De kauwtjes zijn samen op het nest geland na een conferentie in de boom. Er komen verder geen geluid uit de dakgoot.
Waaknacht van uren zorgde voor een ochtendslaap met dromen over de kringloop. Het was er razend druk. De plastic zakken en dozen met spullen werden in de winkel afgeleverd met het gevolg dat het onder mijn handen uit werd getrokken. De kassa werkte niet goed en het geld van mijn vorige collega was achteloos in een la gepropt.
Heerlijk om even aan mijn oude vrijwilligerswerk te kunnen snuffelen. Zakken met kleding heb ik uitgezocht. Veel containers per dag, een tafel die vol lag met uit te sorteren goed. Het heeft me weliswaar de COPD opgeleverd, maar ook heel veel vreugde. De prijs is hoog voor 22 jaar hard werken. Het enige dat ik zou willen is dat ze goede afzuigventilatoren inbouwen in dergelijke magazijnen, zodat al het stof niet in de longen van haar medewerkers verdwijnt. Als ik stiekem een kijkje neem in de ‘alleen te betreden voor werknemers’ ruimten, dan ontbreekt het daar nog wel eens aan.
In de eerste kringloop ging het ongeveer zoals in de droom. Overtollige prullaria en spullen werden door de mensen in zakken of dozen in de winkel afgeleverd. Het handjevol werknemers stortte zich er vervolgens op als op een zak met cadeautjes van Sinterklaas. Elke donatie was een feest om uit te pakken. Daarna ging het opgepoetst en wel, ook eventueel gestreken, de winkel in, dat niet meer dan een bescheiden pijpenla was. Het allermooist haalde ik in een combinatie eruit en hing het voor de ruit naast de deur, de geïmproviseerde etalage.
Als mensen iets gevonden hadden, zochten we er nog wat accessoires gratis en voor niets bij. Een sjaaltje, een tas of een grappige ketting. Alles kon en alles mocht. Daarom was het vooral heerlijk om er mee bezig. Te zijn. Langzaamaan kwamen er regeltjes. Ze waren nodig om een en ander in goede banen te leiden maar het haalde ook het spontane eruit. De spullen moesten achter aangeleverd worden, daar werden ze gesorteerd. Ieder kreeg een werkveld toegewezen. De prijzen werden aangepast, hoger en hoger. Het aankleden met gratis hebbedingetjes bij de outfit mocht niet meer. Groei is vooruitgang zegt men, maar het haalt vooral ook het spontane karakter onderuit.
Soms kwamen er zakken binnen met prachtige kamerjassen van Chinese makkelijk of schitterende bloesjes uit de tijd van Couperus of damesschoenen maat 45. Dan begon zo’n bijzondere verzameling te leven. Ze vertelden hun eigen persoonlijke verhalen, soms door de kleine aanvullingen die je vond, een sepia foto of een stapeltje vergeelde brieven, wat oude sieraden of Turkse muiltjes.
Vooral in die begin jaren tachtig kon je een heel leven lezen in die vuilniszak. Achtergebleven juwelen van een bestaan. Niet alleen de regels maar ook de hoeveelheid spullen namen toe. Er werd omgezien naar een groter pand, en daarna naar nog een groter, beiden op het industrieterrein. De zakken werden onpersoonlijker, vol synthetisch spul, wegwerpkwaliteit. De klandizie was groot. Een verscheidenheid aan noden. Mensen met een uitkering, koopjesjagers, mensen met een hang naar oude spullen, mensen met een milieubewuste inslag, of zij die er een sport van maakten om op dergelijke wijze een originele outfit bij elkaar te sprokkelen.
Secondhand Rose’ zong Barbra Streisand ons allen toe en dat waren we inderdaad, een tuin vol.


















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.