Uncategorized

Prima zonder veel

Dankzij een blog over kringloopwinkels stapte ik weer even terug naar mijn eigen kringlooptijd. Secondhand-Rose in eigen persoon. Eerst werkte ik bij de boeken en later ging ik over naar de kleding. De kinderen speelden tussen de oude rommel en de jongste werd er opgevoed. Het kon allemaal. Er was niet veel geld dus het betekende ook overleven. ‘Geld hebben we niet maar spullen…!’ was een gevleugelde uitspraak, die ik te pas en te onpas deed. De vader van de kinderen was een echte nachtvlinder. Hij reed langs het grofvuil met zijn oude transportfiets en sleepte alles mee wat hem aanstond. Daar waren ook altijd karkassen van fietsen bij, die hij dan in zijn schuurtje uit elkaar sleutelde om van een combinatie aan onderdelen een nieuwe fiets te maken.

Op een dag zagen we de buurman aan de zijkant van de straat dozen uit het huis naar de grofvuilplek verslepen. Hij ging er zichtbaar onder gebukt. Het was nog licht, dus geen haar op ons hoofd die er aan dacht om te gaan neuzen tussen zijn afval, maar dat het de moeite waard kon zijn, hadden de voelsprieten allang ontdekt. Toen de avond viel wachtten we gelaten tot de lichten in zijn woonkamer waren uitgeknipt. Buurman torende boven ons uit in zijn drive-in-woning en keek vanuit zijn huis recht op het onze en op de stortplaats. Als een dief in de nacht slopen we richting dozen. Het waren boeken, dozen vol boeken. We hoefden ons niet te bedenken. Manlief sleepte de karrenvracht de kamer in. Veel literatuur en wetenschappelijke boeken, maar ook Baudelaire en Justus van Maurik en een dundruk van Dada en de Stijl. Alles voorzien van een zwierige handtekening voorin. Ik was in mijn nopjes. Wat een vangst. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de tijd om een en ander door te spitten ontbrak. Ze hebben jaren als dubbele rijen op de planken gestaan en staafden mijn latere principe. Zet geen boek in de kast die nog niet gelezen is. Jaren later en een drietal verhuizingen verder belandden ze uiteindelijk toch bij de kringloop, waarbij ik hoopte dat iemand, die de waarde ervan inzag, met vreugde zich zou verheugen over de nieuw verworven schat.

Door te werken bij de kringloop zorgde een en ander er wel voor dat de drang om te zwichten voor van alles en nog wat, langzaamaan verdween. Niets is zo vergankelijk als materie. Iets wat eerst van oneindig belang had geleken, kon later zomaar aan betekenis inboeten. Zodra ik me af ging vragen of het belangrijk was voor ons, of het uit zou maken als het er niet was, of ik er blij van werd uitsluitend om de heb of ook omdat het werkelijk verschil zou maken, werden dat belangrijke criteria. Mijn collega bij de kringloop had kasten vol met kleding en zelf was ik ook aardig op weg, tot ik erachter kwam dat ik van sommige kledingstukken het bestaan niet eens meer wist en steeds meer moeite had om in de chaos het juiste te vinden.

Nu kan ik de kringloop inlopen en met lege handen even zo vrolijk weer naar buiten stappen. Dat was vroeger ondenkbaar. Alleen als het me regelrecht raakt, zoals het boek van Shaun Tan: ‘ De Aankomst’, dat prachtige getekende verhaal, of dat ene kleine bescheiden schilderijtje van een Javaanse danseres, gesigneerd door een zekere F van Bemmel. Meer is het niet en zelfs de kleding heb ik in grote getale uit de kasten verbannen en ze teruggebracht naar een kringloop. Alleen mijn sjalenzwak en mijn boekenkasten voed ik zo nu en dan nog. Verder kan het leven prima zonder veel.

7 gedachten over “Prima zonder veel

  1. Wat een heerlijk verhaal. Ik ken kringloop-verslaafden,die nu afkickverschijnselen hebben. Eerlijk gezegd moet ik mezelf wel even toespreken voor ik naar binnen ga(hopelijk weer snel).

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.