Dit was weer een heel andere vorm van wachten. Op de merendeels lege stoelen, niet afgeplakt of iets dergelijks, zaten twee mensen. Een vrouw en een man, beiden alleen. Ik nam in het midden plaats, de vrouw achter me kon ik niet zien, maar de man voor me had een lijdzame berustende blik. Af en toe verschoof hij en liet zijn hoofd tegen de muur achter hem rusten. Er kwam een jonge slanke vrouw binnen, die een en ander opvrolijkte door bedrijvig in haar tas te graaien, iets te vragen aan de balie, papier door te nemen, een blikje cola open te maken en de tas met aplomb naast zich neer te laten ploffen. Even later verdween ze, als eerste, met een van de dames van de longfunctie.
Iedereen werd geacht alleen te komen en dat maakte het wachten een stuk saaier. Normaliter vonden er in zo’n wachtkamer altijd spannende uitwisselingen plaats, misverstanden die moesten worden opgeruimd, een brief die kwijt was en waarbij de ander werd ingeschakeld om ‘m te vinden, het zuchten verwoord in luid en lijdend, maar nu was er niets van dat alles. Opeens klonk het geluid van een klok. Tik,tik,tik,tik Het kwam dichterbij en het geluid zwol aan. Het duurde even, maar toen kwam de wandelende klok voorbij de muur en liep rechtdoor, tik, tik, tik, tik. Korte droge tikken, een stok in beide handen en nu pas hoorde je het geluid van de schuifelende voeten. De broekspijpen veegden de vloer achter hem. Een oude man. Tik,tik,tik,tik. De tijd schoof langzaam voorbij.
Twintig minuten later werd ik binnengeroepen. De vrouw was ronduit plezierig. Voldoende balans in geruststellend en adequaat, wat kwinkslagen tussendoor en vooral de kalmte van haar handelen en stem was aangenaam. Ze had voor na de exercitie attent een lichtblauw mondkapje klaar liggen, maar ik trok een nieuwe zwarte uit mijn tas. Ze moest er hartelijk om lachen. Er lag een grote zwerfsteen op de balie met ‘Lief mens wat ben je mooi’ erop. Het bleek geen zwerfsteen te zijn, maar een cadeau van een van de collega’s voor het poli-personeel. Bemoedigende woorden na een doorgaans hachelijke onderneming, voor iedereen die er langs kwam. Over vijf dagen een telefonisch consult met de longarts en dan weten we meer.

Voor ik naar het ziekenhuis ging, had ik voor zuslief een grote bos bloemen besteld, die diezelfde dag nog bezorgd zou worden. Dat gaf een goed gevoel.De slogan ‘Zeg het met bloemen’ komt in deze tijden helemaal tot zijn recht. Stuur het feest het huis in.
Bij thuiskomst kwam mijn bestelling binnen, net op tijd. Een grote ruime schoudertas die kruislings kon worden gedragen, een warme amberkleur en nepperdepepleer. Alles wat ik tegenwoordig draag, heeft geen dier pijn gedaan. Dat voelt zoveel beter. Waar leder vroeger nog hoogstaand was, krijgt het steeds meer bijsmaak. Voor mij althans. Helemaal in mijn element met deze lichtgewicht, want dat was het andere voordeel. Mijn oude leren tas is leeg al zwaar. Een kwestie van zegeningen tellen, zo’n aanschaf.

De Ipad ligt naast me in de aanslag. Ik probeer mijn clandestiene huisbewoners, het echtpaar Kauw, die stiekem in de dakgoot wonen, te vereeuwigen nu ze druk doende zijn om hun nieuwe nest te bouwen. Ik luister naar hun gebabbel en tracht er wijs uit te worden, wanneer ze voornemens zijn om naar beneden te duiken. Maar helaas. Het gaat steeds nét mis, een flard kauw, niet meer, niet minder. De aanhouder wint, in dit geval, daar ben ik van overtuigd. Een kwestie van doorzetten.















































Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.