Uncategorized

De cirkel is rond

Gisteren vroeg iemand mij, hoe het mogelijk was dat ik niet in de gaten had dat ik aan het dwalen was, toen ik in den Bosch zocht naar mijn kleine blauwe Prins. Daarbij keek ze me zo ongeloofwaardig aan, dat ik in de lach schoot. Dat kan dus. Als je zó in je hoofd zit, is dat mogelijk. Nee, ik moet het anders formuleren. Ik kan dat. Zoals ik kan vergeten te eten en ik soms een deel van de tijd kwijt ben, omdat iets me bij me lurven grijpt. In het verleden vroeg ik mijn moeder: ‘Waar zitten je lurven eigenlijk.’ Dan wees ze vaag richting schouders en wist ik het nog niet.

107.JPG

Later stelde ik dezelfde vraag aan mijn onderbouwgroep. ‘Wie weet waar de lurven zitten.’ Het woord lurven lijkt op slurven en dat is ook een andere betekenis voor mouwen, maar de vlag dekt dan de lading niet. Het hoofd gaat voor een deel uit, het beeld op blanco. Het mist gevoel voor richting, voor tijd, voor de rest van het fysieke bestaan. Toch is het geen vergetelheid. Dat bewustzijn zit tijdelijk in een andere hoek. Je wordt volledig in beslag genomen door datgene wat je net gezien, gehoord of meegemaakt heb. Ik was misschien wel onder hypnose van de rode regen. Wie zal het zeggen. In ieder geval kon ik na die ervaring bijna niet meer naar de rest van de tentoonstelling kijken.

En toch ben ik een scherpe observant, schrijver eigen. Ik zie breed en veel. Wel op een andere manier dan de gemiddelde medemens kijkt. Ook weer anders dan mijn zus, die met haar scherpe fotografen-blik de kleinste insecten en vogels en bloemen in de handeling ziet op de meest onmogelijke plaatsen, waar ieder ander aan voorbij zou lopen. Ik kijk, verbind en denk er doorgaans ook verhalen bij, beweegredenen van de ander, stemmingen, gemoed. Daar hoef ik niet bij stil te staan, het gaat vanzelf. Het is ingebakken.

032.JPGNoordbrabants Museum

Gegrepen zijn door iets en dan op de cadans verder gaan, niet om de omgeving. Zompig in het hoofd, door alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden en overvleugeld door de gebeurtenissen. Het ronddraaien in je eigen ‘Inner Circle’ maakt wel dat je behoefte hebt aan ontsnapping. ‘Laat me eruit. Ik wil weer mondiaal, ik wil die lurven en dan met een zwaai…’ Ja wat. Aan het begin van mijn ontwikkeling terecht komen. Alles dunnetjes overdoen?

Ben je mal. Ik vond een deel moeizaam, vooral de puberteit. Daar worstelde ik met gezag en met gewicht. Ik werd regelmatig bij de lurven gegrepen door mijn vader, waardoor bij mij de intentie ontstond om nog feller in verzet te komen. Wil ik mijn tijd in de verpleging terug? Ook niet echt. ik kan wel verlangen naar de interactie, maar nu ik aan de andere kant van die ervaring sta, is het aardig weggeëbd. Omdat ik weet hoe het is om je te voelen, als je afhankelijk ben van jonge mannen en vrouwen, die over ervaring en wijsheid heen walsen in hun bevlogen passie om te zorgen. Verlang ik terug naar mijn jaren als moeder en echtgenoot? Die herinnering is omfloerst met weemoed. De lieve schatjes van toen zijn prachtige mooie mensen van nu, de onbezorgdheid mis ik, maar niet het sappelen om rond te komen.

0441.jpg

Het onderwijs ligt me na aan het hart. Ik sta te trappelen om rond te bazuinen waar de essentie ligt. In het onderwijs heb ik het licht gezien. En dan nóg niet zaligmakend en niet allesomvattend. Tijd voor het opschrift stellen. Dan moet ik eerst mijn hoofd uit en …Inderdaad…mezelf bij de lurven grijpen. De cirkel is rond.

Uncategorized

Op eigen tijd, in eigen uur

Nu de dagen zich aaneen rijgen zonder echt vooropstaand doel dan die ik mezelf stel, kruipt er een verlangen omhoog. Een paar maanden geleden kwam het abrupte einde van mijn werkbare leven en dat vergt het nemen van andere besluiten. Is dit het zwarte gat waar in mijn onbezonnen jong zijn de ouderen hun mond vol van hadden. Ik blufte altijd dat ik zoveel bezigheden had, dat ik dáár in ieder geval niet bang voor hoefde te zijn. Met de slijtageslag van het lijf zijn de kaarten geschud en is er toch wat veranderd. Nooit rekening gehouden met futloosheid of vermoeidheid. Onwillige spieren, hart en longen die zich (nog) niet willen voegen naar de zonnige kanten van het leven. Dat had ik allemaal over het hoofd gezien. Saillant detail. Nu kom ik ze tegen, mijn beren op de weg en moet ik heel veel moeite doen om ze met mevrouw van Gelder van Annie M.G. Schmidt te koesteren en niet op stang te jagen.

‘Wat is dat, mevrouw van Gelder
Houdt u beren in de kelder
Bruine beren in de kelder van ’t perceel
Als het nou konijntjes waren
Of een aantal ooievaren
Maar ’t zijn echte bruine beren en zoveel

Kijk es hier, meneer Verhagen
Moet ik u permissie vragen
Houdt u bij uw eigen zaken alstublieft
Kom vooral geen stap meer nader
Het zijn de beren van m’n vader
En ik heb ze alle zeven even lief’

Ik verkeer op dit moment in een soort twilight zone. Nog niet echt met pensioen, maar arbeidsfähig onderhevig aan de kwalen. Dat maakt het lastig. Anders was ik iets gaan zoeken dat een bepaalde maatschappelijke betekenis zou hebben. Ik mis het werken met de kinderen en verlang naar de gedeelde momenten, maar niet naar de schooldiscipline of het keurslijf waarin het onderwijs gegoten wordt. Ik moet er mee dealen. Tijdens mijn dwaaltocht door het Brabantse had ik op de weg terug volop tijd om aan het dromen te slaan. De dagen daarna, een grote vermoeide benauwdheid, bracht weer veel onzekerheid en angst. Twee stappen vooruit, een stap achteruit en pas op de plaats maken. Dit is toevallig een week van weinig afspraken. Volgende week starten alle therapieën weer en wordt stramien een keurslijf, maar ook verlossing voor de tijdelijke gewichtsloosheid. Zou dat het zijn. Maken we graag deel uit van een bepaalde stroom, mensen ontmoeten, iets ondernemen ook al is het maar het werken aan je eigen gezondheid met een groep gelijkgestemden.

IMG_3173.jpg

In mijn hoofd ontstaan hele schilderijen en uit mijn lege handen vloeit gebakken lucht. Ik ben aan het lezen in het logboek van Connie Palmen, zwelg een beetje mee op haar verdriet, maar wil er eigenlijk niet echt ten volle in duiken. De zon brengt luchtigheid, de mooie dingen die ik gezien heb de afgelopen dagen vooral stof tot nadenken en de behoefte om weer zelf aan de slag te gaan. Hoe haal ik die rem er vanaf.  Tuin wacht, maar de angst voor het over de grens gaan is groot, omdat je achteraf pas beseft, hoe groot de blaren zijn waar je op moet zitten. Een ingebouwde graadmeter zou handig zijn, een belletje dat gaat rinkelen zodra je over de scheef gaat. ‘Pwaaaahhhhh, deze wilgentak niet meer snoeien, ik herhaal…niet meer snoeien.’ Oké. Laat vallen het gereedschap en ga rusten. Niets is lastiger dan gedoceerd leven.

Vandaag heb ik mezelf de opdracht gegeven om nieuwe medicijnen te halen en ben ik nog aan het dubben of het tuin wordt, of een wandeling. Het kan beiden maar dat is weer teveel. De oude Hortus trekt ook, prachtige tijd voor de eeuwenoude bomen, kijken of ik de geometrie nog kan ontdekken in de trompetboom, zo die er nog staat. Al schrijvend denk ik het laatste. Maar vroeg en dan toch misschien een beetje tuin, al kan ik daar te weinig uit de voeten. Alle kleine beetjes helpen.

Dat geldt ook voor de veroveringen op het bestaan. Schoorvoetend, mondje voor mondje en geduld kweken, zoals ik het met de kinderen heb. Alles komt op eigen tijd, in eigen uur.

Uncategorized

Laat je meevoeren en voel

Ik ga op reis en neem mee…Niets anders, dan mijn fototoestel en mijn museum Jaarkaart. In het Noordbrabants Museum mag ik op reis met Uli Sigg, die als eerste het werk van dertig Chinese kunstenaars verzamelde.

055.JPG

Even later loop ik door een Chinese tuin, heel Shansui en Zen, volmaakte rust en stilte, kom ineens mijn schaduw tegen. Mijn groteske houdingen brengen rimpelingen in deze ideale getekende tuin op de muur van Feng Mengbo. Ik spreid de armen breed, omhels het beeld dat opduikt uit de zwarte lijnen en wordt een vogel hoog in de getekende wolkpartijen. Ik vloei samen met de beelden, maak me los en vervolg mijn weg.

059He Xiangyu: The Tankproject, 2011

Ik wandel regelrecht het plein van de Hemelse Vrede op. De grote indrukwekkende tank behoort na de tuin tot de ouverture van de tentoonstelling. Iedereen heeft de moed van de kleine tengere onbekende student voor ogen, als hij blijft staan voor die reusachtige tank. En hier is het antwoord op dat grootste protest ooit. De tank staat er niet in zijn schreeuwerige onoverwinnelijkheid, maar als de samengeperste resten van gebroken macht. Het vult de zaal en eist alle aandacht op voor zijn teloorgang.

102Tsang Kin-Wah: Second Seal

Een donkere pijl voor mijn voeten wijst naar een vertrek met de woorden: Every Being That Opposes Progress Should Be Food For You. Iedereen blijft in de deuropening staan. In het donker zitten drie kinderen op de grond. Ze verkneukelen zich. ‘Straks wordt het spannend’ fluistert er een als er langzaam rode neonzinnen naar beneden druppelen, eerst incidenteel verspreidt over de drie muren, daarna allengs meer en nog meer, tot het woordenbrij plenst en het geluid het opgewonden praten van de kinderen overstemt. Ze proberen de zinnen te raken met handen en voeten, terwijl die staccato neer blijven dalen tot het uitmondt in het donderend geraas van een fikse regenbui. Ik krijg visioenen van een vloer vol plassen waarin de druppels vallen, opspatten en uiteen slingeren op ons, over ons. Ik had bij die kinderen moeten gaan zitten

.110

Het ziet me rood voor ogen, letterlijk. Het zou niet misstaan in een andere kleur. Wat zou het prachtig zijn als je een installatie had, die de kleur aannam van het gevoel op dat moment. Een regen van stemmingen met de woorden die het onderstrepen. Het koele blauw, het vredige groen, het stralende geel. het machtige paars, onheilspellend zwart. Verrassend welke kleuren er te voorschijn zouden komen bij de betreders van de zaal. Veranderend als de gevoelsringen en beeldjes, of de meters die de gevoelstemperatuur aangeven en waar teamcoaches gretig aftrek van namen in de jaren negentig.  Een experiment andersom zou ook verrassende gevolgen kunnen hebben, want treedt er bij een smaragdgroene kamer ineens totale rust en vrede in.

de hoedMarijke Warmerdam: Le Retour Du Chapeau, 1998

Door de afmetingen worden we deel van het geheel. Ooit zag ik de installatie: Le Retour du Chapeau van Marijke Warmerdam. Een film waarbij de hoed ons bij de hand neemt en de vallei in leidt, terwijl de wind je om de oren suist. Een kunstwerk dat ons willoos meevoert, gevoelens losmaakt, vragen oproept en er om bewonderd wordt, heeft het ultiem haalbare bereikt, zoals ook  deze ongrijpbare woordenregen van Tsang Kin-Wah. Kinderlijke vrijheid haalde eruit wat er in zat. Ga er instaan, dompel je onder, laat je meevoeren en voel.

 

 

Uncategorized

Net als toen

Vanaf verre hoorde ik dat het draaiorgel straks hier zou zijn. De vrolijke klanken schoven licht als een voile de straat over en klonken steeds dichterbij. Gespannen wachtte ik op wat komen ging. ‘Wel bij de deur blijven’, had mijn moeder gewaarschuwd. De muziek was aanstekelijk, de dribbelbenen wiebelden. Alle kinderen kwamen naar buiten, we rekten ons uit. Daar, daar was het paard en ineens was het alsof de zon begon te schijnen. De kleurige, rijk vergulde beelden vulden het hoofd, de aanstekelijke klanken lieten ze deinen en golven. We huppelden erachter aan, terwijl de orgeldraaier zijn centenbak op de maat van de maatstokken van de poppen mee liet tikken en alles te samen bracht.

Zonder het te beseffen was ik toch achter de muziek aan gegaan en ineens stond ik ergens waar ik de weg niet kende. Huizen met bakstenen die er allemaal hetzelfde uitzagen, onherkenbare voortuintjes, de stilte die dreigender en dreigender werd. Waar was ik? Waar was ons huis? Waar was mijn moeder? Ineens werd mijn kleine hand door een grote vastgepakt, vroeg een stem waar ik woonde en door de verstikkende deken van tranen heen, haalde ik mijn schouders op. Ik was verdwaald en nog geen vijf. De herinnering bleef hangen, werd soms volmaakter en aangedikt, soms waren er alleen het orgel en de bakstenen. Maar het gevoel bleef.

IMG_3369.jpgBakstenen in Den Bosch

Gisteren gebeurde iets onwaarschijnlijks in deze tijden van digitale bewegwijzering. Ik had er een verrijkend bezoek opzitten aan het Noord Brabants Museum en het Stedelijk Museum in ’s Hertogenbosch. De auto had ik ergens vlak bij geparkeerd. Had de straat onthouden waar ik vlakbij stond. De Julianastraat. Vrolijk en onbezorgd genoot ik van het verrassende wat geboden werd, kwam zelfs tijd te kort, zo werd ik in beslag genomen door het werk van Chinese kunstenaars van de afgelopen 15 jaar uit de de verzameling van Uli Sigg.

052Zhao Bandi: portret van Uli Sigg

Door de prachtige doeken van Sluijters, door het indrukwekkende keramiek van de kunstenaars die waren samengebracht in de tentoonstelling van ‘American Beauty’. Het was eigenlijk te veel en het hoofd zat vol. Zo vol dat ik op de terugweg de straat in toetste op de Iphone en begon te lopen, terwijl ik de diversiteit aan beelden nog eens één voor één naar boven trok en mijmerde over de schoonheid, het bijzondere effect, de impulsen die het had gegeven voor nieuwe ideeën en alles wat het innerlijk had losgemaakt. Ik lette niet op afstand en omgeving op realistische gronden, maar stapte domweg voort. Zo eindigde ik in Rosmalen. Weliswaar de Julianastraat, maar wel in het dorp kilometers verder op. Goeie work-out, maar niet in de stemming ervoor. En toen….viel de telefoon uit.

0211.jpgJan Sluijters: Liesje is jarig, 1929

De enige manier om bij de auto uit te komen was terug te lopen naar het centrum. Met die dode telefoon kromp ik ineen tot het kleine meisje van vroeger. De tijd had me verlaten, de stenen die allemaal op elkaar leken, een infrastructuur die ik niet doorzag. Waar was ik. Vlakbij het centrum liet een mevrouw de hond uit. Het was de grote hand van lang geleden, die de mijne vastpakte, de verlosser, de reddende engel. ‘U moet helemaal aan de andere kant van den Bosch zijn, zal ik U even brengen, ik moet toch nog met de auto weg’.

Ik voelde het branden van mijn beenspieren, de raspende ademhaling. Een diepe dankbaarheid stilde de kwalen toen ik in de ‘verlossende redding nabij’ stapte. Wat een zegen is algemene empathie en die van de vrouw, die Mieke heette, in het bijzonder. Thuis op de bank, kwam de verwondering over de afwezigheid van enig gezond verstand. Zo opgaan in de emotie is een kunst op zich, zeker als alle realiteit uit het oog verloren wordt. Kind met de kinderen, net als toen.

Uncategorized

De warmte van de Italiaanse zon

We hadden de zangvoorstelling van zuslief erop zitten en togen naar de plaatselijke Italiaan in Zeist. Dat is al twintig jaar de traditie en daarin zijn we behoorlijk trouw. Misschien ook wel om de petieterige sfeer, die de grote serre achter het restaurant zelf uitstraalt. Met haar plafond van Chianti-flessen, die er al jaren bungelen.

008Zang in Zeist

Het meest aantrekkelijke is de sfeer die het oproept, Italië in het klein ten voeten uit , niet in de laatste plaats door de twee pizzabakkers, de oude en de jonge, die jongleren met het deeg en er een wervelende show van maken van dun, dunner, dunste deeg voor de bodem. Ze gebruiken een indrukwekkend tempo, waarin de bodem wordt bekleed met heerlijkheden en stralen ervaring en kennis van jaren uit. Hier staan pizzabakkers die trots zijn op hun eindproduct en die er alles aan zullen doen om de gasten te fêteren op de heerlijkste pizza ooit.

Het allermooist vind ik de stem van di mama. Ik zat met de rug naar bar en keuken toe en als mijn zussen tegenover mij, hun nek verrekten om maar niets te missen  van het schouwspel, moest ik het hebben van wat er in losse flarden de gehoorsafstand binnen viel. De Kleine zilverkwikke Italiaanse ken ik al zo lang we daar komen en haar stem heeft voor mij een magische klank. Zodra ik die hoor, beginnen spontaan de groene glooiende heuvels van het Italiaanse land te zingen, dwarrelen er flarden Italiaanse film voorbij, komt Sophia Loren een sombere flat ingeschoven, begint daar de zon te schijnen bij zoveel schoonheid in armoede en wordt het heden precies zo’n Giornata Particulare. Als er gezinnen beginnen aan te schuiven aan de simpele tafels, zie ik grote families zitten in de avondzon, die zich te goed doen aan de overbekende sauzen. Dwars daar doorheen marcheren de van hun vrijheid beroofde arbeiders tegen de zwarthemden in een aangrijpend protest met een lange tocht door de bergen onder begeleiding van de muziek van Ennio Morricone. Novocento van regisseur Bernardo Bertolucci trekt voorbij. La bella Italia onder handbereik door de geuren en kleuren van dit kleine authentieke restaurant.

De stem van de vrouw is omfloerst, doorrookt en bast boven alles uit. Ze houdt als een bescheiden zwarte draad het stramien bij elkaar. Haar haar heeft de sporen van het harde werken in grijs gevat. Ze is nergens en overal, begroet, kust of verdwijnt in een omhelzing. Haar klanten zijn een grote familie geworden, haar familie.

Ik kies de Lasagna met aubergine, tomatensaus en mozzarella, heb eigenlijk te veel trek en eet alles schoon op, omdat het zo verfijnd is en lekker. Ik proef vooral de kruiden en de knoflook en eet veel te veel. In mijn voorzienigheid heb ik de auto helemaal aan het begin van de oude Arnhemse weg gezet, zodat zuslief en ik een aardig eind terug kunnen kuieren, om het opgeblazen gevoel, maag is niet veel meer gewend, te ontluchten.

017

Met de aria’s van het zangkoor, het toeven in klein Italië en de vondst van het beduimelde boek over Don Bosco  in een Biltse rommelige kringloopwinkel is mijn uitstapje naar Turijn, Milaan, Rome en Emilia voor deze week weer rond. Tijd om ze af te sluiten met de herhaling van een aantal films. Al ben ik bang dat ik de verschrikkelijkste scènes van Novocento niet meer aan kan. Ik ga vooral voor de groene heuvels en de warmte van de Italiaanse zon.

Uncategorized

Adem in, adem uit en erbij blijven

De hele week ben ik er onbewust mee bezig geweest. Op de Cardio-revalidatie is het de gewoonte om aan het eind van de laatste training van de hele serie te trakteren. Omdat iedereen op verschillende dagen binnen komt druppelen, is er frequent een afsluiting met thee en koffie en tot dan toe gevulde koeken of glacé’s. Lekker maar nauwelijks te rijmen met het gezonde eetpatroon dat geadviseerd wordt ten einde de conditie voor een gezond hart te kunnen waarborgen. Ik was er oprecht verbaasd over.

Het idee dat dat anders kon, had zich in mijn hoofd vastgezet en er tuimelden in mijn  dromen voortdurend allerlei nieuwe versproducten en kruiden en flitsende vitrines in  eko-en biozaken over elkaar heen. Sinds een langdurige periode van macrobiotiek, de hang naar yin en yang en de queeste naar gezond, gezonder, het gezondst in de jaren zeventig bezocht ik al de winkels van de net ontluikende reformzaken. In die jaren waren het schimmige winkels met, vaker dan je lief was, een hor-magere meneer of mevrouw, die er al even flets en dor uitzag als de havermout en de gierst die over de toonbank ging. Ook het onbespoten fruit en de groente hadden allemaal een zweem van onaantrekkelijkheid in zich. Al bij binnenkomst drong schimmel en en andere aarde geuren je neus binnen.  Maar we waren in de leer, dus nam je bepaalde zaken voor lief.

chocola

Tegenwoordig zijn de eko speciaalzaken een walhalla van vreugde. Nog steeds ruikt het er naar de vele granen, kazen en kruiden, maar de winkels zijn gestroomlijnde snelle speciaalzaken geworden, waar iedereen wel iets naar smaak vindt. Niet onbelangrijk is het feit dat de prijzen wat dichter bij de gemiddelde beurs zijn gekomen. Ik besloot naar Ekoplaza op de markt te gaan en daar iets uit te kiezen. Het moest lekker en redelijk hartengezond zijn. Met de Belgian thins, flinterdunne chocola met Kokos en Amandel, of met Quinoa en Goji hoefde ik niemand meer te overtuigen dat lekker ook gezond kon zijn.

cyrikllisch

Er kwam een nieuwe meneer binnen, een Syrische man, die geen Nederlands sprak, maar zijn vrouw tolkte een beetje. Hoe moeilijk is dat om in de ziekenhuiswereld terecht te komen met haar jargon en vaste gewoonten als alles om je heen onverstaanbaar is. Ik moest denken aan de eerste dagen van een vakantie in Bulgarije, waar ik niets begreep van de straatnamen, verkeersborden en bijna niemand Engels sprak. Het betere handen en voetenwerk kwam er aan te pas.  Dat was dan nog vrije tijdsbesteding. Cyrillisch schrift is met logica zelfs al bijna niet te ontcijferen. Zo moet het hier ook voor hem zijn. Medicijnen gebruik, voorschriften, leefregels die allemaal als Acacadabra aan je voorbij trekken. Wat moet hij gedacht hebben bij het balspel dat we deden, waarbij we de bal met andere ballen moesten proberen te verplaatsen, twee vrouwen en vier mannen, uitgelaten en vrolijk en wat te denken van het uitdelen. Hé, Cardio is feest, fietsen, spelletjes en een hartverwarmende thee aan het eind met iets lekkers erbij. Probeer daar maar chocola van te maken. Ik geef het je te doen.

2864_300px_thumb

Cardio is klaar, nu mag ik door naar de Longrevalidatie, de Diëtiste en de Ademtherapeut. Een peulenschil omdat alles goed te volgen zal zijn. Het ziekenhuis kent inmiddels ook geen geheimen meer. Ik ben er kind aan huis. Zo gaan we door met bikkelen. Ik red nu al drie trappen naar het parkeerdek, iedere keer een treetje meer. Adem in, adem uit en erbij blijven.

 

Uncategorized

Zeeën van ruimte

Het was onbestendig weer, We hadden afgesproken te gaan wandelen, vriendin en ik. Bijkletsen, problemen aanroeren, perikelen tackelen door ze in de frisse blik van de ander te dopen, muizenissen te verdrijven in de vrije natuur, wind door de haren, omringd met lentevogelgezang.

Amelisweerd of Rhijnauwen, we hadden eigenlijk Amelisweerd gezegd, maar vriendin reed naar Rhijnauwen. Geen punt, want beide landgoederen zijn verweven tot een groot wandelgebied met heerlijke oorden om de inwendige mens ook lichamelijk te versterken. De wandeling was een keuze in het kader van het aangename met het nuttige te verenigen, nu bewegen dagelijkse kost was geworden in het verstilde bestaan. De vreugde van het samenzijn was verkwikkend, omdat de hang naar het woord nu groter was dan in de vroegere werksituatie, waarbij de hele dag interactie hoogtij vierde.

IMG_3194.jpg

We reden in haar comfortabele auto er naar toe en stevig gearmd liepen we het pad af, waarbij ze nauwkeurig mijn energie peilde door zo ongemerkt mogelijk mijn ademhaling in de gaten te houden met af en toe de vraag of het niet te snel ging, of te zwaar was. Het bospad, zo vertrouwd, ik ken er bijna elke tak. Er zat een roodborst parmantig op het hek. Het gefrutsel om het fototoestel op te diepen uit mijn tas duurde te lang, waarna de vogel gevlogen was en het kale hek zelf om aandacht bedelde. De frisse lucht werd gretig  afgenomen, maar haar blik bleef naar beneden gekeerd of naar mij en daardoor viel het mij op dat ik zelf altijd aan het vorsen ben. Ik speur het leven in beelden bij elkaar. Er ontgaat me nog steeds veel, maar veel ook niet. In mijn alleen gaan heb ik geleerd te zien. Prachtige taferelen, tussen het gras de wereld van het kleine grut, groter dan gedacht, in een braambos een kwetterend vogelparadijs, in het water het vloeiende bestaan van vogel en insect, van vis en watervlo.

035

Daarvoor moet het innerlijk soms een beetje opzij, of omgekeerd de natuur, al naar gelang de belangrijkheid van het moment. Bij vriendin was de eigen wereld op dat moment vele malen groter en de zorgen, de onzekerheid, de vragen en het verdriet strekten zich uit tot het pad, de houtschilfers, het grint, de dorre twijgen, de aangestampte aarde en al wat zich onder haar ogen en onder haar voeten bevond. De indringende lucht van de koeien op stal schudde haar omgeving even wakker, scherpe zurige lucht die denken deed aan mistige sluiers boven het landschap, dampende ingekuilde mest en een vroege bleke ochtendzon erboven.

In de veldkeuken waarbij we van Rhijnauwen naar Amelisweerd moesten rijden, omdat ze aan het raspen van mijn ademhaling hoorde dat het aantal stappen al geteld was, kwamen we bij en laafden ons aan het ‘Levain brood’. Het bracht de dagen van weleer, toen de kinderen nog klein waren en ik met liefde en moederlijke koestering van een eigen papje, dat toepasselijk het moederdeeg heette, iedere dag opnieuw weer brood bakte. Hartenbrood naar het woord. Een broodje zuurdesem met oude boerenkaas. Toen en nu nog steeds het lekkerste lekker.

090.JPG

Onder dat heerlijke genot was het goed toeven. Vriendin en ik hadden ons gelaafd aan het delen van elkaars tijd en de genegenheid en we beloofden om gauw tot een herhaling te komen, nu zij werk wat wilde indammen en ik alle tijd van de wereld bezat. Een mooie gelegenheid om per stap de gedachten een weg te laten vinden, hoger en  hoger. Ramses Shaffy zong het al: Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want daar is de blauwe lucht’. Een wijde blik geeft zeeën van ruimte.

Uncategorized

Zo’n Dag van Niet

Gisteren was een dag van niets. De hele week was ik al braaf op pad geweest om aan de dagelijkse portie beweging te komen en gisterenmorgen hield het lijf het even voor gezien, het hoofd deed mee. Geen puf, geen zin of allebei, maar het feit lag er, dat ik dan maar in huis moest rommelen. Als compensatie voor die overweldigende stilte? Nee, want doorgaans trek ik er alleen op uit en op die momenten spelen zich in mijn hoofd hele gesprekken met mezelf af. Voornemens, beloftes, verkneukelpartijen, ik kan het allemaal in mijn eentje! Het was eerder een wijs besluit door de graad van vermoeidheid die elke vezel aangaf. Gisteren de wereld nog afgestruind naar een blokhut, twee nachten slecht geslapen, zoals te doen gebruikelijk, en nu even helemaal zalig niets.

IMG_3247.jpg

Ik zat op bed en typte mijn woorden. Iets in mijn rechterooghoek kriebelde, de druk om te gaan observeren wat het was, werd steeds groter. Pluis was het niet, die lag opgerold haar hele leven met niets te vullen. Af en toe knorde ze wat, draaide zich om, strekte zich behaaglijk uit, keek me loom of verwijtend aan en werd dan weer een balletje. Hoe genieten toch simpel kan zijn. Nee, in mijn ooghoek stond de kledingkast en haar wanordelijkheid van dat moment werd van een doorn een balk in mijn oog. Oké, oké.

Ze schreeuwde om actie. De dag lag open als een blanco bladzijde, dus waarom ook niet Het ouwe spul eruit, alles herschikken en bekijken, passen vooral. Sinds de nieuwe medicijnen en het tekort aan sport, van drie keer per week twee uur naar twee keer per week een uur en gekuier, was er 6 kilo van mijn aanwezigheid bijgekomen en die was niet achter mijn oren gaan zitten. Bij de eerste de beste broek was het al raak. Verhip. Knoop haalde net niet het knoopsgat, Hoe ik ook rukte en trok, mijn adem inhield, mijn buik introk, er hielp geen lieve vader of moedertje aan. Als een hoopje afgedankte ellende lag ze op de grond, het begin van de stapel ‘Kringloop’.

Ik spitte door, haalde plank voor plank leeg, paste, legde mezelf naast de acceptabele meetlat, monsterde elke verdachte bobbel of golf, draaide mijn nek in de uilenstand om te zien hoe een en ander van achteren stond. Ik kwam kledingstukken tegen die verdwenen waren in de dikke wintermist en een hemdje, die ik eigenlijk pas nog had gezien, kon ik nergens meer ontdekken. Hoe werkt dat toch met zo’n kast. Ze leeft een eigen leven, daar ben ik van overtuigd. De strijkplank erbij en alle verdriet om het achtergesteld worden en een winterlang niet gedragen, streek ik met alle liefde weg.

Bij het ronddraaien in de spiegel moest ik bekennen dat die extra vetkwabbetjes eigenlijk eerder een aanwinst waren dan een, te doen gebruikelijke, onoverkomelijke ellende. Ik had ineens aan de achterkant een welving zitten, waar er eerder sprake was van een talhout. Het heeft zo z’n voordelen. Ik ben zo gezegend om mee verende wijde broeken te hebben, die met gemak opschuiven, al naar gelang de staat van zijn, zonder dat je de pijnlijkheid van het fnuikende ‘bijna’ moet ervaren op die ene na, dan.

IMG_3355.jpg

Het is goed, ik weet het. De longverpleegkundige juicht dat extra aantal ‘Mij’ alleen maar toe, om een buffer te hebben voor wat komen kan. Ik krijg zelfs een diëtiste aan de arm, om me daarin te begeleiden. Straks ben ik het dubbele, jullie zijn gewaarschuwd. De kast staat er tevreden bij. Mooie nieuwe stapeltjes, gestroomlijnd door de strijkbout en de inhoud behoort weer tot de parate  kennis. Er is wat ruimte geschapen, net als in mijn hoofd. Tijd voor een wandeling met vriendin. Kuieren op niveau, in een nieuwe combi dat dan weer wel. Het heeft z’n voordelen, zo’n ‘Dag van Niet’.

Uncategorized

Zien en beleven

Bij elk reclameblok ontvouwt zich wel minstens een aantal keer de inhoud van de grote envelop en toont een cheque van 1000, 10.000, 100.000 en zelfs een miljoen euro’s. Doorgaans trekt het filmpje gedachteloos aan mij voorbij. Het overbrugt de wachttijd van het ene naar het andere moment. Gisteren bleef het haken in verlangen. Stel je toch eens voor.

We waren die dag naar Amersfoort getogen. Een wereld waar ik niet in thuis ben, namelijk die van de verkopers van tuinhuizen en blokhutten met een gestroomlijnde babbel. Hier gaat het grote geld in duizelingwekkende vaart in woorden over de toonbank, nulletje meer of minder maakt allemaal niet zo uit. Het huis zelf valt in cijfers reuze mee, maar voordat het staat is er het driedubbele bijgekomen en met de fundering is het hele bedrag ineens verdubbeld. Langzaam vult mijn arme hoofd zich met verbindingen, steunbalken, millimeters dik hout, messing, wordt mijn idyllische huis met de ramen bedolven onder nog meer nullen door het glas van een extra deur, extra raam. Een dikke mist komt opzetten en de getallen, de onderdelen en de stem van de man verdwijnen, dompelen onder in de dikke wattendeken. Ik wil weg. Offerte mee, mogelijkheden mee, dik boekwerk mee, dat voor een jaar aan bestudering in zich draagt.

Moen komt ze brengen

Toeval bestaat niet, Vanmorgen bij het scrollen door wat foto’s heen, kom ik op myalbum.nl de making-off van de Bernagie tegen. Het lieve oude ateliertje, waar het zo veel jaar zo goed toeven was en waar ik eigenlijk nog steeds zo veel van hou. Het unieke is dat mijn broer met zijn bloed, zweet en tranen eigenhandig alles uitgedokterd heeft, de fundamenten gelegd en het huis zelf met behulp van de familie vol verve in elkaar heeft gezet. Wat een beauty. Daarvoor moest eerst de oude schuur in Driebergen afgebroken worden en vervoerd. ‘Van dik hout zaagt men planken’, zei men vroeger als je er van langs had gekregen. In dit geval was het van oud hout zaagt men planken, net zolang tot het geheel naar eigen ontwerp stond als een huis met echte dakpannen. Kom daar nu nog maar eens om.

Kijk zo gaat t snel

Mijn dromen zijn te groot. Ik zal ze terug moeten brengen tot haalbare realiteit. Waarschijnlijk moet het toch weer een bouwpakket worden, waar we met de familie aan kunnen zagen, klotteren en boren. Voor een keer wens ik, daar, in dat reclameblok, tussen twee momenten door, een lot uit die loterij, een engel die neerdaalt met een zak geld, een schenking van een anonieme gever met centen, een boom in mijn tuin, waar het geld groeit tot in de wolken. De droom knaagt een gat in mijn gezond verstand, schopt een deuk in mijn verlangen. Maar het allerliefst, wil ik eigenlijk het oude huis weer in de nieuwstand, dat  liefdevolle handwerk van broer. Met zorg, aandacht en toewijding uit de denkbeeldige as verrezen als de Feniks naar een nieuw en vreugdevol bestaan. Het ontwerp van broer met het licht alom en het eigengereide nokkie van glas als persoonlijk detail. En de pannetjes. Zodat we ‘Het regent, het zegent’ kunnen zingen als de pannen nat worden.

wel even erbij blijven

Zwager heeft de vloerplaten, zegt ie. Broer heeft het verstand. De zonen en dochters hebben de spierballen en ik heb grootse dromen én een verlangen dat gestild wil worden. Ramen zijn er al en dakpannen. Nu alleen het hout nog. Daar hebben we geen loterij voor nodig. We gaan ijzer met handen breken, huizen als kastelen bouwen. Want een kasteel hoeft niet groot te zijn. Een van drie bij vier is voldoende. Met een nok van glas. Geen kasteel, maar een juweel. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Van harte uitgenodigd

Gisteren kwam er een lief gesproken bericht over de app van mijn kleinzoon van 6 jaar. Hij vertelde dat hij kunstenaar wilde worden, ‘Net als jij’. Even later nog een gesproken bericht:”En oma kunnen we dan naar waar al die bomen zijn, dan kan ik een boom tekenen…’Dat was op het antwoord van mij dat ik een schetsboek voor hem zou kopen en dat we dan samen uit tekenen zouden gaan. Mijn hart was al gesmolten voor deze kleine ‘grote’ creatieve geest, maar hiermee voelde ik me extra vereerd. Ik maak deel uit van zijn leven.

023Vanuit een ander perspectief kijken

Natuurlijk streelt het mijn ego. Het was een mooie tegenhang voor de repliek van een mijnheer die dag, op mijn manier van schrijven. Hij heeft er een hobby van gemaakt internet af te struinen en mensen de grond in te boren, om daarna te genieten van de reacties die hij losmaakt en die hij als losse eindjes laat voor wat ze zijn. Woede, die onbeantwoord wordt, blijft vreten. Hij vond mijn vertelkunst kennelijk te wollig, met mijn bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden en dacht dat ik op die naïeve manier wilde imponeren. Bijzonder, hoe snel mensen denken je te kennen en te kunnen doorgronden. Op zijn FB pagina stond de lol die hij om de reacties had en hoe hij genoot van de emotionele uitlatingen. Kritiek vind ik fijn. Daar heb je wat aan. Dat is wat anders dan iemand jouw mening in de schoenen schuiven. Of je iets mooi of lelijk vindt is persoonlijk en ieders goed recht.

019Een open blik

Een van mijn filosofielessen gaat over iets mooi of lelijk vinden. Tijdens de reflectiekringen bekijken we steevast de werken, die gemaakt zijn. De leeftijd in de groep varieert van vier tot zes jaar. Het is boeiend om de kinderen in niveaus te leren denken. Ontwikkeling is iets dat altijd een rol speelt, maar in zo’n vroeg stadium kan het heel belangrijk zijn. Wat maakt dat bij de een het krassen als zodanig wordt opgevat en bij de ander veel meer als deel van het geheel. Waarom klinkt emotie zo door bij de een, meer dan bij de ander. Wat maakt kleurgebruik belangrijk. In een notendop ervaren ze te kijken en te ontvangen. Dat er iets gebeurt daar binnen in die koppies is te merken aan de rake opmerkingen, die er los komen. Het allerbelangrijkste is het kunstwerk centraal stellen en er eerst eens alleen maar naar kijken, je ontvankelijk maken om het binnen te laten komen. Wat zou de kunstenaar bedoeld hebben toen hij of zij tot dit werk kwam. Mag het dan ook gewoon de vreugde van het doen zijn en moet er altijd een bedoeling achter zitten.

042Opperste concentratie

Door er zo  mee om te gaan krijgen ze met de paplepel ingegoten dat het nuanceren van de beoordeling belangrijk is. Kritiek mag, als je er wat mee kan, Als je iemand afbrandt zegt dat doorgaans meer over jezelf dan over een ander. Een vierjarige heeft nog niet de vaardigheid van een zesjarige, maar kan in de expressie overweldigend beeldend zijn en iets kan technisch perfect zijn, maar toch niets oproepen of losmaken en zelfs dat is dan persoonlijk. Wat dat betreft had de dichter Willem Kloos gelijk. Kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

041 De ene boom is de andere niet

Het mooie grote zwarte schetsboek ligt klaar, de potloden zijn geslepen. Eerdaags trekken we er op uit. Grote vrouw met kleine man. De verwondering als grondslag én een open blik.  De ene boom is de andere niet. Daar kan de belerende criticus nog wat van opsteken. Hij is van harte uitgenodigd.

Uncategorized

De sirene krijst een hoge nood

De handdoeken draaien een slag in de rondte. De kraaien dansen hun prachtige zwarte verenpracht glanzend en de kinderen van de buurtschool hinkstapsprongen zich een weg door alle wegobstakels heen, die sinds het groot onderhoud aan het plein hierachter, behoorlijk de onderste steen boven halen.

074De kraaien uit Snow White

Als ik de kauwtjes zie, mijn bovenbuurmannen en vrouwen, verschijnt op het netvlies het beeld van de stiefmoeder van sneeuwwitje die oplost in een wolk van zwart en kraaien weg wiekt van de plek des onheils. Sneeuwwitje ligt bleek als een stervende zwaan op de grond. Ik blijf kijken, ik moet kijken, ik ben zo gefascineerd door de manier waarop ze het bekende sprookje vorm hebben gegeven. Het is de fantasyfilm Snow white and the Huntsman, geregisseerd door Rupert Sanders, waar ik in belandde gisterenavond en de uitvoering pakt me genadeloos in. Dit is de tweede keer vandaag dat een film alle aandacht eist en ik als was in de handen van het verhaal word.

016.JPGGeknakte Amandel.

Gistermorgen had ik de euvele moed verzameld om richting tuin te gaan. Het was een liefdevol weerzien, ondanks de wonden die ze, net als ik, had opgelopen deze afgelopen winter. De Amandelboom had het niet overleefd en lag geknakt te simmen, gesteund door kers en pruim, die haar liefdevol hadden geprobeerd op te vangen. Het atelier, de Bernagie, had haar ouderdom met dikke lagen schimmel en bruin uitgeslagen vocht bevestigd. Alle relikwieën van haar bestaan bleven fier overeind, al was de geschulpte rand er afgeslagen evenals de singels van het dak. De vloer veerde op toen ik voorzichtig binnentrad. Meer dan normaal, deinend bijna.

026.JPGTuinvriend

De woelmuizen hadden hun midwinterfeesten uitgebreid gevierd en het gangenstelsel in de zompige grond danig vergroot. Toch kwamen hier en daar voorzichtig wat narcissen te voorschijn en stonden de eerste frisse groene pruiken van lupinen en floxen al in de groeistand. In de boom zong, te hoog voor onderscheid en ook het geluid probeer ik al jaar en dag te herleiden, mijn lieve tuinvriend zijn vreugde over de heerlijke warme lentezon. Het stelde mij in staat met de bleke blote armen een poging te wagen het gras te fatsoeneren. Hart en longen vonden het een tikkie overdreven en protesteerden amechtig.

Tijd voor een film. ‘Aus Dem Nichts’ van regisseur Fatih Akkin draaide in het Louis Hartlooper. Getipt door vriendin en aangewakkerd door de heftige beelden van de trailer had ik verlangend gewacht tot er zich een gelegenheid voor zou doen. Zelfs met acht andere toeschouwers werd het geluid in het begin overvleugeld door malende kaken, maar gelukkig was de aanhef zo verschrikkelijk dat het daarna onmiddellijk stopte. Het blijft een wonderlijke combinatie, film en eten. Door het kauwen verlies je de essentie van beeld en geluid te samen en dus een wezenlijk onderdeel van het geheel. Het verhaal greep me, sleurde me naar binnen, maakte elke verontwaardiging die maar mogelijk was, los en liet me uitgeteld achter tot de aftiteling zich totaal had ontrold. Wat een ontknoping van een onmenselijk drama. De beestachtige daad zorgde voor een begrijpelijkerwijze onmenselijkheid. Wie zijn wij om de wanhopige geest te veroordelen en toch…Je laten leiden door die wanhoop en pijn, die absolute wens om verenigd te worden met dood als vergelding blijft een levensvraag met een vertaalslag naar dat leven zelf.

0721.jpg

Het levert veel stof tot denken op. Op de terugweg is de brug afgesloten door de veiligheidsdienst. Voorlopig mag niemand er door. Wat is er aan de hand. De rauwe realiteit van de film schuift over de werkelijkheid heen. Ik wacht het antwoord niet af. Als ik de auto instap, een blok verderop, hoor ik de ambulance en de brandweer indringend de stilte verbreken. De sirene krijst een hoge nood.

Uncategorized

Niemand liet verstek gaan

Het was een stralende dag gisteren. Ineens werd iedereen weer zichtbaar en dat niet alleen. Ook de stemming waarin men verkeerde werd zichtbaar. Wat is dat toch dat kou elke emotie trotseert en naar binnen laat keren, terwijl één straal zonnewarmte al genoeg is om het onderste uit de kan te halen. Het oogt blijer, voelt jonger, vindt sneller verbinding. Het grijze grauw dat diep weg laat duiken in sjaals en duffelse jassen of in de capuchon van een winterjack had eindelijk plaats gemaakt voor een behaaglijke zon. In bloembakken en tuinen stak het stadse groen jubelend de kop op en er waren blote armen in het straatbeeld met een brede grijns erboven.

IMG_3223.jpg

Geen Martin Bril voor mij, het dikke wintervest als jas, wel mijn blauwe sjaal, maar uitpelbaar en stralend, dat zeker, liep ik van de Neude naar de Stadsschouwburg. Eigenlijk was het te mooi buiten en de terrassen waren al vroeg overvol. Het bruiste weer. Utrecht veerde op. Toevalligheid kent geen tijd. We hadden met de klankbordgroep afgesproken om naar ‘De onzichtbare man’ te gaan. een voorstelling van Artemis met onder andere René van t Hof. Dat betekende een uur kindertheater en een uur binnen toeven. Wie eenmaal binnen is, en letterlijk en figuurlijk de ‘Stairway to Heaven’ naar de Blauwe zaal gevonden heeft, mag daarna weer even afdalen om plaats te kunnen nemen in het pluche. Amechtig hijgend kwam de inspanning tot rust. De voorstelling kon beginnen.

Terwijl we in het donker zaten te wachten, wachtte op het podium de geluidsman op het publiek, verschoof hier en daar wat en kwam met een groot onzichtbaar ding in zijn handen het podium op en botste tegen alle coulissen aan, tot het hem lukte om het achter te stallen.  De bezem waarmee hij de proppen papier opveegde, was ook niet te zien, maar…de proppen werden echt weg geveegd. De kinderen reageerden opgewonden. Ze bewegen echt. Het publiek was er nog steeds niet en de geluidsman wilde een soundcheck met de pianoman, die op gekomen was en niets meer bleek te zijn dan een spot op een kruk met een stem. Vanaf dat moment werd alles mogelijk en bewaarheid. Of je nu wilde of niet, maar binnen de kortste keren zat je in het spel als figurant, als acteur, als belangrijk onderdeel van wat komen zou.

 

Hoe, dat ga ik natuurlijk niet verklappen, maar spannend, hilarisch en in rap tempo volgden een aantal mogelijke onmogelijkheden elkaar op en was er gelaagdheid voor alle leeftijden. Het kind in mij zat op het puntje van de stoel en eigenlijk wilde ik dat de film teruggedraaid zou worden, zodat ik het per scène kon herhalen en doorzien. Wat had ik graag kind met de kinderen willen zijn. Niets is spannender dan vanuit dat perspectief tegen alles aan te kijken. Onbevangen en vrij van vooroordeel of techniek. De onzichtbare man speelde met verve de sterren van de hemel, net als de aandoenlijke Pierrots en de geluidsman.

IMG_3227.jpg

Filosoferen over wat we onder ogen hadden gehad en vooral wat niet, gebeurde op het balkon, met een glaasje erbij in de lentezon. Het was een perfecte afsluiting. Terug liep ik alleen naar het station om alle beelden te laten bezinken. Op Het Janskerkhof ruimden de marktkooplieden hun bloemenkramen op. Het was een rijke schakering aan kleuren en de opperste vrolijkheid om alles in een bonte verzameling bij elkaar te zien. Lente ten voeten uit maakte ieders stemming los. De stad was één groot feest en iedereen was uitgenodigd. Niemand liet verstek gaan.

IMG_3225.jpg

 

Uncategorized

Ieder in een eigen auto

Het voordeel en tevens het nadeel van alleen tafelen is, is dat de oren open staan en dat je ze eenvoudigweg niet uit kan zetten. Men heeft de mond vol van de Internetinfiltratie, maar in een restaurant ben je ook niet onverdeeld veilig. Tafels hebben millimeters tussenruimte en, o, arme ongelukkige alleengaande restaurantganger, je pikt wat op hier en daar of je nu wilt of niet. Daarnaast zat ik ook nog achter het stel en kon dus beeld en geluid op elkaar plakken. Dat is veel privacy op een postzegel. Ik had al geprobeerd in mijn eigen sores te schuilen door uitgebreid mijn mail te checken op de iPhone, maar toch vlogen er meer dan flarden gesprek over mijn hoofd en ik kreeg het er warm van. Niet omdat ze in de gaten hadden dat ik hier de luistervink aan het spelen was, want dat predicaat zou niet helemaal eerlijk zijn geweest. Niet ik was de schuldige, maar de tafeltjesbaas, die aan zijn inkomen dacht. Nee, het was de stroefheid waarmee het gesprek zich omspinde.

008

De houding al. Zij tegen de muur en hij met zijn rug naar me toe. Het nippen van haar glas verried dat ze zich doorgaans bij een kopje thee hield. ‘Neem jij witte wijn? Doe mij ook maar een glas.’ Geen likkebaarden, geen fonkel in de ogen, maar als een echte reclamelook-a-like. Ze legde zonder pardon haar keuzes in zijn handen. Hij schoof wat houterig aan, waar zij had zitten talmen met haar jas uitdoen. Bij mij rinkelden de eerste bellen al. Ze had haar mooiste fallow kanten jurk aan en de sepia schoenen en de tas matchten bijna. Hij zat stijfjes in zijn blauwe boord met geel/oranje ruiten spencer. Zijn donkerbeige broek met messcherpe vouw schoof over zijn schoenen, decennia te lang.

016 Slechtvalk

Mijn blik flitste heen en weer tussen het beeldschermpje en de realiteit en ik voelde, nee, ik was een voyeur pur sang. Het kwam door het grote ongemak dat zij uitstraalde en de verwantschap, die woordeloos tussen haar en mij in schoof. Ik heb bewust niet het gesprek gevolgd. Ik was er niet om de intimiteit van anderen te delen, maar het waren woorden die als losse flarden uit het samenzijn vielen en alertheid kweekten, het was de afstandelijkheid die niet overdreef. Het was een eerste kennismakingsgesprek, waarbij uit alles bleek dat het op zichzelfstaand zou blijven. Hij boog niet vertrouwelijk over, zij bleef tegen de rugleuning geplakt zitten en de formele algemeenheden kenmerkten de voornaamste pijlers van het samenzijn. Als ik schrift bij me had gehad, was het begin van een roman ontstaan. Alhoewel, nu had ik ten volle de observatie voor de bril.

028 Heerlijke salade

De tekst bleef een ballonnetje, dat er boven zweefde. ‘Wat doe je, waar woon je, heb je kinderen.’ De stilte sneed er door heen. Ongemakkelijke omlijsting voor een samengroei. Ik dook in mijn salade en genoot van de asperge, de pijnboompitten, de geitenkaas, waar ik tegenwoordig smaken bij denk. Alleen het takje dille explodeerde achter de werkeloze papillen. Het glas witte wijn fonkelde, de zon scheen en schuin door het raam zag ik de dikke Dollies duif hun eigen Annie M.G.Schmidt verhaal vliegen. Op mijn netvlies toefde nog de tantes koe, de geit, het schaap en zelfs de eekhoorn. De meiden van de bediening ademden het heerlijke Joie de Vivre met hun vrije krullen boven de bandeaus, de alternatieve schorten en hun bevrijdende glimlach. Een keuken in het veld om je te allen tijde thuis te voelen.

021.JPG Dikke Dollie

Het stel stond op. Hij schoof zijn stoel hard krassend achteruit. Haar rok plakte. Hij ging afrekenen en zij wachtte, net iets te lang, bij het tafeltje. Ze draalde, wikte en woog en liep minuten later toch naar de kassa toe, waar hij net klaar was, waardoor ze onhandig weer voor hem uit moest lopen.  Door het raam zag ik hem meters achter haar aarzelende tred. Ik voelde het lot van deze ervaring. Zelfs het genieten van tijdelijk samenzijn was tussen de mazen van hun vangnet door geglipt.  Ze zijn vast harder weggereden dan gewenst. Ieder in een eigen auto.

Uncategorized

Een wens tot die eeuwigheid

Ik ben een paar dagen kwijt. In mijn beleving moet 3 april nog komen, maar ze is al geweest. Er zouden bellen moeten rinkelen, vanwege het hele arsenaal aan digitale herinnering om mij heen, iphone, computerscherm. Maar als de geest niet met tijd bezig is, is de tijd al helemaal niet met de geest bezig. Ze verstrijkt. De invulling van de dagen beoogt slechts het doel afspraken in de gaten houden. Een dag wil makkelijk ontschieten, en de maand zeker. Het jaar lukt nog wel, al durf ik er aan het eind ervan mijn hand niet voor in het vuur te steken. Weet je veel. Ik kan zo maar ineens dat jaartal ook vergeten zijn. Misschien verdwijnt de mens in eeuwigheid. Geef je, net als de man die zichzelf weg gaf, jezelf in delen terug aan de tijd. Mooie gedachte.

De man die zichzelf weggaf

Mijn hart en longen hebben ze al voor een deel. Soms denk ik, hoop ik, dat dat het wezenlijke van dementie is. Het terugleven van je leven tot aan je geboorte aan toe waarna men overgaat naar een andere dimensie en weer opnieuw kan beginnen met leven. Het is een troostrijke gedachte. Hoe zit het dan met mensen die die tijd van terugleven niet krijgen, of heeft het proces zich diep van binnen al voltrokken. Blijven ze erin steken, komen ze nooit meer terug. Het zijn allemaal vragen die nodig zijn om een en ander te doorgronden. Dan is er dat ene moment voor de dood, waarop je in een flits het leven aan je voorbij ziet trekken.

004Ron Mueck: Old-woman-in-bed

Mijn vader sliep diep. Hij dronk niet meer en at niet meer. Hij lag opgerold en klein, per dag kleiner, in het grote witte bed. Ron Mueck heeft die nietigheid van oude mensen prachtig gevangen in zijn realistische sculpturen. Niet hun dooraderde huid en hun levensechte uiterlijk vind ik zo knap, maar meer de essentie naar de orde van belangrijkheid van dat moment, die hij tot leven roept. Het broze en daarmee het kwetsbare van de ouderdom. Je kan de oude vrouw horen zuchten, als je op je tenen langs haar loopt. Mijn vader verdween ook. Eerst de geest, door de lethargische staat van zijn. De vechtlust was geweken, de overgave was daar. Zijn hart klopte om zijn volledig uitgeputte geest heen. Er volgde een ineenschuiven van het hele beeld in een opleving. Een terugleven? Helder en als vanouds keek hij om zich heen, om daarna zuchtend en berustend de eindstreep te halen tot de hartenklop verdween. Wij bleven alleen achter. Het verleden werd nog slechts gevangen in herinnering.

Hij had een vorm van Alzheimer en was narrig en opstandig geweest met decorum verlies. Dat schreeuwde hij uit, verheven boven elke vorm van beleefdheid. ‘Denk aan je goede manieren’ siste de etiquette in zijn oren, maar hij lapte het aan zijn laars en beet ons zijn woorden toe met een verhitte kop.  Genadeloos, zonder aanzien des persoon. Wij keken omhoog of naar vermeende stofwolken daar beneden, zolang je maar niet die onwaarschijnlijke verandering hoefde te zien. De opluchting liep hand in hand met het verdriet, omdat het schrijnen van de pijn en de onmacht ten leste ook verdwenen was.

033Sinke en van Tongeren: Detail

Het is twee dagen lang al later dan ik me besefte en de verloren tijd slof ik wel weer bij. Mijn vader moet weken kwijt zijn geweest in zijn verlaagd bewustzijn, jaren in zijn vervaagd bewustzijn.  Bij hem werd de wens te leven alleen maar kleiner. Hij had al meer gegeven dan hem lief was. Zijn ondoordringbare tijd loste ten leste in één klap op in dat verlichte moment van helderheid, nauwelijks te vangen maar onmiskenbaar aanwezig. De strijd aanbinden met de tijd vergt een wens tot die eeuwigheid.

 

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Een foto van twee sisal mandjes op ons hoofd, zus en ik in een gekke bui. In ons achterhoofd hoorden we al: ‘O jé, de bejaarden gaan los’, ‘Hoe ouder hoe gekker’, ‘Gezéllig naar het tuincentrum, jazeker’ en dan met zo’n cynische ondertoon. Wij lagen ondertussen in een appelflauwte. Niets is zo bevrijdend als ‘ondeugend’ zijn of liever… politiek incorrect als twee Hollandse basterds in spé. De voorpret alleen al. Geen grap is leuker dan de voorbereidingen.

003Hoedjes

Voorpret was ook de motor voor de nieuwe projecten op school, voor feesten en partijen en voor alles wat nog verzonnen diende te worden. Het begint bij het in elkaar passen van woorden bij het brainstormen en die weer te lijmen tot zinnen, ideeën, gouden vondsten. Ik heb het altijd getroffen met mijn duo’s en mijn bouwcollega’s op school. Er waren er maar weinig die niet mee konden in de flow van het verzinnen.

012Land van groen

Zo ontstonden verhalen die in overtreffende trap tot wasdom kwamen. Het land van Kijkjerijk, de Happertjes en het land van groen, Liesje Herfstbriesje, Bep en To, Mechtelds ruimtereis, de Tijd keert om, Rommelpot en het verdwenen cijfer negen, Ridder Roeland, Pollonia de heks, Tralala-Tralali, Reinhardt en het insectenrijk, de diepvriesdames, Bliep en spriet satelliet, de Archeopteryx en de Flierenfluiter, de avonturen van Mol in De mooiste ben jij. Dat is nog maar een kleine greep van wat we de kinderen voorgeschoteld hebben.

larsDe tijd keert om

Het verzinnen van het toneel, het passen en meten van decorstukken, de oneindige mogelijkheden die zich à l’improviste voordeden en het reageren van de kinderen erop  waren debet aan legio impulsen voor een vervolgverhaal. Veel heb ik opgeschreven en enkele zijn helaas nooit geboekstaafd. Maar die appelflauwtes waren er regelmatig bij, net als de ontroering, de verbazing en het ongeloof. Met die prachtige verhalen werd de verwondering in alle toonaarden gewekt en de betrokkenheid kwam vanzelf. Als de nieuwsgierigheid van kinderen was gewekt gingen ze door tot ze het naadje van de kous wisten. Het enige wat je daarvoor moest doen, was de ruimte scheppen en ze te durven laten gaan. Dat was de gouden formule die al die projecten boven het verhaal uit tilden, een beleving op zich.

003Tante Kwal

Het was fijn als de omgeving een aanvulling was, zoals bij de kampen, maar we deinsden er niet voor terug om met ‘rokende’ tackers het bos of de projectruimte naar ons hand te zetten en er een oerwoud van te maken met rietpluimen tot aan het plafond of een ondergronds dierenrijk, de slaapkamer van Reinhardt of het nest van de flierefluiter, compleet met eieren in een grote tractorband vol takken.

De brandweer en de verregaande veiligheidsnormen van de GG en GD  zorgden er wel voor dat ons improvisatievermogen tot grote hoogte werd opgeschroefd. Veiligheid voor alles, maar in mijn beleving, als kind uit het tijdperk ‘Met vallen en opstaan moet je het leren’ lag die lat soms onmetelijk hoog en werden spannende ontdekkingen in de steeds sterieler wordende leeromgeving gesmoord. Hoe behoed je een kind voor de valkuilen? Door de ervaring dat ze er zijn.

051Tralala-Tralali

De herinneringen zijn gebleven en met name de vreugde om de beleving die het al die kinderen en ons gebracht heeft. Rijke ervaringen, vernieuwende composities, nieuwe ideeën en vooral stof, veel stof om op voort te borduren tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Ze bestaan

Het stadslicht van mijn kleine blauwe Prins, linksvoor, was uitgevallen. Schoonzoon maakte me er op attent en daarom werd de eerste gang naar de garage. Klaar terwijl u wacht en er was nog een wachtende voor mij. De mijnheer monsterde me bij het begroeten en vroeg of ik een dagje vrij had. Aarzeling van mijn kant, moeilijk of makkelijk, verzwijgen of delen. Dan in alle luchtigheid toch maar wel de aanduiding over het ziek zijn. Het bleek de opening voor een gesprek. Zomaar op een dinsdagmorgen een volkomen vertrouwd gevoel bij een volslagen onbekende. We babbelden honderduit, schoten van heden naar verleden, dwaalden door het oude Utrecht in het hippie tijdperk, zwierven rond de Harley Davidsons in New York en canada en vierden feest in de grote boerenschuren van Schalkwijk en op de eilanden bij Bon in de Vinkeveense plassen. Ik schoof zelfs nog de bus in om bij zijn juffrouw van de Velden op de kleuterschool in te vallen en zag in zijn ogen het kind van lang geleden, De klepperende voeten op het bruggetje, de school vlak naast de  kerk. Schalkwijk ten voeten uit. We schreven 1970 of daaromtrent.

010

We hadden de tijd. Ik had het plan China in een notendop aan te doen, door mijn geliefde programma van Ruben Terlou en zijn rondreis als tentoonstelling in het Hilversumse museum te bezoeken. Ook voor mijn toehoorder, begreep ik, strekte de dag zich uit in vrijheid. Aan het eind bedankte hij me hartelijk voor het gesprek. Het was ruim drie kwartier goed toeven geweest daar in die showroom tussen de kleurrijke nieuwe glanzende bolides. De blauwe werd weer netjes uitgereden en ik vervolgde mijn weg, terwijl ik na sudderde over het feit, dat er een klik voor nodig is om zo vrijuit met elkaar te kunnen praten en het idee te hebben dat je elkaar al jaren kent.

011.jpg

Ruben Terlou heeft een manier van mensen benaderen, die maakt alsof hij ze door en door kent. Zijn aimabele aandachtige manier van luisteren en kijken naar de verteller, een hand die even een bovenarm aanraakt, de vragen die hij stelt en regelrecht het persoonlijke leven raken, maken hem uitzonderlijk. Net als bij de Schalkwijker  die ochtend, leidt het gesprek al snel tot een diepere laag en boort herinneringen en verlangens aan. Bovendien zoekt hij naar de beleving. De man die een hoge toren bouwt tot in de hemel, zodat zijn broer weer terugkeert uit de dood, neemt hem mee op diens pad het wankele bouwwerk in, waar al zijn hoop op geschoeid is.

030

De tocht met een huisarts brengt hem regelrecht middenin de kamer bij het intieme stervensbed van een oude man, omringd door familie. Niemand verblikt of verbloosd. Ruben mag, als een veredeld gezinslid, de omgeving filmen, de man, de beker naast het bed, het papieren relikwie dat mee het graf in zal gaan.

044

In zijn ongeremde manier van benaderen schuilt de kracht van de meest onvoorstelbare onthullingen, met tussen de regels door de beleefde en gehoorzame karakters van het grote China in de antwoorden. De kleine voetballer, die in alle eenvoud bescheiden het dualisme vastlegt. ‘Als ik zeg dat ik goed ben, loop ik naast me schoenen. Als ik zeg dat ik het niet kan, ben ik onzeker en moet ik terugvechten.’

Ruben Terlou vangt alle belangrijke noten, die het Chinese levenslied vertolken. Ontmoetingen in een notendop in alle openheid. Ze bestaan.

Uncategorized

Nooit meer

Vandaag las ik bij een trouwe blogger zijn stuk over knotsmoeilijke momenten. Na vandaag zal dat woord voorgoed een andere betekenis krijgen. Zijn moment heeft alles te maken met afscheid nemen van het leven. Het zegt ook in een woord hoe hij dat heeft beleefd. Alles hangt voor hem samen met het ene moment dat iemand vlak voor zijn ogen voor de trein sprong. De dood stond in haar lichtblauwe schoenen met het hakje, de gruwelijkheid van haar dood werd een detail. De eeuwige vraag die branden bleef heeft voor de machteloosheid van andere ‘knotsmoeilijke’ momenten gezorgd.

IMG_3038.jpg

Het verhaal pakt je vast en zet aan het denken. Mijn verpleegkundige leven heeft dood tot een basis gemaakt. Het delven van het graf begint al bij de wieg. De hoop blijft dat het lang duurt eer het zover is. Als iemand de negentig is gepasseerd heeft de omgeving geluk dat men zo lang die nabijheid delen kon. Er zijn wat voorwaarden aan verbonden. Aimabel zijn en gezond zijn toch minstens twee noodzakelijkheden voor een aangename ervaring. Het verpozen groeit tot de wens ooit zo oud te mogen worden.

Helaas gaat het vaker anders. Hoe ga je er als twintigjarige mee om als een oersterke vent vanuit een hoogwerker op zijn hoofd is beland en de broosheid zich gezwind over zijn lijf spoedt tot er nog maar een veertje overblijft. Zijn twee jonge kinderen en zijn vrouw sterven ter plekke voor een deel voorgoed met hem mee evenals mijn jeugdige onbezonnenheid. Neurochirurgie is een wereld van dood en lijden.

De student, recht van lijf en leden, ademt zwaar na een opgelopen infectie. Ik kijk naar hem in het steriele bed en ben kwaad omdat de artsen hem geen uitweg meer kunnen bieden. Het virus heeft zijn dodelijke werk al gedaan door al wat leven is te vernietigen. De nieren begeven het en daarmee is het doodvonnis getekend. De deur van de wc kan mijn opstandigheid in een karatetrap ternauwernood verdragen. 20 jaar. Een belofte voor een leven lang is in de kiem gesmoord.

2007-04-20Saintpaulia ionantha04.jpgKaaps viooltje(foto: wiki)

De vrouw met het lepeltje, die bij mij is gebleven, tot nu aan toe. Ze deed me postuum een theelepeltje cadeau voor de goede zorgen. Mijn dankbetuiging moesten tot de sterren en terug, omdat ze zelf de ogen al gesloten had.  De heer Huskens van 45 jaar op de longafdeling had een grapje uitgehaald met een verdord Kaaps viooltje en mij in het complot getrokken. Zijn benige gelaat, de wegkwijnende teerheid door de longkanker, maar de vasthoudende humor omtrent een nieuwe Kaapse viool waarmee we de oude hadden omgewisseld en de ongelovige blik  in de ogen van de collega, spraken goud. Herrezen uit de dood in de wetenschap dat dat voor hem niet weggelegd zou zijn. Galgenhumor.

Het gezin in mijn wijk, die tijdens de feestdagen maanden lang het laatste samenzijn vierden met hun geliefde. De tienerdochters die in het laatste uur sieraden van hem kregen, die tot persoonlijk bezit behoorden. Het wegslikken van de tranen, het koesteren van het verdriet en dat ene gevreesde moment, dat eindeloze lange duren van die laatste adem, het zuchten, het stokken en weer het zuchten tot er geen zucht meer kwam. De handen wringend in elkaar geslagen, verbondenheid als rode draad om de dood heen, als een draagbaar. Ga maar, laat maar los.

089

Het zijn inderdaad knotsmoeilijke momenten, maar als er afscheid genomen kan worden is het een zegen.Het is zoveel meer aanvaardbaar dan het plotseling vertrek. Ik schreef terug, dat er in dat laatste geval zoveel vragen bleven met een open eind. Te veel om op te noemen en genoeg om een leven vol te schrijven. Dat onderschreef ik met mijn eigen ervaring. Wat hadden we haar handen graag vast gehouden.

De dood in een oogopslag. Die blauwe schoentjes met een hakje, vertaalde zich in levenslang tot het volle besef ervan. Nooit meer.

Uncategorized

De dag kon niet meer stuk

Voor het eerst, naar mijn beleving, snappen musea hoe het werkt. Ze zijn open op eerste paasdag. Op vrije en zon-en-feestdagen zouden vertier ende vermaak toegankelijk behoren te zijn. Iedereen heeft dan juist de kans om uit te waaieren en cultuur te snuiven. Zuslief en ik hadden afgesproken om naar Museum More in Gorssel te gaan. Hun spraakmakende modern realistische tentoonstelling sprak aan. Tot onze grote verrassing hing er ook werk van Pyke Koch, van Charly Toorop en van Dumas naast de semi permanente tentoonstelling van Verster, Ket, Mankes en Helmantel. Luilekkerland met al dat mooie werk in een prachtige nieuwe entourage. Wat zag het er goed uit. Ruim van opzet en volop de gelegenheid om de werken te bewonderen, ondanks de paasdrukte. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

035De distelvink: Helmantel

Ik werd geraakt door de distelvink van Helmantel, die eigenlijk te hoog hing om goed te bewonderen en door een portret van het meisje met de witte bloem van Jan Mankes, maar ook door het grote doek met de klaprozen van Verster. Vaak zijn een paar doeken genoeg om je te laven. Soms moeten doeken ook eerst bezinken. Daarvoor neem ik foto’s. Om ze te laten bezinken en later weer op te roepen om ze nog eens en nog eens en weer te bestuderen.

086Het meisje met de witte bloem: Jan Mankes

Er hingen veel meer dode vogels tot zelfs geplukte hanen aan toe, maar geen van allen waren zo kwetsbaar in hun dood als de kleine vink. Het deed me denken aan de mussen van Michael Borremans, die ik in het Palais des Beaux -Arts had gezien en indruk maakten omdat ik net het Puttertje had gelezen van Donna Tart en daardoor intenser bezig was geweest met het indrukwekkende schilderij van Fabritius. Nu riep in een oogopslag de aandoenlijke kleine distelvink, meer dan morsdood en toch nog warm van leven, al die herinneringen terug. Wat één klein werk al niet los maakt. Hetzelfde gebeurde bij het meisje. Klein en overspoeld door ander werk van Mankes wekte ze door haar schoonheid alle aandacht. Omfloerst als ze was fluisterde ze geheimen.

075    Klaprozen (detail): Verster

De klaprozen van Verster brachten met de onverwachte zonnestralen de lente binnen. Ze stonden in een grote vaas, de bladeren waren al verlept en het zou niet lang meer duren of de bloemen begaven het ook, zoals een klaproos behoort te doen. Op de toppen van hun kunnen schitteren en daarna de teloorgang, het versterf. Zijn grove rake penseelvoering trof niet alleen het doek, maar ook mijn hart.

116-e1522639917350.jpgSepia spiegelschrift

Genoeg ingedronken. We vlochten er bezinning doorheen, door buiten in het vrije de beelden te laten voor later en ons mee te laten voeren door de schoonheid van het landschap. Zus wilde naar de IJsssel en het was tijd voor de dagelijkse wandeling. Het werd een dag met een gouden rand, omdat alles paste. We vonden een kleine parkeerplaats ergens midden in het landschap, waar we de auto kwijt konden. Daar liep een weggetje richting de IJssel. Met de wind door de haren was het genieten van het weidse glooiende uitzicht. Twee keer spotten we de majestueuze cirkelende vlucht van een ooievaar. De hekken hadden indrukwekkende namen om een boek mee te schrijven en in de plassen vormden zich de bomen van Jan Mankes in sepia.

De dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Het proberen waard.

In een blog van Ate Vegter over zijn vader en het voorop lopen, door het aantal jaren dat je je ouders in leeftijd voorbij streeft, stond een alinea die triggerde.  Hij schreef: ‘Ik word zoals jij mij noemt.’ Het is de bekende spiegel die voorgehouden wordt en waar je naar gaat handelen. ‘Wat zie je er goed uit’ vertaalt zich ter plekke in een stralende oogopslag, omdat een compliment per definitie een werktuig is, dat glans geeft. Als je tegen kinderen zegt, ‘Wat ben je druk’ dan worden ze er in ieder geval niet rustiger van. Een opmerking als: ‘Wat kijk je chagrijnig’, zou onmiddellijk een vat vol zurige narigheid kunnen aanboren. In ieder geval zijn het geen constructieve bijdragen aan je staat van zijn.

006

Een van de ongeschreven gouden regels in het onderwijs is er zo een. Strooi niet met predicaten. Alles wat je negatief opplakt, krijg je drie keer zo hard terug. Hetzij in gedrag, hetzij  in een kiem voor een minderwaardigheidscomplex, hetzij in de vorming van een karakter. Uiterst precair is het om te zeggen, dat iemand bijvoorbeeld dom is, of gek. Dom of gek doe je, dat ben je niet. Het zorgt voor een wereld van verschil. Het uitspreken van je waardering heeft een omgekeerd evenredig effect. Daarvan gaan kinderen in het bijzonder en volwassenen in het algemeen meters groeien. Ze worden als was onder je handen en zijn tot grote hoogte te stuwen.

Mijn eigen ervaringen zijn er debet aan. Het minderwaardigheidscomplex dat mij is aangepraat als kind nam groteske vormen aan. Evenzo vrolijk heb ik ze leren tackelen, maar er was een hele lange adem voor nodig. Als je eenmaal die schurende pijn van buitengesloten worden, niet mee mogen doen in de vaart der volkeren, de laatst uitverkorene zijn, heb beleefd, dan wordt het voorkomen daarvan het allerbelangrijkste doel voor het opvoeden van je kinderen. Kost wat kost probeerde ik om Satansoordelen verre te houden van het thuisfront en als het niet lukte, leerde ik ze er mee om te gaan door het bespreekbaar te maken. Natuurlijk blijft, al was het alleen maar onder de puberale invloed, de focus op onvolkomenheden, maar ze werden niet extra aangescherpt, zoals bij mij het geval was.

032Elk vogeltje zing zo hij gebekt is.

Mijn hele leven lang ben ik de ‘kamerolifant’ gebleven met de enorme dikke benen. Zelfs nu nog. Als ik in de spiegel keek, dan zwollen ze ter plekke op tot ware gedrochten. Elke strakke spijkerbroek kon niet, kan nog niet. Ik geloof heilig in het verhullende wijde slobberleven. De trui waar in gewoond wordt, de broek die zwiert en zwabbert bij iedere stap. Het leven is zoals je het voorgeschoteld hebt gekregen.

Het heeft me in het oordelen van het ongerepte leven milder gemaakt. Juist in de groep ontdekte ik de wonderen van het positivisme en er is niets mooiers om mee te maken dan kinderen te zien, die in zichzelf gaan geloven. Welke blijdschap het oproept als ze denken, dat iets tot hun mogelijkheden behoort. Het is de vreugde ten top om die erkenning te zien voltrekken in hun oplichtende ogen, het rechten van de rug, de fierheid die uit de houding spreekt. Er mogen zijn op alle fronten. Meer heeft een kind niet nodig. Meer hebben wij niet nodig. Waardering en bewondering, twee druppels die een gloeiende plaat ongekende glans geven en het geloof er in.

img_8937.jpgDe glans, het geloof erin.

Ik moet nog een beetje schaven merk ik, hier en daar. Me nog meer laten leiden door mijn eigen gevoel. Dat is een queeste, die top-notch bovenaan prijkt. Trouw zijn aan jezelf. Geen sinecure, maar het proberen waard.

Uncategorized

Licht en donker, donker en licht

Pluis raspt met haar tongetje over haar mooie zilvergrijze vel. Ze stopt, inspecteert de boel zorgvuldig en raspt verder. Ze hangt als een warme kruik tegen mijn dijbeen aan. Af en toe schrikt ze op van een opvliegende vogel en kijkt licht verwilderd om zich heen of ze het beestje kan spotten. Haar staart schiet heen en weer en ze sprint naar het raam,  waar in de boom ervoor een kleine koolmees uitgebreid voedsel aan zoeken is.

23331437_10212146648321576_3497282590600964329_o.jpg

‘Bent U allergisch’ had de longarts bij het eerste onderzoekje gevraagd. Nee, gelukkig niet. Pluis en daarvoor Nemo en Vledder waren al zo lang deel van het geheel. Ik weet niet beter of er dwarrelen kattenharen rond. Katten zijn het probleem niet.

Hoe komt een mens aan longen vol stof. Ooit in dat grijze verleden werd er volop gerookt, geen leven zonder sigaret. Later werd het danig ingeperkt en stofte de werkvloer grote wolken op, waar ik 22 jaar vrijwillig kleding in heb uit lopen zoeken. Geen ventilatie, zonlicht en de dikke strepen ondoordringbare grijs en goud. Wat zit er in oude kleding. Huidschimmel, huismijt, stof voor het leven. Iedere vezel vertelt een verhaal. Het mijne werd aangevuld met onzichtbare sluippartijen naar een diepere laag. Long-epitheel verstopte zich in de herinneringen.

Ik was gewaarschuwd. Alle ooms hadden stoflongen. Ook dat was hun beroepsdeformatie geweest. Steen houwen, grafzerken uitbeitelen, het maakt het leven er niet ademvrijer op. Mondkapjes zoals de Japanners laatst in Brugge, werden nog niet verstrekt. Je was hard aan het werk, de zorgen kwamen later, als je arbeidzame leven voorbij was. Versleten knieën, heupen, longen of je hart. Ze werden geen van allen echt oud. Weet Pluis veel. Muizenissen zijn om weg te raspen denkt ze en kijkt me met haar pientere doordringende blik in.

hart van MiekeLief tweelinghart van Mieke Siemons.

De longarts keek me ook vorsend aan. Hollend in de achteruitstand gegaan, deze afgelopen jaren. Ik voelde dat zelf wel, bij iedere trap die een vesting leek. Maar enfin, de combinatie van twee onmisbare organen in het slop is misschien toch weer even iets te veel van het goede. Mijn hartlijders keken me meewarig aan. Martelaren en apostelen en het kon altijd nog erger. Ook al had niemand zekerheid, dat waren ze zich des te meer bewust.

002Loose ends

De draad van Ariadne was ik even kwijt, tijd om het begin te zoeken en verder te gaan bij waar ik gebleven was. Leven en laten leven. Alle factoren van de wereld zijn aan te voeren als oorzaak, maar niets helpt het luchtiger te kloppen. Dat moet ik doen en niemand anders. Draad dus, aanhaken en voort. De corticosteroïden worden uitgebreid met een nieuwe puf. Een voorgoed vaarwel aan de schamele resterende smaakpapillen en de reukneuzels. Er blijft nog genoeg over om mee aan de haal te gaan.

Elke ochtend ligt Pluis likkebaardend lekker op de loer ten einde kleine vogels te spotten en ‘mekkerend’ gewag te maken van haar trek. Iedere dag gebeurt er minstens één memorabel voorval dat in gedicht of tekening gestalte krijgt. Iedere ochtend trekt het licht een lange neus tegen de diepe duisternis en komt zon te pas en te onpas luister bij zetten. Iedere keer als ik de ogen open zijn er nieuwe rondes en nieuwe kansen met de volledige vrijheid om er op in te haken of niet.

Ik brei mijn dag en laat hier en daar een steek vallen, zoals het vege lijf al eerder deed. Vriendin zei pas geleden: ‘Het hoeft niet altijd positief’. Toch is het juist dat wat de balans houdt met die diepe duisternis. Licht en donker, donker en licht. Ik weet wel, waar ik het liefst mijn oog op richt.