Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vroeger dan anders, de dakgootkauwtjes zijn meester in hun wekkerfunctie, togen we naar de tuin. Vooraf wat lekkernijen voor na de noeste arbeid gehaald en twee grote zakken tuinaarde die lief met de kruiwagen op kon halen uit de kleine Blauwe.

De tuinen ademen groei en vooruitgang. Overal is men druk bezig met het opschonen en zaaien, schoffelen en maaien. Het broedseizoen is in volle gang en het gekwinkeleer van de vogels ligt als een deken van vrede over alles heen. De merels fluiten hun hoogste lied. Midden in de sloot zit de meerkoet op haar nest. Ze houdt elke voorbijganger nauwgezet in de gaten, maar voelt zich daar volkomen veilig, want ze blijft zitten waar ze zit. Een prachtig nest, dit keer, volledig uit natuurlijk materiaal van takken en twijgen. Een betere reclame voor ons natuurtuinencomplex is er niet.

Op weg naar de tuin doen we die van dochterlief aan. Ze zijn op een heerlijke manier, stukje bij beetje, hun woeste grond aan het ontginnen. Eerst hebben ze een grote bomenkap gehouden omdat de grond vol stond met veel te grote wilgen. Nu kan de Gingko haar takken breed spreiden en vormt steeds meer een natuurlijke parasol boven het zitje. De spiraalvormige kruidentuin begint zich van lieverlee te vullen met geurige gewassen. Ze hebben een groentebed gemaakt, die schoonzoon op een hele inventieve manier heeft omzoomd met een lage afscheiding van wilgentenen, superleuk gedaan. Er is bij hen nog een tweede zithoek/zonvanger bijgekomen en omdat nu al het groen gaat bloeien en groter wordt, worden de zichtlijnen steeds duidelijker. Een heerlijk plekje zo naast het weiland. Alleen de dames zwartkopschaap tegenover je, wat een rust.

Ons toekomstige kruidenbed was nu aan de beurt. Eerst maar eens ontgrassen. Lief ging aan zijn eigen project verder, het opschonen van de doorgang achter het atelier. Zo hebben we een mooi achterom en een prettige bijkomstigheid is, dat de achterbuuf haar maaimachine makkelijk uit de schuur kan halen, nu ze niet meer struikelt over takken en brandnetels. Het is naarstig speuren geblazen tussen de gewassen die al in dit bed staan. De klimgeraniums, die ieder jaar weer een zee aan bloemen geven, de citroenmelisse, de kleine witte bloemen waar ik de naam steeds van vergeet en warempel, ik ontwaar er zelfs de wilde marjolein, die dapper heeft stand gehouden tussen de moerasandoorn en de boterbloemen. De framboos gaat alle perken te buiten en wordt rigoureus teruggedrongen tot een heggefunctie. Vort jij. De grote pollen grassen vergen veel kracht om ze te verwijderen. Van sommige soorten vind ik het zonde om ze op de composthoop te gooien en ik zoek naarstig naar een vaas om ze samen met de dagkoekoeksbloemen in wat slootwater als versiering te gebruiken. Een oude laars blijkt een prima vervanger voor dit doel. Parmantig staat ze met haar natuurpruik voor de oude potten.

Er komt een klein bont zandoogje aangefladdert die zich uitgebreid laat bewonderen als ze zich koestert in de zon. Vleugels open en vleugels dicht. Wat een mooitje.

In de sloot verderop zien we tot onze vreugde, naast de plompenbladeren en bloemen, de waterlelies in hun volle pracht. Die heerlijke feeƫrieke bloemen, waarbij zoveel te fantaseren valt. Ze staan nu ton sur ton met het bloeiende fluitenkruid vol schoonheid te zijn.

Het is toch allemaal net iets te zwaar geweest. Om vier uur gooi ik mijn handdoek in de ring. De koek is op. Tijd voor wat gemijmer, ontspanning en nagenieten met koek en zopie. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

De dag kon niet meer stuk

Vroeg begonnen, tijd gewonnen. Dat ging gisteren op, omdat we besloten hadden een bezoek te brengen aan de plantenmarkt op het JansKerkhof in de stad. De kleine blauwe kreeg een zonnige parkeerplek aan het begin van de Biltstraat. Die afstand zou te lopen zijn, ook met de armen vol plantjes voor de bakken op de galerij.

Utrecht op haar best. Een zonnetje, blauwe lucht, de kraampjes aan de voet van de beschuttende kerk. De vroege ochtendrust hing nog tussen de straten en het langzaam opkomende verkeer was daar een belangrijke factor in. Op de markt zelf was het al een en al bedrijvigheid. De kooplui hadden hun waar zo voordelig mogelijk uitgestald. In de bloemenkramen lagen de pioenrozen te kust en te keur uitnodigend opgestapeld. Het roze, rood, paars en wit aan vrolijke bolletjes als een zee van bloemen in een regenboog aan kleur.

We struinden de kramen langs op zoek naar de geschikte bloeiers en zagen eigenlijk te veel. De uiteindelijke keuze viel op een combinatie van langbloeiers en een ouderwetse boerengeranium er tussen. Daarna wandelden we terug door de Nobelstraat en hadden een keur aan herinneringen. Het werd een trip door Memory Lane. Naast de bloemenmarkt zelf stond een groep studenten met slaaphoofden hun eerste koffie te lurken voor Wooloomooloo, al in onze tijd, nu ruim vijftig jaar geleden, een befaamde danstent, waar menig biertje naar binnen werd gehesen. In de Nobelstraat kwamen we nog zo’n klassiek oudje tegen. Het Pandje in volle glorie en geen spat veranderd in haar uiterlijk, temidden van de flexibele etalages van haar naaste buren.

De bomen voor de Stadsschouwburg, even verderop, vertelden hun eigen verhaal terwijl de fontein ervoor sproeide dat het een lieve lust was. De badende dames eronder lieten zich al decennia lang het watergeklater welgevallen. De stoĆÆcijnse acteur, een kant van het gezicht uitgewerkt en de andere kant glad gestreken en onaangedaan, niets verradend van wat er werkelijk in hem omging, keek al jaren naar de gouden muze op de gevel van de Stadsschouwburg. Tot onze grote vreugde was het restaurant Djakarta er nog altijd, waar we in onze studententijd slechts ƩƩn keer hadden gegeten omdat het te prijzig was voor ons karige budget. ā€˜Daar gaan we nog eens op herhaling’, beloofden we elkaar. Alles bij elkaar juweeltjes uit ons roemruchte verleden, een ontroerende ontmoeting, die het hart vol jeugdige verliefdheid liet lopen.

Met de buit ging ik thuis onmiddellijk aan de slag terwijl lief de operatieassistent speelde met prullenbak en zware zak met aarde. Binnen korte tijd pronkten nu tot op eenderde van de galerij alle bakken zich eindelijk met bloemetjes. Zoonlief had samen met schoondochter ingeslagen in het tuincentrum. In een ontdekkingstocht tussen het wat verpieterde spul op het balkon ontdekten we een wereld aan zonnebloemenplantjes, nietig in hun aanwezigheid. Ze werden liefdevol verpot en de andere bakken kregen aarde en een leger aan bloemenzaad. Daar tussendoor hipte de familie koolmees vrijelijk en niet bang tussen de takken van de sierprunus van beneden, die ruim tot ons balkon reikten. Alles ademde een sfeer uit van verlangen en belofte. De benjamin had de smaak te pakken en had, terwijl wij naar een optreden van kleindochter en naar de voetbalwedstrijd van de oudste waren, de galerij tot ver voorbij de buren met de hoge drukspuit schoongespoten.

Er was een glorieuze performance van die allerkleinsten, een klaterende overwinning, 4-1 maar liefst, voor de club en bij thuiskomst een hagelwitte galerij met een gevuld balkon. De dag kon niet meer stuk.

Overpeinzingen

Zo komen we de zomer wel door

Het begon allemaal met die stortbui, want eindelijk was er de energie om samen het zolderraam aan te pakken om, in de geest van ā€˜Skyspace’ van James Turrel, de rechtstreekse verbinding met het firmament te weeg te brengen. Dat was er natuurlijk altijd al, maar door onze gezwinde aanpak viel er nu streeploos, of zo goed als, door te kijken. De dakgootkauwen waren in alle staten van paraatheid en hadden in een oogwenk al hun kameraden opgetrommeld, die vervaarlijk laag langs het wagenwijd geopende venster scheerden, waar lief zijn hoofd doorheen stak. Wat een saamhorigheid. Daar kunnen wij als mensheid nog iets van opsteken.

Later op de dag was er de harmonie van het kleine moment. Lekker tegen elkaar aangeleund lezen en af en toe wat passages om hoog lepelen, omdat die de moeite waard waren om met de ander te delen. Op dergelijke momenten is geluk tastbaar.

Veel te laat hoorden we de veranderde route van de avondvierdaagse langs onze galerij, dan zou lief Kleinzoon toe kunnen zwaaien en moest ik, als de gesmeerde bliksem nog een lekkernij te voorschijn toveren. Maar in de supermarkten deed men niet aan avondvierdaagse. Onverrichterzake reed ik toen maar door naar de bijeenkomst van de leesclub. ā€˜Kleed je warm aan’, zo luidde de waarschuwing, ā€˜Want we beginnen buiten’. Twee truien dik dan maar. Een aan en een om de schouders geslagen.

De gastheer had uitnodigend de stoelen met de dikke kussens erin klaargezet omringd met sfeervolle verlichting. Hij redderde uitgebreid om koffie en thee klaar te maken terwijl de rest binnen druppelde. Geheel tegen mijn verwachting in was het boek ā€˜Het woord voor Rood’ toch wisselend ontvangen, maar ondanks dat had iedereen het wel betrekkelijk snel uitgelezen. Mijn verbondenheid met mensen met een afasie stamt al uit de prille beginperiode van mijn verpleegkundige opleiding, waar de afdeling neurologie tot een van mijn voorliefdes behoorde, juist door het ongrijpbare fenomeen, die werkende hersenen. Het was de aanzet tot het warme bad van herkenning in het boek.

De meningen waren verdeeld. Onze leesclub bestaat uit drie mannen en drie vrouwen, een bewuste keuze, omdat de kijk op het leven in het algemeen nog weleens per sekse kan verschillen en ook omdat dat boeiende gespreksstof zou leveren. Zo ook in dit geval, echter niet gerelateerd aan sekse maar aan ervaring en herkenning. Diegenen die iemand met deze aandoening in de familie hadden, waren er nauwer bij betrokken dan de anderen, die vooral struikelden over de laatste sessies aan het eind van het boek met de groep afasie-patiƫnten en de aanpak om hun communicatie te verbeteren. De algehele strekking was: Een spannend begin, minder goed uitgewerkte karakters in het laatste deel en een te traag verloop. Daar konden we allen mee leven. Twee van ons waren onverdeeld tot het einde toe geboeid gebleven.

Langzaam trok de kou op en werden er warme plaids en dekentjes gehaald om, toen het wat donkerder werd en het borreltijd was, naar binnen te gaan en daar verder bij te kletsen met wat lekkers om het feest te staven. Er kwamen allerlei te lezen boeken langs en uiteindelijk kozen we er twee uit. Een dunnetje en een kloek boek. De eerste is van Roxanne van Ieperen en eigenlijk meer een verhandeling: ā€˜Eigen welzijn eerst’ over publieke voorzieningen en gelijke kansen, het verlies voor de middenklasse van haar liberale waarden en het boek ā€˜De biecht aan mijn vrouw’ van Pieter Waterdrinker.

Zoals altijd stommelden we via allerlei associaties de diepte in en kwamen zelfs nog even uit op het jenaplanconcept, dat in onze school teloor ging aan de nieuwe methodes, het niet langer specifiek opgeleide personeel, omdat de jenaplan-opleidingen uit de pabo’s waren verdwenen, het feit dat de school steeds meer een buurtfunctie kreeg, maar ook mede door de eisen die werden opgehoogd, waarbij niet gekeken werd naar de onderbouwing van het eigen concept.

Er werden nieuwe afspraken gemaakt en gefantaseerd over nieuw in te vullen uitjes en bestemmingen. In oktober hebben we ons eerste vijfjarige jubileum. Dat mag met verve gevierd worden. Voor we er erg in hadden was het half twaalf en als Assepoes in de donkere nacht verdwenen drie van ons huiswaarts. Voorlopig hoef ik geen leeshonger te leiden met vijf te recenseren kinderboeken op de rol, bovenstaande twee en de goede oude Marten Toonder. Zo komen we de zomer wel door.

Overpeinzingen

Vroeg genoeg

Onweer boven je hoofd door een zolderraam geeft een volstrekt andere dimensie dan onweer in het bed naast de boom bij het raam. Arme dakgootkauwtjes bedacht ik me toen er een klaaglijk geluidje te horen was aan de andere kant van de muur. Hoe beschermd kan je zijn in een open en slordig nest.

De gestage ademhaling van lief brengt rust temidden van het natuurgeweld. Heerlijk voor alles dat in de groei is, zo’n weldadige bui, maar het is te hopen dat ze niet alles plat heeft gegeseld. Gisteren genoten we zo van het nagelkruid, dat fier rechtop een weelde aan bloemen ten toon spreidde. Nu tikt de regen zachtjes, jawel, op het zolderraam en is alles weer pais en vree.

Ze heeft me wel gewekt en derhalve schrijf ik op mijn gebruikelijke uurtje. Af en toe is er nog een flitslicht met wat gerommel er achteraan, maar het hele circus zou ook zomaar op nieuw kunnen beginnen. Wat volgt is een zwak aftreksel van de felle bui van daarnet. Het is tijd voor een inspectie op het balkon. Eens zien wat deze plotselinge uitbarsting allemaal heeft overleefd.

In afwachting van wat komen gaat zoek ik op internet een vijftal jeugdboeken uit voor het nieuwe nummer van Mensenkinderen. Zodra je je verdiept in die wereld wordt je met intrigerende en boeiende titels om de oren geslagen. De recensies erover hebben al minstens zulke stimulerende opschriften. De andere wereld van een leeftijdsgroep die hoger ligt dan de basischoolleeftijd zou weleens heel leerzaam kunnen zijn om inzicht te krijgen in wat de lieve jeugd van nu zo bezig houdt. Mijn kinderen hebben die leeftijd al weer ruim overschreden. Het is fijn om met een nieuw project aan de slag te gaan. Wie weet wat het allemaal oplevert aan nieuwe gedachten.

Vanavond is de boekenclub met de ideeƫn van de anderen over Het woord voor rood van de auteur Jon McGregor en ik kan niet wachten. Zo fijn om over gedeelde emoties, die dit boek zeker oproept, te mijmeren met elkaar.

Een appje van vriendinlief over haar zieke moeder. Die in alle rust twee dagen geleden is gaan hemelen. Haar was een lang afscheid gegeven, waarbij ze heel veel mensen bewust nog gedag heeft kunnen zeggen met een persoonlijke noot daarbij. Zo waardevol en zo rijk. Toen mijn moeder overleed, werden we overvallen door een grote leegte, die niet snel te vullen viel ondanks haar nagelaten dagboeken van de laatste vijf jaar. Er bleven zoveel vragen open. Niemand had er op gerekend. Alle clichĆ©s van ‘langer lijden’ tot ‘voor de persoon zelf is een plotselinge dood beter’ zijn in beide gevallen toe te passen, maar de rafelranden van het wegrukken zijn maar moeizaam weg te poetsen. Dood trekt zijn eigen wissel.

Zoonlief heeft de parasol vannacht bij de eerste spetters naar binnen gesleept. Het waaide hard en misschien was het wel de kat op het spek binden om haar, ingepakt en wel, in haar nieuwe voet buiten te laten staan. ā€˜Het zekere voor het onzekere’, dacht de benjamin en trotseerde het nachtelijke tij.

Blogvriendin schreef over haar nieuwe project. Het optekenen van verhalen van mensen die dat wensen. Geen levensmoede verhalen, maar herinneringen voor het nageslacht. Ze volgt er een korte cursus voor en heel even begint het binnenin te kriebelen. Dat was wat me als vrijwilliger in het ziekenhuis op de afdeling Oncologie immers zo had geboeid. De verhalen van de mensen, die ook bij mij persoonlijk dikwijls zoveel losmaakten. Vooral haar beschrijving van de eerste schreden op dat gebied en de blogvrijheid die ze moest opgeven voor een meer journalistieke stijl intrigeren. Wat een nieuwe rijkdom zal dat geven en opnieuw veel impuls tot schrijven.

Het wordt tijd dat ik eens in die richting ga denken, maar voorlopig nog niet, nu niet, nu ik net aan alle kanten de gezamenlijke vrijheid met lief aan het omarmen ben. Zodra er weer een nieuwe impuls nodig is, is het vroeg genoeg.

Overpeinzingen

Een kniesoor die daar op let

Tweede dag op rij om acht uur op pad. Bij aankomst in Zeist, waar de tweede reeks voorstellingen van De Liedjesatlas door Trapperdetrap zouden plaats vinden, waren alle deuren nog potdicht. Er stond een raam open op zolder. Ik riep een keer de naam van de lichtman, maar lauw loene. Geen sjoege daarboven en de deuren bleven dicht. Dus wachtte ik in de auto braaf op enig teken van leven. Daar kwamen beide performers aan in een nog kleiner autootje dan de kleine blauwe. De lange Peer moest zich eerst uitvouwen tot normale lengte. Het was een koddig gezicht.

Eerst moest ik mijn banner uit de bagageruimte pakken en toen ik daarna achter hen aan ging, bleken ze verdwenen als sneeuw voor de zon en bleven nog steeds alle deuren hermetisch dicht. Een mevrouw van het voorhuis, waar het kunstencentrum was gevestigd, kwam aan en gaf uitkomst. Ruim op tijd voor de nieuwe lichting kinderen, een school met 4×28 stuks en wegbrengouders, dat betekende volle bak.

Dit was de vijfde dag op rij dat ik zag hoe de beide mannen, Peer en Stefan, de kinderen mee kregen zonder ze gek te tikken. De liedjes met een vertaling van Koos Meinderts zijn grappig’ maar het is vooral de mimiek van Peer en de droge humoristische opmerkingen van de gitarist Stefan er tussendoor, die de kinderen zonder moeite meezogen in een reis om de wereld met aanstekelijke folkloristische melodieĆ«n vol humor en met een knipoog naar het land in het Nederlands vertolkt.

Ach, hoe genieten ze van zo’n druppel op een gloeiende plaat. Als ik zie hoe ze groeien bij alles wat hen geboden wordt, ontroert het me. Vijf en zes jaar oud zullen ze nog niet veel stappen in het theater hebben gezet. Opmerkelijk was het verschil in populatie. De eerste school bracht hoofdzakelijk hele blonde kinderen mee, de tweede groep was een grote afspiegeling van de gemiddelde grootstedelijke bevolking, de derde groep was een milde mix.

Met een strakke planning was mijn aanwezigheid zeer gewenst, want daardoor kon ik de komende groep waarschuwen om even te wachten en de doorgang vrij te houden. Drie keer vlak achter elkaar alles geven is intens, vooral als bij het eerste optreden Peer helemaal het onderste uit de kan had gehaald. Morgen iets beter de energie verdelen, bleek de boodschap.

Ziezo, bij thuiskomst was Lief er en konden we de parasol in de mooie gietijzeren voet passen, wat wonderwel goed lukte. Hij zat tot onze grote vreugde, als gegoten. Een leuke bijkomstigheid is dat hij ton sur ton kleurt met het leuke zitje. Het wordt nog eens een echt balkon.

Vandaag is mijn lieve oudste jarig en we zouden eigenlijk moeten vieren dat ik tweeĆ«nveertig jaar geleden moeder werd. De avondvierdaagse gooit roet in het eten. Zaterdag komt ze gelukkig hier eten, dan kan ik iets extra’s uit die hoge keukenhoed van me toveren. Dat gaat vast lukken. TweeĆ«nveertig jaar geleden stond ik immers ook achter het fornuis de weeĆ«n op te vangen, terwijl ik voor onze woongroep aan het koken was. Op de dag had ik op blote voeten in de tuin gewerkt. Ik kwam niet op z’n charmantst bij de oude strenge arts aan die de bevalling zou begeleiden en die, door een verstoorde avondrust, zijn gram rondstrooide door de verpleging, mij en manlief bits toe te spreken. Hij vond dat hij wel naar huis kon, ik was een primi-para dus zou het vast nog uren duren. Dochterlief daar binnen in dacht er anders over en met een weeĆ«nstorm rolde ze in een stuit naar buiten. Nou ja, dat laatste was iets bezijden de waarheid. De arts moest hals over kop van huis komen, de arme overdonderde spieren hadden de hele nacht tijd nodig om weer in de normale rek en strekstand te komen, maar de wolk van acht pond lag kraaiend in mijn armen, dus een kniesoor die daar op let.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Het witte wolkendek laat gezichten zien vandaag. Gierzwaluwen scheren er dwars doorheen en veranderen de emotie in het gelaat watten wolken worden omgevormd tot schaap. Een rivier van kolkend wit blijft hangen boven mijn hoofd.

Al vroeg naar de tuin, boodschappen mee, het stokbrood was al op of nog niet gebakken, dan maar bolletjes, kaas en sla. de meegenomen Ipad niet open gehad om te schrijven. Broer en schoonzus van lief bellen en de tuin laten zien met ingehouden trots, we zijn al zo’n eind opgeschoten, maar verder bleef het die dag bij gemoedelijk kouten onder de appelboom van Vasalis met dochterlief en schoonzoon, terwijl de twee jongsten gingen helpen bij het schoonkrabben van de tegels achter het atelier.

Dochter was eerst bezig geweest in eigen tuin en kwam ook nog even aangewipt. Advies en prietpraat wisselden elkaar af. Er kwamen drukke dagen aan, dus bewaren we de kalmte. Vandaag, morgen en overmorgen is er de voorstelling ā€˜De Liedjesatlas’ en ik herken de jongens op de cover van de website. Dat wordt een soort thuiswedstrijd met kleuters. Deze vrijwilligersbaan ga ik langzaam afbouwen. Het is mooi geweest en lief en ik vinden zoveel nieuwe bezigheden op ons pad dat het er omheen wat kalmer aan mag. Na Corona met haar lege agenda’s stroomt het voller dan vol deze dagen. Alsof we iets in moeten halen. Het maakt dat je bijna gaat terugverlangen naar de rust van toen. Nee, niet naar het virus. Door het lezen van Erasmus en Willem de Zwijger ontdekten we wel, dat infecties en virussen al schering en inslag waren sedert de vroege middeleeuwen. Ten tijde van de winterdagen maar ook in de bloedhete zomers. De periode zonder pandemieĆ«n is min of meer de grote uitzondering.

Aan het eind van de dag, als de rust is weergekeerd, trekken we met de kleine blauwe naar het stadje achter de onze. Daar staat de mooie gietijzeren voet ons op te wachten die ons met liefde aangeboden is. Op het belletje is er geen actie, maar in de achtertuin is er leven. Heerlijke rust straalt het daar uit. De mooie tuin, een explosie van kleur en schoonheid, is het werk van de man des huizes. Daar ligt alle liefde voor het leven in. Hij haalt eens wat weg of zet er iets bij, maar laat zoveel mogelijk alles in eigen tijd en eigen uur bloeien. Het resultaat is een natuurlijke aanleg en dankbare bloei. Bij de koffie en de thee praten we onze schooljaren bij, maar ook de eindjaren zestig, die we alle vier sleten in het Utrechtse en waar onze voetstappen elkaar misschien wel gekruist zullen hebben, zonder dat we dat wisten.

Met die volle agenda is de Urban sketching van die dag finaal door mijn hoofd geschoten. Een gemiste kans. De lokatie was nota bene de Sterrenhof, een klein hofje achter de inktpot, waar wij als kind onze bedeltocht voor de Salesianen al in de jaren vijftig kwamen afdragen aan mevrouw Bauhaus, die op het linker laatste huis van het horizontale rijtje woonde. Een piepklein huis bewoond door een piepklein vrouwtje. In de kamer stond slechts een ouderwetse eettafel met pluchen kleed en tikte de klok de uren van de tijd weg in het staccato ritme van alledag.

Mea culpa aan mijn mede sketchers. Ik zal het een dezer dagen stilletjes inhalen. Beloofd is beloofd.

Overpeinzingen

De zon in de sloot

Met de haren in de henna loste ik twee puzzeltjes op uit de krant, na hem uitgespeld te hebben. Het gebeurt niet vaak meer. Ik wordt verdrietig van het nieuws, maar bloei op bij de kritische taalnoot achterin en van sommige columns geniet ik. Die van Sylvia Witteman bijvoorbeeld. Ze schrijft over een stelletje. Het meisje ziet haar moeder zitten en weet dat ze op een date is, omdat ze haar kekke rode jasje aanheeft en opgedirkt is. De jongen wil kennis met haar maken, maar het meisje heeft er totaal geen behoefte aan. ā€˜Je moeder met zo’n vreemde vent, dat is goor’ snuift ze. Ik moet denken aan mijn dochters op het weekend. Ergens kwam zoiets ook ter sprake. Zoonlief moest er hartelijk om lachen. Liefde laat zich ook zo vertalen. Preuts als ik ben opgevoed, laat ik het rusten.

Vroeger gingen alle deuren angstvallig op slot. Toen ik mijn moeder hielp bij het wassen en aankleden van mijn destijds zieke vader, had ik hem nooit eerder naakt gezien. Wel in zijn zwembroek en zijn blote bast, maar nooit anders. Natuurlijk zijn we in de verpleging alles gewend. Toch blijft het dan even slikken. De enige keer dat ik op het werk iemand weigerde van knopjes tot knieƫn te scheren, wat nodig was voor een grote buikoperatie destijds, was toen het mijn oude pastoor betrof. Dat kon ik echt niet ook al was het geloof in dat katholieke bolwerk mijlen ver weggezakt. Het respect voor de man en zijn ambt zaten er kennelijk ingebeiteld.

Er waren zeven broers in huis en zelfs die had ik nooit in Adamskostuum mogen aanschouwen. Ergens zat er, op alles wat met lichamelijkheid te maken had, een groot taboe. Toen mijn kinderen groot werden, heb ik de VPRO in stilte geprezen, die elke zondagmorgen wel ergens een onderwerp aansneed en daarmee mijn eigen preutsheid verbloemde. Want hoe revolutionair ook, die kant van het bestaan is altijd opmerkelijk oubollig gebleven.

Gisteren was het opnieuw tuindag om het achterstallig onderhoud aan te pakken. Eerst moesten we een broek uitzoeken voor lief, waarin makkelijk te bukken viel. Een cargo leek het handigst. Lange pijpen om de benen niet aan de zon bloot te stellen. Een tikkie lastig, maar wat niet kon, kon nou eenmaal niet. Ik wist mijn kniebroek op de tuin. ā€˜Aangekleed gaat uit’ bij elke gelegenheid.

Het spreekwoord deed me denken aan iets wat men mij van de zomer vroeg. Hoe of het bestond dat ik naar de tuin ging en er uitzag of ik een kerkbezoek op het oog had. Ik moest er smakelijk om lachen. Lang geleden had ik al met me zelf afgesproken dat alle kleding, ook het mooie maar makkelijke spul, te allen tijde gedragen diende te worden omdat je er niets aan hebt het in de kast te laten hangen. Bovendien, de wijsheid van mijn moeder indachtig, ā€˜de was is er goed voor’.

We hadden er de vaart in. Lief krabde het terras grondig schoon en ik was voornamelijk aan het ontgrassen. Dat moest zorgvuldig gebeuren omdat tussen de ellenlange strengen brandnetel, de hondsdraf en het gras, de anemonen, de akelei, de irissen, de dotterbloem, de lissen, de kleine blauwe maagdenpalm en het lievevrouwebedstro welig tierden.

De zon scheen uitbundig en lief waarschuwde me een aantal keren niet te lang in de zon te zitten, dus schoof ik af en toe braaf naar een schaduwplek. Aan het eind van de dag was er het genot van een pinot, een schoon middenbed en een brandschoon terras. Moe maar voldaan trokken we huiswaarts na een vredig genieten. Als slagroom op de taart ving ik, als bevestigende afsluiting, nog net de zon in de sloot.

Overpeinzingen

Zien en beleven

We wandelen ons eigen zoutpad. Eigenlijk ieder mens. Allemaal zoeken we onze meest harmonische weg die bij de omgeving en de partner past, waarbij je je senang voelt. Daar moest ik aan denken nu Lief het boek Het Zoutpad aan het lezen is. De moeizame weg, die hij de laatste twee jaar bewandelt heeft, was een waar zoutpad met ontberingen door de eenzaamheid die het geestelijk wandelen bemoeilijkten. In enkele maanden heeft hij de balans teruggevonden en dat is bewonderenswaardig. In het begin was het zoeken, maar door het de ruimte en de tijd te geven en niets te overhaasten vielen de verschillende puzzelstukken met ons oude samenleven op hun plek, ondanks de verschillen die in de loop der tijd zijn opgedaan, beleefd, eigen gemaakt en verwerkt tot een persoonlijke eigenschap.

Die verschillen zijn eigenlijk niet eens zo groot. Onze paden kennen enkele opvallende overeenkomsten, die vooral op het smartelijke vlak bij elkaar komen en waar veel over te delen valt. Het schept een band voor het leven, hoe lang dat ook mag zijn. In ieder geval hebben we het een en ander uit kunnen kristalliseren tot een genieten op volle sterkte. Het vervult de harten en we prijzen de omstandigheden die ons tot hier gebracht hebben.

Het enige nadeel is dat ik nu tijd tekort kom. Geen wereldramp maar wel iets om goed bij stil te staan. Dat komt omdat het nog niet helemaal in evenwicht is, omdat we nog steeds een verkennend pad bewandelen. Straks, als alles op de juiste plek is gevallen zullen nieuwe en oude wegen zich weer samenvoegen. Tot zover is het nog een beetje behelpen en soms spitsroeden lopen. Vertrouwen was het eerste woord dat ons bond. Het staat bovenaan de lijst voor wederzijds begrip. Evenals de ruimte geven. We mogen beiden op onze eigen manier blijven zoeken. Voor een zorgkip, als ik ben, nogal een opgave. Onder dat kopje horen ook de veranderingen die je ingevoerd zou willen zien, maar die enkel vanuit mijn perspectief zouden gelden. Samen leven is samen geven en nemen.

Gisteren hebben we de vrijmarkt gehaald, maar het was er druk, we hadden niets nodig, maar het was goed even in de drukte te wandelen met af en toe een marktvrije straat er tussendoor. Schoonzoon was met de kinderen al in de vroege ochtend op pad geweest. Dan toch maar liever bij zoonlief langs om te zien hoe hij met wilskracht en overwinning zijn tuin en huis naar zijn wensen dwingt en daar vooral zelf mee aan de slag is. Een workout van formaat, waar geen apparaat in de sportschool tegenop kan. Eigenhandig graaft hij met engelengeduld de grote oude wortels uit van de enorme coniferen aan de zijkant. De omgezaagde toppen al reeds afgevoerd.

Voor het huis liggen de Waalse keitjes te wachten op hun afnemers en nieuwe stenen staan klaar om gemetseld te worden op de plek waar nu nog de garagedeur huist. Dat zou door een metselaar in de avond gebeuren. Er volgt een goed gesprek over onze gelukzaligheid en over een eventuele aanschaf van een wat grotere auto dan de kleine blauwe prins. Als ik er aan denk, slaat de weemoed toe. Hij is zo dapper geweest al die jaren en heeft me nooit in de steek gelaten, maar nu zijn er wat onkostenposten die te hoog zijn voor de waarde. Ook dat heet loslaten op hoog niveau en is een voorbeeld van vernieuwing.

Ik wen er nog wel eens aan. We gaan eerst een makkelijke chino aanschaffen voor lief, een waarin het goed bukken en knielen is en daarna gaan we het middenbed in de tuin aanpakken, waar niets nieuws in moet, maar wel de grassen eruit gaan en de oude vijver wordt aangepast tot niveau ā€˜leefbare kikkervijver’. Nu komen ze er nooit meer uit als ze erin vallen. Dat betekent of zagen tot het juiste formaat of een nieuwe aanschaffen. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Zoals het werkt

Een artikel van Marja Prins in de Groene. Het ging over de leegheid van een park na de filmische beelden van een verliefd stel in het park. Toen ze er uit verdwenen waren, zag je nog haast de afdrukken in het gras. Voor Lief, wetenschapper en realist bij uitstek, was dat iets wonderlijks. Een park was nu eenmaal een park. Voor mij, de romanticus en beelddenker, was dat beeld zo goed in te leven. Hoe desolaat het kan lijken als de romantiek er uit verdwenen is, zelfs als er andere mensen in het park zouden lopen, dan nog.

Het nieuwe boekenweekgeschenk van Ilja Pfeijffer is er en omdat ik een boek kocht voor jarige schoondochter mocht ik er een meenemen. Met een deadline aan kinderboeken begon lief er alvast in. Bijzonder want het was de eerste keer dat een roman, in dit geval een novelle, hem uitnodigde tot lezen na de moeilijke periode van twee jaar, die hij hiervoor gehad had. Ilja beschrijft het verhaal vanuit de vrouw, gaf Lief weer. ā€˜Kun je dat merken’, vroeg ik hem. ā€˜In sommige dingen denkt hij toch nog te mannelijk’, vond hij. Een boeiend onderwerp en ik vroeg me onmiddellijk af of de vergelijking, die we vanmorgen tegen het licht hielden over de leegte in het park, misschien ook een kwestie kon zijn van verschillend denken. Is dat bij vrouwen of mannen wezenlijk anders. Ik denk dat het des mensen is en hoe ieder vogeltje gebekt door het leven gaat. Er is meer of minder melancholie of rationeel denken en dat geldt dat voor de mens in het algemeen los van de sexe. Het verhaal van vrouwen komen van Venus, mannen komen van Mars bleef instinctief verre van mijn interesseveld.

Mensen zijn mensen en gaan allen naar eigen aard door het leven. Sommige zijn meer beĆÆnvloedbaar dan anderen, een roze wereld voor meisjes helpt daar naarstig aan mee. De kentering daarin, de bewustwording ervan, neemt gelukkig toe. Mijn zoon had, in navolging van zijn twee zussen, een periode van staartjes en een rokje op driejarige leeftijd. Geen probleem, het kon allemaal. In mijn groep was het de gewoonte om veelvuldig in de verkleedkist te duiken. Ze werden feeĆ«n of prinsessen, oude grootmoeders of kabouters. Er was geen restrictie op. Alles mocht en alles kon. Een enkele keer kreeg ik dan een bezorgde ouder die zich afvroeg of dat goed zou blijven gaan, omdat zoonlief thuis ook altijd als elfje rond wilde huppelen. Geruststellen was soms niet voldoende. ā€˜Wat in het beestje zit komt er ook uit’, was de wijze raad, die het verleden daarbij in petto had. Dat sluit aan bij het gebekte vogeltje. Ieder zingt een eigen lied.

De reis komt dichterbij. Nog twee voorstellingen, vandaag en morgen en dan kunnen we op pad. Intussen heb ik lief inmiddels gerustgesteld. Het is een ritje met de auto, meer niet. Van A naar B en de volgende dag van B naar C, zoals het een bejaard echtpaar betaamt. Het er naar toe werken brengt berusting, maar langzamerhand ook vertrouwen teweeg voor mij als chauffeur.

Het laatste kinderboek wordt vandaag verslagen en dan is het rond. Er gaan twee boeken mee de koffer in. Die van de Zwijger en het nieuwe boek voor de leesclub: Het woord voor rood van Jon Mcgregor. De samenvatting belooft wat. Het begint als ā€˜een spannende zuidpool-thriller, maar de kalmere nasleep is minstens even boeiend’. Dat zal ik bezien in de dagen dat we in het verre Verweggistan mogen toeven. Daarna deel ik het met liefde met jullie. Een volkomen eigen beleving, naar de aard van het beestje. Zoals het werkt.

Overpeinzingen

Gevuld met zeeĆ«n van tijd

Vannacht stond de grote beer, het steelpannetje, weer geruststellend aan het firmament. Het zorgde ervoor dat ik een poos wakker lag. Er schoot niets door mijn hoofd. Enkel het zijn in het nu was voldoende. Ik luisterde naar de stilte in huis afgewisseld met een paar geluiden, de ketel die even aansloeg, de ademhaling van Lief, mijn eigen harteklop. Luisteren ernaar was voldoende om in de tijd te blijven hangen, even maar, want zoals een lieve blogvriendin zei, als je ā€˜nu’ schrijft, is het moment alweer voorbij.

Tijd, ooit lang geleden een belangrijk gegeven van wat ik de kinderen in de groep wilde leren, als vast onderdeel van het programma. Soms aan de hand van de familie stamboom, een van houten latjes in elkaar getimmerde grote stam met takken, waarin de opa’s en oma’s kwamen te hangen, de vaders en moeders, de broers en de zussen. Via grootvaders klok, de grote staande, nagemaakt van enorme kartonnen dozen, zodat ze er, net als het jongste geitje uit het sprookje ā€˜De wolf en de zeven geitjes’ in konden kruipen, beierden de dagen voort. Tijd is terugtellen via de bet-bet-bet-betovergrootvader en moeder, tijd is alle woorden die met tijd te maken hebben opsporen en ontdekken dat bijna alles met tijd te maken heeft, alleen het noemen van het woord al.

De grootste belevenis riep het boek ā€˜De tijd keert om’ van Heleen Vissenga op, als tante Fien, die kinderboekenschrijfster is, een heel verhaal heeft bedacht om de logeerpartij van haar neef spannend te maken. We hebben ervan gesmuld, door al die spannende momenten uit te spelen voor hen. Een boekenkast bijvoorbeeld met daarbovenop een deel van het manuscript voor het geheime boek dat ze aan het schrijven was en waarvan tante had gezegd dat de blaadjes er moesten blijven liggen. Toen ze weg ging voor de boodschappen kon de neef zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Als er dan teksten te voorschijn komen met bijvoorbeeld ā€˜Lees dit niet’ en ā€˜Laat liggen’ is zijn, maar ook onze, nieuwsgierigheid gewekt.

Het ultradunne boekje bezorgde ons zeker zes weken veel plezier en gaf een enorme prikkel voor de tijdsbeleving van de kinderen. Vergankelijkheid is niet duidelijker uit te leggen dan aan te geven dat het moment al voorbij is, als je het uitspreekt en daar een sport van te maken er bewust van te worden. Als er aan het eind van het toneelstuk een zakhorloge gevonden wordt, waarmee de tijd terug loopt als je tegenovergesteld draait, is succes verzekerd.

Ik dacht altijd dat tijd te snel ging voor de jeugd, maar ze gaat nog sneller als je ouder wordt. Geen tijd te verliezen, wordt een begrip. Aan de andere kant moeten we meer tijd nemen en niet alles meer vlug willen in de race tegen de klok. Alles wat we onszelf nu opleggen is in vrijheid gekozen. In die zin hebben we een streepje voor. Toch zijn er nog altijd allerlei verplichtingen, die ongeschreven zijn, maar wel binnen een verwachtingspatroon liggen van de omgeving. De kinderen en hun gezinnen, de zussen, de vriendinnen en vrienden en niet in de laatste plaats onszelf.

Zo’n moment van stilte in de nacht kent een grote waarde. Het brengt de balans in de hectiek die de dag met zich meebrengt. Er is van alles te doen en voor te bereiden, er zijn afspraken die nagekomen moeten worden, er zijn boodschappen te halen, er valt in te pakken, er zijn boeken te lezen, deadlines te halen, er valt een reis voor te bereiden, en er is het vrijwilligerswerk er tussendoor.

Aan de hand van de kinderen en kleinkinderen valt af te lezen hoe snel het gaat. Neem mijn oudste dochter. Gisteren zat ze nog met haar zus op schoot, vandaag is ze al bijna 42. Terwijl wij rustiger aan willen, snelt de tijd voort. Ze vliegt voorbij en trekt ons mee in haar kielzog. Gelukkig pinkelt er nog altijd, in de ruimste zin van het woord, die sterrensteelpan aan de hemel. Kalm, altijd hetzelfde en rustgevend, gevuld met zeeƫn van tijd.

Overpeinzingen

In de ruimste zin van het woord

Gisteren kwam het er al weer niet van om te schrijven. De auto moest vroeg naar de garage voor een zomercheck en daarna zouden we nog een keer wat spullen ophalen van Lief in die uithoek, het uiterste puntje van Zuid-Holland.

Terwijl de kleine blauwe binnenstebuiten gekeerd werd, wandelde het gesprek in de wachtruimte over vroeger naar nu en vice versa. Met een glimlach van oor tot oor kwam de man vertellen dat we weer veilig op reis konden en even later zoefde de kleine blauwe over ā€˜s Heeren wegen, terwijl we diverse mogelijkheden van de volgorde van ons bezoek bespraken. We besloten eerst de zee te gaan begroeten en te lunchen in het paviljoen aan de top van het duin. Daar kregen we alras gezelschap van twee naar binnen gevlogen mussen en altijd, bij het zien van deze liefjes, maakt mijn hart een sprongetje en was het verlangen naar weleer, met drommen mussen in elke tuin, groot.

Op het balkon hebben de pimpelmezen tegenwoordig de overhand, die jagen zelfs de koolmezen van het plateautje met voer. Het zijn kleine schavuiten. Ik vermoed dat de uitbater van het restaurant hetzelfde denkt over de mussen die zijn terrassen bevolken. Met hoe meer ze zijn, des te overmoediger worden ze en rukken op tot op de rand van het bord. Het was een hartverwarmende lunch en daarna konden we de laatste kledingstukken uit de kamer van Lief ophalen en nog een bezoek brengen aan zijn broer en schoonzus. Beladen met een vijgentak en een prachtige peterselie-plant gingen we weer op pad. Missie volbracht.

Tijdens een van de bezoeken van lief aan de psychosomatische fysiotherapeut, deze week, kwam kennelijk het woord ‘zingeving’ ter sprake. En passant gezegd in een van de laatste opmerkingen en daarbij het woord ‘vrijwilligerswerk’. Toen lief daar verslag van deed, verbaasde me dat, want zaten wij samen met onze nieuwe samenlevingsvorm niet in eenzelfde ontwikkeling. De zingeving van een leven met elkaar vraagt om een oneindige voortgang in het overleggen, zoeken en vinden naar de grootst mogelijke ruimte voor het individu in samenspraak met elkaar.

Frits de Lange, hoogleraar ethiek, schreef een boek onder de titel: Eindelijk volwassen, de wijsheid van de tweede levenshelft. In een column in Volzin van Jos van Oord las ik het volgende over dit veelbelovende boek: ā€˜Het gaat niet meer om de vraag wat je op dit punt van het leven doet, maar om welke persoon je bent’. De Lange geeft hiermee een antwoord op onze zoektocht. Ik word er blij van, omdat ik mijn eigen idee in de zoektocht omarmt zie. ā€˜De ultieme zelfrealisatie vindt plaats als je jezelf zo goed leert kennen dat je de gerichtheid op jezelf kwijtraakt en je durft toe te vertrouwen aan dat geheel dat groter en sterker is dan jezelf.’ Zelfsturing, soms stuurloos, maar altijd weer te toetsen aan de reactie van de ander en onbaatzuchtig. Het ā€˜Zelf’ overstijgt het ego in die zelfrealisatie. Dat is iets om lang over te mijmeren en niet in de laatste plaats om dat boek eens ter hand te nemen. Dergelijke handleidingen tot wijsheid zijn onmisbaar voor een zelfonderzoek. Als daar ook nog bij komt dat je kunt schakelen in je groei en ontwikkeling om te kunnen zijn wie je bent binnen de relatie met de ander, zijn we een boeiend pad ingeslagen. Te mogen zijn wie je bent is het waard om er dieper op in te gaan.

De hagel klettert tegen het zolderraam. Vandaag lopen we een feest mis met de kinderen, door corona, zoonlief is bezorgd en heeft geadviseerd niet te komen. Met respect voor zijn bezorgdheid en de ratio die zegt dat we nog een beetje vol moeten houden door dergelijke situaties te mijden, blijven we hier. Wel met een lichte spijt in het hart maar als verzachtende omstandigheid komt dochterlief nog even langs voor het feest. Levenswijsheid dus, in de ruimste zin van het woord.

Overpeinzingen

Tot in elke vezel

Als mijn moeder haar wolk aan het poetsen is, dan doet ze dat grondig. Eerst vannacht die huilende woedende wind om de nok en daarna kletterende regens. ā€˜Het ritme van de regen op het zolderraam’, bedacht Lief poĆ«tisch. Maar er was geen touw meer vast te knopen aan dit atonale geweld.

Het etentje gisteren werd een groot succes. De stoofschotel aubergine ging schoon op. Een Turkse salade met ultradunne uienringen, heerlijke zoete trostomaatjes, citroen, olie en sumak completeerde het geheel. Libanees brood om mee te dippen. Zo harmonieus als de maaltijd was, zo waren ook de gesprekken. We hadden veel uit te wisselen en zaten direct, vanaf de eerste thee op gelijke hoogte, de diepte in eigenlijk.

Verhalen over de relaties over en weer, hoe hard je er aan kan blijven werken en hoe belangrijk dat is. Samengestelde gezinnen en de problematiek rondom, het accepteren van de rugzak van elkaar en daar weer een eigen weg in zoeken. Vriendinlief haalde een boeddhistisch gezegde aan: ā€˜Diepgaand luisteren en liefdevol spreken’. Op dat niveau aangekomen werd het alleen maar boeiender. Er was ruimte om ieder het bewandelde levenspad te laten delen met elkaar en evenzeer om dat liefdevol te ontvangen.

Tussendoor vlogen als vanouds de kwinkslagen over de tafel, anekdotes uit het gezamenlijke verleden. Soms om te verkneukelen, soms om te schateren. De dood schoof ook nog aan door de lege plekken die hij hier en daar had achtergelaten en die er steeds weer hadden ingehakt. Onze generatie is aan de beurt om dergelijke klappen te incasseren en de ene keer valt dat zwaarder dan de andere.

Intussen heeft de felle regen plaats gemaakt voor af en toe een blauwe lucht en voorbij zeilende wolken, afgewisseld met de onstuimigheid van harde wind en het grote grijs. Geen weer om veel te ondernemen. Een dag ā€˜pas op de plaats’ is prettig. Dat de buurman het gemijmer verstoort met zijn drilboor minder leuk. Te hooi en te gras lees ik wat artikelen, waarbij het interview in Zin-magazine met de schrijver Marieke Lucas Rijneveld intrigeert. Hij vertelt over een huilend kind dat gevallen is op straat en pas ophoudt met huilen als iemand de armen om hem heen slaat. Zo is hij ook, dacht hij. Zijn pijn moet gezien worden, daarna kan hij verder. Daar spreekt de schrijver die de woorden heeft om die pijn te vatten. Hoe vaak stoppen we de pijn niet weg, vegen het onder het tapijt. Als je er niet over kletst is het er niet, is de makkelijkste weg. Dat het jaren later tot een confrontatie met jezelf kan komen, is evident, want onverwerkt.

Ooit zat ik bij een bijeenkomst van Landmark waar ik door een collega voor was uitgenodigd. Nieuwsgierig als ik ben dacht ik, ik wil weten waarom er bij mij aversie is tegen deze organisatie, die prat gaat op haar zelfverbeteringscursussen. Al gauw was ik er achter, dat het inderdaad niet mijn kopje thee bleek te zijn. Er was echter een sessie bij waar mensen ten overstaan van alle anderen, een zaal vol, te biecht gingen over hun diepste geheimen. Daarna werd ons gevraagd de ogen te sluiten en een poosje over die van ons na te denken. Eer ik het in de gaten had, stroomden de tranen over de wangen, langdurig en niet te stoppen. Onverwerkt verdriet lag daar in besloten. Vanaf dat ene ogenblik nam ik me voor om over alles wat er in mij huisde, open te zijn, daar waar het er toe deed. In die zin had het weekend me toch wat goeds gebracht, al was mijn aversie tegen de handelswijze van deze turbulente manier van het omwoelen van de diepste gevoelens alleen maar groter geworden.

Landmark en ik zijn nooit meer vrienden geworden. Ik en mezelf daarentegen wel, tot in elke vezel.

Overpeinzingen

Hup, in de benen

Een week van kunst kijken met Lucas de Man in zijn programma Man en Kunst is een welkome afwisseling op het aanbod. Iets om oprecht te missen als er niet genoeg aandacht voor is. Eigenlijk vind ik de schone kunsten verplichte dagelijkse kost. Als er veel leed in de wereld is, kan schoonheid de balans herstellen binnen je gedachten.

Voor de tweede keer in korte tijd hoor ik van een vrouw, die prachtige portretten schilderde, maar waar ik nog niet van gehoord had. Misschien is ze zijdelings langs gekomen. Therese Schwarze schilderde vooral in de hogere kringen. Niet in de laatste plaats omdat ze de koninklijke familie portretteerde. Aanvankelijk werkte ze met olieverf maar ontdekte ook het pastelkrijt, waarmee ze de zachte speelse contouren van een kind kon benadrukken. Ze kwam uit een artistieke familie en haar vader was goed bevriend met de burgervader van Amsterdam. Zo maakte ze naam en niet in de laatste plaats door haar prachtige portret van koningin Emma met de kleine Wilhelmina als baby op de arm. Tijd om het leven van deze vrouw uit te diepen, vooral tegen het licht van de tijd, waarin ze leefde.

Eergisteren legde ik de laatste sier van de tulpen vast. Tulpen in verval zijn zo adembenemend mooi als de blaadjes omkrullen en kleurrijke facetten tot in elk detail ten toon spreiden. Ik laat ze expres nog even staan, benieuwd hoe hun neergang zal verlopen.

Het voordeel van een hernieuwde liefde is dat onze gezamenlijke vrienden, ooit door mij uit het oog verloren op een na, mijn leven weer binnenstappen. Die ene lieve vriend was een grote steun en toeverlaat voor de vader van de kinderen in de tijd dat het leven hem zo zwaar viel. Ook onze bezoekjes verwaterden in de loop der tijd. Vanavond komen hij en zijn vrouw langs. Daar kon natuurlijk een culinaire heerlijkheid aan vegetarisch niet ontbreken. Een aubergine stoofschotel uit Paulines recepten was mijn keuze en ik wist dat ik hem een dag eerder zou klaar maken opdat zo alle heerlijke smaken goed in konden trekken. Voor het eerst sinds lang ging ik weer eens naar die grootgrutter uit het Zaanse, die in het enorme assortiment ook de ingrediƫnten uit de Oriƫnt ruim vertegenwoordigde. Vooral om de granaatappel- en-siroop en de sumak, die niet mochten ontbreken.

Omdat er veel maar net niet alles te krijgen was en de ongezouten pistache schreeuwend duur, besloot ik voor het eerst naar het kleine Turkse winkeltje in het winkelcentrum vlak bij te gaan. Direct bij het binnenstappen en bij het opsnuiven van de heerlijke geur van gemengde specerijen, wist ik dat ik vanaf nu daar vaker zou toeven. Onbeholpen en klein maar tot in elke uithoek volgestouwd met alle heerlijke details voor een maaltijd. Hoe kon ik het vergeten. Twintig jaar geleden deed ik niet anders dan in dergelijke winkeltjes mijn kostje bij elkaar scharrelen.

Daar vond ik betaalbare sumak, de granaatappelpittensiroop, pistache en nog enigszins betaalbare honing met raat in overvloed. De stoofschotel bleek een geduldig werkje omdat de vier aubergines allemaal stuk voor stuk in reepjes gebakken moesten worden, maar als je er tegelijk een mijmer-moment van maakt is er geen vuiltje aan de lucht. Lief kreeg een voorproefje en prees het regelrecht de hemel in, maar dat is eigenlijk geen goede graadmeter, want dat naoorlogse kind lust alles en eet derhalve met smaak. De combinatie van ingrediƫnten is goed, dus op gevoel af weet ik dat het lekker zal smaken. Mijn eigen smaakpapillen zijn te gronde gericht door de puffers, alleen de hele uitgesproken dingen proef ik. Sumak, waar ik zo gek op was, ga ik verwerken in een Turkse salade die ik er naast wil geven. Ik hoop vurig, dat ik er nog iets van zal genieten omdat het zo zalig is. Simpele sumak met rijst en vega-kebab is niet te versmaden. Die komt een volgende keer aan bod. Nu eerst de puntjes op de i zetten met vers Libanees brood. Hup, in de benen.

Overpeinzingen

De hectiek van de dag

Viel ik met mijn neus in de boter gisteren. Nou niet echt natuurlijk. Het stond al lang en breed vast dat deze film uitgezonden zou worden. Maar het feit dat ik vooraf per ongeluk eens een keertje keek in het televisieprogramma van de krant was uitzonderlijk. Daar stond het. ‘Bohemian Rapsody’ de film. En ook al had ik me in de bioscoop behoorlijk geĆ«rgerd aan het overdreven bit van de acteur, toch wilde ik het weer zien om te kijken of ik opnieuw onder de indruk zou zijn.

De magie van het grote doek maakt het allemaal indringender, dus sprookjesachtiger of rauwer dan het is, maar toch. In de zaal brul je niet mee met de overbekende teksten, nu kon ik hardop meezingen. Wat lang geleden en wat een heerlijke ontlading. Ik vertelde Lief over ons ensemble ā€˜Wanq’, waar ik nog bij gezongen heb. De letters staan voor ā€˜We Are Not Queen’ en natuurlijk zongen we alleen dat koninklijke repertoire, waarbij we de meerstemmigheid zorgvuldig probeerden te evenaren onder leiding van een dirigente die ook de partijen uitschreef en een band die ons begeleidde. Tweede alt van het gezelschap en in voor de optredens. Een dierbare herinnering.

Omdat we ANWB- proef op reis wilden gaan, wandelden we door de druilerige ijskoude regen, die af en toe veranderde in een stortbui, richting de winkel om ons goed te laten informeren. Eerst naar de plek waar ik me het gebouw herinnerde, daar zat nu een bank. Toen het centrum zelf in, naar de tweede plek die kwam boven drijven. Dat gedeelte was inmiddels met de grond gelijk gemaakt en daarna met behulp van de route-app naar de derde plek, waar ik vorige week nog in het rek met de jassen had gekeken. Ach ja. Vergetelheid uw naam is vrouw.

De vrouw van de winkel had er zin in en graaide onmiddellijk twee landkaarten uit het rek van Duitsland en Oostenrijk, Slovenie, Hongarije. Achterop stond de informatie over de bekende vignetten, die aangeschaft dienden te worden. Een in de winkel en een online en straks nog een bij de pomp aan de grens. Twee fluoriserende hesjes gingen mee en een nieuwe verbanddoos. De oude mocht mee naar de tuin. Langzamerhand wordt het realiteit nu de heen en terugdata zijn geprikt.

Een app. De kinderboeken-deadline is verschoven. Inmiddels was ik bij het derde boek aangekomen. Mijn grote held Toon Tellegen met zijn Vuurzeevlieg, prachtig geĆÆllustreerd door de Vlaming Carll Cneut. De gedachten en de verlangens waar de dieren mee worstelen zijn zo herkenbaar. Het onmogelijke willen en er toch voor gaan, zoals de olifant doet, als hij zich iedere keer weer voorneemt om bijvoorbeeld zijn nieuwste danspas in de hoogste boom te willen doen of als hij de zon wil zijn. Dat vallen erbij hoort is evident, dat hij altijd weer opstaat, weliswaar met meerder builen op zijn hoofd, ook. Het vuurvliegje zelf, die er van baalt dat hij niet groots en meeslepend is, een vuurzee, en De Vuurzeevlieg wil heten. Per brief brengt hij alle dieren op de hoogte. Maar als hij er een nachtje over geslapen heeft, weet hij dat het bijzondere niet daar inzit, maar in het feit dat hij als enige licht geeft in het bos. Als aardworm een brief krijgt en als daar instaat dat iemand hem aandoenlijk vindt, merkt hij op, fantastisch vind ik dat, dat hij nooit een brok in zijn keel krijgt van zichzelf. Maar het meest ontroerende is het verhaal van het wrattenzwijn, die niet zijn wratten maar zijn naam afstotelijk vindt en ieder dier dat hij tegenkomt begroet bij hun naam met ā€˜wr’ ervoor. Dag wregel, dag wroek, dag wrolifan maar uiteindelijk tot de conclusie komt dat hij niet het Attenzwijn is, maar dat hij is wie hij is.

Kleinoden zijn de verhalen. De illustraties eveneens, om stuk voor stuk in te lijsten. Ze kennen dezelfde gelaagdheid als de verhalen. Een van de recensenten vond ze wat somber, maar daar heb ik geen seconde aan gedacht. Eerder zijn deze voorstellingen een verrijking van de eigen verbeelding en voeren je nog dieper het bos in om daar de dieren van Toon te ontmoeten. Leer de geheimen van het woud kennen en die van hun bewoners. Een boek om iedere avond even ter hand ter hand te nemen en stil te staan in de hectiek van de dag.

Overpeinzingen

Een hereniging

Na de ijzige kou van gisteren sloop vannacht herfst even binnen. Inderdaad. April doet wat ze wil. Hier boven met alleen de striemende takken van de toppen van de boom naast het huis, regendruppels op het raam tegen de vuilgrijze lucht als achtergrond, lijkt het in bed behaaglijker dan normaal. Ook het suizen van de wind werkt er aan mee, ze loeit om de nok van het dak, vliegt in razernij tegen de pui aan en trekt dan verbolgen aan weerskanten verder in een tomeloos ritme van aanzwellen en afnemen. De kauwtjes houden zich gedeisd.

Onrustig maakt het enigszins, maar het bed biedt de broodnodige warmte en ik besluit hier maar af te schrijven, terwijl ondertussen de vorige dag de revue passeert. De tweede verjaardag van dat weekend was rustiger omdat alle kinderen vooral beneden aan het spelen waren en wij als volwassenen zelfs tot een goed gesprek konden komen buiten de prietpraat om.

Er werd een vergelijk gemaakt met vroeger en nu. De grote reeks aan kinderen, geen volautomatische of zelfregulerende apparaten in de buurt, maar alleen een wasmachine, die met haar schoepen de was heen en weer bewoog tegen de zijkanten, de goudpaarse belletjes op het sop, die kleine kleurrijke glimmertjes, die opkwamen en verdwenen en waar je als kind lang naar kon kijken. Het helpen met het wringen en het uitslaan van de was, de damp die er van af kwam in wolkjes boven onze hoofden heen en die een fijne regen verspreidde op ons velletje, een feest voor de kinderen. Lakens aan de lijn en een schaduwspel er gratis bij. Verstoppertje tussen de lijnen, een eeuwenoude vreugdevolle bezigheid, ā€˜Buut vrij’.

Er is wat te zeggen voor de ontwikkelingen die er gaande zijn, maar op de een of andere manier ging destijds de tijd langzamer, duurden de dagen langer, leek de eeuwigheid nog ver weg. Als je vijfenzestig was, was je oud en kwamen er geraniums en trevira jurken in beeld. Grijze koppies was-en-watergolf bevolkten de kerk. Met de was op maandag, de strijk op dinsdag, gehakt op woensdag en de vis op vrijdag vervlogen de dagen in een kalme ritmiek. Op zaterdag was er brood, op zondag verse kippensoep en het voetbalelftal. Naast de toto, die we ophaalden aan de deur waren we Salesianen van Don Bosco. De opgehaalde inkomsten droegen we op de laatste zondag van de maand netjes af aan Frau Bauhaus. Op de vensterbank vierde de sanseveria hoogtij naast de hertshoorn aan de muur in een speciale hertshoornpot. Achter het kruisbeeld stak het surrogaat van de palmtak in een verdorde uitvoering. Christus liet het hoofd hangen.

Ach ja, al die beelden die aan komen vliegen en evenzo vrolijk plaats maken voor het heden. Zoonlief en schoondochter zijn naar Bilbao geweest dit weekend en wij herinnerden ons de trektocht lang geleden, vijftig jaar zelfs, naar dezelfde plaats, waar we niet lang dorsten te blijven omdat de processen in Burgos tegen de Eta en de Baskische beweging een hoop onrust met zich meebrachten in dat deel van Spanje.

Guggenheim staat nog altijd op het verlanglijstje, na het bezoek aan haar broer in New York, waar ik een wandgrote Rothko mocht aanschouwen zonder iemand in de buurt. Overweldigend. Een leuk idee voor een jubileum, vijftig jaar. Weer samen met Lief, dubbel feest. Als we thuiskomen blijkt natuur in dat kader wat versiering te hebben aangebracht. Rond de rode lantaarnpaal voor de flat staat boterbloem uitbundig te bloeien als passend eerbetoon aan dit heuglijke feit.

Inmiddels is de museumjaarkaart binnen en zijn we klaar voor een tocht langs de Nederlandse musea. De eerste begint misschien in Zutphen waar Jeanne Bieruma Oosting in een overzichtstentoonstelling eer wordt aangedaan, na jaren vergetelheid. ā€˜Geen tijd te verliezen’ is de passende titel. Datzelfde gevoel hebben wij ook. Elk moment is een reden om bescheiden te vieren in de wetenschap van het bijzondere ervan. Het grote goed van een hereniging.

Overpeinzingen

De ervaring zal het leren

Hoe lang is het geleden dat ik een voorbereiding trof om op reis te gaan. Reizen was lange tijd een vanzelfsprekendheid. Jaren achter elkaar trok ik met een van mijn beste vrienden richting Zuid Frankrijk, waar we logeerden in de verbouwde zijdefabriek van een goede vriendin. Een groot landgoed met aardig wat grond aan een rivier. Er was altijd wat te doen. Braamstruiken die ingetoomd moesten worden, het gazon wat met een grote maaier moest worden gemaaid, de vele kleine ruitjes die gezeemd dienden te worden, de begroeiing tegen de bergwand die we op peil hielden, een zwembad dat kon worden schoongemaakt, het grint waar oeverloos veel onkruid tussen groeide, dat we er spontaan tussen uit zouden trekken. Alles was naar believen te doen, maar luieren mocht ook, net hoe je het zelf in wilde vullen.

Vaak wierp ik me op om de maaltijden te verzorgen. In zo’n heerlijke grote woonkeuken was dat een genot. Alles bij de hand, het mooiste uitzicht en lieve Poubelle de poes, in mijn kielzog om achter me de afvalrestjes op te snoepen.

In de ochtend zat ik in mijn piere-eentje wakker te worden op het bordes achter de vijgenboom en te genieten van de roep van de koekoek die klonk over het ontwakende dal en het weidse uitzicht, met een kopje cappuccino om de handen op te warmen. In de avond zat ik weer op hetzelfde plekje, met een boek of met een tijdschrift en dan was het de nachtegaal die de lieflijkheid van de plek onderstreepte.

Ook werden er uitstapjes gemaakt naar andere landen. Hongarije, Italiƫ, Portugal. Doorgaans lange reizen, waarbij ik het leeuwendeel, zo niet alles, voor mijn rekening nam. Reizen was aan mij welbesteed met mijn voorliefde voor het autorijden.

Lief maakt zich wat bezorgd over de lengte van de aankomende reis, die we gaan ondernemen. Om hem gerust te stellen, beloof ik op de bejaardentour te gaan. In een aangenaam tempo zo’n vijf of zes uur rijden en dan stoppen in een gasthof of een hotel. Daar lekker dineren en slapen en de volgende dag weer voort. Het heeft voordelen. Natuurlijk is de vakantie al begonnen ā€˜du moment’ dat je de auto instapt en pakken we de kleine dorpjes waar overnacht wordt mee in de beleving. Natuurschoon, ja. Een hotel aan de Donau, wonderschoon natuurlijk, een kamer met uitzicht op de meanderende rivier, wakker worden met de zonnestralen in de kamer, de luxe van een bad misschien. De vooruitzichten verzachten het vertragende tempo.

Het heeft geen haast, het hoeft niet snel, het mag er allemaal zijn en wel reisvaardig tot op het bot, met alle verzekeringen aan boord, de hele reis tot in de puntjes uitgestippeld, met eventuele stopplekken incluis, coronaregels achter de hand, eventuele vignetten voor een doorreis aangeschaft.

Niet meer, zoals vroeger, te hooi en te gras en op de bonnefooi naar je plek van bestemming met als enige zekerheid dat je ANWB-bestendigd op reis ging. Niet meer de charme van het ongewisse. Waar loop je tegenaan, wat vind je op je pad, welke onverwachte omstandigheden zorgen voor een veranderende loop van je vakantie en eindigt het voornemen van een vakantie in zinderende zonneschijn in de realiteit van een Scandinavisch koudefront.

Vroeger gingen we samen, Lief en ik, met een legertentje zonder grondzeil, twee rugzakken, een NBBS- retourtje op zak en met de benenwagen, een land verkennen tot in de kleinste details. We aten er voor de eerste keer olijven en paprika in Spanje en de meest ijzerhoudende bloedworst die je je maar voor kon stellen in Denemarken. Maar vooral, wegens het zeer beperkte budget en de lengte van deze reizen, gemiddeld zes weken, spaghetti met saus of daaromtrent.

Mooie avontuurlijke ondernemingen, waarbij deze voorgenomen reis bijna een bedaard initiatief genoemd kan worden. Slim is het wel, zeker als eerste keer sinds lang. ā€˜Aanvaardt het’, spreekt mijn gesternte me toe, ā€˜Het is goed’. Vooruit dan maar. Straks gaan Lief en ik bejaard en wijs op reis. Of dat tot in de eeuwigheid zo blijft? De ervaring zal het leren.

Overpeinzingen

De kracht van deze groep vrienden

Er werd over en weer geappt, omdat degene waar de leesclub bij elkaar zou komen geen corona maar wel een fikse griep bleek te hebben. Hals over kop werd er gespard en ons huis leek de enige optie te zijn. Dan moest er als de wiedeweerga wat lekkers gehaald worden. Een boekbespreking zonder borrel en lekkere hapjes was ā€˜nicht im frageā€˜.

Het boek met een titel om over te mijmeren: ā€˜ De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Dat veelbesproken boek, dat zo vaak door mij was weggelegd en weer ter hand genomen. Dat boek, vol belerende lessen, dat toch overal en in elke recensie werd bejubeld. Die bladzijden, volgeschreven met de gedachten van iemand die volstrekt aan anderen voorbij ging en alleen het eigen ouderdomsproces zag, zijn individuele beleving naast misschien nog een handjevol anderen uit zijn omgeving. Hoe hadden mijn vrienden dat beleefd. Ik stikte van nieuwsgierigheid.

Maar er was nog meer. Niet allen lazen mijn blog. Ze wisten niet allemaal van de nieuwe fase van het leven waar ik middenin zat. Ze hadden nauwelijks weet van mijn Lief. Hoe zouden ze daar op reageren.

Om even voor achten kwamen ze binnen druppelen met allerlei lieve cadeautjes, een prachtige grote bos tulpen, twee flessen wijn en schattige paashazen-chocolaatjes. Het gaf onmiddellijk weer een gevoel van betrokkenheid. Iemand gooit het dagprogramma om en de anderen participeren mee door attent te bedenken wat dat zou kunnen betekenen. Echte vrienden dus.

Het warme gevoel bleef de hele avond. Twee mensen waren er niet bij, maar het geringe aantal verhoogde de intimiteit en omdat we allemaal er hetzelfde in stonden wat het boek betrof, bleef er veel tijd over voor de persoonlijke aandacht. Soms weliswaar toch gerelateerd aan de uitspraken in het boek, soms eenvoudigweg omdat dat ter sprake kwam. De sfeer werd allengs vertrouwder en toen we aan de wijn toe waren, kwam lief erbij zitten en vertelde over zijn reilen en zeilen en hoe hij hier terecht was gekomen.

ā€˜Het is net een sprookje’ verzuchte vriendinlief en ik was het roerend met haar eens. Want niet alleen de ontmoeting was bijzonder, maar ook het feit dat we zo zeker van elkaar waren, elkaar de ruimte konden geven met respect en waardering en beiden voelden dat het goed was en de liefde niet meer voorbij zou gaan. ā€˜Als je iemand tegenkomt dan weet je of het de ware is’, was haar kordate standpunt. Wij beaamden het. Vorig jaar had ik hen nog expliciet gemeld nooit meer aan de man te zullen gaan, maar deze uitzonderlijke situatie, we hadden immers allebei de basis gelegd voor onze beginjaren in de volwassenheid, was het meer dan waard om de bakens te verzetten.

Het gesprek nam een filosofische wending daarna en dat was toch wel een verdienste van het boek. Vooral toen De ziel ter sprake kwam met het omgaan met de dood in het kielzog. Wat waren de meningen van ons vijven omtrent wat er was na de dood. Die liepen uiteen van een leven na de dood tot dood is dood. Dat mocht er dan ook allemaal zijn. Ieder kon vrijelijk een mening geven zonder dat daar een oordeel over geveld werd of een discussiepunt van gemaakt werd. Dat kenmerkte de goede sfeer van deze samenkomsten. Lief genoot van deze vorm van communiceren, dat evenzo een kwestie van elkaar de ruimte bieden was en tevens je zo vrij liet voelen dat je dat zonder terughoudendheid kon doen. Luisteren met aandacht en geen oordeel vellen was en is de kracht van deze groep vrienden.

Overpeinzingen

Onverbloemd vertellen

In de nieuwe ‘Zin’ beschrijft Stef Bos zijn ontmoeting met Henk Serfontein in de tweedehands winkel die hij zo beeldend ā€˜Het museum van Onvertelde Verhalen’ noemde. Achter elk voorwerp gaat wel een verhaal schuil. Dat grijze verleden behoorde deze Henk toe, de beeldend kunstenaar bleek oude handen hartstochtelijk en tot in het detail in houtskool te vangen.

Mijn eerste bewuste kennismaking met oude handen kan ik me tot op de dag van vandaag herinneren ook al is het meer dan 63 jaar geleden. Iedere week kwamen mijn opa en oma aangewandeld vanuit de Laryxstraat, de straat die recht tegenover ons huis liep. Van verre zag je de twee al aankomen. De kaarsrechte figuur van mijn opa met de hoed op zijn hoofd, de voorovergebogen kromgetrokken gestalte van mijn oma, zwaar leunend op de zwarte wandelstok. Als ze waren aangekomen, zat opa op de vertrouwde plek aan de keukentafel en trommelde met zijn vingers mee op de maat van de denkbeeldige muziek, want hij was stokkedoof, maar kon aan het licht van de radio zien dat die aan was.

Als kind zat ik graag bij hem in de buurt. De vertrouwde geur van oude mensen, een zweem sigaar, wat kamfer er doorheen, de geur van scheerzeep en pommade snoof ik met kinderlijke liefde op. Als de ene hand werkloos in de schoot lag, plukte ik aan zijn velletje, dat zo makkelijk te bewegen viel en waar nieuwe plooien van te trekken waren, naast de dikke aderen die er altijd bovenop lagen. Handen, fascinerend en vertrouwd, werkmanshanden ook met eelt en knoestig, die van de vaardige timmerman die hij ooit geweest was.

Ooit was er een opdracht van een fotocursus om een hele week uitsluitend handen te fotograferen. Net als de handen van Henk Serfontein kwam ik natuurlijk uit bij mijn eigen oude handen, waarbij het fotograferen met een hand soms tot bijzondere plaatjes leidde. Maar ook de handen van mijn Wajang Golek moesten er aan geloven. De neveneffecten met spiegel, raam en water daarbij beloofden een aparte weergave ervan. Zo bleef ik de hele week zoeken naar die staketsels. Het is een verruiming van de geest als de focus ligt op een onderwerp. Wat er dan allemaal niet te zien valt.

Stef refereert aan die ouderdom en de verhalen die elke lijn in die handen vertellen, levensverhalen. ā€˜Als ogen de spiegels zijn van de ziel dan zijn de handen het boek dat het verhaal van onze levens vertelt’ zegt hij en hij voegt er aan toe, ā€˜tenminste als de handen door Henk zijn vastgelegd in houtskool.’ Alles is er in af te lezen, ā€˜kwetsbaarheid, verdriet, geluk, kracht’, dat wat een leven met zich meebrengt.

Toen mijn moeder plotseling overleed, nu dertig jaar geleden, zocht ik maanden naar haar, overmand door het verdriet en vooral door het abrupte van dat verlies zonder afscheid te kunnen nemen. Ik vond haar in de gelijkenissen die me troffen bij andere mensen. Haar haren, haar hals, haar stem, een oogopslag. Terwijl ik stond te wachten op een Chinese maaltijd, trof ik haar handen die net een verpakte maaltijd aangereikt kregen. In een oogwenk vloog het moment voorbij.

Handen, de persoonlijke foliant van een ouder mens, dat te lezen valt voor de buitenwereld als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Om te koesteren en te spelen met de losse vellen die die bladzijden onverbloemd vertellen.

Overpeinzingen

Als het lukt

En dan is het tijd om bij te stellen, de kaarten te schudden en opnieuw tot een goede verdeling te komen. in de tijd dat we nu samen zijn, ontdek je steeds weer waar de aanpassing sturing nodig heeft, zodat er niemand in het nauw komt en er leefruimte is voor iedereen. Geven en nemen is nog nooit zo letterlijk geweest.

Op het nieuws komen de fricties over, die ontstaan bij het opnemen van de OekraĆÆense gezinnen in huis. Het is goed te begrijpen. Als het ons in de drie maanden dat we samen zijn, al veel overleg en aanpassen kost, dan is het voor meerdere mensen uit een gezin, die elkaar niet verstaan, een moeizame opgave, juist omdat het niet te bespreken valt. De antwoorden op de vragen vallen zo tussen de wal en het schip. ā€˜Wat zijn jullie gewend, hoe doen wij het hier en is daar een tussenvorm voor te vinden’.

Ik merk dat ik mijn ochtenduurtjes toch te veel mis. Het doel van het schrijven is voor mij het hoofd leeg maken en daarna aan het nieuwe hoofdstuk van de dag te beginnen. Zo heb ik de afgelopen jaren verwerkt, wat ik in mijn eentje verstouwen moest en op die manier de voorvallen op het pad geslecht. Schrijven geeft letterlijk ruimte. Nu schiet het er te vaak bij in en moet ik ergens in de gaten, die in de dag vallen, bijschrijven. Mijn dichterlijke aard komt er door in het nauw en het wordt een zakelijker verslag. Minder boeiend stel ik me zo voor, in ieder geval voor mijn eigen verwerking. Dus, zoals bij het met elkaar slapen, net zo lang draaien tot je de juiste modus hebt gevonden. Die zoektocht blijkt tegelijkertijd een grotere verbondenheid op te leveren, omdat elke gelukte aanpassing als een verrijking van het samenzijn voelt.

In Verweggistan blijft de keuken in de oude staat, tot ik het heb gezien. Dan kan ik aangeven hoe het voelt voor mij. Er staat een fornuis dat een grondige schoonmaak kan gebruiken, een antieke kast en er is te weinig aanrecht of werkblad, maar er staat een tafel middenin en er liggen prachtige authentieke plavuizen op de vloer. We gaan het zien en beleven en kijken welke aanpassingen er nadien gemaakt kunnen worden. Er zal nog meer te doen zijn en een oriƫnterend verblijf is daarom noodzakelijk.

Gisteren na de voorstellingen was het tijd voor de verjaardag van lieve kleindochter. Het grote feest met de hele familie is pas zaterdag. Haar eerste echte verjaardagsfeest met iedereen dankzij corona. Dat kwam tijdens de voorstelling ook nog ter sprake. Een van de dansers vond dat heel veel kinderen niet gewend waren aan theater of een optreden. Ik herinnerde hem er aan dat het kinderen van vier tot zes betrof die twee jaar of meer de gemeenschap en dergelijke actieve dingen ten enenmale hebben moeten missen. Ze kunnen eenvoudigweg geen ervaring hebben opgedaan.

Bij de kleine jarige, drie alweer, werd het een pannenkoekenfestijn, waarbij de kaas en de uienrelish niet vergeten werd. Vooral dat laatste noopte tot het zoeken naar een recept om het zelf te maken. Zo zalig. In het bescheiden gezelschap, zoonlief met gezin was er ook, voelde de kleine grote meid zich toch helemaal jarig.

In bed maken we lijstjes van zaken die op ons liggen wachten, dat zijn er nog heel wat. Nu kunnen we bovenaan beginnen en afstrepen. Willem de Zwijger hoeft vanavond in de bio-club nog niet aan te treden, dat wordt gelukkig uitgesteld. Meer tijd voor deze boeiende maar pittige literatuur en dat geeft rust in het hoofd, naast het lijstje en de voornemens. Soms is het schudden van de kaarten noodzakelijk om tot verheffend spel te komen. Het is een meerwaarde als het lukt.

Overpeinzingen

En die het de tijd en de ruimte geeft

Na de enerverende ochtend volgde nog meer voetbalvreugde. Zoonlief had gevraagd bij de wedstrijd te komen kijken. Tegelijkertijd was hij even de melding uit of thuis vergeten. Dus reed de Kleine Blauwe Prins met een vaartje richting het dorp verderop. Daar bleek het eerste elftal te zijn verschrompeld tot een stel smalle omhooggeschoten adolescenten en niet uit het vertrouwde cluppie. Thuis dus was de conclusie. Sight seeing de provincie in een stief half uurtje. Nog net het staartje van de eerste helft meegepikt en de tweede helft. Ver van het normale feestgedruis of de gehoorsafstand van ongezouten repliek dienende supporters.

Voetbalvreugde

Er stonden alleen drie oude mannetjes met de handen op de rug gevouwen hun eigen technieken en balbeheersing te vergelijken met die van de jongens in het veld. Ze hanteerden met name de overtreffende trap waar het de eigen kwaliteiten betrof. Niet zo vreemd dat er ineens karpers van enorme afmetingen voor mijn ogen zwommen. Voetballatijn dus, in variatie op een thema. Ik hou van dergelijke betweters, zolang ze ieder ander maar met rust laten.

De schorre kreten van de coach van de tegenpartij dreven als losse medeklinkers over het veld, drift in de stem, waarmee hij dwingend de voeten van zijn telgen de, in zijn ogen, goede kant op te sturen. Voetbal ten voeten uit. Ze verloren jammerlijk, maar de vreugde was er niet minder om.

In de avond de wedstrijd Oranje- Denemarken waar de kleine filosoof voor de eerste keer, dankzij suikeroompje, samen met zijn vader een stadion bezocht. Halverwege schuurde ik tegen de vertrouwde mouw naast me aan en viel ik in slaap. Twee doelpunten waren nog doorgekomen en twee had ik er gemist buiten die van de tegenpartij. De droom was zoet en aangenaam, er viel niets te klagen.

Op linkedln komt er een stukje filosofie met winnie de pooh en knorretje voorbij. Ze behoren met alle andere dieren uit het Bunderbos tot mijn jeugdklassiekers en kinderbijbels. Pooh heeft een moeilijke dag. Knorretje vraagt of hij er over wil praten. Dat is niet het geval. Knorretje zwijgt, want hij begrijpt het. Het valt niet mee om een moeilijke dag te hebben. Maar weet je zei Knorretje, moeilijke dagen zijn zoveel makkelijker wanneer je weet dat er iemand voor je is. En ik zal er altijd zijn voor jou Pooh. Pooh zat er maar en maalde zijn hele moeilijke dag door zijn hoofd. En Knorretje zat naast hem met bungelende beentjes en was er. Ik was er ontroerd door en hoopte tegelijkertijd dat iedere vluchteling, die onderweg is en een moeilijke dag heeft, een Knorretje naast zich vindt.

Bij de EO in een programma haalde men aan dat het vaak als een troostrijke gedachte geldt om te stellen dat ā€˜het altijd goed komt’. Iets wat een mens al gauw tegen een ander zegt in moeilijke tijden. Maar het klopt niet helemaal. Het oude voorval komt niet altijd goed. Soms neemt het leven een andere wending en leid je in nieuwe banen, waardoor het voelt alsof je verder kan. Dat er verrijking kan zijn nadat je door een diep dal bent gegaan. Dat is in het begin vaak niet te overzien, maar kan langzamerhand steeds helderder worden. Ik hoop in dergelijke gevallen alleen maar dat we inderdaad terug kunnen vallen op zo’n Knorretje in de buurt. Iemand die het begrijpt en die het de tijd en de ruimte geeft.