Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

Vanavond duiken we met het schilderen weer het diepe in. Het is als met schrijven, al vliegen woorden aan. Dat doen de beelden met schilderen niet. Die moet ik soms uitgebreid zoeken. Ik had de geweldige foto van de bubbeltjes, een schilderij waardig. Maar probeer nu maar eens datzelfde beeld vast te leggen op doek. Daar moet ik, met mijn beperkt vermogen, heel wat halsbrekende toeren voor uit halen. Dat is tevens de uitdaging. Alles wat aan komt vliegen is de moeite waard om vorm te geven, maar als het een ware verovering wordt, dan is de zegetocht nog vele malen groter.

004    016   065

Toch zijn er vooral de twijfels die maken, dat je wankelt. Je zal maar je hele leven een schilderij met bubbeltjes aan de wand hebben hangen. Met de beste wil van de wereld haal je de stroom water er niet uit. Het lijkt eerder op kikkerdril. Hè, dat is een grappig gegeven. Drieluik: de bubbeltjes, de impressie van de doorschijnende vijver met de donderkopjes en de kikker, bedenk ik me nu of alles op een doek. Het beeld van ‘Shape of Being’ van Robert van Zandvliet blijft ook op het netvlies hangen. Kennelijk wil ik daar mee breien. Niet het beeld maar het concept ombuigen tot een eigen concept. Water is leven, is letterlijk al.

0221.jpgRobert van Zandvliet in Museum Voorlinden: State of Being

Ik blijf rondtollen op gedachten. Vooralsnog maak ik me een beetje zorgen over het weer, dat straks, dat is beloofd en voorspeld, hagelstenen en slagregens zal bevatten. Mijn hart is bij het jonge ontluikende groen op de volkstuin van dochterlief. Die overleven dergelijk natuurgeweld niet. Moet ik vandaag terug om toch maar een plastic mandje als afdak en beschermengel over hun tere koppetjes te steken. Het is wijsheid vrees ik. Zo werkt dat met natuur en natuurgeweld, of dat nu gebrek aan water is of een teveel aan water. Ondanks alle gekanaliseerde beheersbaarheid stroomt het grillig een eigen weg.

Leonardo* verzuchtte dat het water even vaak van aard verandert als die van het landschap waar het doorheen stroomt. Na een uiteenzetting over alle tegenstrijdigheden die je water kan aanrekenen, besluit hij zijn relaas met een belangrijk gegeven. ‘Met de tijd en het water verandert alles.’ Niets is meer ongrijpbaar. Het meandert haar hele eigen leven, al hebben we op alle fronten geprobeerd het te kanaliseren en te beheersen. De fonteinen zijn bij uitstek het symbool van de overwinning van de beschaving op de natuur. De Griekse geograaf Pausanias* schreef al, dat geen ene stad zichzelf een stad mocht noemen, als het centrum niet gesierd werd door een fontein, juist door bovenstaand gegeven.

In Friesland wil men elf fonteinen verwezenlijken, die alles van doen hebben met het eeuwig gemis aan het ijs en de Elfstedentocht. Daar krijgen ze vooral een andere symbolische betekenis mee. Het verbindt de elf steden, die al zo lang deel uit maken van de Nederlandse cultuur. Met de fontein schrijven ze voor eeuwig geschiedenis, een onderstrepen van hun namen, die hoorden in het opdreun-rijtje. Het is een loffelijke streven naar symbolisering van verbondenheid. Een verrijking en een verdieping van een cultureel gegeven, dat steeds sporadischer voor komt en dat de eigenzinnigheid van het water weergeeft.

Water houdt me nu al een paar weken bezig. Niet alleen om de zorgen om de tuin, de noden van het balkon en de watertoevoer voor het vege lijf bij deze hitte, maar ook om de diverse beelden die het oproept bij de vormgeving. Zee, waterstraal, beek, regen en de groene wondere wereld van de vijver, ze komt in golven, in peilloze diepte, in rimpeling, in spiegeling, in stroom. Als het vast te leggen is in woord, dan ook met beeld. Wat doet het met me, waar mond ik in uit. Valt impressie vast te leggen en toch de ongrijpbaarheid weer te geven of moet ik het vertalen naar de bron van het leven. Ik laat het gaan. Zoals men vroeger zei, door ‘Gods water over Gods akker te laten vloeien’, naar mijn leven vertaald: ‘Go with the flow.’ Het overspoeld, omwoelt, doordrenkt en vervuld en daar is alles mee gezegd.

*De wijsheid van Leonardo en Pausanias komen uit ‘Het Waterboek’ van Alok Jha

 

Uncategorized

Zo wordt een eyeopener een eyecatcher

Gisteren was het een dag van toevalligheden. De tuin moest, want ondanks dat er onweer was voorspeld, kun je er niet blind op varen. Dus zowel de tuin van dochter lief behoefde een slok en die van mijzelf kreeg ongevraagd de margrieten die al twee weken braaf stonden te wachten op een breder bed, dan het potje waar ze in gewurmd waren. Op de tuin was het groen voller en dichter dan ooit met de grijze wolkenpartijen erboven. Zon brengt doorgaans ruimte mee en bewolking timmert alles dicht. De kleine grasmus trillerde haar uithalen naar hartenlust, want bij dergelijk weer is haar territorium van ongestoord genieten groter omdat iedereen, in afwachting van slechter weer, thuis blijft. In de verte klonk de koekoek. Huh, die had ik nog niet gehoord.

Kuckuck (Cuculus canorus) by Tim Peukert.jpg

Met een zwaai zat ik op het grote terras van de Filature en keek over het weidse uitgestrekte landschap, met links de berg en rechts het uitzicht op de notenbomen en de rivier. In de verte, maar steeds dichterbij, klonk de koekoek. Koffie op een terras met de blote voeten op de tegels, de koele nachtbries, die aanstalten maakte om op te lossen in de steeds hoger klimmende eerste zonnestralen en haar dauwtrouw uitstrooide over mijn uitzicht, zorgde voor een innerlijke rust, waar geen enkel Zenmoment tegen bestand was. Geen doen alsof je ergens bent waar die weldaad over je heen trekt, maar het ondergaan in dat hier en nu. Wat kan ik er naar verlangen.

Ook daar waren de braamstruiken het ondoordringbare paradijs voor kleine heggenmussen. Maar ook voor de wilde zwijnen die zich ver uit het zicht hadden teruggetrokken en in de late avond en ’s nachts al knorrend en wroetend brutaal verhaal kwamen halen in het zijportaal van de kelders, waar de slaapvertrekken aan grensden. We hoefden hun spoor maar te volgen om te zien waar ze huisden in hun ondoordringbare vesting. Ik hou van wilde zwijnen, nachtegalen, koekoeken, kiekendieven en morgensterren, juist omdat ze me meenemen en terugvoeren naar de gelukkige tijden van weleer. Een paradijs op aarde was die grote verbouwde zijdefabriek met haar majestueuze trappen en bordes, haar terras, de pigeonaire en de enorme raampartijen met de ontelbare ruitjes.

img_41331

Het woekerend verlangen van de oude vriend had een wig gedreven in de onbezorgde vakantiemodus, omdat hij er het hele jaar wilde toeven. Voorgoed voorbij was  het onbezorgde verblijf. Nu in de tuin naast mij, woekerde het brandnetelgeweld, de braam en de heermoes onverdroten voort en had de heer des gronds verjaagd tot een moedeloos wegkwijnen in zijn stadse woning.  Voor de derde keer in twee weken opende ik de aanval om bos tuin te maken. Precies, bostuin het juiste woord. De achterbuuf bekeek de resultaten en zei: Wat is het prachtig en wat is het een lieflijke en romantische plek. Die buitenveldse blik had ik op dat moment nodig om de onkruidschellen van de ogen te laten vallen en het resultaat van het aanhoudende geploeter te kunnen zien. Soms is verlichting dichterbij dan je denkt.

img_4134

Het is waar. Het hele terrein heeft de grandeur van de tuin bij de Filature. Dezelfde woeste natuurlijke aanwezigheid van plant en dier, de rust en de weldaad van eeuwige overwoekering met een klein beetje geleide chaos van mijn kant. Iedere keer een stukje. De knop om en het te zien als een romantische plek was precies waar ik in die enorme opruimbubbel behoefte aanhad. De meerwaarde ervan, de moeite van het natuurlijk bewerken waard. Groei geven aan wat kan bloeien en de sfeer ongemoeid laten. Zo wordt een eyeopener een eyecatcher.

Uncategorized

Een eeuwig literair leven

Ik ben de literaire autobiografie aan het lezen van Renate Dorrestein. Ze is alweer een paar weken dood en begraven en als ik daar niet over nadenk, dan leeft ze op alle fronten voort. Ik zag haar immers nooit, ik las haar. En lees haar en dat is de reden dat ze literair niet kan sterven. Zodra je haar omvangrijke oeuvre hebt gelezen, kan je weer opnieuw beginnen. Het verveelt nooit omdat het niet verbleekt. Schrijvers die na aan het hart liggen, hebben die gave. Passages, voorvallen, zinnen die het hart raken, woorden die rechtstreeks binnen komen en tot gemeengoed gaan behoren, stukjes Dorrestein die deel zijn uit gaan maken van de persoonlijkheid. Zoals Annie M.G. Schmidt, Vasalis, Vestdijk, Carry van Bruggen, Hugo Claus, Slauerhoff, Saint-Exupery, Lobel, Vogels, Daehl, Carrol, die allemaal een woord, een gedachte, een overpeinzing, een filosofie hebben achtergelaten op het brede pad der literatuur, dat ik bewandelde. Ze vullen hart en hoofd en zo het leven.

035.JPG

Wat een weergaloos afscheid om niet een nieuwe roman te schrijven, maar ons een terugblik op die kostbare kleinoden te geven, die er voor gezorgd hebben dat Dorrestein schreef. De voeding bij uitstek. Ze maakt ons, zoals ze het zelf zegt’, bondgenoot. Quoot: ‘De lezer is de bondgenoot van de schrijver’ In essentie komt het er op neer, dat ze elkaar meer dan nodig hebben. Ze haalt in het essay A.F.TH van der Heiden aan, die ooit gezegd heeft: ‘Elk boek is au fond een doos vol dode woorden – totdat een lezer zich bereid toont ze met zijn ogen tot leven te wekken.’

Mijn ogen zijn verwend in de loop der  jaren. Ze hebben al zo vaak het licht mogen aanschouwen van weer een nieuw verhaal, weer een nieuwe ervaring. Dat het toch steeds maar weer mogelijk blijkt om jezelf te verheffen door veel te beleven met relatief  weinig middelen. Je hoeft er niet voor te reizen, je hoeft er geen college voor te volgen, je hoeft er niet zelf voor aan de slag te gaan. Het enige dat telt, is het nieuwe boek, de schrijver, waarover je hebt nagedacht, of een titel die je bij je haren het boek in  sleurt.

IMG_2174

Er zijn heel wat motieven te vinden, maar bovenaan staat de beleving. Het meest kostbare wat ik bezit zijn niet de boeken zelf in de wandkasten hier in dit huis, maar de beleving die ik er uitgefilterd heb en me eigen heb gemaakt of die al dat hele leven meelopen. Ze zijn een onderdeel van mijn vorming, van de persoon die ik nu ben. Zij hebben in een interval met het leven betekenis gekregen. Als ik alle boeken kwijt zou raken, dan nog heb ik de passages, de beelden, het weten achter alle deuren in het hoofd. Pas als ik dat vergeten zou, begint het grote verlies. Het hart kan stoppen, dan is het klaar, de longen kunnen het begeven en dan is het geworstel, maar als het hoofd roestig wordt en de scharnieren niet meer werken, herinneringen vervagen en verbleken of vergeten, wat dan? Stopt dementie of Alzheimer de lezer in de mens?

Renate heeft over haar grenzen heen haar leven in de dood, aan ons lezers, gegeven met deze mooie laatste doorkijk, de literaire autobiografie. Een vol en afgerond bestaan. Een eeuwig literair leven.

 

Uncategorized

Een topdag zo’n Tomdag

Gisteren was het Tomdag. Luca was op kamp en diende opgehaald te worden in Bennekom. Tom had een heel dagprogramma af te werken met school, musical lessen en zwemmen. Daar kon ik verlichting brengen. Iets wat een mensenleven leuker maakt. Het streelt. Terwijl ik voor de deur van school aan het wachten was, schoten er oudercontacten met mijn eigen schatten door het hoofd. Het mocht altijd licht chaotisch lijken, maar hoe warm was het contact van ouders in school. De inloop was die van het hoogste goed. Ooit, op een blauwe maandag toen het de heer Rutte, in zijn gewone zelf vóór zijn premierschap, betaamde een bezoek te brengen aan ons onvolprezen schooltje, heb ik geprobeerd het ‘en plein public’ uit te leggen. Helaas kon ik dat nooit onverdeeld zonder emoties over het voetlicht brengen. Het belang van ouders in school is de oplossing voor het integratiebeleid. Juist daar ontmoet men elkaar echt. De boodschap zwom half in tranen.

008Klaar voor ontvangst

Herinnering: Iedereen zit aan de mini-tafels dubbelgevouwen met of zonder slaap nog in de ogen en de alledaagse futiliteiten komen voor het voetlicht. Kinderen spelen er doorheen, worden door helpende handen, die in de buurt zijn, naar juiste wegen geleid. Afspraken worden gemaakt, verschillen besproken, raad gegeven. Iedereen vaart er wel bij. Als er ergens sprake is van een grote familie, dan wel daar, in de groep, aan die kleine tafels. Geen ‘Juf Ank’-achterdocht en achterklap, maar gezonde belangstelling en interesse.

Ouders in de school werden op handen gedragen. Het is de basis van de betrokkenheid en ouderparticipatie en een noodzaak voor de goede verstandhouding en het persoonlijk contact. Helaas zijn maar weinig leerkrachten en scholen daarvan overtuigd. Ze vinden het chaos en herrie. Zet een andere bril op en zie ouders als onderdeel van het geheel. Het geeft een bijzonder licht en een verrijking.

Tom stond al van het ene op het andere been te wiebelen en naar me te kijken, toen hij nog in de rij stond om de juf een hand te geven. De hand zou leiden tot gezien worden, contact maken, persoonlijke aandacht. Ook dat was er allemaal terwijl we aan de tafel zaten en knuffies uitdeelden aan deze of gene, een high five voor de non knuffelaars, een aai over de bol voor de superverlegen schoorvoeters. De gouden regel: ‘Zorg dat je elk kind hebt gezien’ ging altijd op, meer was niet nodig.

4aa479d5-71dd-4930-9636-441b4768c1f1

Hij vloog vanaf de juf regelrecht met een vaartje in mijn armen. Haha, dat is nog eens een binnenkomer! Onderweg naar de auto begon hij een verhandeling over wat hij lekker vond. Hij vroeg nergens naar, maar zijn beschrijving, ‘een hoge witte en dan met stekeltjes met zo’n leuk rond koekje erop, zo grappig. En ook nog eens in die ijswinkel waar we toen geweest waren, hier vlakbij, weet je nog wel, Oma’ sprak boekdelen. Alsof ik het ooit vergeten zou. Ik wist het absoluut en omdat we nog een uurtje te overbruggen hadden was dat een uitgelezen moment voor zo’n hoge witte. Dat vonden twee witte eenden voor het bankje, waarop hij van het lekkers te genieten zat, ook. Ze belaagden hem, de aandacht gleed in dikke druppels van zijn ijs af, toen hij ging staan in een poging de opdringers te ontwijken. Het rode skai bankje binnen gaf soelaas. Beter! Door het raam volgde hij zijn belagers. Ze vlogen teleurgesteld naar park Rijnzicht aan de overkant. Op zijn wit-besnorde snoet stond de triomf te lezen. Om het ijs en om het afschudden van de belagers.

3b2f9bcd-a362-4820-ac36-cf974cab1c06

De gezonde tomaten-groentensoep kwam later, met echte balletjes, zoals het een echte Oma-soep betaamde. Dat wist de meneer van het sportclub-restaurant gelukkig ook. Daar kon ik nog meer geleende sier mee maken. Er kon geen Maccie tegenop. Triomf op alle fronten. Een topdag, zo’n Tomdag.

Uncategorized

Het is de moeite meer dan waard

Het werd een bijzondere avond. De dag was na de fysio voornamelijk in rust verlopen. Vermoeidheid speelde parten en een wegdoezel moment in de late namiddag zorgde even voor wat extra energie. Vriendin had gemaild over een balletvoorstelling. We wilden er samen graag heen,de afspraak was snel beklonken met een uitnodiging voor een etentje bij haar. Daarna waren we klaar voor het grote avontuur.

Het was op het Berlijnplein. Een plein met zo’n naam kan alleen maar een kunstzinnige uitstraling hebben. Het grenst pal aan het station en voldoet in alle opzichten. Het station is modern, maar vlak ervoor ligt perron 9. De oude gietijzeren kap van het Utrechtse Centraal Station. Dat is niet het enige markante. Het Berlijnplein ligt boven op het dak van de tunnel  van de A2. Alle puzzelstukken bij elkaar geven een nostalgisch beeld door, dat ik niet voor mogelijk zou hebben gehouden als het destijds was voorspeld. Nu liep ik met een tas met warme trui en deken, over dat, wat in mijn jeugd weiland was en waar straks de legendarische dansvoorstelling ‘Wiek’ in de open lucht plaats zou vinden en had tegelijkertijd mijn oude Centraal in ogenschouw, waar de immer trouwe Pinda-Chinees zijn standplaats had met zijn koek en zopie op een bak voor zijn buik. ‘Excusez les mots’ maar zo heette hij in de volksmond. ‘Pinda Pinda, lekkah lekkah’ riep hij en mijn kinderogen omarmden hem vol  ontzag om de beloften aan een onbekende wereld. Het was mijn eerste ontmoeting met iemand uit een ander werelddeel..

Onder die monumentale kap galmden onze stemmen als we op weg waren naar de kleuterkweek in Amersfoort en bij slecht weer van de trein gebruik maakten. We zongen het ‘Piu Non Si Trovano’ met Italiaanse hartstocht driestemmig. Deels omdat Spaan, de muziekleraar, wilde dat we het uit ons hoofd kenden en deels omdat het zo’n heerlijke klankvolle samenzang bleek onder de gietijzeren gebinten.

Nu was er een tent, een spiegelcontainer, twee huisjes met een tuin op een dak, een absurdistische film waardig. We figureerden dapper mee, nadat we de kleine blauwe prins gestald hadden en na een staartje van de gemiste opening en een glaasje wijn schuifelden we in een lange rij mee naar de ons bedisselde plaatsen in een stalen rondo, waar de voorstelling plaats vond. Drie groepen mensen werden door drie openingen naar hun plek gebracht. Doordacht concepten passend in de voorstelling.

Het begon pas om negen uur en eindigde om half elf. Vanaf de eerste tonen en passen werden we het stuk ingezogen en meegenomen tot aan het allerlaatste versterven van de klanken. Een staande ovatie omlijstte de spirit van de dansers. Wat een magistrale voorstelling van Schweigman&. Het is een stuk uit 2009, in de herhaling,  maar het heeft niets aan zeggingskracht ingeboet.

De wassende maan werd overstemd door de ingenieuze verlichting. Bij het uitsterven van de muziek zag ik plots een licht branden in de torenhoge cabine van een hijskraan, waar een eigen voorstelling zich afspeelde op een groot scherm. In die doodse nastilte sijpelden nog wat klanken van Raum door. Diep geraakt en nog ondergedompeld onder de indrukken constateerden we dat we twee zielen met een gedachte waren, het hoogste goed. Ternauwernood corrigeerde ik een verkeerde afslag uit de macht der gewoonte ingeslagen en de rest van de avond en een halve nacht bleef voor de verwerking. De vermoeienis had plaats gemaakt voor het afdraaien van de beelden, als een film in de herhaling, details, finesses, emoties en het einde. Laat je verrassen, het is de moeite meer dan waard.

Uncategorized

Haar energie naar het opperste geluk

Gisteren was het dan eindelijk zover. De eerste serieuze pogingen om wat olieverf op doek te krijgen. Nee, wacht even. Dat lukt altijd wel, maar om het beeld in je hoofd te vertalen naar de arm die het penseel vast houdt, dat is een lastige. Bovendien hobbel ik met mijn hele impressionistische ziel en zaligheid nog tussen de fijnschilders van het afgelopen jaar in mijn hoofd. Het is daar hartgrondig in de war en het zal nog een flink robbertje wikken en wegen kosten voor er uitsluitsel en helderheid over te geven is.

004Een glas vullen met water

Geen probleem hoor. Sinds dit half jaar, waarbij elke verovering een extra glans geeft aan het bestaan, is het toeven in de diepste dalen van het onvermogen een langzame overwinningsslag geworden. Ze valt te maken, maar het kost tijd. In het begin kwam het op millimeters aan, maar nu mag ik al meters maken. Hart en longen zijn voornamelijk van plan om ’s nachts op te spelen. Dat heeft als voordeel dat overdag met een gerust hart…O, de werkelijke betekenis ervan…van allerhande uit mijn handen komt. Er zijn mensen in mijn omgeving die bezorgd zijn en die zich afvragen of ik niet een tandje minder moet bijzetten. Ik weet eigenlijk bijna zeker van niet. Door niets te doen blijf ik rondjes draaien in afwegingen maken en verdwijnt elke energie in een afvoerputje met mijn goede humeur erbij.

0212.jpg Afvoerputje

Mijn jongste zus zei optimistisch: ‘Dan ga je maar een paar jaar eerder dood, maar dan heb je het wel leuk gehad’. Niet letterlijk, maar haar soelaas had die strekking. Ik kan het alleen maar beamen. Je kan me tot een kasplantje bombarderen, maar dat wil dan niet zeggen dat ik daar baat bij heb. Een mens wil graag zijn eigen mogelijkheden en grenzen leren kennen. Ik spreek voor mezelf. Deze mens in ieder geval wel. Liever struikelend zelf over de eindstreep dan gedragen.

Het water vloeide rijkelijk afgelopen dinsdag. Dat was het thema waar we mee aan de slag waren gegaan. De schoonheid van haar beweging proberen te vangen of vast te leggen waar de kern ligt van de noodzakelijkheid van haar aanwezigheid. Zonder water geen leven. Als literatuurstudie houdt het waterboek van Alok Jha me al een paar dagen in de ban. Mijn kijk op water verandert totaal door zijn weergave over de ontdekking van de structuur van water en de strijd die het opleverde over de eeuwige vraag, wie de eerste was, die dat ontdekt had. Het is er de oorzaak van dat water, zelfs tot op grote hoogte, verdeeldheid kon veroorzaken tussen volkeren: Engeland versus Schotland, tussen milieus: Aristocratie versus arbeidersklasse en door de strijd over het issue, wanneer men van wetenschap kon spreken versus de rommelaars, de speculatieve denkers.

img_4127

Water zaait dus letterlijk en figuurlijk verdeeldheid, terwijl het tegelijkertijd alles, maar dan ook alles verbindt. Het slaat waterstofbruggen en bij het lezen van het woord alleen al openen zich talrijke nieuwe beelden in mijn hoofd. Waterstofbruggen zijn waterminnend, ze omgeven letterlijk alles en zorgen ervoor dat de verbinding tussen watermoleculen tot stand komt, maar ook tussen watermoleculen en de zuurstof-of stikstofatomen en ze fungeren als transportmiddel. Ze hebben het vermogen om snel te ontstaan en even snel weer los te laten. Water is de katalysator tussen de moleculen, ze weeft het leven. Zonder water zou het leven uiteen vallen.

0322.jpg

Deze zin blijft hangen. Zonder leven ben je dood. Water maakt dus ook energie vrij. Energie om het leven aan te gaan, om tegenslagen te overwinnen, om jezelf te kunnen herwinnen. Energie zorgt ervoor dat je geestelijk weer tot leven komt. Ik wil de verbinding schilderen in dat glas met bruisend water, opdat het gaat leven. Laat het water maar stromen en haar belangrijke brug slaan met het leven zodat we meedelen en meedeinen in haar energie naar het opperste geluk.

Uncategorized

En warme genegenheid schrijft

Gisteren kwam plotseling het verleden binnen stappen. Soms is dat zo. Nietsvermoedend gleden mijn vingers over de rekken met tweedehands kleding in mijn lievelingswinkeltje. Terwijl ik aan het speuren was, hoorde ik Farsi praten. Dat is iets wat vaker gebeurt, maar dan ben ik een toevallige passant, een toehoorder en voel ik me niet geroepen te reageren. Nu herhaalde ik het woord ‘mikonam’ dat de spreker in het gesprek met de man naast hem liet vallen. De spreker keek mij aan en sprak mijn naam met ongeloof in zijn stem. Ineens stond daar die tastbare herinnering. De oogopslag, zijn zachte stem, de onmiskenbare trekken in het gelaat. Tussen de doorleefde jaren vond ik zijn jeugdige gezicht van twintig jaar geleden terug. Hij was een van de beste vrienden van een van mijn vrienden destijds en kind aan huis.

glazen bol.jpg

De laatste tijd gebeurt het vaker, dat ik aangesproken wordt en dat me gezegd wordt dat men mij kent. ‘Ben ik…’ en dan wordt mijn positie van ‘dochter van’ of ‘kind uit die familie’ aangehaald en zijn het mensen van nog veel langer geleden, oude buren, mensen van de voetbalclub van mijn vader, winkeliers uit de straat. Zodra ze weg zijn, na zo’n uitwisseling, gaan de beelden met me aan de haal. Flarden vroeger komen langs en met het denken worden de contouren scherper. Soms kost het moeite in het oudere gezicht dat vertrouwde van vroeger te herkennen. Dan aarzel ik, omdat het plaatje niet past. Met deze man had ik daar geen enkel probleem mee. Naadloos schoven de beelden ter plekke over elkaar heen. Even, heel scherp, was er het verlangen naar die tijd, naar het bijzondere gevoel dat het omgaan met twee culturen met zich mee gaf, het grote nieuwe en onbekende en vooral het ongewisse. Tegelijkertijd kwamen de grote problemen mee, juist door het boeiende verschil en de onverenigbaarheid in mijn positie destijds.

IMG_3742.jpgJill Tytherleigh illustrations

Op een van de familieavonden die we sporadisch hadden, kwam een film langszij van een leven in dat oude Perzië voor het Iran ging heten. Het liet een jongetje zien met knokige knietjes. Hij zat op een binnenplaats voor een uit geel zandsteen opgetrokken huis. De moeder was een stem die staccato opmerkingen maakte. Ze klonken als bevelen. Hij stond op en verloor zich in het spel. Hij had een houtje in zijn handen en speelde vliegtuigje. Zijn machientje vloog rakelings onder het wasgoed door dat er hing en scheerde langs lakens en lappen. Het sonore geluid dat er bij hoorde, imiteerde hij zo goed en zo kwaad als het ging. De moeder bleef ratelen, maar hij was al weggevlogen op de golven van zijn fantasie. Dat jongetje was ooit mijn vriend. Dat kind in hem en het kind in mij verschilden nauwelijks van elkaar.

Heel lang dacht ik dat het mogelijk was. Dat je als mens in staat zou zijn om onderscheid te maken tussen die andere opvoeding en daar boven te staan. De teleurstelling over het idee dat het verschil een keurslijf vormde voor de vrije gedachte, zorgde voor het grote blijvende verdriet en de onmogelijkheid tot vereniging van twee zielen. Het schrijnde lang na.

IMG_2590.jpg Neo Rausch

In die kleine ruimte, met de kleding aan de rekken, de stemmen van de vrouwen die lakens uitdeelden, waar dat nodig was of vriendelijke opmerkingen maakten naar klanten toe, vloog die ene stem met de zachte zangerige woorden, die mooie kant van het verschil, recht mijn hart weer in. We begroetten elkaar en het gevoel was oprecht en wederzijds. De weldaad van een moment dat heden en verleden verbindt en warme genegenheid schrijft.

Uncategorized

Zo gek nog niet

Vandaag vloeide er bloed. letterlijk. Verdwaasd keek ik naar de onderkant van de bovenarm. Een grote veeg vurig rood sierde  het tot aan de elleboog. Ik kan de kleur hebben. Het stak af zoals het een Sneeuwwitje betaamt. Helrood op een lelieblanke huid,  lokkend, lachend. ‘Nanananana’. Dat laatste voegde zich pas toe in mijn hoofd. Sentimentele dwaas.

Het schrammetje was oppervlakkig, het bloedverlies stond gelijk aan een heftige wond. Te doen gebruikelijk, de laatste tijd, nu de bloedverdunners wel erg serieus bezig waren met hun taak. Nauwelijks te stelpen als de bloedstroom op gang was gekomen. Nou, tikje overdreven, maar met een kern van waarheid. Soms was er niet eens een directe aanleiding voor. Het moest niet gekker worden.

IMG_4133.jpg

Er was nu wel degelijk een aanleiding voor. Episode twee in de tuin van de buurman. Het eerste deel was begaanbaar, nu zou ik langzaam maar zeker de andere helft van het leger der woekeraars overwinnen. Eerst maar maaien met de enorme benzinemaaier op de hoogste stand, die voor dit terrein geschikter was dan mijn eigen inkiepinkie grazer. Dat ik daarbij rücksichtslos door zou halen, was evident. Als het bakbeest eenmaal liep moest je er wel achteraan. Aantrekken was zo zwaar, dat je dat probeerde te vermijden. Dus hing ik met regelmaat in de Seagull, in de Japanse bes en de roos terwijl er een ratelend gegrom aan vooraf was gegaan. Blind mijn neus en in allerijl het machientje achterna.

berenjacht

‘Wij gaan op berenjacht, wij gaan op berenjacht we zijn niet bang’ Vol bravoure stapten we voort in het speellokaal, de kinderen en ik. Het hoofd geheven, de kin vooruit en tot in elke vezel bereidt om elk gevaar te trotseren. Dapper stappen we voort. Plots blijven we staan en roepen, terwijl de dreiging door de stemmen klinkt: ‘O jee, gras, lang wuivend gras. We kunnen er niet boven over, we kunnen er niet onderdoor, maar we moeten er dwars doorheen…Zwieperdezwiep, zwieperdezwiep, zwieperdezwiep…’ We banen ons een weg door het verstikkende dichte groen, armen maaien, benen stappen hoog over, gezichten wenden zich af, lijven krommen zich en duwen voort tegen de zwaaiende halmen in. Als we er door zijn halen we opgelucht adem. Kloppen de kleren af. Blije gezichten en trots ook. Op naar het volgende obstakel. ‘Wij gaan op berenjacht, wij gaan..etcetera’

Het is ons lievelingsspel en we kunnen er geen genoeg van krijgen. Dankzij het boek van Michael Roosen en Heleen Oxenbury hebben heel wat kinderen met dit drama spannende avonturen beleefd en gezegevierd. telkens weer. Als overwinnaars komen ze  uit de strijd. Trots en glorierijk. Een zegetocht voor iedereen, omdat je zelf mag invullen hoe je zwiept, en hoe je plonst en hoe je graaft.

img_4131.jpg

Zo voel ik me, wat verloren in de lome stilte van de middag, de zon scherpt alles aan. Ik ga op berenjacht. Mijn beren zijn de onherbergzame stukken van de tuin. Er vliegt, tijdens het maaien allerhande aan insect om mijn hoofd en ik ben blij dat het nog niet de tijd van de bloeddorstige dazen is. Vooralsnog is het enige wat prikt de horde brandnetels en de scherpe doornen. Ik zegevier. Ik worstel en kom boven. Tweederde is nu ingetoomd en aangepakt. De butsen zijn talrijk, maar met rede en weliswaar te blauw. Morgen toch maar weer eens navragen hoe lang bloed nog dunner moet. Ik krijg sterk de indruk dat het zo voldoende is. Als ik het sleuteltje van de grasmaaier op de geheime stopplek laat vallen, hoor ik aanzwellend gezoem. In het houten vogelhuis erboven zitten geen koolmezen, maar een zwerm wilde bijen. Nijverheid met vlijt. Geleden is het leed van zo even. We schrijven geschiedenis met deze natuur. Soms is op z’n beloop laten zo gek nog niet.

Uncategorized

De moeite van het ondervinden waard

Het was een leerzame week. Op de eerste plaats ontdekte ik dat ik nog steeds bergen kan verzetten in de tuin, dat de ogen van een stier uiterlijk wezenlijk kunnen verschillen van die van een koe, dat de ringslang een ring om zijn nek heeft, al wist ik het in theorie wel, dat ik nog heel wat te leren heb wat betreft waarnemen en dat een tip van de sluier drie kleuren bister als experiment gaf, dat slapeloosheid een wezenlijk probleem kan vormen en dat een teek zich ongegeneerd te goed kan doen aan je bloed, zonder dat je dat direct in de gaten hebt.

Genoeg voor een week zou ik zeggen. Teek ontdekte ik vanmorgen voor ik onder de douche wilde springen. Een bult op een plek waar normaal geen bult hoort te zitten. Glad, glanzend, zwart. Intuïtief wist ik onmiddellijk ‘teek’ dus pincet en kalmpjes eruit getrokken. Geen draaiende bewegingen, geen tekentangen, geen tekenkaarten maar slechts een simpel puntig pincet naar de laatste ‘weethetbeterinformatie’ op het onvolprezen internet. Hoe ik met Varifocus en vergrootglas ook tuurde, ik kon geen poot voor de ander onderscheiden, laat staan een kop, maar kippigheid speel me meer parten dan ik laat doorschemeren. Wel heb ik met marker de locatie omringd. ‘Tot zover en niet verder’ gaf mijn eigen heksenbezwering daarmee door aan alle loslopende bacteriën van Lyme.

ringslangDe ringslang

De stier stond tussen Amelisweerd en Rhijnauwen van het zonnetje te genieten. Ik leerde Daan vooral het vormverschil tussen Koe en Stier. Jonge dieren nog, maar imposant genoeg. Stier liet zich aaien, iets wat ik daarvoor nooit in mijn hoofd zou hebben gehaald. Een nietsvrezende moeder doet het altijd goed bij zoonlief. Ik pochte er dapper op los. Kind met de kinderen is mijn gouden stelregel, ook al zijn ze allang geen kind meer. Kriebel de verwondering maar wakker. Dus hadden we het over boerenzwaluwen met hun gevorkte staartjes en later spotten we de ringslang in de Kromme Rijn. De ring om de nek,  hoe kwamen we aan die mazzel.

Wij hadden een heerlijke brunch in het pannenkoekenrestaurant genuttigd. De arme serveerster die de bestellingen deed, bleek zo ongelukkig als ze leek. Nieuw personeel, personeel te kort en te veel publiek op deze zonovergoten pinksterdag. Voor ons kon de dag niet meer stuk, maar dat kon ik van haar niet zeggen.

stierMooie stierenkop

Iets buiten het landgoed Amelisweerd stond ook een tekenaar aandachtig de grote grillige boom aan het begin van het bruggetje, ik meen een Plataan, te tekenen op een extreem lang wit papier, die op de schildersezel was geprikt. Door het mooie weer lagen er veel kano’s in de kromme Rijn of op de kant. Zo, met al dat lommerrijke groen erom heen, moest ik denken aan Cambridge en een vergelijkbaar tafereel aan de oevers van rivier de Cam met Kings college Chapel op de achtergrond. De beelden vervloeiden met die van nog oudere paneeltjes met verweerde houten roeiboten, waarin dames zaten onder een zijde parasol en heren in opgerolde hemdsmouwen aan de riemen. De picknickmand voorop de plecht.

foto van Berna van der Linden.Idylle

Ik zag de tekenaar turen en kijken, meten en inschatten en ik moest denken aan de aanwijzingen van Gerd Renshof, afgelopen vrijdag. Daar ben ik begonnen met teken en schilderlessen, maar zuiver en alleen om de techniek van de oude meesters nog verder te doorgronden.

tekenaarde tekenaar

Ik keek en tekende, keek en tekende, keek en tekende en pas naar wat aanwijzingen over verhoudingen en meetwijze openbaarde zich aan mij een van de vele geheimen. De rijke kijk noem ik het, zoals het vervat wordt in het atmosferisch perspectief. Sfeervol en bedrieglijk veel levendiger terwijl er maar een schaduw of een losse verbinding aan ten grondslag ligt. Het oog van de meester. Ze schilderen er voornamelijk met ijzig dunne penselen. Nog meer gelegenheid om de tijd los te laten en voldoening te vinden in de minuscule voortgang.  Maar bovenal het geduld kweken om het tot het einde toe vol te houden. Tijd ondergeschikt aan de handeling, alleszins de moeite van het ondervinden waard.

Uncategorized

De een z’n meug is de andere niet

Het is bijna een uur ’s nachts. Ik ben onrustig net als Pluis en horden fietsers buiten, die luid joelend op weg zijn naar hun zaterdagse uitje. Let’s Party. Poes ziet vermeende muizen in de klerenkast en ze ligt er als een ‘Pinkeltjes Snorrebaard’ voor, gereed om toe te slaan. Het zal niet meer dan een verdwaald motje zijn of een zilvervisje. Ik bedenk van alles om rustig te worden, maar scherven van de dag vliegen aan om overdacht en verwerkt te worden.

Vanmorgen belde ik iemand die niet aanwezig was en die later op de dag als uitleg gaf  niet gestoord te willen worden om De Harry en Meghan bruiloft op televisie te kunnen volgen. Ik viel uit mijn schoenen. Onmiddellijk begreep ik dat ik er mijn bruiloften-aversie op had los gelaten. Ik hou enkel en alleen van de bruiloften van mijn kinderen en dan alleen om het feit dat ze bevestigen waar ze in geloven en omdat de dochters zo oneindig knap waren in de overmaat aan tule, zoals straks de jongens ongetwijfeld in hun pak.

scannen0047trouwfoto, thuis genomen.

We schrijven Terschelling 1980. Ik trek haastig mijn Indiajurk over mijn bolle buik en André heeft een paars geblokte wiebertjes trui aan en zijn baard gekamd. Ziezo, klaar voor de ceremonie, die kort zal duren omdat de ambtenaar van de burgerlijke stand dat beloofd heeft. De jurk, veredelde prinsessenlijn, met de wijde plooien waarin ik het kind goed geborgen wist, stak in volle omvang ver vooruit. Vriendin erbij en wat geleende bodes van het stadhuis om de bezegeling te bevestigen. Ringen in de haast bij de plaatselijke drogist op de kop getikt, zilverkleurig en erg buigzaam, bleek achteraf, net als de huwelijkse staat. Voor de somma van zegge en schrijve zes gulden. Lopend naar het stadhuis en om de korte versie van de merites gebedeld. Al de Ambtenarentaal blijft achterwege. ‘Ja hoor’ is voldoende op de vraag of ik André tot mijn wettelijke echtgenoot bla bla bla wil nemen. Ik bestudeerde ondertussen de zaal en de man voor ons, die zijn officiële tenue thuis mocht laten en daar blij om was geweest. Hij had wel gepoetste schoenen aan.

Terschelling

Geen idee op dat moment, dat de gezichten van de bodes en de ambtenaar zouden vervagen tot de wazige vlekken van nu, geen oogopslag, geen handgebaar niets. Doffe vlekken om een tafel, zoals de herinnering aan de vakantie, die we er aan vast hadden geknoopt al even wazig was. Met André al heel veel jaren verstrooid als as op de Noordzee en Wilma nog veel langer dood en begraven, lijkt het bijna op een droom. Geen jubelzang maar een kop koffie ergens op een terras. Nuchtere vaststelling van een formaliteit. Getrouwd zonder dat de wereld stokte. Alles draaide door. Het was een maandag, het trouwen gratis en het eiland kwam wat traag op gang.

092

Het waren de jaren van maatschappelijke ongehoorzaamheid. Alles wat de gevestigde orde zou tarten had de voorkeur. We waren mijlen ver en onbereikbaar voor de familie in de echt verbonden worden zonder het klinkende feest, zoals ook de verkering en verloving aan ons voorbij waren gegaan, geen uitzet, geen babykamer. We hadden al genoeg aan ons zelf. Naast de inderhaast bijeen getrommelde getuigen waren de eindeloze zandkorrels, schelpen en scheermessen en het lied van de oneindige zee onze enige getuige. De zonsondergang was de enige feeërieke belichting op het feest.

Bruiloften toen niet en nu op televisie niet. Alleen de mooie dochters in adembenemende sprookjesachtige gewaden en straks de zonen in hun aangemeten kostuums met hun prinsessen aan hun zijde, omdat ik de moeder van de bruid of bruidegom was en zal zijn. C’est suffisant. Voor vandaag volstaat een berichtje in het journaal en een glimp van een ontroerde moeder. Degene die ik ’s morgens belde kwam pas weer om twee uur in beeld, terwijl ik de aarde bewogen had om al mijn voornemens voor die dag uitgevoerd te krijgen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Helemaal oké. Het zou anders maar een saaie bedoening worden. De een z’n meug is de andere niet.

Uncategorized

De vrouw in mij

Gisteren ben ik begonnen met mijzelf te ontleden. De vrouwen in mij te zoeken, die zich gevoed hebben aan het leven vanaf het allerprilste begin van mijn ontstaan. De dochter en het kind in mij, de zus, de vriendin, de puber. De focus lag op mijn eigen innerlijke beleving van deze vrouwen, het vermoeide groter worden, volwassenheid in al haar facetten, daar waar je als kind eigenlijk nog niet wil zijn en tegelijkertijd naar verlangt. Het dualisme dat kenmerkend is voor de strijd die het leverde. Onbevangen kind zijn was destijds geen vanzelfsprekendheid en nooit, denk ik. De worsteling met mijn zelfbeeld stopte niet, maar vervormde, werd zachter en met de kinderen vloeide de opstandigheid uiteindelijk voor een deel weg, maar nooit helemaal.

008

De geliefde wilde niet anders dan gedragen worden en bleef bereid zich over te geven aan alles wat daar voor stond, de roze bril bracht hartstocht en passie en hunkerde naar geborgenheid en liefde. Dat er een keerzijde aan de medaille zat, werd met schade en schande duidelijk. Liefde laat zich niet dwingen en ook niet in een keurslijf stoppen. Liefde vloeit en vraagt, zoekt en zucht, vecht en vloekt. Het gras bij de buren leek altijd groener. Hoe hou je het gevoel in stand als je de ware liefde in hoedanigheid niet herkend. Stuntelige geliefde, onzekere echtgenoot en altijd op zoek naar het ongrijpbare. Liefde voor jezelf, voor wie je was, voor wie je bent, voor wie je straks zal zijn.

006

De moeder in mij was er een van oer. Het gevoel was er, de ruimte moest bevochten worden, maar duwde alle vrouwen in mij opzij. De moeder was de zorgzame, de onvoorwaardelijke, de trotse. Het bracht vreugde en houvast, een rode draad die het leven verbond met het kind en de oude vrouw. Koesterend, beschermend, kinderen vlogen uit en vonden hun eigen bestaan. Stil aan, toen het leven haar wending nam en de moeder een basis, een veilige haven, een ijkpunt werd, kwam de denker weer naar voren en schoof de moeder op haar plek in de keten.

IMG_8937

De zorgzame zat er al in toen ik voor het onderwijs, de verpleging en later weer het onderwijs koos. Ik schoot heen en weer tussen empathie en sentiment en snapte nog niet veel van leven en de dood, maar lijden trof me recht in het hart en , net als ikzelf, de underdog, de kleine man en vrouw, de onbeholpene, de ‘klauwende idioot in bad’ van Vasalis, die het niet alleen kon, afhankelijk was en bescherming nodig had. Dat. Een deel van wat ik zelf was geweest en nog, herkenbaar. Ruimte geven in al haar facetten om  te kunnen groeien tot op grote hoogte binnen de mogelijkheden. Te pas en te onpas.

Weer werd ik zus, maar meer dan ooit betrokken bij de anderen, in balans met de noden en de liefde en de hunkering naar dat deel van de moeder in ons meer nog dan de vader. Het voelt als één, zo verschillend en zo vanuit dezelfde basis, zo aanvullend en zo heel.

094

Het leven balde zich samen in schrijfsels, gedichten, dans, drama en schilderen, kreeg vorm, werd bewuster. De schepper, de denker, de vernieuwer, de wegbereider, de visionair werden stilaan verwezenlijkt in het kleine leven. De woorden, de penseelvoering, het verstillen, het genieten, het zijn en het vinden van nieuwe wegen, uitlaatklep voor ervaring en herinnering, voor ontlading, voor balans, voor het nu. Het kind in mij naast de oude, de onbevangene naast de wijze, de empathische naast de sentimentele, de dromer naast de realist. Bovenal de vrouw in mij.

Uncategorized

Voor straks en later

Gisteren trok er een blog voorbij, die mijn aandacht gevangen hield. Na het lezen ervan, trokken er allerlei onsamenhangende beelden voorbij. Ho, wacht even. Daar moest ik goed voor gaan zitten. Wat mooi als een gedachte de geest in beroering brengt en elke vezel aan het werk zet. In het blog van Drs. Pee beschreef Martha welke vrouwen er in haar scholen. Ze voelde zich op een positieve manier iemand met een meervoudige persoonlijkheid.

Het zijn geen rollen, anders zou je voortdurend een gespeeld leven leiden. Het zijn waarachtige stukjes zelf. De vrouwen die onderdeel uit maken van de persoonlijkheid zijn zo verschillend, omdat ze zich naadloos en feilloos aanpassen aan de verwachting.  Vanuit mijn perspectief zijn ze weer anders dan vanuit het perspectief van de ander. In de eerste plaats is er mijn kant van het verhaal.

In het prilste begin was ik dochter maar bovenal kind, een goedlachs wat dikkig kind, die graag praatjes aanknoopte en vriendschappen met de buren sloot, maar al snel veel te dik werd door de vele lekkernijen, die er vertederd opgelepeld werden. Ik koesterde de verwennerijen en liet het me allemaal welgevallen. Zolang er maar met stroop werd gesmeerd, vond ik alles best.

in de tuin

Zus was ik ook, het jongste om precies te zijn, want er stonden al zes broers voor mij op de rit. Na twee jaar werd ik weer de oudste, want er volgen nog drie zussen en een broer in rap tempo. Zo’n veranderende status heeft meer impact dan je je kan voorstellen. Ineens was je koningin af en stortte je omlaag voor het lieftallige kleinere zusje, dat ook nog eens ragfijn en kwetsbaar lief bleek te zijn. Ergens rezen de wilde haren ten berge en ik werd rebels, wilde alles uit proberen. Er viel niets te verliezen. Mijn troon was al lang vergeven. Onmachtig schopte ik de heilige huisjes omver.

Een paar jaar later volgde vriendin en buurmeisje. Die twee gingen samen. Ook hier was buur de prinses en ik de Assepoes. Alles wat nieuw was en echt, Barbies bijvoorbeeld die een groot deel van ons leven vormden, waren van haar. Mij viel de neppe bazarversie ten deel, maar mijn fantasie was oneindig veel grotere en gedurfder. Ik zwelgde bij de eerste televisiebeelden en ging een wereld binnen, die ik niet meer los zou laten. Daar kon geen nep tegen aan. Ik maakte mijn eigen realiteit. Kom daar eens om met de Mattel Barbies in huis-tuin-en keukenland. Ze vielen in het niet bij de verhalen die tot leven kwamen en die ik handen en voeten gaf in mijn tekeningetjes. Krabbels en kronkels…Een oeuvre van het vergeten kind.

Er was een tijd, dat ik alleen was met mezelf. Geliefde speelde of leerling, dochter of vriendin, zonder daadwerkelijk met de mij toebedachte rol te vereenzelvigen. Ik zweefde erboven. Ik wilde leider zijn, maar kon dat alleen in een hiërarchie, die streng genoeg was om de lakens uit te delen, zoals bij de kabouters. Het verantwoordelijkheidsgevoel ging met sprongen vooruit. Mijn groep, mijn rol, waarbij mijn kwaliteiten door de Rea werden gezien en op juiste waarde geschat. Ze liet me groeien. Dat was de ontluikende.

Daarnaast was mijn wereld een vacuüm, een gevecht tegen de do’s en don’ts, tegen de underdog in mij, die gromde en wegliep met de staart tussen de benen, tegen de kip zonder kop, die klakkeloos mee kon lopen en daarna een geweldig schuldgevoel had. Een strijd om het leven met de theatrale dramaqueen, de opstandige puber. Wat ben ik lang een puber geweest. Te lang in mijn optiek. Het was de strijder in mij, die bleef ageren.

De vrouwen passen niet in de hoeveelheid woorden. Ze barsten eruit. Deel twee volgt met de moeder, de zorgzame, met de oma, de oude vrouw. Er is zoveel mij in mij. Wanneer ben je het of wanneer zijn het eigenschappen. Daar tegenover staat hoe anderen het ervaren hebben. Wat voor dochter was ik voor mijn ouders, wat betekende ik als zus, welke betekenis had ik als moeder. Mooie vraagstelling om te laten sudderen en te laten bezinken voor straks en later.

 

 

Uncategorized

Niet meer, niet minder

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. De prijs is lucht te kort, overslaand hart en voldoening. Als ik mijn armen optil, staan mijn biceps in brand. Mijn kipfilets zijn kalkoendijen geworden, ik heb gisteren bergen verzet. Goliath die een reus verslaat, zo voelde het in de vogelvrij verklaarde tuin van de buurman. Alles wat te woekeren viel, deed dat met hoogmoed. Vooral dat laatste. Brandnetel stond in het gelid in de aanslag voor de verdediging. Het terras was schier onvindbaar onder de haastig opgestapelde takken van al even haastig omgezaagde bomen, het hout lag opgestapeld onder de tafel van het ooit zo genoeglijke zitje, verscholen tussen bomengroen en met een lantaarntje te zoeken.

025

Kreupelhout herbergde een kleine flierefluiter, die te snel is voor mijn wakend oog, maar eindelijk vind ik het nest, achter de scheefgezakte ramen van het verguisde huis. De planken vloer ligt vol stof maar meer nog met herinneringen van jaren. Muis heeft zich een ruime doorgang aangemeten in de hoek bij het raam, een villa waardig. Kennelijk  al weer een tijdje onbewoond, want de keuteltjes zijn er niet. Grote lome spinnen, ruw opgeschud, schieten verdwaasd weg, door een sprintje te trekken naar veilige reten en kieren in het hier en daar vermolmde hout. Een grote kever speelt onzichtbaar en schuifelt voort. Het oude huis, waar de tijd stil is blijven staan, een overhaast vertrek, wat vuile mokken op het aanrecht, de schone pannen op de grond een doorgeroeste pijp. Sorteren maar, gasflessen bij het aanrecht, een ouderwetse roestige benzinekan moet met geweld van zijn verknochte vloerstand bevrijd worden. Ik begin in de uiterste hoek en werk me een weg naar buiten. Hopen stof en rommel, aangevreten lappen, pluizige nestresten, bergen notenschillen veeg ik mee met mijn magische stoffertje.

019.jpg

Verstand op nul, eerst de doorgang forceren door de brandnetels heen, dan terras vrijwaren en het zitje. Ik duw een kleine pad het pad af, snoei rigoureus de laaghangende takken, zelfs die van de geliefde rode acer voor een vrije doorgang. De verstilde natuur prikt en slaat terug. Ze zwiept me met haar takken, houdt de te kleine grasmaaier om de haverklap tegen, als ze haar lange grassen vast laat draaien in een verwoede poging om het mes te stoppen. Verwoed ploeter ik door.  Ik analyseer de plek waar ongeveer de overwoekerde vijver moet zijn en zet mijn grashapper langszij in, om het verwilderde pad te vereffenen, dwars door een verstikkend stuk groen van wat eens tuin was. Zwoegend, zwijgend, zwetend klief ik door de dichte muur van gelaten stilte.

022

Onder de verweesde staat komt een prachtig groot terras te voorschijn. In de verweerde kamer blijkt wel degelijk de oude sfeer terug te vinden, aan het verguisde zitje in het struweel is er weer plek voor ruim zes mensen. Er banen zich nu wegen naar toe, alle wegen leiden naar Rome, zolang Rome gelijkstaat aan hemelse vredige plekken. Ze zijn er weer. Het is een lokkertje voor buur. En nu maar hopen, dat de moed niet langer in zijn schoenen zakt, maar dat hij inziet, dat door een middagje het ‘op je heupen’ te krijgen afdoende is om weer een weg te vinden.

021

Een weg naar die zwoele zomerse avonden van weleer, op het terras met een glaasje witte wijn met de bloemen van de Borage erin of de Oostindische kers, met passages uit boeken, gedragen door onze heldere stemmen, met kouten over van alles wat langszij komt, met een beetje wieden en een beetje rooien. Het kleine leven, aangenaam en te omvatten. Niet meer, niet minder.

 

Uncategorized

Zet de sluizen maar open

Water. Het golft door het hoofd, het vloeit en kolkt in mijn hoofd, het water staat me tot de lippen. Wat zeg ik…Het staat tot halverwege de ogen als in de stripverhalen uit de Donald Duck. Als water eenmaal de opdracht wordt, bestaat de wereld alleen nog maar uit deze vloeibare kostbaarheid, meer dan al het goud op aarde. Pas als je er bij stilstaat, besef je, hoe rijk Nederland eigenlijk is. Water tot het hoogste goed maken en een koning aan het hoofd zetten is het onderstrepen van wijsheid.  Daar verbleekt het zwarte goud bij. Olie kan je niet drinken.

102

Gisteren doken we er nog wat verder in, water was het oogkenmerk, bister was het middel om het te bereiken. Werken met poeders met de eigenschap van een Ecoline betekent experimenteren. Je kan er zoveel kanten mee uit. Als ik thuis kom en probeer het late journaal te kijken, maar de oogleden te zwaar zijn om ze open te houden , ga ik naar bed. Met alle adrenaline over de ontdekte experimenten nog op het netvlies, droom ik over school. Water is meer dan eens een thema geweest en geloof me, met mijn lieve schatten haalde ik het onderste uit de kan. Daar waren ze in de eerste plaats zelf vooral debet aan. We ontdekten de vele mogelijkheden met water. Niets is leuker dan met verf en water aan de gang te gaan. Nat in nat, nat in droog, nat op nat, met lijm, met houtskool, met kaarsvet, met alles wat aantrekkend of afstotend was.

De snelle denkers gingen vlugger dan ik, de bedachtzame filosofen dokterden eerst een effect uit voordat ze tot handelen over gingen, anderen verloren zich in wat water deed. Het draaide altijd om het proces en de  grote ontdekking. Daarbij werd kunst met een grote K gemaakt. Groot van geest omdat ze er onbevangen in gingen. Wie wil begrijpen hoe het werkt, kan letterlijk de kunst afkijken van het kind.

013.jpgEn een lol.

Dus gingen we aan de slag, water maken met verf, hoe krijg je de glinstering, niet op  papier schilderen maar op plastic en dan een drie tafels groot, met rollers en acryl. Roll on! Dat deden ze vol overgave. Het was het prachtigste water dat je maar bedenken kon. Kraters sla je in water door in de Ecoline water te laten druppelen of lijm. De ecoline gaat wijken en bruist bijna uiteen, bij zo’n ontdekking haalden we iedereen erbij en keken ademloos toe, om wat zich daar, volkomen natuurkundig, voltrok. een proces van aantrekken en afstoten. Zodra er behangersplak aan te pas kwam met plakkaatverf en ossegal was het feest compleet. Marmeren is magisch door de vele kleuren en patronen. De hele watertafel vulden we ermee, daarna konden we bogen op een enorme productie prachtige kunstwerken. Wat aantrekken en afstoten al niet vermag.

078  082

Gisteren als een kind zo blij met bister aan de slag. De samenstelling viel door de mand. Het bleek uit meerdere pigmenten te staan, toen we er druppels water op lieten vallen en ze uiteenstoof in heldere kleuren. Door in het proces te gaan zitten, werd water weliswaar de opdracht, maar verliep de weg er naar toe, grilliger. Het werden waterpartijen, kleurrijke abstracten, bloemen, zeeanemonen, er werd subtiele gelaagdheid ontdekt.

094

Poeder in water en water in poeder. Wat een korrel pigment al niet vermag, laat staan als het bister is, opgebouwd uit schellak, gemalen bast van walnoot en gom, of roet en teer van verbrand hout. Ineens weet ik waarom mijn handen walnotenbruin werden en onafwasbaar bij de oogst in de tuin van la Filature in ‘la douce France’. Vandaag eens even experimenteren met een verkoold stuk hout. We hebben een missie. Maar daarna weer terug naar water, over stromen, over bruisen over vloeien, over druppen…Zet de sluizen maar open.

Uncategorized

‘In de benen’

Met een bezoekje aan de Hortus is mijn hang naar Daslook toegenomen. Toen ik het dankbare stinsenplantje daar in volle glorie en met verve zag bloeien, als een zee van wit, begon het te kriebelen. Nu ben ik internet aan het afspeuren naar verkoopadressen. Op marktplaats worden ze te koop aangeboden, maar vooral in Groningen en Friesland. Hoewel ik graag ritjes maak in de kleine blauwe, is dat zonder andere aanleiding wel wat ver van huis. Tot overmaat van ramp las ik ergens anders weer, dat een combinatie van daslook met De schout bij nacht(alleen de naam al) een goede combinatie zou zijn. Als de Daslookbloem klaar is bloeit de Schout. Regeren is vooruitzien. En de laatste is ook niet een alledaagse plant.

Toen ik er gisteren bij een tuincentrum naar vroeg, keek het meisje me iet of wat verontschuldigend en wazig aan. Ze was er nog maar net, werkte er nog niet zo lang. Ze wees me dan ook verrukt naar een fors bloeiende witte Lupine. Maar die heeft niets met de Schout bij nacht te maken. Weet dus, als ik wat afwezig reageer, dat ik op een missie ben, een queeste. Ik zoek mijn eigen Schout bij nacht oftewel mijn Rodgersia Pinnata en mijn Allium Ursinum. Dat is weer eens iets anders.

Het zouden ook de perfecte complementen zijn in mijn schaduwtuin. Dankzij de buurman bezit ik aan de rechterkant van mijn kleine paradijs een zompige schaduwborder, omdat er de grote heg aan grenst van iep, eik, beuk en zelfs hier en daar nog een kastanje. Daar doorheen zit van allerhande groen gevlochten, waaronder de heggenrank. De Rosa Seagull prangt er dwars doorheen met haar vileine stekelige doornen en haar lange dramatische uitlopers, die, ongemoeid, verder reiken dan lief is. Haar bloei is prachtig, dat zeker. Ze is eigenlijk een kleine verleidster, een sirene pur sang, met haar lokkende geuren en haar witte waterval, maar als je te dichtbij komt, dan ben je de pineut. Ze hangt in je haren, striemt in het gezicht en haakt zich vast als een terriër, aan armen en benen. De lieve kleine Seagull is eigenlijk een nietsontziende helleveeg. Beware!

Op mijn zoektocht gisteren kwam ik de Margriet weer tegen. In onze tuinen waart een kleine Verdwijnkol rond. Ieder jaar voedt ze zich kennelijk aan, vooral de vaste, weelderig bloeiende planten. Stonden de margrieten dankbaar een aantal seizoenen in grote getale het groen op te fleuren, dit jaar is er geen piezeltje margriet meer te bekennen en nee, ik heb haar niet weggetrokken bij de rigoureuze winteropruiming.  Kolletje heeft haar best gedaan, zowel bij de buren om me heen als bij mij. Ze heeft het ook gemunt op de lupinen, ‘die hard’ van het eerste uur, maar nagenoeg foetsie. De Borage heeft het onderspit moeten delven en het prachtige tere Ridderspoor. Kollen en ridders gaan vaker samen. In mijn tuin speelt zich een geheimzinnige middeleeuwse strijd af. Er vinden tafelrondes plaats en daarbij delven velen het onderspit. Verdwijnkol heeft handlangers. Het zijn de woelmuizen en de hazenlegers, de hondsdraf, kleefkruid en de bosaarbei, die in haar kielzog het vuile werk voor haar opknappen. De strijd is ongelijk. Ze zijn talrijker dan mijn persoontje en mijn bloemen alleen.

011.JPGHet hazenleger van Verdwijnkol.

Het komt goed. Ik zet mijn Schout bij nacht in als Joker. Dus even de speurneus op en verder kijken dan hij lang is. ‘In de benen’.

 

Uncategorized

Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Soms kom je een woord tegen waarvan je denkt: Dat heb ik eerder gezien, gelezen, gehoord. Je graaft het geheugen af en kan niet meer bedenken in welke context het betekenis kreeg. Zo’n woord is Stromboli. Vriendin gaat op vakantie en stuurt berichten vanuit de Eolische eilanden met onder andere het eiland Stromboli. Twee andere bekenden maken op dit moment ook het eiland ‘onveilig’. Er is de roman van Saskia van Noort met dezelfde naam en ik kom het tegen in een Italiaans restaurant als veredeld broodgerecht.

Voorkant

Zowel eiland, roman als gerecht zijn me volkomen onbekend. Het nodigt uit tot onderzoek, tot ter plekke het eiland bezichtigen. Het schijnt dat een retraite op Stromboli de aanleiding was voor de locatie van het boek. Mooiere titel. Retraite op Stromboli. Je gaat er gebroken heen en komt gelouterd terug, maar andersom kan ook. Net in welke stemming de schrijfster verkeerd. Saskia van Noort schrijft er haar bestseller mee, na eerst een dergelijke retraite te hebben ‘gedaan’ of is het ondergaan, naar aanleiding van een ervaring die zich in de orde van de #Metoo discussie ophoudt. Actueel en derhalve is succes verzekerd, omdat we de schaamte voorbij zijn, met dank aan Anja Meulenbelt, die dat al veel eerder voor zichzelf uitkristalliseerde. In de bijlage van de Volkskrant dit weekend wordt zowel Stromboli als Schaamte uitgebreid belicht. Dat kan dan haast geen toeval zijn.

054

Ik ben in een eigen retraite beland. Er komt geen spannend eiland aan te pas, maar wel helende plekken in de omgeving. Soms moet ik er een stukje voor rijden en vaker is er een gelegenheid om de hoek of in huis, op bed of in het hoofd. Elk moment dat zich ervoor leent kan ik afdwalen op zoek naar een diepere betekenis of naar het zijn zonder meer, zonder reden, gewoon omdat het is en ik het zie, op dat ene moment. Het moet er voor een omstander wonderlijk uitzien. Een vrouw die soms met een ruk stilstaat, bedachtzaam, loerend haast en die op sluipersvoeten probeert het beeld te vangen dat voor het netvlies werd geschoven, niet in de laatste plaats omdat het existentiële vragen opriep. Waarom, waarvoor, waartoe?

033

Het is de somma van de onthaasting, omdat ik nu kan blijven hangen op een woord dat me al drie keer verschenen is in twee dagen. Het is de vrijheid die me permitteert nergens anders aan te hoeven denken. Het is de grote stille ontvangstruimte in het hoofd die niet geleefd en vastgelegd wordt door overvolle agenda’s, ‘does and don’ts’ . Als het vandaag niet komt dan morgen.

Niet het pensioen, de zegen voor sommige, de karigheid voor een ander, omvat de schatkist van de ouderdom. Dat zijn de herinneringen maar bovenal het lege boek, waar iedere dag een bladzijde op mag worden bijgeschreven. Puur, spontaan, omdat de grijze hersencellen hun creatieve kanten kunnen laten vieren en uitdijen, eindeloos, net zoals het komt. ‘Never a dull moment’ denk ik, dankzij de vrijheid van leven, zonder opgelegde maatschappelijke verplichtingen en niet anders dan karakter tonen zal.

055

Alle goede dingen bestaan uit drieën, oreerde mijn oma. Als het goede op je pad komt, of beter nog, door jou wordt opgemerkt als zodanig,  ontvang je de bonus van nog twee maal. Het is een onderzoek waard. Ik ben er klaar voor. Vanaf nu tel ik mijn zegeningen.

Uncategorized

Sorry Poes

Heerlijk geslapen en verschillende verhalen gedroomd, maar ze stoven uiteen en schoten weg als kleine kwikzilvers, toen Pluis op het bed sprong omdat hij een paar jonge zwarte kauwen in de boom voor het slaapkamerraam zag zitten. Staart vervaarlijk zwaaiend en het mekkerende bekkie onder de vorsende ogen.

181Kat in het bakkie

Ze heeft een te dik onderbuikje, is gisteren vastgesteld door de dierenarts. Deze week, zag ik het almaar met de dag dikker worden na de val over het balkon. Tenminste dat dacht ik. Noodbellen gingen rinkelen.  Zoonlief had het opgezocht op internet en alle symptomen wezen op wormen. Niets aan de hand, bleek bij nader onderzoek door de arts, wel de gemiste inenting ingehaald en de voornagels wat aangescherpt. Ze was gewoon te dik. Plaatselijk dan, want lijf is gespierd. Een hangbuikkat, o jé. En ja, ze moet op dieet. Dat wil zeggen, ik vul normaal het bakje bij als het leeg is, maar er moet systeem in komen. Niet meer dan een halve bak brokken per dag en stoppen met de zalmsticks. Ik had natuurlijk kunnen bedenken, dat dat net zoiets is als elke dag een Twix of een Snicker. Een bommetje zout. Slecht voor hart en bloedvaten en geloof me, daar weet ik de laatste tijd alles van.

Ik zelf heb eerder moeite mét eten dan met niet eten. Het voelt niet fijn met een gevulde maag en die van mij is al gevuld met muizehappen. Het eiwitrijke dieet valt me zwaar. De diëtist stelde het rooskleurig voor en zo klonk het mij ook in de oren. Maar een en een is twee. Het lukt niet echt. Het gewicht dat erbij kwam, zit vooral in buik en benen. Nee, ik ben nog lang geen hangbuikvrouw. Daar zal meer voor moeten komen kijken. Pluis kan blijven eten, op elk uur van de dag. Vroeger zou men gezegd hebben dat hij ‘over een gezonde eetlust’ beschikte. Daar denkt men vandaag de dag anders over. Het oordeel dat de dierenarts velde, stak een stokje voor het uiterlijke vertoon van mijn liefde voor haar, de verwennerij.

186Pluis met Stick

Hoe blij huppelt ze, als ik ’s middags binnen kom en ik loop naar de la met zalmsticks. Ze draait om mijn benen, geeft me uitgebreid kopjes en springt dan boven op de kast met een vragende blik. Smelt…Als ik daar maar tegen bestand blijf.

Gisteren liepen dochterlief en ik in het winkelcentrum en kwamen tot de ontdekking dat heel veel mensen kampen met dezelfde problemen als Pluis. We dwaalden door de XL grote supermarkt en zagen karrenvrachten vol met zonde aan ons voorbij trekken. De verleiding lag er in grote getale op de loer. Een supermarkt is de place to be als het om eten gaat en in verleiding de grootste. De verlokking ligt ook in het winkelcentrum zelf overal op de loer. Het aantal non-food zaken slinkt, de boekwinkels zijn sterk gereduceerd, hier en daar een juwelier en overal, in alle gaten en hoeken zijn kleine eetschuren te vinden, waar met het grootste gemak van alles in monden kan verdwijnen. Ogen, groot al schoteltjes, verlekkerde glimlach rond de lippen….de verzoeking ten top.

003Geen verwennerijen meer

Lang geleden, toen ik dubbel zoveel zelf was als nu, kwam ik met zus in België terecht, waar bakkers hun verrukkelijkheden met verve ten toon spreiden. Het was diezelfde sensatie, die ik nu waarneem bij anderen. Ik kon er niet aan weerstaan. ‘Eet mij, eet mij’ smeekten ze mij. Op slag kwam de Holle Bolle Gijs in mij boven. Wij, inkiepinkies, hebben makkelijk praten met onze matige eetlust. Verleiding waart rond en je moet van goede huize komen om daar tegen bestand te blijven. Dus ‘nee’ tegen die allereerste onschuldige kindervraag om een spekkie voor het bekkie. Dáár ligt de kiem van alle hangbuikies, inclusief die van Poes Pluis. Sorry Poes.

 

Uncategorized

Wat rest is ‘hoop’

Er zijn vele soorten tuinen. Ze zijn er strak aangelegd, keurig gecultiveerd, rommelig, verwaarloosd of die, waarbij elk spoortje van groen is vervangen door een koude tegel.  Maar ik ken ook iemand, wiens tuin in de loop der jaren een bosrijk gebied geworden. Het begon met Zwarte Els en drie eikeltjes, die hij vol verve midden op de tuin in de grond stopte. Hoe hij aan zwarte Els gekomen was, weet ik niet meer. Misschien had hij, als notoire morgenster, haar als een straatmadelief bij de vuilnisbak weggekaapt of uit de erfenis van zijn illustere tante verkregen, maar op een dag stond ze met haar wortels stevig in de grond verankerd. Zij werd zijn heilige koe. Niets, maar dan ook geen piezeltje, mocht wijken.

Hij heeft een voorkeur voor verweesde en verguisde planten. Hij sleept ze mee naar zijn paradijs als een ekster de glimmertjes naar zijn nest. Hij koestert ze met grote liefde. Zoekt onmogelijke plekken voor de springerige en onbehouwen groeiende exemplaren. Hij zet steevast een boom met ze op en spreekt er fier en met verve over. Bitterzoet mocht in de wilgen boven het hoofd. Groot hoefblad met zijn robuuste uiterlijk werd met liefde onthaald, ja zelfs de stekelige kaardenbol, die gretig naar blote armen en benen dook, als je er langs liep, kon op zijn minzame aandacht rekenen. De heggenrank werd fluks de heg ingejaagd om zich er doorheen te strengelen met haar sierlijke en ranke bloemetjes en niets ontziende tentakels, zo ook de witte pispotten en de blauwe winde.

0351.jpgGroot hoefblad

Als een vesting stond die heg om zijn hertogdom heen. Iepen, eiken, fluweelbomen, kastanjes en wat er zich verder ook maar tussen wrong, vormden de groene muren. Het schreeuwde om het betere snoeiwerk en ieder jaar reikten de toppen tot ver boven de begrenzing van het ruimtelijk toelaatbare. Hij vond de bosaardbei ongelooflijk lieflijk en de hondsdraf een dankbare bloeier. De Japanse wijnbes, die in ongeleide staat zo overweldigend kan zijn, kwam midden in een perk terecht met nog gerede bloei, als lupinen, vingerhoedskruid, akelei en geraniums. Van lieverlee kleurde ze als alleenheerser prachtig bij de inmiddels welig tierende ooievaarsbek en waren de anderen tot de rand van de tuin verbannen. Laatste vondsten waren de gecultiveerde heermoes, die de wilde in haar kielzog bleek te hebben, de apothekersroos, die vooral op een natuurlijke wijze de ruimte gelaten moest worden. Mispel kwam erbij en appel en peer.

Langs het middenpad heerste het boerenwormkruid, dat vrijelijk zijn gang moest kunnen gaan en daarmee alle regels van het toelaatbare overschreed. Daar was hij volmaakt gelukkig. Hij maaide het gras, zat verscholen achter zijn bosschage en dronk een wijntje bij een goed boek of lag te ronken op het veldbedje, dat het een lieve lust was. Hier en daar snoeide hij zich een doorgangetje als het groen te welig tierde of plantte nog maar eens een witte regen.  Er werd onkruid gewied, literaire verhandelingen gehouden en gefilosofeerd. Van het eetbare werd een onvervalste bostuinsoep gekookt. Het was het volmaakte geluk, geleide chaos. Prachtig en lommerrijk,

050

De klad kwam erin. Eerst door een inbraak in het tuinhuis, dat voelde als een persoonlijke aanval op zijn integriteit, letterlijk een inbreuk op zijn vertrouwen in de mensheid. De kas zoette het leed en daar pompte hij vanaf die tijd elke vezel liefde in. Maar ook dat taande. De bomen werden hoger en hoger, zwarte Els werd breder en breder en het bitterzoet omstrengelde en smoorde met liefde. Bosaardbei en hondsdraf, brandnetel en braam veroverden de lap grond op sluipersvoeten even als het kleefkruid, dat zich van lieverlee bij hen had gevoegd. De apothekersroos ging een verbond aan met de kamperfoelie en de heggenrank had zich met alle boomsoorten in de heg verstrengeld. De heermoes veroverde terrein.

051

Hij is al een tijd niet meer gegaan. Gisteren ben ik gaan vrijwaren. Ik heb een pad op het metershoge gras gewonnen, de kas zaaiklaar gemaakt, het glas van de kas tot doorkijk gepoetst. Mijn laatste pogingen zijn de voorgehouden wortel. Hij stapt er niet in en verschanst zich nu thuis. Wat rest is ‘hoop’.

Uncategorized

Subtiel maar onmiskenbaar

De onrust raasde gisteren nog een dag door. Binnenin het lijf schuurde en bonkte het, maar de afleiding was er, door de opdrachten voor deze week om water te bestuderen. Wat doe je als je besloten hebt, een pas op de plaats te maken? Dan blijf je thuis en bestudeert het water uit de kraan. Het eerste wat in me opkwam, was een groot glas met stromend water te vullen en te kijken welk effect het zou hebben als het water erin plonsde. Dit naar aanleiding van de sketch van Leonardo da Vinci die overduidelijk  ook het water ergens uit had zien stromen en kolkend neer zag komen.

004stromend water in glas

Tot mijn verbazing veranderde het water in dat glas in een schouwspel van lucht, licht en beweging. De straal brak in tientallen druppels uiteen. Lichtval werd een belangrijke meespeler. Samen vormden ze iets wat mijn leven lang heel gewoon is.  Een gevuld glas. Maar de schoonheid ervan, het schouwspel, had ik nog nooit op deze manier waargenomen. Water, koel helder water ontpopte zich tot een schilderij, tot kunst vlak voor mijn ogen.

001water in glas

Het eerste indrukwekkende verhaal van de bijbel, dat ik als kind in de kale kerkbanken hoorde, was die, over de doortocht van het Joodse volk door de rode zee. Het beeld van Mozes die het water scheidde, vond ik zo indrukwekkend en ieder die er doortrok, zo dapper. Hoe gevaarlijk moest dat zijn om een muur van water om je heen te hebben. Muren van water zoals de tekeningen in mijn kleine missaal. Ik wilde dat het waar was, net als een Jezus die over het water liep. Fantastisch, als je dat kon viel er oneindig veel meer te beleven in onherbergzaam land en ongekend leven. Verhalen, waarbij zich nieuwe avonturen ontsponnen in mijn hoofd.

Daarna volgde de marionettenpoppenserie op televisie. ‘Vier veren Waterval’. Nog altijd ken ik de eerste twee regels en de melodie van het openingslied, ‘Vier veren val, mooie waterval’. Wat genoot ik van die pratende poppen met hun naar beneden kleppende kinnebakken. Het waren spannende avonturen over cowboys en indianen en vier magische veren uit een hoofdtooi, die dieren lieten spreken, zoals het paard Rocky en de hond Dusty. Ze woonden bij de stoere sheriff Tex Tucker. Ik was acht jaar. Mijn leven lang heb ik een voorliefde gehouden voor het magische poppenspel, de rivier en de waterval.

016 vijver in de Oude Hortus, Utrecht

Dichterbij was de sloot, aan de Thorbeckelaan , waar de vakantieontspanning was en wij kinderen in de lome zomers onder de pannen waren zodat mijn moeder toch haar handen vrij had.  Daar speelde de onderwaterwereld zich in het klein af. Bloeddorstige taferelen in het vredige groen als vraatzuchtige snoek en baars er hun overlevingstochten uitvoerden, maar ook een wereld van vermaak met de guppen, de kleine bliekkies en de voorntjes. Op het water lopen was allang niet meer alleen aan Jezus voorbehouden. De kleine schrijvertjes en de waterspinnen konden het ook, met het grootste gemak.

078

Op mijn buik lag ik te turen naar de schitteringen van het licht op het water, soms diep en bruin, onheilspellend haast, dan weer licht en lentegroen, ongrijpbaar en doorschijnend. We hengelden met jampotjes in het water en bestudeerden de krioelende inhoud ervan. Kleine dikkoppen, watervlooien en griezelige bloedzuigers tussen het kroos.

foto wiki. Zeeland 1953.

Tijdens de doorrookte verjaardagen kwamen de verhalen los, over de watersnoodramp in Zeeland, waar een boekje van stond in de kast. Door de foto’s van de ellende ver van ons gehouden, net als de afschuwelijke foto’s van de uitgemergelde mensen in de concentratie-kampen uit de oorlogsjaren. Verboden boeken, ongeschikt voor onze onschuldige kinderogen. Ze stonden achter alle andere, maar als letterverslinder had ik ze allang ontdekt. Water, dat huizen kon verslinden en koeien in boomkruinen liet hangen, water dat eigenzinnig overspoelde, zonder dat wij er invloed op hadden. De macht van water.

010.jpg

In de voetsporen van Leonardo da Vinci op de Schilderclub, zijn waterschetsen en onze observaties tot nu toe, kon ik niet anders niet anders dan het waterboek bestellen van Alok Jha. Het belooft wat en staat vol met geheimen en ontdekkingen van dat wat zó in ons dagelijkse leven aanwezig is en nauwelijks tot parate kennis behoort. Water met haar wreedheid en de magische levenskracht en niet te vergeten haar schoonheid vooral. Subtiel maar onmiskenbaar.

 

Uncategorized

Niets is wat het lijkt

De nacht draait en woelt het laken nauwer om mijn benen. Een onrustig gevoel omsluit mijn lijf, het hart klopt overal, behalve op de aangewezen plek. Wakker liggen is een waarachtigheid bij teveel aanvoer van geestelijk overpeinzingen en gedachten. Schrijven is een remedie om een wig te drijven tussen de voortmalende stroom. Het is nog net geen twaalf uur en ik heb een uur geslapen en ben kennelijk de grens van vermoeidheid over gegaan, want ik ben klaarwakker.

Het huis in de Amandelstraat telde drie slaapkamers op de eerste verdieping en een zolder. De laatste was lange tijd alleen in gebruik als opslag. Wij, de vier meiden, sliepen op een kleine kamer. Mijn zeven broers op de grote kamer en mijn vader en moeder op de allerkleinste kamer. Later sliepen zij op de grote kamer achter, want ik herinner me dat ik midden in de nacht met mijn blote voetjes en in doodsangst tevergeefs het grote bed opzocht. Mijn vader zaagde, te doen gebruikelijk, een bos omver en mijn moeder ademde diep in om de teug lucht dan weer met een lage ‘gggggg’ te laten ontsnappen. Er was altijd reuring midden in de nacht.

Mijn ‘bende-van-de-zwarte-hand-angst’ had zich voor eeuwig aan mij geketend vanaf de eerste regel van het boek en zodra de Beatlegordijnen voor het raam werden dicht geschoven en het licht van de lantaarn daar doorheen wonderbaarlijke schouwspelen toverde op de kale muren, kwam ze in volle hevigheid te voorschijn, tevergeefs klopte ik aan bij mijn slapende ouders en hun nachtelijke geluiden. Met opstaande haren in mijn koude nek droop ik af. Allengs werd beer als dekmantel gebruikt. Samen trotseerden wij het gevaar. Hij, met zijn onschuldige berehoofd op het kussen en ik bibberend onder de dekens. Overal waar mijn bed heeft gestaan was beer van de partij. Samen met die wonderlijke angst weken ze beiden tijdens de nacht niet van mijn zijde. Wat één boek al niet vermag.

Films keken we op zondag in het clubhuis, als de magische filmrollen in het gangpad draaiden en het snorren het geluid overstemden. Daar zat de spanning nauwelijks met de boefjes en veel levende Mariabeelden, trouwe honden, deelbaar brood en wat armoe voor het morele besef. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Nee, de film lag niet aan de angst ten grondslag. Zelfs niet aan de kinderlokker op de hoek van Hoge Noord, waar we altijd hard voorbij het braakliggend stuk land voor zijn huis renden.

Tekening  van Jan Rinke. 1914

De oorzaak was de kattenkwaad uithalende Pietje Bell. De dreiging die uitging van de naam van de bende was genoeg om de angst diep te laten wortelen. Die angel is altijd blijven zitten. Alle Pietjes verbleken bij de Harry Potters van tegenwoordig. Oneindig veel meer angst wordt er met beeld en geluid in ontvankelijke kinderzielen gepompt. Als ik al last had van een titel, hoe zal het de rest van de mensheid dan vergaan. Er is een tijd geweest, dat twee nieuwe kinderen op de galerij dachten dat ik een heks was. Zo heeft de man op de Hoge noord zich dus gevoeld. De kinderen hebben er maar een half jaar gewoond. Alles is betrekkelijk. Pietje Bell liet zich niet relativeren. Die blijft met grote regelmaat terugkomen.

Het is zo’n ongerede angstnacht. Ze loeit door elke vezel en schept onrust, haar zwarte hand leunt op mijn hart. Ik hyper naar ongekende hoogten, terwijl ik woel, draai en verstrikt raak in lakens en gedachten. Misschien moet ik als remedie Pietje Bell nog eens lezen, omdat vaker niets is wat het lijkt.