Uncategorized

Heel de mens in alle opzichten

Na elke inspannende dag, lichamelijk of geestelijk, volgt een dag van pas op de plaats. Een mooie modus om de balans erin te houden. Hoe heerlijk is het om een langzame start te mogen maken. Koffie krijgt op die manier een extra lekker aroma. Het geschreven woord mag worden uitgespeld, de keuze erin weloverwogen gemaakt. Het is een voorrecht om in die luxe te leven. Alleen de fysio roept en pas om 13.00 uur. Het geeft zeeën van tijd en spiegelende meren van rust.

003

Ook in de fysiopraktijk werken we aan balans, maar dan met het vege lijf. De mannen al schuifelend en ik met de bal en het batje. Daarna ga ik op jacht naar een handig opbergetui voor de Urban Sketching van a.s. zondag. We gaan letterlijk de deuren langs en schetsen die in een half uur. In het etui moet dus plaats zijn voor een boekje, de aquarelset, een kwast en mijn pennen. Ik weet naar welke kringloop ik moet. In Vianen hebben ze veel van het kleine spul. Warempel. Op de bovenverdieping tussen de kampeerspullen kom ik in een kast op de bovenste plank een vierkant etui tegen. Aan de vorm, binnenin te zien, is het van een microfoon geweest. Een uitstekende compacte schets-reisset. Het is de dag van het geluk want op de kledingafdeling ontdek ik in het zelfde blauwgrijs van mijn broek een bloes in wit en dezelfde grijstint. Alles is te koop voor een euro. De dag kan niet meer stuk.

001

Vriendinlief wil naar Downtown Abbey maar ik ben niet speciaal een grote fan van kostuumfilms en op de een of andere manier voel ik dat ik de rust moet bewaren. Andere keer maar weer. Wat in het vat zit verzuurt niet.

Het huis wacht, heerlijk opgeruimd. De beloofde maaltijd, rijst met kabeljauw en sperciebonen, is in een ommedraai klaar. Jinek in de herhaling omdat ik het late tijdstip nooit haal. Een moeilijk vraagstuk leunt zwaar op tafel. Wanneer voer je een wilsverklaring om euthanasie uit als de menselijke geest is uitgeschakeld door dementie. Wanneer is lijden lijden voor de demente man of vrouw zelf.

Lijden voor de omgeving is het vanaf het eerste begin. Als langzaam het vertrouwde beeld in de mist verdwijnt en er nog maar een schim overblijft van de grote liefde…Man, vrouw, vader, moeder, weldenkend en handelend mens. Het stamelen, het zoeken, het dwalen in de geest schuurt en geeft een diep verdriet. Wanneer is lijden leed voor henzelf? Is het gevloek wel een uiting van onmacht, boosheid om het leven dat onvoltooid blijft. Of is het het beperkte denken dat slechts nog op emotie teert en dat vertaalt in lichamelijke woede. Is het zachte zeverende beven en geprevel het verdriet om wat er misbegrepen wordt of is het een verlies van spierfuncties en krachteloosheid in plaats van machteloosheid.

Ik voel met de arts mee die bij het gesprek zit, maar ook met de vrouw die de grote aftakeling van dichtbij meemaakt en de momenten van opleving, als het leed plotseling even manifest wordt voor haar man, onderschept. Het is welhaast ondoenlijk om dan niet met die euthanasieverklaring te wapperen. Kenbaar maken wat de wil was van de mens bij het volle bewustzijn. Wanneer is de mens de mens niet meer.

006-2.jpg  005

Het is het juiste ogenblik om het aangrijpende boek van Nicci Gerrard ter hand te nemen. ‘Woorden schieten tekort’. Na de dood van haar vader, die ze naar eigen zeggen ‘In slow motion’ heeft zien sterven, raakt het onderwerp Alzheimer en alle aspecten vandien haar diep. Ze vraagt ons om bovenal de eigen identiteit te blijven zien en te koesteren. Heel de mens in alle opzichten.

Uncategorized

Ombuigen naar kracht brengt het leven glans

Vanuit de kleine blauwe zie ik prachtige afwisselende lucht voorbij trekken, maar als ik bij het ziekenhuis aankom, slaat ze dicht met een ondoordringbaar grijs en niet veel later waaien de eerste druppels in mijn gezicht vlak voor ik de draaideur binnen gaat.

Het begint rustig en kalm. De gebruikelijke handelingen, uniform halen, post halen, intekenlijst parafreren, diensttelefoon ophalen, omkleden. Haar in de staart, ringen af. Post rondbrengen is altijd weer een feestje. Even een kattebelletje dat er aan je gedacht wordt door het thuisfront, vrienden en familie zorgt dat de last lichter wordt. Het is zo eenvoudig om een zonnestraal te zijn in leed en verdriet.

007-1.jpg

De overdracht is helder. Twee mensen voor extra aandacht. De dagbehandeling siepelt vol. Een mijnheer steekt voortdurend de draak met de koffie. Bij het apparaat moet ik hard nadenken en kom met de verkeerde terug. Het moest zwart zijn. Als ik snel de fout herstel, vraagt hij ondeugend ‘En waar is nou de melk’. Als ik schrik, schatert hij het uit en even later liggen we alle drie in een appelflauwte. Hij, zijn zieke vrouw en ik. Afleiding helpt als het leven een eigen loopje neemt.

Er ligt een ouder iemand in een kamer apart. De brillenglazen zijn van een aristocratische lichtheid evenals de dunne pootjes. Ze versterken de peinzende grote grijze ogen, die af en toe betraand worden gesloten. Duidelijk vermoeid stamelt er een dankwoord voor de mensen die zorgen, soms in een onbegrijpelijke taal van gehusselde klinkers en medeklinkers. Eminence grise, adellijk doorschijnend in het witte bed.

Bij vier dames op zaal klinkt een lachsalvo. Ik ga eens even informeren, waar de lol uit bestaat. We komen uit bij de visboeren in drie bekende Utrechtse wijken, waar we stuk voor stuk onze voetstappen hebben liggen. Zuilen, Ondiep en Lombok. Omdat we allemaal bijna even oud zijn, wordt het een ‘ons kent ons’ onderonsje. Na het uitwisselen van gedeelde ervaringen, de visboer met zijn glimmende kar, de zure bommen en Joodse uien op vrijdag door de straat, hebben we allemaal een onbedwingbare trek in hom en kuit van de bokking. Het bestaat nog, weet een van hen. Dat belooft een speurtocht dit weekend. Hoe meer ik er aan terugdenk hoe groter de trek wordt. Nostalgische smaken.

Bij een ander is de smaak door de chemo veranderd in blik. Alles heeft een metaalsmaak. Het verschil tussen zuurkool en boerenkool is er niet meer. Er wordt slechts nog structuur waargenomen en soms iets van zoet, zuur of zout. Het beperkt het eetpalet in hoge mate. De hand schuift om de pols. ‘Kijk eens, twintig kilo heb ik er aan verloren’.

De verhalen gaan weer mee en de focus komt op de avond te liggen. Voor de leesclub Boekenbabbels sla ik ‘Kletskoppen’ in. Ruim voorbereid verwacht ik de gasten. In allerijl bedacht ik ’s middags dat een tafel in het midden eigenlijk pure noodzaak is als je onbeholpen situaties met hapjes en glazen wil vermijden. Ik speur bij de kringlopen en daarna stroop ik  de meubelwinkels af met kleine schietgebedjes tussendoor.  Ik ontdek, verloren en afgezonderd het kleine kobaltblauwe tafeltje. Afgeprijsd van veel naar weinig en moederziel alleen.

001

Ze past precies bij het grotere tafeltje van boven. Ziezo. Een goede voorbereiding is het halve werk. Als ze binnenvallen raken we serieus aan de praat over het boek ‘De Keuze’ van Edith Eva Eger. Het  heeft heel wat los gemaakt en vooral harten geroerd. Als de verhalen zich verweven met het persoonlijke leven duiken we de diepte in en raken en worden geraakt.  Wat is het fijn om alles te durven vragen en alles te kunnen overwegen en bewoorden. ‘De Keuze’ gaat met name om het feit  of je kiest voor het lijdzaam ondergaan van pijn en leed, of om te blijven hangen in boosheid en agressie omdat het zo gelopen is of de keuze te maken om er krachtiger uit te komen.

Je kwetsbaar durven opstellen opent deuren, het bespreekbaar maken geeft mogelijkheden en het ombuigen naar kracht brengt het leven glans.

 

Uncategorized

Voor elk wat wils

Het fort lag er stil en verlaten bij, maar dat was schone schijn. In de vakken stonden genoeg auto’s. Het museum was een bescheiden voorhuis. Erachter lag het dorpshuis. In de kleine keuken zaten vier mensen. Het waren de andere vrijwilligers. De vrouw die me ontvangen had, stelde me voor aan drie mannen, die aan de koffietafel zaten. De oudste paste naadloos in het interieur van het museum zelf. Het was een oude binnenschipper. Na een kop koffie werd ik ingewijd in het oude Vreeswijk van zijn jeugd. Er was veel te zien. Herkenbare en minder bekende tijdfasen. Een hele schippershut bijvoorbeeld. Er hing een grote koperen bel voor met een dik touw eraan.. Daar mochten kinderen absoluut niet aankomen, was de boodschap. Het leek mij een staaltje van de kat op het spek binden. Wat een moeilijke opgaaf. Er tegenover was een grutterswinkel, waar de koffiebonen gewogen konden worden.

De poppen met hun oude maskers in de huiskamer zagen er griezelig uit in kinderogen, kon ik me zo voorstellen. Ze zaten verweesd te kijken. Vooraan was het lessenaartje en daar stonden ook de metalen hoepels. Er was een binnen en een buitencircuit. Buiten werden luiers gewassen op het wasbord en gehoepeld met de stok.

002

Toen ik weer buiten stond duizelde het. Ik was benieuwd hoe, in die betrekkelijk kleine ruimte, vol met veel, de kinderen zich staande zouden houden.

Bij vriendin was het warm en gezellig. Een kop thee, een goed gesprek en het luisterend oor. Ooit begonnen we, met onze collega’s samen, elke keer weer aan het nieuwe jaar. De leemte van het wegvallen van dat vertrouwde ritueel  werd in een paar woorden overbrugd. Zo bij elkaar viel de tijd even stil. Het was goed toeven.  Met een pot chrysanten mocht ik weer naar huis en de belofte van de herhaling.

Bij de kringloop bracht ik de uitgezochte kleding van gisteren. Ik had de tassen met tijdschriften ook mee willen nemen, maar ze waren te zwaar om in een keer te dragen. Er stond een wat oudere vrouw bij de schoenen. Ze paste een paar rode Gabor schoenen en legde uit dat ze een brede voorvoet had. Deze zaten perfect. Ze keek me verrukt aan. Zo’n toevallige uitwisseling maakte het makkelijker om overtollig spul weg te doen.

Thuis poetste ik verder aan de keuken en sleepte nog twee tassen naar beneden. Ook die bracht ik weg. Heerlijk. Bij de kringloop had ik een soort rek gevonden voor in het toilet, waar mijn lieve kaartjes en herinneringen aan geknijperd konden worden. Ik had het al een week eerder gezien en toen niet meegenomen. Het leverde een vaag gevoel van spijt op. Nu had ik het buit gemaakt en wat ik al dacht was waar. Alles wat de moeite waard was om naar te kijken hing ik er aan. Een klein memento mori. Bovenaan prijkte de leporello, die  me zo dierbaar was.

006

Gisteren haalde een blogvriendin het boek ‘Hug me’ aan van Simona Ciraolo, over de vriendschap tussen een Cactus en een ballon. Het deed sterk denken aan de vriendschap tussen de egel en de ballon, het verhaal dat vriendin en ik eens samen hadden verzonnen in een creatieve bui en dat door haar in beeld gevat was in deze leporello, klein maar fijn als zijzelf.

Ik werd getipt over sterren op het doek. De ster was dit keer Aart Staartjes. De lepe kop in volle glorie werd fantastisch neergezet in het gekozen portret. Een versie van Aart, die opdoemde uit het blauw, was verrassend en boeiend, maar ik begreep de uiteindelijke keuze. Graag had ik meer over de schouder van de kunstenaars willen gluren. Het gaat voornamelijk om de ster en het resultaat. Toch is het fijn om te zien hoe verschillend een verbeelding kan zijn bij eenzelfde onderwerp.

Zo is het leven gelukkig. Smaken verschillen en er is voor elk wat wils.

 

Uncategorized

Het leven is al zo kort

Twee tassen afgeladen vol was het resutaat van een speurtocht door de kledingkast. Alles wat ik twee jaar lang niet had gedragen, werd naar de kringloop verbannen. De kledingstukken die te krap waren en naar de achtergrond geschoven werden met het idee dat het ooit nog eens haalbaar zou zijn, mochten eindelijk weg. Daarna was het de beurt aan de kunsttijdschriften. De tableaus mochten naar het atelier, maar de oudere kunstzones konden naar de kringloop. Waarom het hier op stapeltjes laten liggen als een ander er nog plezier aan zou kunnen beleven. Het was weer een verademing. Met de stofzuiger joeg ik vermeende en echte spinnenwebben weg. Die er waren en die in mijn hoofd. Ziezo, opgeruimd staat netjes.

001.JPG

Vandaag kan ik de tassen wegbrengen en voorlopig komt er niets meer bij. Pas op de plaats en op de kleintjes letten. Fysio kwam er tussendoor. Daarna was de huiskamer aan de beurt. Het internet lag er telkens uit en dat gaf een onrustig gevoel. Steeds was er voor een paar minuten verbinding en dan weer een lange tijd niet. Als afleiding was er genoeg te doen. Op het balkon ontdekte ik dat de selderij uitgegroeid was tot een flinke bos, verstopt achter het aangewaaide bomengroen. Tussen de bieslook zat als verstekeling een mini zonnebloem. Gratis en voor niets erbij gekregen.

zonnebloem  selderij

Vandaag staat het museum van Vreeeswijk op het programma en een gesprek met de conservator. Het is de plek waar de kinderen van de basisschool kennis gaan meaken met Jet en Jan. Ooit ben ik er geweest in een grijs verleden. Toen ik de vrouw opbelde vertelde ze dat er eigenlijk in die ruim dertig jaar nauwelijks iets veranderd was. Dat krijg je natuurlijk met een historisch museum. Alles van waarde staat al op de juiste plek.

Met het doornemen van alle losse papieren die her en der zweven kom ik erachter dat ik een dubbele afspraak heb gemaakt op een dag in oktober. Beide zijn belangrijk. Dan is het een kwestie van zorgvuldige overwegingen maken en afstrepen.

002  003

Ik ontdek ook een fragment van een interview door Elisabeth Lockhorn met Hella S. Haasse uit 1996. Het is opgenomen in de Schrijf-scheurkalender van 2018, die samengesteld is door Marja Pruis, Joost de Vries en Kees ’t Hart. De schrijfster verdween in boek of spel als ze zich als kind ongelukkig voelde. Hetzelfde verwachtte ze min of meer ook van haar dochters. Dat dat buiten de realiteit was, beschreef een dochter in het boekje ‘Altijd piano’ door Ellen van Lelyveld. Ik kom over dit boekje een recensie tegen van Marja Pruis in de Groene van 2014. Daaruit valt op te maken dat de schrijfster haar dochters beziet vanuit ‘haar eigen interpretaties van de werkelijkheid’. Er werd al zoveel verhevens geschreven over haar moeder dat ze nu eens ‘de huis-tuin en keukenbelichting’ heeft gegeven. ‘Voor mijn gevoel wordt mijn moeder daar meer mens door.’

Het is een interessante gedachte. Kan je zo in de schrijfwereld leven dat je de werkelijkheid buitensluit? Of zegt het inderdaad veel meer over de dochter, zoals Marja Pruis veronderstelt. Misschien heeft de moeder het spel van haar jeugd volgehouden door te verdwijnen in een wereld die ze zelf creeëren kon. Een nieuwe werkelijkheid. Triest voor hen beiden. De dochter die niet vond bij haar moeder waar ze behoefte aan had, de moeder die haar dochter niet vond. Het leven is al zo kort.

 

 

 

Uncategorized

Wat een heerlijke dag

Half zeven zondagmorgen. Zoonlief wilde weten of ik hem naar zijn auto kon brengen, die voor de garage in Utrecht stond te wachten. Dat betekende even schakelen van zondagsrust naar handelen. Op de weg had ik ruim  baan. Geen auto te bekennen. De lucht was prachtig en de regensval van gisteren leek zich vandaag niet te gaan herhalen. Het weer lokte naar de tuin, waar de zondagsrust alleen verstoord werd door de meerkoeten en de eenden in de sloot, die haastig het water in gleden en  twee hazen op het pad die zich onbespied waanden.

Mijn zwarte stampers trokken een spoor door het bedauwde gras en hier en daar siepelde er wat nattigheid naar binnen. De lucht trok helder op en ik bemerkte dat ik met de koolmezen en de vinken niet de enige vroege vogel was, want hoog in de lucht zweefde een luchtballon, zwarte stip in oplichtende wolken, waar straks vast en zeker de zon onder vandaan zou piepen.

089

Het gras was goed te maaien ondanks het vocht. Toen de zon opkwam en de ganzen luid gakkend in formatie overvlogen besloot ik een en ander vast te leggen. Alleen de halsbandparkieten die leken te dansen in de lucht schoten sneller weg, dan ik ze in het vizier kon krijgen.

018

Dochter appte of ik zin had om even mee naar haar tuin te gaan en daarna te gaan lunchen in de theetuin. Met het hele gezin naar een ongerepte moestuin, waar grassen, mais, rabarber en snijbieten aardig waren doorgeschoten. De prioriteiten lagen dit jaar bij de lieve dochter die aan een andere rijkdom had bijgedragen. Het maakte niet uit. Ze gingen hard aan de slag samen met zoonlief die zijn kleine spierballen liet rollen en terug, dolle pret, in de kruiwagen mocht. Ik ging met de kleine spruit een rondje rond de pluktuin.

020

Er lagen drie oude zonnebloemen op het pad. Ze stonden op de nominatie om op de compostberg te worden gegooid. Ik vroeg beleefd of ik ze mocht hebben om te schilderen. Grote grijns was de beloning. Natuurlijk. Neem mee. Ik bewaarde ze op de kap van de wagen. Wat een bof. Bij een andere tuin stond ik stil. Het jongetje dat daar met zijn vader aan het oogsten was legde  uit hoe dat werkte bij zonnebloemen en dat je met drie zaadjes een overdosis aan bloemen kon krijgen.

Ik kreeg een zonnebloemenpit mee, om het zelf eens uit te proberen. ‘Smelt’. Geen haar op mijn hoofd die er over dacht mijn plantenkennis openbaar te maken. Na het werk was er een heerlijke tosti met latte in de theetuin en een wandeling door het rijk gebloemde Groenhoven, het piepkleine park aan de Vecht met haar grote oude platanen.

055.JPG

Onderweg naar huis kwam ik langs andere dochter en ving haar net, voordat ze met  Franse schoonmoeder en de drie jongens naar Park Transwijk zou lopen. De jongens mochten stoom afblazen met de bal en de kleine kon eindelijk zijn varkens gaan begroeten, omdat hij al een paar dagen aan het knorren was. Toen we er eenmaal voor stonden bokten ze een beetje en vond ie ze toch wel groot. Het waren nog jonge dieren en veel beweeglijker dan normaal. De geiten waren zachtaardig en goed benaderbaar. Kleine handjes op het witte vel, altijd vertederend.

064

Kleinzoon 2 vertelde terug naar huis dat hij geen voetballer meer wilde worden maar een dokter. Voor de ernstige kwalen, hart of hersenen of zo. Dan kon hij een gouden hart maken voor zijn oma’s, die het altijd zou blijven doen. De lieverd had ons hart allang verguld. Kleinzoon 1 had esdoornvleugeltjes gevonden en we probeerden ze om beurten helikoptervluchten te laten maken. De laatste tolde als een volleerde heli naar beneden. Voldaan, want een kinderhand is gauw gevuld, kwamen we bij huis aan. Wat een heerlijke dag.

 

Uncategorized

Het feest van het doen

Op een vroege zaterdagmorgen stapte ik naar buiten. Het was wisselvallig weer. Zon zwom soms ineens in heftige regenval. Het leverde me onderweg een heerlijke grote regenboog op, waar ik geen foto van kon maken omdat de weg alle aandacht opeiste. Het verkeer was op weekendsterkte en dat was maar goed ook want er waren drie rijbanen afgesloten wegens werkzaamheden. Er kon kalmpjes worden doorgetuft, terwijl ik nauwkeurig de aanwijzingen van de Iphone volgde.

010

Ik werd om Amsterdam heen geleid en kwam uit bij Amsterdam Westpoort. Aan de Donauweg was een parkeerterrein achter een groot industrieel pand. Koffie had vriendinlief meegebracht om, in de betrekkelijke rust van het compartiment van de auto, even te kunnen bijkletsen. Het was een minstens zo belangrijk onderdeel.

Gesterkt gingen we op pad. We werden opgewacht door een dame die de namen en de factuur controleerde en kregen een plattegrond en een voucher in de handen geduwd. Dat laatste stond garant voor de goodiebag aan het eind van de dag. Het pand was enorm en stond vol met schilderijen. Een walhalla aan kunst. De trap leidde naar de open kantine en de sfeer bleef open en ruim door de vele raampartijen en door de doorkijkjes. Overal dwaalden, stonden en zaten mensen.

034

De ruimte was verdeeld door schotten, zodat er overal werkruimtes ontstaan waren. Op de plek waar we moesten zijn, golfde de vloer door de bescherming die er opgeplakt was. Het leek een maanlandschap. Schilderen op de maan en wij waren de eersten. Het dak golfde ook, maar was van een industriële schoonheid. Zes deelnemers waren er met daardoor ruim voldoende aandacht van de kunstenaar zelf.

022-1-e1567916377124.jpg

Acryl en abstract innig verenigd, op een vrij klein doek. Kon ik meer uit mijn comfortzone worden gehaald. Toch zijn dat de beste oefeningen. Doen en het beeld los laten.  Concentratie op de handeling. We mochten eerst papier scheuren om een grillig patroon te verkrijgen en die ergens  op het doek leggen. Twee kleuren verf pakken. Mijn voorliefde was voor magenta en  kobaldblauw. Daar kon ik violetten en paarsen in alle schakeringen mee maken.Rood boven en blauw onder de lijn en daarna mengen. . We werkten met gesso en gel, met penselen en een lang paletmes, daarna met syberisch krijt. Het werd een feest en anderhalf uur was daardoor eigenlijk niet lang genoeg. Dripping kwam het allerlaatste, met verdunde gesso,

Het was vooral de vreugde om het doen. Je laten leiden door de toevalligheid die daarbij ontstond en het toepassen van techniek, waardoor het spanningsveld groter werd. Een duwen en trekken tot harmonie de overhand kreeg.

Ik was de voucher verloren en kreeg een onvervalst standje. Dat was lang geleden. De vrouw die de tassen uitdeelde, keek zo stuurs en afwijzend dat ik me warempel  bedremmeld voelde. Eerst moest ik overal gaan zoeken en toen dat ter onverrichter zake was, gaf ze pas toe dat er een voucher gevonden was.

038

Na de lunch in de lege kantine liepen we met een goed gevulde tas door het druk gonzende gebouw richting parkeerterrein. Een warme omarming en een belofte elkaar gauw weer te zien. En wat de workshop betreft, onbekend maakt hier wel bemind en een belofte om het grootser aan te pakken. Al was het maar om het feest van het doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

022-1-e1567916377124.jpg

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

Mijn schema verliep op rolletjes. Om tien uur ging ik van huis. In mijn handen de tas met de verfkist, de foto, de penselen allen netjes in het gelid. Langs de Hema voor de foto die ik met de snelservice had besteld, geld halen en een broodje met kaas voor de lunch. Om precies half elf was ik bij het atelier en belde een keer kort en twee keer lang. We overbrugden de vakantie met gelach en gebabbel.

013

Vanaf de richel staarde het portret van Maarten me aan op zijn houten paneel in okergeel en scheef. Daar moest nog het een en ander aan gebeuren. De dag zou in meerdere opzichten verlopen in gelaagdheid. Over okergeel ging zinkwit, daaroverheen op de schaduwplekken violet. Warm over koud was de reperterende boodschap. Langzaam schoof er huid over het benige gelaat. Het jasje en de bloes mocht ik qua kleur zelf bepalen. Ik besloot de bloes te laten kleuren bij zijn oplichtende ogen en de jas donkerblauw te houden.

maarten

Ook hier leerde ik dat lichter en vager op de schouders er diepte in bracht. Alle subtiele aanwijzingen bij elkaar gaven een rijkdom aan informatie en belangrijker nog…Ze maakten het verschil. De klassieke school was vooral het oude ambacht, dat tot leven kwam. Letterlijk en figuurlijk.

Het was heerlijk om de hele dag te neuzelen in de wetenschap dat ik de volgende dag los kon gaan in de workshop ‘Abstract met Acryl’ met aanwijzingen over diepte en kleur, vorm en beweging. We gaan werken met penseel en paletmes onder de bezielende leiding van Jolanda van Hattum. Uit de comfortzone treden doet de gewoonte op haar grondvesten schudden en verzet vaak meer dan je voor mogelijk houdt. Haar credo is: Passie pensioneert nooit.  Dat spreekt aan. Ik ga er met vriendinlief naar toe omdat delen in passie altijd fijne herinneringen oplevert.

We reizen af naar het Amsterdam Art centre en alleen al het feit dat er 15 workshops gegeven gaan worden, betekent dat het een immens groots opgezette creatieve uitbarsting zal zijn,  waar mensen van allerlei pluimage aan de slag hopen te gaan. Eenmaal op de plaats van bestemming is er de kleinschaligheid weer. Dat is waar ik op hoop en waar ik van hou.

009

Ondertussen trekt Siri Hustvedt me de wereld van het boek binnen. Ik struin met haar alle bibliotheken en boekhandels af die er in New York te vinden zijn. Iets wat ik, toen ik in de stad zelf was, slechts bij één boekwinkel heb gedaan en het was een ervaring op zich. Krakende houten vloeren, kasten met boeken tot aan het plafond, trappen naar vides met nog meer boeken tot het duizelde. Een villa kakelbont aan boeken. De geur van verse boeken, het glijden langs de ruggen en overal mensen die ter plekke aan het reizen waren. Boek opengeslagen, ogen dwalend langs de regels, in gedachten verzonken. Ze maakt lange zinnen en het vergt aandacht om met haar mee te gaan. Bovenal spreekt ook hier de passie, maar dan voor het geschreven woord. Woord en beeld is het perfecte middel om hartstocht te vangen en er een intense beleving van te maken. Eens kijken wat dit avontuur ons zal brengen. Met de geest los en het hart open. Ik ben er klaar voor.

 

 

 

Uncategorized

De tennisbal en het batje

In de kringloop zie ik een bekend silhouet. De blik ietwat aanscherpen en ja hoor, het is mijn lieve schoonzus. Ze draait zich om en kijkt alsof ze water in vuur ziet branden. Vol ongeloof pakt ze mijn hand. ‘Ik sta net aan jou te denken  bij  het zien van die serie jurken. Dat je altijd toneelkleding zoekt en dat deze zo geschikt zouden zijn. Dan draai ik me om en dan sta je ineens echt voor mijn neus.’ Toeval bestaat niet.  Dat heeft zo moeten zijn. Ik was lang niet in deze kringloop geweest en zij ook niet. Om elkaar uitgerekend daar tegen te komen was inderdaad  wel heel toevallig. We wisselden wat eigenaardigheden uit, de kinderen, de langzame genezing van haar pols, het weer en dan gaat ze boven nog even kijken bij de snuisterijen.  Ik drentel tussen de rekken. Vang een jurk in een prachtige kleur en als ze weer beneden komt nemen we afscheid. Dag lieverd.

IMG_7423

De dag was goed begonnen met een mooi  en uitgebreid telefonisch interview. Buiten joeg de wind de wolken op. Het weer was zeer wisselvallig. Grote flarden zon en daarna dreigende donkere lucht. Bij de fysiotherapie was het een gezellige boel. De mannen waren in voor een gebbetje en bij de balansoefening schoten de kwinkslagen heen en weer. De fysiotherapeute had iedere keer een nieuwe uitdaging voor ons in petto, een hele makkelijke voor mijnheer toupet, een iets moeilijker voor de weduwnaar en een nog moeilijker circuit met rollende tennisbal op een tennisbatje voor mij.

Bij de supermarkt schiet ik bijna aan de verkeerde kant de roltrap op. ‘Zo kom je niet beneden hoor’ lacht een mijnheer achter me en geeft een kniopoog. In mijn hoofd was ik mijlen ver. Door het weer is het een lanterfantdag. Was ophangen, vaat wassen eten koken, rijst met verse groenten.

Ik geef me op voor een gratis online tekencursus. Je krijgt een jaar lang opdrachten. Altijd  weer een uitdaging om aan nieuwe dingen te beginnen. Dit is huis-tuin-en-keukenvogelen op de bank. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn of moeilijk. De meest laagdrempelige vorm van tekenen. De opdracht is ‘Teken een voornemen dat niet uitgevoerd gaat worden’ Lastiger dan gedacht. Ik zal een boek tekenen. Een blanco boek, een dummie, die ik volschrijf met vulpen. Mooie gedachten op een hagelwit vel. Een stille wens. Steeds weer laat ik andere gebeurtenissen en ingevingen voorgaan. Een goed voorbeeld van keuzes maken.

boek

Zelfs de opdracht trekt me een diepere laag in en neemt een vlucht. Het leven is kort en daarom moeten we vooral doen wat we willen. Ik hoorde de fysio aan een vrouw vragen wat haar bucketlist nog was. Ik heb er geen, bedacht ik me. Wel noten op mijn zang maar meer in de trent van verlangens. Als schrijver alles af maken, bij het schilderen het krijgen van een losse toets, een goede tekenaar zijn. Tijd hebben voor de kinderen en met name ook de kleinkinderen, voor de zussen en vriendinnen, betekenisvol zijn, heel veel lezen, en tuinen.

Mijn bucketlist heet dan ook gewoon verlanglijstje. De pop met vlechten in het haar of  drie kaatseballen in een net. Het kleine grut dus en misschien juist daarom wel minder haalbaar.  Het is vaak te veel. Daarom heb ik fysiotherapie. Om te leren luisteren naar wat haalbaar is. Het temperen en het begrenzen. De tennisbal en het batje.

 

Uncategorized

Ze treffen rechtstreeks doel

Naast me ligt het boek ‘Woorden schieten tekort’ van Nicci Gerrard. De zorgvuldig gekozen titel is de vlag, die de lading dekt. Ze beschrijft het proces van dementie in het algemeen en die van haar vader in het bijzonder. Ze zag hem in tien jaar ‘verdwijnen’. De kaft is indringend, de titel veelzeggend en het commentaar op de achterflap veelbelovend. Er is een passage in het boek waarin ze de schaamte van haar vader voor zijn daden noemt. Ze roept op om beginnende dementie niet te bespotten of er een oorzaak voor te zoeken, zoals vermeende dronkenschap. Beroemde figuren als Reagan en Thatcher, Rita Hayworth  kregen hiermee te maken. Het vraagt om begrip en geduld.

De vrouw van de acute verwardheid op de afdeling zei, toen ik vroeg wat ze ging doen, dat ze gingen trouwen. Haar glimlach sprak boekdelen. Haar man schudde zijn hoofd en zei ‘Nee toch, lieverd’. Toen hij de gang opliep om wat te regelen, zei ze: ‘Het is mijn trouwdag. Vier september is mijn trouwdag’. Dat had ze onthouden. Ze wist tegelijkertijd dat ze naar een ander ziekenhuis moest voor een scan, maar liever hield ze vast aan wat mooi was en zacht en wat geluk in zich droeg.

Later op de dag probeerde ze haar reis, waarvan ze samen ter onverrichter zake terug keerden, een plek te geven. ‘Weet je’, begon ze iedere zin, terwijl er tranen over de wangen biggelden en de woorden die volgden, gingen in flarden over ‘samen’ en ‘wij’ en ‘thuis’. ‘Hij neemt me mee naar huis’. Zonder woorden had ze het hele beeld geschetst. In haar grijze lichtende ogen stond het verdriet en de machteloosheid te lezen en de angst voor de hiaten die in haar leven zouden vallen. Zwarte gaten waarvan ze zich niets meer zou herinneren.

006

De man met de robuuste naam sprak zoals hij genoemd werd. Hij wilde niets horen van het feit dat hij al drie jaar aan het vechten was tegen de kanker. Het zou impliceren dat anderen dat niet doen of dat je te vuur en te zwaard iets aan het bestrijden ben. Het is een afstrepen van mogelijkheden en die worden in de loop der jaren, die je nog gegeven zijn, steeds kleiner. Naarmate je ouder wordt, ontrafel je het perspectief dat rest na het wegvallen van de functies. De benen gaan strammer, sneller kramp, gewrichtsklachten, stijfheid, vermoeidheid, slaperigheid of slapeloosheid. Het zijn optelsommen die ervoor zorgen dat het gezonde lijf schimmiger wordt. Met vergeetachtigheid of dementie, verdwijnen er, wezenlijk en sneller, delen van het geheel dat mens heet. Woorden ontglippen je, wandelingetjes worden dwaaltochten en langzaam lost men op in de mist. Herkenbare en vaste structuren geven houvast en toch wordt de wereld op een dag volledig onbegrijpelijk.

“s Middags was er een crematie van de buurvrouw, die niet ouder werd dan 41. De vader sprak in een ontroerend en snikkend betoog, overspoeld door verdriet. Breekbaar droeg hij zijn dochter op woorden weg. Als tegenhang klonk het Ave Maria van Nina Hagen schel door de ruimte. De overgang was groot. Ik vergat te luisteren naar de tekst. Hier zijn de woorden juist van groot belang. Het is een klaaglied voor de mensheid. Ze zingt:

Ave Maria
Maria, mein Gesang
erbittet Dich um Gnade
Für Menschen, die schon solang
Ganz und gar ohne Hoffnung sind,
Ganz ohne Hoffnung sind
Siehe dort ihr traurig Dasein
Der Hunger tiefst, der Angst vor dem Tod
Millionen leben hier auf Erden,
immer noch, in allergrößter Not
Ave Maria
Ave Maria
Santa Maria
Erhöre mein Gebet, Maria
So vieles Leid, das schon geschah
Warum kommt immer neues Leid?
Nur neues Leid?
Lass nun die Menschen wieder glauben
Lass sie verstehen und verzeih’n
Dann könnten alle Völker Freunde
Und alle Rassen Brüder sein
Ave Maria

Achteraf pas besefte ik dat het niets van doen had met het jubelende Ave Maria, het Wees Gegroet, dat we zo vaak onnadenkend prevelden toen we thuis nog moesten bidden voor het eten. Woorden zonder inhoud, omdat we struikelden over de haast waarmee ze uitgesproken werden.

Ik zit naast de vrouw en sla een arm om haar schouder. ‘Weet je’ zegt ze en tuurt in het grote niets. ’s Middags is er na de crematie een broodjestafel. De emotie schroeft de keel dicht en in gedachte zie ik de lichtgrijze ogen weer voor me. Indringende vraagtekens van de ziel.  Ze treffen rechtstreeks doel.

Uncategorized

Een welbestede middag

Het is pas kwart voor vier en ik ben klaar wakker. Er spookt van alles door het hoofd. Waarschijnlijk omdat de agenda aan alle kanten vol loopt. De gebruikelijke activiteiten daargelaten vallen er nieuwe stappen te maken. Spannende, omdat ik nog niet weet waar ze me brengen zullen. Ik vind het aangenaam. Zo blijft het leven afwisselend, onvoorspelbaar en daardoor boeiend. Het raam staat open en er drijft koele nachtwind binnen, af en toe ruist er een auto langs, soms vergezelt van een rauwe beat. Soms scheurt een brommer de stilte uiteen.

IMG_1203.JPG

Vriendin appte gisteren. De tweede expositie van de stichting Nederlandse Portretprijs was er in slot Zeist. De lucht was grauw en grijs. Geen beter weer voor een bezoek aan een tentoonstelling. Irma Braat was een van de winnaars van de eerste editie in 2017.  De Tom Tom fluisterde een omweg. Over Bunnik, maar achteraf bezien  lag het slot aan het eind van het verlengde van de Julianaweg met open armen om me te ontvangen. Dwars door alle fietsende scholieren heen lukte het om een parkeerplek te veroveren. Wat een mazzel. Het jonge grut maakte een leven als een oordeel. De scholen waren begonnen en ik kon uit wat flarden opmaken dat ze roosters op hadden gehaald, er tussenuren waren. Ze daagden elkaar uit. Hard, harder, hardst. Gilden en giebelden. Het slot lag er statig bij. De gele plomp was bijna uitgebloeid. Het blad kroop licht gehavend in een hoek bij het bruggetje. Er was niemand op de grote binnenplaats maar het bord met de aankondiging van de expositie wees de weg. De rode loper wees naar de ingang.

IMG_1241  IMG_1236

De expositie was in de culturele vleugel. Twee dames op leeftijd drentelden in de hal achter de glazen balie rond. Met de museumjaarkaart kreeg je 1 euro korting. Het vertrouwen was groot. Er was een vel met alle deelnemers zodat ik aan het eind kon bepalen welk schilderij mij het meest bekoorde. Twee statige houten trappen leidden naar het portrettenwalhalla. Drie kamers met imposante en minder spectaculaire werken en ik was er helemaal alleen. De inleidende film waarin de kunstenaars zelf vertelden hoe ze tot hun werk gekomen waren gaf de geheimen uit de keuken prijs. Het was prachtig. Groots en sommige meeslepend, anderen met een vleug humor, weer anderen ontroerend mooi. Het allerkleinste portretje, met de slechtste belichting ooit, was mijn favoriet. Alsof ik recht haar hart inkeek. Het was een zelfportret van Bairbre Duggan. Misschien kwam het door de bril die scheef in de haren stond, maar het was vooral de textuur, de blik, de kleuren. Ze bewijst dat het niet nodig is om in de overtreffende trap te werken. Het is klein maar fijn.

Als het zaaltje dicht trekt met bezoek, slip ik er weer uit. Lever mijn briefje in. Er staan nu twee andere oudere dames posters te rollen. Ik geef aan welke ik het mooiste vind. In de koffiebar achter de hal hing het werk van Irma Braat van twee jaar geleden. Fascinerend. Later zou blijken dat Baibre ook een docent is van de Wackersacademie, net als deze Irma.

IMG_1290

Met een cappuccino en twee levensgrote houtskooltekeningen  op fotografische sterkte aan de muur rust ik even uit. Een man en een vrouw waren aan het daten. Dat maakte ik op uit de opgewonden manier van praten, een klein kussengevecht, veel gelach, net iets te hard. Het spel van aftasten in woorden. Buiten stond een lichte bries. Aan de zijkant van het slot lag de begraafplaats van de evangelische broederschap achter hoge muren. Hier valt de wereld stil. Er is geen enkel beeld te zien, alleen helemaal achteraan wat verse bloemen. Platte stenen ingegraven met richels er tussen. Verstilde soberheid.

IMG_1304

In het beeldenpark er tegenover, zitten op een bankje de hangouderen, sommige half over de rollators heen en doen net als de jeugd een wedloop met hun bijbehorende stemverheffingen. Ik kijk naar het witte zwanenbeeld in de gracht. De zon winkelt af en toe door de dreiging heen. Een dikke knipoog naar een welbestede middag.

Uncategorized

Voorpret met die Jan en Jet

Terwijl we aan het praten waren, buuf en ik, zag ik over haar schouder heen een groep kieviten hun buitelende vlucht maken. Het was een serieus gesprek. Ik kon niet enthousiast er doorheen roepen, maar mijn hart maakte een sprongetje. Ik had hen de hele zomer nog niet gezien. De hele middag had ik in het atelier gezeten en geprobeerd om een juiste weergave te vangen. Het werd het oude spel van duwen en trekken. Straks zou ik er weer overheen schilderen. Het gaf niet. Het was een broddellapje. en oefening baart kunst. Haha. Nu die grote ‘K’ nog.

Vanmorgen stond er een vreemd nummer in mijn telefoongeheugen. Eens horen wat men te berichten had. Het was iemand van het cultureel erfgoed. Ik had toegezegd de derde les van het schoolproject ‘Op stap met Jan en Jet’ voor de Nieuwegeinse groepen vijf in het museum van Vreeswijk te verzorgen. Even zouden ze zich kinderen wanen van 100 jaar geleden. Die sfeer werd teruggehaald in het heden met zeepkloppers, wasborden, koffiemolens, luiers wassen en op leitjes schrijven.

Als ervaringsdeskundige, die aan den lijve heeft ondervonden wat het is om, als jong kind, mee te moeten draaien in de huishouding, is dat kaasje. Even terug in de tijd. In gedachte zie ik mijn moeder met haar gezicht rood en glimmend met de houten lepel in de wasketel boven het fornuis roeren. Ze lepelt de stukken eruit en de vlekken worden nog extra op het wasbord schoon geschrobd. Maar voorzichtig, de was was kokend heet. Zakje blauw om na te spoelen.We hadden een wringer. Dat was een van onze taken. Draaien aan de slinger. En het kloppen van de Sunlightzeep in haar gazen huls in de grote teil.

11781718_10204599732448409_5532904736403445508_n

Naar de Gruyter om boodschappen te doen. De geur van de gebrande koffiebonen. De Douwe Egberts-molen hing thuis aan de muur. Crèmekleurig met gouden strepen en het rode D.E. logo. Bonen erin en malen maar. Met het lootje werd de koffie afgemeten. Snufje Buisman, snufje zout.

Woensdagmiddag was het hard werken geblazen, tuinbonen doppen, sokken stoppen, aardappelen schillen, spinazie lezen.

Met al het zand en de beesten erin moest dat laatste wel vijf keer over. Spinazie in het water, spinazie op de kant, schoon water in de kuip, spinazie erin, spinazie eruit, schoon water in de kuip etcetera. Na de vijfde keer was de spinazie schoon genoeg. Zand schuurt de maag, dus de rest mocht blijven. Met rode armen van de kou dropen we af.

De berg met tuinbonen lag op de tafel. Het was Holle-bolle-Gijzenwerk. We werkten ons dwars door de berg heen. Met de schillen van de tuinbonen wreven we over de wratten op de duim. Dat zou helpen. Ik heb er nog nooit een zien verdwijnen, behalve de lust in tuinbonen.

022

Het stoppen gebeurde met een paddenstoel. Sok erover trekken tot de hak op de kop strak getrokken kon worden. De grote maasnaalden en het kaartje Brat in de kleur. Meestal zwart of grijs. Eerst op en neer en dan heen en weer. Er was thee met een kaakje als onderbreking. Een korte pauze. Er waren zes grote broers boven ons in de lijn met voetbalkousen, dus er viel meer dan genoeg te stoppen. De sokken van mijn vader maasde moeder keurig net.

De jongens moesten poetsen. Alle schoenen en dat waren er nogal wat. Blik schoensmeer, borstel, schuier en lap. Tot ze glommen als spiegels.

Zelfs de vaat hoort bij vroeger. Wij moesten afwassen en drogen. De modus was om er luidkeels bij te zingen, tweestemmig. Ik doe nog steeds de vaat. Vanwege de goede herinneringen. Al was een vaat van dertien personen heel wat anders dan mijn bescheiden huishouden. Soms neurie ik erbij. Dan komt Jarig Jetje langs of een Veldmuis.

Straks mag ik ronddwalen in dat kleine museum en me terug wanen in het verleden. Wat leuk om de kinderen al die vergeten begrippen te mogen laten ervaren. Ze gaan er natuurlijk zelf mee aan de slag. Ik hoop op een fitte outfit in de stijl, haar op zolder en ulevellen om mee te geven. Toch eens langs bij Betje Boerhave. Ik heb alvast de voorpret met die Jan en Jet.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Het duurde even, maar toch vond ik de titel van de film terug die ik gistermiddag had gezien. Words and Pictures. Een Amerikaanse film uit 2013 met o.a. Clive Owen en Juliette Binoche in de hoofdrollen. Het draaide om een ‘strijd’ tussen de leraar Engels en de lerares beeldende vorming in het voortgezet onderwijs. Het vraagstuk was:  Wat heeft meer zeggenschap, het woord of het beeld. De romantiek schuilde in de zuivere liefde die alles vermag te overwinnen. De drankzucht van de man en het verzachten van de reumatoïde artritis bij de vrouw.

Het boeide en was sentimenteel genoeg om het leed in verdwaalde tranen over de wangen te laten rollen. Niets ruimt beter op dan het weg zinken in droefheid en ellende. Toen de lapschwanz zo dronken was, dat hij het meesterwerk van de kunstenaar vernielde, was het hek van de dam. Het zou geen feel good movie mogen heten, als het niet ‘eind goed, al goed’ bleek te zijn. Een mooi verjaarscadeau en kant en klaar voorgeschoteld.

047

De ochtend bracht ik in alle rust door, terwijl beneden de beide zonen de boel aan het redderen waren om straks met het hele gezin aan tafel te kunnen. Om half twaalf mocht ik pas naar beneden. Knuffies, een lied en het gezellige gerommel aan de volle weelderig gedekte tafel. Het paste net allemaal. Helemaal jarig met een prachtige keramiek paddenstoelen-bel uit Denemarken, een ketting met de leukste foto’s van de kleinkinderen in polaroidformaat, een belofte voor een lunch en lieve kaarten met mooie teksten. Bij de eerste gelezen woorden stroomden de tranen al vrijelijk en barstte iedereen in lachen uit. Het bekende fenomeen. Laat me wat voorlezen en het gaat mis als daar iets liefs in staat. Met de pen ben ik een hele vrouw, maar met het voorlezen van lieve teksten een watje.

010.jpg

Het leven is een snoer van tranen van vreugde en verdriet. Elke traan is een parel waard en daarom rijg ik ze graag  aaneen. Het zijn de momenten om te koesteren en eigenlijk tegelijkertijd om de emoties om te vergeten. Beetje dubbel dus. Het komt zoals het komt.

‘Wat ga je doen vandaag’ vraagt zoon. De fysio in ieder geval. Daarna is het blad van deze agenda nog blanco.

008

Normaliter hadden we de vorige week op school al alles voorbereid. Geverfd, de groep aangekleed, de thema’s bij elkaar gebrainstormd, gelachen en geploeterd. Het was de leukste periode van het jaar. Krakend nieuwe ideeën mogen uitpakken. Daarna de eerste dag, verwachtingsvolle blikken en de spanning. Wat gaan we doen. Het gemoedelijke samenzijn in de kring. Het werken met de vernieuwde inhoud uit de opgeknapte kasten. Het maken van je eigen naambord voor op de laatjes. Feest. Na een lange vakantie was school een feest. De verhalen komen los en de bleke snoetjes aan het eind van het jaar zijn bruinverbrand en uitgerust. Ze rebbelen honderduit.

Ik hoef mijn ogen maar te sluiten en ik zie het voor me. Vriendin blogger mijmerde over hetzelfde ogenblik met melancholie en heimwee. Het vorige leven is inderdaad aan ons voorbij gegaan. Een week na het wennen, het aftasten, de verhalen, het krakend nieuwe, de kracht van het starten sloop de druk op kousenvoeten dichterbij. Steeds vaker slurpte ze de kostbare tijd op, hingen we uitgeput tegen de deadlines van de administratie aan. Op dat moment was fris ingestort en fruitig met een zaklamp te zoeken. De kinderen zelf waren de batterij, die de fantasie deed ratelen. Dat hield stand te midden van de rompslomp.

IMG_4872.JPG

Een nieuw vrij jaar voor mij. Met noten op mijn zang om het mooiste lied te componeren. Samen met anderen. Kinderen, kleinkinderen, zussen, vriendinnen, de tijdelijke bewoners van de afdelingen in het ziekenhuis, de theaterdagen met de kinderen, poes Pluis en de kleine blauwe Prins. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

Zo oud als je nu bent

Ooit, lang geleden, heb ik in een rotan wieg gelegen. Er is een kleine foto van. Een rond bolletje boven de dekens. Een sluier om het licht te verzachten. Het eerste meisje na een reeks van zes jongens.

109

Nu is het meisje die wieg ontgroeid en tegelijkertijd komt er iets terug van die onbevangenheid van een pasgeboren kind. ‘Hoe ouder, hoe gekker’ luidt het spreekwoord, maar in variatie op een thema zou ik willen zeggen: ‘Hoe ouder, hoe zachter’. De scherpe kantjes zijn er af. Elk onderwerp is goed om over te praten zonder te willen bewijzen. Het leven komt en het gaat, een eb en vloed en wij deinen op de golfslag mee. Een paar dagen geleden wilde zoon weten of het geen gek idee was nog maar vier jaar van de sterfdatum van mijn moeder af te zijn. De jaren zijn omgevlogen. Maar er waren jaren bij dat er geen eind aan leek te komen en er waren jaren bij om te vergeten. Veel van alles, het hele pakket aan leven. Ik ben nog steeds aan het uitpakken. De touwtjes zijn los, nu het papier, straks zal ik de rijke inhoud in heel haar omvang kennen.

009

In Houten ontdekte ik een uitgebreide snoepwinkel, een luilekkerland voor geletterden, maar ik was er op de valreep. Tien voor vijf, de uithangborden werden al naar binnen gereden. Graag had ik even willen dwalen, omdat het er zo heerlijk was met de boekenwanden tot aan het plafond. Een paradijs aan avonturen en reizen, een wereld van mogelijkheden. Daar vond ik het boek waar ik tot dan toe tevergeefs op zoek naar was geweest. ‘Herinneringen aan de toekomst’ van Siri Hustvedt wist de verkoper blind voor mij te grijpen. ‘Is het een cadeautje?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Nee hoor, voor mezelf’. ‘Zal ik er een zakje om heen doen’. ‘Graag’. Buiten stond ik en dacht…’Het is wel een cadeautje, mijnheer’. Elk boek is een cadeau omdat het iets toevoegt. Het had best als cadeau ingepakt mogen worden met een mooi lint erom heen. Er bestaat niets leukers dan uitpakken.

De middag rolde uit over het voetbalveld. Gras ontbrak, de geur van siliconen steeg boven het groene tapijt uit. Een zoon nog maar en de ander keek toe. Die had de ochtend ook thuis gevoetbald. Twee verloren wedstrijden, maar geen verloren middag. Rond het veld geen vertier, geen bankjes om op uit te puffen, geen schaduwbomen. Het rubber, de brandende zon, het glimmende hoofd van de zoon en ik.

008

In de supermarkt drentelde ik voor de wijnen. Het moest een lekkere worden voor zuslief en haar man. Een chardonnay met een fraai uiterlijk, ook al zegt dat niets over de kwaliteit. Ik was uitgenodigd voor een balkon barbecue. Dat betekende de elektrische versie als een welkome vervanging van de houtskool. Gaar zonder rook. Wel het gezellige keuvelen erbij, over mensen, het leven, en ja, zelfs hier ook, de dood, waar de dag in de ochtend al mee begonnen was door het lied op de radio van Freek de Jonge: ‘Er is leven na de dood’.

Het principe op is op en weg is weg hoorde ik tussen de antwoorden door. De ouwe romanticus in mij houdt wel van fantasierijke gedachten over voortzetten, bij me houden, inlijsten en omlijsten. Niet tussen vier wanden maar au naturel, onder een boom waar een merel merelt en de leeuwerik zingt.

De Feuille Morte van Jaap Fischer misschien wel. Zonder de kist graag. Doe mij maar een lakentje. Een letterlijke fragment van Jaap is: ‘Ik zoek de rust van een kist, van een lange houten kist. Onder een spotvogel die in een treurwilg Feuille Morte zingt, zijn neus gesloten met zijn poten omdat het lijk zo stinkt’.

Dood met een vleugje humor. Maar eerst nog even de rest van het cadeau uitpakken. Je wordt per slot van rekening maar één keer zo oud als je nu bent.

 

Uncategorized

Grondig schoon spoelen

Onder aan de dijk op het kleine weggetje zag ik zijdelings vriendinlief boven al aankomen fietsen. Ik reed haar achterop. Ze wenkte en zwenkte aan de andere kant naar beneden richting de Bossenwaard. De kleine blauwe prins hobbelde er gemoedelijk achter aan, hier en daar wiegend op het ongelijke terrein. Voor het hek parkeerden we. Over de geul heen veranderde de wereld in die van grassen, distels, margrieten, teunisbloemen, stekelkopjes en verdroogde zaaddozen van de wilde peen.

IMG_1199

Voor ons strekte de Lek zich tot een lang lint onder de nieuwe en de oude brug, nu nog gebroederlijk naast elkaar. De temperatuur was aangenaam met de lichte bries. Zon, zand en water, de pier met de brokken steen bedrieglijk achteloos neergesmeten. Boven ons roerden zich de ganzen. Soms in formatie, dan weer uitwaaierend, maar altijd gepaard gaande met het luide roepen. Gak gak gak…Spelen aan de Lek met een schetsboek en pen of potlood in de aanslag.

IMG_1164

Over de A2 raasde het verkeer in hoog tempo voorbij. De wind stond gunstig. Het geluid viel stil in deze uiterwaarde. Het water kabbelde of deinde hoger naarmate er schepen voorbij voeren. De motorboten golfden hun venijn in een vinnig geronk naar buiten. Met tussenpozen was er alleen een weldadige rust.

013Foto van Mieke Siemons: Detail

We konden de diepte in met uitgesproken gedachten, verlangens, dromen. Het was goed toeven daar op de oever. Pen ving de wirwar aan planten, de overkant met haar grijsgroene bomen nu nog in zwart/wit. In de herfst, als er weer een hele andere rivier te beleven valt, gaan we met ezel en olieverf aan de slag. Die belofte stond. Om het kleurenpalet te vangen en een studie te maken van kleur en vorm. Het idee om naar waarneming te schilderen gaf een nieuwe impuls en kwam op het goede moment. Heerlijk om naar uit te kijken met alle nieuwe mogelijkheden van dien.

017

De voeten in het koude water zorgden voor verkoeling, zand tussen de tenen. Daarna liepen we terug naar het hek. Prachtige plek, die Bossenwaard. Wadproof.

003Zaaddozen van ‘De wilde peen’

Op de tuin was het een drukte van belang. De achterbuuf, de oude en zijn jonge kompaan. Op een gegeven moment joeg ik ze van het erf, want mijn hoofd hing nog in de zoete stilte van de Lek. In de Bernagie stond een tweede doek te wachten. Eigenlijk had ik de zaaddozen van de wilde Peen willen schilderen, maar ze lag nog in de auto, op het nippertje meegekregen van vriendin. Experimenteren maar, met kleur, roze, paars-tinten, groenen en en blauwen. Het lukte niet echt om me volledig te concentreren. Volgende keer beter.

Afsluitend een praatje met de buuf over de zonnebloemen van Anselm Kiefer, die haaks lijken te staan op de zonnebloemen van van Gogh. Ik zoek ze op en ben onder de indruk. Die krachtige belijning van Kiefer. De bloemen, groot, dood of treurend, met de sporen van verval. Kracht van vergane schoonheid. Door mijn queeste ontdek ik de tentoonstelling van Anselm Kiefer straks in museum Voorlinden vanaf 16 september. Wat in het vat zit verzuurt niet. Iets om naar uit te kijken.

Om half acht wandelde ik langs de sloot in het zachte avondlicht, met stof om te denken over een vervelende app, stekeliger dan een stekelknopje, die de mens toonde in al zijn facetten. Deze was van een droeveloze hopeloosheid. Met de gedroogde wilde peen en de gevonden paarlemoeren schelp op het dashbord kabbelde de Lek en haar goede zingeving mijn hoofd weer in om alles grondig schoon te spoelen.

 

 

Uncategorized

Vruchtbare aarde

In de ochtend bij de gemeente een bevestiging halen, dat ik me keurig gedragen heb. Een digitale afspraak en daarbij op tijd afgehandeld. Wat een verschil met vroeger, waarbij je soms een half uur of langer moest wachten. Daarna na de fysiotherapie en nog een korte aarzeling of ik wel of niet naar de tuin zou gaan. Al met al bleek het een zeer productieve middag te zijn. Het uitzicht op mijn molen was bijna weg, dus waren de wilgen het haasje en snoeide ik de linkerkant van de tuin, zodat er een horizon in het zicht kwam. Daarbij moest ook de kleine wilde apothekersroos er aan geloven. Alle verhoute delen, of in ieder geval een groot gedeelte ervan, knipte ik weg. Nu maar hopen dat ze nog een kleine opleving heeft en weer wil bloeien.

007

Met het gemaaide gras zag het eruit om te zoenen. Het probleem waren de wilgentakken. Waar moet je met het spul naar toe. De takkenril lag al vol. Achter de compostberg was nog wel ruimte, maar daar hing de zeer doornige kleine witte guirlande d’amour overheen. Het belemmerde het vrije werken. Toch bracht ik ze daar onder. Tot het najaar waren ze uit het zicht. daarna moest daar flink gesnoeid worden en konden we misschien wel een vuurtje stoken.

008.JPG

De lathyrus in mijn zelf gefabriekte stelling tierde welig en gaf uit dankbaarheid heerlijk geurende bloemen. Ik zou ze eigenlijk moeten plukken, want dan bloeien ze nog uitbundiger. In de wetenschap dat ik vanavond door moest naar een vergadering en ze te lang in de auto moesten blijven liggen, schortte ik het op tot de volgende keer.

010.JPG

Vrouwtjes merel kwam op bezoek en bleef kalmpjes doorgaan met het zoeken naar haar wurmen. Nicandra was bezig het pad te veroveren en de buitenste planten trok ik eruit met wortel en al. De kluiten zette ik tussen het groot hoefblad aan de oever van de sloot. Daar mocht ze verder gedijen. De zaaddozen waren in drie stadia aangeland. Wonderen der natuur, die ingenieuze omhulsels.

005  003  004

Na gedane arbeid was het zoet rusten. Een toost op de tuin, op de ex-buuf die overhaast en veel te jong vertrokken is uit het wereldse en op de vader van de kinderen. De gedachten vlochten zich door het groen heen. Het leven was grillig, onnavolgbaar soms, maar goed.

IMG_1147

In de spiegel tegen het vermolmde huis van de oude, keek een klein heksenvrouwtje me verwilderd aan. Haren woest, tuinshirt, de rode bezwete konen. In de Bernagie veranderde ik nog wat aan het laatste schilderij.  Genoot van mijn habitat, van de stoel die ik bij de kringloop had gevonden en die naadloos paste bij de rest van de inrichting. Met de twee lege accu’s van de maaier in de tas, werd het de hoogste tijd om de kuierlatten te nemen.

De wegen stroomden vol en zelfs de sluiproute liep vast. Met Utrecht op mijn duimpje wist ik nog net op tijd te komen op de vergadering. Het Swifterbant-verhaal werd goed gekeurd. De editor gaf er zijn fiat aan. Nu moesten we nog aan wat smeuïge foto’s zien te komen. Aan het eind van de productieve avond wachtten de twee dochters me op. De jongste had ik in de groep gehad. Eerst kreeg ik een prachtig mini concert op de dwarsfluit en daarna wist ze niet hoe snel ze haar portfolio moest halen. Met elkaar zaten we op de bank en bekeken de heerlijke verzameling aan technieken, kunstwerken, projecten en feesten aan de hand van de vele foto’s. Prachtige herinneringen en zo leuk om ze weer terug te zien.

Moe maar voldaan stapte ik in de kleine blauwe. Hoeveel facetten telt een dag. In ieder geval gedijde het goed in vruchtbare aarde.

 

Uncategorized

De middag strekte zich uit

Wat gaat de tijd hard. Ze glipt als zand door de vingers.

Op de dagbehandeling wordt de Tijd in keren gevat. Het aftellen gaat aan de hand van het aantal chemo’s die volgen. Nog drie keer, nog zes, nog een. Sommige komen iedere week, anderen om de drie weken. De een ziet er als een berg tegen op, de ander ondervind er weinig hinder van. Er is geen peil  op te trekken. Waar je goed in wordt, is het lezen van de gezichten

Achter de ogen ligt een hele wereld. Het zijn kleine gebaren die het onderschrijven. De kunst is zonder al te veel woorden te begrijpen. De prietpraat is de afleiding. Zelfs daarin zit leed of geluk verpakt. Over mijn Henna-haren bijvoorbeeld. ‘Wat een mooie kleur haar is dat’, merkte iemand op. Ik openbaarde mijn geheim. Onmiddellijk brandde het sjaaltje op mijn netvlies en wist ik dat ik was vergeten te vragen naar haar kleur. Bespreekbaar maken van gemis is makkelijker dan het zwijgen erover. Ze is jonger dan mijn dochters zijn.

Een praatje met twee lichtgrijze ogen waar ook een wereld achter schuil ging. Diagnose voor opname was een acute verwardheid. Dochter had haar midden in de nacht op zolder aangetroffen en haar met zachte hand naar beneden geleid. Dat en al haar twijfels over het ongewisse, de gaten in haar geheugen, wilde ze met me delen. Alle andere opmerkingen getuigden van veel meer, dan alleen dat. Long en uitzaaiingen, ruggenwervels die vastgezet moesten worden, scan van het hoofd. Ik telde op en de som der delen bood nauwelijks perspectief. Maar het bleef bij een optimisme steken. Geen zorgen voor de dag van morgen. Lichtgrijze ogen vol vertrouwen, maar ook met angst. De mens ten voeten uit.

De vrouw bij het koffiezetapparaat had af en toe een loopje nodig. Heel even de lange zit onderbreken. Als het mee zat,  was haar man voor twaalven weer klaar. Ze gingen naar Terschelling. Eiland van ons huwelijk in een ver verleden. Daarna moesten ze naar de maandag. Ze had er vertrouwen in omdat haar man er in geloofde. Hij was al drie jaar de strijd aangegaan en voelde zich nog steeds goed. Bij afscheid kreeg ik van hem een galante handkus. Er zat geen spoor van sentimentaliteit bij. Een welgemeende dankbetuiging voor de prietpraat, de verdieping , de humor en de kopjes koffie.  Van de vrouw een warme handdruk. Tot op Terschelling misschien een keer.

002

Mijn eerste voetmassage bij de vrouw met een naam als van een chique Engelse dame, een uit de tijd van Miss Marple van lang geleden. Ze had de warme sjaal afgegooid, en lag boven de dekens met dikke sokken aan. De voeten waren ijskoud. Daar zat ook een probleem. Extra voorzichtigheid was geboden omdat de zenuwen overgevoelig waren. Handleiding onder handbereik en aan de slag. Voorzichtig masseerde ik mijn kennis in en ontlokte haar verhalen over de beleving van een week lang ziekenhuisopname. Het verlangen naar het vertrouwde huis, over de eenzaamheid van de stille kamer, het geweeklaag op de gang. Voetstappen die indringender zijn dan normaal, het wachten op een verlossend woord. Bij het afslaan van de voeten voelde ze zich als herboren, het doorgaans betonnen voetstuk weer als levend. Kleine taken met grote effecten.

Brengers van de afleiding. een andere noot op de zang dan die van doktoren en verpleging, een klein beetje van Tao en een klein beetje van mezelf. De wereld draait door, maar hier blijkt ze altijd weer even stil te staan en soms zelfs helemaal te stoppen.

003-9.jpg

De gang was lang, de draaideuren voorbij bracht een rugzak aan lome warmte. De twee konijntjes op het gras bij de parkeerhaven hadden het hazenpad gekozen. Op de lantaarnpaal zat een buizerd en keek met argusogen naar beneden. De middag strekte zich uit.

 

 

 

Uncategorized

Ere wie ere toekomt

Het s drie uur ’s nachts. De hitte trekt zich er niets van aan en blijft met dagwarmte hangen in huis. Beneden staan de openslaande deuren wagenwijd open. Wesp haalde me uit de slaap. Niet handig, want straks roept het ziekenhuis en is een beetje conditie wel gewenst. Het was een lanterfantdag geweest van het zuiverste water. Achterstallige kleine klussen dienden zich aan. Heerlijk miesmuizen op de vierkante centimeter. Eerst de planten op het balkon verpot, tot het water met straaltjes de make-up uitwiste en daarna de aangedane oude parasol zo goed en zo kwaad als het ging opgezet. Dat had beter andersom gekund, maar ach.

De dag ervoor op de tuin had ik heerlijk buiten zitten schilderen. De oude kwam en kletste twee uur over zijn kleine wereld. Een krappe jas met weinig meer op het netvlies. Ik dacht dat het doek ‘Meisje in de spiegel’ klaar was, maar dankzij zijn visie zag ik dat het niet kon wat daar op het doek gebeurde.

004

Ze spiegelde niet, maar beiden leefden een volstrekt eigen leven. Goed nagedacht en duwen en trekken tot handen en oor op de goede hoogte zaten. Met een voldaan gevoel sloot ik het af.. Nog lang niet voltooid, maar weer op de goede weg. Dat gaf rust. Later verder.

IMG_1126.JPG

Ik heb me toch opgegeven voor de zonnebloemen van van Gogh en Georgia O’Keeffe. De laatste heeft een volstrekt andere schilderstijl dan ik, maar is wel een powervrouw van het eerste uur. Flower power heet de cursus. De kracht van de bloemen, naar waarneming, verdroogde zonnebloemenharten en anderszins. Er werd opgetogen gereageerd omdat ik gekozen had mee te doen. Op de tuin kan ik eventueel vast oefenen met de levende have daar. Tere lathyrus weet ik ineens. Een loffelijk streven. Wie weet.

Voor zoonlief had ik tijd om uitgebreid een heerlijke nasi trafasie klaar te maken. Dit keer met broccoli, courgette en paksoi. Dwars door de koelkast heen levert treffende combi’s op. Daarna naar het centrum en ook nu was het drentelen geblazen. Winkel in en winkel uit. Het lummelde voort. Niets gekocht behalve de hoognodige boodschappen, groene zeep voor de penselen en boterhamzakjes. Thuis de was opgehangen, hier en daar de rommel opgeruimd. Niet gelezen, niet geschilderd. Morgen is er weer een dag. Wel heb ik alle mails beantwoord en dat gaf  een opgeruimd gevoel.

siri hustvedt

Ik kwam in een interview in de Zin van deze maand een titel tegen die intrigeerde door de onmogelijkheid ervan. ‘Memories of the Future’ heet het boek en het is geschreven door Siri Hustvedt. Het gaat over de rol die vrouwen hebben, onder andere  in de kunst en waar mannen overheen walsen. Het urinoir van Duchamps uit 1917: ‘Fountain’ genaamd, dat wereldberoemd is geworden, wordt door een aantal mensen toegeschreven aan de Duitse Dada-dichteres Elsa von Freytag-Loringhoven. In See All This, een kunstmagazine, staat een heel artikel over deze ‘Oermoeder’ van de conceptuele kunst. Zij en niet Marcel Duchamp had wereldberoemd moeten worden met ‘Fountain’. Het is haar handschrift op de pot, R. Mutt en dat stond vermoedelijk voor een van haar woordgrappen. Zij struinde de straten af op zoek naar schoonheid en vond die in allerlei objecten. Haar Objet trouvé was haar bezieling.

Deze geschiedenis is subtiel verwerkt in het boek van Hustvedt, waarbij de schrijfster in dialoog gaat met haar jongere zelf, aan de hand van vergeten aantekeningen van vroeger.

Eerst het boek lezen en daarna in de wereld van de Dada-koningin Elsa duiken. Daar mag wel een aureool omheen. Ere wie ere toekomt.

 

 

Uncategorized

Klein maar fijn

Gisteren in de tuin vond ik in de oude pot, die er al tijden stond, een lief klein onooglijk bloemetje, maar van een schoonheid, waar een mens stil van kan worden. ‘Wilde Bertram’, zei de oude stellig. Wie ben ik om aan zijn botanische kennis te twijfelen, maar thuis zocht ik het toch voor de zekerheid eens op. Wilde Bertram lijkt in de verste verte niet op de door mij gevonden kleine bloem. Iets om over te peinzen. Normaliter heeft de oude een ijzersterk geheugen.  Het zegt meer iets over de stelligheid waarmee hij zijn bewering staaft.

007-5.jpg

Toen ik een foto van de kleine ging maken, moest ik wat blad opzij houden. Daardoor zag ik het blad van de bloem. Het leek op klavertjevierblad. Google gaf uitsluitsel. De Latijnse naam was Oxalis Violacea, ook wel ‘Love in Vein’ genoemd en in het Nederlands klaverzuring of wilde klaver. Romantisch, er stroomde liefde door de tuin. Het was niet het klavertjevier. Hoe vaak kropen we als kind met de neus op de grassprieten om tussen de klaver in het weiland het klavertjevier te spotten. Het Geluk lag voor het oprapen, maar je moest er wel voor speuren. Wat waren we blij met dat kleine geluk.

Recensie: Marian Donner – Zelfverwoestingsboek

Bij een lieve medeblogger las ik in haar overpeinzingen van de dag bij het boek van Marian Donner met de titel ‘Het Zelfverwoestingsboek. Er was een recensie verschenen in Tzum van de hand van André Keikes. Het boek zelf is een pleidooi om weer mens te worden van vlees en bloed. Het neoliberalisme en de gedachte dat liefde en geluk maakbaar en te koop zijn, te overstijgen door weer te leven. Het Bourgondische leven te omarmen en op te houden met aan al die normen te voldoen, die reclame en maatschappij tegenwoordig opeisen, door wie er niet aan voldoet te veroordelen. Als je niet meeloopt in de ratrace ben je ‘ongelukkig’.

André Keikes benoemde het mooi. ‘Al die overgelukkige, breedlachende mensen in perfecte situaties, nooit eenzaam, nooit diep in de schulden, altijd blij in hun pukkelvrije lijven. Wie gelooft er in dat sprookje…’

Een waar sprookje. Waar de bergen hoog zijn, zijn de dalen diep. Ooit hadden we bij een van de zussenweken het over dat harnas dat wij vrouwen moeten dragen als je mee wilt in de vaart der volkeren. Dat wordt ons tenminste aangeraden en vertelt. Maar als vrouw van de jaren zeventig heb ik de losbandige vrijheid gevoeld en beleefd. Borsten hoefden niet  opgehouden te worden, het bikini-bovenstuk kon uit. Hangers waren geoorloofd. We waren trots op ons lijf.

undefined

We worden ouder. Deze generatie heeft alles in zich om te lijden onder de groeiende druk gezond te leven en in de pas te blijven lopen. Elke rimpel wordt achterstand. Het groeit met de jaren. De druk van de longen zorgt voor ongemak bij het harnas, de bikini voor schaamte, de push ups voor gêne. Ik ben het eens met Marian Donner. Ooit schreef Anja Meulenbelt ‘De schaamte voorbij’. Het leverde met name herkenning op. We zijn er hard aan voorbij gehold de afgelopen jaren.

001

Geluk is een klavertje vier. Dat nou ook weer niet. Wel is Klein Geluk vaak met een hoofdletter te schrijven. Je vindt het gratis en voor niets. Geluk is namelijk onbetaalbaar. Het zit in een zonsondergang bij zee, in een pootje van poes Pluis, dat haar bekkie omsluit, in de kinderen en hun kinderen, in het nietigste bloemetje in  mijn tuin. Het is te vinden in mijn geheime tuin, als je de schreeuwers opzij duwt en het zonlicht erover laat schijnen. De Oxalis Violacea, klein maar fijn. .

Uncategorized

We zijn er klaar voor

Vrijdag lag er in de brievenbus een lieve attente kaart van een collega blogger, een papieren vriendin. We hebben elkaar nooit echt ontmoet, maar putten uit elkaars verhalen en zitten op eenzelfde lijn van beleven. Wat een warm ontmoeten is dat.

Het is me gelukt. De deadline was in zicht, maar de boekrecensie en het verhaal over de Swifterbant-cultuur konden gisteren worden ingeleverd. Het wachten is op het groene licht. Een zinvolle zondag dus. Het waakmaatje van de nacht ging niet door. De patiënt was overleden. Dat betekende dat ik meer armslag had. Nadat ik een beetje had opgeruimd besloot ik te gaan wandelen in Amelisweerd. Het was aan het eind van de middag, de zon had al in sterkte afgenomen en het was niet meer zo broeierig. Aan de parkeerplaats lag het betrekkelijk nieuwe Bunkerpad. Het trekt dwars door de weilanden heen, langs koeienvlaaien en prachtige grassen.

IMG_1087

Zuring, wilde margrieten en malve lichten op in het zonlicht. De Bundle-app leerde me, dat er  nog veel meer van dit soort kleine paden zijn en je kan ze allemaal lopen of fietsen. Ze voert langs waterwerken, door weilanden, langs open water. Deze wandeling startte achter de parkeerplaats van Oud-Amelisweerd en liep naar Rhijnauwen. Vandaar ging ik langs de jeugdherberg onder de poort door het bos in om weer terug te lopen langs de boerderij op de grenslijn van beide landgoederen. Daar stonden de koeien buiten, aan de overkant in het weiland.  Langs de kleine geitenweide vervolgde ik mijn weg, langs de uit hout gesneden dassen en de klompenbrug naar de veldkeuken. Het was een wandeling van ongeveer drie kilometer en dat was onder de gegeven omstandigheden lang genoeg, want tegen die tijd kon ik het zweet van mijn voorhoofd wissen.

001.JPG

De warmte lag loom op de loer en dampte van de paden af. Het was goed zo. Tijd voor een lafenis, een ijskoude witte biologische wijn  binnen in de koele veldkeuken. Als beloning nam ik voor thuis een zuurdesembrood mee. Het deed de naam eer aan, want hij was robuust en stevig, een echte Houthakker.

img_1105.jpg

Het was de dag van de rijen, de koeien stonden in een rij, de ganzen liepen op een rij, de eenden vlogen in formatie. Bij de jeugdherberg was er een feest gaande en het trio dat speelde, zorgde ervoor dat alle dieren in het bos zwegen.Het geluid droeg ver. Bij Amelisweerd dompelde ik gelukkig weer onder in rust en stilte, wat het toeven in het bos zo aangenaam maakte.

IMG_1109

’s Avonds was het programma zomergasten. De gast van de avond was de longarts Wanda de Kanter. Ze hield een boeiend pleidooi voor compassie en zorg. Er zat een prachtig fragment in van een jonge Paul de Leeuw, die een man met aids indringende vragen durfde te stellen over zijn naderende dood en daar een eerlijk en open antwoord op kreeg. De film van haar keuze was The Insider van de regisseur Michael Mann, met Al Pacino, Russel Crowe en Christhopher Plummer. Het was gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit 1994 over misstanden in de tabaksindustrie. De klokkenluider werd verguisd en aangepakt, de prijs voor zijn acties was hoog. Het draaide vooral om macht, geld en manipulatie .

Het draait vooral om macht, geld en manipulatie .

Het werd een latertje, want de film was pas rond half twee afgelopen en daarna wilde de slaap nog niet echt komen. Het bleef bij sudderen.

Ik haal de schade wel weer in. Het sikkeltje in de lucht wiegt heen en weer en er stroomt koele lucht het warme huis binnen en haalt de slaap uit de binten. Straks komen de dakdekkers. We zijn er klaar voor.

Uncategorized

Wat een heerlijkheid

Het grote huis was er weer vannacht, met het gat dat toegang gaf tot de zolder. Dit keer was ik met mijn moeder op verkenningstocht. Ze vond dat ronde gele gat verschrikkelijk. Het leek het meest op de slurf van een lange glijbaan in het zwembad, klimmen was schier onmogelijk. De kelder was al even onneembaar, dachten we aanvankelijk. Een soort doorgeefluik waar je je doorheen moest wurmen, maar er bleek een glasplaat voor de enorme entree te zitten en die kon gewoon open met een doorzichtig haakje. In de eerste zaal van de kelder stonden dieren. Een zwarte geit, wat schapen. De geit viel in een keer om en zijn kop rolde op de grond. Even had ik de neiging om het op te pakken en weer vast te pinnen. Dat deed ik toch maar niet. Er kwam een ambulance voor de geit en er werd een deken opgehouden voor het geheel, zodat de tweede zaal, waar iedereen film aan het kijken was, niets ervan zou merken.

Na de droom sudderde ik nog wat na, om het wonderlijke verhaal te laten betijen en droomde ik het terug om het te onthouden. Ik vroeg me af wat de betekenis kon zijn. Het huis ben je zelf. De zolder staat voor het intellect en de kelder voor het onderbewuste. Tel uit je winst. Een onbereikbaar intellect en een vaag onderbewuste als uitkomst. Het is niet de meest handige combinatie voor een mens. Gelukkig was mijn moeder ook heel duidelijk en zichtbaar. Zij staat voor de kracht in jezelf, die je voortstuwt en inspireert en de intuïtie en kennis, die diep in jezelf huist. Mooi, dat heft het onbereikbare intellect weer op.

Het is een kalme overpeinzing op een zonnige zondagmorgen. Toen ik koffie ging halen stond Pluis net op het punt om een halsbrekende stunt uit te halen. Ze had haar halve lijfje door de spijlen van het balkon gewrongen en stond klaar om de sprong te wagen naar de betonnen drager van het balkon aan het uiteinde. Er tussenin was de tuin van de buren, ongeveer een huislengte lager. Het platvormpje zelf waar ze op terecht zou komen niet groter dan poes. Snel haalde ik haar er tussenuit en schoof er wat bloempotten voor. Bedremmeld droop ze af.

De geheime tuin

Gisteren in de tuin kwamen er veel tuinders even kijken naar mijn Bernagie. Een van hen had een tuin twee tuinen naast mij. Haar tuintje leek kleiner, maar ze had dezelfde aanpak voor de tuin als ik. We wilden de natuur zoveel mogelijk ruimte geven en een natuurlijke uitstraling, geen borders en aangelegde paden, maar vrij en een tikje verwilderd. Met uitbundige bloemen en veel liefde. een paradijs voor de vogels. Ze refereerde haar droomtuin aan het boek ‘De geheime tuin’ van Frances Hodgson Burnett.  Dat was opmerkelijk. Ook mijn literaire tuin met de Vasalis-appelboom en de Three Willows  mocht een ‘Geheime tuin’ zijn.  Er was nog geen ander geweest, die net als ik, op die romantische manier aan het dromen was van een eigen stek, een idyllische plek.

wezelWezel(Putorius Vulgaris) van Alfred Brehms uit ‘Het leven der zoogdieren’.

Er was  groot nieuws. Er was een wezel gespot in een paar tuinen verderop. Het kleine roofdiertje zou een prachtige oplossing zijn voor de familie Woelmuis, die zich zo thuis voelde in het zachte veen.

Naast alle visite was ik verder gegaan met de inrichting. Ik had de kratten bij de oude weggehaald en met de kruiwagen naar de Bernagie gesjouwd. Nu ik ze een voor een aan het uitpakken was, leek het wel een grabbelton vol verrassingen. Er zaten penselen bij, waarvoor ik vorig jaar het internet had afgestruind tijdens de cursus Japonisme. Een boek over Camille Claudel en de biografie over Annie M. G. Schmidt met de titel Anna van Annejet van Zijl, Modigliani in het Italiaans en een boek met collecties van de impressionisten uit Musee d’Orsay. Ook kwam ik de twee kleine lampjes tegen voor de waxinelichtjes, waar ik nu wat ledlampen op zonne-energie in zou kunnen doen. Schetsboeken, aquarelpapier en verf, potloden te kust en te keur. Het atelier is op de kachel en de regenpijp na, volledig in gebruik. Wat een heerlijkheid.