Uncategorized

De maand waarin alles anders werd

Bij de actie Binnenkijken van Else Kramer komt de hele maand maart aan de orde. Ik turf niet. Als een mens turft duurt alles langer. Een ruwe inschatting kan ik maken, zo op gevoel zeg ik twee weken. Twee weken binnenblijven voor eigen bestwil. Een gevalletje: risicofactor op aannemelijke schaal. Hart en longen hebben al eens een hoofdrol gespeeld in mijn levenswandel.

IMG_3097 Soms bijna een berg te hoog

Ik plooi het leven om de kwaal en doorgaans gaat dat me goed af. Soms met wat vallen en opstaan, omdat  op de wandelingen de Utrechtse en de Veluwse heuvels aan de hoge kant zijn, maar doorgaans met een ijzerenheinigheid in een gestaag ritme. Bij deze dreiging is ratio en gezond verstand de beste leidraad. Er is een maand aan vast geplakt maar in mijn hoofd reken ik op eind juni, met de hoogst mogelijke voorzichtigheid.

Maart kenmerkte zich in een maand van uitersten. Het ziekenhuis lag nog open op mijn vrijwilligerspad. Halverwege de maand heb ik ze in de steek gelaten, zo voelde het. Eigenbelang als een addertje onder het gras, niets was minder waar. Het was omdat de kinderen aangaven nog even niet zonder te willen, het zekere voor het onzekere te kiezen en daarmee de kansen te vergroten ondanks het adagio ‘Als het mijn tijd is…’ Regeren is vooruitzien. De voorstellingen op scholen en in dorpszaaltjes begeleidde ik nog tot half maart. Maar ook daar kwamen hoestend in de elleboogplooien van hun truien het gevaar op sluipersvoeten dichterbij. Streep erdoor. Wat verder nog. Een enkele boodschap. Daarna volgde quarantaine voor eigen bestwil.

De maand Maart was van een vol sociaal leven teruggedraaid naar een stilgevallen tijdsbeleving. Dagen regen zich aaneen. Krant spellen, schrijven, pillen, douche, schilderen, Oma-journaal, eten koken, televisie of eventueel een Blacklist op Netflix voor de hoognodige spanning en sensatie. ’s Avonds een boek en de dagelijkse kruiswoordpuzzel uit de krant en eventueel ertussendoor nog een film als die zich aandiende.

Gisteren kreeg ik ineens de film van Petra en Peter Lataster onder ogen. ‘De kinderen van Juf Kiet’. Een docu over een juffrouw, die een groep met migrantenkinderen begeleidde. Veel over gehoord, maar nooit gezien. Verbaasd over haar afgemeten toon aan het begin, werd me weldra duidelijk dat dat een tweede doel diende. Met haar kinderen in de groep onderschreef het duidelijkheid. Ze bleef te goeder trouw in het begeleiden. Ook al toonden de beelden van de gebeurtenissen een ander verhaal, dan nog verpakte ze het in als vergissing of misverstand. Met liefde zorgde ze zo te allen tijde voor een trotser gevoel bij de veroorzaker en een aarzelend overpeinzen bij het slachtoffer. Geenszins werd die instabiele kindervrijheid beknot en ingedamd. ‘Geen trauma’s erbij, ze hebben er al genoeg’, sprak uit haar houding.

Schrijnend waren de kinderen die met hun trauma’s zichtbaar in afwerend gedrag, vermoeidheid en hoofdpijn bij haar binnen kwamen. In de tijdspanne van een uur sloeg mijn verbazing om in bewondering voor deze sociale invoelende juf Kiet, die op niveau van de kinderen ging zitten en vandaar uit te werk ging, waardoor het grote hart en de glans van haar handelen zich weerspiegelde in het gedrag van de kinderen. Parels van dit stilgevallen leven en de vraag rees, wat deze maand voor die kinderen zou betekenen.

29f6695d-0cf4-4e92-ab58-1ec1b2bd8fde

Dochterlief kwam ’s morgens gezellig op de koffie. Ze had van te voren gebeld. Even zonder de kinderen bijkletsen. Lafenis voor haar en afwisseling voor mij. Ik had een tafel en stoel voor het raam gezet. Een thermoskan koffie en een kop op de tafel. Zachte kussentjes in de stoel. Het werd een genoeglijk uurtje. Hilarisch, schrijnend en liefdevol, met verhalen uit het buitenleven, voorvalletjes, gedachten, twijfels, liefde. Ze bracht hernieuwde energie.

bc9a0035-de8c-4906-be3b-7ecb17913bec

De maand maart , de maand van de tegenstellingen. De maand waarin alles anders werd.

 

Uncategorized

Het hoogste goed

Vorige week keek ik, terwijl de avonden lengden en de ochtenden in diepe rust verbleven, naar de tv documentaire ‘The Bastard’ over een jongen, Daniël, uit Adis Abeba, die op zoek ging naar zijn  Friese vader. Een groter denkbaar verschil is welhaast niet mogelijk. Allereerst waren de Europese trekken bij de man onmiskenbaar vertegenwoordigd. Het was niet moeilijk voor te stellen, dat behalve de kleur van zijn huid, ook zijn hele uiterlijk aanlieding was tot pestgedrag van zijn leeftijdgenoten. Hij was een bastaard. Hij hoorde nergens bij. Het bracht hem een moeizame levenswandel.

 

De vader leek  een afstandelijk man, die zijn gevoel heel diep weg had gestopt en op alle fronten ontkende en zweeg. Dubbel moeilijk was het voor de broer van de jongen, die hem liefdevol had omarmd en in huis gehaald. Bij de Afrikaan sluimerde zijn Afrikaanse adat en het werd meer en meer leidraad voor hun verhouding. Natuurlijk moest de jongste de credits geven aan de oudste. Onbegrip waarom dit achterwege bleef. Kenmerkend voor beide partijen was de vasthoudendheid, waarmee ze zich op het probleem hadden gestort. Er kwam een DNA-test en er lag daarna bewijs op tafel, die de ontkenning zinloos maakte.Toen brak de vader en ontvouwde zijn eigen jeugd. De geschiedenis had zich schrijnend en in volle hevigheid herhaald. ‘Wij kenden de zelfde pijn’, wist de Ethiopiër tenslotte. Daarin werd meer verbinding gevonden dan ooit mogelijk was geweest.

Ik was er van onder de indruk. Met programma’s als opsporing verzocht zijn we wel wat gewend tegenwoordig, maar dit ging dieper, schuurde langs alle grenzen heen. Juist omdat de vader zo hevig en eerlijk er inging. Eerst glashard ontkende, om daarna weer te erkennen. De mens in al zijn facetten. Daarnaast werd eens te meer duidelijk wat een verschil in cultuur de obstakels in een relatie kunnen vergroten. De broer die niets liever wilde dan zijn halfbroer opnemen in diens gezin, maar tegen de cultuurbepaalde rolverdeling aanliep en iets dergelijks niet kon bevatten. Hij stond immers open voor het sociale contact.

250 Een van de aangename verschillen

Ooit heb ik geprobeerd om van twee culturen een eigen cultuur te smeden, maar het kwam niet uit de verf. Op grond van gelijkheid, vrijheid, en vertrouwen was het nog maar een kwestie van tijd om te wachten op het grote onbegrip. Dat moment kwam er in volle hevigheid. Niets is moeilijker dan de liefde uit te laten stijgen boven vermeende gewoonten en gebruiken. Rituelen, die een enorme meerwaarde krijgen en de draad vormen voor een bestaan. Mijn ideaalbeeld was een grenzeloos samenzijn. Dat wenste ik mezelf toe en de hele wereld. Het duurde even voordat ik door kreeg, waar tolerantie op zou moeten haken. Op de souplesse waarop beide partijen er mee om bleven gaan. Rekbaarheid en veerkracht bleek iets wat van twee kanten noodzakelijk was.

De vader beaamde, aan het eind van de rit, dat het hem speet en dat hij zijn vader was. Dat was dat éne woord waar Daniël genoeg aan had. Verder had hij niets meer nodig. Zijn vader, een man die dezelfde pijn deelde als de zoon. Daarmee was alles gezegd.

Daniël hield aan het eind een monoloog.‘Ik heb zijn bloed, ik heb zijn aard, ik heb zijn botten, ik maak deel van hem uit, ik weet het. Dat is de menselijke aard, ik begrijp hem(…)ik weet dat hij me begrijpt, en ik snap het met één woord’. De vader had veertig jaar lang geleden onder zijn eigen ontkenning, totdat hij het toegaf. Dat éne woord vergezeld van een welgemeend ‘Sorry’.  Dat gaf hij hem tenslotte. ‘Daniël ik ben je vader’. Daarna was het goed. Geen rancune meer, geen verwachtingen, maar weten dat het voldoende was. De erkenning van zijn bestaan. Het hoogste goed.

 

Uncategorized

Hoe klein groots kan zijn

Voor het eerst is er schommelende stilte, nu het leven is stilgevallen en thuis blijven de enige optie is.. Ik zoek de schaduwen uit de opdracht van Else Kramer, die ons uitdaagt met het fototoestel op avontuur te gaan in eigen huis. Ik denk aan de vele schimmenspelen, die ik de kinderen op school heb laten spelen. Laken aan de lamp geknoopt in de kring, dia-apparaat erachter, kinderen met hun zelfgemaakte stokpoppen en stokmonsters erbij en klaar is Kees. De voorstelling kon beginnen. Of een laken spannen in de open wanddeuren van de entree van de groep, wij ervoor, acteurs erachter en daar gingen ze. Een simpel lied van opa Bakkebaard. Ieder beeldt een handeling uit. Hij veegt de vloer, hij stoft de kast, hij zeemt het raam. Opa Bakkebaard houdt van proper. Ze zijn allemaal laaiend enthousiast. Schimmenspel is er met name, om de meest schuchtere kinderen onder ons te laten opbloeien. Ze zien me niet en ze zien me wel. Een ware toverformule.

IMGP2403-001 Het concept om verlegenheid te overwinnen, nog vaak gebruikt.

Dat herinnert me aan een frêle meisje in een van mijn eerste jaren voor de groep. Ze was geestelijk zo breekbaar als ze eruit zag. Bij het minste of geringste klapte ze dicht. Waar anderen stonden te trappelen om wat te vertellen in de kring, hield zij haar lippen stijf op elkaar, laat staan optreden op het podium bij de weeksluiting. En ik wist, hier moest gekieteld worden. We verzonnen een televisieoptreden. Van een grote kartonnen doos werd een televisie gemaakt en zo, dat degene die de omroeper zou spelen, erachter kon liggen en met een handpop de aankondiging zou doen. Ik keek de kring vragend rond. Wie diende zich aan op moment suprême. Een schuchter stemmetje. Dat wilde ze wel eens proberen. Het werd een grandioos optreden, niet op de laatste plaats omdat hier dijken zo hoog als huizen werden geslecht. Overwinnen en zegevieren. Vanaf dat moment brokkelde ‘Verlegenheid’ in stukjes en beetjes af.

Mijn eerste kennismaking met het schimmenspel waren de handen op de muur bij de schemerlamp. Grote grillige monsters met opengesperde bekken, die woest met mijn broers stemmen brulden. ‘We komen je opeten’, whaaaa’. We griezelden heerlijk mee. Toen ik voor het eerst de verteller Indra Kamadjodjo op televisie zag, zoog hij me rechtstreeks de wereld in van Gamelan en illusie. Daar ontspon zich de geheimzinnige, voor een klein kind, mysterieuze wereld van de verre Oriënt. Ik weet niet meer of ik de geuren van Batik en Djati-hout toen al kon ruiken of dat ik die later onder de herinnering heb geplakt. Zijn kostuum ademde de sfeer van het rijke indonesie, batik en wajang golek en goud op snee.

Op 15.04 kom je Indra tegen

Hij droeg met zijn dunne ijle stem de verhalen voor van het kleine bescheiden hertje Kantjil of Kancil. Zijn sierlijke handen met de extreem lange en exotische duimnagel gaven het dier haar breekbare verschijning in het licht van de lamp. Op de muur verscheen het kleine dwerghert en maakte de meest spannende avonturen mee, waarbij Indra niet schroomde om er zelf een flinke dosis theater in te stoppen, als hij zijn hoofd met subtiele knikjes liet wiebelen. Ademloos heb ik gekeken en het voor eeuwig in mijn geheugen geprent.

IMG-8730

Dit kon je dus doen met beelden. Fantasie opwekken en mensen laten reizen over de grenzen heen. Vanaf dat moment had ik mijn hart verpand aan alles wat met die geheimzinnige sfeer van het verre oosten te maken had. Multatuli en Couperus volgden later in de voetsporen van de kleine Kantjil. En mijn eerste verliefdheid betrof iemand die in 1952 geëmigreerd was naar Nederland. Dat kon allemaal op het conto geschreven worden van de dappere kleine kantjil, die met haar ranke gestalte de sluwe tijger en de boosaardige krokodil te slim af was in haar geheimzinnige spel der schaduwen. Hoe klein groots kan zijn.

Uncategorized

Tot in de wolken is het feest

Vannacht voor het eerst sinds lang een piekernacht gehad. Een zinnetje tolde maar door mijn hoofd met daarachter wat visioenen van doemscenario’s en stevige existentiële vragen. Grenzen stellen doen we allemaal. Rigoureuze grenzen ook. Een paar in mijn leven en misschien wel op één hand te tellen. Gelukkig heb ik bijna nooit een beslising hoeven maken op de grens van leven en dood. Ooit, als plaatsvervangend nachthoofd op de IC van Neurochirurgie, was dat een keer bijna het geval. Ik vond het doodeng. Wikte en woog telkens weer alle mogelijkheden af, vinkte aan, streepte weg. ’s Nachts lijken de belangen anders, worden normale vragen een dilemma, is er nauwelijks overleg mogelijk.

Gisteren op een van de vele praatprogramma’s over de huidige situatie kwam de vraag nog meer helder voorbij, dan de laatste dagen. We moeten keuzes maken vooraf. Beslissen vooraf. Bij de huisarts, als er nog nergens sprake van is, maar het ‘What if’ een groot beroep doet op het voorstellingsvermogen en de beelden laat afrollen voor de ogen.

Doemscenario voor een argeloze burger. Het kwam door een verhaal van de arts, die vertelde dat hij de keuze moest maken voor een vitale tachtiger, die opgetogen vertelde, dat hij nog drumde in een rockband. Hier werden kansen afgewogen en de opgelopen aandoeningen ooit en ergens, ook al stonden ze tot nu toe niemand in de weg, zouden een groot obstakel zijn. Weken aan de beademing is alleen weggelegd voor de allersterksten. De ultieme test. Wie een beetje kwaal onder de leden heeft, valt daar al gauw buiten. Dat dus, stof tot denken.

Buiten waait het hard. Nu langs de zee lopen en de muizenissen meegeven aan de wind. Ik ben al een paar weken binnen en het verlangen is groot. Gewoon troostrijk uitwaaien, omdat de kans op het virus klein is, maar dat ene kiertje er wel is. Flinters onrust meegeven aan de natuur, laten uitwaaien over de velden, de stranden het eindeloze water, zodat ze oplossen in mogelijkheden, hernieuwde energie. ‘Hou vol, hou vast’ zong Blof. Dat dus, al wil het hart anders.

IMG_8686

De natuur trekt zich niets aan van de veranderingen. De kauwrjes boven mijn hoofd vliegen af en aan. Ze maken met veel gekrakeel hun nest in de goot klaar als ontvangstkamer. Soms kletsen ze vergenoegd met elkaar. Misschien wel hoe blij ze zijn, dat het bijna af is. Dat hij niet wachten kan op het nieuwe leven. Dat zij vol verwachting haar kauwenhart laat kloppen. Pril geluk op nog geen twee meter afstand. Dicht bij de hemel. Er drijven grote witte wolken over, een koeienkop, de bek van een dino, een wolf, een dikke teddybeer en heel even ben ik het kleine meisje dat ligt in het gras, met de fantasie aan, die een sprookjeswereld  voorbij ziet trekken. Zorgeloos, achteloos, onbekommerd leven van lang geleden.

Vandaag is kleindochter jarig. Ze wordt één jaar. Een mijlpaal. ‘Een plus een is twee’, zei mijn moeder te pas en te onpas als ze twee ongerijmdheden aan elkaar moest smeden. Natuurlijk. Een plus een is twee. De rekensom is gauw gemaakt, de wereld die er achter ligt, verdrijft voor dit moment de muizenissen. We gaan feest vieren met kilometers ertussen. Gisteren feliciteerde ik een oud leerling op FB en die zei: ‘Als je nou een liedje zingt van hier tot aan de hemel, zodat alle opa’s en oma’s dat zouden horen op hun wolk of hun ster, dan hoor ik het ook misschien’. Met een zwaai had hij me terug gehaald naar het verjaardagsritueel in de groep. Zo hard zingen, dat het door de hele school heen schetterde. Dat deden we bij iedere verjaardag met groot succes. Vooral als ze kwamen kijken, wat er aan de hand was. ‘Het is feest in de Apen’, later ‘Het is feest in de Eekhoorns’. En nu: ‘Het is feest in de familie, dat kun je zo wel horen, feest in de familie want M. die verjaart, stop nu maar watjes in je oren, want het gaat met een hoop lawaai gepaard. Tararaboemching, boem ching, ratatatata, daa da ta…’

We vieren het met verve, straks, met een virtueel samenzijn. Tot in de wolken is het feest.

Uncategorized

Een betoverende wereld vol empathie

De oudste kleinzoon is jarig. De dag dat hij geboren werd in Ermont, 20 km ten Noordwesten van Parijs, was de afstand groot. Vijf uur lang voerde ik Truus, de voorganger van de kleine blauwe Prins, op bij het horen over de opname, tot ze stomend tot stilstand kwam op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Net op tijd om bij terugkeer van de O.K. dochterlief in de armen te kunnen sluiten en tranen te plengen en te mengen om de komst van deze eerste telg van het nageslacht. Voor de eerste keer werd ze moeder en ik voor de eerste keer Oma. Wat een bijzonder en speciaal gevoel.

IMG_1277

Het bracht me terug naar het oude Antonius aan de Jan van Scorelstraat  in Utrecht, waar in 1980 deze dochter na een heftige stuitbevalling het levenslicht zag en ik in de armen van mijn moeder uit mocht huilen. Ook hier mengden onze tranen zich. Moeders en dochters, het schept een innige en sterke band. Woordeloos weten we van elkaar wat we hebben doorgemaakt. Daarbij weet de moeder wat nog komen gaat aan lief en leed, groot en klein geluk, grote en minder grote zorgen, heel het leven. Nooit had ik bedacht, toen ze terugkwam naar Nederland met haar gezin, dat de afstand groter kon zijn dan toen.

De crisis, deze vreemde werkelijkheid, schept een afstand die onmetelijk veel groter is dan ooit. Innerlijk brengt ze hem echter meer dichtbij dan bij fysieke benadering. Over en weer zenden we signalen uit van de liefde die sluimerend onder het oppervlak ligt. Het hart is voortdurend daar, waar we niet kunnen zijn. Ieder moment van de dag denken we aan het kind, dat hard op weg is om zijn kinderjaren achter zich te laten. De eerste schreden op het pad van de dubbele cijfers. Een ‘teenager’ zeiden ze vroeger. Het allerprilste begin van de jaren van het grote los weken, de zelfstandigheid, de eigen keuze. Tiener heet het synoniem voor dit verouderde woord dat aan petticoat en sokjes refereert. Bakvis geeft een andere betekenis. Bakvis slaat in dit geval de plank helemaal mis. Het vindt zijn oorsprong in de Duitse taal. De Backfisch, hij is te klein voor tafellaken en te groot voor servet, zit er precies tussenin. De vis kon niet teruggegooid worden in zee, bakken was al wat restte.

BQIH2886

Zuslief brengt met haar gezin de taart van ons allen en het cadeau naar hem. Aan de overkant steekt zijn neefje het spandoek met de felicitaties omhoog. Hartverwarmend in alle opzichten. Zo krijgt de dag haar bijzondere tint.

De krant van vandaag staat vol met lijden. De schrijnende verhalen om ons heen. Ook in dit verdriet is de afstand te groot. We zijn pardoes in een surrealistische wereld beland, waar niets is wat het lijkt. Ooit stuurde vriendinlief me een fragment uit de fim van een jongetje, dat de zee oppakte en daar alle lelijkheid onder veegde met een grote zwieper. Dat zou ik willen. Zo’n punt van de zee, als een reuze tapijt om alle ellende eronder te vegen, te beginnen met de omstandigheden die nog erbarmelijker zijn dan de onze. Voor de vluchtelingen die geen kant op kunnen, voor de armen die gevangen zitten, hutje op mutje, in hun krottenwijken, voor de landen waar slechts twee ziekenhuisbedden per stad zijn.

 

Herman van Veen zong ooit: Als ik kon toveren. Bach liet Petrus vol smart smeken en raakte aan de emoties, die ook nu hoog oplaaien bij ieder die het ondraaglijke leed van dichtbij meemaakt. Muziek als vertroosting. Ik wens beide. Bach én van Veen, met daar doorheen mijn gedachten aan het kind, alle kinderen, die jarig zijn of jarig worden en nog een heel leven voor zich hebben. Een betoverende wereld vol empathie.

 

 

 

Uncategorized

Een onhoorbaar lied van geluk

Een bericht komt langs. Liesbeth List (78) overleden. Weer een stukje verleden, dat alleen nog maar een herinnering zal zijn. Alhoewel. De frêle vuurtorenwachtersdochter was al drie jaar buiten beeld. Haar laatste optreden was met een nummer van Edith Piaff. ‘Non je ne regrette rien’. Het leven was respectabel van lengte, 78 jaar lief en leed om er geen spijt van te hebben. Piaff werd 48, met een leven dat grillig verliep. Ik ken La List niet voldoende om daar over te oordelen.

IMG_8695

Ik mijmer naar de jaren zestig. Mijn eerste kennismaking met haar liedjes. We waren vijftien of daaromtrent en reden in een rode Deux Chevaux naar een klein dorp in Friesland, onder de rook van Heereveen. We zongen cabareteske liedjes onderweg. De hele Jaap Fischerbijbel kwam voorbij, Jasperina de jong, Adèle Bloemendaal. Teksten met een vleugje ondeugd, een flinter maatschappelijke ongehoorzaamheid. We waren jong en onderzoekend. Welke wereld lag er open voor twijfelachtige pubers, die voor het eerst, onder moeders vleugels uit, hun eigen territorium verkenden.

Dat bleek een kampeerboerderij te zijn van een gemoedelijke Mem met een benzinestationnetje voor de deur. Slapen in de koeienstal. De meisjes op de deel en de jongens op zolder, strikt gescheiden. De volksdansjuf als begeleiding. Het waren regels, waardoor  mijn ouders me los konden laten. De vrijheid gaf ongekende mogelijkheden en een dosis aan verlangens, die vrijuit konden waaieren boven de ondergaande zon op het slootje naast het erf.

Daar hoorde ik, met gitaargetokkel als begeleiding voor het eerst een lied van Liesbeth List. Zoals we daar zaten was dat, wat ze bezong:

Het weiland wacht geurig op ’t kleurig gebeuren
De zon gaat nu onder, mijn hart
Telt de slagen van torens van ver
Ik vraag aan de sterren: bescherm ons geluk deze nacht.

Dit zijn de uren die stilstaan en duren
Als jij en ik liggen in sluiers van bloemen.
De nachtwind spint maanlicht
En speelt op de snaren ’t onhoorbare lied van ’t geluk.

IMG_8696

Er was geen kwestie van jij en ik, maar wel van het verlangen ernaar. Er waren vier Friese alternatieve kandidaten met maxi-jassen en lange haren, gekke petten en hoeden en een ondeugende wereldverkennende blik in hun ogen. Heel veel vrienden van het thuisfront met een ontvankelijke blik, wat oudere broers en zussen van deze en gene. Er heerste een ongedwongen en grenzeloze sfeer, maar…de grenzen van Mem waren heilig. Jongens op zolder en meisjes op de deel. IJsjes voor het slapen gaan en geen uitbraken naar de enige kroeg die het dorp rijk was. Dat kwam later pas. Bij een tweede en een derde, een vijfde vakantie, toen wijn en bier een grotere rol gingen spelen.

IMG_8697

Daar beheerde Ibbeltje de tap. Ze was onze tweede goedlachse moeder, maar wel veel meer berekenend naar eigen omzet toe. Na iedere escapade slopen we giechelend weer terug, jongens nog even op de deel, met elkaar een laatste shaggie boven een oud conservenblik, alvorens ze naar boven kropen.

IMG_8693

Het hele Nederlandse repertoire met een beetje diepgang vond er gretig aftrek. We hielden kampvuren en zongen samen, onder begeleiding van de voorhanden zijnde instrumenten. Gitaar, blokfluit, mondharmonica. De Friezen veel meer rock en roll, dan wij, onbevangen romantische nitwits met de eerste schreden op het levenspad. Liesbeth List heb ik nooit zoveel meerwaarde toegekend dan in die dagen.

IMG_8692

Later volgde ik haar escapades, Shaffy, het Chanson, Piaff, vanaf de zijlijn. Ze bleef echter altijd symbool voor die veelbelovende vorming daar in het Friese kleine dorp, met het kleine leven en het grootse ontwaken. De polywoods en BM-ers, met de tanige kleine Mem, met de grappen en de grollen en met het eerste liefdesverdriet. Dat zijn de credits van een artiest die de emotie in beweging weet te brengen.

Ze verborg haar eigen gevoel en haar privé-leven goed afgeschermd achter het harnas van de eeuwige jeugd. Helm van haren en masker van make-up. Maar wie goed keek, zag in haar ogen de beroering, bij elk zorgvuldig gekozen lied van haar repertoire. De uren staan stil, maar ze zingt voort. Een onhoorbaar lied van geluk.

Uncategorized

Het hoogste lied

Lang leve het fototoestel, dat toevallig bij de hand lag. Vogel in de boom. Met mijn wazige blik, de varifocus op meer dan een armlengte afstand buiten bereik, zie ik het heen en weer hippen van tak tot tak.  Qua afmetingen groter dan een koolmees en kleiner dan een merel, dacht ik. Dat komt niet zo heel vaak voor. De winterkoning is een stuk kleiner, evenals de boomklever, die er ook wel te zien zijn. Met de lens haal ik het beeld dichterbij. Bij het invoeren in de PC blijkt het toch een koolmees te zijn. Waar zou een mens zijn zonder de bril.

100_6049

Gisteren was het opeens genoeg. Te lang had ik mijn solitude gevoegd naar de stilzwijgende eis van het vermaledijde virus. Wat nou, minimaal contact met alles en iedereen in de buitenwereld. Make-up op de bleke toet en virtueel gaan. ‘PPPPPPinggggggg. Hier is het Oma-journaal, met een lied voor de allerkleinsten, een spannend verhaal voor de oudsten en een lief lied voor allemaal pppppingggggg.’ Een lumineus idee, dacht ik. Straks zijn er twee van de zes jarig. Ik moet ze toch uitleggen waarom we het niet vieren, maar er wel met hart en ziel bij zijn. Dus ontsproot uit mijn overvolle brein met ideeën en ingevingen het verhaal van Addertje onder het gras, Virus en Bepperd de Bofferd. De laatste is al ingevoerd op papier, maar zal vandaag voor het voetvolk verschijnen, tekeningetje incluis. Bepperd de bofferd bestaat namelijk. Ik heb haar ooit uit de klauwen van de vergruismachine gered. Ze lag te zieltogen in een bak met mislukt keramiek bij een kunstenaar in Wadenooijen.Ik meen sindsdien een kleine glimlach op haar snoet te zien, want vanaf dat moment staat ze hier in huis te pronken op een kleine ereplaats.

In ieder geval werd ze een van de hoofdpersonen van de optimistische aanpak voor het argeloze ‘Virus’,  Deze was, op aanspraak van het sluwe ‘Addertje onder het gras’ aan een plagerij begonnen, die haar weerga niet zou kennen, met als hoofddoel: De arme kinderen te verlossen van hun Moet-Maatschappij. Daar zijn andere wegen voor, had Bepperd de Bofferd zich bedacht en zeker niet die, die de nare slang wilde nemen. Hoe het af zal lopen is ongewis, maar de afleveringen van dit nieuwe Oma-Journaal zullen het leren.  De aflevering van gisteren werd met veel enthousiasme door de kleinzonen ontvangen: ‘Oma, wat een leuk journaal. Wil je het morgen ook weer doen, dan lijkt het wel een echt journaal’ laat de middelste via de audio weten. Kijk, dat zet zoden aan de dijk.

IMG-8666

Vanmorgen ‘oppepper-post’ door de bus. Een schilderij van derde kleinzoon en twee zaterdagbijlagen van een andere krant dan de mijne. Heerlijk leesvoer. Plus, als bonus, een alleschattigst kaartje van een lieve vriendin en vriend, om te laten weten dat ze aan me denken. Dat schenkt de burger moed. Verder heb ik een deadline vandaag. Een opdracht van zuslief voor een tekening bij een E-learningprogramma. Daar zal ik straks, na het tweede journaal, voor gaan zitten. Het is heerlijk om met allerlei andere bezigheden  gedachten te misleiden. Er is altijd meer in de wereld, dan de situatie waar we in ondergedompeld zijn. Angst smoren we in aanpassingen en goed gedrag, maar daarnaast slijpen we onze creatieve geest, om te ontsnappen aan de mogelijke impact ervan.

IMG-8662

Notourious B.I.G. vordert gestaag. Iedere dag een tandje meer. In dit geval rits-tandjes. Straks de puntjes op de -i- en met een goedgevulde dag in de pocket zong ’s avonds mijn vogeltje het hoogste lied.

IMG-8663

 

Uncategorized

Zo kom ik nooit aan werken toe

Puzzel uit de krant opgelost. Nou, dat wil zeggen, dat deed grotendeels het woordenboek voor mij. Het is een nieuwe puzzelsamensteller, dus moet ik doorgronden hoe de man en de gemiddelde puzzelaar denkt. Ik waaier namelijk alle kanten op en kan dan niet focussen op het juiste woord. Eenmaal een paar aanknopingspunten en dan gaat het wel weer. Dat geldt eigenlijk voor het hele leven.

Die kleine schreden op je pad, die vooruit denken en die je nodig hebt om verder te kunnen, zeker in tijden van veranderende situaties. Met het thuiszitten is dat mijn grootste uitdaging geworden. Hoe er een zinvolle dagbesteding van te maken zonder in de lethargie te verzanden. Herhalen mag, want als iets voldoening schenkt, waarom dan niet nog een keer die geneugten proeven.

IMG_8621   IMG-8651 (2)     IMG-8646

Er komen veel revivals langs. Uitdagingen waaraan makkelijk te voldoen valt en die je zo groot kunt maken, als de ruimte het toelaat. Karen Abend heeft een Sketch Revival 2020 gestart en ik ben nu bij dag drie. De opdracht moet nog komen, want er is een tijdsverschil, maar drie opdrachten heb ik op geheel eigen wijze uitgevoerd. Eigenlijk zijn het er vijf, maar twee heb ik los gelaten. Niet vanwege de moeilijkheidsgraad, maar omdat het soms net iets te zweverig was of niet noodzakelijk. De tekeningen zijn de zoete voldoening. Andere technieken, nieuwe eye-openers.

IMG-8640  IMG-8642

Daartussen door de Appeltaart van een kant en klaar merk voor de luie keukenprinses. Haren op zolder, ingrediënten bij de hand en gaan met die appels. Alles had ik in kannen en kruiken toen ik ontdekte dat de springvorm de kuierlatten had genomen. OOps. Een nieuwe uitdaging, wat nu. Er was wel een chiffon cakevorm waaruit ik  vroeger ooit eens een probeersel van de kue pandan had gebeiteld. Met die beelden voor ogen werd de zorgvuldigheid extra geprikkeld. Er werd geen stukje blik overgeslagen met invetten. Vakkundig bestuiven gebeurde ook met nostalgie, toen de bloem zich langs de wanden liet schuiven. Het ritme van het kloppen vrolijkte de keuken op.  Op de achtergrond zong, de gisteren herontdekte, Zjef Vanuytsel zijn zoetgevooisde liedjes van heimwee en dwaalde ik met hem mee door de verlaten straten van een gemiddelde stad op zoek naar ‘Ik weet niet wat’.

Met kunst en vliegwerk kreeg ik het stugge appeltaartendeeg erin. De hoeveelheid was namelijk voor een kaboutervorm vergeleken bij de reusachtige chiffon. Geen kant-en klaar-pakken meer in het vervolg, maar eigen baas in eigen keuken, neem ik me voor.

IMG-8643  IMG-8644

Het eindresultaat zag er toch ambachtelijk uit toen het de oven in geschoven kon worden. Bij het maken van ingenieuze baksels was geduld vereiste nummer een. Dat zei men vroeger. ‘Geduld is een schone zaak en de liefde ook’. Haast bestaat niet. Dat is waarom bakken en ambachtelijk koken geliefde items zijn bij zeeën van tijd. Die zee kabbelde voort en terwijl de geur het hele huis doortrok, waren er de visioenen van taartenwedstrijden met vrienden aan de lange feestelijke tafels met de mooiste exemplaren van ooit en lang geleden. Er was een prijs voor schoonheid en een prijs voor smaak, maar bovenal een prijs voor originaliteit. Er waren vrienden bij die millimeterwerk leverden.

Ik kwam uit een groot gezin. Mijn recepten van cake en appeltaart waren afgestemd op de drukke bezigheden van mijn moeder met de was en bleek, de dagelijkse pot en vooruit, bij feest en hoogtij, iets lekkers. Recht toe, recht aan. Gelijke hoeveelheden boter, suiker, meel, vier eieren en een snufje zout voor de cake. Het simpelste bloem-en-boterrecept voor appelen met kaneel en suiker. Een ei voor de glans. Er kwam geen mespunt aan te pas. Snufje hier, snufje daar en alles uit de losse pols.

Heerlijke baksels van mijn moeder en ongeëvenaarde soep, vers getrokken, met de foelie als geheim wapen. Wellicht iets voor vandaag. Zo kom ik nooit aan werken toe.

Uncategorized

Daar doe je het toch voor

Vier eksters zijn druk in de weer om territorium af te baken in de Es voor mijn raam. Er is slechts plaats voor twee, lijkt het. Met man en macht bestrijden ze elkaar, gaan achter de anderen aan. Iedereen vliegt op, de snelste weer neer. Het is al een tijdje aan de gang. Ben benieuwd wie er winnen zal. Ondertussen zijn de kauwen te druk met hun nest in de dakgoot, om op de indringers te letten. Een van hen vliegt met takken half zo groot op en neer. Ze zwenken en zwoegen. Te druk met de voorbereidingen van het nieuwe leven. De zon zet de wereld in kleur, maar de krant brengt de achterkant van dat gelijk.

Druk app-en-bep verkeer met al die vrije tijd om handen. Voor de bananencake ging ik gisteren op zoek naar mijn handmixer. Voordat ik er aan beginnen kan, slecht ik de kast waar een hele tijd lang niemand meer iets te zoeken had. Oude puddingvormen, een koffiezetapparaat, schalen die uit de gratie zijn of te gebruiken voor hoogtijdagen, wonderlijke nostalgische herinneringen diep weggestopt op de bodem van de kast.

IMG-8598

Mijn oog viel op een oude keukenmachine die ik, zeker al zo lang ik hier woon, niet meer in gebruik had gehad. Ze stamde uit 1978 en ik kreeg het bij mijn eerste lidmaatschap, van wat toen nog ECI heette. De Nederlandse boekenclub, waarvan ik de producten, in afgezwakte vorm, onder anderen in mijn drie wandboekenkasten herberg. De Oude mocht er ook een, omdat ik hem gestrikt had als lid.

Ze bleek vergeeld en stoffig. Poetslap, Maarten van Roozendaal op spotify en de ingrediënten voor de bananencake beloftevol op het aanrecht, zonnetje erover en daar kwam een hernieuwde energie terug. Tegelijk voerde ze me naar de jaren in de vroegere huizen elders in de stad, waar ik altijd aan het bakken was, toen de kinderen en ik nog over zeeën van tijd beschikten en we alleen maar over goed te bestrijden virussen beschikten. Mazelen, Rode Hond en de zesde, zevende of achtste virusziekte met rode vlekjes op de huid.

Ergens moest ik ook nog cakevormen hebben. Ze werden opgeduikeld uit de fornuislade. Ach kijk nou zo schattig. De nootmuskaatrasp van mijn moeder. Dof metaal, zoals de herinnering. Met een sopje kregen ze beide iets van de oude glans terug. Mijn moeder boven de schaal met rauwe gehakt, waar net de vier fijn geschuurde beschuiten en de eieren doorheen waren gekneed en de foelie, peper en het zout nu werden aangevuld met de poederwitte noot in mijn moeders handen, raspend langs het metaal.

Zo schaaft de tijd langs de beelden in mijn hoofd. Van vroeger naar nu, naar net, naar straks.

IMG-8600

Mijn trouwe keukenmeid stond nu schoon te wachten. Ze krijgt dadelijk waar ze temend om vraagt. Boter, eieren, bananen blauwe bessen en een snufje liefde. Een beetje van mij en een beetje van Koopmans. Daarna zong ze als een zonnetje de keuken in. Het werkte. Alles deed het nog gewoon. Het gebutste cakeblik blonk in zijn herstelde trots. Hij mocht weer. Naast het bananenmengsel stond al een belofte voor de appeltaart van ooit. Zeeën van tijd vragen om een creatieve invulling met voldoende afwisseling. Huiselijkheid ten top.

RYER9565 Bananen-Blauwe/bessen-Cake

Cake kwam prachtig uit de oven.

De geur van ‘pas gebakken’ bracht nog veel meer nostalgie, begeleidt door Zjef Vanuytsel, voor het eerst sinds lang weer in de afspeellijst. Zoonlief kwam op die verleidelijke luchtstroom naar beneden. Hij proefde de eerste plak en knikte bedachtzaam.  Het smaakte naar meer. Kleine geneugten in onzekere tijden. Daar doe je het toch voor.

Uncategorized

Leve de primeur

Pluis wil op het balkon. Even denk ik dat de wereld staat te beven op haar grondvesten, maar het is slechts de lantaarnpaal beneden op de hoek van de parkeerplaats. Twee mannen wrikken het rode gevaaarte heen en weer, alsof het een luciferhoutje is.  We krijgeen nieuwe bestrating en de nieuwe parkeerplaatsen zijn er al naast de flat. Corona of niet, de wegenbouwers volgen stug hun weg. Ze vinden andere obstakels op hun pad.

IMG_8588

In de frisse ochtendzon daal ik af naar een wereld van het leven buiten het huis, de krant ligt trouw in de bus. Dagen van onzekerheid blijken veel bestendiger als bepaalde routines doorgang vinden. Onder de krant ligt een felbegeerde bestelling. Er volgt een rondedans van vreugde in de kleine hal. Yeahhhh. Nieuwe filosofiën die zo broodnodig voeden in barre tijden. Beter dan welke broodsoort ook.

IMG_8587

En nog een verrassing die al was ingezet een  paar dagen geleden. De instructies voor het nieuwe tweedehands bewegen, dat straks, na de misère, weer in gang gezet kan worden. De gebruiksaanwijzing van de fiets. Door broer in de bus geworpen. O ja, de verrassing voor de gulle gever en broerlief waren twee grote bossen bloemen, die in vol ornaat werden afgeleverd, zonder dat ik daarvoor de vesting hoefde te verlaten. Leve het internet.

IMG_8589

Boven bleek Pluis liever weer naar binnen te willen. Zon bleek een gezichtsbedrogje want het was kouder dan anders. Met koffie, krant en buit sloop ik naar boven. Charlie Mackesy, you made my day!

Iedereen die behoefte heeft aan een positieve mindset, kan ik het boek aanraden. Net als De Kleine Prins trouwens of Pooh Bear, Kikker en Pad of de kikkerboeken van Max Velthuis en Alice in Wonderland. Ik weet het, het zijn mijn stokpaarden en ik berijd ze graag. Dit is een welkome aanvulling. Altijd blij met nieuwe rijkdom. ‘The Boy, the Mole, the Fox and the Horse’ heeft voer voor overpeinzingen als “I am so small”, said the mole. “Yes”, said the boy, “but you make a huge difference”. Pooh Bear kent dezelfde filosofie. In een paar woorden wordt de essentie bereikt. Hier worden gedachten gefilterd tot de kern. De tekeningen van Mackesy zijn de aanvulling, ze lijken snel gemaakt, maar zijn wel doordacht. Er is geen lijn teveel gezet.

Een ander verhaal geven de kleine juwelen tussen de tekeningen in, die in aquarel, houtskool en pastel zijn uitgevoerd. Het boek streeft de schoonheid voorbij en opent deuren in mijn hoofd, die verlangen naar een zelfde intensiteit van beschouwen. Waar optische bescheidenheid groot in kan zijn.

IMG_8590

Zo vult de boekenkast zich met de boeken die ik te allen tijde met me mee zal dragen en door zal geven aan de kinderen.

Ondertussen is naast het geestelijke voer via boek, krant en  en multimedia, het ordentelijk schoffelen van het balkon en het noodzakelijke fitnessprogramma tussen aanrecht en bank, de drang naar vernieuwing nog steeds aanwezig. Dus vroeg ik zoonlief, die de boodschappen haalt, of hij wat creatiefs voor in de keuken mee wilde nemen. Vroeger, toen ik gekluisterd aan huis zat vanwege de prille jaren van de kinderen, had ik er een periode van brood, cake en appeltaart bakken opzitten, naast een uitgebreide selfmade gang door de Indiase en de Oosterse keuken. De laatste twintig jaar in mijn allenerig bestaan was daar de klad ingekomen. Nu kriebelde het weer. Ik liet me verrassen. Zoonlief kwam met de beginselen voor een bananencake en een appeltaart, maar zonder bloem. Die was weggehamsterd. Het lege schap had hem ter onverrichter zake terug doen keren.

Vandaag onderneemt hij een nieuwe poging voor de bloem. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ik begin vast met de bloemloze bananencake. Nooit gemaakt. Hoe het smaakt? Geen idee. Leve de primeur

Uncategorized

Die argeloze Kinderziel

Zonovergoten vriendelijke vrolijke buitenkant, met haar tere bloemen in de prille ochtend, een dun  laagje nachtvorst op blad en bloem. De duif op het balkon, die het territorium verkent. Is er plek voor een nest. Het is de duif van de Es voor het huis, stel ik me zo voor. Ze vliegt koerend tot op de rand van het hek van het balkon en inspecteert kloekend, koppie opzij, over de rand de afgrond en daarna nog een keer de binnenkant, de vergeetmenieten, de blauwe druiven, de narcissen, het vogelbad. Als ze weg is gevlogen mag Pluis op het balkon. Een teken aan de wand voor Dollie, geen goede plek voor ‘Kleine duiffies, mooi van lillikheid’, zou mijn oma zeggen.

IMG_8558

Er zijn mensen die duiven vergelijken met ratten. Ik vind tamme ratten allerschattigst. Zjoerd en Frizzle waren twee allerliefste exemplaren, die de kinderen veel plezier bezorgden, maar vooral veel liefde gaven, als ze in de warme holletjes van mouw tot nek hun slaapplek probeerden te vinden of hunkerden naar aai en knuffies. Goede schone hokken doen wonderen.

Van de bruine rat heb ik niet zo’n hoge pet op, maar dat komt voornamelijk door de opvoeding en de plaag die er heerste in onze buurt in de jaren zestig. Broers gespannen gebogen met opgeheven spade om te meppen boven de kuil die mijn vader aan het graven was vlak naast de schutting bij de achtergevel van het huis. Het zijn beestachtige herinneringen. De platgeslagen rat heb ik destijds niet afgewacht. Ik was acht of daaromtrent.

 

Duif is voor mij Annie M.G. Schmidt en Zuster Clivia met Leen Jongewaard boven op het dak. Al mijn kinderen van dertig jaar onderwijs kennen het lied, zoals zovele evergreens. Omdat duif het niet verdient om als rat te worden beschimpt of omdat het ooit toebehoorde aan die maakbare vredige wereld, waar invloeden van buitenaf geen vat op leken te hebben. Dieren waren geen ziekteverspreiders, maar lieve aaibare knuffeldieren, tot en met de wandelende takken toe, waar ze vol bewondering naar keken als ik ze liet dansen op mijn arm. ‘Laat mij ook eens, Ber’. Alles was mogelijk.

 

wormen zoeken voor het wormenhotel

De enorme dikke spin, die altijd uit zijn gootje omhoog klom in het najaar de wasbak in, bevrijdde ik omzichtig met de holle handen, onder aanmoediging van de kinderen, zonder blikken of blozen uit haar benarde positie. Wist spin veel van de waterstraal die ongetwijfeld boven op haar zou plenzen. Spinnen, pissebedden, torren, kevers, slakken en wormen waren er allemaal ter meerdere eer en glorie van ons welzijn en voor de natuur in het bijzonder. Nou ja, behalve de vele muizen in het oude gebouw, waarvan de populatie door gemeentedelvers werd geprobeerd die vakkundig om zeep te helpen. Daar wisten de kinderen gelukkig niets van.

Schoonzoon appt me een PDF met een fotoreportage van de eerste Coronaweek. Wat voor ons volwassenen een volslagen nieuw begrip is, is voor kinderen een gegeven. Ze leren elke dag nieuwe dingen en zijn regelmatig aan veranderingen onderhevig. Hun hele leven is een aanpassen aan. Het is nu wel bijzonder fijn. Want afgezien van het vele leed, dat hen niet of ten dele bereiken zal, zijn paps en mams de hele dag in de buurt, worden er allerlei bijzondere creatieve uitjes naar afgelegen plekken verzonnen en is thuisblijven het ultieme leren. Samen koken, het geheime recept van Oma Ineke uitproberen van de appeltaart, nu ze het zelf niet kan komen bakken, de hoogste toren van lego bouwen, lachen met mama en zus, fietsen, met paps koken, lekker luieren en ook hard werken in bijvoorbeeld het tijdschrift van Freek de dierengoeroe.

IMG_8572

Dat is wat er bij kinderen op hun netvlies geschreven wordt. Gelukkig maar. We blijven kijken vanuit hun blik, dan volgt de invulling voor de dag vanzelf. Ze hebben recht op een verantwoord, maar ook zorgeloos bestaan. Gescheiden van school en vriendjes maar met vreugde en liefde voor die argeloze kinderziel.

Uncategorized

De tijd zal het leren

Terwijl ik aan het schrijven ben, let ik met een oog op een eventuele eenzame fietser die langs komt rijden met zijn krantentassen achterop. Hij staat waarschijnlijk in de zaterdagstand, een uurtje later of zo. Geeft niets. De tijd geeft ook gevoelsmatig honderd procent aan uren.

Ik probeer blind te typen, wat soms nogal cryptische omschrijvingen oplevert. Ooit, heel lang geleden, zat ik als veertienjarige achter een typemachine net als andere gegadigden van de Mulo, naar de gekleurde toetsen te turen en trachtte me een voorstelling te maken welke letter er onder die zuurstokkleuren schuil zou gaan. Daarmee leerden we niet zozeer de letters, alswel de kleuren onthouden. Ik heb het toetsenbord daarna nooit meer losgelaten en ram op mijn modern toetsenbordje nog net zoals ik op de oude Remington deed. Zo werkt dat met aangeleerd gedrag. Pavloveffect is doorgaans moeilijk weer af te leren.

Ik heb verschillende exemplaren versleten. Een statige kantoorgrijze, een kekke rode, een lief plat metallic gevalletje, totdat dan eindelijk de PC haar intrede deed. Naast de typemachine was ik een schrijver met de pen. Geen vulpen zoals die waar de Oude nog steeds bij zweert, maar eerst de Bic, daarna de Parkers en de rollerballs. Heerlijk. Nog steeds gebruik ik fineliners om te tekenen, te schetsen en te schrijven. Maar ook met de Bic is er zo een prachtige lijnschets.

IMG_7770     FUGQ2186

Van dat heugelijke moment achter de typemachine moet nog ergens een aanbeveling zweven voor een Mulo die toen ULO werd en haar moderniteiten etaleerde in een glanzende folder.

Dat was niet mijn eerste publiekelijke openbaring. Daarvoor mocht ik op een folder van de Spar laten zien hoe klantvriendelijk hun bediening was. Die foto heb ik bij de hand, want ze zit in mijn eerste vergeelde fotoboeken van ooit.

IMG_8555

We schrijven 1967 en het leven was uitgekiend goedkoper, zoals de folder beloofde. Van de groenten maakte ik een switch naar de vleeswaren met de eigenaar als waarschuwend voorbeeld, want hij had negen en een halve vinger, omdat het restant ooit in de snijmachine was gebleven. Dat zorgde ervoor, dat je met ontzag, moed en beleid de plakjes sneed, daarna promoveerde ik naar de kaas en ten slotte naar de kassa. Je moest onderaan beginnen. Dat allemaal na schooltijd en op de zaterdag. Ons ervaringsgerichte leren zat in een maatschappelijke verpakking. In de bijbanen leerde ik het leven kennen. Zo werkte ik nog een jaar bij een poelier en een patatzaak en stond ik een zomer in een campingwinkel.  Als ik nu zou mogen kiezen, zo jong als ik toen was, dan had ik in een theater, een museum of een bioscoop willen werken. Goed beschouwd doe ik dat nu jaren later, wel. Eigenlijk heb ik weer een bijbaantje. De cirkel is rond.

Hoe langer ik blind typ, hoe minder verwarrend de letters zich laten spellen.Oefening baart kunst. Zoonlief gaat voor me kijken of de krant er inmiddels is. Je hebt bijna een dagtaak om die door te lezen. Ik slecht de koppen en bewaar in mijn achterhoofd wat later ter tafel mag komen. De columns en de kunst worden meteen uitgelezen. Als de pen voor handen is dan los ik wat kruiswoordraadsels op.

In de Pest ben ik halverwege. De heftigheid van het hele proces is niet hetzelfde maar wel te vergelijken. De manier waarop de ramp zich voltrekt, de eenzaamheid, de gelatenheid, de twijfel die het oproept, het al dan niet gescheiden zijn van geliefden. Ten tijde van die zwarte dood werden steden afgesloten en kon niemand er meer in of uit. Met verpleeghuizen die dicht gaan komt het dichtbij. We gaan een nieuwe werkelijkheid in, die het leven op haar kop zet, maar ook nieuwe sociale ontwikkelingen losweekt. Waar het ons brengen zal, weet niemand, maar er wordt koortsachtig aan de oplossing gewerkt. De tijd zal het leren.

 

Uncategorized

Virale beslommeringen

Er waren twee bijzondere gebeurtenissen voor deze thuismuis, deze blijfsijs, deze binnenvetter. Gisteren belde dochterlief of ik even naar beneden wilde kijken. Daar stond ze met haar drie jongens, twee op een eigen fiets en een achterop. De laatste keek wat stuurs onder zijn helmpje door. Snel schoof ze het gevaarte af en gaf hem een peer te snoepen. Lieve prietpraat, niet zoals vroeger over de schutting, maar over de galerij . Ze kwamen zwaaien en handkussen brengen uit Utrecht. Een respectabele afstand voor korte benen om te fietsen. Het was heerlijk, ook al was er van vasthouden geen sprake. De kussen vulden het hart tot in elke uithoek met de liefde, die ze brachten. Cadeautje. Wat een mooie geste in een tijd van facetime en app.

IMG_8520

Het tweede cadeau kwam vanmorgen met een belletje. Gisteren had broer beloofd om langs te komen en een fiets te brengen van zijn schoonzus. Helemaal vergeten in mijn monkelingen over virussen, leesvoer en grote en kleine gedachten, verdronken in het boek van Camus, dat ik door de boekenclub van Mondo aan het lezen was. De Pest gaf naast prachtige literatuur ook wat beklemming en de optimistische gedachte dat alles altijd nog erger kon. Nog erger, niet voor te stellen. Midden tussen de grote stervende bruine ratten belde broer. De fiets. Ja dat was waar. Lichte paniek. De schuur en zoonlief, die nog op een oor lag. Wat nu. ‘Vraag of broer hem in het halletje wil zetten’, zei deze oernuchtere Hollander, ‘dan maak ik straks plek in de schuur’.

Wat had ik broerlief graag geknuffeld en op de koffie onthaald. Later nog eens dunnetjes over doen. Hij gooide de sleutel in de brievenbus en na zijn vertrek sloop ik naar beneden voor de acculader en de reservesleutel. ‘Te weinig beweging’ hijgde het vege lijf na de trap, die ik voor de tweede keer die ochtend weer af en op moest. Bij de eerste tred op de trap had ik de krant uit de brievenbus gevist. Het adres van schoonzus werd door geappt en natuurlijk bedacht ik iets om mijn intense dankbaarheid vorm te geven. Dat schrijf ik niet op, want het is een verrassing.

IMG_8533

Camus had me in de greep. Wat een boek en wat fijn dat hij  in ere werd hersteld. Ik las hem in de jaren ’70. Beneden in de kast ontdekte ik gelukkig het merendeel van zijn boeken nog. Niet weg gedaan in de eerste grote opruimwoede na het arbeidzame leven. Daar stonden ze. De Vreemdeling, De Val en de Gelukkige Dood naast het nu zo fel begeerde exemplaar van De Pest. De kaft vertoonde net als haar lezer ouderdomsvlekken en zag er wat groezelig uit, het bijtje onder de titel vloog nog altijd dapper op. Achterop de kaft stond de indringende kop van Camus. Ik was vergeten hoe zeer ik van hem genoten had.

IMG_8534

Zoals Camus staan er meer stille schrijvers in de kast. Exemplaren die ooit zijn binnengekomen en die ik vol vuur heb uitgelezen, maar nu vergeeld stof staan te vangen. Een mooie gelegenheid om ze onstoffelijk en onsterfelijk te maken door een nieuw herlezen. Met al die boeken zal dat een reis opleveren die eindeloos lang kan worden uitgesmeerd. Reis door de kamer, deel twee. Voorlopig blijf ik nog even in Algiers, waar de Pest om zich heen klauwt en er onverbloemd over geschreven wordt. Vreemd genoeg brengt het de onrust tot bedaren, geen tijd voor virale beslommeringen.

Uncategorized

Genoeg te mijmeren

De post bracht van de week een lieve verrassing. Een geheimzinnige envelop met hartjes en een dikke bult in een hoek. Daar kwam een prachtige tekening van kleinzoon uit tot in het vierkant opgevouwen. Liefde op bestelling. Leed brengt oprechte gevoelens, dat is bewezen.

EVQZ4121

Vriendinlief stuurt een heerlijk nieuw ontwerp voor een nieuw doek van haar. Een  klein meisje op een schommel, dat straks in het groen zal zwieren. Het onderschrift erbij luidde: De wereld staat op zijn kop en ik wil eigenlijk vrij zijn…De wens is de moeder van de gedachte in dit geval. Zo herkenbaar en zo’n prachtig plaatje in mijn hoofd. Een jong onschuldig kind zwierend op de schommel het vrije zwerk in

Er schieten liedjes door mijn hoofd van dezelfde onschuld. ‘Hè Kleine Meid op je Kinderfiets’ van Herman van Veen, het lied ‘Af en toe gaan Pa en Moe’, en ‘Love is all’ van Roger Clover and guest.

Heerlijke zorgeloosheid, toen de wereld ‘dreiging’ alleen nog bij het woord kende. Ik kan niet wachten tot het schilderij klaar is.

In een scène van Falling dreams, een voorstelling van het Filiaal komt ook een scene voor van een meisje op een schommel, razend knap verfilmd en suggestief, want ze schommelt niet echt. Wind wappert haar haren vrij. Niet de vallende dromen zoeken we, maar de vrije dromen.

Ik pluk uit de krant de virusvrije stukken over kunst en literatuur, lees hoe schrijvers vooral binnenzitters bij uitstek zijn en weet dat dat niet zozeer voor mij geldt. Ik moet juist naar buiten, indrukken opdoen, associaties krijgen, iets wat wakker kriebelt. Broodschrijvers gingen soms over op het beschrijven van hun kamer, lees ik in een artikel van Wilma de Rek in de Volkskrant. Xavier de Maistre schreef  in 1794 het boek: ‘Reis door mijn kamer'(in 42 dagen) als parodie op de vele reisboeken uit die tijd. In die kamer zijn we vrijer dan je denkt. We reizen wat af. In gedachten, in de fantasie, in de verbeeldingskracht, in verhalen, in dromen.

IMG_8500

Ze schrijft dat King Lear is ontstaan ten tijde van een quarantaine van Shakespeare gedurende de Pest. Camus had het onderwerp nodig om een boek te kunnen schrijven. Zo zijn er meer inspiratiebronnen aanwezig dan je denkt. Bij een opsomming van de dingen in mijn kamer kom ik als eerste uit bij de oude rotanstoel van mijn oma. Als die stoel eens kon praten. Een vredig tafereel, want Greetje zit erin, Schaap en Muis en wat kleding achteloos over de rugleuning. De stoel is al vijftig jaar in mijn bezit en het allereerste meubelstuk voor onze eerste kamer op de Hoge Rijndijk in Leiden.

IMG_8501  IMG_8502 IMG_8504

De stoel reisde mee door het hele leven, verhuisde van Leiden naar Voorschoten en van Voorschoten weer terug naar Utrecht. Kleine kamers, grotere kamers, dure kamers, een huis zelfs. Alle vrienden hebben er wel een keer in gezeten. Nu staat ze boven, op de slaapkamer. Haar vriendin, de tweede stoel van het setje, erfde ik van neef, toen hij veel te vroeg overleed. Die staat nu op het atelier en ze zijn niet van elkaar te onderscheiden. Beide zijn in de witte lappen gestoken. De kleine bijpassende tafel heb ik bij de kringloop gevonden.

020

Alleen al de stoel is goed voor nostalgisch terugreizen in mijn herinneringen. Er gaan heel wat deuren open, daar op die stoffige plekken en de verhalen breken los, ze buitelen over elkaar. Er valt genoeg te mijmeren vandaag.

Uncategorized

Een eigen droomvlucht

Een winterkoninkje in de es voor het raam. Zou hij me gevolgd zijn vanuit de tuin. Gisteren lokte de zon en smeekte of ik naar buiten wilde komen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Ik sneakte het huis uit met fototoestel, penselen en verf. Op de tuin stond de parkeerplaats vol auto’s. Midden op het pad gaan lopen en nergens stilstaan, had ik al bedacht, met de lange lintweg voor me. Achter op de tuinen bleek dat er slechts één iemand was. Ze begreep woordeloos mijn haastige tred. Ook zij zocht de afzondering.

De eerste die een welkomsttriller liet horen was de winterkoning. Die had de plek ingenomen van de roodborst. Hij scharrelde tussen het grillig gestapelde hout van de takkenril en floot het hoogste lied. De Bernagie stond glanzendgroen te stralen in de zon, met op de ezel dat portret, dat niet leek, maar wel als portret een goede eerste poging was.

100_6006 Zilverschildzaad

Eerst moest de lenteoogst geïnventariseerd worden. Longkruid in bloei, evenals de dagkoekoeksbloem, de peer dik in knop, de verbena schoot uit, wat kleine narcissen en buiten de tuin langs de sloot een belofte vol met bloeiend Groot Hoefblad. Als tegenhang voor al die overweldigende pracht het nietige kleine zilverschildzaad in de oude pot op het terras. Overal sprongen de rozetten van het vingerhoedskruid op.

100_6024Groot Hoefblad

Steeds weer was het een openbaring om te zien dat de dorre wintertuin haar cadeaus een voor een ontvouwde voor wie er oog voor had. In het atelier had ik achter uitzicht op de puinhopen waarop straks het glazen palies van de oude zou moeten herrijzen. Juni had hij bedacht. In deze tijden is dat een kwestie van ‘Bij leven en welzijn’.

IMG_8487

De olieverfklodders van meer dan een week geleden had een klein bewaarvel getrokken en bleek, dankzij de zilverfolie, nog goed te gebruiken. Een grote tube titaan wit had ik van huis meegenomen. Nu kon ik alles, wat daar behoefte aan had, oplichten. In deze wonderlijke dagen is scheppend bezig zijn een fijn alternatief voor het duimendraaien op de bank. Sombere of onrustige gedachten sluizen als vanzelf met elke streek mee naar buiten om, door de verwachting van wat het worden kan, gesmoord te worden.

100_6016  100_6014

Als ik buiten even uitpuf en nog net de late middagzon vang komt hommel dik en brommend begroeten. Hij duikt, net als de winterkoning, in een holletje onder de takken op de grond. Mochten we nog twijfelen, het is lente. Boven me kleurt de lucht hemelsblauw. Als de kou optrekt, wordt het tijd om richting huis te gaan. Het loopt tegen vijven.

003  Oud werk in de voetsporen van Chagall

’s Avonds nestel ik me in de bank. Chagall staat op het programma. Een toepasselijke docu van Krabbé, over een schilder die in tijden van nood zijn eigen dromen schiep. Hoe vlucht je uit de werkelijkheid. Door het scheppen van een nieuwe wereld, middels woord, gedachte of gebaar. Chagall kon dat. Zijn leven was een aaneenschakeling van vervolgingen, oorlogen en beschimpingen. Dus maakte hij zijn droomwereld, waarvan Picasso zei: ‘Hoe komt hij aan die beelden, hij moet een engel in zijn kop hebben’.

https://www.npostart.nl/krabbe-zoekt-chagall/17-03-2020/AT_2127966

Voor iedereen die wil ontsnappen aan de verontrustende realiteit, zal ik niet méér verklappen. Kijk de uitzending terug, want ze is verlichtend, omdat ze de energie, die we hebben, zal leiden naar het scheppen van een eigen droomvlucht.

 

Uncategorized

Straks schrijf ik in raadselen

Wat kleurde vanmorgen de hemel prachtig oranjerood en zette de wereld in een warme gloed. Natuur blijft strooien met bemoedigingen.

IMG_8463

Er kwam een mail van mijn vriend de Wijze waarmee ik heel blij was. Een teken van leven uit Hongarije is iets om in de balk te kerven, deze dagen.

IMG_8446

Gisteren had ik er zo’n behoefte aan om even de benen te strekken, dat ik naar de Lek ben gereden. Daar vind ik mijn eigen geheime plekje, waar op een dunne strook, de uiterwaarden nog steeds vol water, het speenkruid, de mossen, madelieven, distels en het opschietende loof van het fluitekruid, hun eigen paradijs creëren.

IMG_8389

Eend en woerd dommelen op het ritme van het kabbelende water. Twee zwanen zeilen waardig naar het midden van de rivier. Op een kleine strook opgehoogd land zitten twee watersnippen, terwijl de meeuwen hoog boven feestelijk krijsen als er weer een schip langs vaart, dankbaar om de nieuwe voorraad hulpeloze vis, als de boeg het water klieft.

IMG_8375

Ik vind het kleine stuk strand, net groot genoeg om neer te strijken en te genieten van de zon. Anti-coronawarmte. De brede rietkraag wuift goudgeel in het licht. Het kabbelen golft als het water wordt geroerd en sluist door naar vredig geklots. Pen en schetsboek neem ik de volgende keer mee, bedenk ik me.

Mensen boven aan de dijk fietsen haastig langs, sommige kijken niet op of om, en missen de schoonheid ten enenmale. Wielrenners zijn asfalttuurders. Een auto toetert en ik zie een arm zwaaien achter het raam, maar kan niet ontwaren wie me daar begroet. Een zwaai terug, en rust. Er cirkelt een buizerd tussen de meeuwen, maar verdwijnt weer net zo snel als hij gekomen is. Dochter stuurt een video via facetime en ik film mijn uitzicht. Kleinzoon  vraagt met klem of ik de brievenbus in de gaten wil houden. Haha.

IMG_8460

Thuis werkt zoonlief en belt met collega’s. We drinken samen gezonde smoothies, die hij heeft ingeslagen nu ze spotgoedkoop werden aangeboden. Iedere dag extra vitaminen naast de vitamine C en D. Vers sap dat een maand goed blijft volgens de verpakking. Ja, dag hoor. We spelen ongelovige Thomas. De violen staan op me te wachten evenals de vergeetmenieten en drie potjes Tête à Tête, die lieve kleine narcissen, voor het broodnodige kleuraccent. Ze bedelen om een pot in hun doorwortelde plastic bakjes en gelukkig heb ik nog wat aarde staan. Het balkon oogt weer wintervrij en vrolijk. Neerlands Hoop in bange dagen.

Het ziekenhuis heeft alle vrijwilligers afgeblazen. Dat zal een pittige aanslag op de verpleging zijn. Het betekent 700 paar helpende handen minder in de twee ziekenhuizen. Tel uit het verdriet. De zon staat hoog en ik denk dat ik me naar de tuin kan wagen, al heb ik nog niet alle energie om uit te pakken. Dat komt later. Voorlopig even genieten van de warmte en alles aan bloem de grond uit kijken. De oude heeft zijn krakkemikkige bouwval gesloopt. Straks zal er een grote kas voor in de plaats komen. Een oppepper, want het was mijn uitzicht als er aan de tafel getekend werd.

De weg hier beneden het huis is nog steeds even druk, er loopt, fiets en rijdt van alles. De krant geeft een overdaad aan informatie, maar ook een kruiswoordpuzzel. Voor het eerst in hele lange tijd breek ik mijn hoofd op het vinden van het juiste woord. Straks schrijf ik in raadselen.

Uncategorized

Toch nog vertier

Na het persbericht gisteren dacht ik dat de wereld stil zou vallen, maar op de weg voor het huis draait ze gewoon door. Ik lees zin en onzin op de media en filter eruit wat er toe doet. De bussen rijden nog, de fietsers haasten zich, de auto’s zoefen voort en weer een bus. De duif voor het raam pikt aan de proppen in de boom. Voor hem is elke dag zoals ze komt. Niet meer en niet minder. Alleen te ontvangen en niet te verlangen, wat zou dat handig zijn. Charie Mackesy tekent wijsheid op in zijn prenten van ‘The Boy, the Mole, the Fox and the Horse’. Hij laat de jongen zeggen ‘I can’t see the way through’ Het paard zegt: ‘Can you see your next step’. ‘Yes’. antwoordt de jongen. ‘ Take that’ is de goede raad.

Iedere dag staat zo’n nieuwe tekening met een doordachte opmerking op zijn side. Het zijn kleine lichtpunten, die gedachten kunnen ombuigen en wat positiviteit brengen. Ze voeden de dag.

Per stap voorwaarts. Trager dan ooit, hier binnen. Waarom schiet dat lied van Boudewijn de Groot door mijn hoofd: Avond, met het eerste deel van het eerste couplet. De tekst van de onvolprezen Lennard Neigh:

Nu hoef je nooit je jas meer aan te trekken
en te hopen dat je licht het doet.
Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker
want binnen is het warm en licht en goed.
Hand in hand naar buiten kijken waar de regen valt.

De rest van het lied is onlosmakelijk verbonden met vriendinlief, die vorig jaar overleed. Dan krijgt een tekst als ‘Nu hoef je nooit je jas meer uit te trekken’ een hele andere lading. De omstandigheden geven de betekenis aan het woord. Dat is de samenhang der dingen, bedenk ik me. De opdracht van Else Kramer voor vandaag is om verbinding te fotograferen. Het blijft onbewust meespelen bij alles wat aan mijn oog voorbij trekt en stuurt de gedachte. Dat is waar iedereen naar zoekt. Dan kan de sociale  media een zegen zijn met  haar langsflitsende prachtige flinters van schoonheid. Dan is verbondenheid te voelen in hoe iedereen probeert een riem onder het hart te steken voor het eenzame bestaan van de hoestende en proestende medemens.

Ik denk voortdurend aan de afdeling en hoe daar de kwetsbaren der kwetsbaren liggen, omdat ze al zo ziek zijn en een weerstand van nul hebben met een chemo die de vitale functies belaagd. Dan belt zoonlief over viooltjes en stuurt een prachtige foto van lichtpaarse exemplaren die lente kleuren en vreugde brengen. Zo is dat. Stap voor stap, zoals Mackesy zegt.

690fadd7-753d-4349-8482-199d95679fa2

Ik moet wel straks even in beweging. Een stukje langs de Lek banjeren in mijn uppie. Even uitwaaien. Al die muizenissen verassen met een frisse wind. Woei en waai voor het spinnerag daarboven. Niet naar de kinderen, de kinderen niet naar mij.

Zoonlief had het toetsenbord van de PC virusvrij gepoetst, en ze heeft het prompt begeven. Helemaal steriel is ook weer slecht voor de weerstand. Duif is terug op haar tak en houdt me in de gaten. Een mooie dikke doffer. Ze koketteert want daar komt manlief al aanvliegen. Ze schuift stapje voor stapje naar de uiterste twijg en als hij ook verlangend verder stapt buigt de tak te ver door en vliegen ze samen op voordat ik een foto kan schieten. Dat had een prachtige verbinding geweest.. Toch nog vertier.

 

Uncategorized

Om je nooit meer te vervelen

De digitale wereld is een waar woud van ontdekkingen, waar niet op de laatste plaats de krant een idee voor opwerpt. Ik val met mijn neus in de boter bij de NPO-docu ‘Op de tast’. Een kijkje in het leven van een blind tot zeer slechtziend echtpaar, die eerst tweehoog woonden in Amsterdam en toen toch kozen voor een speciale aangepaste woonplek op de Veluwe. Het verplaatsen in hun donkere wereld, door met ze mee te wandelen door de roerige stad, met wegwerkzaamheden, een kast voor het regelen van het stoplicht die openstaat, fietsen en karren op de stoep, was intrigerend en nauwelijks te doen. De stok tikte het ritme van hun levenswandel. De laatste tijd ging het vaker mis, door de drukte en de onvoorziene omstandigheden, die obstakels vormden op hun weg.

Ze verhuisden met tientallen zelf ingepakte dozen mee , een opschrift in braille erop geplakt en kwamen in een zorgflat met overal leuningen, die vastigheid gaven aan het bestaan, letterlijk en figuurlijk, en hen naar het winkeltje of de receptie leidden, zonder al te grote problemen. Het bos bood het soelaas van frisse natuur. Beelden had de echtgenoot te over in zijn hoofd en kleuren. Hij las over iemand die die beelden achter zijn ogen kwijt raakte. Het ergste wat je kon overkomen, vond hij. Blind zijn was hun leven geworden. Nee, ze zouden allebei niet meer verlangen naar ‘te kunnen zien’. Over een eventuele kinderwens, die in de dreigende erfelijkheid gesmoord werd, hoorde ik berusting tussen de woorden door en een lichte weemoed.

Zo dook ik van de ene in de andere wereld en kwam terecht bij Elizabeth King. Vol verbazing keek ik naar de frêle vrouw die haar beelden tot leven brengt. Minutieuze evenbeelden van haarzelf, haar moeder en haar oma. Verbazingwekkend om de ogen te zien rollen. Ze laat handen bewegen alsof het die van haar zelf zijn. Ze blaast leven in de tere modellen die ze nauwkeurig, schraapje voor schraapje, tot wasdom laat komen. Emotie kwam los bij het zien van het bijna breekbare omahoofd op een skelet van koper, waarbij elke wervel een ingenieuze scharnierfunctie heeft gekregen, die met volharding en wilskracht in elkaar is gesleuteld.

Ik was onder de indruk van haar ontwikkelingen, haar karakter, die tegen de stroming van de tijd in, wars van alle trends en macho mega-sculpturen, trouw aan zichzelf bleef. Vanuit haar marionetten ontstond deze schijnbaar breekbare wereld, die zo krachtig en standvastig bleek te zijn.

IMG-8368

Een andere leuk tijdverdrijf is de actie van fotografe Else Kramer op FB  en Twitter. Ze heeft een versie ‘#Binnenkijken’ gestart, waarbij we iedere dag in huis op zoek gaan naar bepaalde elementen voor een foto. Drie dagen geleden was dat bloemen, gisteren was het smaakmakers en vandaag is het kruisingen. Dankbaar om Pluis die, boven op haar kruisingen, de dromen van de dag verwerkt, hoog en droog. Door de reacties op de foto weet ik nu dat de gekozen mand, waar ze op ligt, ooit een KPN-en een NOS-geschenk was in de jaren ’80. Het is een kringloopje geweest. Het zal haar de bout hachelen. Ze spint rustig verder in totale onwetendheid.

Alle afspraken zijn afgezegd. Ik blijf binnen. Met een verkoudheid en extra vitamine C van zoonlief. Op het balkon heb ik gisteren de blauwe druiven en de vergeet-me-nieten lenteklaar in het zonnetje gezet. Zelfs de stoep is geveegd. Er wordt op alle fronten druk geappt, over goede raad en nieuwe invullingen voor een goede dagbesteding. Geen nood. De krant is nog lang niet uit en film en docu is er in overvloed, muziek te over. ‘La Solitude’ van Georges Moustaki bijvoorbeeld. Om je nooit meer te vervelen.

 

Uncategorized

Lang leve het leesvoer

Hoera. Eindelijk weer eens een echt ontbijt met de door zoonlief bestelde ochtendkrant n de bus, die ik eerst wel helemaal op moest gaan halen. Maar geen nood. Ik weet nu hoe ik de trap zonder ademnood kan overwinnen. Bij tijd die stil staat past ‘pas op de plaats’, dus treed ik, tree voor tree, een stap erop, andere voet bijsluiten, volgende stap  met het andere been, voet weer bijsluiten, etcetera, naar boven. Het heeft de aard van een slak, maar het resultaat is een glorieuze triomf.

IMG_8356

Op bed liggen nu twee kranten, want die van gisteren was nog niet helemaal uitgespeld, het essay van Özcan Akyol: Generaal zonder leger, geliefd en verguisd en het boekenweekgeschenk van Annejet van Zijl: Leon & Juliette met de prrachtige omslag van Jean-ëtienne Liotard: ‘Portrait of a young woman’. Ik zal naar Missouri moeten om het te mogen aanschouwen, maar ja, de grenzen zijn dicht.

IMG_8357

Er staan nog twee schilderijen op de ezel. Notourius B.I.G. hier in huis en een vrouwenportret op de ezel in de Bernagie.  Er is genoeg te doen. Het huis roept stof, maar ik hou mijn oren dicht. Ik mis maandag ‘De Nachtreis’, een verteltheater van Sahand Sahebdivani,  over de vlucht na de Iran-Irakoorlog. Teveel kinderen op een kluitje, al dan niet verkouden of daaromtrent. Ik had het graag gezien. Kijk nu de trailer en geniet alvast een stukje mee. Sommige oplossingen liggen zo voor de hand.

007 Onduidelijke foto van moe met krant

De krant is echt een cadeau. Er staat een beeld in mijn hoofd geprent van mijn moeder, die ’s morgens wachtte tot bijna iedereen weg was, dan kwam ze naar beneden, plukte de krant van de mat, schoof op haar knieen op de grond, vouwde de krant open en steunend op haar ellebogen spelde ze alles van A tot Z uit. Op zaterdag een crypto om het hele weekend stuk te bijten en ze was volmaakt gelukkig.

Miijn beeld van de ochtendkrant is een tafeltje met ontbijt, croissant, kopje koffie, een ei, een vleug zon erbij, openslaande serredeuren en wapperende tule gordijnen, een zwoele lentebries en het gekwinkeleer van de vroege vogels.

Weliswaar worden de serredeuren balkondeuren en ontbreken de wapperende gordijnen, maar er kan veel. Huiselijkheid. Dat is het woord wat er binnen valt. Het balkon en de kamer weer huiselijk maken, nu we toch gedwongen zijn om zoveel mogelijk in huis te blijven. Ik zou ook in alle vroegte de krant mee kunnen nemen naar de Bernagie en daar in de prille ochtendzon mijn krant openslaan. Het belooft in ieder geval meer leesvoer.

IMG_8358

Naast het gebruikelijke wereldleed ook nog een aardig aantal opinies, meningen, deelzaamheid om stuk te bijten of om over te mijmeren. Zo lees ik, dat het kunstwerk van de week in het Catharijeneconvent hangt. Het is een foto van Gert jan Kocken is van een kamer in de Uiterwaardenstraat. Het is zo bijzonder omdat daar Maria 56 keer aan Ida Peerdeman is verschenen. Hoe had ik in Godsnaam ooit afgeweten van deze vrouw, anders dan door dit artikel. Zelfs een tikkeltje wijzer weet ik nu dat in het Catharijneconvent de tentoonstelling ‘Allemaal wonderen’ te zien is. Tenminste na 30 maart moeten we hopen dat alles weer open mag.

IMG-8350

Mijn wonderen zijn die kleine, de tuin die opbloeit na de dorre druilerigheid van een te natte winter, al die knoppen die uitbotten vanuit nietige oksels, de ochtend dat ik de pot op mijn balkon ineens weer vol blauwe druiven vind, een merel die merelt in de boom voor het huis. Nu er niets gebeurd buiten alle ellende, is dit een welkome afleiding. Lang leve het leesvoer.

 

Uncategorized

Deze verstilde tijd

De eerste actie van de dag was het annuleren van mijn bezoek aan de handenkliniek. Toch een beetje wijsheid betrachten. Het was per slot van rekening slechts een controlebezoek. Wat niet noodzakelijk is kan uitgesteld worden. De oproep om al bestelde kaarten, voor welke voorstelling dan ook, te schenken aan de gedupeerden spreekt voor zich. Daar zou ik geen seconde over hoeven na te denken

De berichten over annuleringen en sluitingen sijpelen binnen. Dochterlief belt en deelt grote en kleine zorgen.  Schoolgaande kinderen, verhalen over hoestende broertjes of zussen van kinderen in de groep, ouders op het schoolplein en het hoofd koel houden. Berichtgevingen deleten en het houden bij de bepalingen van de RIVM en duimen voor het gezonde verstand van de medemens. Prietpraat, lekker lang aan de telefoon en de tijd staat stil.

We praten over dappere medewerkers, die zorgen dat het hoog noodzakelijke blijft draaien. Waar we op mogen leunen in deze vervreemdende tijdsspanne, waarbij we de ongerustheid bedden in het zoeken naar een balans in deze nieuwe situatie.

IMG_4670 lente tegemoet

De tuin is voor mij een uitvalsbasis en de natuur. Wandelen kun je altijd. In de frisse buitenlucht. Wij zijn gezegend met die Utrechtse heuvelrug en haar zandafgravingen en duinen, de bossen en de weidsheid van de polders.

Gisteren reed ik terug van dat kleine dorp in midden Nederland over een kruip-door-sluip-door-landweggetje. Een auto breed, ongerepte velden achter de boerderijen, stevige wind, die de witte veren van de zwanen omkrulden. Vanuit een ooghoek zag ik een jonge buizerd of havik. Ik stopte bij een grote rietgedekte boerderij, die te koop stond, om terug te lopen naar de verwaaide gast daar in het gras. Zou hij hulpeloos zijn of had hij net een prooi te pakken. Fototoestel in de aanslag. Twee veraf foto’s, van dichterbij vloog hij haastig op. Nog een op de paal voor hij achter de hooiberg uit het zicht dook. Terug naar de kleine blauwe mijmerde ik over de droomwens ooit zo’n bezit te hebben, met buizerds, zwanen en ooievaars in je achtertuin, de kieviten boven het land. Wind nam de gedachte mee, een ongestild verlangen.

Vannacht op FB kwam een berichtje voorbij van het overlijden van een dierbare van een lieve vriendin. Naast diens foto, een van een puttertje. De putter is meer dan een vogel. Het is een troostrijke gedachte.  De putter is een symbool voor de ziel. Die vliegt, na het overlijden, als Putter op. Het is mooi als de dood zich in symboliek hult. Net als de roofvogel voor de vader van de kinderen, de gierzwaluw voor vriendin, de vlinder voor een jong verlies. De putter is er een om te schilderen, niet omdat Carel Fabritius dat ook had bedacht en ik dat kleinood met eigen ogen heb mogen aanschouwen in het Mauritshuis, niet vanwege het boek van Donna Tart: Het Puttertje, waar ik zo van heb genoten, ook niet de zieltogende putter van Helmantel, die ik spotte bij More.

putterFoto: @Mirk

Nee, meer om deze drager van de ziel te vereeuwigen, te bevrijden van de ketting om zijn pootje bij Fabricius, de teloorgang bij Helmantel. Vrij tussen de berkekatjes, zoals zus hem wist vast te leggen. Een zinvolle uitdaging voor deze verstilde tijd.