Uncategorized

Tijd voor de Diepvriesdames

Het besluit was snel genomen. Op mijn dooie akkertje ving de wandeling aan naar het ziekenhuis voor het nemen van een foto van de knapknie. Twee vliegen in een klap. In beweging komen en geen rondjes om de zuil voor vandaag. Onder het wandelen was er gepieker over de kapottte veterboottie. Gisteren bij de huisarts had ik ontdekt dat, van het rechter exemplaar, een stukje ‘huid’ op de bovenkant ontbrak. Geen idee hoe dat was gekomen, tenminste tot ik besloot te wandelen en naar mijn voorzichtige stappende voeten keek. Ik had twee verschillende schoenen aan. Aan mijn rechtervoet prijkte de oude 2020-versie van de bootie. Om de ontdekking van het euvel, de dag ervoor, had ik in de vroege ochtend nieuwe besteld. Totaal overbodig bleek nu achteraf. terwijl ik op het strafbankje in het hol van de leeuw zatt wachten tot het tijd was. Ik nam grinnikend achter mijn zwarte mondkapje er een foto van en schoof daarna het aangedane exemplaar een beetje achter de andere. Niet te ver, want dan protesteerde knie weer. Een nieuwe bril wellicht?

Overduidelijk

De wandeling had kort geduurd, nog geen half uur en derhalve was ik er veel te vroeg. De strenge regels hielden de wachtkamers van de poli’s vrij, door een informante aan het begin voor de klapdeuren te zetten, die je onverbiddellijk naar de grote hal verwees om daar te wachten. Voor het eerst sinds lang dat ik weer zoveel mensen bij elkaar zag. Verveeld, onderuit gezakt, of monter rechtop. Dwalend en zoekend of zeker van de zaak en direct op het doel afstruinend. Gehaaste doktoren, verpleegkundigen en vrijwilligers, die ik herkende aan het uniform dat tot voor kort ook het mijne was geweest.

Toen eenmaal de tijd om was ging het vlot en stond ik binnen een kwartier buiten. Wat een wonderlijke en weinig charmante houding moest een mens aannnemen om iets goed in beeld te kunnen brengen. De schoenen mochten gelukkig in het hokje wachten. De stoel waar ik op plofte boog diep door.

Ik besloot terug te wandelen langs de achterkant van het ziekenhuis langs het water. Het was heerlijk om de wind door de haren te voelen en de spiegelingen te zien. Er dreven vreemde vissen in het troebele water rond. Onder mijn speurende blik ontwaarde ik een baggerboot die het fenomeen van afgerukte waterplanten, want dat waren het, verklaarde. Het gevaarte zuchtte en kreunde het riviertje schoon.

Onderweg kwam ik weer een wit veertje tegen, dag Moe, en een verdwaalde aardappel achter het politiebureau, moederziel alleen, met uitpuilende spruitogen. Malle aardappel. De pijn in de knie belemmerde het bukken. Dan moest ie daar blijven, helaas pindakaas.

In het overdekte stadscentrum was het aardig druk. Wel een wonderlijke gewaarwording, al die zwijgende etalages en gesloten ingangen. Zelfs de Hema had alleen een verkoopbalie. Die informatie had ik gemist. Al met al zat er bijna vijf kilometer in de benen, eigenlijk teveel. Maar als compensatie voor de op komst zijnde winterdagen misschien wel goed. Dat zou, spijtig genoeg, binnen blijven worden. Over drie dagen was de uitslag bij de huisarts had men beloofd. We zijn nog steeds benieuwd, maar dat een en ander niet deugde bleek wel uit deze tocht. Strompedestrompel als een oud wijffie, nog niet als opoe Driehuis maar het scheelde niet veel.

Daarna was het zoet rusten op de bank. De komende winterdagen werden in de media als een dreiging aangekondigd, maar die paar dagen, misschien weken, beantwoordden aan het seizoen, dat winter heet. Gladheid, ijzel, sneeuw, Oostenwind die snijdt en verblijdt. Schaatsen aan en gaan. Niks code Oranje. Maak ruim baan het is tijd voor de Diepvriesdames.

Uncategorized

Een eerbetoon

Bij de huisarts zaten nog drie mensen in de wachtkamer. De anderhalve meter was goed aangegeven en er was maar plek voor vijf. Grote zwarte kruizen op de stoelen ertussen. Je zou het niet in je hoofd halen om er op te gaan zitten. De moeder en zoon werden snel opgeroepen. Bij de vrouw op de hoek en mij duurde het even. De stilte werkte te zwaar op haar. Ze schuifelde wat heen en weer op haar stoel, legde zuchtend de jas van de ene op de andere arm, daarna naast haar op de stoel. ‘Warm hè’, begon ze het gesprek, met een afleidende poetsbeurt aan haar bril. Ik kon dat alleen maar beamen, want nergens anders dan daar in het lage gebouwtje had ik last van benauwdheid achter het monddkapje.

Er volgde een betoog over Corona, de maatregelen, de verschrikkingen van de rellen. Spitsroeden lopend leidde ik het gesprek naar de vraag voor wie ze kwam. Dezelfde arts als ik, maar ze zat er al 20 minuten. Zo, het was in veilige banen en ging nu over wachttijden en uitlopen, kleine prietpraat. Een goede vijf minuten later werd ik geroepen. Ik vroeg de arts of de vrouw niet eerst moest. Hoge uithaal, ‘o jeetje, zit je daar allang, helemaal er tussendoorgeschoten. O wat erg’. ‘Geeft niet hoor’, mompelde de vrouw. Nee, ik vond het niet erg als ze nu eerst ging. Al met al een welkome afwisseling. Ik kon van de stilte gaan genieten. Kruizen tellen, zwarte kruizen.

pure schoonheid

De knie werd aan alle kanten bekeken, er werd op geduwd, aan getrokken, rondjes mee gedraaid. Veel te dik voor het tijdsgewricht. Er moest een foto gemaakt worden. Ze zou me de te maken afspraak mailen. Straks om half negen kan ik bellen. Prima, de groeten en dag. Frisse lucht en mooie lampionnetjes in de tuinen van het bejaardencomplex ernaast. Ik maakte een foto en hoorde gebons op het raam, de man gebaarde, neem mee. Ik trok er eeen tak uit. Prachtige lichtvoetige verfijnde vergane glorie. Als een tulen rokje werd het rode balletje omsloten. Een klein gedicht.

Thuis op de bank een uitzending teruggekeken van ‘Doe alsof je thuis bent’. Het bleek om huizenruil te gaan, maar niet zomaar in standaard huizen. Het waren karaktervolle huizen met architectonische en/of duurzame trekken. Heerlijk om te zien dat een gezin uit een oude omgebouwde en daardoor hypermoderne kunstzinnige smederij uit Schiedam hun huis verruilden met de moeder en zoon uit een off-grid sustainerhome in Almere, waar behalve veel land en een hottub, ook drie hangbuikzwijnen, twee poezen, een aanwaaiteckel, kippen en twee cavia’s woonden. Het huis in Schiedam had geen deuren en alle ruimten stonden met elkaar in verbinding. Daar herkende ik mezelf in terug. Ik leef al jaren zonder deur in de slaapkamer. Het enige buiten dat ze bezaten, was een platje, waar je je ‘Minoes’ kon wanen midden in de stad.

https://www.npostart.nl/doe-alsof-je-thuis-bent/03-02-2021/KN_1725215

In Almere waren er allerlei buitenklussen te doen en een koudwaterplons in de vaart onder begeleiding van iemand die hen de ademhaling leerde regelen in de kou. De beloning was boerenfriet van de aardappels van het land eromheen. Wat een heerlijk buitenzijn. Vanuit elk vertrek had je zicht op de natuur en de andere off-grid sustainerwoningen van de buren. Ze hadden nauw contact met elkaar en leefden dezelfde principes na. Heerlijk om te zien dat de jongens van dezelfde leeftijd zich met elkaars lego prima konden vermaken. Een leerzame aflevering.

Mijn moeder vierde gisteren haar verjaardag op haar wolk. 102 is ze geworden, waarvan 71 jaar hier en 31 jaar in de eeuwigheid. Mijn nichtje heeft ooit via een medium ontdekt, dat mijn moeder licht als een veertje, zo wit als haar wolk, van zich laat horen. Gisteren op mijn tocht naar de praktijk was het eerste wat ik tegenkwam een wit veertje. Je kon het toeval noemen natuurlijk, of niet. Ook was het de dag dat de gastblog over de bakermat van mijn schrijven, uitkwam. Het ging over mijn Alma Mater, mijn voedende moeder. Als iets samenkomt krijgt het een grotere betekenis. Het voelde goed. Precies zo het moest zijn, een eerbetoon.

Uncategorized

De slagroom op de taart

Een stuk nacht, hanewaken op niveau, en vroeg dag in afwachting van dochterlief en de kleine filosoof. Het was me niet bekend hoe laat ze er zouden zijn dus vulde de ochtend zich met werkjes, waardoor er een opzienbarende ontdekking plaatsvond. Jaar en dag hing er een houdertje voor het vogelzaad aan de spijlen naast de brandtrap, maar geen vink of mees haalde het in z’n hoofd om er eens rustig voor te gaan zitten. Nu, met al dat thuiszitten was er tijd te over om de houder eens grondig schoon te maken. Wat scherts mijn verbazing, toen bleek dat mijn gevederde vrienden het bij het rechte eind hadden. Bij een dichtgetaped voederhuisje viel weinig te halen. Om de beide ingangen waar het vogelzaad door gesluisd werd, zat nog doorzichtig plakband. Iets wat me ten enenmale ontgaan was met mijn + viereneenhalf oogsterkte. Daarom vlogen vogels met een groot dedain mijn huis voorbij. In hun geval zou ik hetzelfde doen. Wel een lekkere wortel voor houden, maar er niet in kunnen bijten.

Bij de welkome afleiding met mijn lieverds moest ik de filosoof helaas mededelen dat er geen brood in huis was en dat we nu pannenkoeken moesten bakken. Spijtig maar waar. Groot gejuich. Het werden waterpannenkoeken, want de melk was ook op. Geen probleem vond kleinzoon. Hij zou wel helpen met de klus te klaren. Dochterlief vogelde ondertussen de baklijsten uit. Spannend om de boor erin te zetten, maar het bleek met het juiste gereedsschap een fluitje van een cent. Het pannenkoekenbeslag werd tweedrachtig vaardig en snel in elkaar gedraaid.

Het ei vloog uit de kleine knuisten weliswaar half uit de kom, maar het aanrecht was brandschoon, dus terug in een schaaltje geveegd en opnieuw toegevoegd. Geen vuiltje aan de lucht. Pan op het vuur en de assistent liet het beslag van de pollepel in de pan vloeien. Ziezo.

Bleke Betjes van Oma zijn niet te versmaden, want ze bollen ook nog op in de pan. Bolle Bleke Betjes waren een feit, vanaf nu populair voor de rest van mijn leven. De eerste is de proefpannenkoek, je moet toch weten of alles in kannen en kruiken is. Smikkel smikkel, daar ging de eerste naar binnen met de verzekering dat Bleke Betjes lekkerder waren dan melkpannenkoeken. Ziezo, de eerste slag was gewonnen.

Tussen het bakken door moest er ook nog even geholpen worden bij het schroeven indraaien. Een filosoof dient van alle markten thuis te zijn, per slot van rekening. Bij de tweede lijst hielden we een halve meter over aan ruimte, te groot bemeten. Een kleine tegenslag. Nu kon B.I.G niet in zijn lijst. Opnieuw bestellen, maar de meetlat was uitgeleend aan zoonlief. Vrijdag komen ze samen terug., wat een voordeel is bij een nadeel. Zo gezellig vloog de tijd voorbij.

De afspraak met de huisarts voor tegendraadse knie staat voor vandaag. Er gaat al sinds december geen dag voorbij, waarbij ze zich niet zeurend de dag doorwerkt. Ouwe chagrijn hoor, die knie van mij.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/AT_2051673

Een terugblik op de oude Meester Tadema. De reconstructie van het kleine doek ‘Amo te, Ama me’/ Ik hou van jou, houdt van mij. In het programma ‘Het geheim van de Meester’ blijkt dat Tadema het doek onder andere geschilderd heeft met Mummie, wat destijds in de mode was. Een opzienbarende ontdekking, waarbij Lisa Wiersma, de schilder, wat weerzin moest overwinnen. Ze kan worden overgehaald door een gemummificeerde muis, waar wat verteerde deeltjes, die er van afgevallen waren, worden gebruikt. Het resultaat is verbluffend. Het echte geheim aan het licht gebracht. Een hele bijzondere aflevering.

Het licht wat op buiten. Dat mag ook wel na die huilende hemel van de laatste twee dagen. Het gastblog is gisteren een feit geworden. Als vanzelf kwam ik bij de bakermat van mijn schrijven terecht, mijn moeder. En toeval of niet, maar vandaag is ze haar 102-jarig bestaan aan het vieren op haar wolk. Straks strooit ze voor de feestelijkheid wat witte confetti in het rond. De kers, in dit geval de slagroom, op de taart.

Uncategorized

Koffie en zo

Een heel verhaal verdwenen. Dat kan zo’n pc. De mooiste volzinnen, een prachtge overpeinzing en hup alles als sneeuw voor de zon weggetoverd. Niet te vinden onder history of wat ook. Altijd lastig. In totaal in al die jaren is het misschien een keer of vijf voorgekomen. Het stemt droevig, want wat is geweest komt zelden op volle sterkte weerom.

Ik roemde mijn vogelparadijs, speciaal gemaakt op een plek die moeilijker bereikbaar is voor de twee balkonpoezen, Pluis en de Witte. De Witte heet anders en is van de buren, maar ze komt na het verrichten van halsbrekende toeren Pluis plagen, die zachtaardige bol wol en pluizigheid verandert dan ineens in een wilde boskat en slaat en sist haar eigen territorium vrij. De doppinda’s heb ik aan ijzerdraad geregen en met nog twee ijzerdraden heb ik de helften van de appel, bekleed met vogelzaad, in de boom van de onderburen gehangen, die op respectabele afstand van mijn balkonrichel staat, al lijkt ze op de foto dichterbij. Het is tegelijkertijd een mooie observatieplek geworden, vanaf mijn bankhanghoek. Terwijl ik het pindakruim aan het stofzuigen was, zag ik pimpelmees al aan het snoer hangen, maar ze was me te vlug af voor het vastleggen van het beeld, een kaal plaatje dus.

Straks komt dochterlief met de kleine filosoof om de baklijsten af te meten en te schroeven. Houtboortjes en schroefboren in de aanslag. Fijn, dan kunnen ze naar zoonlief en is er ruimte, vooral in mijn hoofd, voor nieuwe onderwerpen als er weer een maagdelijk doek staat te pronken op de ezel. Er zijn al ideeën, maar eraan beginnen lukt maar niet.

Het is de tweede siepeldag op rij. Gisteren heb ik de zwerfsteen van vorige week weer haar weg laten vervolgen. Op een mooie boomstam ligt ze te wachten tot iemand haar vindt, een mooi gegeven, want het maakt een ander weer blij.

Het boek van ‘Groep Acht aan de Macht’ van Jacques Vriens is uitgelezen. Een leerkracht naar mijn hart, die vooral de diepgang zoekt in het onderwijs en niet blijft hangen op uiterlijk vertoon. Er spreekt een groot vertrouwen uit zijn verhaal. Kinderen in de groep voelen dat haarfijn aan. Vertrouwen is de basis van liefde. Wie gelooft in de groep krijgt immens veel voor elkaar. Het is een basis waarbij iedereen zich gezien weet.

Spin voor het raam is bezig aan een web. Wat aan de vroege kant, maar daar trekt ze zich niets van aan. Ze weeft gestaag door. Ze weet nog niet dat een keer in de maand de grote glazenwassersstraal een eind zal maken aan haar vernuftig kunstwerk. Ik laat haar nog maar even in de waan van veiligheid.

Gisteren werd ik door iemand ‘op de vingers getikt’, die het zonde vond dat er zoveel tegelijk voorbijkwam in de blog en dat ze dan soms afhaakte. De hoeveelheid is inherent aan de belevenissen van de dag, de schrijfsels zijn in dagboekvorm. Minder is meer. Dat weet ik, maar het gevoel leiden middels het schrijven dient een ander doel of nee, beter nog, beide doelen. Bovendien zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is, schreef ik haar.

In mijn pogingen om het verdwenen verhaal terug te krijgen, sloop de zin binnen: ‘Je kunt altijd opnieuw beginnen’ en ook de gedachte aan dit grappige cabaretduo. En zo is het. Er zijn altijd nieuwe kansen. Hup, in de benen. Tijd voor koffie en zo.

Uncategorized

De som der delen

Kennelijk is er weer een verkeerde beweging geweest, waardoor knie het nodig vindt om zich op alle fronten te roeren. De gel helpt niet, zoals verwacht of juist daarom. Als je er niet in gelooft, dan werkt het zeker niet. Geen idee, maar de feiten spreken voor zich. Misschien toch even langs de arts, al zie ik op tegen een eventuele spuit in de knie of een bezoek aan de orthopeed. Maar ja, aantobben is ook niet handig. De ongbeweeglijkheid zet het leven buitenspel.

Het is weer een van die slapeloze nachten. Je raakt eraan gewend. Het duurt al een leven lang. Ik haal zo de slaap wel weer in. Heb flink lopen malen over dagboeken en briefwisselingen, met mijn lieve al tien jaar dode vriendin en met een andere vriendin. Ze hadden een diepgang die bijna cryptisch overkomt als je het naleest, kennelijk geschoeid op het gevoel van dat moment. De eerste briefwisseling is me dierbaar. Een jaar lang hebben we innig mailcontact gehouden om, elke keer als die vermaledijde cellen aan haar vraten, de pijn en het leed weg te schrijven of juist toe te laten. Ruimte eraan te geven door het plat te benoemen. Zo is het en niet anders. Ik weet nog dat ze in die winter van 2010 geschaatst heeft over de wateren bij Groot Ammers met haar zieke lijf. Echt zo’n tocht die je alleen maar onderneemt als je van schaatsen houdt, met een steeënde echtgenoot in de verte. Armen op de rug en gaan. Gedachten uitbannen, pijn en de moeizame aanvang verbeten omzetten in daden, waardoor het allengs minder voelbaar werd. Daarna de vermoeidheid. Maar die kwam, bijna behaaglijk, in het huisje met de kachel aan en een plaid over de benen.

Waarom de brieven door mijn hoofd malen weet ik niet. Het gebeurt. Goed voor een duik in het verleden. Bij de sessies die ik ooit had bij een psycholoog vertelde ze mij het verleden te laten rusten. Maar hoe kan je nou toch in godsnaam een deel van het geheel uitbannen of wissen. Alles loopt al jaren mee. Ik heb dat nooit begrepen. Wil je een heel mens, dan moet je het hele vat omkieperen. Als een boom. De wortels, de jaarringen in de stam, de takken, het gebladerte, de bloem, de vrucht, de levenssappen, het zuurstof. Zonder een van hen gedijt het niet. En het kleine grut dat zich voedt met wat de boom geeft. Mooie gedachte.

Er was een tijd dat ik nog brieven met de hand schreef. Een brief met vier volgepende grote blocnote-vellen was geen uitzondering. Soms een gedicht erbij. Ze werden bijna altijd beantwoord in minstens zo veel woorden. Die zijn bewaard gebleven, maar nooit heb ik de brieven met carbon geschreven, dus ik ken de inhoud van mijn eigen brieven niet woordelijk, lees in de antwoorden tussen de regels mijn schrijven terug. Gekoesterd verleden, jaren lang bewaard. Wat moet ik ermee. Ik denk aan mijn moeders erfenis. De boeken die haar dierbaar waren en waarvan nog een enkeling hier in de kast staat, maar de rest toch van lieverlee weg is gegaan. Vergankelijkheid is het beschoren lot van een vasthouden aan het verleden. De betekenis en de waarde van alles zal straks slechts flarden opleveren waar geen touw meer aan vast te knopen is. Misschien moet ik de oude foto’s(twee grote plastic bakken onder het bed) samen met de brieven sorteren, zodat iets nog enigszins hout snijdt. Maar dan. Wat moet je ermee.

Broerlief zoekt de familiegeschiedenis uit en komt heel wat te weet over oud-tantes en-ooms, betovergrootouders en bet, bet tot in de 17e eeuw. Rebelse dames, die zich niet alles lieten aanleunen. Het programma ‘Verborgen verleden’ behoort tot een van mijn amuses ter verstrooiing en vermaak. Adelijke takken zijn nog niet ontdekt. Daar hoop je stiekem altijd op of iets wat kan duiden dat je bent zoals je bent. De som der delen.

Uncategorized

Groot in haar bescheidenheid.

Het was zo’n uitgelezen dag om naar buiten te gaan. Verkwikkende nachtrust, stralende zon en zondagse stilte. Het geeft altijd nieuwe energie, genoeg om al het achterstallige onderhoud weg te werken. Een vraag van een blogvriendin, of ik een gastblog wilde schrijven, had het brein al een tijd zoet gehouden. Zo’n onbewust bezig zijn met het bedenken. Nu mocht het ervan komen. Donderdag wordt het geplaatst. Het Word-document maagdelijk wit slurpt mijn woorden en zinnen naar binnen met een gretigheid die aan woordhonger grenst. Achter elkaar rollen ze op papier. Alsof iemand mijn hand heeft genomen en voor mij aan het schrijven is. Als het klaar is, slaat de verbazing toe, maar ook een zoete tevredenheid. Zie je wel, het komt altijd goed. Daarna nog een bres geslagen in het tweede jeugdboek, een mail beantwoord en dan in de benen met frisse zin.

Het was krakend koud, maar de kleine blauwe Prins stond gunstig en was om mijnentwil al geheel ontdooid, terwijl de auto’s vlakbij de flat een ijzig wit winterkleed droegen. Mazzel. Ondanks de verharde ondergrond was het pad naar de tuin toe nog steeds waterig, modderig en nu extra glibberig. Knie klotste van pure spanning. Kalmpjes aan dan brak het lijntje niet.

Alle vogels die ik thuis miste, toefden hier. De vinken, de mezen, de winterkoning het roodborstje. Twee meerkoeten zwommen vlak bij elkaar in de ijzige sloot, waar hele plekken met een dunne laag waren bedekt. De tuinen lagen er koud en troosteloos bij. Hier en daar had een ijverige moestuinder de aarde omgespit en kleurde het diep en donker tussen al de rijm.

doorkijkje

De oude zat, zoals altijd in zijn vesting en stookte de kachel heet-gloeiend. Het atelier was koud en de kachel met het dikke houtstammetje erin wilde niet echt branden. Ik nam me iedere keer voor om dunne houtjes en aanmaakblokjes te kopen. Mijn dubbel-geïsoleerde atelier had maar een keer in de zoveel tijd een warme kachel nodig om het droog te stoken. Ook gisteren was het goed te doen, ondanks de ijzige temperaturen.

Nog steeds was ik met portretstudies bezig en iedere keer weer ontdekte ik ongerijmdheden bij aankomst en inspectie. Nu weer zag ik dat het gezicht te weinig opzij keek. Overnieuw en aanpassen. ‘Kill your darlings’, fluisterde het in mijn oor. Geen probleem. Oefening baart kunst en in dit geval dubbel op. Eer ik het in de gaten had, kwam ik toch wat verstijfd weer in de wereld na een uur of twee onafgebroken duwen en trekken. Het begon al wat de schemeren. Tijd om te gaan.

Nog wat ijzige pracht vastgelegd met mijn kleine trouwe zwarte oog, zoals dat flinterdunne ijslaagje in de sloot en ik dacht handig de moddermoeten te ontwijken door het weiland te nemen waar soms de schapen op liepen. Het hek stond uitnodigend open. Buiten dat ik nu de keutels moest mijden, ontdekte ik aan het eind van het weiland pas, dat daar het hek op drie plaatsen nog vast zat. Onverrichter zaken werd er omgekeerd en liep ik de dubbele hoeveelheid. De twee meerkoeten klokten me bemoedigend toe.

De schoonheid van de vergankelijkheid is altijd weer adembenemend. Er stonden grote Annabella Hortensia’s, de sneeuwballen bij een van de buren verderop, prachtig te verdrogen. Een foto waardig. Mijn groet aan dame en heer Meerkoet, kringelde omhoog in kleine witte wolkjes.

In de verte doemden de flats op van de overkant. Vlak bij de stad en toch volledig in de natuur, zonder de horden mensen, die probeerden hun zondag te verzetten zonder winkels, café’s, restaurants. Ze wandelden met thermosflesjes in de aanslag of de bekers van Coffee-to-go en ik hinkstapsprong in mijn pure eentje over Gods akker. Tel je zegeningen.

Meeuw en kraai krasten een laatste groet. Knie vond het welletjes. Thuis op de bank de deplorabele levens van de Chinezen in Servië verpakt in de welluidende vragen van Ruben Terlou. De drang om de wereld te verkennen was groot. Terwijl ik de troosteloosheid bekeek, prees ik in gedachten het grote goed om te kunnen genieten van de wereld om je heen, waar het geluk, als de zwerfstenen eerder deze week, soms voor het oprapen lag, dichtbij en oneindig groot in haar bescheidenheid.

Uncategorized

Kruimels van formaat.

Wit beslagen rijdt een enkele auto langs over de stille koude straat. De boom voor het huis koestert de eerste zonnestralen. De winter is nog wat aan het dralen, houdt zich in. Geen neerslag van betekenis verwacht, zegt de buienradar. Het enige doel van sneeuw is betekenis verlenen aan de wereld, maagdelijk witte oneindige schoonheid, Het is ons hier in het midden niet gegund, ook al vroor het vannacht dat het kraakte.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/30-01-2021/BV_101404462

Jan Terlouw was gisteren op bezoek bij ‘Matthijs gaat door’. Dat heerlijke programma met muziek, literatuur, muziekgeschiedenis, en deze rubriek van ‘For ever Young’. Daar pas Ter Louw prima in met zijn mooie ideeën. De geleefde jaren verdwijnen in zijn aangename glimlach en zijn wijze raad. Schenk de burgers weer vertrouwen is zijn oproep aan de politiek. Geef ze de verantwoordelijkheid en laat de mens niet stikken in een oerwoud aan regels. Kom tegemoet aan de jongeren die straks verder moeten. Er zijn twee items waar de politiek zich druk over zou moeten maken. De aandacht voor de natuur in de breedste zin van het woord. Zorg voor die natuur, de nalatenschap voor de volgende generatie. En het tweede item is het feit dat de politiek nationaal is gebleven, terwijl het denken mondiaal is geworden. Pas het aan, want het schuurt. Hij mist het debat op televisie met de broodnodige informatie waar de partijen voor staan en wil geen zwijgend front. Het is een boeiend gesprek met een boeiend mens, die ten leste de wijze raad meegeeft te blijven ondernemen, hoe jong of oud je ook bent. Doe iets, hoe groot of klein ook, stel je een doel en ga ervoor. Van een wandeling tot het schrijven van een boek. Of dat laatste nog uit zijn vingers komt zegt hij niet toe ondanks de temende Matthijs, die zo’n spetterende kijk op de politiek zou willen in dezelfde orde van grootte als de Koning van Katoren. Die glimlach blijft op zijn gezicht. Bescheiden en groots. Het kan.

De ganzen vliegen over, witte vlekken tegen het blauwe fond. Ze laten zich luid horen. Ze vliegen richting de plas.

Gisteren in een opwelling de film ‘The Wave’ gezocht en gevonden. Ik ben het boek aan het lezen met het oog op het schrijven van een recensie. En warempel. De film is in het geheel te vinden op Youtube. Hij stamt uit 1986. Stijf geklede kinderen in de schoolbanken een wandelende leraar door de rijen. In een paar lessen ontdekt de leraar hoe makkelijk kinderen te drillen zijn door de verantwoordelijkheid weg te nemen en scherpe afgemeten regels te geven die ze maar wat graag willen volgen. Het schept duidelijkheid, het is overzichtelijk en inclusief, want niemand wordt buitengesloten, zolang je meegaat in het systeem. Een leerlinge verzet zich ertegen. Als haar vriend na een schermutseling zich toch bij haar aansluit, waarschuwen ze de leerkracht dat een en ander uit de hand aan het lopen is. Die maakt het de volgende dag tot hun verbazing alleen maar groter. Dan vindt de ontknoping plaats in een ontluisterende sessie. De film is gebaseerd op een experiment van de geschiedenis-docent Ron Jones op Cubberley High School in Palo Alto (V.S.) in 1967. Het boek is geschreven door Morton Rhue en al net zo boeiend.

Het was de hele dag wat kruimels rapen. Wat reviews, schrijven, lezen, de omastoel van boven naar beneden gehaald. Heerlijk idee, dat de oude vertrouwde rotanstoel, die ooit zo’n negentig jaar geleden bij oma in de serre stond in haar huis in de Meloenstraat, nu in luister is hersteld en in de kamer pronkt.

Er was nog een pakketje gisteren in de brievenbus gepropt, het waren de verteldobbelstenen. Een fantastisch middel om tot een verhaal te komen op een borrelavondje of zomaar voor jezelf. Gooi de zes stenen en kijk waar de afbeeldingen je heen leiden. Wat ik al zei. Dag van de kruimels, maar zeer de moeite waard. Terlouw, tempo doeloe, verhalen en De Golf. Kruimels van formaat.

Uncategorized

Een lange droomloze slaap

Gisterenmorgen was er al vroeg visite. Dochterlief kwam de twee baklijsten brengen. We haalden ze uit de verpakking en legden ze losjes langs het doek. Het werd ineens nog veel meer schilderij. Er was wel een schroefboor en een houtboortje voor nodig, dus ze komt van het weekend even alleen, zonder de kinderen.

Die waren er namelijk ook bij. Gezellig op de bank, met de auto’s en de poes, die de kleine filosoof zomaar ineens wel dorst te aaien. Pluis heeft de echte poezeneigenschap om haar eigen wil boven alles te plaatsen. Kinderen, daar had ze nooit zoveel mee. Maar de laatste tijd werd dat minder. Ze bedelde meer om aandacht en werd minder eigenzinnig. Eerst moest kleindochter uit haar natte majootje worden gepeld, want bij de eerste de beste regenplas was het al feest. En die nacht was er heel wat hemelwater naar beneden gekomen.

Na hun bezoek kocht ik een zogenaamd veldboeket bij de plaatselijke bloemist, die voor haar deur de verkoop deed, want ik wilde de vorderingen bij zoonlief bewonderen in zijn nieuwe huis. Slofjes aan de voeten en de witte balzaal kon betreden worden. Wat een groot huis, heerlijk. Hij heeft het prachtig opgeknapt. Omdat de helft van de meubels er nog niet instaan, nu met al die gesloten woonboulevards, is het helemaal enorm. Kinderen gebruiken de gladde gietvloer spontaan als ijsbaan, nu het er zo uitnodigend leeg bij ligt. Met een paar bijna uitgebloeide takken van zijn kant, maar goed voor een tweede ronde, kon de weg worden vervolgd.

Vlak bij zoonlief is de apotheek, waar het pakket van de volgende drie maanden klaar lag. Het bleek dat de Foster uit de koelkast moest komen, dus de apotheek in. Het hele riedeltje aan klachten, die allemaal ontkent konden worden werd door de strenge ‘poortwachter’ afgenomen. Handen ontsmetten en gaan. Via de achteruitgang mocht ik er uit. Ijzeren discipline en volmaakte rust.

Thuis verwerkte ik de reviews van het aanbod van het impressariaat van dinsdag. Het was leuk om ze weer voor de geest te halen en omdat er overal trailers van zijn, bleek dat een koud kunstje. Zodra de bekende beelden langs kwamen, zat ik weer midden in de sfeer van het stuk. Dubbel genieten dus.

Spelevaren met de nieuwe schilderprogramma’s op de Ipad. Voordat je alle mogelijkheden gevonden hebt, gaan er wel wat uurtjes heen. Ik teken met bibberlijnen de flat aan de overkant met een stukje van mijn balkon. Al schrijvend over het gebibber ging er in het achterhoofd het luikje ‘lineaal’ open. Vaag meende ik die ergens gezien te hebben aan de zijkant van het werkblad, maar waar. Ik werk nooit met een lineaal. De sport is om uit de losse pols de lijnen te trekken, zoals de portretten, die rechtstreeks onder het penseel uitkomen. De Ipad vertelde een heel eigen verhaal. Heerlijk om te spelevaren.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-extra-tussen-linnen-en-vernis/26-01-2021/WO_AT_16416487

Tussendoor het programma ‘Het geheim van de meester extra’ in de herhaling. Een andere leerschool, bijna nog boeiender dan Het geheim van de meester zelf. Door de restaurator Michel van de Laar werden de trucs in de oude schilderkunst behandeld. Het meest opmerkelijkst is toch wel het touwtje van Vermeer. Hij prikte een miniscuul gat in het doek en volgde langs een touw nauwkeurig de verdwijnpunten. Jurgen Waden kreeg een gestolen Vermeer onder ogen, bestudeerde deze nauwkeurig op beschadigingen onder een scherpe lamp en kwam tot die ontdekking. Ook bij een aantal andere schilderijen van de schilder ontdekte hij dergelijke gaatjes.

Andere trucs waren: het Repoussoir, waarbij men een donkerder voorwerp op de voorgrond plaatste, de Camera Obscura, de voorloper van de eerste fototoestellen, daar maakte Breitner veel gebruik van, en het Claire Obscure, het grote contrast tussen licht en donker, een truc waar Rembrandt en Caravaggio veelvuldig gebruik van maakten. Boeiende materie.

Met een slaapmutsje viel de nacht en dat bleek goed voor een lange droomloze slaap.

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

De laatste tijd val ik na het schrijven weer in slaap, droom dan zo helder en duidelijk, dat het bijna een tweede leven lijkt. Ook deze nacht was ik vroeg wakker en luisterde naar de stilte. Geen auto te bekennen. Zelfs de regen viel zachter dan anders, ook al regende het gestaag door. Ik probeerde slaap te denken, maar daar trapte het gemijmer in mijn hoofd niet in. Dat bleef maar stilzwijgend vasthouden aan de opdrachten die er stonden, bij de vrijwilligersbadge van het ziekenhuis die ik die morgen in een retourenvelop had geschoven. Overmacht door tot de risicogroep te behoren. Je moet de dreiging niet op zijn staart trappen. Nooit meer neerzijgen op een bed, om het zwaard van Damocles gedeeld te verlichten, geen zalvende woorden als een deken over de ontstane onzekerheid leggen, die dwars door de toekomst heen scheurde. Geen kwinkslagen, om de humor erin te houden, omdat daar de hoop soms beter in gedijt. Een mijlpaal en ruimte voor nieuw dan maar.

De gedachten gingen ook op de loop met het verhaal voor de kleinkinderen, waarvan kleinzoon twee zich afvroeg, waarom er een leguaan in het ei zat. Hij had daar een kikker gedacht. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven omdat leguaan, opa Sterretje en Tijn nou eenmaal in mijn hoofd zaten voor ik het zelf goed en wel in de gaten had. Dat accepteerde hij’ en moeiteloos stapten we over naar de hoeveelheid sterren, die overeen kwamen met al die overleden mensen en dat er meer tegelijk op een ster konden zitten. ’14 miljoen mensen op dat hele kleine stukje sterretje’, zong ik. Wat hem nog meer stof tot denken gaf.

De te recenseren boeken spookten ook door het hoofd. Te veel denken joeg Klaas Vaak zoals gewoonlijk nog meer over de kling. Lezen dus. Voor ik het wist was het een uur of twee verder en het boek uit. Dat is het voordeel van kinderliteratuur, vooral als het vlot in korte hoofdstukken beschreven wordt. Twee uur in het hoofd van een jongen van een jaar of twaalf, die zijn sexuele geaardheid ontdekt had. De zin waarmee het boek begon liet niets aan het toeval over: ‘Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten’. Het was een rode draad, maar vervlochten met nog een aantal andere rode draden, die minstens zo belangrijk waren voor een naoorlogs kind. Tipjes van de sluier van mijn jeugd werden opgelicht, vooral de regels en de do’s en dont’s, de kritiek van het moraal.

Daarna valt het niet mee om weer op aarde terug te keren.

Bij kleinzoon twee razen ook heel wat gedachten door het hoofd. Hij heeft onnavolgbare opmerkingen, die opmerkelijk veel verder gaan dan je zou verwachten bij een kind van tien. Zo zei hij vanmiddag, terwijl hij boven zijn voetbalplaatjes hing: ‘Het is zo lastig het leven’. Dochterlief en ik keken elkaar veelbetekenend aan boven de dampende mokken thee. ‘Waarom vind je dat, lieverd?’vroeg ik hem. ‘Omdat het nooit niet in een keer gelukt’ was het antwoord. En daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Soms vergt het leven wel twintig keer opnieuw een poging voordat het slaagt of in de buurt komt van de wensen, die je jezelf hebt opgelegd. Alsof het leven de reclameslogan indachtig is: ‘De lat zijn wij, de hoogte bepaal jij’.

Het was er het moment niet naar om er dieper op in te gaan, maar eigenlijk had ik er nog wel een tijdje over door willen sparren. Kleinzoon voetbal die ik daarna bezocht had met zijn anderhalf een ware ballenbak te voorschijn getrokken. Kaatseballen met twee liet hem schateren van plezier, vooral als ik misgreep Zo simpel is het. Het antwoord voor kleinzoon twee. Fouten maken mag en dan heten het geen fouten, maar leermomenten, al is dat niet het meest poetische woord voor zo’n weids begrip. Ik zou zeggen ‘lichtpuntjes’. Het verleden denkt mee en fluistert me in: ‘Oefening baart kunst’ en daar is alles mee gezegd.

Uncategorized

Zo’n dag van wissewasjes

Thuis zijn in alle rust heeft voordelen. Wat betreft het huishoudelijke geploeter valt makkelijk over te stappen op het systeem: ‘Elke dag een karweitje’. Het vergt niet veel tijd, je huis wordt schoon onder je handen zonder dat je er afgemat van in stoel of bank belandt en de voldoening smaakt uitstekend. Het zijn de kleine dingen die het doen.

De voetbalplaatjes-stapel groeide en groeide, want zoonlief boodschapt elke dag bij die speciale super tot grote blijdschap van de kleine filosoof. Tijd om even aan te wippen, te theeën en bij te kletsen met dochterlief, maar vooral kleinzoon te verrassen. Die gaf van blijdschap een vreugdekreet, terwijl kleindochter haar aria’s van vreugde door de kamer slingerde. Een sopraan in de dop, dat was wel duidelijk.

Er was een vriendje op bezoek en ze speelden het spel met de verteldobbelstenen. Je gooit zes dobbelstenen met tekeningen erop op tafel en vertelt aan de hand van de afbeeldingen een verhaal. Als je het spannend wil maken, doe je er, met een zandloper, een tijdslimiet bovenop. Ook aan te raden voor een ontspannen avondje met vrienden. Succes verzekerd. Er komen de meest ongebreidelde fantasiën bij los.

Het was een druilerig dagje, maar daar was binnen niets van te merken. Kleindochter wilde wel kleuren, dus tekende ik een grappig poppetje na van de tweede gevonden zwerfsteenschat van afgelopen zondag, waarop ze dapper mee begon te tekenen op haar manier. onnavolgbare kinderlijnen vertelden een heel verhaal dwars door mijn tekening heen. Soms zou je in zo’n hoofdje willen kijken. Deurtje open, binnengluren, meegenieten en weer zorgvuldig sluiten. Straks als ze wat ouder is vertelt de tekening herkenbaar haar verhaal.

Het vriendje was inmiddels opgehaald en de kleine filosoof begon aan zijn voetbalplaatjes. Wij scheurden ze van elkaar af en hij plakte ze in het bijbehorende boek en dat alles in het kader ‘Hoe hou je de regie over de dag en oma zoet’. Poes Daisy dorst eindelijk rond de benen dte dralen en wachtte zowaar op een aai. Het lieve zwarte schatje had een hachelijk avontuur achter de rug. Ze was de deur uitgespurt en had het op een lopen gezet. Bij de drukke vierbaansweg was ze overgestoken om net voor de stoep toch nog geraakt te worden. Als bij toeval vond dochter haar toen. Gelukkig viel het allemaal mee. Ze is pas een goeie week vanuit het asiel bij hen gekomen en moet nog even wennen. Een echte aaikat, lief voor kinderen.

Na een verwencake en een kop thee nam ik de kuierlatten, vrolijk uitgewuifd door vier zwaaihandjes voor het raam.

Krant lezen, puzzeltje maken, de la van de buffetkast uitmesten. Oude mascara’s en lippenstiften gingen onmiddellijk de prulllenbak in, Pluis haar bak verschonen en ontdekken wie de pindakraker was op het balkon. Terwijl ik halfverscholen goed zicht had op de plaats delict, zag ik iets bewegen in de prunus van de onderburen, die boven mijn balkonhek uitsteekt. Zwart en wit. Dat kon maar een ding betekenen. Terwijl Pluis op haar troon de boel nauwgezet in de gaten hield, had het brutaaltje daar lak aan, hipte op de balkonrichel, balanceerde even en vloog rechtstreeks naar de tafel met lekkernijen, pikte in de vlucht een pinda meeen vervolgde naarstig haar weg. Pluis mekkerde en loerde, maar ja, achter glas valt er geen eer aan te behalen. Ze koos eieren voor haar geld en zeeg weer gezapig neer. Lekker verder luieren omdat je de voerbak elke dag gevuld weet.

En ik? Ik sudderde ook door, gewoon omdat het kon op zo’n dag van wissewasjes.

Uncategorized

Zinvol en mooi

Er kwam een klein juweeltje door de bus. Het was een recensie-exemplaar van Dolf Verroen met tekeningen van Charlotte Dematons met de titel ‘Niiemand ziet het’. Alleen de kaft al is oogstrelend. Prachtige ‘blauwen’ als ondertoon, het jongetje wat bedremmeld aan de zijkant. Een prachtige novelle met autobiografische trekjes, over een jongetje, die in 1947 ziin geaardheid ontdekt. Het leek me, vooral in deze tijd, een prachtig boek voor het thema burgerschap.

Al met al was het voor ons gezin een bijzondere dag. Op de kop af twintig jaar geleden was de vader van de kinderen overleden. Een dag die we samen plachten door te brengen. Eerst met elkaar naar het strand rijden, daar een, vaak bitter koude, strandwandeling maken om dan op een rustige plek ergens, een boodschap aan de grote kleine man in het zand te schrijven in de wetenschap dat onze woorden zouden worden meegenomen door het getij en de bestemming zich vanzelf aan zou dienen. Een troostrijke gedachte. Maar niets van dat alles in deze tijd. Het enige wat restte waren appjes naar elkaar en het opsteken van extra kaarsen. Gedachten zijn er altijd, op welk tijdstip van welke dag dan ook. Altijd zijn er verwijzingen, herinneringen, een oogopslag in een kind, gelijkenissen in gezicht en handen. De koestering is voor eeuwig. De lunch met elkaar aan een lange tafel in een strandpaviljoen, veel geroezemoes, zand op het bord en koude toiletten, werd node gemist. Amaryllis met haar vuurrode rokken trachtte te verzachten met nog twee dikke knoppen vol belofte na deze vierde bloem alweer. ‘Die ouwe sokken doen het goed,’ schreef zuslief op deze boodschap. Haha.

Gisteren begon de dag vroeger dan de laatste maand te doen gebruikelijk was. Het waren de etalagedagen van Uit de Kunst. Een dag lang theater, dans, en muziekvoorstellingen vergt een uitgeslapen hoofd en discipline. Niet alles is even goed of boeiend, maar het hart en het hoofd en de verbeelding zijn toch ruimvoldoende gevoed en hebben veel inspiratie opgedaan. Bij sommige, wat absurdistische stukken voelde het vooral als meegroeien met de tijd waarin we leven. Het prikkelde vernieuwingsdrang of ook de neiging om bij het veilige vertrouwde te blijven, maar toch de bakens te verzetten. Vooruit stappen om de weg te gaan, die de tijd inslaat.

Er was een prachtige vertelling bij naar het boek van ‘De koning van Katoren’, een verhaal wat ik kan dromen, maar dat zo aanstekelijk en goed verpakt werd verteld, dat ik spontaan weer zin kreeg in de winteravond van ‘Mevrouw Sprokkelhorst’, waar ik met vriendinlief ieder jaar een hele avond een verhaal vertelde voor een bescheiden publiek. Ooit, vroeger, toen het nog bestond. Het lijkt mijlen ver weg maar de laatste is van twee jaar geleden.

Vele koppen thee en een snelle hap later kwam ik weer terug op aarde. In de pauzes had ik mijn gebruikelijke twee kilometer bij elkaar gesprokkeld. De zon scheen. Poes Pluis lag prinsessenheerlijk op haar troon, zongekoesterd, na alle verre reizen in verhalen was er om me heen niets veranderd.

Zoonlief kwam thuis en even later weer naar beneden met een verrassing voor mij. Een ipadpro met pen. Ik was de hemel te rijk. Wat een prachtige geste en nog veel handiger, hij had het geduld om zijn moeder wegwijs te maken in de teken-en schilderprogramma’s die hij erop had gezet. Dat wordt weer een tijdje stief studeren op de mogelijkheden, moeders van de straat, jawel. ‘Hij zegt zonder woorden, dat hij van me houdt’, schreef ik in de familie app, vervuld van het feit dat hij wist dat dit mijn grootste wens was, omdat het vooral bij het schilderen zo aangenaam hielp en mijn digitale teken- en schildercapaciteiten nog meer uitgebouwd konden worden.

Nu eerst de te recenseren boeken lezen en daarna komt er toestemming om verder te spelen. Het kind in mij, dat graag experimenteert, ontdekt, uitvogelt, is gewekt. Een golf aan ontdekkingen en uitbreidingen van de mogelijkheden, dankzij zoonlief. De dagen vullen met scheppingsdrang en creaties, kortom, met zinvol en mooi.

Uncategorized

Dat zouden meer mensen moeten doen

De dag begon vroeg omdat geluiden in huis ergens diffuus dwars door een droom heen drongen. Het was zoonlief die de mixer met veel geraas en kabaal de ingrediënten voor de ochtendshake liet fijnmalen. Had je me vroeger gevraagd wat een ochtendshake was, had ik een ouderwetse twist uitgevoerd met draaiende heupen en swingende voeten. Een onvervalste shake, rattle and roll.

Iets waar ik in deze losgeslagen tijden nog wel eens naar terug kan verlangen. Die tijd waarin de woorden nog een simpel begrijpen veronderstelden. Waar bedoeld werd wat je zei en niet met een wereld aan andere betekenissen erachter. Dat was de tijd van mijn jeugd. Toen mijn ouders er alles aandeden om hun roerige leven weer recht te trekken en niet anders dan veiligheid en geborgenheid wensten voor hun grote kinderschaar.

Vandaag kwam zuslief op de thee en omdat we slechts met z’n tweeën waren, was er ruimte om naar elkaars beweegredenen te vragen. Waarom doen we wat we doen. Is dat aard, aanleg of aangeleerd. Wat hebben we meegenomen van thuis, van het voorbeeld van onze ouders en hoe zijn we er zelf mee omgegaan. Hoe verschillend zijn wij zussen en waarom is het contact, ondanks deze verschillen, zo goed. We besloten dat het het geven van ruimte was, iets waar we allen toe in staat waren. Een ander de ruimte bieden te zijn zoals je bent, geeft harmonie. Dat betekent niet dat discussie vermeden wordt bij verschil van mening, maar je respecteert iedere kijk op de zaak. Het was een mooie conclusie daar op de zonnige bank, met de goudgele rooibos onder handbereik en een chocoladekoekje erbij. Simpele eenvoud, maar zoveel diepgang.

De vraag of of ‘Adat’ echt een volksaard was, of dat het afhankelijk was van de mens zelf, was een ander item. Ik geloofde wel in die volksaard, maar gaandeweg het gesprek bleek toch dat de meningen van ons beiden zich verstrengelden. Cultureel erfgoed afhankelijk van de interpretatie van de mens. Ook hier kwam de gegeven ruimte om de hoek kijken. Hoe meer je de teugels laat vieren, des te meer kan de ander deze aantrekken. Een mooi uitgangspunt om dieper op voort te borduren. Daar een juiste balans in te vinden, zou recht doen.

Ik wist ’s morgens al dat ze zou komen en tijd moest er aan geloven. Schrijven, krant en koffie, ochtendrituelen in verhoogd tempo. Met de stofzuiger naar beneden en bij het rondkijken in de kamer was er een drang naar die ouderwetsse knusheid van vroeger, juist omdat al die ongeloofwaardige, maar toch echt gebeurde, beelden aan het oog voorbij getrokken waren. De woede, de ongebreidelde lust tot destructie, dat zinloze geweld dat niets oplostte en alleen maar aanzette tot nog meer onbegrip en haat.

Dat kwam allemaal voorbij tijdens het stofzuigen en in het hoofd schoven de meubels op hun nieuwe plek. De hocker mocht naar het midden als tafel met de zonnig-gele plaid aan een kant en het grote robuuste dienblad erop. Ziezo, amaryllis met haar uitbundige rokken als vrolijke noot en een waxinelichthouder. Tevreden werd het resultaat gemonsterd. Er was nog wat geschuif met de planten voor nodig en poes Pluis haar troon werd tegen de verwarming geschoven. Dat zou behaaglijk toeven zijn onder de wuivende palmbladeren. De veranderingen stemden tevreden. Een kinderhand is gauw gevuld.

Nu wilde ik het geel ook terug laten komen op de wand en dat betekende schuiven met de schilderijen. Heerlijk als de keuze oneindig is en toen klopte alles. Feng shui met mijn bestaande middelen en inderdaad, die warme knussigheid die voor ogen stond. Zielstevreden liet ik zus uit na ons boeiende gesprek en bezocht de fysio voor de laatste keer. Vanaf nu was ik in handen van de hoop en de huisarts. De beweeglijkheid was licht verbeterd, dieper buigen, verder strekken, minder dik. Twee pijnlijke plekken nog, type ‘tegen het plafond’. Remedie: meer bewegen en spierkracht opbouwen. Dat was anders dan mijn zus had gedacht. ‘Als je teveel doet, dan gaat het mis’. Het beste middel was te blijven bewegen. Daarmee had je kans het nog een heel eind uit te kunnen zingen. Niets forceren en goed luisteren naar het lijf. Bij het fietsen goed bedenken hoe je afstapt, kortom bewuster bewegen.

Daar ga ik me in deze dagen maar eens op focussen. Het wordt weer tijd voor een wat hoger bewustzijn. En…Niet om het een of ander, maar dat zouden meer mensen moeten doen.

Uncategorized

Missie geslaagd

Het was niet alleen de juiste dag na twee weken bijna alleen maar rust nemen en binnen zitten, maar het was ook nog eens het meest uitgesproken uur. De perfecte omstandigheden om het wandelen rond de zuil uit te breiden met wat kilometers buiten. ZouweBoezem had als muziek in de oren geklonken. Dichtbij, een wandelpad van ongeveer anderhalve kilometer, zon, wind door mijn haren en het eindeloze geklok van eenden en ganzen en ander watergebroed. Wat ik nog niet wist, maar wel zo bleek te zijn, met oevers vol riet en een observatie’hut’ er middenin met, als bonus, geluk op mijn pad..

De dag deed haar best en kleurde de lucht in blauw competatief met de kleine blauwe prins, maar voegde witte wolkenflarden toe, die uitnodigend in stralen uiteen vielen. Een rijtje geparkeerde auto’s markeerden het begin van een smal pad. Met het fototoestel in de aanslag stapten de voeten doordacht voort en was de blik op de horizon gericht, speurend naar kiekendief, buizerd en blauwe purperreiger, die hier ook voorkwamen.

Langs de kant lagen grote opengebroken zoetwaterschelpen op een hoopje, een emmer met nog meer hing aan een soort wigwam van wilgentakken. Het waren de schelpen van de zwanenmossel. Ze moest zich hier in dit waterrijke gebied erg thuis voelen. De zwanen aan de overkant van de sloot lieten ze links liggen en wapperden hun vleugels wijd.

Wilgen te over in dit vlakke land. Mooie ouwe nog niet geknotte knoesten met takken van een jaar oud. Af en toe was er een doorkijk gemaakt en kon je speuren naar de slobeend, de krakeend en de smient. Mijn bril reikte niet ver genoeg even als het oude fototoestel in mijn koude handen.

Dan ineens eeen pad naar rechts dwars door het riet en daar lag, tot mijn grote voldoening, een zwerfsteen. Achterop stond -te houden/ of door te geven-. Een vrolijke blauwe met twee hartjes als lippen. Een verdwaalde zoen van een medereiziger. Veel waard in deze tijden van gemiste lijfelijke genegenheid. Ze verdween diep in mijn zak. Warm van binnen vervolgde ik mijn pad, dat recht toe, recht aan door het hoge riet naar een vlonder met een houten scherm leidde, waar observatiegaten in zaten. Daar lagen nog een paar zwerfstenen in de kieren en hoekjes verstopt, met grappige tekeningen erop, maar niet zo’n officiële als de blauwe. Een kleine zwarte met een aandoenlijk figuurtje met hart op een zwart fond nam ik mee en ik beloofde om zelf een nieuwe steen te schilderen om ergens neer te leggen. Voort wat, hoort wat. Achter het scherm de eindeloosheid van de moeras-en rietvelden met talrijke watervogels.

Het waren de kleuren, goudgeel, waar scharlaken en sienna doorheen schemerden, soms bijna violet, het groen van het kroost in de kleine beek onder de blauwe koepel en de stralende wolkenvegen, die alle dagen thuis tussen vier muren snel deden vergeten en me dubbel lieten genieten. Zet een mens op dieet, want als dan de teugels vieren, is het feest twee keer zo groot. Het was de roep van het land, verweven met de stilte. Geen kiekendief of purperreiger te bekennen en een belofte om terug te keren in het broedseizoen.

Het kleine rietpad weer terug naar de landweg en door tot aan het huis, beloofde ik mezelf, of nog ietsje verder. Het kleine huis middenin bleek een natuurhuis te zijn en was voor de verhuur. Fietsen, een bootje en water te over. Links uitgestrekte weilanden vol ganzen, rechts de eendenkooi met haar bijzondere bewoners. Een perfecte schrijvershut of anderszins. Ik sloeg de Kikker op achter het deurtje ‘voornemens’.

In de polder stond een molen en het is hier Nederland op haar best. Het pad liep door langs verdronken land, maar verderop werd de stilte ineens overvallen door een immens geraas van autoverkeer van de snelweg. Of de wind was gedraaid, of het was de bocht, die het pad paralel liet lopen aan de snelweg. Snoeiharde geluiden van motoren. Gestoord in mijn naar binnen gekeerde mijmeringen zocht ik snel de stilte weer op. En warempel, voorbij de kromming luwde het geluid en verdween. Toen ik bij de Kleine blauwe kwam, zaten er 2,9 km in de benen en stond er een ruime oogst op het netvlies. Missie geslaagd.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In de kussens weggedoken, liggend op mijn zij, dringen diffuus geluiden door en worden allengs harder. Het kolken en klotsen van de was in de wasmachine, het gerommel in de dakgoot, waar ik de kauwen weet die af en toe uitvliegen om in de boom voor het raam beraad te houden, het ronken van poes Pluis, het gemompel in de kamer hiernaast tussen zoonlief en vriendin, de dunne wanden gedempt met de kledingkast geven het een doffe klank, af en toe klatert een lach, het gekras van een meeuw en in de verte hoor ik een duif, terwijl een ander achter mij antwoord geeft. Ik verlang naar de merel.

Dag is in volle glorie hemelsblauw getrokken met lange slierten wit als een ongekamde haardos na ontwaken en is zacht om aan te raken, stel ik me zo voor. Het hoofd in de wolken, de rest op een oor.

De droom bracht school, grote zwermen kinderen met iefde en roltrappen. Een paard in de gang terwijl we er langs moeten, een donkerbruine met witte bles en lange zwarte manen. Ze slaat met haar staart. Twee kinderen blijven achter met hun benen in de modder, een laat zich voorover vallen en komt er als een bruine vlek weer uit, de ander stampt dikke modderklodders in het rond omhoog.

Dat paard komt bij ‘Matthijs draait door’ vandaan, gisterenavond op televisie. Eindelijk weer eens een wervelend programma met veel muziek, een boek, jeugd aan het woord en André van Duin in een persoonlijk interview. Een korte film met een rondleiding door het huis van André en een inkijkje in zijn studio, terwijl hij de oude carnavalskraker: ‘Er staat een paard in de gang’ in drie talen aan het vertalen is. Frans, Duits en Engels. Gewoon, voor de lol. ‘Waar blijven nou de opnames met Franse liedjes’. ‘Ja, ja, als de tijd daar is’.. Hij zegt het niet, maar dat zie ik hem denken. Over ziek zijn en gemis en wat er door je heen gaat. Een onvermijdelijk lot. Hij oogt als herboren. Jong en sterk, even een blink van ontroering in het oog, maar verder geen tranentrekkers. De muziek is prachtig. Heerlijke scheurende saksen en funky schwung en aan het eind een ode aan Bowie met drie operazangers omdat de film zo slecht schijnt te zijn. Vijf jaar zonder alweer.

De krant wacht met de boekenbijlage, Eerst koffie en de kwark voor de medicijnen, de droom verwerken en bedenken of ik vandaag voor het eerst sinds twee weken weer een wandeling zal maken. Dat kan naar de tuin, maar het zou ook kunnen naar een plek dwaarover vriendin vertelde, de Zouweboezem. Het klonk zo aanlokkelijk met al die vreemde vogels van diverse pluimage, die daar voorkwamen. Wat wil je nog meer op een mooie zondagochtend. En een wandelingetje van 2,5 km moet te doen zijn, met de dagelijkse 2 km van deze week in de benen. Alsof het afgesproken is roert de zon zich nu ook. Ze lokt me duidelijk. Kom maar. Het is prachtig. Waar je ook bent op dit ogenblik. De wasmachine centrifugeert en zoonlief schuift met de stofzuiger door zijn kamers.

Een kauw vliegt in de hoogste boomtop en lokt en roept, al gauw komt de tweede aan gevlogen en nog vier. Dan zet het stel zich in beweging naar de overkant, waar het kleine park is. Vroeger als kind verlangde ik naar een tamme kraai, die op je schouder zat en aan je haren trok als hij wat wilde duiden. Net als in de film ‘Kauwboy’. Ik zou hem alles leren wat maar denkbaar was.

Het is er nooit van gekomen. Om de mogelijkheid te bewerkstelligen richtten we onze eigen ‘zielige-dieren-opvang’ op. Alles wat maar kreupel liep, tegen het raam aanvloog, hulpeloos heen en weer waggelde, werd opgenomen en op de IC avant la lettre gelegd in een grote schoenendoos, op een matras gemaakt van het hoofdkussentje uit het poppenbed en toegedekt door een zakdoek van mijn vader. Niet zelden lag het de volgende dag met gebroken ogen . Na zieltogen sluipt de dood erin.

En nu de koffie. Beloofd is beloofd.

Uncategorized

Voeden en gevoed worden

Voor de zoveelste keer gaan op FB mijn felecitaties rond, een hele fijne dag en een prachtig en inspirerend jaar. Ondanks dit tijdsgewricht meen ik het. Iedereen die jarig is wens ik het geestelijk vermogen van het optimisme toe. De lichtpuntjes, het kleine geluk, de dagen in hun kleinheid, in alleengaan en toch het ervaren van de schoonheid en de bijzondere momenten die het oplevert. Voor nu, straks en later. Zullen we zeggen ‘Weet je nog’ en het weglachen of zullen we zuchten onder nog zwaardere last. Niemand kan het zeggen. Een gedicht:

Amnesie

Een man liep op de gang van neurologie/het lange silhouet in het gefilterd licht/versterkte zijn lengte en de gang/hij slofte wat, drie vier stappen, dicht/langs de kale muur en bleef dan staan/hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen/en schalde ‘Zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’/de woorden sneden messcherp de stilte uiteen/ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort, drie vier stappen,/om daarna stil te blijven staan/en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen/‘Zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’/weer wees ik hem de weg en hij ging door/maar  in mijn ogen moest zijn te lezen/hoe dapper deze man de strijd beslechtte/door vanuit zijn diepste wezen/volhardend zijn eigen weg te gaan/overtuigd een oplossing te vinden/omdat zijn geheugen hem liet staan

Ooit werkte ik, als verpleegkundige in opleiding, op de afdeling Neurologie in het AZL in Leiden. Diep onder de indruk was ik van de mensen die daar lagen met hun hersenaandoeningen. Soms was de spraak verdwenen, soms het geestesvermogen, soms de werkelijke leeftijd, zodat de persoon afdaalde naar het kind in hem. Met de neurologen en met de collega’s hadden we boeiende gesprekken over de ongrijpbaarheid van het menselijk brein. De deernis die ik voelde als iemand met afasie een heel verhaal mummelde in brabbeltekens waarbij, vermoedelijk op de vraagtekens in mijn ogen, de radeloosheid binnensloop in de blik van de persoon in bed. Of de jonge glazenwasser, die uit zijn bakje was neergestort en met zijn hoofd op de plaveien terecht kwam en daardoor aan geheugenverlies leed, dus om de haverklap de weg vroeg, terwijl het antwoord resoneerde tegen de hoge muren van de lange gang. Nooit ben ik ze vergeten en al helemaal niet het ongewisse waar ze in waren beland.

Ongewis, dat was het brein, ongrijpbaar. Wat men ook probeerde al kon men steeds meer, maar het doorwrochten van de materie bleef tot in lengte der dagen en nog. Moeilijk te doorgronden wereld.

Hersenschimmen van Bernlef was voor mij een bevestiging, van de zware mist die op kon zetten om een dicht gordijn te vormen, waar de werkelijkheid in verdween en dat zo een eigen beleving schiep. Zoals de vrouw in het bed van het bejaardentehuis, die op een kamer met vier demente vrouwen lag en wakker werd. Haar ogen staarden in het niets, terwijl ik tuurde naar aanwezigheid. Ineens, in een kort ogenblik, trok de mist op, even heel helder keek ze me aan. Maar dan die diepe zucht, die sneed door de nachtelijke stilte, waarmee ze weer terugviel in de dofheid van wat was.

Ongrijpbaar en ongewis bleek de toekomst. Onvoorspelbaar. Toch bleef de glazenwasser stug zijn weg vervolgen, de afasiepatient doorbrabbelen tot de boodschap begrepen was, de demente vrouw haar toekomst indommelen en ging mijn leven door. In die dagen telde de kleine overwinningen die we behaalden, het minieme contact, het stukje begrijpen, het kunnen ontcijferen van gevoelens die diep in het binnenste sluimerden. Zelfs op die afdeling vielen er naast het leed ook parels te sprokkelen, zolang je voedzame grond boodt. De aanhouder won.

Vanmorgen was er op datzelfde FB een docu over een papier-kunstenaar, die in haar huis de fijnheid en de sierlijkheid van de natuur vertaalde in haar werk met een onstuitbaar geduld en met liefde voor het materiaal, dat ze in haar vingers had. De finesse, waarmee ze het klimopblad tot een filigrein aaide in het teiltje met water, getuigde van eerbied voor de oude techniek. De fijne doorzichtige schaal van dit filigrein, teer en kwetsbaar, maar zo prachtig, goudkleurig met het zachte licht erop, wiegde zachtjs in haar opgeheven handen. Het resultaat, het hoogste goed. Omdenken in schoonheid. Het zorgde voor het herstel van de balans in mijn gemijmer. Zo werkt dat dus. Voeden en gevoed worden.

Uncategorized

Een mens moet wat

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet’. We riepen het als je de pineut was en met je gezicht naar de muur moest wachten tot ieder zich verstopt had. Dan begon het aftellen van tien naar een en daarna kon het speuren beginnen. Verstoppertje was een zeer gewild spel onder de kinderen uit de buurt. Als je sneller was dan de zoeker tikte je de telplek aan en riep je: ‘Buut vrij”. Daar moest ik aan denken, terwijl we ons nu verschansen in de huizen en er een ander soort speuren begint. Respecteert iedereen de regels wel.

Tijd voor een nieuwe afleiding voor de kleinkinderen nu ik minder mobiel ben, anders zijn ze straks nog vergeten hoe ik eruit zie. Nu geen journaal maar een kakelvers oma-verhaal. Als uitgangspunt had ik een verhaal genomen, dat ik schreef voor een project op school en dat ooit op de nominatie stond om uit te groeien tot een boek. Nooit wat geworden, want ik liep hopeloos vast. Maar kleinzoonlief had gisteren al direct een nieuw idee aangeboord na het horen van het begin. De basis was simpel, maar spannend. Er is een kleine jongen, een reuzenei op het gras midden in de nacht en een opa Sterretje. Daar valt natuurlijk alles van te maken. Kleinzoon begon direct te raden wat er in het ei zou zitten en fantaseerde er zelfs opa Sterretje in. Dat is niet zo, zal hij vandaag horen, maar hij bracht me direct wel op een juiste benadering van de zaak. Ik had een en ander veel te realistisch gemaakt. Het kon ‘sprookjesachtiger’. Dan kon er immers van alles gebeuren en paste er elk idee naadloos in.

Het wandelen om de zuil heen bevalt me wel. Twee kilometer elke dag is een mooi begin. ‘Hoe doe je dat dan’, vroeg zuslief op face-time. Het is niet anders dan rondjes lopen, net zolang tot ik de drieduizend stappen gezet heb.

Het werd tijd om de koelkast te inspecteren. Januari was eigenlijk een perfecte maand voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. De buit bleek venkel en witte kool te zijn, wat oude rode krielaardappellen, geraspte oude kaas, een handjevol aangemaakte olijven met knoflook. Voldoende voor een voedzaam geheel en de groentela had weer een bodem. De doeken voor zoonlief zijn klaar en een nieuw werk staat in de steigers. Verder kabbelt het leven voort.

Bij de slimste mens zit een pittig jong ding, die eerst niet tot de juiste antwoorden komt, maar ineens als de huidige tijd wordt aangeroerd, achter elkaar en moeiteloos van alles oplepelt. Het ontlokt de eminence grise Maarten van Rossum de opmerking dat hij het een totaal onbegrijpelijke wereld vindt. En bij het kijken naar achter het nieuws valt het me op, dat de satire er nog wel is, maar ook voortdurend overschaduwd wordt door de ernst van de huidige situatie. En ook dat de gasten minder afwachtend zijn en hier en daar zelfs corrigeren of overstappen op de twitterprietpraat. De grootste vergissing van dit moment, want al wat gezegd is, staat. ‘Bezint eer gij begint’ was een van de heilige lessen vroeger, al dan niet met waarschuwende vinger om het gezegde kracht bij te zetten.

Zoonlief kwam voorbij op de Iphone en de hometrainer komt maandag. Dat is een prettig vooruitzicht. Bij de cardiofysio verzonnen we vaak waar we heen zouden fietsen. Een ritje langs de Kromme Rijn bijvoorbeeld of een tocht naar Kasteel Haarzuilen. Ook al is het maar fantasie, dan nog verbreedt het de horizon om dat het geliefde en bekende plekken zijn en je er met je ogen dicht nog kan toeven. Ook is het een gelegenheid om het verhaal verder uit te diepen. De vrijgekomen adrenaline zet het denken op scherp en boort nieuwe ideeën aan.

Straks komen de professor met zijn zus en dochterlief op bezoek. Om tien uur al. Een stok achter de deur maakt de dagen langer. Het is een loffelijk streven om minder te sudderen en wat bergen te verzetten. Nou ja, heuveltjes om mee te beginnen, molshopen misschien. We gaan het zien en beleven. Een mens moet wat.

Uncategorized

Prima zonder veel

Dankzij een blog over kringloopwinkels stapte ik weer even terug naar mijn eigen kringlooptijd. Secondhand-Rose in eigen persoon. Eerst werkte ik bij de boeken en later ging ik over naar de kleding. De kinderen speelden tussen de oude rommel en de jongste werd er opgevoed. Het kon allemaal. Er was niet veel geld dus het betekende ook overleven. ‘Geld hebben we niet maar spullen…!’ was een gevleugelde uitspraak, die ik te pas en te onpas deed. De vader van de kinderen was een echte nachtvlinder. Hij reed langs het grofvuil met zijn oude transportfiets en sleepte alles mee wat hem aanstond. Daar waren ook altijd karkassen van fietsen bij, die hij dan in zijn schuurtje uit elkaar sleutelde om van een combinatie aan onderdelen een nieuwe fiets te maken.

Op een dag zagen we de buurman aan de zijkant van de straat dozen uit het huis naar de grofvuilplek verslepen. Hij ging er zichtbaar onder gebukt. Het was nog licht, dus geen haar op ons hoofd die er aan dacht om te gaan neuzen tussen zijn afval, maar dat het de moeite waard kon zijn, hadden de voelsprieten allang ontdekt. Toen de avond viel wachtten we gelaten tot de lichten in zijn woonkamer waren uitgeknipt. Buurman torende boven ons uit in zijn drive-in-woning en keek vanuit zijn huis recht op het onze en op de stortplaats. Als een dief in de nacht slopen we richting dozen. Het waren boeken, dozen vol boeken. We hoefden ons niet te bedenken. Manlief sleepte de karrenvracht de kamer in. Veel literatuur en wetenschappelijke boeken, maar ook Baudelaire en Justus van Maurik en een dundruk van Dada en de Stijl. Alles voorzien van een zwierige handtekening voorin. Ik was in mijn nopjes. Wat een vangst. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de tijd om een en ander door te spitten ontbrak. Ze hebben jaren als dubbele rijen op de planken gestaan en staafden mijn latere principe. Zet geen boek in de kast die nog niet gelezen is. Jaren later en een drietal verhuizingen verder belandden ze uiteindelijk toch bij de kringloop, waarbij ik hoopte dat iemand, die de waarde ervan inzag, met vreugde zich zou verheugen over de nieuw verworven schat.

Door te werken bij de kringloop zorgde een en ander er wel voor dat de drang om te zwichten voor van alles en nog wat, langzaamaan verdween. Niets is zo vergankelijk als materie. Iets wat eerst van oneindig belang had geleken, kon later zomaar aan betekenis inboeten. Zodra ik me af ging vragen of het belangrijk was voor ons, of het uit zou maken als het er niet was, of ik er blij van werd uitsluitend om de heb of ook omdat het werkelijk verschil zou maken, werden dat belangrijke criteria. Mijn collega bij de kringloop had kasten vol met kleding en zelf was ik ook aardig op weg, tot ik erachter kwam dat ik van sommige kledingstukken het bestaan niet eens meer wist en steeds meer moeite had om in de chaos het juiste te vinden.

Nu kan ik de kringloop inlopen en met lege handen even zo vrolijk weer naar buiten stappen. Dat was vroeger ondenkbaar. Alleen als het me regelrecht raakt, zoals het boek van Shaun Tan: ‘ De Aankomst’, dat prachtige getekende verhaal, of dat ene kleine bescheiden schilderijtje van een Javaanse danseres, gesigneerd door een zekere F van Bemmel. Meer is het niet en zelfs de kleding heb ik in grote getale uit de kasten verbannen en ze teruggebracht naar een kringloop. Alleen mijn sjalenzwak en mijn boekenkasten voed ik zo nu en dan nog. Verder kan het leven prima zonder veel.

Uncategorized

Waar licht is, is hoop

De lijst met te bestellen boeken is weer rond. Straks begint de reis door de kinderboeken, die meer dan eens niet te versmaden zijn voor volwassenen. Het thema ‘Burgerschap’ leent zich daar uitstekend voor. Wie eenmaal aan het grasduinen slaat, opzoek naar passende onderwerpen, trekt al snel een bodemloos blik open. Wat is er veel op dat gebied. Met eeen beetje vernuft valt er natuurlijk praktisch alles aan op te hangen. Kritisch speuren is geboden.

Af en toe sta ik op de weegschaal van zoonlief. Maar de laatste weken is het niet langer mijn grootste vriend. Ingegendeel, vaker nog, kijkt hij me licht verwijtend aan. De impasse begint op te spelen, letterlijk en figuurlijk. Nu de stroom aan bezigheden langzaam is opgedroogd en de knie voor nog meer belemmeringen zorgt, nestelt het lijf zich graag op de bank. Ergo: Te weinig beweging, te veel aanwas. Dat moet anders. In het begin van de eerste sessie binnenzitten liep ik mijn befaamde kamerrondes. Iedere dag minimaal 2 kilometer. Daar moet ik toch weer aan gaan beginnen. Een zuilentred van 2 km iedere dag is een loffelijk streven. En toch eens kijken naar een hometrainer. Een mens moet wat.

In de trouw van gisteren stond naast de column van Eva Meijer ook een interview van Roek Lips met Pim van Lommel, een cardioloog. Het begint met de intrigerende kop: ‘Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding’. Pim van Lommel is de auteur van het boek: Eindeloos bewustzijn. Hij deed ruim 34 jaar onderzoek naar mensen met een Bijna Dood Ervaring(MBD). Als je zoiets hebt ondergaan, dan verandert dat je inzicht op de dood. Het is niet langer het einde waardoor je dichter bij de essentie van het leven komt. Als je gelooft dat het leven tijdelijk en eindig is dan ga je voor het uiterlijk, geld en de macht, maar de essentie is heel wat anders. Voordat hij het onderzoek begon, ging hij er vanuit dat het bewustzijn een product was van de hersenen. Bleef de vraag hem bezighouden hoe het kwam dat mensen zich zoveel weten te herinneren van een BVD, terwijl de hersenfunctie een rechte lijn vertoonde. De cardioloog is door al die onderzochte ervaringen met BDE-ers inmiddels van overtuigd dat het bewustzijn eindeloos is en vergelijkt het met een cloud. ‘De hersenen en het lichaam maken de ontvangst van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd’. Hij haalt Plato aan, die het lichaam als de tijdelijke drager van de ziel die blijft, zag. Iets om even goed voor te gaan zitten en het boek dat me zeer de moeite waard lijkt.

Een mooie ondersteuning bij de zoektocht naar de zingeving van het bestaan. In deze dagen waarbij we zoveel meer op ons zelf zijn teruggeworpen, komt meer dan eens de vraag naar de zin boven drijven. Mijn ervaring met mensen die dood gaan zijn met regelmaat de bevestiging dat er meer is dan alleen de stofmantel die achter blijft. Een heldere blik vlak voor het sluiten van de ogen seint in dat de overgang bewust wordt meegemaakt, net als de koude windvlaag die langs je heen kan trekken. Niet uit te leggen hoe dat voelt, maar onmiskenbaar daar.

Het nieuwste inzicht is dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie‘ zegt hij aan het eind van het interview. Ik zoek in Wiki bewustzijn op:Bewustzijn is het geestesvermogen dat het individu in staat stelt de buitenwereld waar te nemen en te verwerken, oftewel een beleving of besef te hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving’.

De essentie van het zijn, zou ik denken en inderdaad de basis voor de wijze waarop wij de wereld om ons heen ervaren. Zijn conclusie is : ‘Ik ben optimiistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustizijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven’. Het klinkt als een waarschuwing. In dat geval kunnen we alleen maar hopen dat de theorie klopt en zijn optimistische kijk op het geheel de overhand zal nemen. Waar licht is, is hoop.

Later vond ik de film over het boek, een aanrader.

Uncategorized

Rekbare ruimte

Het was een wonderlijk begin van de dag. Alle ochtendrituelen schoven met de opening mee op. De huisartsenpost meldde dat ik om kwart voor tien bij de huisarts langs mocht. Een invalarts. In versnelling gaan als je er niet op had gerekend, betekende dat niet alleen het lijf maar ook de geest mee moest. Een prettige bijzonderheid was de frisheid van een ochtend in de praktijk. Nog niet veel geziene patienten, dat bracht tijd en rust en een heldere diagnose. Het vege lijf, dubbel geleefd door al mijn bezige buien, liet de zekerheid voor wat het was en begon wat te kraken en te piepen. ‘Ouderdom komt met gebreken’ wist Oma Driehuis, die krom liep en hief haar zwarte stok op als grote waarschuwende vinger. ‘Krakende wagens, piepen het langs’ wist ik er tegenin te brengen. Maar zover was ik nog niet, natuurlijk. ‘Jawel, meisjes van 68 zijn ook oud’, fluisterde de tijd in mijn oor. ‘Dat kan je me toch wel op een andere manier wijs maken’, protesteerde ik zwakjes. ‘Ik dacht dat we de kwalen eerlijk zouden verdelen onder de jongsten en nu heb ik er al drie te pakken.’ Dubbel geleefd, dubbel gelachen, dubbel gesleten. Annie. M. G. neuriede plagerig haar liedje voor oude meisjes. ‘Maar ik ben nog fantastisch zo op het oog’. Vriendinlief appte de spijker op de kop: ‘Ge wor ’n bietje krakkemikkuggg’. Schuddebuikend nam ik de krant door, terwijl een andere lieverd belde om even een oppeppertje door te geven met flink veel humor.

Versleten tot bijna op het bot, ik weet het, het zit nu eenmaal in de familie. De krant brengt de nodige afleiding met een fantastische nieuwe ontdekking, waar ik nog heel wat uren kijkplezier aan kan beleven. In de column van Eva Meijer met de kop ‘Waar zijn mensen voor’ refereert de schrijfster aan de kunstenaar Laurie Anderson. Het gaat over de film ‘Heart of the dog’, waarin Laurie zich afvraagt waar de dagen voor zijn:’Om ons wakker te maken, om tussen eindeloze nachten te zetten’. Iemand die dergelijke taal vindt heeft meer in haar mars, dacht ik en zocht als een haas de trailer van de film op. Soms is verdere aanvulling totaal overbodig. Als je deze trailer ziet, dan weet je dat er een juweel op een gouden dienblad ligt.

Alleen de start al, een getekende Laurie Anderson spreekt uit wie zij is: ‘This is my dreambody. the one I use to walk around’

‘In het beeld zien we een blauwe lucht met boomtoppen’ schrijft Eva. ‘Waar zijn de nachten voor‘ peinst Laurie Anderson verder. ‘Om door de tijd in een ander wereld te vallen’. Dat kan zeker als je een droomlijf hebt, degene die met je wegwandelt als je in slaap valt, mijmert of peinst. Degene die mijn gedachten draagt, denk ik er achteraan.

Eva vraagt zich op een gegeven moment af, door vraagstellingen van mensen in de media over de meest uiteenlopende zaken: ‘Waar zijn woorden voor’ en geeft vervolgens zelf het antwoord: Het lijkt als je de politiek volgt soms alsof woorden stokken zijn om tussen de spaken van de werkelijkheid te steken en zo je punt te maken’. Jaloersmakende vondst. Alles kent een eigen taal. Die veelvormigheid vind je terug in romans. ‘Waar zijn romans voor‘. ‘Ze willen het leven vangen door de tijd te vangen’ vind Eva. Dat kan. De roman vangt vooral het beeld met haar woorden, omsluit een wereld met haar letters, creëert een droombeeld.

‘En mensen dan’, is de laatste vraag. daar komt het antwoord van Laurie weer om de hoek kijken in de slotsom van Eva: ‘Om lief te hebben zoals honden met hun hele hart. Om opnieuw te beginnen, het beter te willen doen. Om na te denken over dit alles en erom te lachen. Om wakker te worden, om door de tijd in een andere wereld te vallen. In de dagen, de nachten, de boeken, door een opening die je eerder niet zag’.

Voor mij was dit de opening die ik nog niet had gezien. De wereld van Laurie Anderson(en dat wordt smullen) en die van Eva Meijer. Ik laat me tuimelen dwars door het gat heen en zwem door de trailers, zie hun beelden gemaakt uit gedachten, goed voor verfrissend en nieuw elan. Het lijf mag dan slijten, het hoofd nog geenszins. Daar is nog veel rekbare ruimte.

Uncategorized

De moeite meer dan waard

Dankzij de inspiratie door een van de afleveringen van BinnensteBuiten had ik van de week, met vooruitziende blik, al gist gehaald. Gisteren was zo’n dag van de kleine vreugde. Het was de hoogste tijd voor een Focaccia, een heerlijk Italiaans brood, dat in een handomdraai op tafel staat. Ooit in het grijze verleden bakte ik bijna elke dag een brood maar langzamerhand, door drukte in het gezin en op het werk, kwam daar het slop in. Met al dat rusten op de lauweren werd het weer de hoogste tijd voor lekker, voedzaam en gezond.

Bloem, gist, zout, suiker en water is alles wat nodig is voor het brood zelf en voor de aankleding, olijven en knoflook, tijm, oregano, parmezaanse kaas en zeezout. Voor de broodnodige vitaminen zou ik een aangepaste versie van de tomatensalsa maken. Het werd een feestje daar in die kleine keuken van mij. Het scheelde niet veel of ik had ‘La Traviata’ van Verdi opgezet. Het mooie deeg was goed gerezen en daarna duwde ik de vulling er met de vingertoppen in. De salsa was een eitje om te maken en samen bleek het een voedzame en zeer smakelijke maaltijd. Ik heb nog veel meer gist. De kok in mij, die diep lag te sluimeren als een soort Doornroosje, is wakker gekust door de kookprogramma’s. Heerlijk tijdverdrijf op lange dagen.

De ankers van tape mochten van de knie af en het wonder was geschied. Ze was eindelijk geslonken, leek me. Of het was een vurige hoop die het me liet geloven. Het kwam goed uit, want langzamerhand droogde de inspiratie een beetje op tussen de vier muren, ook al bleef ik er naarstig naar zoeken.

https://www.npostart.nl/avro-close-up-lennaert-nijgh-tip-van-de-sluier/24-11-2012/AVRO_1565467

Gelukkig zijn er tussen het aanbod van de programma’s doorgaans een aantal parels te vinden. Een die me regelrecht terugbracht naar mijn puberjeugd was die van Lennaert Nijgh uit de Close-up serie van de Avro. Het beeld uit mijn jeugd, Nederland vlak voor provo haar intrede deed, werd vooral gevoed door singer-songwriters en het cabaret van dat moment. Boudewijn de Groot zong de teksten van Lennaert met verve en wij zongen ze met liefde mee. Het waren onze wapens om mee te schermen tegen de dogma’s van de jaren vijftig en zestig, de vooroordelen, de minzaamheid en de benepen burgerlijkheid, de oorlogsdreiging, de kernwapens, de onderdrukking van de vrouw en meer van dat werelds ongenoegen. Het leven was een achtbaan waar niet uit te ontsnappen viel anders dan met onze eigen gecreëerde wereld. Met woorden zeg je zoveel meer dan met wapens. Ze beten zich een weg naar het echte leven, de liefde, de vrijheid. De documentaire ‘Tip van de sluier’ probeert inzicht te geven in het leven van deze grote dichter, die de wereld teksten bracht van een krachtige en tegelijk breekbare taal, een lied van pijnlijk verlangen naar de onbereikbare liefde, in de meest ruime zin van het woord.

Zijn vrouwen zijn het er allemaal over eens, dat niemand echt helemaal tot in de kern door kon dringen. ‘Een mysterieuze man’ zo omschreef Astrid Nijgh hem. Er komen prachtige verhalen los als ze hem uittekenen in het interview. Over wat zijn teksten met de zangers deden. Iemand zei daarover: ‘Je zit er middenin. Je bent de camera van zijn verhaal’, ‘De werkelijkheid en de droom liepen paralel’. Hij vroeg zich tegenover Boudewijn ooit af: ‘Heb ik mijn teksten beleefd of leid ik mijn leven’. Het is geen opbeurend verhaal, triest om te zien hoe moeizaam een periode het schrijven ging en wat dat met hem deed. Hij werd onzeker, keek met ontzag naar andere schrijvers, terwijl hij de beste Nederlandse tekstschrijver was. Vooral in het laatste stuk kwam steeds dezelfde vraag in mijn hoofd op. Kan je leeg geschreven zijn? Boudewijn zegt: ‘Voordat hij dood was, miste ik zijn teksten al’. Aan de andere kant heeft het gemis aan zijn teksten ervoor gezorgd dat de zanger zelf in de wereld van het tekstschrijven is gedoken. Zo werkt dat dus.

Lennaert Nijgh is voor mij de man van mijn jeugd, de jaren zeventig, de poezie van het leven, zijn leven. De moeite meer dan waard.