Uncategorized

De nieuwe morgen

Aan het traditionele paasontbijt op tweede paasdag miste het gezin van mijn dochter, die vakantie aan het vieren zijn. Met het eieren zoeken is het gemis helemaal voelbaar. Drie zoekende kinderen troeven elkaar af, duiken op elk gespot ei met gezwinde spoed om maar zoveel mogelijk eieren te rapen. Door de jacht met alle kinderen zijn de konen roder en is de blik triomfantelijker, maar met één kind dat zoekt tussen de volwassenen, die hem allemaal helpen, is het ook goed toeven hoor. De pet zat vol, de eieren waren geteld en werden keurig netjes door hem uitgedeeld. Twee stuks mocht iedereen zelfs. De kleine paashaas was van hem. Daar bestond geen twijfel over. Als verrassing liep er een Paashennetje rond in zwart/wit verenkleed. De oren van de Paashaas leken af en toe op te lichten in de zon, maar als je beter keek, waren ze alweer weggedoken. Wonderlijke beesten die paashazen. Een ei is er blijven liggen. Die konden we niet meer vinden. Dus als je in het park bent, op de hoge heuvel…Wie weet.

100_5069

Zuslief was ook nog aan komen wandelen en deelde gemoedelijk in de feestvreugde. Ik had last van de benauwdheid, moeilijk uit te leggen hoe dat voelt. Niet vrijelijk kunnen ademen is lastig en werkt door bij de snelheid van lopen. Als ik alleen ben, maak ik foto’s, sta wat langer stil of ga er even bij zitten. Nu ben je afhankelijk van de vaart der volkeren. De tuin zou het niet gaan worden, dat voelde ik ’s morgens al. Ach ja. In de grote speeltuin met de gave speeltoestellen is het een drukte van belang. We rusten uit, terwijl er gevoed wordt. Daarna wandel ik alleen met de wagen de stilte in en geniet van de oase van rust, de oude bijzondere bomen, de tere verstinsde scilla tussen het groen en langs de vijver als een langgerekt paars lint en de velden vol met madelieven en paardenbloemen.

100_5214

Er worden foto’s gemaakt voor de opspattende fontein door een groot Spaans sprekend gezelschap. Ze zijn met veel. Op hun paasbest gekleed met roesjes en strikken, veel romig wit en kant, de haren keurig om het hoofd gevleid. Voor me lopen twee keuvelende oude mannen. De verweerde handen ineen gestrengeld op de rug. Ze hadden overal ter wereld kunnen lopen. Dit mediterrane gekuier past in elk decor. Ik duw de soepel rijdende wagen er langs en stuur haar naar het rustige paadje achter de dierenweide. Het rondje alleen is voldoende om op krachten te komen om de laatste gang  naar huis te kunnen maken. Ik ben uren van stilte gaan waarderen. Gedachten hergroeperen, een overpeinzing, even weg uit de hectiek.

100_5193

Vanmorgen heb ik de tekst van de blog op de bus gedaan geadresseerd aan de dochters en de familie van vriendin. Als troostbrief. Mijn moeder is in de nacht na tweede Paasdag overleden en dit feest heeft altijd dat extra beetje moeder als klank gehouden, op welke datum het ook valt. Pasen werd zo, voor mij, het feest van de weemoed. Zo zal het ook voor haar kinderen zijn. Een leven lang.

Dochter appt in de familie app, ik reageer. Waarom we allebei wakker zijn. Zij om dochter te voeden en ik om de geest te voeden. Wat een toevalstreffer. De nacht ligt nog grotendeels voor ons, gevuld met zoete dromen. Achter het nachtzwart gloort straks beloftevol de nieuwe morgen.

Uncategorized

Liefdevolle gedachtenis

Het is lente. Dat betekent dat de spreekwoordelijke mattenkloppers te voorschijn worden getrokken en elk hoekje en gaatje in het huis onder handen wordt genomen. Ik was na het ruimen op de tuin in de slaapkamer beland. Dat hield in dat de kledingkast een metamorfose moest krijgen van donker winter naar luchtig zomer. Twee hopen maken. Een om uit te zoeken, daarvoor werd de inhoud van de kast geleegd en een stapel voor de kringloop. In de lege kast de goedgekeurde setjes.

011-1.jpg

Onder het sorteren dwaalde mijn gedachten af naar Homburgvriendin. Wie wilde mocht vanmiddag afscheid nemen van haar. Ik had me voorgenomen te gaan. Ik had haar al jaren te weinig gezien. Mijn herinneringen gingen terug naar de tijd dat we de vakanties deelden en elkaar zagen op verjaardagen, op feesten en partijen. Een aantal jaren kwam ze trouw op mijn verjaardag aan getuft in haar autootje om een cadeau te brengen, samen met vriendin. Ik was bij haar inzegening als predikant en bij haar huwelijk. Zo gaat dat. We liepen een periode lang intensief met elkaar op, om elkaar ook weer een tijd uit het oog te verliezen.  Maar als we elkaar tegenkwamen, was er altijd die klik. Woordeloos gevoel van saamhorigheid. De laatste keer in de laatste maand van vorig jaar.

Toen de oude in het ziekenhuis lag vertelde hij dat ze een afdeling lager was opgenomen. Dus ging ik langs na mijn bezoek aan hem. Daar zat ze in bed. Sondevoeding, infuus, warme glimlach van oor tot oor. Ze vertelde wat het betekende, deze ziekte. Ze kon niet normaal lekker eten en drinken. Dat dempte de feestvreugde. Het belemmerde samen met het gebrek aan energie het leven. Daar had ze nog zoveel van. Dat gaf haar wel de kracht om buiten de pijn om nog zoveel mogelijk te delen met haar kinderen en vrouw,  vriendinnen en vrienden. Haar glas was, ondanks de misère, nog steeds half vol. Hoeveel moed valt er uit te putten voor de omgeving. Ik bewonder haar zeer.

scannen0768

Die weken in Homburg in de jaren tachtig waren hilarisch. Veel mensen, vrienden, familie, vrienden van vrienden, bekenden, alles mocht langskomen en blijven slapen. Er werden staaltjes drama weggegeven. De ‘Erlkönig’ werd nagespeeld op de oude ribfluwelen bank en doorgaans vielen we slap van het lachen om of doken, roezig van de wijn, ten leste het bed in om een gat in de dag te slapen. Er waren kinderloze weken, waar ik geen deel van uit maakte en kinderweken, waar iedereen die kinderen had, welkom was. Naast het dollen, waren er grote picknicken in het veld beneden of in de boomgaard naast het huis, kampvuren op het veld. We genoten van de ondergaande zon op de top van de heuvel en maakten lange wandelingen dwars door de weilanden over de heuvels, doordrenkt met diepgaande gedachten over de zin van het leven zelf.

scannen0804

Homburg stond voor alles wat er aan aan jeugdig verlangen was, de intensiteit waarmee het leven gedronken werd, de liefde voor elkaar en de wil om er iets van te maken. Homburg inspireerde en vormde als je er open voor stond. Daar waren de eerste ontluikende kiemen ontstaan om de natuur tot in haar vezels te begrijpen. Ook de humor leidde een volstrekt eigen leven. Als de kinderweek de tweede week was, had je even tijd nodig om op hetzelfde niveau te komen. De kwinkslagen vlogen in een vrije val over de tafel. Het leven werd gevierd. Zo wil ik mijn memento voeden, met die beelden op het netvlies en ik besluit om alleen naar het grote afscheid te gaan.

063

Het is lente. De natuur barst open en geeft een podium aan Pasen dat de moeite waard is. Ze wordt omlijst met jong leven, ontluikend groen, warme zonnegloed en schaaft de somberheid van het oude en koude naar nieuwe hoop, geeft bedding aan een nieuwe energie. Vriendin heeft haar gehavende mantel aan de wilgen gehangen en vliegt vederlicht en in vertrouwen voort. Wat rest is liefdevolle gedachtenis.

Uncategorized

Arbeid adelt

Nu Jut de Hut bijna wordt afgeleverd, moeten we nog even los op de stek waar ze uiteindelijk komt. Als ik het pad afloop langs de tuinen met groene aanwas, veelbelovende bloesem en de spiegelende sloot ligt er over alles een waas van diepe rust. Het is maar schijn. Als je stilstaat en luistert is ook op dit vroege tijdstip voldoende leven in de tuinen, hoor ik de bosmaaier brullen met gierende uithalen, zijn mensen al gieters water aan het putten uit de sloot. Op de knieën, gieters erin en, met in iedere hand een, terug naar de tuin, het langzame leven. De bijenkasten staan er vitaal bij. De volkeren zoemen er omheen, dat het een lieve lust is. Geen jong leven in het water, wel drie woerden.

100_5047

In de verte zie ik bedrijvigheid rond de tuin. Het beeld wordt in mijn hoofd gevisualiseerd tot broer, maar als ik dichterbij kom, zie ik dat het mijn lieve gespierde aangetrouwde neef is. Het zweet parelt op zijn voorhoofd. Kleine glansbelletjes. Hij trekt zijn hele ziel en zaligheid uit de kast om de composthoop, ooit de broedplaats van de ringslang, te slechten. Ik heb ongelooflijke bewondering voor de liefde waarmee hij voor mij het pad bereidt om straks heerlijk te kunnen genieten. Zo’n groot hart, die gouden neef. Onbetaalbaar. Even later fietsen broer en schoonzus aan. Ze gaan onmiddellijk aan de slag.

100_5054

Schoonzus en ik storten ons op de enorme berg met takken en knippen ze zodanig dat ze hakselfähig zijn. De knoesten eruit, de zijtakken eraf. Lange mooie rechte stokken. De krulwilg laat zich niet leiden. Grillig verzet ze zich tegen alles wat recht is. De oude komt even kijken en gaat als de bliksem in zijn tuin aan de slag. In de middag komt de hakselaar.

029

Af en toe houden we een werkoverleg annex drinkpauze. Als de tuin ineens meters groter lijkt, omdat de berg weg is en er alleen nog twee kromme wilgen en een paadje staan, zit neef zijn taak erop voor vandaag. De sportschool is niet meer nodig. Zijn eerste work-out is gedaan. Terug naar het thuisfront, die hem iedere keer liefdevol afstaat.

Broerlief heeft de plek waar Jut moet komen, al netjes uitgelijnd en geëgaliseerd. Druif en roos hebben het veld moeten ruimen. Ineens ontdek ik ook dat hibiscus verdwenen is, maar die stond al op een verkeerd plek. Tussen het gras zet tuin spontane lijnen uit met vergeet-me-niet, met de jonge vingerhoed-rozetten en het leverkruid en ik neem me voor om straks beter naar haar wensen te luisteren. Waar plant is, moet tuin komen en geen gazon, zoiets. Schoonzus en ik knippen ons de blaren op de handen en broerlief werkt als een kabouter in de nacht. Iedere keer als ik me omdraai is er weer een klus geklaard. Het lijstje zit in zijn hoofd en één voor één vinkt hij het resultaat af. Alweer het tweede huis door broer, die er voor gezorgd heeft dat deze plek hier een paradijselijk onderkomen is geworden. Dat is zijn onvoorstelbaar kracht. De zingeving aan het bestaan voor anderen kunnen bewerkstelligen in alle bescheidenheid.

036

De takken voor de verhakselaar stapelen zich op.  Als het blauwe monster arriveert met zijn oorverdovende gebrul, voer ik voorzichtig de takken in. ‘Moord in de hakselaar’, denk ik als het al het hout opvreet en uitspuugt in kleine snippers. Buurman achter komt helpen. De oude begrijpt dat hij eerst kort moet maken met wat er bij hem aan snoeihout ligt. Met oranje helm en oordoppen voer ik het hongerdier en denk er niet bij, want anders zou ik stoppen om het stof en het lawaai. De klus moet geklaard, bij mij en bij de oude.

031

Om half acht is het welletjes. Thuis op de bank slaat de ouderdom in alle hevigheid toe. De bejaarde spieren protesteren, de huid gloeit. Moe maar voldaan en tevreden leun ik achterover. Arbeid adelt

Uncategorized

Twee zielen en een gedachte

De beloofde warmte zorgt voor verkeersdrukte op de weg. De zomer is in de bol geslagen en half Nederland is op pad. Ik wil naar vriendin, die letterlijk onthand is, door de val van de trap vorige week. Een pols in het gips en een elleboog in een stevig verband en een Arm Sling, omdat grote pinnen de boel bij elkaar houden. Ze wonen nog in de schuur, maar trekken zo weer in het verbouwde huis. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een heerlijke plek is het geworden. Het is ruim en licht en overal zijn er zichtlijnen naar buiten. We gaan wandelen terwijl een buuf de tuin wiedt en genieten van ons samenzijn, de verhalen en de geweldige natuur. Er is zoveel te zien.

018

De sloot viert feest met haar eigen confetti en het zonnelicht als feestverlichting er door heen. Ik bewonder de kleuren, die niet kwistig rond gestrooid zijn, maar met een kennersoog in harmonie elkaar volgen. Zo ook haar omlijsting. De gouden rietstengels, die zachtjes wuiven in de wind, de donkere, bijna dieppaarse grassen tussen het groen, die argeloos als plukken lijken rond gestrooid te zijn, het water dat de strakblauwe lucht reflecteert  en de statige oer-Hollandse molen. Overal staat bloeiend koolzaad en fluitenkruid en de silhouetten van de bomen vervolmaken het beeld.

016

Als je goed oplet, schieten er kleine mezen en vinken en heggemussen weg in de grote heg aan de weg en hippen er konijnen naarstig naar hun veilige stek. Het nest van de buizerd, hoog in de boom, wacht geduldig, tot de jacht is afgelopen.

Als er een fietster schreeuwt aan de kant te gaan, weet ik dat ik de bel niet gehoord hebt en dat maakt dat zo’n halve dove een gevaar op de weg kan zijn. Of ligt het aan de racende fietste zelf, die vergeet om het prachtige plaatje in te drinken, waarin ze zo naarstig van A naar B moet. De meerkoet waarschuwt zijn vrouw op het nest met een hoge doordringende staccato roep. We keren om en wandelen het schilderij weer uit. Thuis met een glas water en de buuf horen we, met een onvervalst Gelderse tongval, het gruwelijke verhaal van een ongeluk van haar beide zonen 25 jaar geleden. Ze overleefden, maar raakten beide zwaar gewond. Hier sprak een moederhart en raakte het onze aan.

.021

Het gezicht van vriendin tekende vermoeidheid en sommeerde haar naar bed, terwijl ik de grote bossen bloemen ging lezen en uitdunnen, alles wat verdord was en oud mocht er uit. Toen ik klaar was stonden er weer twee prachtige bossen op de piano en een biedermeiertje naast het bed. De ogen waren dichtgevallen. Tijd om te gaan. Thuis wachtte een ander kleurrijk plaatje. In een opwelling had ik in de vroege ochtend de kast wat rigoureus leeg getrokken om zo de zomer van de winter te scheiden. Lente in het hart brengt lente in het hoofd en een volksverhuizing in de kamer.

033

‘Morgen’ , beloof ik mezelf, ‘Morgen pak ik het aan’. Pluis rolt heen en weer over het warme beton van het balkon en schuurt en schurkt haar genoegen. Het kan niet warm genoeg zijn. Ik nestel me in de bank en krijg een foto van de mooie herboren bossen opfleurders opgestuurd door een herboren vriendin. ‘Oefeningen gedaan en nagenieten van de namiddag in de late zomerzon’. Echte vriendinnen dus. Twee zielen en een gedachte.

Uncategorized

Ze knikt me toe en glimlacht mild

Elke donderdag zag ik ze al van verre komen. Hij stiefelde en zij waggelde.Het stiefelen werd veroorzaakt omdat hij in de loop der jaren steeds verder met zijn hoofd tussen zijn schouders was gedoken en zijn buikje wat naar voren helde. Het waggelen en schommelen van haar werd veroorzaakt doordat het leek of het kleine koppie op een tonnetje rond stond, waardoor haar omvang grotesk werd in de verhoudingen. Ze had een rollator om te voorkomen dat ze vallen zou en zuurstof om vooruit te komen. Beiden hadden ze ooit duizenden kinderen de weg naar de wijsheid en het leven gewezen.

grim001tove01_01_tpg

Hij ging direct aan de slag en maakte heel veel grappen binnensmonds met een kwinkslag naar haar toe. Zij bezag het slagveld aan noeste arbeid terwijl haar armen rusten op het apparaat, waar ze straks drie keer tien keer aan zou trekken. De zuurstof staat in een zwarte tas binnen handbereik. Boven de vollemaanswangen volgen twee pientere heldere ogen de verrichtingen van de anderen. Ze heeft zich in haar roze wijde en lange t-shirt tot op haar knieën gehuld, daaronder prijken de wijde enkellange pijpen van een rode katoenen broek. Haar kleine hoofd wordt omlijst door wit , zijdezacht en sluik haar. Vanaf het begin is ze het Piggelmeevrouwtje, maar dan oneindig veel aardiger en is hij met baard en goedlachse blik achter de bril de allervriendelijkste Piggelmee zelf.

Ze houden van elkaar. Ze schreeuwen het niet van de daken, maar het staat in de blikken geschreven die ze elkaar toewerpen. Hij legt af en toe een hand op haar schouder of streelt de bleke huid. Zij trekt een brede glimlach bij zijn inspanningen op de loopband en volgt hem met haar ogen, waar hij ook maar gaat of staat.

‘Mevrouw de H is overleden’, fluistert de Fysio tegen de oude man die zuchtend en hijgend zijn kilometers wegtrapt. Zijn toupet verschuift ervan. ‘Godsamme’, zegt hij en is merkbaar verbouwereerd. ‘Hoe is dat nou toch mogelijk’. ‘In haar slaap in alle rust overleden’ zegt ze er ter geruststelling achteraan.

img_1676-effects

Ik ben ook aan het trappen met een helling als moeilijkheidsgraad en zie het Piggelmeevrouwtje toch heel duidelijk op haar plek aan het apparaat zitten. Ze neemt vergenoegd de situatie in ogenschouw, ik trap stug verder. Een beetje harder dan normaal totdat ik moe een tandje lager ga. Mevrouw de H, ze is er niet meer. Ongelofelijk. We hadden vorige week nog een verhandeling gehouden over de zuurstof als handtas en de rollator als een verlichting en daardoor de verlossing.  Onmiddellijk stiefelt hij in mijn gedachten alleen verder. Wezenloos en hopeloos. Sommige mensen moeten niet uit elkaar geplukt worden. Vandaag wordt ze een piepklein kerkje uitgedragen, waar ze altijd jubeltonen uit de pijpen van het orgel had getoverd. Er schuilen onvermoede krachten in een oude vrouw, die aan de buitenkant niet te zien zijn Heeft Pierlala die nacht het ventiel ontdekt en stiekem alle zuurstof van jaren laten ontsnappen, zodat ze zachtjes leeg liep.

Vindt hij nog wel de zin van het leven nu zijn stut en toeverlaat is weggevallen. Zij redt zich wel temidden van die andere gewichtloze engelen, maar hij moet hier zijn weg weer zien te vinden in een wereld die hem zwaarder toe zal schijnen dan ooit tevoren, nu zij voorgoed is weggevlogen. Deze lieve zachtaardige Piggelmee zonder zijn vrouw is schier ondenkbaar. Hij zal haar zoeken achter elke handeling, in elk gebaar, achter elke blik tot ook hij vervaagt en oplost van de ene op de andere dag, maar beiden voor eeuwig aanwezig zijn in die kleine afgebakende ruimte. Hij op de fiets, in een circuitje, op de loopband, grappend en grollend in doorzichtige bescheidenheid en zij, rood en roze, op het apparaat. Ze knikt me toe en glimlacht mild.

Uncategorized

Mijn veilige bushaven

In de bus dacht ik nog zeeën van tijd te hebben, maar toen vriendinlief appte dat ze op de fiets gesprongen was, kwam ik pas op het idee om een en ander te checken. Daarna was het afgelopen met de rust. Ik was al ruim een kwartier de stations traverse aan het overbruggen en er was nog een hele lange Oude gracht te gaan. De kuierlatten aanspannen en de pas erin gooien, werd het devies.

013

Onderweg was er zoveel te zien. Ik had mijn jas uitgelaten en liep nu te zomers te midden van de dikke duffels en hier en daar een voorzichtig ontblote onderarm door de massa heen, sneed af bij de Mariaplaats door de hofjes te nemen en kwam via de Springweg halverwege op Swaakhoogte bij de Gracht uit. Ik prees mijn jasloze inval, omdat het zweet me op de rug stond en was blij toen de eerste huizen van de Twijnstraat in zicht kwamen.

Gauw het Louis Hartlooper in en direct daalde de hartslag, bij het zien van vriendin recht tegenover de deur in een oase van rust. Adem in, adem uit. Waar was de rest van de tijd gebleven. Nog een minuut te gaan, we konden nog snel een drankje, lees spa rood, mee grissen en naar boven. We nestelden ons in de filmzaal in het pluche. Het was wonderbaarlijk ‘ druk’ voor een vroege middagvoorstelling. God Only Knows draaide, een Nederlandse film van Mijke de Jong met de karaktervolle koppen van Monic Hendrickx, Elsie de Brauw en Marcel Musters als invulling voor de twee zussen en een broer, die last heeft van wisselende stemmingen.

De opening doet het ergste vermoeden, maar niets is minder waar. De dramatische aanzet begint met het doordringende ‘Erbarme dich’ van Bach, waarbij de prachtige klanken zich verweven met het verdriet, de onmacht en de angsten van de broer. De entourage is perfect. Het oude huis in deplorabele staat, de lambrizering, de kale tafel, de houten trap, de wonderlijke kelder, alles ademt een ver en voorbij verleden.

Dan trekt zich in een notendop heel het leven langs, leer je alle structuren doorzien van communicatie en het gebrek eraan en zie je wat emoties doen en hoe onze tekortkomingen in stand gehouden worden door onszelf en de manier waarop we ons opstellen tegenover de ander. Een openbaring, die wat vergt en waar nog lang op te teren valt.

We tafelen na in het gezellige café van het filmhuis en stukje bij beetje ontrafelen we onze ontdekkingen en breien er een oordeel van, vooral gevuld met superlatieven. Wat een hoogstandje van melodrama, intens ingeleefde rollen, uiterste krachtmetingen van emoties. Alles komt langs. Het is een rollercoaster, een perpetuum mobile en daarmee het intense leven zelf. Herkenbaar, te vereenzelvigen en alle radars onlosmakelijk verbonden. Met de wijn komen de bitterballen, vegetarische en gewone, en de ober lacht de realiteit weer terug. Als er daarna een vloed aan excentrieke dames en heren van betrekkelijk hoge leeftijd aanschuiven en de ruimte vullen, zijn we benieuwd naar welke film zij zijn geweest. Er blijkt elke woensdag een sneak preview te zijn. We zijn verbaasd over deze ondernemingsgeest. Het concept is de garantie voor een bord vol onverwachte wendingen. Het voorland huivert langs mijn vel.

005

We nemen hartverwarmend afscheid en nu mag tijd uitwaaieren. In de Grachtengalerie is een tentoonstelling van ‘ In de wolken’. Treffend past het bij mijn geestesgesteldheid. De luchten van Cees Vegh vallen uiteen in een prachtig rood, oranje, violet, warm geel of blekig blauw. De miniatuur schilderijen in de oude sigarendozen van Esther van der Eerden met de alleszeggende titel ‘Memories in a Box’ zijn prachtig en smeden de middag tot een geheel.

027

Met de Muslukt-mussen van Leny en Leo in goud als laatste op mijn netvlies vervolg ik mijn pad. De notendop, de schoonheid en de vrouw ineen. Terwijl het zachtjes begint te regenen, dwaal ik boven de treinen op weg naar huis naarstig mijn veilige bushaven binnen.

Uncategorized

Een nieuwe horizon

Voor het eerst sinds jaren liep ik dit ziekenhuis niet in voor een onderzoek, een bezoek aan de arts of de röntgen, maar kwam ik solliciteren voor een vrijwilligersfunctie. Het ziekenhuis is tegenwoordig zo groot dat de mevrouw van de receptie de personen niet meer bij naam kent. Ze vroeg naar een nummer. Ik had geen idee, dacht ik. Achteraf bleek dat een telefoonnummer te zijn. Dat had ze er niet bijgezegd. Ik voelde me even dat kleine pindakaasmeisje van de reclame, die de woorden van haar trainer letterlijk opneemt en mompelt: ‘Je zei -Jongens-‘ toen ze als enige niet met de groep mee was gaan schuilen voor de regen. ‘Je zei nummer en niet telefoonnummer’ dacht ik, maar zei het niet. De vrouw keek me namelijk vanonder een opgetrokken wenkbrauw een tikje wrevelig aan, toen het kwartje pas later viel en ze het nummer via de computer had opgespoord.

We moesten een trap op. Kalm blijven ademhalen nam ik me voor. Zou zo’n longaandoening een belemmering kunnen zijn. Er was een koffieautomaat zonder de gebruikelijke cappuccino. Sommige dingen verbazen me in ziekenhuizen. Net als het oude toilet, te klein en te ongemakkelijk, in dat andere ziekenhuis gisteren, waar ik was om vriendin te bezoeken. Geen idee dat het halve ziekenhuis op vrijwilligers draait tegenwoordig, ze maken wel een belangrijk deel van het geheel uit. Een en ander werd er aan verwachtingen uitgelegd.

008

Naast de zorg waren er een aantal verplichtingen die me weer een beetje terug voerden naar de jaren zeventig. Mijn eerste optreden als verpleegkundige in het AZL. Zuster Berkhout, die mijn weerbarstige piekharen glad probeerde te strijken en ons terug stuurde omdat we, door de warmte, de panty’s in de ban hadden gedaan. De uniformen konden we ons aan laten meten. Ze kwamen krakend vers en sneeuwwit uit de verpakking rollen. Hier was het probleem van al dan niet bloot been vernuftig opgelost door een broek met jasje als uniform voor te schrijven. Het haar mocht nog steeds niet vrijelijk rond slierten. Geen sieraden en geen nagellak. De geur van kamfer drong zich op.

009

Er kan straks Aladin gespeeld worden met de toegangssleutel in de vorm van een plastic kaart aan een koord: ‘Sesam open U’.  Alle deuren achter de openbare ruimtes zijn dicht. Dat was nieuw. Ik voelde een lichte euforie toen ik de ingewijd werd in de structuur van het gebouw. Straks zou ik eigenhandig mijn patiënt-zijn ombuigen tot een nieuwe werkelijkheid. De andere kant van de medaille. ‘If you can’t beat them, eat them’. Het voelde goed, lichte spanning, het oude bekende terrein letterlijk en figuurlijk in een nieuw jasje, zonder de grote druk van de eindverantwoordelijkheid, al zal ik die altijd blijven voelen. Wat reiskostenvergoeding, gratis parkeren en een feest eens per jaar. Dat alles om de het lijden van anderen een ochtend in de week te mogen verzachten. De afdeling oncologie opende haar deuren en het programma voor het waakmaatje zou zich vanzelf wijzen.

010

In al die jaren heb ik het ziekenhuis nooit helemaal los kunnen laten. Het paste me als een handschoen. Ik was volwassen geworden op deze voedingsbodem en dat schept een band voor het leven. Dat blijkt nu maar weer. Als een vis in het water, zegt men. Zo voel ik me en het zorgt er voor, dat er geen greintje aarzeling is. De wegen liggen open naar een nieuwe horizon.

001.JPG

Uncategorized

Een, die nooit vergeten wordt

Er staat in de nieuwe Flow van deze maand een zin die raakt, als je de woorden proeft en toelaat. Filosofe Christine Cayol zegt in een artikel over tijd: Chinezen gaan flexibel met hun tijd om en leggen zo min mogelijk vast. Alles verandert namelijk toch altijd en het leven heeft zijn eigen ritme.

003.JPG                                                     .

Daar moest ik aan denken toen het nieuws over de Notre Dame binnenkwam. Mijn Franse schoonzoon schreef: ‘The heart of Paris is dying’. Dat de naam van de eeuwenoude kathedraal juist gekozen is, blijkt nu wel. De pijn is voelbaar tot in elke vezel bij ieder van ons. Het is ‘Onze Dame’, meer van de Parijzenaars, meer nog van alle Fransen, maar ook van ons. Ze is van iedereen, die de waarde van een erfgoed erkent en de historie van de cultuur een warm hart toe draagt. Miljoenen toeristen hebben voetje voor voetje voor,  in en om de Notre Dame geschuifeld om eigenhandig de verhalen terug te vinden van Quasimodo, om zich te vergapen aan de architectuur om de pracht en praal te aanschouwen van het rijke Roomse verleden en de cultuurschatten met eigen ogen te mogen aanschouwen. Gisteren vernielde een grote uitslaande brand een deel van het hart van haar aloude geschiedenis.

scannen0033

‘Alles verandert namelijk toch altijd’.

Ik denk terug aan de Twin Towers, die ik een jaar vóór de aanslag nog had bezocht en die nu, met alles en iedereen die het leven liet, slechts een herinnering is. Op die plek verrees, als een Phoenix uit de as, onder andere een monumentale Freedom Tower, het Tribute in Light en het nationale 11/9 Memorial And Museum ter nagedachtenis aan allen. De Twin Towers zijn een blijvend memento geworden.

scannen0034

‘Alles verandert’

Het leven zelf is zo. Door de loop der jaren zijn er allerlei dingen gebeurd. Waarheden zijn onderuit gekacheld en nieuwe werden geboren. Alles wat van waarde was, bleek niet bestand tegen de tand des tijds of werd mee gevlochten in een nieuw te bewandelen weg. Deel van het geheel.

‘Verander’

Het brengt nieuwe waarden met zich mee. Een aderlating als opmaat voor het herrijzen, het verbeteren, het vernieuwen met als troost de oude herinnering, die ook alleen maar in waarde stijgen zal. Is het een schrale troost? ‘As is verbrande turf’ luidt het spreekwoord en betekent zoveel als ‘De tijd valt niet terug te draaien’. Het is gebeurd. Nu moeten we er mee leven. Ook met de pijn in het hart, maar er volgt een oplossing. Die dient zich aan, omdat we geneigd zijn om in oplossingen te denken en anders komt er een monument, van waaruit een Phoenix  herrijzen kan. Als de tijd verbeidt zal het de verlossing blijken voor het verdriet, dat nu nog ontroostbaar lijkt.

Verander

Door niet op tijd te leven maar in de tijd krijgt de betekenis van de aard der dingen een extra dimensie. Voor mij is tijd niet langer iets wat ik moet inhalen of beheersen, maar ik mag nu onderdeel zijn van de tijd die alles heelt, omdat ze, na een schrijnende gebeurtenis, eerst verzacht en dan weer op zal bouwen. ‘Straks is alles maar herinnering’ zongen Ellie en Rikkert ooit. Het is aan de mens en het ritme van de tijd om daar een glorieuze draai aan te geven. Een, die nooit vergeten wordt.

 

 

 

Uncategorized

Een bloeiende oase

Een kleine winterkoning met prachtige doordringende zang verhaalde vergenoegd over de vorderingen die er, die ochtend, gemaakt waren op de tuin. Ik knipte af en ontdekte dat de vogel gevlogen was en allesbehalve op beeld gevangen. Ze bleef gezelschap zoeken tot mijn grote vreugde.

024.JPG

Ik zat op de kleine plastic kruk en genoot na van alle hectiek. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Wat een heerlijke familie hebben we toch. Ik had weliswaar koek en zopie voldoende, maar geen koffie. Toen de gehuurde bus arriveerde wist schoonzoon een Starbucks te overmeesteren. Je kan er van zeggen wat je wilt, maar warm is het en de energie kwam terug voor tien.

100_4978

Na een ochtendje bikkelen keerde de rust weer en genoten we, winterkoning en ik. De kleine verdwaalde haas die, zo snel als zijn hazenpootjes hem konden dragen, het hazenpad had gekozen naar een volgende tuin, om op veilige afstand te kunnen genieten van de reuring, was verdwenen. Alle bomen stonden volop in bloei, pruim, kers, peer en appel. De peer bezweek bijna onder haar bloementooi. De appelboom van Vasalis was door de troosteloosheid van de afbraaktuin ver voorover gezakt en stond nu krom en scheef haar verdriet te verwerken.

100_5014

De ruimte waar de hut moest komen was leeg. Broer en ik hadden ingeschat wat er omgezaagd moest worden om Jut de draai te kunnen laten maken en wat er nog nodig was om haar bedje te spreiden.

 

100_5016.JPG

De dakpannen van het oude atelier blijven op het land. Nog voor ze de bus in werden geladen was er al een liefhebber.Hier en daar kwam uit het dorre winterleven weer een nieuw geluid. Straks als Jut staat, breng ik alle tuinvriendinnen in stelling en schoffelen we het paradijselijke onderkomen weer in evenwicht.

014

Ziezo, alle beren op de weg zijn geruimd en ik kan weer rustig ademhalen. Niet alleen voor mij gloort er licht aan de horizon, maar ook voor de oude. Sinds zijn opname in het ziekenhuis is drank al maanden niet meer de drijfveer. Het duurde een tijd voor het uit het systeem was. Al die tijd probeerde ik zijn interesse in de tuin weer te wekken, ooit zijn ziel en zaligheid. Die man bloeide, net als de bloesem aan zijn bomen, op als hij kon snoeien en wieden, maar al die tijd kwam hij niet verder dan zijn eigen vesting. Deze week was het moment van de openbaring. Hij is er op eigen houtje naar toe gegaan en heeft samen met een goede tuinvriend voor een deel al het overtollige weggeknipt of verzaagd. Energiek en met zin. De gang naar een nieuwe lente. Het brengt zoete vreugde.

Dat overpeinsde ik op de kruk met de kleine winterkoning als gezel. Het leven lachte. Ik bracht de geleende kar en de kruiwagen weer terug  naar de buuf en kuierde richting uitgang, waar de kleine blauwe prins al stond te wachten. Na twee bliksembezoekjes aan de  jongste telgen zonk ik weg in een zalig niets doen. De gebroken nachten hadden hun tol geëist en maakten daar nu gewag van.  Rust om een boek te lezen of ook maar iets te volgen op tv was er niet echt.  Met Pluis op schoot dommelde ik in en droomde van een soepje van courgette en tomaat, als vanouds met de oude, in een bloeiende oase.

Uncategorized

Aan de slag

Gisteren was een dag van kantoor houden. Alles moest geregeld worden voor het grote leeg trekken van de tuin vandaag. Als het goed is en alles loopt op rolletjes, gaat het straks gebeuren. Busje laten regelen door dochterlief, schoonzoon en zoon gecharterd voor op de tuin zelf, zoon en neef gevraagd om met andere schoonzoon naar de stort te rijden die, en God zij geloofd en geprezen, tot half een open is. Broodjes en drank gehaald voor de inwendige mens.

008

Dat pas na het optreden van zuslief, die een zwierige Russische neerzette. Het schudde de ietwat gezapige sfeer los en bracht sjeu in het geheel. Trots op zus en moe van alle indrukken overdag, lette ik niet goed op bij het schap van de broodjes. Vanmorgen in alle vroegte wilde ik ze open snijden en beleggen. Het voelde wat wonderlijk. Met de kippige ogen dicht op de zak ontcijferde ik het woord afbakken en in een waas iets van zes tot tien minuten. Als daar nog iets tussen moet, moet ik echt straks al in de benen. Nu eerst koffie en de geestelijke voorbereiding.

’s Avonds een alarmerend bericht. Een van de lieve vriendinnen was, eerder op de dag, in een onbewaakt ogenblik-even gauw nog iets beneden pakken-van de trap gevallen. Van boven naar beneden in een vliegende vaart. Verschillende kneuzingen en breuken en de oneindige schrik van de ervaring op zich. Ze had een half uur heel stil daar beneden gelegen met de verhalen van een, door een andere vriendin opgedane ervaring, in het hoofd. Die was nog helemaal naar boven gestiefeld. Het zorgde ervoor dat ze, ondanks de koude vloer, stilletjes bleef wachten op haar eega, die toch snel zou komen. Roepen had geen zin. Het werd het langste half uur in haar leven.

Ze sliepen al een paar maanden in de schuur vanwege de verbouwing in het huis, die bijna af was. Manlief kwam, schrok zich het ongans en belde de ambulance. Ik kreeg haar gisteravond aan de telefoon. De hectiek van de overgave aan al die mensen die snel en handelend bezig zijn aan dat willoze lijf en de intense pijn zorgden voor tranen die niet te stoppen waren. Een ontlading pur sang.  De kwetsbaarheid van de mensheid en het besef dat we allen sterfelijk zijn flitst in dergelijke situaties in een oogwenk voorbij en heeft grote impact. Misschien wel de grootste.

‘Ik heb geluk gehad’ zegt ze dapper, ‘Voor hetzelfde geld had ik in een rolstoel kunnen eindigen of erger’. Maar het is dubbel. Ze had geen geluk toen de gladde stof van de geitenwollen sokken glibberde over de nieuw geschilderde tree. ‘Een geluk bij een ongeluk’, was vroeger de uitdrukking.

023

De dag breekt open, de ganzen die al weken elke ochtend in alle vroegte voorbij komen vliegen, zijn ook nu weer van de partij. Het leven neemt een vlucht. Ik focus op de tuin, of nee, eerst nog even op de afbakbroodjes om al die noeste arbeiders van koek en zopie te kunnen voorzien. Hoe kan ik ze allemaal ooit bedanken. Als laatste kreeg ik gisteravond een foto van broerlief die een laatste hand legt aan Jut haar kleed. Zwager en hij hebben ook een prachtige ombouw voor de wielen gemaakt. Ooit was Dakpannentruusje de mooiste van de tuin, maar deze verdient nog meer het predicaat. Een gevoel van warme liefde voor al die mensen die het mogelijk hebben gemaakt en voor de zwager, die vanaf het eerste uur geloofde in deze metamorfose, met zijn belletje: ‘Ik kan een bouwkeet krijgen’, waarmee het balletje ging rollen.

Zo buitelen alle gevoelens door elkaar heen en ben ik een beetje van slag. Ik kan alleen maar weergeven wat er gebeurt. Later volgen de overpeinzingen weer. Nu eerst maar in de benen. ‘Vort’, roept mijn moeder in mijn oor. ‘Aan de slag’.

Uncategorized

Een dame van formaat

De lijst met doe-dingen wordt te groot. Ik moet hier en daar wat inperken. Het zijn eigenlijk moetjes. Als het een gedaan is, kan de ander voort. Ik ben schakel van de ketting of misschien ben ik wel het begin en het eind, dat voelt nog verantwoordelijker. Dus weet ik niet meer hoe ik moet beginnen. En als ik niet beginnen ga, ligt de hele handel stil. Bak daar maar eens chocola van. Er is nog een ander voorval, dat ik nog nooit bij de hand heb gehad. Er is een opgeblazen gevoel aan het begin van de week geweest, dat nu uitmondt in een zeurende pijn onder in de buik. Mijn buik, die kerngezond alleen pijn kende tijdens de zwangerschappen. Even wennen en goed blijven luisteren. Het eerst zat hoog, de pijn zit laag. De vraag is of het straks verdwijnt het. Ik ben naarstig aan het hoeden.

Dan de afleiding, dat helpt altijd. Maar toch iets minder als de pressie van de lijst  voelbaar wordt. Vanmiddag heeft zus haar jaarlijkse grote uitvoering van haar zangclub. Er komen hele verkleedpartijen om de hoek kijken en het is een grote vrolijke, bijna operetteachtige voorstelling. We gaan er voor lunchen en erna is er, ook een jarenlange traditie, een etentje bij de Italiaan, als zuslief met haar gezelschap ernaast zit en wij als de drie andere zussen aan een ander tafeltje. Lang geleden dat we samen een dag hebben gedaan, . Ik wis alle gedachten op dat moment.

Vannacht een piekernacht, met twee keer onrustig alles nagekeken op de huur van busjes en bestelauto’s, tuinafvalbakken en noem maar op. Kostbare uitgaven en ook daar moet ik pas op de plaats maken. Er staan hele goedkope bedragen bij, maar als je verder graaft, verschijnen de addertjes onder het gras. Wat is wijsheid. Daarna weer geprobeerd te slapen, maar toen moest ik blanco gaan denken. Schapen tellen helpt niet. Blocken is de enige weg.

021

Het schilderen gisteren was een lange weg, maar het lukte om het geheel af te krijgen. De suikerpot van oma vereeuwigd. Het portret dat ik meegenomen had om de volgende keer aan te gaan werken, werd goedgekeurd. Maarten van Roozendaal. Ik kreeg alvast een tip mee om het thuis te schetsen en een leidraad om op te letten. Fijn. Dan is de fase, die het dichtst bij me ligt, eindelijk aangebroken. Nu nog wat meer tijd.

Ik wilde langs broer en langs dochter maar strandde bij mijn mentor, die zoveel meer is. Zo voelt het als zielsverwantschap samen smelt. We praten en praten en praten onder het genot van een hele pot thee, die in drie fases naar binnen wordt geklokt. Haar huis en tuin zijn plaatjes. Een oase van groen in een stenen stad en er zijn overal prachtige kleinoden te bewonderen. Ze is een zoeker of eigenlijk een vinder, het een sluit het ander niet uit. ‘Later…’denk ik’…als ik groot ben’. Iets wat ik mijn hele leven gedacht heb als ik een leefstijl ontdekte die bij mijn geestesgesteldheid past. In de thee verdrinken de verplichtingen en borrelen de emoties, de compassie en levenswijsheden omhoog. Als ik naar haar groene vingers kijk bij het afscheid, valt de liefde voor al wat leeft, op de juiste plek. Daar ligt ook de verwantschap. Het eindeloze mooi van de kleine dingen. Haar schilderijen zijn stuk voor stuk juweeltjes. Ik ben plaatsvervangend trots op haar en hoop dat het op haar neerdaalt. Achter alle onzekerheid schuilt een dame van formaat.

Uncategorized

Fryslan voor eeuwig Boppe

Bij het lezen van een van mijn favoriete bloggers schiet er een luikje open, dat al heel lang dicht zat. Ergens neuzelt er een melodietje en als ik me concentreer op het geheel, hoor ik de woorden, die er bij horen. ‘Ik hou van dieren, ik hou van mieren, dieren houden ook van mij, mensen niet, maar dat is niet erg hoor, want ik gaan ze wel voorbij’….Jasperina, wist ik. Jasperina de Jong.

Ik vlieg in vogelvlucht naar de jaren zestig. Een oude krakende tandem. Voorop zat de oude, toen nog jong, in een grote PTT-cape. De flappen van de zware zeilstof bolden toch op in de wind. Achterop trapte ik dapper mee, tegen de wind in. De lange duffelse jas van Oma met het geschoren bontje op de kraag kwam nog net niet tussen de spaken en op mijn hoofd prijkte een grote slappe stoffen hoed. Melanie-look-a-like. We zongen. De wind droeg onze woorden ver. Het schalde over de verlaten velden. We werden nauwelijks overstemd door de enkele auto’s die er reden.

De oude kende alle cabaretteksten uit zijn hoofd. Ik zei een woord en hup, daar rolde een lied uit zijn befaamde geheugen. Alles van La Bloemendaal en vooral de meisjes van de suikerwerkfabriek, ‘want de snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in’. Van Jasperina met haar soep blues met een vet en overdreven Amerikaans accent a la Donald Jones en de ironie uit ‘Op een been kun je niet lopen’. We zongen ook luidkeels mee met Liesbeth List: ‘Het weiland wacht geurig op het kleurig gebeuren’ en jubelden haar Pastorale en daar tussenin alle teksten van het befaamde Lurelei cabaret. Het matchte goed met mijn repertoire. Melanie en haar Bottle of wine, Jaap Fischer, die de rust zocht van een kist, De Tambourineman van Dylan, Cohen nam zijn Suzanne mee even als Herman van Veen en George Moustaki bracht Le Meteque in.

De weg was lang. De tocht ging van Utrecht naar Oude Haske. Op de andere tandem zaten mijn nicht en nog een volksdansvriend. We picknickten uit juveniel protest op de rotonde van de verkeersweg en genoten van het waarschuwend getoeter om ons heen. We creëerden onze eigen hippe wereldje, lang voordat de bloemenkinderen zich op de Dam genesteld hadden. In Oude Haske sliepen we bij Mem Hof op de deel, jongens en meisjes keurig gescheiden en het leven bestond uit Polywood bootjes, statige houten BM-ers, tokkelende gitaren en heel veel zingen bij een ondergaande zon. Er waren prille ontluikende liefdes, macrobiotisch eten met de ruggen tegen elkaar en het bord op schoot en zwemmen in het Nannewied. Het leven was ongekunsteld en aangenaam en schoonheid was een wiebelende Deux Chevaux in een waas van rook en een glas goedkope wijn.

In die mix is de verwarring ontstaan. Jaren lang schreef ik de tekst van de mieren toe aan Jasperina, maar toen ik er naar ging speuren bleek het voor te komen in een lied van Liesbeth List. Met haar volle warme stem zong ze over Sjaantje met het haantje. Even was ik weer terug in Oude Haske, waar we de boter eruit braaiden door ’s nachts te ontsnappen naar het café van Ibbeltje als Mem te slapen lag. Ginnegappend het erf af onder een doordringend Ssssst. Ze heeft ons vast horen stommelen, maar kneep graag een oogje dicht. Suikerbrood en Mem hebben er voor gezorgd dat Fryslan voor eeuwig Boppe bleef.

 

 

 

Uncategorized

Even maar

Gisteren kwamen er foto’s door van Jut de hut in haar nieuwe groene kleedje. Ze zag er prachtig uit, voornaam ook, in het monumentengroen. Nu moet ik als de bliksem kapdagen houden in de tuin met de kinderen, anders kan ze er voor 1 mei niet op. Het kriebelt van binnen. Een onrustig gevoel. Organisatie is niet mijn sterkste kant. Zo wordt een mens kleiner door het onvermogen dat aan de poort klopt. Maar we laten ons niet kisten. Dat is met de paplepel ingegoten. Bikkelen…  Dan mis ik wel de oude vitaliteit. Vroeger had ik er mijn hand er niet voor omgedraaid. Ik ben het verplicht aan mijn broers en de schoonzoon van mijn broer, mijn zwager en al die mensen die mee dachten en oneindig veel uren erin hebben zitten. Hulp die onbetaalbaar is geworden. Zondag moet de grootste slag geslagen worden om haar bedje te spreiden.

016De nieuwe residentie

Op Twitter komen er alarmerende berichten van mensen die ongeneeslijk ziek zijn en door de rauwe pijn heen moeten. De een houdt vrouw en kinderen verschoond van zijn ellende, de ander deelt het juist en maakt het samenzijn intens. Wat is wijsheid. Delen lijkt mij fijn, voor jezelf, maar ook voor de ander. Maar als er niet te delen valt? Er kwam een berichtje langs waarin om waakmaatjes in het ziekenhuis gevraagd werd. Er zijn mensen alleen op de wereld. De reden is niet belangrijk, maar ze zijn in hun eentje aan het lijden en zullen alleen sterven . Voor dat laatste traject, een hand in een hand in het laatste uur, worden mensen gevraagd. Hier kan ik nog wat betekenen wellicht. Ik kan niet meer sjouwen, maar ik kan er altijd zijn. Met betekenis en liefde. Geen moment geaarzeld.

007

Gisteravond pakten donkere wolken zich samen. Op mijn paneel gelukkig. Tenminste, een poging daartoe. Het werd een intense dans met de penselen. We waren maar met z’n tweeën , een masterclass voor mij alleen. Wolkenluchten. Zo fijn om te doen, maar geen sinecure. Na de donderbui zitten ook mijn handen onder. Niets van schoonwassen, geen beginnen aan. Er komen schilders van prachtige luchten voorbij in de boeken die worden aangeleverd, wonderschone voorbeelden. Toch wordt het weer mijn eigen beeld. Ik leer, ik worstel, ik dompel en kom soms boven. Vallen en opstaan, dat is het. Aangenaam omdat er tussendoor een klein concert gratis gegeven wordt. De juiste voeding voor de geest.

009.JPG

Naast me zit een klein meisje op een heel groot paard, door de tegenstelling een gouden greep. Ze lopen naar het licht, een stralend licht. De vraag is waarom ik zo neig naar mijn donkere schakeringen. Bij de aardkleuren ligt mijn hart, misschien door de warmte die ze uitstralen. Aan de andere kant geniet ik van de intensiteit aan kleuren bij een ander. De woeste, kleurrijke, wereld van Yayoi Kusama bijvoorbeeld, die op dit moment te zien is bij museum Voorlinden. Ook onze paletten verschillen. Een zonnig geel in alle schakeringen bij An en een paarsblauw, grijs, groener, bruiner, oker en nog grijzer palet bij mij.

012

Straks komen de portretten. Dat is eigenlijk waar mijn hart het meeste ligt. Losse toets en sprekend beeld. Verlangen. De opmaat er naar toe, de vele wegen die naar Rome leiden, zijn bijna bewandeld. Straks als Het Atelier klaar is en Jut de hut omgedoopt zal worden tot een waardige vlag die de lading dekt, mag en kan ik los. Nog even geduld, even maar.

 

 

Uncategorized

Dat dan weer wel

Er zijn van die kleine voorwerpen of gebeurtenissen, waardoor de fantasie direct met je op de loop gaat. Het overkomt me regelmatig maar afgelopen maandag zelfs twee keer.  We waren aan het lunchen in de artiestenfoyer van het TivoliVredenburg. Ik was een beetje aan het ratelen. Mijn befaamde breedsprakigheid als ik nog niet weet wat me te wachten staat. Ik keek even naar rechts om adem te halen en toen zag ik ‘m. Groot, groen en glanzend. De Appel. Zo’n hele echte Sneeuwwitje-appel. Verleidelijk, smekend haast, alsof ie net opgepoetst was om straks in te bijten. Er waren mogelijkheden te over om te bedenken, waarom hij daar nou lag.

Eerst dacht ik ‘De verloren appel’. Nee, dat zal het niet zijn geweest. Daar lag hij te uitgestald voor, heel bewust, op dat open schone plekje tussen de zilverwitte zijden bloemen. ‘De vergeten appel’. Dat was waarschijnlijker. Iemand had hem daar aan de andere kant van de tafel neergelegd. Dat was een beetje wonderlijk, want je moest er ver naar toe reiken. ‘De gevonden appel’. Iemand had hem op de grond gespot, er zelf geen trek in gehad en hem op de eerste de beste plek neergelegd, die geschikt was om iets op kwijt te kunnen. Kon ook, maar toen zei iemand; ‘De verdwenen appel’. Op slag broeide er een verhaal in mijn hoofd.  Ergens zou, op dit moment, iemand in zijn tas kijken om de appel op te vissen, maar hoe men ook zocht en zuchtte, de appel bleef weg. Of men wilde net een hap nemen en floep…weg was de appel. Een Tita-tovenaar-verhaal pur sang. In je handen klappen en de verdwijning is een feit. Hans klok in de dop. Daarna de glorieuze verschijning op de open plek, alsof het er voor gemaakt was.

022.JPG

Na mijn uitstapje van die dag stapte ik in de bus naar huis. Wat een uitkomst om op vermoeiende dagen terug naar huis gereden te worden. Er viel veel te zien. Houdingen bestuderen is iets wat de rit aardig kan verkorten of met genieten van het uitzicht door de spiegelende ramen heen. Prachtig natuurschoon in lentetooi. Zeer de moeite waard. Toen zag ik het ineens. In een bocht stak de chauffeuse haar arm als richtingaanwijzer uit. Echt, ik verzin het niet. Bij iedere bocht stak ze haar arm uit.

Tot ik goed keek. De jas hing, door het mooie warme lenteweer, kennelijk achter haar aan een haakje. Het raam liet zwoele lentelucht binnen én stuurde bij elke buitenbocht de mouw van de willoze jas naar buiten. Als een wapperende vaandel verkondigde ze iedere bocht weer de richting.  Het was een koddig gezicht.

023-1.jpg

Vervolgens ben ik de rest van de rit in de weer geweest met het snode plan een en ander op de foto te krijgen zonder de discretie van de andere passagiers te verstoren. Aan het eind constateerde ik spijtig dat het niet zou lukken, doordat nieuwe passagiers precies in het gezichtsveld van de mouw waren gaan zitten. Van de wegkant af leek het me ook een koddig gezicht. Een bus die de richting aangeeft met een uitgestoken arm. Hilarisch. Na het uitstappen reed de bus in een zwenkende vaart de rotonde om. Ik schoot een plaatje van de hele bus en constateerde spijtig dat de mouw buiten schootsveld was gebleven.

Zo gaat dat. Waarnemingen worden herinneringen en of ze blijvend zijn, hangt af van wat je er mee doet. Je slaat ze op in je hoofd, met een gerede kans ze te verliezen in de rest van de memoires, of je maakt op het juiste moment een foto, of je breit er een blog mee met een spannende titel. ‘De bus die de richting aangaf’ bijvoorbeeld. Op meerdere manieren uit te leggen. Dat dan weer wel. .

 

Uncategorized

Alle decibellen los

Maandagmorgen en al om half acht, begeleidt door een prachtige lucht, naar de bushalte even verderop. In mijn tas de Iphone met het rooster van de scholen, die op bezoek zouden komen in Tivoli Vredenburg. De kinderen van de groepen 6 en 7 uit Houten, Leusden en Utrecht werden getrakteerd op een popconcert in het kader van de kunstmenu’s van Kunst Centraal en het Utrechtse Centrum voor de kunsten. Driemaal plusminus duizend kinderen die mee konden genieten van de enorme grote zaal, de lichten, de opstelling als een echt amfitheater. Ze werden door ons opgehaald van de trein of opgewacht bij de bus en verwelkomd en door de vrijwilligers van het Tivoli weer verder begeleid naar hun plaatsen. Op het podium stonden in een omfloerst blauw licht de instrumenten te wachten op Dr Pepper en hun grote Dr. Peppershow.

001-1.jpg Vredige ochtendstilte

Het duurde even voor iedereen naar de plaats toe kon. Ik stond in de hal en amuseerde me kostelijk met kinderen die zenuwachtig waren, die aan elkaar plukten en trokken, alle instructies nog even oefenden, zoals de befaamde Queenbeat, de opening van ‘We will rock you’. Maar echt rocken werd het niet. De decibellen van de schatjes in de hal en bij het wachten in de zaal overstemden qua scherpte en hoogte met gemak de muziek van de band. Er werden bij de ingang oordopjes afgeleverd en dat was geen overbodige luxe. Het snerpende geluid sneed door merg en been. ‘De vraag of je ze dit nu al zo jong aan moest doen’ bleef even hangen, maar toen ik zag hoe er genoten werd door bijna iedereen, was ik om.

009Dr Pepper

Zodra twee leden van dr Pepper in bokstenue het podium opsprongen onder de begeleidende klanken van Eye of the Tiger was de toon gezet. C’est le ton qui fait la Musique. Geen speld meer tussen te krijgen. Dit werd een populaire waterval van meezingers. Alles kwam langs. Ergens gloorde een Spaanse zon, af en toe een nummer uit de oude doos en zelfs de Jonge Hazes kwam in smartlappeneuforie voorbij. Er werd uitgelegd waar Pop voor stond, wat een Playlist was en dat je je eigen persoonlijke liedjes erop kon bijhouden. Mooie gedachte. Al je muziek van jongs af op een rijtje. Dus kwamen er een stel oude liedjes voorbij, waarbij ook de groep naast ons met een strenge juf los kwam en meeklapte. Van ‘Deze vuist op deze vuist’ tot aan ‘Mijn opa’. Heerlijke nostalgische meezingers zelfs al op deze leeftijd. Er werd gestaan, gesprongen, gedanst en zelfs door de smalle gangen polonaise gelopen. Er werd op de houten lambrisering getrommeld bij het muziek maken op potten en pannen, er werd gelachen en gegild. Een grote vrolijke heksenketel en voor de meesten echt een feest.

008Luisterliedjes

Maar er waren uitzonderingen. In al het geweld zag ik enkele kinderen met de handen voor de oren. Met grote koptelefoons op en zelfs een paar die naar buiten liepen, omdat ze het niet uithielden. Voor overprikkeling van alle sensoren was er genoeg aanwezig. Een popconcert voor jonge kinderen. de naam zegt genoeg. Wat moet je doen, met kinderen die hoog sensitief zijn. Als ze niet meegaan voelt het als buitengesloten. Kiezen ze voor meegaan, dan moeten ze al snel afhaken of zitten een uur lang in alle hectiek met de handen tegen de oren gedrukt. Op school was er bij elke weeksluiting hetzelfde dilemma. Die kinderen zaten bij mij, nam ik op schoot of aaide ik over hun ruggetje. Angstige ogen op zoek naar veiligheid. Ik miste hier en daar wat leerkrachten. De foam oordopjes hielpen nauwelijks. Voordat het concert inzette, was ik er al één kwijt.

018Imponerende techniek

Bij het naar buiten gaan overviel je de stilte. Wat een zaligheid. De heerlijke lunch in de artiestenfoyer was aangenaam en de tocht naar het station om de groepen op te halen een beleving op zichzelf. Met het bordje omhoog liepen we met een stoet kwetterende kinderen over Hoog Catharijne als een moderne rattenvanger van Hamelen. Sprookjes bestaan nog, zelfs die met alle decibellen los.

Uncategorized

Het is lente

Wat een service van het bedrijf met die bekende blauwe wagens. Inderdaad kwamen ze met een glanzende witte wasmachine vier trappen op. Er viel hier binnen nog een trap te slechten. Ook dat deden ze zonder een onvertogen woord. Wel hoorde ik een van hen hijgend weer alle trappen af en op lopen om het wasmiddel te halen. Hoorde, want zoonlief nam de honneurs waar. ‘Heb je ze een fooitje gegeven’, vroeg ik hem nadat ze de klus geklaard hadden en de galerij weer op stiefelden. Hij keek me verbaasd aan. ‘Nee natuurlijk niet, het is hun werk’. Ja ja, er valt nog wat te verhapstukken. Iets met zondag en sjouwen en vijf trappen en zo.

Op het Berlijnplein in Leidse Rijn was een markt. De strakblauwe lucht nodigde uit te gaan en dat hadden meer mensen bedacht. Aan de ingang stond een gele plastic tassen-man wind te vangen. De kinderen om hem heen stonden nieuwsgierig te kijken naar die kunstige combinatie. De wind had vrij spel om de hoek van het grote flatblok en blies niet alleen de tassen bol, maar ook steeds zijn muts af. Later zou ik dat grote gele insect over de markt zien lopen, gedragen door de wind.

017-1.jpg

In de lucht hingen vreemde vogels. Een enorme inktvis en andere prachtige grote vliegers hadden vrij spel boven de kale vlakte, waar straks nog veel meer huizen zouden komen. Zoonlief was er en schoondochter zat incognito met grote hoed en zonnebril, aan een van de tafels. De rijen naar de beide barretjes toe waren oneindig lang, maar er was veel te zien. Mensen in alle toonaarden waren uit de winter gekropen om zich te laven aan die heerlijke lentedag. Vrolijke kleuren, blote benen. Jong en oud verbroederde onder de uitnodigende muziek. Pakistaanse klanken in een opzwepend ritme en een modernere variant daarop. Wat een uitstekend concept was dit grote plein, waarbij de naam al vermoedde dat er kunst werd geschreven.

018-1.jpg

Eigenlijk zocht ik ook dochter met kleinzoon, maar de app meldde dat zij alweer thuis waren. Als je in Utrecht woont aan de kant van de schepenbuurt is Leidse Rijn de achtertuin en makkelijk te belopen of te fietsen. Het bleek dat de kleine die grote beesten daar hoog in de lucht toch wel heel eng had gevonden. ‘Ze zijn niet echt’ had dochter laten weten. ‘Zijn ze dan dood’ had zoonlief gevraagd. Kinderlogica is een vak apart en hun bevattingsvermogen een hemelsbreed verschil met de onze. Buiten het plein lieten kleine handen aan de touwen een kleine vlieger dansen op de wind.

027.jpg

Thuis snorde de wasmachine en wachtte Het Rembrandt-project op televisie. De jongen die won, was voor mij de grote belofte in alle afleveringen op een enkele na. Vakjury en publieksjury verschilden enorm met elkaar en dat was op zich een interessant gegeven. Uiteindelijk gaat kunst om de beleving, die anders wordt als vorm, kleur en beweging meespelen. De waarneming van de meeste mensen is gelinkt aan de beoordeling ‘mooi’ of ‘lelijk’ en gericht op het eindproduct, terwijl de vakjury het hele proces meeneemt. Een lastige dus, maar derhalve zeer de moeite waard om de verschillen naast elkaar te zien en leerzaam.  Ik dacht terug aan de reflectiekringen op school, waarbij er niet geoordeeld werd maar bevonden en beleefd. Dat is wezenlijk een andere manier van kijken.

Jong geleerd is oud gedaan. Een nieuwe generatie van kunstkenners ontstaat door het proces naar buiten te brengen. Het begint met vreemde vogels en eindigt met ongekende mogelijkheden. Het is lente.

Uncategorized

Bedankt

Ze is ter ziele. Mijn lieve wasmachine. Neerlands hoop  in bange dagen. Waar zouden we zijn zonder! Mijn ouwe getrouwe dienstmaagd door de jaren heen. Al die tijd heeft ze, dag in, dag uit, het werk gedaan dat ik anders handenwringend en bezweet had moeten uitvoeren. Ze was er niet altijd even blij mee. Naarmate ze ouder werd gromde ze er zelfs bij. Een weerspannige grom en bij vlagen met barsige en pieperige uithalen. Af en toe klopte ik haar op de rug en zei ‘Ja ja kalm maar’ waarop het grommen soms verstomde.

016

Ze was van huis uit een bleek bescheiden type en bijzonder gesteld op allerlei soorten sokken in de meest vreemde varianten. Heldin op sokken, dacht ik met regelmaat. Als de drang te erg werd verdonkeremaande ze een exemplaar. Altijd slechts een uit een paar. Het gevolg was dat ik onderin mijn kast een zak wist met wollen, katoenen of synthetische eenlingen in alle kleuren en maten tot ik er op een dag genoeg van kreeg. Ten einde raad stapte ik over op gelijke paren, zodat de ene sok naadloos paste bij een enkele andere. Probleem opgelost.

Ze had nog een onhebbelijkheid. Ze lustte ze graag, het liefst in een overdosis. En ik hielp haar er zelfs bij. Het zoete welriekende vocht serveerde ik gedoseerd in kleine plastic glaasjes. Op dergelijke momenten knarste ze van vreugde. Bij iedere wasbeurt kreeg ze nog een extra slok, dat gretig verdween in haar reservoir. Ondanks die verwennerij heeft ze het begeven en staat nu ontmanteld te wachten op het ongewisse.

017

Vanmiddag tussen 12 en 1 komt de nieuwe. Een zondagskind. Dat kan tegenwoordig. Ze brengen haar naar de oude vertrouwde stek op de badkamer. De bezorgers weten nog niet dat ze vijf trappen op moeten. Zoonlief zal ze ontvangen en is een held, omdat hij de oude aansluiting verving voor een nieuw exemplaar. Hij zal ook de afvaart regelen en er zorg voor dragen, dat ze haar niet vergeten mee te nemen. Ik zal er niet bij zijn. Het nieuwe exemplaar is haar evenknie, maar dan met frivoler snufjes. Zo kan ze zichzelf het wasmiddel toedienen in afgepaste doseringen en is ze veel energiezuiniger. ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’ moet ik, met Cruijff, beamen.

018

Ik heb een dag zonder gezeten en voel me nu al onthand. Was is er sneller dan je denken kan. De oude legde het af met de lakens en een kussen in haar trommel. Het kussen is afgeschreven, zwaar van nattigheid sinds enkele dagen. Ze draagt niet bepaald bij aan een aangenaam aroma. Integendeel.

Herinnering: Ik wilde zo dicht mogelijk bij de natuur blijven en op de hand wassen. Bewijzen dat dat mogelijk was. Ik was net bevallen van de eerste. Woonde met man en kind op een zolder van een oud huis en dochterlief droeg katoenen luiers. Alles in het kader van mijn bijdrage tegen de vervuilingsstaat. Met biologisch afbreekbare zeep schrobde ik de vlekken uit het katoen met borstel op een wasbord. Het was onhandig. Kinderen verzorgen werd weer een ouderwetse dagtaak en de emmer met weekvocht staat nu nog steeds in geuren en kleuren in mijn geheugen gegrift. Mijn handen waren in die dagen rood en doorrimpelt. Ik hield het een half jaar vol en vond dat al een hele prestatie. In het nieuwe huis kwam een wasmachine, de eerste. Het merk van mijn moeder met een centrifugefunctie. De oude losse was onder de overmacht van zoveel aanvoer aan katoen bezweken. De luxe ten top. Het leven lachte weer.

luiers_was

Dochterlief schafte, als in ‘de geschiedenis herhaalt zich’,  katoenen luiers aan. Wat een vooruitgang. Bij het zien van die kleine bijna broekjes met zachte tissue-achtige inlegstrook en grappige stofpatronen had ik er ook zó weer aan begonnen. Al was het alleen maar om de plastic overkill te helpen slechten.

Ach…luiers passen niet meer in mijn systeem, maar voor een nieuwe energiezuinige wasmachine staat de deur open. Eens kijken of ze het soort van de sokkenverslaving af hebben geholpen. Dag lieve ouwe trouwe. Bedankt!

 

Uncategorized

Met rust en lafenis

Al twee keer had de fysio moeten wijken voor andere afspraken. Vanmorgen werd er derhalve gewetensvol geknaagd aan mijn beweegreden om wat met het luie lijf te doen. Al heel lang staat de Linge op mijn verlanglijst en toen ik hoorde dat deze prachtige rivier niet alleen langs de Appeldijk meandert, maar dat er ook nog fruitbomen staan, was de keuze rap gemaakt. Omdat er een hoge mate van impulsiviteit aanwezig is, ging ik op de bonnefooi er op af. De kleine blauwe prins zoefde zwierig over het asfalt. De zon scheen, het land lag er groener bij dan ooit. Deze dag kon niet meer stuk.

100_4812

Ik kende de omgeving van het klooster een beetje. tenminste, de poort door en wat wandelen tussen de oude kloostergebouwen, maar nu ik in mijn hoofd had gezet de Linge te zien, maakte ik dit keer een omtrekkende beweging. Zodra ik mijn eerste schreden op de Kloostersteeg had gezet, daalde er een diepe rust neer. Helemaal alleen liep ik het eerste deel van de Molenroute. Ik heb wat stegen en dreven op de bordjes voorbij zien komen, maar had meer oog voor alles wat er verder op mijn pad kwam. De prachtige kruinen tegen de blauwe lucht, de eerste knoppen van de vruchtbomen, die op springen stonden, een oude houten bijna vergane pipowagen, het kwinkeleren van de mezen en de vinken en hier en daar het gewiek van een houtduif.

100_4891

Langs de spoorlijn het veld over met een Abelenlaan, die allen een bord met een naam erop droegen. Vrienden van het landgoed kunnen een boom adopteren. Een enkele keer kwam een voorbijganger me achterop, maar merendeels speelde ik ‘Alleen op de wereld’. De weg voerde langs het spoor en de weilanden, naar een klompenpaadje, kronkelgangetjes, door bosschages of dwars door het open veld. Bij de dames koe bleef ik staan, omdat ze allemaal nieuwsgierig kwamen kijken welke vreemde eend ze in de bijt hadden. Ze stelden zich op in een rij en terwijl hun grote imposante kaken bleven malen en grasduinen, namen ze me op met omfloerste blik. De gelegenheid bij uitstek om ze hardop en vriendelijk te begroeten, om te weten of de stem nog steeds aanwezig was, na de eindeloze lange heerlijke stilte.

100_4907

De rugtas begon al wat te trekken en mijn hand met het fototoestel erin wat te krampen, maar de benen stapten dapper voort. Bij de tweede boerderij die op mijn pad lag,  was een ooievaarsnest en de familie was thuis. De vrouw zat te broeden en de man verhief zich statig en voornaam . Ik knipte en twee seconden later was er niets meer te zien. De juiste fractie van de seconde.

100_4923.JPG

De weg leidde omhoog, een hochie op en ineens stond ik op de Appeldijk, met de Linge aan de linkerhand en de rijen fruitbomen aan weerskanten. Nog net niet in bloei, maar wel de tere belofte. Dikke knoppen in rozerood en wit. Wonderlijk, daar was de buur van de tuin. De haren, onmiskenbaar krullekroes, rood truitje, beige broek. Lachend, een voorzichtige zwaai, maar dichterbij gekomen zag ik dat het een look-a-like-buuf was. Ik verklaarde omstandig mijn belangstelling en ze gaf uitgebreid antwoord terug. We lachten en bogen even voorover om elkaar aan te tikken op de arm. Zo gaat dat. Een blik van verstandhouding en de herkenning van het moment.

100_4932

Daarna nam ik een verkeerde afslag en werd het bikkelen. Bijna was ik de weg op gestiefeld naar het volgende landgoed dat 22 km verder lag. Ik herkende bijtijds de vergissing en liep voor een deel hetzelfde pad terug om bij het klooster de korte wandeling in te slaan. Ook nog altijd goed voor zo’n 2,5 kilometer. Onderweg een witte molen en een oud houten schip, twee buizerds die de lente vierden, het geklotter van de bonte specht en weer die eindeloze stilte. Op het terrein van de abdij, de omliggende boerderijen en de hooibergen was geen mens te zien en de Notenlaan naar het restaurant was uitgestrekt en veel langer dan op de heenweg. Pas bij de courgettesoep overviel de moeheid me. Wangen die gloeiden, een schouderblad dat zachtjes protesteerde en spieren die tintelden. Op de teller stond 9.4 kilometer. Langzaam trok voldaan alles recht. Verdiend. Met rust en lafenis.

Uncategorized

Meer dan de moeite waard

Mijn favoriete gratis parkeerplek is ontdekt door de gemeente. Er prijken nu een aantal parkeermeters. Dat is jammer. Vanaf deze afstand was mijn favoriete bioscoop nog te belopen. Dan maar voor 2,93 per uur dichterbij. Toch de beweging en minder dan in de cirkel van het centrum. Ik kuier op mijn dooie gemak naar het filmhuis. Onderweg kom ik minstens vier junks tegen, de vierde bedelt om geld en aandacht. Met de andere drie in gedachten los ik mijn maatschappelijk schuldgevoel af met wat muntstukken los onder in mijn tas. ‘Niemand heeft tegenwoordig meer muntgeld op zak’ klaagt de man, die schimmig verdwijnt in zijn gekrompen vel, terwijl zijn benige hand zich uitstrekt. Ik wens hem een goede dag en zoek een plekje in het bescheiden kleine restaurant. Tegen de muur met uitzicht op de boogramen en het terras.

Naast me leest een man een dwarsligger. Ik zie niet welk boek het is en bedenk me dat het handig is om een boek te lezen als je wachten moet. Observatiemogelijkheden te over en toch de veilige bescherming van een bezigheid. De ober zwaait zwierig een cappuccino voor mijn neus. Ik geniet bij de eerste warme slokjes. Buurman zijn partner komt hem verlossen uit het verhaal. Daar is ook al gauw mijn lieve vriendinnetje en enkele minuten later pinken we samen een traan weg om elkaars verhalen vol passie en mededogen. We bestellen soep en brood en smullen ervan en van elkaars aanwezigheid. Zo eigen, zo vertrouwd.

De film wacht. De man bij de kassa maakt nog een kwinkslag en wenst ons bij een ondeugend glaasje wijn een heerlijke voorstelling. De wijn zit in het verkeerde voetloze Franse glas en kan niet walsen, maar is een perfect decor voor de film met de titel C’est ça l’amour van regisseur Claire Burger.We worden langzaam het verhaal ingezogen. Het komt wat traag op gang, maar door de acteertalenten van de levensechte hoofdpersonen, die naast je hadden kunnen wonen, verdwijnt elke afstand. Geen gelikt decor of gestroomlijnd figuur, maar een hoekige vader met ontroerende veel liefde voor zijn kinderen, die oprecht probeert zijn ex los te laten. De kinderen in wankel evenwicht, die zich staande houden in al dan niet puberale verwikkelingen van liefde en leven.

016.jpg

De ontroerende toneeluitvoering van de vader onder begeleiding van de prachtige operamuziek, de trotse dochters en de ontwapende slotscène zorgen voor  een heerlijk gevoel. We wachten tot de zaal leeg achterblijft en de laatste noten verstorven zijn. Dan duiken we het daglicht weer in. Op de overloop schittert het zonlicht door de glas in loodramen in de Nieuwe Stijl van het oude politiebureau, waar mijn vader ooit met zijn ogen hetzelfde gezien moet hebben als ik. Het spel van licht en kleur in de uitbundige straal. Vriendin in het zonnetje, mooi in ‘ton sur ton’ met de kastanjerode haren en de plant ernaast en een echo van brekende kleuren op de grond.

022

We staan bij de uitgang en vergelijken haar match met de filmdochters met dochters in dezelfde leeftijd en grappen over de manier, waarop de jongste filmdochter haar wrokkige zelfbeeld verhaalt op de goedmoedige vader en het gevaar dat je klaarblijkelijk kan lopen als argeloze patriarch. Al gniffelend lopen we de zon tegemoet. De lucht boven ons splijt uiteen in schouwspel van boom en vrucht en omarmt het waardevolle en diepe gevoel van saamhorigheid. Een laatste groet en een wandeling door de verstilde straten achter de kade vormen de juiste overgang naar de hectiek van de drukke spits, het decor van de film. Waarachtig, jachtig en straten met levensechte doodnormale mensen, dat is de kracht van deze jonge regisseuse en derhalve is de film meer dan de moeite waard.

Uncategorized

De cirkel is rond

Het was zo’n dag waarop alles heel rustig en soepel verliep. Één dag uit duizenden door  haar eigen kleine specialiteiten. In de ochtend kwam vriendin langs. Het bezoek had op een lager pitje gestaan door de wederzijdse drukte en beslommeringen en eigenlijk bleek dat we beiden vooral behoefte hadden aan een van onze heerlijke wandelingen of de befaamde museumtochten. Zo kabbelend onder de lunch kwam het leven in alle toonaarden voorbij, ups en downs, die juist worden afgezwakt door ze te benoemen. De nieuwe afspraak staat, want niet alleen de maag werd gevuld,  maar ook het hart met een nieuwe belofte.

img_1467

Spoorslags in de middag met kleinzoon en vriendje naar Theater de Berenkuil, waar een première van een vertelling plaats vond. Er waren kleine houten krukjes voor de kinderen vooraan en houten banken voor ons. Wees verzekerd van lawaai, schuiven, omvallen, hout op hout met deze krukjes. We maakten een staaltje mee van de vernauwde wereld van een moeder. De krukken waren al bezet. De eerste bank erachter trok dicht met volwassenen en ik had nog twee kinderen aan de hand, die ook graag wat wilden zien. Ik vroeg aan een vrouw of de jongens ertussen mochten zitten, dan ging ik er wel achter zitten. Maar ze wenkte naarstig naar haar moeder en zei, ‘Nee daar zit mijn moeder al’. Die probeerde nog vaagjes om toch door te schuiven, maar de vrouw zei:’Dan zitten we niet bij de kinderen’. Met een ruk aan de arm van de moeder schoof het zicht dicht. Gelukkig mochten ze wel op de bank ernaast. Kleinzoon kroop op schoot, heftig sabbelend op de kleine gebreide wasbeer. Vriend was stoer en liep af en aan het podium op bij de interactie. Een enkele keer maakte kleinzoon zich los en schoof naast vriend, maar zocht en vond dan de vreemde handen van een mijnheer, die naast mij voorover leunde. Aandoenlijk hoe deze stilletjes de rol van vader overnam met een brede glimlach.

img_1473

De koningin wilde alleen maar verdrietig blijven, had daar zin in, dus toen de kinderen allemaal op het podium stonden, werden ze koninginnenboos weer weggestuurd. Beteuterd schuifelden ze naar hun plaatsen en vriend gaf aan, dat dat niet leuk was.  De vraag is of het altijd leuk en lief moet eindigen, maar misschien was dit net een brug te ver.

Wees onzichtbaar - Murat Isik

In de avond hadden we onze ‘leesclub’. De vlag dekt de lading niet. Die maakt een gezapige, wat bejaarde indruk. We zijn dan ook naarstig op zoek naar een vlottere naam. Boekenbabbels heet het voorlopig, maar we zoeken verder. Het boek dat op de lijst stond was ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik. Met de twee mannen en drie vrouwen is het goed toeven. Dit keer bleek vooral, bij het lijvige verhaal, dat ieder zijn eigen leven door de beelden had gevlochten. Waar deel twee mij opstandig had gemaakt door de onderdanige houding ondanks de beknelde gevoelens, had een ander juist dat hoofdstuk uitverkoren tot beste deel, omdat het pesten zo waarheidsgetrouw werd uitgewerkt. De gesprekken schoten heen en weer, over cultuurverschillen, verlangens, de zelfkant van de maatschappij, verloedering. Als een rode draad liep er de ontwikkeling van de Bijlmer doorheen, ooit begonnen als prestigieus object maar verworden tot de poel van verderf. waar de hoofdpersoon en het gezin zich een weg doorheen zocht.

Als de avond eindigt met de zoektocht naar de Kaya(de vriend van Metin, die de verandering te weeg bracht)in ons eigen leven, wordt dat een gevleugelde uitspraak en ontstaan er mooie filosofische ontdekkingen. We sluiten af met de belofte een Bijlmertocht  te houden. Een wandeling door het verleden naar het heden. Lezen is niet anders dan dat, het doorkruisen van de geschiedenis. De cirkel is rond.