloemen en het groen weliger. De eenzaamheid zorgde juist voor een intense beleving van dit alles. Verdriet, angst, verlangen kregen een plek door er over te schrijven en te mijmeren, geen gaten in mijn wereld, maar een weefsel van draden om het verlies en het treuren om al die mensen die het zwaar hadden,  in te bedden en op te vangen.

Ik kan niet oordelen over het boek ‘Wintering,’ want ik heb het niet gelezen, maar ik voelde me niet aangesproken, vandaar de kleppende deuren. Wel is het fijn dat het bewust maakt  en Asha haar voornemens vertalen laat in de prachtige zin: ‘Laat mij alleen maar even mijn wortels zijn, dan kom ik later wel weer bloeien’.

IMG_0817

Als ik reviews doorspit blijkt het boek een kijk op de wereld te zijn door haar eigen persoonlijke bril. “There are gaps in the mesh of the everyday world, and sometimes they open up and you fall through them to somewhere else’ zegt May letterlijk en ook Asha beschrijft haar val: ‘Ik las Mays boek omdat ik door de gaten van het weefsel van de wereld aan het vallen ben’.

Zo, de deuren kunnen weer dicht. De aanleiding voor het schrijven van Wintering was een onderdompeling in een zware periode van haar leven door een plotselinge ernstige ziekte in haar familie, waarna ze met inspiratie de middelen vond om dit bevroren leven weer tot bloei te laten komen in een helende kracht. Winteren voor de een, somberen voor de ander, verankeren voor een derde. ‘Na regen komt zonneschijn’, klept Moeder nog even gauw door de deur en ‘Na lijden komt verblijden,’ vult oma aan. Het is goed. Er staat weer een nieuw boek op de verlanglijst. Goed lezen is een kunst.

Uncategorized

Alle zegen komt van boven

Wat is het een heerlijk gevoel als er een knoop wordt doorgehakt. Geen engel te vinden in het kringloopcircuit, dan maar zelf aan de slag. In mijn zoektochten had ik de zelfdrogende klei meegenomen. Naast allerlei professionele soorten als terracotta, bentoniet en chamotte vond ik ineens ook die goeie ouwe Das-klei. Dat bracht én herinneringen aan werk op school én de wetenschap dat er goed mee te werken viel. Dat had het verleden al bewezen. Er kwamen onlineadressen langs en winkels voor kunstenaarsbenodigheden, maar ook de boekwinkel hier op het plein. Een heerlijke bijkomstigheid was dat het een euro goedkoper was dan de online te bestellen plus een tientje aan verzendkosten. Spekkoper dus en op naar het plein.

IMG-0791

Eerst nog wel even wat werken aan het doek van de opdracht. Bij inspiratie moet je het ijzer smeden als het heet is. Het viel niet mee, een miniatuur hoofd dat weerspiegeld wordt, maar er ontstond iets terwijl de regen, soms druilerig, soms met pijpestelen, het balkon nat hield en Pluis troosteloos en verlangend naar buiten bleef kijken.

Bij de winkel kreeg ik er gratis een verhandeling bij over de slechte levering tijdens de crisis, want het goedje moest uit Italië komen ‘En U weet…’ Ik wist het, gelukkig was er nu weer voorraad en ik was de koningin te rijk. Natuurlijk moest de onthoofde Engel opgehaald worden om maatwerk te kunnen leveren. In mijn gedachte was ze groter en sneeuwwit geworden, naar de beeltenis van een aantal jaren geleden. Ze stond er op haar groene sokkeltje(een omgekeerde keramieke vaas)echter verweesd en verweerd bij.

IMG-0804     IMG-0806

In het atelier stonden al een aantal weken doeken te wachten op de finishing touch. Het was te nat voor het werk in de tuin. Waar de energie vandaan kwam weet ik niet, maar ineens kreeg ik de geest en achter elkaar sijpelde de concentratie door met vasthoudendheid tot er drie klaar waren. De voldoening was groot.

IMG-0803  IMG-0793

Een inspectierondje tuin zorgde ervoor dat de Bergamot weer recht stond, evenals de wilde Bertram die vervaarlijk voorover boog en zich bijna met het hart op het gras had gevleid. De vrouwenmantel weerspiegelde de schoonheid met grote dikke droppels als regenboogkristallen op het blad en de Melde leek wel een fijn spinrag met die glinsterende pareltjes in haar bloemtooi. Natuur was overtuigend.

lier Een poot van de liertafel

Bij het groeten werd ik door de oude uitgenodigd om zijn rariteitenkabinet te bewonderen. Op de maatkast aan de ingang waren twee ornamenten gekomen en op de grond was geen graspad meer, maar waren er grote witte marmeren tegels die hij een voor een per keer naar de tuin had moeten slepen. Er was vooral veel om te bewonderen. In de grote kas, waar hij nu zijn huis van had gemaakt, stond een antieke liertafel van zijn tante, opgekalefaterd en in oude luister hersteld, te pronken. Prachtig zag ze eruit. Een poot was gaan rotten en afgebroken, maar juist zij maken de tafel zo bijzonder. Met veel geschaaf en geschuur, houtlijm en bergen geduld van zijn kant stonden er nu weer twee lieren onder. Ik kreeg een heel verhaal te horen over een slangenbezweerder, waarbij hij vaag naar zijn tuin wees. Met de ringslang als tuinhave had ik een grote mand met fluit voor ogen, alleen kon ik die nergens ontdekken, totdat hij sprak over een knik in de slang. Hij doelde op de tuinslang. It is all in the name.

Boven de weg terug, langs de sloot, werd de lucht zwaar en dreigend. Net op tijd bereikte ik de kleine blauwe Prins. Veilig binnen constateerde ik tevreden; ‘Alle zegen komt van boven’.

Uncategorized

Samen glijden we de avond in

Er groeide een berenklauw in de buitenrand van de tuin aan het pad, dus te gevaarlijk. Ik hou van die prachtige monstrueuze planten, maar dan moeten ze wel op veilige afstand staan, in de bermen of zoals hier, aan de overkant van de sloot in de tuin van Copijn, de boomspecialist. De wijze waarop de bloemknop zich uit zijn cocon pelt is iedere keer weer een wonder. De natuur strooit met cadeautjes als je er open voor staat.

berenklauw 1 Aan de overkant van de sloot

De man die vrijwillig het terrein bijhoudt en onkruid wiedt heeft hem voor mij eruit gehaald met plastic handschoenen aan en moest diep graven. ‘Hij groeit door tot in Australië’, grapte hij, want de pen zat diep. Het deed me denken aan school en de tunnels die de kinderen groeven in de zandbak, waarbij ze ook altijd naar de andere kant van de wereld wilden, wat weer goed was voor een geografisch onderzoek. Waar zaten wij en wat was dan de andere kant. Hilarisch.

cecile en elsa

Om hem er door te kunnen laten gaan met de traktor snoeide ik van te voren als een haas de wilgen aan de achterkant. Het groeit met dit weer tegen de klippen op. Achterbuuf kwam trots vertellen over de nieuwbakken kleinzoon en van de buuf schuinachter kreeg ik alweer de titel van een nieuw boek. Ik mag van mezelf echter niets meer aanschaffen voor ik het stapeltje te lezen boeken heb geslecht.  De aanrader was een biografie van de hand van Elisabeth Lejinse over twee freules, de zusjes Cécile (1866) en Elsa (1868) de Jong van Beek en Donk, twee strijdbare freules, die een roerig leven hebben geleid.

IMG-0785

Een bruin zandoogje trok de aandacht, dankzij het veelvuldig bloeien in de tuin vinden steeds meer soorten hun weg. Het gonst en het bromt hier aan alle kanten. Ik dacht dat de moerbei alweer volop in vrucht stond, zonder haar nader te inspecteren, maar toen ik dichterbij kwam bleek het de bramentak die er bovenuit stak. De bril is denk ik aan vervanging toe. Dichterbij zagen we de vruchtjes klein en onrijp in de oksels zitten. Geduld is een schone zaak nog even wachten en dan kan er moerbei-jam worden gemaakt. De bramen schieten al aardig op. Ze zijn mooi groot en vol.

IMG-0776

Als ik uit de tuin loop kan ik niet anders dan nog een keer de Bergamot vereeuwigen, die zich zo trouw en dankbaar aan het uitbreiden is. De buurman op de hoek haast zich voort, er is teveel te doen en hij heeft te weinig tijd. Groeizaam in alles, dit weer, dus ook het onkruid tiert welig. De zwanenbloem steekt fier haar prachtige roze schermen boven het water uit aan de slootkant. Deze mooie moerasplant gedijdt hier goed. Getroffen door de schoonheid vergeet ik een foto te maken.

IMG-0782

Thuis zoek ik het boek van de beide freules op. De zonen hebben een verhandeling over wat gezond eten is. De jongste was de hoeveelheden vergeten die hij vroeger aan snoepgoed en blikjes aankon. ‘Echt?’vraagt hij  ons met ogen groot als schoteltjes. Hij houdt er nu een zeer uitgebalanceerd dieet op na, de hoeveelheden gewogen, de verschillende ingrediënten in balans. Elke ochtend maakt hij de maaltijd voor die dag klaar voor hij naar het werk gaat. Ik heb bewondering voor die discipline, want hij houdt het al bijna twee jaar vol.

Ik kom die avond niet verder dan de kwart pizza van gisteren. Die nog steeds heerlijk smaakt. Pluis nestelt zich gezellig naast me op de bank. Samen glijden we de avond in.

 

 

 

 

Uncategorized

Een waarheid als een onthoofde engel

Een queeste naar de Engel, daar was deze onstuimige maandag goed voor. De arme, die al tien jaar in de tuin waakt, staat nu al een goed half jaar onthoofd te zijn. Ik heb gepeurd in het kleine vijvertje of daar iets op de bodem ligt, maar waarschijnlijk kolk ik er met de schep steeds omheen, want bij iedere diepgang is er slechts leegte.

Als je eenmaal een lieftallig koppie in je hoofd hebt, dan valt elke andere beeltenis in het niet, omdat overal te voor staat. Te protserig, te groot, te kinderlijk, te engelachtig, te klein. Het is een ware graal. Iedere keer denk ik ‘nu ga ik klei kopen om het zelf te maken’, maar steed weer is er de hoop eenzelfde exemplaar te vinden. Hoe iets geliefd kan zijn. Ze schrijft natuurlijk ook geschiedenis. Heeft mijn tuin zien groeien op haar sokkeltje en bloeide op in het voorjaar , trotseerde wind en regen en in de winter speelde ze ijskoningin.

engel met hoofd

Twee kringlopen hier op het industrieterrein, een in Eemnes en een in Naarden en tenslotte nog een in IJsselstein en toen kon ik geen pap meer zeggen. Eigenlijk zijn kringlopen niet geschikt om doelgericht te zoeken. Kringlopen zijn er uitsluitend voor toevalligheden en ontdekkingen. Ik had nergens anders oog voor dan voor beeld. Ik zag Hollands kitsch in grote getale voorbij trekken, veel herder en herderinnetjes, oude opa in leunstoel, grootmoeder leunend op de stok, cherubijnen in kleur een arsenaal aan science fiction warriors, moderne moeder met kind, dikke dames, maar nergens een wit albasten (nou ja) engel.

Het was spitsroeden lopen. Er was veel volk op pad die, hoewel ze zichtbaar tot de kwetsbare groepen behoorden, gezellig een dagje aan het kringlopen waren. Ze goochelden met mandjes en manden, liepen tegen de geadviseerde eenrichting in of raakten de weg naar de trap kwijt. Ik slalomde er om heen en ‘gel’de veelvuldig tussendoor. In Naarden was het heel druk en moesten we buiten wachten. Binnen was het complete chaos en daar bleef ik zegge en schrijve met een veilig winkelwagentje precies tien minuten binnen.

Onverrichterzake keerde ik huiswaarts met een overload aan scheppingsdrang, maar uitgebluste energie. Er stond zelfgemaakte pizza op het menu, nou ja, dat wil zeggen, een courgettebodem hoefde alleen maar in de oven geschoven. De bekleding werd een kunststukje met tomatensap vermengd met rode pesto en verse oregano, mozzarella, voorgestoofde ui, champignon en paprika, en er bovenop verse babyspinazie met, als finishing touch, Parranovlokken en basilicum. Dat was in ieder geval een voltreffer, dus het gevoel van onvrede werd al genietend gerestaureerd. Geen haast bij het engelenhoofd en vast een keer te vinden. Ze stond nu als torso onvolmaakt volmaakt te zijn.

In een van de kringlopen trof ik mijn ex-collega’s uit mijn eigen kringlooptijd. Door alle rimpels en groeven heen wisselden we de twintig jaar uit dat we elkaar niet gezien hadden. Lief maar ook heel veel leed, een arsenaal aan aandoeningen, tot aan een rolstoel toe en toch weer herrezen als taaie doorzetter en nu stonden we te wiebelen op de benen, wilden eigenlijk zitten, maar bleven toch staan. Fijn om elkaar in het leven even ‘aan te raken’ om vervolgens weer door te kunnen gaan met een hoofd vol herinneringen van wat kennelijk toch ooit die goeie ouwe tijd was geweest, al was het toen ook sappelen.

288_6119

In de auto realiseerde ik me wat ik allemaal vergeten was te vragen en te vertellen, maar wist dat die kans weer ergens zou komen. Ooit, ergens, net als de engel.  Het komt op je pad. Of zoals een tegeltje in een van de kringlopen het antwoord gaf: ‘Geluk is geen mooie vlinder waar je achteraan moet rennen, maar een schaduw die je volgt als je er niet aan denkt.’ Een waarheid als een onthoofde engel.

Uncategorized

Zo’n heerlijk moment van groei

In de Volkskrant van vandaag staat niet Aaf Brandt Corstius in Wibra, maar heeft Katinka Polderman het stokje voor een week overgenomen. Ze schrijft over wachtende moeders bij scholen. Specifieker nog, wachtende moeders in de regen ‘alsof de wereld een reusachtig aquarium is geworden‘. Ze spreekt van moeders, niet van ouders. Een van de dingen die ik van de reguliere scholen nooit heb begrepen, is het buitensluiten van de ouders bij het halen en brengen van de kinderen.

ouders in school2 Open ruimte

Alles naar binnen is niet altijd ideaal vanwege de ruimte, maar eindeloos veel beter dan  dat troosteloze wachten, dat iedereen normaal vindt. Het houdt ouders letterlijk op grotere afstand van het hele leerproces. De Jenaplanschool was ontworpen vanuit het oogpunt van de gemeenschapszin. Opvoeden doe je samen. Alle wanden konden met een harmonicasysteem volledig aan de kant geschoven. Er zat lettelijk muziek in de school. Er mocht te allen tijde worden binnengelopen als de deuren open stonden. Was de deur dicht, dan was er sprake van opperste concentratie en niet storen.

ouders in schoolTrots laten zien wat je gedaan hebt

Aan het eind van de schooldag schoof ik de harmonicadeur open en kon iedereen, als men dat wilde, meegenieten van de laatste kring of we sloten af aan lange tafels met het resultaat van een gezamenlijke kooksessie en wat overbleef werd verdeeld. Het leverde een hartelijke en warme sfeer op, die ouders vertederd naar het kroost deden kijken en de kinderen trots naar hun ouders. Een moment van aandacht voor elkaar, het kind in een groepssessie is een ander kind dan een op een. Een blik in de keuken wat niet zelden wederzijds begrip en respect opleverde.

ouders in de school 4Ouders in de groep

De bereidwilligheid om mee te denken in de aankleding van de groep of de extra ruimte naast de groep was er. Als we in de onderbouw een oerwoud nodig hadden, waren er altijd mensen die aan kwamen slepen met bossen riet uit eigen tuin of stro voor het nest van de Flierefluiter, ze naaiden een levensgroot Annie M.G. Schmidtboek in elkaar of zorgden er voor dat Langnek op het schoolplein stond, het evenbeeld van de Efteling in papier-maché. Ze waren meer dan ouders alleen, ze waren belangrijk onderdeel van het hele leerproces. Het leidde tot wederzijds begrip en was geen inbreuk op het lesgeven maar een verrijking.

ouders in de school 3Kwaliteit

Het uitgangspunt in visie en concept verschilde. Van oorsprong was het een school, die door ouders werd opgericht in het midden van de jaren zeventig. De huiselijke sfeer zou worden doorgevoerd in de lokalen en met de komst van de nieuwe school, ingericht op de vier belangrijke concepten van het Jenaplan, werk, spel, viering en gesprek, waren er open groepen gemaakt, die uitkeken op de gemeenschapsruimte in het midden, in harmonie met de open sfeer. In de ochtend was er een inloop van een half uur, waarbij we om de tafel zaten, ouders met hun kind een werkje uit de kast deden of voorlazen. Het zorgde voor een spontane verbinding.

Ouders in school, niet alleen wanneer je helpende handen nodig hebt, maar als aanvulling op kennis. Gebruik maken van elkaars kwaliteiten geeft rijkdom. Als ik terugverlang naar die tijd, dan op de eerste plaats naar de kinderen en collega’s maar ook naar de ouders en hun verhalen en de vergulde blikken als de kinderen hun ouders konden laten zien wat ze geleerd hadden. Onmisbaar en van grote waarde en derhalve van onschatbare betekenis, zo’n heerlijk moment van groei.

Uncategorized

Woorden met een eigen betekenis.

Terwijl ik aan het lezen ben over Tove Ditlevsen die, volgens de review van Sofie Messeman in Letter&Geest van 27 juni 2020, een buitenbeentje is in kille kringen, sla ik aan het dagdromen. De eerste zin van het artikel is intrigerend en uit de koker van Tove zelf: Je kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’. Zij schrijft over haar jeugd in de naoorlogse jaren twintig in Kopenhagen. De wijk is spijkerhard en de problemen zijn volks. Ruzie, drinken, vreemd-gaan, men kent er werkeloosheid en armoede.

 

Ik mijmer uit de brij van woorden weg naar het moment dat de Wijze en ik uit elkaar gingen en ik terecht kwam met mijn zusje in een tweekamerappartement in een straat in Utrecht. Op het platje, dat mijn balkon vormde, trok het gewone leven voorbij op de golven van de weemoed van Loudon Wainwright achter de vele ramen pal tegenover mijn openslaande deuren. Er werd gevreeën, ruzie gemaakt, gehuild, geschreeuwd, gekookt, ik hoorde het rammelen van de pannen en verdronk moeiteloos in die andere tijd, lang geleden.

Als ik terugval, even plotseling als ik eruit weggleed, bemerk ik dat ik de woorden heb gelezen, maar niet de betekenis ervan. Ik moet terug naar waar het dagdromen aanving om te weten wat ik lees. Kindertijd is een bron van kleine voorvallen die aaneengeschakeld het leven hebben vorm gegeven. In de vakantie in Katwijk met de vier zussen hebben we het er over gehad, mijn rebelse karakter, dat zo veel octaafhoge intervallen veroorzaakte in het dagelijkse bestaan. Ik noemde het opstandige tegenover hen ‘dom’, maar vraag me nu af of beide kwalificaties juist waren. Het was misschien wel het grote verlangen naar iets wat er niet was en waar ieder kind naar hunkert. Zoals ik mezelf voor ogen had als kind was ik voortdurend op zoek naar ‘aardig gevonden worden’ om daarmee overladen te kunnen worden met lekkernijen, de koekjes van mevrouw Kraan, de geurende plak cake bij buuf Klarenbeek, de zachte witte sneetjes brood met roomboter en suiker bij de familie van Wijgerden, ik was een suikerzoet kind. Waar kwam de focus en de hang om aandacht vandaan. Ik was de eerste van de meisjes na zes jongens, dus zal het aan aandacht als baby niet ontbroken hebben. Ik werd overal onthaald op die lekkernijen, daar lag het ook niet aan. Wat zorgde ervoor dat ik altijd buiten de deur op zoek ging naar de zoete geneugten van het bestaan, zo jong als ik was. Het was geen domheid, het was gemis.

dagboeken

Tove verpakt haar hunkering in woorden, in Poezie. Ze zegt: Ik bracht de kopjes naar de keuken en in mij begonnen lange merkwaardige woorden als een beschermend vlies over mijn ziel te kruipen’. Ze is van kindsbeen af een buitenbeentje geeft Sofie Messeman aan. Datzelfde gevoel is er altijd geweest en er is herkenning als ik terugdenk aan de weemoed waarmee ik in dagboeken optekende hoe ik me voelde, pure emotie verpakt in hartstochtelijke woorden. Als ze aangeeft dichter te willen worden zegt haar vader dat een meisje dat niet kan worden en op de vraag wat een meisje wel kan, geeft hij aan: ‘Eigenlijk niets’.  Een staaltje onderschatting waar horden zo over gedacht hebben en die met strijd en weerwoord geslecht is.

dagboekfragment

Tove schreef een drieluik en dit is het eerste deel: ‘Kindertijd’, de andere twee zijn nog niet vertaald. Ik moet een beetje doorlezen, want de stapel te lezen boeken in mijn hoofd wordt groter en groter. Ik hoop op een vertaling van de andere twee en ben benieuwd waar het ons brengt en daardoor aan mij nog meer dagdromen en woorden met een eigen betekenis.

 

Uncategorized

Zwart vulkaanzout

Vriendinlief had geappt. Tijdens de lange coronastilte hadden we enkel af en toe contact gehad via de app. Normaliter gingen we ergens in het jaar iets leuks doen, een museum, samen lunchen of een stukje wandelen of alle drie tegelijk. Nu was het er nog niet van gekomen. In de tussentijd was er mantelzorg geweest, een oneindig schipperen tussen een zorginstelling die op slot zat, een mannenhuishouden, haar eigen gezin, teveel bijna om alles te regelen.

We spraken af in het meest knusse restaurantje wat ik ken. Het kleine brugwachtershuisje ‘Kingsdish’ met als specialiteit Minahassagerechten.  De auto voor de deur bij vriendin en lopend er naar toe. Een kippe-eindje. IJsselstein is ‘ons kent ons’. Het halve stadje heb ik aan kinderen onder mijn hoede gehad. Het was als thuiskomen. Vriendinlief vertrouwd, de eigenaren van het restaurant vertrouwd, tot de passanten aan toe. Het gerecht was al besteld. We gingen voor de gado-gado. Het was de tweede keer dat ik met mijn hoofd in Indonesië verkeerde, deze week en laafde me aan de batik kleden, de ondersteunende lieflijke gitaarklanken van de eigenaar, een troubadour met het verleden in de ogen, ook een stuk van mijn verleden. De zachte trekken van vriendinlief, de zorgzame handelingen van de gastvrouw des huizes, met liefdevol ingeschonken pinot, de gado-gado prachtige gerangschikt. Alles had een bijzondere klank. We proefden het zwarte vulkaanzout, goud op de emping en de krupuk udang, daarna geurende jasmijnrijst, verse groenten, goudgele pindasaus. De keuze tussen spekkoek en pandancake was snel gemaakt. Spekkoek toch, met jasmijnthee. Heerlijk.

IMG_0733

Wat er allemaal voorbij schoot aan verhalen. Moeiteloos overbrugden we de radiostilte van de maanden daarvoor. Over en weer vlogen de wetenswaardigheden over de tafel. Een aandoenlijk verhaal was de wens van de vader voor zijn verjaardag. Hij wilde geknuffeld worden. Iedere minister uit dit kabinet zou zo’n wens moeten horen en visualiseren. Oude mensen die verlangen naar een knuffel en niets anders. Dat geeft nog meer te denken dan alle alarmerende boodschappen uit de verpleeghuizen. Vriendin en dochter bedachten zich geen ogenblik en naaiden een plastic knuffelpak met vier armen. Een emotionele ervaring. De hele middag lang had ik de neiging om te knuffelen. Het bleef natuurlijk coronawijs bij luchthanden, luchtkussen of namasté. Aan het eind maakten we een foto van het gastvrije duo en  vooruit, een met mij en een met vriendin erbij. Daaar kwam nog een vriendin aanlopen en het werd een emotioneel weerzien op de brug, we hadden ooit samen in de band gezeten en het schepte een band voor het leven. Weer die luchtbrug om elkaar te bereiken en het spijtige van het moment om elkaar niet in de armen te kunnen vallen. Ze was oma aan het spelen en als ‘een echte’ haar telefoon verloren door de chaos van kleinkind, school, geroezemoes en haast.

IMG_0732

We kuierden weer terug naar huis en ik bewonderde  het schilderij van de oudste dochter, die ooit bij mij als vierjarige, verlegen, verscholen achter moeders broek, mijn leven binnen was geslopen. Zo trots ik was op de creativiteit van, nog altijd, mijn lieve schatten.

Het afscheid was warm en de wens snel naar  Tilburg te gaan als een belofte voor straks in het najaar gemaakt. Als de gedachte doorsijpelt in de nacht en ik me realiseer dat het alweer bijna volle maan is, voeden de warme ontmoetingen van die dag de slapeloosheid tot ik om half zes weer insluimer en droom over baboes, Minahasa, troubadours en zwart vulkaanzout.

Uncategorized

Los geld in de knip

Een soort fietskarretje dat je achter je aantrekt rolt gezellig met me mee. Tuinkwekerij met hebbedingetjes. Boven al die pracht hangen in mijn beeldvorming visioenen van hele bedden ruim bloeiende planten, scabiosa, phloxen, de lythrum sallicaria en tot mijn grote vreugde het Zeeuwse knopje ofwel de Astrantia Major. De laatste gaat samen met de rudbeccia en de scabiosa mee naar de tuin. Twee grote planten van de Astrantia en vier van elke soort kleine exemplaren.

IMG_E0701  Het Zeeuwse knopje

De beddendichtheid in de tuin valt reuze mee. Er is nog genoeg ruimte waar welig tierende hondsdraf en bosaardbei, brandnetel en grassen zich tussen kunnen wurmen. Tevreden kijk ik naar de nieuwe aanwinsten die allen hun plek vinden en naar de oude die aan beginnen te slaan.

IMG_0707

De prachtige Bergamot vormt een echt bed, als van een foto in een tuinblad.Op de dankbare Verbena zit een prachtige oranje vlinder. Zo vormt zo’n klein hoekje een kleurexplosie, oogstrelend. Als ik thuis ben heeft Pluis iets wapperends in haar bek. Het is een arme zwarte vlinder. Ze hapt, laat vallen, slaat er naar, hapt weer en ik ben veel te laat. Deze vleugels vliegen niet meer. Zoonlief verlost het diertje uit haar lijden, waar ik versteend blijf als een standbeeld.

IMG_0704  IMG_0721

De vrouw voor de Jumbo mag kennelijk niet meer bij de uitgang staan en staat verder weg. Ze zegt niets en kijkt. Haar kleurrijke sluier slordig over de haren getrokken, de map in haar handen geklemd. Twee bruine ogen waar zelfs de vraag niet meer in te lezen valt. Ze heeft zich neergelegd bij het Corona-lot. Sinds lang zit er een briefje van vijf in de portemonnee. Als ik het haar in handen geeft, opent ze de map en tussen de schone plastic schutbladen zitten kleine boekjes met acht gedichten. Ze wil geld terug geven, maar ik vertel haar, dat ik haar zo vaak voorbij moet lopen omdat ik geen los geld had en dat het zo goed was. Ze schuift verlegen haar hoofddoek naar achteren. Ik gis naar haar land van herkomst in gedachten. Peru, Bolivia, denk ik en dus ver van huis.

IMG_0729

De gedichtenbundel is ontstaan omdat het straatnieuws  noodgedwongen haar deuren sloot en de inkomsten voor de verkopers tot het nulpunt daalden, terwijl de voortzetting ook niet zeker was. Dichters uit het Utrechtse gilde werkten mee om straatverkopers overeind te houden met de verkoop van hun acht gedichten. Ik vind er ook een gedicht in van Ingmar Heytzen over ‘dakhebbenden’ die het juk meetorsen van ‘nooit meer niemand en nergens te zijn’.

IMG_0728

Vrij om niemand en nergens te zijn en op te kunnen gaan in het luchtledige. Je voort kunnen bewegen zonder dat iemand je mist, of kent of aanspreekt, een anonieme wandelaar door het leven. Ingmar heeft ongetwijfeld een dak boven zijn hoofd en kan daarmee dagdromen over zo’n bestaan, maar de dakloze, is hij of zij daadwerkelijk vrij?

Ook dan moet je elke keer weer op zoek naar een slaapplaats en naar eten. Ik denk terug aan de zwerver van laatst met zijn twee thermoskannen onder de brug en aan Swiebertje, de romantiek van de zwerver uit mijn jeugd. Vrij van regels, de non-conformist bij uitstek. Die vrijheid strookt met de woorden van Ingmar.

Ik heb, samen met de wijze, maar een keer een nacht op een bank geslapen in een groot park in Arnhem, omdat we de laatste trein gemist hadden. Op vakantie ook één keer aan de rand van een aardappelveld en nog voel ik de angst van het ontdekt worden waardoor ik geen oog heb dichtgedaan en dat was dan nog maar een incident.  Wat voor de een vrijheid is, kan voor de ander een kwelling zijn. De Swiebertjes onder ons, de zorgenvrije zwervers, zijn op een hand te tellen. De rest moet sappelen voor een bestaan. Voortaan gaat er wat los geld in de knip.

Uncategorized

De dag is geopend

Ondanks dat het nog niet erg opklaart, wil ik vroeg naar de tuin, maar eerst langs de kweker. Ik heb een nieuw adres ontdekt voor de planten. In een hoek van de tuin, bij het romantische ronde bankje, is een plek, dat nog wel kleur kan gebruiken. Een mooie toef. De witte kruiproos komt ervoor te staan aan de rand. Ze staat nu op een plaats waar ze al gauw dreigt overwoekert te worden door de springbalsemien. De kweker zit in de Bilt, niet zo ver weg, en heeft rissen en rijen aan voorgetrokken planten. Het zijn niet de planten van een gewoon tuincentrum, maar zorgvuldige en degelijke opgekweekte biologische exemplaren. Ik ben heel benieuwd. Als ik door het aanbod spit, valt mijn oog op de Astrantia Major, het Zeeuwse knoopje en ik weet nu al, dat dat de plant is, die ik moet hebben. Het doet me denken aan de ring van mijn moeder, een Zeeuwse knop van zilver, een beetje scheef door de jaren heen versleten. Als ringen konden praten had ze heel wat te vertellen.

astrantia major Astrantia major

Mijn ringen zitten in mijn ladenkastje, tussen de oude kettingen, armbanden en oorbellen. Vroeger had ik altijd wel een sieraad om, maar er kwam een tijd dat het me ging irriteren. Eerst de oorbellen, de grote indiase hangers, die vervangen werden door kleine schattige knopjes en daarna tot nul werden gereduceerd. Daarna de kettingen, waarin kinderhanden bleven haken en die stroef en een wurgend karakter kregen als ik ze omhield bij het slapen gaan en als laatste, als allerlaatste, nu sinds vorig jaar, de ring. Ooit sierden meerdere ringen de vingers, ze werden er niet sierlijker van, want ik heb echte werkhanden, maar leuk waren ze wel. Er moest er steeds vaker een het loodje leggen en de laatste der mohikanen, de ring van de kinderen, werd afgedaan toen ik vrijwilliger werd in het ziekenhuis. Daar ben je verplicht om zonder sieraden te werken, wat qua hygiëne een logische regel is. Aan en af is lastig en de kans dat ze zou verdwijnen in de grote wasstraatslurven, omdat ze in een hoekje van mijn uniform zou blijven zitten, was een te groot risico.

IMG_0687

De enkelkettinkjes heb ik enkel gedragen in de hippie jaren, alsook een prachtige indiase bellenrinkel van zilver boven mijn indiase teenslippers en aansluitend op de pijpen van de pofbroek. Armbanden en horloges zijn nooit favoriet geweest, want die belemmerden bij het schrijven. Een andere reden was dat ik me altijd bewust bleef van hun aanwezigheid en dat is funest, want dan ga je er op letten, en worden ze in gedachten groter en groter en evenredig hinderlijk.

Bij elk verjaardagsfeest op school werd ik uitbundig in de bloemen, de armbanden en de kettingen gezet. Vandaar de ladenkast met kettingen, oorbellen, armbanden, ringen, en ander klaterzilver. Dat duurde een aantal jaren tot we besloten, om te vragen naar één cadeau van allen, een plant of iets voor de groep het liefst. Dat was een goede zet.

zeeuws knopje

Zeeuws knoopje dus voor in de tuin, omdat ze dezelfde sierlijke ronde vormen heeft als de ring. Een vleugje ‘moeder’ naast de akelei en de gezaaide papavers. Het blijft voorlopig groeizaam weer en het is een uiterst geschikt moment om te  verplaatsen.

Misschien is het voor de rest van de dag een goed moment om een en ander laatje uit te zoeken, dan hoeven de dochters dat later niet te doen, want er zit veel kaf onder het koren. Wel eerst even door de ballotagecommissie heen sturen, want wat ik zwaar uit de tijd vind, is voor hen misschien wel een pareltje. Ook daar is het uiterst geschikt weer voor. In de benen maar weer. Eerst koffie en de krant en dan aan de slag. De dag is geopend.

 

Uncategorized

Selamat Makan

Het is groeizaam maar somber weer. De ochtend begon vroeg, maar ik besloot de gemiste documentaire van Sandra Beerends te kijken: ‘Ze noemen me Baboe’. Met de zwart/wit beelden van lang geleden zweefde ik weg en werd ondergedompeld in het Indonesië dat ik kende uit de boeken van Couperus. De manier waarop de beelden gemonteerd zijn, is zo razend knap gedaan. Het bijbehorende verhaal eronder filmt het leven van talloze meisjes. Ze krijgen gestalte in Alima. Zij neemt het leven in eigen hand en vlucht omdat ze uitgehuwelijkt dreigt te worden als een vetgemeste karbouw. Als de docu afgelopen is blijf ik zitten met een vervreemdend gevoel.

Alima praat met haar moeder, die overleden is toen haar grote avontuur begon, en deelt in gedachten met haar haar belevenissen en gevoelens. Met de Hollandse familie reist ze af naar Nederland tijdens een verlof. Het is een tijdsdocument pur sang over de wereld van mijn jeugd. De schaatsende mensen op de Friese doorlopers, de kruidenierswinkel,  toonbank en de baas erachter in een hagelwit schort, het verkeer, de sneeuw, de fanfare, de ouderwetsse kinderwagen, het is er allemaal.

De stem onder het verhaal klinkt in het Bahasa Indonesia dromerig en poëtisch. De beelden glijden voorbij in een door het verleden aangeraakte vlucht, de sawa’s, het erf, de ganzenhoedsters, de karbouwen met de jongens erachter, het huishouden, de andere bedienden. Als de Japanners komen is de dreiging voelbaar en is ze van de ene op de andere dag weer alleen. Het verlies van de zorg voor de baby van het gezin, Jantje, trekt als een rode draad door haar leven tot aan de geboorte van haar eigen kind toe. Ik lees de beweegreden van Sandra in een artikel van de NOS: “Ik denk dat de baboes in de genen van die Nederlandse kinderen van toen zitten. Dat is voor mij de ultieme verbinding tussen onze culturen en daarom vind ik het ook zo belangrijk dat hun deel van het verhaal wordt toegevoegd aan onze geschiedenis.”

IMG_06821970, mijn eerste Indonesische kookboek

Mijn eerste liefde was kwart Indonesisch. Samen leerden we woorden in het Bahasa. Ik trakteerde mezelf op een Indonesisch kookboek en later leerde ik weer, dat ik het maken van die gerechten met mijn eigen Hollandse inslag had gedaan. Het gaf niet. We lazen de Tong-tong en gingen een keer per jaar naar de grote Pasar Malam in den Haag. Er stonden Wayang Golèk op de vensterbank en heel veel planten, waardoor het zo vochtig werd in huis, dat er zwammetjes groeiden in het kleinste kamertje.  Sisal bedekte de vloer en op de eettafel lag een batik kleed. De vriendenkring was al net zo gemeleerd en exotisch. Ongemerkt had er een verschuiving plaats gevonden van moeders pappot naar de mijne. De hang naar andere culturen breidde zich uit aan de hand van verhalen en kookboeken over India en het Midden Oosten. Er naar toe reizen was niet nodig om in mijn hoofd ruimte te maken voor de schoonheid ervan. Onbegrensd wandelden we door het leven. Zo is het gebleven, zelfs toen de liefde overwaaide en uit mijn leven verdween.

IMG_0683

Buiten is het nog steeds aan het somberen. Ik heb me weer met beide benen op de grond geschreven. Wat is het toch heerlijk om je in beeld en verhaal te verliezen en daarna weg te dromen dwars door de tijdgeest heen. Ooit ben ik aan een verhaal begonnen dat over de tijd ging op de grens van het nu. Er stond voor mijn deur een grote scheepskoffer, zo een die je nodig had als je naar de tropen reisde. Toen ik het deksel opendeed, zag ik een trap. Bij het afdalen kwam ik in het verleden terecht. Iets om over te dagdromen op een dag als deze en met alle tijd van de wereld. En vanavond eten we Lemper en Sambal goreng tempeh met rijst. Selamat Makan.

 

 

Uncategorized

Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

Op visite gaan terwijl je in je heerlijke warme bed ligt is ideaal. Vannacht was ik bij  Frans en Els, een familie die al jaren in flarden voorbij trekt. Berichten op facebook, via een van de zonen  op instagram of bij anderen op een site..

Maar vandaag was ik op bezoek bij hen. Ze woonden nu kennelijk in een statige oude woning, zo’n huis vol geheimzinnige hoeken en gaten, kelders en zolders, krakende gebinten. Ik was beneden en wachtte op…Ja dat weet ik niet meer, maar een feit was dat we op een gegeven moment naar boven gingen en daar op de kamer van de oudste zoon, gooide ik iets, wat ik bij me had ergens in. Er ontstond een filigrain, dat van prachtig Egyptisch blauw naar Turquoise verkleurde. Het eerste voorwerp krulde om, maar de tweede ontvouwde zich zoals kroepoek in de olie, als een vergaan blad uiteen. Het maasfijne nervenstelsel in diep turquoise was schitterend. Kunst terwijl we keken. Frans was geen spat veranderd sinds ik hen weg had zien trekken uit de stad. Ik was tijdloos als altijd, als ik door mijn dromen zwerf en op avontuur ben.

ridderzuring

Iedere keer verbaast het me weer hoe gedetailleerd sommige voorwerpen zich openbaren. Hier was het zo duidelijk tot de kleinste vertakking. Bijna om aan te raken. Toen ik de ogen opende was de wereld buiten nog aardedonker. De nachten zijn aan het lengen. Gistermorgen was ik al redelijk vroeg op de tuin, rond een uur of twaalf. Twee bedden kon ik verlossen van de snelgroeiende grashalmen en het welig tierende onkruid. Ook weer nieuwe verontrustende soorten zoals de ridderzuring en een mij onbekende soort, de bowlesia incana. Gelukkig had ik mijn toverapp bij me. Als amateur tuinierster kom ik daarmee een heel eind.  Tussendoor wat puzzelen en wat rusten aan de tafel voordat de eerste regen begon te vallen. De zak met onkruid ging mee om op de groenberg van de gemeente te storten.

IMG_0680

Het was een mooi moment voor de kringloop nieuwe vorm, die vroeger middenin het oude dorp zat maar nu verhuisd was naar de rand van het industrieterrein. In mijn ontspullend huis was geen plek voor de vele prullaria, maar een boek kon er natuurlijk altijd bij. Ik vond Sonny Boy van annejet van Zijl. Nu deed ik iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik had de film al gezien en kocht toch het boek voor de somma van 50 cent. Mijn devies: Eerst het boek, en misschien daarna de film, brokkelde af terwijl ik de eerste bladzijde, het gedicht ‘Sonny Boy’ en het eerste hoofdstuk doornam, staande aan de leestafel, met een hand leunend op de stoel. Het onderwerp is zo actueel, dat een doorkijk in die gaarkeuken van Suriname niet verkeerd zou zijn. Vannacht, ondanks het  boek van Mercier, was er een duik in een geschiedenis van slavernij, plantages, vrijgekochte slaven en de vorming van een land met een mix aan culturen, onvermijdelijk.

 

Annejet is een vorser en een geschiedschrijfster en weet waar ze het over heeft. Het is een prachtig liefdesverhaal in een tijd die nog niet eens zo lang achter ons ligt tot en met de bezetting van de Duitsers toe. Vooral de inleiding geeft een boeiende inkijk in het Suriname vanaf 1500 en in vogelvlucht inzicht in de verhoudingen onderling. De film was prachtig, maar het boek is intens en indrukwekkend en leest als een roman.

IMG_0679

De buit bij de kringloop waren nog twee prachtige witte eenpersoons-dekbedhoezen, waardoor de oude straks als schildersdoeken verscheurd mogen worden. Een dag met lichtpunten en nog steeds die onstuimige wind. Ze waait uit alle hoeken. Een Nederlandse ‘Mistral’ en even ben ik weer aan de oevers van de rivier de Ceze in de tuin van de grote zijdefabriek en voel de onstuimigheid van het moment. Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

 

Uncategorized

Dat er liefde was

Buiten huilt de wind om het huis en dat brengt me bij een nostalgisch lied van Kooten en de Bie uit 1978

 

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar de kachel staat te snorren op vier
Er hangt een lapje voor de brievenbus
En in de tochtigste kieren zit papier
Wij waren heel erg arm en niemand hield van ons
Maar we hadden thee en nog geen tv
Maar wel radio en lange vingers

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen breidde moeder ’n warme sjaal
En het ganzenbord op tafel
stond er de volgende morgen nog helemaal
Ook gingen wij naar ’t bos
Daar zijn we toen verdwaald
Van de weg geraakt, carriëre gemaakt
Heel die pannenkoekensmaak vergeten
En Nederland herrees onder Drees
Fanny Blankers Koen die won vier maal goud in Londen
Als je jokte was dat zonde
De legpuzzel kwam klaar
In het derde vredesjaar
Toen was geluk heel gewoon

Die schooltas bleek het eerste teken
Dat de zaak al was bekeken
Voor zover je zonder plichtsbesef
Je leven leed, je leven leed
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen stond de kolenkit paraat
En de stoep waarop geknikkerd werd
Was het allerbelangrijkste stukje straat
En Nederland was groot en niemand ging nog dood
En gezelligheid kende nauwelijks tijd
Bij waxinelichtjes van Verkade

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon
Toen was geluk heel gewoon

Het werd gezongen op een melodie van Gilbert Sullivan, die ook als geen ander de beelden van vroeger kon vasthouden.

Zin voor zin uit deze Nederlandse versie staat voor mijn jeugd. Het was er allemaal. Ik moest aan dat lied denken en aan ‘Hoor de wind waait door de bomen’ in het besef dat de wind tegenwoordig uit hele andere hoeken waait, dan toen wij jong waren. Het kantelen van het perspectief is een logisch gevolg van de ontwikkelingen die voorbijtrekken. De bewustwording ook. Wat mij zo vertrouwd en veilig scheen vroeger heeft alles met het onbezorgde kind-zijn te maken. Natuurlijk waren er problemen van een heel andere orde, ver buiten mijn perspectief. Wat voor ons spannend en geheimzinnig was, die ene bijzondere avond met die wasmand vol cadeautjes, de spanning, het wachten, de hand met pepernoten niet meer dan een glimp van de gooier, dat was niet meer of minder mijn beleving als kind op dat ogenblik.

IMG_4441 Werk van de piepjonge fotograaf

Even dacht ik,’Dat komt nooit meer terug’, maar het is niet waar. Als we een veilige omgeving weten te creëren, heeft ieder kind straks diezelfde fijne nostalgische gevoelens van zijn eigen kinderlijke beleving. Voor kinderen zal de quarantaine-periode misschien zelfs, ondanks de dreiging, een fijne warme periode zijn geweest, met een vader en moeder die er altijd waren en tijd hadden om naar het park te gaan of voor te lezen, pannenkoeken te bakken en liedjes te zingen. Samen schoolwerk maken, een oma die verhaaltjes inspreekt op een video, knutselkampioenen aan een keukentafel.

IMG_4437 evenzo

Gisteren vierden we de verjaardag van het vierde kleinkind. Hij reageerde net zo verheugd op elk cadeautje als wij vroeger deden met het uitpakken van een pop of beer. Boekjes, keukengerei en een klein houten autobaantje was de buit. We zaten in het park. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam, zo rond de twintig graden, zijn vader en moeder en broers waren er, zijn grote ooms en tantes, nicht en neefje, oma. Er was taart, er was cake en er was drinken. Veilig bij oma op schoot, schoot hij zijn wereld in plaatjes met haar fototoestel. De spanning van het geluid, de bewegende beelden, hij kon er geen genoeg van krijgen. Toen het spel aan de orde kwam werd er achter een bal aangedribbeld en alles wat er aan dreiging was, lag ver buiten onze geluksbubbel daar op het groene gras, maar nog veel verder weg voor onze kleine vriend.

IMG_4422in een ander perspectief ziet de wereld er anders uit

Later zullen zijn herinneringen wellicht een aangename zomerse dag in een park zijn met de spanning, vol verwachting klopt ons hart, de cadeautjes, het fototoestel, het samenzijn. Het zal zichzelf opblazen in een sfeertekening en altijd die zoete gedachte omarmen. Nostalgie. Gelukkig zijn de meesten van ons in staat om een eigen nostalgie te vinden en te behouden. Kinderen die kind mogen zijn, die zich veilig voelen, die mooie sfeermomenten hebben, die liefde hebben om te koesteren. De onze hoeft niet die van hen te zijn. Het draait om het kunnen oproepen van de herinnering en de sfeer van zo’n ogenblik met, bovenal, in de wetenschap dat er liefde was.

 

Uncategorized

Een oogwenk, de flard en daarna

Er wordt weer uitgegaan op zaterdag. De flarden van een gesprek, het rammelen van een losse kettingkast, de brommertjes, een valse noot die de stilte uiteen scheurt, het is er allemaal. Een quarantainevoordeel was de volmaakte stilte, ’s nachts én overdag. Het verkeer en de luidruchtige nachtelijke passanten zorgen ervoor dat mijn gehoor optimaal registreert en daar niet altijd blij mee is. Ongewild lig ik weer vaker wakker. Zoonlief beveelt oordoppen aan maar dan ben ik opgesloten in mijn eigen  hoofd met de harde tinnituspiep die er altijd is. Dat lijkt me onaangenamer. Dan maar geraas, gelal en gegalm tegen de gevels op en hier en daar een kruiswoordpuzzel om de tijd te doden en de slaap op te wekken of alvast een stukje van mijn gemijmer vorm te geven.

Ik speur het internet af naar Philip Lançon als ik een glimp opvang van zijn boek ‘De Flard’, een lelijk woord zoals het over de tong rolt. Maar misschien ook omdat het hier staat voor een gebeurtenis waarin de wereld al  haar schoonheid verloor in slechts minder dan twee minuten, zoals raketinslagen in Aleppo schoonheid verhullen in oneindige stilte door haar afwezigheid. De officiele titel is ‘Le Lambeau’, wat lap, doek, stuk stof betekent. ‘Een doekje voor het bloeden,’ schampert het in mijn achterhoofd. Philip is gaan schrijven na een jaar van revalidatie. Vallen en opstaan, vechten en vastbijten in de overlevingsdrang. Hij raakte de helft van zijn gezicht kwijt door de terroristische aanslag op de redactie van het satirische weekblad ‘Charlie Hebdo’ in Parijs.

IMG_0672

Het ene moment ben je onderdeel van een wereld met humor, schoonheid, vriendschap en wel-zijn om in minder dan twee minuten toe te treden tot een totaal andere wereld. Die van dood en verderf, van onmacht en on-zijn. Bijna al je vrienden en collega’s liggen op of onder je, doder dan je beseft op dat ene ogenblik. Dan voel je dat er ook met jou iets wezenlijk mis is en neemt het leven een vlucht.

Het boek start met een beschrijving van een ontmoeting op de laatste avond waarop het normale leven nog is. Een bezoek aan een theater met een goede vriendin en een ontmoeting met een van de acteurs. Philip recenseert onder andere en had zijn aantekenschrift te voorschijn gehaald. De laatste zin die hij die avond noteerde was een citaat van Shakespeare: ‘NIets is wat het is’. De wending in zijn bestaan, binnen 24 uur, onderstreept de woorden van Shakespeare meer dan het ooit had kunnen doen. Het leven bestaat bij de gratie van het ogenblik.

IMG_0674

Het is een gruwelijk verhaal dat Lançon hier vertelt. Omdat het de waarheid is en tegelijkertijd een verhaal van kracht en overlevingsdrang. Een verhaal waarin een heel leven en haar omgeving op een ander been werd gezet door die luttele seconden waarin twee broers hun kalasjnikovs leegschoten. De scheiding van wat ooit vanzelfsprekend was, de eerste jaren tot de nok gevuld met handelingen die buiten hem om gingen, die moesten gebeuren om dat wat pap was weer tot een gezicht te vormen, om de kraters die het geslagen had in de geest, te dichten. De wereld van het overleven.

De vechter won en moest weer het pad op om voor de derde keer een nieuwe wereld binnen te gaan. De wereld van leven met een handicap, de zoektocht naar de zin van het leven met de wijsheid van het weten. Spreken is zilver, maar zwijgen kan oneinig meer goud zijn. Zijn verhaal. Een oogwenk, de flard en daarna.

De flard

 

 

Uncategorized

Een lange warme onrustige nacht

Na de ochtendspits zocht ik eerst een manier om de twee meter zon, die later ongetwijfeld zou binnenvallen via de openslaande balkondeuren, te elimineren. Op zolder vond ik, behalve een keurig opgeruimde kamer(hulde aan zoonlief), een tas met de gordijnen uit het oude atelier. Een dun en gazig voile was bij uitstek geschikt voor het doel. Opwaaiende witte gordijnen in de opening van de opengeslagen balkondeuren was voor mij het ultieme gevoel van zomer en nostalgische rust. Het neveneffect zou zijn dat de warmte werd buitengesloten. Twee vliegen in een klap.

IMG_0648

Voor het eerst sinds een paar weken slingerde ik me weer achter de ezel. Het Ajaxshirt in wording. Een mooie eerste aftrap met dit naadloos kopieren.  Op de televisie een boeiende herhaling van Beau en zijn collega-presentator, Matthijs van Nieuwkerk, met een terugblik op zijn vijftien jaar ‘De Wereld Draait Door’. Een intiem portret, die alle zachte kanten van beide naar boven haalde. Indringend en op zo’n manier, dat het penseel er even voor moest wijken. Ze waren beide alert en aan elkaar gewaagd. Zodra Matthijs Beau vragen ging stellen over diens werk, floot de laatste hem terug. ‘Laten we het vooral over jou hebben’. Er kwam ook nog een stukje marketing om de hoek kijken en hoe je om moest gaan met je eigen drang en de dwang van het format. Mooie fragmenten zorgden ervoor dat ik soms, diep ontroerd, soms een beetje ontredderd achterbleef.

Het allermooist vond ik het fragment met André van Duin en het lied dat hij speciaal voor Matthijs geschreven had in de wetenschap dat hij hield van Charles Aznavour. Dat bleek een erfenis te zijn van zijn moeder en goed voor ogenblikken lang toeven in het ouderlijk huis van toen. Ontroerd in het fragment en ontroerd aan de tafel daar bij Beau. De mooie stem van André, de kracht van kleinkunstenaars onder elkaar, het gedeelde verdriet en de warmte spatte van mijn kleine scherm af. Veel meer van deze kleine parels aan schoonheid en emotie heeft een mens nodig. Alles wat ons beweegt, omzetten in daadkracht, sans gêne om het kwetsbare dat boven komt, maar eerlijk en echt, Gevoel met een hoofdletter.

IMG_0639  IMG_0643

Natuurlijk was ik te ongeduldig en de witte letters van het ajaxshirt liepen licht door met de magenta. Later nog eens dunnetjes over doen, maar voor nu was het in orde. Pluis had zich door de warmte laten verleiden om zich eerst op te krullen op de bank om daarna, op zoek naar koelte, zich breed uit te spreiden op het laminaat. ‘Wie doet me wat’. Fluwelen pootjes en een zonnestraal op haar zomersnoet. Nog even door met het veredelde kalligraferen in die heerlijke atelierhoek in de kamer. Alles onder handbereik. Geen getob op de veel te hete zolderkamer, maar rustig achter de voile en de bries die door de deuren waaide.

IMG_0657

De lucht trok langzaam dicht. Eerst die typische okergele vaalheid in de luchtwieren en later de donkere dreiging van een naderende bui. Daar hoorden droppels bij, van die grote dikke. Op zo’n moment zou ik op school de kinderen gemaand hebben gauw naar buiten te gaan om dat hemelse nat te vangen op een uitgestoken tong. Druppels waar we tussendoor konden dansen, zonder heel erg nat te worden. In tegenstelling deed ik toch maar de balkondeuren op een kier. Al wat de bui bracht was niet de verkoeling maar een lange, warme en onrustige nacht.

Uncategorized

En verder helemaal niets

Gisteren met een lunch op een lommerrijk terras met de zussen en verder niets kwam het lummelen van de coronatijd weer in beeld. Vandaag beloofde het ook zo drukkend en loom te worden. Ik dacht aan de warmte in de auto, die mijn haren zouden laten prikken tegen de bezwete nek, de plakhanden, de make-up die vloeibaarder dan vloeibaar werd. Ik dacht aan het wandelen van de auto naar de tuin met ‘volle’ bepakking, meestal een fles water en wat brood met beleg. Aan het weg sijpelen van de energie in de brandende zon, met een puzzelboek onder handbereik en zelfs het opnemen van de balpoint, een bic, leek me al teveel aan inspanning. Ik zou gieteren en na elke twee gieters, die ik vol liet lopen, steeds dieper bukkend omdat het water lager kwam te staan in de sloot, in de schaduw uit moeten puffen van de hitte. En dan te bedenken dat ik het minstens twaalf keer moest herhalen.  Daarna de terugweg nog, eventueel met snoeiafval als krachttraining. Nee. Resoluut werd het hele scenario aan de kant geschoven. Vandaag was het tijd voor wijsdom, voor haar die wijsheid preekt en liefde

. IMG_4377

Om zeven uur spoelde ik de nacht door het afvoerputje en om half acht liep ik tussen drie krassende kraaien, Corvus Corone, die luid misbaar maakten over de inbreuk op dit vroege ochtenduur. De grootste, en oudste naar ik aannam, vloog geagiteerde cirkels boven mijn hoofd om de kleinste, nog altijd de lengte van een onderarm, de kans te geven zich te verschansen in de top van de wilg bij de paddenpoel. Goedmoedig liep ik wat te brommen. Vanuit de ooghoeken zag ik een vogel met een verdacht dunne staart in een snelle vlucht.

IMG_4380

De papavers hadden zich net geopend en stonden er prachtig bij. De tuin van mijn moeder schoof ervoor. Bloeiende papavers van haar in de voortuin en haar trotse blik, bij het prijzen van de schoonheid ervan. De tuin lispelde. Waar in de namiddag vaste prik een aantal planten half op apegapen lagen, stonden ze nu te ritselen in de milde ochtendbries, nog fris van de dauw en het nachtelijke zwoel.. Haas trok haastig uit zijn zelfgekozen leger. Winterkoning liet verheugd een jubelende triller horen. Zwarte gieters vulden zich met het bruine slootwater. Al pratend, een tuin zit vol leven, strooide ik liefde en liters water. Ook de bomen, niet rond de stam, maar er ruim rondom en het gras kregen een deel. Rustig bijkomen op het schaduwbankje en voor het echt warm werd, weer huiswaarts.

IMG_4387

Bij de buurman op de hoek stond een jonge rode beuk op haar vurigst de zonnegloed te gebruiken om nog mooier en rijker dan ze al was, te pronken. Soms val je door een kleur van je sokken. Wat een streling voor het oog. Bij de uitgang spotte ik de vogel met de lange smalle staart en herkende hem even later aan zijn gekrijs, de halsbandparkiet. Hij alarmeerde in vlucht een aantal anderen in de bomen van de buren naast de parkeerplaats

.IMG_0637

Regeren is vooruit zien. Het zou slim zijn om boodschappen mee te nemen en het vroege ochtenduur te tracteren op croissants en jus d’orange. Meer mensen hadden het plan opgevat om, voor de hitte uit, hun dagelijkse lijstjes af te handelen. Kleppende dames bij het brood, waarbij zelfs geduldig wachten niet aanmaande tot versnellen. Ze bespraken de zin en de onzin van de anderhalve meter en stonden vlak bij elkaar. De uitkomst laat zich raden.

Met het ingenieuze zelfbediendingssysteem slalomde ik om karretjes heen en stond met een kwartier weer buiten. Thuis wachtte de koelte van het huis. Deuren dicht, raam aan de voorkant open en luchtig katoentje aan. Vandaag de rust, de stilte, het doek en de penselen en verder helemaal niets.

 

Uncategorized

Dat bleek maar weer

Was het de brandende zon, de lange fietstocht of was het een combinatie van het zware grasmaaien en gieters putten uit de sloot met de lange fietstocht erachteraan. In ieder geval werd ik bijna aan het eind op de terugweg als gummi. Ik stapte van de fiets af, zag de wereld langs zinderen in een waas en zwarte vlekken. Uit de zon moest ik, maar even kon ik geen stap zetten, laat staan de fiets aan de hand meenemen. Ik denk dat de combinatie hard werken, brandende zon, het stadse fijnstof en de uitputtende lengte van het hobbelige parcours uiteindelijk de oorzaak was. Toen er weer schot in zat, ben ik naar de overkant van de straat gelopen. Op de hoek in de schaduw stond het rek van de karretjes van de supermarkt. Daar zeeg ik neer en wachtte tot de vlekken stippen werden en het asfalt onder mijn voeten uitgepixeld was.

1B7DF43B-ABD7-4785-AE58-D78873C2E401

Na een poosje kon ik weer wandelen, maar zodra ik in de zon kwam was er weer een zwaar en loom gevoel. Twee straten verder stond een bankje in de schaduw tegenover de grote flats en  onder de lommerrijke bomen, waar ik een oud wijf op een bankje kon spelen. Altijd weer vergeet ik dat ik dat ben. De fietstocht terugdenkend had ik er aardig de pas ingegooid met de ondersteuning op het laatst op een hogere stand, waardoor je het stuur steviger en krampachtiger moest leiden. Had ik daarmee zelf de boel op slot gegooid?

De avond ging een beetje aan me voorbij. Ik zag de twee doventolken vertalen wat Rutte en de Jong hadden bedacht aan behoedzaamheid en dacht doventaal beter te kunnen lezen, maar natuurlijk was het de bijgeleverde tekst die ervoor zorgde dat de betekenis duidelijk te zien was. Buiten barstte de wereld uit in een grootschalig alarm, met politie-, brandweer-en ambulance-sirenes, die nietsontziend de televisiegeluiden overnamen. Ik vergat van de weeromstuit de planten water te geven. De nacht voegde onrust toe aan het nog altijd niet bedaarde lijf. Een dagje koest houden lijkt me een best plan.

IMG_4351Hard gewerkt in de tuin

‘Wat ben je bruin’ merkte dochter eergisteren op. ‘Pensioenbruin’. Ik schoot in de lach. Want al dat fietsen is daar meesterlijk in. Het kleuren van wit vel. Ik, de Sneeuwwitje van mijn gezin, bezit plotseling een gebruind tintje. Dat gaat helemaal vanzelf en reken ik tot de voordelen en de vrijheden van de fiets. Tijd is mijn. Ook nu weer  moet ik dus gaan ontdekken wat de grenzen zijn. Gisteren was ik er overheen. Een licht zeuren in mijn hoofd geeft dat dwingend na. ‘Kalmte zal U redden’, hoor ik het verleden galmen.

Het enthousiasme groeide door de vele straten uit mijn jeugd binnen handbereik. Het fietsen rond de muntbrug, de tweede Daalse Dijk en de Otterstraat, waar respectievelijk mijn moeder en mijn vader een eeuw geleden werden geboren, door de Vogelenbuurt, ja zelfs de achterafstraatjes van Overvecht breien mijn jeugd weer tot leven. Daar sprongen we het kanaal in om clandestien te zwemmen, hier bakte ik patat in de automatiek van de oude Boereboom, daar woonde het vriendinnetje van de kleuterkweek in een van de eerste flats en dit was vroeger de Spar, mijn eerste bijbaantje op de groenteafdeling.

IMG_8555

Dat was ‘genietend’ heen. Terug ging het van A tnaar B met een verhoogd tempo. Precies dát moet ik loslaten. Doelen stellen en tijdlimieten halen. Een wijze les want juist dan schiet je je doel voorbij. Dat bleek maar weer.