Uncategorized

Dat zwarte gat

Baarn lag er stralend bij en het grote veld met de klimtoestellen uitgestorven. Hier en daar wat hondenbezitters, die hun viervoeters of aan het lijntje hielden of op het grote omheinde hondenveld los lieten lopen. Slim, naast zo’n speelveld voor de kinderen. Zo hou je precaire zaken gescheiden. In de boom voor de ingang zat mus en tjilpte haar vreugde, de dag kon al niet meer stuk.

IMG_1440

Ze kwamen in  kleine groepen druppelsgewijs naar het plein voor het theatergebouw. Giebelend, rennend, schreeuwend, soms teruggetrokken, stilletjes, maar allemaal verwachtingsvol. Dat ze er zin in hadden, was goed te merken. Het theater was er zo een die je heel graag als kind ervaren wil. Ze keken hun ogen uit op het rode pluche, dat nu eens niet de stoelen, maar de wanden bekleedde en voornaam en deftig uitstraalde. Dat de tafels uitspraken van hun beroemde bezoekers bevatten, was voor mij weggelegd. Wel streek menig kinderhand even langs de geverfde instrumenten aan de muur in het voorbijgaan.

IMG_1441

Ze werden weer met verve en humor geserveerd, de smakelijke sprookjes. Meer dan honderd kinderen per voorstelling werden volk en reus en speelden hun rol vol overtuiging. De bevrijdende lach hield de spanning op aanvaardbare hoogte. Eva Mesman en Danielle Meijboom hielden de vaart erin en de aandoenlijke stoere Karel Jantje vertederde iedereen met zijn gefleem.

Dat de gruwelijke reus werd verslagen door een kleine nerd, antiheld wordt held en zijn briljante ingevingen, met hulp van de kinderen en hun ongebreidelde fantasie zorgde ervoor dat iedereen met een gerust hart terug kon keren naar de dagelijkse beslommeringen. Voldaan en gelaafd. Iedere ochtend zou met zo’n prikkel mogen beginnen.

IMG_1450

De kleine blauwe Prins bracht me na een hartelijk afscheid richting kleinkind met een tas vol lang gewenste, bijna besluiteloos aangeschafte, schattige jurkjes in frisse kleuren en moderne prints en een zebra voor de nieuwste spruit.  Een hart onder de riem voor de vermoeienissen, dat een en ander met zich meebracht. Bliksembezoekjes  tijdens feestelijke dagen.

laatste versie cursusZonder verknald spiegelbeeld…

De avond sloot af met geploeter om de Dame Japonnaise te fatsoeneren. De wonderbaarlijke werking van contrasten openbaarden zich. Met een vleug van groen kwam ze los van de achtergrond. De spiegel was ook een spel met de kleuren, maar voor het gezicht was niet voldoende tijd. Te gehaast, met de seconden op de hielen. De vinger van het verleden priemde in mijn rug. Haastige spoed is zelden goed. De stelling werd onderschreven door mijn nutteloze handelingen, die alleen maar het tegenovergestelde bewerkten. Verknald en niet de rust en de tijd om er verandering in aan te brengen. Alsof het zo moest zijn huilde de hemel met een flinke regenbui mee. Straks in het nieuwe atelier zijn er zeeën van tijd om te kijken waar of het fout is gegaan. Er is hard gewerkt tijdens dit uitstapje naar het Japonisme. Bij de volgende versie gaan we ons verdiepen in portretten, iets wat ik al heel lang wil. Even wat rust en bezinning.

Tot mijn schrik merk ik dat time-management discipline vereist. Er staan toch weer twee afspraken voor deze avond. Wie zei ook alweer dat je, als je eindelijk op de verdiende lauweren mocht rusten, uit moest kijken voor dat zwarte gat…

 

Uncategorized

Een staaltje gezichtsbedrog

Poes Pluis krijgt te weinig beweging. Ze is sluipend veel te dik geworden. Of liever gezegd, juist door het gebrek aan voldoende sluipen.’We nemen kleinere voerbakjes’, waarschuwde zoon al. ‘Ze is veel te dik’. Hij zegt het al maanden. Misschien heeft hij vooral het idee in mijn hoofd geplant. Door het als een mantra iedere dag te benoemen, vestigt zich de overtuiging. Ik kijk naar mijn kleine grijze tijger en moet eigenlijk beamen, dat ze verder afstaat van het plaatje in mijn hoofd dan ooit. Ze lijkt eerder op een zeekoetje.

001

Het is geen sinecure om een balkonkat te zijn. Je kan niet eens even flink rennen om te ontladen. De trap op en af en een spurt naar het balkon zijn de enige opties. De speeltjes hangen roerloos aan haar krabtroon. Een enkele keer duikt ze nog even op en tikt een balletje in het plastic rondje van de ene naar de andere kant. Daarna zakt ze weer met veel geronk af naar het balkon.

De hoofdoorzaak ligt in de kittenmelk die ze, toen ze nog een klein en schattig bolletje grijsgestreept was, altijd zo koddig op dronk. Ze was er gek op. Net als op de staafjes met onbestendig vlezig lekkers, die we haar in het begin ook voerden. Jonge poezen zijn in alles zo vertederend, dat je ze nauwelijks ook maar iets kan weigeren. Nu heeft ze formaat klein vloerkleed als ze zich uitrekt. Heel zacht en aaibaar maar onmiskenbaar veel Pluis.

008

Haar moeder was een magere kleine boskat, die zich uitleefde in het bos om de vakantiebungalow waar ze woonde. Pluis heeft als enige heldendaad eens een angstige veldmuis gevangen, die per ongeluk overmoedig naar boven was gestiefeld. Die heb ik weer vervolgens uit haar speelse klauwtjes gered, maar het bleef bij die ene keer dat ze haar jagersinstincten kon bevredigen. Verder is het een gezapig leven, van liggen onder de sprei bij de vrouw, warm en ronkend, tot zitten op het balkon en tussen de lieflijke lentetooi van tere violen smachtend kijken naar al wat vliegt.

Ze zou niet misstaan als de flattekat in de verhalen van Annie M.G. Schmidt. Het voordeel van haar omvang is dat ze niet meer allerlei capriolen uithaalt om van het balkon af te komen, het gevaarlijke richel lopen op het hek incluis. Ook springt ze niet meer op het smalle muurtje dat ons balkon scheidt van een wereld vol vreemde balkons. Ze lijkt qua gewicht nog het meest op de kat, die de hoofdrol speelde in de film De stad over het verborgen dierenleven in Amsterdam. Haar buikje zwabbert met dezelfde gemoedelijkheid heen en weer.

003

Misschien moeten we een trainingsschema aanhouden naast een streng regime in het doseren van brokken. Er mag zeker wel drie kilo kat af. Helaas duikt de commercie onmiddellijk op in onze welvarende kattenstaat en het ene dieetvoer is nog duurder dan het andere. Door de bomen is het bos nauwelijks meer te zien. Het is tijd om het eigen gezonde verstand in werking te brengen. Minder eten en meer bewegen doet ons ook goed. Dat kan voor een lieve grijze streepjespoes bijna niet anders gelden. Morgen, neem ik me voor. Echt. Morgen begin ik er mee. Met een van de kleine kommetjes waar maar de helft van het dagelijkse voer in past en dan in alle geleidelijkheid minderen en meerderen met spelen en afleiden. Zodat Pluizebol weer een beweeglijke poes wordt, zoals het een kleine grijze tijger betaamt.

Als ik de brokken in het kleine zwarte kommetje schudt, blijkt er even veel in te gaan als in de zilverkleurige voerbak. Volksverlakkerij of een staaltje gezichtsbedrog. Ik hou het op het laatste.

Uncategorized

Het geschreven woord

Zomertijd had een heel uur tussen de touwen gemangeld. Met de slaap nog in de ogen begon ik aan een drukke dag. Wat de psychologie al niet vermag. Normaliter maal ik niet om een uurtje meer of minder, maar het idee alleen al. Zomertijd.

Mijn dagelijkse ritueel had versneld plaats gevonden en om negen uur zat ik in de auto, op weg naar Amsterdam waar, in de Brakke grond, de Grote Vriendelijke Podcast live uitgezonden werd. De auteur Sjoerd Kuyper zou onder andere aanwezig zijn om zijn nieuwe kinderboek ‘Bizar’ te bespreken. Ik was vergeten dat het lastig is in een niet vertrouwde stad een veilige parkeerhaven te vinden in de buurt en kwam uit bij het Waterlooplein. Dat betekende dat ik nog een stukje stevig door moest stappen, waarbij ik vooral de omweg van de Iphone-route diende te omzeilen. Ik schoof op gevoel de straat Rusland in en sneed minstens een kilometer af en toch sloop ik pas vijf minuten na aanvang zachtjes de bijeenkomst binnen.

023Toen -d-’s nog -t-’s waren…

Niet lang daarna werd ik gegrepen door de twee podcasters, Jaap Friso en Bas Maliepaard, die een heerlijk en uitgebreide beschrijving gaven van hun boekentips en diepgaand en lang met Sjoerd Kuyper over de essentie van diens werk en het leven aan de praat raakten. Op een volstrekt natuurlijke wijze wisselden ze elkaar af en stelden de juiste vragen. De vier jaren filosofiestudie van de auteur klonken door in de citaten uit het boek en zijn beschouwelijke visie op de wereld was die van de oude ziel, die hij zichzelf toedichtte. Hij verpakte het relaas met dezelfde vlotheid als waarmee hij de pen had gehanteerd om het boek te schrijven en aan het eind had ik ontzettend veel zin in het boek te duiken. Bizar bleek een avontuur van een dertienjarig meisje met een oude ziel, die drie maanden lang niet meer mocht lezen van haar psycholoog en vervolgens in haar dagboek alle maatschappelijke onrust van deze tijd te lijf ging en er niet voor terug deinsde de oude Shakespeare aan te halen.

003

Sjoerd zei iets opmerkelijks waar, in mijn beleving, een zweem van nostalgie doorschemerde. Hij vond dat er een school moest komen voor de ziel. Er waren zoveel soorten scholen, maar die voor de ziel had men vergeten. Onderwijs en de opvoeding hadden veel om het lijf, maar er was niets voor de diepere, zo belangrijke, gevoelslaag. Werden kinderen nog wel grootgebracht met empathie, vroeg hij zich af. Kwam hun gevoel nog wel aan bod.

Het was lastig om de nuances eruit te filteren omdat er in gemeenplaatsen gesproken werd. Kinderen van deze tijd worden opgevoed in uiteenlopende varianten, afhankelijk van het milieu waarin ze opgroeien en de verschillen zijn enorm, weet ik als ex-leerkracht van een Jenaplanschool. In de visie van de schrijver worden ze, in zijn optiek,  tegenwoordig belast met zaken die eigenlijk nog niet des kinds zouden moeten zijn, zoals het klimaatbeleid. Aan de andere kant deinst hij er zelf niet voor terug om ze een dosis volwassen filosofie mee te geven. Juist die tegengestelde gedachte sudderde nog wat na. Na afloop was er ruimte voor vragen stellen maar terwijl ik, tijdens de drie vragen die aan bod kwamen, aan het bedenken en formuleren ging in mijn hoofd, was de gelegenheid alweer voorbij. Zo werkt dat.

021

Ik spoedde me terug naar mijn parkeerplaats, tussen de toeristen door die zich vergaapten aan de typische gevels, bruggen en ornamenten in het uitbundige zonnetje tegen een prachtige blauwe lucht. Meerkoet had, met haar eigengereide stadse fratsen een ingenieus nest gebouwd van alles wat in de gracht aanwezig was, afvalhout en plastic, en zat triomfantelijk op haar trotse bezit aan de voet van de Lommertbrug. Ergens piepte een, uit de kluiten gewassen, bloeiende azalea door de gevel heen. De kakofonie aan verschillende talen gaven een mondiaal tintje aan de oude gevels en boven alles uit schitterde de haan op de Westertoren.

024

Het was een zinvolle ochtend en ik was blij dat ik Bas en Jaap in actie had gezien. Iedereen die van kinderboeken houdt en op de hoogte wil blijven, doet er goed aan om deze Grote Vriendelijke Podcast te beluisteren. Want niets is zo boeiend als kinderliteratuur, een opmaat naar de ziel, waar Sjoerd Kuyper naar zoekt in het huidige bestaan, maar die zo overduidelijk en onveranderlijk in alle eeuwigheid te vinden is in het geschreven woord.

Uncategorized

Zien en beleven

Zomertijd en de ochtend verkeert nog in vredige rust. Iedereen is bezig om om te schakelen naar een nacht met een verloren uur. Die was al betrekkelijk kort vanwege de onrustige dagen eraan vooraf. Er heerst doodse stilte. Het sonore gebrom van een vliegtuig is weggeëbd. De merel is alleen te horen in wat gekwinkeleer. Een enkel keertje scheurt er een auto over de weg. De Iphone geeft 7.37 aan. Straks moet ik in de benen om de Grote Vriendelijke Podcast bij te wonen in de Brakke Grond. De dag ligt open en vol belofte.

Naast me ligt de dikke pil van Murat Isik. ‘Wees onzichtbaar’. Hij schrijft vlot en het is prima te lezen. Ik kom er niet in op de manier die gebruikelijk is. Het blijft op afstand. De vraag is of het aan mij ligt, door teveel bezig te zijn met van alles en nog wat of dat het aan het verhaal ligt. Teveel vader en zoonperikelen te samen zijn in een dikke pil verenigd, of is het de taal, te weinig poëtisch hier en daar. Doorgaans kan ik minder retoriek waarderen als het verhaal boeit. Ik hou het op mijn eigen onrust en kijk uit naar de avond dat we hem zullen bepreken met onze verse boekenclub, die  voor de tweede keer zal knisperen.

100_4791

Op de dag was ik op de tuin gaan kijken. Het weggetje er naar toe op het terrein zelf lag badend in het zonlicht en meerkoet en eend hadden er zin in. De fruitbomen van de mannen vooraan stonden in bloei en kleurden tegen de strakblauwe lucht witter  dan ooit. Het  hek van de schapen stond er gedeeltelijk maar de lieve vriendinnen waren nergens te bekennen. De slangenhoop was omgelegd en helaas waren er geen eieren van de ringslang. Jammer, maar blijven hopen. In de tuin was de ravage compleet. Naast het fundament van wat ooit het atelier met de stenen dakpannen was, lagen nu ook onthoofde wilgen. De buuf was rigoureus aan het knotten geweest. Dat mocht van mij, want de moestuin kreeg te weinig licht en lucht. De kersenboom had ook een grote tak verloren en mondde uit in een miezertak.

100_4789

De luiken laten vallen en denken aan straks, was het devies. Ik zocht naar de vogels, hoorde ze kwinkeleren, maar zag ze niet. De twee bewaarengelen lagen voorover in de bloemperken en leken zichtbaar opgelucht, toen ze weer in ere werden hersteld. Of was het mijn eigen gemoed, dat oplichtte bij het zien van een klein oud en vertrouwd beeld.

100_4792

Alleen de bergamot was al aardig opgeschoten en ook de brandnetel pakte uit in volle glorie. ‘Aan het werk’ schreeuwde de tuin, maar later maande ik mezelf, eerst Jut de hut en dan de rest. Ik kwam alle vriendinnen tegen, want ieder was er met het prachtige weer opuit getrokken. Het was goed toeven voor even.

100_4790

Daarna afzakken naar de toekomst.  Er was onmetelijk hard gewerkt om het nieuwe huis op wielen een grandeur mee te geven die er niet om loog. Wat wordt ze mooi en voornaam. Geïsoleerd, dubbel glas en heel mooi strak van binnen. Een ruim atelier. Vergane glorie en een vernieuwde toekomst met elkaar in evenwicht op een dag. Het leven lacht. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Ziel en zaligheid

De nacht trekt haar befaamde kleurenpalet uit de kast met zacht rood, roze en geel, prachtige nachtblauwe wolken en  wedeblauw. De takkenwirwar voor het raam verandert in een prachtig filigrein tegen dit adembenemende schouwspel. Beneden pinkelen een handvol lichten. Op de foto trekt alles vlak en vervaagt de intensiteit. Het is een fractie van de indruk die ik in werkelijkheid meekrijg.

001

Een belletje de nacht ervoor. De slaap was niet gekomen. Alsof het zo moest zijn, joegen gedachten en verwachtingen door het hoofd. Klaarwakker was ik na de vraag of ik richting dochter en schoonzoon wilde komen. Het rommelde. Om kwart voor twee stond ik op de stoep met haastig bij elkaar gegrabbelde benodigdheden om een lang wachten door te komen. Ik moest denken aan de periode vlak voor de komst van deze tweede dochter.

Vrienden waren op bezoek, het huis was gevuld met kinderstemmen, kwinkslagen en muziek. Tussendoor liep ik met dikke buik, waar steeds wat vocht uit sijpelde. Hoog ingescheurde vliezen en weeën die maar niet wilden doorzetten. Bij de heftigheid ervan zong ik mee met uithalen op een pittig volume, al naar gelang de pijn heviger was. ‘When you’re down and troubled and you need some love and care…’ Ja heel veel liefde wilde ik daar op dat moment. ‘And nothing, nothing is going right’. Nee. Mijn lieve dikke buik, die al die maanden veilig groter was gegroeid, stond op springen. Dat kleine schatje had een lastige weg te gaan, maar het moest er wel uit.’Close you’re eyes and think of me and soon I’ll will be there, to brighten up even you’re darkest night’. Ja dat zou de beloning zijn. Kiezen op elkaar, of juist niet en zingen maar. Lange smartelijke uithalen door het verlangen heen. Kom maar lief kind. Na anderhalve dag, binnen de noodzakelijkheid van 24 uur lag er een prachtig meisje in mijn armen. Toch wel nog naar het ziekenhuis op het laatste nippertje.

Nu 37 jaar later stond dit lieve kind van ons op het punt om de wereld te verrijken Ze hadden samen van te voren een heel geboortestappenplan uit gewerkt en elke vorm van onnatuurlijkheid uit het scenario geschreven. De verloskundige was een rustige jonge vrouw met veel ervaring, die de gekoesterde ideeën onderschreef en het hele proces van bevallen kon loslaten. Er was geen interventie nodig. Het vond een eigen natuurlijke weg.  De baarkruk stond onaangeroerd in een hoek. De pijn vloog niet op zangnoten door de lucht maar in een prachtig houvast aan manlief. Nooit heb ik twee mensen zo samengesmolten hun kind zien krijgen. Wat een prachtig geschenk en wat een bijzondere nacht.

100_4774.jpg

Boven lag de eerste telg die in een klap dichter bij de volwassenheid stond. Gaan slapen als kleine man en wakker worden als grote broer. Kijk, dat is pas stoer. Dan treedt de zorgfactor om de hoek, wordt de beschermer wakker. De kraamzorg kwam binnen op het moment suprême, net op tijd. Gaaf. Opeens herinnerde ik me het fototoestel en schoot tussen alle houdingen door, hapte naar adem, knipte, legde dit prachtige moment, zo goed en zo kwaad als het ging, vast. Kleine Mae was geboren.

Terug naar huis, na de onbetaalbare reactie van de kleine grote broer, hief ik in gedachten het glas op naar boven en als beloning trok de versbakken opa de hemel open tot de lucht brandde in een badend licht door een feestelijke zon en schoof er een diep purperrood over de witte mistflarden boven de velden. Het was zeven uur in de ochtend. In een nacht was het wonder weer geschied en vulde, tot in de kleinste vezels, ziel en zaligheid.

Uncategorized

Wat ik het liefste doe

Mijn moeder deelde de huis- tuin- en keuken-momenten en spon er haar wijsheden en haar verzuchtingen doorheen. Mijn moeder, die zichzelf geen schrijver vond.

024

De dagboeken.

24 januari 1985

‘Min-dag. Ik zit ‘n feministisch boekje te lezen dat over huisvrouwen gaat, ‘t lijkt me leuk, als ik er niet meer ben, toch te lezen hoe ik op 65 jarige leeftijd mijn huisvrouwdag doorbracht.

Ze beschrijft haar dag van 8 uur ’s morgens tot 24.00 uur ’s avonds nauwgezet. Haar vooruitziende blik destijds heeft mij gebracht waar ik nu ben. Ik ben nu een jaar ouder dan zij destijds. 32 Jaar later lees ik deze speciale dagboek-dag. Dagen, zoals ze in mijn geheugen gegrift staan. Ik kan haar uittekenen, als ze ‘ de badcel doet’. Met chloor weet ik, veel te veel en veel te vaak. Als je de huisdeur opende, rook je niet de oude-mannen-geur waar ze zo bang voor was, maar een doordringende chloorlucht. Alle bacteriën werden gesmoord en stukje bij beetje ook haar gezondheid. Kinderen komen en gaan, het huis in de Amandelstraat is een duiventil. Als bijen om de stroop komen ze aanvliegen, drinken en eten wat, kouten wat, kabbelen voort. Daarna zijn er in vliegende vaart de boodschappen en andere verplichtingen.

De dagelijkse hectiek, waar ze minder onrust aan verbond dan ik er in meen te zien. Een huisvrouwendag. Zijn die er nog. Echte ‘huisvrouwendagen’.

Herinnering:

Mijn vader beeft als ik hem in zijn jas help. Zijn lippen klemmen zich halsstarrig op elkaar. Mijn moeder plant zijn pet, de bescheiden klep naar voren, op zijn grijzende kransje en doet hem de das om. Letterlijk en figuurlijk in zijn beleving. Aangekleed gaat uit. Ergens vraagt Toon Hermans aan mij of zijn jasje goed zit. De deur zwaait open en we stappen over de drempel van het ongewisse. Voor het eerst loopt hij zijn rondje. Zijn bezwaren over de lijdzaamheid waarmee de buurt hem zal bekijken, de buurvrouwen achter de half gesloten vitrage, de gesprekken die komen gaan: ‘Zeg heb je van der Linden al gezien, ook niet meer wat het geweest is’, sussen we weg. ‘Kom nu maar’. Een beetje beweging in zijn vastzittend gemoed. Hij begint aarzelend en dan gaat hij los. Zo kenmerkend bij Parkinsonachtige verschijnselen. Eenmaal de vaart erin is hij niet meer te stoppen. Hij helt licht voorover en we proberen de armen te ondersteunen, maar hij rukt zich los. Hij begint steeds sneller te open. Mijn moeder maant hem tot kalmte. Het werkt als een rode lap op een stier. Aan het eind van het blok, niet meer dan een klein kwadraat, moeten we hem tegenhouden omdat hij voorover dreigt te vallen. Al struikelend leunt hij zwaar op onze beide armen en spuugt zijn onmacht verbeten over onze hoofden uit.

5692_1104004996285_1111537073_30295405_5022698_nMoe in de keuken

Huishouddagen: Ik heb ze nauwelijks gekend. Huishouden deed je erbij. Nog steeds. Als ik iets achter stel in het leven is het de aard der dingen in huis. De staat van de wasmand, de inhoud van laden en kasten, de van kleding uitpuilende stoel op de slaapkamer, het stof tussen de boeken. Alleen de vaat niet. Ik hou van een schone ‘vaat’. Die speciale dagen van mijn moeder zijn ingeboet tot het hoognodige. Niet meer, niet minder, waarom energie verspillen als het anders kan. Je draait je om en er ligt alweer een nieuw ‘huishouden’ klaar. Ik heb het er nooit met haar over gehad. Een ding had ik me voorgenomen. Ik zou nooit doen wat op een opdracht leek en er kwam geen was in de kamer te hangen.

Haar afsluitend ritueel van de dag, schrijven,lezen, mijmeren heb ik overgenomen voor in de vroege ochtenduren en is een deel van mezelf geworden. Het is wat ik het liefste doe.

 

Uncategorized

Tijd om de bloemetjes buiten te zetten

Vandaag wordt de oudste kleinzoon tien. Het benadrukt de snelheid van de tijd. Ooit, ergens, in de verre oudheid, snelde ik naar Parijs met de auto om de eerstgeborene van mijn nazaten in de armen te kunnen sluiten. Een Frans ziekenhuis is een ervaring op zich.  Ze zagen me aan voor een vriendin van de moeder. Een groter compliment kan je niet krijgen. In de hoge kale kamer pinkten we de ontlading van de emotie weg. Met minder dan vijf uur had ik de wegen getrotseerd en dan zit je naast het bed van je dochter de vrouw en moeder en is er nieuwe betekenis gegeven aan de geschiedenis.  En plotseling is hij al weer tien en gaat het vieren met zijn twee broers en zijn vader en moeder. De hele familie is geveld door buikgriep maar het feest staat gelukkig op zondag gepland.

009

De hele dag heb ik me gisteren koest gehouden om me op te laden voor de wolkenpartijen ’s avonds, waar ik me op wilde storten onder begeleiding van Anneke. De computer wat opgeschoond, wat boeken door gekeken en opgeruimd. een was gedraaid en opgehangen en eten gekookt. Daarbij kwam ik drie audio-opnamen tegen van vroeger. Ooit had ik de geest gehad om cassettebandjes op te nemen met stemmen van de kinderen. Liedjes, verhaaltjes en mijn stem die aan het temen en flemen was om maar wat op het bandje te krijgen, er te vaak tussendoor. Bij het bandje met de vader van de kinderen, toen nog springlevend, is een irritante stofzuiger, of lag het misschien aan de opname, die het geluid bijna uitwist. Juist daarbij. Al jaren geleden had ik de cassettebandjes veilig digitaal gemaakt, zodat het niet verloren zou gaan. Gisteren heb ik ze afgeluisterd en weer doorgesluisd naar de kinderen. Hoe zou het zijn om als eind dertiger je stem terug te horen van toen je vier was. Film is er niet, alleen de herinneringen en verhalen én deze drie audio’s.

010

Dat kalm aan doen ging wonderwel en ik was voldoende opgeladen om de puntjes op de -i- te zetten. Het paneel moest af. Toch nog meer werk dan ik dacht maar het lukte wonderwel. Daarna wilde ik de ‘fluffy’ wolkenpartijen boven de Lek gaan uitproberen. De eerste opzet staat nu. Voordat we het in de gaten hadden zong Aretha Franklin ons naar het einde toe met een klein cadeautje en een zoen van de juf. Wat is het toch heerlijk om, in het leven, op pad te gaan en nieuwe mensen te leren kennen, die voelen als zielsverwanten.  Het geeft zo’n rijk gevoel.

008

Een mens is nooit te oud om te leren. Door goed te luisteren en te kijken hoe een ander werkt, verwerf je nieuwe inzichten. Het is verrijkend en geeft een heerlijk gevoel terug als ik in de auto zit en de avond voorbij laat glijden. Als dan bij thuiskomst ook nog eens een mooie glanzende kaart van een van de schilderijen van een lieve leesvriendin met een bemoedigende tekst in de bus is gevallen, kan de dag niet meer stuk. In mijn oor fluistert mijn Oma: ‘Tel Uw zegeningen’. Wat zijn het er veel op een dag. Het voelt rijk en betekenisvol.

Het voornemen groeit om straks bij kleinzoon op het schoolplein te staan. Je wordt, per slot van rekening, maar een keer in je leven tien. Verrassingen zijn het leukst. Onverwacht gekregen telt dubbel. Toeters en bellen uit de kast en gaan. Het is tijd om de bloemetjes buiten te zetten.

 

 

Uncategorized

Voelbare liefde

Bij het speuren naar wat informatie open ik het document ‘Herinneringen’. Er rollen drie foto’s uit. Ze zijn genomen van de inhoud van het beduimelde schriftje uit de derde klas van de lagere Nicolaas-meisjesschool. De school stond bezijden de kerk, aan de andere kant stond de Nicolaas-jongens school. De deugd in het midden moet de architect gedacht hebben.

016 1959

Schrijven en tekenen was de weg der ontsnapping voor alle problemen die zich aan konden dienen in zo’n roerige periode. Dat eerste tekstschriftje, zorgvuldig bewaard en nog altijd, 59 jaar lang, geheel in tact gebleven. Compleet met de tekeningen en de verhaaltjes en gedichten overgeschreven uit de Roomsch Katholieke klassiekers van die tijd. Deugdzaamheid en vlijt. zorg voor al wat leeft. We hadden thuis geen aquarium. We hadden alleen maar nooddruftige dieren, arme vogeltjes die uit het nest gevallen waren, of gewonde egeltjes, scharrelend in een schoenendoos. Broer had ooit een manke eend, een vleesgeworden Snabbeltje, op sleeptouw genomen. Aan liefde geen gebrek.

015 1959

Van zwaluwen had ik geen benul, behalve als ze in een versje aan kwamen vliegen. Het luchtruim werd nog niet zo uitgebreid bestudeerd. Ik geniet van de zwaluw die als een vermeende postduif rondvliegt met het briefje in zijn snavel. Toch stiekem een eigen dingetje toegevoegd. We waren veel meer gericht op het slootleven van de sloot in de Thorbeckelaan. ‘O krinkelend winklend waterding, met zwarte kabotseken aan…’ behoorde tot mijn persoonlijke klassiekers. Geen idee wat de precieze betekenis was, maar die woorden die rondwalsten in je mond en er dan zo vloeiend uit kwamen rollen, wat een heerlijkheid.  Vaak pakte ik het beduimelde boekje met ‘Kleen Gedigten’ van Guido Gezelle met de bruine dooraderde kaft en las en las en las. Ik droeg ze voor op school

. 026.JPG 025.JPG Dagboek uit 1967

Met de paplepel ingegoten als het op schrijven en tekenen aankwam. Aandoenlijk zijn  de tekeningen in de dagboeken uit die tijd. Ik voel mijn stevige ongelukkige puberhart weer. Mijn hele schoolcarrière lang heb ik dromend en tekenend doorgebracht om aan alles te ontsnappen wat een kerf zou kunnen betekenen op de geluksbalk. Tot groot verdriet van de heer Schimmel, die met zijn algebra voor een dichte deur stond. Nederlands was de enige les waarbij ik, op eenzame hoogte, betrokken was en mijn gevoel liet vieren. De juf heette Van of Ter Harte. Het maakte niet uit. Ik vond haar lief. Door de taal groeide ik meters, waar ik elders enkel struikelde over de kennis en de botte wrevel daarover bij de docenten. Ze kregen de kans niet. Gordijntjes van mijn lange pony werden naarstig dichtgeschoven bij benadering.

017

Ontladen dus. Onmacht,en verdriet van je af schrijven of schilderen. Verdwijnen in het scheppen, het hele creatieve proces. Het is de uitweg geweest bij uitstek. Ondanks alle gebeurtenissen van de laatste dagen wilde ik mijn bruisende energie kwijt en ben toch gaan schilderen. Ommetje gekuierd in het oude Vianen, naar de vegen in de koude avondlucht bij schemerduuster gekeken en daarna fris en fruitig aan de worstel met de Breitneriaanse kimono. Geregeld liep ik bij het gezicht in de val van het perfectionisme. Gas terug nemen, wegpoetsen, opnieuw proberen. Tijd voor het wat grovere werk en het oogloze gezicht laat ik even rusten. Ik ben teveel bezig met gelijkenis, waar dat niet ter zake doet. Het is mijn algebraïsch onvermogen wat om de hoek komt kijken. De gele toefjes vormen wonderbaarlijk genoeg de juiste bloemen als je er een veeg overheen haalt en een vleugje wit..

024

Het gezicht weer weggepoetst, nog een les te gaan. Ik ben optimistisch gestemd. Met mijn lieve vriendinnen was het goed toeven. Het weegt mijlen meer op tegen piekerende rust. Niet alleen biedt het geploeter aan het werk perspectief, maar juist ook die extra harten onder de riem, de bezorgdheid en troost, de aandacht en de voelbare liefde.

Uncategorized

In overvloed

Vandaag is mijn schoonmoeder 97 geworden. Dertig jaar verder dan ik nu ben. Als je nu tegen me zou zeggen, hier is een cadeautje voor je. Je hebt de bonus gewonnen. Je krijgt er nog eens dertig jaar bij, dan zou ik in een opwelling het hele idee afwimpelen. Beleefd maar resoluut. Terwijl ik het leven lief heb. Waar komt het dan vandaan.

007

Veel wil ik wel en de wensenlijst duidt op gretigheid. Ik wil de kinderen en hun gezinnen zien groeien en voltooien, hun lieve lijven ouder zien worden, hun liefdevolle omhelzingen voelen, de kleinkinderen zien bereiken wat ze graag zouden willen. Ik wil lang kunnen blijven schilderen en mijn malle tekendagboeken vol krabbelen, van de natuur genieten, die boeken schrijven die almaar liggen te sluimeren. Ik wil met mijn zussen de mooiste plekken van de wereld zien, elkaar vasthouden bij het ouder worden, ik wil ideeën en troost uitwisselen met mijn liefste vriendinnen en elkaar omhelzen, samen oplopen.

003

Van mijn nieuwe tuinatelier genieten en van dat kleine paradijs er omheen, mijn familie volgen op de voet. Ik wil mijn ervaringen delen, mooie foto’s maken, genieten van de wisselende luchten. Ik had willen blijven reizen, dansen. Maar bovenal wil ik gedachten stroomlijnen. Ik wil de optimist bewaren die me eigen en lief is. Ik wil het leven vieren met alle toeters en bellen die er bij kunnen horen.

euaj5530 (1)

Beperkingen zijn er om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Toch zijn het juist ook de belemmeringen die me laten aarzelen. Op verscheidene vaardigheden heb ik moeten inboeten. Gehoor, zicht, reuk, smaak, hart, longen, pezen en botten. Voldoende om te weten dat de onafhankelijkheid wat meer op de tocht staat. Daar zit het grote knelpunt.

Te weten dat men zo dadelijk niet met maar over mij aan het praten is, over mijn hoofd heen Niet mijn schatjes, want die weten, hoe dat ervaren wordt. Maar de buitenwacht. Zoals bij de oude man in het bed tegenover mij op de Cardio. Zijn vrouw en twee dochters zitten naast hem. Een schoonzoon loopt ijsberend van de deur de gang op en weer terug, de hele middag lang. Ik weet de koffiekamer erachter, een onrustig hok, met een machine waaruit cappuccino te tappen valt. De man in het bed met de gele sprei heeft een klein vogelgezicht, dat vooral versterkt wordt door de ronde bruinzwarte kraalogen, die voortdurend heen en weer schieten, een verwarde blik door de onduidelijkheid van de verhalen. Hij hoort niet goed. Dat maak ik op uit het praten in blokletters door zijn begeleiders. Extra stemverheffing en nadrukkelijk gearticuleerd. Maar het ergste: In de wij-vorm.

Hij ligt beneden hoorniveau, te laag om aan het gesprek deel te kunnen nemen, maar dat is ook niet gewenst, want men praat letterlijk over hem heen. Zijn blik wordt angstiger als er besloten is, hoog  vanaf die onneembare vesting, dat hij nog een nacht moet blijven ter observatie en dat dat betekent dat zijn vrouw wel naar huis zal gaan en hij niet. Samen blijven was prima geweest, maar alleen blijven. Boven hem dichten ze hem allerlei eigenschappen toe. Hij duikt nog dieper in het kussen en sluit af en toe dan maar de ogen of laat een diepe zucht horen. Vrij vertaald zegt hij: ‘Het heeft allemaal geen zin wat ik doe of zeg, men heeft allang beschikt over mijn lot’. De wereld trekt nu als vanzelf langs hem heen. Als klap op de vuurpijl vraagt de dienstdoende arts hem of hij gereanimeerd wil worden. ‘Huh’, grote vogelogen. ‘Ga ik dood dan’. ‘Nee, maar stel’.

Dat dus, dat is wat ik bedoel met het verlies. Het gaat niet om het loslaten. Het gaat om de teloorgang van de kwaliteit. Het gaat ook om het respect van de ander voor jou in dat lijf dat niet meer dragen kan waar het eerst zo goed in was. De goedbedoelde suspogingen, de vergoelijkende woorden, de doekjes voor het bloeden, ook al worden ze aangedragen uit liefde. Je zou er in de war van raken.

IMG_0491

Dertig jaar extra, de bonus. Als de afbrokkeling nu stopt ga ik mee. Zullen we dat afspreken? De vulling is er namelijk, in overvloed.

 

Uncategorized

Een Ding dat zeker is

Gisteren kreeg ik van een trouwe lezer een groot compliment dat mij ontroerde. Omdat hij toch geschrokken was van mijn uitstapje naar de Cardio afgelopen zaterdag. Ik schreef dat Taal heelt en hij schreef terug: ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. Hij liet daarna nog een prachtig licht schijnen op de manier waarop ik met die taal omga, maar daar moest ik van blozen en dat hou ik voor mezelf. Dat gebeurt ook. Het lijkt of ik mijn hele ziel en zaligheid op tafel leg, maar geloof me, er worden alleen losse puzzelstukken verteld. Met die diepere gedachten wil ik altijd nog eens wat doen. Ze blijven sluimeren onder het oppervlak en of dat lukt zullen we bezien. Maar wat naar boven borrelt en er uit wil, krijgt een podium.

De zoon van de Woordbouwer

Vanavond hebben we de redactievergadering voor het blad, waar ik de kinderboeken voor recenseer. Het thema is taal. Ik heb me gek gezocht om een boek te vinden dat taal als hoofd-item heeft. Opzienbarend is natuurlijk dat er heel veel boeken zijn met prachtige taal. Dat lezen altijd een manier bij uitstek is, al dan niet in een omlijsting van de meest inspirerende of grappige of kunstzinnige illustraties, dat er lesboeken zijn over taal in een jas die altijd te herkennen zijn met didactische onderbouwing. Dat er doe-boeken zijn over taal met digitale verrijking, maar een mooi boek over taal zoals bijvoorbeeld ‘De zoon van de woordbouwer’ van Frank Herzen, die zijn er niet zo veel.

Boekcover Kruistocht in spijkerbroek

Dat soort kinderboeken waren in de jaren zeventig en tachtig in zwang. Lezend leren op hoog niveau. Leren met rode oortjes, dat zou vaker moeten gebeuren, hebben ze in die tijd vast gedacht. Dus kwam er een boek, dat het spel van de politiek als een warme deken uitrolde onder de noemer ‘Koning van Katoren’en verdwenen er duizenden kinderen in een avontuur met Stach mee, gedirigeerd door Jan Ter Louw. Hij zat immers zelf tussen de krochten van de zuilen gemangeld en wist alle ‘ins and outs’ moeiteloos voorhanden te toveren. Er waren ook in die dagen boeken die de geschiedenis lieten uitwaaieren in spannende avonturen van Thea Beckman, Miep Diekman en Tonke Dragt. Ademloos hingen mijn kinderen tegen de tijd aan.

Ineens wist ik het. een modern boek over iets wat niet benoemd wordt, een ding, iets wat over taal gaat zonder een specifiek woord te zijn. Een ondefinieerbaar object dat omschreven wordt of in beeld gevat, zal vragen oproepen. Vragen over taal. Het bracht me, tot mijn verrassing, naar twee redelijk recente boeken. Een uit 2014, van de hand van mijn pas veroverde ontdekking, waarvan ik onmiddellijk fervent bewonderaar ben geworden, de boeken van Shaun Tan met de inspirerende titel ‘Het ding en ik’. Hij vat kinderboeken in zijn prachtige kunstzinnige tekeningen meer nog dan dat hij er tekst aan geeft. Daarmee laat hij  de ruimte aan kinderen om schoonheid te vangen in het eigen woord. Vorig jaar, in 2018, kwam er nog iets uit de lucht vallen. ‘Het Ding’ van Simon Puttock en Daniel Egnéus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk, in het boek zelf Het stoomde onmiddellijk op naar een hoge notering in kinderboekenland. Wonder op taalwielen.

Het nam me weer mee naar de jaren zeventig toen Leonie Kooiker haar ‘Het malle ding van Bobbistiek’ aan de wereld toonde en er een gouden griffel mee haalde. Door een ding kan je met behulp van je eigen fantasie en taal die heerlijke wereld van ontdekken  binnengaan.

100_4217Schatten vinden…

In mijn groep was een onderdeel van de filosofieles een taaloefening, die bij uitstek alle benodigde betrokkenheid ontfutselde om een les boeiend te maken. Eerst lekker samen kleien en dan omschrijven zonder het te benoemen, wat je gefrutseld had om er daarna een naam, en daarmee betekenis, aan te geven. Reflectiekringen zijn de taalkringen bij uitstek. Elke broekzak van de zoeker is een gouden taalmijn, die helemaal tot zijn recht komt bij het onthullen. Zoekkisten, schatkasten, noem het maar. Taal voor het onbenoemde. Nieuwe taal.

Dus kwam ik weer, dankzij de complimenten van mijn Blogvriend, die zelf elke week  juweeltjes het licht laat zien met veel vaart en humor, op deze overpeinzing. Taal, woorden voor het onbenoembare. ‘Zoekt en gij zult vinden’, hoorde ik als klein kind. Het loont.

En taal? ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. (Citaat van Mies Huibers)

Dát is een Ding dat zeker is.

 

Uncategorized

Alles sal reg kom

De steen was even terug. Ik had hem er niet neergelegd, maar onmiskenbaar was ie  aanwezig. ‘Alsof er een olifant boven op je borst zit’, omschrijft de ambulancezuster de steen. Ja dát. Een band en een steen. Een borst die niet vrijuit kan ademen, maar ingedamd is. Het keurslijf zorgt voor twijfel. Wel bellen, niet bellen, toch maar wel. De dokter komt en vindt ziekenhuisobservatie noodzakelijk voor de zekerheid. Even alles uitsluiten. Cardio gerelateerde klachten. Maar ik denk vooral in lucht, of toegespitst, die er niet is. Op de Cardio krijg ik ze volop toegediend. Zuurstof die zachte koude lucht door twee plastic buisjes mijn ademstroom in blaast. Ik weet dat ik in goede handen ben. Drie keer sprayen ze onder de tong de relaxmodus, maar het helpt niet. Zenuwen jagen de bloeddruk op.

002-5.jpg

De klik tussen de ambulance-zuster en ik is er. Wij kennen elkaar van eerdere capriolen en een verschil van mening met een dienstdoende arts, waarbij de zuster destijds aan het juiste eind trok en de cardioloog het nakijken had en ik ook bijna. Long en hart onlosmakelijk verbonden en altijd lastig te beoordelen. De kinderen zijn paraat, de jongste reddert en loopt zwijgzaam mee. Bij het zien van dochter volgt er een traantje. Altijd. Even de spanning ontladen. Kleinzoon neemt op de arm van zijn vader met grote ogen alles op. Hij draait een tolletje rond, dat in kleuren uiteen spat en zorgt voor de relativerende afleiding.  Later komt de oudste dochter er ook bij.  Gezusterlijk zitten wij, de vrouwen, welhaast gemoedelijk, bij elkaar achter de lauwe thee en lachen de zorgen weg met kleine heimelijke pretjes. We zijn het gewend. Dat laatste is jammer. ‘Je bent lief’, zeg ik tegen de zuster die zwijgend haar handelingen uitvoert. ‘Nee hoor’, antwoordt ze gedecideerd. We ontmoeten elkaar in blikken die boekdelen spreken, en humor.

Men is veel zorgvuldiger dan de vorige keer en iedereen benadrukt, als door alle extra medicijnen de pijn langzaam wegebt en de verontschuldigingen opborrelen, om toch vooral te blijven bellen. Schroom en afweging staan de onbevangenheid in de weg. Lijf trekt zich er niets van aan en hart nog minder. Dat bonkt haar onregelmatigheid weg in de oplichtende groene film, die zich afspeelt op het kleine scherm boven mijn hoofd.

004

Infuus, bloed uit een ander vaatje, de dokter komt. Lage saturatiewaarde op het apparaat, dan maar via de arterie in de pols meten. In dit geval is meten weten. De prik is pijnlijk en wil twee keer omdat een vat eigenwijs heen en weer blijft rollen. De beloning is er. De waarde is is hoger dan het apparaat aangeeft. Enzymen houden zich koest. Geen specifiek hart, longen weer rustig. De benauwdheid komt nu in golven na inspanning aan de arm van de oudste zoon. Even leunen tegen brede schouder. Bij de tweede keer mag ik wandelen door de gang en later thuis uitrusten. De intense moeheid blijft de hele avond hangen. Ik kan maar niet in slaap komen. Krijg de gevraagde mihoen voorgeschoteld door zoonlief, niet dat er ook maar een zweem aan trek bestaat.

Warme thee en gedachten. Ze worden ingehaald door de onthutsende indruk die de film ‘Mommy’ van  Xavier Dolan,  vanuit mijn schemerige staat op de bank, doorseint. Ze laat me vertwijfeld achter als de beelden zich hebben vast geklit op het netvlies. Onder de indruk van het acteerspel, maar in de hoop dat er geen echt verhaal onder ligt, laat staan een persoonlijke ervaring van de jonge regisseur.

008

De slaap komt laat omdat de straat in alle opzichten even onrustig is als de dag begonnen was. Teddy, beer Bean, lacht naar me en Pluis nestelt zich in de holte van mijn knieën. De nieuwe ochtend begint met beloftevolle zon en een gat in de dag. Alles sal reg kom.

Uncategorized

Het schrobben is voor later

Ik hijs me in de lang jurk en rits tot over heuphoogte dicht. Twee kleine knoopjes in de nek pulkt dochter door de lussen. Het haar op zolder door alles omhoog in een knotje te draaien en de houten pin er doorheen te steken. Mijn hippe brilmontuur vervangen door de gouden Kylie, die de ogen in een vriendelijker daglicht zet. Aangekleed gaat uit. Maak kennis met tante Sara.

002

Tante woont in een groot en voornaam herenhuis, waar geen heer te bekennen valt. Er staat wel een groot poppenhuis en als nichtje Wilhelmina komt logeren overkomt haar daar een spannend avontuur. Nacht in het poppenhuis van Thé Tjong-King en Anna Woltz is mijn baken. De stokpoppen en de prenten in de Kamishibai mijn houvast. De wankele zwarte schemerlamp van zolder er op gericht zet alles in een zacht geel licht. Zestig paar ogen kijken verwachtingsvol en stappen dapper mee het avontuur in.

008

Als de staart van de stenen hond breekt houden ze hun adem in en als de laatste steken van de hechting zijn gezet feesten ze opgelucht met de bewoners van het poppenhuis mee. ‘Ben ik echt tante Sara’ vraag ik voor de tweede keer aan het eind bij de volgende groep. ‘Ja,’ fluistert een meisje. Ze zwaaien als ze weg gaan.

005

Buiten treft de warmte mijn blije gemoed. Het is even lente, ik voel het en ik weet ergens diep in mijn tas nog een cadeaubon voor het tuincentrum van een andere keer toneelspelen als de dames Groen. Wie wat bewaard die heeft wat. Het is nog wat heiig maar de warmte groeit met de minuut. In het tuincentrum broeit het echt. Violen, in alle soorten en maten, componeren een lied met hun uitbundige kleuren. Thuis zijn de winterharde al opgekomen en ontdekte ik overal blauwe druiven tussen de scheefgezakte balkonbezetting. Maar deze violetten en lavendelblauwen zijn zo prachtig en teer. Een sixpack violen gaan mee en een akelei en wat longkruid. Je weet nooit waar het goed voor is. Thuis bekijk ik de entourage voor het spul en bedenk dat ik aan het werk wil. Balkondeuren wagenwijd open en ruimen. In de hoek beginnen en zo naar achter werken. Alles komt aan bod.

006

Overal ontdek ik kleine spruiten op het schijnbare dode hout. De warmte doet ook mijn rommelpotterij zichtbaar goed. Het witte rotan stelletje, vergane glorie en verteerd, heeft haar beste tijd gehad en wordt verbannen. Eerst naar de gang en later naar de galerij, klaar om naar de stort gebracht te worden. De pissebedden rennen voor hun leven bij iedere pot die ik optil. Haha, ik geef ze de tijd om een nieuw onderkomen te zoeken en veeg ze niet met een grote slag van de halve bezem weg. De slakken gaan het gemeenteplantsoen in. Ze vliegen eerst wel even door de lucht en ik hoop dat de takken van de struiken ze als een verend bed opvangen. Poes Pluis schurkt en schuurt haar gestreepte grijze vacht over de warme betonvloer. De koolmezen kiezen wijselijk drie balkons verder uit voor een veilig nest. De loerende ogen van Pluis houden hen waakzaam in de gaten en elke kraai of meeuw wordt smachtend nagekeken.

De natuur maakt zich op en nodigt uit om ook de handen uit de mouwen te steken. Ik begrijp ineens waar de voorjaarskriebels vandaan komen , vroeger thuis, als alle kleden en matten naar buiten werden gesleept en tot in de kleinste vezels werden gemarteld met de mattenklopper. Nieuwe energie stroomt door het land en voedt de verwachting. Met het ontluikende uitbotten kan je niet anders dan zelf aan de slag te gaan. Het schrobben is voor later.

Uncategorized

Een deken van aandacht en warmte

Mist legt een dikke deken over de nog volle maan en hult de anders zo drukke weg in een nachtelijk stilzwijgen. Het is nacht en ik ben wakker. Ik denk aan de dienstjaren in de verpleging. ’s Nachts werd alles anders. Was de wereld van mij en de collega’s. In de luwte van de nacht, zonder de hectiek, was er tijd om met de mensen te praten, kwamen gedachten boven drijven. Was er ruimte om angst en twijfel, verlangen en hoop woorden te geven. In de nacht kreeg lijden een omlijsting.

Zeven nachten gingen we op en zeven af. Zo heette dat. Elke ochtend kon ik opgelucht de poort uit lopen, blij dat de klus die nacht geklaard was in de wetenschap dat mijn patiënten in goede handen achterbleven. Mijn patiënten, ze werden altijd van jou als je mocht delen in het leed. De man waar drie dagen lang onafgebroken gestoomd werd, zo benauwd was hij. Praten ging niet, maar de wanhopige blik in zijn ogen sprak boekdelen. Het narrige mannetje vooraan in de gang, die maar niet wilde eten en al zijn vlees in het laatje van zijn nachtkastje schoof. In de nacht was er ruimte om het stiekem weg te halen zonder zijn waardigheid aan te tasten. Hij moet in engelen geloofd hebben.

010-3.jpg

In de stilte knarsten de crêpezolen hoorbaar, ook al liep je nog zo zachtjes. Hier en daar controleerde je een katheter, schoof je een verdwaalde hand  terug onder de dekens, droeg je glazen water aan, schudde een kussen op en draaide hem om zodat het koele katoen de verhitte gemoederen suste. Hier en daar werd een bloeddruk gemeten, een infuus gecontroleerd of de koorts bevestigd door een ouderwetse kwikthermometer. De nacht was een literaire gedachtegang badend in zeeën van tijd.

Totdat ik op de Intensive Care terecht kwam, waar hectiek geen verschil maakte tussen dag en nacht, het daglicht verbannen was door hoge muren. Bij het schijnsel van de lampen lichtte het gezicht van de mensen groenig op door de apparaten. Het hartritme verbrak hoorbaar de stilte. De atmosfeer was broeierig warm. Er was geen tijd voor lome rust. De controles waren elk kwartier en soms frequenter aan de orde en de handelingen werden bepaald door het aantal mensen dat de bedden bezetten. Het kind dat van het paard gevallen was, de vrouw met de ernstige stofwisselingsziekte aan de beademing, de man die gisteren nog in een hoogwerker de lantarenpalen controleerde. Hier brak de nacht de regels van het slaapregime. Gewassen werd er al om vier uur ’s ochtends om de ochtenddiensten te ontlasten, omdat de andere hulpdiensten onafgebroken in zouden breken op het dagritme.

012-1.jpg

Toch, tussen alle bedrijven door, konden we iemand verschonen en keren, De haren kammen met zorg en aandacht. De lippen koelen, de huid zacht en soepel wrijven en troostrijke woorden schenken of het nu gehoord werd of niet. Zo ziek als ze waren, zochten we de mensenkant op om aan te kunnen raken.

Dat kleine beetje dat je betekenis kon geven aan het liggen in dat witte bed, schonk veel voldoening en versterkte het idee, dat jouw aanwezigheid daar, op een tijdstip dat normaliter iedereen uitrust, van grote waarde was, niet alleen medisch maar ook emotioneel. Dat je er toe deed en zelfs het verschil maakte.

Nachtzuster was ik, jaren lang. Wat was het fijn werken door de persoonlijke noot die er aan toe te voegen viel, omdat tijd veel meer aan jou was dan in de roerige uren van de dag. Nacht bracht een deken van aandacht en warmte mee en spreidde zich naar ieder uit.

Uncategorized

Licht aan de horizon

Op het voeteneind van mijn bed is Kermit de kikker omgevallen van het lachen en ook de grote Oranje Je-Weet-Wel-kater knipoogt me schalks toe. De verkiezingen zijn achter de rug en ik word met een vurige kater wakker. Ik begrijp niet wat er te lachen valt dit keer, lieve mannen. Het voelt alsof Trump voor de tweede maal herkozen wordt. Dat is alles wat ik erover kwijt wil. Ik wil andere gedachten in mijn hoofd en omdat wij dat gelukkig nog steeds wel zelf kunnen bepalen buig ik de kronkel om.

009

Gisteren mochten we weer los op het doek, maar op de een of andere manier was ik niet vrij genoeg. Mijn penselen waren door de schoonmaakwoede even ervoor, ontploft tot wc-borstel stugheid en hoe ik ook echt probeerde om steeds weer schone kwasten te gebruiken, had ik halverwege een zooitje ongeregeld liggen. Ik moet er nog eens goed voor gaan zitten. gelukkig mochten we weer een stel mooie nieuwe tips ontvangen om het leven te veraangenamen en dankbaar wisselden we uit onder het genot van een hartverwarmende thee met een stroopwafel op het kopje.

007-3-e1553162282334.jpg

De mannen schoten langs die, aan schoonheid, de wereld veel gebracht hebben. Kees Bol, Frans Dekkers en niet in de laatste plaats, Jan Sluijters. Jennifer Balkan schoof ook nog even aan en zo werden de plaatjes in ons hoofd doordrenkt met prachtige inspiratie. Maar ja, wat in je hoofd zit, staat nog niet op het paneel. Het geworstel was een feit, een gevecht van ratio met haalbaarheid, met ‘dat wat je ziet’ en wat je meent te zien. Te wit, te veel gepoets, te kliederig in mijn beleving. Het medium dat niet wil, zoals ik bedoel. De knoop die ik voel bij het werken in drie verschillende stijlen. Het klassieke, het Japonisme en de losse impressionistische toets, dat elkaar niet hoeft te bijten, maar me opzadelt met de vraag: ‘Waar ben ik’. Ik verdrink, ik verzuip in mijn kennis en onkunde. Help. Tijd om even afstand te nemen, pas op de plaats te maken.

074

Ik verdiep me in Jennifers werk en als een Phoenix voel ik me uit de as herrijzen. Het kan, pen en penseel in een hand, poëzie en literatuur die opstijgen uit de eigenzinnige lichte toets met humor en verve. Die lichte en vooral luchtige toon, met een boodschap die er niet om liegt, was ik wat kwijt door alle gewichtige hoogdravendheid die door blijft schemeren in de serieuze aanpak, waarmee men oordeelt en bekritiseert.

Bovendien heeft ze zeer waardevolle tips voor iedereen die daar kennis van wil nemen. Ze schrijft op haar FB pagina:

‘What you paint…. whatever you paint with the best of your ability will be a strong captivating painting. I truly believe. For me, an idea drives me. But the process takes over. And the strokes are everything to me. My favorite painters are those whose paint exudes passion and feeling. So I carry on, one stroke at a time. And thank you to you painters out there who inspire me everyday.’

Het proces in, met passie en gevoel. Precies dát is wat er aan schortte gisteren, maar dankzij dit soort grootmeesters in de kunst, die moeiteloos de weg tussen hoofd, hart en handen weten te vinden en ons daar hun inspirerende voorbeelden van kunnen laten zien, gloort er letterlijk weer licht aan de horizon.

Uncategorized

De kwetsbaarheid van het bestaan

Ik heb iets ontdekt in deze dagen van rauwe randen. Ik kan niet collectief rouwen. Ik kan het gewoon niet. Ik heb vooral de behoefte om in mijn eigen tijd, ’s morgens bij het schrijven, kop koffie, computer aan, hoofd en handen in de overpeinzing, om daar  beelden langs te laten schuiven. Het gebabbel om de gebeurtenissen heen, de emotie, de driften, de voor en tegens die het los maakt, de heftige verontwaardiging, het tastbare verdriet schuift uit mijn waarneming weg en ik blijf achter met mijn eigen beleving. Heel het kwetsbare mensenleven komt aankloppen, vragen om een eigen aandacht. Al die momenten, dat verdriet mijn hart binnenste buiten keerde en alles weer een plek moest krijgen. De gradatie van erg is er niet voor mij. Ieder mensenleven verdient een eigen bestaan, een betamelijke lengte en elk gemis is leed.

031Caren van Herwaarden

Het filosoferen over de gradatie van het gebeuren zorgt voor een wrange nasmaak. Dood en leven zijn met elkaar verweven, maar als de dood aan komt sluipen, in welke vorm ook, dan is het verdriet navenant heftig. Komt hij op sloffen dichterbij dan is het ook indringend omdat het gepaard gaat met het gevecht om het leven zelf. Elk mens laat een eigen wereld achter zich en daarmee het verdriet van het gemist worden als ze van ons afgesneden zijn. Kinderen, een vader, de club, de school, het werk, de vriendinnen en vrienden, een moeder, de buren, de kring waaiert vanzelf uit in de verste cirkel tot het water zich weer glad strijkt en alleen de verbonden zielen nog rouwen.

100_4464

Het leven gaat door en moet weer opgepakt worden. Een tsunami, een aardbeving, een tornado, een ongeluk, een aanslag en het leven gaat door. Mijn eerste grote bewuste ramp was het treinongeluk bij Harmelen. Ik was volledig ondersteboven. Meer nog door de ontdekking dat dat tot de mogelijkheden behoorde. De kwetsbaarheid van een leven in kaart gebracht. Het feit dat wij een verzameling botten, vlees en bloed zijn als we gaan, en niet meer dan dat. Collectieve rouw is aan de ene kant een zegen, om het medeleven, en aan de andere kant een ramp om de enorme aandacht, die belemmert te voelen. In mijn hoofd branden de kaarsjes voor al mijn geliefden, die deze wereld hebben verlaten en bijna allen onvrijwillig op het moment zelf. Ik treur met de onwerkelijkheid mee, met het vermaledijde toeval, maar het liefst alleen.

005

Toch ben ik ermee doortrokken. Verdriet dat je niet ziet, maar dat schrijnt en voelbaar haar stempel drukt. Dit is het lied van de dood voor ieder die het aangaat. Aan de andere kant wordt er ergens weer een kind geboren, neemt het leven een vlucht, worden vleugels uitgeslagen, staat er hoop in de ogen te lezen, een belofte om waar te maken. Ik kijk naar buiten. De auto’s stoppen braaf bij de zebra, waar de kinderen oversteken om naar school te huppelen, mensen gaan stemmen met brieven in de hand, er lopen moeders op straat die hun kleine kinderen manen. De kauwtjes zitten nog steeds in de boom en krassen hun lente.

Ergens is een vader die met lege handen staat, ergens is een vrouw en zijn er kinderen, die die leegte in huis heftig voelen, ergens is het verdriet van de leegte bewaarheid. Dat is wat ik intens voel van binnen en dát, het bewust zijn, is mijn beleving en mijn manier om om te gaan met de kwetsbaarheid van het bestaan.

Uncategorized

Een droomkleed met zwarte randen

Kennelijk was ik aan het werk op de nieuwe school. Tenminste, gaandeweg de droom herkende ik enkele elementen. Ik woonde er ook en had er het huisje van mijn dromen. Klein en knus met veel hangplanten, die ik om wat ornamenten heen slingerde, zodat ze goed breed vertakt tot hun recht konden komen. Er was een vide in huis, met een klein trappetje en ik had een van de dansers, het kleinste meisje van de groep, op bezoek, die haar ogen uit keek. Ze vond de sfeer fijn en genoot zichtbaar. Het werd tijd om haar de rest van het gebouw te laten zien. Dat waren klaslokalen en over een daarvan klaagde een vrouw met een mop in haar hand. Ze stond in het midden van de ruimte op een vloer van kattengrit. De hele kamer diende als kattenbak en de schoenafdrukken knersten en verpletterden vele keutels. Het stonk kennelijk, al kon ik de geur niet waarnemen in de droom.

Ik stapte dapper over de bezaaide vloer om het raam te openen. De kittens vonden moeiteloos de uitweg naar buiten en ook mijn eigen lieve poes ontsnapte. De vrouw hing haar mop aan de wilgen en ging weg. Ik ging op zoek naar de directeur om te vragen of ik alsjeblieft die kamer leeg mocht trekken en schoonmaken. Ik kon hem niet direct vinden, maar zag de Oude met zijn armen vol spullen en een grote grijns op zijn gezicht naar buiten komen. Hij draaide even zijn hoofd om op mijn verbaasde uitroep en zei, met dedain, dat hij aan het helpen was. Ja, dat zag ik ook wel. Wat een gemene streek om dat achter mijn rug om te doen. Daar vond ik eindelijk de directeur. Hij had een aantal collega’s verzameld, die een grote hoop spullen aan het uitrafelen waren. Met handen vol werd het weggegooid. Het was het laatste restje herkenbaar speelgoed en materiaal van de oude school. Alles zat bijna nog nieuw in de verpakking of had een hoog gehalte aan duurzaam leren.

Achteloos werd het op een hoop gegooid. Wat een mens toch dromen kan. Ik smeet mijn lieve bijtvisjes en de hengels, die ik nog poogde te redden, van nijd weer op de grond. ‘Dan zoeken jullie het maar uit’, raasde het door me heen. De woede was herkenbaar.

003Verlaten Zeist.

Het zal het gevolg zijn geweest van de actie van een onverlaat die gisteren de wijk, de stad, het land in rep en roer bracht door zijn onvergeeflijke daad. Heel de wereld gonsde. De dansvoorstelling gisteren werd verstoord omdat 100  kinderen vijf minuten voor tijd naar school moesten lopen om op tijd binnen te zijn. De gespeelde razernij in het stuk werd bewaarheid door ongeruste juffen en ouders die alleen maar met mobieltjes bezig waren om voor de honderdste keer dezelfde berichten te horen. Angst waarde door de hoge gymzaal en de kinderen werden zenuwachtig van het gedrag van hun begeleiders.

005

Waarom moesten ze eerder weg. Nu zaten ze met een onaf verhaal in hun hoofd. ‘Het gaat goed komen’ suste ik bij het aantrekken van de schoenen. ‘De mevrouw van het stuk komt weer helemaal over haar bui heen’. ‘Het woeden der gehele wereld’, dacht ik terwijl ik de deur dicht trok achter de laatste kinderen. Zeist lag mijlenver weg van de plek waar het gebeurd was.

Mijn ene dochter woont vlak achter de onheilsplek, de ander zat met haar dikke buikje alleen thuis, omdat manlief en kind niet naar huis mochten. Daar eerst maar heen. Stel je voor dat de bevalling inzet en je kan niemand bereiken. In de avond, met die rafels van de dag in mijn hoofd, dacht ik aan de mensen die hun deuren hadden dichtgetrokken in de ochtend. Volkomen onwetend dat de dag daar, op die desastreuze plek,  voorgoed zou eindigen. Slaap nam alle kronkels mee en weefde er een kleed van, een droomkleed met zwarte randen.

Uncategorized

Onuitwisbaar

Met de onberekenbare buien gisteren, kwamen ook de wisselende luchten mee. In recordtempo viel er te genieten van een steeds weer veranderend decor. Ik had mijn zinnen gezet op de Lek. Heerlijk om zo dicht bij de vrijheid te wonen. Die weidsheid geeft dat gevoel altijd weer. Lucht, de meanderende rivier, de uitgestrektheid van het land en vogels in hun vliegende vaart, gakkende ganzen in V-formatie.

100_4603  100_4591

De wolken waren adembenemend schoon, met een helderheid in het strakke blauw, of de dieppaarse geheimzinnige duisternis met de regen eronder in een vuil geel. Alles kon omslaan per seconde. Ik stapte telkens weer uit en knipte en knipte en knipte of stond adembenemend in te drinken en vast te klinken wat zich daar voor mijn ogen voltrok.

De dijk lag er oogverblindend bij in dit licht, bij ’t Waal reed ik het hochie af om naar de hut te gaan. Het was tijd om de handen uit de mouwen te steken. Schoonzus onthaalde me met een heerlijk bakkie en wees me de materialen. Alles was voorhanden. Lekker muziekje op, snoetje voor en gaan. Er lag een brief bij met de aanwijzingen. Licht schuren, want de latten en de kozijnen zelf stonden al in de grondverf en daarna de hoogglans erop. Deftig mergelwit, dat straks met het monumentengroen nog meer cachet zal geven aan dat prachtige huis op wielen.

003-2.jpg

Euforie om de ruimte die de grote ramen geven, nu ik ze zie zonder het plastic dek. Mijn toekomstig tuinhuis staat binnen in de grote schuur en ik heb vrij spel. De omstandigheden zijn meer dan gunstig en het werkt heerlijk. Kacheltje er bij om de verf sneller te laten drogen, bouwlampen erop gericht, deur open voor de frisse lucht.  Een kind kan de was doen, maar meer nog als een kind zo blij, bedenk ik me gaandeweg het voltooien van de papieren opdracht. Schoonzoon van broer heeft er prachtige solide goten op gezet. Er zit nieuw bitumen op het dak en alles vordert gestaag om een droom bewaarheid te laten zijn. Het leven lacht weer. Halverwege komen broer en zwager aan. Direct wordt de kwast gepakt. Vele handen maken licht werk. Zwager reddert om ons heen, trapje hier en daar, lamp er bij, morsplastic op de grond. Achter mijn rug om veegt broer de druipers weg. Haha, die varifocus van mij werkt niet helemaal optimaal, blijkt.

Met een Wijntje voor Trijntje sluiten we de dag af. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ergens, diep van binnen, begint voorjaarszon te kriebelen, die aan de slag wil thuis. Kamers opknappen, schuren, alles blinkend omzetten in kleur, licht en ruimte. Dat is de kracht van iets moois onder je handen zien groeien.

100_4596

Als ik terug rij kies ik weer de dijk. Nog steeds is er iemand boven met lef aan het schilderen. Het palet is gevuld met de krachtigste combinaties. Het is ongelooflijk, welke prachtige taferelen steeds weer ontstaan, door wind, door regen, door hagel zelfs als de vuilgele lucht zich loodrecht met de aarde verbindt. Het is een adembenemend schouwspel. Er scheuren auto’s langs, er scheren wat aalscholvers over, het water weerspiegelt, trekt glad, kolkt op, al naar gelang de wind luwt of aantrekt en alles past in de sfeer, die opgeroepen wordt. Weer laad ik alles in mijn kleine zwarte vriend. Straks, thuis, zal ik nog eens genieten van wat ik hier nu achter laat. Maar de beelden staan bovenal in mijn geheugen gegrift, voor altijd, onuitwisbaar.

Uncategorized

Dat geeft ruimte en lucht

Badend in zonlicht werd de dag vanmorgen wakker en ik jubelde mee. Eindelijk letterlijk licht aan de horizon. Lucht aan de horizon. Een klein uur later blijkt dat de we op z’n maarts voor de gek gehouden zijn. De hemel trekt dicht in het grijzigste grijs en er komt niet alleen regen met bakken uit, maar zelfs hagel en natte sneeuw. Op het verkeerde been gezet en toch ook weer vermakelijk van natuur, dat ze in staat is om ons zó om de tuin te leiden. Ze wisselt met het grootste gemak van humeur en geeft ons het nakijken.

010

Met dergelijke dagen is het goed de zinnen te verzetten en uren te vullen met alles behalve deze grilligheid. Vrijdag was dat met de kleur aan mijn bestaan buiten het schrijven om. Ik ging naar het kleine atelier met haar hoge ramen en plafonds en daar werden de kneepjes van de vele tinten in een object toegediend. Een glas dat doorschijnend Anna groen leek, bleek uit meer schakeringen te bestaan tot  ultramarijn toe. In het begin tuurde ik, ten einde de diverse tinten te ontdekken, maar pas toen me werd verteld bepaalde afwijkende kleuren te pakken, zag ik ze en het effect op de diepgang in het object. Het werkt, dacht ik verheugd. Zuster Adolpha eind jaren zestig in gedachten, die me maande op te schuiven en met het grootste geduld voordeed wat ze bedoelde. Mijn hele leven lang ben ik afhankelijk geweest van deze aanschuivers, waarbij ik opschoof, realiseer ik me nu.

001

Om het paneeltje te vervolmaken moest het groene balletje een limoen worden. Er gaat niets boven een boek, een theekopje, een antieke suikerpot, die al mijn leven lang in bezit is en een limoen voor de broodnodige smaak aan thee. Met één limoen spoedde ik me bij de grootgrutter de winkel door naar de kassa. De vrouw die het bedrag van 17 cent aansloeg, krulde haar mondhoeken en zei: ‘Je zal er maar om verlegen zitten’. Ineens viel het plaatje op haar plek. Hoe bijzonder het moet zijn als iemand om een enkele kleine bescheiden limoen komt, waar schappen tot aan de nok gevuld zijn met een uitbundige hoeveelheid aan keuzes. Zeventien cent en nog moest ik pinnen. Buiten schoof er een zonnetje voor mijn ogen.

Soms begrijp ik de meester niet. Hij praat af en toe wat cryptisch in zijn jargon en het zegt meer over hem dan over mij. Hij gaat zo op in wat een zekerheid is voor hem, dat ik met hinkstap-sprongen en huppelpassen moet denken om hem bij te kunnen houden. Pikkeltjes in een limoen, ik kan je verzekeren, het is moeilijker dan je denkt, vooral met de juiste lichtval erop. Maar ken je het kunstje, dan is er geen kunst meer aan. Weer wat geleerd. Met tadami mangoest borstel ik de stipjes tot leven.

005.JPG

Nu prikt de zon opnieuw door het grauwe grijs en tovert tinten te voorschijn die het licht en de lucht voorzien van schakeringen, waarvan het vermoeden er niet was. De veel-tinten kieren door het streepje licht voor mijn ogen. Er zijn grijzen en blauwen, witten en oker en samen vormen ze een onberekenbare lucht met de zwarte kauwen in hun vlucht ervoor. Die krassen en vertellen dat de lente aan komt kruien. Nog heel even wachten. Natuur glimlacht. Het kwartje valt. Wie de ogen toeknijpt, ziet extra kleur aan het bestaan. Dat geeft ruimte en lucht.

Uncategorized

Er zijn grenzen

Iemand heeft een woord in mijn hoofd gebracht en nu heeft zich het vastgezet en komt op de meest ondenkbare momenten omhoog. Vooral bij tijden van lager bewustzijn, als er iets gevoeld wordt in de krochten van het lijf, dat zo dikwijls en bij het ouder worden steeds vaker een eigen leven leidt.

Ik ga de strijd ermee aan en pareer het met nuchtere overwegingen. Haal verklaringen van stal voor wat ik meen te voelen, daar in dat vermoeide lichaam. Tegelijkertijd denk ik, zo werkt het dus als er een diagnose gesteld wordt. Ze onderzoeken je. Er komt een etiket op en daar begint het volledig een eigen leven te leiden. Alles in het teken van de bijbehorende symptomen en de eigenschappen van de aandoening. We denken ons misschien wel voor een groot gedeelte ziek. Daar komt dan onmiddellijk bij kijken dat je er waarschijnlijk niet omheen kan. Dat je het wel moet verklaren vanuit dat ene ziektebeeld. Pijn is nauwelijks te negeren, als het overheersend aanwezig is.

Gedurende een tijdje heb ik last van de muizen van mijn duimen. Ze zeuren, ze schuren en ze hameren op aandacht. De huisarts vertelt me dat het slijtage is. Helaas pindakaas, er is niets aan te doen. Dat gaat nu eenmaal zo met die oude botten en gewrichten. Het droogt een beetje uit, het scheert langs elkaar heen, het kalft een beetje af en het gevolg is slijtage. Ik negeer het, althans dat probeer ik. Ik ben inmiddels een grootmeester in het negeren van de bijverschijnselen dacht ik. Dat ene woord dan…Tja, dat was niet handig, die had zich niet zo in moeten graven, want daar kan je heel het leven aan ophangen.

022

In mijn hart voelt het als gemiep. Kijk om je heen. De verzuchtingen van mensen met waarachtige problemen, die hun wanhoop en hun ellende van zich af twitteren en er voor zorgen dat de lichtheid van het bestaan zich aan mijn kant schaart. Ik zoek de troostende woorden en kom niet verder dan het lege omhulsel, de zin, een wens, de gedachte. Van daadwerkelijke verlichting voor hen en het lot is geen sprake.

De longen deden het van de week niet best. Ze hadden het eigenzinnige plan om de helft van het weinige dat werkt, nog meer het zwijgen op te leggen. Het weer wreef in haar vochtige handen en bij mij liepen de tranen over de wangen en kroop het listige nat stiekem naar binnen. Hoesten en proesten bij elke bezigheid, elke inspanning vergde een krachtmeting met de natuur, waarbij ik niet zelden het onderspit moest delven. De trap een brug te ver, de brug een berg te hoog, de berg, te hoog gegrepen. Beide voeten op de grond en doen wat tot de mogelijkheden behoort, sprak ik mezelf toe.

100_4101

Doorgaans werkt dat om enige nuchterheid in te bouwen. Maar dat woord. Als alles wat niet lukt niet allemaal aan die longen op te hangen is, wordt het zorgwekkender of in ieder geval, stel ik het me fatalistischer voor. Ik moet terug naar de basis, het uitgangspunt van de beweegreden bij uitstek. Longaandoening, zorgt voor ellende, puft me een weg over de begane grond en daardoor grijp ik niet naar luchtkastelen.

Vaar je eigen koers is de wijze les. Laat geen veronderstellingen meer binnen. Kies voor de grootste zekerheid in dit onzekere bestaan, kies voor de begaanbare wegen. Dat woord, hoor ik jullie vragen, welk woord is dat dan. Ja zeg. Dat verklap ik niet. Straks zitten jullie met de gebakken peren. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Er zijn grenzen.

Uncategorized

Wie wat bewaart, die heeft wat

Gisteren kwam zuslief langs. Ze moest tijdens een uitvoering van het zanggezelschap een Russische spelen die op vakantie was in Egypte in de rol van een kunstenares. De dresscode was artistiek en zonnig. Ik had de dag ervoor al het een en ander bij elkaar gesprokkeld, tot pruik en India slippers aan toe. Twee tassen vol en nog wat spul op hangertjes. Rieten rolgordijnen naar beneden en de verkleedpartij kon beginnen.

Heerlijk om uitbundig te mogen zijn met kleur en stof en in alle rust te kunnen combineren. Ze paste en mat en we keurden en uiteindelijk hadden we na twee uur  wikken en wegen drie goeie setjes samengesteld. Een paarse, een turquoise en een rood/oranje combi. Er was een pruik met zwart en blauw haar en een Rastapruik, met lange minieme vlechtjes tot op het middel. Een geslaagde poging. De rest kon weer op de trap, om straks mee naar boven te gaan. Daar zaten wikkelrokken en jurken bij uit de jaren zeventig. Bij daglicht zag ik dat ze toch wat verkleurd waren en wat sleets aandeden. Normaliter lagen ze als nostalgische herinneringen in mijn kledingkast op de onderste plank. Vijftig jaar aan herinnering. Ik blijf een sentimentele en tegenwoordig oude dwaas.

022

Het was een flashback naar vroegere tijden, waarbij er drie grote koffers op zolder stonden met mijn oude Oma-jurken uit de jaren dertig, bloesjes van mijn moeder, trijp en fluweel naast bloemetjeskatoen en een jas van mijn oma. India-voiles van lange lappen sari, die ik tweedehands gevonden had, met prachtige geborduurde randen ingeweven aan het einde, zonnige vijftige jaren jurken met uitbundige rozen en petticoats, mijn oude hippiejurken, explosie van kleur. Alle vier de kinderen haalden hele verhalen uit de koffer. Ze combineerden naar hartenlust en verkleedpartijen waren aan de orde van de dag. Er waren verjaardagspartijen waarbij de grote koffers centraal stonden, totdat we op een dag een invasie veldmuis kregen met hun ambitie om huismuis te worden en ze net zo verzot op de variëteit aan stoffen bleken te zijn. Ze hadden een nest gemaakt met duizenden stukjes verscheurde schoonheid, papier, stuk geknaagde houtsnippers, en vooral veel indringend muizenstruif. Geen houden meer aan . De verzameling moest op de schop.

scannen0014

Maar een aantal stukken, die gewoon in de kast lagen, zijn gevrijwaard gebleven van de dansende muizen. Daar trekt zus nu profijt van. ‘Heb je een verkleedkist’, vroeg ze. ‘Nee zus, deze kledingstukken zijn gewoon van mij’. Haha. Een Hollandse met varianten op de doorsnee alledaagse werkelijkheid. Een beetje creativiteit, een combineren van ongewone zaken, een snufje eigenzinnigheid en dan komt het allemaal te pas.

Alleen de pruiken, die verhalen van een glorieus verkleedverleden, met gevoel voor drama en tragiek. Lange tijd verzamelde ik de bij elkaar gesprokkelde kleding, die we droegen als vriendin en ik ons staaltje straattheater deden. Bep en To, de dames van de retirade of Hummie van de Tonnekreek, in variatie op een thema. Leven is leuk als je de grenzen opschuift en de humor toevoegt. In verkleedkleren kan je buiten jezelf treden. Daar is geen mystiek voor nodig. Geef me een podium en er siddert een ander door me heen.

008

In de albums met vergeelde foto’s van nog langer geleden schittert mijn vader in een rol die ik nog nooit van hem bij leven gezien heb. Oude krantenknipsels vertellen van wervelend spel. Zijn gevoel voor drama kwam steevast boven drijven als het borreltje achter de kiezen was en naarmate de avond vorderde bij feesten en verjaarspartijen. Dan werden Sam en Moos uit de kast gehaald of andere verhalen van Max Tailleur. Mijn vader als komiek. Iets wat in zijn rol als patriarch wat vaker belicht had mogen worden.

Zuslief en ik zitten op de bank met een voldaan gevoel. De Russische staat als een huis. Met een fotoshoot die goed gelukt was en mét de vele herinneringen, die uit de plooien van de stof naar boven borrelden.  Wie wat bewaart, die heeft wat.