Uncategorized

De kunst van het leven

Gisteren in de volkskrant een column van Marjan Slob met een aanstekelijk voornemen als eindconclusie. Ze is al het afwegen en afstrepen beu en al dat vergelijken van de ellende. Ze wil het leven niet langer tellen, maar vieren. Dan schrijft ze: ieder van ons-in park en verpleeghuis- neemt deel aan iets groots en subliems: Leven. Kunstenaars slagen er het beste in om de overstijgende en verbindende kwaliteit die huist in ieder van ons tot expressie te brengen. Kunst viert het leven. Dat frame dus.

179Berlinde de Bruyckere:A Transfarmation of hope

Ik onderschrijf de rol van de kunst, maar het is meer. Naast alle uitingen is het ook ‘de kunst om te leven’. Niet aangeraakt te worden door angst onder de sombere voorspellingen die zich voordoen en waarin mensen ongewild meegesleept worden in een niet aflatende stroom van doem. Boven de betweters uit te stijgen, de zieleknijpers, de spijker-op-laag-water zoekers, die men ook wel neuzelaars noemt. Beren zien op een pad met rozen, of rozen met doornen zien op een levenspad. Het is maar net hoe het ingevuld wordt. We zijn klein en ontvankelijk, kwetsbaar in een dreigende wereld. Feiten slaan ons in cijfers om de oren, te hoog, laag, lager. De wens is de moeder van de gedachte. Het is Oostenwind, neem het mee en stort het voor mijn part in zee.

191Antony Gormley: Feeling material XIV

Ik lees mijn krant en blijf vooral hangen op de kruimels ander leven. Gedachtegoed waar nog speculaas van te maken valt en niet de dichtgetimmerde waarheid in koude feiten. Het kruiswoordraadsel een bron van ontspanning. Woorden zoeken voor andere woorden, een verhaal bedenken met gekke woorden, spielerei. Er liggen drie boeken op een stapeltje, een half uitgelezen, waar mijn hart en maag van omdraait, als ik het me te plastisch voorstel en twee onschuldige heerlijke avonturen voor kinderen, er ligt een half herlezen ‘De Pest’ er is nog een titel die schemert in het achterhoofd, er zijn drie tekenopdrachten te gaan en het doek.  Ik probeer te relativeren, want dat is de kunst. Er zijn zeeën van tijd, je hoeft nergens naar toe. Met twee vingers in je neus (O nee, dat kan niet meer) gaat zo’n opdracht eraan, vermorzel je de druk, verkruimel je de deadline. Waarom blijven ze dan liggen tot je de laatste lijfelijk aan je geest voelt trekken. Nog maar een week, drie dagen, een dag…Help.

Dat is het wonderbaarlijke met ons. We maken er een punt van, terwijl het ons overkomt en we hier en daar zelf nog in kunnen grijpen, we voorzorgsmaatregelen treffen en toch  over de schreef gaan, omdat we verlangen. Verlangen is sterk en heeft alles met de kunst van leven te maken. Niet de materiële kanten, niet het bezit, maar het verlangen naar vroeger, of toen het nog  gewoon was, toen de dagen bestonden uit veiligheid en geborgenheid, zonder dreiging van buitenaf. Dat verlangen.

43672925_10213534062766070_8272852450914861056_o Lynn Chadwick

Daarom ga ik niet voor een ‘leven van voor en na’. Ik geloof niet in het na. Ik geloof in een aanraakbare maatschappij, géén anderhalve-meter wereld. Niet de afstand maar de verbinding, niet de utopie maar de realiteit door levenskunst en te kunnen genieten van wat gegeven is. In vertrouwen op die levenskunstenaars, die wegen zullen vinden waardoor het mogelijk zal blijken. Uitpellen en opnieuw beginnen. Marjan heeft wakker geroepen wat sluimerde. Niet de rekenschap, maar de kunst en wel de hogere. De Kunst van het leven.

 

Overpeinzingen

‘Opstaan en opnieuw beginnen’

Een ochtend lang geploeterd, dus tijd om te ontsnappen aan dat beeld dat bleef branden op het netvlies, maar almaar niet op het doek kwam. Hoofd leegmaken.

IMG_3359   IMG_3399

Ik wilde eigenlijk naar Het Spoel aan de Lek en bedenk nu, dat ik harder dan 100 heb gereden op de weg er naar toe, waar dat altijd mocht en dat net voor de crisis veranderd zal zijn, maar duidelijk nog niet in het systeem zat. De eerste lange autotocht weer sinds een aantal weken. Bij Everdingen de weg af en de Dijk op. Ik moest een afslag gemist hebben of een verkeerde route, maar ik kwam nooit meer bij het Spoel aan. Wel na een hele eind rijden bij een bordje met Lingebos. Dat klonk aanlokkelijk. Er waren buiten de toeristische route die gelukkig gesloten was,  genoeg mogelijkheden om een solitaire wandeling te maken. Vergezeld van de vertrouwde stilte en het hoorbare gekwinkeleer daardoor, vond ik een weggetje tussen de bloeiende meidoorns. Niets, maar dan ook niets, kon evenaren aan de zachte geur die de talrijke kleine bloemen verspreidden. Een graslaantje vol. Wat een bofferd om dit te ontdekken. Zon filterde door de hoge bomen erom heen en toverde schoonheid en kunst.

IMG_3367

Er was een klein houten bruggetje, vrij nieuw met klaphek en het leidde naar een lawaaibomenbos van oude  populieren. De grillige, bijna kale vormen onderschreven hun ongezonde staat. Ik aarzelde. Het hek stond op een kier. Trotseren of de wijste zijn. Er lag gelukkig een veld naast, zodat ik wel naar de achterkant van de plas kon struinen door distel en brandnetel heen, die nog maar voethoog waren en derhalve begaanbaar.  De fuut met zijn parmantige vaantjes wapperend op de kop keek me hooghartig aan. ‘Wat kom jij hier doen, dacht hij. Zijn vrouwtje zat vast ergens te broeden. Meivogels.

IMG_3373 Silhouetten van het lawaaibomenbos

Het veld leidde me weer naar het paadje toe. Daar kon ik een omtrekkende  beweging om de plas maken, die vol waterleven was. Verheugd bleef ik staan bij de roep van de koekoek. Nu klonk het als vakantie. Wat had ik die al lang niet meer gehoord. De duiven roekoe-den er een Canon door heen. Het lawaaibomenbos was van hier af goed te zien en werd een fantastisch baken op het vervolg van de route. Wars van ‘hetzelfde pad teruglopen’ moest ik wel voort. Het pad strekte zich uit, langer dan gedacht, maar alleszins de moeite waard.

IMG_3384

Ergens lag een verdwaalde ouderwetse zakdoek en verhaalde van een oude boer. Aan de overkant zag ik een gezin uit het verboden bos komen. Die hadden het gevaar van vallende bomen en takken getrotseerd.

IMG_3385

Het dorp door. Vogelswerf, een aardig eindje uit de route.  Door het zware hek van staatsbosbeheer, dat ik nauwelijks open kreeg, over de de akker verder. De dorre kluiten aarde bevestigden wat men vertelde. Een kurkdroge maand ondanks de eerder gevallen regen. In de weilanden ernaast grazende koeien, glanzend zwart wit maar verderop ook Franse bruine met schattige kalfjes, de stier er waakzaam bij. ‘Kom niet over het hek heen’, vertelde hij mij.

IMG_3405   IMG_3408

Het pad voerde recht op de lawaaibomen af. Het spiegelende slootje weer over en op naar het meidoornparadijs met daarachter het kronkelweggetje, dat naar de auto voerde.

IMG_3395Jezelf spiegelen, meditatie ten top.

Gelukkig maar, want de Iphone had de navigatie niet getrokken bij een dwaling. Terug op huis aan en daar nog eens goed naar het doek gekeken. Veranderingen aangebracht en weer teniet gedaan. De natuur als afleiding. Het lopen houden we erin. Het devies voor iedere dag: ‘Opstaan en opnieuw beginnen’.

 

Uncategorized

Het ligt in ons besloten

Het was een stralende ochtend op zaterdag en een perfect moment om er in solitude op uit te gaan. Eerst de tuin en daarna nog een stukje Nedereindse Plas, hier vlak bij. Je mag er niet zwemmen, maar de natuur vaart er wel bij. Hemelse rust en zeeën van koolzaad.

IMG_9289

Ik stapte de Kleine Blauwe Prins uit, wachtte tot twee wandelvriendinnen waren gepasseerd en ging toen in tegenovergestelde richting. Links van me lag de plas. Toonbeeld van zonde, want natuurschoon in alle toonaarden, vogels van diverse pluimage, twee statige zwanen midden in het meer, maar vervuild tot op de bodem. Rechts van me de heuvel die in noncoronatijden gebruikt werd als wheeler-en skeelerbaan.

IMG_3302     IMG_3311

De vreemde eenden in de bijt, de Nijlganzen roepen hees hun onvrede over deze indringster. Drie woerden waggelden bedaard over de weg. Ik stelde me zo voor, dat ze de vleugels op de rug in elkaar hadden gevouwen. De buik vooruit, zoals het een dominante, al wat oudere man betaamt. Opvallend was het geluid. Niet langer de stilte die overheerste, maar duizenden verhalen van onzichtbare kleine mezen en vinken, mussen en hier en daar het lokkelijke gezang van de merel her en der, in de bomen en de struiken, tussen de gele koolzaadvelden op de heuvel. Vogelgezang, getjilp, gekir, gesjilp, geklepper, gekras, geroekoe, gegorgel, gefluit. Je kon het zo gek niet verzinnen of het was er.

IMG_3340

Het was dan ook vroeg. De vogels maakten zich op voor de dag. Ik omarmde de omstandigheden, die elk overdonderend geluid hadden verbannen en alle ruimte bood aan de opbloeiende natuur, letterlijk en figuurlijk. Er kwam een wandelaar aan. Met stomheid geslagen zag ik, vlak voor ik haar ruim omzeilde, de oordopjes in haar oren. Hoe kon je gaan wandelen in een natuurgebied en het allerbelangrijkste uitbannen.

Die morgen hield ik het hier binnen niet meer uit. Ik moest even ontsnappen. Ik had de Blauwe uit zijn benarde positie bevrijd door over een grasvelddje heen te hobbelen en een fietspad over te crossen, daarna was hij los en rook de vrijheid. We reden richting tuin en ik had alvast een voorproefje van wat me daar te wachten stond. Een opkomende zon was zichzelf al van de nachtelijke uren aan het ontdoen en schoof geleidelijk aan op. Het was half zeven. De dag lag beloftevol en volkomen verlaten aan mijn voeten. Het hek was op slot, er stond geen auto en ook op het tuinencomples overheerste het gekwinkeleer. Af en toe verstoorden opvliegende eenden luid kwakend de rust. Bij de bijenkasten was er nog geen bedrijvigheid te bekennen. Misschien was het nog te koud in de nacht voor de nijvere volken.

288_6065    288_6114

De tuin lag er heerlijk bij. De Camassia stond te bloeien op een plek waar ik haar niet verwachtte, de appel en de peer waren overvloedig aan het bloesemen. De Pruim en de kers had ik in vol ornaat gemist. Dat beloofde flink wat appel in het najaar. Een rondje om de kop van het complex bleek de moeite waard.

IMG_9283    288_6081

De ochtendzon kwam in vol ornaat boven de huizen en de molen van Groenekan op en legde het wandelgebied luister bij met haar stralende kracht. Ze weerkaatste op de flat aan de andere kant van de tuinen om te weerspiegelen in de sloot. De wereld in goud.

288_6104

De oude was de wilgen aan het snoeien geweest. Mijn oude trappetje stond als stille getuige tegen de boom, waar de helft al was uitgezaagd. De andere buurman had het gras gemaaid. Tegen zo veel burenliefde kan een mens niet op en ik moest even zitten om de dankbaarheid in stilte te laten bezinken. In de toppen van de boom bij de buurman zat een vink, een appelvink bleek, toen ik later de foto’s bekeek, luid te zingen. Haar trillers waren een lofzang op de schoonheid om haar heen. Hun wereld die, ondanks alles, zich had gesterkt en doorging met waar ze na een dorre winter gebleven was.

Het ligt in ons besloten.

 

Uncategorized

De Kruimelkronieken

Weer een reis door de kamer, dit keer door die van, of liever gezegd, door een gedeelte van het huis van Maxim Februari. De enige Februari die U met een hoofdletter schrijven mag, bedenk ik me. Eerlijk? Hoewel al een Multatuliprijs en een vernoeming van boek van het jaar door de Volkskrant en, O schande Uw naam is genoemd, de PC.Hooftprijs voor de letterkunde dit jaar voor zijn beschouwend proza, ken ik deze reiziger niet. Ik leer hem binnen de kortste keren kennen als wekelijkse columnist bij het NRC en als dromer bij dit bezoek aan zijn kamer.

IMG_9304

Er zijn foto’s van Maxim, die daardoor al iets persoonlijker wordt. Het gezicht is eerder voorbij gekomen. Een vrij definieerbaar, niet uitgesproken mannelijk, eerder vrouwelijk, gezicht met zachte trekken. De ogen kijken recht in de ziel. Er is een foto bij zijn reis, die een verouderde Maxime toont vergeleken bij de gladgestreken krantenversie. Eigenlijk wil ik, met ingang van heden, van alle kranten graag de columnisten apart op een site, zodat die iedere dag of week te nuttigen zijn voor iedereen. Columnisten zijn de ware nieuwsgaarders.  Van Maxim zijn trektocht door de hal en de keuken en de glimp van zijn studiekamer op de foto, leer ik, dat er huizen zijn, waar locaties moeilijk te bepalen zijn vanuit bepaalde hoeken. Huizen waarin je kan dwalen.

Daar moet ik even over nadenken. Deze maisonette hier heeft een duurdere naam dan haar inhoud. Ze is grofweg verdeeld. Eenvoudig als de meeste huizen van, pakweg na 1950. Gang met toilet, huiskamer met keuken, trap naar boven twee halletjes, drie slaapkamers en een badkamer, trap naar boven een grote zolder. Rechts van de trap een semi-slaapkamer, links van de trap een kledingkast. Ooit was de zolder ook atelier, maar dat is nu een hoek van de woonkamer. Geen oord waar een badkamer in zou kunnen verdwijnen, zoals bij Maxim het geval is. Tenminste, hij weet die niet te duiden vanuit zijn positie onder aan de trap, waar hij sit-ups en crunches doet, wat dat ook moge zijn.

IMG_9305

Hij heeft nagedacht over zijn positie van notoire thuisblijver als schrijver. Hij geeft zijn lezers vaak het devies mee (een citaat van de schrijver Thomas Carlyl indachtig ‘Men speak too much about the world’):De enige manier om de wereld te redden is door thuis te blijven’. In een twist van het lot is dit een begrijpelijke uitspraak geworden, maar lange tijd vond met dat niet. Het leven doorgronden door de wereld te kennen is heel lang de drijfveer van haar aardse bewoners geweest in de opinie van Maxime.

Zo reis ik met hem mee, door de laden vol met keukengeheimen en eventjes vangen we een glimp op van de andere avontuurlijke spannende beleving in het huis, dat langzaam maar zeker jaloersmakend blijkt te zijn. Een blind raam, een zwevende vliering, een donkere waterput, een voedingsbodem vol fluisteringen.Daar verlaat ik de krant en mijmer over mijn eigen geheimen. Duistere krochten onder de pannen, in de zuil en in de gang, vol met vergeten kleinoden, puddingvormen, ouwe hippiejurken, babykleertjes, brieven en videobanden uit de grijze oudheid.

Korte anekdotes, kleine verhalen.  Wat blijft er over als ik ze stuk voor stuk uit ga pellen. Wie weet. Ik heb al een naam voor ze. Ik noem ze: ‘De Kruimelkronieken’.

.

Uncategorized

Jouw keuze

Het waait een beetje. De krant roert alle ongemakken aan van deze ontwortelde wereld en leert dat hoog van de toren blazen economisch weleens onhandig zou kunnen blijken, nu de oogst van de wijnranken een onzeker afzetgebied kent. De cursus ‘Binnen kijken2020’ geeft aan dat we de zesde week ingaan. Ik zoek nog een hoek voor de opdracht van gisteren en kijk peinzend omhoog na dit bericht. De zesde week alweer, waar blijft de tijd. Daar ontdek ik dé hoek. Het is er een met een spinnenweb, die gedeeltelijk in tact is. Iets waar alle Miepen Kraak schande van zullen spreken. Maar dat deert niet. Alles wat herinneringen oproept aan ooit, een kleine spin Sebastiaan bijvoorbeeld, is in staat om mijn nostalgische gevoelens om te zetten in gedoogbeleid. Geen spin verlaat hier met acht pootjes in de hoogte het huis. Annie M.G. Schmidt zal me er om lauweren.

IMG_7919

Het thema voor deze dag is verbinding en de vrijdagmidagborrel via skype, zoom of anderszins zal handelen over lego, de verbinding bij uitstek. Ik heb geen lego in huis. Wel een doos oude autootjes, die toen de tweeling nog klein waren , hartgrondig over de witte ouderwetse lectuurstandaard met schemerlamp heen geschoven werden om hulpeloos ter aarde te storten onder luid gebrul. De verbinding maak ik via de zonen, die spraakzamer zijn dan ooit, nu we min of meer elkaar, als enige in levende lijve, ontmoeten. Zij het met gepaste afstand. Zij doen de techniek en ik vul de leegte. Zo blijven de rollen duidelijk.

paprikahart

De andere verbinding is die onzichtbare lijn met mijn moeder. Vandaag 30 jaar geleden werd de lijfelijke aardse band verbroken. Ze is er nog altijd en overal. Ik kom haar iedere keer weer tegen in de zussen. Haar oogopslag, haar nuchterheid, haar verwondering, haar liefde. Ik ontdek haar in de herinnering, ik ontmoet haar in de kinderen en kom haar tegen bij elk dominospel dat ik zie. Ze is het paaseieren zoeken in het virusvrije leven, het onbegrensd verlangen naar de natuur. Ze is de lofzang op het leven.

008

ik hoor nu in de tuin te zijn, dicht bij waar ik haar voel, maar stel de opdracht boven de wens van de gedachte. Een deze ochtenden, zodra de Kleine blauwe Prins weer uit zijn benarde positie is bevrijd, trek ik er met hem opuit om in de allervroegste ochtenduren me helemaal alleen te wanen op het complex en mijn moeder te zoeken in de overlevering , daar in het postzegelparadijs. Pluis komt me troosten. Ze snapt het wel. Ze is de aaibare verbinding, die nu broodnodig is in dit afstandelijke bestaan.

Gisteren kwam via de mail de goedkeuring binnen voor de twee te recenseren boeken. Ze worden opgestuurd. Het is in deze bijzondere tijden een wonder hoe bepaalde zaken, ondanks alles, gewoon doorgaan. Een promotie, want ik voel me vereerd, of noem het een switch, die op pantoffels naderbij is geslopen en hand over hand haar positie heeft veroverd.

003

Vandaag voelt een beetje als hereiken. Terugveroveren van wat de eerste prioriteit heeft, zoeken naar nieuwe vormen van verbinden, uitbreiden van de veilige mogelijkheden, tweehoog niet langer als een vesting maar als een uitvalshave naar verlegde grenzen. Dan, als ik aan mijn moeder haar laatste jaren denk, die niet beknot werden door een virus, maar door een man die vast was komen te zitten in zijn ondeugdelijke transmitters en daarmee de grenzen tamelijk afbakende, dan weet ik eigenlijk niet wat het zwaarste weegt. Er gaat niets boven de geestelijke vrijheid. Daarbij moet ik steeds denken aan het boek van de Keuze van Edith Eger. Daarin stond het zo helder en duidelijk. Niets en niemand kan inbreken in wat er aan gedachten leeft en waaruit jij, en jij alleen, de weg kan bepalen. Daar zit de waarachtige vrijheid. De enige verbinding die jij verkiest boven al het andere op dat moment. Jouw keuze.

 

 

Uncategorized

Vrijheid kruipt nog altijd waar het gaan kan

Gistermorgen was ik vroeg uit de veren. Wandelen kon niet echt, want de kleine blauwe Prins was ingesloten door de stratenmakers, die verzuimd hadden bericht te sturen van hun voornemen om de hele straat aan te pakken. Nu stonden hij en de buurman zijn vehikel gebroederlijk naast elkaar. Zoonlief bood onmiddellijk de zijne aan, verleidelijk, want luxe, maar ik wilde verder aan mijn opdracht. Het doek. De dag van het scherpe observeren. Hé, een oog zat er verkeerd in, correctie. De mond een fractie te laag. Niet getreurd, kunst is maakbaar. Ontevreden over de achtergrond. Testten en nog eens testten leverde de wetenschap op voor morgen. De zorg zat in het droogproces. Was dat bij deze haastklus wel haalbaar. We zouden het zien en beleven. Al met al was ik er de hele dag zoet mee.

IMG_9163

Als beweging wandelde ik twee kilometer om de zuil, bestelde twee nieuwe kinderboeken om te recenseren en maakte een illustratieversie voor zuslief. Het motief voor het laatste was een Afrikaans gezegde: ‘It takes a whole village to raise a child’. Toepasselijk in deze tijd van thuiswerelden, maar dan zonder de broodnodige kennis en ervaring van de oudjes. De creativiteit noopt ons om te zoeken naar wegen, die risicovolle bejaarden, ik bleef het een wonderlijk predicaat voor mezelf vinden, dichter bij de kleinkinderen zouden brengen. Het was me gelukt met mijn Omajournaal, dat ik de eerte drie of vier weken dagelijks liet uitrollen en, omdat ik merkte dat ze achter begonnen te lopen met kijken, nu drie keer per week aan elkaar breidde.

gezelle

Het bracht me terug in de tijd, mijn eigen kindertijd in de jaren vijftig. Er was veel te ontdekken. Het leven speelde zich grotendeels af op straat. De gezinnen waren groot, elf kinderen bij ons thuis en mijn moeder had nog geen wasmachine, geen magnetron, geen telefoon . Er werden matten geklopt en huizen leeg gehaald voor de grote schoonmaak. Er was licht. De warmte kwam van de zwarte gezellige kolenkachel, een dikbuik die wel een kit kolen per dag vrat, likkebaardend lekker, als je de vlammen moest geloven. De winters toverden op de ramen van de onverwarmde slaapkamers prachtige ijsbloemen, waar je een doorkijkgaatje in kon wasemen, door er tegen aan te blazen. Tussen de twee stapelbedden op onze meisjeskamer speelden we Puntje en Anton en onderwaterzeeërtje. In de zomer onthulde de sloot bij het Thorbeckeplein een geheimzinnige onderwaterwereld met bliekkies en voorntjes, watervlooien en schrijverkes. De tekst werd geleverd door de pocket van Guido Gezelle tussen de bescheiden boeken van mijn moeder.

O krinklende winklende waterding,
met ’t zwarte kabotseken aan,
wat zien ik toch geren uw kopke flink
al schrijven op ’t waterke gaan!

Het was de klank, die de schoonheid voor de taal wekte. de betekenis was er nog niet. Ik zag het Schrijverke al met een mandje naar de Gruyter gaan. Een levendige insectenwereld was ons niet vreemd. We kenden de klassiekers als Erik en het kleine insectenboekje van Bomans in dezelfde pocketuitgave als Gezelle. Er ging een bron aan verhalen schuil in die paralelle wereld van de natuur.

Jaren later op school speelden mijn collega en ik die wereld na in een toneel over Reinhardt, die alle wriemelaars met een spuitbus te lijf ging en die meegenomen werd door een libelle in de wereld van Erik, waarna hij wel anders piepte. Een heel kamertje en de onderwereld nagebouwd op het robbeneiland. Geen zee was ons te hoog, geen kuil was ons te diep.

91453527_223869885488636_1065250285403823120_n

Nu was er dus een lied voor de allerjongsten, een voorgelezen verhaal, nog een lied en een verhaal over Virus, Addertje on der het Gras, Bepperd de Bofferd, Uil, Mol, en Ko Nijn. Super spannend.

Hoe lang het gaat duren weten we niet. Maar de ervaring breidt zich voort met deze verhalen. ‘It takes two to tango’ is een variant op het oude Afrikaanse gezegde. Woord zoekt wederwoord. De geest wil wat, als het lichaam in een impasse wordt gehouden. Gelukkig, Vrijheid kruipt nog altijd waar het gaan kan.

Uncategorized

een nieuwe dag kon beginnen

Met mijn kippige ogen, want de bril lag zoals het een goede bril betaamt, netjes te wachten naast het scherm tot de ochtend, zag ik dat het 1 uur 36 was. Midden in de nacht en nog geen syllabe van slaap te ontdekken Wakkere nietsziende ogen. Dan maar koffie halen en wat afleiding zoeken. Bril op de neus. Letter & Geest van schoonzoonlief gekregen, dus goed voor leesvoer voor een dag of drie. Er klonk wat gerommel uit de kamer naast me en ik zag achter elkaar de lichten van drie auto’s de nacht ontwrichtten. Verwonderd keek ik, met mijn bril op, nogmaals op het oplichtende scherm van de Iphone. O, dat verklaarde veel. Het was 5 uur 25. Mijn ‘wakkere’ uren waren in feite dus niet zo waakzaam geweest, als ik me had ingeleefd.

IMG_9157

De reportage van Laura Molenaar over de Vlaamse Alica Gescinka in het weekendblad van Trouw zorgde ervoor, dat ik even later rechtop en monter nadacht over de waarden van het leven. Ze stipte het verschil aan tussen de waarheid en de leugen en alles wat daartussen lag. Vooral dat laatste was wat intrigeerde. Het benoemen van een leugen drukte een stempel, die met je mee bleef reizen tot in lengte der dagen. Ik dacht aan het lied van Harrie Jekkers met zijn Klein Orkest: ‘Mijn vader is een leugenaar’ en hoe heerlijk verfrissend ik de man daarmee vond. De vader, bedoel ik. Iemand die de werkelijkheid naar zijn hand zette door er zijn fantasie op los te laten. Nee, de intentie om te liegen was er niet. Hij maakte het leven gewoon een beetje spannender, kleurrijker, leefbaarder misschien wel.

 

Als er vroeger een moeder bij me kwam in de ochtend, die een schoorvoetend kind, dat achter haar rokken wilde wegkruipen met rode konen, toch naar voren duwde met de woorden: ‘Hij heeft wat gestolen’, brak mijn hart, maar was ik blij dat ze haar gedachten op tafel legde. Een kind heeft nooit de intentie om te stelen. Ze vinden iets mooi en nemen het mee, omdat zo’n autootje brandt in je handen of zo’n glimding erom schreeuwt om meegenomen te worden. Eer je er erg in hebt, zit het ineens in je zak. Het komt er pas weer uit rollen als je uitgekleed wordt en de broek ondersteboven wordt gehouden om hem op te vouwen.

IMG_9158

Het enige dat ik de kinderen vroeg was of ze in het vervolg wilde vragen of ze het even mochten lenen. Meer was er niet nodig. Dat snapten kinderen onmiddellijk en gelukkig vatte bijna iedere ouder de hint. Het ging om de intentie. Wij bekijken te vaak vanuit ons kader onze werkelijkheid, terwijl die er nog helemaal niet is in de belevenis van een kind. Alicja benoemde in het bijgaande artikel hetzelfde over de waarheid. Het gaat er niet om of het waar is of niet, maar het gaat om de intentie waarmee het gehanteerd wordt, om de waarachtigheid. Als je moedwillig bezig bent met iemand om de tuin te leiden kan je van liegen spreken, maar als je uit overtuiging iets beweerd is het een ander verhaal. Alicja zegt: Een leugen wordt niet gekenmerkt door onwaarheid, maar door onwaarachtigheid. Waarheid toets je aan de feiten, waarachtigheid toets je aan de intenties die iemand heeft, wanneer die zijn uitspraak doet’. 

Een kind vertelt altijd zijn waarheid. Het jokt niet, het steelt niet, het koestert geen grote geheimen bewust diep in zijn binnenste. Ze zijn open en eerlijk. Daarom komt zo’n speeltje uit een broekzak rollen aan het eind van de dag en is het niet schuldbewust verborgen. De noemer maakt de dief of de leugenaar, zoals ‘de gelegenheid de dief kan maken’ naar die oude wijsheid.

Ik was blij met het vroeger morgenuur, met de gekregen Letter&Geest en het verlichtende filosofische artikel. Ik was weer even terug in de groep, met kleine en grote dilemma’s. Met dit issue, dat zo verhelderend werkte, als er fijntjes op gewezen werd. Opgelucht vervolgden kinderen en ouders daarna hun weg, terwijl ik ze glimlachend nakeek. Een nieuwe dag kon beginnen.

 

Uncategorized

‘Just as they were healed’

Dankzij Facebook komt er een heerlijke herinnering voorbij en een prachtig gedicht, dat al decennia lang leek te bestaan en van toepassing was op het hedendaagse. Het was geschreven in 1869 zo meldde het verhaal op FB en uit de mottenballen gehaald ten tijde van de Spaanse Griep in 1918 en nu weer naadloos toepasbaar. Het was de vergezellende foto die doel trof. Regelrecht het ‘eenzame’ hart in.

Geschiedenis herhaalde zich. Ineens schoof de witte kop van de leraar geschiedenis voor mijn ogen, zoals hij  de klas van een groep Mulo-klanten in 1963 met de stramme passen van een generaal inmarcheerde, een bordenwisser naar achteren gooide naar een denkbeeldige afdwaler en zijn order boven de hoofden losliet in een schreeuw: ‘Schrrrrrijf op, 1’. Om ons onmiddellijk in zijn Weltschmertz mee te sleuren, De Spaanse griep, de Eerste, de tweede of welke oorlog dan ook. Doden drongen zich op, naast de geur van lijken her en der. De plastische verhalen van de meesterverteller waren kleine huzarenstukken, waarnaast elk drama verbleekte. Nooit was iemand meer in staat lesstof over te brengen, dan deze kleine generaal van het historisch besef. De Spaanse griep ontvouwde zich in volle hevigheid onder de jong volwassenen compleet met dezelfde verschijnselen als nu. Hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn troffen ons toehoorders, in dezelfde leeftijdsgroep, hard maar zeker door de manier waarop de generaal het uitbeeldde, stervend op de punt van zijn formica bureau. Wat had hij graag dit gedicht ter hand genomen om zijn daden kracht bij te zetten:

And people stayed at home
And read books
And listened
And they rested
And did exercises
And made art and played
And learned new ways of being
And stopped and listened
More deeply
Someone meditated, someone prayed
Someone met their shadow
And people began to think differently
And people healed.
And in the absence of people who
Lived in ignorant ways
Dangerous, meaningless and heartless,
The earth also began to heal
And when the danger ended and
People found themselves
They grieved for the dead
And made new choices
And dreamed of new visions
And created new ways of living
And completely healed the earth
Just as they were healed.

spaanse griep

It was written in 1869 by Kathleen O’Meara.
Reprinted during Spanish flu
Pandemic, 1919
Photo taken during Spanish flu

Dit vertelde ons Facebook met daar achteraan een restrictie van degene, die het bericht verspreidde. Het bleek daaruit, dat het gedicht drie weken geleden anno 2020 was geschreven door een gepensioneerde lerares. ‘That’s because the poem was written all of three weeks ago. Though the version appearing on Facebook is slightly different, Catherine M. O’Meara, or Kitty, posted it on her blog, The Daily Round, on March 16‘  gaf Ciara O’Rourke van het Politifact van het Poynter instituut aan. Ik kwam het tegen na wat spitwerk. Het had zo mooi geweest, maar toch. Het gedicht eindigde hoopvol en de foto, die denk ik echt uit 1918 stamt, is veelzeggend genoeg.

de sloddervis

De andere gebeurtenis is echt. dat weet ik omdat ik de foto zelf heb gepost. In 2014 haalde ik de Sloddervis in huis, nadat de oude het in zijn beneveld brein had geschapen met zijn zelfgesponnen wol en zijn breipennen. De alcohol heeft hij afgezworen, maar het product van zijn creatieve geest onder hoogspanning kent nog steeds zijn ereplaats. Kunst vertaalt zijn schepper en vertelt zichzelf. De Sloddervis stond voor mij symbool voor het onvolmaakte dat diep in ons besloten ligt. Het is het toonbeeld van imperfectie en daardoor in alles een overtreffende trap. Ontroerend, meeslepend, veelzeggend en prachtig. Het verleden met mijn oma voorop schuifelt ‘Mooi van lillikheid’, naar voren bij het schrijven van de superlatieven. Maar kunst is meer. Ze is om van te houden. Ik koester haar.

678A10FA-2176-48F3-960E-10DD3A43D8D8

Zo brengt facebook een ander onderwerp in, terwijl ik eigenlijk wilde schrijven hoe gezellig de parkeerontmoeting met de vijf kleintjes was geweest. Koek en zopie en wijn en hapjes waren voor handen, met zwarte en witte handschoenen, afstand en in voorzichtigheid aangeboden. De zon maar ook de wind erbij, een soort geïmproviseerde picnic in familieliefde. Zoals de dames op de foto, maar dan niet gearmd.

De krant brengt een nieuwe waarschuwing uit. We zijn er nog niet vanaf. De Spaanse griep van hierboven duurde bij elkaar van begin 1918 tot eind 1919. We hebben nog even te gaan. Laten we met Kitty meedromen:

‘And made new choices
And dreamed of new visions
And created new ways of living
And completely healed the earth
Just as they were healed’

Uncategorized

De zin is er

Langzamerhand verschoven de uren zich deze weken richting middaguur. Gisteren wilde ik vroeger aan de wandel. Toen gooide slaaptekort roet in het eten. Nu zou het gaan gebeuren. Bijtijds op. Buiten heerste de stilte van een zondagochtend in vakantietijd en een zon, die ver te zoeken was. Dat betekende dat er geen kapers op de kust waren en een solitude wandeltocht tot de mogelijkheiden behoorde, de spreuk indachtig: ‘Als ik niet tussen de kinderen kan, dan tussen de koeien’. In mijn geval waren dat de Hooglanders bij de Vianense plas. Eerst moest ik de kleine blauwe Prins laven, want die was bijkans door zijn reserves heen. Het was wel duidelijk dat ik buiten de maatschappij had geleefd. In die tussentijd was de prijs voor brandstof enorm gekelderd. Wat een feest om te tanken. Handschoenen aan, geen mens aan de pomp en doodse stilte alom. Zelfs de vogels kwetterden door het oorsuizen heen.

IMG_3221  IMG_3231

Met een volle tank naar mijn doel gereden. Er stonden wat auto’s op de parkeerplaats, maar verder strekte het landschap zich weids en uitdagend uit. Bermen vol met bloeiend koolzaad en langs de afscheiding de bloeiende meidoornstruiken. Alleen dat al. De lucht zwanger van lente.

IMG_3244     IMG_3246

In de verte zag ik de belofte al grazen. Daar moest ik zijn. Bij behoefte aan knuffelen zouden de warrige balen wol voldoen door de aanblik alleen al. Ze leken zo vriendelijk en aaibaar. Mijn wens kwam uit. Het feit dat je er midden tussen kon lopen en dat ze niet op of om keken, zelfs de jonge stier bleef onverstoorbaar doorgrazen, was voldoende om een weldadige rust te voelen neerdalen. De jongen volgden dapper de verrichtingen van hun grote voorbeeld. Bedelden af en toe om melk. De dieren hadden het hele gebied rond de plas en de uiterwaarden tot hun beschikking, een plukje dieren aan de ene en een plukje aan de andere kant.

IMG_3274     IMG_9112

In het midden stond een grote boom met een verdwaalde schommel aan zijn takken. Vervreemdend, die boom daar, met zo’n uitnodigende plek om gedachten al peinzend aan de wind mee te geven. Natuurlijk moest dat uitgeprobeerd worden. Ik zong een lied van lang geleden: ‘Schommelelooien, halve dooien, halve zot, schommelelooien maakt schommels kapot’. Geen idee, waarom wij dat zongen en wat de betekenis van de woorden was.

Ik zoek het op, maar vind niets terug.

IMG_3268

In de plas zwommen twee zwanen, meerkoeten en eenden. Een moedereend met jonkies, die angstvallig veilig in de buurt van moeders vleugels bleven zwemmen. Hoog boven me vloog een valk, de buizerd was me te snel af en zwaaide af voor ik hem vast kon leggen.

IMG_3285

Vanmiddag staat er een auto-ontmoeting plaats met de zussen en broer. Zo worden de grenzen een weinig verlegd. Snoetjes, de handschoenen en alcoholgel blijven onder handbereik. Vroege ochtenden zijn een prachtige gelegenheid om even te ontsnappen en daarbij wat extra beweging op te doen. De knuffels, vooral die van de kinderen en kleinkinderen, en de beweging mis ik het meest, het vrije veld daarna en de wind om je kop. Een uurtje wandelen in de ochtend en ik kan er weer tegen. Daarbij heeft de natuur, zo vroeg, helemaal vrij spel. Er valt veel te zien, voor wie goed kijkt. Fototoestel mee en gaan, zou ik zeggen. Om tien uur was ik weer in huis.

De dag ligt nog open, dat was langzaam maar zeker door de lethargie en het op jezelf teruggeworpen zijn, weggezakt. Goed om een spannender ritme in de tijd aan te gaan. Met het lopen groeit andere energie, die van het ondernemen en van de inventiviteit. Iedere dag een stuk neem ik me, vooralsnog, voor. Eens kijken of dat te bewerkstelligen valt. De zin is er.

Uncategorized

‘Tijd in overvloed geeft de burger moed’

Het voornemen om tussen de koeien Pasen te vieren viel in het water.  Voor mij figuurlijk maar de Hooglanders stonden er waarschijnlijk met hun poten letterlijk middenin. De nacht speelde spelbreker en hield me langdurig uit de slaap. Kwam het door de films op 7. Wat een absurde schifting hanteren ze daar eigenlijk met hun mannenfilms. Het was een spannende welkome tegenhang voor al het eenzijdige gebabbel op de andere netten en verzette de zinnen, waar een mens zo’n behoefte aan kan hebben in deze dagen. Ik wilde niet langer de ideeén van de zoveelste buitenstaander vernemen, waardoor de goegemeente bestookt zou worden  met bodemloze voorspellingen. Cijfers zeggen iets, de rest denk ik erbij. Nee. Ik ben niet somber of pessimistisch. Ik geloof in de vooruitgang en de ontwikkeling en weet zeker dat er oplossingen zullen komen, maar echt niet via de goeroes die ons voogeschoteld worden in de praatprogramma’s.

Enfin de film voor mannen werd door deze vrouw verslonden. Lekker ouderwets gekrakeel, ontsnappingen, vliegend staal, doelloze kogels en vuistslagen. Ik ben pacifistisch, maar dan toch, heel even maar. Om de eigen impasse de baas te worden. Er is niets beter dan af en toe uit je dak te gaan, virtueel dan en geestelijk. Los van alle banden, Coronavrij.

\IMG_8984

Ik was, ondanks de nachtelijke uren, redelijk vroeg wakker, maar te moe van al die opgedane indrukken. De dag begon daarom met een hoofdbreker. Twee grote paaspuzzels uit de krant, ook zo’n welkome afwisseling, en het nieuwe boek van Manon Uphoff: ‘Vallen is als vliegen’. De eerste regels riepen al vraagtekens op, maar het devies met de boeken van de leesclub, zo leerde de ervaring, was ‘even doorbijten’. Soms sleurde het verhaal je ineens mee de diepte in en dan viel het boek niet meer weg te leggen. Misschien ging dat hier ook nog gebeuren, al was ik al best ver in het verhaal gekomen en sloeg de schrijfster je om de oren met ‘literair verantwoorde’ aanhalingen van Nabokov, Michael Haneke of Thomas Vinterberg en andere grote helden.

IMG_8983

De natuur trekt zich er niets van aan en viert Pasen met de zondagse rust en soms even met die van een autoloze zondag. De kauwtjes vliegen af en aan en het valt me op dat zowel vader als moeder het nest verlaten, als ze achter elkaar uitvliegen. Toch meende ik de kleintjes al te horen. Zoonlief brengt een paasontbijt op bed en ik moet denken aan vroeger toen hij, als man in huis, koffie kwam brengen met zijn kleine krullenkop nauwelijks boven het kopje uit. Hij heeft absoluut de zorgzame aard geërfd en strooit er lankmoedig mee rond. Herkenbaar en wederkerig. Op het bord liggen naast een beschuitje met kaas en een krentensnee met spijs ook een roos uit het boeket van vrijdag geplukt en chocolade-eitjes met karamel en zeezout. Die proef ik en daarom vind ik ze zo lekker, vooral als ze omgeven zijn door zonenliefde.

Over en weer druk appverkeer van gemeende wensen, de kinderen via zoom en alles tegelijk in beeld, met het vrolijke gebabbel, de klanken van een gezellig samenzijn. Straks weer echt, volgend jaar, beloven we elkaar. Met de zussen voor morgen een auto-date en drie tekenopdrachten.

Er wacht nog steeds het doek, waar ik gestaag aan vorder, soms iets verknal, dan weer opnieuw opbouw, op en af, dat is het wel. Vrijdag kan het weg, dan moet het af zijn, had ik me voorgenomen. ‘Vallen en opstaan’ of zoals Uphoff zegt ‘Vallen is als vliegen’. En zuslief prent een nieuwe zin in mijn hoofd, waar ik eerst uitvoerig op kauwen moet, eer ik hem deel, een Afrikaanse wijsheid. Het snijdt hout, denk ik. Men heeft er volksstammen lang over nagedacht. Nu mag ik het me eigen maken. Ach. ‘Tijd in overvloed, geeft de burger moed’.

 

 

Uncategorized

Eigen herinneringen schrijven

Het was een ochtend van onderbrekingen. Niets is funester voor het schrijven, maar je kunt ook de zegeningen tellen. Vanmorgen stuurde zoonlief als eerste een jaloersmakende foto in de familieapp, waarop hij als enige door de Uiterwaarden van de Lek liep, waar de Hooglanders vrijelijk aan het waden waren. Ik appte de onsterfelijke woorden volgens schoondochter: ‘Ik wil ook tussen de koeien als ik niet tussen de kinderen kan’.

IMG_3190

Net na deze uitwisseling hoorde ik ‘Oma’ roepen. Ik dacht eerst dat ik stemmen hoorde, omdat ik ze zo vreselijk mis of dat dit voor een andere oma in mijn buurt bedoeld was, maar toen bleek dat dochterlief met haar drietal kleine mannen achter het huis in de zon stonden met fiets en al. Vanuit mijn perspectief prachtige kleinoden in een wolk van bloesem. Het Oma-hart is weer gelaafd en ik kon de koeken kwijt, die ik gisteren uit hoofde van het kader, ‘breek de dag’ gebakken had. Ze waren heerlijk aan het peuzelen en zo had ik vertraagd, onverwachts, heel veel eer van het werk. Na een stief uurtje gingen ze weer op huis aan.

IMG_8938    IMG_8939

Gisteren was ik ook al verwend met een galerijbezoek. Vriendinlief trachtte haar fietscapriolen op peil te houden door haar uitstapjes voorbij de stadse zône te voeren. Ze had van te voren aangekondigd, wat haar plannen waren, dus de blauwe ontvangstset stond in de aanslag, compleet met koek en zopie, in haar geval een pot thee. Kletsen over van alles en nog wat om gemis te overbruggen en een lieve hand, glas tegen glas, als afscheid. Tot gauw, tot later en tot een warme omhelzing. De grote bos bloemen later op de middag van zoonlief verzachtte het gemis aan knuffels.

IMG_8966

De krant was laat vanmorgen, dus wachtte ik op de galerij om voor het eerst dat ik deze luxe door de bus kreeg, de man te zien die er verantwoordelijk voor was. Hij wrong de dikke ‘Zaterdag’ door de smalle opening en stapte op zijn fiets om niets vermoedend onder mij door te schuiven. Ik wilde hem bedanken met een brede glimlach en een uitgelaten groet, maar vlak voordat ik  aan die opwelling gehoor wilde geven, zag ik zijn witte oortjes. Ik zou een roepende in de woestijn zijn, wist ik uit ervaring met zoonlief die compleet onbereikbaar zich ook op die manier afsloot voor de buitenwereld. Dan maar van hart tot hart in de hoop dat hij het zich bewust is.

Ik denk aan de Paasdagen. Voor ons hét moment van samenzijn. Mijn moeder verstopte met Pasen steevast de paaseieren op de heuvel in het Julianapark, waarna de kinderen uitgelaten rennend, de grond en de bast en takken van de bomen afspeurden naar de bekende oranjewitte verrassingseieren. Mijn moeder stierf na tweede paasdag en het feest en de eieren zijn tot haar persoonlijke nagedachtenis gaan behoren. Als we eieren zoeken met het hele gezin, de kinderen en de kleinkinderen, wipt oma lachend achter de eieren weg naar een volgende verstopplaats als een plaatsvervangend liefdevol paassymbool. De Oma van de spelletjes en de Oma van het zakje snoep, maar bovenal de Oma van de paaseieren. De eerste keer na haar dood verstopte ik ze terwijl de tranen op de eieren drupten. Zoutkristallen om een herinnering heen.

scannen0006

Morgen is het een lege dag. Geen kinderen, geen eieren, geen Julianapark, geen achtergebleven eieren, omdat we ze nooit allemaal terug konden vinden. Geen feest. Geen paasontbijt dat er als traditie aan vooraf ging. Een loos ei, een voos ei. Vroeger zongen we: ‘Palm palm Pasen, ei koerei, over ene zondag hebben we een ei, één ei is geen ei, twee ei is een hallef ei, drie ei is een paasei’. De betekenis werd me nooit helemaal duidelijk. Maar dit jaar is het overduidelijk. ‘Een ei is géén ei. Dat geldt gelukkig alleen voor mij en zo hoort het ook. De schatten zullen op hun eigen manier de traditie voortzetten en hun eigen herinneringen schrijven.

 

 

Uncategorized

De zin van het bestaan

Bij een mede-blogger, die me dierbaar is, al was het alleen al om de twijfels die hij telkens weer voelt opdoemen, lees ik een overpeinzing omtrent de grote existentiële vragen. Waar de Catechismus uit mijn jeugd, de kleine bruine beduimelde pocket met het pax Christi teken avant la lettre op de voorkant, al haar antwoorden voor ons, argeloze onschuldige jeugdzieltjes klaar had in afgepaste antwoorden, sloeg later de twijfel in volle hevigheid toe. Daardoor of dankzij, dat is nog een vraag.

Deze schrijfvriend had het boek ‘De Zin van het Leven’ van Fokke Obbema op zijn nachtkastje liggen. Hij piekerde en peinsde over de verhalen, die hij per stuk tot zich nam. Fokke Obbema is een columnist van de volkskrant die even dood was na een hartstilstand. Hij interviewde daarna 40 mensen in dat kader en filterde er zeven inzichten uit. Ergens vanuit de diepte borrelt de overeenkomst met de zeven hoofdzonden op, maar dat zal die vergeelde geloofservaring uit het verleden zijn. Numeriek is er een vergelijk.

barrel-organ-1567884_1920

Die kernvaste antwoorden van vroeger zijn er als de gaten van een register van het straatorgel ingeponst. Ze slaan de maat met de glazig verstarde poppen op de orgelkar mee. Om God te dienen. De punt komt helder en nadrukkelijk. Geen twijfel over mogelijk op dat moment. De zekerheden van Obbema verzamelen zich in het zakje met overlevings-strategiën. Kort door de bocht: Kwetsbaarheid. Veerkracht. Het leven als leerschool. Hoop op vooruitgang. Beperking van de wetenschap en herwaardering van de religie. Het nut van de dood. Geen zin van het leven, wel betekenis.

Hemeltje, elke zekerheid vergt minimaal een hele blog, zo niet meer. De stelling: ‘Geen zin van het leven, wel betekenis’ komt als meest intrigerend door. Het antwoord dat pasklaar werd ingekrast op de kinderzieltjes op de vraag ‘Waartoe zijn wij op aarde’ was in 1954: ‘Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’. Echter, in de jaren voor deze theorie had diezelfde God een aantal rampen over ons uitgestort, die zijn eigen theorie op de grondvesten deed schudden. Het werd ons als kind niet gemakkelijk gemaakt. Wij werden geacht de schaapjes te zijn, die zich lieten leiden, maar in diezelfde jaren werd er hevig aan getornd, toen de Heilige Huisjes letterlijk en figuurlijk op de schop gingen.

500785Onze Nicolaaskerk

Mijn moeder was een toonbeeld van revolutionair denken. Ze wilde best een eind mee, maar zocht al gauw de Oecumene op. Betekenis van het leven, zin van het leven, prima, maar wel voor iedereen en niemand uitgezonderd. Dus weg met de dogmatische grenzen van het mannenbolwerk in de kerk, welke kerk dan ook.

Een oude man in een verpleegtehuis vertelde me in de puber-nadagen met zijn vinger opgeheven: ‘Er zijn vele godsdiensten, maar er is maar, en hier verhief zich zijn stem aanzwellend, één geloof’. Dat werd door mijn moeder met gekrulde kapitalen onderschreven. Zo ontwortelde ik en wortelde ik, met de Bijbel, de I-Tjing, de Kabbala in een hand en vulde daarmee de knapzak voor de lange reis. Nog altijd ben ik er mee bezig.

img_7913 ‘Passi D’Oro van Roberto Barni’

De kern ligt voor mij in het feit dat je aan mensen, aan je bezigheden, aan je gedachten, aan je uitingen, betekenis hebt kunnen geven en dat er mensen zijn, die met je hebben opgelopen en daar een stukje van hebben opgepikt en meegenomen, zoals ik dat wederzijds heb gedaan. Het hoeft geen grootse kunst te zijn, geen gedicht of boek, theaterstuk of schilderij, maar eigen levenskunst, veroverd met vallen en opstaan, met de kleine dingen van het leven, met lieve familie en vrienden om je heen.

De uitwisseling van gedachtegoed en het filteren van de waarde, die het voor  jou hebben kan, waardoor het raakt aan de zin van het bestaan.

Uncategorized

Die medemenselijkheid

Gisteren hadden we de driemaandelijkse boekenbabbel. Het ging met wat vijven en zessen gepaard, want mijn oude laptop bleek niet bestand tegen de moderniteiten als een simpele Google Hangout. Mijn hoofd was nergens op het scherm te bekennen, maar mijn hart en stem waren er des te meer bij. We bespraken De Bijenhouder van Aleppo van Christy Lefteri.

de bijenhouder van aleppo

Ik was er in januari vol verve aan begonnen, maar na het zien van de film ‘For Sama’ kon ik niet meer verder. Het blokkeerde daarboven. Ik was heftig onder de indruk van de beelden die nog op het netvlies stonden geschreven. De rauwe realiteit, een stukgeschoten wereld, waarnaast elk virus verbleekte, omdat alles letterlijk in puin viel en ontelbare slachtoffers maakte. Als in een keer alles wat deel uitmaakt van de basis wordt weggevaagd en slechts de grondvesten achterblijven, letterlijk en figuurlijk, waar begin je dan aan een wederopbouw.

Het schrijnen van de realiteit bleef achterwege in deze geromantiseerde boekvorm. Er zaten prachtige stukken in en toch bereikte het niet de diepte waardoor het wegleggen onmogelijk zou zijn. Verrassende wendigen bevatte het zeker. Voor mensen die zich minder verdiept hebben in alles wat met de vluchtelingenproblematiek te maken heeft, is het een goede inleiding. Al komt de barre ellende van de vluchtelingenkampen in Griekenland en Turkije maar minimaal uit de verf.

Deze boekbespreking is vermoeiend voor de mensen, die al de hele dag achter elkaar dergelijke meetings hebben gehad, uit hoofde van hun beroep. Als we na veel gestechel eindelijk de verbinding compleet hebben, valt er nog meer dan anderhalf uur wederwaardigheden en boekervaringen uit te wisselen, maar daarna is de koek wel op. Wat missen we het gezellige ‘Wijntje bij Trijntje’-gevoel, waar we doorgaans ieder om de beurt thuis bezoeken en in een avond de drie maanden gemis overbruggen. Een van ons is er ook niet bij, omdat corona een tol heeft geëist in de familie. Incompleet zijn voelt als dubbel gemis. Dat is een opsteker voor een boekenclub die pas krap twee jaar bestaat. Zo zijn we aan elkaar gewaagd en zo heerlijk is het ontmoeten. We rekenen op volgende keer, ergens in Juni met het boek ‘Vallen is als Vliegen’ van Manon Uphoff. Tijd te over om te lezen. Ik ga alvast duimen.

Er blijven ook berichten van buitenaf binnen sijpelen, die onrust teweeg brengen. De intolerante starre houding van een Hoekstra, die allesbehalve een redenaar is. wat moeten we daar nou weer mee. Mijn gevoel zegt, gooi al die restricties overboord, help eerst de getroffen landen in het zadel, daarna zien we wel weer. Het riekt naar Calvinisme, dat behoudende beleid. Hulp is geboden en snel ook. Iedereen valt om, laten we dat dan op z’n minst solidair doen. Dat schreeuwt mijn grenzen-loos gemoed. Het wikken en wegen sluipt binnen met de hoekige houding van Wopke, die zijn naam in alle toonaarden vals recht aandoet.

009

Het gaat niet om wat je verkoopt, maar hoe je het verpakt.  Daar raakt hij duidelijk zelf  in verstrikt en met hem het team erachter. Zoals altijd staan de beste stuurlui aan wal en ik voel met niet gerechtigd om te oordelen, maar het gevoel kruipt, waar het niet gaan kan. Ik heb geen recht van spreken, nu mijn dagen zich aaneen breien. Mijn enige duurloop rond de zuil in mijn kamer is goed voor 3600 stappen of daaromtrent. Het duimen draaiende in ontvangst nemen van de ellende via televisie en krant en het verdrijven van de stille solitaire uren met penseel en Oma-journaal met een verhaal vormen mijn persoonlijke recessie. Ik wens ieder veel wijsheid toe en een fijnbesnaard gemoed ondanks de crisis, want dáár begint toch altijd weer die medemenselijkheid.

Uncategorized

Welkom

Het wordt een uitgelezen dag. Letterlijk en figuurlijk. Toen ik om zeven uur de galerij afwandelde om de krant uit de brievenbus te halen, kleurde de hemel haar genoegen over de daling van het fijnstof. De vogels stemden mee in, door luid gewag te maken van een ongestoord genieten. En ik genoot mee. Net voor ik de hal indook, piepte de zon beloftevol boven de daken uit en refereerde aan een winters verschijnsel, maar nu in een nieuwe jas. Zie de zon schijnt door de bomen. Hoe een mens geluk kan voelen. De krant brengt alles wat ik niet echt wil horen met hier en daar de kleine juweeltjes er tussen door.

IMG_8910

Koffie, yoghurt met honing, een krant en zon.  Naast me de bijenhouder van Aleppo. Ze moet uit. Vanavond hebben we een rendez vous via google hang-out. Binnen de kortste keren is onze digitale wereld uitgegroeid tot algemeen communicatiemiddel. Ik lees over tachtigjarigen, die voor het eerst een smartphone in handen hebben en er mee aan het bellen zijn als met een ouderwetse hoorn. De ontvanger ziet alleen een glimmende schedel als een nieuwe planeet aan het firmament. Alleen die voorstelling al ontlokt een brede lach. Daarna filmt hij zijn oorschelp als waren het de grotten van Han. Bij het idee alleen al, zit ik weer te schuddenbuiken.

paprikahart

Alle beloften staan in de ijskast, nu de premier heeft bevestigd wat we allang wisten. Voorlopig zijn we nog niet van de dreiging af, ook al belooft het vriendelijke klimaat anders. ‘Wees wijs, blijf binnen’ is het devies. Dus loop ik mijn rondjes om de zuil. Het minimale, 2860 stappen tot ik er een beetje duizelig van ben. Ik pluk wat groen van het balkon, snij per ongeluk paprikaharten voor de aubergine/harira schotel en ontdek dat ik alleen de tajinekruiden heb en zie tot mijn verbazing dat de potten op zomerdroogte staan. Nog even wennen aan de overgang. Drie gieters vragen mijn planten.

Resumerend over de dagvulling bedenk ik dat ik vriendin ben vergeten te bellen en neem me heilig voor omdat vandaag te doen. En nu virus zo lang blijft rondwaren, krijgt mijn verhaal voor het Oma-journaal, dat ik dagelijks de aether inslinger, het imago van elastiek. Steeds verder rek ik Virus haar bezigheden op, terwijl Bepperd de Bofferd, Uil en Ko Nijn druk in de weer zijn om Addertje onder het gras te overtuigen dat hij  wat gezond verstand in moet fluisteren. Addertje onder het gras heeft als vriend de mol gekregen. Gewoon, omdat het de nuchtere observant is, die ‘als je hem wat vraagt, nooit nee zegt. Nee’ en dat eindeloos herhaalt.

91453527_223869885488636_1065250285403823120_nUil, Bepperd de Bofferd en Ko Nijn.

Het is zo’n heerlijk tijdverdrijf om karakters uit te diepen. Geagiteerde Bepperd de Bofferd, Lijzige Uil, angstige Ko, sluwe Addertje onder het Gras en nuchtere Mol. Ziedaar de krant en wat er vol mee staat. Ik moet vaak denken aan verhalen als de koning van Katoren, waarbij de hele politiek haarfijn werd opgelepeld. Moeiteloos werd het gesteggel in Den Haag aangehaald door Terlouw die er midden in zat. Hoe luister je als schrijver naar een debat. De opmerkingen kleien zich vanzelf in een personage, stel ik me zo voor. Met Terlouw, de nuchtere beschouwer als dappere Stach, of niet?

IMG_8911

Virus is inmiddels verder gevlogen van Parijs over Belgie weer terug naar Nederland. Ze heeft langzamerhand last van een virusmoeheid. Eigenlijk wil ze het liefste knuffelen, maar ja. Alles wordt ziek om haar heen. De kleinzonen bedenken de meest fantastische oplossingen en zo kan oma nog een tijdje voort, maar liever niet te lang. Een lichtpunt aan de horizon zou zeer welkom zijn. 😉

 

Uncategorized

Wat belangrijk was en telde

De persoonlijke vlag kan uit. Nee, niet voor het onderwijs, die wijselijk genoeg beseffen, dat alle inspanning van hen een druppel op de gloeiende plaat is, vergeleken bij de mensen die daadwerkelijk aan de haard van de ellende staan. Zij hebben ieders en mijn onverdeelde waardering tot in het diepst van mijn ziel. Ik ken als geen ander die wereld, het dagelijkse gevecht. Niet alleen in tijden van een virus die alle lagen van de bevolking treft, maar altijd. Zij maken het verschil in een te bewandelen weg, die door de kwaal moet worden ingeslagen. Ik zou willen, dat ik er nog dienst van uit kon maken. Maar zie mij nu, geveld bij het eerste het beste besmettingsgevaar. Het zijn momenten waarop mijn hart bloedt.

Nee, mijn persoonlijke wimpel dan maar. Ik heb twee deadlines met succes behaald. Dat is heel wat voor een ‘Laissez-faire-achtige’ vrijheid. Een leven dat zich niet kenmerkt door de dwingende uren die een klok slaat, maar die de dag vrijelijk binnen laat stromen. Vroeger of later is volstrekt geen issue. De invulling kent geen heilig moeten. Het blijft een beetje lummelen, met dat gekluister aan huis. sterker nog, ik moet mijn best doen om te blijven lezen en niet te verdwijnen in makkelijke kruiswoordraadselen uit de krant, die ik, door één tip op te lichten van mijn gedachtegoed, weet in te vullen. Gemakzucht ligt op de loer.

Geen enkele drang is er om het huis een frisse schoonmaakbeurt te geven en net als vroeger tapijten naar buiten te trekken en te schrobben tot ze huilend over de balkonrand hangen. Geenszins de neiging om een sauskwast of roller ter hand te nemen en de muren van een oogverblindend frisse verflaag te voorzien. Niets van dat alles. Ik blijf zitten op mijn inmiddels doorgezeten en gesleten bank, loop af en toe twee kilometer om de zuil in een variatie van de wereld rond in tachtig rondjes en kook een laffe hap voor zoonlief. Gisteren at ik een hele plak fairtrade caramel met zeezout flinterdun, schuldbewust en toch genietend. En ik vroeg me af of ik me al  moest schamen.

IMG_6606

Maar nu ik de deadline heb volbracht, gloort er weer hoop aan de horizon, een nieuw elan. Er hoeft enkel nog maar een boek uitgelezen te worden voor morgen en er valt wat te penselen in de marge. Voor de rest is er niets wat aan me trekt. Nou ja, het verlies dan. En de droevige boodschappen die doorsijpelen. De moeder van de man van een van mijn beste vriendinnen, vrij plotseling toch nog overleden, ongekend verdriet op afstand en niet eens in de gelegenheid om, voor de familie, lijfelijk iets te kunnen betekenen. Dat voelt onmachtig en zuur.

Voor een van de deadlines had ik een voorval uit de praktijk nodig van mijn werk als waakmaatje. Daarin beschreef ik een nacht naast een stervende medemens. Ineens was het besef er des te schrijnender. Die eenzaamheid, waarin velen verkeren. Hoeveel mensen nu, zonder onze aanwezigheid, er tussen uit glippen. Geen toegestoken hand om rust te brengen, geen liefdevolle familie om hen heen. Ze zijn aangewezen op de niet aflatende zorg in de visionaire pakken, die elke verbinding met de werkelijkheid te niet lijken te doen. Die surrealistische wereld van ellende, een voorportaal voor een onwerkelijke  dood. Sterven in vervreemding.

014

Mijn vlag gaat alweer halfstok. Er is geen enkele reden om ons maar ergens over te verheugen, zolang de klappen van deze infectie zo intens voelbaar blijven . Laten we onthouden wat het met de wereld deed, laten we onthouden en koesteren wat belangrijk was en telde.

Uncategorized

Harten voor het oprapen

Gisteren na rijp beraad met de ratio, toch de stoute schoenen aangetrokken en met mijn zwarte handschoenen aan en het zwarte snoetje van zoonlief voor, naar de kleine blauwe Prins getogen, die direct enthousiaster leek te stralen. Ach, wat kan je kleine materie, waar je hart aan verpand is, toch missen, die trouwe vierwieler van de aanminnige soort. Het voelde direct weer vertrouwd, na drie weken rijstilte. Nu pas zag ik hoe stil de snelwegen waren in vergelijk  met voor de crisis. Geen dikke rijen, lange files, maar ademloos veel ruimte om me heen.

Uit de radio klonk het vertrouwde geschetter van een plaatselijke zender en liet me weten wat ik al bevestigd kreeg door naar buiten te kijken. Nederlanders hielden zich, op een enkele uitzondering na, goed aan het advies. Wie wil er nu niet voor intelligent doorgaan bij zo’n halve lockdown.

 

De Tom-Tom wees de weg en dat was maar goed ook, want ik had de hockeyvelden aan de hele andere kant van het dorp gedacht. Ik tufte langs toen ik zuslief zag zwaaien vanuit mijn ooghoeken. Ze stonden er al. Twee fietsen en kleedjes op het gras, ruimschoots uit elkaar, de auto van mijn jongste zus, waarlangs ik die van mij laveerde. We hadden elkaar innig gemist. Ik had instructies gekregen van zoonlief. Raam half open, uit de wind gaan staan en meer van die vaderlijke betuigingen. Ik en zus hadden eigen koffie, de andere twee deelden op een afstandje stond zwager, die zich letterlijk en figuurlijk afzijdig hield van het gekakel. Wat een vreugde. Het maakte niet uit wat er gezegd werd, hoe de omsstandigheden waren, maar gewoon: Het oude vertrouwde, de lieve gezichten, grapjes die aankwamen, ervaringen die gedeeld konden worden.

Na een stief uurtje gingen we weer, ieder naar de eigen bezigheden, gelaafd voor een week, volgende week weer. Er lagen dropjojo’s in het dashbordkastje. Mmmm. kleine zonde. Dat maakte het helemaal af. Om de paar dagen vroeg zoonlief of ik nog iets nodig had. Soms verzon ik zo’n snoeperijtje, maar doorgaans vergat ik het. Er was vooral veel gezond met die afgetrainde telgen om me heen.

 

Vandaag liet de mail weten, dat Pluis jarig was vandaag. Een fictieve verjaardag want op de gok genomen met het terugrekenen vanaf de dag dat ik haar ophaalde in Ermelo, of all places. Mijn lieve balkonkat was van oorsprong in de genen een echte originele boskat met een moeder die door de bossen rond Ermelo kon struinen. Het uitte zich nog door haar hang naar het balkon. Sinds daar sinds enkele maanden de zwart-witte van de buren neerdaalde vanaf de hoge muur tussen de twee balkons in, was Pluis bedachtzamer geworden. Ze blies ernaar en mepte. Mijn terrein, liet ze de indringster weten, die dapper terugsloeg. Beiden zijn geen vreedzame Minoes. De datum ontbreekt bij de DNG, dat voor databank voor gezelschapsdieren staat. Met goed zoeken in mijn google fotobestand vind ik haar terug als kleine wollebaai.

IMG_8874 Hotspot

Ze is van Maart 2016 en derhalve pas vier jaar oud. Ze voelt jaren ouder. De openslaande deuren naar haar vrijheid toe herbergden tot haar grote verdriet geen kattenluik. Ze moest ‘uitgelaten’ worden bij de gratie van onze aanwezigheid. Ze kent ongekende dagen ten tijde van deze Crisis. Verjaardag vieren op hoog niveau. Er komt geen einde aan haar buitenleven. Toch verkiest ze soms liever haar favoriete doezelplek, ongestoord, hoog en droog.

stenen hart

Het weer viert haar verjaardag lustig mee. Ondertussen is het doek weer toe aan een nieuwe worstelpoging en staan er nog twee deadlines op het program. Vandaag af maken, anders wordt het te onrustig in de bovenkamer. Facebook stuurt me een stenen hart, vastgelegd op mijn wandeling een paar jaar geleden. Voor ieder die het nodig heeft, een extra hart onder de riem. Uit de serie: ‘Harten voor het oprapen’.

Uncategorized

Voor straks en voor later

Aleid Truyens geeft een minstens zo prikkelend antwoord op wat ze noemt ‘een prikkelend essay’ ‘Ontvadering-Het einde van de vaderlijke autoriteit’ van Frank Koerselman over het verlies van vaderlijk gezag en autoriteit in de Volkskrant van gisteren. Het begint met een anekdote. Een Frans jongetje rende naar zijn grootvader, toen hij geschopt en geslagen werd. De grootvader omhelsde en troostte hem niet, maar beet hem toe zichzelf te verdedigen. In het Frans klinkt dat nog meer afgemeten, als hij dat ene woord sist: Défends-toi’. Koerseman onderschreef de houding van de grootvader. ‘Niet huilebalken maar terugmeppen’.

Dat brengt me naar een voorval uit het verleden. Ik was een stevig kind. Te veel jaren hadden goedbedoelde buurvrouwen mijn schattige krulletjes omgezet in extra koekjes, drie in de pan en boterhammen. ‘Wat kan ze lekker eten’, vonden de dames

75936_298351476932204_1752179240_n.

De nadelen daarvan hebben een lange nasleep gehad. Maar aan de dikkigheid an sich lag het niet. Het was meer de manier, waarop ik me ermee in de strijd wierp. Schaamtevol, onzeker, schuchter en faalangstig. Kortom het verlammende scenario. Toen ik dan ook op een gegeven moment ruzie kreeg met een van de haaibaaien van de buurt, een meisje dat niet bij mij op school zat, begon het getreiter. Ik werd opgewacht na school. Het liefst op het landje achter het huis of in de smalle poort ernaar toe, waar ik geen kant op kon. Ze had een groep gelijkgezinden om zich heen verzameld en ze waren met drieën of vieren. Daar, in die stille poort, kreeg ik dan een schrobbering van formaat tot ik  huilend ik de tuin in rende. De eerste keer ook naar binnen. Stikkend van woede en verblind door de tranen met bloeduistortingen op benen en armen. Mijn moeder zat aardappelen te schillen. Ze stopte niet met de handeling. Ik deed mijn verhaal. Er werd geen emotie getoond, geen medeleven, geen ach en wee. er werden geen zalfjes en kussen uit de kast geplukt, maar ik kreeg als advies een nuchter; ‘Ga eens met ze praten’. Vanaf dat moment vielen een aantal emoties in het slot. Nooit zou ik er nog iemand deelbaar van maken. Dat was de les.

IMG_8868

Een  ander voorval  heel veel jaren later. Ik werkte al op school. De groep ging uit. Het was hectiek, want er zaten rond de dertig kinderen in, die allemaal door hun vader of moeder werden opgehaald. Een jongetje wilde aan zijn vader de kuikentjes laten zien die onder de groeilamp op de balie stonden. Hij wipte erop en wees ze en voor een aan. Zijn dromerige, altijd wat afwezige blik, vulde zich met liefde en genegenheid. Hij was zo enthousiast dat hij te ver over de balie heen schoof en ineens aan de achterkant in de gemeenschapsruimte stortte. Het jongetje dat nooit huilde, brulde dikke tranen. Zijn vader knalde er een keiharde vloek achteraan en liep om de balie heen om zijn zoon bij de arm te grijpen en hem te sommeren op te houden met huilen. ‘Dat doen we niet’. Er vielen veel puzzelstukken op hun plek in dat ene ogenblik. Toen ik later het verhaal hoorde over zijn huiskonijn dat steevast de kerst niet haalde, een soort ‘Flappie avant la lettre’, dacht ik het mijne van die Spartaansche opvoeding. ‘Een … huilt niet’ was het adagio. Het goldt zowel voor hem als voor de zussen.

Ze verhuisden voordat ik grip had op de thuissituatie en dat was niet de eerste keer. Psychiater Koerselmans schrijft dat zonder vaderlijke waarden, borderlineachtige identiteits-‘fluïditeit’en Narcistische zelfoverschatting van symptomen tot norm worden. Toe maar. Terugmeppen zou ons behoeden versus de softe aanpak van moeder de vrouw. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ werpt het verleden op. Aleid Truyens weet het antwoord. De samenleving kan het best stellen zonder ‘IJzeren Heinen’ als gezinshoofd, is haar eindconclusie.

troost 3

Ik ben het met haar eens. Ik hou van mannen en vrouwen, die mens durven zijn met gevoel en empathie, met liefde en compassie. Daarmee zal de wereld een stuk evenwichtiger worden, dan toen de man zich de alleenheerserij toe eigende in een eigen maakbaarheid en in hun superioriteit boven het leven gingen staan. Factor tijd speelt een rol. We hebben de gelegenheid gekregen om voldoende tijd te steken in meerdere waarden, om prioriteiten te verleggen. Deze tijd schudt nog meer door elkaar dan anders en verlegt de aandacht automatisch naar elkaar in de naaste omgeving. Om te koesteren en vast te houden, voor straks en voor later.

Uncategorized

Even doorzwoegen nog

De eerste opdracht is bijna af. De tweede opdracht is een verrassing voor iemand en moet tot in de kleinste details lijken. Juist om die verrassing en vanwege het feit dat de ontvanger mij vreemd is, is het een pittige. Wat op de ezel staat lijkt, maar nog net niet helemaal. Ik boetseer me drie slagen in de rondte en schroom niet om alles te wissen en overnieuw te beginnen.

Vanmorgen liep ik naar beneden zoals elke ochtend om de krant te halen. De lucht was helder, het mooiste blauw van ooit. Een voordeel aan de crisis, met al die autoluwe wegen. Er hing lente in de lucht. De vrieskou was verdwenen. Bij het terug lopen op de galerij, inspecteerde ik de door de winterkou van de afgelopen dagen, zieltogende overgebleven geraniums van vorig jaar. Ze vochten met kleine groen ontluikende blaadjes dapper in een hernieuwde tweede poging om het wintergeweld te overleven. Ik was bijgaand trots op ze. Beneden achter het hek, lagen schots en scheef allerlei maten en soorten takken.

IMG_8853

Van de Kauwtjes daarboven, wist ik.  Ze hadden hun nest in de goot gemaakt. Ik moest lachen om de slordige haast, waarmee ze de toevoer hadden aangevlogen. Er lag een half nest hier beneden. Ik keek omhoog. Daar zat ze. Parmantig, met een observerend koppie en kraalogen, nam ze mij en de omgeving in ogenschouw. ‘Hoog en droog’ dacht ze vast en zeker en dus veilig. Met al die, zij het wat betrekkelijke rust van de weg er naast, een uitgekiende plek om een nest te bouwen. Waarschijnlijk is het het koppel dat al een jaar of vijf op dezelfde locatie nestelt. Ik hou van hun latijnse naam. Zoveel geheimzinniger dan het plompe kauw. Corvus monedula. De koppels blijven elkaar trouw voor het leven, leert een zoektocht. Het zijn de kleinste leden van de familie van de kraai.

100_5400 Corvus van de tuin

Op de tuin zitten hun oom en tante, een koppel kraaien. Donkerzwart en glanzend, imponerend groot en aanwezig. Ze hebben de boom van het stuk open veld uitgekozen. Als ik langs loop begroeten ze me met alert gekras. ‘Ik zie je wel, doe geen dingen die je niet kan verantwoorden’ krakélen ze. Onder hen zoemen de bijen in hun korven rond en aan de andere kant van de stam schuren de schapen hun vacht. Ik zie ze voor me en mis de tuin in volle hevigheid. Gelukkig heeft de ouwe, nu hij weer helemaal op de been is, mijn wilgen gesnoeid voor een takkenril naast de plek waar zijn nieuwe glazen paleis moet komen. Zelfs de brandnetels en de oude nicandra takken heeft hij opgeruimd. De oogst van een losbandig leven. Ze waren al woekerend bezig de tuin over te nemen. Het doet me deugd te weten dat hij een beetje voor mijn paradijs zorgt. Met maaien belooft hij ook mijn lapje mee te nemen. ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ is hier meer op zijn plek dan ooit.

Vanmiddag voor het Oma journaal zal ik een ode brengen aan zijn oom en tante, maar dan die van Annie M.G. Schmidt. Haha. Niet die uit Aerdenhout( de kouwelijke oom en tante), maar die uit de eikenboom in Laren. Zo grijpen de schakeltjes weer in elkaar en vormt de dag zich als een goed geoliede machine. Maar we beginnen met het trekken en duwen van de olieverf. Ik ben er bijna. Het gaat om de kleinste details, maar dat is ook het moeilijkst. Even doorzwoegen nog.

Uncategorized

Zo diep gaan als wenselijk is

In de brochure voor cursussen van het HOVO, een instelling die cursussen op HBO en Universitair niveau aanbiedt voor mensen boven de 50, staat er een, die ‘Gelukkig of zinvol’ heet. Het handelt over de psychologie en de filosofie van het goede leven. Ze brengt te berde, dat het op dit moment gaat om een gelukkig of zinvol leven. Ik weet niet wanneer de thema’s zijn bedacht, maar ik heb het idee dat onder de huidige omstandigheden de tweedeling mag worden aangepast. Op de allereerste plaats staat, nu we allemaal in de greep zijn van het virus, gezondheid met stip op één. Je bent gelukkig af, als je niet overvallen wordt, door de sluipersvoeten van het vermaledijde beestje en zeker wij, van boven de vijftig. Ineens zijn we ook wij. Mensen met een chronische aandoening, mensen boven de vijftig heten vanaf de eerste uitbraak, met de komst van de eerste dodentallen, de ouderen. Gezonde mensen en jonge mensen hebben een streepje voor. Ben je dan per definitie gelukkiger of krijgt het leven meer betekenis en wordt het daarmee zinvoller. Ik waag het te betwijfelen. Er zijn nog steeds zorgen, er is angst en leed.

IMG_8831

De omstandigheden zijn dusdanig, dat ik filosofeer over de waarden van het leven en de verschuiving die daarin plaats vindt. Ik ben een enorme knuffelkous. Ik kan niet met mensen in gesprek gaan zonder een hand, de arm op de schouder, een liefkozing of aai als er een band is. Nu zit er glas tussen en een digitale afstand, lopen zoonlief en ik in elkaars vaarwater als waren we een slagschip van betamelijke afmetingen. Maar ik kreeg er wat anders en iets waardevols voor terug.

Vanaf het moment dat ik koos voor de betrekkelijke solitude, daalde er rust over me heen. Zo zeer, dat ik de geest weer vrijelijk kon laten stromen en er zich gedachten ontwikkelden, die om te koesteren zijn. De social media heb ik nodig voor de impuls en de inspiratie, de associaties en de lichtpunten, maar daar tussendoor kan ik me helemaal focussen op mijn eigen bezigheden. Dus schrijf ik er lustig op los en eindelijk voel ik de kalmte wederdalen in mijn hele eigen manier van schilderen. Om met BLØF te spreken: ‘Hier ben ik veilig, hier ben ik sterk, hier ben ik heilig, dit is mijn kerk’. Waarbij de ‘jou’ vertaald kan worden naar de totale vrijheid. Het privilege om eigen keuzes te maken, om af te strepen van wat in de orde van belangrijkheid telt in mijn ogen, om iets te laten liggen en met iets anders verder te gaan. Het ontdekken van die rust is de zingeving, het betekenisvolle van het moment. De knoppen van ‘het heilige moeten’ staan uit. Ik drijf op de golven van mijn eigen geluk en voel me ongelooflijk in evenwicht daardoor. Dat is de meerwaarde van het geheel.

065

In de vorige blog kwam het al ter sprake. Door zo op jezelf te zijn teruggeworpen en er mee bezig te blijven, ontmoet je de kern van het eigen bestaan. Ontvang je gedachten los van de context, maar in pure omvang. In deze omstandigheden is het mogelijk om de bron aan te vinken. De ene gedachte roept de andere op. Zo gaat dat en nu is er tevens de ruimte om die onbezoedeld en vrijelijk te laten stromen. Is het daarom, dat mijn werk zoveel lichter wordt, dat er puzzelstukken op haar plaats vallen, dat deze solitude contemplatie brengt. Balans en evenwicht, het goede leven, met meer betekenis dan ooit, door af te dalen naar de kern.

089

Geluk zoeken is een moeizame en soms teleurstellende weg, maar als we wachten zonder er zelf invulling aan te geven, wie weet. Misschien wordt dan die wijsheid uit het verleden bewaarheid: ‘Geluk komt je vanzelf aanwaaien, je moet alleen wel in de wind gaan staan’. Die vrijheid hebben we. Buiten is een brug te ver, maar van binnen kunnen we zo diep gaan als wenselijk is.

Uncategorized

De vriendschap, die ik voelde

‘Oude liefde wordt misschien doffer maar roest niet’ is de conclusie van Hanneke Groenteman in haar column in het nieuwe nummer van maandblad Zin’. Dat oude liefde niet roest, heb ik de laatste jaren wel bewezen, door de eerste grote liefde weer op te zoeken en de destijds gesmede band, glorieus op te poetsen.

Er was echter een vriendschap, die heftig bleek te roesten. Het begon onopgemerkt, zoals in een huwelijk, waar de eerste kleine barsten verkrakelen tot grote en die tenslotte uitgroeien tot sleetse plekken. Een opmerking hier en daar, afwijzend, afkeurend soms. Niet openlijk maar in bedekte opmerkingen, die terzijde leken, maar de kern raakten. Dat zijn de ergste en de voorbodes van een wisse dood van de vriendschap. Kleine ‘stekeleteeën’, zoals ik ze noem. Onderhuidse speldenprikken of die, die recht onder de nagel worden gestoken. Ik voelde de pijn. Lag het aan de ontvanger, dat er mee gebeurde wat er mee gebeurde?

185

Een ingeslopen gewoonte, elke zondag om drie uur elkaar ontmoeten, met stille verwijten als er geen tijd genoeg was om die ongeschreven belofte waar te maken. Een kringloopgang die afgemeten in twijfel werd getrokken door een ‘voort wat, hoort wat’ principe. Jij niet op de zondag, ik niet mee naar ander vertier. Het schuurde en schrijnde en bleef doorwerken. Had ik de gezonden boodschappen goed verstaan of was het mijn eigen aanname die zich opwierp als het obstakel van de vriendschap. Jaren van kleine voorvallen trokken voorbij. Ineens was het genoeg. Klaar. Ik wilde geen oordeel, ik wilde vriendschap, onvoorwaardelijk lief en leed, met vallen en opstaan, maar te goeder trouw en met begrip. Geen afkeurende blikken, geen afwijzend gesis tussen de dunne lippen.

Het is al jaren geleden en ik weet wat nu de aanleiding is geweest voor de breuk. Ik heb het nooit, met ook maar één woord, tegengesproken. De uitgesproken meningen niet, de inkleuring van mijn impulsieve handelen, de sluier van negativiteit die over een gebeurtenis werd heen getrokken, het voelbare wantrouwen. Nooit uitgedaagd, gevraagd wat er mee bedoeld werd. Het bleef bij zo’n afgemeten opmerking en mijn piekerend zwijgen. Wat werd hier in godsnaam gezegd, vertaalde ik het wel goed, ik zal het wel bij het verkeerde eind hebben. Lastige zelfanalyse, als je je eigenwaarde niet op orde hebt. Dat lag er als de basis namelijk onder. Onzekerheid, het zal wel fout zijn, zij heeft zoveel meer levenservaring, wie ben ik.

048 Beschouwen op z’n tijd

Hanneke Groenteman heeft het bij het rechte eind als ze schrijft ‘Veel ingewikkelder dan de liefde is de vriendschap’. In ieder geval deze ene uitzonderlijke vriendschap. Er zijn er veel, waar het me moeiteloos afgaat, omdat we elkaar in intense situaties dagelijks hebben leren kennen. Dit was een vriendschap, die laat ontstond. We waren al bijna oud. Ze was kort, maar hevig. Het gaf misschien te denken, waar het op doorgronden aankwam. Dankzij deze column volgt een analyse, die ik een aantal jaren geleden al uitgevogeld had. Ik weet haarfijn uit te rafelen waar de kneep zit. Niet bij vriendin, niet bij de omstandigheden, niet bij het tijdsgewricht, maar bij mij en mijn eigen tree in de ontwikkeling. Ik moest nog doorgroeien. Zo is het leven opgebouwd uit leermomenten. Soms een terugval om weer aan te kunnen haken, soms een besef dat als berouw na de zonde komt, soms als een loutering na de feiten.

Ik zag haar deze winter toen ik uit de auto stapte. Ik groette met heel mijn hart en kreeg een afgemeten knikje terug. O ja, dat was waar. Ik voelde alleen en had de ratio buiten spel gezet. Het was de vriendschap, die ik voelde.