Uncategorized

Wat rest is ‘hoop’

Er zijn vele soorten tuinen. Ze zijn er strak aangelegd, keurig gecultiveerd, rommelig, verwaarloosd of die, waarbij elk spoortje van groen is vervangen door een koude tegel.  Maar ik ken ook iemand, wiens tuin in de loop der jaren een bosrijk gebied geworden. Het begon met Zwarte Els en drie eikeltjes, die hij vol verve midden op de tuin in de grond stopte. Hoe hij aan zwarte Els gekomen was, weet ik niet meer. Misschien had hij, als notoire morgenster, haar als een straatmadelief bij de vuilnisbak weggekaapt of uit de erfenis van zijn illustere tante verkregen, maar op een dag stond ze met haar wortels stevig in de grond verankerd. Zij werd zijn heilige koe. Niets, maar dan ook geen piezeltje, mocht wijken.

Hij heeft een voorkeur voor verweesde en verguisde planten. Hij sleept ze mee naar zijn paradijs als een ekster de glimmertjes naar zijn nest. Hij koestert ze met grote liefde. Zoekt onmogelijke plekken voor de springerige en onbehouwen groeiende exemplaren. Hij zet steevast een boom met ze op en spreekt er fier en met verve over. Bitterzoet mocht in de wilgen boven het hoofd. Groot hoefblad met zijn robuuste uiterlijk werd met liefde onthaald, ja zelfs de stekelige kaardenbol, die gretig naar blote armen en benen dook, als je er langs liep, kon op zijn minzame aandacht rekenen. De heggenrank werd fluks de heg ingejaagd om zich er doorheen te strengelen met haar sierlijke en ranke bloemetjes en niets ontziende tentakels, zo ook de witte pispotten en de blauwe winde.

0351.jpgGroot hoefblad

Als een vesting stond die heg om zijn hertogdom heen. Iepen, eiken, fluweelbomen, kastanjes en wat er zich verder ook maar tussen wrong, vormden de groene muren. Het schreeuwde om het betere snoeiwerk en ieder jaar reikten de toppen tot ver boven de begrenzing van het ruimtelijk toelaatbare. Hij vond de bosaardbei ongelooflijk lieflijk en de hondsdraf een dankbare bloeier. De Japanse wijnbes, die in ongeleide staat zo overweldigend kan zijn, kwam midden in een perk terecht met nog gerede bloei, als lupinen, vingerhoedskruid, akelei en geraniums. Van lieverlee kleurde ze als alleenheerser prachtig bij de inmiddels welig tierende ooievaarsbek en waren de anderen tot de rand van de tuin verbannen. Laatste vondsten waren de gecultiveerde heermoes, die de wilde in haar kielzog bleek te hebben, de apothekersroos, die vooral op een natuurlijke wijze de ruimte gelaten moest worden. Mispel kwam erbij en appel en peer.

Langs het middenpad heerste het boerenwormkruid, dat vrijelijk zijn gang moest kunnen gaan en daarmee alle regels van het toelaatbare overschreed. Daar was hij volmaakt gelukkig. Hij maaide het gras, zat verscholen achter zijn bosschage en dronk een wijntje bij een goed boek of lag te ronken op het veldbedje, dat het een lieve lust was. Hier en daar snoeide hij zich een doorgangetje als het groen te welig tierde of plantte nog maar eens een witte regen.  Er werd onkruid gewied, literaire verhandelingen gehouden en gefilosofeerd. Van het eetbare werd een onvervalste bostuinsoep gekookt. Het was het volmaakte geluk, geleide chaos. Prachtig en lommerrijk,

050

De klad kwam erin. Eerst door een inbraak in het tuinhuis, dat voelde als een persoonlijke aanval op zijn integriteit, letterlijk een inbreuk op zijn vertrouwen in de mensheid. De kas zoette het leed en daar pompte hij vanaf die tijd elke vezel liefde in. Maar ook dat taande. De bomen werden hoger en hoger, zwarte Els werd breder en breder en het bitterzoet omstrengelde en smoorde met liefde. Bosaardbei en hondsdraf, brandnetel en braam veroverden de lap grond op sluipersvoeten even als het kleefkruid, dat zich van lieverlee bij hen had gevoegd. De apothekersroos ging een verbond aan met de kamperfoelie en de heggenrank had zich met alle boomsoorten in de heg verstrengeld. De heermoes veroverde terrein.

051

Hij is al een tijd niet meer gegaan. Gisteren ben ik gaan vrijwaren. Ik heb een pad op het metershoge gras gewonnen, de kas zaaiklaar gemaakt, het glas van de kas tot doorkijk gepoetst. Mijn laatste pogingen zijn de voorgehouden wortel. Hij stapt er niet in en verschanst zich nu thuis. Wat rest is ‘hoop’.