Uncategorized

Arbeid adelt

Nu Jut de Hut bijna wordt afgeleverd, moeten we nog even los op de stek waar ze uiteindelijk komt. Als ik het pad afloop langs de tuinen met groene aanwas, veelbelovende bloesem en de spiegelende sloot ligt er over alles een waas van diepe rust. Het is maar schijn. Als je stilstaat en luistert is ook op dit vroege tijdstip voldoende leven in de tuinen, hoor ik de bosmaaier brullen met gierende uithalen, zijn mensen al gieters water aan het putten uit de sloot. Op de knieën, gieters erin en, met in iedere hand een, terug naar de tuin, het langzame leven. De bijenkasten staan er vitaal bij. De volkeren zoemen er omheen, dat het een lieve lust is. Geen jong leven in het water, wel drie woerden.

100_5047

In de verte zie ik bedrijvigheid rond de tuin. Het beeld wordt in mijn hoofd gevisualiseerd tot broer, maar als ik dichterbij kom, zie ik dat het mijn lieve gespierde aangetrouwde neef is. Het zweet parelt op zijn voorhoofd. Kleine glansbelletjes. Hij trekt zijn hele ziel en zaligheid uit de kast om de composthoop, ooit de broedplaats van de ringslang, te slechten. Ik heb ongelooflijke bewondering voor de liefde waarmee hij voor mij het pad bereidt om straks heerlijk te kunnen genieten. Zo’n groot hart, die gouden neef. Onbetaalbaar. Even later fietsen broer en schoonzus aan. Ze gaan onmiddellijk aan de slag.

100_5054

Schoonzus en ik storten ons op de enorme berg met takken en knippen ze zodanig dat ze hakselfähig zijn. De knoesten eruit, de zijtakken eraf. Lange mooie rechte stokken. De krulwilg laat zich niet leiden. Grillig verzet ze zich tegen alles wat recht is. De oude komt even kijken en gaat als de bliksem in zijn tuin aan de slag. In de middag komt de hakselaar.

029

Af en toe houden we een werkoverleg annex drinkpauze. Als de tuin ineens meters groter lijkt, omdat de berg weg is en er alleen nog twee kromme wilgen en een paadje staan, zit neef zijn taak erop voor vandaag. De sportschool is niet meer nodig. Zijn eerste work-out is gedaan. Terug naar het thuisfront, die hem iedere keer liefdevol afstaat.

Broerlief heeft de plek waar Jut moet komen, al netjes uitgelijnd en geëgaliseerd. Druif en roos hebben het veld moeten ruimen. Ineens ontdek ik ook dat hibiscus verdwenen is, maar die stond al op een verkeerd plek. Tussen het gras zet tuin spontane lijnen uit met vergeet-me-niet, met de jonge vingerhoed-rozetten en het leverkruid en ik neem me voor om straks beter naar haar wensen te luisteren. Waar plant is, moet tuin komen en geen gazon, zoiets. Schoonzus en ik knippen ons de blaren op de handen en broerlief werkt als een kabouter in de nacht. Iedere keer als ik me omdraai is er weer een klus geklaard. Het lijstje zit in zijn hoofd en één voor één vinkt hij het resultaat af. Alweer het tweede huis door broer, die er voor gezorgd heeft dat deze plek hier een paradijselijk onderkomen is geworden. Dat is zijn onvoorstelbaar kracht. De zingeving aan het bestaan voor anderen kunnen bewerkstelligen in alle bescheidenheid.

036

De takken voor de verhakselaar stapelen zich op.  Als het blauwe monster arriveert met zijn oorverdovende gebrul, voer ik voorzichtig de takken in. ‘Moord in de hakselaar’, denk ik als het al het hout opvreet en uitspuugt in kleine snippers. Buurman achter komt helpen. De oude begrijpt dat hij eerst kort moet maken met wat er bij hem aan snoeihout ligt. Met oranje helm en oordoppen voer ik het hongerdier en denk er niet bij, want anders zou ik stoppen om het stof en het lawaai. De klus moet geklaard, bij mij en bij de oude.

031

Om half acht is het welletjes. Thuis op de bank slaat de ouderdom in alle hevigheid toe. De bejaarde spieren protesteren, de huid gloeit. Moe maar voldaan en tevreden leun ik achterover. Arbeid adelt

One thought on “Arbeid adelt

Comments are closed.