Uncategorized

En warme genegenheid schrijft

Gisteren kwam plotseling het verleden binnen stappen. Soms is dat zo. Nietsvermoedend gleden mijn vingers over de rekken met tweedehands kleding in mijn lievelingswinkeltje. Terwijl ik aan het speuren was, hoorde ik Farsi praten. Dat is iets wat vaker gebeurt, maar dan ben ik een toevallige passant, een toehoorder en voel ik me niet geroepen te reageren. Nu herhaalde ik het woord ‘mikonam’ dat de spreker in het gesprek met de man naast hem liet vallen. De spreker keek mij aan en sprak mijn naam met ongeloof in zijn stem. Ineens stond daar die tastbare herinnering. De oogopslag, zijn zachte stem, de onmiskenbare trekken in het gelaat. Tussen de doorleefde jaren vond ik zijn jeugdige gezicht van twintig jaar geleden terug. Hij was een van de beste vrienden van een van mijn vrienden destijds en kind aan huis.

glazen bol.jpg

De laatste tijd gebeurt het vaker, dat ik aangesproken wordt en dat me gezegd wordt dat men mij kent. ‘Ben ik…’ en dan wordt mijn positie van ‘dochter van’ of ‘kind uit die familie’ aangehaald en zijn het mensen van nog veel langer geleden, oude buren, mensen van de voetbalclub van mijn vader, winkeliers uit de straat. Zodra ze weg zijn, na zo’n uitwisseling, gaan de beelden met me aan de haal. Flarden vroeger komen langs en met het denken worden de contouren scherper. Soms kost het moeite in het oudere gezicht dat vertrouwde van vroeger te herkennen. Dan aarzel ik, omdat het plaatje niet past. Met deze man had ik daar geen enkel probleem mee. Naadloos schoven de beelden ter plekke over elkaar heen. Even, heel scherp, was er het verlangen naar die tijd, naar het bijzondere gevoel dat het omgaan met twee culturen met zich mee gaf, het grote nieuwe en onbekende en vooral het ongewisse. Tegelijkertijd kwamen de grote problemen mee, juist door het boeiende verschil en de onverenigbaarheid in mijn positie destijds.

IMG_3742.jpgJill Tytherleigh illustrations

Op een van de familieavonden die we sporadisch hadden, kwam een film langszij van een leven in dat oude Perzië voor het Iran ging heten. Het liet een jongetje zien met knokige knietjes. Hij zat op een binnenplaats voor een uit geel zandsteen opgetrokken huis. De moeder was een stem die staccato opmerkingen maakte. Ze klonken als bevelen. Hij stond op en verloor zich in het spel. Hij had een houtje in zijn handen en speelde vliegtuigje. Zijn machientje vloog rakelings onder het wasgoed door dat er hing en scheerde langs lakens en lappen. Het sonore geluid dat er bij hoorde, imiteerde hij zo goed en zo kwaad als het ging. De moeder bleef ratelen, maar hij was al weggevlogen op de golven van zijn fantasie. Dat jongetje was ooit mijn vriend. Dat kind in hem en het kind in mij verschilden nauwelijks van elkaar.

Heel lang dacht ik dat het mogelijk was. Dat je als mens in staat zou zijn om onderscheid te maken tussen die andere opvoeding en daar boven te staan. De teleurstelling over het idee dat het verschil een keurslijf vormde voor de vrije gedachte, zorgde voor het grote blijvende verdriet en de onmogelijkheid tot vereniging van twee zielen. Het schrijnde lang na.

IMG_2590.jpg Neo Rausch

In die kleine ruimte, met de kleding aan de rekken, de stemmen van de vrouwen die lakens uitdeelden, waar dat nodig was of vriendelijke opmerkingen maakten naar klanten toe, vloog die ene stem met de zachte zangerige woorden, die mooie kant van het verschil, recht mijn hart weer in. We begroetten elkaar en het gevoel was oprecht en wederzijds. De weldaad van een moment dat heden en verleden verbindt en warme genegenheid schrijft.

One thought on “En warme genegenheid schrijft

Comments are closed.