Uncategorized

Het helpt echt

In de krant de column over de cynische pen van Jeroen van Merwijk door Matthijs van Nieuwkerk. Daar noemde hij een uitdrukking, waar ik de betekenis niet van kende. ‘Des Poedels kern’. En pardoes vloog ik Goethe’s Faust binnen om met de professor mee op te wandelen en zodoende de ware gedaante te leren kennen van de poedel die achter ons aan liep. Het was Mephisto in hoogst eigen persoon. Daar komt de uitdrukking vandaan. Mooi. Dus als je het over ‘des poedels kern’ hebt zeg je in feite dat de ware aard van de zaak boven tafel komt.

Op dit ogenblik is code geel verandert in zonneklaar. Ze staat uitbundig te schijnen en het kleine restje sneeuw vanmorgen, dat nog op de daken en in de goten lag, smolt letterlijk als de gebruikelijke sneeuw voor de zon,, een inkoppertje. Arme lieden die een stormloop veroorzaakt hebben onder de postbezorgers, die allen nog op tijd een arretje voor het kroost moesten brengen.

Het mooist van de sneeuw is wat het losmaakt in de ogen van een kind die het voor het eerst kan aanschouwen. Als het een andere tijd was geweest hadden we vast gisteren in de namiddag een wandeling met het stel gemaakt en dat wonder met eigen ogen kunnen vaststellen. Niets is heerlijker dan een kind te zien die voorzichtig de eerste keer een vlokje laat smelten op het tongetje.

Ik bedenk nu dat ik verzuimd heb om Pluis naar buiten te laten gisterenavond. Twee jaar geleden stapte ze voor het eerst omzichtig met haar pootjes in de witte laag om daarna behoedzaam hoog op de poten haar afdrukken achter zich te laten. Niets aandoenlijker dan kleine voetstappen of de afdruk van poezelige kussentjes in de ongerepte sneeuw. Dat had dit jaar zeker mogelijk geweest. Door de ongereptheid was het best een laagje geworden. Vandaag dan toch de sneuiigheid door de snelheid waarmee dat winterse tafereel was opgelost als een voorbijgegleden droom, een kortstondig geluk. Maar ze kon weer bijgeschreven in de analen. Natuur met haar schilderijenschoon.

Vriendin kon gisteren niet wachten om te jubelen over de op handen zijnde weersverandering. Ze had het bijna naar beneden gekeken en toen het zover was, lukte het van het kleine dunne laagje toch nog een betamelijke sneeuwpop te boetseren met de buurkinderen. Zelfs de heuvel afglijden was bewaarheid geworden. Tijdens het bellen werd haar een potje pindasoep gebracht door een buuf van even verderop. Het voordeel van een kleine en betrokken buurtgemeenschap. Ik kon het ruiken door de telefoon heen en moest denken aan de Leidse Groenoordstraat, de kleien volkswijk achter de Groenoordhallen, waar we in een oud huisje de benedenverdieping wisten te bemachtigen. Toen ik ziek was, werd er ook schuchter aangebeld door een van mijn buurvrouwen, die in onvervalst Leids vertelde dat soep de beste remedie was in geval van nood, waarna ze me achterliet liet met het pannetje en bergen onversneden liefde voor de mensheid. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, vertelde ik vriendinlief met veel meer woorden, maar dat aanvaardde ze tenslotte net als het compliment.

Vanmorgen, met de knie en een stijve schouder, zeker verkeerd gelegen, keek ik Brigitte Kaandorp terug. Wat ik razendknap vind van haar is dat ze met doodnormale gewone ‘voorvalletjes uit een mensenleven’ oeverlooslang kan breien en uitweiden. Vermakelijk, ontroerend, hilarisch soms. Het was een aangenaam verpozen nu de sneeuw onder mijn ogen wegsiepelde en Pluis weliswaar buiten was geweest, maar het nakijken had gehad. De krant belooft nog veel lekkers, dat vandaag genuttigd kan worden. De zwelling is bijna weg, dus het anker, de rust en de zalvende handen, maar vooral die liefde, hebben hun werk goed gedaan. Strooi het met bakken rond vandaag. Het helpt echt.

Uncategorized

Doekje voor het bloeden

Hoera. Pakketje van een boekhandel in Leiden lag in de bus. De wereld is vandaag de dag zoveel dichterbij. Ze dient zich aan zonder dat je op reis moet, in de luie stoel kan blijven zitten of in de ontvankelijke kuil, die dit jaar is ontstaan in de bank, een lievelingsplek.

Een zin slechts was nodig om tot aanschaf van haar werk over te gaan. De dichter Jana Beranová. Haar hele oeuvre was eenvoudig verzameld in ‘Werkboek’ met als ondertitel Bloemlezing 1983-2010.

Zo geraakt kunnen worden door een zin, roept een diep respect op voor deze vrouw, die de wereld betekenisvolle taal bracht. De kracht van het woord. ‘Wie een brug legt naar een ander kan altijd heen en terug’. Zo’n troostrijke gedachte en zo waar. Als ik door blader, vallen meer zinnen uit de bundel met een zelfde diepgang. Deze: ‘Ik leg je in mijn oog en zie door jou de wereld’ en deze: ‘Vleugels vertragen de val’. Een gedichtenbundel moet je proeven. Kleine hapjes, niet te overhaast en bij tijd en wijle stilstaan. Neem de tijd zoals ze komt. Alle zintuigen op scherp, taal kan je ruiken, woorden verbeelden, terwijl de weergaloze klanken van de bij elkaar geschreven regels, door de morgen heen breekt. Met Poes Pluis aan mijn zij. Als kacheltje, nu de thermostaat beneden stil staat bij de gewenste temperatuur, terwijl hier door het raam het rooster de winter binnen sluist. Een aangenaam verpozen.

Gisteren kwam de ene zoon de was brengen en de ander zalvende fysiohanden. Even daarvoor had ik de bloemen in de vaas verzorgd. Dor blad eruit, verlepte rozen vormden een stillleven in de prullebak. Vers water staafde de stelen. De delphinium spreidde fier haar paarsblauwe jurkjes en speelde de koningin van het boeket met een bruidstooi van schilderachtig gipskruid. Ze vieren feest om mijnentwille.

Fysiozoon strijkt liefkozend het vocht uit de knie van zijn moeder weg. Zijn lange vingers, pianohanden die nooit het instrument bespeeld hebben, strelen nu de toon van de verzachting, een ouverture der genezing. Als hij daarna ook nog eens een ingewikkeld patroon aan appeltaart-ankers op mijn knie legt, versmelten opa sportmasseur en de kleinzoon. Aandacht en troost luwde de pijn.

De avond verstreek met aangenaam verpozen in mijn eigenhandig gesmede zitkuil, mails met vraag voor een stukje voor een nieuwsbrief en een mail van mij om de vrijwilliger op te schorten tot de tijd weer daar is van mondkapjes-vrije troostende gastvrouw, een beslissing met pijn in het hart genomen, maar voor nu het beste. Er vallen wat loten af in deze dagen, winterwaardig.

Het nieuwe thema voor de te recenseren boeken is bekend. Ik verklap het nog niet, maar het haakt aan deze tijd waarbij identiteit voorop staat, waarbij leerlingen hun eigen leerontwikkeling beheren, sturen en voeden. Waarin elke leerling zichzelf mag blijven en altijd voeding is voor het teamverband. Iets waar ik een groot voorstander van was en ben. Het is me nooit gelukt om alle leerkrachten zover te krijgen, maar eigenaarschap is nog steeds het hoogste goed als je de persoonlijke ontwikkeling, onderwijs en de vooruitgang tot een succes wil maken. Hetzelfde geldt voor de politiek. Geef er ruimte aan. Regeer eens van onderaf in plaats van het dogmatische ‘Mijn wil is wet’, ook al verbloem je het in zwabberbeleid en een grote grijns of een afgepast antwoord, waar geen speld meer tussen te krijgen is. De sneeuw zal straks vallen, zo zacht en minzaam als dit kabinet gevallen is. Ongerepte sneeuw is een plaatje wat je je een levenlang de winters wenst. Elk gebrek wordt bedekt, zoals poedersuiker de krenten in de oliebol of erger nog. Zelfs de sucade wordt niet tijdig genoeg herkend. Het strijkt glad wat krom is. De sneeuw zo maagdelijk. Een heerlijke kortdurende pret als doekje voor het bloeden.

Uncategorized

En nu schapen tellen

De woelmuizen zijn er weer. Ze knagen gaten in de deuren van het verleden, zodat herinneringen en gedachten er door naar buiten stromen het vrije veld in en onbelemmerd in elkaar overvloeien. Zo zit ik samen met de Wijze in Leiden, driehoog in ons torenkamertje en dan weer brul ik tussen Beatle-gordijnen overtuigend mee met Adamo en zijn Tombe la Neige. Het eerste singeltje wat ik destijds kocht. Daarna zie ik een plant vallen juist boven op hetzelfde plaatje en breekt er een stuk uit. Geen nood. Ik kende het al uit mijn hoofd in die tien jaar tijd die er tussen de Beatlegordijnen en de gevallen plant lagen.

Dan ben ik bezig met de make-up voor het optreden met de volksdansgroep en vallen we in een lachstuip bij het draaien van de pony-rol niet van buiten naar binnen maar andersom, die straks onder de Arnemuidens kap uit zal pieken.

Wandelen over het strand met zus en turen naar de zee die een wordt met de lucht. We wachten tot de varende boot samenvalt met de schitteringen van de zon, gevangen in mijn lens neem ik hem voor eeuwig mee, op het netvlies en op een foto. Zus zoekt krabbetjes of daaromtrent en ik schets haar met stramme vingers van de kou, terwijl ik het penseeltje in het zilte water doop, eerder geschept in een schelp en geef vorm door kleur binnen de lijnen.

We lopen door het bos en langszij tussen die hoge verticalen strekt zich een zacht tapijt uit. ‘kom lekker liggen’, roepen ze, ‘het is hier zacht en groen en aangenaam toeven’. Maar we struinen door, de zussen voorop en ik als altijd iets daarachter. Dan verschijnt ineens die zwartkopspecht, dat is een ander bos met donker loofhout, maar onmiskenbaar dat zeldzame paar, vlak bij elkaar waarbij ik er net nog een op de foto heb gevangen.

Ik woel en draai en voel het aangedane been. Het is warm en ik open het raam op een kier. Geen vleermuis te bekennen. Ze winterslapen in de spouwmuren. Af en toe scheurt er een auto door de nacht. Licht in de duisternis.

‘De liefde van de man gaat door de maag’ vertelde men ons vroeger en ik kreeg het grote Libelle-kookboek mee toen ik ging samenwonen. Koken hadden we allang geleerd, van jongs af aan meehelpen in de keuken. Anders dan het meisje dat een kamer lager woonde in dat nieuwe huis en niet wist wat ze met een blik doperwten aan moest. Met ogen als schoteltjes heb ik haar aangestaard. Ze meende het.

De jongen met het haar tot op zijn borst, stroblond, zat in de henna en viel in slaap. Peentjesoranje schrok hij wakker en vloog ik door naar de volgende tijdsspanne. Luxemburg met de rugzakken, ook oranje, daarom misschien. Het kleine tentje, de lange indiajurk, de indiaslippers, de rinkelende banden om enkel en om pols, de vrijheid van het reizen en de vrijheid van het zijn. Aan de oever van de beek de hitte temmen met het waden door de koelte, kleine zilveren visjes schoten uiteen lang voordat het knabbelen aan tenen tot schoonheidswonder was uitgeroepen.

Het mediteren gebeurde vroeger onder de bomen, aan het strand, in een museum, waar de Grauballe-man, zwart van leerlooien huid zijn opgetrokken knie vasthield, het hoofd afgewend, opgeduikeld uit het veen bij Aarhus. ‘Soppa’ was geen soep maar saus. We ondervonden het, terwijl we voor de kleine legertent zonder grondzeil probeerden te overleven. Zeeën vol kwallen en verhalende kastelen.

Dolend in de keuken van het grote huis, waar de oudste op de zolder lag en het in de de winter zo koud was, dat we naar één kamer moesten verkassen met een elektrisch kacheltje, terwijl de luiers als stijve staketsels treurigheid uitstraalden aan het rek aan het Franse balkon. Maar het denken flitst zonder pauze door naar de aankondiging dat het een tweeling was, waarop we het met moorkoppen gingen vieren, terwijl Carole King trouwe vriendschap bezong.

Vriendelijk maar beleefd verzoek ik de kleine knaagvraten weer terug te gaan naar hun eigen krochten, ik wil slapen. Gehoorzaam zijn ze pas als ik beloof het op te schrijven, waarvan akte. En nu schapen tellen.

Uncategorized

Een pleister op de wonde

Het werd een tweede dag van koest houden en lanterfanten. Het Ajaxlogo op Kluivert zijn borst was niet naar het zin. Dankbare verf die het euvel laat verdwijnen. Zodra het droog is een nieuwe poging, maar eerst even droog oefenen op het logo zelf met stift op zwart papier. Ingenieus lijnenspel om de hellebaard te verkrijgen.

Een mens moet wat als ze veroordeeld is tot de bank. Fysio vertelde maandag dat er meer rust nodig was om het vocht uit de knapknie te krijgen. Verantwoord bewegen. Geen wandelingetje naar de winkel, want vier trappen af, auto in, gassen en remmen, winkel doorstrompelen en daarna weer vier trappen op, was teveel van het goede. Tuin al helemaal een ontoegankelijk gebied. Dan maar genieten van het allerkleinste om me heen.

Die nacht had de Amaryllis van zuslief stiekem haar rokken extra opgeschud. Aan de korte stelen ontsprongen maar liefst vijf bloemen. Ze was een beetje gedeformeerd door haar gedrongenheid, maar in de zon een vlammende vreugde, een echte aandachttrekster.

Natuur dacht: ‘Wat binnen kan, kan buiten beter’ en schoof over het blauwe veld een watten wolkendek. Alsof de hemel om haar as naar beneden was geschoven. ‘Ik vlieg op mijn kop boven de wolken’ bedacht ik me en glimlachte bij dat beeld op het netvlies. Je hoeft niet ver te reizen om tot existentiële vragen te komen. De kleine Prins was dichterbij dan men denken zou. De amaryllis schudde haar blad en snoefde: ‘Uitslover’.

Tijd voor een rondje koken dwars door de kast. Eigenlijk was januari bij uitstek geschikt om daar mee bezig te zijn. Gisteren had ik de gekregen artisjok van zoonlief soldaat gemaakt. Waarachtig genieten, want luxe op het bord. Maar vandaag had ik de koelkast beloofd een eind te maken aan de volle groentenla, verzameld in de tijd dat zoonlief hier in huis bivakkeerde. Dat werd een uiensoep uit de krant van dinsdag en een prutje met de overgebleven Zaalouk, waar ui, champignon, tomaat en doperwt voor extra smaak zorgden.

Het stond nog op een laag vuur te pruttelen toen de bel ging. Daar kwam over de galerij de kleine dribbel aangerend, ‘Oma’, dikke knuffel om de knieën. Dochterlief er bedaard achter aan. Heerlijke Rooibos met honing, goud in de theeglazen en babbelen, terwijl Dribbel probeerde zicht te vermaken met de doos autootjes en tegelijkertijd er alles aan deed om de aandacht te trekken van die twee koutende vrouwen. Crackers leidden even af, maar het werd hem toch te bar. Dan maar, ondeugende blik in de ogen, met de autootjes gooien. Op een vermanende blik kwam protest. Twee armpjes over elkaar, boze wenkbrauwen en een rondje om de zuil in de kamer. Om vervolgens weer enthousiast thee mee te slempen. Lief en leed in hoog tempo, maar ook hier was het ‘Aandacht, aandacht, geef mij aandacht’. Duidelijk. Vandaag was het ‘De dag van de Aandacht’. Voor mij graag, want een beetje zielig, voor de schone kunsten van de natuur, voor vergeten groenten en voor Dribbel en zijn moeder. Een beetje aandacht laat alles groeien.

Een lieve email van een blogvriendin met een uitnodiging om gastblogger te zijn. Geen beter moment dan dit. Het voelde als een warme deken en het hart maakte een sprongetje. Benjamin deed mijn boodschappen en ik zette zijn aardappelen op en verwarmde de oven voor. Om half acht kwam er een verlossende bel. De post had een pakje. Of ik het kon komen halen. Natuurlijk had ik nee moeten zeggen, maar ik was zo blij dat het er eindelijk was. Het zou tussen twee en half vijf komen, maar met deze gekte was het bikkelen voor die arme jongens. De buuf snelde ook naar beneden. Toen hij me zag strompelen, werden zijn wangen rood van schaamte en mompelde hij een excuus. Ik lachte zijn schaamte weg, blij als ik was met de weinige beweging van die dag en met mijn aanwinst. Een nieuwe jas en sjaal, een sjiek geval. Misschien wel te sjiek, maar mooi en lekker wijd, geschikt voor dikke truien. In dagen met minieme aandacht is extra verwennerij een pleister op de wonde.

Uncategorized

Straks, als het leven weer voluit kan gaan

En toen kwam de vraag. In de vooraankondiging dat het nogal impact zou hebben, schoof het laadje met duizend gedachten open en vlogen ze in een razend tempo langs me heen. Maar geen raakte aan de inhoud van de vraag zelf. Die luidde: ‘Zou je…..nog willen invallen???‘ Op het zelfde moment sprong de schuif met de ontelbare schoolparels los en tolden al die heerlijke momenten van voorheen als een draaikolk in mijn hoofd. Het koste geen moeite om de passende beelden erbij te halen.

Een picknick op het rode en blauwe kleed op een zonnige zomerdag in de schaduw van de lindeboom . Het vreedzame gekeuvel en de verhalen om me heen.

De zee onder de trap waar tante kwal woonde, tussen de tropische vissen, die door de kinderen waren gemaakt en die Tralala-tralali de paradijsvogel met een bezoek zou vereren. Moeiteloos schakelen tussen bos, lucht en zee.

Een heen en weerloop op de speelplaats een rechte lange lijn in het midden, verticaal om ze te leren wat een tegenligger was. Eerst had ik met de groep eindeloos langs de weg gestaan op de hoek om tegenliggers te bestuderen en spontaan toe te juichen. Daarna onder grote hilariteit de bevindingen in de praktijk gebracht.

Een stok in de emmer op het plein vlak bij het hek met de struiken. Bovenop het topje zat een gevangen kruisspin. Een verlengsnoer was uitgerold, de ventilator werd aangesloten en de harde wind, zo verkregen, zorgde voor het weven van een lange draad. De kinderen met de loep erom heen om alles goed te kunnen observeren. een vernuftigd staaltje natuur

Een hoofdstuk lezen uit de Gorgels, alle rode konen van de spanning in de ogen op mij gericht. Dat spannende avontuur, die rare wezentjes en dan die enge griezelige Groenlandse Brutelaars. Ze werden allemaal stuk voor stuk Melle of zijn gorgel. Het werd vastgelegd in de tekeningen daarna in de portfolio’s, de teksten die ze erbij verzonnen naarstig door mij eronder geschreven.

Het liedje van de Gruffalo, dat zo spannend was omdat we er zware bassen en rollende ogen onderlegden. Geen genoeg konden ze ervan krijgen. ‘Nog-eens-en-weer-gebedel’. Of de tranen die vloeiden bij het lied van de muis:‘Ik ben zo grijs ik ben zo grauw, hoe kan dat nou’. roerend gezongen door Hakim.

Met de hele groep de gang door van de school op zoek naar rioolbuizen en afvoerpijpen. Op de tenen langs de groepen van de midden en bovenbouw en in iedere wc gesmoord gejuich, weer een gevonden, zelfs de grote buizen van de verwarmingsketel mochten meedoen.

Liesje Herfstbriesje

Het maken van de film van het afscheid van Liesje Herfstbriesje na een groot avontuur die terug zou vliegen in een luchtballon naar de grote wolk waar ze woonde bij haar broers de Noorder-, Zuider- Ooster- en-Westenwind, met Sjaan Orkaan. Ik balancerend op het bankje onder de Lindeboom, terwijl de stagiaire filmde, zwaaiend met de ene hand denkbeeldig naar boven. In de andere hand de stok waaraan een papieren luchtballon hing met in het mandje Liesje Herfstbriesje. ‘Dag kinderen, dag lieverds’.Ademloos bekeken ze de film en niemand zag dat stukje stok, dat per ongeluk meegefilmd was. Het geheim van de kracht van het verhaal zat hem in het meespelen. Iets wat ze haarfijn in de vingers hadden, stuk voor stuk.

Zonder de wisselwerking tussen de kinderen en ons zou het nooit tot die grote beleving komen. Zij waren de voeding voor het maken van nieuwe parels, telkens weer. Niet zelden vloeide uit het ene project een ander voort door vraagstellingen en nieuwe ideeën. Ze waren altijd in voor een experiment, een onderzoek of een nieuwe uitdaging. Wat we ook deden het werd een succes, niet op de laatste plaats door hun inzet en het enthousiasme, hun individuele eigenschappen die elkaar zo goed aanvulden. Dat was de kracht waarmee de groep haar saamhorigheid smeedde, maar ook door elkaar te accepteren zoals men was, zodat ieder zichzelf mocht zijn. School komt regelmatig terug, verweven in de dromen en in mijn mijmeringen.

Het laadje kon dicht, het was even goed toeven. Vriendinlief die de vraag had gesteld kwam ook al gauw met het vermeende antwoord. ‘Of is dat echt veuls te risicovol, ik vermoed dat laatste…’ Inderdaad, dat laatste. Hoe graag ik het ook zou willen en de verleiding in deze stilgevallen tijd groot is, maar ook en vooral omdat ze op een school werkt waar de sfeer van mijn oude school voelbaar is. Met pijn in het hart was het antwoord ‘Nee’. Straks als de inentingen er zijn, dan kan ik wel weer gastlessen geven, opleven, nieuwe inspiratie opdoen. De famtasie moet geprikkeld blijven worden, de verwondering gevoed. Straks, als het leven weer voluit kan gaan.

Uncategorized

Een azuurblauwe hemel

Gisteren bij het programma ‘Kruispunt’ kwam het begrip ‘Blubberbrei’ langszij. Francien Oomen, de schrijfster, gaf aan dat dat vooral op haar van toepassing was in de periode van de overgang. Ze vergat dingen, ze was heel twijfelachtig,en heel erg verstrooid. Ze dacht dat ze of een vervroegde Alzheimer of misschien zelfs een herseninfarct had gehad. Ze kwam ook niet meer toe aan schrijven. Ze liep er maandenlang mee rond. Waarop haar door de interviewster de vraag werd gesteld of ze dit dan wel gedeeld had met de mensen in haar omgeving. Daarop vertelde ze dat het een soort overlevingsmechanisme in haar was, om dat niet te doen. Je moest doorbikkelen, groot en sterk blijven en stoer zijn, vooral niet willen toegeven dat je iets niet aankon. Na maanden van paniek en twijfels viel het kwartje. Het was de overgang.

https://www.npostart.nl/kruispunt/11-01-2021/KN_1716260

Vooral dat overlevingsmechanisme herken ik. In zekere zin zijn we daar vanuit huis mee vergroeid. ‘Niet zeuren’, werd ons vaak gezegd. ‘Gewoon doorgaan’. Kinderen konden niet moe zijn. Toen ik een keer van school naar huis werd gestuurd, overduidelijk groen en geel van ellende en ziek, mocht ik direct meehelpen in het huishouden en werd aan een grote bak met aardappels gezet, schilmesje in de knuisten en gaan. Op het moment dat bleek dat ik wel degelijk koorts had(hand op het voorhoofd en in de nek) en te misselijk was, mocht ik naar bed. ‘Maar dan ook daar blijven’ kwam er als waarschuwing achteraan. Teiltje naast het bed en dat was dat. Zoete broodjes werden niet gebakken. Dat was ook onmogelijk in een gezin met elf kinderen.

Hetzelfde hield ik mijn kinderen voor. Ziek was je pas als iets echt niet meer kon. Ondanks mijn verpleegkundige opleiding was ik geen zalvende heelmeester, integendeel. Bagage die ik mee genomen had van thuis. Het betekende ook dat je niet moest klagen. Ook dat was het credo dat door het ouderlijk huis waarde. Niet klagen, maar dragen.

Er was een ontwrichtende periode in het leven, waarbij ik alles steeds dieper wegdrukte. Als je iets negeert, is het er niet. Het werd doorbikkelen, niets delen met de mensen om je heen, mooi weer spelen. Tot ik tenslotte toch ingehaald werd door de ernst van de zaak. Zo ging dat. De jaren van de overgang die volgden, waren tropenjaren. Ik hyperventileerde, had men vastgesteld. Iets wat mij totaal vreemd voorkwam. Toen dat eenmaal in mijn dossier stond, werd alles wat anders was door de hormonale verschuivingen, onder die noemer geschaard. Zie dan maar eens duidelijkheid te krijgen. Veel en veel later werd uiteindelijk de longaandoening ontdekt, waardoor de ademhaling in een vrije val was geraakt.

Francien kwam aan het woord over de overgang, omdat ze een stripboek heeft gemaakt dat heet ‘Oomen stroomt over’. Een dagboek in tekeningen waarbij alle ongemakken op een zeer plastische manier bleken te zijn uitgewerkt. Het hielp met terugwerkende kracht om haar te horen praten. Met name over dat deel van mij, dat alle gebeurtenissen weliswaar had overwonnen, maar zich nog altijd een beetje schuldig voelde over die labiele periode.

Blubberbrein,een prachtige omschrijving voor een wonderlijke tijd, maar met als kroon op de verkwanselde energie, de boot die nu in kalm vaarwater verder kabbelt, op wat kleine ongemakken na. Een hoofd vol witte Magritte-wolken aan een azuurblauwe hemel.

Uncategorized

Galerij van bezielende boeken

Met liefde naar de uitzending van Ruben Terlou gekeken, die in een antal afleveringen op zoek gaat naar Chinezen in het buitenland. Zijn eerste gang was naar Kenia. Alleen al om die boomlange Ruben Chinees te horen spreken, wil ik kijken. Wat klinkt de taal toch fascinerend als er een zware bas onder ligt. Het verbaasde me hoe ze hun plek daar hebben gevonden zonder zich te verdiepen in de gangbare normen en waarden van de Kenianen. Er was een Keniaanse die vloeiend Chinees sprak en zong. Ze was Chinees gaan studeren om de mooie taal en om de karakters waar ze dol op was. Op het podium werd ze een Chinese, vertelde ze. Tussen de waslijnen zong ze een aandoenlijk licht lied. Het intrigeerde Ruben, die er dezelfde passie in herkende. Vreemde gewaarwording, want toen ze begon te zingen, zag ik de metamorfose die ze onderging. In het laatste interview spaarde een man hard om met zijn gezin weer terug te kunnen gaan naar China. Als laatste redmiddel gokte hij, om het geluk in de kaart te spelen en veel geld te winnen. Ik was benieuwd hoe het bedrag dat hij uitgaf opwoog tegen de 250 euro die hij ten slotte won na het laatste spelletje.

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/10-01-2021/VPWON_1296258

De dag valt sombertjes en met veel lawaai binnen. De buren zijn bezig in hun nieuwe huis en op het geluid van de boor schrik ik wakker voor de tweede keer. Later dan gewend. Dan zal ik de slaap nodig gehad hebben. De boekenclub hebben we een maand uitgesteld. Met de verlenging van het thuisblijven is dat een logisch gevolg. Vanmiddag staat er eindelijk de afspraak met de fysiotherapeut. Ben benieuwd wat hij vindt van de vorderingen, die de knie nauwelijks maakt. In het boek Mrs Degas las ik vannacht dat een beperking ook een verrijking kon opleveren. Zo denk ik zelf ook. Het helpt om iets te aanvaarden of te ondergaan. In het geval van de knie heb ik er een beetje moeite mee. Heb het idee, dat ik weinig verder kom door de pijn en de frictie. Knie heeft voor mijn gevoel een olifantenmaat. Waar de pijn zit, wordt het in de beleving groter.

De doeken zijn klaar, de baklijsten stonden al bij dochterlief, maar ze zijn zwaar en onhandig om te sjouwen. Ik dacht eigenlijk dat ze -in elkaar gezet- geleverd zouden worden. Maar niets is minder waar. Volgende week als de randen wat droger zijn kan ik er mee gaan stoeien. Nu eerst koffie en de krant, terwijl Pluis zich net lekker naast me genesteld heeft.

Wie zich ook meer dan genesteld heeft in Rotterdam is Jana Beranová, een van oorsprong Tjechische dichter. De foto bij het interview met Anton Slotboom in de Trouw van vanmorgen toont de kleine dichter midden tussen haar uitpuilende boekenplanken. Ze is voornemens om het huis na haar dood samen met de inboedel na te laten aan een internationaal netwerk van Vluchtelingen en de Rotterdamse stichting Verhalenhuis Belvédère gaat het huis beheren. Ze wil dat het een vluchthuis voor schrijvers wordt na haar dood. Regeren is vooruitzien. In het hele interview komen een paar zinnen van haar voor, als voorbeeld van de zachtheid in haar werk. Ik kende deze dichter niet maar deze dichtregels vielen regelrecht mijn hart binnen:

“Wie een brug legt naar een ander/ kan altijd heen en terug’

en deze: Waar telkens weer bommen vallen/Zijn schuilplaatsen gedachten/En omgekeerd’.

Tijd om de bakens te verleggen en deze dichter toe te voegen aan mijn eigen galerij van bezielende boeken.

Uncategorized

Spoorslags naar Antwerpen

Het Middelheimmuseum in Antwerpen kende ik nog niet. Het had een brug door Ai Wei Wei laten ontwerpen voor het kunstpark. Mijn belangstelling was gewekt. Een mooie boogvormige brug van een Chinese allure uit gerecycled materiaal uit een al bestaand bruggetje. Via de info op de website zag ik dat er twee werken van Berlinde de Bruyckere waren tentoongesteld. In de bijbehorende focuspresentatie ging de kunstenaar dieper in op haar denkproces bij vormgeving van haar werk. Nu het niet mogelijk was om het museum te bezoeken was er deze virtuele rondleiding gemaakt over de kunstenaar zelf en haar achterliggende visie, een kijkje in haar hoofd, zoals ze het zelf noemde. Iets wat tegelijk ook als heel spannend werd ervaren. Er zat nog een wereld aan verbindingen en verbondenheid onder de lagen, die je zo op het oog zag. Vanuit het samenstellen van verschillende onderdelen werd die nieuwe werkelijkheid gecreeërd en daar was haar wastechniek het meest geschikt voor, meer dan polyethyleen of hars..

https://www.middelheimmuseum.be/nl/content/een-kunstwerk-als-een-streling

Op mij hadden haar mensfiguren een bepaalde aantrekkingskracht omdat ze, net als de gruwelijke sprookjes van vroeger, je kunnen laten huiveren of wenen om leed en verdriet, maar ook imponeren door de vormen, die verschillende emoties uitdrukten. Er kwam geen mimiek aan te pas, vaak zelfs geen hoofd of armen en benen. De suggestie wordt louter gewekt door de houding.

Ooit ontdekte ik die schrijnendheid van haar werk in museum de Pont. Daar stond, in een kast, een mensfiguur die van de kijker afgewend was en in de andere identieke kast twee figuren, die troost zochten bij elkaar. Ondanks dat straalden ze een deerniswekkende eenzaamheid uit en hunkering. Twee emoties die vaker terug kwamen in het werk van deze kunstenaar. Een gevoel van onmacht bekroop me.

Daarna kwam ik haar werk overal tegen. in museum De Fundatie de drie roze sculpturen in een zwijgende kring bijeen rond een cirkel. Rauw en deerniswekkend, de vellen hingen erbij, kwetsbaar met hun schlemiele naakte lijven. Of de figuur op een soort brits, ronde rug, het hoofd weggestopt, diep in het opgerolde dek. Nog veel fragieler en kwetsbaarder door zijn kleur.

Ze vertelde in de film een verhaal van vroeger. Haar vader was een slager, maar ook een jager. Als hij thuis kwam van de jacht moest ze de nog warme konijnen, fazanten en duiven op de koude grond in de kelder leggen. Dan huilde ze om de dode iren terwijl haar vader haar vermaande niet te miepen. Haar machteloosheid werd daar voelbaar voor haar. Niet meer bij machte zijn om de dood ongedaaan te maken. Bij het zoeken naar objecten, bijvoorbeeld takken, kon ze haast een verliefdheid voelen en juist dat gevoel wat iets opriep, wilde ze vertalen, zichtbaar maken in haar werk. Om die beelden op te laden naar het verhaal, naar de betekenis ervan. Daarom werkte ze gelaagd.

De twee werken voor het Middelheimmuseum dragen allebei de titel ‘Onschuld kan een hel zijn’. Het ene werk bestaat uit drie reusachtige ‘Goedendags’, Middeleeuwse knotsen met ijzeren punten eraan, die hier in het ‘onschuldige’ bos liggen, maar wel gemaakt worden uit diezelfde ‘onschuldige’ bomen om mensen mee dood te slaan. Het tweede werk zijn drie droogmolens, die volhangen met ouderwetse wollen dekens, waar de waarschuwing in de randen is geborduurd met dezelfde woorden als de titel. Dekens kunnen warm zijn en bescherming bieden, maar ook verstikken en het beeld oproepen van vluchtelingen en daklozen, oorlog en ellende. Hun betekenis is dubbelzinnig.

Toen ik voor haar beelden stond en de emotie toeliet, maakte het een wereld los aan associaties en gevoel. Dat maakte haar werk zo bijzonder. Dit was een extra cadeau middenin het stilvallen van de tijd. Zomaar op een zondagmorgen uit mijn eigen wereld te mogen stappen om in die van Berlinde de Bruyckere toe te treden. De ultieme aanvulling op de beleving. Zodra het weer kan, gaat het spoorslags naar Antwerpen.

Uncategorized

Een veelbelovend nieuw begin

Eindelijk was het vrijdag. Een uitje sinds lang. Een afspraak met vriendinlief om naar haar vesting te komen, ver weg midden tussen de weilanden, was niet tegen dovemansoren gezegd. Ik had alle dagen geteld en versneld omgekekn. Onderweg in de Kleine Blauwe Prins verscheen, ook sinds lang, de zon en buitelden een vlucht kieviten boven het veld. Lente in mijn hoofd ook al sprak de kou het tegen. We wilden wandelen naar de molen, maar helaas werkte de knie niet mee. Na een heerlijk lunch, kaasstengels, geurende broodjes, oude kaas en een hartverwarmende orange jaypur in een ouderwetse rondbuikige theepot, nestelden we ons op de bank.

In vogelvlucht vlogen de levens voorbij in korte anekdotes, wederwaardigheden, perikelen van deze tijd, de aanpak van de scholen, het ongehoorde nieuws uit Washington. Manlief en de twee dochters zaten aan de tafel te werken. Kort daarvoor hadden we uitgebreid de literatuur laten passeren en de vierdelige serie naar het boek van Connie Palmen, I.M. Heerlijke droomvlucht met gelijkgestemden. De jongste zat er bij en was op een hele andere golflengte bezig. Ze kon totaal niet volgen waar het over ging. Zo werkt dat dus. Ze trok zich, na de maaltijd, terug in een eigen wereld met laptop en muziek. Oortjes in en rust aan de tafel. In het atelier van vriendinlief deelden we de moederharten en alles wat daar beroering in kan brengen. Haar dochters op de doeken met de herkenbare toets keken neer op dat alles, verbondenheid tussen twee vrouwen door alle jaren heen.

Vele koppen thee later was het tijd om op te stappen. Corona-luchtkussen en denkbeeldige omarming, ‘Dag dag, tot gauw en zodra het weer kan een dag naar het museum met z’n tweeën’. En weer die zon op mijn pad, waardoor ik besloot van de snelweg weg te blijven en door de vlakke polders terug te rijden. Te zompige bermen beletteen het stilstaan voor een eventuele foto. Registratie in het hoofd dan maar van twee vliegende buizerds, een uil, hoog in een boom, pluizige schapen als vergeelde bolletjes wol in het groen, de gouden gloed op een bomenrij, het drassige chocoladebruin op de akkers. Holland laagland op z’n best.

Zoonlief appte dat hij langs was geweest. Hij had iets voor me en of ik even langs hem wilde rijden. Het geluid van de schuurmachine door de deur heen, dan maar de telefoon laten waarschuwen dat ik beneden stond. Als een witte geest verscheen hij, potsierlijk stond de stevige mondkap op zijn hoofd. Vanachter een reuzenbos bloemen verscheen een grote grijns. In een tas nog wat lekkers voor het weekend. een prachtige artisjok, een avocado en een heerlijke Zaalouk, een auberginepuree van zijn favoriete marktkraam in Amsterdam. Dan zou je ‘m toch spontaan een dikke smakkerd op dat lieve hoofd willen geven, maar ach. Hij ging weer aan het werk en ik mijn weegs.

Thuis ontving ik een appje dat de Buurtbierwinkel het cadeau voor de iepensneller had afgeleverd bij de buren. Fijn. Afstrepen van een steeds leger wordende korte lijst. Veel viel er niet te doen deze dagen. Kranten spellen, een beetje penselen, wat tekenen, heel veel lezen, en af en toe iets op tv. De Baklijsten zijn binnen. Vaart maken met de laatste hand aan de doeken en dan kan dat ook weer worden weggestreept. Het zal gek zijn zonder die twee ‘koppen’ in de kamer, maar dan is er ruimte om iets nieuws te beginnen en dat is ook heel wat waard..

Er ligt rijp op de daken en het grasveld, op de bomen, een dun en wit beslag dat de wereld toch een beetje een winters aanzien geeft en onmiddellijk duikt er een ouderwets kerstlied omhoog. We staan vooor het stalletje thuis en zingen uit volle borst mee. ‘Het hagelt en het sneeuwde en het was er zo koud, de rijm lag op de daken’. Nu overspoelt de nostalgie. Rijm op de daken en dat prachtige lichte grijs in de lucht erboven, dat ik in mijn kleurenbijbel van Kassia ST Clair terugvind als loodwit. Maagdelijke onschuld op de vroege morgen, een veelbelovend nieuw begin.

Uncategorized

Voor eeuwig bewaard

In het boek Mrs Degas vallen we het leven binnen van de oude schilder, die blind is geworden en in een vervallen huis woont, dat binnenkort onder de slopershamer moet. Met de aantekeningen, brieven, rekeningen en schrijfsels waar ze doorheen lopen, hij en de jonge vrouw, die steeds het woord richt tot een mysterieuze derde persoon. Pas ergens veel verder in het verhaal, wordt er een tip van de sluier opgelicht over de herkomst van deze Nomen Nescio.

Bij blind stel je je duisternis voor, maar de oude Degas legt uit dat er juist een overdaad aan licht is, waardoor hij niets meer ziet, twee witte doeken voor zijn ogen. Ik knip de lamp uit, zie het nachtelijke zwart met hier en daar de lichten van een lantaarnpaal. Dan knijp ik de ogen dicht en word overspoeld door een keur aan grijstinten, die zich een voor een los maken en grillige vormen aannemen. Je zou je voor kunnen stellen dat die donkerte rust brengt, maar een verblindend licht juist het tegenovergestelde.

Arthur Japin beschrijft de wandeling, die de schilder vaak maakt in het 9e arrondissement, dat hij op zijn duimpje kent, zodat de weg blind te gaan is. Hij wandelt er met dezelfde onstuimigheid van het ongedurige karakter en alsof hij alles nog kon zien, zonder blindenstok, zonder begeleider. De beelden in zijn hoofd, de geur van de bakker, het versgebakken brood, het gouden craquelé, de broden in de etalage, het oker, wit en grijs worden moeiteloos opgeroepen door zijn beleving. Tot in elke vezel is hij de schilder achter die nietsziende witte schellen voor zijn ogen.

Ik denk terug aan het verhaal ‘Het Meesterwerk’ van Max Velthuys, dat ooit het verhaal was op een sprokkelhorst-avond. Olifant krijgt van de kunstschilder krook een wit doek mee naar huis, waar alles op te zien was wat je maar wilt, zolang je de ogen sluit. Als olifant merkt dat het niet doekgerelateerd is, maar de aanzet is geweest om zijn verbeelding aan te spreken moet hij wel erkennen dat het een meesterwerk is. Soms lijkt een verhaal zo eenvoudig, maar gaat er nog een wereld van betekenis achter schuil. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.

De grijze kant is olifant, de alpino/witte jas is krook.

Alles wat de oude Degas oproept in zijn herinneringen, geeft de grandeur weer van die tijd. Als hij met zijn geliefde nichtje voor de hoedenwinkel staat, passeren er voorwerpen, die door mij opgezocht moeten worden om te zien wat hij zag. Japin schildert die kleurrijke wereld met woorden en zorgt ervoor dat ik met mijn neus tegen de etalageruit gedrukt sta, net als het nichtje destijds. Wat een rijkdom aan kleuren en stoffen. Het meesterwerk ten voeten uit.

Omdat de schilder steeds slechter ging zien, werden zijn kleuren helderder en feller en ging hij over op chroom en cadmium en meekrap. Volgens een van de critici versterkte het slechte zicht van Degas diens visie, een opmerking waarvoor de schilder zijn huid vol schold, maar in het hart wist, dat het de waarheid was. Soms is tegenslag ook een verrijking.

De verbeelding van Degas, maakte dat de beelden in zijn hoofd meer tot leven kwamen, nu de ogen de werkelijkheid niet meer konden waarnemen. Zonder Japin hadden we ons die voorstelling nooit kunnen maken. Die gelaagdheid brengt een dubbele rijkdom. Door het hele boek heen verklaart de schrijver zijn wat narrige houding aan de hand van het feit dat het leven niet anders is dan de dozen die zij aan het uitzoeken zijn. Zijn weemoed en die strijd om de acceptatie ervan, verwoordt hij op de oude begraafplaats bij de familietombe. Een leven in dozen en doeken, voorgoed voorbij, maar daardoor onsterfelijk en voor eeuwig bewaard.

Uncategorized

Zo spoedig mogelijk

De beelden stroomden binnen. Het Capitool, bolwerk van de natie, werd overlopen door Trumpianen en ergens hoopte mijn hart dat het surrealistisch bedoeld was, maar niets bleek minder waar. Het zorgde voor een nacht vol hazenslaap en wakkerschrikken, checken en weer verder slapen tot de volgende onderbreking.

De nieuwe ‘Zin’, die met de schreeuwende krantenkoppen in de brievenbus lag had als ondertitel ‘De kracht van de hoop en daaronder ‘Alle ballen op 2021’. Wonderlijke aanvulling, al begreep ik wel wat ze ermee bedoelden. Met de gebeurtenissen van gisterenavond was mijn eerste hoop alweer vervlogen, maar dat belemmerde me niet om hoopvol naar het verdere verloop te kijken. Eens moest het toch wel genoeg zijn en was er een reden om in te grijpen, was mijn huis-tuin-en-keuken-theorie. Het somberde buiten. Een mooie lieve brief uit Verweggiestan, die een diepe vriendschap onderstreepte, bracht warmte. Soms zijn het de kleine dingen die het doen.

De kerstboom legde het loodje. Alle versiering liet zich zonder tegenstribbelen in de doos stoppen om weer geduldig te wachten tot het volgend jaar. Ik had net de laatste naalden opgeveegd toen de bel ging en ik stoeien moest om de deur via het nieuwe ingenieuze kastje met verklikker open te krijgen. Kleinzoon grapte dat er een bijzonder pakketje aan de deur stond. Even later was het huis vol met kleinzonen, Dribbeltje voorop in zijn aanstekelijke enthousiasme, zette dochterlief thee en buitelden de kinderen over elkaar heen door het intens vele binnenzitten. Toen de twee zussen op bezoek kwamen, werd vooral de middelste nog baldadiger, alsof hij indruk wilde maken en begon een luidruchtig duw-en-trekspel met Dribbel. Die liet zich niets gezeggen, omdat hij graag zijn eigen bonen dopt.

Steeds wilder werden de schatjes onder de volle aandacht van ons, dus raapte dochterlief de hele mikmak bij elkaar en ging weer op pad. Mijn aha-erlebnis was die van op bezoek gaan met vier kinderen bij deze of gene, wat altijd voor de gebruikelijke reuring zorgde. De zussen wilden voor donker weer thuis zijn en ik bleef achter in een oase van rust met zeeën van tijd. Dan maar een beetje werken aan de doeken voor zoonlief. De kleine klussen, de randen en de achtergrond.

Gisteren kreeg ik in een antwoord op de blog een fijne terugblik op de film ‘Iep!’ naar het boek van Joke van Leeuwen, over het aandoenlijke vogelmeisje Viegeltje. Bij nader onderzoek ontdekte ik vanmorgen dat Viegeltje een Canadees meisje is, Kenadie Jourdin-Bromley, met primordiale dwerggroei, een zeer zeldzame groeistoornis. In de film is ze zeven jaar oud op het moment van opname. Het is een aandoenlijke film. De kleine vliegeltje, een vogel dat lijkt op een meisje, volgens de vinder, en een meisje dat lijkt op een vogel, volgens zijn vrouw, verwezenlijkt de wensen van dit echtpaar en ze beschouwen haar als hun kind. Als Viegeltje de grote trek van de vogels door haar zolderraam ziet, wordt haar eigen verlangen te groot en vliegt ze, na een aantal avonturen, met haar vogelveren-armen met hen mee.

Ik kreeg de link van de trailer opgestuurd om de iep, die er bij mij in de tuin aan moest geloven. In dit verhaal van Joke is Iep! Het geluid dat het wezentje in eerste instantie voortbrengt. Maar het is de liefde voor de natuur, voor de bomen als broedplaats voor de vogels, en het verlangen om al wat groeit te behouden, die er ook in doorklinken. Net als die eigenwijze loot van mijn iep, die ongemerkt was uitgegroeid tot een boom, waar hij niet hoorde te staan. Als enige troost kon ik melden, dat vele andere loten de tuin zouden overnemen zonder optreden, want de iep is een sterke snelgroeier.

Nu zal roodborst op het kale overgebleven stammetje zitten en haar rijk van grillige takkenbossen bezien, waar ze liever in rondhipt dan in de boom zelf. Laag bij de grond, mijn gevederde vriendin, daar is ze het liefst.

Op zoek naar het boek vind ik wel ‘Een handvol taal’, het boek waar ik gister naar zocht en ‘de genezing van de krekel’ van Toon Tellegen, die somber is. Een gevoel wat, na alle goede raad van de dieren in het bos, uiteindelijk vanzelf weer verdwijnt bij de eerste lentezonnestraal. Een van de adviezen brengt een brede glimlach. ‘Je moet je ‘vergissen”, zegt er een. Dat is voor even de oplossing, omdat Somber zich opkrult in het hoofd van de krekel en in slaap valt.

Als ik ze bij elkaar op de foto zie: Het blad, de krant en de Krekel, valt me de samenhang op van iets waar ik naar verlang. De kracht van de hoop in dat verscheurde land, een depressie die zomaar op een dag bij de eerste zonnestralen verdwijnt door een waarachtig leiderschap. Later, straks, zo spoedig mogelijk.

Uncategorized

Een heerlijke herinnering

Om de krant te halen zijn er vier trappen om af te dalen, eigenlijk vijf als je die van boven naar beneden in huis mee rekent. De knapknie was kennelijk uitgerust uit de nacht gekomen en bij de eerste stappen nauwelijks te voelen. Als iets geen prikkels geeft, gaat het lijf op de automatische piloot. Dus stapte ik, alsof ik ’s werelds beste knieën had, weer als altijd naar beneden. Geen huppeltje, maar toch. Twee kranten in de bus en de gang naar boven. Daar voelde ik het al. Toch te frivool bedacht dat een en ander was verbeterd. Datzelfde lijf sprak schande en liet het me bezuren. Oke knie. Deemoedig bind ik in. Misschien toch maar eens een bezoek aan de huisarts. Zes weken kon het duren. Dit is volgens mij de vijfde. Ze is nu weer dik en stijf. Suffe knie. Ik spreek het niet uit. Stel dat ze me hoort.

De omlegger van de iep heb ik cadeaubonnen en een moordspel van de Buurtbierwinkel toegestuurd. Dan kan hij lekkere biertjes uitzoeken en tegelijkertijd een spelletje spelen met mijn tuinbuurvrouw, die hem geholpen heeft de takken te ruimen. Wat ben ik blij met de afhaalmogelijkheden in deze gesloten-winkel-tijd. Ze zijn legio en origineel. Het kriebelt veel meer nog dan voorheen het creatieve vermogen. Tel je zegeningen.

Gisteren in de bus twee lieve kaartjes. Vriendinlief van het dansje en dientengevolge de knapknie, bedankte me voor alle steun en support in dit zware jaar, waarin ze in een tijdsbestek van drie maanden wees geworden was. Het was alles waard geweest en ik zou het zo overdoen ook al kende ik de gevolgen. Nou ja, ik had niet als een dertigjarige staan swingen, maar als een bedaarde zestiger, waar in mijn hoofd nog steeds geen ruimte voor is.

Het tweede kaartje was van een van mjn liefste, ingetogen en bescheiden vriendinnen, die ook zo van het kleine geluk genieten kon en allerlei lieve acties verzon, om het leven lichter en aangenamer te maken. Niet zelden zettte ze me aan tot een overpeinzing of een gedachte die met me mee bleef zweven. We deelden de liefde voor de kunst van het leven. Haar nieuwjaarswens was een juweel van een kaart, zoals altijd met liefde en aandacht gemaakt met de opmerking de blaker met het lichtpuntje door te geven in figuurlijke zin.

Drie opdrachten van zuslief. Een verhaal over mijn manier om het leesonderwijs te stimuleren en twee tekeningen. De appel met de schil lukte stellig. Schrijven over liefde voor het lezen is voor een boekenverslinder een koud kunstje vol warme genegenheid. Een grote stimulans om tot lezen te komen is vooral het enthousiasme waarmee het aangeboden wordt. Liefde voor het boek valt of staat met de liefde voor het kind en de taal. Verhalen mogen verzinnen, eigen kleine boekjuwelen maken, waarbij een tekening eigen woorden geeft aan de handeling. Er waren zoveel mogelijkheden om vooral het woord leven in te blazen. Een van mijn lievelingsboeken was een onooglijk boek met de mooiste hand-en-vingerverzen. Van het aloude touwspel tussen de vingers tot verzen als Hompeltje en Pompeltje: Twee kabouters(de duimen) die zich verstoppen in de knuisten en dan weer tevoorschijn komen. Met recht valt op te merken dat een kinderhand gauw gevuld is, maar nog meer, dat verwondering wekken weinig meer nodig heeft dan het aanstekelijke geloof in taal van de boodschapper. Het idee dat er heel veel kinderen het boek hebben omarmd is de bonus en een heerlijke herinnering.

Leeshoek met rijk gevulde boekenkast
Uncategorized

Om samen verder te kunnen

De kranten van vandaag doen vanuit twee verschillende invalshoeken een beroep op het in gesprek gaan met elkaar in plaats van ten strijde te trekken tegen elkaar. Het ene interview in Trouw is van de hand van Lara Molenaar, in gesprek met de filosofe jenny Janssens, die oproept om mensen de kans te geven om te ‘ontcancelen’. Om de kop te begrijpen moest ik dieper het interview in. De cancelcultuur gaat over de vraag ‘wat is goed gedrag en wat is fout gedrag’. Het blijkt naast vele theorieën ook een concrete situatie te zijn , waarbij men de maat meet. Wat kunnen we wel doen en wat niet. Alleen circuleren er veel verschillende ideeën rond op de sociale media over dit vraagstuk. Ik verzuchtte laatst al, dat iedereen een mening moet hebben en dat luid en duidelijk wil verkondigen. De filosofe geeft aan dat bijval fijn is, maar dat het ook kan zorgen voor een gebrek aan verschillende perspectieven.

In de Volkskrant Staat een interview met Loretta Ross, die ooit een Amerikaanse activiste was, maar nu pleit voor wederzijds begrip. Dat inzicht ontstond vooral toen ze in gesprek kwam met een veroordeeld verkrachter, die ze na lang aandringen opzocht in de gevangenis. Daar ontmoette ze nog meer jongens, stuk voor stuk fysiek intimiderende mannen uit de eigen gemeenschap. De man die haar gevraagd had te komen had zich verdiept in de zwarte feministische literatuur en was zichzelf en zijn daden zat. Hij wilde het beeld veranderen. De ontmoeting was een confrontatie met haaar eigen trauma, moeizaam en pijnlijk. Ze was in haar jeugd verkracht en kreeg op 15-jarige leeftijd een zoon, die ze weigerde af te staan. Maar toch zette ze ondanks dit trauma door en hoorde de mannen aan, gaf weerwoord middels haar eigen ervaringen waardoor ze begreep dat een aantal mannen zelf ooit slachtoffer waren geworden van intimidatie en verkrachting.

Dit bleek voor haar een ‘transformatieve ervaring’ te zijn. Ze begreep dat slachtoffers niet zelden daders kunnen worden en dat niemand wordt geboren als dader. Vanuit die mening geeft ze aan: ‘Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat inzicht voor me was’. Ze stuitte daarna vaker op onbegrip, maar de oplossing lag besloten in het gegeven dat zij en de mensen met wie ze werkte, elkaar gaandeweg leerden kennen. Haar ervaring was, dat je mensen niet langer kon haten als je ze beter leerde kennen Het veranderde iets in Ross. waar lange tijd haat de motivatie was geweest, ging ze werken vanuit liefde en respect voor de menselijkheid. De dialoog was de oplossing. Inplaats van mensen er buiten te plaatsen, mensen binnen te sluiten. Ze roept wel op om kritsch te blijven kijken naar een politicus, die de waarheid niet spreekt, een overheid die mensenrechten schendt, een bedrijf dat haar werknemers in gevaar brengt of hun veiligheid riskeert, dat dát het onderdeel moet blijven van een mensenrechten beweging.

Shake hands, make friends

Twee verschillende interviews met twee verschillende vrouwen, die elkaar aanvullen, geeft stof tot nadenken. Hoe sterk zijn wij in het leven van alledag. Ik kom als vanzelf uit bij onze school. Bij een ruzie in mijn groep was het de gewoonte, dat kinderen met elkaar in gesprek gingen. De een vroeg dan aan de ander, waarom hij zo handelde en dat het pijnlijk was of verdrietig. De ander kon dan aangeven dat het niet helemaal de bedoeling was en welke beweegreden eronder lag. Jaloezie of afgunst, (ik wilde dat ook), je buitengesloten voelen (ik wilde alleen maar met je spelen), jij maakte zoveel mooie dingen en ik niet(ik wilde dat ook leren). Zo zijn er nog talloze inzichten verkregen door deze kleine gesprekken, zo jong als ze waren. Bovendien leerden ze goed te luisteren naar elkaar. Eventueel bij grotere problemen spraken we er in de kring over of werd het een thema in het rollenspel tijdens de dramakring. Nieuwkomers werden vanzelf meegetrokken. Jong geleerd is oud gedaan, maar zo nu en dan is het handig de focus weer even scherp te stellen. Om dan te bedenken dat er geen verschil zit in het leven op school en later. Voor ons betekende dat: Het verkrijgen van inzicht middels het gesprek en daarmee begrip en respect winnen om samen verder te kunnen.

Uncategorized

Alles is meer dan de realiteit

Licht van de lantaarnpalen winkelt door de druppels op de ruiten en spat stralend uiteen, alsof ik door mijn wimpers kijk. Een wakkere nacht. ‘Als je je ogen toe doet, rust je ook’, was de wijze raad van mijn moeder, die zelf regelmatig kampte met lange maalnachten. Er blijft gewoon van alles door het hoofd spoken en daar zit geen knop op. Ik heb nog wel genoeg schapen gezien vandaag. Maar ze stuk voor stuk tellen helpt niet, evenmin als de roze olifant visualiseren. Steeds weer schemeren de meeuwen, de laatste scene van I.M., het vertrek van oudste zoonlief, de oude Izegrim op de tuin, het omgevallen beeld naast de kers, de krantenkrabbel en meer van dat soort zaken door het hoofd.

Bij aankomst op de parkeerplaats zag ik ze al. Kennelijk zaten de bliekkies en de voorntjes aan de oppervlakte van de sloot, want de meeuwen dansten er vlak boven en menigeen scheerde weg met een spekkie voor zijn bekkie. Zodra ik er aan kwam lopen, vlogen ze uiteen, om na het passeren weer samen te kluwen. Het pad was, als te verwachten, schier onbegaanbaar, waar de fietsbanden diepe voren hadden getrokken in de zalverige modder. Spitsroeden lopen van pol naar pol en heel voorzichtig met de al protesterende knie. Heiige lucht en kringelende rook uit de pijp van de houtkachel van de Oude. Verder lagen de tuinen er verlaten bij.

In de hoek achterin de tuin was het opvallend ruim, nu de iep om was. De vriend van buuf had keurig de stammen verwerkt en er lagen enkel nog kale takken op het terras voor het atelier. De Bernagie was schoon en opgeruimd. De schilderogen keken me licht verwijtend aan. ‘Waar was je nou’. ‘Niet hier’, grinnikte ik en tekende in het logboek op hoe alles erbij stond. Foto’s door het raam heen nu de wind zo guur was. Roodborst had ik wel gezien bij de parkeerplaats, maar niet meer op de tuin. Ik vergat naar de bollen te kijken, die begin december al een eindje uit de grond piepten. Het beloofde kouder te worden, afwachten of ze het zouden redden.

Met de vroeg invallende schemer, viel er nu niet meer te werken. Bovendien was de tocht toch nog wat te zwaar geweest. Op de terugweg waren de dames schaap even afgeleid, degene die altijd voor de kudde uit graasde keek even op en blaatte twee keer, vrij geruststellend vermoedelijk, want er werd niet terug geblaat. Zwijgende schapendames in volmaakte rust, met alleen het geluid van een krassende kraai en het lostrekken van het gras onder de malende kaken. Moddergesop alarmeerden de meeuwen voor een tweede keer. Scheer je weg krijsten ze naar elkaar. Dat was niet tegen dovemansoren. Aan het hek stond de kleine Turkse vrouw van de hoek en gebaarde me, dat zij het hek zou openen en dicht zou doen. Een vriendelijke zachte glimlach vloog een tijdje met me mee op weg naar huis.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/03-01-2021/AT_300000170

Volle zalen bracht een herhaling met Herman van Veen, die samen met Cornald Maas op pad ging naar zijn verleden in de Vogelenbuurt achter de Adelaarstraat, die mij zo vertrouwd waren, omdat ik er als vijftienjarige gewerkt had bij een drogisterij/slagerij/annex automatiek op de kop van de wijk. Hij toonde het ouderlijk huis, waar zijn moeder hem als kleine jongen vastbond aan de regenpijp, zodat hij een spanne had van een paar stappen naar links, naar voren en naar rechts. Links van hem kon hij de geuren snuiven van een kruidenierszaak van de dames Tuls. Opmerkelijk aan het hele verhaal was dat de beleving van het kind Herman alles reusachtig groot had gemeten, terwijl bij het zien van het studentenhuisje vooral het minieme formaat opviel.

Zo werkt dat dus. De wereld bekeken door een kinderziel kent oneindig meer ruimte toe aan de dingen en de aard der dingen, evenzeer aan de mogelijkheden. Niets is ondenkbaar, niets is onwezenlijk. Alles is meer dan de realiteit.

Uncategorized

Opnieuw verlangen

Vroege vogels voor een deel gemist. Te laat voor Jochem Myjer, die ik graag had willen horen. ‘Uitzending’ gemist is er goed voor. Gisteren is het nieuwe jaar goed van start gegaan met het omhalen van de iep tussen mij en buuf, geheel en al verzorgd door de vriend van. Daar gaat later in de week een bijzonder bierpakket naar toe. Ik schitterde met knapknie door afwezigheid, maar nu konden ze alvast wat hout verstoken.

De verrassing voor bonuszoon kwam op de valreep binnen bij hen, net toen ik van plan was op te stappen. De postbesteller bekeek zorgvuldig elke enveloppe opnieuw voordat hij het in de handen duwde van het feestvarken. Een onthaaste postbode was iets dat ik nog niet vaak op deze wijze had waargenomen. Mooi om te zien. Het leven leeft zichzelf als je het toelaat en de tijd eigen wordt.

In de woorden van een gewaardeerde blogger vind ik de begrippen gemis en verlangen. De egel die zich afvraagt of eenzaamheid bij hem hoort als de stekels op zijn rug. Zijn verlangen personificeert zich in de gedachte vleugels te hebben in plaats van stekels. (Toon Tellegen). In een ander verhaal van de egel(Misschien wisten zij alles. Blz. 323. Toon Tellegen), hangt hij in de takken als de ondergaande zon, hoopt hij. Ongemakkelijk, maar een wens die in vervulling gaat. Het is de keuze. Blijven hangen in verlangen of misschien wel vleugels aanmeten, door net als Nils Holgersson bij een van de wilde ganzen aan te haken. Bij vliegen denk ik ook aan Dombo het olijke olifantje uit de Donald Ducks van lang geleden, die zijn oren gebruikte om in vrijheid te zweven, hoog boven de burgerlijkheid. Vrij in elke toonaard. Of aan Ubbi, die zijn verlangen jubelt in het lied: ‘Ik vlieg, kijk ik vlieg. Hoger dan het huis en hoger dan de toren en alle vogels zingen, O, had ik maar zullke oren’ (Ook een verlangen).

Want dat was wat het kleine jongetje van lang geleden, volgens de blogger ook kon, totdat de nachtmerries kwamen. De vraag blijft hangen of hij nu ‘grijzer en onwijzer‘ meer kind is geworden, omdat hij weer ‘zijn vleugels wil openklappen om over het gemis en verlangen heen te vliegen’, dat in elke vezel voelbaar is, vermoed ik. ‘Maar gemis en verlangen zijn er nooit niet’, was mijn antwoord, dat is geschoeid op ervaring. Alleen kan je nieuw verlangen vinden, weet ik ook. Elke lente staat de wereld bol van verlangen, van zoete beleving, van alles wat het kind in mij wekt. Sterker nog, er is geen moment geweest dat dat kind ver weg is. Dat komt door het jarenlang werken met vrije geesten, die kinderen nu eenmaal altijd zijn. Zij zorgen ervoor dat verwondering ieders deel wordt, omdat onze ogen die van hen weerspiegelen. Onontgonnen zielen tot de rand toe gevuld met ervaren, ontdekken, doorwoelen en altijd die beloning.

Nu ligt de dikke Toon naast me, omdat ik het verhaal van de krekel wilde zoeken, waar ik eerder op de dag over las. Bij elkaar 313 verhalen vol verwondering. Zomaar, gratis en voor niets elke dag te lezen, die aanzetten tot nieuwe blogs, nieuwe gedachten, nieuw verlangen misschien, maar op z’n minst nieuwe hoop wellicht. De schrijver Marcel Jouhandeau wist het wel:

Un jour vient où vous manque une seule chose et ce n’est pas l’objet de votre désir, c’est le désir’. ‘Er komt een dag waarop je maar één ding mist, niet het voorwerp van je verlangen, maar het verlangen zelf’.

Zoals de lieve lente laat geloven in het nieuwe leven, jaar naar jaar. Opnieuw verlangen.

Uncategorized

Alle dagen van het jaar

Droom bracht een loslopende beer en we moesten ons verstoppen, want hij was in eerste instantie agressief. In de kleine slaapkamer van mijn vader en moeder leunden we met z’n drieën tegen de deur aan, maar hij kon zijn poot eromheen krijgen, ik kriebelde zijn ‘hand’, die ineens verdacht veel op een apenhand leek. Dat stemde de beer mild. Daarna sprak ik met eeen buurvrouw en we kwamen tot een prettig gesprek over de natuur en alles om ons heen. Haar man bezat een aantal casino’s in Frankrijk en had een totaal ander leven. Ik sprak met hen af twaalf weken mee op reis te gaan. Ik bedacht nog in de droom , dat dat misschien wel wat overhaast was, in ieder geval niet weloverwogen.

Beer in een droom symboliseert introspectie en nadenken. Het komt overeen met de tijd van het jaar en de omstandigheden waarin de wereld verkeert. Het kluizelt al een paar weken lekker door. Niet in de laatste plaats om de immobiliteit, die me is overvallen. Nooit meer het lijf laten denken dertig te zijn. De feiten achteraf pleiten er hartgrondig voor.

Gisteren was er het voornemen om naar de tuin te gaan. Eens proberen of ik die kilometer van de auto naar het atelier en vice versa zou halen zonder al te veel pijn. Een beetje beweeglijkheid voor de stramme spieren kon geen kwaad. Maar er was een lief belletje van vriendinlief, om te sparren over wereldse zaken. We wijken wat uiteen met sommige opvattingen, maar dat geeft niet. Ieders mening valt te respecteren en mensen moeten in bepaalde afwegingen zelf hun weg bepalen. ‘Leven en laten leven’ was het motto van mijn moeder onder andere. Iets wat ik door de loop der jaren heen steeds meer ben gaan waarderen. Voorwaarde is wel dat de ander eenzelfde overtuiging is toegedaan, anders loopt het al snel spaak. Dwingende karakters zijn niet mijn ding. Alles kwam aan bod, twijfels, gedachten, gevoelens in een mix van woord en wederwoord. Een goed gesprek is het halve werk.

Te laat voor de tuin vertelde het waterige zonnetje dat er af en toe tussendoor piepte. Changer les idées. Schoonzoon vierde zijn eigen oud Jaar. Oliebollen had ik te over, dus met de zoete versnaperingen richting stad. Dochterlief belde nog tussendoor, maar ik verklapte mijn plannetje niet. Met een zak vol lekkers en een frisse toet kon ik de bijna-jarige overvallen. Hij was alleen en stond risotto te maken met tomaat, tijm en knoflook uit de oven. Blij hoofd is altijd een extra bonus bij onverwachte escapades.

klein geluk

Het kwam extra goed uit, want vandaag en morgen zouden in stille eenvoud voorbij trekken. Iedereen had wel veel kaartjes, pakjes en anderszins verstuurd. Dochterlief, de kleine filosoof en kleindochter kwamen thuis. Sterretjes opsteken bleek de eerste actie nu de schemer begon in te vallen. Toch een lief klein vuurwerkje op een hoopvol NieuwJaar. Glunderende koppies bij oplichtende sterretjes. ‘Koud vuur’, zei men vroeger, maar dat bleek toch niet helemaal waar te zijn, dus een grote ster met extra lange handvaten voor extra ingebouwde veiligheid. Heerlijke risotto met een kleintje vin blanc bleek een geslaagde draai aan het flexibele gesternte te geven. Strooien met wat klein geluk, was een goede waarborg voor een warm gevoel voor de rest van de avond en een mooi voornemen voor alle dagen van het jaar.

Uncategorized

Het weer wéét van aanpakken

Van een vuurwerkverbod hadden niet veel mensen gehoord. Er werd nog lang en veel geknald, van die zware bommen, af en toe een handjevol siervuurwerk, maar het meestee toch gegil en gedonder op sterkte, waardoor Poes twee keer haar angst uitspuwde. Arme Pluis. Van de weeromstuit at ze haar bakje niet leeg. Eerst waren in de late namiddag zoonlief met mijn schoonlief en de kleine voetballer op bezoek geweest. Twee oliebollen en daar bleef het bij. In dat tijdstip leerde kleinzoon wel mijn naam zeggen, die hij als een kleine repeteerwekker achter elkaar bleef herhalen.

Toen ze weg waren kwam de soep aan bod, dankzij het betere snijwerk van ons, gisteren bij zuslief. Er gaat niets boven een zelfgetrokken soep. In de damp boven de pan verscheen het zachte gezicht van mijn moeder. ‘Goed gedaan kind’, knikte ze. ‘De foelie niet vergeten mam’, fluisterde ik trots terug. Tegen de doden moet je fluisteren, want alle doofheid verdwijnt als sneew voor de zon als de stofmantel is achtergebleven.

Met een oliebol met veel poedersuikerzoete heerlijkheden een glaasje rode Côtes du Rhône, een kleine kerstster en mijn warme waxinelamp verschansde ik me op de bank onder de plaid. Oudejaars televisietijd. Een beetje zappend heen en weer bracht me alras terug naar Matthijs van Nieuwkerk, die aan het woord was. Eerst dacht ik nog een stuk top 2000 te zien, maar het bleek zijn gloednieuwe programma te zijn: ‘Matthijs Gaat Door’. Dat was het onverwachte cadeau. Joost Prinsen schoof aan. De markante imponerend lange persoonlijkheid van De Stratemakeropzeeshow, J.J. de Bom en het Klokhuis. Hij ontpopte zich aan tafel als een wandelend verzenboek met een prachtige declameerstem. De jeugd sprankelde in zijn ogen als hij vertelde en het was een verademing om iemand te horen die echt iets te zeggen bleek te hebben. Matthijs was er zienderogen gelukkig mee. In een tempo dat twee keer zo laag lag dan gewoonlijk, maar nog altijd met voldoende vaart, bood hij met verve zijn uitverkoren gasten teen podium. Muziek, gesprek en gedicht wisselden elkaar harmonieus af. Een verademing op de buis, een programma met een geheel eigen stempel en een mooie visie erachter. ‘Ter leering ende vermaeck’.

Daarna Queen, eerst met allerlei gasten als een tribute en later oudere opnamen met Freddy Mercury zelf. Meezingen, de hoge tonen proberen te raken, hard of zacht in de eigen bubbel en niemand die opsprong bij een valse noot. De grote legende rende, sprong, blikte uitdagend neer op zijn publiek, zong dan weer ingetogen en speelde vol overgave de flamboyante zanger, die beloftes waar kon maken.

Tja en dan was er nog Youp. Als je wil oordelen, moet je het wel gezien hebben. In dat kader schoof ik aan in de zaal met de dertig toehoorders. De grofheid van zijn laatste shows waren eigenlijk een brug te ver naar mijn opinie. Maar, Youp had een en ander van de kritiek opgepakt.. Met een lichte weemoed om het bijtende sarcasme dat vroeger ooit als ironie op de planken mocht, wist hij er zo’n draai aan te geven, dat meer de stem van zijn column naar boven kwam. Er waren vragen bij, adviezen ook-stop met het rondzwemmen in je eigen gelijk- en allemaal sneden ze meer dan hout. Wat een prachtige eindconference. Vol bewondering zag ik hem staan op zijn gebruikelijke manier, handen diep in de zakken mijmerde hij over het afgelopen jaar, de mediagekte, maar bovenal de grote en gemeende waardering voor het zorglegioen. De enige mensen, die wat in te brengen hadden, uiteindelijk, en daar nog steeds niet voor werden beloond.

Het begin had ik gemist. Dat krijg je als je al zappend langs verschillende golflengtes sliert, maar het einde was meesterlijk. De lichtshow in de arena ter vervanging van het vuurwerkgeweld was slaapverwekkend en op de rode wijn en de oliebollen sukkelde ik in slaap tot zoonlief belde, Dwars door alle bommen en granaten heen wenste hij me een heerlijk NIeuwjaar toe.

En verdraaid, bij het ontwaken vanmorgen uit een slaap vol kringlopen en wandelingen met de zussen, blikte een wonderschoon nieuw begin aan de horizon. Het weer wéét van aanpakken.

Uncategorized

Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden

De indeling was snel gemaakt. Iemand voor de groente en de tempeh, flinterdun. Een ander de aardappelen en zuslief het vlees. De snijploeg stond paraat om zus te helpen bij haar Javaans-Molukse maaltijd voor alle mannen die hard hadden gewerkt om het nieuwe huis naar wens te maken. Strippen van de vloer, het verschuiven van de wanden, aanleg van vloerverwarming, verzinken van elektrische draden en het betere stucwerk. Dat betekende dat er vele monden te voeren waren. Haar onvolprezen schoonmoeder daalde neer uit het verleden in de vorm van een briefje met de opgekrabbelde benodigdheden en de recepten. De herinnering van vele feestmaaltijden werd de leidraad. Geduldig wachtten we tot zus voordeed hoe fijn fijn wel niet was als het op de Atjar aankwam. Heel fijn dus. Worteltjes dunner dan Julienne en Boontjes door de helft en dan weer door de helft van de helft. Lucifershoutjesdun.

Er waren stukjes wortel die buiten de boot vielen. Evenals de stukjes rundvlees die ervan afgesneden werden. Iets voor een bouillon om te trekken of een groentensoep, bedachten wij. Van alles wat overbleef werden drie zakjes gemaakt. Na een hele middag snijwerk, kramp in de vingers, een overvloed aan bereidingen en een voorproefje, lieten we zus achter met nog een avondje te gaan. De Tempeh moest nog gebakken, de Rendang en de Ajam op smaak gebracht en de voorbereidingen voor de Sajoer boontjes getroffen. Thuis was er de volmaakte stilte, poes Pluis, de wollen plaid om onder te kruipen en een knie die opspeelde. Te lang gebogen gezeten. Op het fornuis prijkte een prachtige blauwe koekenpan , die voortdurende uitnodigde om ‘Blauw, blauw, hemelsblauw’ te zingen naar de evergreen van A.M. G> Schmidt. De nieuwe inductieplaat van zus herkende de pan niet als pan en dan sloeg het ding niet aan, of zo. Het fijne weet ik er niet van met mijn oude vertrouwde gasfornuis, maar een aanwinst was het.

Op datzelfde ouwetje staat nu het rundvlees te trekken, ui, foelie, kruidnagel, laurier, bouillonblokje, gkeneusde peper en de restjes vlees. Goed voor het katterige gevoel op deze sombere dag. Vanavond valt er geen I.M. te kijken. Morgen pas weer. Ik vond het nog wel zo’n passend einde om dit jaar ten grave te dragen. Nou, dat is wel heel rigoureus. Ik moet bekennen dat deze verstilling vooral ook veel pareltjes heeft opgeleverd. Vooral het allereerste isolement met een totale stilte, maar een natuur die jubelend ontwaakte en vogels die zich van alle gevaren vrij waanden, zonder de overdosis geluid en fijnstof. Eigenlijk was het aantal momenten van bezinning dik gezaaid geweest en de vriendschappen zochten met name de verdieping. Inkeer na alle hectiek.

Van vriendin kreeg ik begin deze week een prachtig cadeau, over bewustwording en verdieping gesproken. Een in dundruk uitgevoerd boekje van Amy Tan met de titel ‘De Vreugde-en Gelukclub’. De kaft was glanzend rood met mooie bloemen erop, als een Chinese zijden jurk. Je kon het in je rugzakje stoppen als je onderweg zou zijn. De taal was pure poëzie, de beelden die ze opriep een mengelmoes van Chinese oude gewoonten en nieuwe Amerikaanse gebruiken. De dochter van de oude Chinese moeder had ‘meer coca cola gedronken dan verdriet’ toen ze opgroeide in Amerika. Toen de moeder overleed schoof de dochter aan op de stilgevallen plek. De Vreugde en Gelukclub was ontstaan in China tijdens de Japanse bezetting, terwijl het geweld om hen heen woedde. Vier Chinese vrouwen ieder op een punt aan de Mah Yongtafel. Eerst het feestmaal daarna het spel en daarna de mooiste verhalen van hoop en verlangen. Troostrijke verhalen om de gruwelijkheden te ontvluchten, met als enige ontsnapping de hoop. Feestmaaltijden met Dimsum in alle soorten en maten om het geluk gunstig te stemmen.

Andere mensen in hun omgeving waren verbaasd. Zoveel ellende en verdriet en dan niet treuren. De vrouwen antwoorden: ‘Het was niet dat we geen oog of hart hadden voor het verdriet, maar wanhopen betekende terugverlangen naar iets wat al verloren was.‘ De hoop op betere tijden werd levend gehouden en de avonden brachten veel vreugde. Een Vreugde-en Gelukclub waar niet alleen de verhalen werden gedeeld, maar ook doorgegeven. Een staaltje van overleven in barre tijden. Om te koesteren, dit kleinood. Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden.

Uncategorized

Om naar om te zien en uit te kijken

Vlaamse Gaai zat in de boom voor het raam. Dat betekende dat ze op zoek was naar een makkelijke manier om lekkere hapjes bij elkaar te sprokkelen. Gedreven door de proppen in de boom, maar ook door het voer wat aan de spijlen van de brandtrap bungelde, ter hoogte van het keukenraam. De enige plek waar Poes Pluis niet bij kon. Veilig en vertrouwd, als elke winter. Nou ja, een soort van winter dan tot nu toe. Ik observeerde hem en maakte ondertussen alles klaar om het haar in de Henna te zetten. Het poeder, de gummi handschoenen, de oude slagroombak en lepel, de appelazijn. Al die tijd blijft Gaai zitten. Zou ze mij kunnen zien, zo ik haar?

Toen het plastic om het papperige koude goedje op het hoofd zat en daarna de handdoek was I.M. in de herhaling gauw gevonden. Gisteren zag ik deel twee zonder de eerste gezien te hebben. Voor de ware impact was het belangrijk om juist het begin niet te missen. Niet ondersteboven van het verhaal, mij wel bekend, maar vooral van het acteertalent van Ramsey Nasr die Ischa speelde. Hoe was het mogelijk dat iemand zo dicht onder de huid van een ander kon kruipen. Het zette in beweging, het ontroerde en het haalde het beste in zijn medespeler, Wende Snijders, naar boven. De taal sprak boekdelen. De grilligheid waarmee het brein werkte van deze grote kleine man kwam zo puur en groots uit de verf, dat de twee beelden, Ischa zoals ik hem kende uit de jaren tachtig en deze Ischa, naadloos in elkaar over schoven. Ischa is. Hij is.

De fietstocht gisteren lukte wonderwel. Het foto’s nemen maar even achterwege gelaten, want het was nog wel een een staaltje van bewust blijven om op en af te stappen zonder problemen. Dat je daarna duidelijk merkt een grens te hebben opgezocht, is oké. Maar de drie bossen tulpen die ik, in euforie om mijn herwonnen bewegingsvrijheid, had meegenomen waren de warme troost. Bij elkaar in de vaas leverden ze een weelderig lentegevoel. Het waren de drie laatste bossen, zei de verkoopster aan de buitenkraam van haar bloemenwinkel. Haar haar wedijverde stevig met de cyclaamkleurige bos. In de supermarkt kwam ik schoondochter van zus tegen, die ik in eerste instantie niet herkende achter haar masker.Toen ze hem schaterend achterover schoof, zag ik het pas. Het huis van zoon lag in de zon te stralen. Binnen rook het nieuw en zoonlief ging gestaag door met of zonder hulp om in januari in het huis te kunnen. Zijn ijzeren vasthoudendheid en werkdiscipline hierin, bewonderendswaardig.

Met moeite herstel ik het oude Netflixaccount en kijk naar de zaak Julia B., de verpleegkundige die zeven jaar onschuldig heeft vastgezeten op een bewijsvoering die rammelde aan alle kanten, een aanslag op de integriteit van de mensheid. Zo kabbelt 2020 naar het einde toe. Vossen met stadse fratsen in de krant is misschien wel een mooi symbool voor het jaar. Niets is wat het lijkt. Iemand vraagt zich af of je wel naar de winkel mag als je partner besmet is met corona. Onzekerheid in het jaar 2020 vierde hoogtij. Wankele beslissingen die genomen werden, verdraaiingen van de feiten en een overdaad aan meningen. Niet zelden ongefundeerde meningen.

Straks gaan wij zussen, zuslief helpen bij het voorbereiden van een Indische rijsttafel voor haar en de zonen, die morgen oudjaar komen wensen. Dat betekent flinterdun snijwerk in veelvoud. Lang geleden. Haar keuken is nu helemaal klaar voor de afstanden op anderhalve meter en wij zijn er klaar voor. De zon schijnt uitbundig als feestelijke onderschrijving. Vanavond het derde deel I.M. en op Oud Jaar als een schitterend vuurwerk het laatste deel van deze topserie van de hand van Michiel van Erp, die zal uitgaan als een nachtkaars. 2020 ten grave gedragen. Om naar om te zien en uit te kijken.

Uncategorized

Free as a bird

Er zijn van die dagen dat de tijd zich opvreet, voordat je het goed en wel beseft hebt. Afspraak met vriendinlief in een ruim tijdsbestek, vanaf elf uur, nadat een pakketje onderweg was aangekomen, maar het tijdstip kwam op vleugels dichterbij. Van haar kant hetzelfde probleem. Het lag niet aan ons trage opstarten. Het lag aan de tijd zelf.

Het werd een warm samenzijn, hangend in de bank. Van thee en stroopwafels, van toekomstdromen, van het tijdsgewricht, van die goeie ouwe tijd, van vriendinnenliefde, van raad en daad, van vooruitzichten, van plannetjes voor een vrije toekomst. Het was zoals het zijn moest. Warm, liefdevol en dierbaar. Vriendschap is om te koesteren.

Twee boeken van Sonja Barend vielen uit een bezorgd pakje. Bij het zien van dat oude vertrouwde hoofd met die jeugdige oogopslag werd het verleden dichterbij dan ooit gehaald. Ja, dat waren de avonden met de verhitte discussies, maar altijd beschaafd, minzaam en erudiet. Geen Sonja sloeg je over, wilde je weten wat er leefde in het land. Stem van het volk kreeg ruimschoots de aandacht zonder in beledigingen of het neersabelen van persoonlijkheden te vallen. Ik hield van die vrouw in een tijd dat het nog pionieren was in een mannenwereld. Ze was een boegbeeld, een televisiepersonlijkheid. Anders dan Mies Bouwman die getolereerd werd als de moeder des vaderlands. Maar hier was een vrouw met een mening, die haar zegje klaar had en wist wat ze deed. Goed ingelezen, fijntjes, met een uitgesproken mimiek, die soms meer vertelde dan ze zei.

De Appel in het Paradijs’ is een aaneenschakeling van gedachten over deze periode in de tijd, waarbij het leven zich beperkte tot de huiskamer en het huis in de Provence. Herkenbaar, met een tijdloze quote van Camus: ‘Als er een partij bestond van mensen die niet zeker weten of ze gelijk hebben, dan zou ik er lid van worden.’ Feilloos toe te passen in deze tijd, waar uitgesproken meningen over elkaar heen buitelden als dolle honden rollend van een heuvel af. Vannacht las ik het in een adem uit. Ook dat was mogelijk. Omdat het zo herkenbaar was en nog steeds is.

Aan het eerste boek van haar: Je ziet mij nooit meer terug’ ben ik ook alvast begonnen. Ondanks mijn voornemen om geen boeken meer te kopen eer het stapeltje half gelezen was beslecht. Dankzij een medeblogger werd ik op haar bescheiden oeuvre gewezen en wist dat, ondanks mijn goede voornemens, ik zou zwichten voor deze doorkijk naar mijn eigen verleden. Inderdaad waren er veel raakvlakken te bekennen en ook een totaal nieuwe inkijk op een tijd die ik slechts van, zij het vers, horen zeggen had. Ik ben zeven jaar na de oorlog geboren. Sonja is van 1940. Maar een aantal belevingen in het ouderwetse huishouden van haar oma staan mij net zo voor de geest. Zoete broodjes werden niet gebakken. Streng maar rechtvaardig en soms dat laatste niet eens. Tot mijn vreugde vertelde ze over haar kerkgang in dat heilige Roomsche leven uit die dagen. Zulke herkenbare elementen aan een levenssnoer.

Zoonlief appte of ik een foto had van het hobbelpaard, dat bij hem in het nieuwe huis zou pronken. Ik dook onmiddellijk de jaren tachtig in en duikelde er een op, van de vader van de kinderen met de oudste dochter op dat schattige scheve paard, opgestopt met stro.

Vandaag kon ik voor het eerst weer bijna normaal de trap op en af lopen. Een eerste fietstocht komt eraan en reken maar dat ik alle te vroege lentelofzang vast zal leggen. Free as a bird.