Uncategorized

Een tuin vol

De kauwtjes zijn samen op het nest geland na een conferentie in de boom. Er komen verder geen geluid uit de dakgoot.

Waaknacht van uren zorgde voor een ochtendslaap met dromen over de kringloop. Het was er razend druk. De plastic zakken en dozen met spullen werden in de winkel afgeleverd met het gevolg dat het onder mijn handen uit werd getrokken. De kassa werkte niet goed en het geld van mijn vorige collega was achteloos in een la gepropt.

Heerlijk om even aan mijn oude vrijwilligerswerk te kunnen snuffelen. Zakken met kleding heb ik uitgezocht. Veel containers per dag, een tafel die vol lag met uit te sorteren goed. Het heeft me weliswaar de COPD opgeleverd, maar ook heel veel vreugde. De prijs is hoog voor 22 jaar hard werken. Het enige dat ik zou willen is dat ze goede afzuigventilatoren inbouwen in dergelijke magazijnen, zodat al het stof niet in de longen van haar medewerkers verdwijnt. Als ik stiekem een kijkje neem in de ‘alleen te betreden voor werknemers’ ruimten, dan ontbreekt het daar nog wel eens aan.

In de eerste kringloop ging het ongeveer zoals in de droom. Overtollige prullaria en spullen werden door de mensen in zakken of dozen in de winkel afgeleverd. Het handjevol werknemers stortte zich er vervolgens op als op een zak met cadeautjes van Sinterklaas. Elke donatie was een feest om uit te pakken. Daarna ging het opgepoetst en wel, ook eventueel gestreken, de winkel in, dat niet meer dan een bescheiden pijpenla was. Het allermooist haalde ik in een combinatie eruit en hing het voor de ruit naast de deur, de geïmproviseerde etalage.

Als mensen iets gevonden hadden, zochten we er nog wat accessoires gratis en voor niets bij. Een sjaaltje, een tas of een grappige ketting. Alles kon en alles mocht. Daarom was het vooral heerlijk om er mee bezig. Te zijn. Langzaamaan kwamen er regeltjes. Ze waren nodig om een en ander in goede banen te leiden maar het haalde ook het spontane eruit. De spullen moesten achter aangeleverd worden, daar werden ze gesorteerd. Ieder kreeg een werkveld toegewezen. De prijzen werden aangepast, hoger en hoger. Het aankleden met gratis hebbedingetjes bij de outfit mocht niet meer. Groei is vooruitgang zegt men, maar het haalt vooral ook het spontane karakter onderuit.

Soms kwamen er zakken binnen met prachtige kamerjassen van Chinese makkelijk of schitterende bloesjes uit de tijd van Couperus of damesschoenen maat 45. Dan begon zo’n bijzondere verzameling te leven. Ze vertelden hun eigen persoonlijke verhalen, soms door de kleine aanvullingen die je vond, een sepia foto of een stapeltje vergeelde brieven, wat oude sieraden of Turkse muiltjes.

Vooral in die begin jaren tachtig kon je een heel leven lezen in die vuilniszak. Achtergebleven juwelen van een bestaan. Niet alleen de regels maar ook de hoeveelheid spullen namen toe. Er werd omgezien naar een groter pand, en daarna naar nog een groter, beiden op het industrieterrein. De zakken werden onpersoonlijker, vol synthetisch spul, wegwerpkwaliteit. De klandizie was groot. Een verscheidenheid aan noden. Mensen met een uitkering, koopjesjagers, mensen met een hang naar oude spullen, mensen met een milieubewuste inslag, of zij die er een sport van maakten om op dergelijke wijze een originele outfit bij elkaar te sprokkelen.

Secondhand Rose’ zong Barbra Streisand ons allen toe en dat waren we inderdaad, een tuin vol.

Uncategorized

Daarna is hij aan de beurt

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. De opgelopen blaren van vandaag vallen reuze mee. Een gat in de dag, een halve ochtend naar de vergallemise en een gebutst brein, dat is alles. Gisteren was ik pas om half elf thuis, na een gewaagde ensemble-avond op zeer gepaste afstand. Verder dan anderhalve meter, om rondvliegende aerosolen niet de kans te geven door de kat op het spek te binden. De grote afzuigers, drie in totaal in het hoge plafond, deden hun werk optimaal. Een koude stroom lucht wapperde langs en nam alles wat onbetamelijk was, mee naar boven, door de ventilatoren naar buiten. Maar dan nog. Gewaagd was het wel. Een opmaat naar de grote winterstilte die vanaf vandaag zal volgen.

Eerst was er de fysiotherapie geweest, waarbij de arme verlegen stagiair zo weinig initiatieven durfde te nemen, dat mij plaatsvervangend het schaamrood naar de kaken steeg om het ontbreken aan de kennis, die ze eigenlijk in vier jaar opgedaan zou moeten hebben. De oefeningen bleken wel de graadmeter van mijn conditie. En knie speelde die ochtend na een jaar weer op, daar moest ze rekening mee houden. Knie, pols, heup waren weerspannige obstakels bij alles wat ze me voorschotelde, terwijl bij het planken het lijf, stijf als een massief stuk hout, niet te liften was.

Bij zus bogen we ons over een Ruhetal van Mendelsohn en de andere pittige stukken, die in grote getale werden toegezonden door de juf. Piano erbij en noot voor noot ontcijferen, de kruizen van de herstellingstekens onderscheiden was lastig met de wat kippige blik, de krieuwelende kluwen aan noten in onvaste stemmen een plek geven, zwoegen en zweten, maar we kwamen best ver.

Achteraf vroegen we of er niet eerst en liever wat eerder toegezonden werk beter uitgespit kon worden. Als antwoord bleek dat onze juf alle koorleden, het merendeel echte leken, tevreden wilde stellen, dus ook die ene sopraan met heel veel ervaring. Ons bescheiden protest is in gang gezet. Ze heeft waarschijnlijk weken de tijd om erover na te denken.

Thuis wachtte de bank en de rondtollende gedachten, die ik met het aanbod op tv even het hoofd boog. Matthijs van Nieuwkerk bij Jinek om over het eclatante succes van ‘Chansons!’ te praten, die voor een herbeleving van dit prachtige genre heeft gezorgd en weg’zappend’ uit politieke praat viel ik midden in de film ‘I don’t wanna dance’. Een film van Flynn von Kleist. Een hartverscheurend verhaal over een jongen en zijn jongere broer, die na twee jaar bij een oom en tante te hebben gewoond, er alles aan doet om zijn moeder de liefde en de waardigheid te gunnen, die ze met de eerdere uithuisplaatsing kwijt was geraakt. Intriest is het om te zien dat de jongen met al zijn liefde toch tenslotte kiest voor een ander bestaan en broerlief met zich meeneemt. Het drama is de hoofdrolspeler, Yfendo van Praag, helaas niet onbekend. Het helpt hem wel om een realistisch beeld te scheppen dat niet in de koude kleren gaat zitten. Het duurde naderhand lang eer de slaap vat kon krijgen op de woelende emoties van het gemoed.

Familie appt, er zijn verwikkelingen met griepachtige verschijnselen, een positieve zelftest en overvolle teststraten. Dat betekent op z’n minst stand-by zijn voor hand en spandiensten als boodschappen aan deurknoppen hangen en dergelijke. Ergens doemt alweer een plan op om het Oma-journaal op te schudden, dat misschien zou kunnen dienen als afleidingsmanoeuvre.

Erasmus ligt me nu al uren lang aan te kijken. Even wachten nog en de boel laten bezinken. Nu weer. En het gemiste begin van de film terugkijken om het hele beeld compleet te krijgen. Daarna is hij aan de beurt.

Uncategorized

Zolang als het duurt

In de tijdgeest van Trouw van 30 oktober staat een artikel van Nicole Lucas over de journalist Dick Wittenberg, die een jaar lang de kinderen van een overleden moeder volgt bij het leeghalen van haar huis en daarover het boek ‘Wat doen we met de spullen’ heeft geschreven.

Het huis blijft achter met haar stille getuigen van een persoonlijk leven. Zonder woorden vertellen ze verhalen, vormen de beeltenis, ademen de moeder, nu ze er niet meer is. In de klerenkast hangt haar odeur tussen de kleding, die tegelijkertijd een oordeel vormt. Welke geur doortrekt de gerangschikte blouses en japonnen, in strak gelid op eenduidige hangers, of slordig, soms binnenstebuiten, soms half afgegleden, of op een hoop over de stoel gegooid. Zijn ze heel, gewassen en gestreken, of hangen ze er compleet met torn en versleten boorden, de mottengaten in de kamizooltjes. Puilt de kast uit. Kousen en ondergoed in een la, de sjaals in een kast. Gepropt of keurig gevouwen of opgerold in handige manden met een stukje zeep ertussen.

Kinderen herkennen haar wel, maar de wereld achter de vele prullaria, bewaardozen, sieradenkistjes, blikken en manden is vaak een ongekende wereld. Daar zitten de kleinoden, die een eigen verhaal vertellen, maar die, als moeder het niet zelf heeft benoemd, nooit meer boven water komen. Of een oude foto tilt een slip op van de herinnering en laat ons mee gluren in aannames, die een eigen vlucht nemen.

Verhalen zweven door de ruimte uit haar dagboeken omhoog. Dagboeken zijn heilig. Daar lees je niet in. Het zijn de diepste gedachten van iemand, toevertrouwd aan het geduldige papier, dat uitnodigend oogt en geborgenheid belooft. ‘Hier ben je veilig’, roepen ze, ‘Zolang je leeft.’ In dit speciale geval kwamen uit haar dagboeken geen echte geheimen of gênante gebeurtenissen. Wat natuurlijk altijd een mogelijkheid zou kunnen zijn, iets wat je niet van te voren weet, hooguit misschien een beetje kan inschatten.

De foto’s geven wel een voyeuristisch gevoel, nu ik kijk naar het ouderwetse plastic mandje dat aan een kastplank kan hangen en nu verweesd op het afgehaalde bed staat. Er zijn opgerolde panties in verzameld. Of de andere afbeeldingen, de schelpen-en stenenverzameling, het plastic over de wintermantel of de ladenkasten met oude voorwerpen uit lang vervlogen tijd, gekoesterd, een stukje verleden bewaard.

Op zolder is een heus altaartje gemaakt met een wiegensluier en een tafel met een bidstoel ervoor. Op de tafel een ouderwets geborduurd kleed met een heilig hartbeeld, twee foto’s van de paus, plastic bloemetjes ervoor in het vaasje en een guirlande van roze zijden roosjes tegen de binten. Ik denk aan mijn oude bidstoel die hier boven wat verweesd staat te zijn tussen andere attributen, een vergaarzolder waardig en voel me plaatsvervangend schuldig. Ooit heeft daar mijn oma op geknield. Moeder gaat in zeven tastbare aandenkens mee met de kinderen en ook van de langer overleden vader gaat iets mee naar huis. In de kale gangen en de lege kamers is er enkel nog het behang op de muur dat na echoot.

In de bejaardentehuizen waar ik ooit werkte, was dat onderdeel altijd een moeizaam iets, juist omdat er snelheid geboden was en de boel leeg moest. De kamer ging naar nieuwe cliënt. Wat neem je mee, wat laat je ophalen door de kringloop. Twee kamers zijn te overzien, maar een heel huis kent zoveel herinneringen, en evenveel hoeken en gaten waarin ze weg kunnen kruipen, zich stil zullen houden. ‘Vergeet mij maar. Ik had het goed hier’.

Er komen er nieuwe bewoners die genadeloos korte metten met ze maken. Behang gaat eraf, muren worden geslecht, puien vervangen, vloeren gelegd, badkamers vernieuwd en het huis krijgt een rigoureuze opknapbeurt. De volgende bewoners zullen zich de ruimte eigen maken met laden en laatjes, blikken, kisten, bewaardozen onder het bed…Een leven lang, of zolang als het duurt.

Uncategorized

Nog 484 bladzijden te gaan

Het eerste deel van de nacht in diepe rust om met een ruk halverwege te ontwaken. Het hoofd nog in de Middeleeuwen was Erasmus en zijn deadline mij vooruit gesneld. Wat een enorme tentakels had dat geloof in zijn tijd toch, dat onderwijs er vooral afhankelijk van was en wat een plezierige bijkomstigheid dat er destijds ook verzet kwam en een hang naar vooruitgang en ontwikkeling in dat doffe woud van regels en gewoonten. Humanisten als Hegius en Valla die een nieuw licht lieten schijnen op de wenselijkheid van het doorbreken van de ‘gewoonte’. Erasmus gaat mee in die nieuwe stroming en richt zich tegen de ‘barbaren’ met hun volkslatijn en Gregoriaanse gezangen, met hun ondoordachte navolging van de kerkelijke riten binnen de Kloostermuren. Hij ontsnapt eraan en trekt als secretaris van de bisschop het wereldse leven in. Daar ben ik gebleven en ik kan niet wachten op de ontwikkelingen, die zich zullen aanbieden.

Slapen met Erasmus en er mee wakker worden, toeven in de middeleeuwen en fysiek in deze roerige tijden staan, heeft een vervreemdend effect en brengt tegelijk de gedachte dat alle onrust nieuw elan met zich mee zal brengen. Dat er een omslag plaats zal vinden en er nieuwe wegen geboden zullen worden. Of is de wens de moeder van mijn gedachte. Waarom speelt ‘Het land van Maas en Waal’ zo nadrukkelijk door mijn hoofd. Boudewijn de Groot zong het jubelend. ‘Het leed is geleden, de horizon schijnt/ wanneer de doden dronken zijn en Pierlala verdwijnt/dan steken we de loftrompet en ook de dikke draak/en eten ‘s avonds zandgebak op het feestje bij Klaas Vaak.’ Als de werkelijkheid de onwerkelijkheid nabij komt, wordt het tijd voor een lied als Maas en Waal, waar een mens zijn eigen positieve energie bij kan opladen om zich schrap te zetten voor wat er nog komen gaat. Vooral die dikke draak klopt er lucht in. Fantasie, het voorstellingsvermogen is in staat om alles op een hoger plan te tillen.

Als antwoord op vele vragen naar aanleiding van de zeeën van tijd om stil te staan, de halve lockdown, het gemis van de fysieke aanwezigheid van de familie, was gisteren al een razendsnelle bezorging van mijn bestelde boeken. ‘Winteren’ van Katherine May en ‘Ik ga leven’ van Lale Gul.

Winteren is een kleinood met haar pakket aan overlevingsstrategieën in de donkere dagen. De omschrijving achterop het boek zegt genoeg: ‘Het proces leren herkennen, begrijpen en zelfs koesteren’. Leren winteren. Leren verdriet toe te laten, leren te aanvaarden, om negatieve energie kwijt te raken en klaar te zijn om opnieuw te zaaien. Het was allemaal alweer geen toeval, dat ik eergisteren uit de vele blogs juist deze ene gekozen had, die er voor zorgde, dat dit specifieke boek nu naast me op de sprei ligt. Ze was nodig om licht te brengen in een vraagstuk dat, via omwegen, een van de laatste dagen binnen was gekomen en waar de nodige wijsheid voor nodig is om het antwoord te kunnen geven. Winteren staat in haar eenvoud boordevol wijsheid en is een boek vol troost en zorgzaamheid voor de lezer. Tijdens zo’n proces, lees de tijd nemen voor jezelf en je verdriet, leg je de oude huid af en maak je je op voor nieuw.

Ik hou ervan te winteren en vooral deze tijd heeft me geleerd er aan toe te geven. Juist omdat het iedereen ergens op je pad, wel eens ten deel valt en we allemaal op een dergelijk punt komen te staan van acceptatie of negeren en doorhollen. De juiste keuze te maken door jezelf de liefde van het helen te gunnen en daar de tijd voor te nemen, kan daarbij dienen als verlichting. Winter overvalt je, maar winteren geeft er handvaten aan en is te leren. Dat alleen al biedt troost.

In deze zelfgekozen stilte zoek ik de roerige Middeleeuwen op. Terug naar het Hof en met Erasmus mee naar zijn groei en loutering om te zien wat hem de toekomst brengen moge. Nog 484 bladzijden te gaan.

Uncategorized

De voortgang en een nieuw begin

De bomen voor het raam hebben de allerlaatste bladeren, dansende vaantjes in de wind, eindelijk losgelaten. Zon zet de boom in een gouden gloed. De groengrijze takken verrijkt. Daar zijn ze weer, de boomklever en de boomkruiper, de mezen en altijd de kauwen, al dan niet alleen het paar. De vergaderingen en bijeenkomsten vinden plaats in de eerste boom, waar de hal van de flat zich bevindt. ‘Mijn’ boom is er vooral voor de onderonsjes, een ontmoetingsplek voor echtparen, koerende houtduiven, verliefde tortels, het wijsgerige kauwenpaar uit de dakgoot. Ze maken er toilet en turen koket naar de gedragingen van de ander. In de winter is het feest in de boom, onbeschaamd valt het te bespieden. De elzenproppen zijn goed voor de aanvullingen op de tuinheerlijkheden en de balkonversnaperingen. Een extra winterse aanvulling. Een beetje kerst al, luxe ten top.

‘Winteren’ heet het boek van Katherine May en ze kwam op mijn pad in juli 2020 door een column van Asha ten Broeke. Zoals vaak had ik notie genomen van dit juweel over het omarmen van de winter als meditatief gegeven, als familiewarmte, als pas op de plaats, als de basis voor het ontkiemen in de lente. Daarna, met een meer dan warme eenzame zomer, was het boek weggezakt naar de vergetelheid, daar waar in de diepte met haar nog veel meer wijsheden en boeken opgeslagen liggen om ooit eens aangeschaft te worden. Vandaag, bij het doorbladeren van mijn blogs, kwam ik de titel nog eens tegen. Samen met het boek van Lale Gül, dat als nieuw te lezen opdracht vanuit ons literatuurclubje op de nominatie staat, heb ik het nu direct besteld. Dat laatste boek had ik zelf nooit uitgekozen, omdat ik huiverig ben voor de schrijfstijl, maar je kunt geen oordeel vellen als je het onderwerp niet kent van binnenuit.

Winteren is in de oorspronkelijke titel ‘Wintering’. Dat is oneindig veel meer dan winteren alleen. Er ligt mijmering, bezinning , inkeer en meditatie aan ten grondslag. ‘Wintering’ is letterlijk vertaald ‘ Overwintering’. Door de toevoeging ‘over’ schiet het in betekenis tekort. Dan neemt winterslaap bezit van het woord en overleven. Omarmen is zoveel meer. Het is ruimte bieden. De deur open zetten en gastvrij de winter met al haar eigenschappen uitnodigen binnen te komen, zich te koesteren aan de warmte, nu het buiten koud en guur is. Het is een invitatie om de avonden te delen met een goed boek, een wijs gedicht, kaarslicht, overpeinzing, contemplatie, te delen met inkeren en tijd bedden.

De quote uit de blog van juli 2020 is uitgesproken en een soort van protest tegen de uitspraak van de columniste, die ons vertelt dat we het niet meer onder de knie hebben, dat inkeren. Met verve hou ik een pleidooi voor ieder in mijn omgeving, die dat juist wel goed kan en zeker ten tijde van de eerste lockdown: ‘Er zijn vrienden en vriendinnen onder de mijne en ikzelf, die juist wel aan zichzelf denken en voor zichzelf zorgen. We weten dat de winterperiode een moment is van zelfzorg en onderduiken. We cocoonen de winter door en zijn zielstevreden. Even geen mensen, even geen meningen, even helemaal niets. Het virus zorgde dit jaar voor een soort kunstmatige winter vind Asha, maar ik heb zo intens de lente beleefd, dat ik die gedachte niet met haar kan delen. Het was de basis voor een flinke zelfreflectie en ik weet zeker dat dat anderen ook overkomen is, doordat de hectiek van het dagelijkse leven letterlijk stil viel. Angst waarde rond, cijfers en feiten, gissingen en meningen werden uitgewrongen in de kranten, maar de lucht was blauw en schoon, de rust weldadig, de vogels alom aanwezig en de bloemen en het groen weliger. De eenzaamheid zorgde juist voor een intense beleving van dit alles. Verdriet, angst, verlangen kregen een plek door er over te schrijven en te mijmeren, geen gaten in mijn wereld, maar een weefsel van draden om het verlies en het treuren om al die mensen die het zwaar hadden, in te bedden en op te vangen.‘ Het bleek een gechargeerde opvatting in een moeilijke periode van haar leven, waarbij ze het gevoel had door de gaten van de wereld te vallen. Het was geen wonder zich zo te voelen.

Ook May heeft een reden om de winter op die manier door te brengen.  ‘Laat mij alleen maar even mijn wortels zijn, dan kom ik later wel weer bloeien’. Dat en niets minder is de natuur ten voeten uit. Dichterbij kunnen we niet komen. Winterliefde, het leven onder het verdorde land, een deken van warmte door de verblindende sneeuw en straks, zoals altijd, de zekerheid van het ontwaken, de voortgang en een nieuw begin.

Uncategorized

Pas dan weet je waarover te klagen valt

Plukken blauw in de lucht, afgewisseld met slierten wit en grijs. De vraag van mij aan de quarantaineliefjes, is er nog behoefte aan aanvullende voorraad. Prompt volgt er een lijstje met een aantal ‘O ja’s’ er achteraan. O ja, ook nog kaas en O ja, ook nog…Als het dat is, ga ik eerst op pad om alles te verzamelen. Het brengt getalm en gedub met zich mee. Nee, deze kaas lijkt me klein voor een gezin toch, voor mij alleen is het groot genoeg. De biologische eieren waarschijnlijk. Speculaaskruiden. Waar zijn die te vinden. Bij de kruiden of bij het meel en de vanillesuiker. De wereld van de supermarkt weer als ontginnend terrein. Prijzen zien, waar je nooit op let, omdat je die middelen zelf niet gebruikt. Dochterlief en de kleine filosoof staan al aan de deur, met een vinger op de lippen. Stttt, de kleine meid slaapt. Boodschappen op het bankje voor het raam gezet, zwaaien naar de bleke betjes bij de deur. Dag lieverds.

Op de tuin spreek ik een van de tuinders van over de sloot. Hij heeft net een infarct achter de rug en twee stents gekregen. Het werd ontdekt dankzij zijn eigen vasthoudendheid. Een zeer herkenbare situatie. Het schept een band. Er hangt een sombere lucht boven de sloot. Af en toe miezert het fijne motregen. Als een milde schoonheidsdouche voor de huid van het gelaat. Bril in de mist, want ze beslaat.

Langs de tuin van dochterlief en langs de achterkant van het complex door naar mijn tuin. Mijn lieve trouwe atelier staat kaal en fier te wachten, veel bloei is al in winterslaap, maar toch zijn er altijd de dappere laatbloeiers, die onverdroten door bikkelen. Volgende week wordt het kouder en verwacht men de eerste vorst. Maar de helleborus staat fier in knop. De grote tros met bloemen opgeheven. Het is de eerste keer dat ze weelderig de winter inzet.

Half achter de moerbei verscholen ontdek ik een gewone witte smeerwortel, prachtig in bloei en laat voor haar doen. Tuin zit vol verrassingen. De Vlaamse Gaai vliegt verschrikt op en verdwijnt in vlucht de sloot over. Merel pikt hier en daar wat in het gras. Op de voederplaats van de ouwe dartelen pimpel-en koolmezen een uitgelaten gebed bij elkaar, dankbaar voor de snoeren pinda’s, een overvloed aan wintervoer.

De eerste wilgknot wordt ingezet. In eigen tempo, met rustpauzes ertussen. Wilg en brandnetel, dat wat nog rest van de laatste, zijn de pineut. Maar verder dan één en een beetje, behalve de dikke takken, die anderen eruit moeten zagen, kom ik niet. Minder moe dan vorige week, minder hoesten ook, daar in het vrije veld op deze rookvrije zaterdag. Mondjesmaat vooruitgang. Het logboek kan bijgeschreven en dan is het tijd om te gaan. Het miezeren zet er inmiddels een tandje bij. De deur gaat dicht, de grendel ervoor, dag lieve tuin.

Thuis mis ik aanvankelijk sterren op het doek, maar kijk het terug. Als ik naar bed wil, start de VPRO een film, ‘Capharnäum’ geregisseerd door Nadine Labaki. Door de aandoenlijke jonge Zaïre blijf ik in starthouding om te gaan, nog even zitten. Gevaarlijk, want ineens grijpt de film me volledig bij de kladden en kan ik me niet meer los scheuren. Als je denkt te moeten klagen, dan is de remedie deze film. Kijk naar de arme Zaïre die zijn ouders aanklaagt, omdat ze hem op de wereld hebben gezet en bezie de rauwe werkelijkheid van de armen in Beiroet. Pas dan weet je waar over te klagen valt.

Uncategorized

De volgende dag

Met een been in wat ooit was en het andere in wat nog komen gaat, banen we ons een weg door alle herinneringen heen. Zo verschrikkelijk veel overtuigend bewijs van de voorbije tijd is te vinden in de afbeeldingen. Bij iedere foto proef ik onmiddellijk de sfeer, de geur, de onzichtbare werkelijkheid er omheen. Het wie, wanneer, waar en hoe stijgt bij elke foto op om moeiteloos gescreend te worden. Wat moeten we ermee.

Mijn schoolverleden, de kinderen, mijn werk in de kringloop, alle vakanties trekken voorbij. Frankrijk, Italië, Portugal, Washington, New York, Bulgarije, Hongarije. Mijn jeugdboeken zijn nog boven, omdat zoonlief vooral de gedeelde tijd met zijn vader zoekt. Zijn eigen jeugd, zijn eigen gedeelde leven. Er worden verhalen uitgewisseld, anekdotes verteld, sommige foto’s krijgen meerwaarde, andere minder. Er wordt gelachen om wat destijds hoog modisch was en nu hopeloos ouderwets, maar overal spreekt liefde uit, een warme band, een hecht gezin. Bijzonder, bedenk ik, en praktisch gezien, bij al die foto’s hield mijn hand de camera vast.

Niet bij een mapje, waar afbeeldingen te zien zijn van het ouderlijk huis van zijn vader, het kind met het ravenzwarte haar en de grote voortanden, de fonkelende kooloogjes, zijn moeder en vader, de broers en zussen in zwijgend zwart/wit of sepia. Documenten van een tijdspanne, die ik moeiteloos kan opdiepen, maar voor de anderen een gissen en een puzzel wordt. Kijk, oma zonder rimpels, opa met een strenge blik en opoe, de oma van zijn vader met het ronde gezicht. De kerk, het oude huis, een John Lennon look-alike (de oudste broer van zijn vader). De locatie is ook aan inspectie onderhevig.

Het is net als met mijn bewaarwoede, er worden dingen tussenuit geplukt, soms foto’s van foto’s genomen om te digitaliseren voor de anderen en veel blijft gewoon op hun oude plek. De babyfoto’s gaan mee en nog wat speldenprikken uit een tijdperk, zodat voor hemzelf een duidelijk beeld ontstaat. We missen nog wat foto’s die vast in de laatste bak zitten, maar verstijfd en vermoeid zijn we en breien een eind aan de sessie. Als de jongste zoon met vriendin erbij komt, bekijkt hij zijn jeugdboek. De enige die ik direct na de geboorte heb bijgehouden. De anderen hebben een fotoboek of anderszins ooit meegekregen, geschoeid op mijn herinneringen.

Hoe waardevol de verhalen zijn, hoe verhelderend soms, hoe wenselijk ook. Ik had Japanse Ramen gepland, maar ze moeten de kleine ophalen. Als ze met een tas vol naar huis zijn en de jongste met mijn schone dochter naar zijn kamers verdwijnt, peuzel ik een ouderwets in elkaar geflanste aardappelsalade op met ei, augurk en knoflookmayonaise passend in het tijdsgewricht waar het hoofd in verkeerd. Laat de tracks van Zjef de ruimte innemen. De warme stem in mijmering verzonken. Verlangen, hunkering, berouw en spijt, liefde en vertrouwen worden moeiteloos door de kleinkunstenaar ingevuld. Ik dein mee en verlang eveneens naar een deel van de geestelijke rust ondanks de kinder-hectiek uit die dagen.

Ik mijmer over het verhaal van opa Sterretje, dat ik vorig jaar schreef en bedenk hoe het bewaarheid is, als zoonlief appt dat de kleine een ballon heeft opgelaten voor haar onzichtbare opa, die echt heeft bestaan. André Hazes sleept in gedachten voorbij. ‘Ik schrijf hier een brief aan mijn moeder, die hoog in de hemel is’. Het ontlokt een glimlach. Er mag nu wel een gros aan brieven achteraan gestuurd worden, zo druk is het er nu. Ik hoop dat ze allemaal kunnen duizelen als opa Sterretje en in de dromen van de kinderen en alle acht kleinkinderen met regelmaat nieuwe levenservaringen door zullen laten sijpelen. Mondjesmaat, behapbaar om bij dageraad iets te herkennen van wat ‘s nachts ingefluisterd is.

De ramen bewaar ik voor de volgende dag.

Uncategorized

De moeder van de porseleinkast

Een webinar over de aanleg van de tuin gisterenavond nodigde uit tot kaarslicht, fonkelbruine rooibos, schetsboek en stiften. De kleurpotloden lagen boven. In de gauwigheid had ik alvast een plattegrond gemaakt van hoe de tuin nu was en opgekrabbeld welke planten en bloemen tot mijn lievelingen behoorden. De tuinontwerpster had een zeer bruikbare tip, tussen alle informatie die eigenlijk al bekend was. Zorg dat je denkt in tuinkamers. Dat zijn de hoekjes, waar je graag lang en knus toeven wil, met de geborgenheid van een afscheiding, geurende bloeiers, een dak boven je hoofd, door middel van de bomen bijvoorbeeld. Verzin een natuurlijk hek, vlecht je onzichtbaar met behulp van de kale wilgentakken en zet er een makkelijke stoel neer.

Het beeld ontspon zich met het grootste gemak. Ik wist het wel. De pierige perenboom moest eruit, de stoelen kon ik opknappen door een rugleuning van nieuwe webbing te voorzien. En ik moest af van de grote bedden, maar kleine hoeken gaan creëren, misschien ook een gedeelte van het gras offeren. Dochterlief had eveneens meegedaan en we zouden er samen eens goed voor gaan zitten. Samen stonden we sterk. Geen speld meer tussen te krijgen.

Een ander, nogal onthutsend bericht. Een van de kleinkinderen heeft COVID. De groep op school was in quarantaine door een besmette juf en bij de test op de laatste dag werd dit de uitslag. Een domper met het gevolg dat het hele gezin in quarantaine is. Op de scholen is het hommeles. Vriendinlief heeft net twee groepen naar huis moeten sturen en op de school van dochterlief vallen ook groepen, kinderen en leerkrachten om.

Vanmorgen zag ik voor het eerst sinds lang weer prachtige zalmkleurige ijle slierten in de lucht. Een van mijn geliefde bloggers refereerde op het ontwaken van gisteren en de beschrijving van het ochtendlicht aan ‘De Zotte Morgen’ van Zjef van Uytsel. Het toeval wil dat manlief en ik deze geliefde Vlaamse zanger grijs gedraaid hebben in het nog grijzere verleden. Morgen viert hij zijn verjaarsfeest op een ster, een wolk of in een adelaarsnest. Normaal zouden we naar het strand getogen zijn, om onze wensen en het gemis in het zand neer te schrijven en mee te laten nemen door de ruisende zee, maar in deze omstandigheden was dat niet mogelijk.

Schoondochter kwam de kleine Blauwe terugbrengen na de fotoshoot en herinnerde mij eraan, dat zij met kleindochter en zoonlief morgen foto’s komen uitzoeken, vanwege het fotoboek dat er voor de oudste zoon, als bijna enige, nog niet van gekomen is. Dan maar met Zjefke, die met zijn omfloerste stem de ruimte zal vullen en meezingen met een lach en een traan. Dan wordt het toch nog een memorabele dag.

Vandaag zal ik scannend het boek uitlezen, dat voor vanavond op de nominatie staat om besproken te worden. Er is niet door te komen. Het ligt kennelijk aan mij, want de recensies zijn stuk voor stuk lovend, maar haar schrijfstijl is niet de mijne. Ellenlange draken van zinnen, die ervoor zorgen, dat ik al zware oogleden krijg na een halve bladzijde. Via zoom volg ik de meeting. Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast.

Uncategorized

Een ragfijn filigrein

Gisteren schreef ik een paar dijken van fouten in de mijmeringen. Gelukkig is er een bevlogen engel, die me daarover subtiel op de hoogte brengt. De oorzaak? Niet geconcentreerd genoeg, teveel gedachten die zich roeren, of het late tijdstip op de dag, waardoor ik sneller wil schrijven. Dus was er vandaag het voornemen om met het krieken van de dag, zoals het gemijmer eigenlijk is ontstaan, te beginnen. Nu is het nog donker en trekken de auto’s met hun koplampen lange brede lichtstroken op het plafond, die naar achteren flitsen. Het huis ademt diepe rust en dromenland. Pluis is nog niet om brokjes komen bedelen. De stilte is weldadig. Door het terugkijken van programma’s en films was ik dat stukje retraite kwijt. Tijd voor een revisie.

Het streven is om met tien vingers te typen. Het feit dat de pols stijf en pijnlijk blijft, wijt ik aan de berusting. Als ik de pijn niet trotseer, zal het niet vooruit gaan. De onwillige spieren moeten eraan geloven en ik ook. Het lukt wonderwel met wat krachtsinspanning en verbijten.

Het is te hopen, dat de autocorrectie zich koest houdt. Gisteren had ze voor doorstruinen ‘doornstruiken’ ingeklopt en alhoewel ik al een paar keer met een scannende blik alles had bekeken, viel het mij niet op. Een van de lezers vertelde, dat ze er hartelijk om heeft gelachen, omdat het een boek over tuinen betrof en het ergens nog hout sneed ook.

De nacht heb ik voornamelijk doorgebracht op school. Oorzaak was de vergadering, gistermiddag, met de klankbordgroep. Onze teamleider had een kunstenaar op het oog, die voornamelijk werkte met gekleurd tape. Daar liet ze voorbeelden van zien. Het gevolg was, dat ik in de droom aan de slag ging met het bruine tape, dat we de laatste jaren op school prefereerden boven de sterke lijm om iets stevig aan elkaar te plakken. Deze kunstenaar liet op bestelling in allerlei felle kleuren tape maken en plakte daar aandoenlijke figuren mee, die van alles aan emotie konden oproepen. Het lijf leek een beetje op bolbuikige oude mannetjes met daar bovenop vormen van grote trouwe hondenkoppen. Aaibaar in hun hulpeloosheid. Het gevolg was dat ik in de droom in de weer was met het plakken van doosjes. Er stond in het lokaal een oude Piet Hein Eek-tafel. De werken die daarop tentoongesteld werden, kwamen niet tot hun recht op de drukke achtergrond. Daar moest een van mijn befaamde lappen overheen komen, dat was duidelijk. Verbazingwekkend hoe voorwerpen tot in detail terug kunnen komen in dat onbewuste denken.

Vandaag gaat de kleine blauwe Prins zonder mij op stap met mijn lieve schoondochter, die een fotoshoot heeft ergens in het land. Zo komt hij nog eens ergens. Zoonlief wordt wakker en weg vliegen de lichtwieren( Vasalis, ken Uw klassiekers), want hij knipt het licht op de badkamer aan. Het is inmiddels over zevenen. Vanavond is de tuinsessie. Wat zou dat opleveren. Misschien wel een heel nieuw idee voor de tuin. Inspiratie opdoen werkt heilzaam. Zoiets als ‘ een nieuwe lente en een nieuw geluid’. Nog zo’n klassieker. (Gorters ‘Mei’). Het werkt vaak verfrissend als er een verse blik geworpen wordt op een belegen en oude indeling. Het kan, letterlijk en figuurlijk, nieuw vruchten afwerpen.

De nacht maakt zich op voor een drukke dag, beneden in de straat razen steeds meer lichten langs. De dageraad begint te gloren en langzaam veranderen de donkere vlekken voor het raam in een silhouet van takken en takjes, een ragfijn filigrein.

Uncategorized

Beter wijs dan roekeloos

De twee kauwen uit de dakgoot zitten in de es tegenover het raam en voeren een goed en zo te zien diepgaand tafelgesprek. Af en toe knikken ze ja en pikken een nootje tussen de bladeren uit om daarna verder te krakelen. Er valt heel wat te bespreken.

Een slechte nacht vannacht, die ook nog een heel uur langer duurde. Het eventuele Noorderlicht, laatste dag van de maand, maandovergang, iets met Samhain, of spokende Allerheiligen. Wie het weet mag het zeggen, maar om één uur was het slaapzand uit de ogen verdwenen en er er schemerde geen groen licht aan de horizon.

Ogen dicht en rusten, toch eerst ‘Sterren op het Doek’ terug zien met Femke Halsema als lijdend voorwerp en daarna een meesterlijke uitzending van ‘Matthijs gaat door,’ met de toffe band, Barry Hay en consorten, Paul van Vliet bleef For ever Young en een prachtig Hallelujah in zijn eigen vertaling door Jan Rot en een honderdkoppig koor. Zijn status van ongeneeslijk ziek gaf er extra een geladen betekenis aan. Daarna had Klaas Vaak kennelijk nog geen tijd. Ogen dicht en rusten.

Toch weer overeind en de wijze in IPad- pro creative-verf gemaakt. Van de foto af op de mij welbekende haastige wijze. Daarna kwamen de twee laatste dagen van inktober met ‘slighter’ en ‘risk’ nog aan bod en las ik een stukje uit de verzonken stad van Marta Barone. Toen was de koek op en kwam dat vermaledijde zandmannetje niet met wat strooigoed maar met een houten hamer langs. De slaap was diep, de droom ongrijpbaar.

Gisteren gebruikte vriendinlief een prachtige term ‘De aangeleerde hulpeloosheid’ . Dat zijn de kleintjes die voor je komen staan en wachten tot jij het jasje pakt, wacht tot jij ze erin hengelt, wacht tot jij de rits dicht doet en ook nog een duwtje in de rug nodig hebben om de weg naar de buitendeur te vinden. Maar je hebt er gemiddeld 25 in een groep hé. Tel uit je winst. Het eerste wat we deden was de zelfstandigheid invoeren. ‘Wat heb ik nodig om niet afhankelijk te zijn van zo’n volwassen mens’. Dat begon inderdaad bij aankleden, vragen leren stellen, iets zelfstandig kiezen, gedachten durven ventileren, leren denken in oplossingen. Als dat eenmaal de mores van de groep is, is het verbazingwekkend hoe snel kinderen begrijpen, hoe een en ander werkt. Omdat de oudsten het systeem door en door kennen zijn ze altijd bereid een jonkie op weg te helpen. Bovendien sneed het mes zo aan twee kanten, want dan namen ze de lesstof nog eens dunnetjes door. Al hun vorderingen kwamen de laatste jaren in een soort portfolio, met tekst en uitleg van mij erbij en soms door henzelf geschreven, maar vooral met veel werk en foto’s. Iedere vrijdagmorgen werkten we die bij in groepjes. Het resultaat van hun succes werd beloond en bekroond met de trots en een brede glimlach.

De dag begint vriendelijker dan gisteren, toen oma op haar wolkje bleef poetsen en schrobben. De kleine filosoof vraagt in zulke gevallen met een diepe zucht of ze nog lang zal blijven schoonmaken. Dinsdag wordt hij alweer zeven. Kleine filosofen worden ook groot.

Ziezo, de kauwtjes zijn uitvergaderd. Vanwege Corona, een doorbraakinfectie in de plaatsen van onze medewerkers, gaat de vergadering morgen in Echten niet door. Aan de ene kant is het niet anders en gaan we zoomen en aan de andere kant had ik me toch stiekem op verheugd. We hebben elkaar al heel lang niet in levende lijve gezien. Het brengt altijd meer inspiratie met zich mee. Maar ach, beter wijs dan roekeloos.

Uncategorized

Logica van de eenvoud

De kleine prins is al lange tijd een bron van inspiratie. Er valt zoveel levenswijsheid uit te putten en telkens weer gaf het stof voor nieuwe verhalen en ontwikkelingen. ‘Koester wat je hebt’ filter ik eruit. ‘Koester wat je ten deel valt’. Niet voor niets heet de auto, die me onafhankelijkheid en vrijheid schenkt, de kleine blauwe prins.

Op een van de cultuuravonden in het dorp verderop verhaalde ik met vriendinlief een hoofdstuk over de kleine prins en de vos. De locatie was intiem. Er was slechts plek voor tien toehoorders, volwassenen en kinderen. Een indringende versie over hoe je betrokken kan raken bij iets of iemand door je volledig te verdiepen in het leven van de ander en het te respecteren. Het was doodstil en de filosofie van het verhaal steeg in volle betekenis boven de hoofden op. Bezinning en bezinken bleef achter. Het applaus was voor de wijsheid en de schoonheid in het verhaal.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/27-06-2019/VPWON_1263787

In het uur van de wolf valt een documentaire terug te kijken, die laat zien hoe de culturele en talige aspecten van verdwenen of verbannen volkeren gekoesterd en bewaard worden aan de hand van de vertalingen van De Kleine Prinus van Saint Exupery. De Berbers in Marokko, de bevolking van Samiland, en de oorspronkelijke bewoners en hun taal in San Salvador en Tibet. De regisseuse Marjoleine Boonstra volgt vier vertalers en voedt hun verhalen met de schoonheid en de verstilling van hun eigen land. Aan de hand van de slang, de vos, de roos en de verdwijning van de kleine prins geven de authentieke vertalers de betekenis weer binnen de context van hun bestaan. Ademloos om naar te kijken en inzicht te verkrijgen in de noodzaak deze culturele en taalkundige diversiteit in ere te houden, want de moedertaal verleent bij uitstek de identiteit aan het leven.

Het sloot aan bij een andere film die gisteren gedeeld werd op Facebook door vriendinlief. Valisa Higman, die in Seldovia, Alaska leeft en werkt. Ze is kunstenaar en heeft zich toegelegd in de papierknipkunst. Hetzelfde geldt voor haar bestaan als dat van het bovenstaande. De oorspronkelijkheid van leven wordt in de onmetelijke schoonheid van woord en beeld uitgedrukt en vastgelegd. De rijkdom van de eenvoud. Films om je in te wentelen.

Vanmiddag gaan kleindochter, dochterlief en ik naar de voorstelling: ‘Heb je mijn zusje gezien’ van het jeugdtheater Hoge Fronten. Het is haar eerste theaterervaring en ik mag hem delen. Hoe bijzonder is dat. Lieke Benders en Joke van Leeuwen zijn de acteurs. Joke heb ik een aantal keren ontmoet ten tijde van een aantal kerstdiners. Ben benieuwd of er herkenning is.

Langzaam maar zeker begint tijd een eigenzinnig leven te leiden. De agenda stroomt vol. Het zorgt ervoor, dat een dag als gisteren, een dag van helemaal niets, nou ja, een beetje Erasmus tussendoor, een paar wasjes, een aanraken van het doek…heel even maar, en weer een nieuwe inktober met de opdracht ‘sprout’. Zelfs het eten was een opgewarmd zuurkoolprakje met boterjus. Zoals gewoonlijk was er in het denkhoofd meer beweging te vinden.

Vannacht schoot ik wakker met een verhalentitel: ‘Severina en grootvaders klok’. Geen idee uit welke hoek dit idee kwam. Misschien wel omdat ik de vijf kinderboeken passend bij het thema had gezocht en daarvoor heel wat titels de revue had laten passeren. Het had in ieder geval ook alles met tijd te maken. Grootvaders klok is in deze tijd voor kinderen al betovergrootvaders klok geworden. Zo snel kan het gaan. Wat gisteren nog morgen was is nu al vandaag. Logica van de eenvoud.

Uncategorized

Daar vertrouwen in te mogen hebben

Ziezo, en wat me bijna lukt is het typen met zeven vingers, dat zijn er al twee meer. Moet er wel even voor door de pijn barrière. Een kniesoor die daar op let. In de donkerte van de ochtend vervolgens nogmaals in slaap gesukkeld en bij opkomst van de zon eindelijk een beetje in de running. Het moge duidelijk zijn. Een kind van het licht ben ik. Ooit was dat anders. Met de opleidingen die ik gedaan heb in het verleden, sloegen vele nachtelijke uren stuk op mijn studie. Heerlijk. Kinderen naar bed, geen telefoongerinkel, soms nog wat vage schuurgeluiden als manlief tot laat in de schuur bezig was met een van zijn fietsen, maar doorgaans doodse stilte. Teksten komen beter binnen, volzinnen vliegen je om de oren, kamertjes in het hoofd gaan open om de leerstof zorgvuldig op te bergen, de geest komt vanzelf in een poëtische bui. Niet zelden verstoorde de eerste schemer mijn noeste arbeid en stram en stijf zocht ik de slaapstonde, waar een ronkende echtgenoot oerwouden omver aan het zagen was. Door vermoeidheid overmand sliep ik in, er dwars doorheen.

Zo werd alle stof dubbel verwerkt, want in de droom mengden zich de zwarte vogels met de zeventiende eeuwers en de boomdiagrammen met de naturalisten, ontsloot zich het abdomen naast de techniek van het bedden opmaken, zweefde een rijmelarij boven de Rust, Reinheid en Regelmaat van de pedagoog Ribble. Het was een grote drukke bedoening daar in de droomwolken boven mijn hoofd.

Gisteren kreeg ik van een lieve blogger de tip voor de film Un Monde van Laura Wandel. Ze had er aan moeten denken, bij het lezen van mijn blog over het alleen spelende kind. Een indringende film over gepest worden en wat dat tot gevolgen heeft voor het zusje, die daar niets van over mag zeggen tegen haar ouders, maar door hen onderdruk wordt gezet om doorgeefluik te zijn. Iets om te onthouden als hij hier komt draaien. Vanaf donderdag 25 november 2021 in de bioscoop.

Een ander heuglijk feit is dat Stromae een nieuw nummer heeft uitgebracht. Een fantastisch nummer waarbij hij het glas heft op het gewone doorsnee volk. Een dame van de retirade, vissers op hun boten, kantoorklerken, vrouwen in een slachthuis, de bakker, serveersters, slagers. De clip is prachtig en let vooral op de uitdrukking op de gezichten, de begeestering in de ogen, de trotse uitstraling van een gelaat terwijl er gedanst wordt.

Dan was er nog die lieve vriend met een alarmerend bericht, dat er voor zorgde, dat elke niet bezette seconde van mijn gedachten bij hem zijn en waarbij ik hoop en eigenlijk ook wel weet, dat hij dat voelen mag en kan. We raken allemaal op leeftijd en het is natuurlijk een klein wonder als dat zo kunstig in elkaar geknutselde lijf het allemaal maar gewoon blijft doen, zonder slijtage, zonder gebreken. Ergens komt eens bij iemand wel even de klad erin. Dan is het te hopen dat het aan de periferie blijft, maar zodra het vitale delen omvat is het een ander verhaal. Negeren is niet meer mogelijk. Liefde is dan wat verzacht en een nauwe geestelijke verbondenheid. Vaste waarden die onbetrouwbaar worden, brengen de omgeving aan het wankelen. Een rots in de branding die afkalft tot een kasplant, een trotse spil van het gezin, die niet langer zelf zorg kan bieden, is ineens een lijdend voorwerp. De verandering is groot. Rollen worden omgedraaid en waarheden schudden op hun grondvesten. Daar nieuw waarden in te vinden met respect voor iedereen is een uitdaging.

Herfst, vallende bladeren, de neergang van de natuur is het voorbeeld. Uit de donkere dagen pelt zich het licht. Aan het eind van de winterdag staat het voorjaar op en verheft zich. Daar vertrouwen in te mogen hebben…

Uncategorized

Stel een daad

Alsof ik aan het wachten was op een spoor van blauw om wat luchtigheid in de grote grijze somberte te kloppen. Die gedachte overviel me terwijl de dag openbrak. Daarvoor was het erg mies geweest en had ik overal licht opgestoken om maar kleur te zien in huis. De troosteloosheid werd versterkt door het wasgoed aan het rek middenin de slaapkamer. Donkere was met grijstinten en zwarten, ook al geen opbeurende vrolijkheid. Wasgoed in de kamer is armoe, heb ik jarenlang de kinderen voorgehouden. Maar de zolder is met een zware wasmand net een brug te ver. Vandaar een keer in de twee weken deze noodoplossing. De witte moet er nog achteraan. Maar dat zijn de lakens, die hang ik over de deuren. Je wordt inderdaad vanzelf gekker als je ouder wordt, door alle aanpassingen die te bedenken zijn om de inspanningen te minimaliseren met al die kleine kwetsuren.

Gisteren bij de fysio trok ik de stoute schoenen aan en vroeg of ik na mijn gebruikelijke halfuur therapie nog even zelf kon fietsen. Geen enkel probleem, graag zelfs. Hoe meer beweging, hoe meer vreugd. De nieuwe stagiaire had een parcours voor me bedacht, die nauwelijks inspanning had opgeleverd, geïnspireerd door het amechtig hijgen, misschien. ‘Het maakt wel geluid maar kan meer dan je denkt’, hield ik haar voor. Dus stapte ik met verve over de hordes heen. Enkelhoog hoor en op de wiebeltaks. Pols ziet er weer beter uit, vond de fysio, doorgaan met oefenen.

Bij de kringloop vond ik twee metalen eieren op een ouderwets dressoir. Ze waren beplakt met een nostalgische afbeelding. Twee doosjes voor wat kleinoden of chocolade pastilles. Voor ik het wist lagen ze al in mijn mandje. Verder was heel de stad uitgelopen om hier de regenachtige dag te doorbreken. Te druk, dus met gezwinde snelheid en drie euro’s armer, maar twee eieren rijker, naar buiten, waar een enorme vrachtwagen de kleine blauwe had klemgezet. De man met een vriendelijk gezicht floot een vrolijk deuntje tijdens het laden. Pallets vol met blauwe kratten oude elektra. Vijf minuutjes bleek het te gaan duren. Dus observeerde ik de berm en zag de wonderlijke vormen van een bruine paxillaceae ofwel een gewone krulzoom, een schimmel die nauw verwant is aan de boleten. Er naast stonden wat verdwaalde witte zwammen. Het was me nooit voor ogen gekomen als ik niet vijf minuten lang de berm had bestudeerd. Er ontgaat ons veel in een mensenleven.

Vriendinlief appte over een tentoonstelling van Sam Drukker in het Singer in Laren. Een aanlokkelijk idee om te gaan, de man maakt prachtige dingen. Er achteraan kwam vanmorgen een podcast met de kunstenaar ter voorbereiding. Ik zal zuslief eens polsen. Het wordt tijd voor wat nieuwe input, al staat er voor zaterdag de Bergense kunstroute op de rol. Ook niet te versmaden.

Op de tuin zit het dak erop en de deur erin. Er is vier dagen lang hard gebikkeld, maar het resultaat mag er zijn. Ineens is de tuin van losse individuen een gemeenschap geworden, met mensen die een praatje aanknopen, elkaar daardoor beter leren kennen. Wat een gemeenschappelijk doel al niet bewerken kan.

Nog ruim een maand de tijd om de Erasmuspil te kraken. De proloog is lang en uitgebreid en in een klein lettertype dicht op elkaar en beschrijft de Ware verhalen. Dat vraagt om het besluit eerst zijn doopceel te lichten en pas als laatste aan de proloog te beginnen. De verzonken stad van Marta Barone voor de leesclub is nog dieper gezonken. Ze wacht geduldig onderop de stapel ongelezen. ‘Vandaag, nee morgen, eigenlijk nu, volgende week’. Van uitstel komt afstel. Eerst de stad en dan Erasmus in tempo. Het nieuwe thema voor de kinderboeken is ‘lef’. Dat moet ikzelf ook eens tonen. Lef om aan achterstalligheid te beginnen en korte metten te maken. Stop de maalstroom en stel een daad.

Uncategorized

Minder is meer

Op het kindplatform van Nivoz werd een verhaal verteld over een jongetje dat bij een zorginstelling was aangemerkt met het doel: Speelt met andere kinderen. Hij speelde namelijk altijd alleen. Met pionnetjes op een rijtje, met dobbelstenen, waarmee hij sommen maakte in zijn hoofd, met een spelletje in een hoekje, met het sorteren van klein naar groot. Zijn begeleidster vroeg zich af waarom hij zich alleen terugtrok en niet met de andere kinderen speelde. Toen ze met hem in gesprek ging, bleek dat hij intens gelukkig was in zijn spel. Het leidde bij haar tot de vraag of samenspel wel altijd zo gelukzalig was. Mag een kind ook als einzelgänger groot worden.

Ik heb ze in de groep gehad. Kinderen die eindeloos zichzelf konden vermaken en daar volkomen gelukkig bij waren, zich senang voelden en zich goed ontwikkelden. Het mooiste voorbeeld is zoonlief, de jongste, die tussen zijn tien jaar oudere broers en zussen als klein kind gewend was om alleen te spelen. Urenlang kon hij met papier en een schaar in de weer zijn om een papieren wereld te scheppen. Aan het strand waren het schelpen, in het bos de spar-en dennenappels, langs de rivier de gestapelde stenen, die hem de verhalen ontlokten en nooit, nooit verveelde hij zich een moment.

Mijn insteek op school bleef, het kind zelf te laten zijn wie hij was. Uitdagingen te bieden, maar niets te forceren, nieuw spelmateriaal aan te schaffen, maar het niet op te dringen. Eigenlijk was het bieden van mogelijkheden het voornaamste gegeven. Kinderen komen altijd, maar wel in de stroom van hun eigen ontwikkeling en soms komen ze niet, eenvoudig omdat ze daar geen behoefte aan hebben. De collega’s van de begeleidster van de jongen zorgden ervoor dat hij uiteindelijk wel speelde met andere kinderen. Ziezo, het doel kon worden afgevinkt. Maar de begeleidster bemerkte ook dat er van het gelukkige jongetje in zijn eigen hoekje niets meer over was. Zodra het speeluur voorbij was, trok hij zich terug, opgelucht en blij. Een prachtig en gelukkig introvert kind, waar menigeen jaloers op kan zijn, omdat hij van zichzelf kon en mocht houden.

Mijn zoon is opgegroeid tot iemand met uitgesproken en bijzondere ideeën, lief en hartelijk, dol op de kleintjes in de familie en met zijn vriendin ondernemen ze spannende uitdagingen, die de gemiddelde mens niet gauw zou kiezen. Ze zijn samen volmaakt gelukkig. Al vanaf heel jong heeft hij de wegen precies zo bewandeld als hij wilde, heb ik alleen maar voor de veilige voorwaarden hoeven zorgen. Een individu, die altijd, los van de massa, zijn eigen plan trekt, zijn eigen mening getrouw is en zelden oordeelt over wat anderen anders doen. Om van te leren en om als moeder trots op te zijn.

Een mooie overpeinzing op een miezerige morgen. Mijn gedachten zijn bij de mensen op de tuin, die nu het dak aan het timmeren zijn. Zijn ze er mee door gegaan in het druilerige weer. Gisteren waren ze al een eind opgeschoten. Na de lunch kon ik niet veel meer uitrichten, dus liep ik even naar achteren, naar mijn eigen tuin. Diepe voren in de modder op het pad door de fietsers die daar gereden hadden. Dat werd polletje springen, nou, springen, dat redde ik niet.

In mijn paradijsje hing de doordringende geur van de walmende houtkachel van de buurman. Het is een van de redenen, dat ik alleen met de deur dicht in het atelier kan toeven. De rook slaat onmiddellijk op mijn longen en zorgt voor benauwdheid, een brakke stem en vermoeidheid. Hoe dat probleem aan te pakken, om paradijs weer paradijs te laten zijn. Iets om op te broeden, want buurman woont er praktisch.

De opdracht voor inktober is ‘Moon”. Dat gebruik ik voor een voorstelling, die genoeg zegt, maar waar de kunst van het weglaten is ingezet. evenals iets te laten zijn wat het is. Inderdaad. Minder is meer.

Uncategorized

Herfst in optima forma

Noeste arbeiders verdienen een stevige, maar tevens smakelijke, lunch dus vulde het karretje zich met de door mij gekozen geitenkaas, runderrookvlees en rundercervelaat, belegen kaas en heerlijke verse broodjes, pistolet, meergranenstokje, tarwebollen. Een suikervrije, zo vers als mogelijke, sinaasappelsap. Ziezo. Spoorslags op weg om op tijd te kunnen uitserveren. Er werd al flink gebikkeld op het parkeerterrein voor de bouwplaats. Cirkelzaag en handzaag werden vakkundig en doelgericht gebruikt. Plat op de grond lag het geraamte voor wat het tweede deel van het ontwerp moest worden. Er werd de laatste hand aangelegd en daarna kon het gevaarte met vereende krachten op de juiste plek geplaatst worden. Wat een vernuftig gebouw werd het toch en wat een bedrijvigheid. Al dat samenwerken werkte saamhorigheid in de hand. Ieder had zich een taak gegeven. Er werd geboord, geklotterd en gezaagd dat het een lieve lust was, Ed en Willem Bever indachtig. Iemand had zelfs nog boerenkool gemaakt, maar de broodjes met geitenkaas, komkommer en tomaat vonden gretig aftrek. De rest ging mee naar huis, om vandaag voor de lunch te dienen.

Langzaam klimt het morgenrood op en kleurt de lucht in 50 tinten en schakeringen. Familie Kauw boven mijn hoofd houdt zich al weer een aantal dagen bezig met lawaai in de dakgoot. Geen idee wat ze aan het verzinnen zijn. Doorgaans schiet een van hen de grote boom in voor het raam en poetst zich de veren glanzend zwart. Een silhouet in het late ochtendlicht en dat om acht uur ‘s ochtends. School zorgde in het verleden voor bedrijvigheid in de vroege ochtend. Nu kabbelt tijd als een stuurloos roeibootje dobberend voorbij. Zoonlief en vriendin zijn de oorzaak van deze herinnering. Gestommel op de trap, een douchestraal aan en uit, stemmen in de ruimte, de voordeur, voetstappen op de galerij en opnieuw de stilte.

Gisteren na alle bedrijvigheid overviel ineens de hang naar rust en stilte. Ze stuurde de auto regelrecht naar de grote plas aan de Lek, waar ik de wollige zachte Hooglanders wist en waterhoenders, meeuw en de kuifeenden. Met een beetje geluk zou ook de buizerd of sperwer zich laten zien. Met het nieuwe fototoestel in de aanslag was het goed toeven daar. Af en toe schoot een loslopende hond me voor de voeten. Ergens verderop werd een kinderpartijtje gevierd met een pinhatta in de boom en de kinderen die joelend om beurten met de stok erop mochten slaan. Vlakbij lagen en stonden de Schotse Hooglanders met hun indrukwekkende gekromde hoorns. Ze lieten zich totaal niet van de wijs brengen door de rennende honden of de joelende kinderen en maalden met hun grote kaken alles wat aan gras en eetbaar was onverstoorbaar klein. De Nikon ving hun rode wolligheid en hun zachte oogopslag, iets om tegen aan te kruipen als je niet beter wist. Knuffels die met rust gelaten dienden te worden. Achter de Hooglanders hun tegenpolen, een Franse koeiensoort, de Charolais, bleke betjes met een sierlijke tred, een mooi contrast in kleur.

Het was er toch te druk met plonzende viervoeters voor het uitgebreide vogelleven, waterhoentjes en meerkoeten waren er meer dan genoeg, maar de kleine steltloperachtigen hielden zich verre van het geraas. Ergens onderweg lag het platgetrapte verenpakketje van wat ooit vermoedelijk een juveniele buizerd was geweest. Tijd om huiswaarts te keren. Mijn korte pelgrimage was precies voldoende geweest om de balans te hervinden en de benauwdheid viel mee. Bijna vier kilometer, registreerde de stappenteller. Geen slecht begin voor het nieuwe voornemen wat meer aan beweging te gaan doen om fysiek wat beter bestand de winter in te gaan.

Pluis is de ochtendkou aan het trotseren op het balkon. Tijd voor warme koffie voor mij en wat achterstallig onderhoud zoals de zaterdagkrant en de nieuwe opdracht van #inktober voor vandaag: ‘Moon’. Het zandmannetje roert zich, die schept slaapzand met bergen van de maan en brengt ze in grote zakken naar de aarde om slaap in de ogen te strooien. Erg nauwkeurig is hij daar niet bij, gezien de slapeloze nachten. Ochtendlicht heeft intussen de boom weer aangezet. Gouden spikkels op de al verkleurende bladeren. Herfst in optima forma.

Uncategorized

Wat verwondering al niet vermag

Terwijl er elke dag wel invulling valt te geven aan de bezigheden, is het op de tuin een drukte van belang. Daar wordt met vereende krachten door de vrijwilligers hard gebouwd aan het nieuwe verenigingshuis dat vooraan op het complex moet komen. Gisteren startte de tweede grote klusweek. Twee mannen hebben het voortouw genomen en de rest vervult opdrachten of brengt koek en Zopie. Het eerste houten geraamte staat sinds gisteren. Vandaag zal ik gaan supporten met wat lekkere dingetjes in mijn knapzak. Het zijn hele gezellige dagen en het schept een warme band.

Gisteren vierde grote broer voor de eerste keer na Corona zijn verjaardag en was totaal beduusd en overrompeld door alle aandacht en de vele mooie nieuwe speeltjes die er speciaal voor hem waren meegebracht. Schoonmama had gekookt en onder folie stond, in afwachting van de maaltijd ,een enorme hoeveelheid aan heerlijkheden. Een grote salade met bulgur en tomaat, heerlijk gekruid, gevulde wijnbladeren, gevulde koolbladeren, kippenkluifjes en pannenkoekjes met gekruide saus met gehakt. Er waren grote opwarmpannen en platen bij. Ze was gewend om bij grote feesten en partijen voor de hele familie uit te pakken en draaide er haar hand niet voor om. Helpen was er nauwelijks bij. In de grote nieuwe keuken was ruimte genoeg. Tussendoor werd de Benjamin gevoed in een hoekje van de kamer en die trok zich, ondanks het feestgedruis, snel weer terug naar zijn eigen veilige droomland. Wat kon die jongen slapen. Buiten in de tuin werd gevoetbald en gemaaid. Dribbel, kleindochter, en grote broer ontliepen elkaar qua leeftijd niet veel. Met de steeds groter wordende filosoof werd er een heerlijk potje gebald en zoonlief en schoonzoon verdeelden het spel.

Binnen ging het over ditjes en datjes. Schoonmama liep te hinkepinken. Ze was op de wasmachine geklommen om iets op te hangen en ervan afgevallen, omdat ze zich beethield aan een halflege wasmand die natuurlijk wankelde en haar uit balans bracht. ‘Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar er komt een moment dat je dergelijke hoekjes niet meer aan moet willen gaan’, zei zij, die zo vaak de grenzen opzoekt. Haha. Eigenwijzigheid, Uw naam is Vrouw.

Het mooiste cadeau was toch wel de vuilniswagen die uit een ‘pantervelletje’ te voorschijn kwam. Verrukt hield hij hem vast en liet hem niet meer gaan. De familie geeft altijd maar een cadeau, daar lappen we allemaal voor en dan mag het ietsje groter zijn. Iedere weer als de vuilniswagen in de straat verschijnt zit grote broer met zijn neus bijna tegen het raam geplakt, dus het advies van moeder was een schot in de roos. Zelf een geliefde vuilniswagen te hebben is op zo’n moment het toppunt van geluk voor kleine mannen of vrouwen. Het feest kon niet meer stuk. De grote klapper was de maaltijd en daarna was de koek zo goed als op. Die vuilniswagen gaat mee naar bed, wat ik je brom.

Terug in de kleine blauwe was er genoeg om te overpeinzen. In een opwelling haalde ik de cd’s van school te voorschijn. In een mooie streep avondstond schalde langtoeter in harmonische samenzang door de auto en vloog een lang gesloten deur met schoolherinneringen open met beelden van de voorstelling in ons speellokaal. ‘We waren langtoeter kwijt en moesten hem gaan zoeken, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, wat hebben we geroepen. ‘Langtoetoetoet langtoeeeet’. Weer genoot ik van de verwonderde blikken bij het zien van de twee vrouwen van de theatergroep ‘Detorenvangeluid’ die met hun muziekinstrumenten en hun betoverende stemmen ons in hogere sferen wisten te brengen. Wat verwondering al niet vermag.

Uncategorized

Beter doseren

Het mooie van de natuur is dat alles goed geregeld is en je eigenlijk vrij weinig nodig hebt, Goed waterdicht wandelschoeisel, dat wel en eventuele opvouwbare regenkleding. Horloges en anderszins kunnen thuis blijven, want hier wordt ook de tijd geregeld. Dat kompas hoeft niet mee als je leert de lucht te lezen. Het kompas van boeren en agrariers is van oudsher de zon. Ze regelt de tijd. Het weerstation is die prachtige hemelkoepel boven ons, met haar ontelbare wolkenpartijen en hun sprookjesnamen. De boer tuurt omhoog en ziet of het gaat regenen of niet. Ook de zwaluwen geven het aan. Bij slecht weer op komst vliegen ze laag en bij mooi weer hoog. Cirruswolken zijn er bij mooi weer, cirrostratus geeft soms een halo om de zon en dan regen in de ton, bij groei van cumuluswolken naar boven ontstaat een cumulusnimbus. Dan vormt zich binnen een half uur een donderwolk, stratus geeft mist en altostratus en nimbostratus brengen niets dan regen. De namen stopt de boer ver weg, hij ziet sluiers, schaapjes of woeste wolken en weet ze te lezen. Werken gaat in het ritme van de tijd. Met een natte opgestoken vinger bepaalt hij de windrichting. De opdracht voor vandaag in #inktober is ‘Kompas’.

Vanmorgen keek ik een film over een onderwerp waar ik nooit een seconde bij heb stilgestaan. In close-up kan je de film ‘1001 Nights Apart’ van Sarvnaz Alambeigi bekijken. Het is een productie uit 2021. Dans is verboden in Iran. Het zou te onzedelijk zijn. Tien jonge dansers bedenken choreografieën en verkennen de mogelijkheden en de grenzen van hun geest en lichaam in een verborgen kelder ergens in Iran. Het is snijdend en schrijnend om te zien dat jonge mooie mensen die, met hun hele ziel en zaligheid, uiting willen geven aan deze expressie, waar zo’n behoefte aan is, maar dat de schoonheid van deze kunstvorm verworpen wordt door een door religie gevoed regime. De grote vraag die als het zwaard van Damocles boven hun hoofden hangt is: ‘Is er wel toekomst voor de dans in Iran’.

Het atelier is eindelijk gedoopt. Het was een eenvoudige ceremonie met ik, mij en mijn persoontje. Dertig minuten lang zou ik het krijtbord tegen de wand moeten drukken. Boven mijn hoofd en met een foute houding voor de pols bleek dat een onmogelijke opgave. Bord nogmaals voorzien van de verse witte lijm en de hark erbij gepakt. Daar moest het op steunen en dat lukte zo goed en zo kwaad. Nu heet mijn lieve pipowagen officieel La Bernagie. ‘La’ drukt de vrouwelijkheid uit, want Bernagie is niet de Franse benaming. Dat is la Bourrache, maar la Bernagie dekt volledig de lading. Een stulpje van mij.

Natuurlijk schreeuwden de uitgebloeide springbalsemienen en de verdorde lange grashalmen om aandacht. Achter de vlier zag ik op de afgezaagde stam van de iep weer een nieuwe boom ontstaan. Daar zou ik wel eens even een stokje voor steken. ‘Even’ is een woord dat uit mijn vocabulaire moet. Er gaat niets meer even. Voortdurend moeten er pauzes ingelast worden om de adem te herwinnen op het hijgen. Maar de drang is groot, evenals het bikkelgehalte. De vlier wordt gekort, de iep geknot en de takken belanden een voor een op de takkenril tussen mijn tuin en die van de achterbuur. Ook is er nog een woekerende doornloze braam en weelderige brandnetel, maar dan smeekt het vege lijf toch echt om genade.

Zondag de rest. Als ik bij de auto aankom, blijkt dat iemand een foto had geschoten van een reiger, die eerst op de motorkap en later op het dak van mijn auto was gaan zitten. Misschien zag hij in de kleine blauwe prins wel een grote blauwe kikkervijver, luilekkerland voor brutale schavuiten. Het was een koddig gezicht en een prettige bijkomstigheid was dat de auto geen krasje extra vertoonde. In mijn stoel achter het stuur sloeg de vermoeidheid in volle hevigheid toe. Iets te lang doorgegaan, begreep ik. In het vervolg beter doseren.

Uncategorized

En garde

Voetstapjes op de galerij. Grote broer. Schoondochter en de Benjamin waren al binnen. Toen er een glimp van mij werd opgevangen, dribbelde hij zo snel als mogelijk op me af. ‘Omaaaaaa’. Niets is meer vertederend dan de onbevangen blik vol vertrouwen en veiligheid. Hij had een egel van herfstbladeren gemaakt. Dat wil zeggen, hij had de blaadjes op een groen vel geplakt en mama tekende er fluks een spitse snuit aan. Perfect gelukt en met magneten en veel liefde op de koelkastdeur gehangen tot het daar om zou krullen van ouderdom, zoals alle maaksels van de kleinkinderen.

De kamer was brandschoon. Binnen twee uur waarde ik als Miep Kraak van de huishoudservice rond in het domein, keerde de kleden, verschoof de bank een meter, zodat er achter te zuigen viel, kwam de grote vellen papier weer tegen in de grijze vuilniszak. Bijna verwijtend lagen ze daar stil te zwijgen en te verstoffen. Ook de vergeten aquarelblokken lagen erbij. Het was weer bijna binnentijd, dan was dit buiten het schilderen met olieverf een mooie uitdaging om aan te beginnen. ‘Stel jezelf een doel, dame’, sprak mijn innerlijke zelf. Herschikken en goed inpakken, zodat papiervisjes het nakijken hadden. Tijdens de grondige schoonmaak kwam ik ze niet meer tegen. De juiste aanpak dus, was de conclusie. De dozen met autootjes werden vervangen door een fris en nieuw lila exemplaar met deksel, ook al stofvrije. Als je het eenmaal op de heupen hebt, helpt er geen lieve vader of moedertje meer tegen, maar dan stoomt het door. De bank kon ik alleen maar verschuiven door het hele gewicht er tegen aan te zetten. In eerste instantie verschoof ze geen centimeter tot ze onder de aanhoudende druk losschoot. Stofzuiger in de aanslag en zuigen maar. Tralala, nog even de keuken en hopsakee het toilet. Een verwilderd maar voldaan hoofd grijnsde in de spiegel, klaar voor bezoek.

Het was een genoeglijk uurtje samen. De kleine kreeg een flesje, krullebol de crackertjes en de autootjes en pikte er drie lievelingen uit. Een rode autobus(de wielen van de bus zijn rond en rond…)en twee witte vrachtwagens, een met en een zonder deurtjes. Hij liet ze niet meer los. Zo’n regenachtig dagje met zon in huis. Na een uurtje laarzen aan, de drie uitverkoren exemplaren als leenauto’s mee naar huis, knuffeltjes en kushandjes. Dag liefjes.

In de benen voor een etentje bij zus, voordat we aan ons nieuwe zangavontuur zouden beginnen. Een lasagne met sardientjes en een broccoli-bechamelsaus smaakte verrassend goed. Laat zus maar schuiven. Veel te vroeg kwamen we aan bij het theater, waar zou worden gezongen. Het was in een achterafzaaltje, maar zus kende blindelings de weg. Lift in, lift uit, gang en de kantine door en weer een lift. Er druppelden twee tenoren, twee bassen, vijf alten en twee sopranen binnen. De piano werd uit de aangrenzende aula gerold. Het was echt fijn dat we vorige week thuis geoefend hadden op onze altpartij. Vrij snel hadden we de eerste twee liederen onder de knie. De kracht van samenzang als alle stemmen samenvloeien verwarmt het hart. Heerlijk en te lang gemist. De stem hield het goed, heeft wel training nodig om nog langer dan twee liederen te redden. Na de herfstvakantie het vervolg.

Thuis op de bank met verbazing het eerste deel van De Kennedy’s gekeken. Over Joe, die bij zijn oudste dochter een lobotomie liet doen omdat haar ontwikkeling achterliep en dat een smet was op het ideale Amerikaanse gezin en een bedreiging vormde voor de carrière van haar broers. Het mislukte totaal. Ze kwam er half verlamd en met een spraakgebrek uit. Hij stopte haar weg in een psychiatrische instelling en haar moeder zocht pas weer na de dood van de vader contact, maar Rosemary weigerde. Tot 2005 zat ze daar. Ze werd 86 jaar.

#Inktober vraagt om een ‘Helmet‘. Vergiet op het hoofd, pannenkoekenmes in de aanslag en klaar voor de strijd tegen onrecht en voor schoonheid, het kleine geluk en meer van die dingen. En garde!

Uncategorized

Spic en span voor het jonge grut

De enorme bouwmarkt had haar ingang veranderd. Een ingewikkeld lijnenspel loodste de kleine blauwe naar de vertrouwde parkeerplaatsen aan de achterzijde van het gebouw. ‘Alice in wonderland’ voelde ik me bij het ronddwalen tussen de torenhoge schappen. Het bestuderen van de inhoud van de straten leverde een stijve nek op. Met regelmaat kon ik maar net opzij stappen als er weer een kar aankwam, volgeladen als een klussenbus. De medewerkers liepen er in een herkenbaar uniform als het haastige witte konijn tussen door. Tijd is geld.

‘Waar vindt een mens de sterke lijm’ is mijn bescheiden vraag, maar het duurde wel tien minuten voor ik een vrije informant had gevonden. Of ze zaten aan de telefoon, of ze liepen net mee met een andere klant. Helemaal achterin, tegenover de lijstenmakers vond ik tenslotte de juiste gang. Toen ik de scheurende hoest van de eerste caissière hoorde, sloeg ik de kassa’s over en stapte op de zelfscanner af. Twee mannen, witsel nog in het haar, goochelden met groot materiaal en hadden hulp nodig. Voor de somma van 4,95 kon straks mijn buitenbord voor de Bernagie tegen het atelier geplakt worden. Eindelijk.

Vannacht was het een ouderwets potje peinzen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Over de Wijze, die liet doorsijpelen zich niet meer helemaal senang te voelen, daar in Verweggistan. Ik zond in gedachten signalen voor een nieuw te bewandelen route uit. Het stijgen van de prijzen huppelde er achteraan. De aankondiging dat zoonlief mee ging betalen en zijn ideeën om het huis energiezuiniger te maken, buitelden er overheen. Energiezuinige koelkast aanschaffen, thermostaat lager, sommige verwarmingen uitzetten, gordijnen voor de beide trapgaten. Maar ook over de zangnummers en of de stem het wel zou houden, dat soort gemonkel, het spookte er allemaal rond en ratelde maar door. Dan maar kijken wat de opdracht was voor inktober van vandaag. Gisteren was het ‘roof’, dat werd kleinzoon in zijn kartonnen doos met een link naar de daklozen.

Vandaag was het ‘Tick’. Het beestje opgezocht en aan de slag met Procreate. Eens zien of tijdens mijn creatie de tollende gedachten zich netjes terug in hun hok zouden laten sluizen. De eerste teek die ik ooit zag was op de borst van zoonlief, die verbaast het ‘bultje’ liet zien. Destijds was het nog draaiend eruit trekken. Tegenwoordig is het minder overspannen. Met angst en beven verloste ik mijn schatje van deze belager. Waarom is alles wat ons eigen gebroedsel betreft zo spannend om op te lossen. Als verpleegkundige en schooljuf was ik toch wel het nodige gewend. Vorig jaar grasduinde ik met mijn linnen schoentjes maar liefst drie teken bij elkaar en draai er nu mijn hand niet langer voor om.

In de kringloop zag ik een gloednieuwe, welhaast ongelezen, biografie van Annie M.G. Schmidt staan. Maar ja, die staat hier al in de kast en drie boekjes over etsen nam ik ook niet mee. Nu is er lichte spijt. Ik troostte me met het idee dat de mooiste etsen ook op de Ipad te vinden zijn. In november reizen vriendinlief en ik voor een weekend af naar dat heerlijke Drenthe. Een heel weekend krassen en kletsen, vertrouwde koppies weerzien, heerlijke maaltijden voorgeschoteld krijgen en toeven in de mooiste natuur van de provincie. Twee jaar lang uitgesteld maakt het extra bijzonder.

Na alle overpeinzingen overviel me een wonderlijke hazenslaap, maar ruim voldoende om met een leeg hoofd aan deze grijze dag te beginnen. Zoonlief en zijn gezin komen een uurtje langs. Dat betekent de autootjes onder de bank stofvrij maken en een stofzuiger door de tent slingeren. Spic en span voor het jonge grut.

Uncategorized

Goud voor alle partijen

Missie geslaagd. Zoals gezegd spoorslags, nou ja met de kleine blauwe prins, na de fysio richting huis van zoonlief en schone dochter. Een stief half uurtje rijden, om grote broer in het zonnetje te zetten.

Bij de fysio had mijn therapeut een nieuwe stagiaire, ook een vierde jaars net als de vorige, en stelde moeilijke vragen aan haar, die ze al gissend en verlegen probeerde te beantwoorden. Terwijl zij diep in de grijze hersencelletjes grabbelde bemerkte de therapeut mijn parelende zweetdruppels op het voorhoofd. Soms kost iets meer inspanning dan op het oog lijkt. Makkelijker wordt het niet voor hen, omdat de tendens van het bikkelen en zwijgen over de moeilijkheidsgraad nauwelijks wordt doorbroken van mijn kant. ‘Niet zeuren Marie. er zijn ergere dingen’ was jarenlang het motto.

Vanmorgen keek ik al een programma in het Uur van de Wolf over Francine Oomen met de titel ‘Hoe overleef ik’. Vanavond wordt het uitgezonden op de televisie. Het intrigeerde mij hoe ze haar leven in beeld bracht, letterlijk en figuurlijk. Een veelzijdige vrouw die met haar hoe overleef ik serie vooral de jeugd tegemoet is gekomen en nu zichzelf een hart onder de riem heeft gestoken, door een van haar eigen wortels bloot te leggen. Een indringend verhaal. Verder verklap ik niets, natuurlijk. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om te streamen.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer in een file met enorme obstakels aan exceptioneel vrachtverkeer, dat twee banen nodig had, zo breed waren de vrachtwagens. Het vergde geduld, maar bracht ook overpeinzing. Af en toe de zon, dan weer een paar druppels en prachtige rijke herfsttinten in de bossen langs de weg. Er was altijd het verlangen af te slaan, kleur te kiezen, maar nu diende mijn rit een ander doel. Kleinzoon was jarig en zou dat voor de eerste keer groots vieren op a.s. zaterdag, maar een paar kiepautootjes en een dominospel zouden vast en zeker welkom zijn.

De stille straat en een bel die het niet deed. Ouderwets klepperen met de brievenbus en kloppen op het raam mocht niet baten. Natuurlijk, ik kon haar bellen. Ze was boven de kleine aan het voeden en had me niet gehoord. Na wat gestommel ging de deur open en voor het eerst zag ik de nieuwe Benjamin klaarwakker. Wat een mazzel. Thee met gebabbel en het kind in mijn armen. Zo’n gestolen moment van innige warmte en tevredenheid gratis in de schoot geworpen. Zijn grote broer was naar het dagverblijf en die zouden we een half uurtje later ophalen. En terwijl de lage middagzon de beentjes van dit nieuwe kleine wereldwonder kietelde, kon zijn moeder de vaatwasser uitruimen en de was ophangen. Hoe heerlijk als daarbij de handen vrij zijn.

Het waaide flink, een gure ondertoon, dat aangaf dat we diep in de herfst zaten. Zo’n klein stukje lopen was met de snijdende wind mijl op zeven, een moment dat ik alle longblazen naar het einde van de wereld verwenste, zo ver mogelijk uit mijn buurt. Bij het dagverblijf speelden de kleintjes buiten. Mijn onverwachte bezoek werd niet direct in dank afgenomen. In zijn kleine krullenbol dwaalde de associatie met een oma die kwam oppassen en het verdwijnen van alles wat vertrouwd en hem lief was. Dus ging hij demonstratief op de koude tegelvloer liggen en staarde bezwerend in de lucht. ‘Als ik het negeer is het er niet‘ hoorde ik hem denken. ‘Oma heeft cadeautjes’ verklapte zijn moeder en het stille verzet verdween als sneeuw voor de zon. Dat was andere koek. Welwillend schoof hij op het stoeltje dat aan het onderstel van de wagen was geklikt en reed onder een luid ‘taduu, taduu’ met ons mee.

De kiepauto’s waren een schot in de roos. Nog meer thee, zingen en moedermelk voor broerlief, verstoppertje in de grote doos, de blijdschap om papa’s thuiskomst en een paar happen spaghetti met rode saus verder werd het tijd om zoetjesaan op te stappen. De verrassing van mijn komst werd door zoonlief bij de voordeur al geraden. Hij had me al geroken. Haha. De patchouli, een druppeltje op de pols, was ruim voldoende om een goede voorbode te laten zijn. Onderweg sloot de dag feestelijk af met een prachtige zonsondergang en mooie Hollandse luchten. Verrassingen zijn goud voor alle partijen.