Uncategorized

Net als toen

Vanaf verre hoorde ik dat het draaiorgel straks hier zou zijn. De vrolijke klanken schoven licht als een voile de straat over en klonken steeds dichterbij. Gespannen wachtte ik op wat komen ging. ‘Wel bij de deur blijven’, had mijn moeder gewaarschuwd. De muziek was aanstekelijk, de dribbelbenen wiebelden. Alle kinderen kwamen naar buiten, we rekten ons uit. Daar, daar was het paard en ineens was het alsof de zon begon te schijnen. De kleurige, rijk vergulde beelden vulden het hoofd, de aanstekelijke klanken lieten ze deinen en golven. We huppelden erachter aan, terwijl de orgeldraaier zijn centenbak op de maat van de maatstokken van de poppen mee liet tikken en alles te samen bracht.

Zonder het te beseffen was ik toch achter de muziek aan gegaan en ineens stond ik ergens waar ik de weg niet kende. Huizen met bakstenen die er allemaal hetzelfde uitzagen, onherkenbare voortuintjes, de stilte die dreigender en dreigender werd. Waar was ik? Waar was ons huis? Waar was mijn moeder? Ineens werd mijn kleine hand door een grote vastgepakt, vroeg een stem waar ik woonde en door de verstikkende deken van tranen heen, haalde ik mijn schouders op. Ik was verdwaald en nog geen vijf. De herinnering bleef hangen, werd soms volmaakter en aangedikt, soms waren er alleen het orgel en de bakstenen. Maar het gevoel bleef.

IMG_3369.jpgBakstenen in Den Bosch

Gisteren gebeurde iets onwaarschijnlijks in deze tijden van digitale bewegwijzering. Ik had er een verrijkend bezoek opzitten aan het Noord Brabants Museum en het Stedelijk Museum in ‘s Hertogenbosch. De auto had ik ergens vlak bij geparkeerd. Had de straat onthouden waar ik vlakbij stond. De Julianastraat. Vrolijk en onbezorgd genoot ik van het verrassende wat geboden werd, kwam zelfs tijd te kort, zo werd ik in beslag genomen door het werk van Chinese kunstenaars van de afgelopen 15 jaar uit de de verzameling van Uli Sigg.

052Zhao Bandi: portret van Uli Sigg

Door de prachtige doeken van Sluijters, door het indrukwekkende keramiek van de kunstenaars die waren samengebracht in de tentoonstelling van ‘American Beauty’. Het was eigenlijk te veel en het hoofd zat vol. Zo vol dat ik op de terugweg de straat in toetste op de Iphone en begon te lopen, terwijl ik de diversiteit aan beelden nog eens één voor één naar boven trok en mijmerde over de schoonheid, het bijzondere effect, de impulsen die het had gegeven voor nieuwe ideeën en alles wat het innerlijk had losgemaakt. Ik lette niet op afstand en omgeving op realistische gronden, maar stapte domweg voort. Zo eindigde ik in Rosmalen. Weliswaar de Julianastraat, maar wel in het dorp kilometers verder op. Goeie work-out, maar niet in de stemming ervoor. En toen….viel de telefoon uit.

0211.jpgJan Sluijters: Liesje is jarig, 1929

De enige manier om bij de auto uit te komen was terug te lopen naar het centrum. Met die dode telefoon kromp ik ineen tot het kleine meisje van vroeger. De tijd had me verlaten, de stenen die allemaal op elkaar leken, een infrastructuur die ik niet doorzag. Waar was ik. Vlakbij het centrum liet een mevrouw de hond uit. Het was de grote hand van lang geleden, die de mijne vastpakte, de verlosser, de reddende engel. ‘U moet helemaal aan de andere kant van den Bosch zijn, zal ik U even brengen, ik moet toch nog met de auto weg’.

Ik voelde het branden van mijn beenspieren, de raspende ademhaling. Een diepe dankbaarheid stilde de kwalen toen ik in de ‘verlossende redding nabij’ stapte. Wat een zegen is algemene empathie en die van de vrouw, die Mieke heette, in het bijzonder. Thuis op de bank, kwam de verwondering over de afwezigheid van enig gezond verstand. Zo opgaan in de emotie is een kunst op zich, zeker als alle realiteit uit het oog verloren wordt. Kind met de kinderen, net als toen.

7 thoughts on “Net als toen

Comments are closed.