Uncategorized

Een mens zou er filosofisch van worden

Met de droom wordt ik wakker. Ik ben op een of ander congres. Het is niet de jenaplanconferentie, maar waar het dan wel over gaat, krijg ik niet helder. Ik zit naast een man, een jongen nog, met een corduroy cognac/bruin colbert aan en sluik donkerblond haar, dat over het voorhoofd valt en zijn gezicht omlijst. Hij vraagt: ‘Wat doe je. Ik antwoord: ‘Ik observeer.’ Hij vraagt weer: ‘Wat is dat dan observeren.’ Ik antwoord: ‘Observeren is alles zien.’ Er voegt zich een blonde jongen bij ons. ” Dat klopt,’ zegt hij lachend. ‘Alles zien is observeren.’ Maar dat is de essentie niet, het is echt andersom. Het is de samenhang der dingen.

Ik sudder op de droombeelden. Waar komt het vandaan. Vlak ervoor heb ik het boek ‘Ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya gelezen. Het is een boek over het gedachtegoed van een man, die zijn hele leven heeft geobserveerd. De binnen en de buitenwereld. Nu komt alles samen. Een boek over gedachten, over wat je gezien hebt, over gevoel vooral en hoe je gevormd wordt door de gedachten van anderen. Je hebt Turkse wortels dus dan ben je bij een voetbalwedstrijd Turkije- Nederland voor Turkije, zegt men. Als Turkije de eerste twee interlands verliest tegen Oranje, dan ben je ‘de verliezer’, want je bent een Turk. Als Nederland een derde interland verliest, omdat Seedorf een cruciale penalty mist, dan voel je je ineens onoverwinnelijk. Je bent een Turk. Maar Oranje blijft altijd beter in de ogen van de anderen. ‘Wij, jij, zij, hij, ik en ik dan’, proef ik door het hele boek heen. ‘Waar ben ik, waar sta ik, wie ben ik’. Wat een ingrijpend en veelzeggend boek.

Er is een herinnering bij van ‘zich verslapen’. Hij zit in het vierde of het vijfde van het VWO. De geschiedenisleraar zit aan zijn lessenaar en geeft hem de wind van voren, schreeuwt hem toe, ‘dat het nooit, nooit, maar dan ook nóóit iets met jou zal worden. Hij zwijgt. Iemand zegt: ‘Trek het je niet aan. Je weet toch dat hij een racist is, hij was lid van de centrumpartij.’ Die opmerking geeft hem letterlijk een andere kijk op de wereld.

In een passage is er een willekeurige ontmoeting van twee fietsers, die wachten voor het stoplicht. Als de man naast hem vraagt waar hij vandaan komt, antwoordt hij: ‘Ik weet het niet. De man geeft hem ongevraagd raad: ”Wees als een vogel, laat je niet vastbinden. Je hoeft niet te kiezen.’ De vreemde man is verdwenen, lijkt opgelost te zijn in de wind, maar er is een vóór en een ná die opmerking.

Al die verzamelde momenten zijn eye-openers voor hem. Als je goed leest bij deze ervaringen, wat er in woorden wordt weergegeven, dring je door tot de kern van het probleem van een dubbele culturele achtergrond. Het klaart de lucht voor een goed verstaander, die hier geen half woord krijgt, maar heel veel stof om over na te denken.

Het is fijn om eindelijk weer een boek tegen te komen, die het gedachtegoed fileert tot in de finesses, om uit te komen bij de vragen naar de betekenis van het leven. Het heeft niet voor niets deze titel gekregen. ‘Mijn ontelbare identiteiten’, maakt je bewust van het zelf in relatie tot al die anderen die je onderweg tegenkomt. Het zorgde er ook voor dat ik een rondje ging maken in mijn eigen gedachten. Daarna ben ik weer gaan slapen en droomde de bovenstaande droom. ‘Observeren is alles zien’. Een mens zou er filosofisch van worden.

Uncategorized

Regeren is vooruitzien

Laatst was er iiemand op twitter die triomfantelijk in een tweet vertelde in de strijd om het voorkomen van voedselverspilling, een ” to good to go’-box of iets dergelijks te hebben aangeschaft. Daarop kwam onmiddellijk een antwoord van iemand, die zei dat je met die actie de voedselbanken benadeelde. Schuldbewust gaf de eerste toe, daar niet aan gedacht te hebben.

Vorige maand zag ik tot mijn grote ontsteltenis hoe bij de plaatselijke supermarkt grote hoeveelheden voedsel de afvalcontainer werden ingeschoven en de haren rezen me te berge, toen ik dacht aan al die mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken.Er bleef sindsdien iets knagen. Wat ik daar de container in had zien verdwijnen, deugde niet.

Vandaag kwam de Volkskrant met het verlossende antwoord in een artikel van Toine Heijmans over ‘Voedseloverschot’. De Lidl is overgegaan op het verkopen van producten, die bijna over de datum zijn, tegen betaling van een of twee kwartjes, Het is een succes. In een mum van tijd zijn in de winkels de schappen leeg en je moet er vlug bij zijn. Vlakbij is een voedselbank. Ook hier zijn de schappen bijna leeg. Buiten staat een lange rij mensen tot aan de parkeerplaats geduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Andere voedselbanken bekijken de kwartjes-aanpak van de supermarktketen met argwaan. Hun angst is het gevolg van de actie wat een tekort bij de voedselbanken zou kunnen opleveren. Maar Annita Nieuwenhuizen, hoofd bedrijfsvoering bij de voedselbanken, gelooft daar niet in. ‘Wat je wilt bereiken,’ zegt ze, ‘is dat mensen weer hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze gewoon weer in de supermarkt kunnen winkelen’. Ze is van mening dat alles wat je aan voedselverspilling tegen kan gaan, pure winst is. Waardigheid is een groot goed,.

Een en ander is het gevolg van de concurrentiestrijd van de supermarkten. Men wil kost wat kost de schappen vol houden en rekenen het overschot door in de prijs. De klant wil volle schapppen. Ik ga bij mezelf te rade. Wil ik volle schappen? Nee, niet echt, alhoewel, ik wil niet misgrijpen, wat minstens ook een welvaartsprobleem is. Het is toch altijd weer ‘het kip of het ei’-principe. Als het aanbod er niet was, wat zouden we dan doen. Wat hadden we gedaan als er geen supermarkten waren verschenen en het bij die kleine buurtwinkels gebleven was. Hetzelfde kan je je afvragen bij die volgeplompte schappen met minieme houdbaarheid. Het eeuwige dilemma ‘Wat-als’.

Annita vindt de Lidl-antiverspillingsactie een mooi begin van een echte oplossing. ‘Straks kunnen de armste klanten toch gewoon bij de supermarkt kopen zonder schaamtevol in een lange rij te moeten staan, baas in eigen budget zijn, zonder gesleep van voorraden’. Toine eindigt het artikel met de voorspellende blik van deze opmerkelijke vrouw: ‘Over dertig jaar bestaat dit niet meer’ zegt ze terwijl ze het magazijn rondkijkt. En ik ben het met Toine eens, als hij zegt ‘Dat is nog eens een vernieuwend concept’. Niet gelijk misbaar maken of bang zijn dat het eigen hachje het niet redt, maar over de grenzen van het eigen bestaan heenkijken, naar een aanpak die de toekomst dient ter meerdere eer en glorie van iedereen.

‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ schiet een reclame-quote in mijn gedachten, als variatie op het thema. Politiek gezien, bijvoorbeeld. Iets wat ze ons vroeger met de paplepel hebben ingegoten. Gebruik je gezonde verstand en laat je niet gek maken, want regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Hoe eerder, hoe beter

Nu de risico’s nog steeds groot zijn, besef ik dat de terugkeer naar het vrijwilligerswerk nog lang niet aan de orde is. Het betekent, dat heel veel mensen die ik daar ontmoet heb, zijn blijven steken in het beeld op mijn netvlies, gestolde foto’s sinds maart van dit jaar. De patiënten zijn niet uitgekristalliseerd tot doodziek, de zwakkeren onder hen, pinkmager vaak, zullen blijvend ronddolen in mijn gedachten. De armbandjesvlechtende mevrouw, het doorschijnende jonge meisje, die vermoedelijk ouder was dan ze leek, de oude man in zijn magerte, geen gram teveel, toen al niet, het echtpaar, zij lezend aan het voeteneind en hij trots op zijn schilderijen, de dolende vrouw en al die anderen. Allemaal stilgevallen in mijn beleving. Hoe zijn zij deze crisis te boven gekomen. Zijn ze gewoon blijven gaan naar het ziekenhuis? Zo’n chemo breek je niet zo maar af en de immuuntherapie al helemaal niet. Ik weet, dat men destijds ermee bezig was om deze therapie aan huis te geven. Een hele verbetering ten opzichte van iedere keer weer die gang naar het ziekenhuis.

Gisteren zag ik een stukje van Jinek. Ze voerde een gesprek met de directeur, een intensivist en een verpleegkundige van een Brabants ziekenhuis, dat het zwaarst getroffen was. Ze hadden opnames gemaakt vanaf het begin. Er was een gesprek bij van de intensivist met een vrouw, die in coma gebracht zou worden en afscheid moest nemen van haar man. Jinek verbaasde zich over de rust, waarmee uit de doeken werd gedaan hoe een en ander zou worden aangepakt. Een van de professionaliteiten van een arts of verpleegkundige is de angst en de onzekerheid uitbannen, zodat men vertrouwen krijgt in wat er komen gaat. Maar de keerzijde werd ook getoond. De directeur die vanuit zijn raam naar het mortuarium kijkt en ziet hoe partytenten er naast werden opgesteld, waarbij de realiteit doordrong, zo helder als het wrange zeildoek zelf. Mijn God, er zijn niet genoeg koelcellen. De opmerking van de intensivist, over de wereld van verschil binnen en buiten de muren, werd als een ader bloot gelegd door de ontzetting van de directeur. Men stond nog steeds ‘aan’, omdat het onbekend was hoe het zich verder zou ontwikkelen. De alertheid had grote impact. Ze voelden zich door en door verantwoordelijk en toch evenvaak zo machteloos. Ze waren moe, doodmoe.

Ik dacht aan de afdeling en al die mensen daar, die het vuur uit hun sloffen liepen tijdens een gewone werkdag. Hoe was het met hen gegaan. Namen ze nog steeds de status van de afdeling door in de ochtend. Waren ze nog steeds opgesplitst in tweetallen voor een aantal kamers. Op maat gesneden zorg, zodat ieder de aandacht kreeg die hij of zij verdiende? Was het nog mogelijk geweest om deze patiënten, die nu een dubbel zwaard van Damocles boven hun hoofd hadden, gerust te stellen. Of maakte het niet meer uit. Veel waren al uitgestreden en berustend in hun weinig rooskleurige toekomstbeeld. Te allen tijde zou de verpleging er voor gaan, dat is inherent aan de beroepskeuze.

Een wereld van verschil, dat is het zeker. Zodra je het ziekenhuis instapt, zijn er andere prioriteiten en verdwijnen de wissewasjes. Mensen die ziek zijn, zijn gelijk. In de nietigheid van dat lijf, dat veren kan laten vallen en tegelijkertijd ook kan opveren en daarmee zichzelf verheft. Het blijft gissen en duimen draaien, net zolang tot we weer aan de slag kunnen. Hoe eerder, hoe beter.

Uncategorized

Voor elkaar en door elkaar

Gisteren en vandaag tovert Facebook herinneringen te voorschijn en serveert ze me smakelijk. Twee levensgrote dino’s, een tweedimensionale en een driedimensionale, die we met de groep vier jaar geleden tijdens een oerproject hebben gemaakt. Het was een verhaal met de Archeopterix, de oervogel, die was komen aanvliegen. Ze werden er enorm enthousiast van. Eerst hadden we opgezocht op de computer hoe ons skelet eruit zag en hoeveel botjes wij hadden, dat bleken er 205. Vervolgens gingen we takjes en takken zoeken van verschillende grootte onder de drie, uit de kluiten gewassen, populieren naast de school. Ze maakten er een wedstrijdje van. Wie de meeste takjes kon verzamelen. De race was op die manier snel gelopen. Met een volle mand kwamen we terug in de kring. Daar lag zilverpapier klaar en iedereen mocht zoveel mogelijk takken inpakken in het zilver. Dat werd een hele berg.

We bestudeerden in een boek het geraamte van de Tyrannosaurus Rex. Kleine botjes voor de enorme lange nek en langere botten voor zijn ribbenkast en de armen en benen. Twee kinderen hadden van dozen de kop gemaakt, weer anderen hadden de scherpe tanden geknipt. Ook de dozen werden omwikkeld met zilverpapier. Twee van de oudste jongens legden de botjes in de juiste volgorde en daarna keek de hele groep mee of het klopte. Daarvoor moesten we onder grote hilariteit op de stoelen gaan staan, anders hadden we het overzicht niet. Toen ze dachten dat het goed was, zijn we gaan knopen, Dat wil zeggen, ik legde de knoop en de kinderen trokken ‘m aan. Met vereende krachten kwam de Dino tot leven, voor zover dat kan als je al eeuwen dood bent. Het systeemplafond in het halletje voor de groep was uitstekend geschikt om het reuze geraamte aan draad op te hangen met zijn bungelende pootjes. Het voelde als een glorierijk werk. Met wangen glimmend van trots werden ouders meegetrokken om ons kunstwerk te bewonderen. We hadden er de hele dag aan gewerkt en niemand had zich ook maar een ogenblik verveeld.

De tweede was Streetart. Gewapend met stoepkrijt trokken we naar buiten. Ik had een tekening van de Tyranno als voorbeeld gemaakt en een van de kinderen kon met behulp van de aanwijzingen en cruciale punten, zodat de afmeting zou kloppen, natekenen. We hadden de groep in tweeën gedeeld, dus de oervogel, de archeopterix, kon er ook bij. Die kwam aan de andere kant van het klimrek. Daarna gingen ze verwoed aan het werk met het krijt. De opdracht was, dat er geen tegel meer te zien mocht zijn binnen de contouren van de dino en de vogel. Ze slaagden met glans. Weer was de ochtend omgevlogen zonder dat we het in de gaten hadden.

Tijdens het project kwam er een dino-woud bij op de watertafel, compleet met bomen en heuvels en konden de kinderen het poppenspel met de Archeopteryx naspelen. De pop was lang geleden, bij een vorig project, door een collega, griezelig echt, gemaakt.

Vier weken lang zijn we er enthousiast mee bezig geweest. Verwondering kwam bij deze kleine groep vanzelf. Zodra er een spannend verhaal was, gingen ze er mee aan de haal en werden mede-eigenaar. Zo werkte het als een trein. Binnen de kortste keren hadden we een aantal dingen op de rit staan. Geen moment verveling of het niet weten, maar de juiste focus en je helemaal betrokken voelen. Met ervaren als basis en met de kracht van de groep: Voor elkaar en door elkaar.

Uncategorized

Lanterfanten is voor de poes

Met twee goedgeladen accu’s voor de grasmaaier trok ik richting tuin. De lucht hing rechts dreigend grijs boven de tuinhuizen en aan de linkerkant spiegelde een strak blauw met witte wolken in de sloot. Ogenschijnlijk was er niet veel wind, maar daar bovenin wisselde het decor sneller dan ooit. Het zou niet regenen. Dankzij de temperatuur schoot het goed op. Na de onkruidsessie van de vorige week hadden de verdrukte planten zich eens flink uitgeschud en verheven. De springbalsemienen waren de honingbevoorrading bij uitstek. Dikke hommels en bijen, wollig geel op het lijf, oogden als kleine teddyberen door het overdadige stuifmeel. Het hart maakte altijd een sprongetje van deze bedrijvigheid.

Achter versperden ze de doorgang met buuf, dus daar moest gesnoeid worden, evenals de wilg op die plek. De anderen zou ik snoeien als de herfst het bladverlies ging inzetten. Vriendinlief had al beloofd om te komen helpen. Noeste lichamelijke arbeid werkt helend bij optrekkende kou. De springbalsemienen met hun rabarberstengels knapten met een droge tik onder de snoeischaar. Hommels en bijen bezochten de bloemen tot op het laatst, waar ook de vele gekrulde zaden op de grond lagen van de opengesprongen zaaddozen. Koddige ballerinarokjes leken het. De dans van de voortgang.

Het grote doek binnen stond verleidelijk op de ezel nu het niet te warm was in het atelier. Met alle tijd na de snoei en het mooie uitzicht over de opgeruimde tuin werd de tweede laag opgezet over de sienna-bruine bloemen heen. ‘Kloddertje hieeeeer, klodddertje daaaar’, tante Til van de familie Knots zweefde in gedachten langs. Tante Til die in een suikerzoete wolk van roze zich uitleefde met kwast en verf. ‘Penseel’, zou mijn oude meester zeggen. ‘Kunstschilders hanteren geen kwasten, maar beroeren het penseel’. Natuurlijk, ik vind alles best. Als er maar wat uit handen komt. Heerlijke serie en knotsknetter, vol wendingen en malle taferelen, uitgesproken types en alles in een overtreffende trap.

Zo, de tweede laag zat erop. Nu uitvissen hoe de transparantie erin verwerkt moest worden. Het bleef duwen en trekken, gisten en brouwen. Toen ik buitenkwam bleek de zon te schijnen en voegde een opgewekte noot toe aan de bloemen, die er licht doorschijnend van werden. Thuis moest ik maar eens een recept voor vlierbessenjam opzoeken. De drie bomen rond de tuin gaven een overvloed aan dieprode bommetjes. De frambozen kleurden ook. Vlierbessen/frambozenjam dus. Of vlierbessen/appel. Beide smaakvol, leek me zo.

Er kwam een mail binnen van de hoofdredacteur met de mededeling dat alle vier de recensies door konden in het nieuwe nummer. Altijd fijn om te horen dat het werk, vanmorgen vroeg de laatste geschreven, voldeed. Door het lezen van De doge-ring van Thea Beckman was mijn bewondering nog meer gestegen. De laatste twee dikke pillen van de trilogie Kinderen van Moeder Aarde lagen klaar voor eigen plezier.Al is lezen nooit een straf.

Van vriendinlief kreeg ik door dat er een tentoonstelling verwacht werd van John Constable, de landschapsschilder in het Teylermuseum in Haarlem. Bij de aankondiging las ik dat de schrijver zijn heftige emotie vermengde met zijn verf. ‘Geluk en verdriet, liefde en vriendschap gaan schuil in zijn licht, lucht en landschap. ‘Painting is but another word for feeling’ schreef hij aan een vriend. Het leek me alleszins de moeite waard. Helemaal omdat hij gezien werd als één van de ‘Vaders’ van de moderne kunst. Iets om naar uit te kijken. De tentoonstelling van Isaacs en Breitner in het kunstmuseum van Den Haag had ik gemist, omdat ik niet door het tijdslot heen kwam. Ik zou wensen dat we binnenkort weer gewoon ongedwongen binnen mogen lopen. Of voor de hele collectie of voor een doek alleen, waar je even in weg wil zinken.

De krant is uitgespeld, de koffie is op. De hoogste tijd. Lanterfanten is voor de poes.

Uncategorized

Weemoed en herinnering

Vanaf het begin dat we viraal werden ingesloten, was de agenda leeg. Of tenminste, er stonden nog steeds veel afspraken in, maar het deed er niet meer toe, want we konden ze niet nakomen. Dus leerde ik af elke dag de agenda te checken. De dagen kwamen en gingen, sloten zich aan in rijen om in weken en maanden voorbij te trekken. Ik nam de dag zoals ze kwam. Lezen, schilderen, rondjes lopen om de zuil in de kamer, raambezoekjes van de kinderen, toegeven aan wat opruimwoede, . Niet te veel, want ik kon het nog niet kwijt. De schuur stond vol met de inboedel van zoonlief. Hij deed de boodschappen en werkte thuis, de jongste ging nog wel naar het tweemansbedrijf. Zo reeg de tijd een karig snoer van bezigheden. De agenda werd leger en leger. Ik leerde af haar te raadplegen.

Na de vakantie komt ineens weer een deel van het ‘gewone’ leven op gang. Ik kan naar het voetbalveld. Nooit gedacht dat het zo’n gevoel van bevrijding zou geven. De wijk loopt in de vroege morgen uit om naar school te gaan en het verkeer ruist er haastig doorheen. De langdurende stilte doorbroken. De agenda vult zich met theatervoorstellingen voor de scholen en mijn taak als publieksbegeleider, er zijn sketchcrawldagen, oppasmomenten. Niet alles wordt hervat. Het ziekenhuis is nog een brug te ver. Gisteren had ik in de ochtend gekeken wat er de komende week te doen was, maar vergat de zondag zelf. Bij zus, die we zouden helpen inpakken, een telefoontje van dochterlief. We zijn met een half uur bij je om kleinzoon vijf te brengen. ‘Whaaaaa’. Agenda raadplegen en daar stond het tot mijn schrik. Oppassen bij 13 uur.

Hals over kop schakelen en terug naar huis. Op tijd voor de taak die ik op me had genomen. Autootjes onder de bank vandaan trekken en klaar. Crackers en bananen in de aanslag, wandelwagen in de hal van de entree.

Bij het wandelen weersta ik de verleiding om hem aan te sporen de eenden te voeren. Die mogen geen brood of cracker meer. Leen Jongewaard zong met de stem van mijn jeugd ‘Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren, eindeloos…’en nostalgie drong even door de poriën naar buiten. Zoveel veranderingen. Ik zal in het vervolg een zakje haver of graan achter de hand houden. Niets is fijner dan die gulzige schrokoppen elkaar de graankorreltjes afhandig te zien maken, een beleving op zich in de kleine-mensen-wereld. Bij het wandelen slaan we de speeltuintjes her en der als vlekken in de wijk verspreid, over. Er zijn meer mensen op het idee gekomen en het is er te druk. We wandelen terug naar huis waar de autootjes in lange rijen staan opgesteld.

Als ik de handpoppen van Meneer de uil erbij haal, schatert hij het uit. Vooral met de stemmen erbij, waarbij juffrouw Ooievaar hem het hardst doet lachen, zeker als ze met haar vuurrode snavel naar raaf pikt. Ik zie het konijn voor Ed Bever aan en Bor de wolf sijpelt langzaam binnen ‘Hoeh, ik ben Bor de Wolf en hou wel van een lekker hapje hoeh’.

Om zes uur neemt zoonlief de honneurs waar, want ik heb een etentje met de zussen en zwager in een nieuw Indonesisch restaurant. Op voorhand bieden ze mij dit etentje aan voor mijn verjaardag. Met liefde smaakt alles beter. De entourage roept geen wajangs en gamelan op. Kunst aan de muur van een onbekende schilder. Geen batik op de tafels, geen teran bulan. Alleen de bediening is plan plan. Heel even flitst een vleugje Pasar langs, maar de tijd dendert voort.

Terug naar huis een ervaring rijker, iedere regio kent haar eigen keuken. Zuslief is vooral de Molukse gewend en zwager zijn eigen Indische wortels. Moeders pappot is toch altijd het lekkerst. Vooral met een saus van weemoed en herinnering.

Uncategorized

Stof van jaren

Vrijdag werd er aangebeld. Een pakje. Met een roffel op de trap naar beneden en net te laat. Maar de pakketbezorger kwam al naar boven met twee pakjes in de handen. Een voor de buurvrouw en een voor mij. Hij lachte halverwege de galerij uiterst vriendelijk en toen hij echt aan de deur kwam, zag ik het. Het was een oud-leerling van school. Ik had zijn twee zussen in de groep gehad en veel toneel gespeeld met zijn moeder tijdens de kampen en haar lief en leed gedeeld. Hij vertelde in het kort hoe hij gevaren was. Vierdejaars student geneeskunde net als zijn jongste zus, met als specialiteit oncologie. De oudste zus studeerde aan de Wageningse universiteit. Met zijn moeder ging het goed. Het sprietige schuchtere jongetje met de dromerige ogen was opgegroeid tot een vrolijke sterke man, die de postpakketten als bijbaantje naast de studie deed. Hij had vroeger vast nooit gedroomd nog eens tegenover me te staan, terwijl ik in pyjama en ochtendjas gekleed was.

Hij bracht de boeken ‘De Doge-ring van Venetië’ en ‘Kinderen van moeder Aarde’. De laatste had ik intussen al geleend en uit, maar de eerste was maar half zo dik. Ik bood aan mijn hoofdredacteur aan om daar alsnog een recensie over te schrijven. Het paste mooi bij ‘Het Boek van Jongen’, ook al waren ze op verschillende leest geschoeid. De Doge-ring van Venetië is een historische jeugdroman en Het Boek van Jongen is veel meer een magisch-realistische jeugdroman. Beide hebben een jongen als hoofdpersoon en beiden maken een voettocht, de een naar Venetië en de ander naar Rome.

Zoals Beckman de verwondering van Thomas en zijn monnik Matthias beschrijft zou je wensen de reis nog eens na te kunnen maken, ondanks de ontberingen onderweg. De beschreven steden, de groeiende liefde voor de ezels, zijn twijfels over het novice zijn, nu hij de wereld leerde kennen en ontluikende gevoel dat heen en weer geslingerd wordt tussen geloof en hoop zijn ontroerend. De Jongen en zijn mysterieuze pelgrim Secundus duiken veel meer in de zintuigelijke beleving van de Middeleeuwse steden en dorpen, de rauwheid van het volk en het bijgeloof. Beide jongens groeien van hun reis en leren zichzelf en hun ware aard kennen. Thomas blijft aards, het geloof blijkt wankel en bij andere gelovigen niet altijd even zuiver in dit rijke Roomsche leven. Jongen stijgt letterlijke en figuurlijk boven zichzelf uit.

Zo blijf ik de tijd vervlechten tot dikke strengen, waarbij heden en verleden door elkaar lopen. Er zijn stukken ongerept land, waar je je in een Middeleeuws landschap zou kunnen wanen en er zijn gebouwen intact en bewaard gebleven. De geiten, paarden en ezels zijn identiek. De basiliek van San Marco is nog altijd te bezoeken en bevat de prachtige mozaïeken, waar Thomas zo van onder de indruk was, evenals de Pala d’oro, het prachtige altaarstuk. Daar vraagt Thomas zich af of de Katholieke kerk niet teveel pracht en praal verheerlijkt en het geld niet beter aan de bedelaars voor de poorten konden geven. Gedachten zijn tijdloos. Het aanbidden evenzo. Relieken spelen nog altijd een rol. Alleen betreft het nu idolen, waarbij men veel geld neertelt voor een vermeende gitaar, een krabbeltje op een papier of een of ander kledingstuk.

De regendruppels van vannacht schitteren in de zon en even lijkt het erop dat iemand met een laserlampje aan het seinen is, want door de zachte bries speelt de druppel verstoppertje met het blad ervoor. ‘Ze zien me niet, ze zien me wel.’ Zus gaat inpakken vandaag en wij gaan haar een handje helpen. De kranten staan garant voor ongeschonden glaswerk. Het is een verhuizing van appartement naar appartement en daarom behapbaar. Ergens kriebelt het om eveneens aan het ruimen te slaan. Als ik ooit een keer over wil, vallen er heel wat ‘relieken des tijds’ weg te werken. Stof van jaren.

Uncategorized

Voor wie ontvangen wil

Vannacht was ik op een reunie van de oude volksdansgroep van vroeger. Het was bijzonder hoe helder de beelden waren en ook dat het lang bleef nasudderen in mijn gedachten. We waren bij elkaar gekomen als troost na een heftige gebeurtenis dat een echtpaar van ons was overkomen. De in en in verdrietige echtgenoot had een oogverblindende witte trui aan en was bruiner dan ik hem ooit had gedacht. Een voor een kwam iedereen langs en we lapten de 1.5 meter regel aan ons laars, omdat troost boven veiligheid gaat. Er was een trapje in de enorme ruimte, dat naar boven leidde en dat ooit alleen maar beklommen werd door vriendin die er niet meer was. ‘Dan maak ik daar gebruik van,’ zei ik resoluut tegen een ander. Het was een smal en ingewikkeld systeem, waarbij je eerst de rechtervoet op de eerste spurt moest zetten en dan pas de linker op de volgende. Het werkte ook niet helemaal. Als de Cake Walk op een kermis gingen de trappen omhoog en omlaag en het vergde nogal wat concentratie. Het laatste stuk redde ik doordat een andere vriendin me over de railing heen trok. Daarna riep iemand dat hij onder aan de trap een grote som geld had gevonden. Dat bleek van mijn medeklimmer te zijn. Ik werd vervolgens gehaald voor een fotosessie, maar nu schoot de trap van de zolder los en zweefden we als een polsstok heen en weer op de ladder. ‘Klim naar boven,’ gilde ik. Dat deed degene boven mij en door de verplaatsing van het gewicht schoven we op het nippertje op de zolder. Zo sudderde de droom nog een tijd verder en ik wilde niet wakker worden want ik was blij om ze allemaal weer te zien.

De droom, een ongeleide gedachte, komt door de vraag die ik kreeg over de mail, of we wel dan niet een reünie gaan houden in deze tijd. In dromen maakt de fantasie een wonderlijke vrije val en ik ben altijd weer verbaasd over de details, die tot in de finesses te zien zijn.

De krant brengt het weekend-magazine waar wol centraal staat. Zelfs aan wol kleeft een grote ‘maar’, ook al is het duurzaam en gaat het lang mee. Retro truien en vesten zijn hot en happening, gerecyclede wol waar weer nieuwe kunstzinnige truien van gebreid worden, modehuizen met een eigen breifabriek, wollen truien van de jaren zestig tot nu, ze komen allemaal voorbij. Ook het verschil in wol wordt genoemd en het afschuwelijke verminken van de billen van de merino-schapen in Australië, mulesing genaamd, waarbij plooien weggesneden worden rond de anus, zodat de schapen geen myiasis kunnen oplopen, een larve-ziekte. Het leed zit voornamelijk in de grootschaligheid. Als je een paar schapen hoedt, kun je zelf de plooien goed schoon houden om te voorkomen dat vliegen hun eitjes erin leggen.

Mijn gebreide badpakje in 1955

In de jaren vijftig was alles wol en met name kriebelwol. Stugge ongeverfde schapenwol, die door oma’s met name, verbreid werden tot kamizolen en borstrokken, zwempakken, die zodra je het water insprong tot op je knieën hingen, en sokken. Als bovenkleding droegen de broers plusfours en spencers, wij truien en gebreide jurken en rokken. Alles kriebelde en jeukte, vooral op plekken waar de warmte bleef hangen, in je nek, onder de oksels en in de liezen. Bij de kniekousen zaten de elastieken door gehaakte picot randjes heen getrokken. Later werd de wol voor het ondergoed vervangen door katoen en dat was draaglijk.

De wol en ik zijn nooit echt beste vrienden geworden. Een enkele kindertrui, recht toe recht aan en een turquoise trui voor mezelf die bestond uit vier aan elkaar gefabriceerde gebreide lappen kwamen nog wel van de pennen. Met mijn infarct twee jaar geleden en gekluisterd aan huis heb ik een meterslange sjaal gebreid van warm okergeel. Dat bleek een helende therapie voor alles wat was lamgeslagen door de kwaal. Iedere week weer kwam er een flink stuk bij. Een troostsjaal, om dat bij de gewonnen centimeters de gezondheid ook toenam.

De dames op de tuin zal het worst zijn wat ik draag. Ze grazen het stukje braakliggend terrein rond de paddenpoel en ik begroet ze allerhartelijks. Doorgaans krijg ik een enthousiast mèèèèèhhhhh terug en komen ze op een drafje naar de schamele omheining om met hun natte neuzen tegen mijn hand te duwen. Te allen tijde zijn het ook troostschapen, omdat Annie. M. G Schmidt de dames Veronica voor eeuwig in mijn hoofd heeft geprent en een schapekop met haar krulletjes en wazige blik onweerstaanbaar is en liefde, voor wie ontvangen wil.

Uncategorized

Pure rijkdom

De druilerigheid van de ochtend had plaats gemaakt voor een lauwe warmte en een bleke ijle lucht, waarachter de zon verstoppertje bleef spelen. Dat zag je. De aarzeling bij de borden zorgde voor een keuze. Richting Brabant dan maar. Zuslief zocht op kringlopen en vond Arkel.

Ik had het kringlopen van ons bijna vergeten te noemen, omdat wat daarna kwam zo prachtig was, maar de beide winkels, een in Arkel dus en een in Gorinchem op het industrieterrein, waren ook zeer de moeite waard. Groot, een kruip/door sluip/doorparadijs, een must voor de ware liefhebber en de meest onmogelijke snuisterijen. Het was genieten. Anderhalve meter en handgel, schoonmaakspritz inbegrepen. Alertheid was ook noodzakelijk, want soms vroeg de situatie om een razendsnel ontwijken. Een moeder met kind op de arm en daardoor alleen al twee keer zo breed in omvang, babbelde luidruchtig tegen de kleine en trok zich van een virus niets aan. Iedereen om haar heen week naarstig uit.

Na die twee gave snuffelwinkels waren we toe aan thee of koffie, zuslief met een mokka/carameltaart. Daar konden zij samen van snoepen. Aan mijn smaakloze verhemelte was het niet besteed. Door die trek in iets waren we midden in het centrum van de stad beland en vielen van de ene verbazing in de andere. Waarom wisten we niet dat het daar zo goed toeven was. Veel terrassen, vestingswallen, sluizen, de Linge en de rivier Boven Merwede. We raakten in de war van de benaming. Het bleek dat Maas en Waal samen komen bij Woudrichem en verder stromen als het Boven Merwede richting Gorinchem. Dat verklaarde waarom het er uitzag als een rivier, waar we aan een kanaal dachten. Onze kennis reikte niet verder dan de Merwede als kanaal. Google leerde dat het Merwedekanaal het Amsterdam-Rijnkanaal bij Utrecht verbindt met de Boven Merwede.

De stad bezit veel oud en modern en aangepast nieuw, een fontein op de markt, beelden her en der, dichtregels op de muren, oude pompen, een piepklein huisje uit 1600, heel veel eetgelegenheden en kappers. Het was ruim opgezet. De vestingswallen zijn prachtig gerestaureerd en helemaal in tact. We bewonderen de stervorm ervan op de plattegrond en lopen een klein gedeelte.

Als laatste ploffen we neer bij een restaurant op de markt. We hebben in de loop van onze uitstapjes een wonderlijke manier van bestellen ontwikkeld. Drie gerechten, twee voor-en een hoofdgerecht tegelijkertijd met de friet en een frisse salade laten komen en drie bordjes met bestek. Dan laden we van elke schotel een bescheiden heerlijks over op het bordje en is het precies genoeg. Wie geen grote maag heeft, moet inventief zijn. Zo maken we onze eigen afwisselende seniorenvariant en muizen de middag ten einde. Alles bij elkaar sprokkelen we nog heel wat kilometers.

Terug naar huis mijmer ik de weilanden langs. Wat is het toch een groot voorrecht om dit samen te mogen doen. Het wordt tijd dat zus vier met pensioen mag, want we missen haar bij die stadse fratsen van ons. Zussen zijn een zege en vier zussen pure rijkdom.

Uncategorized

Het uur is omgevlogen

Het hek voor het tuinencomplex is dicht. Er staan maar twee auto’s binnen. Het is onmiddellijk te merken aan de rust die boven de sloot hangt en de tuinen omsluit. Geen stemmen, geen bosmaaiers, maar het krassen van de kraaien en het zweven van de meeuwen in de lucht. Reiger staat roerloos en houdt me in de gaten. Zijn kop draait een paar keer argwanend om en zijn ogen nemen de indringer op. Hij waant zich veilig aan de overkant van de sloot, waar de schapen vandaag niet staan en is kennelijk al een en ander gewend.

De oude is druk aan het bellen in zijn glazen huis. Ik overzie vier dagen afwezigheid in de tuin. Het valt me alles mee. Naast het onkruid hebben ook de floxen en de helianthus een groeispurt doorgemaakt. De moerasandoorn die overal tussendoor is gekropen moet eruit. Eerst de maaier. De grote accu heb ik vergeten te herladen en wil niet, omdat ie in de maaier is blijven zitten en koud is. De kleine haalt tweederde van het grasveld. Geduld is een schone zaak. Dan eerst maar gaan trekken her en der. Binnen de kortste keren liggen er naast alle bedden hoopjes brandnetel en moerasandoorn. Hier en daar een afgeknipte te lange tak. Af en toe krast de kraai zijn misbaar over de reuring rond de appels, wat hem belemmert er een te verschalken. Kwaad blijft ze op het dak van het huisje van buuf zitten. Het vordert gestaag en elke spier laat weten te lang gefocust te zijn geweest op optimaal niets doen. Als ik van het kleine wiedkrukje op wil komen, voelen de benen krachteloos. Een workout van formaat zo’n tuin.

Ik prop alles in zakken, gooi het gras onder de planten aan de achterkant van de tuin en probeer de grote accu nog een keer. Met veel moeite en kreunend pakt ze het laatste stuk bijna helemaal. Een glad gazon laat alles beter uitkomen. De engelen staan er engelachtig bij, tussen al het bloeiende mooi.

Ik sluip achterom de tuin weer uit met twee volle zakken. Bij de vuilstort wijst een vriendelijke jongen de compostbak aan. ‘Weet ik hoor.’ Het groen laat zich vallen boven op de berg. In de kringloop winkel ernaast vind ik een grappig boek over de kikker en zijn lijf. In doorzichtig folie kan je per bladzijde zien hoe hij in elkaar geknutseld zit. Een vuilniswagen voor kleinzoon vier mag ook mee.

Bij het huis van dochterlief hebben de kleinzonen de overhand. De kleinste rijdt rond op zijn scootertje en zet met beide benen af wat hem een wilde vaart bezorgd. Kleinzoon 2 is zich aan het omkleden voor de training en wipt op en neer. Kleinzoon een en zijn beste vriend liggen op de bank naast elkaar en doen een spelletje. Paps loopt alles te managen. Vooral de jongste en twee hebben een apenliefde. Ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Eindelijk mogen we los en gaan aan de wandel, terwijl paps met twee naar de training vertrekt en een moeder de vriend op komt halen.

Binnen de kortste keren ligt de kleine te slapen in zijn wagentje. Kleinzoon een babbelt er lustig op los en als we bij de kinderboerderij zijn aangekomen krijg ik het slapende cherubijntje niet wakker, maar hij wel, eenvoudig door hem uit de wagen te tillen. Ze hebben mooie langharige cavia’s in een ruime stal en Franse hangoren, de biggen knorren van tevredenheid en de twee ezels zijn prachtig. De twee koeien glanzen in de zon, en het paard en het veulen doen zich tegoed aan het verse stro evenals de geiten. Het is voedertijd. Wat me opvalt is dat de dieren allemaal in een bijzonder goede conditie zijn. Glanzende vachten, natte neuzen. Er heerst tevredenheid alom. Het spelletje op de twee racefietsen, waar dribbel nog te klein voor is, zorgen voor een koddige aanblik. Hij klimt er op en gaat met zijn korte beentjes net zo hard heen en weer als de oudste op de andere fiets op de trappers.

Pas als er een oma-ijsje beloofd wordt, wil hij eraf en zijn we, mét italiaans ijs, ver over tijd thuis, waar mams zonder sleutel op het bankje in het plantsoen ons op wacht. Het uur is omgevlogen.

Uncategorized

Zon op de snoet en gaan

Het laatste deel van de stille nacht was de inspiratie om mijn recensies af te maken en op te sturen. Om dat te vieren zweefde de ochtend binnen met een zacht en wonderlijk licht. Ruimte in het hoofd en feest daarboven.

IMG_1728

Gisteren werd er aangebeld en door de huistelefoon gemeld dat er een ‘pakketjuh’ was. Jarig zijn had ik al de dag ervoor gevierd en verder de hele dag op social media, via de telefoon en in mijn brievenbus, die werkelijk ontploften van de prachtige wensen, liefdevolle opmerkingen, waardering. Alle aandacht was hartverwarmend. Maar nu dus een pakketje met een Frans accent. Haha. Ik had een vermoeden, deed de deur open en tuurde de galerij af. Ja hoor, het werd bewaarheid toen kleinzoon 2 zijn hoofd om het trappenhuis stak met een brede grijns en met een bloemetje in zijn hand de galerij afroffelde. Kleinzoon 1, volgde, dochter en schoonzoonlief en kleinzoon 3 dribbelde er als laatste op zijn eigen tempo doodgemoedereerd achteraan. Alle drie een bloemetje. Het mooiste boeket van vandaag.

F9376470-6595-4135-A7D9-7E9FFB3EE2EF Klein, groter, grootst

O, o jarig en niets in huis. ‘Wat willen jullie drinken, water, water, of water’. ‘Doe maar water’ antwoordden ze allen in koor. Het werd een genoeglijk bliksembezoek waarbij ze ter ere van oma naar de MC Donald mochten. ‘Tikkie sturen hoor’, gebood ik Pa en Ma, die daar niets van wilden weten. Ze zaten op de woensdag met een klein probleem. Schoonzoon was trainer van kleinzoon 2 en zijn eftal maar ze hadden de training een uur vervroegd. ‘Of ik misschien…’ Tuurlijk. Dit waren de noodgevallen. Handkus van de jongste. Daar gingen ze weer.  De jongste aarzelde even, kwam terugdribbelen en gaf me een dikke zoen.

IMG_1727

Vandaag is de tuin aan de beurt. Het gras zal hoog staan en het onkruid. Voldoende werk te doen, nu het hoofd was leeggemaakt. Dan kan ik dubbel nagenieten van alle attenties. In de bus lagen twee heerlijke berichten van vriendinlief en van mijn lieve collega en moeder van school. Al jaar en dag sinds ik van school weg ben, wordt ik bij de laatste met mijn verjaardag op een etentje getrakteerd met een genoeglijk bijkletsen. Dit jaar is het corona-anders. Of later of overslaan. Traditie is iets om soepel te hanteren. Dat is de laatste tijd steeds duidelijker geworden. Het komt zoals het valt.

Een prive berichtje van een lieve oudleerling, die fantastisch was met de kinderen en au naturel haar kwaliteiten toonde tijdens de stage. Ze heeft wat omzwervingen gemaakt en gaat nu werken op een Montessori school. Ze bedankte me voor het geloof dat ik haar in die stagetijd geschonken had, iets wat ze nooit vergeten was. Dat was  niet moeilijk. Ze heeft gouden handen, een hart van goud en een spontaan en open gemoed. Dat is alles wat je nodig hebt in het onderwijs. Een spiegel voor de kinderen.

De werklui zijn weer druk in het weer. Ze spelen slechts een roffelende melodie. Het gehuil van de graafmachine en het gekletter van de stenen in de stalen bak is over. Ze krijgen het er warm van, een trekt zijn trainingsbroek uit en zijn FC-Utrecht shirt terwijl de ander op zijn knieën ligt. De dag draaft door. Tijd om in actie te komen na vier dagen lezen en schrijven. Zon op de snoet en gaan.

 

Uncategorized

Met terugwerkende kracht

Terwijl ik met het hoofd eeuwen vooruit was, in een verhaal over Thule en de kinderen van moeder aarde,  vertelde zoonlief, tussen neus en lippen door, dat hij me mee uit eten nam bij Le:en in Tolsteeg. Het kon vandaag niet, omdat hij moest trainen. Wat een verrassing.

IMG_1718

Tussendoor had ik alles beneden kraakhelder gepoetst en geboend voor de nodige beweging na drie dagen leesvoer. Het zou lukken want het was bijna gedaan. Een spannend verhaal en tussen het poetsen door bedacht ik, door het lezen over de vreedzame Thulenen, dat mijn lange periode bij de PSP toch ook een gevalletje: ‘De wens is de moeder van de gedachte’ was. We hadden daar vroeger al heel wat over gediscussieerd. Al ben je nog zo vredelievend, dan maakt een kat in het nauw rare sprongen. Ik had bewondering voor die vredelievende regels van de Thulenen en hun dankbaarheid aan en de zorg voor Moeder Aarde, maar als er destructie op je pad komt en je er wat tegenover moet stellen om te stoppen,dan kan je soms niet anders dan iets te doen, dat tegen de borst stuit en dwars tegen je gevoel indruist. Aan de andere kant is je daar bewust van te zijn het enige juiste. Dan is er ruimte om afwegingen te maken. Zo mijmer ik, terwijl de stofzuigerslang in hoeken komt en een kleiner mondje alle boeken in de kast grondig onder handen neemt.

Waar een ‘kinderboek’ al niet toe kan leiden. Knap van Thea Beckman, die daar zo’n enorm verhaal van kon maken. Drie dikke boeken en nog twee te gaan, vol filosofie, levenslust en ethiek, met behoudt van de zinderende spanning. De raakvlakken van het leven van de Badeners en hun verwoesting van de planeet is  volkomen actueel en misschien daarom ook wel beklemmend. Met je neus op de feiten, in die trant. Beckman maakt van Thule een vrouwenmaatschappij en trekt aan het eind van het eerste deel de erkende waarden van man en vrouw op tot gelijke hoogte. Dat voelt veel meer in balans en precies daar wordt steeds naar gezocht.

Hup, ik neem de ramen ook nog even mee. Als ik vanavond uit eten ga, kan een beetje extra beweging geen kwaad. Pluis duikt weg voor de scherpe schoonmaaklucht en ik moet af en toe even frisse lucht happen. Deadline voorlopig gehaald en dat is een bijzonder prettig gevoel.

Appje van zoonlief, om zeven uur gepokt en gemazeld aantreden. Dat lukt en als een vorstin zoef ik even later over de weg terwijl hij soepeltjes de auto stuurt. Bij aankomst krijgen we van een jongen in sneltreinvaart alle coronavoorschriften over ons uitgestort, haha, geen woord van verstaan, maar het is allemaal goed. Het is een ruime zaak en de tafels staan goed uit elkaar.

c3843a7a-4d69-49ad-83ab-f1773b076450

Ik loop achter de brede rug van zoon aan en ineens zie ik een tafel met de rest van de kinderen, zonder aanhang. Surprise. Het werd een heerlijk en vrolijk feest en de ober deed dapper mee, met zijn grappen en grollen en vuurwerk met een frambozenshotje dat alleen geluk, hoop en liefde zou brengen, als ik het in een keer achterover sloeg. Ad fundum dan maar. Gelukt en het feest was compleet toen we bedachten zo’n etentje met het gezin een keer per kwartaal te herhalen.

IMG_1721

De cadeaus waren er ook. Ze wilden eigenlijk naar een Indisch restaurant, maar dat lukte niet, dus kreeg ik een indisch stoofpotje van dochterlief met de spreuk:’Sooner or later we all quote our mother’. Waterlanders. En van allen een kalender met alle vermelde belangrijke gebeurtenissen voor mijn vergeethoofd met prachtige foto’s en een bos bloemen van zoonlief. Helemaal jarig trok ik met mijn galante chauffeur weer naar huis. Lucht-kussen en tot gauw toch, dan gaan we weer met de hele bubs een feestje bouwen, aan het strand, in het bos of in een park. Keuze te over.

3069e7a0-c000-40a1-b1e2-6e1dc9901704

Een jaar jonger geworden, zo voelt het, omdat ik steeds dacht 69 te worden, terwijl ik van ’52 ben. Die houden we erin. Met terugwerkende kracht.

Uncategorized

Aandacht met stip op een

Het bouworkest buiten is op volle sterkte aan de gang. Stenen die neerkletteren in een stalen bak geven een oorverdovend lawaai, ze dienen als begintoon van het stuk. Op de achtergrond grommende machines, met uithale de hoogte in. De stratenmakers tikken de maat met hun stenen en zingen het lied er schel boven uit. Ze wisselen de weekenden uit. De schoppen steken diep in de grond om de kanten af te steken.

De auto’s staan als een lang lint voor de zebra te wachten terwijl er van alle kanten kinderen komen aangehuppeld met hun ouders, rugzakken op, zo groot dat ze de hele rug bedekken. Vader beent met grote stappen, dochter dribbelt erachter aan. Vakantiestilte is voorbij. De hoge kinderstemmen klimmen enthousiast omhoog.

741242_324996907613944_1776135036_o  741015_324997280947240_1437670777_o

Heerlijk moment was die eerste schooldag altijd. Een week lang waren we druk geweest om de groep op orde te krijgen, duo en ik. Een lik verf hier en daar, hoeken creeëren, materialen ordenen en vullen, de meubels op hun plek, de kasten weer schoon en gevuld en het speelhuis knus en gezellig gemaakt. Daarna de rest van de school. De gangen, de gemeeenschapsruimte, het keukentje, alles moest spic een span zijn, klaar om vers en fris te kunnen starten. Voorpret om het eerste project, gniffelen om de lumineuze vondsten om de kinderen in te pakken en mee te nemen. Kleedjes schikken, bloemen op tafel en gaan.

740726_324996794280622_1517156626_o

Als het dan eindelijk zo ver was, zat ik aan de grote ovale tafel in het midden van de groep om iedereen even op ooghoogte te kunnen knuffelen. Een tikje onwennig, maar toch ook vertrouwd kwamen ze binnen schuiven. Ouders mee, enthousiaste verhalen over vakanties, reizen. Er was nog veel werk te doen die eerste week. Het kiezen van de jassenhaak, de tekening van zichzelf van iedereen voor aan de seizoensbalk, de frontjes voor de kasten. Geuren mengden zich. Ecoline, plakkaatverf, wasco, lijm. Het knisperende papier stond klaar. Stil genieten bij het horen van het gebabbel, de kinderlogica, de vreugde om het weerzien na het gemis van weken.

fien en mo

In die eerste week kristalliseerde de groep zich uit, Vriendschappen voor het leven versterkten zich, wie had het hoogste woord, wie zou zich minzaam schikken, wie was nog angstig, wie verlegen. Het voegde zich, wij waren de Apen, later de Eekhoorns en daar waren we trots op. Een hechte groep werd het.

Hoe anders zal het dit jaar gaan. Anderhalve meter, handen wassen, afstand bewaren. Is dat dan ook afstand scheppen. Naast de liefdevolle aandacht was er altijd een knuffel, een aai over je bol, bij angst of verdriet even op schoot, warm geborgen en troostrijk. De trommel met toverkusjes op de kast, die tevoorschijn kwam met pijn, de platgeknuffelde vuurrode Elmo bij een woedeaanval op de leesbank. Dat zou dan allemaal niet meer gaan. Onmogelijk eigenlijk, omdat geborgenheid en veiligheid een eerste behoefte is. Het is zo’n afweging die we ook met de ouderen in mijn optiek verkeerd hebben gemaakt. Liever liefde en risico dan liefdeloos alleen.

Het betekent, gezond verstand. Niet teveel tastbare genegenheid, maar zeker ook niet te weinig, zoeken naar de juiste weg om liefde te tonen. Ogen spreken en kunnen meer zeggen dan 1000 woorden, een hand is soms voldoende en aandacht met stip op een.

 

 

Uncategorized

Het geloof in het leven

Met mijn neus in de boter. Dat viel me gisterenmiddag ten deel, toen ik voor de broodnodige variatie en om af en toe even weg te dromen uit het Middeleeuwse Geyn, de televisie had aangezet. Wat reuring in de tent. Een beetje bewegend beeld, geen geluid, dat zou teveel aflijden. Toen was het hek van de dam of liever gezegd: de schapen erover. Op de televisie was een animatie die mijn aandacht trok. Eerst vermoedde ik een gewone tekenfilm voor kinderen op zapp bios.

Pas toen ik wat langer keek, zag ik dat het schaap er wel heel classy uitzag en alles eromheen wat grafisch was. De krant, die ik zojuist uit de bus had gevist, kon me vertellen dat het de film ‘Shaun, het schaap’ was. Inderdaad een bof van de bovenste plank en ik prees me gelukkig, want ik had de film nog nooit gezien, ondanks de lovende kritieken. Het is een Brits-Franse animatiefilm uit 2015, geschreven en geregisseerd door Mark Burton en Richard Starzack. Een animatie in klei en weergaloos grappig. Er waren momenten dat ik zat te schuddebuiken op de bank, zodat zoonlief even kwam kijken, waarom ik in mijn eentje in godsnaam zo aan het lachen was. Het is een weergaloze film en zeer de moeite waard om terug te zien.

735645_4205185088031_550888413_o  738309_4205201408439_2139860570_o

Ik moest denken aan die andere animatie, van alweer heel wat jaren geleden, op school. Het was een grootschalig project voor het een of andere jubileum. Ik wilde een animatie maken met alle kinderen van de school, ieder kind zijn of haar eigen bedenksel in klei. Het was een verhaal over de zeven deugden in een strijd tegen de heks Gruwela, die met haar magneet alle zeven naar zich toe wilde trekken. Groots opgezet. Vele dagen werk, maar we kregen uiteindelijk de film niet goed in elkaar gezet. Wel delen ervan. Het gaf niet, want trots waren we zowiezo al. Er zat niets anders op dan het na te spelen op het eindfeest met een levensechte Gruwela en haar magneet. Het werd uiteindelijk een magisch epos, waarbij het goede, zoals het haar betaamt, het kwaad overwon.

IMG_1678   IMG_1682

In de tijd dat men enthousiast over de film Shaun had, dacht ik eerst dat het boek ‘The Arrival’ van Shaun Tan verfilmd was. Dat boek kwam op mijn pad  in een kringloop in Almere en moest eenvoudigweg mee naar huis. De prachtige tekeningen, als een stripverhaal, de reis en de aankomst vanuit Maleisië naar Australië waren een eerbetoon aan de moed en het doorzettingsvermogen van alle migranten, vluchtelingen en ontheemden enook nu nog actueel.

IMG_1680   IMG_1681

De veerkracht van mensen in nood wordt, onder andere, getoond in hun creativiteit om van niets altijd weer iets te maken. Het vouwen van de origami-kraanvogel bijvoorbeeld. Omdat mensen en kinderen moeten kunnen blijven spelen voor de broodnodige balans. Shaun was dan wel niet het onderwerp van de eerstgenoemde animatie, maar zijn eigen animatie van het boek ‘The lost thing’ is eveneens de moeite waard. Dit futuristische verhaal was tegelijk een dankbare afwisseling te midden van die aardse Middeleeuwen, maar het had me ook danig van het werk gehouden.

De vaart was eruit. Niet getreurd. Vandaag is er weer een dag en het concept is goedgekeurd. Mijn drie verhalen ineen kunnen door. Het Zusterhuis Nazareth in het stadje Geyn krijgt steeds meer gestalte. Door de eeuwen heen is er een ding dat opvalt. Ondanks destructie en barre tijden is er steeds ergens een lichtpunt aan de horizon, die door iemand opgemerkt wordt en aangegrepen om met liefde en kracht de misère om te buigen en de draad weer op te pakken. De rode draad van het geloof in het leven.

 

Uncategorized

Drijfnat maar in-gelukkig

Met twee inleverdata in zicht, heb ik me thuis ingegraven en verschanst met boeken, laptop en kopiëen. De boeken zijn dikke pillen waar ik induik. De artikelen en reviews lees ik scannend en bladerend. Tussendoor kloppen flarden van gedachten aan, dringen voor, moeten opgeschreven. Zo werkt het. Even geen ruimte voor wat anders, dan als broodnodige variatie een boodschap. Gisteren zag ik de lucht wel betrekken, maar toch wilde ik even een boodschap halen. Terug, op 100 meter van mijn huis, bleek de afstand net genoeg om doorweekt aan te komen bij de deur. Het regende ouderwetse pijpestelen met hier en daar wat hagel, de beloofde parels van gisteren. Maar met een, door de ruwe handdoek drooggeboende koppie en een warme huisbroek aan, op de bank, was het leed snel geleden.

Wel had ik genoten van de inktzwarte lucht, die in witte wazen toonde waar de buien het hevigst waren. Het zag er zeker een uur dreigend uit eer de bui losbarstte en ik kon me moeiteloos voorstellen dat er de betekenis van de toorn van het hogere, God of de duivel  aan werd geknoopt. ‘De duvel en zijn ouwe moer’ zeiden we vroeger of ‘een schip met zure appelen’. Symbolieken waar de Middeleeuwen, die nou eenmaal op het netvlies staan, mee doorspekt waren.

IMG_1675

Tussendoor als afleiding wat tijdschriften. De Zin van deze maand vraagt ons zelf de slingers op te hangen in verband met ‘Het leven vieren’. Eigenlijk sluit het aan bij mijn geregen parelsnoer van gisteren.

The Artist's Way Workbook

Ineens moet ik denken aan het diepe dal van een aantal jaar geleden, waar ik met behulp van het boek ‘The Artist Way’ geschreven door Julia Cameron ook weer uit kon klimmen. Een gouden tip die gegeven werd, was ‘Ga een keer per week erop uit met je fototoestel’. Dat werd mijn kunstenaarsoog en daar toog ik, in mijn eenzame zelf, mee op pad. Ik zag de prachtigste dingen. Ook een vorm van anders kijken en vooral observeren, stilstaan, luisteren. Langs de Lek of naar een onbekend dorp of stad en natuurlijk de natuur in. Het Kunstenaarsoog zorgde voor de broodnodige inspiratie en schoonheid. Een andere afspraak was: ‘Ga alleen naar het theater, de film, een concert.’Ook dat deed ik en het was vervullend om dezelfde redenen als het Kunstenaarsoog. Een heel andere ervaring dan met anderen erbij, omdat je alles geconcentreerd en intens beleven kan, zonder afleiding.

Er staan veel tips in het artikel in de Zin. Ze komen uit het boek ‘Licht leven’ van Nanne van der Leer. Zo raadt ze aan het huis op te fleuren met een bos bloemen, minder te zeuren, je meer te verheugen, anders te lunchen en goed nieuws te vieren. Wat meer beweging mag, en oude foto’s kijken is ook een optie, maar de belangrijkste, in mijn optiek, is de glimlach. Niet die van jezelf, maar door anderen een glimlach te bezorgen. Bijvoorbeeld middels een kaartje of bloemen te versturen.

IMG-1650   IMG-1651

Toevallig was ik eergisteren in de Emmaus van Overvecht een tuinvriendin tegengekomen, die daar haar zelfgemaakte kaarten, juweeltjes van linosnede, aquarel, pastel en ecoline, verkocht voor het goede doel. Dat was niet tegen dovemansoren en ik was als de koningin te rijk met een aantal in de tas. Gisteren heb ik twee kaarten verstuurd. Een aan kleindochter die mij zo’n gouden glimlach bezorgde met haar tekening in de bus en het andere kaartje ter nagedachtenis.

Het leverde een blij gevoel op, eigenlijk de hele rit lang naar het Bruna-postkantoor. Om de kaarten die een bestemming kregen, om de verrassing die het geven zou, om de aandacht en de emotie die het los zou maken. Het zorgde ervoor dat ik terug huppelde en hinksprongstapte naar huis, door die stromende regen.  Drijfnat maar in-gelukkig.

 

 

Uncategorized

Parels rijgen

De kruiswoordpuzzel in de krant geeft aan: Langwerpige soes. Ik doe mijn ogen dicht en zie het ding voor me, proef zelfs even de heerlijke zoetigheid op mijn tong, voel de kleverige vingers. Kind in de bakkerswinkel voor een moment. Het brein zoekt ondertussen ongedurig het passende woord. En dan weet ik het weer: ‘Schik jij de éclairs maar even op een schoteltje’. Dat is niet mijn moeder, die bevelende stem. Ook niet mijn oma. De luxe, de rijkdom, dat kon alleen maar in de poeliersfamilie, waar ik als vijftienjarige hand-en spandiensten verrichtte tegen een zeer geringe betaling. Hard werken en die eclairs gingen aan mijn neus voorbij. Hooguit heb ik stiekem van de rand van het bordje een bepoedersuikerde vinger afgehaald en in mijn mond gestoken. Zalige zoetheid.

regen

‘Het leven is een tranendal’ vertelde men en ons werd geleerd om de tranen als parels te rijgen tot een eigen levenssnoer middels het optimisme dat onze moeder doorgaf, die altijd naar de lucht bleef kijken en daar de schoonheid vond. Ondanks dat er weinig te verdelen viel, was er altijd het suikerzoete als troost en verbinding. Drie of vier schepjes suiker in de thee en die weer met een koekje om een uur of drie.

hippie

Met de Wijze haalde ik de achterstand in. Snoepen was het. Onbekommerd en onbezorgd. Onwetend van alle E-nummers, kleurstoffen, boosaardige suikers. De wereld was jong, fris en onbezonnen. De wereld was vrede en bloemen en liefde. De wereld was dertigerjaren tweedehandsjes, geurige indiaspreien, Afghaanjassen en ban-de-bom-tekens. En wij waren het middelpunt van ons eigen universum, daar in Leiden drie-hoog. Zoete wereld. Eclairs, petit fours, de tompoucen van de Hema, een ‘High Tea’ avant la lettre en zonder de ‘tea’. Omdat het lekker was en omdat het kon.

De omslag kwam onvermijdelijk. Vrienden waren macro-bioten. Wat volgde was een ‘beeldenstorm’. Het kind werd aan stukken geslagen. Je hebt vóór en ná de bewustwording. Alles wat voor die tijd was, bestond niet meer. De vertaalslag werd gemaakt in gezond, en kilo’s, iets waar ik toch al behoorlijk mee worstelde en in ‘bewust leven.’ Wie er aan begon, raakte het niet meer kwijt. Of heette dat nou volwassen worden.

Geen repen meer van De Heer, geen zakken snoep, geen rumbonen of gevulde koeken. Daarna volgde een periode van geen worst meer van de Hema, geen biefstukje met boterjus om je brood in te dopen, maar gierst en gerst, aubergine, paprika, ui, tomaat en havermoutkoeken met honing, zelf gebakken brood  met tarwemeel. Later alleen nog de streekproducten. Het zoet werd uitgebannen behalve drop. Mijn zwakheid, en dan nog tot de auto beperkt. Alleen, achter het stuur, op lange afstanden wekt drop energie op, stilt de behoefte aan kauwen, houdt wakker  en soms proef ik nog het zoetige of zoutige dat er aankleeft.

IMG_3285

Onbezorgd is het nooit meer geweest en het lijkt wel of volwassenheid met de tijd steeds vroeger haar intrede doet. Er ligt een waas van onbezonnenheid over de jeugd, omdat ze hun wereld van vrede en liefde vast willen houden, omdat ze niet meegesleurd willen worden in een wereld waar het zwaard van Damocles boven hangt. Omdat ze zo graag nog even, net als vroeger veilig onder moeders vleugels, met de blote buik boven een riviertje wil hangen of krabben en dromen wil vangen achter de slikken en schorren, geulen en kreken. Dus tover je die onschuld terug met middelen die uiteenspatten in kleuren of energie geven voor dagen en nachten onwetendheid.

017

De wereld is een tranendal. Dat wist men vroeger al, toen ze opnieuw aan het opbouwen waren. Laten we weer parels rijgen.

 

 

Uncategorized

Een ring van betekenis

Gisteren huilde de dag. Twee onafhankelijke berichten van elkaar brachten de dood dichtbij met de onvermijdelijke herinneringen, die nu al een etmaal door het hoofd blijven zweven. Met beide heb ik een fractie van het leven opgewandeld om ze na een periode weer los te laten.

IMG_1657 De befaamde Zeeuwse rol

Herinnering: We zijn ons aan het voorbereiden voor een optreden in het Arnemuidens kostuum. Daarvoor moeten de haren op een Zeeuwse rol, die niet zoals gedacht van voor naar achter omgerold moet worden maar van achter ingerold naar voren.

IMG_1658

Het is worstelen met de wegglijdendde haren en een duwen en trekken en het wordt steeds hilarischer met als gevolg de slappe lach. Nog kan ik het me voor de geest halen, omdat het een moment was van oprechte lol, huilen van het lachen, schik om niks, maar samen.

IMG_1659

Even later staan we achter elkaar gezusterlijk de kap op te spelden. Vele handen maken een wonderschoon kostuum. Als we op de rij staan, staan wij tweeën achteraan het langst van de groep te zijn. Altijd, bij iedere choreografie, sluit ik de rij en sta je voor mij. Het schept een band.

Als er gezinnen in het spel komen, met kinderen en lucht voor mij een kostbaar iets wordt, verliezen we elkaar uit het oog. Ieder gaat haar eigen weg, tot nu. Het stopt voor jou, abrupt en onverwachts en dat brengt mij vandaag steeds weer terug naar de gedeelde momenten. Het  warme gevoel blijft.

IMG_1660 Een van de vele eindfeesten

Een tweede keer de opmerking niet te schrikken. Dan het bericht van een vader van twee van de kinderen van school destijds, die onverwacht is overleden. Twee kinderen betekent minstens acht jaar of langer samen oplopen, van het prilste begin, toen jullie de verlegen oudste de kring binnenschoven tot het warme omarmen bij het vertrek van  de jongste, die als beloftevolle komiek de school verliet. Alle kampen en feesten was je, als het even kon, erbij. Een muzikale noot, een keukendienst, de organisatie achter de schermen, trouw en bescheiden en zachte humor samen met vrouwlief als rots in de branding voor de jongens. En weer zijn er de herinneringen en zoeken naar foto’s die ik niet vind in de boeken, maar weet in de grote afgesloten bakken onder het bed;

Het wonderlijke is, dat ik je zag fietsen vorige week en al die tijd niet meer gezien had. Daar moest ik aan denken. Hoe werkt dat malle ‘zijn’ toch. Ik reed over de brug en jij kwam in vliegende vaart langs de Vaartsche Rijn. Je zag me niet. Het beeld was vertrouwd, iet of wat ouder, wat breder, maar onmiskenbaar jij.

 

Het is de leeftijd van afscheid, meer dan eens, maar ook de leeftijd van herinneringen aan mooie tijden en elkeen was het waard om in de gedachte te blijven door het gouden randje er omheen. Al die werelden van hobby en werk die in elkaar overliepen en soms versmolten. De perioden van kringloop, dans, theater, school, schilderen, tuinen, schrijven, wandelen. Tijden van samen of solo. Een mensenleven met raakvlakken en daar weer raakvlakken aan. De steen in het water, een ring van betekenis.

Uncategorized

Dat blijkt wel weer

Omdat ik de andere twee bestelde boeken nog niet ontvangen heb en nog niet weg wil uit de Middeleeuwen, want wat moet je anders op een stormachtige herfstdag midden in de zomer, ben ik vanochtend in het boek ‘Mariken’ van Peter van Gestel begonnen. Het is nu 10.21 uur, woensdagmorgen en het boek is in vier uur uitgelezen met rode oren en een prettige droom ertussen door.

Het is een plezierig inkijkje in een periode van de mensheid, dat op een totaal andere manier in elkaar stak. De Middeleeuwen waren eeuwen van tegenstellingen in de overtreffende trap: Arm en rijk, mooi en lelijk, vreugde en droevenis, honger en overvloed, leven en dood. In Mariken, geënt op Mariken van Nimweeghen, maar dan in haar jonge jaren-‘meer dan de vingers van de rechterhand, maar minder dan de volle linkerhand erbij’, worden we meegevoerd door een klein meisje, dat denkt alles te weten zolang ze veilig in het waanwoud woont met Archibald en de geit Sofie, nadat ze op een bed ganzeriken te vondeling was gelegd.

IMG_1655

Hoe het verder gaat mag natuurlijk een verrassing blijven, maar het is een heerlijk verhaal met alle ingrediënten. Spannend, luchtig, boertig en kluchtig. De middeleeuwen ten voeten uit. Met heks en de duvel en zijn ouwemoer, ratten, en monniken, gravinnen, wagenspelers en lomp volk vertelt Peter van Gestel het verhaal in de taal van nu, met vaart en veel humor. En passant sijpelen er waarheden en kleine filosofiën en zelfs existentiele vragen doorheen en prachtige dichterlijke regels. Een gravin die zegt: ‘Mijn ziel is een meisje met koude voeten’.  en ergens anders ‘De zon spiegelde in het water. Mariken liet zich op de zon in het water vallen. Hij spatte uit elkaar.’

Het kleine meisje Mariken is regelrecht mijn hart in gevlogen. Ook dankzij de prachtige tekeningen van Annemie Heymans boven elk hoofdstuk, die steevast beginnen met een proloog. Mariken is van oorsprong een Mirakelspel. Met zijn wagenspelers en hun verhalen buigt Peter van Gestel moraal en zondigheid om als in het boek van Archibald, de uitgetreden monnik: ‘Het leven is een klucht.’ En dat is het. een luchtige beschouwing van een leven zwaar als stroop.

IMG_1656

Die boodschap blijft hangen. Ik zie mijn neven die aan het verbouwen zijn bij mijn zus. Wit van het stof tussen weggebroken gipsblokken en openliggende leidingen zie ik de mogelijkheden en de ruimtes. ‘Blijven lachen mannen’, roep ik bij het weggaan. Aan dat moment moet ik denken als de liefde en het leven ten volle golft aan het eind van dit pareltje. Als je denkt alles te weten en nog niets vande realiteit weet, omdat je in een Waanwoud woont met een uitgetreden Monnik met witte voeten, het boek ‘De wereld is een klucht’ leest, de getekende platen kijkt van God en de duvel en er een geit is die aan je haren knabbelt en Sofie heet en toch met open vizier in het leven durft stappen.

Het kwam op mijn pad bij de strooptocht der kringlopen gisteren naar een tweedehands boek van De Doge-ring in Venetie van Thea Beckman. Een geluk bij een ongeluk. Waar een hiaat valt, vult het zich vanzelf. Dat blijkt wel weer.

 

Uncategorized

Om te schilderen

Dwars door de droom klinken diffuus de stemmen op dit vroege morgenuur. Een tenor en een bas. Ze zingen het lied van de stratenmakers. De bas bast met een bromtoon de antwoorden en de tenor schiet alleen in de hoogte verstaanbaar uit. Ja, ja, ja, ja. Hij begint elke zin met ja en vervolgt dan zijn pleidooi. Het onderwerp blijft hangen tussen de twee en bereikt mijn open venster niet. Ze zijn de stoep voor de flat aan het bestraten. Hebben hun outfit aangepast in verrassend oranje/wit en onderbouwen de werkzaamheden met vrolijke lichtgele kruiwagens en rollend materieel.

IMG_1641

De stoep zo weet ik, wordt ook geel, speels geel , om de wijk en het grijze beton op te fleuren. Al maandenlang is er reuring rond de flat, omdat het grasveld ernaast gebruikt wordt als laad-en losstation. Elke ochtend stipt om zeven uur breekt de dag aan met gekletter van stenen en stemmen.

Het peinzen over de Middeleeuwen resulteerde in een vondeling op de stoep van het zusterhuis van Nazareth. Vanmorgen begon ik te twijfelen. Ieder kind uit groep zeven en acht moet zich kunnen identificeren. Misschien is het kind dan geen jongen of meisje, maar een ‘Kleine’ om, al naar gelang, zelf gestalte te krijgen door de lezer.

IMG_1623

Omdat zoonlief met vrouw en kind langs zou komen, waren er eerst wat huishoudelijke klussen te verhapstukken. Galerij schuieren, een raam zemen, stofzuigen, keuken poetsen, wc kuisen, de was. Lang niet alles dus, maar voldoende om uit te rusten op de bank, vanwaar aan de overkant voor de boekenkast het doek voor zoonlief en het doek aan hetuitdagen waren. Het doek van de glorieuze Ajax-overwinning van 1995, vroeg om het logo en de witte strik. Zus had verzachtende trekken nodig.

 

Ik was net op tijd klaar toen de bel ging. Door het virus was deze jongste telg al een tijd niet meer hier binnen geweest. Hij was al een grote vent in de tussentijd.  Greetje kwam er aan te pas, de mensenpop die was geschonken door de kinderen en ouders van mijn groep tijdens een van de verjaardagen. Aandoenlijke Greetje, die levensecht hem kriebelde met haar ene hand en met haar borstelharen. De naam was haar gegeven door de kinderen van de groep. Bijzonder omdat het een ietwat ouderwetse naam was. Ze kon altijd rekenen op succes en werd bedolven onder liefkozende zachte beetjes met vier tanden.

IMG-1644

Spelletjes van ‘Mijn neus, jouw neus’ en de evergreen ‘Klap eens in je handjes’ zorgden voor haar eer en glorie en een vrolijke schaterlach. Pluis mocht haar rust zoeken op het balkon. Kleine kinderen zorgden er altijd voor dat ze alert en op haar qui vive was. Iets om tegen te blazen en niet anders.

Zo werden alle eindjes van de dag aan elkaar gebreid in grote afwisseling en toch met het gevoel bijna niets te hebben gedaan. Voor donderdag stond er een museumbezoek gepland met zuslief. We wilden naar Breitner en Israëls. Maar de tijdsloten gooiden roet in het eten. Nergens was er door te komen en tot september zat alles vol. Zo ook de zoektocht naar een alternatief. Heel Nederland wilde kunst snuiven, nu  het mondjesmaat werd toegediend. Hieruit blijkt wel hoe broodnodig het is voor inspiratie en om de schoonheid, om de verwondering en de betekenis, om de emoties die het losmaakt. We hebben het al te lang moeten ontberen. Plannen dan maar, maanden vooruitzien.

IMG-1647

Pluis wil niet aan de dag beginnen. Ze heeft met een poot haar ogen afgeschermd voor de dag. Even zou ik dat ook wel willen. Opgekruld als poes doen of het heden niet bestond. Wel een plaatje zo. Om te schilderen.

Uncategorized

Ontluikende fantasie

Was het er zaterdag niet van gekomen, dan moest het er gisteren toch aan geloven. Mijn warrige gras op de tuin mocht weer geschoren. De oude trouwe maaier uit mijn kleine schuurtje gehaald, de grote accu erin, want die kon de hele tuin aan. Het was er perfect weer voor. De zon speelde verstoppertje en zorgde voor een toonbeeld van blauw en wit met al die slagroomtoeven in de lucht. Wind joeg ze op en wiste de zweetdruppels van mijn hoofd.

De maaier speelde kat en muis met de wespen die om het gretigst over elkaar heen dolden om te kunnen snoepen van de afgevallen appeltjes onder de boom. Iedere  keer als de maaier er een verschalkte, zochten ze verward over deze verandering naar de verdwenen vrucht, om dan naar het volgende appeltje te vliegen en soms nijdasserig te zoemen om de maaier heen.

IMG_1601

Met een keurig gemaaid gazon lijkt de tuin ordentelijker en geeft een ‘opgeruimd staat netjes’ gevoel met nieuwe energie. Daarna is het dubbel en dwars genieten. De wespen hebben alweer wat nieuwe brokstukken appel in het gras ontdekt. Ze laten het schoteltje voos fruit aan de vlinders en de vliegen. Het leverkruid was opnieuw zwaar voorover komen hangen en ik duwde de halstarrige zware bloemen achter de wilgentakken waar ze een beetje het moede hoofd op konden laten rusten.

IMG_4740 De foto

In het atelier was het eindelijk niet te warm. Het grote witte doek stond me meesmuilend aan te kijken. De penselen daagden uit: ‘Waar wacht je nog op.’ De foto van het Museum Voorlinden met de reflectie van dochter in de waas van verdorde gerbera’s, achter glas, lag met ingehouden adem op mijn tafel. ‘Zou ze?’

Ze zou. Heerlijk om weer bezig te kunnen zijn in mijn eigen atelier met het uitzicht op tuin en weidse landschap achter de tuinen, met als muziek het gebrom van de vele hommels en gezoem van de bijen die zich te goed deden aan de nectar in de bloemkelken van de Springbalsemienen vlak voor de deur.

IMG_1611 Eerste laag.

Het begin is altijd weer spannend en dit doek was groot. Eerst maar eens de blauwe ondergrond, Ceruleum, Titaanwit en een vleugje Noir d’Yvoire, sterk verdund met het medium, doekje erbij. Tijd vliegt als je in het proces zit. De eerste laag was zeer geslaagd. Penseel goed schoon maken in het medium en voor het groene zeepbadje mocht ze mee naar huis. Om weer te aarden genoot ik van de wolkenpartijen boven de scheve appelboom van Vasalis, terwijl het lied van Annie.M.G.Schmidt door mijn hoofd neuriede. ‘Blauw, blauw, hemelsblauw…’ De natuur schildert haar eigen schoonheden.

IMG_1607   IMG_1619

Terug naar huis geniet ik langs de sloot nog intenser van die prachtige wolkenpartijen en wijs de dames schaap erop, terwijl ik er een liefdevol over haar chocoladekoppie aai. Ze boffen maar met zo’n uitzicht.

IMG_1617   IMG_1620

Als ik vandaag naar boven kijk zijn er alleen maar grijstinten te zien. Dan moest ik me  maar op de Middeleeuwen storten. Het omzeilen van de werkelijkheid in een fictief verhaal is makkelijk, maar als de non-fictie moet blijven staan, vergt de aanpak vele overpeinzingen. Het wemelt van de vernielzuchtige graven in dat oude stadje Geyn in de 14e en 15e eeuw, die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden en elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Landje-pik op hoog niveau.

Misschien moet een jonge geitenhoedster de rode draad zijn en een lieve non die elke avond na de vesper haar een waargebeurd verhaal vertelt. Laat het maar grijzen buiten. Het is de juiste bedding voor ontluikende fantasie.