Uncategorized

Laven aan leven

Eindelijk weer ontwaakt met het witte licht. Dat was een tijd geleden, door alle commotie dat een leven met zich meebrengt dat gericht is op organen, lijf, ziekenhuis en therapeuten. Nog maar kort geleden was dat een leven vol reuring en kinderen, creativiteit en bevlogenheid. Het is wennen om teneinde toch de wikkels te vinden waar de geestverrijkende momenten uit te peuteren vallen. Ze zijn meer dan aanwezig, als je de ogen maar open houdt. Maar wennen is het. De ochtenden begonnen allengs later, zeven uur werd een gewoonte.

008

Het heeft ook met de winterdag te maken en de sombere grijsheid van het bestaan. Nu de lucht zomerleven ademt en vogels hun muzikale kwaliteiten om half vijf al inzetten, is de tijd  rijp eerder wakker te worden en daarmee komt op het presenteerblaadje het witte licht, net voor de zon opkomt. De stilte, de trillers en die bijzondere ochtenddeken over de bomen heen blijft even hangen en wordt daarna doorbroken door rood-schakeringen achter de bomen om vervolgens met het zonlicht een doorschijnend groen goudgeel op te fleuren. Een vroege auto doorbreekt het concert, dat vanachter de huizen klinkt en waar ik de merel op de nok van het dak tegenover de flat weet. De planten op het balkon hebben hun waterballet al gehad en pluis nestelt zich in een van de rieten stoelen met een oog open en op de omgeving gericht, loerend naar alles wat beweegt.

002

Mijn eerste bewuste ontmoeting met dat witte licht was in een oud bijna boerenhuisje in het dorp Vreeswijk, waar ik als nachtverpleging de zorg had voor een mevrouw met een tumor in haar mond. Om uit de bedompte moeizame nacht te ontsnappen met het verdriet en de pijn en het leed, liep ik ‘s morgens zodra het licht werd, naar buiten, het klompenpad af en ademde de schoonheid van het leven. De tegenstelling was zo groot, maar op dat moment had ik het nodig om me op te laden en weer naar binnen te kunnen ten einde de pijnlijke waspartij  te starten. Op het pad sprongen kikkers haastig weg, de duif koerde de stilte stuk en merel hief haar eerste trillers aan. Verder alleen het geluid van de kippen aan het einde van de tuin. Ze schraapten met hun poten het zand weg onder een genoeglijk en vredig klokken, alsof ze tegenhang boden voor het pijnlijke kreunen van zo even.

Euthanasie was een brug te ver in die dagen. Het lijden was te heftig voor een mens om te dragen. Haar man verkrampte, zijn hoofd drong steeds meer tussen de schouders. Hij zwoegde zich door het verdriet heen en de machteloosheid was tot in elke vezel te voelen, gevoed door een godvruchtigheid die een te hoge tol aan het eisen was.

Mijn ontsnapping gold het witte licht. Een teug van een beloftevolle nieuwe dag en daarna kon ik het weer aan om naar binnen te gaan. ‘Alles went’, zeiden ze vroeger. Maar dit buitensporige wende nooit, dat trage lijden waar geen eind aan leek te komen en de wetenschap dat elke handeling die je verrichtte een nieuwe pijnsensatie te weeg bracht. Wat een tegenstrijdigheid.

018

De violen lessen gretig hun dorst, ze lusten bijna wel twee keer per dag een slok water in de brandende zon. Het belooft een prachtige dag te worden, met een theatervoorstelling voor de allerkleinsten, kan ik me weer even laven aan hun spontaniteit en ongeremdheid. Dat dus, die wikkels, gevuld met de mooiste momenten om uit te pakken en te koesteren. Als tegenhang om het verdriet, een tikje laven aan leven.

One thought on “Laven aan leven

Comments are closed.