Uncategorized

Mijl op zeven

De zon vierde nog even Oranje-boven, lang leve de mooie lente. Gisteren was het weer de hoogste tijd om naar de tuin te gaan. Onderweg vroeg de tank om benzine, op naar de goedkoopste pomp van Utrecht sinds jaar en dag. Gelijk maar even de bandenspanning meten want soms had ik het idee dat die veel te laag was. Er stopte een motorrijder naast en liet me netjes voor gaan. Een nieuwe luchtpomp. Er moest geld in, je had alleen je pas nodig, munten waren exit. Voor de somma van 20 eurocent kocht ik verse lucht. Maar dan. 2.3 de voorbanden, 2 de achterbanden. Zover was ik al wel. Verwarring bij het plussen. De vriendelijke motorrijder, onder de helm zat een jongen zo oud als mijn zonen, hielp dit oude verwarde mens door de wirwar van aanwijzingen heen. Onbekend, maar van nu af een eitje. Bukken ging moeizaam, door de knieën natuurlijk nog niet. De klus geklaard, de motormuis vriendelijk bedankt en naar de tuin. Daar was het druk.

Alle parkeerplaatsen waren vol, op het gras nog één plekje voor de kleine Blauwe. Er hingen viooltjes aan het hek van de overleden tuinder en een briefje erbij van de familie, met een foto van dat lachende vertrouwde gezicht naast de stok met de zwarte vlag. Met de hand op het hart een groet in gedachten. Aan alle kanten was er een warm onthaal, een zwaai met een arm, een knik met het hoofd, een uitbundig hallo. De buuf van twee tuinen achter me kwam me achterop fietsen, al ingeënt en een pak aan bezwaard gemoed armer. Het voelt als een bevrijding, zei ze en ik kon me er alles bij voorstellen. Over het bruggetje splitsten onze wegen zich weer. Bij de tuin oogde het gras verwijtend lang, terwijl ik mompelend beloofde er vandaag een fris geschoren tapijtje van te maken. Om dat waar te kunnen maken pakte ik als eerste de maaier eruit en zette hem pontificaal voor miijn neus. Zo kon ik er niet meer om heen.

Mijn grasmaaier is gevoelig en denkt met me mee. Ze weet hoe kortademig ik ben en had al besloten veelvuldig af te slaan, zodat ik even, hè hè, op het dichtsbijzijnde stoeltje uit kon puffen, om daarna weer vol goede moed verder te gaan. Zij en ik doen dan weliswaar een hele middag erover om dat kleine stukje te kortwieken, maar dan heb je uiteindelijk toch lucht over en kan je tevreden terugkijken op deze titanenklus. Voor mij dan, voor ieder ander is het een fluitje van een cent.

Bij de buurvrouw naast groeit het woekerende zevenblad. Toevallig had ik ’s ochtends gelezen dat je het niet moest uitgraven, maar steeds weer moest afknippen. Het duur langer, maar uiteindelijk legt het dan toch het loodje. Handige tip. Ook had ik ontdekt dat een krukje, ooit van broerlief gekregen, eigenlijk een handig wiedbankje was, dat je aan twee kanten kon gebruiken. Het zat hoger dan de kleine krukjes die ik normaal gebruikte. Zo was het achterover rollen, omdat ik door de knie niet meer omhoog kon, opgelost. Voor ieder ongemak een foefje. Nog even en ik hang van foefjes aan elkaar.

Ik trok nog wat brandnetel en grassen weg en was blij met het opgeruimde resultaat. De tijd was omgevlogen, tijd om terug te wandelen. Even naar boekenbuuf, die net zo veel van lezen houdt als ik, een praatje boven de lavendelbedden met de buurvrouw daarnaast, die trots haar nieuwe afrastering liet zien en de dames schaap begroet in de wei er tegenover.

Ineens viel mijn oog op de eend met haar kroost. Als een kluitje zwommen de pulletjes achter het grote beschermende moederlijf aan. Het beeld met de grazende schapen op de achtergrond oogde helemaal lente. Er misten alleen nog een paar dartelende lammetjes. Maar ja, zonder ram tussen de ooien is dat gegeven mijl op zeven.

‘In 80 dagen de wereld rond’ bezorgde me een trip naar Litouwen. Op papier kwam een pentekening naar: European delights met Litouwse animatie en in de kom Draniki, aardappelpannenkoekjes met zure room en dille.

Schil en rasp de aardappelen tot moes. Giet het vocht eraf en vervang het door dezelfde hoeveelheid melk. Doe er de eieren bij en zout naar smaak en meng het goed door elkaar.
Bereidingswijze: Doe wat zonnebloemolie in een bakje. Sommige mensen houden ervan om de pannenkoekjes in reuzel te bakken. Maak een koekenpan heet en doe er wat vet in. Schenk 4 – 5 rondjes van het beslag in de pan. Zorg dat ze ongeveer gelijk aan elkaar zijn. Bak ze tot ze lichtbruin zijn, ongeveer 3 – 4 minuten aan iedere kant. Serveer met de zure room en de dille. Heerlijk.

Uncategorized

Hoe heerlijk zou dat zijn

Ik schoof mijn vitrage opzij en gleed een schilderij van Magritte binnen. Waar ik ook keek, overal hingen roerloos dikke plukken watten in de lucht, zachte roomtoeven tegen een hemelsblauw decor. Mijn vermoeidheid was groter geweest dan de volle maan aan mij kon trekken. drie keer wakker en drie keer verder gaan dromen met zware oogleden die nauwelijks open wilden blijven.

Sinds het teststaafje omhoog was geschoten, tranen de ogen, bollen de wallen op en loopt de neus. Negeren is het beste. Gisteren zou ik oppassen op de Benjamin van de kleinkinderschare. Bij aankomst sliep hij en pas na anderhalf uur gaf de babyfoon vertederend gemurmel en gekraai door. In die tussentijd had ik de kunstenaar van die dag gezocht. California had de vinger geprikt en daar bleek een grappige recept te vinden te zijn die ‘Smashed Cucumber’ heette. Je kon daadwerkelijk de agressie kwijt op een komkommer door er met een deegrol, of in mijn geval bij het ontbreken van dat attribuut een lege schoongewassen fles, op te slaan, het was een recept uit ‘California dreamin’zo heette de site.

Met de mama’s en de papa’s als sfeerbrengers tekende ik het werk van een wall-art artiest, met de welluidende naam Ponywave, na, die hij in Venice Beach op een muurtje had geschilderd. Twee, in coronastijl met mondkapjes voor, zoenende geliefden. Een beetje van Ponywave, een beetje van mezelf. Vrije interpretatie nietwaar.

Omdat ik zo veel tijd had, kleurde ik het zwart met de fineliner, een geduldwerkje. Benjamin hield zich voortreffelijk aan het schema en om half drie hadden we nog een genoeglijk uurtje samen, met het gretig happen van een banaan en het doosje rozijntjes, een telefoon, de twee voetballen, de ambulances, de brandweer en de nieuwe politieauto van prachtig blauw. Wonderlijk hoe hij bij thuiskomst van zijn paps en mams onmiddellijk bravoure erin gooit. Het is een heerlijk vertederend en lief cadeau, met zijn donkere krulletjes en de meest hartverwarmende glimlach ooit.

Komkommers dus en dat was maar goed ook want ik was uitgeput. Wonderlijk. Het zou ook wel eens aan de conditie kunnen liggen. Toch maar weer meer op de fiets stappen, gelukkig belooft het weer in ieder geval beterschap en dat zou hoog tijd worden, want het is klaar met de kou. Nee tot moes heb ik ze uit nijd niet geslagen, maar met zachte hand en met liefde. De saus was verrukkelijk. Toch altijd een mooie combinatie, die rijstazijn met sesamolie. Wilde en witte rijst eronder maakte het af. Een mooi licht gerecht, in een oogwenk klaar en zomers als de zon beloofde.

Piëta - Wikipedia
Piëta van Michelangelo, de foto is van wiki

Gisteren bij het programma Lazarus van de EO een interessant interview door Marleen Stelling met Frénk van der Linden(geen familie), die na het weggaan van zijn moeder zo boos op haar was, dat hij haar tien jaar lang niet heeft willen zien. Met de afbeelding van de Piëta onder haar arm kwam Marleen binnen en dat werd de leidraad voor het gesprek. Prachtig en indringend en zeker de moeite waard om terug te kijken. Voor mij tevens een uitnodiging om het boek van Frénk van der Linden te lezen: ‘En altijd maar verlangen’, waarin hij door middel van brieven terugblikt op de liefdesoorlog van zijn ouders. Ook het gesprek is de moeite waard. Met name omdat hij zichzelf niet spaart en prachtige voorbeelden geeft van het jongetje Frénk en daarna van het herstel van de relatie tussen moeder en kinderen.

Hij eindigde met te vertellen dat hij haar nooit meer had kunnen aanraken, aaien of strelen maar toen ze aan het eind was van de Alzheimertunnel en de taal ontbrak, bleef alleen de dans nog over. En ik moest denken aan het feit dat je op de drempel van de dood dansend het leven uit mocht. Hoe heerlijk zou dat zijn.

‘In de wereld rond in 80 dagen’ de tekening hierboven en de smashed Cucumbers uit California.

2 komkommers, origineel recept: 6 libanese komkommers/1 tl zout/3 el rijstazijn/2 el olie/2 tl geroosterde sesam olie/2 tl suiker/2 tl vissaus/2 thaise pepers/1 teentje lookgeroosterd sesamzaad ter garnering/1 handvol thaise basilicum/extra optioneel gomasio ter garnering

Plet de komkommer door met een skillet of deegrol ze plat te kloppen. Haal de repen komkommer uit elkaar en snij desgewenst nog verder in gelijke stukken.Plaats de geplette komkommer in een vergiet en bestrooi met zout. Laat gedurende een half uurtje het vocht onttrekken uit de komkommer. Roer af en toe voorzichtig door.Meng ondertussen de overige ingrediënten behalve het sesamzaad, thaise basilicum en de gomasio. Voeg de uitgelekte geplette komkommers toe en roer voorzichtig door.Plaats in de schaal om op te dienen en bestrooi met geroosterd sesamzaad (evt. gomasio) en gescheurde blaadjes thaise basilicum.

Uncategorized

Het mooiste gedicht

De nacht viert feest. De maan trekt smalle strepen helder licht door de onverlichte kamer, vat de vacht van Pluis, die opgekruld op het voeteneind van mijn bed ligt, in zacht grijs. Ik zit rechtop, tuur door het zijraam en vang de bijna volle maan. Aha, ik had het kunnen weten. Daarom is de nacht zo kort. In de straat is het ook feest. Aan de gevel van het huis rechts van mij, op de hoek, is ze uitbundig versierd met paars en rood licht, een guirlande van gezelligheid. ‘Hier wordt gevierd’, fonkelt het de duisternis in. Wat precies blijft gissen. Een Sarah, of een geboorte, om het even wat, maar in het huis is het feest en de hele wereld mag het weten.

Ik kijk ‘Brommer op Zee terug’, het nieuwe boekenprogramma van de VPRO en verbaas me over de samenstelling ervan. Soms is het moeilijk te verstaan, maar dat kan ook aan mijn eigen immer aanwezige decibellen binnensoor liggen. Over de Roemeens/Nederlandse Mira Feticu die het boek ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse Taal’ heeft geschreven, had ik al een uitgebreide recensie van Matthijs van Nieuwkerk gelezen. In een waterval van woorden verklaarde ze hoe en waarom het Nederlands haar ‘moedertaal’ werd. De hang naar volwaardigheid zegt meer over de Nederlander in het algemeen dan over Mira zelf. Deze literatuurwetenschapper heeft een drang om zich te bewijzen en dat is logisch als de taal een struikelblok voor het intelligente aangezicht blijkt te zijn. A.L. Snijders was mij onbekend. Het is dé schrijver van het zeer korte verhaal. Hij doet namelijk er niets anders naast. Geen gedichten, geen proza, geen toneel. Hoe hij ooit tot schrijven kwam was een toevalligheid, een bijzondere ontmoeting. Hij ging met vrienden als jonge jongen voetballen in de afgravingen aan de rand van het Amsterdam van toen. Daar zag hij een man met een fiets, achter de fiets hing een karretje. Hij was gefascineerd en liep op de man af. Die vertelde hem dat hij in het karretje sliep en op die manier woonde en reisde. Hij vond het zo’n buitengewoon gegeven, dat hij de voetbaljongens links liet liggen en naar huis fietste om het op te schrijven. Zo kort als zijn verhalen zijn, zo lang zijn zijn verklaringen, waarin, kenmerkend voor een schrijver, lange bedachtzame pauzes voorkomen.

Gisterenmiddag bleek de pakketpost weer een pak door de brievenbus te hebben gewrongen. Ze doen het vaker. Het karton zit dan klemvat en eerst moet ik de boeken door de sleuf aan de zijkant eruit peuteren, alvorens het karton wat naar elkaar toe te vouwen om het eruit te kunnen halen. Ik krijg er handigheid in. Van de week kon ik namelijk de verleiding niet langer weerstaan en heb toch het boek: ‘Jij zegt het’ van Connie Palmen en ‘De dagboeken’ van Sylvia Plath laten komen, de stapel nog ongelezen boeken ten spijt. Het eerste hoofdstuk was daarom voor Connie vannacht. Ik hoopte dat ik er opnieuw door in slaap zou vallen, maar niets was minder waar en ik had het kunnen weten. Allesbehalve slaapverwekkend.

’s Middags mocht ik voor het eerst sinds een week weer naar de supermarkt. Een uitje om niet te versmaden. Er zijn dingen die meer te waarderen vallen, als je ze ontbeert hebt. Met een volle rugzak sjouwde ik de trappen op. Twee boeken en een lieve kaart rijker. Van dochterlief en haar gezin. ‘Kus voor het thuiszitten, kus voor de spanning, kus voor het testen, kus voor het wachten en dan prikken maar‘ met een getekend hartje, stond er achterop. Alles was opgesiert door een grillig lijnenspel van kleindochter. Zo verwend worden. Het mooiste gedicht.

In 80 dagen de wereld rond reisde ik af naar Pakistan. Op papier kwam een pentekening naar een detail uit de doeken van Imran Zaïb en in de kom de overheerlijke Chana Masala:

1 middelgrote gehakte uien/½ kg kikkererwten/tomatenpuree/3 laurierblaadjes/1 grote kardemom/2 kleine kardemom/5 tot 7 kruidnagel/8 tot 10 tomaten/1 kaneelstokje/½ el komijnzaad/2 eetlepels gember- en knoflookpasta/1 el zout/2 el geroosterd korianderpoeder/1 eetlepel geroosterd komijnzaadpoeder/1 & ½ eetlepel rode chilipoeder/½ el kurkumapoeder/1 eetlepel Chaat Masala-poeder/½ el Garam Masala-poeder/2 groene pepers/Groene korianderblaadjes/1 kopje bakolie

Voeg een kopje bakolie toe aan de pan en verwarm het. Voeg laurierblaadjes, zwarte peper, kruidnagel, kaneelstokje, grote kardemom, kleine kardemom en komijnzaad toe. Voeg er twee eetlepels gember- en knoflookpasta aan toe. Kook tot drie minuten. Voeg vervolgens de gehakte ui toe en kook deze. Voeg zout, komijnzaadpoeder, korianderpoeder, rode chilipoeder, kurkumapoeder, chaat masala-poeder toe en meng goed. Voeg tomatenpuree toe en meng het. Dek af en kook gedurende 5 minuten. Voeg na 5 minuten gekookte kikkererwten toe. Meng goed. Voeg er twee grote groene pepers aan toe, voeg twee kopjes gekookt kikkererwtenwater toe. Breng het aan de kook. Dek af en kook gedurende 10 minuten op middelhoog vuur. Voeg na 10 minuten masala poeder toe en koriander meng goed en je Chana Masala is klaar om te eten.

Uncategorized

De vleugels van gelukzaligheid

De dag des oordeels was aangebroken. Door het idee niet precies te weten wat me te wachten stond, had de morgenstond nog geen goud in de mond. Daarvoor was het veel te vroeg. Ik zag er niet tegen op, tegen het testen, want dat had ik al eens eerder in Uden laten doen, maanden geleden. Toen gaf het slechts gekriebel en verder niets.

De navigatie stuurde me alle kanten op behalve de goeie. Gelukkig was ik, omdat er toch zeeën van tijd waren, vroeg vertrokken. Ik zou op de parkeerplaats in de auto kunnen blijven wachten tot het mijn tijd was, had ik me voorgenomen. Maar met die mijl op zeven door de zoektocht naar de juiste weg was ik er slechts een kwartier voor tijd. Om vijf voor verliet ik de auto en werd onmiddellijk bij mijn naam geroepen. Ik tuurde door mijn ietwat beslagen brillenglazen boven het mondkapje uit. Daar stonden drie lieve schatten van de oude school. Iedereen moest thuis blijven in verband met een corona-uitbraak, dus moest ook iedereen zich laten testen. Zij waren net geweest. O, wat had ik ze graag even geknuffeld.

Ik nam mijn plaats in in de wachtrij en schoof steeds een pijl in een rondje naderbij. De doorloop ging vlot. De vorige keer zong ik luidkeels ‘Is dat alles…doeahdadoe’ in de auto omdat het een fluitje van een cent was, maar dit staafje zoog zich vast in het hersenvocht en kietelde en passant een paar traanklieren. Dat had een brandend effect. Oef, maar goed dat ik dit niet vooraf heb geweten. De keel had daarvoor al een eigenzinnige geirriteerde reactie gegeven op het gewriemel. Dat het paars van de handschoenen prachtig kleurde bij het blauw van de schort registreerde ik ter afleiding.

Als je daarna in de buitenlucht staat, is de opluchting letterlijk dubbel aanwezig. Mijn pad werd door pijlen in goede banen geleid, eenmaal heen is er nooit dezelfde weg terug.

De meneer achter het loket die mijn gegevens had gecontroleerd, ze worden steeds jonger, had me fijntjes herinnerd aan de afspraken waar je je aan te houden hebt, direct naar huis, ga niet langs af en doe geen boodschappen. O verleiding. Ik schudde als het kleine meisje diep in mij bedremmeld van nee. Afgesproken. Het was wel een avontuur na vijf dagen binnen, zo leer je het kleine te waarderen.

Het was nog geen twaalf uur, dan maar aan het ruimen. De beurt was aan de zolder, waar nog een deel kledingvoorraad hangt van oudste zoon en een respectabel derde deel van zijn sneakers. Zo jammer dat maat 45 een tikje te hoog gegrepen is. Alles in het gelid, stofzuigen en verbaasd omzien naar alle wonderlijke voorwerpen, die ik het hele jaar nog niet had bekeken. De boekenkast grondig gezogen. Een versregel rolt uit mijn herinnering naar buiten. ‘De zolder ruikt naar boeken, waar iedereen van houdt’. Maar toen ik het opzocht, bleek het te moeten zijn: ”De zolder ruikt naar boeken/waar niemand meer in leest./De dingen in de hoeken/zijn eenmaal mooi geweest…Mies Bouhuys is de schrijfster. Hier liep mijn wensgedachte dwars doorheen. In mijn beleving is iedereen verslingerd aan dat knisperende papier vol geheimen en avonturen.

“s Avonds, met sterren op het doek, werd ik gefascineerd door de manier waarop Eus zijn gasten toch immer weet te ontroeren, of misschien roept de sfeer het ook op. Hadewych Minis vertelde openhartig over haar familie en de onzekerheden, die ieder van de kunstenaars goed wist te vertalen naar het doek. Wat kan televisie toch heerlijk zijn, ondanks het nasnuffen en de loopneus.

Het gepor en geprik liet mij een oude vrouw in de spiegel zien. Opbollende wallen onder de ogen, vermoeide blik, maar bij het lezen van de uitslag ’s avonds laat, had al deze moeite haar effect bewezen. Negatief. Dus onmiddellijk de afspraak voor het vaccineren. Ook geregeld. We hebben al precies uitgerekend wanneer we elkaar weer in de armen kunnen vallen, de kinderen en ik. Over anderhalve maand is het al bal. Wedden. Dat redden we op de vleugels van gelukzaligheid.

In 80 dagen de wereld rond was een feest. Ik toog op papier naar de ijsblauwe impressie van de kunstenaar Jóhannes S. Kjarval en in de kom, geserveerd in een uitgehold broodje, een vegetarische paddestoelensoep. Zóóó lekker.

1 l water/25 g gedroogde paddenstoelen/1 ui/1 flinke teen knoflook/100 g boter
500 g verse gemengde paddenstoelen (ik gebruikte 350 g witte champignons en 150 g oesterzwammen)/1 el verse tijm/100 ml witte wijn/2 x 10 gram paddenstoelenbouillon
200 ml room/ 2 el verse (blad)peterselie/versgemalen peper, naar smaak/6 grote harde broodjes.

Breng het water aan de kook.Spoel de gedroogde paddenstoelen goed schoon onder de kraan en week ze zo’n 25 minuten in een halve liter van het hete water.Schil en snipper ondertussen de ui en de knoflook, en borstel (zo nodig) de verse paddenstoelen schoon.Smelt 50 gram boter in een soeppan en fruit hierin de ui en knoflook op een laag vuur glazig.Snij driekwart van de verse paddenstoelen grof en bak ze mee met de ui en knoflook.Ris de tijmblaadjes van de takjes en voeg ze toe bij de uien en paddenstoelen.
Giet de gewelde paddenstoelen af, maar bewaar het vocht. Bak ze ongeveer vijf minuten mee met het uien/paddenstoelenmengsel.Als de paddenstoelen lichtbruin beginnen te kleuren, blus je het mengsel af met de witte wijn. Laat de wijn een beetje verdampen en voeg het paddenstoelenvocht, de rest van het gekookte water en de bouillonblokjes toe.Laat dit tien minuten zachtjes koken. Roer af en toe door.
Snij ondertussen de achtergehouden paddenstoelen in fijne reepjes.Smelt de overige 50 gram boter in een koekenpan en bak de fijngesneden paddenstoelen in vijf minuten tot ze lichtbruin zijn. Draai dan het vuur uit.Hak de bladpeterselie fijn en roer dit door de gebakken paddenstoelen. Breng op smaak met versgemalen peper en eventueel een beetje zout.

Pureer de soep met een staafmixer, voeg de room toe en mix nog eens goed door met de staafmixer. (heb ik niet gedaan, ik hou van kauwen)Breng op smaak met versgemalen peper.
Snij een dunne plak van de onderkant van de broodjes, hol ze uit en schenk de soep in de uitgeholde bolletjes (zie de foto).Garneer met een flinke lepel gebakken paddenstoelen.Eet smakelijk!

Uncategorized

Stoven maakt alléén de rauwe bonen zoet

Er hing ineens een tas aan een hengsel nog door de brievenbus. Bij het openmaken zat er een heerlijk boek in met een prachtig kaartje van vriendinlief, die een fietstochtje maakte en de gelegenheid nam om dit kleinood, want dat is het, te brengen.

Twee prachtige dingen rijker, want het door haar ontworpen kaartje met een lief woord achterop is ook niet te versmaden. ‘Ogen op steeltjes’ zo heet het boek en het is een verhaal van Jan Wartena en de illustraties zijn van Co Loerakker. Het is uitgegeven in de kinderboekenweek van 1975.

Al direct op de tweede bladzijde staat een prent waardoor je wel dieper moet duiken in dit boek en het verhaal. Alles wat er gebeurt is de schuld van een zeldzame brandnetel. Als die je prikt, word je zo klein als de insecten zelf. Onmiddellijk zag ik de volgende scene weer voor me.

Het is ‘donker’ op het Robbeneiland, de ruimte tussen twee groepen in. Er staat een bed tegen de muur met een nachtkastje. Op het nachtkastje staat een spuitbus en er ligt een vliegenmepper naast. Uit het bed klinken slaapgeluiden, gesmak, wat gesnurk, gezucht en….gezoem om het hoofd heen. Ineens zit het jongetje rechtop, pakt de vliegenmepper en begint wild om zich heen te slaan. Reinhard houdt niet van kleine beesten in het algemeen en zeker niet van prikkende muggen in het bijzonder. De kinderen van onze groepen zitten ademloos te kijken. Ziezo. De eerste verwondering is binnen, het eerste kringgesprek ook. Het project kleine beestjes is een feit. Met mijn gouden duo hebben we fantastische projecten neergezet en dit was er een van. Reinhard wordt op een gegeven moment bezocht door een libelle die hem meeneemt naar de wereld van de insecten. Ook nagebouwd in een andere hoek van het robbeneiland, met een halve koepeltent, een camouflagenet en met echt zand op de grond. Iedere week beleeft hij daar een nieuw avontuur. Natuurlijk komt hij tot inkeer en is er een ‘eind goed, al goed’. Kleine beesten hebben een boeiend leven en als je die eenmaal kent, dan keer je elke kever, die op zijn rug ligt te spartelen, in het vervolg om.

Opgegroeid met de klassiekers als Erik of het klein insectenboek en Alice in Wonderland wil je een dergelijke beleving alleen maar delen om de kinderziel op eenzelfde wijze te voeden. Die rijkdom nemen ze je nooit meer af.

Buiten is de duif aan het koeren en wacht op antwoord. Straks moet ik vroeg in de benen, want ik wordt om half elf bij de teststraat verwacht. Even met de neus in de frisse wind. De zorgen zijn om vriendin van zoonlief, die gisterenavond benauwder werd. Ben benieuwd of het nog is toegenomen.

Het belooft een mooie dag te worden. De ochtenden zijn fris, maar zo helder. Gisteren belde zuslief. Of ik een keer tante Til wilde spelen op een kinderdagverblijf, waar veel met voorgedrukte werkjes wordt gewerkt. Ik krijg er bedenktijd voor en hoe meer ik erover nadenk, hoe meer het begint te bruisen en te kriebelen allemaal. Verbazingwekkend hoe snel alles een beetje wegzakt in een diepe winterslaap. Hulp is hard nodig, want als mensen ‘bah, dat is vies’ tegen een kind gaan roepen, als het met de hand naar een penseel in de verfpot wil gaan, gaat er iets niet helemaal goed. Dat was het verhaal wat er bij hoorde. Eerst even sfeer proeven, had ik bedacht en dan pas ja zeggen.

Daarna ging ik aan het worstelen met een knolselderij en het verbaasde me dat ik die, sinds de soepen van mijn moeder vroeger, eigenlijk nooit meer zelf had gebruikt. Het moest met een prei en de aardappelen in een Ierse Stew, volgens het recept. Voortaan maak ik er alleen nog maar soep van, want het smakeloze prutje was met geen tien vaten peper meer op smaak te brengen, zo ouderwets doorgekookt was het. Een keertje Ierland in de herhaling maar dan met een lekker vegetarisch recept van mijn geëmigreerde en inmiddels Ierse neef en zijn vrouw, beloofde ik mezelf. Stoven maakt alléén de rauwe bonen zoet.

‘In 80 dagen de wereld rond’ brengt me naar Ierland. Op papier een impressie van het late werk van Sean Scully en in de kom: Irish vegetarian stew. Het recept laat ik achterwege. Ierland gaat later nog een keer in de herhaling. 😉

Uncategorized

Een parel voor een herinnering

De hemel spreidde goud over de daken van de huizen, strooide spikkels in het rond, zette de boom in vuur en vlam. Hoe later in het seizoen hoe meer zonsopgang ik krijg. Een mooi begin van de dag.

Veel apps in de familie over en weer om iedereen maar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Ze zijn goed ziek maar kunnen nog altijd zich verbinden met de buitenwereld. Ik vermoed dat ik er doorheen aan het fietsen ben, tot nu toe geen spoor van symptomen en morgen testen.

Gisteren in het kader van de oneindige sluipvoeten, waarmee de tijd zich voortbeweegt, besloot ik beneden de boel maar eens op de schop te gooien en grondig te stofzuigen. Poes Pluis is haar winterjas plukken bij beetjes aan het uittrekken. Het vergt nogal wat geduld en schoon raggen met alleen de slang en niet het brede mondstuk. Deuren wagenwijd open, trui en sjaal uitgegooid, tijd voor een grote schoonmaak. Ze vluchtte naar het balkon, waar ze zich uitgestrekt en tevreden om en om rolde in het zand, dat er lag, ondanks het geveeg van van de week. Poes zorgt voor wederkerende noodzakelijkheden. Het geeft een goed gevoel als de boel naar behoren is opgefrist. Als ik in het geheugen graaf, zie ik die grote schoonmaak van thuis voor me. De kleden, de mattenkloppers, de emmers met sop en de boender om te schuieren en dat alles in die kleine stadstuin. Alle ramen open en veel bedrijvigheid. Wij moesten óf kloppen óf niet voor de voeten lopen.

Over herinneren gesproken. In het boek van Bernlef: ‘Help me herinneren’ staan mooie parels van verhalen. Een heeft de titel: ‘Herinnerde winkels’, dat prachtig begint met een herinnering aan een ontmoeting van een man met zijn moeder. Een sterk vermagerde vrouw in een ziekenhuisbed, met een glimlach, die van heel ver kwam, een onpeilbare diepte in de lege blik. Daarbij merkte hij op: ‘Als ogen de spiegels van de ziel zijn, dan was die van haar al verdwenen. ‘Ze was alleen nog maar buitenkant’.

Als zijn zus hem verteld dat hun geboortestad niet meer te herkennen was, zo veranderd als het was in die vijftien jaar dat hij in het buitenland zat , bezoekt hij die plek de volgende dag. Met de herinneringen die hij naar boven lepelt komen die van mij aan heel vroeger ook weer haarscherp boven. Aan het eind van onze straat zat net zo’n slager, als die de man beschrijft. Het rook er altijd lekker, naar metworst. Kinderogen die tegen grote hangende karkassen aankijken en er bijna onderdoor kunnen lopen. Het beeld roept nu een associatie met het werk van Berlinde de Bruyckere naar boven. Ernaast was de groentenman, om de hoek verder de straat in het kleine pand van De Gruyter, waar de versgebrande koffiegeur je al bij de entree tegemoet kwam en waar je allerlei spannende handelingen mocht verrichten, zoals het malen van de bonen. De melkboer en de bakker kwamen met hun karren door de straat. Bij de melkboer mochten we de melk zelf tappen, spannend om het witte spul achter het glas te zien verdwijnen als het in je kannetje stroomde.

In de straat van de man waren de winkels vervangen door andere ondernemers. Turkse winkels met glanzende broden, de groentenman met zijn leger aan gevulde in- en uitheemse groentenkisten voor de etalage. En hij realiseerde zich dat er in de hoofden van de voorbijgangers ook herinneringen moesten dwalen, aan plaatsen waar hij nooit geweest was, maar die even echt en dierbaar waren als zijn oude slagerij of de melkboer.

Zijn mopperende zus wilde geen verandering aanvaarden en hij begreep dat ze in die vijftien jaar voorgoed uit elkaar waren gegroeid. Toen zijn moeder in haar slaap overleed vloog hij direct terug naar wat nu definitief zijn Thuis was. Een parel voor een herinnering.

In 80 dagen de wereld rond brengt me de grens over naar België. Op papier komt een impressie naar de door mij zeer bewonderde Michaël Borremans. Op het bord ligt:

Gegrilde asperges in mousselinesaus

1 kg witte asperges/2 el pijnboompitten, geroosterd/bosje waterkers/olijfolie/peper en zout

Schil de asperges en verwijder de houtachtige onderkant.
Hussel ze door wat olijfolie en kruid met peper en zout. Gril ze zo’n 10 minuten in de grillpan. Keer regelmatig om.

Meng het citroensap onder de drie dooiers. Kruid met peper en zout.
Voeg een scheutje water toe en klop schuimig op een laag vuurtje.
Voeg de klontjes koude boter al kloppend toe. Roer er de dille onder en breng op smaak met peper en zout. Verdeel de asperges over de borden. Giet er de mousselinesaus over en werk af met de pijnboompitten en de waterkers.

Uncategorized

De tere bloei

Twee dromen waar, bij het ontwaken, onmiddellijk weer naar terugverlangd werd. Door de laatste droom kwam de realiteit alweer een beetje rondspoken. Vaag herinnerde ik me te moeten appen en vragen hoe iedereen de nacht was doorgekomen. In de droom was het een volstrekt belachelijke vraag, maar in de ontwaakte nuchterheid van de dag de enige belangrijke. Even het kroost checken. Vriendin van zoonlief is er pittig aan toe. ‘Alsof er vier vrachtwagens over me heen zijn gereden’. Dat gevoel kende ik. Hetzelfde gevoel als drie jaar geleden toen ik een week lang aanvallen van Angina Pectoris had. Gelukkig zorgde zoonlief liefdevol voor haar.

Terwijl ik bezig was de informatie op te hengelen, dreef de grijze stad binnen. Een duidelijke scheidslijn in de lucht splitste op in helder licht en inktblauw/grijs en kwam steeds naderbij. Adembenemend schouwspel met het silhouet van de takken als filigrain. Als de tijd verder tikt, trekt zij zich als eb weer terug en het licht overwint, plukken wattenwolk met hier en daar de zon.

Er werd gebeld in de middag, dwars door de rode gloed van de gesloten ogen , omdat het gezicht geheven naar de zon, om wat warmte hunkerde. Beneden bleek vriendinlief in haar scootmobiel te staan. Ze vroeg me de deur te openen, want ze wilde iets laten bezorgen door drie kleine stadsnimfen, die aan het spelen waren op de stoep. Een poosje later keken drie paar bruine ogen me afwachtend aan en ik gebaarde achter de dichte deur, dat ze het maar op de grond moesten leggen. De drie koninginnen kwamen hun goede gaven brengen. De eerste legde de tulpen neer, de tweede, een plastic bak met zomerkoninkjes en de derde een zakje met zoete zwarte zaligheid. Aarzelend zwaaiden ze naar mijn opgestoken duim en holden allesbehalve koninklijk giebelend terug. Terwijl ik over de galerij hing, bedankte ik lieve vriendin, die wist wat eenzaamheid en dreiging met een mens kon doen. Een zalvend opkikkertje kon ik wel gebruiken. Lachend gaf ze gas en stoof verder de wereld in.

Later bracht dochterlief de boodschappen voor de gerechten van vandaag en morgen. Met een VN erbij, super. Leesvoer om de leeshonger te stillen. Jana Beranova schrijft over haar verzameling het volgende prachtig stukje proza geschreven over haar Boekenschat, tevens de titel. Zij schreef: Als ik wakker word wrijf/ik eerst een paar boeken/uit mijn ogen, slalom dan/tussen wankele leestorens/de trap af naar de kamer/ waar de boeken samen-/troepen. (…) De rest van het stuk beschrijft ook haar haat/liefde verhouding met die keur aan boeken. Iets wat ik niet zo heb, maar wel herken. Het blijven toegestane stofnesten, de wereld vol boekenwurmen en bij een enkele papiersoort, pas invité, brutale zilvervisjes. Een ander gedicht, voor deze, herbergt het volgende dualisme tussen berusting en genot: Een dreigende injectienaald/jaagt mij de stuipen op het lijf/het is mijn pen met een punt vol gif/ (…) Poëzie is een pennenstreek/waarvan de inkt nooit verbleekt.(…) Als troost wil ik haar toeroepen: ‘In de ban van het woord strompelen wij voort, maar plukken ook de vruchten. Pennevruchten’. En zolang de nacht luchten vol inkt op ons af laat drijven is het onbeschreven blad verlangen of verleden.

Gisteren op het balkon stond mijn dertigjaar oude, verweerde, boddhisatva in zijn nis met op de achtergrond een zee aan bloemen, waar de zon uitbundig haar stralen doorfilterde. Geen mooiere omlijsting dan dit. Een week geleden liep ik een eindje op met de benedenbuuf die me te kennen gaf dat die hoge takken ’s middags zouden worden gesnoeid. Ik reageerde verschrikt en ze was verbaasd dat ik juist dat groen zo’n verademing vond en nu in bloei helemaal. Opgelucht en blij vervolgde ze haar weg met de telefoon in haar hand om in allerijl de afspraak af te bellen. In stilte dankte ik de kleine stille beeltenis voor deze samenloop van omstandigheden. Warm wiegde de zon de tere bloei.

In 80 dagen de wereld rond bracht me naar Macedonië, met op papier een indruk van mijn Macedonische kostuum, toen ik bij Cioful danste en in de kom Gigantes Plaki sto Fourno.

400-500 gram gigantes (Griekse witte reuzebonen uit de pot)2 teentjes knoflook1 grote witte ui1 blikje tomatenpuree (klein)2 blikken hele tomaten (400 gram per blik)1/2 theelepel kaneel1 theelepel oregano(gedroogd) 1 bosje verse peterselieolijfoliechilivlokken (naar smaak)peper en zout

Snipper de ui fijn en hak de gepelde knoflooktenen in kleine stukjes fijn. Als je een keukenmachine hebt kun je ook hier de ui en knoflook tegelijk indoen. Zorg dat het mooi fijn gesneden is.Zet een pan op het vuur met een paar scheutjes olijfolie en doe de ui en knoflook erbij. Laat dit op laag vuur ongeveer 10 minuten aanfruiten totdat de ui glazig is geworden. Laat de ui niet bruin worden.Doe nu de tomatenpuree erbij, dit zal ongeveer twee á drie eetlepels zijn en roer dit door het ui-knoflook-mengsel. Nu kunnen ook de tomaten uit blik erbij, de peterselie, kaneel en oregano. Laat dit 5 minuten pruttelen. Als je een lichtpikante saus wilt hebben kun je nu ook de gemalen chilivlokken erbij doen. Breng het geheel op smaak met zout en peper. De bonen mogen nu ook bij de saus om enkele minuten mee te pruttelen.

Doe de griekse bonen met de saus in een passende ovenschaal en zet het gerecht in de oven. Laat het ongeveer een uur bakken in de voorverwarmde oven op 200 graden. Strooi eventueel wat verkruimelde feta over de gigantes en nog wat fijngehakte peterselie tot een lekker korstje. Kali orexi, eet smakelijk

Uncategorized

Scheppingsdrang

De vermoeidheid van de vorige nacht of het geluier van de dag gaf deze nacht als beloning een droomloze lange slaap. Tenminste, ik werd wakker zonder beeld van wat zich achter de geloken ogen zou hebben kunnen afspelen. Mijn eerste app is voor de jongens. Is alles nog in orde. Niet zieker geworden? Meervoud, ja, want gister bleek dat de oudste zoon eveneens was overvallen door corona, net als zijn buurman. Via een vriend wiens hele familie het bleek te hebben.

Macedonisch kostuum, Cioful

Hier neem ik nog geen symptomen waar. Ik hoest al vanaf januari als te doen gebruikelijk voor oude uitgelubberde longen, maar verder is er geen koorts, geen spierpijn, geen hoofdpijn. Oudste zoon vond een voordeel dat hij nu eens kon inschatten hoe het is om zonder reuk en smaak rond te lopen en wist nu wat ik sinds de puffers als normaal ervaar. Maar daar had hij het niet voor op hoeven lopen. Vriendin van jongste zoon heeft het nu ook, wat te verwachten was op die 20 vierkante meter. Enfin, de buurtsuper bracht de boodschappen en de inventiviteit bracht me van Portugal naar Macedonië, omdat ik dan de basis van de witte bonenpot in tomatensaus van gisteren kan omvormen tot een ‘Gigantes Plaki sto fourno’. Op de cadans van Macedonische muziek, de opzwepende tapan en de zurla staan de witte bonen in no time te pruttelen onder hun korstje van feta. Ik kan er zelfs nog het Macedonsco Devojce bij zingen, omdat de woorden in het geheugen gegrift staan. Aan het bijbehorende dansje waag ik me niet, uit respect voor de knie.

De tijd staat stil. De kranten brengen buitenaards nieuws evenals de andere media. Als je op een grens vertoeft van het buitenleven, keer je vanzelf in. Niets is interessant genoeg om langer vast te houden, als je zelf alles los moet laten. Het is niet de eerste keer, deze quarantaine. In het begin van de pandemie heb ik me tot juni steevast aan een vrijwillige gehouden. Een opgelegde isolatie is anders. Van alle kanten schiet de hulp toe. Dochterlief, breedlachend achter haar witte mondkap, haalde gisteren de krant op. De bonenschotel was zo klaar en heerlijk.

https://www.npostart.nl/man-en-kunst/20-04-2021/AT_2156583

Alsof het zo moest zijn is er de hele week Man en Kunst ter meerdere eer en glorie van mijn honger naar nieuwe creatieve prikkels. De aimabele Lucas De Man presenteert in deze Nationale Museumweek iedere avond een kunstenaar. Gisteren was dat Paula Modernsohn-Becker, een van de weinige vrouwen die woonde in het kunstenaarsdorp Worpswede. Ze trouwde met de oprichter ervan , de kunstenaar Otto Modernsohn. Ze is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vroege Expressionisme. Lucas zet een mooi portret van haar neer, als hij een inkijk geeft in de woning met atelier. Haar schilderijen zijn met een vlugge penseelstreek van een ontroerende eenvoud, ook wilde ze het lichaam, het functionele naakt van de vrouw, laten zien. Helaas overleed ze al op 31 jarige leeftijd na de geboorte van haar dochter aan een embolie. De overlevering wil dat het laatste woord dat ze sprak ‘Schade’ (jammer) was. Ze had al meer dan 1000 werken gemaakt, en ze had er nog veel meer willen maken.

Met nog vier uitzendingen voor de boeg is er iets om aan te laven, anders dan mijn zelfopgelegde reizen. Om te genieten van de beeldende intentie van een ander kan het me niet stil genoeg zijn. Zo vallen alle stukjes van de puzzel op haar plek. Eerst uitgebreid het werk van deze bewonderendswaardige vrouw opzoeken, een pionier binnen het mannenbolwerk rond 1900 en wie weet wat ze allemaal los weet te maken in mijn eigen scheppingsdrang.

In 80 dagen de wereld rond bracht me dus naar Portugal. Met op papier: Maria Inéz Camona Ribeiro de Fonseca en op het bord: Arroz de Feijao onder de link.

Recept: Arroz de Feijão

Uncategorized

Voldoende voeding

Ondertussen zijn de alarmbellen hier thuis ook afgegaan. Zoonlief voelde zich gisteren niet lekker en ging vanaf de avond bij vriendin slapen, had wel een test gedaan. Vanmorgen kreeg hij de uitslag. Positief. In een oogwenk stond alles, wat er aan zekerheid speelde, op z’n kop. Het blijkt dat ik nu ook in quarantaine moet en na vijf dagen een test moet laten doen. Zover zijn we nog niet, maar dat krijgen we zo via de GGD en hun contactonderzoek te horen, seint dochter in. Samen met Pluis in huis en zoonlief zit met vriendin in haar studiootje.

Hoe komt de krant boven, hoe reis ik nu in 80 dagen de wereld rond. Adem in, adem uit. Als ik getest ben en er is niets aan de hand mag ik na tien dagen weer naar buiten. Ik loop wel de prik mis en de aannemer kan ook beter niet komen voor de lekkage boven. Mazzel ik er doorheen of ben ik de pineut. Vannacht lag ik al tijden wakker met wat…als-gedachten over zoon, nu kunnen er een aantal bij.

De boodschappen zijn besteld en die komen ze aan de deur brengen. Ik stof de hometrainer maar vast af. Er ligt gelukkig nog wat werk te wachten, vijf kinderboeken te lezen en een verhaal over de geschiedenis van Nieuwegein te schrijven. Dat breekt de dag. Verder zijn jullie er allemaal om tegen aan te kletsen, dat maakt het wat minder eenzaam. Wat ik heel erg vind, is dat ik het afscheid van de grote kleine man moet missen. Gelukkig heeft men het stukje over hem doorgestuurd naar de familie. Dat verzacht.

Duimen draaien, poetsen, opruimen(de allerlaatste klus) het zal wel lukken. De krant wordt door dochterlief boven in de bus gegooid.

Ik lees het gedicht ‘De Jas van Wim Brands’ en ontdek dat het in een artikel staat van zijn hand in een oud nummer uit 2007 van Het Hollands Maandblad. Hij schrijft daar over zijn ouders, de ruzies die zij altijd hadden en noemt zijn vader ‘De vallende man’, omdat hij aan epilepsie leed en daar nooit voor uit wilde komen. Hij noemde het ‘kwetsen’ dat zijn ouders elkaar aandeden, een vorm van intimiteit, die hij door hen ontdekt had. Op het laatst zweeg zijn vader, hij zei alleen het hoognodige nog en praatte slechts tegen zijn vader, als die hem afsnauwde. Dit beeld wat geschetst werd, zet het gedicht in een ander licht, vooral als je weet dat de vader ongeliefd door het leven ging. Wim Brands, de zoon, merkte op: ‘Om van iemand te houden zal er toch eerst iemand van jou moeten houden’. Zo schrijnend, zo eenzaam ook.

De jas door Wim Brands

Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud.
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven dromen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
‘Waar ga je heen?’ ‘Nergens heen.’
‘Dan gaan we dezelfde kant op.’

Het gedicht ‘De Jas’ komt zo in een ander licht te staan en het verbaast me telkens weer en ook weer niet, dat de betekenis van het woord alles te maken heeft met de ervaringswereld en het gevoelsleven. De wetenschap over de verhouding tussen hem en zijn vader en moeder scherpt de zinnen, de woorden. In eerste instantie dacht ik liefde tussen die twee te voelen, maar de herkenning is van een heel andere aard.

Beiden hebben een identieke uitweg uit het leven gekozen. Inderdaad. Ze gingen dezelfde kant op. Indrukwekkend. Er is een film van De jas gemaakt door Véras Fawaz , die uitgezonden werd in de nieuwe boekenserie van de VPRO: ‘Een brommer op zee’. De uitzending was nog wat onwennig, maar zolang er dit soort parels tussen zitten is er voldoende voeding.

In 80 dagen de wereld rond kwam ik uit bij Denemarkenen het kostte me een tijdje voor ik een geschkt vegetarisch gerecht had gevonden. De balletjes zijn derhalve met Vegan gehakt gemaakt. De bieten met cranberrycompote zijn een aanrader. Op papier kwam ik uit bij Michael Ancher.

500 gr vegangehakt/1 middelgroot ei/4 el panko Japans paneermeel/1 tl gemalen nootmuskaat/½ tl gemalen kruidnagel*/1 tl zout/3 el arachideolie/400 g geraspte bietjes/4 el cranberrycompote/300 g/salademix

Breng een pan ruim water aan de kook. Voeg de krieltjes met eventueel zout toe en kook in 13 min. gaar. 2 Maak ondertussen de sjalotten schoon en snijd fijn. Doe de helft van de sjalot met het gehakt, ei, de panko, nootmuskaat, kruidnagel, peper en 1 tl zout in een kom. Kneed goed. 3 Vorm met vochtige handen 16 gehaktballen ter grootte van een golfbal en druk ze een beetje plat (frikadeller). 4 Verhit de olie in de grote koekenpan en bak de ballen in 10 min. op middelhoog vuur gaar. Keer halverwege. Meng ondertussen de bietjes met de cranberrycompote en bestrooi met peper en eventueel zout. 5 Giet voor de aardappelhuts de krieltjes af en stamp met de pureestamper grof samen met de salademix en de rest van de sjalot. Breng op smaak met peper en eventueel zout. 6 Verdeel de frikadeller, aardappelhuts en bietjes over de borden. Lekker met extra cranberrycompote.

Uncategorized

Tot volle wasdom te brengen

Er staat een stok in een van de tuinen vooraan op het complex. Nu staan er wel meer stokken, maar deze heeft een bijzondere toevoeging. Er is een zwarte lap omheen gestrikt. Eronder hangt de tekst van een rouwkaart. Vorige week zondag stond hij nog te spitten in zijn tuin, die hij met liefde en toewijding verzorgde. Veel groenten, waaronder veel Surinaamse soorten en volop bloemen, die uitbundig een idylisch plaatje maakten van het huisje met de grote kas. Woensdag positief getest en vrijdag overleden. Zo snel als een windvlaag.

Op de tuin zijn er een aantal dingen nooit veranderd. Als je er opkwam dan wist je waar iedereen zo’n beetje verscholen zat of mee bezig was. Als je deze buurman niet aantrof op zijn erf, dan was hij bezig in zijn kas. Hij was de constante factor, die mee verhuisde van de oude tuin naar deze nieuwe. Tijd werd zichtbaar in een enkele rimpel erbij, maar de grote brede lach en het aimabele woord bleven altijd hetzelfde. Soms kreeg je een bosje van het een of ander en vaak stond hij voorovergebogen in de aarde te wroeten of zijn bonen te inspecteren. Hij was een echte ‘tuin’man. Het was zijn lust en zijn leven. En nu rijdt hij aanstaande donderdag nog een maal langs om ons afscheid te laten nemen. Het laatste woord is aan de tuin.

Er zijn veel vragen, maar ik stel ze niet. Er is verdriet, diep van binnen, omdat hij nog zo vol van leven was. De twee mannen aan de overkant maken een gebaar van ‘Tsja, zo is het leven. Je kan er niets aan veranderen’. Ze zijn ook aangedaan. Deze twee behoren eveneens tot de vaste kern van deze tuin. Ze zijn de onveranderlijkheid te midden van de seizoenen. Als ik thuis kom, zit er in de mail de brief met de aankondiging en een link met een filmpje van deze trouwe tuinder. Daar vertelt hij liefdevol, lachend en levend over zijn grote passie. En roemt de hulp van zijn vrouw. Hij plant en zij oogst en zo hebben ze het altijd gedaan, jaar en dag. Straks zal de oogst maar mager zijn, maar alles wat groeit en bloeit is een hommage aan deze grote kleine man. De tuin is het monument dat hij eervol verdient.

Zo was het een dubbel gevoel, deze week van slecht-nieuws-berichten. ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’, zei men vroeger. Daar tegenover de uitbundige voorjaarszon, de aanwassende warmte, de bomen in volle bloei. Ik zit op een krukje en splits de scherven die ooit uit de grond zijn gekomen. Grof aardewerk, fijn porselein, witte aardewerken pijpjes met hun stelen. Een werkje van niets, maar troostgevend. De vijg krijgt haar eigen plek in het perk schuin achter het atelier. Eigenlijk is ze te zwaar, maar met moed, beleid en doorzettingsvermogen zwoeg ik haar naar het stekkie, waar de onbeholpen kuil op haar wacht. Twee emmers met slootwater gaan erin en dan de kluit zelf. Ziezo, bloei en groei maar, lieve vijg. Tijd om naar huis te gaan na nog wat streken op een doek.

Het schokkende nieuws over de tuinman hoorde ik een paar tuinen verderop van de drijvende kracht achter de schermen. De andere problemen die gedeeld worden, te hoge bomen, aanloop van nieuw volk op de wachtlijst, verbleken bij dit nieuws. Een zwarte sluier over een mooie dag. Terwijl ik terugloop naar de auto sta ik stil bij de stok met de zwarte lap in zijn tuin en groet de grote kleine man in gedachten, omdat het fijn was om de bescheidenheid en zijn enthousiasme in hem te kennen en hem onverstoorbaar bezig te zien een tuin, het leven, tot volle wasdom te brengen.

In 80 dagen de wereld rond ging naar de Oekraïne. Op papier kwam een impressie van Nikolai Prokopenko en in de kom een mintsoep.

Uncategorized

Als een voile

Op facebook zet vriendinlief een gedicht neer die in de kalender staat bij april en onmiddellijk vul ik, ondanks het bijbehorende plaatje mijn eigen beeld in van uitbottende takken hoog op de stam, waarvan de voet in het woest opspattende zilte water staat, omdat de sappen in de stammen zich ineens herinneren wie ze waren nog voor de bijl hun onheil sloeg. Het gedicht is van Mariet Lems en het heet:

Droom in Zeeland

Stel je voor/dat al die stramme stammen/die in hun tweede leven/strandpaal heten/zich plotseling herinneren/wie ze waren/

doodstil staan en uitlopen

na eeuwen/tussen de duinen en de zee/wuivende groene kruinen, wit/van de stil gewiegde meeuwen/de zee wenken en dan/wie het hardst/ruisen kan.

Hoe het woord voedt.

Ondertussen was het boek ‘Verdriet is het ding met Veren’ van Max Porter mijn leven binnen gegleden en nam in het kielzog Ted Hughes, Sylvia Platt, Connie Palmen en last but nog least Emily Dickinson mee: ‘Hope is a thing with feathers’. Het is een dun, maar indringend relaas van het verdriet van een vader en zijn twee zonen om de te vroeg gestorven vrouw en moeder. Ademloos in een uurtje uitgelezen en het staat op de nominatie om te herlezen en te herlezen en te herlezen tot het verdriet en de verwerking ervan zich meester heeft gemaakt van de meest aardse belevingen. Hij zegt ergens: ‘Het leven weer oppakken, als concept, is iets voor stommelingen, want ieder verstandig mens weet dat rouw een langetermijnproject is. Ik weiger me te overhaasten. Laat niemand het wagen het verdriet dat ons is overkomen te vertragen of versnellen of te helen’.

Het is zo waar, dit. Het gaat over liefde, die in de lucht blijft hangen, zoete lucht om in te ademen, die doordrenkt, aanwast en sterker wordt, naarmate het gemis schrijnend langer duurt. Het moet niet zijn dat rouw een bepaalde periode bestrijkt, maar dat het een vaste plek krijgt om het te omarmen wanneer dat nodig is. Na het zien van een gierzwaluw, een buizerd, een klein wit donsveertje, omdat de pijn er mag zijn, als zoete of zoute pijn, als schrijnen, als verdriet dat schuurt, als berusting en vertrouwen, of als het leven zelf, kabbelend of heftig.

Een ding met veren, kraai, die de nacht als een veer op je kussen legt. Ook dit beeld is zo helder en zo indringend. Verdriet, rouw en liefde wandelen hand in hand en worden afgewisseld met aardse banaliteiten. Ooit vroeg ik mij af hoe mijn relatief jonge kinderen hun vaderverlies zouden dragen, smoorde de angst om hun kwetsbaarheid mijn hart, liet mij praten en hen praten en spookten de gedachten inderdaad als een kwaaie geest door het hoofd. Kraai neemt in het boek de rol van de kracht over en verjaagt alles wat kwaadwillend is, al is hij zelf niet zuinig met het verpakken van geleden leed in een confrontatie. Toch helpt het als je het hoofd stoot en terugvalt om daarna weer op te krabbelen en sterker een nieuwe weg in te slaan.

Iedereen met een nabij verlies zal de intentie van dit boek voelen, zich herkennen in de flarden aan gedachten, ineen storten, de rug rechten, opnieuw de strijd aangaan. Rouw laat zich niet kisten, maar waart rond om een weg te vinden, waarmee te leven valt. Rouw in liefde en met hoop, want wat gebeurt is dat de zwaarte van het verdriet lichter wordt maar onmiskenbaar altijd aanwezig blijft. Omfloerst en teer en daarmee kwetsbaar. Als een voile.

‘In 80 dagen de wereld rond’ gaf een inkijkje in de keuken van de Galapagos-eilanden. In dit visrijke gebied was het geen sinecure om een vegetarische gerecht te vinden. Niet makkelijk te maken, iets wat ik wel probeerde na een dag op de tuin. Op papier: Een impressie naar Perryart. Op het bord: Llapingachos

Uncategorized

Lang leve de herinneringen

De eerste keer dat ik vanuit een citaat uit de vijf dagboeken van onze moeder begon te schrijven was in de maand april 2011. Vandaag is het precies 31 jaar geleden, dat ze onverwacht uit ons leven verdween.

De allereerste blog in deze serie begon zo:

26 april 2011: Dit blog schrijf ik naar aanleiding van de dagboeken van mijn moeder. Die ben ik aan het uitschrijven voor de hele familie, zodat alle nichten en neven een beeld krijgen van de tijd, waarin hun vaders en moeders nog kinderen waren. Elke dag heb ik een titel gegeven, die voorkomt uit het stuk wat ze heeft geschreven op de datum van het betreffende jaar en die opvallend is. Opvallend, omdat de titels lekker ouderwets klinken of omdat ze een bepaalde sfeer weergeven, opvallend ook omdat het mooie klankvolle woorden zijn of hout snijden. Soms met humor en soms met een traan. Het leven dus.

Ik begin bij De glazen vaat om vanaf dat moment bij inspiratie aan zo’n titel mijn persoonlijke mening of beleving te koppelen:

Op Woensdag 5 februari schreef mijn moeder in haar dagboek: ‘(…) Pa om 9 uur, ‘Heb je koffie’. ‘Als je zo gaat lopen, zet ik ze’. ‘Ik wordt toch gehaald?’. ‘Nee, ’t is woensdag’. Dat hadden we gisteravond nog uitgelegd, maar hij is het toch snel weer vergeten. De glazen vaat, 2 wassen, de glazen en de kopjeskast weer op  orde. Spul in de kelder. Bietjes uit de vries, 1 hamlapje ook. Ton kwam de map halen.(…)’

Een doorschijnende vaat, denk ik dan. Prachtige wijnglazen met een verschraald beetje vin blanc, die de eerste zonnestralen vangen op het aanrechtblad, een gebroken regenboog tot gevolg. De glazen slakom, waar nog een gelig ijsbergslablaadje als een gedrapeerde rok aan de wand zit gekleefd, de robuuste limonadeglazen van zoonlief, die het ook heel goed zouden doen als bloemenvaas pur sang. Ze staan op het keukenblad aan de linkerkant te wachten tot ik een aanval van werklust krijg en ze al mijmerend en filosoferend af zal wassen en na zal spoelen om daarna alles voorzichtig glanzend droog te wrijven met een verse schone theedoek.  De vaat als beleving, als moment en als meditatie. Het rustpunt in de hectiek van het dagelijks bestaan, dat is dit werk voor mij. De handen in het warme water, het hoofd deels bij de handeling en deels dromend ver weg. Dat zou op dit ogenblik mijn glazen vaat zijn.

Een hele andere, dan die glazen vaat van mijn moeder in 1986. Dat waren de hoge dunne limonade glazen, de borrel-en de  advocaatglaasjes, waarin de lepeltjes nog staan met een geelwit randje van de slagroom, de smalle hoge wijnglazen, waarin de pepsels hebben gezeten, de arcopal theeglazen met bolle buikjes, niet kapot te krijgen….en waarschijnlijk ook wat bierglazen met een of andere opdruk, omdat die geschonken waren bij de aanschaf van het een of andere artikel of gewonnen tijdens de bingoavonden van de voetbalclub DSO. De lepeltjes in de advocaatglaasjes, waar de tantes genietend en smakkend de laatste restjes uit konden schrapen. Dezelfde room waar wij stiekem van te voren in de keuken al een vinger langs hadden gehaald, waren van een ragfijn zwarterig zilver, ongepoetst uit de doos van oma, of van Silmeta, het zilver voor de armen.

De glazen vaat in wording

Deze vaat werd vaak zingend gedaan vroeger, twee of driestemmig. Het repertoire bestond uit ‘Het karretje op de zandweg reed en ‘In het groene dal, in ’t stille dal’ en als we heel goed geluimd waren, kwam daar nog het ‘Piu non si trovano’ achteraan. Ja, de vaat, de glazen vaat maar ook al die andere vaten leverden mooie herinneringen op, ondanks dat het wel eens afzien was, een vaat van dertien personen met de de nodige potten en pannen. Het was in ieder geval hét moment om de woordenwisselingen te beslechten en de zangtechnieken adequaat bij te schaven!

Voor mij geen bonkende en zwoegende afwasmachine, maar gewoon, handwerk, met aandacht en liefde, een eerlijke arbeid en daardoor een langzaam uitstervende bezigheid. Lang leve de vaat en lang leve de herinneringen.

In de rubriek: In 80 dagen de wereld rond vertoefde ik in Irian Jaya. Op papier een impressie van Johanna Syufi met haar kind op de arm bij de kliniek in Senopi, West Papoea, op het bord Urap Urap

Uncategorized

Betekenis kent geen dik of dun

De hoogste tijd om mijn zussen weer te zien en te spreken, de jongste is nog altijd niet met pensioen en moet het, spijtig genoeg, af laten weten. ‘Je hebt martelaren en apostelen’, hield onze moeder ons vroeger voor. Dit was er een duidelijk staaltje van. Amersfoort zonder het winkelgebied bleek een uitverkoren stad en als je bij de Koppelpoort begon, was je verzekerd van een stukje middeleeuws Amersfoort met hier en daar moderne accenten.

We trapten af met een broodje oude kaas bij een ambachtelijke bakker en koffie to go. In het zonnetje, tegenover het Flehitemuseum op een bankje was het heerlijk genieten, uitzicht op de twee lichtgroene treurwilgen die de aanblik van het museum, met een zwaarmoedig zwart blok van Armando ervoor en het vriendelijke wijkje erachter, vrolijk opfleurden. De poort stond er eenzaam en gesloten bij, net als het museum zelf.

Die morgen had vriendinlief op Facebook het toevallig over de Koppelpoort gehad, omdat daar de Volmolen was gehuisvest. Een ouderwetse katoendrukkerij. Bij het langslopen ontdekten we een etalage waarachter een vrouw in kwestie bezig was met het printen middels de stempels. Hoe kwam ik aan die mazzel en wat zou een mens er weer graag onbezorgd naar binnen willen lopen om al het moois van dichtbij te zien. ‘Van de zomer beginnen de workshops weer’, lonkte het opschrift bij het raam.

Terwijl de zussen er de pas in hadden en ik als altijd er wat achteraan kwam, wees zuslief op de wilde kardinaalsmuts en het lenteklokje en verbaasde ik me over het feit dat ik ze niet echt kende. Het wandelen ging goed, de knie hield zich steeds beter, maar omdat het hochie op en hochie af was, hoorde ik het amechtig raspen daarbinnen. ‘Wen d’r maar an’.

Tussen al het oud flitsten de gedachten telkens naar het slechte nieuws van die ochtend. Een geliefd mens waar ik al mijn hele leven mee oploop, we zien elkaar bij vlagen, zussen in zinsverband, heeft te horen gekregen dat er sprake is van kanker met ernstige uitzaaiingen. Wat een half jaar geleden was begonnen met een zeurderige pijn in de buik, had zich als een razende ontpopt tot iets van onbegrijpelijke omvang. Er rest nog een chemo om tijd te rekken, maar dat is het dan. Waarmee alles weer in perspectief werd getrokken. Er bestaat naast corona nog altijd al dat andere verdriet. Droeve onwenselijk ontwikkelingen en de manier waarop ook onmenselijk.

Het is de natuur die afleidt, een plantenbak, een plaatje aan de muur een torenspits met een gouden zeilboot als windvaan en natuurlijk het lieve gezelschap van mijn bloedeigen zussen. Amersfoort is een aanrader en zolang je buiten het winkelgebied loopt, heerst er rust, hier en daar een wandelaar, wat mensen op een bank en wat alleengangers met een hond.

Vanmorgen kwam ik door de krant op het spoor van het boek ‘Grief is that thing with feathers’ van Max Porter. Het is vertaald als ‘Verdriet is het ding met veren’. Het moest natuurlijk zo zijn, bij dit nieuwe verdriet. Porter schreef een boek over een vader en twee zoontjes die hun vrouw en moeder verliezen en hun rouw verwerken met behulp van een reusachtige pratende kraai. Er wordt een theaterbewerking van gemaakt, maar ik wilde niet verder lezen, want ik heb het boekje onmiddellijk besteld. Eerst blanco erin om te ontdekken hoe het mij raakt en daarna pas het interview, dat ik angstvallig zal bewaren tot de tijd rijp is. Een van de uitgelichtte zinnen: ‘Dood maakt wakker’ en ‘Het boek gaat door merg en been, maar er schuilt zo’n wáár hart in. Dan kan je niet anders dan meer te willen weten over de indringende inhoud van dit boek.

Het krijgt voorrang op het boeiende boek ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier. Dat is oneindig veel dikker. Maar gewicht hoeft niet perse meer toe te voegen aan de gewichtigheid. Soms is één zin al voldoende. Betekenis kent geen dik of dun.

In de rubriek in 80 dagen de wereld rond kwam ik uit bij Finland. Een snelle en simpele maaltijd na een lange wandeling van ruim 5 km. Op papier Silia Selonen en op het bord Uunifetapasta.

  • 200 gram feta
  • 300 gram pasta naar keuze
  • 400 gram kleine, lekkere tomaten ik gebruikte tommies
  • 3 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 sjalot, in reepjes
  • 1 eetlepel chilivlokken
  • 2 eetlepels gedroogde oregano ik kneus de oregano altijd tussen mijn vingers voordat ik het toevoeg. Zo geeft het meer smaak af
  • 2 eetlepels goede extra vierge olijfolie
  • Handvol verse basilicum al dan niet grof gesneden

Verwarm de oven voor op 180 graden hetelucht of 200 graden convectie.Meng de tomaten met de knoflook, sjalot, een eetlepel gekneusde oregano, een eetlepel olijfolie en wat peper en zout in een ovenschaal. Leg de plak feta midden in de ovenschaal tussen de tomaten en besprenkel met de rest van de olijfolie, oregano, chilivlokken en versgemalen peper.Bak 25 minuten in de oven. Kook ondertussen de pasta gaar.Roer de schaal met feta en tomaten door. Meng daar de pasta doorheen. Maak af met de basilicum en serveer direct.

Uncategorized

De natuur pakt uit

Wat een heerlijke zonnige dag was het. Het werd tijd om de uitbottende lente onder de loep te leggen. Dat kwam goed uit, want voor mijn Bulgaarse verkenningstocht van deze dag, moest ik een stevig brood hebben. Iedereen die in de omgeving van Utrecht woont, weet dat je dan in de Veldkeuken moet zijn. Nu ik toch in Amelisweerd was, kon ik gelijk volop genieten van een wandeltochtje. De kou was uit de lucht door de kracht van de zon, die haar uiterste best deed om het lentegroen pracht en glorie te geven.

Bij het parkeren van de auto scharrelde mevrouw merel bij de brandnetels in de grond. Ze krabde met haar poten tussen de aarde, maar koos toch eieren voor haar geld, toen ik uitstapte. Op haar gemak hipte ze onder de heg door naar de andere kant. Een fiere pinksterblom stond al volop in bloei.

Het klaphek deed zijn naam eer aan. Een veld vol jonge zuring verwelkomde deze eenzame wandelaar. In mijn hoofd zong het lied ‘Hier is dan de fiere pinksterblom’ in de uitvoering van Herman van Veen. Het landschap ontrolde zich en liet overal het voorjaar toe. In de grassen en tussen de halmen nog meer pinksterbloemen.

Het geel van het bloeiende speenkruid tegen een decor van fris groen en de blauwe lucht, waarin de wolken als grote onbemande schepen langs trokken beloofde een mooie tocht. Hooguit twee wandelaars passeerden, dan weken we van het kippenpaadje af en struinden door het gras.

Zo ging het richting Rhijnauwen, waar ik de weg terug naar Amelisweerd zou nemen langs de Kromme Rijn, doorgaans in deze tijd druk bezocht, maar alles wat er aan volk was bleef hangen bij de uitspanningen waar koffie to go te halen viel. Overal waar maar enigzins neer te strijken viel, zaten mensen tot op de trappen van het bordes bij de jeugdherberg toe.

In de kilte van de poort lonkte de warmte. De hoge oude bomen van het bos vingen elk geluid af en er heerste een gewijde stilte, met enkel het gekwinkeleer van drukdoende vogels, die zich verscholen achter takken en in bosschages. De bomen strooiden kwistig met hun lentetooi, de krentenboompjes zetten hun beste beentje voor, maar de wilde prunussen pronkten uitbundiger met een waterval aan witte bloesem.

De Kromme Rijn weerspiegelde de bomen in het door de lucht blauw/groen getinte water. Aan de tafels in de groenweide zaten hier en daar een stel mensen wat te praten, te lunchen of ze hieven de bleke winterwangen naar de zon. Twee grote wilde ganzen zwommen statig rond en hadden het rijk alleen.

De bomen fluisterden oude sprookjes. Bij de boerderij stonden de koeien nog op stal, terwijl ze af en toe verlangend de kop naar de toegang hieven om wat zuurstof te snuiven. Ze schoven wat heen en weer en rammelden met hun kettingen. Ook bij hen klopte het voorjaar aan.

Rond de veldkeuken was er volop bedrijvigheid. De winkel zat nu in de andere vleugel omdat op die manier een vrije doorgang gewaarborgd was. Wachten in de hal en meeschuiven om met een heerlijke zuurdesem Levain het pand door de buitendeur te verlaten. In de statige oprijlaan tuurde ik, tot de nek stijf was, naar de woonstee van de kauwen, die ik daar wist te zitten. Ze waren wel in de buurt ervan, maar zaten nog niet in de holen. Bij de auto zat echtpaar Merel nog steeds. Pa trok zich snel terug op de haag, maar het vrouwtje liet zich niet storen door mijn aanwezigheid. Ze had net een dikke worm te pakken en liet die voor geen prijs schieten. Ergens ontpopten de dikke knoppen van de kastanje hun blad. Lente in het kwadraat. De natuur pakt uit.

In 80 dagen de wereld rond toog ik naar Bulgarije en omdat het de dag van bos en bomen was kwam op papier: De bomen van Yordan Katzamunski

en in de kom en op het bord: Mish mash met Shopska salade en zuurdesembrood van de Veldkeuken: Levain bruin zonnepit.

Uncategorized

De schoonheid van vergane glorie

In de krant van gisteren sprak men in een interview over de Haagse stolp en onmiddellijk werd in mijn geheugen de lade opengetrokken met sacrale herinneringen. Het was zondagmiddag. Zoals altijd gingen we, als Salesianen van Don Bosco, ons bijelkaar gebedelde geld brengen bij Vrouw Bauhaus. Ze woonde in de sterrenhof vlak achter de statige singel en droeg uit wat een vroom Begijntje in die dagen gestalte had kunnen geven.

In een wolk van kamfer was ze helemaal in het zwart gekleed, zwarte jurk, zwarte kousen, zwarte schoenen, om de hooggesloten japon een zilveren ketting met het vrome kruisje, het lange grijze haar strak naar achteren gekamd en met een pin in een nietig knotje vastgezet. Daar bovenop rustte het zwarte hoedje, ook vastgespiesd met zo’n ijzeren speld. Ze ontving ons met een glimlach, die haar ronde rode appelwangen deed bollen en haar krakende stem deed niet onder voor die van Paulus de boskabouter, die ik mijn eerste lange levensjaren veelvuldig had horen krassen en piepen. God zij geloofd en geprezen. Een uitdrukking die later tot mijn gevleugelde algemeenheden zou gaan behoren.

Haar kleine huisje was perfect gemaakt voor haar nietige gestalte, ze was even groot als ik met mijn acht jaren. Ze had zich omringd met allerhande religieuse parafernalia. Het rook er naar boenwas, zilverpoets en die doordringende kamfer mottenballen. Haar kabinet kraakte net zo als haar stem. Op de kast stond een grote glazen stolp. Daar woonde, in mijn optiek, een deerniswekkend heilig hart, de ogen ten hemel geslagen en de vinger wijzend naar de gekliefde borst waar zijn rode hart zicn bevond. Bij het zien van deze meelijwekkende beeltenis schoten onmiddellijk de woorden: ‘O Heer om onze zonden, gekruisigd en vermoord…’ door mijn hoofd. De rest van de tekst werd bij het meezingen gesmoord in allerlei verbasteringen van weinig eerbiedige aard, omdat het ondoenlijk was om er als achtjarige een touw aan te knopen.

Geen idee, maar gekruisigd en vermoord was zoiets als de dreiging die uitging van de dievenbende van de zwarte Hand in Pietje Bell. Verder was er geen chocola van te maken. Het zorgde wel voor een wat weifelende waarheid van de herinnering. Doorgaans is het een uitbundig hart met veel gouden straling en allerminst een bloedig tafereel. Vrouw Bauhaus telde het muntgeld uit de bussen en in een enkel geval viel er zelfs een briefje uit.. Don Bosco keek tevreden op ons neer en nadat alles was opgeschreven in grote krulletters met de vulpen in het kasboekschriftje met de bruine kaft, gingen we weer.

Toen ik later in mijn eigen huis woonde, een oerwoud aan planten, macramé, gehaakte gordijnen en kurk tegen de wanden stond er een soort glazen stolp in de keuken, maar dan omgekeerd en gevuld met eieren naast een draadstalen eiermandje. Zo kreeg alles een hernieuwde betekenis. Bij sommige kennissen werd de stolp gebruik om droogbloemen stofvrij op te bergen en tegenwoordig passen er ter opluistering de ledlampjes in of een overgebleven Mariabeeld van lang geleden met een knipoog naar vroeger.

Onder de Haagse glazen stolp houden politici en journalisten elkaar vast in een innige omhelzing. In het interview stellen vier jonge politieke journalisten nauwkeurig de barsten vast en concluderen dat de woordvoerders de poortwachters vormen tot de toegang in de glazen stolp. Bij die woordspeling grinnikt het van binnen. Ooit had ik een bol van craquelé glas en de lichtjes daarin hadden een wonderschoon effect op de witte muur erachter. De schoonheid van vergane glorie

In de reis om de werreld in 80 dagen toog ik naar Tibet. Op papier: Tashi Norba en in de kom: Thukpa een vegetarische Tibetaanse noedelsoep.

Uncategorized

Voor of achter de schermen

In de krant van gisteren sprak een oud-leerkracht over schaduwkinderen. Hij doelde daarmee op kinderen, die niet perse een rol willen hebben in de eindmusical, of op het podium willen staan bij een weeksluiting. Kinderen, die niet voor het voetlicht willen treden maar liever, verscholen, hun steentje bijdragen. De laatste tien jaar van zijn loopbaan kregen deze schaduwkinderen de plek die ze nodig hadden om op een eigen manier te gedijen. Hij sprak met een oud-leerling die hem jaren na diens eindmusical, vertelde, dat hij er niets aan had gevonden en wel meedeed, omdat iedereen meedeed en hij geen spelbreker wilde zijn. Door dat verhaal besefte de docent dat je bescheiden kinderen ook hun bescheidenheid moest gunnen.

In de onderbouw gaat dat vanzelf. Als een kind ergens geen vreugde aan beleeft, dan wil het niet en doet het vaak ook niet. Er waren kinderen die met geen tien stokken het podium op te krijgen waren en dus hoefden ze ook nooit. Maar stiekem verzon ik wel manieren, waarbij ze de lol van dat dramaspel zouden zien en de angst voor het publiek zou wegebben.

Oefenen achter de poppenkast

In een van mijn groepen zat zo’n ‘bescheiden’ meisje. Als ze in de kring aan het woord was, dan kwam het er bijna fluisterend uit. Mee op het podium, of dat nu met z’n allen was voor een lied of alleen, wilde ze onder geen beding. Tot we een televisie hadden ontworpen bij het project communicatie en zij daar hard aan had gewerkt. Er moest verf op een grote kartonnen doos, twee sleuven aan weerskanten en een lange rol papier waarop de beelden werden getekend. Het was zo’n ouderwets gezellig leerzaam werk waarbij de betrokkenheid groot was. Ze had er lol in en verzon steeds meer bij het verhaal. Tot ik aan haar vroeg of ze het bij de weeksluiting aan de andere groepen wilde laten zien. Ze deinsde letterlijk achteruit. Nee dus, maar ik had expres een hele grote doos gekozen, een televisie van formaat. Daar paste ze zelf in, verscholen achter het papier, dat door twee anderen door de sleuven werd getrokken. Het was het ei van columbus. Dat kleine, bescheiden en verlegen meisje ontpopte zich als een ware vertelster, zolang ze maar niet in beeld was. Met de microfoon in de kast achter het papier gaf ze haar verhaal door. Luid en duidelijk. De primeur van iets wat als een rode draad door haar schoolleven heen liep en waarbij de angst voor presentaties en voorstellingen langzaam maar zeker verdween.

Allemaal op het podium

Dus ja, gun kinderen hun verlegenheid en bescheidenheid, maar let goed op of het door angst gestuurd is of niet. Met de juiste middelen is angst te overwinnen, is het net dat duwtje in de rug, dat een mens soms nodig heeft om ergens toe te komen. Het was een mooie leerzame ervaring voor ons beiden.

Jong geleerd, oud gedaan

Zoonlief was ook geen podiumbeest, maar technisch heel slim en hij wist al gauw het paneel van het licht en geluid te bedienen. Hij snapte de mengtafel beter dan menig leerkracht. Ook hij groeide, door zijn ding te mogen doen. Te kijken of de microfoon het deed, de lampen goed stonden en, zich bewust van de belangrijke functie, liep hij zelfverzekerd rond. Ook óp het podium om de dingen te checken of om in te grijpen als het tijdens de voorstelling mis ging.

kastelen zijn ook fijn om achter te schuilen op een podium

We hadden voor de kinderen met podiumangst de ‘werken van de week’ verzonnen, die ze konden laten zien, al dan niet erachter verscholen en altijd met een vrolijk of ingetogen muziekje eronder. Ieder op een eigen manier, heel snel en ‘zoef’ eraf als je het eng vond, of tergend langzaam als je eens goed in de schijnwerpers wilde staan. Een uitstekend idee om vanaf de onderbouw te helpen met het overwinnen van podiumvrees. Spreek-en boekenbeurten zijn dan ook lang zo griezelig niet meer en als het eindelijk tijd is voor de eindmusical respecteren ze elkaars speciale kwaliteiten en mag iedereen zichzelf zijn. Voor of achter de schermen.

in 80 dagen de wereld rond ging ik naar Algerije. Op papier een impressie van Sadek Lamri en op het bord: Couscous met gestoofde groentenschotel.

Bereidt de couscous zoals op het pak staat aangegeven.Ik had de gekruide couscous met rozijnen, erg lekker.

Gestoofde groentenschotel: 2 witte uien, grof gesnipperd, 2 knoflookteentjes, fijngesnipperd, 1EL gemberpoeder, 1TL kaneel, 1TL korianderzaadjes (ketoembar), 1TL kurkuma, 500ml groentenbouillon, 1 winterpeen, geschrapt/geschild, door de lengte in zes parten en dan in repen van ca. 5cm lengte (of geschrapte bospeen in de lengte gehalveerd), 1 courgette, in kwarten en dan in repen van ca. 5cm lengte, 1 halve pompoen in grove stukken,1 klein blikje kikkererwten of linzen, olijfolie en/of boter om in te bakken.

Gebruik liefst een gietijzeren pan met dikke bodem. Fruit ui en knoflook in de olie Schep regelmatig om. Voeg de kruiden toe. Voeg gemberpoeder, kaneelpoeder, korianderzaad (ketoembar), kurkuma en harissa toe. Giet de bouillon bij de groenten eerst de reepjes wortel toe en kook 5 minuten mee. Dan de pompoen, Voeg dan de courgette toe en kook ook 5 minuten mee. Verwarm op het laatst de kikkererwten nog kort mee.Breng op smaak met zout en peper.

Uncategorized

Dat tastbare van het gevoel

Bij sterren op het doek afgelopen zaterdag schoof Dieuwertje Blok aan. Heerlijke spring-in-het-veld om te zien, zoals altijd. Natuurlijk ouder geworden dan in de tijd dat mijn kinderen nog klein waren en later bij het sinterklaasjournaal, maar nog even sprankelende en jeugdige ogen. Wat ze graag zou willen herkennen in de portretten, was de vraag van Eus. ‘De essentie en ook interessant wat de ander in jou ziet en dan niet alleen aan de buitenkant’. Wat die essentie was, wilde Eus weten en er vielen stiltes, zelfs een hele lange stilte. Ze kwam er niet echt uit en ten leste toch wel. Warm, optimistisch, zacht.

Door Dirk Bal

Ik dacht bij mezelf en misschien heb ik het mis: Dat is hoe je wilt overkomen. Je buitenmens. Maar is dat ook je binnenmens. Diep van binnen, de kern. Als ik mezelf naga, dan is de binnenmens ook verweven met de buitenmens maar ergens, heel diep, zit de kern van mijn persoonlijkheid, die niet snel naar buiten komt. Ik moet er wel bij zeggen, dat het makkelijker wordt om de twee samen te voegen en voor het voetlicht te brengen, naarmate ik ouder word. Mijn blog elke dag kenmerkt zich nu door veel binnenmens. Is dat bij anderen ook zo. Wanneer ben je buitenkant en wanneer keer je in.

door Robin van Leijsen

Eus had dat ook door en bleef vissen. Het was een wonderlijk, maar boeiend, gesprek. Niet zo vreemd dat de portretten die het opleverde, heel verschillend waren. Natuurlijk omdat de stijl en techniek van de kunstenaars zelf sterk verschilden, maar vooral wat er aan karakter naar boven kwam. Ergens antwoordde ze dat de ogen toch wel het allerbelangrijkst waren. Ogen spiegelen de ziel. Toch koos ze tenslotte voor het portret met de dichte ogen. Voor mij symboliseerde dat doek een Dieuwertje die niet publiekelijk bezig was, maar haar binnenmens bezocht. Ingetogen en vredig.

Door Anne-Rixt Kuik

Herkenbaar was het zich verweven voelen met haar moeder, waar ze veel bewondering voor had. Een zachte en optimistische aard vol humor. Dat zie je terug in Dieuwertje zelf. Als je ten dienste staat van het publiek, dan denken mensen je te kennen en dat is ook hetgeen ze het moeilijkst te accepteren vond. Het ouder worden zorgde er tot haar grote vreugde voor dat ze ‘meisje’-af is. Dat ze meer wordt gezien, als wie ze is. In ieder geval mijmerstof genoeg. Waar een programma al niet toe kan leiden.

Zaterdag vroeg dochterlief wat het eerste zou zijn, dat ik ging doen, als ik gevaccineerd was. Jullie plat knuffelen, wist ik onmiddellijk. De formele drie luchtkussen bij wijze van begroeting mogen, wat mij betreft, voorgoed achterwege blijven, maar mijn eigen kroost in de armen sluiten, weer tegen elkaar aangeleund op de bank kunnen zitten, om elkaars nek hangen. Dat is wat ik dan weer teruggewonnen heb en hetgeen ik het meeste miste, net als met de hele bubs naar het strand kunnen gaan, of gezellig bij elkaar eten. Als alleengaande, al woont zoonlief nog hier, is de fysieke kou voelbaar als dat ontbreekt en ook al sturen we hartsberichten naar elkaar in blikken, met woorden of kleine attenties en is de wetenschap er geliefd te worden, dan nog weegt het niet op tegen de warmte van samenzijn, zoals het er altijd geweest is.

Het sluit ook aan bij mijn tekening van de dag voor het thema ‘In 80 dagen de wereld rond’, waarbij de reis naar Chili ging. De Chileense Catalina Bauer heeft een serie tekeningen gemaakt onder de noemer ‘Two lines twining a soul’. Een van die houtskooltekeningen, door mij met fineliner en aquarel nagetekend, zijn twee vrouwen die de armen hoog geheven hebben, gespiegeld aan elkaar, waarbij de handen tussen hen in worden vastgehouden en daarbij gearceerd als vleugels. ‘Twining a soul’. Wat een prachtig beeld. Twee mensen verweven en verheven tot één ziel. Precies wat mist. Dat tastbare van het gevoel.

Het gerecht was Porotos Granados

2 el olie/1 ui/2 tenen knoflook/1 theelepel gerookt chilipoeder of pikant paprikapoeder/1,5 kilo veenbesbonen (verse bonen, dat is ongeveer 400 gr uit blik), ik heb witte bonen uit blik gebruikt/2 maiskolven (vers, dus ongeveer 300 gr uit blik)/250 gr pompoen/1 handje basilicum/1 bouillonblokje (groente)1 theelepel komijn/snufje peper en bouillon

Dop de boontjes. Als je blik gebruikt, zet dan eerst alleen de pompoen op. Verwijder de schil van de pompoen en snijd het vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1 x 1 cm. Doe de bonen en pompoen in een pan met dikke bodem en voeg kokend water toe tot alles net onder water staat. Doe er het bouillonblokje bij en laat een half uurtje pruttelen. De Chilenen maken soms gebruik van bouillon, maar meestal gewoon van water. Snipper een uitje en zet een koekenpan met olie op het vuur. Knijp de teen knoflook uit in de pan en fruit deze samen met het uitje. Snijd 1/3 van de basilicum fijn en voeg dit toe aan de ui. Voeg daarna de overige kruiden toe, zoals het chilipoeder, de komijn, een snufje peper en eventueel zout. Laat dit 5 minuutjes fruiten en roer regelmatig om, zodat het niet aanbakt. Maak de maiskolven schoon. Pluk de bladeren en sliertjes eraf en snijd de korrels los van de kolf door met een mes strak langs de kolf te snijden. Als je halfuur voorbij is, dan voeg je de mais toe aan de bonensoep. Roer even goed door, zodat de pompoen uit elkaar valt en het een soort pompoensoep met bonen en mais wordt. Voeg tot slot het uienmengsel toe, waardoor het geheel een mooie geel-oranje kleur krijgt en een stevige smaak. Proef of je nog wat extra kruiden of juist wat extra water moet toevoegen. Que aproveche

Uncategorized

Een natte zaterdagmiddag

Met moed, beleid en trouw riep ik te pas en te onpas als we iets gingen aanpakken op school. Gevleugelde woorden die als een rode draad door het leven liepen. Net als de uitdrukking: ‘Een engel van goedheid en vreugde’, iets wat ik iedereen toedichtte, die zijn of haar steen had bijgedragen aan de goede sfeer voor de groep, zichzelf had weggecijferd of een belangrijke ontwikkeling in gang had gezet. ‘Moed‘, zo vertelt Anna Deems in de laatste Zin mij, ‘is als een spier: Door te oefenen met dapperheid worden we moediger’. Helden zijn vaak dichterbij dan je denkt en zelf denk ik ook dat we stiekem allemaal een beetje held in ons hebben. De een wat meer dan de ander, maar toch. Herman van Veen zong ‘Echte helden zie je zelden’, waarbij hij doelde op het feit dat mensen vaak alleen maar toekijken als er iets ergs gebeurt.

Toch hebben veranderingen mensen daar een andere weg in laten slaan. Passief toekijken heeft veelal met onmacht of onkunde te maken. Ik zie wel wat in die training van dapper zijn. Door daden te verrichten die verder gaan dan je eigen grenzen is ieder voor zichzelf én die ander op dat moment een held. Een van de tips is: Ga voor ‘klein maar fijn’. Het zit in een kaartje, een glimlach, een herkenning in die ander. Ook kinderen zijn hun eigen helden. Hoe vaak we niet juichend en klappend met de hele groep bij het ontwerp van het een of ander hebben gestaan, wat steevast een glimlach van oor tot oor opleverde en meters aan persoonlijke groei. In dat geval waren we allemaal een held. Of je je nu inzet met gevaar voor eigen leven of door op te schikken en plaats te maken, heldendom kent geen gradaties. Het zijn allemaal mijlpalen, groot en klein. Met elke handeling oefen je en oefening baart kunst.

Iets verderop in de zin staat nog een column van de schrijver en journalist Henk van Straten over lef. Hij neemt daarin zijn eigen heldendomflink op de korrel. Zijn armen zien er heldhaftig en stoer uit, gespierd en overdekt met tatoeages tot in zijn nek. Hij doet aan krachttraining en heeft vroeger gebokst en gekickbokst. Maar, verklapt hij snel, die blufpoker met het uiterlijk is essentieel, want als dat niet werkt ten tijde van dreiging dan heb je verder niets aan Henk. Misschien is ie dan wel gevlucht met de staart tussen zijn benen. Het leuke is dat zijn vrolijke gezicht inderdaad zachtheid uitstraalt, twinkel in de ogen, wat ineengedoken houding, maar wel die stoere kenmerken heeft. Hij hoopt vurig dat hij in geval van nood de kreet ‘death before dishonour’ in zijn blazoen heeft staan, maar of dat zo is, weet hij echt niet. De uiterlijke kenmerken waren vooral een kwestie van identiteit en niet van lef. Een staaltje van dergelijke blufpoker is het lied van Klein Orkest: Leugenaar.

Het broeit weer in het hoofd. Een nieuw thema voor ons nieuwe blad Mensenkinderen en het nieuwe verhaal voor de Tijdwijzer van de Historische kring. Dus werken de grijze hersencellen op volle toeren. Dat leverde de tweede gebroken nacht op rij op, maar het is niet erg. Tijd genoeg om iets in te halen. Wat kom ik toch prachtige kinderliteratuur tegen. Ik heb al vier boeken op het oog voor de recensies.

Dochterlief ben ik gisteren een bosje bloemen gaan brengen om haar mooie prestatie te vieren. Haar sponsors zullen trots op haar zijn. Ik brak in, midden in het chocoladetaart maken samen met de kleine filosoof. Zijn gesmul van het beslag, bracht zoete herinneringen aan twee kleine meisjes met ieder een deegklopper in de hand om die boven het aanrecht schoon te likken in de keuken met de rode hartjes. Thee en gemijmer op een natte zaterdagmiddag.

In 80 dagen de wereld rond ging de reis naar Griekenland.

Op papier kwam een Griekse met een Amfora in haar hand en op het bord de heerlijke Spanakopita, een spinazietaart in filodeeg.

10 vellen filodeeg/ 800 gr verse spinazie/ 300 gr feta’/ 3 eieren/ 2 tenen knoflook/ 1 ui/ snuf tijm/ Snuf dille/ snuf peper en zout/ Boter om te bestrijken/ 1 eetlepel olie

Bereiding: Laat het filodeeg ontdooien in de verpakking of onder een iets vochtige doek. Verwarm ondertussen de oven op 180 graden. Snipper de ui en knoflook. Verhit de olie in een grote pan en fruit de ui en knoflook 3 minuten. Voeg de spinazie toe en laat slinken. Doe het spinazie mengsel in een vergiet en druk zo veel mogelijk vocht er uit. Klop de eieren los in een grote kom. Brokkel de feta erbij en klop er door. Schep de uitgelekte spinazie er door. Breng het mengsel op smaak met tijm, dille, peper en eventueel een klein beetje zout (let op de feta is ook al zout). 30/35 minuten in de oven tot hij goudbruin is. καλή όρεξη (kalí órexi).

Uncategorized

Op de juiste plek

Klaarwakker had het hoofd besloten, maar het was pas drie uur. Dan maar eerst een puzzeltje, slaapverwekkend als je teveel woorden tegenkwam die je niet kon oplossen, een kijkje op internet, het boek Zuurstofschuld uitlezen, nog een artikel, weer een puzzeltje. Dan toch maar weer opkrullen en de ogen dicht. Als het hoofd haar eigen leven gaat leiden, is voor mij het hek van de dam. Dan past ze niet meer in het door mij vurig gewenste kader, waardoor ik vervolgens al die nachtelijke sluiproutes bewandel om haar weer te sussen. En het is geen volle maan. Eindelijk, na een grote kop koffie, belandde ik tegen een uur of vijf in de wonderlijke wereld van de droom om alleen flarden te onthouden.

Daarna volgde het restant van de film Romy’s kapsalon, waarbij sommige situaties zo goed voor te stellen waren en andere weer te weinig uitgediept. Maar de onrust en de verbazing over de oma, die beginnende Alzheimer heeft en dat ontdekt en de snelheid waarmee het herkenbare leven weggeëbd is op zich al voldoende om te boeien. De woede vooral als je het gevoel hebt dat anderen jouw leven willen sturen en je zelf de grip verliest. Daarbij glij ik als vanzelfsprekend terug in de tijd naar de jaren waarop mijn vader zijn zelfstandigheid met de dag afkalfde, maar heel traag. Alles bij elkaar heeft het wel 11 jaar geduurd totdat de geest het opgaf. De enige hoop die hij na een aantal hersenbloedingen nog had, was dat hij weer zou kunnen autorijden. De auto stond in de parkeerhaven aan de overkant van de straat, met duidelijk zicht erop vanuit zijn stoel voor het raam. Het verlangen streelde zijn wil extra en daarmee de opstandigheid. Het lopen ging al niet goed, laat staan die onbereikbare vrijheid van een ritje in de auto. Het verzet vertaalde zich in narrigheid en zo hield hij ook mijn moeder gevangen in dwingende afgepaste tijden, de laatste reddingsboei voor de totale chaos in het hoofd. Onafhankelijk zijn betekent totale vrijheid.

Dochterlief is tien kilometer gesponsord aan het lopen voor de hartstichting. Als ik bij de finish wil zijn, gewoon thuis is dat, moet ik me haasten. Een woord dat in deze dagen volledig zijn betekenis verloren heeft. Niets moet, niks mag ook, maar daarnaast mag alles en daar bedoel ik mee, zelf een invulling aan de tijd geven. In Pascal Mercier zijn laatste boek: ‘Het gewicht van de woorden’ beschrijft hij de tijd buiten en binnen de gevangenis. Hoe onwerkelijk de snelle cipiers zijn door de wereld van buiten mee te nemen in een gehaaste tred of actie in die wereld van totale stilstand. Hoe vreemd de gevangenen daar tegen aan zullen kijken vanuit een langdurige gevangenstraf. Al zolang eenzelfde invulling van de dag, zonder uitzondering. Als je dan buiten komt is acclimatiseren van het ene op het andere moment onmogelijk. Alsof je vanuit de schaduwrijke luwte ineens in het volle zonlicht stapt.

Gisteren was ik voor ‘De wereld in 80 dagen’ een dagje in de Congo. Toevallig is in Antwerpen de Expo ‘100 X Congo’ net beëindigd. Daarbij speelde onder andere het thema ‘gestolen’ kunst een belangrijke rol en men wilde de bezoeker nieuwe inzichten geven over de rol van Antwerpen in het hele koloniale tijdperk. Tevens hoopte men dat er nagedacht werd over de beeldvorming, opdat er met een kritisch oog gekeken zou worden naar de geschiedenis en men het debat niet schuwde. Ik koos voor de ontmoeting met de kunst een fragment uit een geweven kleed van Naomi Nys. Een zeer meditatief werkje, waar ik een aardig tijdje met de viltstiften in de weer was. Ook hier spiegelde zich het koloniale verleden af in de beeltenis. Voor wie zijn zintuigen openzet en goed luistert naar de onderliggende stroom aan emoties vallen de verklaringen van nu vanzelf op de juiste plek.

Mpati A Nsengo (uit de Congo)

1 kg groenten, ik had wortel, aubergine, sugarsnaps, doperwten, ui en paprika/ zout/ 2 dl dikke béchamelsaus/ 1 dl groentennat/ 1/2 dl wijn/50 g kokosvlees vers geraspt/ fijngehakte peterselie/ 2 eidooiers/ Wilde en witte rijst

De groenten indien nodig in stukjes snijden. 2 Dl béchamelsaus bereiden. Kokosnootvlees raspen. Peterselie fijnhakken. Eidooiers kloppen. BereidingswijzeDe groenten samen gaar koken in water met wat zout en vervolgens laten uitlekken. De dikke béchamelsaus bereiden en er 1 dl groentennat, de wijn, het kokosnootvlees en de peterselie aan toevoegen. De saus een paar min. laten doorkoken en afmaken met de geklopte eidooiers. Groenten en saus laag om laag in een vuurvaste schotel leggen, zo, dat de bovenste laag uit saus bestaat, 20 min. in een vrij warme oven plaatsen. Opdienen met rijst.

Uncategorized

Klein geluk in kwadraat

Dochterlief met kleindochter op bezoek betekent thee slempen, scharreluurtje met de kleine, die onverstoorbaar door het ‘grotemensengesprek’heen haar wereld uitbreidt met nieuwe ontdekkingen. De deur van de buffetkast in de keuken, open/dicht, open/dicht, de vingerpoppetjes in hun kleine theater van wollige stof, die óók om het hoofd past, een ‘Hide and Seek’, een slim spel, dat zij gebruikt om de vier stukken in te passen ongeacht de te zoeken dieren.

Ondertussen draait het bij ons om de verdieping. Hoe zorg je ervoor, dat iets niet eng of vies is, het lichaam bijvoorbeeld. Door de emotionele lading eraf te halen en het beestje bij de naam te noemen. Geen wonderlijke benaming er voor verzinnen, maar vertellen waar het om draait, als de kinderen zelf met vragen komen. Op die manier voorkom je vooroordelen en geladen begrippen. Aan de andere kant is er bij dochterlief en haar man het streven de kinderen te leren waar de eigen grenzen liggen en de vrijheid door te geven altijd de eigen keuze te maken. We kwamen op het gesprek omdat dochterlief ’s avonds over straat liep en er een man was, die insinuerende geluiden maakte naar haar toe. Ze vroeg zich terecht af hoe een man er toe komt om zich het recht toe te eigenen om bij een wildvreemde vrouw zo in te breken op de privacy.

Het komt overeen met een verhaal dat ik las in een van de columns van Roos Schlikker. Haar man was hooglijk verbaasd, dat ze ’s avonds met sleutels in haar hand liep en met de telefoon in de aanslag, klaar om uit te halen bij onraad. Het je opgejaagd voelen door de dreiging van eventuele mogelijke aanvallen. Of het feit dat je liever een andere route kiest, als er een groep jongeren staat op de hoek van de straat.

Bijna alle vrouwen hebben ooit weleens iets meegemaakt op dat gebied, ik ook en bij één naar voorval vertelde ik het mijn moeder. Die gaf het door aan mijn vader en de sessies op het politiebureau, waar hij werkte, in een eindeloos herhalen van wat me overkomen was, tegenover al die imponerende grote politieagenten, maakte de schaamte alleen maar groter. ik was acht jaar. Dat gevoel van schaamte. Om dat weg te poetsen moet je openheid van zaken blijven geven, daar waren we het over eens.

Ondertussen at ons kleintje een banaan en dribbelde in groot zelfvertrouwen in de wereld rond. Dat zelfvertrouwen behouden, die veiligheid voelen. Niet voor niets zeiden ze vroeger al: ‘Zalig zijn de onwetenden’ nu proberen er ‘Zalig zijn de wetenden’ van te maken. Aan dochterlief zal het niet liggen. Iets dat bewondering en respect oproept.

Oppassen bij de Benjamin stond er ’s middags op het programma. De boekjes erbij gepakt, de speelgoedkist geïnspecteerd en na de fles bedtijd. Liedjes zingen, boekjes lezen, het warme slaperige hoofdje dicht tegen me aan, troostrijk in deze tijd. Hij lag in bed nog een half uur te brabbelen en uiteindelijk werd het stil. Ik kreeg de televisie niet aan de praat, dus besloot ik op de NPO de film ‘Kapsalon’ te kijken. Zo zie je nog eens wat. Het begon net een beetje boeiend te worden toen de dementie zich langzaam maar zeker bij de, in het begin ‘spijkerharde’, oma openbaarde, maar daar reden ze alweer voor, een uur vroeger dan gedacht.

Twee bossen tulpen en een flesje wijn rijker toog ik huiswaarts. Veel te gek toch, maar wel heel lief. Ik appte dat het incidentele oppassen alleen maar een plus was. De warmte van een kind op schoot is een pure win-win situatie, daar kan een mens, als alleengaande oma weer wekenlang op teren. Klein geluk in kwadraat.

In ’80 dagen de wereld’ rond stuurde zoon mij naar Maleisïe, tenminste hij had Nasi gemaakt en ik had er ’s middags de gerechten voor de Nasi Lemak bijgemaakt, onder andere de Acar ketimun. Officieel eet je het voornamelijk met witte kokosrijst, maar dit smaakte heel goed. Een pittige acar, dat wel. Het bracht me ook bij de street-art van Maleisïe, de Penang in Georgetown. ( te snel geschetst dus ietwat uit proporties, het blijft handwerk)

Recept Nasi Lemak: 350 gram pandanrijst, 250 ml kokosmelk, 1 cm gember in dunne plakjes, 2 tenen knoflook in dunne pllakjes, een snuf zwarte peper, 2-3 samengebonden pandanbladeren, 2 hardgekookte eieren, geroosterde pinda’s, sambal badjak, 1 kleine komkommer, zout naar smaak, 1 sjalot, 350 ml water

Was, spoel en giet daarna de rijst af. Doe de rijst in een diepe pan. Voeg vervolgens het water en de kokosnootmelk toe. Roer alles goed om. Voeg de pandanbladeren, de gember, de ui, de knoflook en de zwarte peper toe. Breng de rijst aan de kook en draai vervolgens het vuur omlaag. Dek de pan af met een deksel en laat her rustig koken voor gedurende 8-10 minuten. Zodra het water is verdampt en in de rijst putjes zijn ontstaan, draai het vuur dan uit. Laat de rijst nog rustig nastomen in de pan.Snijd de komkommer in dunne plakken en snijd de hardgekookte eieren in tweeën. Schep de in kokosmelk gestoomde rijst op een bord. Voeg de sambal badjak, de plakken komkommer en de hardgekookte eieren aan de rijst toe. Voeg tot slot de geroosterde pinda’s toe.

Acar Ketimun

150 ml azijn
2 komkommers/2 tenen knoflook/1 rode peper (lombok)/1 sjalot/1 tl kunjit (kurkuma)/1 tl laos/1 el gula djawa (of suiker)/2 kemirinoten (optioneel)

Gebruik de beker van de staafmixer waarin alles fijn gehakt wordt. Mix hiervoor 1 sjalot, 2 teentjes knoflook, 1 rode peper, 2 kemirinoten (optioneel), 1 tl kurkuma en 1 tl laos tot een boemboe.Verwijder de zaadlijsten van de komkommers en snijd in halve maantjes van ongeveer een halve centimeter.Bak de boemboe kort aan in een scheutje olie en voeg hier vervolgens 1 el gula djawa (of suiker) en 150 ml azijn aan toe. Breng even aan de kook en zet het vuur zodra het kookt laag.Voeg de komkommer toe en verwarm nog even kort (2-3 minuutjes) mee. Voeg ook een scheutje zout toe. Af laten koelen in de koelkast. Selamat Makan