Uncategorized

Straks zal er een antwoord zijn

Het was een bijzonder rare droom en het opmerkelijke was, dat ik hem al eerder gedroomd had. Ik was in een huis, dat qua grootte meer weg had van een museum of een bibliotheek. In de kamer beneden zou het een gemoedelijk tafereel hebben kunnen zijn, als er geen zwarte magie aan de orde was geweest. Ze was niet helend, niet verrijkend maar in staat om alle mooie voorgaande gebeurtenissen en handelingen te niet te doen.  Er waren gruwelijke beelden bij, waar ik langs liep maar letterlijk, ook in de droom, de ogen voor sloot. Die laatste beelden kon ik herleiden uit een recentelijke detective. De magie, waar voortvarende jeugd en ouderdoms-weerleggen in samen viel,  bleef hangen in de ruimte. De onrust broeide in mijn nek, nat en klam. In mijn verbeelding zag ik de net geverfde henna in de haren zich als een olievlek uitspreidde over het witte kussen. Ik schrok wakker met kloppend hart. Dat hart dat het nog steeds niet helemaal naar behoren doet en waar ik maar niet de vinger op kan leggen.  ‘Een bloedend hart’, om met BLØF te spreken

001In de Henna.

Ik verlangde naar een onbezorgde nachtrust. Zo een waarbij de overgang van avond naar ochtend tijdloos verloopt, aan een stuk, zonder de vele onderbrekingen van de laatste tijd. Met of zonder dromen, maar zorgeloos, zonder kwalen. Het hoofd bleef maar registreren qua onvolkomenheden. Dát denken te stoppen. Ik viel weer in slaap, met Poes Pluis vertrouwd en zorgzaam in de holte van mijn knieën.Ik droomde een tweede keer. Over een belangrijke internationale vrouwenbeweging, waar ik niets van af wist. Men keek me bevreemd aan, maar als ik durf te vragen, waar het voor staat en wat de doelen zijn, beamen ze ten leste dat er te weinig publiciteit in Nederland was en dat er meer mensen zijn, die geen idee hebben over de inhoud. We gaan op pad, een publiciteitscampagne. Dik gearmd, vriendinnen. Tot een van de topvrouwen aangeeft het niet meer aan te kunnen, de druk van buiten af is te groot. Ze besluit het leven te laten. Diep bedroefd, maar zusterlijk dragen we het grote verlies. Ik word wakker met de tafel op het netvlies, waaraan het laatst gedineerd is, nu met dochterlief. In het echt met de zussen gisteravond.

carlijn mensBlinde vlekken

Als ik aan het overpeinzen sla en de vrouwenbeweging weer in mijn herinnering schiet, roept het zo’n warm gevoel op, dat ik me moe maar voldaan voel met een randje.  Droom met een boodschap. Alles is te doorgronden als je het ongewisse durft op te heffen door te vragen. Onwetend zijn is niet erg maar doen alsof je het weet, of met stomheid geslagen willen blijven, zorgt voor de blinde vlekken in het hoofd. Het blijven zoeken naar de betekenis, het genuanceerde denken, geeft voldoening. Ineens weet ik waar de droom vandaan komt. Na een overpeinzing over een gesprek met de zussen waarom mensen handelen en wat dat zegt over hoorder en toehoorder, bracht het mij op het thema van de nuance. Daar ben ik mee aan het vlechten gegaan met als resultaat deze mooie beelden en de diepere gedachte. Ze strengelen zich voorlopig voort. Straks zal er een antwoord zijn.

Uncategorized

We komen er aan

Waar het woord het eerst opdook binnen de conversatie weet ik niet. Het had een metaalachtige bijsmaak. Je zegt het en nog eens en weer een keer en het wil zich maar niet voegen naar de geest. Sommige woorden doen dat. Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen de werkelijkheid en het woord. Toch gaan we het doen.

116

Ervaringen van jaren hebben zich geprobeerd te mengen met de vreemde aanduiding. De meest verschrikkelijke ontberingen op kampeergebied hebben zich aan mij voltrokken. De ijzig koude nachten in Denemarken en Zweden uit de jaren zestig. Het legertentje met de knopen en zonder grondzeil, waar het water een weg vond naar de rugzakken en de haastig opgehoogde  en opgetaste kledingstukken. De bloedworst, die naar metaal smaakte met een vampierachtige afdronk. De macaroni met tomatensaus als enig overlevingsmiddel omdat we anders de zes weken niet vol konden maken, die we liftend en eindeloos wachtend doorbrachten in de prachtige natuur en langs de lange, lege wegen. De eindeloze verliefdheid die als een warme deken over alle activiteiten heen lag en waar zelfs de zee vol met kwallen geen afbreuk aan kon doen in het prachtige Arhus. De rode harten die samensmolten in het formica van het meubilair van het gemiddelde wegrestaurant, de grond die zacht werd van liefde, ondanks de dennenkegels en de distels, het stampen van het schip dat in zeeziekte verenigde, samen misselijk, een grotere liefde is er niet.

Of die keer dat we dwars door Spanje heen trokken. Te beginnen bij San Sebastian en te voet en sommige stukken per trein de dorre droogte van het land en de extra rugzak aan hitte  trotseerden. Daar leerde ik olijven kennen in combinatie met de paprika en de knoflook, druipend van de olie, met de smaaksensatie van simpel zeezout en peper. Niets was heerlijker. Alle engeltjes van het luchtruim zweefden over de tong. Honger maakt zelfs rauwe bonen zoet. Geen angstaanjagende blaffende zwarte hond in een van de verlaten en uitgestorven dorpen of het gezoem van de muskieten boven het aardappelveld te Guadelajara, waar we aan de rand de slaapzak hadden uitgerold, konden het eufore gevoel verwoesten. We waren Die Hards in het kamperen.

IMG_9675

Jaren later was er een studiereis voor de drie jongste jongens. ‘Hoe leer ik survivallen ten tijde van luxe en gemak.’ Ik had ze meegenomen naar Italië en ze zwoegden om de haringen niet als kromme staven in de keiharde grond langs de kust bij Genua te slaan. Het zweet droop van de gebruinde koppies. Twee sheltertjes, wat luchtbedden en een beperkte rugzak met kleding was onderdeel van mijn Spartaanse cursus. Als beloning kregen ze de prachtige Duomo, toevalligerwijs in het stralende zonlicht en de godentroon bij uitstek, de voetbaltempel in Milaan op een presenteerblaadje. Kamperen was niet voor watjes, maar voor echte mannen en vrouwen van stavast. Aan mijn opvoeding zou niets ontbreken.

Zo heb ik aardig wat ontberingen doorstaan en tegenslagen getrotseerd. Een heerlijke tijd om op terug te kijken en te mijmeren. ‘Weet je nog…. toen we jong en in de bloei van ons leven….’. Dat was ook de reden, dat ik even moest slikken bij ons nieuwe avontuur met mijn drie zussen. Ondertussen ook kompanen in het overwinnen van malheur. Elke vakantiewoning kende wel een gebrek, maar met het geërfde optimisme van ons aller moeder sloegen we ons er dapper doorheen. Achteraf gaven de ‘beproevingen’ de mooiste verhalen, waar voor eeuwig op te teren viel.

206

Onze volgende onderneming wordt er dus weer zo een. We mogen haar nu al  bijschrijven door de onverenigbaarheid van het woord. De Glamping. Op luxe safari. Tropenhelmen in de aanslag, zaklampen op scherp, muskietennetten laten zakken, trek de kniekousen hoog.  Zeeland…we komen er aan.

 

 

Uncategorized

De volmaaktste schilderijen

Op zijde schilderen, dacht ik dus en had wel wat vraagtekens bij deze activiteit. Ongetwijfeld ook heel kunstig en verantwoord, maar niet mijn idee van het aanbod van de klassieke academie, waar eerder al twee zwoegende tekendagen aan vooraf waren gegaan.

Haha, nee dus, zijde schilderen was letterlijk wat er stond. Het schilderen van zijde, de stof, de textuur. Het zo weten te schilderen dat in een oogopslag duidelijk was,  waarmee men te maken had. De meester had een en ander voorbereid en het opzetten van het paneel was aanvankelijk allesbehalve te doorgronden. Vlakken verf , licht en donker, driehoeken en een foto van wat het worden moest, losse elementen. Hier werden we duidelijk bij de hand genomen om een techniek aan te leren. Daarvoor werd een van de grootste der groten van stal gehaald. Bartholomeus van der Helst met Abraham Del Court en zijn echtgenoot. Het draaide om haar knie. Een fraaie, oplichtende en glanzende, in zijde gehulde, knie. Het fragment, dat we als voorbeeld kregen, was onduidelijk, bijna abstract. Het ging niet om het plaatje an sich, maar puur om de techniek.

foto van Berna van der Linden.Dat wat zijde worden moet…

Hoogglanzende zijde vergt vooral eindeloos geduld. Niet haasten, geen vlugklus, maar kalmpjes aan, laag over laag, niet mixen, maar doezelen en dassen. Pas bij het laatste kwam de beleving. Dat was een tip van de, nu al veel zichtbaar wordende, sluier. Door miniem de kleuren in elkaar te werken met de platte penseel en het daarna nauwelijks te raken met een zeer zacht en rond penseel gaf het een glanzend effect. Bij lange na niet zoals Van der Helst, maar toch voelde het als een klein wonder om die kleuren zo zacht en met het grootst mogelijke effect in elkaar te zien vloeien. Het kleine hoge atelier werd een tafereel van zwoegen en zuchten aan die lange houten tafels, met als beloning de ontmaskering van een belangrijk gegeven. Ineens bestond de wereld uit stof, structuur, plooiend of glad, soepel vallend, stug of krakend stijf. Elke lap was een uitgebreide observatie waard. Overhemden, blouses, soepele broeken zwabberend om een been, klokkende rokken en gelukkig was het zomer en heerlijk weer. De impressie lag voor het oprapen.

505

De kracht van de aandacht.   Later op de dag in de bus op weg naar de stad, stond er een vrouw te wachten, die overduidelijk naar een feestje moest. Ze had een rode lange jurk aan met een geplisseerde rok tot op de opengewerkte schoenen. In haar oren twee grote gouden creolen, om haar nek vergulde glorie. De gouden glitterende armbanden om de rode voile stof van de mouwen klemden een grote imitatie Louis Vuitton vast. Haar haar was opgestoken en de ogen zwaar aangezet. De Zangeres Zonder Naam après la lettre. Ze keek de bus voorbij met stuurse blik. De zwierige voile schreeuwde om een foto, maar haar hele houding vertolkte de aversie. ‘Waag het niet’. Rode voile is geen witte zijde, plissé is niet glad. Er rolde mij een scala aan onbekende mogelijkheden voorbij.

De hele weg bleven stoffen en stofjes me achtervolgen en in het oog lopen. Nu kan ik weer de slaap niet vatten, alleen maar omdat de penseel zacht aan het dassen slaat, op het vermeende paneeltje, zodra ik mijn ogen sluit. Een onstuimige dans van rode voiles met witte zijde in een perfecte match. ’s Nachts schilder ik de volmaaktste schilderijen.

 

 

Uncategorized

Angstige momenten

Bij iedere bos gesnoeid hout die ik van de grond opraapte en dat verbazingwekkend vederlicht aanvoelde, bekroop me de gedachte aan een waterval van de kleine monstertjes. Ze liepen zich vast te verkneukelen op en te verlekkeren aan dat grote bleke vel, een luilekkerland bij uitstek. Mijn hoofd gaf ze een eensgezinde lange rij aan maatjes. Toch had ik er slechts een te pakken of hij of zij  mij. Dat laatste dus.

Het voelde als kriebelen en het was zich net weer aan het nestelen met wriemelende pootjes en probeerde onder de rand van de elastieken band te komen ter hoogte van mijn buik. Pincet ligt tegenwoordig in de aanslag naast mijn favoriete hangplek. Hebbes. Bij kop en kont zou mijn oma triomfantelijk gezegd hebben.

foto van Berna van der Linden.

Ik legde de kleine wriemelaar op een witte ondergrond om van dichtbij te kunnen bestuderen en de lens van de camera vergrootte het hele beestje uit. Alles zat erop en eraan. Ik kan me niet heugen ten tijde van mijn oma ooit door een teek te zijn overvallen. Toen hadden we oorwurmen als engerds en  we waren er heilig van overtuigd dat die maar een doel hadden. Regelrecht je oren in. Dan zouden we zo doof worden als opa en dat wilde je absoluut niet. Angst en ontzag hadden zich samengebald. Bij elke doek die je pakte, eerst schudden, anders waren de rapen gaar. Teken zijn de nieuwe belagers van deze tijd. Ze scharen zich, wat mij betreft, in het rijtje van de mug, de wesp en de daas. Ik zie ze liever gaan dan komen. De laatste drie tuindagen was het bingo. Ergo, teek heeft zich een aardig kostje ingekocht heden ten dage.

Ik heb een grote liefde voor insecten en deins nergens voor terug. Ik hou van hun aparte kleuring, hun prachtige tekeningen, hun kunstige facetogen en zie dan ook vaak alleen de glanzende schoonheid van hun bestaan. Nergens deins ik terug bij spinnen, kevers, torren, mieren, duizendpoten, of vliegende schoonheden als libel, vlinder, motjes. De vliesvleugeligen, de, al dan niet, geleedpotigen, kunnen me allen bekoren. Een van onze mooiste projecten was er een van Reinhard en de waterjuffer.

Het jongetje, wiens slaapkamer we hadden nagebootst op het Robbeneiland sliep met een vliegenmepper en een spuitbus op zijn nachtkastje en werd door een waterjuffer meegenomen naar het rijk der insecten, zoals de kleine Erik uit het insectenboek van Godfried Bomans meegetroond werd. Wat volgde was zes weken lang de meest prachtige avonturen in het levendige ondergrondse bestaan. Toen het project klaar was, was er geen kind meer, die nog ooit naar een spuitbus grijpen zou. Ze waren diep onder de indruk van de levens van al die kleine wriemelaars. Dat is het gevolg als iets betekenis krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor erik en het kleine insectenboek

De wandelende takken, die ik op mijn armen liet dansen en die bewondering oogsten voor hun prachtige gestroomlijnde kunstje, namen gretig aftrek. Dat wilde iedereen wel op de eigen armen proberen. Dat slakken kunst kunnen maken is een vast te stellen eigenschap. Iedere ochtend liep iedereen om het hardst om te kijken hoe de sporen getrokken waren in de dauw van de vroege ochtend en welk patroon dat gaf, om het na te bootsten met sterke witte lijm en ecoline.

Ik ben blij, dat ik teek niet tegen kwam in die dagen, want ik had ze moeten waarschuwen. Het blijft een mooi geval, met dat grote ronde achterlijf en de kleuren en ik had hem graag met mijn kleine observators uitgebreid willen bekijken onder een vergrootglas. Alleen te bedenken dat hij een ziektedrager is, is minder en maakt hem tot verguizen. Door er laconiek mee om te gaan, wordt in ieder geval de druk van de ketel gehaald, want ik weet niet wat erger is. De panische angst of het dier zelf. Puntig pincet in de aanslag en met marker een kringetje rond de plek. Daar haal je zekerheid mee en dat scheelt een hele hoop angstige momenten.

 

 

Uncategorized

Een mooiere uitdaging is er niet.

Niets om wakker van te liggen en toch….Ongeklaarde klussen doorwasemen gedachten en loeren op het moment van het in slaap vallen. Ze springen te voorschijn en dringen de gerafelde eindjes op, waar nog heel wat aan te breien valt. ‘Nanananana’ ‘Je wilde nu toch al niet slapen?’

002Losse eindjes

Beneden rijden afwisselende plukken geslaagden langs. Met vlag en wimpel, die lang en breed te wapperen hangt aan de voorgevel of van het balkon af, geslaagd. Ze joelen, vertellen elkaar anekdotes, daveren lachsaldo’s de nachtelijke stilte in en alles met een te luide stem, zwijmelend en rooskleuriger door de alcohol. Het einde van een schooltijdperk moet ruim gevierd worden. Ik kan me vaag iets herinneren van het wachten buiten bij de Ludgerusschool in Zuilen. Geen idee waarom juist daar, want onze school lag aan de andere kant van de wijk tegen de Vecht aan. Misschien had ik een herexamen of moesten we daar het mondeling doen. Zelfs de bijbehorende euforie die er ongetwijfeld was, bleef me niet bij. De school waar ik vijf jaar vertoefde, had me eindelijk weer vrijheid geschonken. De hele periode was een rollercoaster aan gevoelens. Heen en weer geslingerd tussen zelfacceptatie en verachting denderde de kennis erover heen. Alleen in muziek en Nederlands kon ik wegvluchten. Teken aan de wand, wat er pas veel later weer uitkwam. Het dagboek bracht soelaas. Daar kon ik veel in kwijt.

Facebook wordt overspoeld met geslaagden evenals Instagram en App. Meestal in drie of viervoud als ouders,opa’s en oma’s ook de telgentrots delen. Op twitter blijft het verdacht stil. Verkeerde doelgroep. Gelukkig maar. Ergens moet een oase van stilte zijn om even adem te halen en de wereld als totaalbeeld voor te stellen. Mijn hart ligt ook bij de minder gelukkigen, die met een her eindigen of erger nog, gezakt zijn. De herren vallen tussen de wal en het schip. Die moeten nog een keer flink aan de bak, maar er gloort hoop. Zij, die het niet gehaald hebben verdrinken in de troosteloze gedachte van nog een jaar verstoken zijn van de vrijheid en bijten zich een weg door de zure appel heen, dwars door al het geslaagde verbale geweld van de bijbehorende toeters en bellen. Er zijn momenten, dat je wilt dat de grond zich opent als de grot van Aladin, opdat je erin verdwijnen kan, hoofd op de knieën, handen voor de ogen. ‘Ik ben er niet, ik ben er niet en nee, geen pijnlijke antwoorden op voor de hand liggende vragen.’

foto van Berna van der Linden.Kwetsbaar.

Ooit ben ik tot op het bot vernederd, toen ik terug werd gezet halverwege het jaar, vlak voor de kerstvakantie. Ik weet niet wat erger is, blijven zitten of dit. Uit de groep geplukt worden waarmee je al vier jaar lang optrok en jezelf terug vinden te midden van een vreemde klas met een totaal andere dynamiek. Het betekende, dat ik voorstander werd van een systeem zonder zitten blijven. Al vroeg begreep ik, dat het mogen volgen van eigen ontwikkelingslijnen het hoogste goed was. Een diplomaloze maatschappij leek me het ultieme paradijs. Geen wedijver, want geen verliezers en geen winnaars, maar iedereen in de kracht van de eigen kwaliteiten. ‘Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.’

Het is goud in de handen van elke opvoeder, die weliswaar grenzen stelt maar het individu niet uit het oog verliest en mee wil nemen op een eigen ontdekkingstocht naar zichzelf. Los van het feit dat je in de gangbare modus teleurstellingen moet leren incasseren. Daar zijn andere wegen voor. Teleurstellingen ombuigen in mogelijkheden. Een mooiere uitdaging is er niet.

 

Uncategorized

Bewolkt land

Met het thema water namen we na Leonardo Da Vinci een diepe duik tussen de waterlelies. Het kan erger. Wat een fantastische beperking legde Monet zichzelf op door van het kleurenpalet alleen de cadmium pigmenten te gebruiken. Als fervent gebruiker van het klassieke rijtje van de gebrande Sienna, de Omber en de Oker betekende het een nieuwe wereld die zich onder mijn penseelstreken openbaarde.

Op mijn queeste naar de bloemrijke watervallen van Giverny kwam ik niet veel verder dan plukken witte waterlelies en de prachtige gele plomp in de oer-Hollandse sloten  majestueus tussen het prachtige groen van de grote wasachtige bladeren. De vijverpartijen vond ik bij het kasteel Haarzuilens, waar de mevrouw achter de kassa stil viel, toen ik haar vroeg of er ook vijvers à la Monet aanwezig waren. ‘Nou ja, of er ook bruggetjes te bewonderen vielen en waterlelies en zo.’ Ze wist het niet zeker.

027

‘Waar je met je neus bovenop zit, ga je meestal aan voorbij’, bedacht ik me. Het was niet erg. Het kasteel hoefde even niet en ik had zeeën van tijd. De oogst aan Giverny was mager, maar een mooie compositie lag er voor het oprapen met prachtige treurwilgen en bruggetjes, precies als die waar Monet van dromen kon. Geen zon helaas, dus onpeilbare donkere diepte, waar het licht subtiel ruimte schiep. Een van de grote vijvers was bedekt met het kroos, groener dan groen en een prachtige omlijsting voor de witte zwanenfamilie die ik er vond, waarbij pa zich opvallend koest hield. Dat had ik ooit wel anders mee gemaakt.

061

Zo kalm als de zwanen, zo kalm leek het kleurenpalet. Ik schoot wat foto’s en aan de hand daarvan ontdekte ik ’s avonds dat kijken en kijken nog altijd twee is. Ik struinde het park door en genoot van de grijzige stilte, van het rosarium aan de voorkant met haar priëlen en verstilde cherubijnen. De enige wandelaars waren een handvol toeristen, waarvan vooral de Japanners met selfie-stick en in allerlei mogelijke posities uitgebreid een poging ondernamen om alles vast te leggen. Er liepen opvallend chique geklede gasten rond en aan de aankondigingen te zien, bleek er een bruiloftsfeest te zijn. Dat verklaarde veel. Daarom werd ook het kleine paviljoen buiten de muren van het kasteel nijver in gereedheid gebracht. Alles is te koop behalve de zon, schoot me te binnen terwijl ik naar de grote opengeklapte parasols keek. Ze zouden als regenschermen dienen.

068

’s Avonds kregen de opgedane indrukken gestalte met het opzetten van een achtergrond, van bovenaf naar beneden in een verloop van ‘donker naar licht. Daar paste de authentieke klassieker van de grote vijver van het kasteel makkelijk in. De streken werden als vanzelf haast doorschijnend, van een pastelachtige teerheid. De kleuren lokten elkander tot dat zachtaardige verloop en eigenlijk was ik overrompeld om wat zich voor mijn ogen en onder mijn handen voltrok. Daar ontworstelde zich aan de eerste opzet een Franse tuin met haar schaduwspel in tere tinten in een overvloed aan zachte rozen, gelen, blauwen en violetten. We waren aan het oogsten. We plukten de vruchten van de heldere pigmenten.

070.jpgdetail

Ieder van ons was verbaasd over het effect van het werken met de restrictie. Geen tranendal maar een kleurexplosie. Wat een mooie opsteker. Frans licht op de grijs/groene somberte van een bewolkt land.

 

 

Uncategorized

De combinatie bleek onsterfelijk

Ellie Schmitz schreef in haar blog over de Sacramentsprocessie. Dat wandelt al weer een aantal dagen met mij mee en steeds weer krijg ik een flashback van het begin van de jaren tachtig. We gingen in de vakantie naar Hombourg. Een dorpje in Wallonië, waar een groot huis van de Paters uit Limburg als onderkomen diende voor ons met dochter, hond lazy en familie en vrienden van de Oude. Bij elkaar waren we met zo’n 20 mensen en dochterlief was tot dan toe het enige kleintje.

lazy in hombourgLazy in Hombourg

Het was een bijzonder samengeraapt stel van zeer uiteenlopend pluimage. We waren jong, creatief, ondernemend en hielden wel van een gebbetje. De wijn en het eten hadden een bourgondisch niveau bereikt, de maaikersen vielen als rijpe appelen van de takken in de boomgaard en het leven bestond uit picknicken, kampvuren aanleggen, lange wandelingen door bos en beemd en strooptochten op de vuilnisbelt een dorpje verder op. Het leven lachte.

hombourgVrije expressie te over.

Op een van die verstilde zondagmiddagen hadden we het plan opgevat om rond de berg te trekken en zo weer uit te komen bij onze residentie. Daarvoor moesten we een deel door het dorp met een paar kroegen en een kerk, een kinderspeeltuin bestaande uit een schommel en een wipkip. Verder herbergde de hoofdstraat een bakker en een winkel van Sinkel, waar alles te koop was, maar vooral diende om het Frans te oefenen. ‘Wat is aansteker ook al weer…’De mevrouw achter de toonbank keek dwars door ons heen. ‘En gist, wat is gist dan’. Ze keek omhoog en weg, maar gaf geen antwoord en wachtte tot wij met iets kwamen wat er op leek om dan haar schouders op te halen en ons verder te laten soebatten. Nee, heel coöperatief was men in het dorp niet als het op Hollanders aankwam. Plus léger en levure leerden we, doordat er altijd wel iemand bij zat, die het licht had gezien tijdens de Franse lessen op school.

Er was een samenloop in het dorp. Bewoners liepen uit, kinderen stonden langs de kant met opgewonden snoetjes en zwaaiden met hosanna takken. Hier liepen de priester en zijn engelen in de mottige gewaden van weleer met kransen om het hoofd en het groen in hun hand, terwijl de wierookwalm bij vlagen onze neusgaten bereikten. Nostalgie vermengde zich met rebellie, waar het opgelegde verleden weer boven kwam drijven. Schamperende opmerkingen tot uitlachen toe, waar de plaatselijke historie en Folklore als een in ere gehouden levend bewijs langs ons liep. Vooral de engel met de mottige vleugels moest het ontzien. Wat een gotspe, deze poppenkast, vonden sommige van ons.

Barokke monstrans uit 1773, St-Gerlachuskerk, Houthem

Ik was, diep van binnen, geroerd. Hier liep mijn verleden in volle glorie, herinneringen werden aangeraakt. De communiejurk met de grote kraag van tule en kant door ons alle vier gedragen, de opwinding en trots, zo klein als ik was, om in de buurt te mogen lopen van het Heilige der Heilige. De Monstrans, die de priester met zich meedroeg, blikkerde goudglanzend in de zon. Ik wist mijn broers als misdienaars in de buurt. Wat hadden we veel toeschouwers. Er werden vast en zeker psalmen gezongen, maar die ebden samen met de betekenis weg boven mijn hoofd. Wat bleef waren de mooie melodieuze klanken, die dribbelvoeten plechtig droegen en het gevoel er toe te behoren.

Ik ontwaakte uit het verleden toen de groep aanstalten maakte om verder te trekken. De hele week hadden we pret om de mottige vleugels, die bij ieder woordgrap om de hoek kwamen kijken. Het werd een top vakantie, waaraan het Vermeende Rijke Roomse Leven bijdroeg omdat schandalen regelrecht in het Heilige der Heilige besloten bleven, tot de beerput decennia later open ging. Hombourg en de vreemde vogels verdwenen nimmer meer uit de gedachte. De combinatie bleek onsterfelijk.

 

Uncategorized

Avontuur voor het leven

Luid toeterend trekken de bussen op. De kakofonie aan geluiden van de achterblijvers trekken een muur van geluid op in de straat, tot aan het raam van mijn slaapkamer toe, tweehoog van de maisonnette. In een oogwenk neemt de ruis af en raast het autoverkeer weer in een lint achter de twee bussen aan, die hen het doorrijden belemmerd hadden. Ouders haasten zich naar huis, groep-achters die mee stonden te joelen en te juichen zijn in het niets opgelost achter de bomenrij en peuters in buggy’s krijsen niet langer. Alsof er een groot vlakgom over het plaatje heen is geschoven. Wat naar school moest, richting park, wat naar huis ging, richting woonwijk en de stilte keert weer.

School gaat op kamp. Even daarvoor. Zenuwachtig roepende kinderen, rugzakjes met proviand, begeleiders, oma’s en opa’s, vaders en moeders en opgewonden kinderschaar. Joelend, duwend, trekkend, de uitdaging van het vreemde. Spanning is voelbaar en mijn blik stijgt van het plaatje op de grond mee met het gejoel de lucht in en droomt weg. De Overkant, die nooit op schoolreis ging maar op kamp. De onderbouw een dag, de midden-en bovenbouw een halve of hele week ooit, later ieder de helft.

005Liesje Herfstbriesje

We schrijven een willekeurig begin van een schooljaar in de goede oude tijd. Vier weken lang was er in de onderbouw een spannend verhaal opgevoerd. De diepvriesdames van Annie M. G., het Schaduwrijk, het land van Kijk-je-Rijk met de zuchtende koning en zijn verdwenen dukaten, Kwasiba, over een Afrikaans meisje, het Sprookjesboek en alle verdwenen hoofdpersonen  los in het bos, de avonturen van Liesje Herfstbriesje, de avonturen met de hoofdfiguren uit ZieZo, Dikkertje Dap en de Spin Sebastiaan, juffrouw Helderder en Aagje, Mol en de sleutel van de schatkist, Pollonia de heks.

De ultieme climax, de onthulling van een spannend avontuur vond plaats op het ‘kamp’. Daar kwam alles weer op zijn pootjes terecht, maar alleen met behulp van de kinderen. Die waren de sleutel tot de oplossing van welk probleem dan ook. We deinsden er niet voor terug om het bos een ware metamorfose te laten ondergaan, compleet met natuurveranderingen. In een mum van tijd waren we in een landschap van ijs en sneeuw, in het oerwoud of onder water. Lagen er draken of nijlpaarden in het bos, zat de giraffe van Dikkertje dap in de boom en dorst niet meer naar beneden, veranderde de bosweg in het Afrikaanse landschap waar Kwasiba water moest halen, regeerde het afval in het land van Kijk-je-Rijk en viel er totale duisternis in het Schaduwrijk.

Er was niet voor niets bewust gekozen voor het begin van het schooljaar, waar de groepen nog aan het zoeken waren naar de groepsdynamiek en de kinderen elkaar leerden kennen in de probleemstellingen als het op samenwerken aan kwam door een lijn te trekken, door het omgaan met verschillen, als elkaars kwaliteiten duidelijk werden. Er was drama, muziek, dans en hele verkleedpartijen, spel en beeldend, catering in het thema, kluiven bij oer, gifgroene soep als heksenbrouwsel, Afrikaanse pannenkoekjes en eten met de vingers. Maar bovenal was er de beleving en de spanning, de ontlading en de opluchting, het feest aan het eind van het avontuur, hoofse of hossende dansen en gegiebel.

Terug in de auto’s van meedenkende ouders en heel veel helpende handen en de blik op een onvergetelijke dag was de dankbaarheid navenant. Wat een top ervaring. Geen onvertogen woord, (bijna)altijd mooi weer omdat de zon gebeld was en een prachtig einde aan het heerlijke ontdekken van de weken er voor. De kroon op het werk. De onderbouwkampen waren een afspiegeling van de grote kampen in de latere bouwen en volgden hetzelfde concept.

Kant en klare pretparken en dierentuinen zijn zegge en schrijve twee keer te beurt gevallen en waren qua doel en sfeer van een totaal andere discipline. Het echte avontuur lag daar, in de bossen van Zeist in de muffige padvindershutten, met een omgeving die dankbaar mee bewoog met het grote Avontuur. Vol verwachting kwam, zag en overwon de groep het probleem. Voor eeuwig werd er een nieuw hoofdstuk bijgeschreven en in de rugzak gestopt. Indringend en onuitwisbaar, een avontuur voor het leven.

Uncategorized

Dan valt het doek

Het is een vroege zaterdagochtend. In het kleine inhammetje in de gang is een geïmproviseerde wachtkamer gemaakt. Er staan drie gewone stoelen en daarachter, aan elk oog ontrokken, hangen een zestal klapstoelen aan een grote haak. Aan de overkant van deze ‘mini zijbeuk’ zijn dichte deuren. Af en toe gaat de dichtstbijzijnde open en valt het steriele licht van de onderzoekskamer binnen.

Vlak voordat we er zijn aangeland, horen we een geweldig gekrijs en het protest dringt tot in elke vezel door. Een vader en een dokter in spé proberen een jongetje van een jaar of acht in alle toonaarden te bewegen, mee te gaan naar de onderzoeksruimte. Hij gilt het uit. ‘Nee, nee, nee.’ Uit zijn gekrijs vallen woorden als ‘Naar huis, ga niet, wil niet, naar huis.’ Een mantra van verzet. Hij kijkt niemand aan, helt wrokkig en gespannen over naar links en probeert zijn afgewende hoofd zo ver mogelijk uit de buurt van vader en dokter te houden.

Als de oude naast hem gaat zitten, probeert deze nog een gesprek aan te knopen. Begint over zijn eigen ogen en hechtingen, stelt onschuldig lijkende vragen, maar het jongetje zuigt, in zijn wrok, elke valkuil op. Hij wil niet benaderd worden en zeker niet vriendelijk. Zijn gemoed is met gewapend beton ommuurd. Er valt niet doorheen te komen. Zijn dikkige lijfje blijft gespannen. Pas als zijn vader beloofd, dat hij met de rolstoel naar de kamer wordt gereden, wil hij meewerken. In de tweede kamer achter de dichte deur staakt het gekrijs en gesnik. Boven alles wint het gemak het van zijn angst.

Aan de overkant zit een man uit Mijdrecht. Zijn chauffeur zou een zoon kunnen zijn. Zelfde mond, zelfde ovale vorm van gezicht, een oog matcht. Het andere is bij de vader afgeplakt met een dik verband en een harde plastic doorzichtige kap. Hij wrijft zijn grote handen ineen. Tuindershanden, denk ik. Een veldwerker, verraadt zijn verweerde buitenkop. Zijn stem scheurt de stilte uiteen en openbaart de dove binnenkant van zijn oren. Als de zoon een opmerking maakt over het voor hem zware jaar, valt de ernst van zijn opmerking weg in het dwingende en opeisende gesprek tussen de oude en de vader. Beiden zijn gewend gehoord te worden. De zoon doet er het zwijgen toe en mompelt soms nog ja en nee.

Dan wordt er een vrouw binnen gereden door een lid van de brandweer van het ziekenhuis. Ze wordt met rolstoel en al naast me gepoot, krijgt het zuurstofkastje aan haar voeten. Ze zit voorover gebogen met het afgeplakte oog en een zuurstofslangetje in haar neus. Ze heeft een plastic tas in de handen en rommelt erin, haalt er af en toe een brief of een kaartje uit, rommelt, kijkt met het linkeroog dicht op het drukwerk, zucht en rommelt verder. Zo verdwijnt ze in zichzelf. Haar haar hangt als vettige coulissen langs haar gezicht. Af en toe zucht ze en strijkt met een vrije hand haar vermeende zevertjes weg.

023Pierebadje Noorderbad

We praten over zwemles. De aanleiding is het vele water in de polder en dat zwemles onontbeerlijk is. De vader vertelt over zijn capriolen aan de haak. We knikken instemmend, daar hebben we allemaal aan gehangen. De oude peinst, ik zie het aan het levende oog. Omdat de vader spreekt over een hengel, denkt hij aan een vishengel en kan het niet rijmen. Als de haak gestalte krijgt, daagt het hem. Opluchting en herkenning.

Zwembaden uit een grijs verleden trekken voorbij, de oude vertelt van Zwembad de Kikker en het zwemmen in koud natuurbad. De vrouw heeft tot dan toe nog niets gezegd en is verder blijven rommelen. Als ik het Noorderbad noem, veert ze op, bijna vief onder de omstandigheden. ‘Daar zwom ik altijd’. De woorden murmelden opvallend helder achter het gordijn. ‘Mijn eerste vriendje is daar verdronken’ Groot lief en leed in één zin verpakt. Ze zegt nog: ‘De jongens en de meisjes waren gescheiden.’ Dan valt het doek.

Uncategorized

De hiërarchie van het verleden

Met vriendin naar Parnassos. Een voorstelling met de intrigerende titel ‘The Dark Shades of Light’ gespeeld door Clownsspirit Productions. We volgen mijnheer de Wit als hij zich bevindt in de tussentijd van leven op dood. In vogelvlucht trekt zijn leven aan hem voorbij, terwijl zijn veerkracht terug komt en leven in hem vloeit. Hij maakt een vreugdesprong van geluk.

039

Wat is er doder. Het leven op aarde of dat in de tussentijd. Onder hem opent het wolkendek en wij kijken mee naar beneden, reizen met hem terug naar de diep tragische omstandigheden, waar hij zichzelf ten leste in herkent. Dwars door de verschillende verhaallijnen loopt zijn leven in een fractie van seconden, die, voor ons zeker, uren lijken te duren, Of nee…Een leven lang.

054 Een blik op het verleden, heden en de toekomst.

Het voert langs oorlogstijd en haar verschrikkingen, het regime van nonnen in weeshuizen, de valer wordende kleuren van een ooit zo’n bloeiende liefde, de ouderloosheid van een kind, de kinderloosheid van de ouders, de vreugde om een nieuw leven, het gebrek aan vreugde in het leven en de verstikkingen van het doodse bestaan op aarde. Lichtwieren waaien in een absurdistische voorstelling door leven en dood heen, licht en vrolijk. Ze steken de draak met de serieuze ondertoon, nemen de valkuilen met het grootste wapen dat er is, de liefde en de humor, de lichte kanten van het bestaan. ‘Wie licht geeft, zal langer branden’, zeg ik nu, in een variatie op een zinsnede van een Auschwitz-overlevende Viktor Frankl op de aankondiging, die luidde: ‘Wie licht wil gaan geven, moet het branden verdragen’. Waarop mijn branden licht draagt en die van hem diepe duisternis.

De ‘Yiddische liedele’ klinken zoals het hele Joodse volk geleden heeft in die donkere periode, een mijl op zeven ver weg, maar nooit vergeten. De variatie in muziekstijlen zorgt ervoor dat de aangeduide perioden in volle glorie blijft hangen. In de groef van een triomfantelijke Piaff, met het hoofd in de nek, tot een bijtende rap vol levensvragen.

Het lijf deint mee op de klanken en hangt ademloos tegen het spel aan. In twee uur lees ik een boek uit, zie ik een film voorbij trekken, voltrekken zich de levens van de moeder, de kampcommandant en Mijnheer de Wit en dat van mij. Betrekkelijkheid, het belang van het maken van keuzes, het gewicht dat telt. Ik ben ontroerd en geroerd door het spel. Hun allergrootste kracht is de woordloosheid. We worden met stomheid geslagen en omhelsd

Mimiek , ogen, elke grimas, het lijdzame lijden worden subtiel uitvergroot. Daarmee raakt het het hart des te meer. Geen van ons drieën heeft moeite met de voorstelling en even zou ik willen dat ik de ogen had van jeugd. Hoe zien zij de verhaallijn, waar een ongekende en nooit gehoorde oorlog in meespeelt. Als ze afgaan op de muziek, valt er veel te weven.

Even ben ik weer terug in de dagen van weleer, een optreden. Ik word wakker op het podium, de lichten, de ogen van het publiek die ons nauwgezet volgen, de weg ebbende muziek, onuitputtelijke energie tot aan het laatste applaus, de triomftocht terug naar de kleedkamer en het eufore gevoel betekenis te hebben gegeven aan zoveel mensen. Een diepe buiging en weg is de droom. Net als het leven van mijnheer de Wit.

041

 

Als we de trap aflopen in het gebouw van de Rijks HBS trilt de hiërarchie van het verleden ten volle door.

Uncategorized

Het allergoudste goud

‘Stilstaan bij je gedachten is vooruitgaan in je denken’ is de titel van een blog van Elke Wiss, oprichter van de ‘Denksmederij’. Die naam is een gouden vondst voor een filosofische blog.( http://www.denksmederij.nl ). Gedachten smeden, aaneen smeden, nieuwe gedachten oproepen, oude verbinden.’ Je moet het ijzer smeden als het heet is’ oreerde mijn opa in een totaal ander verband. Dat gaat bij het filosoferen over de aard der dingen als vanzelf. Als je de tijd neemt te luisteren, kust de ene gedachte de andere wakker. Gedachten als Doornroosjes. Het ommuurde woud van stekelige doornen slechten zodat je als vanzelf bij de kern komt.

34675012_10212619364819193_5700394497783889920_n

De blog gaat over een filosofiegesprek en het thema ‘tijd’, waarbij in aanvang, men over elkaar heen rolt om de haperende spreker aan te vullen en te helpen. Elke wijst hen op het luisteren naar elkaar, elkaar de tijd gunnen om te mogen denken. Hoe vaak komt het niet voor dat onze gedachten als hazen te voorschijn springen en met ons op de loop gaan in hinkstapsprongen. Vergeten is de authentieke gedachte van de ander, wat telt is onze eigen waterval aan ideeën en intervallen. Rucksichlos dendert Haas als het witte konijn uit Alice in Wonderland voort.

time warpedTime Warped: Claudia Hammond

Gisteren was ik met oude vriend in het ziekenhuis ter controle. Ademloos, woordeloos ook, volgde ik de capriolen van de arts. Het apparaat voor het meten van het zicht en de oogdruk stond klaar. Er was een lade met verschillende imposant gekleurde oogdruppel-pipetjes. De oude zat in de stoel. Ik twee stoelen terug bij de deur. Dat maakte me toehoorder van buitenaf. Ik kon de samenspraak goed volgen, omdat ik letterlijk en figuurlijk een buitenstaander was. De oude grapte zijn zenuwen weg in een waterval aan geestige opmerkingen. Als de arts iets opmerkte, sneed zijn eigen verhaal er dwars doorheen, gefocust als hij was op het vertellen van de clue. Zonder clue geen grap.

img_4460 Meetapparatuur.

In mijn schoenen krommen mijn tenen zich plaatsvervangend. In de auto durf ik erover te beginnen. Ik wil het niet als kritiek brengen, maar als overpeinzing meegeven. De inleiding gebeurt met schroom. Hij hoort mij aan, nu wel zwijgend, graaft in zijn gedachten en komt met het feit dat een andere gemeenschappelijke vriendin ooit hetzelfde heeft gezegd. Het is dus een opvallende terugkerende eigenschap. Op mijn vraag of hij het herkende, de situatie terug kon halen, schudde hij zijn hoofd. Nee. Het was hem totaal niet opgevallen. In het vuur van zijn verhaal werden dergelijke details weggevaagd. Het doel, de geestige clue bereiken, was hetgeen dat telde en dat was gelukt. Met roeien en ruiten dwars door het advies van de arts heen.

zjeraartHet hoogste woord…

Mijn aarzeling hem er opmerkzaam op te maken, gold mijn angst voor het begrenzen van het ongedwongen woord. Zodra je je bewust wordt van iets, kan het een krampachtige situatie opleveren, dat bij een volgende keer belemmert, waar hij nu de totale vrijheid voelde. Dat wil je eigenlijk niet. Het doel heiligt de middelen. Die arts heeft iets te zeggen, dat vele malen belangrijker is dan het wegvluchten in geestig jargon. Richtlijnen waar voordeel mee te behalen valt. Dat laatste wil ik hem niet onthouden. De oude blijft zwijgen en denkt na. ‘Stilstaan bij je gedachten is vooruitgaan in je denken’.

Als ik, los van het gesprek van de blog van Elke, er mijn gedachten over laat gaan kom ik tot een conclusie, die men vroeger uit en te na voor het voetlicht bracht. Ook toen wist men het al en de volle betekenis van de spreuk dringt tot in elke vezel door. Spreken is zilver, maar zwijgen is vaak van het allergoudste goud!

 

Uncategorized

De hoogste tijd

Gisteren kreeg ik de opdracht van zoonlief om even langs de grootgrutter in huishoudelijke apparaten te trekken ten einde de waterkoker terug te brengen. Ze is al een paar jaar in ons bezit, maar er is aan dit serienummer een mankement vastgesteld aan de greep. Het fijne weet ik er niet van, maar we mogen haar omruilen. Zodra ik zo’n winkel binnen kom, heb ik maar een doel. Hoe kom ik er zo snel mogelijk weer uit. De locatie was helemaal een brug te ver, want deze winkel bevond zich op het, in een aanval van voorzienigheid gebouwde, grootsprakerige ‘The Wall’. De Whintonlaanversie was ten onder gegaan naast het ultramoderne nieuwe van der Valkhotel.

The Wall in aanbouw op 18-3-2009Foto: Wiki

De enorme ruimte op het parkeerdek zou een perfecte plaats kunnen zijn voor een nieuwe misdaadroman. Het is er enorm met relatief weinig volk. De winkels liggen op de begane grond en daar moet je twee winderige roltrappen voor af. Ik begreep ineens, waarom de sleutel tot succes was uitgebleven. Na een troosteloos faillissement van een enorme sportwinkel vond ik de ingang.

Ik hecht aan apparaten en zeker als die dagelijks in het gebruik zijn. Had ik eerst mijn blauw gespikkelde emaille ketel, die braaf haar werk deed en waar ik maar met moeite afscheid van kon nemen, nu was haar rode ‘elektrieke’ collega aan de buurt.

buisman

Met haar overtuigende, glimmende karakter, haar design uiterlijk, haar opgepoetste glansrijke voorkomen kwam, zag en overwon ze. Ze was er voortaan de oorzaak van dat ik des morgens een heerlijke kop koffie kon drinken en dat is heel wat waard in een mensenleven.Sinds jaar en dag ben ik, tot gruwens van de echte Barista’s toe, een oplosdrinker. Nadat mijn geliefde merk door de Lidl uit mijn leven werd gescheurd, vond ik weer een nieuwe met een nostalgische naam. Ze doet in geen geval meer denken aan de kleine Buisman, waar ik vroeger een schep van bij de koffie placht te doen, maar het schept een band

Ik ging net naar beneden om, vanwege de warme loden zomernacht, een karnemelk in te schenken en de leegte op mijn keukenkabinet overviel me. O ja, de waterjuffer had ik teruggebracht naar de winkel met haar glanzende en voor sommige mensen verleidelijke waar. Een nacht moest ik overbruggen eer haar evenknie zou worden bezorgd aan huis. Het blauwe emaille keteltje stond nog in de kast. Niets weerhield me om haar te voorschijn te halen, wat op te poetsen en haar in ere te herstellen voor deze ene keer. Ze kon weliswaar niet fluiten, zoals de Annie M. G. Schmidt-versie, maar wel een nostalgische dikke pluim van gekookt water te voorschijn toveren. Daar ontstonden ter plekke de dromen, terwijl ik er de fluit bij dacht. Zo gaat dat met ons beelddenkers, vroeger fantasten geheten. Het lied van de fluitketel zong door mijn hoofd.

waterkoker

De meneer van de winkel was aardig en behulpzaam en bleek achteraf te hengelen naar een goede beoordeling, getuige de email met een tevredenheids-enquête, die zou volgen op mijn bezoek. Ik zou hem toch al de hemel in prijzen, omdat hij zonder aarzelen de lieve oude rode in beslag nam en er een gestroomlijnde nieuwe voor in de plaats zou laten bezorgen. Een nachtje nostalgie in het vooruitzicht met de oude getrouwe ketel. Nieuwe dagdromen, een nieuwe titel: ‘Murder on the roof’, zo ik die van plan was te schrijven. Ik stak het bewijs in mijn tas, waaide de roltrappen op en uit mijn hemmetje op het bijkans verlaten dek. Naast mij grijnsde een vlekkeloos geklede meneer in gestreken vouwen met een gouden horloge aan zijn pols, dat opblikkerde in de zon. Verbeeldde ik het me nou, of lachte hij een gouden tand bloot? De hoogste tijd om huiswaarts te gaan.

Uncategorized

Onvolprezen wijze levenslessen

Eergisteren kwam de vuistdikke biografie van Het leven van Albert Helman  geschreven door Michiel van Kempen, op mijn pad. Het is de vader van een oude vriendin met wie ik een tijd heb mogen oplopen. Helman is een synoniem voor Lou Lichtveld.  De vriendin heet Noni Lichtveld en zij heeft in de korte tijd dat ik haar meemaakte een aantal bijzondere wijsheden bijgebracht, die ik onmiddellijk kon toevoegen aan mijn levensbagage. Ze was oud, maar had óók een oude wijze sjamanenziel. Ik hield van haar, ook al ben ik haar weer kwijt geraakt.

088

Zijn zeven zeeën die hij bevaren heeft zijn allemaal opgetekend. Dat werk lezen is een tocht door de geschiedenis van de vorige eeuw. Ik ben zeer benieuwd naar zijn bevindingen en handelwijzen. Waar heeft de dochter haar levenswijsheid vandaan gehaald. Is dat dankzij of ondanks de vader geweest. ‘Het bewogen leven van Noni Lichtveld’ lijkt me een mooi vervolg erop. Noni was de eerste die de impressionist in mij naar boven haalde.

Een groep mensen op schilderweekend. Ik als onervaren penseelhouder nieuw in de groep. De grote verbinding was de oude vriend, die grapte en grolde en het leven aan elkaar verbond. Noni was klein, had een hoedje op, een bril met dikke brillenglazen en ogen die glimlachend de wereld bestudeerden. Ze had lappen en lapjes aan, die altijd refereerden aan haar mondiale leven. De print was niet zelden Surinaams of Afrikaans. Noni was een prachtige en zeldzame verschijning. Ze was wat stram en moeizaam ter been en als de anderen vooruit stapten op de wandeling liepen wij voetje voor voetje door die Belgische Ardennen heen om bij elk bijzonder voorval stil te staan. Dat kon bij de ezels zijn of bij een steen, een kapelletje, een uitzicht vanaf een heuvel. We bespeurden de salamanders, de pissebedden, de libellen, de vlinders. Niets bleef onopgemerkt. Noni woonde in het kleine leven.

Als ze ging schilderen koos ze beelden in haar hoofd. Dat kon een impressie van een bekend schilderij zijn, een ervaring, een observatie. Het kwam loepzuiver op het doek. Kwasten in de aanslag, hoedje op, lap over de arm heengeslagen in de schaduw, altijd in de schaduw. Stil en bescheiden. Ik zou het liefst de hele tijd aan haar voeten zitten.

040Lelieblad.

Gisteren, decennia verder, schilderden we in de voetsporen van Monet. De week daarvoor was ik druk bezig geweest om waterlelie en gele lis te vangen en met name de bladen van de onopgemerkte schoonheid. Ze verstilden in een drukke nieuwe woonwijk, waar dagelijks verkeer langs raasde en niemand de tijd nam een ogenblik stil te blijven staan bij de openbaring van die wonderschone wereld, die door de weerspiegelingen van de kantoorpanden in de hectiek van alle dag paste, maar juwelen in zich droeg. Bezaaid met wit, geel en roze kleinoden wiekten libellen met hun ronkende vleugels, kwaakten kikkers hun lokroep, overstemd door het verkeer, maar onmiskenbaar. Vangen met het toestel om later uit te werken de beelden liggen op straat of er naast en alles is meer dan de moeite waard om mee aan de slag te gaan.

IMG_8913.JPG

‘Oordeel niet, maar verwonder U slechts’ was het motto van Noni Lichtveld, schrijfster, illustrator, schilder van het leven, in de schaduw van de vuistdikke biografie van haar vader, modest, maar groots in haar onvolprezen wijze levenslessen.

Uncategorized

Een oase van rust

Omdat de dagelijkse beslommering zich niet meer verder uitstrekt dan huis en tuin, heeft al het andere dat zich voordoet of plotseling aandient, prioriteit gekregen. Juist omdat het zo heerlijk is om op die manier de stilte van de gedwongen rust te doorbreken. Ineens is er voldoende tijd om bewust te zijn. Het lezen van een tijdschrift krijgt daarmee een volstrekt andere dimensie. Ik kan een blad nu uitspellen, zoals mijn moeder vroeger de krant deed. Woord voor woord, zin voor zin en blijven hangen op de artikelen, die je bezig houden.

007

Even ben ik terug in de huiskamer van de Amandelstraat. Mijn moeder wacht tot het laatste kind de voordeur heeft dichtgetrokken. Pas als de rust in huis is weergekeerd, trekt ze haar kanten peignoir over haar pyama aan, zwart kant met rood is eigenlijk frivool, maar omdat mijn moeder haar droeg werd het een huis, tuin en keuken peignoir. Hij was ook te wijd en zwierig. Het zwart met rood deed denken aan de Spaanse danseres op het kastje bij de telefoon, die haar mantilla  en haar lange jurk met verve droeg en over de rand van de kuise beloftes heen stapte, een waaier in de hand om haar blik te verbergen. Verder was er geen gelijkenis.

Mijn moeder zette een bakje koffie, pakte de Telegraaf, een andere ochtendkrant wilde mijn vader niet en dook op haar knieën op de grond. Ze plantte haar ellebogen voor zich, hoofd gedragen door de handen en spelde de krant. Letter voor letter. Het was zo kenmerkend voor haar begin van de dag. De enige keer dat ik daar een foto van heb gemaakt, werd ze een wazige schim. De karakteristieke houding bleef zichtbaar, gelukkig wel. Ik koester de overigens mislukte foto, juist omdat het tot in de details vroeger zo dichtbij brengt. Verlangen gesust.

Mijn geheugen heeft zich met het beeld vermengd. In mijn gedachte was het in de Amandelstraat en hingen haar ellebogen niet in de lucht. Wonderlijk hoe voorstellingen vervolmaken in je hoofd en de beleving vervormen. Waarschijnlijk schuiven alle verschillende houdingen over elkaar heen. De karakteristieke manier van iets uitspellen klopt, daar doen kleine details niets aan af.

014

Ik heb ook nog een foto van de zwoele peignoir. Sterker nog, ik had hem zelfs aan, toen ik een weekend aan het logeren was in het oude huis. Dit is wel de vertrouwde kamer met het behang, dat nu retro heet en het bescheiden kruisje aan de muur met de buxus, al dan niet verdord, erachter. Mijn moeder trok aan de zoom van de peignoir opdat ik zedig op de foto stond. Wie de foto maakte weet ik niet.

Na het spellen van de krant vloog ze door de dag heen. Ongelooflijk hoeveel bergen werk ze kon verzetten en haar rusteloosheid van de dag is ook in mij gevaren. Bezig zijn gaat nooit met mate. Ik kan het niet. Kalmpjes aan en pas op de plaats komen maar mondjesmaat toe in het bestaan. Bij tijd en wijle voel ik zelf dat ik over grenzen heen ga en fluit ik mezelf bestraffend terug door een dag op de bank of in het bed voor te schrijven. blijf ik aan het broeden, want gehele ledigheid is er zelden. Tijdschriften uitspellen hoort er nu bij. Bijzonder en rustgevend. Soms word ik er wijzer van, vaker zet het iets in werking en ga ik er mee ‘breien’. Niet op de knieën overigens , want daar toveren de bloedverdunners grillige blauwe plekken van.

Het leven spellen. Een oase van rust.

 

Uncategorized

Morgen is er weer eendag

Vandaag ga ik de oude vriend uit het ziekenhuis ophalen, nadat hij geopereerd is aan zijn oog. Het zicht was rechts al aanzienlijk verbeterd en met zijn bril van vier en een half kon hij weer lezen.  In de periode van het moeizame lijden van de afgelopen tijd was het lezen naar een nul komma nul geschoven. Lezen verruimt. Letterlijk.

IMG_8928Aandoenlijke muis

Gisteren heb ik de hoek van de witte regen drastisch gesnoeid om straks al het afvalhout en het groen een plek te kunnen geven. Muis kwam, zag dat zijn villa gesloopt was en zocht in alle toonaarden naar de bekende plekken. Ze huppelde de bamboe in en schoot vederlicht over de vele stengels heen. Verdwaasd bleef ze zitten. Haar hele veilige behuizing was weg. Buiten zou slechts prooi betekenen voor uil en buizerd. Ik hoorde haar een ‘gilletje’ slaken vlak voor ze haar veilige holletje in het grote huis weer op zocht. Sorry muis. Zo gaan die dingen.

IMG_8932

De oude zal de tuin nauwelijks meer herkennen als het zicht weer geheeld is. Ben benieuwd of de pogingen om het leefbaar te houden gewaardeerd worden. Hoe zeer ik ook van muis hou, ik ben toch blij dat mijn spullen die zolang in het grote huis mogen staan veilig in plastic bakken zitten. Muis gaat het nog lastig krijgen. That’s life.

IMG_8936Seagull

De Seagull en de Guirlande haken zich drastisch in het vel met hun felle doornen, ondanks hun wonderschone waterval aan witte bloemen als ik het kleine prieeltje ga vrijwaren. Ook hier schiet er allerhande voor mijn handelen uit. Muis, heggenmussen en merel. Ze vinden wel weer nieuw, want in de bostuin zijn er heel veel onbestendige veilige hoeken te vinden en is er nog heel veel snoeiwerk te verrichten.

IMG_8922

Het is zoet kersen eten bij de buren achter. Even een lafenis. En een wonderijk verhaal van het verstoten worden als  je niet van plan ben mee te deinen op de digigolf van het bestaan. Iemand die geen whats-app heeft weigeren een sms te sturen is ronduit ongepast. Wat een dwingelandij en wat een onprofessionele houding. De whats-app voor het meedelen van veranderingen op het werk is ronduit een  overprikkeling van het arbeidzaam leven. We hebben recht op vrije tijd, om te lezen, om te snoeien, om muizen de schrik van hun leven te bezorgen, zonder aan het heilige moeten te worden herinnerd. We schieten met z’n allen qua bereikbaarheid door. Ik snap mijn broer goed, die in zijn uppie zijn pelgrimstocht aan het lopen is en er net een tocht van eenzaamheid op grote hoogte(letterlijk) op heeft zitten en zich Remi voelde. Heerlijk om dat een tijdje te kunnen.

Het gesprek bij de achterbuuffies gaat daar ook een beetje over. Kan je zo’n last hebben van je pelgrimsbestaan, dat je verzandt in de eenzaamheid. Broer nooit, want die heeft verrijking genoeg aan beelden en beleving, contact met de andere pelgrimmers en zal straks een oude wijze vraagbaak voor het jonge grut zijn als doorgewinterde. De oude gaat straks misschien weer helder zien. Dan vallen wellicht de schellen van zijn ogen en vind hij de tuin niet meer de muur van onhoudbaar groen, zeker niet nu ik een weg door het struweel gekapt heb. We gaan het hopen. Vooralsnog ga ik hem zo, ziende blind met een extra lap voor de ogen, halen. Geen tijd te verliezen, vandaar de kabbel-babbel. Morgen is er weer een dag.

Uncategorized

De kracht van de ‘Meester’

Een discussie op Facebook over de vrijheid die het kind moet hebben om te komen tot individuele expressie. Het begon met een verhandeling over een prentenboek van de onvolprezen Eric Carle, die allerlei dieren, te beginnen met het blauwe paard, er gekleurd had opgezet. Door erover te filosoferen en te kijken werd de aandacht van een jongen getrokken door de gele koe, die blij was. Dat bleek daadwerkelijk het geval dus hij ging er voor zitten. Hij scheurde met geel vloeipapier de gele koe bij elkaar en alleen zijn poten konden er niet op. Maar dat feit was te verwaarlozen. Het ging om de weergave van zijn vreugde en het feit dat zijn werk dat uitstraalde.

Iemand reageerde heftig met op te merken dat dit een voorbeeld was van de zoveelste kopieerles. Geen creatieve en bruisende activiteit, waarbij het kind los kon gaan, maar een voorbeeld, dat hij na moest maken. Het wil dat Eric Carle zich juist bij dit boek had laten inspireren door Frans Marc, die onderdeel uitmaakte van der Blaue Reiter, het kunstgezelschap dat werd opgericht in 1911 door Wassily Kandinsky, Frans Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. Ze wilden ontsnappen aan de academische kunst en bijvoorbeeld Frans Marc legde zijn emotie met kleuren vast. Van zijn hand was het kunstwerk ‘Die gelbe Kuh’ uit 1911.

Foto: Wiki

Carle ving het thema kunst in de onorthodoxe kleurstellingen van zijn dieren. Dat is waar kunst om gaat. Alles, maar dan ook álles, is mogelijk. Zo’n boek is geen voorbeeldenboek. Juist door erover te filosoferen met kinderen krijgt het diepgang. Dat de jongen de koe als voorbeeld nam, is geen halszaak. Het verschil tussen scheppen en kopieren zit met name in het aanbod.

050Vogels door de eekhoorns gemaakt.

Ooit, in het grijze verleden, toen ik aan de opleiding begon, waren er fanatieke leerkrachten die kinderen verwoed mooie dingen lieten maken. Het criterium mooi werd langs de maatstaven van de docent zelf en de ouders gelegd. Er mocht geen valse vouw of scheur inzitten. Het moest allemaal natuurgetrouw worden nagebootst. Als je bij de voorbeeldles een verkeerde handeling maakte, ging het mis en werd het ‘kunstwerk’ zwaar bekritiseerd. Dankzij de trauma’s die ik in de eerste en tweede klas van de lagere school heb opgelopen over een te breien poppenbroek naar authentiek model, wat niet in mijn vingers zat en er dus ook nooit uit zou komen, ben ik grenzenloos gaan denken. De ideale aansluiting was niet het doorsnee kleuteraanbod, maar de ervaringsgerichte aanpak van jaren later. Onderwijs heeft tijden op een lager pitje gestaan vanwege het doorsnee strakke keurslijf van regels waar het in gegoten zat.

012

Later kwam ik de onzekerheid over het aanbod vooral tegen in de voorgekauwde lessen. Ze werd door de leerkracht gevangen in een klaarleggen van alle mogelijke, zelfs voorbewerkte, onderdelen ten einde het hoogste succespercentage te halen. De gedrevenheid was groot. In enkele gevallen kwamen ze al om zeven uur op school om alles in de juiste stelling te brengen. Er zat nul aan creativiteit bij en 100 % aan opgelegde techniek. Het kenmerkt mijn aversie voor vouwlessen en consorten. Het voorbeeld en ik  zijn nooit vrienden geworden.

Ik ben gek op het proces. Laat het gaan. Als dat jongetje naar aanleiding van de koe die hij zag in het boek van Carle, geïnspireerd raakt en aan de slag gaat, is dat geweldig. Geef hem de vrijheid. Daar zit de creativiteit in. Biedt alle ruimte, met een poot, zonder poot, geel dat groen, oranje of pimpelpaars kleurt, twee ogen, een oog  het maakt allemaal niet uit. Hij had aangegeven dat de koe hem blij maakt. De kleur geel trok hem. Zorg voor een rijk aanbod, waaruit hij kan kiezen naar hartenlust en als het in het laatste moment iets anders wordt, dan is dat alleen maar toe te juichen. Dan buigt resultaat voor Het Proces.

Daar draait het om, de weg die er bewandelt wordt, alle ontdekkingen en opgedane ervaringen, die we, in het volgen ervan, aan onze bagage mogen toevoegen. Dat daar techniek aan ten grondslag mag liggen is evident. Het is aan de coach, leerkracht, spirituele aanvuller om daar handvatten aan te geven door een ruim aanbod aan materialen te leveren en subtiele verwijzingen te geven op het juiste en enige moment. Dat aanvoelen is de kracht van de ‘Meester’.

 

Uncategorized

In vervoering en met kennis

En sacrale stilte in de kleine ruimte. Af en toe wordt ze verstoord door het aanzwellende geraas van een trein die langs komt denderen. Boven hoofdhoogte als in een achtertuin. Niemand kijkt op, niemand schrikt. Ze zijn er aan gewend. Af en toe klinkt er een zuchten, een ontsnapping van een inspannend gemoed. Er wordt driftig met een doekje geveegd, om dan weer stil te vallen, terwijl de haardunne penselen hun minuscule werk doen. Toets voor toets vindt kleuring plaats, diepte, eenheid. Soms worden er wederwaardigheden uitgewisseld, oreert iemand de onmacht van de hemel, maar vaker zoekt de stilte haar weg.

0081.jpg

Mijn geploeter, mathematische verhoudingen in perspectieven vangen, levert een overkill aan concentratie op en een turende blik, die de verhoudingen in een totaal ander licht zet, omdat het beeld in het hoofd, zich er tussen wringt. ‘Naargeestige spelbreker’, verwijt ik haar mild en begin weer overnieuw. Kijken en meten, meten is weten, potlood, oog half dichtgeknepen om het object te vangen, arm gestrekt, duim laten zakken tot ik weet hoe hoog, hoe breed, hoe afstanden zich verhouden tot elkaar. Geen dooie hoek, maar een tussenvorm. Als de meester aanschuift en met een gemak van een potlood zijn duim uitschuift tot een liniaal bij uitstek, duim en potlood die een worden, versmelten, denk ik dat ik het kan.

005

Mijn hortende duim verliest zich in andere hulpstukken, een tweede potlood, een verschuiving van de overhellende lijn, een denkbare hoek. Het lijkt niet en moedeloosheid wroet zich tussen de vele malen dat ik over en over en weer probeer het simpele beeld, rechthoek, kegel, bol te vangen, mijn eigen aannames. Er komt verlichting in de dubbele betekenis van het woord, grijs karton en wit en zwart pastel.  Schakeringen aanbrengen en bedenken waar het witste wit en het zwartste zwart moet, lukt zonder meer. Iedereen roept om zijn alziende kritische meesteroog, dat af en toe moet kijken of een menging juist is, een kleuring klopt, er diepte is, of stof zich plooit. Of het deel wordt opgenomen in het geheel. Leven scheppen in de natuurlijke verstilde beelden.

004

Hoe anders is het als het penseel dansend haar werk mag doen, niet het beeld maar de impressie vangt, niet de werkelijkheid maar het gevoel oppoetst. Het oog, dat waakt, roept de schuchtere dertienjarige op met een mijnheer Link als mathematicus, die toen gewoon wiskundeleraar heette en hoofdschuddend mijn vragen pareerde. Ja maar waarom is er een A en een B, raakvlakken, gezichtspunten, denkbare logica als ze er niet daadwerkelijk is. Algebra een gotspe, net als de boomdiagrammen bij het verklaren van een gedicht. De poëet in mij zoekt het gevoel zelf, niet de haken om het aan te hangen. Link heeft ze me niet kunnen schenken.

Hier heb ik het idee, dat ik vanaf het begin weer mag opbouwen, fouten maken en telkens weer, tot in het oneindige, niet vanuit den treure maar met voortvarendheid en vreugde, het eigen kan maken, tot de kern mag doordringen ten einde de essentie te bereiken. Het is de ultieme inwijding tot het geheim van de smid, die ik decennia geleden ben misgelopen. Het is nog niet te laat, daarna zal het penseel vrijelijker dansen, in vervoering en met kennis.

Uncategorized

Wie weet

Ik roep mijn hele leven al, dat ik later -wat nu is- in de stad wil wonen. Als ik door Witte Vrouwen of door de binnenstad van Utrecht wandel, zondag-stilte pak als ik op weg ben naar een ochtendfilm in het Louis Hartlooper en dan de grachten in hun volle glorie, zonder jakkerend verkeer, de rust en de eerste zonnestralen zie absorberen, versterkt het verlangen. De stad ligt er in haar monumentale grootheid verleidelijk bij. Het gebeier van de klokken en de volkomen rust dragen daar aan bij. Ik ben mijn hele leven al een stadsmens.

Jaren terug, verhuisde ik van Leiden naar Voorschoten. Het eerste wat opviel, was de aankomst. Vanuit mijn nachtdienst reed ik met de trein naar het dorp toe. Mijn eerste voet op Voorschotense bodem op die ochtend is mij mijn hele leven bij gebleven. Ik rook de geur van het land. Nadat het gevaarte achter me was weg gedenderd, daalde de rust letterlijk neer. Ik rook het vee, zag wuivende velden in de lentebries, hoorde niet alleen merel, spreeuw en mus zoals op de Hoge Rijndijk boven het autogeraas uit, maar hier kwinkeleerden vink en mees in grote getale, dartelden kieviten boven het veld en zweefde reiger majestueus van sloot naar sloot. De frisse ochtenddauw stroomde vrijelijk over het weidse uitzicht. Het was alsof ik vanuit het compartiment decennia terug in de tijd stapte. Ik was het platte land duidelijk ontwend na alle stadse jaren.

007De tapuit

Die ervaring, het terugglijden in de tijd was helemaal aanwezig toen ik in Hongarije over de steppes reed. Geen aangelegde wegen, maar zandweggetjes, die over de dorre velden naar verlaten huizen toe leiden. Daar kon je verdwaalde wilde zwijnen tegen komen, kleine dorpen met een straat en een schoolgebouw, oude kleine winkeltjes met groenten ingemaakt in het zuur in de enorme potten. De bewoners bogen zich diep in het stof, met tandeloze lachende monden wezen ze murmelend de weg, een kromme hand, die uit de bloemetjesstof naar de verte wuifde. De akkers en de velden waren grassig en soms droog en verzand. Kuddes schapen graasden de laatste plekken kaal. Reizen in de tijd was een Aha-erlebnis. Ik was weer even het kind van weleer in een wereld waar ruimte en vrijheid gelijk stond aan autoloos en oneindig veel tijd voor elkaar.

016De molen achter het huis

Gisteren ging ik op bezoek bij vriendin in een dorp vlak bij Tiel. Ik was er al eerder geweest, toen de wind nog om het huis guurde en de kou ons noodgedwongen binnen dreef. Nu jubelde het huis me tegemoet in een oase van kleur en geur. De kas stond vol met overheerlijke goed groeiende groenten en kruiden, de weldaad aan rozen overal en de authentieke boerentuin met haar buxus, solidago en hortensia’s. We wandelden het weggetje achter het huis af naar het weiland met aan de horizon een rij peppels en een molen. Grote libellen dansten als kleine helikoptertjes boven het veld en ik nam me voor om eens op huis en hond te passen, als ze op vakantie moesten, zodat ik de gelegenheid had om alles vast te leggen met camera. Wat een rijkdom.

008Penseelkever in de tuin van een kunstvrouwe…

Het atelier achter het huis in een mooie verbouwde schuur was de perfecte plek om te werken en volkomen rust te vinden. Daar, op die werkplek, begon het idee van stadse bewoner te schuiven en te trillen. Ik kon aanwijzen en benoemen, herkende zoveel uit mijn opgeslagen arsenaal van wetenswaardigheden der natuur, dat het voelde als thuiskomen. Het ging even niet om een split second, maar een split person met mijn postzegeltuin en mijn betonnen paleisje in een voorstad. Of is het gras altijd groener. Ik ga er eens uitgebreid over mijmeren in deze laatste keuze van woongenot, die ik straks moet maken. De tapuit, die geen paapje bleek, had haar lied al klaar, maar ook de groenvink in mijn volkstuin zingt verlangen. Wie weet.

Uncategorized

Steekt elkaars wensen aan

‘De wens is de vader van de gedachte’, dat zei mijn moeder altijd, als ik vurig verlangde naar iets en het uitkwam. Je kan er zo naar verlangen, smeekbeden ten hemel richtten, onze lieve Vrouwe aanspreken, desnoods, hoewel je er niet in geloofde of toch een klein beetje, bidden op je blote knieën, later kwam daar een rozenkrans, een mala  of een tasbih bij. Ongelovige Thomas bleef een beetje dralen in het achterhoofd en al die moeite was zelden voor niets. Alleen onmogelijke wensen, de toto, de wonderbaarlijke genezing van je oma, het uitstellen van het vertrek naar huis om het vakantievriendje, die bleven ondanks een aantal schietgebeden altijd uit. Ik kwam er op omdat het #WOT woord van DrsPee van deze dag ‘Wens’ was. #WOT staat voor Write on Thirsday.

Dat mijn moeder dat zo zei, was een manier om door haar fameuze gezegden, op momenten dat je het nodig had, in jezelf te kunnen blijven geloven. De constatering werd vaak pas na de vervulling gedaan. Dat was handig, want dat leidde altijd tot bevestiging. Niets is beter dan dit om het geloof in jezelf te versterken. Niet de wens verdwijnt met het ouder worden, wel haar hoedanigheid. Mijn huidige verlangens hebben een ommekeer gemaakt van jewelste, 180 graden om, een wenteling. Het karma wentelde mee. Ook dat was iets waar men vroeger al achter was.Het werd vertolkt in een cliché, door ruwe Zeemanssymbolen die in gouden aanschijn op de bonkige borst schitterden.

geloof, hoop en liefde

Geloof, hoop en liefde. Geloof in jezelf is een waardevol goed, daar kunnen weer allerlei linken aan gekoppeld worden. Of dat nu een bepaalde godsdienst is, een vertrouwen of een wens is om het even. Eerst en vooral dat eigenwaarde opvijzelen. Je bent er, je mag er zijn, je bent de moeite waard. Dat idee. Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Dan de hoop. Het zwemt, wat mij betreft, tussen wens en verlangen in. De hoop zit vooralsnog in de kinderen met de wens voor hen op een lang leven. Natuurlijk zet je groots in op wereldbelangen, maar dichtbij ligt de aanraakbare hoop. Liefde is er nauw mee verbonden, onlosmakelijk voor mij. Ik kan me niet voorstellen, dat ik niet van mijn kinderen en versgebakken aangewaaide kinderen en hun kinderen zou houden, de zussen, familie, vrienden, ach ja, vrienden vooral, maar ook van de kinderen uit de groep en hun ouders en mensen, dieren, natuur en kunst in het algemeen. Liefde ingebed in hoop. Dat is nog eens een loffelijk streven.

010

Stel dat je de wensen niet op anderen zou betrekken, op niemand, wat dan. Dan zou ik voor mezelf wensen dat ik, zolang ik leef, mag genieten van dat wat me nu zo gelukkig maakt. Schrijven, schilderen, tekenen en bovenal handen en voeten geven aan mijn scheppingsdrang. Er de vreugde uit halen en dat mogen delen met anderen, die er hopelijk ook weer vreugde uit halen. Niets meer en niets minder.  Dat alles op de vierkante kilometer. Verder neigt mijn wens naar utopie, want dat zou ik voor ieder wensen. Hou het klein, hou het bij jezelf, hou het geluk bereikbaar voor iedereen en alles om je heen. Mijn wenssteen, die kringelt en groter wordt en zich almaar wijder verbreidt. Steekt elkaars wensen aan.

Uncategorized

Of de dag daarop of daarop…

Te veel opgeschept over de nachtrust van de drie laatste nachten, dan krijg je dat. Vannacht ineens weer benauwd wakker geschoten, want ik was van vermoeidheid wel omgevallen. Wat is dat toch voor een wonderlijk mechanisme, dat maar autonoom regelt en reilt en zeilt, zonder rekening te houden met een mooie teint, walloze ogen, scherpzinnige geest, maar die rucksichlos voortdendert in een eigen grillig patroon.

Vanavond heb ik geprobeerd waterdruppels te vangen en daar was ik zo heerlijk moe van geworden, dat inslapen perfect ging. Door de hitte die in huis hangt en maar niet verdwijnen wil toch een staartje droom, waarin de benauwdheid al levensecht meespeelt, maar ze zich vermomt als onderdeel van het spannende verhaal waar ik in verkeerde. Uiteindelijk is het tekort aan zuurstof toch de noodbel die geluid wordt. Rechtop ziet de wereld er wakker uit en kost het moeite om weer onder zeil te gaan, zeker omdat het zuurstofgehalte nog niet op peil is.

Ook heb ik hoog opgegeven van de positieve energie, die ik krijg van de schilderlessen in de cursus. Het is echt zo. Dat het CO2 gehalte in de kamer niet deugd of mijn longinhoud problemen schept , doet daar niets aan af. Zolang ik wakker ben kan ik de tijd maar beter benutten. Rechtop biedt sowieso soelaas, liggen is even geen optie. Ik wil de foto’s inladen, maar zowel laptop als PC vertikken het, dus het euvel zou ook nog gewoon in het toestel kunnen zitten. Op zulke momenten heb ik zin om het verwende prinsesje naar boven te halen. Even ongegeneerd lopen drenzen en dreinen, languit op de grond liggen en handen en voeten staccato op de te harde grond neer laten dalen onder een hoop gekrijs, gemekker en gejammer. Alleen al het idee lucht op.

128Skyspace van James Turrell: Museum Voorlinden

Als zoonlief wakker wordt van een mug, moet hij stante pede beloven om het euvel van de foto’s de volgende dag te verhelpen. Hij bromt een ja, om maar weer snel de ogen te mogen sluiten. Ik ben tevreden en keer op mijn schreden terug. O ja, slaaptekort, zuurstofgebrek en foto’s die niet willen. De computer of een boek. De eerste besluit ik en dat bleek wijsheid. Want vanuit het niets komt de datum oppoppen. 30 Mei, help, dat was die ene dag in 1982, dat ik aan het weeën was onder luid gezang met Carole King mee en geloof me, pijnsensatie is dan niet bevorderlijk voor de zuiverheid van de hoge uithalen.

Mijn lieve een na oudste dochter is jarig samen met mijn lieve zus. Ik ben al dagen vergeten op de datum te letten en dat het al zo ver in de maand is, is me totaal ontgaan.  Dat is eenmaal een van de na-of de voordelen van het niet meer leven op de agenda, al moet ik bekennen dat ik niet zonder kan. Het blijkt een overvol balboekje te zijn, waarbij het tijd wordt om beter te gaan doceren. De geest kan alles en het lijf sleept zich er berustend achteraan.

Het allerbelangrijkste is de zin en de letterlijke vreugde in het doen. Die is helemaal terug en is de oorzaak voor nachten als deze. Er razen weer ideeën door het hoofd, inspiratie, de spirit is terug, nou het lijf nog. Ik moet een beter voorbeeld nemen aan Poes Pluis. Ze ligt languit verkoeling te zoeken op het laminaat. Ik ben niet de enige die nadeel ondervindt van de warmte. Daarbij wisselt ze alertheid en slaap met het grootste gemak af. Adem in, adem uit. En je vooral nergens druk om maken, want komt het niet vandaag, dan toch zeker morgen, of de dag daarop of daarop…