Uncategorized

Niet meer, niet minder

Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. De prijs is lucht te kort, overslaand hart en voldoening. Als ik mijn armen optil, staan mijn biceps in brand. Mijn kipfilets zijn kalkoendijen geworden, ik heb gisteren bergen verzet. Goliath die een reus verslaat, zo voelde het in de vogelvrij verklaarde tuin van de buurman. Alles wat te woekeren viel, deed dat met hoogmoed. Vooral dat laatste. Brandnetel stond in het gelid in de aanslag voor de verdediging. Het terras was schier onvindbaar onder de haastig opgestapelde takken van al even haastig omgezaagde bomen, het hout lag opgestapeld onder de tafel van het ooit zo genoeglijke zitje, verscholen tussen bomengroen en met een lantaarntje te zoeken.

025

Kreupelhout herbergde een kleine flierefluiter, die te snel is voor mijn wakend oog, maar eindelijk vind ik het nest, achter de scheefgezakte ramen van het verguisde huis. De planken vloer ligt vol stof maar meer nog met herinneringen van jaren. Muis heeft zich een ruime doorgang aangemeten in de hoek bij het raam, een villa waardig. Kennelijk  al weer een tijdje onbewoond, want de keuteltjes zijn er niet. Grote lome spinnen, ruw opgeschud, schieten verdwaasd weg, door een sprintje te trekken naar veilige reten en kieren in het hier en daar vermolmde hout. Een grote kever speelt onzichtbaar en schuifelt voort. Het oude huis, waar de tijd stil is blijven staan, een overhaast vertrek, wat vuile mokken op het aanrecht, de schone pannen op de grond een doorgeroeste pijp. Sorteren maar, gasflessen bij het aanrecht, een ouderwetse roestige benzinekan moet met geweld van zijn verknochte vloerstand bevrijd worden. Ik begin in de uiterste hoek en werk me een weg naar buiten. Hopen stof en rommel, aangevreten lappen, pluizige nestresten, bergen notenschillen veeg ik mee met mijn magische stoffertje.

019.jpg

Verstand op nul, eerst de doorgang forceren door de brandnetels heen, dan terras vrijwaren en het zitje. Ik duw een kleine pad het pad af, snoei rigoureus de laaghangende takken, zelfs die van de geliefde rode acer voor een vrije doorgang. De verstilde natuur prikt en slaat terug. Ze zwiept me met haar takken, houdt de te kleine grasmaaier om de haverklap tegen, als ze haar lange grassen vast laat draaien in een verwoede poging om het mes te stoppen. Verwoed ploeter ik door.  Ik analyseer de plek waar ongeveer de overwoekerde vijver moet zijn en zet mijn grashapper langszij in, om het verwilderde pad te vereffenen, dwars door een verstikkend stuk groen van wat eens tuin was. Zwoegend, zwijgend, zwetend klief ik door de dichte muur van gelaten stilte.

022

Onder de verweesde staat komt een prachtig groot terras te voorschijn. In de verweerde kamer blijkt wel degelijk de oude sfeer terug te vinden, aan het verguisde zitje in het struweel is er weer plek voor ruim zes mensen. Er banen zich nu wegen naar toe, alle wegen leiden naar Rome, zolang Rome gelijkstaat aan hemelse vredige plekken. Ze zijn er weer. Het is een lokkertje voor buur. En nu maar hopen, dat de moed niet langer in zijn schoenen zakt, maar dat hij inziet, dat door een middagje het ‘op je heupen’ te krijgen afdoende is om weer een weg te vinden.

021

Een weg naar die zwoele zomerse avonden van weleer, op het terras met een glaasje witte wijn met de bloemen van de Borage erin of de Oostindische kers, met passages uit boeken, gedragen door onze heldere stemmen, met kouten over van alles wat langszij komt, met een beetje wieden en een beetje rooien. Het kleine leven, aangenaam en te omvatten. Niet meer, niet minder.

 

2 thoughts on “Niet meer, niet minder

  1. Prachtig einde van een ‘stevig ploeterend’ stukje. Ik zag het werken en hoorde de stemmen en proefde het ‘leven’.

    Like

Comments are closed.