Uncategorized

‘Opnieuw geboren’

Mijn vader had na een aantal hersenbloedingen Parkinsonachtige verschijnselen over gehouden. Als hij  zijn dagelijkse blokje om ging wandelen, leek het net of hij door een onzichtbare hand in zijn rug geduwd werd om daarna, met een aanloopje haast,  in beweging te komen. Daarbij helde hij steeds vervaarlijker naar voren. Er was ook sprake van decorumverlies dat met de jaren erger werd, met name naar zijn stut en toeverlaat, mijn moeder, toe. ‘Was sich liebt das neckt sich’. Hij mopperde veel, had geen eetlust, en hulde zich daartussen in een lethargisch zwijgen of slapen.

Die beelden van hem kwamen glashelder omhoog toen ik naar de documentaire over het verzorgingshuis Leeuwenhoek keek met Adelheid Roozen en Hugo Borst. Beide trokken zich het lot van de demente bejaarden erg aan na het hele verloop van de ziekte van heel dichtbij bij hun eigen moeder te hebben meegemaakt. Een man en een vrouw in de buurt van de Leeuwenhoek stonden klaar voor vertrek. De man des huizes met Parkinson zou die dag worden opgenomen, de vrouw stond rokend op het balkon. Hugo Borst was er om ze te vragen wat die opname voor hen betekende. Hij stelde een vraag  waar de vrouw naar eer en geweten antwoord op gaf. De man richtte zich boos tot haar, zei dat ze haar mond moest houden met haar eeuwige gezeur, want dat hij er klaar mee was en nu werd hij nog boos ook. Allemaal haar schuld.

055.jpg

Het was alsof ik in een echo mijn vader en moeder samen een gesprek hoorde voeren. Later kreeg de vrouw alsnog de kans om uit de doeken te doen, wat die gedragsveranderingen van haar man allemaal voor haar betekende. Ze zei: ‘Hij is verdwenen’. ‘Wat zeg je dat mooi’, antwoordt Hugo. Het was waar, haar eigen man, van pakweg twintig jaar geleden, waar ze ooit verliefd op was geworden was langzaam maar onmiskenbaar uit haar leven getrokken. Opgelost in de mist in zijn hoofd. Het was beter als hij niet meer zeven dagen thuis zou wonen, want anders zou ze het niet meer trekken. Mijn moeder is aan mijn vader zijn nukken en grillen in de tijd van zijn geestelijke onvermogen te gronde gegaan, zoals ook mijn vader zelf lijdend ten onder ging. Zij trok het nog wel, ternauwernood, maar haar hart niet.

Messing-3

Adelheid rolt een rode traploper uit in de gang, ze trekt haar tas met verkleedkleren open. Er rollen pruiken, hoeden en verkleedkleren uit. Iedereen, die wil, wordt aangekleed. Even later lopen een aantal bewoners te pronken op de vermeende catwalk. Hun glimlach is meer ‘glamoureus’ dan die van de sterren bij het uitreiken van de Emmy Award. Ze lopen de sterren van de hemel. Ze hebben publiek. Twee mannen zitten op een stoel in de gang en klappen mee met de muziek. Een grijnst de open plekken in de tandenrij bloot.

Er komen een kapper en een visagiste langs. De vrouwen krijgen een voor een een schoonheidsbehandeling, compleet met haren wassen, zachte crèmetjes en getut met mascara, oogpotlood en lippenstift. De baarden  van de mannen worden stijlvol in model gebracht, al naar gelang de wensen. Onder de vaardige handen bloeien de rozen op. Een verschil van dag en nacht, zoals wij ieder ochtend meemaken als lichte make-up de slaap verdrijft. Er zijn maar weinig stappen te zetten om het leven terug te brengen.

048

Hugo en Adelheid peinzen en vragen zich af, waarom men in de zorg niet aan het leven van vóór het patiënt zijn denkt. Milieu, gezin, werk, hobby’s, kinderen. Sans scrupules zijn bewoners vaak aan hetzelfde strakke regime onderhevig. Een man die altijd weg loopt, omdat hij zijn vrienden wil bezoeken, moet naar de gesloten afdeling, waar hij letterlijk weg kwijnt in eenzaamheid. Mijn vader met zijn vaardige motorblok-vingers moest pitrieten dienblaadjes vlechten voor de fijne motoriek. Hoe oneindig veel effectiever had een schroevendraaier geweest. Hij onderging het gelaten, maar in een helder moment stikte hij bijna in zijn woede.

Beide zorgdragers dansen met hun demente bejaarden door dat verdorde leven, dat meerwaarde krijgt en veerkracht. Dat doen ze met respect. Ze brengen zonlicht in de mist en glans in de ogen. Als Adelheid een totaal verkrampte mevrouw mee  in een verwarmd zwembad neemt, komt Vasalis boven zwemmen.

‘De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen..

(fragment uit de idioot in bad: Vasalis)

De vrouw duikt in een foetushouding tijdens het wiegen en Adelheid moet de spanning hebben voelen wegebben. Als een kind zo onbevangen is ze. Gewillig laat ze zich meevoeren als de warmte haar omarmt, net als de liefdevolle kus op de haren. Even ‘opnieuw geboren.’*

* Quote uit het gedicht.

 

5 thoughts on “‘Opnieuw geboren’

  1. Wat een mooi ontroerend verhaal heb je geschreven. Wat zou ik mij graag op deze manier nu inzetten, ik ervaar dit nu van dichtbij ook, maar de omgeving staat er helaas niet voor open.

    Like

Comments are closed.