Uncategorized

Haar eigen weg

Gisteren was zo’n dag dat alles naadloos in elkaar schoof en ik pas ’s avonds doorhad, hoe veel bergen ik had verzet of liever, hoeveel van Gods water ik over Gods akker had laten vloeien. Dat is een wijze spreuk van vroeger. Eigenlijk het ‘Go with the flow’ van nu. Ze wisten het wel, alleen verpakten ze de boodschappen anders. ‘Pas op de plaats’ en  ‘Bezint eer gij begint’ komen allemaal weer terug in de koker van het Mindful leven van nu.

In alle vroegte naar de tuin, waar ik alleen leek te zijn met de vinken en de mezen, de buitelende kieviten in het veld, de lijster en de meerkoet, die ik aanzag voor een haastig verdwijnende muskusrat, maar die voor mijn neus weer te voorschijn kwam en geagiteerd krijsend opvloog. Het niet al te hoge gras gemaaid en dat was prima te doen, daarna vooral onkruid getrokken en de enkelvoudige dahlia’s in de grond gestopt. Groei en bloei.

 

Op het warmst van de dag weer in het koele huis. Met de kapotte parasol steek ik een stokje voor de koperen ploert en het euvel blijkt met een losse schroef te fiksen.  Ze is vooral nodig om de balkonia’s niet te laten verzengen in de hitte. Binnen werk ik aan kleine tekenopdrachten voor zuslief en vind de verdieping in Leonardo da Vinci en zijn waterschetsen. Wat een heerlijk onderwerp. Hoe werkt dat eigenlijk, stromend water uit de kraan. Dat is snel te checken. Vastleggen van die doorschijnende ongrijpbare stroom is lastiger dan je denkt. Ik neem er een foto bij en tuur en tuur. De tijd vliegt voorbij als je aan het tekenen of schilderen bent geslagen. Dankzij mijn kleine aquarel pocketdoosje, dat op mysterieuze wijze verdwenen is, vind ik de grotere ongebruikte van Gogh aquarellen weer terug. Ik zei het al. Zo’n dag dat alles lukt.

011Voeg je naar de beweging

’s Avonds is het tijd voor Vianen. Wat heb ik die rust van dat kleine landelijke dorp aan de rivier gemist. De avondstilte, de oude gevels, de Hofpoort en haar vriendelijke bewoners, die gedag zeggen, brengen de tijd tot stilstand en de glans van de historie met zich mee. In het atelier is het warm. We werken vandaag met potlood, stift, houtskool en pastels. Zodra we de verdieping zoeken in de ‘krieuwels’ van Leonardo vinden we oneindig veel meer, dan op het eerste gezicht te zien valt. Door letterlijk met de stroom mee te glijden, in het kolken en bruisen duiken, te midden van het opspattende water, omhoog krullen en weg te golven ontdek je zijn diepte.De eerste drie tekeningen volg ik zijn voetsporen. Vooral de stift op plastic werkt verrassend. Water wordt Delfts Blauw.

017Vijver in de Hortus

Pastel maakt het zacht en vangt de beweging. Bij het vrije werk ben ik bij de vijver van de oude Hortus van gisteren en zie in het groengele water, waar zon breekt en het licht filtert, de kleine donderkoppen weer, onder mijn handen groeien de azalea’s en omlijsten de vijver. ‘Bron van nieuw leven’ filosofeert Mieke. Ze benoemt het anders, maar door er nu over te schrijven moet ik denken aan de vorige fase, waarbij we een motivatie moesten geven voor wat onderwijs nu eigenlijk betekende in het Meesterstuk dat ik aan het schrijven was. Het heette ‘Terug naar de Bron’. De titel is veelzeggend genoeg, maar de bijpassende foto verklaart alles.

078Terug naar de Bron

Het is de buis, de bron waaruit de inspiratie vloeit. Mijn tekening is een samenvoeging is van de foto destijds en het vredige beeld van het groene water van gisteren. Dat krijg je als, in de inspiratie van het moment, alle deuren in het hoofd zich openen. Laat maar stromen…Inderdaad, een nieuwe fase vindt haar eigen weg.

032

 

Uncategorized

Zicht van lijn en licht

Ze vliegen lekker hoog, de gierzwaluwen. ‘Het mooie weer houdt nog even aan’ roepen ze scherend door de ijle lucht. Gisteren na het avontuur met Pluis en de fysiotherapie wilde ik gedachten en indrukken op een rijtje zetten in de stilte van de Oude Hortus. De kleine Blauwe Prins stond veilig en voor niets in de Rijnlaan geparkeerd en de wandeling was op zich al de moeite waard. Schoonheid ligt op straat. Op naar de lange Nieuwstraat. De terrassen op het Ledig Erf zaten vol met pratend, zonnend, genietend volk. Zon kleurde alles lichter.

014Donderkopjes

In de Hortus was het stil. Vanuit de open vensters van het Universiteitsmuseum klonk hier en daar wat geroezemoes, maar verder was er, op het gebeier van de klokken na, trillers van de merel en bijen-gezoem een oase van rust midden in de hectiek van de stad. De zon speelde met het gebladerte en wierp prachtige en krachtige schaduwen op. Het licht wordt feeëriek in de doorschijnende vijver, waar donderkopjes wegschieten als het fototoestel een schaduw op het water laat vallen. Ze zwemmen in alle stadia gemoedelijk door elkaar heen, met staart, met pootjes of gewoon nog als kleine dik bolletje. Dat wordt wat en ik beloof aan mezelf om straks te komen luisteren naar wat de kikkers elkaar te vertellen hebben.

023 De oudste Gingko in volle pracht

De bloeiende Rododendrons en de azalea’s streven om het hardst om hun bloemenpracht te etaleren. Dankzij het licht lijken de bloembladen doorschijnend teer. Zon licht het blad van de Gingko op, die prachtige oude wijze boom waar al zoveel jaar anderen in bewondering hebben voorgestaan. Ze schrijft geschiedenis.

055.JPGKruidentuin

In de kruidentuin staan alle heilzame kruiden gegroepeerd en gesorteerd op kwaal of aandoening. Er is voor elk wat wils, alsof de Zalkse Katrien er zelf rondwaart en kwistig strooit met haar kennis en kunde.

043fluisteren der varens

Het groene pad, dat eigenlijk sloot is, dicht bekroost, draagt haar oeverplanten met sier en ook hier tekenen schaduwen een nieuwe wereld, waar de tongen van de varens weldadig krullen en hun verhalen doorfluisteren in de windstilte. Drie vrouwen komen uit het museum gelopen op zoek naar een lege bank, om zich te laven aan het zonlicht. Het geroezemoes gaat verder als het gebeier is gestopt. Ze praten gedempt als bij een kathedrale stilte en ik bedenk me dat dat de juiste omschrijving is voor deze bijzondere hof.

111Hertshoorn in de kas

De oude bakstenen schoorsteen torent hoog boven de oude kassen uit en binnen is er dezelfde gewijde stilte, ik ontmoet de Hertshoorn en de Christusdoorn en ben weer even thuis, waar mijn moeder water geeft aan twee van haar lievelingen.

085Spiegelen

Hier speelt het licht een prachtig spel met het houten raamwerk van het dak en het water en veegt strakke grijstinten door het nat, zet de wereld op z’n kop. Twee kinderen dartelen met een briefje tussen de oude planten door op zoek naar antwoorden voor de opdrachten, die speurwerk vergen. De tuinman sproeit zich een weg er doorheen en speelt verstoppertje met de schaduwen.

102

Uit de luwte valt de lome hitte van de stad zwaar. Het asfalt zindert. Voor me loopt een vader te wandelen met een kind in de wandelwagen en een kleintje ernaast, ook met de wandelwagen en haar onderuitgezakte kleine baby. Haar blote voetjes dribbelen driftig op de cadans van de grote man naast haar. Dit beeld verwarmt meer nog dan de zon en al haar schaduwschilderingen. Met een belofte voor later, als over het water van de Vaartsche Rijn onder de spoortunnel haar lijnenspel rimpelt, zwaait Stad me uit. Morgen weer een zicht van lijn en licht.

103Vaartsche Rijn

Uncategorized

‘Kat in het bakkie’

Zon kleurt het leven lichter. De benen zwaaien met zin over de bedrand en er is bedrijvigheid voor twee in die eerste uren. Vanmorgen had ik de gieter gevuld en liep naar het balkon toen ik een klagelijk mauwen hoorde. ‘Een kat in nood’ registreerde mijn brein. Het kwam uit de diepte. Over de rand van het balkon heen, zag ik tot mijn grote schrik onze lieve Pluis in de boom van de benedenburen zitten. Op de hoogte van onze balkonrand. Tweehoog is erg hoog voor zo’n kleine balkonkat, die niets gewend is.

Toevallig was er gisteren een filmpje op Facebook langs gekomen over een bovenkat die uitgelaten werd en met een mandje werd opgetrokken. Een ingenieus idee, dat hier nooit uitvoerbaar is vanwege de drukke weg vlak naast het huis. Het was een grappig filmpje.

178

Nu de nood aan de man was, riep ik zoonlief en herinnerde hem aan de mand. Gelukkig wist hij er op zolder nog een en een touw. In de kale mand stapte ze niet. Met veel flemen en lieve stemmetjes wilde ze wel, maar durfde nog niet echt de overstap te maken. Zoon stopte een kussentje in de mand en een lekkere zalmstick en toen begon ze voorzichtig aanstalten te maken. Daarbij kieperde het gevaarte af en toe vervaarlijk een kant op. Uiteindelijk lukte het met kalmte en beleid en werd de mand tenslotte over de rand van het balkon heen gehengeld. Poes weer veilig op vier pootjes en een zalmstick voor de schrik. Ik was wel toe aan koffie.

180

Ze had even haar bekomst van hoogte, want ze sprong zelfs niet meer op het aanrecht om stromend water te bemachtigen. Dankzij het filmpje op internet en het lumineuze idee van de mand wisten wij wat te doen in nood. Als je de juiste dingen uit de media filtert kan het van onschatbare waarde zijn.  Onze Pluis werd kat in het bakkie en daarmee gered uit een benarde situatie. Vóór deze ervaring  balanceerde ze altijd op de rand van het hek. Ze speelde wankel evenwicht, zorgde voor een lichte hartverzakking om dan nuffig met haar snuit in de lucht op haar vier pootjes over het smalle randje weg te wandelen, parmantig met de staart omhoog. Maar erna was het een klein hoopje angst en verstopte ze zich op zolder na dit hachelijke avontuur.

181

Angst is een wonderlijke emotie. Het werkt verlammend. Iedere stap die je zet, zo moet Pluis het gevoeld hebben, is een stap dichter bij groter onheil. Normaal gesproken heeft ze een klein bescheiden miauwtje, want ze laat zich zelden horen. Dit was een krachtig én angstig mauwen. Dat ze uiteindelijk toch de stap gewaagd heeft in de mand en bleef zitten, terwijl het steeds maar schever ging hangen is een wonder. Dat de prunus hier van beneden met haar takken en gebladerte al zo dicht begroeid is en daardoor een natuurlijk vangnet vormde, een zegen. Want Pluis was nu weliswaar op haar pootjes terecht gekomen, maar wel in een penibele situatie.

182

‘All’s Well, that Ends Well’ voor Poes, dankzij een filmpje op FB. Helemaal geland is ze nog niet, want ze verstopt zich op dit ogenblik, omdat de schrik haar om het hart is geslagen, net als bij ons. Pluis haar eerste avontuur en naar ik hoop, voorlopig tevens haar laatste ‘kat in het bakkie’.

186

 

 

Uncategorized

Laven aan leven

Eindelijk weer ontwaakt met het witte licht. Dat was een tijd geleden, door alle commotie dat een leven met zich meebrengt dat gericht is op organen, lijf, ziekenhuis en therapeuten. Nog maar kort geleden was dat een leven vol reuring en kinderen, creativiteit en bevlogenheid. Het is wennen om teneinde toch de wikkels te vinden waar de geestverrijkende momenten uit te peuteren vallen. Ze zijn meer dan aanwezig, als je de ogen maar open houdt. Maar wennen is het. De ochtenden begonnen allengs later, zeven uur werd een gewoonte.

008

Het heeft ook met de winterdag te maken en de sombere grijsheid van het bestaan. Nu de lucht zomerleven ademt en vogels hun muzikale kwaliteiten om half vijf al inzetten, is de tijd  rijp eerder wakker te worden en daarmee komt op het presenteerblaadje het witte licht, net voor de zon opkomt. De stilte, de trillers en die bijzondere ochtenddeken over de bomen heen blijft even hangen en wordt daarna doorbroken door rood-schakeringen achter de bomen om vervolgens met het zonlicht een doorschijnend groen goudgeel op te fleuren. Een vroege auto doorbreekt het concert, dat vanachter de huizen klinkt en waar ik de merel op de nok van het dak tegenover de flat weet. De planten op het balkon hebben hun waterballet al gehad en pluis nestelt zich in een van de rieten stoelen met een oog open en op de omgeving gericht, loerend naar alles wat beweegt.

002

Mijn eerste bewuste ontmoeting met dat witte licht was in een oud bijna boerenhuisje in het dorp Vreeswijk, waar ik als nachtverpleging de zorg had voor een mevrouw met een tumor in haar mond. Om uit de bedompte moeizame nacht te ontsnappen met het verdriet en de pijn en het leed, liep ik ’s morgens zodra het licht werd, naar buiten, het klompenpad af en ademde de schoonheid van het leven. De tegenstelling was zo groot, maar op dat moment had ik het nodig om me op te laden en weer naar binnen te kunnen ten einde de pijnlijke waspartij  te starten. Op het pad sprongen kikkers haastig weg, de duif koerde de stilte stuk en merel hief haar eerste trillers aan. Verder alleen het geluid van de kippen aan het einde van de tuin. Ze schraapten met hun poten het zand weg onder een genoeglijk en vredig klokken, alsof ze tegenhang boden voor het pijnlijke kreunen van zo even.

Euthanasie was een brug te ver in die dagen. Het lijden was te heftig voor een mens om te dragen. Haar man verkrampte, zijn hoofd drong steeds meer tussen de schouders. Hij zwoegde zich door het verdriet heen en de machteloosheid was tot in elke vezel te voelen, gevoed door een godvruchtigheid die een te hoge tol aan het eisen was.

Mijn ontsnapping gold het witte licht. Een teug van een beloftevolle nieuwe dag en daarna kon ik het weer aan om naar binnen te gaan. ‘Alles went’, zeiden ze vroeger. Maar dit buitensporige wende nooit, dat trage lijden waar geen eind aan leek te komen en de wetenschap dat elke handeling die je verrichtte een nieuwe pijnsensatie te weeg bracht. Wat een tegenstrijdigheid.

018

De violen lessen gretig hun dorst, ze lusten bijna wel twee keer per dag een slok water in de brandende zon. Het belooft een prachtige dag te worden, met een theatervoorstelling voor de allerkleinsten, kan ik me weer even laven aan hun spontaniteit en ongeremdheid. Dat dus, die wikkels, gevuld met de mooiste momenten om uit te pakken en te koesteren. Als tegenhang om het verdriet, een tikje laven aan leven.

Uncategorized

Er te mogen zijn

Elkaar helpen. Het is een simpel gegeven en iedereen weet dat het werkt. Gisteren was een dag van herdenken, dat bij mij altijd uitmondt in denken over het feit hoe het komt dat mensen elkaar moedwillig zouden willen benadelen, vaker uit eigen belang en narcisme, dan om een gemeenschappelijk belang of groter. Vroeger zei men bij een echtelijke twist in de straat of in de vriendenkring: ‘Zij gunt hem het licht in de ogen niet!’ De bitterheid waarmee die zinsnede omgeven was, proefde ik intens. Het deugde niet in ieder geval.

IMG_7033.jpgLicht in de ogen

In de jaren vijftig was nieuws vergaren vooral toegespitst op het leven in de kerk, buurt en straat. Het was een kleine gemeenschap, waar men elkaar kende van haver tot gort en waar, niet zelden, het intieme leven ook op straat rolde, letterlijk soms. ‘Ze vochten elkaar de tent uit’ heette het, smeuïge verhalen tijdens de doorrookte verjaardagen. Wij, kleine potjes met de grote oren, hadden daar een geheel eigen voorstelling van. Ik vermoedde dat er ergens een grote circustent in de buurt moest staan. Kleine hersens kraakten en braken er het hoofd over.

Afgunst en jaloezie doen veel, maar altijd ligt er de angst aan ten grondslag. Angst om het verlies, angst om het gewin, angst om het gemis, angst om de leegte. Laatst las ik in een artikel van Gerard Driehuis de stelling van  psycholoog Paul Bloom: ‘Van empathie en medelijden komt narigheid en oorlog’. Hij noemde empathie de mogelijke bron van alle ellende , omdat het gevoel blijft haken op medelijden met één persoon in plaats van de nood in een groter verband te zien. Het zou de aandacht afleiden van het humanitaire probleem.

035Troost bij angst.

Kinderen zijn prachtige voorbeelden van het tegenovergestelde. Zij handelen puur, omdat ze niet geplaagd worden door wat wenselijk is of door verlangens en verwachtingen van een ander. In de kleine groep kinderen die ik tot voor de kerstvakantie had, heerste met name de liefde voor elkaar. Ik heb vaker een groep zo voor elkaar zien opkomen. Het was aandoenlijk en leerzaam.  Ze waren met recht aan elkaar gehecht. Ieder kind werd geaccepteerd met alle eigenheden die ze bezaten. Het kind dat niet stil kon zitten, het kind met passie, het kind met de geëxalteerde bewegingen, het kind met de angst, het kind dat altijd alles omgooide, het kind dat vaak een natte broek had. Zonder woorden, zonder er de aandacht op te vestigen stonden ze open voor elkaar. Er schoof een arm om een schouder, er werd met elkaar meegeleefd, er werd gedeeld, er werd geholpen. Zonder vooropgezette reden, zonder eigen belang. Gewoon, omdat het helpt om de veiligheid die het geeft.

028Johan de Wit: ‘Sparrow’ (35 mm film, loop).Voorlinden

Het ligt in ons besloten om empathie te hebben voor een ander, maar wordt ten gronde gericht door een beschaamd vertrouwen of door het wantrouwen zelf. Doordat men elkaar het licht in de ogen niet gunt en men elkaar de tent uitvecht om zelf boven op de rokende puinhopen de vlag uit te steken. We kunnen nog wat opsteken van kinderen en hun bezieling. Ze hebben het vermogen nog niet verloren om een onvoorwaardelijke band te scheppen, omdat ze onbevangen in het leven staan. Vrijheid is iedereen het licht in de ogen gunnen en elkaar de ruimte geven er te mogen zijn.

Uncategorized

Grenzenvrij op wereldschaal

Als je al 65 jaar oorlogsvrij door het leven heb gedanst, ben je een ongelooflijke geluksvogel. Er zijn maar weinig landen, die net als Nederland kunnen bogen op een betrekkelijk rustig bestaan in de luwte van grote broers, die overal herrie aan het schoppen zijn. Ik ben een nitwit op het gebied van oorlogs-ervaringsdeskundige. Mijn redactie vroeg me te schrijven over een kinderboek dat met grenzen en overschrijden te maken had. Ik vroeg de kinderboeken ambassadeurs Hans en Monique Verhagen om raad. Ze gaven onmiddellijk als tip het boek: ‘Hallo wereld’ van Bana Alabed.

Het boek lag naast mijn bed, zoals alle te lezen boeken, tot de tijd rijp was. Anders komen ze in de boekenkast terecht met het gevolg dat ze tijdens een herhalingsoefening ineens weer worden herontdekt. Nu hoef ik alleen het stapeltje maar langs te lopen. Keuze genoeg. Vooral de laatste tijd, nu nieuwe boeken in de kringloopwinkels schreeuwen om  aandacht als ik er langs loop. Ze vallen op, om hun glanzende ruggen, hun intense kleuring, hun hagelwitte titels. Mensen houden hun boeken niet meer in een boekenkast maar geven ze door of weg in het kader van het mindful ontspullen. Geen gekke gedachte als vreugde en voldoening het rendement van delen is. Ik wil er al jaren aan beginnen, maar het zijn net kinderen hè. Alle drie de grote boekenkasten zijn me, met hun geweldige inhoud, mijn leven, even lief.

Om op die grenzen terug te komen. Zodra je gedoemd ben om huis en haard te verlaten, sjouw je die boeken niet met je mee. Die blijven achter, even als je schildersezels, je doeken, je lievelingsstoel van oma, de kinderbijbel van lang geleden, het fotoboompje van vroeger,de pendule die ooit op de schoorsteen stond, het kastje met je dagboeken en de lades met de sieraden die geschiedenissen vertellen. Het draagbare en handzame mag mee. Soms valt er geen keuze meer te maken.

Zoals in het verhaal van Bana Alabed, een klein dapper meisje, dat zich staande houdt ten tijde van het oorlogsgeweld in Aleppo. Te midden van regens van bommen met allesverwoestende inslagen viert het vermogen en de souplesse, door ondanks alle angst er geschiedenis over te schrijven en voor opvang te zorgen van het grote verdriet, een zegetocht. De kracht van een klein levenslustig meisje die boodschappen uitzendt naar de wereld om hen niet te vergeten. Mijn bewondering voor haar groeit met elke regel van het boek en ik besef, dat iedereen dit kleinood zou moeten toevoegen.

Mijn jeugd was die in tijden van wederopbouw. De melk was dik en romig, de welvaart steeg met de dag. De zware wasketels werden vervangen door machines, de wringer door een centrifuge, het aanbod aan groente, fruit en vlees werd steeds talrijker, wittebrood met dik roomboter en suiker was allang geen uitzondering meer. De eenvoud van het leven ‘Het gras was groen, de lucht was blauw’ zorgde voor een rijke basis.

De lucht van Bana is geel van de fosfor, het gras en alles wat nog natuur was, grijs van het stof of verdwenen in grote grijnzende kraters, het getjilp van de vogels wordt overstemd door het oneindige suizen van de bommen en de munitie. Vier mei is een dag om de oorlog der oorlogen te herdenken, die met zijn verwoestende werking een dood spoor door het leven trekt.

048foto: Jimi

Iedereen zou het gras moeten kunnen ruiken, de blauwe lucht zien stralen in de ochtendzon. Vier mei vier ik in verdriet om het leed met een hartenwens voor de wereldvrede. Vier mei gedenk ik grenzenvrij op wereldschaal.

Uncategorized

Een nieuwe weg lag open

Hoe zou dat nou toch komen dat nachtelijke uren in mijn hoofd allesbehalve slaapverwekkend blijken te zijn. Op sluipersvoeten komen de gedachten binnen. Ze draaien en wentelen, dringen voor, dringen zich op. Het hoofd is vol. Op de ademtherapie van gisteren leer ik mijn adem te sturen en daarbij, mindfulness ten top, de concentratie te richten op bijvoorbeeld de voeten door met een subtiele beweging  naar buiten te draaien of de tenen te buigen, in zitstand de voeten in de aarde te drukken. Alles met een lichtvoetigheid en speelsheid, waarbij het loslaten zorgt voor ontlading. ’s Nachts pas ik het toe, tijdens die doordravende gedachtestroom.

Vannacht schreef ik in mijn hoofd verder aan het verhaal, ondanks de beproefde oefeningen. Na de ademtherapie was ik aan de wandel gegaan om een flink aantal kilometers weg te kunnen tikken. Ik had de hele week niet meer dan geslenterd, dus een stevige wandeling kon geen kwaad. Na de therapie had ik wat meer lucht dan ervoor.

img_37941.jpgBroodje in het park.

Na wat winkels en omzwervingen zat ik op een bank in het kleine park, met een volkoren broodje met eiwitrijke dik kaasbeleg, de diëtist indachtig. Kinderen speelden bij de toestellen er verder op. De moeder zat druk te bellen. De jongens kregen ruzie en de kleinste liep kwaad naar het midden van het veld. Daar bleef hij staan. De stoom kwam uit zijn oren getuige de opgetrokken schouders en de gebalde vuisten. Niets is zo verraderlijk als lichaamstaal. Ineens begon hij en stukje te huppelen. Wat was daar de reden van, ik keek met hem mee en probeerde de oorzaak te vangen. Een klein koolwitje of een citroentje fladderde voor hem uit. Hij volgde, bleef stil staan, tuurde weer en volgde. Zo ging het spel door tot hij achter de struiken was. Zijn moeder reageerde pas later en riep, al speurend, zijn naam.

018

’s Avonds sloeg ik het nieuwe boek van Renate Dorrestein open. Ze schreef in haar inleiding, dat ze op een strooptocht in de Haarlemmer kringloop de  omgeving ging verkennen en een kleine verscholen school achter het spoor tegen kwam. Ineens voelde ze daar ter plekke, dat ze op de locatie stond van de plaats van handeling voor haar nieuwe boek. Het heette het Noorder Kinderhuis en onmiddellijk schoten er een paar onvervalste, op de bijbel geschoeide, namen door haar hoofd. Zo werkte het dus. Het verhaal diende zich hier op een presenteerblaadje aan. Ineens wist ik het. De hoofdpersoon uit mijn verhaal zou verdwalen, net als de jongen op het grasveld. Natuurlijk. Of dat achter een vlinder aan was, deed er niet toe, het verdwalen op zich was een goed gegeven. Daar konden de prachtigste nieuwe avonturen uit ontstaan. Ineens waren er ontsnappingsmogelijkheden te over.

Ondanks de twee andere boeken, waar ik al in begonnen was, die van Connie Palmen en die van Griet op de Beeck, ging Renate en haar boeiende uitleg met me aan de haal. Misschien ook omdat de reden van schrijven zo aangrijpend was. Het zou haar laatste boek worden. Connie schreef over de dood van haar geliefde Hans van Mierlo, Griet schreef over haar aangrijpende ervaringen uit een verleden dat haar vormde, maar Renate schreef in de wetenschap, dat het een laatste boek zou worden. Een boek dat af moest, omdat het voor een schrijver ondraaglijk was als er losse eindjes zouden blijven hangen, dus een boek met op zichzelf staande verhalen met de schrijfsels uit het verleden, notities en ervaringen als leidraad.

002Losse eindjes

Zo hadden de losse eindjes van mijn eigen krabbels mij wakker gehouden en vormden een nieuw begin dankzij Renate, die me naar de jongen leidde en de vlinder, Een  volgende locatie zou zich ongetwijfeld aandienen. Een nieuwe weg lag open.

Uncategorized

Respect

Als herboren wakker worden met een stralende zon. Als ik de dubbele deuren open gooi, stroomt de koude van de afgelopen dagen naar binnen, maar mét zonlicht. In de wetenschap dat het over twee of drie uur veel behaaglijker zal zijn op het balkon, nestelt poes zich alvast op een appetijtelijk plekje en knijpt haar ogen, koesterend naar het licht, dicht. Voor de afwisseling moest ik gisterenmiddag naar het ziekenhuis.

Dat betekende dat de hele ochtend nuttig besteed had kunnen worden, als ik me niet verloren had in mijmeren. Ik peins wat af deze dagen. Vanuit een ooghoek irriteerde het scheefhangen van mijn zelfgemacraméde hanger van grof sisal. Dat kon anders en ik had nog wol van de okergele sjaal over. In de ledigheid dus toch ijverig aan de slag en klokslag 2 uur had ompot een nieuwe jas en hing weer helemaal recht.Een bron van vreugde voor mijn simpele ziel.

Spoorslags naar de Dietetiek. Wie het wist van dat tussenvoegsel, mag het zeggen. Ik heb echt mijn hele leven lang diëtiek gelezen en geweten, niets anders. Die wetenschap verblikte en verbloosde bij het zien van het bord in het kleine halletje. ‘Als u een afspraak heeft met de Diëtetiek, kan U plaats nemen. U wordt gehaald.’ Naast me zaten een man en een vrouw. Zij was groot en aanwezig, hij miezerde achter haar brede postuur. Ik vroeg hen of je je echt niet hoefde te melden. Dat is normaliter gouden regel. De vrouw haalde haar schouders op. Dat wist ze niet.

007

Als je ergens zit en je wordt bespied, dan voel je het. De vrouw bekeek me, terwijl ik me verdiepte in de boodschappen op de Iphone. Lang leve het digitale verstoppertje. Na vijf minuten draaide ze zich pontificaal naar me toe en zei: Je komt me bekend voor. Ik monsterde haar nu wat beter. ‘Sportschool(ze schoot in de lach), Nieuwegein, onderwijs, verpleging.’ Het was het allemaal niet. ‘Van veel langer geleden’, zei ze. En daar vlogen mijn gedachten naar mijn jeugd. Ondiep? Bingo. Ze vroeg of ik een Spelbos was of een Neerbos, een Van Eyndt. Hoe is het mogelijk. Ze noemde alle naaste buren op uit de straat van mijn ouderlijk huis. Ze woonde op de hoek. Haar ijzersterke geheugen haalde de tijd van vijftig jaar terug met het grootste gemak naar boven. Te bedenken dat ik nu haar naam alweer vergeten ben. Iets met een A. We wisselden verbleekte herinneringen uit.

006Café au lait, lait, lait…met liefde

Een jongen met een open gezicht riep mijn naam. Het was Bram de diëtist. Hartelijk en glimlachend nam hij mijn status op en legde uit dat ik niet zwaarder hoefde te worden. Bij mijn lengte waren de vernieuwde kilogrammen de juiste aanwinst voor de weerstand. Bij de longaandoeningen gaat het er met name om dat je de spieren in conditie houdt. Beweging was de ene kant en bouwstenen als eiwitten de andere kant waar aan getrokken moest worden. Het viel me vooral op dat hij, op alle antwoorden die ik voor zijn vragen had, geen enkele keer negatief of afkeurend reageerde. Daar was wel reden toe, want een grote eter ben ik niet en er zat al helemaal geen regelmaat in. Het eiwitgehalte was met mijn oplos cappuccino te verwaarlozen. Slechts luttele grammen met de drie scheppen kwark erbij per dag.

007-e1525246751336.jpg kwark met blauwe bessen

De kazen en melk, de ongerookte  zalm en de vlezen vlogen me om de oren. Vlees liet ik voor wat het was, maar aan de eerste drie kon ik voldoen. Regelmaat moest lukken met zeeën van tijd.  Brood en pasta mocht ook gewoon cracker en groente zijn. Geen dwang, geen druk, geen bezwerende vingertjes. Deze man had met een ontwapende vriendelijkheid een verruimende vrijheid voor zijn medemens ingebouwd. Wat een verademing, letterlijk en figuurlijk. Daarmee had hij mij tot in elke vezel van mijn eiwitloze spieren geraakt. In het boodschappenmandje, even later, zaten een pak melk, kaas, kwark en blauwe bes. Motivatie dwing je niet af, die vang je met respect.

Uncategorized

Als we weg gaan, glimlacht ze

Wat een heerlijkheid als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Gelijkgestemde zielen met dezelfde kwaal kom ik tegen bij de Longrevalidatie. De samenstelling van de aandoeningen kunnen verschillen, maar de kwaal is hetzelfde. We komen lucht tekort. Het probleem met benauwdheid is, dat het zo wisselend kan zijn. Er zijn dagen dat je niet vooruit te branden ben en er zijn dagen dat er bijna niets van te merken is. Dan hijgt en kraakt het oude lijf niet en kan ik in bedaarde tred de vaart erin houden. Bij de krachtoefeningen om de longspieren te sterken zijn de dagen op de sportschool niet voor niets geweest. De conditie is nog redelijk. De oefeningen zijn fijn, ze geven me het gevoel weer op te bouwen. De twee minuten rust tussen elke handeling zijn nieuw voor me. Twee minuten duren een eeuwigheid als je er op wachten moet.

128We komen lucht tekort

De fysio leert me de inspanning op de uitademing te doen. Het zijn en passant van die opmerkingen die draagkracht hebben. Ik test het bij het trappen lopen. Een diepe teug lucht onder aan de trap en uitademen als ik naar boven ga. De trap is langer dan de uitademing en ik kom in de knoop, hap alsnog naar lucht. Wacht even, dat moet anders, adem in, adem uit. Extra pauzes waar de adem stokt. Het blijft een wondere wereld zo’n aangedaan lijf. Bewust goed ademhalen is een kunst op zich.

Er is een vrouw, jonger dan ik, die begin januari een flinke benauwdheidsaanval kreeg en nu langzaam weer aan het opkrabbelen is. Het betekende pijn, prednison stootkuren en flauw vallen. De deemoedigheid, waarmee ze het vertelt, is opvallend. Dan komt het hoge woord eruit. Ze schaamt zich, omdat ze struisvogelpolitiek bedreef en door bleef roken, terwijl ze wist dat ze COPD had. Als je het negeert is het er niet. Haar gêne heeft bijna een grotere impact dan de kwaal. Schoorvoetend ondergaat ze de oefeningen als straf. Het leven sombert. Daar wordt geen mens beter van. We drinken thee en wisselen, zonder elkaar te kennen, diepere lagen uit. We zitten in hetzelfde schuitje en willen allebei niet dat het zinkt.

505.JPGChiharu Shiota: Between the lines

‘Je moet roeien met de riemen die je hebt’, zei mijn moeder, die van de nood een deugd kon maken. Het is een goede manier om tot acceptatie te komen. Dat lijf, het is niet meer dan het is, daar wil je nog mee voort. Wat helpt is het liefdevol aan te pakken en te omarmen. Lastig omdat elk klein pijntje of scheefzakkertje een alarmknop in werking zet. Toeters en bellen gaan af bij elke kleine inbreuk.  Een mens sterft duizend doden. De onderliggende angst woelt zich bloot en trekt op alle fronten de aandacht. Waar eindigt de realiteit en begint de inbeelding. We verstrekten vroeger placebo’s aan angstige patiënten. Angst en ook die schaamte vreten aan en in. Ze versterken de kwaal. Ik leer ‘roeien’ en neem de buurvrouw mee.

0511.jpg

We trappen al fietsend ons een weg naar compenserende spieren, waarbij snelheid veel minder effectief is dan gedacht. Weer wat bijgeleerd. Buuf heeft wat extra zuurstof, ik put het uit de lucht. Praten komt pas bij de thee. We blijven lang na zitten in de lege oefenruimte. Twee vrouwen, ieder met eigen gedachten en een herkenbare kwaal. Er breekt een straal zonlicht door en trekt een Jacobsladder op de vloer. Als we weg gaan, glimlacht ze.

 

Uncategorized

De weldaad van de Stilte

Druilerige koude regen op een zondagmorgen, waar de hele dag nog open ligt. Dat vraagt om actie of een verglijden in zalig nietsdoen. Het kriebelt, dan toch maar een app wie er mee gaat naar de tentoonstelling van de Hyperrealisten in Rotterdam. Veel over gehoord en gelezen, maar een beetje huiverig voor wat we gaan zien.

094Hirshornfolder

Het is 2002 en ik ben in luilekkerland. In Washington zijn alle musea gratis. Het enige wat je er overal moet doen, is de inhoud van je tas omkieperen op een tafel voor geüniformeerde bewakers, die bij alle toegangspoorten van de brede entrees staan. Ik wandel in en uit, bezoek het Hirshhorn Museum and Sculpture Garden en word omver geblazen door een tentoonstelling van Ron Mueck. De narrige kale Big Man kijkt loerend naar al zijn bezoekers, overweldigend en groot. Ergens te midden van de aandoenlijke beelden  ligt een kleine oude vrouw als een vogeltje in bed. Ze ademt of toch niet, ze is te klein, maar zo overduidelijk echt. Ze is een van mijn vier demente bejaarden uit Huize het Oosten waar ik aan het ‘nachtzusteren’ ben en de verbinding aan ga met hun gemoedstoestand. Voor eeuwig heb ik liefde opgevat om de heldere momenten die komen in de warrigheid van de wisselingen van dag en nacht. Terug in het Hishhorn duik in een hoekje en schets de ‘Big man’ waar ik in mijn dagboek Fatman van maak. Dat grote kind met zijn verongelijkte snoet in het lijf van een man. Naakt en kwetsbaar in zijn emotie. Ik kan geen genoeg krijgen van zijn beelden, vergeet de tijd, tot ik weer uit de roes wordt getrokken door mijn gezelschap. We moeten voort.

Het hyperrealisme in de kunsthal in Rotterdam begint al voor de deur, waar een rij mensen wacht tot ze naar binnen kunnen. Ik mag door met mijn museum jaarkaart en wacht tot zuslief de wachttijd heeft doorstaan. Direct bij binnenkomst wisten we dat we de verkeerde dag en het verkeerde weer hadden uitgekozen voor deze populaire en toegankelijke tentoonstelling. Gelukkig waren we er redelijk op tijd en hadden nog ruimte om de verdieping in de gruwelijke boodschap van de Deen Michael Kvium te vangen, die met zijn absurdistische schilderijen, installaties en beelden de wereld tentoonstelt in haar dwaasheid en gekte. Het is er te druk. Er lopen te veel mensen.  Ik beloof mezelf terug te komen op een andere dag, of op een andere plek, om oog in oog te staan met zijn werk en de boodschap diep door te laten dringen, omdat zijn werk gruwelijk eerlijk is.

Op de tweede verdieping is er kaf en koren. Ik ben al lang niet meer onder de indruk van beelden die niet meer van echt zijn te onderscheiden, maar wel in de boodschap die ze brengen. Op de hele tentoonstelling zijn er maar een paar, die recht het hart in gaan. Het meisje dat tegen de muur aanleunt en waarbij geen huid te zien is van Daniël Firman, of de verstilde vrouw met de trui over haar hoofd van Marc Sijan. Een klein hoopje mens in de immense drukte, die met haar peinzende treurige blik ons vastnagelt.

Dat we van Paul McCarthy zijn beelden niet mogen fotograferen terwijl ze daar in hun volle naaktheid liggen, omdat dat zijn model zou schaden, voelt als een contradictie, omdat er horden bezoekers langs trekken. Het doet, door het verbod, meer stof opwaaien dan ooit. De echte naaktheid ligt bestorven in het beeld van Berlinde De Bruyckere. Fascinerende onvolkomenheid.

Ergens ligt een stukje huid. Heerlijk tactiel, al weet ik hoe silicone voelt. Dat is wat je zou willen, aanraken, elk detail van zo dichtbij als mogelijk, opnemen en foto’s maken, om later weer even terug te zijn. Als er nog meer realisme zich opdringt om naar binnen te komen, krijgt de toegangsrij dezelfde megalomane vormen als de sculpturen in de Hal. Weg wezen en uitrusten in een uitgestorven Oudewater, waar de beelden bezinken en indalen ver weg van de massa. De weldaad van de Stilte.

 

Uncategorized

De heerlijke herinnering

Kunstha

Als ik het Atelier magazine heb doorgespit en zin krijg om op groot doek uit te pakken, zie ik vanuit mijn ooghoek iets, een beweging. Ik tuur vanuit bed door het raam en zie een kleine fladderende vogel, mijn hart maakt een sprongetje van vreugde. Het is 29 april 2018 en vandaag heb ik de eerste gierzwaluwen van het jaar gespot. Het vervult me met ontroering en vreugde. Ieder jaar kan ik niet anders dan er over schrijven, omdat ieder jaar hetzelfde gevoel in alle heftigheid weer terugkomt. Vriendin is er.

005

We schrijven het jaar 2010. Het is een droef jaar. Van afscheid nemen en herinneringen, van een kwinkslag en een traan, van steeds een beetje minder tot aan het hele grote niets, de stilte, de leegte, de kilte.Iedere dag is gekenmerkt door een dunner wordende hoop met chemo op chemo en terugslag op terugslag. We hebben net thee gedronken op je majestueuze bank met de grote rolkussens als armleuningen in het statige oude huis.

Door het open venster klinkt het gieren, dat wonderschone geluid. ‘Ze hebben jongen’ fluister je en bijna als afgesproken staan we op en lopen op ons tenen naar het raam, dat het zonlicht filtert en strepen laat trekken op de houten planken. Ze glimmen op.  We volgen samen de bedrijvigheid in verwondering om de schoonheid van dit kleine leven. Met ogen, die de dood aanschouwen, dat te kunnen blijven zien, zorgt voor een onuitwisbaar memento.

We zien de bedrijvigheid van goot naar vrije buitenlucht en terug, op en neer, een buitelend ballet, de fladderende vleugels, het blije spel, de achtervolging. Ze roepen gierend naar elkaar, ‘kom, kom, kom’. Een maand later lig je stil in het grote bed. Kleiner, dunner, kaler, geler, je houdt je ogen dicht en kreunt. Met de gierzwaluwen mee vlieg je de volgende dag weg uit het leven. Elk jaar kom je weer, zachte herinnering, vager en bleker dan toen, maar onmiskenbaar, alweer zeven jaar lang en ieder jaar weer maakt mijn hart een sprongetje.

Nu, vijf jaar ouder dan jij, besef ik des te meer hoe jong je was en hoe groot de verbondenheid, omdat mus voor de computer en foto op ooghoogte staat en altijd knik je bemoedigend tijdens het schrijven. ‘Ga maar door, schrijf maar, deel maar, blijf maar door de brieven en de bloggen in het hoofd van lezers hangen, zoals mijn brieven deden bij jou.’En ik knik terug en beaam. Haal op deze gronden jouw warme woorden terug. Je schreef:

‘tja, ik mail minder,veel minder en veel langzamer gaat het. ondertussen is het allemaal weer veranderd. Heel veel gepraat met Ben en vlak daarna de huisarts. Samen besssssssloten tot verhoging van de dosis. Dus nu heb ik twee pleisters van 12,5 en slik ik bij doorkomende pijn twee oxynorm van ieder 5 mg.. Ook de prednison is verhoogd, voorlopig naar 40 mg, maar dat wordt 60 mg. Ik moet telkens een afweging maken tussen de pijn en de dufheid van de pillen, want ik kan zo slapen dan, midden onder een gesprek. In de rolstoel naar Beverweert ging prima. we reden een geplaveid pad door het bos en zagen een hert, konijnen, jonge spechten, mannetjesereprijs, en nog veel meer. Het is heerlijk om buitenlucht in te ademen. De stoel zit goed….Kuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuus en tot gauw’.

‘Gauw’ kwam als die laatste keer, daarna als blijvende verbeelding met gierzwaluw en mus en de vrije natuur. Met dat ik dit schrijf weet ik waar de volgende wandeling zal zijn. Het pad in Beverweert, om het ‘nog veel meer’ met eigen ogen te aanschouwen. Nu eerst genieten van het betere buitelwerk van mijn eigen gierzwaluwen en de mooie schets die erbij hoort, de heerlijke herinnering.

Uncategorized

Nog even geduld

Gisteren was een dag van pas op de plaats. Het was de hele week een overdosis aan activiteiten geweest waar ik elke avond de prijs voor moest betalen, maar gisteren besloot ik het hele boetekleed aan te trekken.  aan te trekken en rust op hoog niveau te nemen. Dat wil zeggen: Te lanterfanten, te luilakken, te onthaasten. Ik deed niets. Nou ja, een boek lezen waar ik een recensie voor moet schrijven dit weekend, het hoofd in de Henna Auburn zetten, een tikkie schilderen aan een zelfportret(altijd bij de hand), wat prachtige violen en tulpen fotograferen op het balkon en in de vaas en verder de totale stilte over me heen laten vallen als een deken van weldaad.

001

‘Kom je asperges eten’ klonk het uit de verte. De vastberadenheid antwoordde ‘Nee’. Met teleurgestelde vasthoudendheid probeerden ze nog te overtuigen. Hoewel ik gek ben op asperges met botersaus in deze tijd van het jaar bleef ik bij mijn standpunt. Pas op de plaats betekent geen stap verzetten. Vadsig lui op bed blijven, langer dan normaal, de nachtelijke onrust weg laten kwijnen in dageslaapjes tussendoor en het boek met de schrijnende inhoud ten volle binnen laten komen, zodat ik straks zou weten wat er over te zeggen.

027

Vannacht schoot de titel me te binnen. Voordat dat me weer zou ontglippen, snel de computer opgestart en het in Word alvast een plek geven. Zo, die was veilig gesteld. Het is het meest ingrijpende kinderboek wat ik dit jaar gelezen heb. Als de review gepubliceerd is, zal ik meer onthullen over vorm en inhoud. Het feit dat het me bezig hield betekende wel weer voor de zoveelste keer op rij een onderbroken nacht. Ondanks de drukte draai ik de cyclus weer naar een eigen onzichtbare hand, met het gevolg dat nachten in stilte denkbaar blijven en dagen verglijden in vermoeienis.

063.JPG

Vandaag wilde ik naar de tuin. Vorige week heb ik broer gepolst naar zijn opzichterskwaliteiten en daar had hij wel weer oren naar. Een en ander doorgesproken om de oude vervallen Bernagie af te breken en een nieuwe  te laten herrijzen. Eigenlijk is dat het ultieme doel van dit moment. Een feest voor de toekomst. een nieuw atelier, waar ik behalve schilderhut ook schrijfhut van wil maken. Tuin krijg ik er praktisch gratis bij door de huidige opzet van minimaal te onderhouden bloempartijen. Na samenspraak met dochterlief hebben we bedacht dat zoveel mogelijk oude meuk wordt afgevoerd, enkele dingen thuis opgeslagen en het kacheltje gestald onder een buienwerend zeil. Daar wilde ik alvast mee beginnen, maar nu is het eigenlijk te druilerig.

024

Vannacht had ik het huis in gedachte al twee keer leeg gemaakt. Daarna dommelde ik weg in een droom waar het ook een rol in speelde samen met het meisje uit het boek en een vliegend tapijt en naar aanleiding van het verhaal van een vriendin een tocht op de rug van de adelaar. Als het huis af is, ben ik weer vrij als een vogel, zou de strekking van de droom kunnen zijn, zoals het meisje vrij is. Vrij om los te gaan met schilderen en schrijven in een droomomgeving omringd door Borage en Lupinen, Stokrozen en Kamperfoelie, Akeleien en Tranend hart, Euphorbia en Hemelsleutel, Maagdenpalm en Lieve Vrouwe Bedstro met dichtregels in het hoofd en bij koude een snorrend kacheltje, waar het water voor de verse muntthee stomend koken zal.

Kortom een paradijs op aarde, mijn paradijs. Nog even geduld.

Uncategorized

Altijd een feest

Drie keer naar de zelfde tentoonstellingen lijkt wat veel, maar het is opvallend hoeveel nieuwe deuren weer geopend worden met de verfrissende blik van een ander.

016

Het begon  dramatisch. In  mijn hoofd zat elf uur bij het station en dat bleek tien uur te zijn. Ik ontdekte de vergissing om acht over half tien. In In 22 minuten douchen, aankleden en van Nieuwegein naar station Overvecht rijden is een race tegen de klok die je altijd verliest. Lang geleden dat ik zo in de kuierlatten moest. Om tien over tien draaide ik van de rotonde de toegangsweg naar het station binnen. De dames zaten gelukkig genoeglijk aan de koffie en stapten volledig gelaafd van de nog wat gure winderige parkeerplaats de auto’s in. Door het tijdstip reden we betrekkelijk rustig en ongeschonden op fileloze wegen de zon tegemoet om in een heerlijk wijds en stil voorland van het museum frisse buitenlucht te snuiven. Tot zover was de missie eigenlijk al geslaagd. Omdat ik de befaamde worteltaart de hemel in had geprezen konden we er niet omheen. Eerst latte en lust en dan gaan.

097Martin Puryear: Faux Vitrine-2014

Door de ogen van mijn kompanen kon ik een aantal zaken anders bekijken. De tentoonstelling van Martin Puryear was er al twee keer bekaaid van af gekomen, omdat ik tegen de tijd daar te zijn aangeland, te vol in het hoofd zat. Tijd om zijn  houtbewerking beter te bewonderen, wat een magisch handwerk. De spiegelkast was me niet eens eerder op die manier opgevallen en we bekeken de diverse mogelijkheden van alle kanten. Wat zijn spiegels toch dankbare projecten om mee te spelen.

066John Armleder: Spark. Spark.Spark-2004

Ooit had ik een verkleinde spiegelwand in mijn onderbouwgroep à la Spark. Spark. Spark. van John Armleder, die daarmee in de tentoonstelling The State of Being aan de haal gaat met onze persoonlijkheid. Holle en bolle spiegels op een vierkante meter vastgeprikt met hoedjes en kleden ernaast, waar kinderen zich naar hartenlust konden spiegelen. In ‘The State of Being’ van het moment. Je kleden op gevoel.  Eerst voelen hoe de vlag er bij stond van binnen met de hulp van de gevoelskaarten en dan met of zonder bijpassende accessoires de verbeelding. Het hoogtepunt was de foto van het geheel. Het was een flitsend project en werd een groot succes

. 1071.jpg 108.jpgSong Dong: Through the Wall

Nu bij de spiegelkast en later bij de spiegelkamer van Song Dong denk ik, ja…een hele ruimte ingericht als verwondering. Wat valt er anders te doen in een kamer waar diepte dieper, ver verder en wijd wijder is en ongrijpbaar blijkt. Tot hoever gaat het Droste-effect. De reacties van de binnenkomers waren hilarisch. Ineens verdwijnt de vaste grond onder de voeten en wordt je een met de zwevende ruimte, waar niets is wat het is. Het geheim van het uitvergroten is het op de grond zitten en vandaar de peilingen te doen en de effecten vast te leggen. Eindeloos valt er mee te spelen. De verwondering ten top.

128lucht in ander licht…James Turrell: Skyspace

De drukte nam toe. De busladingen met mensen kwamen binnen en wij hadden bijna alles gezien. Restte nog Skyspace van James Turrell en zijn verfrissende kijk op de lucht. Zo had iedereen in het museum gedacht, want alle banken op een na waren vol en de spiegelende vloer vulde zich. Daarmee ging de gedachte verloren in de wolligheid van het gesprek. Ik heb er een keer alléén gezeten in doodse stilte. Ik, de verstilde omgeving en de lucht. Adembenemende ervaring, die ik vast wil blijven houden, dus maken we dat we weg komen om onze eigen ruimte te zoeken in de frisse buitenlucht.

Op het lage muurtje uit de wind in de zon met uitzicht op de museale natuur smaakten de stokbroodjes met liefde extra lekker. Voorlinden, altijd een feest.

 

Uncategorized

Wonderland, bijzonderland

Gisteren overviel het me weer. Het opkomen van de ongerede angst bij een wandeling in het Schokker bos, alleen met de zuchtende zielen van Schokland. Er was veel te zien. Ik kwam een houtsculptuur tegen op een fiere zuil, een wilde sering midden in de woestenij van omgevallen , ontwortelde, en afgebroken bomen. In mijn hoofd hoorde ik de bijpassende krakende stem: ‘Als Luciferhoutjes, mevrouwtje’.  Boombaard stond er te midden van de ravage, een kabouter met een nog langere neus dan Pinokkio. Het beeld werd omlijst met vogelgezang. De merel en de specht, hoog in de lucht de roep van de buizerd en het gekwetter van de vinken en mezen. Het was genieten.

011Boombaard

Tot ik voorbij de bocht op het pad in de verte iemand aan zag komen op de fiets. Het was een man. Hij zwoegde tegen de wind in, dichterbij gekomen zag ik dat zijn wangen rood kleurden van de inspanning. Ik voelde mijn nekharen prikken en mijn hart begon sneller te slaan. Ik, de man op de fiets en de eenzame bosweg, geen ander levend wezen in de buurt. De vogels, ja en mijn verhoutte boomkabouter, daar zou ik niet veel aan hebben. Behoedzaam wachtte ik af. Met een vrolijk ‘goeiendag’ fietste hij met een brede glimlach verder. Ik haalde opgelucht adem en besloot ter plekke rechtsom te keren. Een wandeling alleen is er na alle foute verhalen nooit meer bij, registreerde het bezwaard gemoed.

027

Toch weer even terug gereden naar het kleine museum en vol verbazing gekeken naar het zwoegen van de Schoklandse bevolking en hun onmogelijke strijd tegen het kolkende water. Het beeld van de turende vrouw staat er hoog verheven. Ik volg haar blik, maar mijn zichtlijnen duiken recht de bosjes in. Het kleine kerkje staat er fier bij in het zonlicht dat door het wolkendek heen eindelijk haar stralen kan lossen. Ongetwijfeld is er hel en verdoemenis gepreekt vanaf de houten kansel met zoveel louteringen er omheen en het eeuwige gevecht tegen het wassende water.

087

In de documentaire over de geschiedenis in een van de houten huizen zijn de beelden zwaar en stuurs net als de verbeten hoofden van de Schoklanders zelf  en de onderduikers, die millimeter voor millimeter met hun handen en een schop de stugge klei te lijf gingen. Het is een inlijven van land in de ware zin van het woord. De tekeningen van dit gevecht zijn tentoongesteld in de voormalige pastorie en gemaakt door Henk Rotgans in 1942-1943 . Terwijl de wereld in brand stond, ging het winnen van land gewoon door. Wat een bijzondere ontmoeting met een bijzonder verleden, juist in deze tijd. Geen passender plek denkbaar dan hier te zijn.

051

In de eenvoud van de sobere kerk schudde ik de toeristenmodus van me af.  De bijzondere lichtval, de stemmen uit het verleden, de offerzakken aan de muur, de houten preekstoel waar ongetwijfeld elke preek donderde als het water er omheen en om de strijd, die woedde tussen de schoolmeester en de predikant van het eiland lieten, brachten de verstilling.

091

De tulpen in de kleine museumwinkel waren glansrijk aanwezig, maar talrijker nog waren de velden onderweg naar Urk. Rissen lange bollenvelden, als kleurrijke plukken in het laagland, met de vissersvrouw in Urk stoven alle muizenissen het IJsselmeer op, terwijl de wind rukte en trok aan het kolkende water. Boven mijn en haar hoofd de felblauwe lucht met flarden wit als verwaaide meeuwen en er verscheen een brede glimlach bij de gedachte aan het bezoek van die middag. Oud-leerlingen bezoeken is zo gek nog niet. Schokland, wonderland, bijzonderland.

082

 

Uncategorized

Wie weet.

Vandaag ga ik naar een stuk Nederland, waar ik nog nooit een voet op de bodem heb gezet. Ik ga naar Schokland. Daar zal ik de grote verrassing zijn in mijn kleine blauwe prins, waar geen strik om zit. Als je het woord alleen al proeft, dan woelt het allerlei fantasieverhalen los en gaat het aan de haal met de wildste avonturen. Het hoort in de orde van grootte thuis bij andere mysterieuze benamingen als Verdronken land, Het Zwarte Water,  en de Witte Wieven. Er liggen dorpen die Nagele, Tollebeek, Espel en Luttegeest heten, een droomomgeving voor een vuistdikke avonturenroman.  Ik ga naar Ens. Een klein dorp waar het gezin met mijn lieve oud-leerlingen naar toe zijn verhuisd. Drie jongens die de ruimte nodig hebben om hun tomeloze energie de vrije loop te kunnen laten gaan. De keuze was meer dan terecht. ‘Het is heel ver rijden hoor’, had de moeder van het drietal ingefluisterd. Maar dat valt reuze mee. Wel beschouwd is het een uurtje weg. Het weer is aan het somberen en het is een uitgelezen dag om er op uit te trekken.

Satellietfoto Noordoostpolder, Wiki

Het was niet de enige wonderlijke naam op mijn pad. Gisteren had ik de intake van de longrevalidatie. De fysiotherapeute die me kwam halen heette Tinky. Daar alleen al kan ik blij om zijn. Iemand met zo’n vrolijke naam, die gegeven was, lang voordat de Teletubbies een begrip werden, moet wel uit een gezin komen met levenslef. Daar school ook het avontuur achter. Het ijs was onmiddellijk gebroken. We hebben honderduit gekletst. Het was een beetje ons kent ons. Niets is geruststellender bij een achterliggende reden als een vervelende Dyspnoe. Ze stond me lang en uitgebreid te woord en ik moest een paar testen doen om de spierspanning in de benen te meten en de knijpkracht in de handen. Daarnaast ook een looptest. Zes minuten lang stevig doorstappen in de lange gang. Aan het eind kon ik letterlijk geen pap meer zeggen. Ik leek het meest op ‘het hijgend hert der jacht ontkomen’. Tinky vroeg naar de beoordeling van mijn benauwdheid. Ik bleef hangen op matig, tot ze uitriep: Zeg nou eens wat je werkelijk voelt’. Ernstig dus, ernstig benauwd. Wat een malle denkwereld zit daar boven in het hoofd. Altijd vergoelijken en verkleinen. Het valt wel mee. Nee, het valt om de dooie dood niet mee. Ook als je ouder wordt, zou je lucht genoeg moeten hebben om een flink stuk te lopen. Daar schort het nogal aan. Alles bij elkaar was er genoeg om te beschouwen en waren er genoeg indrukken om met een vernieuwd inzicht aan de haal te gaan.

IMG_0378.jpg

Naar Schokland bijvoorbeeld. Het zou best kunnen, dat ze me vergeten zijn, onwennig worden, ja, zelfs verlegen. Ik ga het zien en beleven. Even onderdompelen in het lage land onder de zeespiegel en de oude Germanen en Vikingen ruim baan geven om een sprookje met druïden en heksen in mij wakker te schudden te midden van de historie van het aloude land en de nuchtere realiteit van het leven. Een omgeving die met de oorspronkelijke zeebodem met gemak de basis zou kunnen vormen voor boeken als de Duinheks, de Gorgels en Lampje. Met drie hollewaaien in de hoofdrol én een kleine dappere nuchtere Tinky.  Wie weet.

Uncategorized

Een kind kan tegenwoordig de was doen

Ik wilde gaan schrijven, maar het draadloze toetsenbord gaf geen signalen meer door. Vreemd. Batterijen vervangen. Niets. Het scherm bleef vlekkeloos wit. Niets hielp, schudden, de batterijen opnieuw laden, instralen, er kwam geen signaal meer door. Heel irritant. Ik zou naar beneden moeten om de laptop te halen, bedacht ik mij. Na nog eens alle magische handgrepen uit de kast te hebben getrokken, begon er ineens iets vaag te dagen. Het eerste wat zoonlief doet, als ik zijn hulp om het een of andere digitale mankement in roep, is kijken of de stekker er wel in zit en opnieuw opstarten. Gouden gedachte en trots op mezelf. Ik ben niet in paniek geraakt, heb geen onherstelbaar leed veroorzaakt, ben er niet op gaan stampen. Ik bleef de ijzige rust zelve en kwam tot een wijs besluit. Chapeau en een schouderklopje.

238

Tot zover deze malaise. Ik ben van mijn stuk als apparaten, waar ik afhankelijk van ben, er ineens de brui aan geven. Auto’s, koffiezetapparaten, wasmachines, computers en stofzuigers dienen het te doen. We hebben het onszelf makkelijker gemaakt met die vooruitgang sinds mijn jeugd, maar daarbij zijn we veel afhankelijker geworden.

IMG_3575.jpg

Als ik bedenk dat mijn moeder eigenlijk de hele dag bezig was met het huishouden, de eindeloze wasdagen, het schrobben en schuieren van kleden, het verstelgoed, de strijk, dan bleef er nauwelijks vrije tijd over. Vandaag ben ik na de ademtraining in ledigheid naar de kringloop in Eemnes gereden, heb een rondje Blaricum gewandeld en er een Naardervesting aan vast geplakt. Ontvankelijk en met een leeg hoofd de dartelende paarden begroet, de lammeren en schapen in een grappige combinatie met de kippen ergens midden op het veld, de Vlaamse Gaai, onvervalste mussen en de eerste kievit gespot in buitelende vlucht. Op de terugweg, om de file en ander autoleed te vermijden, ben ik door de prachtige dorpen in de buurt gereden. Kortenhoef, Nieuw Loosdrecht, Tienhoven en heb vooral genoten van wat het zicht te bieden had.

IMG_3584.jpg

Toen de kinderen klein waren, was ik eigenlijk, op mijn manier, ook met het huishouden bezig. Alleen was er altijd wel ergens ruimte voor meer dan dat alleen. Mijn moeder had als ontsnappingsmogelijkheid de bibliotheek, het lezen van een boek en de kerk ingebouwd. Een half uurtje wegdromen uit de dagelijkse beslommeringen. We hebben het eindeloos veel makkelijker met al onze hulpstukken en omdat het mijn hobby niet is, blijft het gebruik beperkt tot het hoogst noodzakelijke.

Met de bereiding van de maaltijd was vroeger ook een halve dag gemoeid. Alleen al de enorme hoeveelheid aardappelen en groenten, die schoongemaakt diende te worden en het langdurige koken. Met vernieuwde inzichten wokken we ons zorgeloos door het leven. Binnen een half uur staat er een uitgebreide gezonde maaltijd op tafel. De winst is de tijd en die te kunnen vullen met hoe de pet staat. Dankzij zoonlief zijn wijze lessen heb ik het weigerende toetsenbord aan de praat gekregen. Het is een nachtelijk uur, dus ik had niet veel anders kunnen doen dan geruisloos accepteren dat apparaten gaan zoals ze gaan. Dit is beter en het spaart tijd. Inderdaad, voor nog meer aangename vrije tijd, want een kind kan tegenwoordig de was doen.

Uncategorized

Het juiste zetje

Toen ik hoorde dat er een tentoonstelling zou komen met de jurken van Jan Taminiau, had ik de stellige gedachte opgevat om die aan mijn neus voorbij te laten gaan. Geheel en al een vrijwillige keuze. Ik hou van kleding, ik hou van mooi, maar om weer een fashionshow te aanschouwen, nee, daar voelde ik me niet toe geroepen. Ooit had ik op Dutch Design in Eindhoven in 2013 de blauwe jurk van Maxima gezien en bewonderd met nog een prachtig exemplaar en dat volstond was, tot gisterenavond, mijn stellige overtuiging.

Jan TaminiauJan Taminiau

Soms komen er op televisie programma’s voorbij, die er toe doen. Ze zetten ontwikkelingen in een bepaald licht vanuit een hoek die je nog niet ontdekt had, of ze geven een onderbouwde mening weer, die de schellen van je ogen doen vallen. Kunstuur is zo’n programma. Al menig keer heeft Lucas de Man mij meegenomen naar de diepere laag van een verzameling werk. Visie en beweegreden worden ontbloot en liggen ontroerend voor het aanraken. Zijn interviews met de kunstenaars zijn herkenbaar, lichtvoetig en toch diep doordrenkt van het belang waarmee de kunst wordt bekeken. Het proces wordt niet geschuwd.

Jan Taminiau 2detail

Dat laatste is met name van belang bij deze tentoonstelling. Juist bij Taminiau ontdek je zo de intensiteit waarmee zijn stukken gemaakt zijn. In zijn creaties zitten de vezels van zijn ziel verweven. Elk lovertje, elk borduursel is er met de hand opgebracht. Zijn visie sprak me enorm aan. Het is een issue die me na aan het hart ligt. Hij vertelde van zijn jeugd en de opgedrongen perfectie om binnen de lijntjes te blijven. Daardoor kreeg hij een onbedwingbare drang om juist buiten die lijnen te kleuren. Daar was een belangrijk herkenningspunt, een zielsverwante gedachte, een eigenheid des persoons die me raakte. Juist de doordachte imperfectie in zijn prachtige stof maakte het zo bijzonder. Waarom had ik me nooit eerder in de visie van Jan verdiept.

Mijn kleinzoon raakte op zijn school in Frankrijk faalangstig en gefrustreerd en kwam op een gegeven moment thuis met het idee dat hij niets kon. Niets is zo aandoenlijk als een klein jongetje in een diepe put te zien zitten, vol schaamte en met het boetekleed aan door een beoordeling. Hij kon niet binnen de lijntjes kleuren. Letterlijk. Zolang je dat niet kon, telde je in de ogen van zijn juf niet mee. Hij was net vijf jaar. Hoe fijn is het voor een kind als hij zelf mag bepalen waar de lijnen komen, erin of erbuiten. Super gemotiveerd gingen mijn kinderen vorig jaar aan het werk met hun eigen ontworpen Pozzebokken, die nooit fout konden zijn.

120Eigen lijnen trekken

Als je eenmaal het effect van de afkeuring hebt gezien, of dat ooit zelf aan den lijve hebt ondervonden, dan weet je dat het te allen tijde een averechts effect zal hebben. De frustrerende gedachte dat je het nooit goed zal doen, hoe hard je je best ook doet, heeft een verlammende uitwerking. ‘Dan maar helemaal niet’ is de eerste gedachte die binnenschiet. Met het gevolg dat het ‘kunstje’ vermeden wordt of werkjes weggemoffeld. In ieder geval is de vreugde van het hele proces grondig te niet gedaan. Datalleen al is voldoende om kinderen vooral hun gang te laten gaan. Zelf laten ontdekken, zelf experimenteren, zelf fouten maken en daar weer van leren. Lijnen en grenzen zijn er om overschreden te worden. Juist dan.

Lucas gaf Jan Taminiau de ruimte om te vertellen, waarom ‘imperfectie’ tot perfectie leidt. Dat is een mooi gegeven. Ik ga straks naar zijn tentoonstelling in het Centraal Museum, omdat niet alleen daar de handgemaakte kunstwerken te bewonderen zijn, maar ook het hele proces, tot aan de zweetdruppels toe, erin verweven is. Dat maakt het intens en waardevol. Lucas de Man bracht met deze verrijking het juiste zetje.

Uncategorized

Ongekende mogelijkheden

Ik heb een transformatorkabouter in mijn hoofd. Het is een kleine kwelgeest, die alle gemaakte afspraken omzet in nieuwe. Zodra iemand met mij een datum en een tijdstip prikt, houdt de snoodaard de juiste dag aan, maar klokt een andere tijd. Zo kon het gebeuren dat afgelopen donderdag vanuit het niets een telefoontje kwam toen ik aan het schrijven was. Anonieme telefoontjes neem ik niet aan dus luisterde ik later de ingesproken Voice mail.

409Kabouterpad Strabrechtse Heide bij Heeze.

‘Goedemorgen mevrouw van der Linden, wij hadden een afspraak om half tien. Er is vast iets tussen gekomen, kunt U me terugbellen op dit nummer.’ Terwijl ze cijfers opdreunde, schoten duizendmaal excuses  en uitvluchten door mijn hoofd. Die laatste zijn nooit nodig, maar het gebeurt. Ik verstijfde. In mijn Iphone had ik half twaalf bij de afspraken staan. Ik speurde de brief af en inderdaad stond daar de zojuist genoemde tijd. Ergens achter de brij aan gedachten hoorde ik die vermaledijde kabouter zachtjes grinniken.

117

Met mijn schaamtevolle gemoed belde ik terug en wat een weldaad is het dan, als iemand aan de andere kant van de lijn onmiddellijk aan het vergoelijken slaat. ‘We maken gewoon weer een nieuwe afspraak.’ Zo simpel kan het zijn. De bedrijfsarts een extra koffie-uurtje en ik kon diezelfde dag nog,  deze keer om half twaalf, weer een poging ondernemen. Een tijdje later zat ik in de wachtkamer in stemmig zwart.

005

Tegenwoordig grijpt iedereen onmiddellijk naar de mobiel in plaats van naar een van de beduimelde tijdschriften. Als de laatste gepakt worden, blijft het bij vaag doorbladeren. Ik vermoed dat men, net als ik, al bezig is met het komende gesprek. Een bedrijfsarts is toch een soort keuringsdienst van waren. Goedgekeurde makke schapen naar rechts en de afgekeurde met stempel op het voorhoofd naar links. Dat leverde in mijn hoofd grappige beelden op en ik schoot in de lach. Ook geen handige actie in een volle wachtkamer. In één tel draaiden alle hoofden tegelijkertijd mijn richting op.

240

De bedrijfsarts was mijn grote verlosser, want op dat moment riep ze mijn naam. Als een hondje zo trouw, graaide ik mijn spullen bij elkaar en ging achter haar aan. Ze beende voor me uit met grote zakelijke stappen, zwaaide de deur open en voordat ik mijn verontschuldigingen op tafel kon leggen, tackelde ze het moment met een vraag over de afgelopen onderzoeken. Ze hoorde alles aan, stelde af en toe een vraag om meer uitleg en bracht een en ander in kaart in haar notities. Haar conclusie kwam er op neer dat ik eigenlijk tot aan mijn pensioen niet meer zou werken. Uit het niets trof mij deze opmerking recht in het hart. In een luttele seconde dreunden de termen arbeidsongeschikt, einde loopbaan, maatschappij-unfähig door mijn hoofd en ik schoot vol. Tegelijkertijd wist ik ook dat het rust zou schenken. Vanuit die wetenschap kon ik me gaan oriënteren op een andere invulling van tijd. Daar vroeg ze naar. Ik vertelde over mijn wens om ooit beeldende vorming met demente bejaarden te realiseren en zij gaf aan dat scholen zaten te springen om vrijwilligers. ‘Ooit’ was ineens dichtbij. Ze was met de gemoedstoestand begaan en gaf een peptalk om me op te vrolijken. Ik vertelde haar dat het goed was en we namen afscheid. Hier hoefde ik niet meer terug te komen.

216.JPG

Buiten, met de wind door de haren, drong de vrijheid zich aan me op, opende de weg naar een nieuwe toekomst. Eerst de longen op peil brengen en daarna…Het pad der ongekende mogelijkheden lachte me tegemoet.

 

Uncategorized

Een hart onder de riem steken

Twee weken geleden was ik op een zaterdag voor het eerst na deze onverkwikkelijke winter op de tuin. Het was zompig en nat en de woelmuizen en mollen hadden overduidelijk het rijk alleen gehad en als muizen op de tafel gedanst in mijn lange en grote afwezigheid. De grond was verend en zacht, het gras lang en ongelijk.

Ik heb een lichtgewicht grasmaaier die op een accu als een zonnetje loopt. Met het oog op de zomerse dagen die beloofd waren verderop in de week, zat maaien in mijn systeem. Hart voelt sterker, benauwdheid is er toch, machine behapbaar registreerde het hoofd. Maaien werd afgevinkt en het was eigenlijk heerlijk om de lieverd weer in gebruik te zien. Maar goeie genade. Hoeveel jassen had ik aan spierkracht uitgedaan en waar waren de bielzen van armen gebleven.

061

Over de rulle grond lukte het niet anders dan de kar te trekken in plaats van te duwen. ‘De grasmaaier achter de mens te spannen’, in variatie op een spreekwoord. Zwoegend en trekkend beet ik mijn lippen stuk op simpelweg eigenwijze volhouderij. ‘Ik wil het, ik wil, het, ik wil het’. Het verwende prinsesje uit Sesamstraat kwam bovendrijven. Tot ik  in een laatste poging moest bekennen, met kloppend hart, dat het gekkenwerk was. Het was water naar de zee dragen, want door de molshopen en de lengte van het gras leek het net alsof er een barbier was uitgeschoten met zijn trimmertje. ‘Kappen van der Linden, wees wijs’. Dat is een dingetje, maar eigenwijs kan altijd nog en in dit geval had het lijf genoeg te vertellen. Dus borg ik de grasmaaier weer weg en keek naar mijn geplukte tuintje. Zucht. Volgende keer beter en misschien al sterker.

064

Woensdag was ik weer in de tuin. De voorzienigheid had mij behoed want de accu’s lagen nog in de auto en ik kon het niet opbrengen om de kilometer terug en heen te lopen. Met lede ogen maar met frisse moed viel er volop te genieten. Alle kruipers schoten als paddenstoelen uit de grond dus ik kon de strijd aan met bosaardbei en hondsdraf om weer kleine nietige ontkiemsels van mijn bloemrijke pollen te ontdekken. Mijn lieve tuinvriendinnen kwamen op bezoek en zo konden we heerlijk in de eerste zon een heel jaar vangen in de intrigerende belevenissen van elkaar, de perikelen met het gras maaien en de onbereikbare hoogtes, letterlijk en figuurlijk, van de doorgeschoten wilgen  en ander grut. Over de afgebroken en omgevallen amandel, die gelukkig nog niet heel dik was en daar werd al beloofd om vrienden in te schakelen met een zingende zaag, die in een handomdraai tuin van mij en de buuf onder handen zouden kunnen nemen tegen vrijkaarten voor het komende festival. Goed plan.

Gelaafd door alle liefde en de aandacht ging ik naar huis. Vrijdag zou ik wél het gras gaan maaien. Nu het al een paar dagen droger was, moest het makkelijker en beter gaan, bovendien zou dochterlief  komen en als het niet zou lukken, kon ze het overnemen. Wat schetst mijn verbazing bij aankomst toen het hele grasveld geschoren bleek te zijn. Welke engel had hier huisgehouden? Ik kon er maar een bedenken, de vriendin achter mij, dus appte ik. Het antwoord kwam en ontroerde.

010Hartenliefjes

Er was woensdagavond een vergadering van onze tuinvereniging geweest en er was afgesproken om voor elkaar te zorgen als het fysiek tijdelijk niet mogelijk was. Dus had mijn buurman twee tuinen verderop zijn grasmaaier door mijn tuin heen getrokken en was mijn taak in de feestcommissie overgenomen door twee nieuwe vrijwilligers. Kijk, dat is nog eens voeding voor het hart. Wat een mooie geste en wat kan ik anders dan genieten van een met liefde gemaaide tuin. Dat is, in de ware zin van het woord en mijn planten werken er aan mee, een hart onder de riem steken.

Uncategorized

‘Opnieuw geboren’

Mijn vader had na een aantal hersenbloedingen Parkinsonachtige verschijnselen over gehouden. Als hij  zijn dagelijkse blokje om ging wandelen, leek het net of hij door een onzichtbare hand in zijn rug geduwd werd om daarna, met een aanloopje haast,  in beweging te komen. Daarbij helde hij steeds vervaarlijker naar voren. Er was ook sprake van decorumverlies dat met de jaren erger werd, met name naar zijn stut en toeverlaat, mijn moeder, toe. ‘Was sich liebt das neckt sich’. Hij mopperde veel, had geen eetlust, en hulde zich daartussen in een lethargisch zwijgen of slapen.

Die beelden van hem kwamen glashelder omhoog toen ik naar de documentaire over het verzorgingshuis Leeuwenhoek keek met Adelheid Roozen en Hugo Borst. Beide trokken zich het lot van de demente bejaarden erg aan na het hele verloop van de ziekte van heel dichtbij bij hun eigen moeder te hebben meegemaakt. Een man en een vrouw in de buurt van de Leeuwenhoek stonden klaar voor vertrek. De man des huizes met Parkinson zou die dag worden opgenomen, de vrouw stond rokend op het balkon. Hugo Borst was er om ze te vragen wat die opname voor hen betekende. Hij stelde een vraag  waar de vrouw naar eer en geweten antwoord op gaf. De man richtte zich boos tot haar, zei dat ze haar mond moest houden met haar eeuwige gezeur, want dat hij er klaar mee was en nu werd hij nog boos ook. Allemaal haar schuld.

055.jpg

Het was alsof ik in een echo mijn vader en moeder samen een gesprek hoorde voeren. Later kreeg de vrouw alsnog de kans om uit de doeken te doen, wat die gedragsveranderingen van haar man allemaal voor haar betekende. Ze zei: ‘Hij is verdwenen’. ‘Wat zeg je dat mooi’, antwoordt Hugo. Het was waar, haar eigen man, van pakweg twintig jaar geleden, waar ze ooit verliefd op was geworden was langzaam maar onmiskenbaar uit haar leven getrokken. Opgelost in de mist in zijn hoofd. Het was beter als hij niet meer zeven dagen thuis zou wonen, want anders zou ze het niet meer trekken. Mijn moeder is aan mijn vader zijn nukken en grillen in de tijd van zijn geestelijke onvermogen te gronde gegaan, zoals ook mijn vader zelf lijdend ten onder ging. Zij trok het nog wel, ternauwernood, maar haar hart niet.

Messing-3

Adelheid rolt een rode traploper uit in de gang, ze trekt haar tas met verkleedkleren open. Er rollen pruiken, hoeden en verkleedkleren uit. Iedereen, die wil, wordt aangekleed. Even later lopen een aantal bewoners te pronken op de vermeende catwalk. Hun glimlach is meer ‘glamoureus’ dan die van de sterren bij het uitreiken van de Emmy Award. Ze lopen de sterren van de hemel. Ze hebben publiek. Twee mannen zitten op een stoel in de gang en klappen mee met de muziek. Een grijnst de open plekken in de tandenrij bloot.

Er komen een kapper en een visagiste langs. De vrouwen krijgen een voor een een schoonheidsbehandeling, compleet met haren wassen, zachte crèmetjes en getut met mascara, oogpotlood en lippenstift. De baarden  van de mannen worden stijlvol in model gebracht, al naar gelang de wensen. Onder de vaardige handen bloeien de rozen op. Een verschil van dag en nacht, zoals wij ieder ochtend meemaken als lichte make-up de slaap verdrijft. Er zijn maar weinig stappen te zetten om het leven terug te brengen.

048

Hugo en Adelheid peinzen en vragen zich af, waarom men in de zorg niet aan het leven van vóór het patiënt zijn denkt. Milieu, gezin, werk, hobby’s, kinderen. Sans scrupules zijn bewoners vaak aan hetzelfde strakke regime onderhevig. Een man die altijd weg loopt, omdat hij zijn vrienden wil bezoeken, moet naar de gesloten afdeling, waar hij letterlijk weg kwijnt in eenzaamheid. Mijn vader met zijn vaardige motorblok-vingers moest pitrieten dienblaadjes vlechten voor de fijne motoriek. Hoe oneindig veel effectiever had een schroevendraaier geweest. Hij onderging het gelaten, maar in een helder moment stikte hij bijna in zijn woede.

Beide zorgdragers dansen met hun demente bejaarden door dat verdorde leven, dat meerwaarde krijgt en veerkracht. Dat doen ze met respect. Ze brengen zonlicht in de mist en glans in de ogen. Als Adelheid een totaal verkrampte mevrouw mee  in een verwarmd zwembad neemt, komt Vasalis boven zwemmen.

‘De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen..

(fragment uit de idioot in bad: Vasalis)

De vrouw duikt in een foetushouding tijdens het wiegen en Adelheid moet de spanning hebben voelen wegebben. Als een kind zo onbevangen is ze. Gewillig laat ze zich meevoeren als de warmte haar omarmt, net als de liefdevolle kus op de haren. Even ‘opnieuw geboren.’*

* Quote uit het gedicht.