Uncategorized

Niets is wat het lijkt

De nacht draait en woelt het laken nauwer om mijn benen. Een onrustig gevoel omsluit mijn lijf, het hart klopt overal, behalve op de aangewezen plek. Wakker liggen is een waarachtigheid bij teveel aanvoer van geestelijk overpeinzingen en gedachten. Schrijven is een remedie om een wig te drijven tussen de voortmalende stroom. Het is nog net geen twaalf uur en ik heb een uur geslapen en ben kennelijk de grens van vermoeidheid over gegaan, want ik ben klaarwakker.

Het huis in de Amandelstraat telde drie slaapkamers op de eerste verdieping en een zolder. De laatste was lange tijd alleen in gebruik als opslag. Wij, de vier meiden, sliepen op een kleine kamer. Mijn zeven broers op de grote kamer en mijn vader en moeder op de allerkleinste kamer. Later sliepen zij op de grote kamer achter, want ik herinner me dat ik midden in de nacht met mijn blote voetjes en in doodsangst tevergeefs het grote bed opzocht. Mijn vader zaagde, te doen gebruikelijk, een bos omver en mijn moeder ademde diep in om de teug lucht dan weer met een lage ‘gggggg’ te laten ontsnappen. Er was altijd reuring midden in de nacht.

beerBeer look alike.

Mijn ‘bende-van-de-zwarte-hand-angst’ had zich voor eeuwig aan mij geketend vanaf de eerste regel van het boek en zodra de Beatlegordijnen voor het raam werden dicht geschoven en het licht van de lantaarn daar doorheen wonderbaarlijke schouwspelen toverde op de kale muren, kwam ze in volle hevigheid te voorschijn, tevergeefs klopte ik aan bij mijn slapende ouders en hun nachtelijke geluiden. Met opstaande haren in mijn koude nek droop ik af. Allengs werd beer als dekmantel gebruikt. Samen trotseerden wij het gevaar. Hij, met zijn onschuldige berehoofd op het kussen en ik bibberend onder de dekens. Overal waar mijn bed heeft gestaan was beer van de partij. Samen met die wonderlijke angst weken ze beiden tijdens de nacht niet van mijn zijde. Wat één boek al niet vermag.

Films keken we op zondag in het clubhuis, als de magische filmrollen in het gangpad draaiden en het snorren het geluid overstemden. Daar zat de spanning nauwelijks met de boefjes en veel levende Mariabeelden, trouwe honden, deelbaar brood en wat armoe voor het morele besef. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Nee, de film lag niet aan de angst ten grondslag. Zelfs niet aan de kinderlokker op de hoek van Hoge Noord, waar we altijd hard voorbij het braakliggend stuk land voor zijn huis renden.

Tekening  van Jan Rinke. 1914

De oorzaak was de kattenkwaad uithalende Pietje Bell. De dreiging die uitging van de naam van de bende was genoeg om de angst diep te laten wortelen. Die angel is altijd blijven zitten. Alle Pietjes verbleken bij de Harry Potters van tegenwoordig. Oneindig veel meer angst wordt er met beeld en geluid in ontvankelijke kinderzielen gepompt. Als ik al last had van een titel, hoe zal het de rest van de mensheid dan vergaan. Er is een tijd geweest, dat twee nieuwe kinderen op de galerij dachten dat ik een heks was. Zo heeft de man op de Hoge noord zich dus gevoeld. De kinderen hebben er maar een half jaar gewoond. Alles is betrekkelijk. Pietje Bell liet zich niet relativeren. Die blijft met grote regelmaat terugkomen.

Het is zo’n ongerede angstnacht. Ze loeit door elke vezel en schept onrust, haar zwarte hand leunt op mijn hart. Ik hyper naar ongekende hoogten, terwijl ik woel, draai en verstrikt raak in lakens en gedachten. Misschien moet ik als remedie Pietje Bell nog eens lezen, omdat vaker niets is wat het lijkt.

One thought on “Niets is wat het lijkt

Comments are closed.