Uncategorized

De rauwe realiteit

Zo, de tassen zijn uitgepakt, een van de deadlines is klaar. Ik kan ze nog niet verklappen, anders is het geen verrassing meer. Frankrijk heeft verloren en mijn Franse schoonzoon wuift ze na met spijt in het hart. Het tweede debacle. Er is meer. Italië, hoor ik zoonlief roepen, Duitsland oppert de ander. Zo is dat. Na leven komt weer een andere zonneschijn, in variatie op een thema. Gisteren, voor het eerst sinds mensenheugenis, op de kringlopen van afgelopen weekend na, weer gewinkeld. Wat mooie basics en een schitterend groen maxi-hes. Meer was niet nodig en het geeft voldoende ruimte om te spelen met de rest van de garderobe. Dat betekent ook, dat er wat dingen weg kunnen. Een gepilde okerkleurige jas vraagt om iets creatiefs met de ‘binnenstebuitenkant’, want ze is verder nog in zulk een goede staat. Daar ga ik op broeden.

In de kringloop, even uitpuffen.

‘Weg’ is altijd naar de kringloop. Tweede levens zijn ze allemaal nog waard. Het maakt het mogelijk om iets weg te doen, anders zou ik het tot in lengten der dagen bewaren, omdat het ‘zonde’ is. Dat is er, naoorlogs kind, met de paplepel ingegoten. Ik zie mijn moeder nog zitten met haar nylonkous om de ene hand en onderarm, en de speciale naald om die ladder, die er in zat, op te halen, zodat ze weer als nieuw zouden zijn. Er werd meer versteld. De houten paddenstoel was een begrip in mijn jeugd. Woensdagmiddag was voor ons meisjes stopdag of dopdag.

Foto uit Landleven

Stoppen betekende de hakken van de sokken om de paddenstoel heen en mazen of stoppen met de wol van het kaartje Brat. Doppen was het schoonmaken van de berg tuinbonen, die uit de schillen gewipt moesten worden. Als alles klaar was, werden de schillen gebruikt voor onze handen, waarde vele huidwratjes werden ingewreven met de zachte binnen kant van de schil. Achteraf denk ik dat dát juist de reden was, waarom het er steeds meer werden. Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, was het motto voor al dat handwerk, dat moest gebeuren.

Dit moet acacadabra zijn voor heel veel mensen, denk ik zo. De tijd stond stil in die dagen. Dat gevoel, het kleine beschermde afgebakende bestaan, was in vergelijking met nu, aangenaam te noemen, maar ja, toen konden we die vergelijking nog niet maken. Mijn beleving van die tijd gaat gepaard aan de wetenschap van nu. Zo werkt dat met herinneringen.

Vandaag is de kringloop aan de beurt om met dat zelfde nostalgische oog naar voorwerpen uit de jaren 70 en 80 te kijken, voor de workshop Cultureel Erfgoed, van aanstaande donderdag, voor groep 1 & 2. Het is de tijd van de jeugd van onze kinderen. Alles wat ik weet uit die tijd blijft nu nog steken in het brein. Het weekend met de dochters had een mooie gelegenheid geweest om verhalen uit te wisselen, maar we hadden hele andere verhalen, waar we ons hart aan op konden halen. Des te kostbaarder zijn deze nieuw gemaakte herinneringen. Met mijn moeder waren de wandelingen op zondag ons samenzijn, de vele gesprekken afgewisseld met het gedribbel en de vragen van de kinderen. Ze zijn me dierbaar. De laatste wandeling was naar Voordaan, het bos in Groenekan. Ik schreef ze uit, mijn beelden van toen:

(…)Ik had een fototoestel tweedehands op de kop getikt en schoot enthousiast om me heen. De ene zonnestraal die op haar haren viel, een stukje van haar schouder en de blauwe jas. Ze riep naar de kinderen en wilde dat Bobby er nog was. Die had uitgelaten rond gerend op zoek naar muizen of haas. Voetjes glibberend aan de rand van de vijver aan de rechterkant van het pad. Waarschuwende blik. Moe met de jongens, lachend. Moe met de meisjes hinkepinkend over de omgevallen boomstammen in het midden. Het weinige licht zette het grijs in zilveren gloed.

Een week later zouden de foto’s nog de enige stille tastbare getuigen zijn van haar bestaan. Het rolletje werd ontwikkeld. Ik wachtte met spanning. De foto’s keken me wazig en mistig aan. Het beeld, haar beeld was zo onzichtbaar als de rauwe realiteit. 

Uncategorized

Bijzondere koesteringen

Er was nog een klein staartje van feestvreugde na die heerlijke dag van gisteren. We hadden afgesproken weer naar het strand te gaan, zelfde plek. Duin over, aan de arm van dochter, die even een duik wilde nemen in het zilte nat.

De ochtend was al vroeg begonnen, na het ontbijt achter elkaar douchen, spullen inpakken, laatste restjes aan kant en alle bagage in de auto. Met de opblaasbare sup in haar hoes paste het precies, waar kleine blauwe Prinsen al niet groot in kunnen zijn. We namen hartelijk afscheid van de eigenaresse en prezen haar kleine maar fijne bakhuis de hemel in.

Dochter had de bikini al aan, dus vlakbij de aanrollende golven stapte ze uit de kleren de zee in. De oudste dochter baadde pootje en ik keek toe, schoot foto’s en filmde die eerste duik van het jaar. Woest braken de golven in twee op haar verschijning en nog hoger rolde de volgende golf al. Een paar golven verder kon ze weer in de handdoek duiken die ik haar voor hield. Alle voornemens waren vervuld, tijd voor een laatste koffie en om het te vieren Amerikaanse pannenkoekjes met vers fruit toe. Geheel tegen mijn gewoonte in besloot ik mee te doen. De combinatie van die dikke koeken met het verse fruit en de romige slagroom was precies goed, niet mierzoet gelukkig en het geheel was een feestelijke afsluiting van een topweekend samen. Dit houden we er in. Bij leven en welzijn volgend jaar weer. Dan gaat de reis naar Rome.

schoonheid op het strand

De weg terug was relaxed, nauwelijks verkeer. Rustig doorzoemend snorde de kleine blauwe en bracht ons in een uur weer op de plaats van bestemming. Onderweg haalden we herinneringen op. Eigenlijk achteraf te rigoreus, want ik prikte de beleving van de kinderen stuk met mijn eigen ervaring en beleving. Mijn beeld was dat van een volwassene, terwijl zij de kinderlijke onschuld alleen maar op het netvlies hadden. Niet meer doen, werd me pijnlijk duidelijk, maar toen was het al te laat. Wat eens gezegd is, valt nauwelijks meer terug te draaien. Een nieuw leerpunt. Hou de herinnering in tact zoals de ander hem ontvangen heeft. Er hoeft geen mening of verklaring achter aan. Als ik een driewerf mea culpa had kunnen aanheffen had ik het gedaan. Maar goed. Gedane zaken nemen geen keer. Trek de les eruit en verbeter jezelf.

De tassen sjouwen naar boven ging niet vanzelf. Ik probeerde zoonlief te bellen voor hulp bij het sjouwen maar die gaf geen sjoege. Hij was wel thuis helaas, maar ach. een goeie oefening om elke tas per trap omhoog te sjouwen en daarna de tweede en zo voort. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet. Thuis wachten op Oranje en halverwege van vermoeidheid in slaap vallen om daarna te merken dat je niets, maar dan ook niets had gemist. Nou ja, de totale deceptie waar Nederland aan leed misschien. Accepteren en doorgaan met ademhalen. Tijd voor een behaaglijk bed en dobberen op de golven van de mooie beelden van dit weekend en mijn twee prachtige dochters.

‘Jullie gaan steeds meer op elkaar lijken’, schreven mijn vriendinnen onder de foto en dat vond ik ook. Duideliijk trotse moeder met haar dochters. Het was een heerlijk weekend, een met een gouden randje en om toe te voegen aan al onze bijzondere koesteringen.

Uncategorized

In dikke druppels

Terwijl de adrenaline ervoor zorgde dat ik na een uurtje slaap nog lag na te denderen door het zinderende einde van de wedstrijd Italië- Oostenrijk, leek het raadzamer om de afgelopen dag in kaart te brengen. Het verkeer in dit dorp in Zuid-Holland houdt niet op met langsrazen, ook al is het kwart voor twee ‘s nachts.

De ochtend was vroeg begonnen met een lekker ontbijt, terwijl de ene dochter verse bolletjes en croissants ging halen bij de gespotte bakker in het dorp, zorgden de andere dochter en ik ervoor dat de sinaasappelen waren geperst, de eitjes stonden te pruttelen en op de tafel allerlei lekkernijen kwamen. Avocado, komkommer, vega kaas, brie, kwark, verse thee, appeltjes voor de dorst.

De regen siepelde nog altijd en het slecht-weer-plan trad in werking. Deze dames waren voor geen gat te vangen. Drie kringlopen op het lijstje en eventueel de watertuin, in dorpen in de omgeving. Lunchen op het terras van een strandtent, wandelingetje langs het strand, terug over het hoge duin en daarna naar het vakantiehuis. Bij zoveel optimisme brak de zon door en zo kon het gebeuren dat we op het terras zelfs een beetje onder de visnetten moesten verdwijnen om niet te verbranden onder de snel warmer wordende zomerzon .

Soep, vegaburger, en een grote salade stilde de hongerige mens en de hele dag voelde feestelijk, omdat mondkapjes niet steeds op en af moesten, al waren veel mensen toch nog angstig. Die hielden het voor de vorm en de zekerheid nog op.

heggenrank

Heerlijke strandwandeling en goed voor een frisse wind door het hoofd, keitjes ketsen op het water en genieten van het Turneriaanse uitzicht in de verte, waar nevel en een aantal donkere wolken met zelfs een slag onweer voor een mooi contrast zorgden met het nog goudgele zand.

De weg door het duin toonde heggenrank, vlierbes, theunisbloem en gele toorts. Duinroos vlamde roze op tussen het geel, witte braam vulde onbeschaamd de lege plekken in, paarse distels wachten op de puttertjes en gaven twee verliefde lieveheersbeestjes ritmisch en ruim baan. Het leven kon zo weldadig zijn. De trap was hoog, het duin nog wat hoger, dus kalmpjes aan dan brak het lijntje niet en dochters boden de broodnodige steun.

Terwijl de lucht dichttrok reden we kennelijk de zon weer tegemoet, want bij het huis, was het fantastisch weer om het voornemen van dochter uit te voeren. Even suppen op de plassen rond de Westlandkassen. Natuurlijk was het lering ende vermaack. Ik kende het wel van de verhalen van anderen, maar had het nog nooit van dichtbij gezien en als de knie het niet onmogelijk maakte om vanuit kniestand te gaan staan, had ik het ook geprobeerd. Alhoewel, een beetje uitgeteld van de enerverende dag was ik wel. De oudste dochter liet zich na de tocht van de jongste instrueren en durfde het ook aan. Op de knieën weg en ja hoor stoer en staand, vol overgave, kwam ze weerom, net voor de donkere lucht uiteen spatte in dikke druppels.

Uncategorized

Die blijven zien, dat is de kunst

Daar lig ik dan en luister naar de vreemde geluiden onder het gebinte van een klein bakhuisje achter een woning aan de rand van een dorp.

Naast mijn open zolder liggen in een kleine kamer mijn twee dochters. Ze zagen geen bossen om, zoals mijn vader en moeder deden en dat doet deugd. De enige die aan het spoken is, is hun slapeloze moeder, die altijd en overal moet wennen aan de vreemde geluiden, de andere geur, de doorlopende weg langs het water en het gedrup van de regendruppels op de dakpannen. Zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam, neuriet Rob de Nijs dwars door de waarneming heen. Het huisje is nieuw, strak en sober ingericht, met een douche en wc beneden, waarvoor je midden in de nacht een wankele wenteltrap af moet dalen. Twee kleine lampen, die we lieten branden, wijzen de weg.

De supplank van dochterlief staat verwachtingsvol in haar hoes te popelen om de vaart op te mogen. Er is ook een kano beschikbaar, maar morgen is er heel veel regen voorspelt.

De dochters liggen in diepe slaap en ik ben al een stief uurtje wakker. In het volledige duister straalt de iPad als de ster van Bethlehem en wijst de weg aan mijn dwalende gedachten. Midden in de vrijdagavondspits zijn we hier naar toe gereden in de soepregen met grote files tussendoor of langzaam rijdend verkeer. Heerlijke spaghetti met groene spinazie/broccolisaus en tomaten uit de oven had dochterlief op tafel getoverd. Daarna een klein ommetje om te zien waar de bakker was in het centrum. Alles onder handbereik, compact en klein met alleen die drukke doorgangsweg om op te letten.

Ooit gingen we gedrieën naar Brugge en troffen het toen ook niet. We zaten in de enige syberische storm die de lente rijk was. De kou sloeg ons om de oren en de ijzige wind bevroor wimpers, neustop, handen en voeten. Gedwongen afzakken. Naar binnen in elk theehuis, eettentje, museum en winkel, die warmte uitstraalde. Wel hadden we daar een hartverwarmende tweedehands boekwinkel/ontbijtshop gevonden. De boeken kon je lezen en kopen terwijl er een heerlijk ontbijt werd voorgeschoteld. De intense aandacht deed goed na de bittere kou van buiten. Weer en de drie dames gaan niet altijd even goed samen.

De merel zingt. ‘Blackbird singing in the Death of night’, mijn lievelingswekker. Het is half vijf en het klinkt me als muziek in de oren. Letterlijk en figuurlijk. Gisteren na de wandeling hebben we een slecht weer programma opgesteld. Kringloop, eventueel museum en we mogen weer winkelen zonder mondkapjes, al zie ik niet hoe je in de supermarkt de anderhalve meter kan handhaven.

Verder is er zoveel uit te wisselen. Opvoeden, verschillen kinderen vroeger in mijn tijd, in hun jeugd en nu. ‘Ze praten nu zo luid’ vond ik. Dat viel vooral op in de groep. Achteraf, met dit nachtelijke gepeins, bedenk ik dat het natuurlijk mijn eigen perceptie kan zijn, omdat stilte tot mijn vaste bagage is gaan behoren. Iedere generatie heeft haar eigen jeugd en ze zijn nog steeds even lief, maar vragen om een andere benadering dan die van vroeger en toen. De iPads en telefoons van nu zijn de stripboeken uit mijn jeugd. Hel en verdoemenis, maar elke medaille kent een keerzijde. Die blijven zien, dat is de kunst.

Uncategorized

Opladen voor vandaag

‘Jammer, je was er niet’, schreef mijn lieve schone zoon mij gistermorgen in de app en stuurde er een foto van mijn tuin en hun tuin achteraan. Het was de formulering die me wakker triggerde. Volledig ontschoten dat ik er bij zou zijn op deze heugelijke dag om tien uur des morgens als de overdracht er was van hun nieuwe tuin. Had ik werkelijk ja gezegd? Volgens het principe ‘beloofd is beloofd’ had ik er dan wel moeten zijn. ‘Mijn plichten verzaakt’ was het mantra dat voor de rest van de dag bleef vastgekluisterd in de grijze hersencellen, ‘sufkip’ de vermaning die er achteraan kwam.

Met twee dahlia’s en twee salvia’s wandelde ik met de winkelkar naar de auto. Vervoer was een probleem, want hoe sjouwt een mens met slechts één plastic hergebruik tasje vier redelijk grote planten naar achteren. De oplossing lag bij het douchegordijn waar ik op een van de regenwandeltochten een poncho van had gemaakt. Dubbel gevouwen, planten erop, dikke kruislingse knoop erin en zie daar, een nieuw draagtas was geboren. Wie de juiste hulpmiddelen ontbeert, moet inventief zijn.

Het was warmer dan ik had gedacht, mijn dunne grasgroene trui en sjaal zorgde voor een spontaan bezweet gezicht. Het bed, waar ik gisteren zoveel kaalslag had gepleegd, zag er wat armoedig uit. Aan het werk dan maar. Met de schepel de grond rullen en de gaten graven, groot genoeg voor de pollen die er in moesten. Gieters vullen bij de sloot, poten, gieteren, wat lupinenzaad ertussen, lavameel erop en ‘Klaar was Kees’.

Teruggelopen langs de tuin van dochterlief waar een grote wilde woestenij aan grassen, brandnetels en braam rond de glazen kas stond. Daar konden we volgende week ook flink aan de slag volgens het motto, vele handen maken licht werk. Toch even langs hun huis rijden om nogmaals een mega culpa aan te heffen.

Ik zat op het bankje en bekeek de app voor het verlaten huis, kind noch kraai te bekennen. Het bleek dat kort tevoren schoonzoon had bericht even de oudste telg op te halen en in 15 minuten weer thuis te zijn. Kwartier rust in de brandende zon in de te warme trui deed mijn laatste reserve opbranden. Na inderdaad twintig minuten hoorde ik gekeuvel op de fiets, daar waren ze.

Uitrusten op de bank binnen was er niet bij, kleindochter bombardeerde me tot voorleesoma en sjouwde vol enthousiasme haar boeken aan. Zie maar eens nee te zeggen tegen zo’n stralende kleine pork. Met een ontploft tuinhoofd, zag ik later op de foto van dochterlief, dook ik in de wereld van de Dribbels en de Nijntjes. Schoonzoon legde uit dat ik helemaal niets beloofd had en dat hij ook niets had verwacht van mijn kant. Verkeerd begrepen door de zinsconstructie. Als er had gestaan ‘Je was er jammer genoeg niet’ had ik het begrepen.

Het gaf niets, na een boek of acht en de uitnodiging om mee te eten te hebben afgeslagen, bespraken dochter en ik nog wat dingetjes over ons gezamenlijk weekend. Met een hartelijk en uitbundig zwaaien werd ik uitgeleide gedaan en ging ik op huis aan. Lood in de schoenen en languit op de bank. Opladen voor vandaag.

Uncategorized

Een nachtrust zonder hindernissen

Het is volkomen duidelijk. Activiteiten zijn een oplaadbron voor de energie. Na die lange impasse, waarin we verkeerden, is het nu zaak om het leven te voeden. Gisteren was het een uitzonderlijk lange dag voor mijn doen. In de middag het laatste bed op de tuin aangepakt, als beloofd. Het bleek dat er planten stonden, die totaal overwoekerd waren door het achterstallig onderhoud. Dat laatste werd opgelopen in de koude meimaand. Nu, met het gebruik van spieren die niets meer gewend zijn, strammen de vingers zich tot klauwtjes voor het gevoel. Er is meer dan genoeg ruimte voor een stevige plant, die tegen die boomwortels van de heg van de Oude bestand zijn. Steeds mislukt of verdwijnt er iets op mysterieuze wijze. Er zijn vast en zeker florabeheerders in de tuin, klein en ondergronds, die zich tot taak hebben gesteld iets goed of af te keuren, vermoedelijk zien ze eruit als kleine woelmuizen en trekken geheel en al hun eigen plan, door af en toe de bollen als een feestmaal uit te kiezen en gangen te graven waardoor planten verzakken en verrotten. Hun companen de mollen doen mee door het grastapijt te ondermijnen. Iedere woelmuis draagt een vlaggetje met daarop hun doelstelling ‘Survival of the fittest’. Dus tieren grassen, bosaardbei, kleefkruid en hondsdraf als nooit tevoren. Alleen de sterkere soorten dus. Zal vandaag eens op onderzoek uitgaan.

In potjes op het balkon alvast wat klaproos, stokroos, goudsbloem, afrikaan gezaaid. Even sterke planten kweken voor volgend jaar. Moet lukken. En weer een hele kruiwagen vol geschoffeld. Langzaam maar zeker vormt zich met de open ruimten in de tuin, lucht in het hoofd.

Na de tuin, voetballend Spanje zien opveren en meer vertrouwen krijgen en in de rust naar de afgesproken plek gereden, om vier van de vijf leden van de leesclub te ontmoeten en met één auto af te zakken naar een dorp in de provincie Gelderland. Voor de boekbespreking, dacht ik eigenlijk, maar we hadden de vorige keer verzonnen daar een wandeling te gaan maken. Gelukkig had ik de juiste stappers aan.

Vest van vriendinlief aan en gaan. Door de hoge grassen, langs het ven, voorbij de molen, indrukwekkende berenklauwen aan de rand, akkers vol gewone tarwe doorspekt met veldbloemen: Wikke, klaproos, witte en paarse klaver, veldlathyrus.

We kwamen voorbij een beverburcht, verse houtsplinters en kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet, langs de boomgaarden met champignonnenmest, die vol op de, door de grassen toch al dichtgeschroefde, keel sloegen.

Terwijl de anderen de tuin bewonderden, liet vriendlief me de kleine steenuil zien op de schoorsteen bij de overburen. Het landschap ontvouwde zich met een weidsheid die spoedig tijdelijk voorbij zou zijn, omdat de jonge maisaanplant wel redelijk aan de achtertuin grensde. Het zij zo en zou ook weer voorbij gaan. De drie grote windmolens, eveneens nieuw, stonden weliswaar verder weg, maar waren duidelijk aanwezig in het panorama.

De avond kabbelde voort met thee slempen en heerlijke zachtromige vlaai. Over de tafel vlogen de onderwerpen en zoals altijd was het niet moeilijk de diepte in te gaan, de misstanden te bespreken binnen zorg in het onderwijs, af en toe een voetbaluitslag te wikken en te wegen en persoonlijke wederwaardigheden uit te wisselen. We sloten af met een slok wijn en de bespreking van een aanstaande weekend in het chalet van een van ons in Zeeland. een pyjamafeest met matrassen op de vloer, tijdloos vermaak. Moesten we plannen? Nee, Gods water over Gods akker laten lopen en alles nemen zoals het komt, was het devies. Zo vulde zich de dag en veel later, na een samenvatting van de doelpunten die avond, wachtte het warme bed en een nachtrust zonder hindernissen.

Uncategorized

Zo blijft een mens van de straat

De nieuwe muziekstandaard is binnen, met veel kunst en vliegwerk en een aantal kilometers omdat het afhalen niet de plaatselijke boekhandel betrof maar het bedrijf zelf. Klakkeloos mijn eigen invulling gemaakt. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’, zei men vroeger. Consequenties aanvaard in de wetenschap dat ze lekker snel naast de ezel staat, sterk genoeg om mijn IPad te dragen. Voort wat, hoort wat. Snel aan de slag ermee.

Naar de fysio, waar de oefeningen niet goed gingen omdat ik de ademhaling niet in het juiste tempo kon brengen. De therapeut spreidde de mat, haalde een hoofdkussen en vroeg me op de rug te gaan liggen. Een box met tissues op mijn buik en daar gingen we. Buikademhaling oefenen, want bij inspanning zat ik steeds te hoog en dat kostte kostbare zuurstof maar ook en juist bij de uitademing werd te weinig uitgewisseld. Al mijn eerdere ademoefeningen ten spijt bleek het toch nog vaak fout te gaan. Nu in ontspanning was er geen vuiltje aan de lucht. Vaker en bewuster bij stil staan dus.

Ineens een gil, kleine dribbel was met zijn broer en mijn dochterlief binnen gekomen. Hij wilde bij zijn broer zijn, die aan zijn knieoefeningen begon. Afleiden en met een spelletje op de telefoon was hij wel even zoet te houden.

Wij waren klaar en met de boodschap goed te oefenen op alle momenten van ontspanning van de dag sloot ik me bij het tweetal aan. Even gebabbeld tot de kleine het weer zat werd. Uit protest ging hij languit op de grond liggen en wachtte tot wij verder gingen met ons gesprek, waarbij hij ondeugend in de richting van de oefenzaal schoof om daarna met een spurtje naar broer te lopen. De fysio was slim en liet hem, tussen de oefeningen op de trampoline door, even zijn gang gaan. Toen de koek op was, zowel voor dribbel als voor broer, braken we op. ‘Dag schatten’. Omhelzen mocht weer. Al met al toch een fijn dagje.

De grote doos waar de standaard in zat, was zwaar. Veel karton. Een lumineus idee was het, ter plekke in de auto, uitpakken ervan en het karton afvoeren naar de papiercontainer naast de parkeerplaats. Met de losse steel en de lessenaar was het een makkie om alles boven te krijgen. Wie niet sterk is, moet slim zijn. In de brievenbus lag nog een pakketje. Boven had ik nog wat uit te pakken.

De gedichtenbundel van Ineke Riem en twee geschenken, het boekenweekgeschenk van Hanna Bervoets met de titel:’Wat wij zagen’ en een voorpublicatie van Karin Slaughter, waar geen oordeel over te vellen viel, omdat er geen enkel boek van haar in mijn bezit was. Na Agatha Christie heb ik zo goed als alles wat thriller of detective was, gelaten. Er worden al genoeg moorden gepleegd in letterland.

Een gedicht springt in het oog bij het doorbladeren van het bescheiden bundeltje van Ineke Riem. ‘Pegasus en ik’. Dat met een wonderschone zin begint. ‘Mijn moeder spaart slapeloze nachten tussen de pagina’s van Libelles’. Het verhaalt over de moeder die de dochter naar haar spiegelbeeld wil vormen, maar zij wil juist ‘drinken uit een geheime bron’ en zal nooit de Libelle-vrouw worden. ‘Is haar moeder nog te redden’, vraagt ze zich af. Wij leerden in de jaren na onze jeugd vooral te ontspiegelen. Weg met die heilige huisjes. In mijn hoofd woont dat rebellerende kind nog steeds, omdat vrijheid het hoogste goed is. De vrijheid om je eigen leven te bepalen en om jezelf te mogen zijn. Heerlijk bundeltje vol overpeinzingen.

Vandaag wordt het tuinendag. Nog een klein stukje tuin aan te pakken dan kunnen we vermoedelijk, met deze regendagen, weer van voren af aan beginnen. Zo blijft een mens van de straat.

Uncategorized

Filia, mijn Filia

Facebook reikte een gouden herinnering aan. Het was de trouwdag van mijn tweede dochter met mijn extra zoon, die ik met liefde omarmde toen hij in de familie kwam, één van ons, dat zijn ze allemaal trouwens. Zij, waar geen goede namen voor zijn om aan te duiden dat ze me lief zijn als mijn eigen kinderen. Bonus, Plus, het klinkt toch alsof er een blik supermarkten is opengetrokken. Stief is helemaal uit den boze. Je hoeft maar aan die gemene hooghartige stiefmoeder van Sneeuwwitje te denken en het lot van iets dat stief heet, is beschoren.

Ze had een prachtige jurk uitgezocht samen met vriendin en mij. Eigenlijk heb je altijd al iets voor ogen, maar op de bewuste dag was het moeilijk kiezen, totdat vriendin zei: ‘Doe eens gek en kies er een die je niet op je netvlies hebt. Een die je nooit zelf zou kiezen’. Het werd een grote wolk tule met zwarte uitwaaierende bloemen erop geborduurd. Ze trok het aan met veel kunst en vliegwerk en het kostje was gekocht. Prachtig omsloot het haar ranke lijf en wij allen, tot en met de vrouwen van de winkel aan toe, waren betoverd. Zouden bruidsjurken ook hun eigen modellen stiekem al kiezen en zo gaan hangen dat je er bijna over struikelt als je er langs kwam zodat je er vanzelf voor vallen zou.

Dat vind ik op zichzelf een grappig idee, al die kirrende bruidsjurken bij elkaar die middels het zachte ruisen vertellen wat ze van al die langslopende toekomstige bruiden denken. Zo’n heel eigen leven daar diep van binnen. ik voel een verhaal aankomen.

Mijn trouwjurk was een heerlijke Indiajurk, waarvan het bovenlijf al een beetje strak begon te zitten om dat zwangere lijf. Rood met grote bloemen op bovenlijf, en bloemstroken rond mouwen en rok. Haren los in de wind, aan mijn lijf geen polonaise, en India teenslippers. Mijn toekomstige echtgenoot had een jasje aan van een oud Perzisch tapijt, daaronder een geblokt houthakkershemd, sleutels in zijn oren, lang haar en een woeste baard. Slechts een huisgenoot en vriendin was erbij en verder niemand, want we trouwden op Terschelling. De ambtenaar was zielsgelukkig dat hij niet formeel gekleed hoefde te gaan en de hele ceremonie duurde een kwartiertje. Twee ambtenaren waren getuige. Het was gratis en voor niks. Het ringetje, nog snel even bij een plaatselijke drogist gekocht, vergaten we om te schuiven. Op de terugweg naar het huisje krijsten de meeuwen hun bruidslied voor ons en waaide de wind op stormkracht alle verdere muizenissen uit de hoofden. Het leven was prachtig en diep van binnen verscholen in haar warme wiegende holletje klopte het kleine hartje voort. Trouwdatum 17 april, geboortedatum 17 mei. Laat dat maar aan het toeval, dat geen toeval kan zijn, over.

Het houthakkershemd

De bruiloft van dochter en haar lieverd was zo mooi, omdat we met elkaar lopend van het stadhuis, door de ons zo vertrouwde en geliefde oude binnenstad mochten lopen, het bruidspaar voorop en de hele stoet erachter aan, na eerst een tocht met twee grote sloepen de singels rond. En waar is het mooier foto’s maken dan in de pandhof van Sinte Marie. Wat fijn om de dag te beginnen door weer even daar te zijn.

Ondertussen speur ik nog steeds naarstig naar wat in liefde gegeven is: Storge, zoiets als: genegenheid, In Romeinen 12:10 φιλόστοργοι, philostorgoi, daar te vertalen met de koesterende liefde zoals van een moeder voor haar kind. Filia is het andere begrip: beminnen, liefhebben, vriendschap”; φιλέω “liefhebben, beminnen, kussen, vriendschap de liefde als broeders en zusters onderling.

Daar klinkt al het gevoel in door. Even wennen aan het woord, de diepte ervan proeven en daarna geloof ik dat dit een prachtige betekenisvolle aanvulling is, net als de schoonzonen en schoondochters en lieve nieuwe kleinkinderen zelf. Filia, mijn Filia.

Uncategorized

Een hart vol liefde

Alles in de stroomversnelling om vooral maar vroeg naar de tuin te kunnen. Ondanks de dreigende luchten voorspelde de buienradar droog met hier en daar een drupje. Er was nog een hoop werk te doen, voor zoonlief met zijn nieuwe liefde op bezoek zou komen.

Ik had er zin in. Eerst maaien, want met een glad geschoren gazon zag het er al weer veel netter uit. Twee borders nog te gaan om van grassen te ontdoen. Bovendien was het perzikkruid aan het eind van haar latijn, net als de dagkoekoeksbloemen. Van de oude had ik het kleefkruid geërfd, dat zich overal doorheen vlocht met een hardnekkige vasthoudendheid en de rozen en de brandnetels in een liefdevolle wurggreep omstrengeld hield.

Kruiwagen in de aanslag en los gaan was het devies. Wel het wiedkrukje met de handgrepen bij de hand voor als de rug zou protesteren. Trek, ruk, trek, ruk en dat alles onder het spreeuwengeschetter uit de naburige tuin, waar een jonge bonte specht het voederritueel kwam verstoren. De matkopmees kwam, om de drukte te ontvluchten, nieuwsgierig bij mij kijken en had zich in de appelboom verstopt, vanwaar ze met een scheef koppie de verrichtingen gadesloeg.

Alsof het groeisel door had dat er grote schoonmaak werd gehouden, richtten ze fier de kopjes op. ‘Wij zijn er wel, zoals je ziet, maar je zag ons niet’, lispelden en ritselden hun bladeren. Rode roos vormde dankbaar een nieuwe coulisse achterin samen met de uitbundige roze. De vrouwenmantel spreidde haar pandjes breed uit nu kleefkracht niet langer om haar heen woelde.

Op de plek van het perzikkruid en de dagkoekoeksbloem strooide ik lavameel en vlinderbloemenzaad. Het zou de volgende dagen toch regelmatig regenen, bij uitstek geschikt om te laten ontkiemen. Bij het uitpuffen schoot woelmuis onder de Bernagie. Ziezo, de laatste wilgentakken gesnoeid en verwerkt en tijd voor de gezelligheid. Tot mijn verbazing kwamen in het kielzog van zoonlief en vriendin, de beide dochters met hun gezinnen erachteraan. Vol huis.

Terwijl de klein Dribbel in het atelier op ontdekkingstocht ging, kwamen de meegebrachte lekkernijen op tafel. Turks brood, olijven, kaas, zelfgemaakte pompoenspread, worst, wraps door zoonlief eigenhandig in elkaar geknutseld, tomaat, komkommer en sla. Plat water en prik, rosé, witte wijn om de dorst te lessen. Maar het allereerste wat we deden was elkaar in de armen sluiten en lang en stevig vast houden om anderhalf jaar ruim te overbruggen, dat in liefdevolle, maar eenzame einzelgangerigheid was verstreken. De oudste dochter en beide schoonzonen vertrokken halverwege met de kinderen, de uittocht van een ware kinderkaravaan. We kregen het over kinderen van een partner, hoe noem je die. Bonuskind vond zoonlief maar niets, dat deed hem aan de Grootgruttersbonuskaart denken. Maar hoe dan. Je wil laten weten dat ze liefdevol opgenomen worden in de familie en dat verwoorden in taal. Bonus schrappen we dus, maar ik ga een woord verzinnen waarbij de vlag de lading dekt.

Ziezo, de dag, wat zeg ik, dit nieuwe tijdperk kon al niet meer stuk. Twee zonen met aanhang misten nog, maar we wilden snel een dag met elkaar plannen, naar zee of Amelisweerd, of waar dan ook. Als we maar samen waren. Moeilijker om te plannen, terwijl deze spontane actie zo snel tot stand kwam, maar daar valt vast een mouw aan te passen.

Zoveel mensen tegelijk was weer even wennen, maar tegelijkertijd ook iets om je heel rijk en dankbaar bij te voelen. Rond vijven vielen de eerste grote dikke zomerdruppels en dat was het teken om de boel in te pakken, alles wat stof was, in de hut te leggen en de rest zoveel mogelijk mee te nemen. Zoon speelde pakezel en sjouwde de wilgentakken en de zware koeltas mee. Iedereen droeg wat. Vooraan was er een bedrijvigheid onder de tuinders en werd er nog een heel verhaal opgestoken over versleten knieën en opnames, die maar uitgesteld werden, afgestoken in een heerlijke Turkse beeldspraak.

Een voldaan gevoel vulde de kleine blauwe prins op de weg terug, een hoofd vol beelden en een hart vol liefde.

Uncategorized

Hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Er werd hard gewerkt bij de grote schuur vooraan op het tuinencomplex. Men was met ongeveer zes mensen bezig de boel leeg te halen, de container was voor het grootste gedeelte voor de bosmaaiers en de traktor en de kleine spullen uit de schuur werden in een schap gestald die mijn achterbuurman met verve van het oude hout in elkaar had getimmerd. Vooral de groepsbinding, die dergelijke klussen opleverden waren van groot belang. Het verwarmt om iedereen zo eensluidend bezig te zien.

Op de tuin waren er nog een paar noeste werkers. De mollen hadden in hun beleving vrij spel en groeven dat het een lieve lust was. Ik hou van mollen en kan er niet toe komen om ze van het erf te verdrijven, al doen hun molshopen een inbreuk op het toch al onder de droogte lijdende, grastapijt. Ik hoop altijd weer dat de natuur zichzelf regelt. Wie weet. Groeizin was alom aanwezig. Met name de grassen gedijden uitstekend en alles wat wilg was schoot omhoog. De achterbuuf gaf raadzaam advies voor de oude onwillige peer, die maar niet uit haar kluiten wilde schieten. Snoeien hier en daar en wat lavameel aan de voet was het advies. Straks als ik de tuin heb afgegrazen en het volop ruimte biedt aan de bloeiers, zal ik met het lavameel de rest bemesten. Goede voeding aan mineralen voor onze zurige en zompige veengrond.

Bij de buuf kletsten we bij met een klein glaasje Pinot blanc en wisselden tips uit voor fiets en wandeltochten, die we beiden graag maken. Ik met de zussen en zij met haar man. We sneden het onderwerp stalken aan naar aanleiding van de documentaire ‘Jij bent van mij’ die we beiden hadden gezien. Helaas heb ik ooit, nu 25 jaar geleden, aan den lijve ondervonden wat dat met een mens kan doen. De angst om het onverwachte werkt verlammend. Bij elke stap die je zet, registreer je in een oogwenk de omgeving, bij elke handeling die je doet, buiten de veiligheid van je huis, wordt dubbel gecheckt en dan nog wordt je erdoor overvallen. Duisternis is onbetrouwbaar, alle lichten gaan aan, ramen afgeschermd, maar het allerergste is dat je voortdurend op je hoede bent. Zelfs de slaap wordt lichter. Elk geluid werkt als een alarm. Bij mij duurde het een aantal maanden, waarna het veilig werd omdat de betreffende persoon werd vastgezet, maar bij Harry Sacksioni duurde het veertig jaar. Niet voor te stellen. Tevens een voorbeeld hoe een gebeurtenis je tot wanhoop en een eventuele wanhoopsdaad kan drijven. Met verbazing heb ik ook gekeken naar de man die zijn exvriendin had gedood en in de rechtbank zelf de vermoorde onschuld speelde. Niet eens speelde. Hij zat volkomen in zijn eigen narcistische bubbel en geloofde er zelf in. Ik kreeg de tip door van een boek, dat ik nog even geheim hou, omdt het als een cadeau gaat dienen, maar later meer hierover. Beloofd is beloofd.

Zo mijmerden we voort over onze inspiratiebronnen, terwijl de zwartkop en de pimpelmezen diefje met verlos speelden in de kersenboom, een vrouwtjesmerel aan een lange pier trok en de spreeuwen naarstig overvlogen naar de tuin van de oude, waar ze vogelzaad wisten. Vandaag ga ik verder met het grote grasproject. Kruiwagen ernaast en trekken maar. Zo vond ik de prachtige iris in volle glorie terug en de kamperfoelie met de grote clematis, die dankzij dat zelfde groeizame weer in grote getale tot wasdom komen. Op de terugweg deinden de gele plompen, overtuigend bewijs, hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Uncategorized

Waar dit fijnzinnig venijn om vraagt

Spelen met de app Procreate is zo leuk om te doen. Ik heb er wel een aantal filminstructies van Youtube bij nodig, maar door het spelen, groeide er een nieuw idee voor een schilderij. De eerste sinds lange tijd. Het schept verwachtingen.

Gisteren al vroeg op pad om naar de opticien te gaan. Vriendinlief ontving me opnieuw allerhartelijkst. De druppels hadden geholpen, maar door observatie had ik ontdekt dat het rechter oog wat meedraaiende zwarte vlekken kende. Floaters vermoedelijk, wist ze, maar om het zekere voor het onzekere te nemen staat er een nieuwe afspraak voor de optimetrist.

Floaters heten in het Frans ‘Mouches Volantes’, vliegende vliegen. De associatie met het woord floating doet me denken aan drijvende wolken, wat de kwaal al verzacht. Niets is zo mooi dan een nieuwe werkelijkheid te ontdekken in zo’n zachte witte romige wolk. Als kind op je rug in het gras liggen, de handen onder het hoofd gevouwen en uren turen naar wat zich daarboven aan een sprookjeswereld afspeelde. Grote dombo’s kwamen langs of luie katers, oude trollen en woeste krokodillen. Toveren zonder een toverstaf, sprookjesboeken zonder letters en verhalen vol fantasie schoven voorbij. Zelfs nu nog is er niets fijners dan tegen een hemelsblauwe achtergrond die snelle of vertraagde amorfe wisselingen gade te slaan. Maar de floaters in mijn oog zijn mijn eigen amorfe wisselingen, de rafels van mijn fantasie, .

Net als Tinnitus kan je er veel of weinig last van hebben. Het ligt er maar aan of je in staat bent het voor het grootste deel te negeren. De grote geestelijke verdwijntruc. Het is er wel, maar het is er niet. Met het oorsuizen ben ik meester geworden in het negeren. Het zijn ouderdomskwalen en die heten in het Frans weer Maladies de la Vieillesse, wat poetischer klinkt. Bijturven op de tijdsbalk. Met het zicht op zich was niets mis. Dit onderzoek afwachten en dan een nieuwe bril. Zo leuk om er weer een uit te kunnen zoeken.

Vanmorgen stuurde de VPRO wat tips voor nieuwe films door, waaronder de animatiefilm ‘Josep’. Een animatiefilm over de Spanjaarden die op de vlucht waren voor het Franco-regime in 1939 en in Frankrijk in kampen werden geplaatst. Onder hen was een tekenaar, Josep Bartolli, die die vlucht aan den lijve had ondervonden en vastgelegd op beeld. Een bijzonder en getalenteerd man. Hij bleek bij het natrekken van zijn doopceel, nog drie jaar lang in 1946 liefdesbrieven te hebben uitgewisseld met Frida Kahlo in 1946.

Ooit zag ik de film ‘Louise en Hiver’. Volledig ondersteboven door het beeld van het ouder worden, vergeetachtig zijn en herinneringen dromen en herbeleven, verpakt in lieflijke beelden en sfeervolle muziek, met een prachtige doorleefde stem eronder, hoop ik op eenzelfde beleving bij deze Josep.

Het wachten is op de bui, die beloofd is. Zeer plaatselijk heeft ze zich overmoedig uitgestort, maar met smart smeken hier de planten op een gelijdelijke verdeling, zodat niet alle nieuw verworven bloemknoppen in een keer naar de ratsmodee geholpen gaan worden of worden verpletterd door hagelstenen als duiveneieren. Hier in de regio belooft de app vannacht pas zwaar weer. Dat zou betekenen dat ik vandaag naar de tuin kan. Gisteren noopte de luchtvochtigheidsgraad tot binnen blijven.

Ineke Riem met haar nieuwe gedichtenbundel Fantasii laat een gedicht op Youtube horen dat Yin heet. Ze begint aanvankelijk kabbelend en heeft het over mijmeren, gewoon zijn, geen hoogdravendheid, geen poses maar ze eindigt het gedicht met haar niet mis te verstane kritiek en de rehabilitatie van de vrouw op schuurpapier. De aanschaf van deze gedichtenbundel, dat is waar dit fijnzinnig venijn om vraagt.

Fantasii

Uncategorized

Iets om trots op te zijn

Door de eerste buien heen geslapen. De vraag bleef hangen of dat al dan niet met onweer gepaard was gegaan. Het had in ieder geval de slaap niet verstoord of aan de poorten van de droom getrokken. Daarin was ik in het oude buurtje van mijn jeugd. De winkels waren er nog, maar verkochten allemaal wat anders of niets meer en dienden dan slechts als opslagplaats, zoals dat het geval was bij de sigarenboer op de hoek, waar ik de shag voor mijn vader moest kopen.

Het te warme weer werkte verlammend, maar nu voelde het heerlijk aan en je rook de regen. Gisteren toen ik op zus aan het wachten was, vlogen de gierzwaluwen laag over. Ze scheerden op hun gebruikelijke manier als nijvere bijen door de lucht. Laag, omdat daar de insekten zaten. Het leek een spel, tikkertje in de lucht, maar het was hun natuurlijke modus. Ongetwijfeld kon je het gieren horen, maar het geluid werd weggestreept tegen de tinnitus in mijn dove oren.

Bij zoonlief werden de tuinstoelen en de parasol vol vreugde ontvangen en trok de kleine alle aandacht van de drie oma’s naar zich toe. Glaasje water, alles uitproberen en opzetten en tevreden met het resultaat van wonderwel een eenheid en dat op de bonnefooi.

In de Tijdgeest van 5 juni staat een artikel over trots en over het dilemma dat de schrijfster Jacqueline Kuijpers ermee heeft. ‘Het ongemak dat trots heet‘ staat er als kop boven. Ze is opgegroeid in Zeeland en de woorden van haar grootvader zijn haar moeder en haar met de paplepel ingegoten. ‘IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid’, orakelde hij met de bijbel in de hand. Trots beschouwd als ondeugd, volgens David Hume, een Schotse filosoof. De schrijfster roemt de houding van de Amerikanen, die ieder compliment als een cadeau uitpakken. Vermoedelijk strooien ze ook makkelijker met complimenten. Vroeger was trots vooral iets wat je op je eigen prestaties kon zijn, maar nu kan je trots zijn op iedereen, door de vlucht die de media genomen heeft. Op Facebook en Twitter wemelt het van de opgeheven duimen, hartjes en het applaus. In de psychologie schijnt er een term voor te zijn: ‘Basking in reflected glorie’. Je koesteren in de reflectie. Aan het eind van het artikel: komt de vraag waar of de lezer trots op is en dat zet aan het denken.

Op de kinderen, vanaf dag één en op alle kinderen even trots. Omdat ze hun weg hebben gevonden, ondanks de moeilijke omstandigheden en liefdevol en doortastend zijn. Empathie en geëngageerd zijn zit ook in de familiekoker. Als je op jonge leeftijd al flinke tegenslagen heb moeten incasseren, dan verandert de wijze waarop je tegen de wereld aankijkt, maar ik begrijp ook heel goed dat het dubbeltje een andere kant op had kunnen rollen. Het is vooral dat ze elkaar niet hebben losgelaten en voor elkaar zijn blijven zorgen, waardoor we staan, waar we nu staan. Op die bereikte sterkte en de eenheid ben ik trots.

Wat moeilijker is mijn eigenwaarde. Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat mijn puberale ondeugdelijkheden voortkwamen uit de manier waarop ik de aandacht voor mijn ‘zwaarlijvigheid’ uit de vroege kinderjaren had verwerkt. Schromelijk overtrokken heeft die aanname zich vastgeklonken in alles wat ik ondernam. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht, hoe dan ook. Lief gevonden willen worden en juist het tegenovergestelde bereiken is een frustrerende ervaring. ‘Week het los, geef het een plek’, fluisterde het ego al jaren. Trots zijn op jezelf betekent ook lief zijn voor jezelf, accepteren dat je bent, zoals je bent en trots zijn op wat er is bereikt.

Het feit dat ik zo kan reflecteren, laat de vorderingen zien van die zelfacceptatie. Het te mogen ervaren door de manier waarop de kinderen in het leven staan is heel wat waard. Iets om trots op te zijn.

Uncategorized

Dan breekt het lijntje niet

De volgorde was met deze hitte wat anders. In plaats van schrijven in de heerlijke koele ochtendbries, was er het wijze besluit om eerst, nog voor de hitte de kans kreeg om het gewone leven lam te leggen, alvast naar de tuin te gaan. Zoals gewoonlijk was het in mijn hoofd altijd vroeger dan in werkelijkheid. Weliswaar was de realiteit half acht onder de douche, maar er moest hier ook veel. De planten op het balkon smeekten om een drupje, gister was het er niet van gekomen. De kattenbak inhoud mocht gelijk mee met de te volle vuilniszak, even persen en de vaat vroeg om aandacht. Veeg over de vloer, sleutel in de aanslag en klaar was Trijntje.

De achterbuurman was al aan het maaien geslagen en had plek gemaakt voor de container, die vrijdag zou komen. Er was het grote plan om de schuur van de vereniging te vervangen door een heus huisgebouw, met…en dat was het goede nieuws…een dames en een heren-toilet. Wat een luxe. Voor twee jaar terug was er al een kraan met stromend water gekomen en nu dan een echt compleet verenigingsgebouw. Dat wordt in haar geheel door vrijwilligers verwezenlijkt. Nooit meer overhaast naar huis voor het bezoek of naar het tuincentrum ernaast. Het heeft voordelen. Een pracht ontwerp van de architect onder ons tuinbezitters, dus in goede handen.

Na het gieters gieten was het echt wel genoeg. De kleine blauwe prins werd eerst volgetankt bij het tankstation en daarna toog ik naar de tuinmeubeloutlet en zie daar, toeval bestaat niet. Het eerste wat op mijn netvlies kwam waren twee verstelbare tuinstoelen, nagenoeg gelijk aan twee van zus voor zoonlief op zijn terras. De kussens erbij gevonden en voor een koopje op de eerste rij. Het had alles te doen met het gelukkig gesternte van die dag. Lunchen bij dochter en bonuszoon. Ze hielpen het familiecadeau voor zoonlief in de auto te zetten. Heerlijk om ze daarna samen, de handen in elkaar verstrengeld, weer terug naar het huis te zien lopen. Liefde laait zich vertalen in dit soort kleine gebaren, die zo groot van betekenis zijn.

Na boodschappen en afzien toch het relaxen op de bank met de video- voetbalwedstrijd van zoonlief. ondanks de wedstrijd Rusland- Finland. Het was minstens zo spannend. Wat fijn om mijn stoere man de boel te zien verdelen en zijn zuivere passes weer te mogen zien. Ze wonnen, zei ze niet zonder trots.

Gisteren kwam ik na een enerverende dag niet verder met schrijven. Toch te moe en dat klinkt vandaag ook nog door. Teveel hooi op de vork genomen. De dag begon al vroeg met een oranje streep licht aan de horizon tussen het dichte groen van de bomen door. Ik mis het open zicht erop, maar des te meer genieten wordt het als het blad straks weer valt. De vleermuizen waren er ook.

Naar beneden voor jarige zoonlief op zou staan. Ik had bloemen gekocht en chocola van Pluis, een kaartje erbij dat hij zelf het cadeau uit mocht zoeken, omdat hij anders weer een badhanddoek zou krijgen, net als de vorige jaren. De rozen op het balkon bloeiden uitbundig, alsof ze wisten dat er een feest was. Pluis trok zich er niets van aan en liet de lome warmte langs haar snorharen glijden met een uitgestoken koppie.

Zwarte schuur is uit. 489 bladzijden schoon aan de haak. Als je eenmaal in het verhaal zit, lees je het in een adem uit. Hoe fijntjes kan Oek de Jong tussen de regels door schrijven. Dat maakt het boek zo sfeervol. Nu maar weer verder met ”Jij zegt het’ van Connie Palmen. Ook geen straf.

Het was benauwd deze ochtend met een lauwwarme wind die onrustig aan de bomen trok. Het moet een beetje kalmer aan vandaag. In mijn hoofd fluistert mijn moeder: ‘Dan breekt het lijntje niet’.

Uncategorized

Nieuw geluk

‘Denkers zijn kwetsbare mensen’ lees ik bij een van de bloggers, die schrijft over ‘De Verborgen Geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky. Lang geleden heb ik het boek gelezen, een boek over de verborgen geheimen van de inwoners van het dorp Courtillon. Toevallig ben ik net ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong aan het lezen. Een boek over een ander verborgen geheim van een inwoner, een jongen nog, uit een Zeeuws dorp. Omdat het gebeurde nooit in de aard van de zaak verwerkt werd, is zijn leven doorspekt met het drama. Langzaam groeit zijn somberheid ermee uit tot een diep dal, waaruit het moeizaam klimmen is. Kan iets wat de veroorzaker van de huidige staat van zijn is, dan nog volledig verwerkt en geaccepteerd worden en welke weg is daarin wijsheid. Dat zijn de vragen die oprijzen. Het boek is pakkend geschreven. Iedere keer leg ik het weg om er vervolgens toch weer verder in te lezen. Nu ben ik op een derde van het lijvige boekwerk aanbeland. Daar komt het dorp in volle hevigheid weer terug in zijn leven.

Ik kom terug bij de zin ‘Denkers zijn kwetsbare mensen’. De man uit het verhaal van Oek de Jong denkt ook en verdwaalt in zijn denken in aannames en veronderstellingen. Zo schept hij een irreëel beeld en de auteur doet met hem mee. Hij legt de twijfel in de zelfacceptatie van zijn personages. Als je er schonkig en verwaarloosd uitziet, kijken mensen minachtend, deinzen serveersters terug. Elke handeling is op vermijden ingesteld. Dat idee vergroot zich automatisch uit tot je denkt de Afghaanse jas te kunnen ruiken, dat vroeger geen stinken heette, maar juist heerlijk geurde vermengd met de musk of patchouli. Het is maar net welk beeld je er bij hebt. Denkers zijn kwetsbaar omdat ze iets groter of kleiner kunnen denken, en niet alleen de dingen, maar ook zichzelf. Gedachten vergroten de emotie uit, al naar gelang je staat van zijn. De angst, het verdriet, de glorie, de mate van bewondering of een innerlijke tevredenheid. Op die golven drijft de gedachte, een zee aan emoties en die zijn leidend voor de invulling ervan.

Van de week stond een vuilniszak eenzaam boven aan de trap van het portaal. In het trapgat hoorde ik amechtig hijgen en snuiven. Ik wist dat het mijn buurman was, die slecht ter been was en die zijn lijvige gewicht naar beneden moest torsen. Ik vroeg hem of ik de vuilniszak mee moest nemen. Hij beaamde dat opgelucht. Beneden keek ik hem op de rug en zag dat zijn zwarte t-shirt van de inspanning aan zijn lijf plakte. Het gezicht was rood aangelopen. Op mijn; ‘Dat is toch veel te zwaar, had je weer omhoog moeten lopen’, zei hij met berusting en ook spijt in zijn stem: ‘Ze wil hier niet weg. Ik kom bijna niet meer buiten’ terwijl hij zich met een zucht in de rolstoel liet vallen. Ik kende het probleem wel. Het is zo’n heerlijk huis en zij wonen er nog langer dan ik. Dan vergroei je ermee en gaat het aan je hart om te moeten verhuizen. Maar je hart is waar je huis is en dat huis maak je zelf.

Ik dacht terug aan mijn ouders, die het heerlijk hadden in hun eigen huis, met de stoel van Pa voor het raam, het postzegeltuintje met de forsythia en de perenboom en mijn moeder, vief van lijf en leden, die zo oud was als ik nu ben en mee moest naar het bejaardenhuis, omdat de zorg voor onze vader te intensief werd. Het klein kamertje met de slaapkamer waar hun gedeelde levens alleen als ontsnappingsmogelijkheid de commissies golden, zodat zij veel in het huis op pad was voor besprekingen en vergaderingen en praatgroepen.. Weg van de zwijgende, rokende man in de stoel. De geur van het huis, de oude mannengeur die mijn moeder bij ons thuis fanatiek had bestreden met de chloorfles, was nu niet meer te ontwijken. Ze heeft het niet lang volgehouden. Bezweek het hart toch onder het gemis van de postzegeltuin?

Het kan liefdeloos lijken om niet weg te willen, maar je moet er zelf aan toe zijn, anders is in beide gevallen er één ongelukkig. Denken kan ook verhelderend werken en nieuwe inzichten geven. Ze moeten er nog maar eens een paar nachten over slapen en het dan bespreekbaar maken. Als troost kan ik meegeven, dat uit onheil niet zelden nieuw geluk geboren wordt.

Uncategorized

Een droomloze slaap

Zonder vader kan je je maar al te makkelijk vergissen. Ik wenste alle vaders in mijn gezin en die ene op zijn wolk een heerlijke vaderdag toe. ‘Volgende week pas’ appte dochterlief. Oeps. Vaderdag thuis was de dag van de pakjes zware shag en de jonge jenever, het enige cadeau waarvan we zeker wisten dat het altijd goed was. Zelfs Sinterklaas bracht vijf pakjes shag gewikkeld in vele lagen papier, of met briefjes die naar het pakje leiden en hem eerst het hele huis doorstuurden. Hij bleef trouw meespelen. Ruim 25 jaar dezelfde oubollige grap, maar verbazing spelen en meelachen om tere kindersnoetjes vol verwachting niet teleur te stellen.

Volgende week dus, maar tijdens de lunch bij het gezin van dochterlief met de Franse oma en opa erbij vierden we het al dunnetjes, omdat het volgend weekend kleinzoon een verjaardagsfeest bij een vriend had. In koeterwalen-Frans en met handen en voeten, naast de rappe vertaling van dochterlief, ontspon zich een gesprek over corona, over waarschuwingen voor de ernstige variant, over de kinderen en kleinkinderen, over bevallingen, gezondheid en lichamelijke ongemakken. Ik luisterde ingespannen naar het samengetrokken Frans, ving soms ineens een volzin, vergat bekende woorden, brabbelde ‘alle Fransen’ waar ik ‘het Frans’ bedoelde. ULO-Frans weggezakt naar het nulpunt. Af en toe proestte dochter het uit. Babylonische spraakverwarringen ten top.

Dribbel deed een aanval op de gekookte eieren, die hij reuze lekker vond, komkommers zijn bij de oudste jongens niet aan te slepen. Er was ruim voldoende. Na een heerlijke warme thee op het eind werd het tijd om een deur verder te gaan. De verjaardag van Zwager. Gelukkig was de inpandige slijter van de supermarkt open. ‘Ouzo 12′ had zuslief ingefluisterd en dat klopte als een bus. Het perfecte cadeau. De zussen kwamen en neef met zijn gezin. Zijn kleintje had grote kraalogen waarmee hij elke potentiële oma en opa onbewust om zijn kleine garnalenvingers wond. Vier oma’s om je bezig te houden, dat is boffen.

Dan was er ook nog dat andere gezin. Een pimpelmezenpaar met kleintjes in het nestkastje aan de muur. Af en aan vlogen de ouders, aarzelend, argwanend maar dapper, ondanks de drukte. Er werd heel wat afgevoerd door die twee. Er moesten beslist aardig wat kroost in het kleine kastje zitten. Soms wel tot elf kleintjes, had zwager gelezen. ‘Net als bij ons vroeger ‘grapten wij. Ook elf in dat kleine arbeidershuis. Haringen in een ton, maar zo heeft het nooit gevoeld. Er was immers ook dat grote buiten, waar we een groot deel van de dag vertoefden.

De kleine kraaloog had het fonteintje ontdekt en speelde met het water. Vingertje op de straal, vingertje op je neus en het aloude vers: ‘Mijn neus, jouw neus, boterneus, poepneus’. Schaterlachtend in de herhaling. Zus liet hem op de piano en we zongen een deuntje mee, terwijl zij de melodie tussen het gejengel doorspeelde. Kortom een feest van lering ende vermaeck in overvloed.

Een regenboog op de schoenen onder de tafel wisten we te vangen. De pot met goud was dit genoeglijke samenzijn, na zo’n lange tijd eindelijk weer mogelijk.

Pa en ma pimpelmees zullen opgelucht geweest zijn met die ingevallen stilte na het vertrek. Thuis wachtte Pluis en de voetbalwedstrijd. Oranje speelde bij vlagen fraai voetbal en het was spannend genoeg om de hele wedstrijd uit te kijken, iets wat normaliter maar zelden lukt. Al met al een enerverend dagje door het lome en het gelanterfanter, waarbij de vermoeidheid van een ander kaliber is dan een dag hard werken in de tuin. Zodra het hoofd het kussen raakte, zakte ik weg in vergetelheid en een droomloze slaap.

Uncategorized

In alle opzichten de moeite waard

Het leven zet zich weer vast, waar het eerst op wankele schreden voort kroop. Mijn nieuwe lente begint nu, in een stroomversnelling, want er valt een hele maand mei in te halen. Gisteren was het de dag der ontdekkingen. Niet de minste om te omarmen. Het was eindelijk gelukt om lavameel op de kop te tikken bij het tuincentrum. Op aanraden van de achterbuuf, een advies voor de broodnodige mineraalvoorziening van de grond zonder ernstig te moeten slepen met zware zakken aarde. En passant vulde vlinderbloemenzaad en lupinenzaad voor dochterlief het karretje. Met gouden buit naar de tuin. Op mijn tocht langs de achterkant van de tuinen ontdekte ik dat de waterlelies zich van hun mooiste drijvende kanten lieten zien. Het hart maakte een Monet-sprongetje.

Moed verzamelen en maaien. Daarvoor moest eerst de maaizak uit mijn inbouwschuurtje getild worden en daarna de maaier zelf. Ik maaide en het machientje snorde en het ging zo makkelijk. Had ik kunnen fluiten, dan had ik het gedaan. Ineens kreeg ik door wat het verschil met de andere keren had veroorzaakt. Ik was de maaizak vergeten er aan te hangen. Mijn witte gympen waren groen, maar wat een groot gemak gaf het. Met de maaizak was het zo zwaar en moest ik na elke tien minuten een kwartier bijkomen. Nu was ik binnen een half uur klaar. Een lumineuze ontdekking.

De bladhark, die nog altijd los op haar steel stak, kreeg van de achterbuurman een parkertje ingedraaid. Gras bij elkaar harken werd een fluitje van een cent. Ineens een hoop gekrakeel op het pad langs de tuin. Een paar vrouwen kwamen aangewandeld compleet met pubers en kleine kinderen. Een verschrikt en langerekt schril ‘Eeeeeeeeeek’ voerde de boventoon met daarna een versneld voorbij rennen. Na het harken was er tuinpad-inspectie en daar lag de arme verschrikker.

Het was een kleine mol, de graafpootjes doelloos uit elkaar, de geloken oogjes, het aandoenlijke spitse snuitje. Arme kleine. Misschien wel van pure schrik gestorven uit angst voor de maaier.

Met achterbuur zocht ik een plek voor de composthoop. Nu de vijg het niet had overleefd, was er achter de vlier nog plek. Dan hadden alle vier de tuinen de compost aansluitend op elkaar. De springbalsemienen zouden het aan het oog onttrekken. Goed plan. Want én ik hoefde niet meer te sjouwen met zakken groen én ik had volgend jaar goede grond, zonder te zeulen. Twee vliegen in een klap. Enthousiast bevrijde ik de hoek en stortte de kruiwagen er leeg. Wat een genot en helder denken.

De buren hadden bezoek, dus koos ik een plek in de avondzon en luidde de vondst van het maaien in met een glas sauvignon en een toostje met komkommersalade. Nooit meer amechtig hijgen is een zegen.

In de krant een interview van Nathalie Huigsloot met Hedy D’Ancona, die met superlatieven vanuit de visie van de goegemeente haar status aangeeft. Een, die ze heftg ontkent met haar 83 jaar. ‘Bejaard theezakje, eenzame zielepoot, een uitgerangeerde treurwilg en de televisie heet de troostdoos voor oude mensen. Ze ‘ervaart die aparte leeftijdgebonden aanpak eerder als een zachte uitsluiting. Met fluwelen handschoentjes worden we naar het randje geduwd, tot onze wankele pootjes het niet meer houden en we erover heen vallen’. Waarmee ze precies de vinger op de zere wonde legt. Niet het ouder worden schuurt, maar de wijze waarop de maatschappij tegen het ouder worden aankijkt.

Het interview is naar aanleiding van haar boek ‘Vrolijk verval’. Die komt op de lijst ‘Nog aan te schaffen boeken’. Iemand die zo helder en humoristisch het leven beziet, is in alle opzichten de moeite waard.

Uncategorized

Verandering van spijs doet eten

Het raam stond op een kier om de ochtendzang van de merel met de frisse nachtwind naar binnen te laten stromen. De lucht klaarde op van het nachtelijke duister naar grijstinten. Kleine vleermuizen vlogen in allerijl nog steeds van de spouw naar de boom en terug op zoek naar de lekkere hapjes. Er zit een mug in de kamer, ze zoemt een ‘nanananana’ rond mijn hoofd en blote arm en als ze landt, ben ik steevast te laat. Waar zijn de vleermuizen als ze het hardst nodig zijn.

Schoonzoonlief appt. ‘Sta over een half uurtje voor de deur, rij nu weg van de garage’. Met ogen op steeltjes tuur ik op de telefoon. Half acht. Toch in slaap gesukkeld. Als zoonlief weg gaat, komt schoonzoon binnen. Hij komt een tijdje hier werken tot de auto weer opgehaald kan worden bij de garage. Leuk om het ochtendritueel, slaperig hoofd, eerste koffie, ochtendjas aan, te delen met hem. Als kind aan huis pakt hij zijn koffie en een kop thee mee en gaat naar de werkkamer van zoonlief. Ik hoor het geroezemoes van stemmen gedurende zijn call. Alsof de oudste zoon weer thuis woont. Gezellig.

Ik laat me niet van de wijs brengen, schrijven, medicijnen, douchen, aankleden, bed verschonen en opruimen. De kattenbak verschoond, de vaat gedaan en beneden jaag ik de stofzuiger door het huis, terwijl ik ondertussen een boerenomelet bak. Na de gezamenlijke lunch blijkt de auto gemaakt te zijn en kan schoonzoon hem ophalen, ik was nog een vaatje en ga er dan vandoor. De tuin schreeuwt vast om water.

Er staan maar twee auto’s op de parkeerplaats, dus het hek gaat op slot conform de geldende regels. Af en toe piept de zon door het dikke wolkendek en daar wordt de toon van de hitte voor vandaag mee gezet. Alles tiert welig, zie ik vanaf een stoel in de schaduw en verheugd kijk ik naar de dikke sieruien, die zich van hun beste kant laten zien tegen een decor van Vingerhoedskruid. Tussen al dat schoons voelen de grassen zich wonderwel op hun gemak en het onbekommerd laten gaan van de dagkoekoeksbloem levert nu een drastische opmars op. Even indammen, deze vrije vogels. Grassen trekken is een simpel karwei, ze steken met kop en al boven de bloemen uit, dunne en dikke grashalmen. De dunne met die sierlijke vlinderlichte pluimen, de dikke met de paars/groene aren. Vastpakken, met de hand een omslag maken en trekken. Zo graas ik in de vochtige warmte bed voor bed af. Met tussendoor iedere keer een duik op de schaduwstoel.

Overal verschijnen bergjes gras. Ineens valt er licht binnen in de slaapstand van de grijze hersencellen. De kruiwagen, natuurlijk, dat ik daar niet eerder aan heb gedacht. Half achter de snelgroeiende springbalsemienen verscholen trek ik haar er omzichtig tussen uit. Lumineus, ik zet de kruiwagen naast het te trekken gedeelte, dan kunnen de grassen daarin drogen en is het makkelijker meenemen. Dankbaar zie ik al het verdwenen gewaande weer gevrijwaard van grassen te voorschijn komen.

Het laatste bed bewaar ik voor de volgende dag. Er moeten ook nog gieters gevuld worden. Onder het trekken door vond er al registratie plaats van de meest droge plekken. Gieters in de bakken, gieters onder de sieruien en bij het vingerhoedskruid, gieters bij de nieuwe aanwas en gieters in het geraniumbed. Daarna is het welletjes en kuier ik naar de kleine blauwe prins terug. Halverwege komt dochter met kleindochter me op de fiets tegemoet. Met verse aardbeien en van mijn kant verontschuldigingen, dat ik op weg naar huis was. ‘Dat was helemaal oké’, zei ze, ze was even bij het nieuwe tuincentrum gaan kijken en moest eigenlijk weer op huis aan. Nou vooruit. De zak op de fiets geladen en verder al kuierend bijkletsen. Aan het eind de verlangende vragende blik van de kleine: ‘Oma ook mee?” Schuldbewust beloof ik gauw langs te komen. Zwaaien tot ze het hek uit zijn.

De grote kralendoos, die al jaren op zolder staat te verstoffen, breng ik langs bij zuslief voor haar nichtje. Ze zitten aan de borrel en ik doe graag een wijntje mee. Zie de kleine pimpelmees die het durft wagen om, vlak langs mij heen, naar het nestkastje te vliegen. Na een genoeglijk uurtje is het tijd om op huis aan te gaan. De energie komt langzaam maar zeker op het oude niveau dankzij de inspiratiebronnen van de laatste dagen. Zie je wel, verandering van spijs doet eten.

.

Uncategorized

Wat zou dat prachtig zijn

Als je vier keer dezelfde voorstelling achter elkaar ziet en het verveelt niet, dan weet je dat het een topper is. Dat vonden de kinderen ook. Ademloos zaten ze in het pluche en volgden de snelle ontwikkelingen op de voet. Dat ze het verhaal goed begrepen hadden, bleek uit hun vraagstelling en de antwoorden op de vragen van de acteurs. Wat had ik graag even met zo’n groep mee willen lopen om een project aan te zwengelen. Ik zou als eerste die oude gereedschapskist van vroeger volledig gevuld op de tafel zetten en de kinderen vragen wat we daarmee konden doen. Natuurlijk zouden ze zeggen: Een dorp bouwen. De opdracht aan verschillende groepen zou dan zijn: Bouw een dorp met spullen uit de gereedschapskist.

Aan de slag. Uitvogelen hoe het dorp eruit zou moeten zien. Is er een dorpskern met een plein of is het een lintdorp. Plattegronden erbij om de dorpsstructuur te pakken te krijgen, waar komen de waterpartijen, zijn er kerken en zo ja, hoeveel. Alles zo abstract als mogelijk. Bij drama zou er een hoorspelles kunnen komen en bij muziek een les met de zingende zaag en alles wat muziek maakt. Nu was er sprake van een oude verlaten schuur waar het spookte. Wat zou nog meer een mooi decor voor een spannend avontuur kunnen zijn. Of gaan we door met Mevrouw de Vries, de oudste inwoonster van Guisbalg, weet ze nog meer spannende verhalen te vertellen. Met de groepsleerkracht van de laatste groep had ik een gesprek over de mogelijkheden, maar ze gaf aan dat ze het erg druk hadden op school en dat het haast niet mogelijk was om tijd vrij te maken voor die verwerking. Ik dacht wel, laat de kinderen op z’n minst er een verhaal over schrijven. Vannacht fluisterde Mevrouw de Vries me de meest wonderlijke verhalen in. Zo gaat fantasie met de verbeelding op de loop.

Met spijt in mijn hart, want het was nu al weer voorbij, nam ik afscheid van de jongens en bedankte ze voor de prettige samenwerking en de leuke gesprekken die we hadden gevoerd.

Buiten scheen de zon en zaten mensen na de vaccinatie een kwartier te wachten. Ik poetste het hars van de bomen van de voorruit die me op de heenweg het zicht aardig had belemmerd. Door een schone wereld en met een hoofd vol ideeën reed ik weer op huis aan.

Dit was nou precies wat zo gemist werd, vooral in de afgelopen tijd, toen alles aan schoonheid, buiten de natuur om, op slot zat. Het was geen wonder dat de impuls tot schilderen was ondergedoken en zich niet meer liet zien. ‘Eerst gevoed worden en daarna vlammen’ leken de zwijgende penselen te zeggen. De musea wachten op ons. Er moet volk langslopen en onder de indruk raken. Of ik naar het Stedelijk ga, valt te bezien. Daar is volgens de Volkskrant een tentoonstelling van de installaties en video”s van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman.

Ik ken een van zijn video’s. In een op de grond geplakt vierkant met een kleiner binnen vierkant loopt een man voetje voor voetje heupwiegend over de zijkanten. Het is een intrigerend gezicht. Ik weet nog, dat ik heb gewacht tot hij rond was. Het is waar wat de krant vermeldt: Hij kruipt onder je huid en laat je niet meer los. De draaimolen met dode dieren op de foto, doet me denken aan een van de installaties van Louise de Bourgeois, waaraan witte tere nachthemden bungelen en één zwarte. Subtieler dan deze beesten omdat de ragfijne stof sterk en insinuerend tot de verbeelding spreekt. Het kunstmuseum uit Den Haag heeft dit werk van Naumann uitgeleend aan het Stedelijk met de opdracht dat de dieren, anders dan de kunstenaar het bedoelde, niet meer over de grond mochten slepen. Ze sleten teveel. Maar zou dat niet juist de essentie van de installatie zijn geweest, lijven die op den duur uit elkaar dreigen te vallen, vellen die erbij hangen, de karkassen die te voorschijn komen. De verbeelding ten top net als bij Bourgeois. Vooral door de Neon tekst van de kunstenaar op de muur: ‘The true artist helps the world by revealing mystic truths’.

De vergankelijkheid als de mystieke waarheid van het leven. Wat zou dat prachtig zijn.

Uncategorized

De broodnodige vitaminen voor de ziel

Goedgemutst prikte de zon door de sluiers heen terwijl de kleine blauwe Prins snorrend over de A27 reed. De staccato stem in mijn wegwijzer stuurde me regelrecht naar een straat, achter de singel waar ik eigenlijk heen moest, en vol van adrenaline om wat een eerste voorstelling zou zijn, volgde ik slaafs. Middenin de woonwijk werd me de fout duidelijk. Het was nog vroeg, want ik had een uur voor tijd uitgetrokken.

Het was een vreemde gewaarwording. Op die plek had ik anderhalf jaar geleden een van de laatste tentoonstellingen gehad, onwetend van het feit, dat een lange theaterloze periode zou ingaan. Alles was nog precies hetzelfde. Het beeld ‘De Draaiende Vrouw’ van Kunstenares Maïté Duval was nieuw en stond imposant de aandacht te vangen te midden van een uitbundig bloeiend bed bloemen. De vrouw van de brasserie wees me de weg naar de vertrouwde theaterzaal.

Silas Neumann en Joeso Peters waren al druk bezig met de opbouw van hun vernuftigd decor. Het geraamte van iets, blikken gebutste platen, en veel apparatuur, een gereedschapskist en een oude houten tafel. Alles stond klaar voor het mysterieuze verteltheater, dat geïnspireerd was op het nummer ‘Whats the building in there’ van Tom Waits. Ik zorgde voor de banner van Kunst Centraal en gaf haar een mooie opvallende plek. Niet te missen.

Het duurde even eer iedereen z’n plekje gevonden had. Het was wennen, dat stilzitten, maar de twee verteller/acteurs hadden maar weinig nodig om met dit geheimzinnige decor en de snel opeenvolgende wisselingen van scènes de kinderen mee te nemen op een reis met de twee vrienden Jan en Erik. In het dorp Guisbalg, waar nooit iets gebeurt, ontpopte zich een spannend avontuur aan de hand van opdrachten en met veel fantasie, versterkt door geheimzinnige licht en geluidseffecten, een zingende zaag, een minivoorstelling van het dorp, toen Erik ’s nachts door zijn verrekijker vanuit zijn raam een licht zag branden in een onbewoonde oude schuur.

Heerlijk om te zien hoe de kinderen meegesleurd werden door de effecten en meeleefden of schrokken door de onverwachte gebeurtenissen. Druk napratend verliet de eerste groep de zaal. De tweede groep was een stuk rustiger en ademloos volgden ook zij dit inkijkje in het leven van de twee jongens. Op het hoogtepunt was er een spectaculaire act, waarvan de kinderen aan het eind uitleg kregen over hoe de effecten waren opgebouwd. De verbeeldingskracht met de gereedschappen uit de kist, die samen met twee borstels het dorp vormden, waren iets om op voort te borduren in de groep, evenals het hoorspel dat eruit zou kunnen ontstaan. Een inspirerende en geslaagde eerste dag, waarop we alle drie met tevredenheid konden terugblikken. Koffie en het gewenste water was van het huis, waar de ontvangst gastvrij was.

De laatste groep had de les voorafgaande aan de voorstelling doorgenomen en dat was duidelijk te merken. Die kinderen hadden er zin in, waren al op hun hoede voor wat hen te wachten stond en de juf was enthousiast en blij, omdat de kinderen inspiratie konden opdoen op een plek, waar ze al zo lang niet meer waren geweest. De rode pluchen stoelen voor een absolute theaterervaring.

Alles kon blijven staan voor vandaag, de tweede en laatste dag, die vroeger dan gisteren zou beginnen. Voeding voor iedereen, zowel de spelers, als de toeschouwers. De broodnodige vitaminen voor de ziel.

Uncategorized

Zien en beleven

De vaccinatie mag dan pijnlijk zijn geweest, maar daarna viel alles honderd procent mee. Misschien ook wel, omdat gisteren mijn wekelijkse bezoek aan de fysio gepland stond en voldoende afleiding opleverde. Lopen, balans en trap waren de oefeningen, waarbij de laatste het grootste tekort aan zuurstof leverde. Terwijl ik dat stond te doen op het grote rode kussen, opstappen, knie hoog en afstappen, stonden jonge fysiotherapeuten in opleiding achter mij iemand aan te moedigen die met twee benen vanuit niets op vijf van die kussens sprong. De tegenstelling uitvergroot. Als ik er met mijn rug naar toestond, leek het alsof het gejoel en het applaus mijn prestatie betrof. Ha ha, je moet een beetje inventief denken.

De legpress heeft een klein balletje dat een curve volgt, zodra het uit de curve valt, kleurt ze van groen naar rood, net als ik trouwens. Als ik eenmaal in het tempo zit, blijft ze keurig op haar plek, maar ga ik praten met mijn begeleider dan vliegt ze binnen de kortste keren uit de bocht. Gek balletje. Dochterlief kwam ook weer een half uurtje later met kleinzoon, die genadeloos aan de bak moest met zijn te revalideren knie. Ondertussen waren wij weer bijgepraat. Twee vliegen in een klap.

Vandaag mag ik eindelijk voor het eerst weer een theaterzaal binnen met hooguit 50 kinderen en hun begeleiders. Werktuig wordt opgevoerd voor de kinderen van groep 5 en 6. Morgen nog zo’n dag. Ben benieuwd hoe het zal zijn. De trailer is veelbelovend. Verteltheater met een muzikale inslag. Het blijven presentjes van de bovenste plank.

Vanmorgen heb ik met de paraplu boven mijn hoofd water aan de geraniums gegeven. Puber Kauw is nog net niet volwassen en de beide ouders zitten als een bok op de haverkist, als zij het idee hebben dat er gevaar dreigt. Iedere potentiele wandelaar wordt intimiderend gewaarschuwd en dat wordt steeds erger. Nog even en het gaat verder dan dreigen.

In de mail zat een bericht van het kunsttijdschrift See All This, met daarin een link naar een film van Claudy Jongstra waarin ze laat zien en uitlegt hoe haar monumentale, tactiele installaties van wol in zinderende kleuren tot stand komen. De blauwe weefsels heb ik als een zee gezien in de lakenhal in Leiden, evenals haar rood/witten die ophingen als vleselijke huiden.

In deze film over het tot stand komen van een kunstwerk neemt ze ons mee naar haar atelier, waar de verwerking van de wol van het Drents heideschaap plaats vindt. Het kleuren met natuurlijke kleurstoffen, het kaarden, de manier waarop ze de wol schikt als een schilder zijn palet, de invloeden van degene die aan het kaarden is en diens intuïtieve verbondenheid met het werk, net als de vrouw die aan het spinnen is. Alleen al de pigmenten, die zo ontstaan, zijn oogstrelend. Het kaarden met de hand wordt ook gebruikt om de verschillende tinten te mengen en met de gesponnen wol wordt later, als finishing touch, geborduurd. Van sommige informatie wordt ik blij. De kaardenbol laat ze zien en vertelt dat die vroeger daadwerkelijk gebruikt werd om te kaarden. Zo dicht bij de natuur te staan, opdat dergelijke oude gewoonten en gebruiken geroemd kunnen worden brengt een extra dimensie aan het werk, waardoor zo’n stekelige kaardenbol ineens respect oproept en verdient. Voor dit speciale nummer van het blad lanceren ze een aantal van haar Art rooms met kleuren, die behoren tot The Rainbow Series. In deze editie: De kleur Pink!

De zon klimt hoger, maar is nog omsluierd. Tijd om aan de slag te gaan en dan op pad om een nieuwe inspiratiebron ontmoeten. We gaan het zien en beleven.